Schrijfonderzoek in de praktijk brengen

Hoe zorg je ervoor dat je voldoende informatie meegeeft voor je verhaal, zonder van je boek een rapport te maken? Dit is waar je rekening mee moet houden als je schrijfonderzoek gaat doen of hebt gedaan.

Doelgroep: een belangrijke factor bij schrijfonderzoek

Je gaat met schrijfonderzoek beginnerscursussen volgen, meerdere boeken lezen en experts of ervaringsdeskundigen interviewen. Maar welke kennis deel je ook in je verhaal? Bedenk eerst wat je doelgroep is. Als je weet dat jouw verhaal over een specifieke uitvinding gaat, moet je meer uitleggen als Jan en alleman het gaat lezen. Weet je bijna zeker dat je aanstaande fans allemaal een goede kennis hebben van natuurkunde, dan moet je misschien nog meer onderzoek doen om hen geprikkeld te houden. Basisinformatie moet je dan juist achterwege laten.

Uitgangspunt: lijk een professor

Ongeacht voor wie je schrijft, het moet lijken alsof je een professor bent in het vakgebied, onderwerp of verhaalthema waar je over schrijft. Lijken is hier het toverwoord: je hoeft het niet te zijn. Dat ‘lijken’, houdt in dat je:

* Zelf een globaal tot redelijk gedetailleerd beeld moet hebben van waar je over schrijft.
Je hoeft niet als een daadwerkelijke expert allerlei details te weten. Als in je verhaal geleedpotige dieren belangrijk zijn, moet je weten wat de kenmerken, verschillen en overeenkomsten van zulke dieren zijn. Maar je hoeft dan niet te weten in welk opzicht de spijsvertering van een garnaal verschilt met die van een hommel.
* Zelf ook niet méér hoeft te weten dan nodig is om je verhaal tot een mooi geheel te maken.
Stop met informatie delen -of opzoeken- zodra dat narratief geen meerwaarde heeft. Ook al weet je meer dan je deelt. Zorg er wel voor dat je altijd net iets meer weet dan je deelt met je lezer. Zoals een professor ook altijd (net iets) slimmer moet zijn dan de student.

De professor voor de collegezaal

Wil een professor diens studenten goed kunnen opleiden, dan moet de informatieoverdracht prettig verlopen. Anders wordt er alsnog niets geleerd in de collegezaal.

Dat betekent dat:
* Datgene wat je personages zeggen, of wat in het verhaal gebeurt, in de basis moet kloppen.
Als je een nieuwe taal verzint voor je fictieve volk, kan je daar alle kanten mee op. Zo heeft de ene taal geen lidwoorden en de andere wel. Maar maak van je eigen taaltje geen ingewikkeld bolwerk van iets zonder lidwoorden, persoonsaanduidingen of werkwoorden, maar mèt een zelfverzonnen grammaticale constructie die het ‘samengevoegde passantwoord’ heet. Dat klinkt interessant, maar is op den duur niet meer te volgen, omdat de basis van deze taal helemaal rammelt.
* Je iets logisch en normaal moet kunnen uitleggen.
Ik kan als voormalig logopediste vertellen dat: ‘De taalontwikkeling van een jong kind een ingewikkelde samenhang is van onder andere syntax, morfologie, pragmatiek, grammatica, fonologie, en fonetiek.’
Dat is helemaal waar, toch? Ja, maar ik zou het je niet kwalijk nemen als je zou denken dat ik mezelf belangrijk wil laten klinken door allerlei ingewikkelde termen op een hoop te gooien. Wie weet, misschien verzin ik er zelfs een paar…
Oftewel: streef niet na om ingelezen over te komen. Met veel of ingewikkelde informatie staat de kennis niet in dienst van het verhaal, maar wordt het een infodump die alleen maar verwarrend werkt.

Ik kon ook gewoon schrijven dat de manier van uitspreken articulatie wordt genoemd, en dat twee belangrijke takken daarvan fonetiek en fonologie zijn. Om dan vervolgens een kindje met een spraakgebrek te laten voorkomen in het verhaal. Dan leg ik alsnog uit of en waarom dit een fonologische spraakstoornis is. Als dit de lezer überhaupt al interesseert… Misschien is het voor de lezer wel genoeg om te weten dat dit kind wordt gepest omdat het slist.

Voorkom expertpersonages

Probeer het expertpersonage te voorkomen: dat ene personage dat alles over dat ene onderwerp weet en ook continu daarover uitlegt. Als ik als logopediste in jouw verhaal over het slissende kind zou voorkomen, dan zou ik liever niet willen lezen dat mijn persona:
* naast logopediste zijn geen leven, verlangens, of personagebiografie heeft
* het slissende cliëntje aanspreekt met ‘sigmatismus interdentalis casus maandag 10.00 uur.’
(Sla deze praktijk over als de logopedist zo over cliënten praat…) Of in narratieve termen: dat leest niet als verhaal, maar als lompe, droge feiten. Feiten die de lezer misschien niet eens begrijpt.
Schrijf dan liever hoe:
* Nadine Sjakie probeert aan te leren hoe hij de stoute slang moet wegjagen en met een lieve slang moet praten.
* Nadine zo’n harde smak maakt dat haar voortanden eruit vallen en dan grapt dat ze maandag met de beste wil van de wereld geen goede slang voor Sjakie meer kan voordoen. Nogal lastig om een klank goed uit te spreken als je tong door het verlies van je tanden ineens onwillekeurig allerlei kanten opschiet als je praat…

Benodigde informatie in een scène

Soms heb je wel een ‘infodump’ nodig: een scène waarin relatief veel feitelijke informatie ineens moet worden gegeven om het verhaal lopende te houden. Probeer dan met show don’t tell ook nog iets over de onderlinge relaties, personages of het plotverloop te laten zien:
“Hoi Sjakie, ik ga even met mama praten, dan mag jij ondertussen even kleuren, goed? Mevrouw Jansen, het blijkt dat Sjakie interdentaal spreekt: met de tong tussen de tanden. Gelukkig is dat snel en goed op te lossen.”
“Dat is fijn om te horen. Sjakie, op het papier kleuren, verdorie!”
“O jee, ik was vergeten een boekje onder de kleurplaat te leggen. Wat ben je aan het tekenen, Sjakie?”
“Mijn fiets. Die kreeg ik voor mijn verjaardag.”
“Hoe lang duurt de therapie?”
“Ongeveer drie maanden, als Sjakie alles goed oppikt en zijn huiswerk goed maakt.”

Dat leest al heel wat natuurlijker en vlotter dan:
“Zo, mevrouw Jansen. Er is sprake van verschillende interdentale klanken, maar gezien de afwezigheid van addentale klanken of een fonologische stoornis, zal de therapie waarschijnlijk maar drie maanden duren.” Al is het maar omdat je niet nog geforceerd een extra scène uit hoeft te schrijven om te laten zien dat Sjakie ondeugend kan zijn, of dat het verhaal over de therapie drie maanden gaat duren.

Foto door UX Indonesia on Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe neem je de actualiteit mee in je boek?

Als je schrijft over geschiedenis, is bedenken wat je moet opschrijven makkelijk: je doet schrijfonderzoek. Maar hoe bepaal je wat je mee moet nemen als de geschiedenis op dat moment in de maak is?

Actualiteit versus geschiedenis in de maak

Om te bepalen wat geschiedenis in de maak is en wat actualiteit is, kan je een aantal dingen afwegen.
* Heeft deze gebeurtenis grote gevolgen?
* Heeft het gevolgen op grote schaal?
* Is de gebeurtenis uniek?

Als het antwoord drie keer ja is, dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken met iets dat de geschiedenis in zal gaan, en niet slechts eenmalig op de voorpagina van een krant komt te staan. Voorbeelden van de afgelopen jaren:
* De covidpandemie
* Brexit
* De bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten
* De oorlog in Oekraïne

Soms is er een grijs gebied. Zo is de vluchtelingencrisis van 2015 wel onderdeel van de Europese geschiedenis van dat jaar, maar toen het Rode Kruis de vluchtelingen moest helpen die wekenlang buiten moesten slapen in Ter Apel was dat actualiteit. Soms maakt hoe lang iets duurt, hoe vaak of waar iets gebeurt, of zelfs waar je zelf woont, het verschil tussen actualiteit of geschiedenis in de maak. Een voorbeeld van dat laatste:

Op 8 juli 2022 werd de Japanse oud-premier Shinzo Abe vermoord. Om je een beeld te geven hoe vreselijk de Japanners geschrokken moeten zijn van een moord op hun oud-premier: je kan Japan bijna overdreven veilig noemen. Ik liep als vrouw alleen ’s avonds laat door donkere steegjes en zocht die zelfs op… Voor iemand die nooit in Japan is geweest, klinkt dat belachelijk. Mede Japan-vakantiegangers: we zijn het er vast over eens dat daar de lekkerste en gezelligste restaurantjes te vinden zijn. Tel er nu dit nieuwsbericht van 22 november bij op. De moordenaar van Abe zou hem linken aan een sekte. Dat blijkt niet alleen waar te zijn, dat geldt voor de helft van de partij van Abe. Ongetwijfeld gaat dit schandaal de Japanse (politieke) geschiedenisboeken in, hoe het dan ook af mag lopen. Hier in Nederland staan we er nu al (red. december 2022) niet zo veel meer bij stil.

Afwegen van belangen voor je verhaal

Misschien zie je na het voorbeeld van de vermoorde Abe en het Japanse sekteschandaal al welk punt ik ga maken. Het eerste wat je na moet gaan is in hoeverre de geschiedenis in de maak jouw personage of jouw verhaallijn ook daadwerkelijk beïnvloedt en op wat voor manier. Neem de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. De winter komt eraan en omdat de oorlog nog volop gaande is, weet niemand wat er zich nog gaat ontwikkelen en hoe erg die gevolgen gaan zijn. Zowel in Oekraïne als hier in Nederland, waar veel mensen wakker liggen van de energierekening.
Maar: is jouw personage iemand die daar ook van wakker ligt? Als die anno december 2022 miljoenen op de rekening heeft staan en trouwplannen maakt…
Meer dan gewoonlijk moet je als je verhaal in het hier en nu afspeelt uitgaan van het wereldje van je personage.
Stel dat je in februari van 2020 net de laatste bladzijde van een familiekroniek schreef die zich afspeelde van 2000 tot 2020. Als je de actualiteit te veel meeneemt, wordt je hele slot en dus ook je boek halsoverkop compleet anders. Dat doet je verhaalthema, centraal conflict, structuur… – alles eigenlijk- geen goed.

Als je de actualiteit te serieus gaat nemen, is de kans erg groot dat je verhaal eindeloos moet herschrijven.

Bedenk ook in hoeverre je boek geschiedkundig gezien zich ook exact in een bepaalde tijd moet afspelen. Als mensen rondlopen met smartphones, leven we in de jaren ’10 of later. Maar tenzij er iets binnen een bepaalde tijdspanne gebeurt wat belangrijk is voor je verhaal (zoals je topsporter die in 2012 naar de Spelen in Londen gaat), probeer dan te voorkomen dat je een exacte datum noemt. Hou het dan bij die vage beschrijving van het recente decennium of tijdperk, om te voorkomen dat de actualiteit/ geschiedenis je ‘in kan halen’. Mocht er toch iets gebeuren waar je qua jaartal niet omheen kan, dan kan je je verhaal alsnog zonder problemen verschuiven naar een ander jaar of andere jaren.

Onontkoombare geschiedenis

Soms kan je echter niet om de geschiedenis heen. Stel je voor: het is begin 2020 en de eerste signalen van massale covid-uitbraken en lockdowns in Italië komen in het nieuws. Het gerucht gaat dat ook Nederland volledig op slot gaat. Je weet op dit moment nog niet of dat waar is en wat voor invloed dat gaat hebben op je personage, maar dat het invloed gaat hebben is onvermijdelijk. Het is vrijwel onmogelijk om daar met een neutrale blik over te schrijven. Al is het maar omdat jij als schrijver – ook maar een mens van vlees en bloed- je daar zorgen over maakt en wil weten hoe dit af gaat lopen. Probeer dan zo veel mogelijk in het hier en nu te blijven.
Je mag de actualiteit benoemen, maar doe dat dan niet met een tell: “Ik zag iedereen zich zorgen maken over de komende lockdown. Zou het echt zo ver komen? Dat zijn ongekend drastische maatregelen, is dat echt nodig?” Vergeet hierbij niet dat een tell niet alleen op zinsniveau, maar ook op alineaniveau en zelfs hoofdstukniveau voor kan komen.
Probeer voorspellingen koste wat kost te voorkomen. Je personage/ jij mag ergens op hopen, maar om op voorhand een hele (alternatieve) geschiedenis te creëren, dat gaat te ver.

De geschiedenis afwachten

Omdat geschiedenis in de maak zo onvoorspelbaar is, weet je niet waar je aan toe bent. De ene veldslag kan actualiteit lijken, maar geschiedenis blijken op het moment dat het gebeurt, of andersom. Kijk dus of je geschiedenis ‘af kan wachten.’ Een veldslag op 1 januari? Schrijf daar in maart of april over, zodat je weet wat de daadwerkelijke grote gevolgen zijn. Bijkomend voordeel is dat tegen de tijd dat je daar klaar mee bent, maart ook al wat meer geschiedenis dan actualiteit is. Mocht je ondertussen weer met de geschiedenis ‘gelijk lopen’, kijk dan eens wat je in de tussentijd ook nog kan schrijven. Gebruik die tijd bijvoorbeeld om personagebiografieën uit te breiden, of om een subplot te verstevigen.

Zo wordt schrijven over de actualiteit realistisch en blijft het ook spannend voor de lezer die jouw boek over vijftig jaar leest als alles -letterlijk of figuurlijk- lang verleden tijd is.

Foto bij artikel: little plant op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe moet je logisch schrijven over fictieve werelden, wezens en personages?

Realistisch schrijven is essentieel voor een boeiend verhaal. Hoe krijg je dat niet alleen voor een losse scène of voor een specifiek genre, maar altijd voor elkaar?

Het toverwoord voor realistisch schrijven: logisch

Of je nu over een nieuw personage in een alledaagse wereld, een mythe schrijft of met worldbuilding aan de slag gaat: alles kan, zo lang het maar logisch te verklaren is. “Logisch” moet je hier als een breed begrip zien dat op veel dingen kan slaan:

* anatomie;
* biologie;
* geschiedenis;
* psychologie;
* maatschappelijke ontwikkelingen;
* spiritualiteit;
* wetenschap;
* (culturele) overtuigingen

enzovoorts. Als je kunt zeggen: “Dit is X logisch” dan komt je verhaal realistisch over. Bijvoorbeeld: Het is anatomisch logisch dat….Een voorbeeld dat laat zien hoe het niet moet:

De Huppeldepuffervis: als iets onlogisch is

Mijn zelfbedachte Huppeldepuffervis heeft vinnen, drie ogen en een bek op een van de twee hoorns die uit zijn hoofd groeien. Hij zal nooit fans vergaren. Vanwege die rare naam, maar ook omdat hij anatomisch nooit kan kloppen. Zijn bek moet uitmonden in een slokdarm en een maag, anders kan hij niet eten en sterft hij. De substantie van een hoorn sluit niet aan op die van een slokdarm: in een hoorn zitten geen spieren.
Zo is de Huppeldepuffervis dus anatomisch onlogisch.
Als de hoorns uit zijn vinnen of schubben groeien en de bek op de normale plaats zit, kan hij eten en overleven en is hij dus (anatomisch) logisch. Nog altijd niet-bestaand, maar wel logisch. De absolute basis klopt. Als het absolute beginsel van je idee onlogisch is, gaat het ook niet werken in een verhaal.

“Ik snap maar niet hoe dit ooit gaat werken….” Logisch, als dat ook niet kàn.

Een logisch verhaal

Natuurlijk kost een zwijmelverhaal relatief weinig schrijfonderzoek; je gaat geen nieuwe planeten creëren. Toch moet je voor elk verhaal dingen onderzoeken om erachter te komen wat ‘logisch’ is, om zo je verhaal sterker te maken.

Fictieve werelden, culturen of maatschappijen logisch maken

De manier waarop mensen leven, wordt sterk bepaald door hun cultuur.
Wat doen, geloven, kunnen, vinden en willen ze?
Aan welke dingen denk je als ik zeg ‘Cultuur (van land) X?’ Het antwoord geeft belangrijke culturele aspecten weer.
Amerika, bijvoorbeeld. Stel dat je denkt aan:
* het Vrijheidsbeeld –> De Amerikaanse cultuur hecht belang aan vrijheid;
* studiebeurzen voor topsporters –> sport is belangrijk in Amerika;
* grote porties –> eten komt terug in de cultuur van de VS.

Als je je eigen maatschappij maakt, bedenk dan goed hoe de cultuur tot stand komt en hoe zich dat logisch uit. Een ideaal hulpmiddel hiervoor zijn de culturele dimensies van Geert Hofstede.
In deze dimensies worden verschillende culturele aspecten naast elkaar gelegd. Vervolgens wordt verklaard waarom de ene cultuur anders reageert op een situatie dan een andere cultuur.
Deze dimensies zijn: machtsafstand, individualisme vs. collectivisme, masculiniteit vs. femininiteit onzekerheidsvermijding en lange termijn- vs. korte termijn oriëntatie.

Neem individualisme vs collectivisme.
In een individualistisch land is het gedachtegoed: eigenbelang gaat voor dat van de groep, in een collectivistisch land is dat andersom.
Amerika scoort hoog op de individualistische schaal; kijk maar naar de american dream: Ik jaag mijn eigen succes na, ik ben daarvoor zelf verantwoordelijk en ik doe wat mij het beste lijkt. Aziatische landen daarentegen zijn over het algemeen collectivistisch: daar is het groepsgevoel groter en zal je dus niet zo snel iets doen waar anderen het mee oneens zijn of wat de familienaam schaadt. Maar mensen zullen je eerder helpen, omdat het “een voor allen, allen voor een” is, waar een Amerikaan er eerder alles zelf moet rooien.
Als je de dimensies invult tijdens het creëren van je maatschappij, zal je merken dat zaken als het waarom van politieke overtuigingen, gemeenschapszin en het economisch stelsel, zich bijna als vanzelf gaan verklaren of ontvouwen. De uitwerking van je wereld -al komt het leeuwendeel daarvan nooit verder dan je persoonlijke opschrijfboekje– wordt dan geloofwaardig, ook al is het misschien niet vergelijkbaar met een bestaande cultuur.

Historisch logisch

Bedenk wat er in een bepaald tijdperk aanvaardbaar of zelfs maar voorstelbaar (lees: logisch) was.
Kiesrecht was er niet voor Jan-met-de-pet tijdens de Middeleeuwen. Besef dat sommige dingen zo normaal waren dat niemand er zelfs maar vraagtekens bij zette, laat staan ertegen in opstand kwam. Net zoals wij het normaal vinden dat je belastingen betaalt (ik heb het niet over de hoeveelheid belastingen, hè? 😉 ). Misschien krijgen we ooit een totaal ander betaalsysteem dat geld en belastingen een lachertje laat lijken… Praten met iemand die ver weg is? Dat konden de Romeinen zich niet eens voorstellen. Wij vinden videobellen inmiddels doodgewoon.

Als je over een gebeurtenis schrijft die zich in de geschiedenis herhaalt (oorlogen, bepaalde bestuursvormen…) kijk dan goed wat steeds terugkomt in deze scenario’s:
* Een absolute monarchie verliest vroeg of laat de macht vanwege protest van het volk, of het verlies aan materieel dat nodig is het volk in toom te houden;
* Een dictator wint vertrouwen bij het volk door de vijand af te schilderen als minder dan menselijk;
Wijk je van die dingen af, dan voelt het verhaal minder logisch aan.

Psychologisch of sociaal logisch

Een kind dat zijn leven lang is mishandeld, rent niet vrolijk in de armen van zijn nieuwe adoptieouders. Hij zal tijd en therapie nodig hebben om zijn nieuwe verzorgers te leren vertrouwen. Een herstellend alcoholist vindt een verjaardag waarop veel wijn wordt geschonken ongemakkelijk.
Ga je personagebiografie na om te zien wat er psychologisch/sociaal logisch is voor je personage.

Verdrink niet in logica

Op jouw fictieve planeet is de zwaartekracht zes keer zo sterk als hier. Natuurlijk moet je weten wat voor gevolgen dat heeft en wat er vervolgens (niet) kan. Maar je hoeft niet te weten volgens welke formule van de algemene relativiteit de manen van jouw planeet zich bewegen.

“Het is prima als je mijn geliefde in elkaar slaat,” is gewoon raar. Je hoeft geen psycholoog te zijn om dat onlogisch te vinden. Doe onderzoek tot je een basiskennis hebt die logisch is en bepaalde verbanden duidelijk maakt en geniet dan van je nieuwe creaties!

Dreig je alsnog te verdrinken in allerlei ideeën bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

De schrijversflow: als schrijven vanzelf gaat

Het is een fantastisch gevoel als je merkt dat het schrijven goed gaat. Als je in een ‘flow’ terechtkomt en je moeiteloos meters maakt, gaan er leuke dingen gebeuren. Waarop kun je je verheugen als het schrijven vlot gaat of je verhaal vordert?

Het plezier van schrijven

Als je een verhaal en een personage gaat bedenken, begin je met niets en heb je alles nog in de hand. Je schrijft een begin van een verhaallijn en maakt een personagebiografie: jij bepaalt waar het over gaat en wat voor karaktertrekken je personage heeft.
Wil je schrijven over een globetrotter? Als je geboeid bent door Latijns-Amerika, gaat jouw personage lekker daarheen. Laat de rest van alle (fictieve) backpackers maar naar Australië gaan. En als jij over drugskartels wil schrijven in plaats van over zoveelste langeafstandsrelatie: ga je gang!
Alleen al daarom is schrijven fantastisch: je kan op een leuke manier nieuwe dingen ontdekken en leren!

Je personage wordt levensecht

Er komt een moment dat je personage zo echt voor je wordt, dat hij net een echt mens wordt. En dan gaat hij ‘vertellen’ hoe hij ergens over denkt. Een voorbeeld: volgens mijn rode draad moet Job zich aansluiten bij een drugskartel. Ik heb een ontmoeting geregeld met een ronselaar, dus…

“Echt niet!” komt Job ineens tussenbeide.
Hij zal toch moeten, anders loopt het verhaal stuk… En trouwens: hij is het personage, ik ben de schrijver. Hij moet gewoon naar mij luisteren.
“Klets maar verder, ik doe dit gewoon niet. Die ronselaar verwacht dat ik met meteen met een geweer op zak ga lopen.”

Er volgt een welles-nietes discussie die even doorgaat. En je personage gaat die winnen. Hij is vanaf dat moment net als een echt mens met een bijbehorende wil. En mensen zijn niet naar believen te kneden… Je zal goed moeten nagaan waarom je personage protesteert en hoe je in kan schikken.
Waarom heeft Job zo’n schrik voor het idee van een geweer? Ik had in zijn personagebiografie geschreven dat hij als klein jongetje al soldaat wilde worden…
“Meteen met een geweer beginnen vind ik een te grote stap. Laat mij eerst leren hoe ik andere mensen moet ronselen. Dan kan ik mijn plaats in de groep vinden, meer over het kartel te weten komen en dan kan ik later alsnog een geweer meenemen.” Probleem opgelost.
Als je op het punt komt dat je personage gaat protesteren, kun je meestal ook goed met hem ´overleggen´ wat hij wel wil of kan. Zo worden zowel jij als je personage steeds meer het verhaal ingezogen. Het voelt alsof je de ontdekkingsreis van je verhaal niet langer alleen maakt!

Wat je onderzoekt, kom je tegen

Je bent voor Job schrijfonderzoek aan het doen naar drugskartels in Zuid-Amerika. Na een uurtje zoeken op internet ga je de benen strekken.
Bij de boekhandel valt je oog op een enorme kop op een voorpagina van een tijdschrift: Drugskartels in Zuid-Amerika: de geheimen blootgelegd
De volgende dag kijk je het journaal. Je verwacht dat het over een populair sportevenement of een belangrijke politieke vergadering zal gaan en ineens volgt er een item: Belangrijke drugsbaas uit Colombia gearresteerd.

Hoe groot is de kans dat je hier net een kop ziet betreffende iets wat je aan het onderzoeken bent?
En toch gaat zo’n toevalligheid een keer gebeuren 🙂

Toeval? Wie zal het zeggen, maar hoe dan ook: het gevoel dat je goed bezig bent, kan je waarschijnlijk niet onderdrukken 😉

Van schrijver naar lezer

Inmiddels weet je zoveel van drugskartels af dat je het gevoel hebt dat je er een lezing over kan geven. Je kent Job door en door en je kan goed met hem ‘overleggen’ als dat nodig is. Dan ga je meters maken. Meters waarin Job niet meer protesteert en je je schrijfonderzoek niet meer naast je hoeft te leggen om steeds opnieuw feiten te controleren.

Dan kan je moeiteloos complete pagina’s vullen. Je denkt niet meer na over dingen als: klopt dit wel met de feiten? Of: zou Job dit doen? Dat wéét je gewoon. Je schrijft je verhaal terwijl je er zelf wordt ingezogen en het zich aan je ontvouwt, bijna alsof je de lezer bent.
Een lezer die de luxe heeft om het einde al te weten, of hier en daar naar het verhaal believen te kunnen aanpassen. Geweldig toch?

Je proeflezer vindt het verhaal logisch

Je hebt je schrijfonderzoek gedaan met als resultaat een document genaamd Latijns- Amerikaanse drugsbazen met het formaat en de uitstraling van een klein proefschrift.
Job beleeft ondertussen zijn eigen avontuur. Nu geef je de eerste hoofdstukken van het verhaal aan een proeflezer. Omdat je een roman schrijft en geen naslagwerk, kun je heel veel informatie uit jouw ‘proefschrift’ niet delen. Anders krijg je een infodump.
Maar… snapt de proeflezer dan wel hoe drugskartels werken? Heb jij die tientallen pagina’s aan onderzoek beknopt, logisch en boeiend kunnen samenvatten in je dialogen, in voldoende show don’t tell en blijft de lezer nieuwsgierig naar de vorderingen van Jobs avonturen?
Je bijt je nagels af in afwachting…
“Ik weet nog niet hoe dat kartel precies in elkaar zit, maar volgens mij is er sprake van een netwerk waar Job nog geen benul van heeft. Ik hoop echt dat hij zijn gezonde verstand niet kwijtraakt. Maar ik weet ondertussen dat Job niet zo dapper is als hij anderen wil laten geloven, dus ik vrees het ergste…”

Tijd om een gat in de lucht te springen!

Yes! Jobs karakter komt duidelijk over en de lezer is nog steeds geïnteresseerd in het verhaal. En inderdaad: er zit een heel netwerk achter een drugskartel. Dat heb je in driehonderd woorden duidelijk gemaakt, terwijl jij het honderdvoudige over het hoe en wat daarvan gelezen hebt. Goed bezig, schrijver! Misschien wordt het tijd om te overwegen om je manuscript naar een uitgever te sturen? 🙂

Wil je weten of je in je enthousiasme van de schrijversflow niet al te hard van stapel bent gelopen? 😉 Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Je doelgroep bepalen voor je boek: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zij?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?
* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Wil je eens sparren over voor wie je precies schrijft? Kijk eens in mijn webshop: daar staan diverse diensten die je kunnen helpen dat duidelijker te krijgen.

Hoe bepaal je een verhaalthema voor je boek?

Onvoorwaardelijke liefde, (on)trouw, verraad… Keuze genoeg voor verhaalthema’s. Maar hoe werk je ze goed uit? Een personagebiografie schrijven en schrijfonderzoek doen vormen een effectieve optelsom voor een goed geschreven verhaalthema.

Je verhaalthema uitwerken

Zorg dat verhaalthema logisch aansluit op je personage. Schrijf een bijbehorende personagebiografie. Onderzoek zijn leefwereld. Daarna kun je het verhaalthema bepalen. Wat zijn de normen en waarden van de maatschappij waarin je personage leeft? In hoeverre botsen die met die van je personage? Of heeft je personage daar juist zijn comfortzone en moet je het centraal conflict iets aanpassen?

Je schrijft over een vrouw die wil werken voor haar geld. Als ze in de Middeleeuwen leeft, is emancipatie vrijwel zeker een thema in je verhaal. Leeft zij in onze tijd, dan kan ze het hoofdpersonage zijn van elk denkbaar genre. Als ze voor emancipatie strijdt, dan moet ze meer doen dan alleen werken. Als je emancipatie je verhaalthema wil maken en nog geen personage hebt, kun je uitzoeken waar en wanneer emancipatie relevant en logisch is. Dan kun je een personage erbij verzinnen dat leeft in bijvoorbeeld de Middeleeuwen of in bepaalde niet-Westerse landen.

Onderzoek doen tijdens het schrijfproces

Je hebt je verhaalthema gekozen en de personagebiografie gemaakt. Nu is het tijd voor schrijfonderzoek. Naar de rechten van vrouwen in de Middeleeuwen, of de hedendaagse vrouwenbeweging. Maar wat als je een thema hebt dat niet aan tijd en plaats gebonden is, zoals liefde tussen moeder en kind, eenzaamheid of rouw?
Een thema heeft eindeloos veel mogelijke gezichten. Een tiener kan eenzaam zijn omdat hij door iedereen op sociale media wordt genegeerd. Een Amerikaanse oorlogsveteraan die door een mislukt re-integratietraject op straat belandt, ervaart eenzaamheid vanwege totaal andere redenen. Ook zal de mate van eenzaamheid verschillen. Ga goed na wat de oorzaak van je verhaalthema is en hoe dat je personage beïnvloedt. Onderzoek zo nodig eerst de effecten van sociale media bij tieners, of het beleid van de Amerikaanse regering betreft de opvang van veteranen. Ga vooral veel lezen als je je verhaalthema gaat bepalen.

Een schrijver moet veel lezen

“Je kunt geen schrijver zijn die niet leest.” Wat wordt daarmee bedoeld?
Als je veel leest, krijg je oog voor dingen die herhaaldelijk in verhalen terugkomen. Dan merk je wat goed werkt voor de leesbaarheid en waarom bepaalde dingen terugkomen. Sprookjes zijn een goed voorbeeld, met de regel van drieën. De held doet drie pogingen zijn doel te bereiken. De eerste keer mislukt het, de tweede keer mislukt het nogmaals, ondanks de nieuwe strategie. Pas de derde keer wordt het monster verslagen, de prinses gered… Repelsteeltjes naam wordt op de derde dag geraden, enzovoorts. Dit laat de moraal zien dat je met vallen en opstaan iets bereikt. Zoiets valt niet op als je maar één sprookje leest. Lees je er veel, dan wordt het uiteindelijk overduidelijk. Als je veel leest, zul je dus verhaalstructuren en schrijftechnieken gaan ontdekken.

Het pad naar goed schrijverschap is lezen. Veel lezen.

Hoe komt een verhaalthema tot stand?

Stel dat je leest over een vrouw die een scheiding aanvraagt als haar rijke man werkloos raakt. Dan kun je jezelf vragen stellen als:
* Wat zegt dit over de vrouw?
*Wat zegt dit over de man?
*Waarom werkt de vrouw niet?
*Waarom vindt de vrouw werkeloosheid een reden om de man te dumpen?
*Waarom schaamt de man zich als hij buiten zijn macht om ontslagen wordt?

Probeer deze vragen te beantwoorden, dan doe je al kleinschalig onderzoek. Met weinig moeite kom je een hoop te weten over de personages. Zo kom je meer te weten dan alleen een snelle aanname; de vrouw is een golddigger, de man is een zuiplap.

Achterliggende invulling van het verhaalthema

Ja, de man was alcoholist. Maar waarom drinkt hij? Als je erachter komt dat eenzaamheid de boosdoener is, dan is daar je verhaalthema. Was het vanwege een rotjeugd waar hij nooit overheen is gekomen? Dan is het verhaalthema trauma. De insteek van het verhaal verandert wanneer de man nooit drinkt en de vrouw de golddigger is. Zij brengt dan het verhaalthema hebzucht met zich mee. Maar als ze materiële zaken nodig heeft om bepaalde leegtes mee op te vullen, dan is het verhaalthema eenzaamheid. Die zaken komen niet uit de lucht vallen. Daarom is de personagebiografie nodig om het geheel rond te maken.

Betreft een biertje het verhaalthema genieten of alcoholisme? Dat ligt aan de biografie van je personage.

Persoonlijke invulling van het verhaalthema

Een verhaalthema kan veel invullingen hebben. Zo kan bedrog bijvoorbeeld slaan op vreemdgaan, landverraad of op een man die de bankrekening van een vriend leegrooft. Binnen deze subthema’s kunnen verschillende scenario’s voorkomen. Schrijf voor jezelf op wat je spannend of leuk vindt om te lezen en waar je je aan stoort. Dan weet je waar je zelf al dan niet mee wil gaan werken. Vervolgens kan je gaan spelen met elementen en bepalen wat je ombuigt, behoudt en hoe je je eigen verhaal uiteindelijk vormgeeft.

Boodschap van een verhaalthema

Onthoud dat bepaalde scenario’s onbedoelde of onbewuste boodschappen kunnen overbrengen.
Betrapt de vrouw haar man met zijn minnares op de keukentafel? Of vervangt hij de sloten als vrouwlief op shopweekend is met vriendinnen, zodat alleen hij en zijn minnares het huis nog binnen kunnen? Het eerste zal waarschijnlijk vanwege de sensatiefactor die alle verhalen in bepaalde mate moeten hebben, niet al te veel losmaken. Dat laatste kan de indruk wekken dat je beweert dat mannen harteloze, enkel op seks beluste en onbetrouwbare wezens zijn. (Nee, dan zijn niet alle mannen, je beschrijft nu Joe Sixpack.) Ongetwijfeld gaan sommige lezers zich daaraan storen en je boek wegleggen. Ook bij het uitwerken van je thema geldt: je lezer is niet dom.

Een goed uitgewerkt verhaalthema is heel belangrijk. Schakel mij in voor manuscriptredactie om te controlen of het goed tot zijn recht komt.

Schrijfonderzoek doen bij creatief schrijven

Je verhaal is ongeloofwaardig, vervelend en soms zelfs irritant als je geen onderzoek doet. Je lezer zal dan snel afhaken, dus het is heel belangrijk. In de post over schrijven over diversiteit geef ik er basisuitleg over.

Onderzoek je personagebiografie

Onderzoek je personagebiografie en ga goed na wat logisch is. Dat kan iets zijn wat je makkelijk kan bedenken. Een Drents plattelandsmeisje wil in New York gaan studeren en uiteindelijk in een vijfsterrenrestaurant gaan werken. Vanwege haar achtergrond heeft ze geen verstand van haute cuisine. Dan moet ze zich laten bijscholen of gaan stagelopen, anders krijgt ze die baan niet. Soms moet je ergens langer over brainstormen. Als je schrijft over een onderwerp dat je niet kent (cultuur, tijdperk, omgangsregels, wat dan ook) dan moet je meer onderzoek doen.

De belezen lezer

Je lijkt een schrijver van likmevestje als iets schrijft dat Wikipedia binnen twee minuten tegenspreekt. Stel dat je schrijft over Japan in 1700, waarin een Spanjaard naar Japan emigreert. Lees deze Wikipediapagina over de geschiedenis van Japan eens. Hoeveel minuten of zelfs seconden duurde het voordat je wist dat dat historisch gezien onmogelijk is? Niet iedere lezer weet dat. Maar een lezer die het wel weet, vergeeft je zulke luiheid niet. Reken er dan maar op dat je boek meteen wordt weggelegd, omdat je niet de moeite hebt gedaan om zelfs maar twee minuten feiten te controleren.

Duur van je schrijfonderzoek

Het kan weken, soms maanden duren om goed onderzoek te doen. Natuurlijk heb je binnen een halfuur nog niet voldoende gelezen over een (sub)cultuur of tijdperk. Als jouw personages daarin leven, moet je goed begrijpen welke gewoonten, wetten, sociale regels, enzovoorts er geld(d)en. Dat kan een enorm gevolg hebben voor een biografie van je personage en dus voor je verhaal. Onderzoek is dus niet zomaar gedaan.

Het belang van grondig schrijfonderzoek

Bepaalde feiten kunnen grote gevolgen hebben voor je personages. Denk aan een homoseksuele Arabier. Je moet uitgebreid onderzoek doen naar de wetten rondom homoseksualiteit in het Midden-Oosten om zijn verhaal geloofwaardig te houden. Zo kun je met ontwikkelingen en nuances spelen en een goed verhaal schrijven. Als je niets onderzoekt en alles verzint, gaat de lezer denken: “Ik weet niet waarom, maar dit klopt niet.” Daar hoeft hij zelf de regels niet (allemaal) voor te kennen. Je lezer is niet dom.

Doe je geen onderzoek? Hoe durf je! Je lezer kan protesteren door je boek weg te leggen.

Te veel informatie delen

Pas op voor de andere kant van de medaille: laat je personage niet alle regels en wetten vertellen aan een andere. Als je lezer daarover meer wilde weten, las hij wel een non-fictieboek. Expositie is een slecht vermomde infodump. Gebruik show don’t tell om belangrijke feiten duidelijk te maken. In een verhaal over de Europese middeleeuwen kun je beter schrijven: Jan lag doodziek en overdekt met rattenbeten op bed, terwijl een schuimbekkende rat wegschoot uit de woonkamer. In plaats van: “Er gaan geruchten dat iedereen sterft doordat de ratten ziekten met zich meebrengen. Zou dat waar zijn?”

Show don’t tell is belangrijk om de verbeelding van je lezer aan het werk te zetten. De rest komt dan vanzelf. Je lezer begrijpt echt wel dat een kamer vol met 24-karaats gouden kandelaren en Perzische tapijten toebehooren aan een rijke man. Als de beste man een rondleiding van zijn huis geeft, hoef je niet meer te schrijven: De man is steenrijk. Als je je feiten niet controleert of je lezer te veel voorkauwt, zal die zich bewust of onbewust als dom bestempeld voelen. Dan ben je hem kwijt en krijg je hem niet meer terug.

Hoi lezer, zo zie ik jou! Niet bepaald een goede manier om je lezer te behouden.

Personagegericht onderzoek

Onderzoek de leefwereld van je personages en zoek betrouwbare bronnen om meer informatie te verzamelen. Een paar voorbeelden. Als je schrijft over een:
advocaat:
* interview een advocaat;
* volg een cursus wetgeving voor beginners;
* zoek betrouwbare websites op over rechtspraak;

miljardair:
* kijk een documentaire die antwoord geeft op de vragen:
– hoe ziet zijn dagindeling eruit?
– welke schandalen treffen machtige en rijke mensen?
– hoeveel macht heeft een miljardair precies?

almachtig heerser
* zoek in de geschiedenisboeken op:
– wanneer en waar kwamen of komen ze voor?
– hoe kwamen ze aan hun macht?
– hoe hielden ze hun macht?
– hoe valt een dictatuur?

ziekte
* wat zijn de symptomen en gevolgen?
* hoe zien behandeling en revalidatie eruit?
* wat kan een ervaringsdeskundige vertellen?

Onderzoek bij het schrijven van fantasy

Omdat je bij fantasy letterlijk een hele wereld opbouwt, moet je daarvoor veel onderzoeken. Wat kan of mag er (niet) in je verhaal? Als je willekeurig met regels en magische wetten gaat strooien, is je verhaal niet meer te volgen. Je doet dus niet zozeer onderzoek, maar je schrijft eerder je eigen ‘wetboek.’ Dit heet ‘worldbuilding’.

Onderzoek voor een goede worldbuilding

Het kan handig zijn om onderzoek naar bepaalde mythologie te doen, zodat je daar inspiratie vandaan kunt halen. Zo is de steen der wijzen niet alleen iets uit Harry Potter. Dat voorwerp heeft een eeuwenlange geschiedenis. Eeuwenoude culturen schreven er al over. Als je je daarin verdiept, kom je meer over magie te weten, wat een stevige worldbuilding goed kan doen.

Terug de schoolbanken in?

Je mag alles verzinnen als je fantasy schrijft, maar hele vertrouwde natuurwetten (zoals fotosynthese) kun je maar beter laten voor wat ze zijn. Wil je er een beetje mee spelen, fris dan je biologie, natuur- aardrijks-of scheikunde op. Lees hier meer over schrijven met zelfbedachte elementen. Net zoals bij cultuur en geschiedenis, moet je de basis waar je over schrijft begrijpen. Zo weet je zeker dat je niet ongeloofwaardig overkomt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: je lezer is niet dom en legt je boek gewoon aan de kant als het niet goed is uitgewerkt.
Daarom is onderzoek doen misschien wel het belangrijkste aspect van het hele schrijfproces!

Wil je weten of je schijfonderzoek en de moeite die je hebt gedaan zichtbaar is in je boek? Schakel mij in voor manuscriptredactie en je komt erachter!