Werken met stereotype kenmerken: deel 2

Je ontkomt er niet aan dat je personage soms bepaalde stereotype kenmerken heeft. Je kan dan in paniek raken aan de tekentafel, of je gebruikt dat in je voordeel om je personage heel erg origineel te maken.

De beginselen van werken met stereotype kenmerken

Lees voorafgaand aan deze blogpost deze voor een goede inleiding en een beter begrip van alles wat volgt. Bedenk bovendien:
* alleen omdat jouw personage iets is of doet, oordeel je daar niet meteen mee;
* dat je nu in de tekentafelfase zit. Niemand krijgt je personage zo op papier te zien.

Als je schrijft over een slim personage wil dat nog niet zeggen dat jij of dat personage neerkijkt op personages die minder slim zijn of meteen denkt dat die dom en sullig zijn. Als dat toch zo voelt, bedenk dan dat je personage meer wordt dan alleen deze wat ongemakkelijke eigenschap.

Dit kan ongemakkelijk worden, maar dit is niet de tijd om weg te kijken.
Foto van Shoaib SR op Unsplash

Kijk naar je verhaalthema

Het is even schrikken als je personage ineens erg cliché (b)lijkt. Je verhaalthema helpt je weer de goede weg op. Bepaal dat nu als je dat nog niet gedaan had. Het is namelijk een goede manier om te ontdekken wat je personage als drijvende emotie, kracht, zwakte of drijfveer heeft. Denk aan rouw, doorzettingsvermogen, zelfzuchtigheid of romantiek. Het maakt een enorm verschil door welke van deze dingen je personage en/of plot gedreven wordt.
Vergelijk zelfzuchtigheid met romantiek. In het ene verhaal zal je personage makkelijker iemand geweld aandoen, terwijl een romanticus dat absoluut niet doet. Dat is zo, of je hoofdpersonage nou een (cliché) bankdirecteur, politicus, huisvrouw of influencer is.

Bestudeer de personagebiografie

Kijk in de personagebiografie wat je al weet over je personage. Schrijf alles op dat op wat voor manier dan ook met een storend cliché te maken heeft. Schrijf er ook bij waarom dit zo storend is en/of welke onderliggende (maatschappelijke associaties) dit cliché voeden of in stand houden.

Schrijf de kern van je personage op

Je hebt een personage in je hoofd. In een vroege fase van diens ontwikkeling zal je nog het een en ander aan hem kunnen veranderen. De kledingstijl bijvoorbeeld, dat maakt voor het algemene plot vaak niet zo veel uit. Andere dingen zijn onlosmakelijk verbonden met je personage. Als je die zou schrappen of veranderen, zou je personage meteen een heel ander personage zijn. Denk aan de grootste angst. Dit vormt de kern van je personage. Schrijf deze kernelementen ook op en noteer waarom ze dat zijn.
Deze elementen ga je niet aan je personage veranderen. Pas wel op: wees waakzaam op het verschil tussen iets essentieels en een darling in deze ‘fase’ van de tekentafel.

Vergelijk kernelementen en clichés

Met de twee lijstjes van kernelementen en clichés en het waarom, krijg je een idee wat je moet schrappen of aan moet passen. Kijk maar eens naar deze tabel:

Wat is het?Vormt het een kern van je personagebiografie, plot of thema?Behouden, aanscherpen of schrappen?
een algemeen clichégevoelig elementneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortjaaanscherpen of schrappen
een clichégevoelig themajabehouden én aanscherpen

Hiermee schrap je al wat je verhaal niet dient of en/of het verhaal tot een (over)duidelijk storend cliché maakt. Dan begint het maatwerk om de laatste clichés weg te werken. Om je op weg te helpen, volgt hier een korte casusuitwerking van hoe het volledige proces van cliché naar levendig personage tot stand kan komen.

Casus: Ricky de verlegen tiener

Verhaalthema: eenzaamheid.
Ricky is een extreem verlegen tiener, waardoor hij geen vrienden heeft. Dat maakt hem eenzaam. Ricky heeft een goed stel hersens: daardoor zit hij veel met zijn neus in de boeken en haalt hij goede cijfers. Zo heeft hij nog het gevoel iets goed te doen. Bovendien leiden die vele uren studie hem af van het feit dat hij eenzaam is.

Dit is Ricky zoals hij is. De clichés die op de loer liggen zijn onder andere:
* Ricky is goed in exacte vakken;
* Ricky is gek op strips;
* Ricky heeft een bril, acne, een bloempotkapsel en een slungelig lijf;
* Ricky is een houten klaas en vreselijk in sport.

In dit geval kan je deze cliché-elementen kan samenvatten in het begrip ‘nerd’. In films, boeken -en helaas ook in het echte leven- worden dat soort mensen vaak afgeschilderd als watje of sufferd. De clichés worden vaak aangewezen als mogelijk onderliggende oorzaak van de eenzaamheid.

Van deze clichés kunnen twee dingen daadwerkelijk tot eenzaamheid leiden: het uiterlijk en mindere sportieve vaardigheden. Van ergens goed in zijn en een bepaalde hobby hebben, word je niet verlegen. Je kan er een zogenaamde nerd van worden, maar dat maakt je niet meteen verlegen. Je kan wél verlegen worden doordat je bang bent lelijk te zijn, of om niet genoeg als mens te zijn omdat je niet over een kwaliteit beschikt die over het algemeen zeer gewaard wordt.
Hierom schrap ik Ricky’s hobby en zijn talent voor de bètavakken uit zijn biografie.

Kies vervolgens wat de grootste oorzaak is van Ricky’s verlegenheid. Het beste is om geen van de clichés te kiezen, maar omwille van een duidelijke uitleg van de uitwerking doe ik dat nu wel: Ricky vindt zijn uiterlijke kenmerken zo vreselijk dat hij denkt geen vriendschap waard te zijn. Kan ik zijn uiterlijk anders maken dan dat van een cliché nerd? Zeker: Ricky’s gezicht is ernstig verbrand. Dat kan je later vast nog in je verhaal gebruiken: ongetwijfeld heeft Ricky daar een trauma aan overgehouden.

De verlegen clichénerd Ricky is nu een tiener die nog steeds eenzaam, verlegen en hongerig naar kennis is, maar dan vooral op het gebied van Frans, psychologie en muziektheorie. Hij kan goed sporten en heeft geen bril. Zie jij de clichématige nerd hier nog in terug? Het ronde personage Ricky is echter wel ontstaan door eerst goed stereotypen en clichés onder de loep te nemen die passen bij zijn omstandigheden en het verhaalthema.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage veel pech heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage veel pech heeft?

Je verslapen op de dag dat je een belangrijk sollicitatiegesprek hebt, of net een dag te laat achter een aanbieding voor een droomvakantie komen. Pech overkomt iedereen wel eens, dus ook je personage. Dat houdt je verhaal dynamisch, dus zorg vooral dat het je personage niet altijd meezit. Maar zodra je personage veel pech gaat krijgen, moet je gaan oppassen.

Wat is veel pech?

In dit artikel wordt gesproken van veel pech op het moment dat er één van de twee dingen voorkomt:

*Er ontstaat een domino-effect aan pech: je verslapen voor dat ene examen en daardoor zakken betekent geen propedeuse meer en dus een verplichte studiestop en jarenlange studieschuld.
* Je personage overkomt pechsituatie na pechsituatie, zonder dat het ruimte krijgt om even adem te halen: Oma overlijdt, een maand later volgt ontslag, weer drie weken later is er knallende ruzie met de beste vriend en twee weken daarna wordt een vakantie afgeblazen.

Houd bij een domino-effect je verhaalthema goed in de gaten. Een domino-effect is soms heel logisch en realistisch. Andere keren is het onnodig dramatisch, wat de lezer enorm irriteert. Stel jezelf daarom de vraag: “Wat wil ik hier symbolisch gezien mee zeggen?” Als je van elk ‘dominosteentje’ een antwoord krijgt dat aansluit op het thema van je verhaal, zit je goed. Als het geen symbolische waarde heeft, schrijf dan een pechgeval minder.

Het tweede scenario slaat meestal terug op de veerkracht van je personage. Hier wil je laten zien hoeveel je personage mentaal aankan. In theorie kan je dit zo bont maken als je wil, want iedere tegenslag zegt iets over het karakter van je personage. Hoe reageert het op rouw? Heel anders of hetzelfde als teleurstelling? Dit soort zaken zijn een hele mooie show, don’t tell voor het leren kennen van je personage.

Is er ook iets als te veel pech?

Natuurlijk heeft pech ook zijn grenzen. Ga bij een domino-effect aan pech na wat nog logisch is. In theorie kan alles: er overlijden miljoenen mensen omdat één persoon is neergeschoten, zoals in de Eerste Wereldoorlog. In zo’n extreem geval moet je dit domino-effect aan pech je overkoepelende thema maken om je verhaal nog geloofwaardig te houden. De lezer mag niet denken dat de schrijver (onnodige) drama aan het verhaal toevoegt. Stop met dominosteentjes plaatsen zodra er een belangrijk plotpunt in gang is gezet.

Kijk bij het tweede scenario op welk vlak je personage precies veerkracht moet krijgen. Eindeloos kunnen opstaan levert een stoere held op. Maar als je personage moet leren om te kunnen opstaan na een periode van rouw, heeft het weinig zin om hem zijn huis uit te zetten. Kies de pechmomenten goed uit en selecteer ze op relevantie. Want hoe belangrijk veerkracht ook is voor een goed verhaal of personage, uiteindelijk wordt dat ook weer veel van hetzelfde en gaat dat ook vervelen. Tegenslag vormt (op zichzelf) geen plot, personageontwikkeling doet dat. Gun je personage na twee, maximaal drie flinke tegenslagen daarom ook een moment van rust. Een moegestreden personage kan het plot namelijk op slot zetten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Werken met stereotype kenmerken: deel 1

Schrijven met stereotypen werkt niet goed voor je verhaal. Maar soms heb je een personage dat een stereotype kenmerk heeft vanwege bijvoorbeeld zijn beroep of zijn rol in het verhaal. Hoe schrijf je dan over dat personage zonder er een karikatuur van te maken?

Wat maakt een stereotype?

Een stereotype is een karaktertrek of een omstandigheid die je zo vaak bij een personage met een bepaalde achtergrond ziet, dat het niet meer origineel of zelfs storend is. In dat opzicht verschilt een stereotype niet veel van een cliché. Ze worden allebei gebruikt om een lezer makkelijk en snel een kant en klaar beeld van een personage te scheppen.
Ik maak in dit artikel omwille van de leesbaarheid een onderscheid:

* Een cliché wordt ingezet om een makkelijker beeld te schetsen voor de lezer wat er speelt en wordt daardoor saai om te lezen, of zelfs aanstootgevend;
* Een stereotype maakt noodgedwongen gebruik van clichés om bepaalde vereiste eigenschappen logisch aan een personage te koppelen.

Verantwoording voor de woordkeuze

Ik definieer cliché al jarenlang als ‘iets storends wat een lezer uit het verhaal haalt’. Bovendien geeft de definitie van van Dale iets soortgelijks aan. De officiële definitie van stereotype heeft een net iets neutralere klank. Die suggereert bovendien dat het van zichzelf óók een cliché is. Vandaar deze keuze en afweging. Ik ben me ervan bewust dat stereotype nog steeds niet het fijnste woord is om te gebruiken als gaat om mogelijke eerste stappen van het ontwikkelen van een personage.

Uitgangspunt van een cliché

Een cliché leest niet fijn, het is wel een effectieve manier om je verhaalomstandigheden snel duidelijk te maken:

Je schrijft over een alleenstaande bijstandsmoeder neemt een cliché als uitgangspunt: je wil je verhaal makkelijk te begrijpen maken en snel kunnen starten met het plot. Dan zeg je tegen je lezer indirect iets als:
“Je kent het wel: echtgenoot was een eikel die haar verliet voor een jongere vrouw, die sowieso al nooit naar zijn kinderen omkeek omdat hij te druk was met de zaak. Nu zit hij met zijn nieuwe vlam op een cruise naar Barbados en de moeder met een stapel aanmaningen, depressief en in continue stress.”

Klinkt het neerbuigend? Dat is het ook. Als je uitgaat van clichés, neem je zowel je verhaal als je personages niet serieus. Je zou alleen op op deze manier van werken over moeten gaan als je ooit twintig korte verhalen in een week moet schrijven voor een uitgever die meer geeft om kwantiteit dan kwaliteit.

Uitgangspunt van een stereotype

Als je de werkwijze van een stereotype aanhoudt, kijk je heel feitelijk naar wat je personage is en wat dat betekent of voor gevolgen moet hebben. Een bijstandsmoeder:
* heeft niet veel geld: er zit een maximumbedrag aan het vermogen dat je mag hebben voor een bijstandsuitkering;
* kan zich geen luxe gunnen bij een financiële meevaller: als ze haar uitkering aan luxe besteedt, wordt die stopgezet en heeft ze helemaal geen inkomen meer.

Dat is feitelijk gezien alles wat er letterlijk per definitie aan de hand is. Dat heeft ook weer een aantal gevolgen:
* De bijstandsmoeder heeft geen dure spullen;
* Ze woont niet in een duur huis.

Maar dat is ook echt alles, als je je puur aan de feiten houdt. Op deze feiten bouw je vervolgens verder om je unieke personage vorm te geven. Dan ga je je bedenken: als dit de feiten zijn, is het niet onlogisch dat moeder depressief of wanhopig wordt. Dit gaat al redelijk richting het bovenstaande clichébeeld van de bijstandsmoeder. Maar het verschil is dat je hier alert blijft op de vraag: geldt dat ook voor mijn bijstandsmoeder? Misschien is ze ontzettend goed in budgetteren en dol op haar eigen kleren maken. Dan zal ze echt nog wel haar moeilijke momenten hebben, maar dan ligt ze in ieder geval niet meer iedere dag depressief in bed, zoals het clichébeeld van haar schetst.

Aan haar lach kan je niet zien of deze moeder al dan niet in de bijstand zit.
Foto door Jhon David op Unsplash

Het onderzoeken van clichés en stereotypen

Met het onderscheid dat ik binnen deze blogpost maak tussen cliché en stereotype kan je het volgende als vuistregel onthouden:
Een cliché gaat uit van: ‘ieder personage is algemeen en dat is wenselijk voor mijn schrijversgemak.’
Een stereotype gaat uit van: mijn personage is in een bepaalde basis algemeen, puur omdat dat nodig is voor een goede fundering.’

Volgens mijn (tijdelijke) definitie van een stereotype, moét je wel van een stereotype uitgaan; je kan geen verhaal schrijven over een bijstandsmoeder als je ontkent dat ze arm is, of als je continu om de hete brij heen draait. Daar wordt je verhaal rommelig, verwarrend of ongeloofwaardig van, of allemaal.
Je kan met de beste bedoelingen de bijstandsmoeder in een positiever of ander daglicht willen zetten, het helpt niet om dan op valse voorwendselen te beginnen en een eigen draai te geven aan de feiten – feiten heten niet voor niets zo-. Interpretaties kun je loslaten op allerlei manieren waarop je je verhaal inhoudelijk invult.
Bovenstaande kan eng of verkeerd voelen: je wil je personage per slot van rekening niet verlagen tot een algemeen figuur. Maar dat doe je niet, want dan zou je volgens het principe van een cliché werken. Het lijkt misschien een paradox, maar om je personage niet tot een cliché te reduceren, moet je weten welke factoren daaraan bij kunnen dragen. Als je weet welke dat zijn, kan je die (storende) elementen later wegstrepen: dat gaat jouw personage niet doen! Dompel je eerst onder in de clichés en stereotypen zoals gedefinieerd door de van Dale, zodat je weet hoe je ze kan vermijden.

Help! Is mijn personage een stereotype?

De hypocriete, moraalridder- en doorgeslagen trope heb je met bovenstaande kennis waarschijnlijk al een kopje kleiner gemaakt. Dat is al een goede start om storende clichés te vermijden. Maar dan heb je nog steeds een aantal stereotype kenmerken op je lijstje staan. Geen nood: hier schrijf ik hoe je met de stereotype funderingen een interessant en prettig personage maakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage nieuw is in een groep?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage nieuw is in een groep?

Als je personage nieuw is in een groep, biedt dat een schat aan mogelijkheden. Of het nu een vriendengroep, klas, familie of de werkvloer betreft, je kan deze gelegenheid gebruiken om je verhaal een enorme vaart te geven. 

De eerste indruk 

Een eerste indruk zegt heel veel. Gebruik dat in je voordeel in de breedste zin van het woord. Denk aan de omgeving. Is het huis van de schoonouders spic en span? Dan kan jouw minder opgeruimde personage zich misschien al een beetje ongemakkelijk voelen als hij binnenkomt. Eerste momenten of indrukken verlenen zich prima om een omgeving te omschrijven.

En wat dacht je van de manier waarop je personage in de groep komt? Is zij hartelijk uitgenodigd door haar nieuwe buren om gezellig mee met de buurt te gaan kamperen? Dat verschilt nogal met ontvoerd worden en als krijgsgevangene te worden opgesloten. Dan maak je op een heel andere manier kennis met je lotgenoten. 

Goed in de groep?

Extravert en introvert: je bent dol op gezelschap of juist iets meer op jezelf. Het geeft een indicatie hoe iemand in een groep ligt, maar waak ervoor dat je je daar niet blind op staart. Als je dat doet, wordt je personage eendimensionaal. Leg liever uit waarom dat zo is. De eerste indrukken die je personage opdoet, betekenen in dat opzicht veel meer. Je extraverte beurshandelaar kan zich alsnog niet op zijn gemak voelen bij een grote groep extraverte boeren: de interesses schelen te veel. Een bijkomend voordeel van dit waarom uitschrijven, is dat de lezer meteen wat meer diepgaande karaktereigenschappen van het hoofdpersonage te weten komt. 

Doel van de groep 

Als je de moeite doet om nieuwe personages te introduceren, verwacht de lezer min of meer vanzelf dat die een grote(re) rol in je verhaal gaan spelen. Bedenk dus waarom je personage (juist) in deze groep terecht komt. Vaak heeft dat iets met het verhaalthema te maken. Komt hij bij een fijne schoonfamilie, dan is dat bijvoorbeeld ‘erbij horen’. Zijn de nieuwe collega’s tirannen die erop uit zijn om hem te kleineren, dan is dat iets als ‘scheve machtsverhoudingen’. Gebruik dit moment om je thema een subtiele spotlight te geven. 

Startpunt duidelijk maken 

De mensen die je personage tegenkomt bevestigen een bepaald wereldbeeld, of trekken dat in twijfel. Ze zorgen voor een springplank van fijne mogelijkheden of blokkeren je personage in zijn groeiproces. Hoe dan ook, een nieuwe ontmoeting betekent een nieuwe inslag in je verhaal. Een groep heeft een bepaald doel of een bepaalde dynamiek die onherroepelijk iets in gang zet voor je personage. 

Komt je personage bij een groep fanatieke zwemmers, dan krijgt je personage waarschijnlijk ook de ambitie om sneller te leren zwemmen. Hij wordt ook somber van die groep neerslachtige mensen. Of hij doet er juist alles aan om weer wat optimisme in de groep te brengen. 

Hoe dan ook is de nieuwe groep een aanleiding om een nieuw spreekwoordelijk hoofdstuk in je verhaal te beginnen. Als je voor jezelf duidelijk hebt waar dat hoofdstuk naartoe moet leiden, kan je makkelijker over de groep(sdynamiek) schrijven. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfprompt: wat staat er op het menu?

Ik zag een reclame voor een Gordon Ramsay programma en dacht: wat kijkt die vent toch altijd vreselijk zuur. Niet veel later dagdroomde ik over wat ik op mijn pas geboekte vakantie allemaal voor lekkers zou kunnen eten. Er begon iets te dagen. Ik krabbelde snel iets in mijn opschrijfboekje en voilà: inspiratie. Ik heb het verder uitgewerkt. Hopelijk doe jij daar nieuwe verhaalideeën mee op. Veel schrijfplezier!

Gordon Ramsay

Het idee begon met een reclametrailer voor het programma ‘Oorlog in de keuken’ van topchef Gordon Ramsay.
Er zit een vaste verhaalstructuur in het programma: een restaurant wordt verschrikkelijk gerund, Gordon komt langs, schreeuwt erop los, motiveert, geeft het restaurant een make-over en het restaurant floreert weer of gaat definitief dicht. Ik heb weinig met dat programma op. Zoals die man kan schreeuwen en zuur kan kijken…
Wacht eens… Gordon is een kok. Zuur is een smaak. Smaak + kok = lekker eten. Verhaalstructuur…Wat kunnen een verhaal en lekker eten met elkaar gemeen hebben?

Vakantievoorpret

Voorpret bij een vakantie is voor mij ook echt de halve pret en ik ben dol op lekker eten. Toen ik mijn vakantie had geboekt, ging ik daarom al snel kijken wat de culinaire specialiteiten op mijn bestemming zijn. Ik kwam erachter dat daar een multiculturele keuken is, met talloze ingrediënten en smaken.
Multicultureel, verschillende smaken, zuur kijkende Ramsay, aha! Ik heb geen idee hoe de laatste puzzelstukjes zijn gevallen, maar ik besefte opeens: je kan een verhaal bedenken met een restaurantmenu!

Kijk maar eens naar deze tabel en de achterliggende narratieve symboliek die je op een menukaart kan vinden:

In een menu betreft het In een verhaal vertaalt zich dat naar
voor- hoofd- en nagerechteen begin, midden en eind van een verhaal
smakende beleving of gevoelens bij gebeurtenissen: zoete dromen, bittere scheiding
culturele origine van een gerecht* (culturele) normen en waarden: een verhaalthema
* de plaats waar het verhaal zich afspeelt
aantal calorieën hoe ‘verteerbaar’ is het verhaal? Is de toon licht, of juist heel zwaar?
de prijs van het gerecht in wat voor sociaal-economische omgeving speelt het verhaal zich af? Hoe duurder het gerecht, hoe hoger de status of het milieu van je personage is.
De ingrediëntenwat zegt dat over je personage of de omgeving van het restaurant? (Dat het op de kaart staat, of dat je personage voor een bepaald ingrediënt kiest)
Enkele voorbeelden:
* als het vlees op de kaart halal is, dan heb je een islamitisch personage, of staat het restaurant in een islamitisch land;
* aardappels of friet wijzen vooral op het westen, rijst en noedels meer op het oosten van de wereld.

De meeste dingen zullen voor zich spreken, andere zaken licht ik wat meer toe.

Smaken

Er zit een heel groot verschil tussen zoete kersen en mierzoete suikerspin. Als jij zegt een verhaal te schrijven op basis van een suikerspin, verwacht ik een klef stel. Kijk eens of je voor jezelf dat soort verhoudingen kan gebruiken om een gerecht om te zetten naar een element voor je verhaal. Natuurlijk kan een gerecht of voedselsoort ook bepaalde beelden oproepen, zoals een meisje dat eerder genoemde zoete kersen in een schortje bewaard na het plukken. Een idee voor je hoofdpersonage?

Culturele origine van een gerecht

Wie stamppot zegt, zegt Nederland. En wat zegt Nederland nog meer? Je kan hier alle kanten mee op. Vul bijvoorbeeld het welbekende zinnetje ‘Denkend aan Holland’ aan. Ongeacht wat er naar boven komt drijven, het kan allemaal aanleiding geven voor een nieuwe brainstorm. Hou je opschrijfboekje paraat!
Je kan ook kijken naar bepaalde culturele normen en waarden die een land heeft. Die kan je opschrijven in een woordenweb, of je kan de culturele dimensies van Geert Hofstede nalezen. Daar schreef ik in deze blogpost al uitgebreider over.

Voor-hoofd-en nagerecht

Je kan voor-hoofd-en-nagerecht gerust combineren, maar let er dan wel op dat je de symboliek niet te letterlijk gaat nemen. Ik denk niet dat iemand op het idee zou komen om te beginnen met een garnalencocktail, als hoofdgerecht een suikerspin te nemen en af te sluiten met zeer sterke koffie…
Maar in een verhaal zou het symbolisch wel passen. De garnalencocktail zou symbool staan voor de plaats waar het verhaal begint (een kustgebied) vervolgens gaat het middenstuk over een kleffe romance, en eindigt het zeer bitter wanneer het stel uit elkaar wordt gedreven.
Ook kan een patatje oorlog plotseling een stuk minder calorieën tellen…

Je kan uit dit menu veel inspiratie halen, maar je maakt het jezelf erg lastig als je elk element daarvan meeneemt om een geheel van te maken. Kies een paar menu-elementen om het overzichtelijk te houden voor jezelf: Japans gerecht + veel calorieën = zwaarbeladen samoeraiverhaal

Laat je niet te veel beperken door de woorden menu en restaurant. Als je ergens een selectie aan eten of drinken kan krijgen waar je voor moet betalen, heeft het een menu! Dus dan kan je ook kiezen uit het assortiment van een:
* take-out koffiezaakje;
* fruitboer op de markt;
* snoepautomaat;
* de verschillende toppings voor op je hotdog bij de hotdogkar op straat.

Ook het type restaurant kan je al het een en ander vertellen.

Om je op weg te helpen heb ik al een aantal dingen op mijn menu gezet. Schrijf smakelijk alvast 🙂

Eten! Wat voor verhaal kan je daarvan maken? Foto van Rumman Amin op Unsplash

À la carte menu verhaal en taal

Baklava €€€€ — Geniet van een zoet zwijmelverhaal in de hogere Arabische kringen
Broodje bal van wegrestaurant ‘de asfaltvreter’ — Ga met Ton mee op zijn truckersavonturen
Pikante cocktails op een dakterras — Deze avond gaat in de slaapkamer verder en is morgen weer vergeten…
Zeer pittige Mexicaanse kip — Een drugskartel in Mexico doet dingen die het daglicht niet kunnen verdragen
Champagne € van restaurant ‘de gouden vork’ — Dit zakenetentje loopt anders dan de hoge pief had gedacht…

Buffet verhaal en taal

Om zelf een heerlijk verhaal van te maken:

* licht verteerbaar eten in een Ierse pub
* zwaar verteerbare zuurkool €€€€
* een koosjer feestbuffet
* Croissant €€ van een Parijse bakkerij
* zoete maïs op een stokje € van een straatverkoper in Amerika

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verslaafd is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verslaafd is? 

Vooropgesteld bij dit artikel: verslaving is een serieus en complex onderwerp. Als je daarover wil schrijven, zou ik je aanraden een (ervarings)deskundige te vragen je informatie te geven of jouw eigen informatie op waarheid te controleren. 

Zoals altijd moet je als je schrijft onderzoek doen, maar bij verslaving is dat veel meer dan alleen weten dat iemand zich ongemakkelijk gaat voelen wanneer hij niet over zijn middel beschikt. Juist omdat het thema verslaving zo populair is in films en boeken, is het makkelijk om te denken dat je daar al voldoende over weet. Terwijl niets minder waar is. 

Verschil in verslaving

Verslavingen brengen altijd heftige gevolgen met zich mee, maar iedere verslaving heeft andere (bij)verschijnselen. Neem het verschil tussen een gameverslaving en een drankverslaving. Als je dronken bent, weet je nog nauwelijks wat je doet. Zeker als je een slechte dronk hebt, loop je het risico jezelf en anderen te verwonden. Dat zal bij een game-verslaving niet zo snel het geval zijn.

Zoek uit wat de betreffende verslaving precies voor gevolgen heeft voor je personage. 

Waarom kickt je personage niet af?

´Zoek hulp.´ ‘Stop gewoon.’ Makkelijker gezegd dan gedaan. Wat is de reden dat je personage niet afkickt? Wat voorbeelden:

* Je personage heeft het al vaak geprobeerd, maar het afkickprogramma wil maar niet baten.
* Je personage heeft de middelen niet om de hulp van een ontwenningskliniek te vragen.
* Je personage ontkent verslaafd te zijn.
* Je personage onderschat de ernst van de verslaving en denkt zelfstandig te kunnen afkicken. 

Ieder antwoord geeft een heel andere invulling van het plot. Bedenk wat mogelijke antwoorden over het karakter van je personage kunnen zeggen. Iemand die al talloze keren heeft geprobeerd te stoppen, zal niet door trots worden gehinderd. Een personage dat almaar in ontkenning blijft, kan trots juist als reden hebben om überhaupt niet proberen te stoppen. 

Je kan je vast voorstellen dat de heldenreis en het plot van de trotse ontkenner heel anders uitpakken dan die van de moegestreden verslaafde die van kliniek naar kliniek wordt gestuurd. 

Waarom blijft je personage verslaafd?

Heel zwartwit gezien heeft je personage twee keuzes. Een middel tot zich nemen of dat niet doen. Je personage weet meestal wel dat het beter is om te minderen of te stoppen. Waarom doet hij dit dan niet? Dit is waar specifieke informatie van een verslaving om de hoek komt kijken. Er kunnen talloze redenen zijn waarom het je personage niet lukt. Misschien speelt er wel een onderliggend psychologisch trauma dat je personage niet onder ogen wil zien. Of heeft de verslaving effect op het lijf of de hersens van het personage gekregen, waardoor het hem lichamelijk onmogelijk wordt gemaakt om zomaar te kunnen stoppen. 

Wat doet verslaving met de omgeving?

Je personage heeft altijd geliefden die ook geraakt worden door de verslaving. Vergeet niet om dat ook uit te werken. Laat ook medepersonages eens flink boos of verdrietig worden. Dat heeft weer weerslag op je verslaafde personage. Zo laat je goed zien wat voor invloed een verslaving echt heeft en hoe ver dat kan gaan. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

‘Schrijven is schrappen’ in de praktijk

Als je schrijft, is schrappen onontkoombaar. Maar daarmee starten kan lastig zijn als je dat nog niet gewend bent. Daarom volgt hier een aantal tips. Start met schrappen of help jezelf over de zenuwen heen die je misschien krijgt bij het idee te moeten schrijven als je niet weet waar het verhaal op uit loopt.

De kookwekker

Een vertrouwde techniek van veel schrijvers om een writersblock te voorkomen is om een kookwekker te zetten op tien à vijftien en gewoon te schrijven wat er in je opkomt. Kies vooraf een onderwerp, personage of een situatie en gaan! Nee, dat gaat niet je beste werk worden. Zelfs professionele schrijvers moeten hierna nog schrappen of aanpassen. Maar je kan wel een idee krijgen voor een nieuw verhaal, dus dat is mooi meegenomen. Hier is een opzetje:

Een piccolo is net in dienst. Hij is zonet door een gast uitgescholden en vernederd. De piccolo weet niet of hij dit moet melden aan zijn baas. Misschien is dat wel normaal in de hogere kringen waarin hij nu werkt...

Blank slate techniek

Ik schreef al eerder over wat ik de blank slate techniek noem. Je zet dan iets tussen haakjes en/of maakt het dikgedrukt op het moment dat je merkt dat je ergens in het verhaal vastloopt. Je hebt bijvoorbeeld nog geen idee hoe je iets in moet vullen. Of je hebt al wel een idee, maar het is nog onvolledig:

* Richard wilde iets moois kopen voor Vera: een [iets voor in de woonkamer, want die richt ze op dit moment opnieuw in]
* Toby en Mariska waren een naam voor de baby aan het bedenken. Ze kwamen uit op Todd [andere naam, maar wel iets wat Amerikaans klinkt, ze zijn gek op de U S of A].

Stoplichtmethode

De stoplichtmethode is een handige manier om de waarde van je schrijfsel te beoordelen. Lees het nog eens na. Alles wat er op wat voor manier dan ook uitspringt, geef je een rood, oranje of groene highlight met een markeerstift of in je tekstverwerker. Let op: doe dit alleen met dingen die je opvallen, anders word je gek 😉

KleurBetekenisWat doe je ermee?
Roodronduit slecht Bewaren. Als het je opvalt dat soortgelijke dingen rood worden, is dat een aanwijzing dat je bepaalde schrijftechnieken nog moet oefenen. Om dat in de gaten te krijgen, is het handig als je visueel veel ‘van hetzelfde rood’ kan zien.
OranjeredelijkSchaven. Probeer wat andere technieken uit deze blogpost uit om hem helemaal groen te krijgen.
GroenuitstekendNiks meer aan doen, en jezelf een schouderklopje geven 🙂

Hoewel de stoplichtmethode beter werkt voor een schrijfsprint kan hij -juist daardoor- handig zijn om zicht te krijgen op wat je in teksten moet schrappen waarmee je serieuzer bezig bent.

Wat en waarom kort en krachtig

Een verhaal kan om verschillende redenen spannend of interessant zijn. Maar twee vragen moet je altijd kunnen beantwoorden om je lezer niet te vervelen: ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom dan?’. Ik schreef daar hier al uitgebreider over.
Maar er is een verschil tussen: Truus en Corrie hebben ruzie omdat Corrie Truus heeft uitgelachen toen ze uit de boom viel en Truus en Corrie zijn al dagen aan het bekvechten omdat Truus jaloers naar Corrie had gekeken toen ze zag hoe zij in een metershoge boom klom. Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen, maar ze viel en beweerde dat dat kwam omdat ze nog overstuur was geweest van de dode muis die ze bij de boom op de grond had zien liggen. Ze probeerde het opnieuw, maar viel keer op keer weer uit de boom. Nu lacht Corrie Truus uit en scheldt Truus Corrie voor vuurtoren.

Bedenk hoeveel of hoe weinig woorden je aan een scène moet besteden. En waar gaat het eigenlijk om? De woedende Truus, of de ruzie tussen haar en Corrie?
Foto: https://counselling-matters.org.uk/

Soms werkt deze uitgebreide(re) beschrijving, soms juist niet. Om te voorkomen dat een beschrijving een infodump wordt, kan je deze punten nalopen:
* Is bepaalde informatie overbodig? –> Die muis, misschien? Dat ligt eraan of Truus iemand is die vaak smoesjes verzint. Zo ja, dan is het een show don’t tell, zo nee, dan is deze toevoeging inktverspilling;
* Zijn bepaalde bijvoeglijke naamwoorden overbodig? –> de metershoge boom: het gaat erom dat Truus niet kan klimmen;
* Kan je informatie spreiden over meerdere pagina’s of hoofdstukken? Dan kan je het hier beter schrappen om te voorkomen dat je tekst volgepropt overkomt;
* Kan je bepaalde bewoordingen schrappen/ inkorten? —> Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen –> Truus beweerde te kunnen klimmen/ Truus beweerde wel degelijk te kunnen klimmen/ Truus beweerde een goede klimster te zijn. Al deze opties schelen een aantal woorden. Lees hier waarom een paar woorden meer of minder op de lange termijn een verschil kunnen maken.

Moet de lezer dit zien?

Zowel bij het beschrijven van een personage of een ruimte als bij het vertellen van een gebeurtenis is het goed om te bedenken of de lezer dit daadwerkelijk van dichtbij moet zien of meemaken.
Als iemand pasta wil maken maar geen groenten heeft, voldoet Hij ging naar de groenteboer toen hij merkte dat er geen tomaten meer waren. Je kan het misschien zelfs helemaal weglaten. Het is dan niet nodig om te beschrijven hoe je personage door de straat sloft en uiteindelijk tomaten afrekent. Hetzelfde geldt voor meubels in een kamer: als de bank de blikvanger is, ga dan niet ook nog alle andere meubels met tien woorden omschrijven.

Als je wil testen of informatie het zien waard is, vergelijk het dan met een seksscène. Als je personage seks wil is het prima of soms zelfs nodig om te omschrijven wat er tussen de lakens gebeurt. Maar heeft de seks geen functie voor het verhaal, dan voelt die scène vaak ongemakkelijk of lijk jij als schrijver aandachtsgeil. Dat soort hitsigheid werkt nooit voor een verhaal, of het nou over seks gaat, over de inrichting van een ruimte of een tripje naar de groenteboer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een kind is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een kind is?

Als je in een verhaal voor volwassenen over een kind schrijft, houdt het dan realistisch en verfrissend. Dat is moeilijker dan het in eerste instantie lijkt. Dit artikel geeft wat tips voor schrijven over kinderen van nul tot twaalf jaar. 

Clichés om te vermijden als je over kinderen schrijft

In verhalen voor volwassenen worden kinderen vaak gebruikt voor snelle symboliek in plaats van dat er (realistisch) in hun belevingswereld wordt gedoken. Dat is niet per se erg, want als je hoofdpersoon een volwassene is, is het kind al snel een medepersonage. Dan werk je dat per definitie al minder uitgebreid uit. Maar waak ervoor dat je een kind niet reduceert tot iemand die:

* medelijden moet opwekken (“Ach, dat arme kind met kanker.” “Het is vreselijk dat die man dakloos is. Het is al helemáál erg dat hij ook nog een kind heeft in dezelfde situatie.”)
* onschuld moet portretteren (“Kijk Frenkie en Abdel eens lief spelen in de zandbak. De wereld is niet alleen maar slecht…”) 
* het verhaal ‘zoeter’ maakt door louter in het verhaal aanwezig te zijn (“Die strikjes in het haar van Lizzy zijn zó schattig! Zoiets vrolijks had ik nodig in mijn leven na net gedumpt te zijn…”)

Als je dit subtiel doet, kan dat prima. Maar bedenk dat kinderen óók volwaardige personages (kunnen) zijn, niet slechts een lopend uithangbord voor bepaalde verhaalthema’s. 

Wat een kind niet kan 

Kinderen zijn volop in ontwikkeling. Hier zijn een aantal mijlpalen in de mentale ontwikkeling. Zo krijg je een beter idee van hoe een kind de wereld inkijkt. 

  • Vanaf een jaar of twee herkent een kind emoties bij anderen (“Als mama huilt, is ze verdrietig.”)
  • Als een kind zo’n vijf jaar is, kan het zich daadwerkelijk in anderen verplaatsen (“Als ik iets doe of vindt, wil dat nog niet zeggen dat jij er ook zo over denkt.”) Tot die tijd is een kind egocentrisch in de taalkundige zin van het woord. 
  • Tot een jaar of vier, vijf, ziet een kind geen rassenverschil. Het herkent wel degelijk verschillen in huidskleur of de hoogte van jukbeenderen, maar ziet dat dan nog heel feitelijk. Een beetje zoals bij oogkleur. Iemand heeft nou eenmaal bruine of grijze ogen. Pas na die leeftijd gaan ze ook zien dat een andere huidskleur of hoogte van jukbeenderen iemand ook echt anders maakt van ras. 
  • Kinderen krijgen pas laat begrip van abstractie. Zowel bij beelden als bij begrip. Dat begint een beetje rond tien jaar en voltooit zich pas echt als de puberteit begint. 

Lezen over ontwikkelingspsychologie helpt om de wereld en de leeftijd van het kind goed te begrijpen.

Eigen persoontje

Een kind is altijd een eigen persoontje. Dat begint al van baby af aan. Het ene kind van één jaar is al hartstikke koppig, waar het leeftijdsgenootje (nog) aanhankelijk is. En het ene kind van zes is ontzettend behulpzaam, waar het ander een echte pestkop is. Wees héél alert op de valkuil: “Het kind is nog maar X jaar, dus over deze persoonlijkheidskenmerken kan het nog niet beschikken.” Dat is vaker niet dan wel waar. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: de tegenvallende vakantie

De meeste mensen houden van reizen. Tenminste, dat zeggen ze. Als je ze op vakantie stuurt die er heel anders uitziet dan hun ideale plaatje, dan wordt het een ander verhaal. Dit andere verhaal levert een hele goede schrijfoefening op. Je leert er je personage beter door kennen.

Wat kan een reisvoorkeur je over iemand vertellen?

Voordat we beginnen met de schrijfoefening, kijken we eerst naar waarom een reis en iemands voorkeuren daarin een hele goede show don’t tell van je personage vormt. In de volgende tabel staan een aantal voorbeelden:

Je personage is dol opdan is de ideale vakantieen gaat hij waarschijnlijk
luieren een zonvakantie naar Spanje of Zuid-Frankrijk
sporten en avontuuractiefsurvivallen in de Canadese wildernis
cultuurgevuld met musea of culturele festivalsnaar het Louvre en Versaille in Parijs, of naar Sri Lanka tijdens Perahera
Je kan deze tabel ook ‘omdraaien’. Probeer maar! Bedenk zelf wat de uitkomsten zijn als je schrijft wat niet in deze vakjes past voor jouw personage.

Niet alleen de bestemming, maar ook de invulling van de vakantie verklapt op een soortgelijke manier veel:

Je personage wil op zijn vakantie….…en zal daarom……en dit absoluut vermijden
luxeminstens in viersterrenhotels slapeneten van simpele eetstalletjes langs de weg
onvoorzien avontuur met alleen een rugzak bij zichniet veel bagage meenemenveel vooruit plannen
vooral uitrusten en gemak ervareneen reisbureau alles laten regelenzich veel verplaatsen tijdens de vakantie om hectiek te voorkomen

In deze schrijfoefening krijgt je personage vakantie ‘cadeau’ waarin hij beleeft wat hij in de kolom zou schrijven bij dit zou ik vermijden. De zonnebader gaat survivallen en de cultuurfanaat moet heel standaard en ‘cultuurloos’ in een resort blijven. Dan gaat de vakantie tegenvallen. Je kan niet meer lekker ontspannen, zoals je dat van een vakantie verwacht. Het wordt in ieder geval lastiger als je je ergens niet op je gemak voelt of alles je tegenwerkt of je ergernis opwekt…

Heet hangijzer: de wereldwijze backpacker

De wereldwijze backpacker is een heet hangijzer voor deze schrijfoefening. Dit is iemand die dingen zegt als:
* “Ik connect graag met de locals.” No way dat diegene zegt graag de plaatselijke bevolking te leren kennen. Da’s niet hip genoeg…
* “Als jij niet reist met enkel een rugzak, dan reis je niet authentiek en kun je het net zo goed niet doen. Reizen móet je horizon verbreden en een beter mens van je maken.”
* “Ik doe meer levenservaring op dan iemand die in een all-inclusive resort verblijft.”
* “Je mag absoluut geen gids inhuren om je te begeleiden bij een activiteit. Reizen is een avontúúr en gidsen maken alles alleen maar commercieel en steriel.”
* “Vergeet niet mijn reisavonturen te volgen op Instragram.”

“Kijk mij op een fantastische plek staan!” Je kent vast een Instagrammer of Youtuber die zich zo gedraagt.
Ugh…

Het probleem van deze backpacker is dat die over het algemeen inderdaad meer noemenswaardige avonturen beleeft voor een verhaal dan iemand die alleen ligt te zonnen op een strandstoel. De backpacker zegt zich in alle omstandigheden overal ter wereld thuis te voelen, maar dat is niet waar. Als die backpacker met een gerafelde broek en blaren op zijn zweterige voetzolen een vijfsterrenhotel binnenkomt, zal hij ook balen dat de gemiddelde gast daar geen zin heeft om over de zoveelste waterval te praten en meer interesse heeft in de meest recente economische ontwikkelingen. Je kan dus ook een ‘echte avonturier’ voor deze oefening gebruiken.

Wat vertelt een verkeerde vakantiebestemming je?

Schrijf deze tegenvallende vakantie als een kort verhaal uit. Wat gebeurt er? Waarin is dat anders dan wat je personage normaalgesproken wil of najaagt? Als het goed is kom je een hoop waardevolle informatie tegen tijdens deze reis met de nodige hobbels.

Flexibiliteit

Als dingen anders gaan dan gehoopt of gepland, kan je zien hoe flexibel je personage is. Het maakt een groot verschil voor het verlaten van de comfortzone of je personage makkelijk van het oorspronkelijke plan kan veranderen. Denk ook aan hulp vragen als hij in de problemen zit. Durft hij dat, of wil hij naar het advies van anderen luisteren als de werkelijkheid anders uitpakt dan het oorspronkelijke idee? Aan de hand daarvan kan je bepalen wat je moet doen om een passende manier te bedenken waarop je personage zijn comfortzone verlaat. Moet daar veel conflict voor plaatsvinden of hoef je maar met je vingers te knippen voordat je personage in paniek raakt?

Houding naar anderen of ondergeschikten

Er is niets zo makkelijk om tegen de receptionist te schreeuwen en te klagen en hem de schuld te geven omdat jouw kussen niet exact zo zacht was als jij wilde. Met uitzondering van Karen zijn de meeste mensen vaak niet zo extreem. Maar als je moe en geïrriteerd bent, kan het slechtste in je naar boven komen. Kijk eens hoe je personage omgaat met ondergeschikten of anderen in zo’n situatie. Het kan je vertellen dat zij onder de oppervlakte grote frustraties, kromme overtuigingen of vooroordelen heeft.

Blijft je personage beleefd en netjes, dan is zij gewoon een goed persoon. Maar kijk ook in hoeverre zij de kalmte kan bewaren. Wie weet heeft zij net iets te veel weg van een Mary Sue. Iedereen heeft een een limiet wat betreft geduld of vriendelijkheid. Je zal die van je personage vast vinden tijdens deze vakantie. Dat is fijn om op te schrijven in je personagebiografie.

Grootste ergernis en angst

Als de hele vakantie niet volgens plan verloopt, zullen de ergernissen zich opstapelen. Maar wat is de grootste van allemaal? Vaak kan je tussen de regels door ontdekken wat de grootste angst is van je personage. En dat is zeer waardevol, want een verhaal wordt draaiende gehouden door de angst van een personage.
Enkele voorbeelden:

Grootste ergernis Grootse onderliggende angst
moeten eten van straatstalletjesziek worden, er is sprake van ernstige smetvrees
er was niet overal wifibuitengesloten raken of worden (door de thuisblijvers)

Ongetwijfeld zal je nog meer dingen over je personage ontdekken tijdens deze reis. Veel plezier met de oefening!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een eigen leven gaat leiden in je verhaal?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage in staking gaat?

Ergens in het schrijfproces gaat je personage in staking. Je personage is dan zo levensecht aan het worden, dat die een eigen willetje lijkt te krijgen. Als je wil dat je personage in de sloot valt, gebeurt dat altijd. Totdat hij besluit te staken: “Echt niet, dat wil ik gewoon niet!” Wat doe je dan?

Goed luisteren

Je kan zeggen dat het voor het plot nodig is dat je personage in de sloot valt en het protest negeren. Maar daarmee laat je belangrijke informatie links liggen. Want waarom is je personage ongehoorzaam en blijft de sloot onaangeroerd? 

* Is hij bang in de sloot te verdrinken? Dan kom je achter een (belangrijke) angst voor water.
* Wil ze haar dure kleding niet verknallen? Dan weet je vanaf nu dat ze ijdel is.
* Hen is bang gezien te worden door een bekende. Dan staat aanzien waarschijnlijk hoog in het vaandel. 

Door naar je personage te luisteren leer je het beter kennen. Soms kan het zelfs je plot redden en merkt je personage iets op wat jij misschien even was vergeten: “Als ik nu in de sloot val, kom ik te laat op de vergadering en dan kan ik niet de promotie maken die jij voor het plot had bedacht…”

De baas blijven

Luister naar je personage, maar geef het niet zomaar zijn zin. Houd het waarom ook hier goed in je achterhoofd. Waarom wil jij het en en je personage het andere? Uiteindelijk moet jij het grote plaatje bewaken en zorgen dat zaken als je verhaalthema, plot en personageontwikkeling blijven kloppen. Jij bent de schrijver, dus je blijft de baas. Je personage wil de promotie en daarom de eerdergenoemde vergadering niet missen. Maar jouw verhaalthema is de chaostheorie. Sorry, maar het is niet anders, personage: je móet die sloot in vallen, juist zodat je die vergadering gaat missen, geen promotie krijgt en daardoor je baan verliest. 

Een middenweg

Een personage in staking is nooit makkelijk. Je kan de knoop doorhakken en naar jezelf of je personage luisteren, maar je kan ook onderhandelen en een middenweg zoeken. Kan je je personage met watervrees angst besparen door hem tegen een boom te laten botsen met de fiets om de nodige vertraging te creëren? Is de voorzitter van de vergadering ziek, wordt de vergadering daardoor uitgesteld en het ‘hoofdstuk promotie’ op die manier spannend gehouden?

Een verkeerde manier van onderhandelen

Pas op voor deze uitgangspunten bij het onderhandelen; ze leveren slechte resultaten op:

*“Als schrijver heb ik altijd gelijk.” Je las al waarom dat niet zo is.
“*Ik geef het personage wel zijn zin, daar stopt het verhaal niet van.” Verhalen worden gedreven en op gang gehouden door ongemak en conflict, dus je kan een personage niet altijd zijn zin geven. 
*“Ik schrap het hele voorval gewoon.” Als je personage in staking gaat, is dat een seintje dat je iets belangrijks op het spoor bent wat je nog niet voldoende hebt uitgewerkt. Als je dan alles gaat schrappen, loop je het risico om belangrijke informatie over je personage nooit te weten te komen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.