Hoe schrijf je een goed begin van je boek?

Ga aan de gang! Dat is de gouden regel voor een goed begin van je boek. Of beter gezegd: zet iets in gang. Als je dat in je achterhoofd houdt, ontwijk je al een hoop valkuilen voor een slecht begin. Wat zijn die valkuilen en hoe schrijf je wel een goed begin van je boek?

Wat zijn slechte introducties van verhalen?

Er is een aantal dingen die erop wijzen dat je verhaal met een cliché of een storende schrijfwijze start:
* Een (pagina’s lange) infodump;
* Een personage dat zijn dag begint (en daarbij in de spiegel kijkt, waardoor zijn uiterlijk duidelijk wordt);
* Alledaagse gesprekjes met andere personages, zoals over het weer;
* Een personage wakker laten worden uit een droom die bol staat van de symboliek.

Elk van deze manieren zorgt op een bepaalde manier voor een onnodig langzame start van je verhaal.

Hij mag langzaam zijn, de start van jouw verhaal niet.

De introductie-infodump

De infodump is zowel voornamelijk bekend als berucht omdat hij vaak komt opdagen in de eerste pagina(‘s). Wat maakt zo’n infodump eigenlijk zo fout? Het is alsof je dit tegen je lezers zegt: ‘Oké, dit is de eerste bladzijde, dus het verhaal gaat beginnen. Maar voordat het verhaal gaat beginnen, moet je eerst drie pagina’s lezen, voordat de échte eerste pagina begint. Verwarrend, nietwaar? Zo leest een infodump eigenlijk ook: een lezer denkt aan het verhaal te beginnen, terwijl die zich eigenlijk eerst door een aantal pagina’s informatie over het personage heen moet worstelen. Wanneer begint het verhaal dan? Waar gaat het verhaal dan over, of waar gaat het heen?
Daarom werkt een introductie-infodump zo slecht. Als je de lezer belooft met een verhaal te beginnen, moet je dat ook doen. En dat doe je niet door informatie te geven. Daarvoor moet je je verhaal in gang zetten.

Zet het verhaal in gang

Er zijn verschillende manieren om een verhaal in gang te zetten. Zo kun je al dan niet een in medias res schrijven. Je kan net iets meer aandacht besteden aan de gedachten van je personage dan aan de situatie waarin hij zich bevindt, of andersom. Hoe dan ook moet er een aantal dingen snel duidelijk worden. Hier volgt een aantal dingen waar je uit kan kiezen om als leidraad te volgen. Niet alles hoeft (of kan!) in een keer worden uitgewerkt, maar het is wel verstandig om een aantal van deze opties te combineren. Zo is je verhaal meteen vanaf het begin interessant.

Wat is je personage voor iemand?

Zodra je begint met schrijven, heb je waarschijnlijk al een (begin van) een personagebiografie gemaakt. Daarin staan talloze dingen over wat je personage doet vindt, kan en wenst. Het ene is voor jou als schrijver handig om als ‘extraatje’ te weten, andere dingen vormen je personage tot wie hij is en wat hem uniek maakt. Het werkt goed om een aantal van deze elementen vroeg in je verhaal te verwerken. Als het essentieel voor het verhaal is dat je personage erg bang is aangelegd, laat hem zich dan bijvoorbeeld een hoedje schrikken bij het minste of geringste geluid of laat haar zes keer haar tas controleren voor ze deur uitgaat: heeft ze alles wel bij zich? Ze zweet al bij het idee dat ze iets vergeet. Merk op dat deze voorbeelden erg van elkaar verschillen. Je moet weten wat voor jou(w personage) een bepaalde karaktertrek precies inhoudt. Onthoud dat het extra belangrijk is om in deze eerste pagina’s met show don’t tell te schrijven. Als je hier niet meteen laat zien dat je beeldend kan schrijven, zal je lezer je boek na die eerste paar pagina’s waarschijnlijk wegleggen.

Is dit wat je bedoelt met angstig, of bedoelde je iets heel anders? Maak dat meteen duidelijk, anders heeft je lezer een te vaag beeld van je personage.

Wat is de comfortzone en hoe wordt die bedreigd?

In elk verhaal wordt een personage uit zijn comfortzone gehaald; het is een voorwaarde om het centraal conflict in gang te zetten. Het centrale conflict levert de spanning van het verhaal en de groei van je personage. Daarom is het verstandig in in het begin van je boek te schrijven wat de comfortzone is, zodat de lezer een duidelijk ‘startpunt’ heeft. Je personage voelt zich prima bij de rol als eeuwige single. Als hij dan onder druk wordt gezet om op Tinder te gaan of gewoon verliefd wordt, weet de lezer dat dat een uitdaging voor hem vormt.

Verklap al iets over het mogelijke conflict

Met het vaststellen van de comfortzone kan je niet meteen het centrale conflict starten. Dan klopt je schema van save the cat niet meer en wordt het tempo te snel. Je kan echter wel al enkele hints geven. Als je personage absoluut niet wil denken dat zijn auto ingenomen wordt door schuldeisers, laat dan blijken dat dat misschien toch kan gebeuren. Laat een grote stapel onbetaalde rekeningen op de tafel zien aan de lezer of een dierbare zorgen uiten over de financiële situatie. Let wel op: dit soort onthullingen zijn gevoelig voor foreshadowing.

Wat, waarom en hoe wordt er iets in gang gezet?

Neem bovenstaande punten en je bevindingen daarvan mee in de uitwerking van je begin. Zorg ervoor dat je weet waarom je voor bepaalde uitwerkingen hebt gekozen. Je weet wat je ermee duidelijk wil maken: wat je personage voor iemand is, waar hij door uitgedaagd wordt en wat hij moet doen om zijn heldenreis te starten. Als je iets geschreven hebt, kijk of je dan antwoord krijgt op de volgende vragen:
* Wat gebeurt er?
* Waarom gebeurt (uitgerekend) dit (op dit moment)?
* Hoe zet dat andere dingen in gang?
Je moet op al deze vragen antwoord kunnen geven. De lezer hoeft alleen op de eerste vraag antwoord kunnen geven, niet op de andere twee. Dan geef je te snel te veel weg. Maar jij als schrijver moet het weten om zo een duidelijk begin en structuur aan je verhaal te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van het begin van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

De doorgeslagen trope: zo wordt een trope vervelend

Tropes zijn essentieel voor een verhaal. Werk ze goed uit om clichés te voorkomen. Maar soms valt een trope verkeerd, zonder dat het per se een cliché is. Of zelfs zonder dat een schrijver dat zelf wil. Hoe kan dat en hoe kan je dat voorkomen?

Tropes door de tijd heen

Wat belangrijk is om te onthouden is dat een trope zelf geen standaard invulling heeft. Een vrouw die carrière maakt is een trope. Of ze dat doet door hard te werken of door het aan te leggen met de hoge heren van het bedrijf, dát is de invulling ervan. De invulling van een trope is aan populariteit onderhevig. Neem de trope van het lelijke eendje.
Verschillende decennia geleden kon je talloze films kijken en boeken lezen over het onaantrekkelijke, nerdy meisje dat plotseling de knapste jongen van de school kon krijgen, zodra ze haar bril en beugel thuisliet en een hippere garderobe uitkoos. Die trope zal nu bij de meeste mensen niet meer in goede aarde vallen. Maar de lelijke-eendje-trope is daarmee niet verdwenen: het nerdy meisje zal nu misschien toch met de knappe populaire jongen aan kunnen pappen als zij hem bijles geeft. Dan komt hij erachter dat een goed stel hersens ook best aantrekkelijk kan zijn.

Wie weet waarover zij met haar knappe vriend aan het chatten is… 😉 Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Een oude trope onderuit gehaald

Wat je de laatste jaren veel ziet, is dat de ‘nieuwste standaarden’ van bepaalde tropes zich vooral ontwikkelen om de ‘oude standaarden’ onderuit te halen. Dat gebeurt omdat de oude tropes vaak storend zijn: ze botsen vaak met de huidige algemeen maatschappelijke overtuigingen. Neem het lelijke eendje: de boodschap dat een meisje zich voor een jongen mooi hoort te maken alvorens ze ‘recht’ heeft op sjans is niet meer van deze tijd. Dus wordt de trope als het ware omgedraaid: de populaire jongen valt uiteindelijk toch voor het nerdy meisje en haar uiterlijk is daar uitgesproken niet de oorzaak van: dat is haar intelligentie. Zo kan een trope een nieuwe associatie oproepen, of kunnen er totaal nieuwe tropes ontstaan.

Nieuwe tropes, nieuwe problemen

Waar het met nieuwe tropes mis kan gaan, is dat ze teveel aandacht vestigen op hoe nieuw (en daarmee hoe verademend) ze zijn. Ze zijn zo bezig met afstand nemen van de oude moraal, dat er twee dingen vaak voorkomen:
* Ze worden hypocriet;
* Ze worden gedegradeerd tot irritante moraalridders in plaats van van mogelijk inspirerende middelen om een discussie te starten of gaande te houden. De trope wordt het daarmee het belangrijkste van het verhaal, in plaats van het bouwsteentje voor een verhaal dat een trope hoort te zijn.

De hypocriete trope

Het duidelijkste voorbeeld van een hypocriete trope is een bepaalde invulling van de ‘sterke vrouw’: Ze heeft geen man nodig om de held van het verhaal te zijn en leidt een internationaal bedrijf. De gedachte achter deze trope is vaak: ‘Het werd wel eens tijd dat sterke vrouwen meer op de voorgrond komen, want de jaren vijftig en het aanrecht als enige recht van de vrouw is nog niet zo lang geleden. Vrouwen kunnen ook stoer en sterk zijn.’
Tot zover is alles oké. Maar dan wil de trope té graag bewijzen dat de vrouw – in tegenstelling tot de ‘oude rol’ van de vrouw- zich niet laat definiëren door een man en vooral niet zwak is. De vrouw krijgt een hoge positie, blaft alle mannen af en geeft ze nooit het woord in de vergaderingen: ‘want jullie mannen zijn nog niet zover vooruit in het maatschappelijk gedachtegoed als vrouwen; jullie bijdrage is onbelangrijk.’
Uh… wat was er ook alweer zo storend aan de oude trope waarin een man een hogere positie bekleedde dan een vrouw…?

Als dit het vereiste voor een vrouwelijke baas zou zijn, werk ik liever voor een man…

Nog een voorbeeld is de ‘beste vriend’ die geen relatie heeft met een vriendin en zegt dat ze zich goed door mannen moet laten behandelen. Dan valt de vriendin op Joe Sixpack. Beste Vriend blijft maar doorgaan over hoe ‘dat soort mannen’ vrouwen slecht behandelen en dat ze een domme tut zou zijn om met ‘zo’n type’ te daten.
Toevallig is deze Joe lief voor zijn vriendin: hij mag dan wel een wasbordje hebben, hij zegt in ieder geval niet dat ze een domme tut is als ze met een bepaald type zou daten…

De moraalridder

Een ‘nieuwe trope’ kan zo overweldigend worden ingezet ten opzichte van het verhaal dat die niet langer een boodschap overbrengt, maar een moraalridder wordt. Als jij zegt dat je een vrouw als de slechterik-schoppende held niet per se een interessant verhaal vindt, kan je worden beschuldigt van ‘sociaal maatschappelijk achterlopen’, omdat je vrouwen niet de voorgrond wil geven. Terwijl dat het punt helemaal niet was: jij vond het gewoon niet oké dat de trope het verhaal ging overnemen. Je wil een vrouw zien die een centraal conflict aangaat. Niet een vrouw die als Mary Sue met pistolen uitgerust een hele terroristenbende stopt.

De hypocriete trope voorkomen

Je kan de hypocriete trope vrij eenvoudig voorkomen: vergelijk het oude niet met het nieuwe. Concentreer je op wat jouw trope volledig zelfstandig uit moet dragen. Als je iets uitwerkt op zo’n manier dat je lezers ermee weglopen, is er geen noodzaak om beter te zijn dan een ander verhaal, trope of personage. Dan heb je je doel namelijk al bereikt: dat je tekst je lezers raakt. Bovendien kan je de trope zo creatief blijven invullen. Ja, je vrouw mag nog steeds de superheldin zijn. Maar hoezo is ze dat niet meer als ze als huisvrouw met één doodziek kind en nog drie andere kinderen een huishouden draaiende kan houden? Dat is ook sterk! Maar dat zou volgens de ‘nieuwe trope’ bijna niet meer mogen, want de vrouw moet immers nooit (financieel) afhankelijk zijn van een man…
Als je tropes niet meer met elkaar vergelijkt, zal jouw trope ook geen moraalridder worden, omdat die niet als doel heeft om te overtuigen, maar om te inspireren.


Ik zal niet zo’n vervelende vrouw zijn als die in het voorbeeld als je me inschakelt voor manuscriptredactie 😉 Kijk eens in mijn webshop.

Hoe maak je een ruzie nuttig voor het plot van je verhaal?

Als je schrijft, vliegt de term centraal conflict je om de oren. Maar een conflict is in schrijversland niet altijd hetzelfde als een ruzie. Maar je moet wel proberen van een ruzie een goed conflict te maken, voor een vlot verhaalverloop. Hoe zit dat precies?

Ruzie en conflict in een verhaal

Zoals je waarschijnlijk weet, is een conflict essentieel voor een goed lopende verhaallijn. Tegelijkertijd betekent de term ‘conflict’ in de schrijverswereld niet meteen dat er ruzie is.
Een ruzie heeft geen speciale betekenis in de schrijverswereld. Dat is het principe dat mensen schelden, vechten, schreeuwen of het alles behalve met elkaar eens zijn. Maar een ruzie moet wel een conflict zijn: het moet in dienst staan van het verhaal en het plot verder helpen. Anders krijg je een eindeloze, saaie en nutteloze welles-nietes-discussie.

Ruzie in een verhaal

Een ruzie is iets dat een leven in meer of mindere mate in beslag kan nemen. Hoe groot of klein de ruzie ook is, het geeft een ongemakkelijk gevoel, dus daar wil je vanaf. En helaas is er voor dat gevoel geen simpel pilletje dat je even kan slikken. Dus als vanzelf ‘moet’ een ruzie worden opgelost.
Een ruzie moet altijd zodanig aflopen dat er iets in gang wordt gezet. Meestal is de ruzie een aanleiding en een aanloop naar een volgende clue. Dat betekent dus ook dat een verhaal niet mag stoppen met een ruzie.
Met een conflict gaat dat net iets anders: een conflict kan slecht aflopen en stoppen. Als je schrijft over een stel dat in relatietherapie gaat, maar uiteindelijk toch gaat scheiden, dan is het ‘verhaal’ van hun huwelijk voorbij en loopt het slecht af. Wat een conflict en een ruzie met elkaar gemeen hebben, is dat ze voor een groei van je personage of een verandering in het plot moeten zorgen.

Een ruzie uitwerken in je verhaal

Voordat je een ruzie op papier laat beginnen, moet je vooral je personages goed kennen. Niemand maakt voor de lol ruzie: het geeft een vervelend gevoel. Daarom moet je vooral weten wat je personage allemaal een naar gevoel kan geven. Lees daarvoor eens de personagebiografie. Daar kan je misschien al het een en ander in vinden. Wat ook kan helpen is de comfortzone te bepalen. Als je weet wat de comfortzone van je personage is en hoe hij daar uit moet komen om het centrale conflict daarmee te starten, ben je ook al een heel eind.

Ruzie en een comfortzone

Een comfortzone heeft als doel om je personage een conflict te laten aangaan. Niets blijft bij het oude; er moet iets gebeuren om een verhaal in gang te zetten. In het geval van een ruzie is deze comfortzone altijd ongemakkelijk; het is immers een ruzie. Bekijk dan eens van wat dichterbij wat er precies aan de comfortzone gaat veranderen en wat je personage daar niet prettig aan vindt. Enkele voorbeelden:
*Er is ruzie over geld. Je personage wil niet uit de comfortzone waarin geld niet zomaar voor handen is;
*Een kind maakt ruzie met haar vader als ze voor straf geen koekje mag. Ze wil niet uit de comfortzone van de belofte van een lekker snackje;
*Bij een vechtscheiding moet er worden beslist bij wie de kinderen voornamelijk gaan wonen. De moeder wil niet uit haar comfortzone als (archetype) rol van de verzorger.

Als je personage dit beeld al haar leven lang al doel heeft, zal zij bij een (v)echtscheiding er alles aan doen om de voogdij over haar kind te krijgen.

Kijk vervolgens hoe de comfortzone tot stand is gekomen. Ook nu kunnen de personagebiografie en de archetype rol van je personage daarover goede aanwijzingen geven. Wat zijn de normen en waarden van je personage? Wanneer en waarom schiet een personage precies uit zijn slof als iemand anders deze levenswijzen als raar of zelfs belachelijk bestempeld? Probeer daar eens met een vergrootglas naar te kijken. Zodra je dat weet, kan je de ruzie inhoudelijk levendiger maken: je weet nu wat er voor het gevoel van je personage daadwerkelijk op het spel staat.

Ruzie en een conflict

Een conflict is dat welbekende principe van vallen en opstaan en steeds dichter bij een oplossing of een einde komen. Als een ruzie dus een conflict is, moet je ervoor zorgen dat de ruzie meerdere ‘lagen’ heeft. Als eerst kijk je naar de oppervlakte: wat zijn de primaire reacties van je personages? Hoe reageren ze op elkaar? Door die reactie komt een volgende laag naar de oppervlakte: “Jij bent ook zo’n rommelkont!” is niet het echte verwijten. Het gaat erom dat de ander niet meedenkt hoeveel extra tijd in het huishouden het de partner kost om extra rommel op te ruimen. Het verwijt is dat de ander ondoordacht handelt. Dan is het dus niet opgelost als de afwas een keer wel is gedaan. Je personages zullen met vallen en opstaan moeten bedenken hoe ze dat dieperliggende conflict moeten aanpakken.

De oorzaak van een ruzie heeft vaak een dieperliggend probleem. Doe daar je voordeel mee: pak de gelegenheid aan om je personage erdoor te laten groeien.

Kijk daarvoor opnieuw naar de personagebiografie, normen en waarden en de comfortzone van je personages en leg ze naast elkaar. Als je ziet dat de irritaties van de echtgenoot hetzelfde zijn als die van de echtgenote, is dat de sleutel tot de oplossing. Werk daar dan naartoe. Maar niet voordat je ziet in wat voor opzicht ze nu van meningen of doelen verschillen. Zo ben je verzekerd van een vallen en opstaan proces. Kijk daarbij ook wat nuttig is voor het groeiproces van de personages. Wat is de heldenreis van de personages? Als een personage moet leren om wat meer naar anderen om te kijken, laat de partner in de ruzie dan gerust, zo niet vooral de praten over hoe in de steek gelaten hij zich voelt. Anders wordt het voor het andere personage ook lastig om de benodigde les te leren. Laat de ruzie dus vooral even -maar niet te lang!- duren.


Hulp nodig bij het uitschrijven van je narratieve conflict? Schakel me in voor manuscriptreactie.

Hoe voorkom je dat je een anticlimax schrijft?

Je kent een anticlimax vast wel. Het is dat moment waarop er een onthulling komt waarvan je denkt: is dat alles? Of erger nog: je verwacht het hele boek om een onthulling te krijgen, zonder dat die er überhaupt komt.
De anticlimax kan al het goede van je verhaal tenietdoen. Dat is vreselijk jammer. Hoe kun je een anticlimax voorkomen?

Waar schrijf je een climax in het verhaal?

Een climax komt vrijwel aan het einde van een verhaal. Dat kun je zien in het schema van save the cat.

Er zit een stijgende lijn in het schema. Dat is als het ware de aanloop naar de climax. Vanaf dat punt wordt alles wat ‘rustiger’ en schrijf je langzaam naar het einde toe. Je kan zien dat de climax in het schema een explosief tekentje heeft. Dat betekent dat er iets belangrijks of spectaculairs moet gebeuren.

Wat is een anticlimax?

Een anticlimax is een climax waarin het bovenstaande save the cat schema op twee mogelijke manieren anders uitpakt:
* In plaats van een lijn naar beneden in te zetten stopt de lijn vrij abrupt.
* De verhaallijn zet door, maar is slechts vlak: er zit geen dynamiek meer in.

De verhaallijn stopt abrupt

Ik gebruik voor deze voorbeelden een sprookje om het simpel te houden.

Assepoester past het glazen muiltje en…
* het muiltje past plotseling niet meer;
* de prins dacht dat een andere mysterieuze vrouw bij het muiltje hoorde. “Sorry Assepoes, maar ik trouw niet met jou, want jij bent mijn droomvrouw niet.”

De verhaallijn verliest aan dynamiek

Het muiltje past Assepoester! Maar dan:
“Ik dacht al dat jij degene was die bij het schoentje paste,” zei de prins.
“Ja, dat was ik,” glimlachte Assepoester.
“Nu ik er eens goed over nadenk… Is het wel slim om te trouwen met een vrouw waar ik precies drie uur mee gedanst heb?” De prins keek Assepoester aarzelend aan.
“Tja, daar heeft u een punt, majesteit…” zei Assepoester zacht.
“Zullen we dan eerst gaan daten voordat we de knoop doorhakken?”

Vervolgens volgt een verslaglegging van het datingleven van Assepoes en Prins, dat niet veel spectaculairder is dan dat van de gewone sterveling. Daar is letterlijk en figuurlijk niets sprookjesachtigs meer aan.

Als Assepoesters verhaal hierop uitdraait, ben je ver afgedwaald van het oorspronkelijke plan…

Een abrupt einde van een verhaal

Een abrupt einde werkt meestal niet, omdat er vragen onbeantwoord blijven. Meestal is dat een van de volgende vragen: ‘En toen?’ of ‘Hoezo?’

En toen?

Het muiltje past Assepoester niet meer. Daar kan het verhaal niet zomaar stoppen. Assepoester gaat waarschijnlijk nog proberen te bewijzen dat er iets van oplichting of een misverstand in het spel is. Dat kan je in theorie laten, maar dat zwakt je verhaal af. Je verandert er namelijk het centraal conflict mee. Het verhaal gaat niet langer (alleen maar) over het grote bal waar het hele verhaal naartoe werkt. Het gaat nu ook nog om het zoeken van bewijslast. Als je op het allerlaatst het verhaal nog een nieuw conflict geeft, wordt de structuur rommelig. Daarover later meer.

Hoezo?

Assepoester is toch niet de droomvrouw van de prins. Hoezo niet? Ze hebben elkaar steeds zwijmelend in de ogen gekeken, en belangrijk nog: daar draaide uiteindelijk het hele verhaal om… Plottwist, daarom! Je kan in mijn desbetreffende blogpost lezen dat een van de belangrijkste regels van een plottwist is: de reden voor een plottwist mag nooit choqueren zijn.
Een andere regel bij een plottwist is: investeren en dan omkeren. Je hebt het hele verhaal in de heldenreis van Assepoester geïnvesteerd en vervolgens gebeurt er iets wat daar totaal niet binnen past. Alles wat ze heeft geleerd en gedaan als heldin van het verhaal wordt uit het raam gegooid. De emotionele mishandeling waar ze jarenlang aan is blootgesteld? Het feit dat ze werd beloond met het bal en aan zichzelf kon bewijzen dat ze wel degelijk iets waard of mooi was? Vergeet dat maar, want de prins is plotseling kieskeurig…. Op deze manier pak je de heldenreis van Assepoester af.
Niet elk verhaal hoeft goed af te lopen, maar de afloop moet wel aansluiten op de heldenreis: de groei die je personage heeft meegemaakt. Stel dat je de prins inderdaad niet voor Assepoester kiest. Dan moet ze op zijn minst:
* met zijn broer kunnen trouwen en zo alsnog een prinses worden;
* verbitterd als huisslaaf voor haar gestoorde familie blijven werken in de wetenschap dat zij meer waard is, omdat de prins haar die ene avond hoe dan ook wel degelijk respecteerde.
Dat laatste voorbeeld is vrij extreem, maar zo zie je dat hoe slecht het verhaal ook afloopt, het groeiproces van de heldenreis niet zomaar genegeerd mag worden.

Een saaie dynamiek bij een anticlimax

Als je anticlimax een vlakke dynamiek in de hand werkt, komt de volledige verhaalopbouw op zijn kop te staan. Een climax is ervoor om het verhaal na een spannend slotstuk langzaam maar zeker af te ronden. Als je dan een heel nieuw conflict (lees: verhaallijn) in dat verhaal verwerkt, wordt alles wat je vooraf hebt geschreven, nogal snel ontkracht of leest het minder vlot.
Als je Assepoester en Prins inderdaad eerst maandenlang laat daten, dan heb je er zo weer een heel verhaal bij. Bedenk: zodra dat verhaal af is, heb je nog steeds één verhaal (het is alleen langer geworden). Wat is in dat langere verhaal het centrale conflict? Assepoester die het hart van de prins moet winnen op het bal, of de prins die uiteindelijk het hart van Assepoester moet winnen in een aantal dates? Allebei de opties zijn mogelijk. Maar als je op het laatste moment in je verhaal van centraal conflict wisselt, dan is de basis waarop de rest van het verhaal staat niet stevig meer.
Als je over koninklijk datingleven wil schrijven, begint het verhaal eerder bij het schoentje passen dan dat het daar eindigt. Zo krijg je een heel ander save the cat schema.
Zorg ervoor dat je weet hebt van je centrale conflict, pak goed uit bij de climax en rond het verhaal daarna af.

Van een anticlimax een goed einde maken? Ik help je: kijk in mijn webshop.

Een verhaal bedenken met een personage als startpunt

Als je een verhaal wil schrijven, komt het regelmatig voor dat je al een idee hebt waar het over moet gaan. Maar soms heb je een personage in gedachten, waar je nog geen verhaal bij hebt. Hoe schrijf je dan een verhaal?

Personage of thema: waar begin je mee?

Een verhaalidee ontstaat vaak vanuit een thema. Dan is het relatief makkelijk om een verhaal en het hoofdpersonage verder uit te werken. Wil je schrijven over de muziekwereld? Dan is je hoofdpersonage een componist of musicus die hogerop probeert te komen. Voilà, een verhaal in de dop. Maar als je heel duidelijk een personage voor je ziet, kan het lastiger zijn om daar een verhaal bij te bedenken.
Je ziet een visser voor je. Dat kan een heel uiteenlopend persoon zijn. Is hij een beroepsvisser die dagenlang op zee ronddobbert? Is het een hobbyvisser die elk weekend bij een vijvertje zit? Of reist hij de wereld over voor wereldbekerwedstrijdvissen?

Leer je personage kennen

Als je een verhaal start met een personage, neem dan de tijd om hem goed te leren kennen. Schrijf zijn personagebiografie uit, maar hou het daar niet bij. Hoe uitgebreid je de biografie ook uitwerkt, je zal je personage op deze manier kennen zoals een dokter een patiënt kent waarvan ze alleen het medische dossier heeft gelezen.
Je zal hem oppervlakkig kennen, maar het daadwerkelijke doen en laten van je personage blijft waarschijnlijk nog een raadsel. Schrijf daarom eerst wat losse scènes over je personage. Maak je niet druk over de kwaliteit van deze scènes: ze hoeven absoluut niet hoogstaand te zijn. Schrijf over iets waarvan jij denkt je personage beter te kunnen leren kennen. Is dat zijn ochtendroutine? Dat is normaalgesproken een cliché, maar dat maakt nu niet uit. Sterker nog, het kan zelfs helpen om over de meest ‘saaie’ dingen van het leven je personage te gaan schrijven. Niemand heeft immers een leven met 24/7 spanning, drama of romantiek. Die momenten zijn eerder de uitzondering dan de regel.

Hoe schrijf je kennismakingsscènes?

Kennismakingsscenes zijn makkelijk te schrijven. Je moet er namelijk nauwelijks tot niet bij nadenken. Als je gaat kennismaken met je personage, doe je dat heel intuïtief. Je kan een kennismakingsscène schrijven voordat je de personagebiografie schrijft, of nadat je dat hebt gedaan. Dat is een kwestie van voorkeur. Het belangrijkste is dat je personage (of zijn omgeving) voor je geestesoog ziet en dan gaat kijken wat er in je opkomt. Meestal werkt het het beste als je voor de kennismaking iets uitkiest dat onlosmakelijk met je personage verbonden is. Als je dus schrijft over een visser, laat de scène zich dan afspelen op zee, bij een meertje of een vijver. Het kan ook helpen om een foto te zoeken van een ijkpersoon of van de omgeving waar je personage vaak is.

Zoek een enkele foto, hou een enkel woord in gedachten, of roep één mentaal beeld op en kijk wat je daarmee kan.

Zodra je enkele houvasten hebt gevonden, kun je daarmee een mindmap maken. Dan ga je nog niet nadenken over wat nuttig is, of dat je associaties zelfs maar logisch zijn. Je brainstormt er gewoon lekker op los! Laten we de bovenstaande foto als voorbeelduitwerking gebruiken. Je ziet op de foto:
* twee mensen die met een hengel bezig zijn;
* een meertje;
* een heuvelachtige omgeving;
* een aantal fietsen.
Dat lijkt op het eerste gezicht maar weinig te zeggen, maar je kunt hier al een aantal dingen bij bedenken of zelfs uitsluiten:
* twee mensen die met een hengel bezig zijn –> zijn dit vader en zoon? Dan kun je bedenken dat de vader misschien wel het archetype verzorger is;
* een meertje –> dit is geen open, woeste zee, dus het gaat hier niet om een beroepsvisser;
* een heuvelachtige omgeving –> ons personage woont niet in Nederland. Waar dan wel? Stel dat deze foto in de Verenigde Staten is genomen, dan heeft ons personage dus hoogstwaarschijnlijk Amerikaanse normen en waarden. Wat kun je daar over bedenken? Wat zegt dat over zijn wereldbeeld?
* een aantal fietsen –> wonen deze personen vlakbij dit meertje? Of wonen ze een eindje weg en zijn ze sportief aangelegd, omdat ze gerust dertig kilometer willen fietsen om deze plek te bereiken?
Je zal merken dat je je personages heel snel en heel goed leert kennen als je op deze manier gaat mindmappen, zeker als je in combinatie daarmee nog enkele scènes uitschrijft.

Kort voorbeeld kennismakingscene

Naar aanleiding van de foto van de visser, kan er iets uit je pen verschijnen als:
Bob gaat elke zondag met zijn zoon Richard vissen. Ze hebben altijd het mooiste plekje bij het meertje. Met hun geheime aas vangen ze altijd de grootste vissen uit het meertje. Op een dag raakt Bob het doosje met dit speciale aas kwijt. Bob schiet in de stress, omdat hij bang is dat zijn vader-en-zoon-uitje minder speciaal wordt zodra er geen grote joekels meer gevangen worden. Richard vindt dat niet erg: het gaat erom dat hij tijd met zijn vader door kan brengen.
Als je deze tekst verder zou willen uitwerken, dan moet er nog heel wat mee gebeuren voordat je hem in je toekomstige verhaal kan plaatsen:
* De tekst is redelijk staccato van toon;
* Geheim aas? Wat is dat nou weer? Aas is meestal zoiets als wormen. Dan zou je het over een geheime wormensoort krijgen. Tuurlijk…
Maar deze simpele scène vertelt je ook een aantal nuttige dingen, die je kan gebruiken om in je personagebiografie te zetten:
* Bob is niet zo stressbestendig;
* Bob heeft die viszondagen hoog in het vaandel staan.
Wat dat geheime aas betreft: wie weet heb je nu al je centrale conflict te pakken
* Er moet nieuw speciaal aas worden gekweekt;
* Er komt een zoektocht naar dat aas.

Trouwens: wie zegt dat een geheime worm niet bestaat? Als je een fantasy schrijft, kan dat misschien wel!

Je kent je personage nu al stukken beter. Lees hier hoe je zijn karaktertrekken kan gebruiken om het centraal conflict echt op gang te krijgen.

Nog meer hulp nodig? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel

Elk verhaal heeft een rode draad, maar ook subplotten. Als je een verhaal tot een mooi geheel wil maken, moet je deze integreren. Dat kun je doen door een subplot in je opschrijfboekje net zo belangrijk te maken als de rode draad. We gaan eerst kijken hoe je die rode draad stevig maakt. Als je dat kan, kan je dat ook voor de subplots.

Let hierop als je een rode draad schrijft voor een verhaal

Als je een rode draad voor het verhaal bepaalt, moet je een aantal dingen in de gaten houden:
* Wat is mijn protagonist voor iemand? (Gebruik daar je personagebiografie voor);
* Wat is het centraal conflict? Hoe groeit of beweegt mijn hoofdpersoon zich daarin?
* Welke andere mensen komt hij tegen? Wat voor invloed hebben die mensen op hem?

Wat is mijn personage voor iemand?

Je kon in mijn post over de personagebiografie lezen hoe je de kennis van je personage inzet om een wankel plot of niet-passende beslissingen van je personage te voorkomen. Maar ook in een meer basale vorm is je personagebiografie erg belangrijk. Aan schijnbaar heel eenvoudige of vanzelfsprekende dingen kun je al zien hoe bepaalde dingen tot stand komen. Als je personage als favoriete land Frankrijk heeft en dol is op nieuwe talen leren, kan dat verklaren waarom ze docente Frans is geworden. Als docente Frans wordt ze verliefd op een collega, waardoor er een roddel op de school ontstaat….
Kortom, in je personagebiografie kan je vaak tussen de regels door al een mogelijk butterfly-effect (van een verhaal) vinden.
Als je weet dat je personage het fijn vindt om op de voorgrond te staan weet je ook dat hij eerder zanger wordt dan archivaris. En als je personage niet voor zichzelf op kan komen, zal hij makkelijker over te halen zijn slechte dingen te doen dan iemand die niet bang is zijn mond open te trekken.

Wat doet het centraal conflict met mijn personage?

In het centraal conflict moet je personage obstakels overwinnen, vallen en opstaan: zo leert hij dingen. Dat verandert je personage. Uiteindelijk komt hij zo als een ander persoon uit het verhaal. Als held, als verliezer, als moeder, slimmer, mooier, wraakzuchtiger, verdrietiger… Hoe je verhaal ook loopt, je personage is niet de persoon die hij was voor het verhaal begon. Bekijk goed wat er in dat centraal conflict verandert en wat dat met je personage doet. Wordt hij een dappere grote broer in plaats van een bang klein jongetje? Een klusjesman in plaats van de bankdirecteur?

Wie komt mijn personage tegen?

Mensen zijn sociale wezens die andere mensen om zich heen nodig hebben of willen. Zelfs een afgezonderde monnik in de bergen van Tibet heeft nog collegamonniken in zijn klooster. (En mocht hij zich echt honderd procent afzonderen, dan wordt hij daar of op een bepaald moment gestoord van of heeft hij herinneringen aan mensen die ooit in zijn leven waren). Andere mensen doen iets met je personage. Dat kan iets fijns zijn of iets vervelends, maar de omgang met anderen zorgt ervoor dat het leven, de overtuigingen en de relaties van je hoofpersoon veranderen.
Denk dingen als:
* door de omgang met deze man verandert deze vrouw van een single dame in een getrouwde vrouw;
* doordat zijn lerares hem onderwijst, wordt jouw personage slimmer;
* een meisje wordt gepest door een ander persoon waardoor haar eigenwaarde verandert.
Kortom: omgang met anderen brengt altijd actie-reactie teweeg. Als jij gaat voetballen en je schopt de bal weg (actie) neemt een ander de bal over (reactie). Welke actie-reactie brengt de omgang met elk ander personage teweeg bij je hoofdpersoon?

Doe nu hetzelfde voor een ander personage

Zo simpel is het eigenlijk. Als je ook voor andere (belangrijke) personages een personagebiografie maakt, leer je ze ook kennen. Dan weet je ook wat hun heldenreis is. Net als je hoofdpersonage hebben andere personages bepaalde gevoelens en doelen. Ook zij hebben actie-reactie op datgene wat om hen heen gebeurt. In je opschrijfboekje moet je doen alsof elk personage de held van het verhaal is.
Zo maak je elk personage even diepzinnig en zorg je ervoor dat de actie-reactie altijd voor je personages kloppen. Niet alleen dat, zo komen verhaallijnen ook samen.
Stel dat je schrijft over twee generaals in oorlog: Generaal Goedzak en Generaal Gemeen. Als schrijver werk je toe naar een goede afloop voor generaal Goedzak. Maar om Generaal Gemeen realistisch te portretteren, moet je hem laten handelen volgens zijn eigen waarden, overtuigingen en karakter en op basis daarvan zijn actie-reactie bepalen.

Schrijf ‘achter de schermen’ alles zodanig uit dat je aan de hand van je aantekeningen niet ziet wie de hoofdpersoon is.

Gemeen is erop uit (vanuit het gezichtspunt dat hij de held is van zijn eigen verhaal en niet de ondergeschikte in het verhaal van Goedzak) om macht te vergaren. Je weet dat hij verlies niet zal accepteren, dus zal hij tot doorvechten tot zijn laatste laatste soldaat is gesneuveld. Als je Gemeen op dit punt minder belangrijk maakt dan Goedzak, zal het verhaal erg kort worden: Goedzak moet winnen en dus is het onbelangrijk wat Gemeen denkt of beweegt. Als je Gemeen als de held van zijn eigen verhaal maakt, doe je er alles aan om hem in zijn volle slechtheid als personage naar voren te laten komen: Gemeen is er zo op gebrand dat hij gaat winnen dat hij zijn tegenstander steeds twee stappen vooruit is.
Zo hebben de acties van beiden generaals invloed op elkaar als persoon (hoe ze op de acties van de ander reageren) en daarmee ook invloed op het verhaal, in dit geval de oorlog.

Samengevat: als je verhaallijnen goed in elkaar wil laten overlopen:
* moet je ervoor zorgen dat alle belangrijke personages goed zijn uitgewerkt (in je opschrijfboekje);
* moet je elk personage laten handelen volgens zijn eigen heldenreis, niet volgens die van de held;
* moet je je heel bewust zijn op de actie-reactie die tussen personages ontstaan en wat dat met de verhaallijn doet. Verandert die daardoor? Kunnen verhaallijnen elkaar daardoor doorkruisen?

Wil je weten of je verhaallijnen goed aansluiten op elkaar? Schakel me in voor manuscriptredactie.

Een tijdlijn maken voor je verhaal

Een tijdlijn maken is ontzettend belangrijk als je een verhaal gaat schrijven. In je verhaal gebeurt niet alles chronologisch en dan is het fijn als je een overzicht maakt van wanneer wat gebeurt. Zelfs als alles netjes van A naar B gaat, kan je een fijne houvast hebben aan een tijdlijn.

Waarom schrijf je een tijdlijn?

Als je een verhaal schrijft, maak je meestal een ruwe schets van gebeurtenissen. Daarin staat de rode draad van het verhaal, maar ook nog wat andere gebeurtenissen om het verhaal wat meer inhoud te geven. In die andere kortere verhaallijnen kunnen dingen voorkomen die de rode draad beïnvloeden en daarmee invloed hebben op de tijdlijn. Neem een huisje-boompje-beestje verhaal. Het stel wordt verliefd, gaat trouwen en krijgt een kindje. Als je deze volgorde aanhoudt in het verhaal, lijkt het in eerste instantie moeilijk om de (chronologische) draad kwijt te raken.

Voorbeeld: makkelijk de chronologische draad kwijt

Het stel trouwt in december 2018 en jij hebt bedacht dat het na de huwelijksnacht meteen raak is. Het kindje zou dus in september geboren moeten worden. Zo heb je je rode draad bepaald. Maar later in je uitwerking bedenk je dat een vriendin tegen de bruid zegt: “Zou je wel meteen beginnen met proberen zwanger te raken? Jullie hebben een superavontuurlijke en lange huwelijksreis gepland! Als het meteen raak is, zit je daar in aan de andere kant van de wereld met ochtendmisselijkheid…”
“Daar zit iets in…”
Je schuift de geboorte van het kind op en het kindje wordt niet in 2019, maar in 2020 geboren. Dat geeft al meteen een hele andere kraamtijd voor moeder, met een lockdown: moeilijkere regels voor bij de echo, minder bezoek in de kraamtijd…

Personagebiografie als houvast

Qua jaartal is 2020 een redelijk extreem voorbeeld, maar je ziet waarschijnlijk wel dat iets opschuiven een groot gevolg kan hebben. Om niet in de knoop te raken met jaartallen, leeftijd en levensloop, is het verstandig om je personagebiografie als houvast te gebruiken. Geef je personages allemaal een exacte geboortedatum. Niet: “ergens in de jaren tachtig”, maar: dd-mm-jjjj. Dan weet je bijvoorbeeld ook: Dochter is in 2000 25 jaar oud, Vader is dan 65. Als dochter dan in 2003 bevalt, is Vader net een jaartje met pensioen.
Dat is best handig om te weten. Opa zal een stuk makkelijker kunnen oppassen als hij niet aan het werk is.

Tijdlijn en het butterfly effect

Als je een tijdlijn hebt die je goed bijhoudt, voorkom je een verkeerd butterfly-effect.
Het butterfly-effect komt in elk verhaal in meer of mindere mate voor. Als je zomaar iets opschrijft betreffende de verstreken tijd of het jaartal, is het onvermijdelijk dat je vroeg of laat iets opschrijft wat in je tijdlijn niet meer klopt. Bijna alles heeft een samenhang of een oorzaak en gevolg. Zeker wat betreft de rode draad in je verhaal of belangrijke subplots, moet je er alert op zijn dat je weet waar je eventuele dingen verandert.

Als je bewijs wil hebben hoe een kleine verandering in de tijd grote gevolgen kan hebben voor de toekomst, moet je de filmklassieker ‘Back to the future‘ maar eens kijken.

Tijdlijn en de algemene geschiedenis

Als je schrijft over een ‘hoofdstuk in de geschiedenis’ dat al voorbij is, kun je daar je voordeel mee doen. De Tweede Wereldoorlog is daar een goed voorbeeld van. Je kan de geschiedenisboeken gebruiken om bepaalde historische gebeurtenissen als ijkpunt te nemen en aan de hand daarvan een personagebiografie aan te passen of zelfs te maken.

In Nederland duurde de oorlog van 1940 tot en met 1945. Dat is een tijdsbestek van vijf jaar. Kinderen en jongeren uit die tijd hebben dus een groot deel van hun leven of tijdens een belangrijk moment van hun ontwikkeling de oorlog meegemaakt. Een geboortejaar kan een belangrijk verschil uitmaken voor de invulling van hoe iemand de oorlog meemaakt. Wat voorbeelden:
1875: je bent 65, in die tijd hoogbejaard. De kans is heel klein dat je het eind van de oorlog meemaakt. Wat doet dat met je mentale toestand als je je daar bewust van bent?
1925: je wordt negentien in 1944. In het heetst van de strijd wordt je opgeroepen voor het leger, waardoor je in levensgevaar kan gaan verkeren.
1927: je wordt negentien in 1946. Hoewel je slechts twee jaar jonger bent dan het personage hierboven, is de oorlog over zodra de dienstplicht zou gelden en hoef je dus niet naar het front, met alle bijkomende mogelijke gevolgen.
1933: je bent zeven tot en met twaalf jaar als het oorlog is. Je bent inmiddels oud genoeg om de hele oorlog bewust mee te krijgen.
1944: je wordt geboren in de hongerwinter. Je herinnert je later niets van de oorlog, maar door de hongersnood kan je wel een groeiachterstand hebben gekregen. Dat kan van invloed zijn op de manier waarop je (lijf) verder ontwikkelt.

Voor het verhaalthema kan je tijdlijn dus ook van groot belang zijn. Het maakt voor je personage veel uit of hij drie of drieëntwintig jaar is in 1943. Dat is het verschil tussen ‘oorlogsgeheimen in een familie waar je hoofdpersonage later pas achter komt’ of ‘traumaverwerking’.

Tijdlijn en plottwists schrijven

Vanwege het eerder genoemde butterfly-effect is het ook belangrijk dat je weet welke gebeurtenissen een samenhangende oorzaak en gevolg hebben. Zeker bij een plottwist. Een plottwist gaat erom dat er ‘opeens’ iets anders gebeurt dan de lezer verwacht. Maar dat opeens komt wel op een bepaald/ specifiek moment. Omdat je moet weten welke puzzelstukjes je aan de lezer geeft, moet je ook weten wat je al voor informatie hebt weggeven en welke niet. Een tijdlijn kan hier ook houvast voor bieden. Een onverwachte zwangerschap met de uitgerekende datum in september betekent dat je tijdens oud en nieuw nog niets van de zwangerschap weet. Dus dan gaat de vriend van de aanstaande ouders geen nieuwjaarswensen geven: “Dat het maar een mooi jaar mag worden met het uitgebreide gezin.” Dan weet je dat je ergens in maart je personage hints kan laten geven.

Hulp nodig bij het maken van je tijdlijn? Schakel mij in voor manuscriptbegeleiding.

Comfortzone: de tegenhanger van het narratief conflict

De comfortzone: datgene waar je personage in zit en soms ook het liefst blijft zitten. Maar voor een verhaal is het nodig dat je je personage er uit probeert te lokken. Hoe en waarom doe je dat?

Wat is een comfortzone?

Een comfortzone roept waarschijnlijk een beeld op van iemand die lekker ontspannen in een luie stoel zit met een lekker kopje koffie en een koekje. In de context van verhalen kun je het beter zien als: datgene waar je personage aan gewend is en niet wil (of zomaar kan) veranderen.

Waarom moet je personage zijn comfortzone uit?

Een comfortzone is dus iets dat onveranderlijk is of zo blijft, tenzij er iets in gang wordt gezet. Als je een situatie hebt die niet verandert, heb je geen verhaal. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:
* Als iemand verliefd is, maar nooit daarvoor uitkomt, heb je geen verhaal van een romance of een blauwtje.
* Als iemand zijn werk vreselijk doet, maar daarvoor niet op zijn kop krijgt, wordt diegene nooit ontslagen. Of worden de wanpraktijken van de slechte bedrijfsvoering nooit ontdekt. Zo kun je nooit lezen over een verhaal dat gaat over een publiekelijk schandaal.
* Als iemand nooit een onverwachte tegenvaller krijgt, kan hij elke avond blijven bankhangen. Een verhaal over iemand die alleen maar op de bank hangt, is niet bijster interessant.

Hoe haal je je personage uit de comfortzone?

Simpel gezegd, maar wat lastiger gedaan: je moet hem bang maken en bedreigen.
Die bedreiging moet ervoor zorgen dat je personage het gevoel krijgt dat hij niet anders kan dan de comfortzone verlaten. Maar pas op: je moet die bedreiging heel goed afwegen. Als je hem bedreigt met iets dat tè moeilijk of angstaanjagend is, zal hij in paniek raken en tot geen actie meer in staat zijn.
Stel dat je tegen een bijstandsmoeder zegt dat ze binnen een week tienduizend euro moet verdienen, omdat ze anders uit haar huis wordt gezet. Dat zeg je in de hoop dat ze meer doet om een baan te vinden. Ze zal wel willen, maar als ze dat geld had, zat ze sowieso niet in de bijstand. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen? Dit zal haar uit angst eerder laten bevriezen dan haar tot actie laten overgaan.
Maar bedreig je je personage met iets dat het niet dringend genoeg vindt of wat iemand anders voor hem op kan lossen (zoals bijvoorbeeld een magic pixie dream girl), dan heb je nog steeds geen centraal conflict, en daarmee ook geen verhaal. Dreigen met het idee dat je drie werknemers zal moeten ontslaan, zal niet helpen bij iemand die wereldwijd honderdduizend mensen in dienst heeft: daar gaat het bedrijf niet van omvallen.

Wie of wat bedreigt je personage?

In de voorbeelden hierboven waren het altijd andere personages die bedreigden, maar het kunnen ook omstandigheden zijn. Dan hoeft het niet eens zo te lijken alsof er iemand erop uit is je personage bang te maken.
Je schrijft over een conservatief stel. De man wordt ziek, dus dat dwingt de vrouw om te gaan werken, terwijl zij en/of haar man zich daar eigenlijk niet op hun gemak bij voelen. Je hoeft je personage dus niet als crimineel te behandelen. Je moet er alleen voor zorgen dat er verandering in een situatie komt die anders zoals gewoonlijk door zou gaan.

De wereld van een personage moet tegenslag kennen

Zoals het vorige voorbeeld al laat zien, is een comfortzone niet altijd uitgesproken fijn of luxueus. Gelukkig getrouwd zijn is natuurlijk prettig, maar staat niet gelijk aan een jaarsalaris van ongekende hoogte, materiële luxe of uitzonderlijke macht.
Laten we nog een stapje verder gaan. Iemand die al jarenlang verslaafd is, zit met die verslaving óók in een comfortzone. Het is absoluut niet fijn om verslaafd te zijn, misschien wel het vervelendste wat er is. Maar als je gewend bent aan het verslaafd zijn en alle effecten die daarbij komen kijken, dan wordt dat je comfortzone, hoe vreselijk ook. In het echte leven mag je zoveel medelijden hebben met iemand die het slecht heeft als je wilt. Als schrijver moet je wat harder zijn naar je personages. Je kan ze niet van alle rampspoed en tegenslagen behoeden: verhalen gaan over tegenslagen die overwonnen worden, hoe mensen omgaan met veranderingen en hoe ze daar al dan niet bovenop komen. Je kan en mag ze niet aldoor met zachte handschoentjes aanpakken. Doe je dat wel, dan is het onvermijdelijk dat je een personage schrijft met een handvol Mary Suekenmerken.

De comfortzone in een vrolijk verhaal

Wat doe je als je een verhaal wil schrijven dat niet meteen faillissementen, ziektes, verslavingen of andere ellende bevat? Moet je dat dan gaan toevoegen? Geen zorgen, een personage uit de comfortzone halen kan soms ook relatief makkelijk worden opgelost. Neem een gezellige scène waarin een aanstaande bruid met een groepje vriendinnen trouwjurken gaat passen. Dan zou het wel erg buiten proporties zijn om ineens met een auto-ongeluk van een bruidsmeisje te komen om een conflict te veroorzaken of het bruidje uit een comfortzone te dwingen. Verpest haar mooie dag alsjeblieft niet…

Hou die dag mooi!

Stel dat je vanuit de personagebiografie weet dat deze vrouw zich wat bezwaard voelt vanwege haar figuur. Ze had zich voorgenomen om hoe dan ook geen bruidsjurk af te wijzen omdat ze zich daar te dik in voelt, als die gewoon past. Dan staat ze voor een spiegel met een jurk die wel eens de jurk zou kunnen zijn. Maar ondanks dat de jurk gewoon past, voelt die niet sexy genoeg, omdat de aankomende bruid in de spiegel nog steeds een net iets te zware vrouw ziet. Dan moet ze haar verlies erkennen, hoe mooi de jurk is. Dat is even uit de comfortzone: je wil geen belofte breken aan jezelf. Maar het grotere doel (sexy voelen in een trouwjurk) zorgt er wel voor dat ze die ene jurk laat hangen. Reken maar dat ze alsnog een mooie jurk vindt en dat met een drankje gaat vieren, samen met haar vriendinnen!

Wil je controleren of de confprtzone spannend genoeg is om je hele verhaal mee te dragen? Kijk in mijn webshop en schakel mij in voor redactie.

Save the cat – een prettig verhaaltempo

Save the cat is een vast patroon voor de opbouw van een verhaal. Het is een fijne houvast om te controleren of er nog vaart in je verhaal zit.

Save the cat: verhaalopbouw in drie akten

Save the cat gaat uit van drie delen van het verhaal. Het begin, midden en eind.
Elk deel heeft zijn elementen die gezamenlijk voor een prettige verhaalopbouw zorgen.

Het schema van save the cat volgens Blake Snyder.

Het save the cat schema

Bekijk het schema van save the cat. Zie je dat:
* het verhaal een begin, midden en een eind heeft?
* het verhaal heeft meerdere ‘clues’ heeft?
* de verhaallijn in eenzelfde tempo verloopt en pas na de climax snel vertraagt?

Als je verhaal vaart verliest, pak het schema er dan eens bij. Mis je een tussenstap? Gaat een element zo lang door dat de lijn niet meer contant loopt, maar er een piek of een dal in het tempo komt?

De eerste akte in save the cat

De 5W1H in Save the cat

Hier introduceer je je personage en je verhaal. De 5W1H is hier een goede houvast voor.
* Wie? Over wie gaat het?
* Wat? Wat is er aan de hand?
* Waar speelt het zich af?
* Wanneer speelt het zich af?
* Waarom? Waarom doet een personage wat het doet/ is de wereld zoals hij is?
* Hoe? Hoe zie je dat?

De feiten van je verhaal

De wie, waar en wanneer zijn droge feiten: Mientje de bakkersdochter, een plattelandsdorpje in de jaren dertig. Dat is de allereerste stap: de introductie.
De wat, hoe en waarom zijn de elementen die een verhaal beloven. Dit zijn de dingen waar je de lezer mee boeit. Daarom zijn ze bij het allereerste begin belangrijker dan de wie, waar en wanneer.
Het ‘inciting incident’ geeft aan dat er iets in het dagelijks leven niet klopt of prettig is.

Wat? Mientje moet trouwen met een boerenzoon;
Waarom? Omdat de bakkerij failliet dreigt te gaan;
Hoe? Vader zit met zijn handen in het haar en moet op de ingrediënten sparen of de knecht ontslaan.

De actie van je verhaal

Dan komt ‘second thoughts’: is je personage tevreden met de gang van zaken? Kan dit altijd zo doorgaan? Dat antwoord is altijd nee, waardoor een centraal conflict ontstaat.
Nee: Mientje wil niet met de boerenzoon trouwen, maar met de slagerszoon;
Nee: Luilekkerland blijft niet hemels als er een plotselinge hongersnood dreigt.

De tweede akte in save the cat: de heldenreis

De tweede akte van save the cat is simpel gezegd de heldenreis van je hoofdpersonage, met het bijbehorende vallen en opstaan. De tweede clue in het schema is een opvallende gebeurtenis, maar daarvóór moet je personage al uitdagingen krijgen.
Een soldaat die wordt opgeroepen gaat eerst naar een trainingskamp. Daar zal hij de nodige fouten maken voordat hij het slagveld betreedt. Een opvallende gebeurtenis tijdens de training bepaalt welke positie hij in het slagveld krijgt. Dat is de tweede clue. De derde clue is de start van de beslissende veldslag, waar de actie het spannendst is en er het meest op het spel staat.

De derde akte in save the cat: climax en afbouw

De derde akte start met het grootste conflict, de spannendste gebeurtenis waar het verhaal naar toewerkt. In de aanloop hiernaar mag je uitpakken met een extra scheutje drama of actie.

Zodra de climax is geweest, stopt het verhaal nog niet. Stel dat je schrijft:
* Mientje en de slagerszoon trouwden;
* Toen ontplofte de bom en waren alle soldaten dood.
Dat is erg abrupt. Stel dat je een kleuter Assepoester voorleest en stopt met: “En Assepoester en de prins trouwden.” Dan zegt het kind vast: “En toen?” Er kan immers nog van alles gebeuren: de stiefmoeder kan terugkomen, de goede fee tovert nog een koetsentuin, Assepoester wordt moeder…

Laten we het stapsgewijze einde toepassen:
Assepoester trouwde met de prins. Dat is het inzetten van het einde. Ze hoefde nooit meer vervelende klusjes te doen (obstakel) en de prins was lief voor haar (wrap up). En ze leefden nog lang en gelukkig (einde). Bij sprookjes is dit redelijk duidelijk. Hoe zit het met andere verhalen?

Obstakel: laat je personage terugkijken op het centrale conflict/ de andere obstakels.
* Wat heeft het moeten doorstaan?
* Wat heeft het verloren?
* Wat heeft het opgeleverd?
* Hoe is het gegroeid?

Hou het beknopt! Je lezer hoeft niet nog eens je hele boek te lezen.

Als je lezer dit al weet, is een samenvatting van een paar alinea’s voldoende. Start dan geen compleet nieuwe hoofdstukken…

Mientje keek naar de nu verlaten bakkerszaak en voelde een steek in haar hart toen ze besefte dat haar vader nooit meer de oven zou aansteken.

Wrap up: Na alles wat er gebeurd is, gaat het verhaal zus en zo verder.
Het boek eindigt niet waar je verhaal ook eindigt. Ooit moet je boek stoppen, om het verhaal niet langdradig te maken. “Ze leefden nog lang en gelukkig” is een samenvatting van tientallen jaren in een zin gestopt. Al die jaren van een gelukkig huwelijk heeft geen meerwaarde voor het eigenlijke verhaal. Maar het geeft wel aan in welke sfeer het verhaal verder gaat.
Mientje keek naar haar bolle buik. Als ze een zoon kreeg, zou hij naar zijn grootvader worden genoemd. (Mientje sticht haar gezin en houdt haar vaders nagedachtenis in ere.)
Het einde: een afsluitende gedachte. Hier komen je eigen schrijversinzicht en creativiteit aan te pas. Kijk wat voor jou goed voelt.

Save the cat: lees om toe te passen

Logischerwijs heeft een verhaal een begin, midden en een eind. Maar zie je ook wat er steevast in dat begin, midden of eind gebeurt? Wil je save the cat goed toepassen, dan moet je veel lezen. Dan merk je waarom bepaalde boeken minder vlot lezen. Komt het verhaal niet op gang? Dan is de eerste akte waarschijnlijk te lang. Is het einde te abrupt? Dan mist het misschien de wrap-up.
Expositie is ook belangrijk in save the cat. Lees hier mijn voorbeeld over de wolf van Roodkapje. Geef je genoeg duidelijke hints aan de lezer?

Ik schreef een serie waarin ik elk punt van save-the-cat uitgebreid toelichtte. Die kan je hier lezen.

Ik ben dol op katten: als er een in nood is, red ik die graag 😉 Schakel mij in voor manuscriptredactie om jouw structuur eens goed te controleren.

Het centraal conflict: de heldenreis van een verhaal

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict in een verhaal

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel. Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een interessant narratief conflict

Als je een interessant conflict wil schrijven, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis in een verhaal

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden. Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een goede heldenreis in een verhaal

Zodra je een conflict hebt bepaald, kan je de heldenreis in elkaar gaan zetten. Die heeft ook een aantal belangrijke voorwaarden:

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zélf aangaan;
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer);
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden;
* (betere) relaties aan kunnen gaan;
* uit een dal klimmen;
* inzichten krijgen;
* leren vergeven;
* zingeving vinden;
* zelfvertrouwen krijgen;
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid;
* nieuwe vaardigheden leren.
enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan-met-de-pet met een saaie kantoorbaan. De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is om te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.
Daarom zijn perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.

Schrijf je in jouw boek over een conflict, of toch meer over een probleem? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik help je het beste conflict voor je verhaal en je personage duidelijk te krijgen.