Een kernemotie centraal stellen in je verhaal: de praktijk

In de vorige blogpost schreef ik een inleiding over het centraal stellen van een kernemotie. In deze blog kijken we hoe en welke emoties je kan onderverdelen, zoals in die blogpost beschreven.

Emoties onderverdelen: even opfrissen

Een korte opfrisser: emoties onderverdelen is het kijken naar welke emotie achter de emotie kan zitten die doorgaans als eerste wordt genoemd of geïdentificeerd. Achter boosheid kan bijvoorbeeld jaloezie schuilen. Ook heb je een persoonlijke belevenis bij emoties en kan je een andere associatie hebben bij de benaming van een emotie.

‘Near ememies’: hoe verschillende emoties hetzelfde kunnen lijken

Near enemies* zijn emoties die op het eerste gezicht hetzelfde lijken. Als je wat beter kijkt, zie je niet alleen dat ze verschillen, maar ook nog eens een totaal andere, vervelende uitwerking op je gevoelens hebben. Een near enemy geeft voorbeelden als:

  • Thijs zegt dat hij tegen Goedele dat hij van haar houdt, maar ondertussen voelt Goedele zich niet geliefd, maar geclaimd. Hier verwart Thijs liefde met overdadige hechting. In plaats van dat hij haar onvoorwaardelijk liefheeft, wil hij continu weten wat ze doet, of bij haar zijn omdat hij bang is haar te verliezen. Maar intussen zegt hij dat hij zoveel tijd met haar door wil brengen omdat hij liefde voor haar voelt.
  • Rani zegt altijd voor Amir klaar te staan, maar hij voelt zich eerder klein dan sterker worden wanneer ze een opbeurde peptalk geeft. Rani toont dan medelijden, waardoor ze -zonder het verkeerd te bedoelen- op Amir neerkijkt en hem zielig vindt. Als ze compassie zou tonen, zou ze inzien dat ze óók wel eens iets niet kan en in dat herkenbare stuk met Amir op mentaal gelijke voet blijven en hem oprecht kunnen aanmoedigen.

Als je een kernemotie centraal wil stellen in een verhaal, moet je het principe van de near ememy begrijpen. Anders kan het zomaar gebeuren dat je op een warme, fijne emotie inzet en je lezers in plaats daarvan met een onbehaaglijk, knagend gevoel je boek dichtslaan. Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

Emotie emotie voelt als/ lijkt te zeggenNear enemy Near enemy voelt als/ lijkt te zeggen
gelijkmoedigheidberusting: “het is goed zo.” / “Het is zoals het is, hoe pijnlijk ook”. onverschilligheidonterecht(!) het gevoel te hebben bestand te zijn tegen nare gevoelens: ´Het boeit/raakt me niet.´ “Wat maakt het uit, alles is toch vergankelijk.” (Zie ook de schrijfoefening: schijnheilige engel)
vriendelijkheidIk doe iets aardigs voor jou omdat ik dat wil en voel me daar goed bijonzelfzuchtigheid Ik doe iets aardigs voor jou omdat ik anders meen tekort te schieten in vrijgevigheid. Onzelfzuchtigheid kan zo opdringerig en uitputtend voelen.
benijdenIk wil wat jij ook wil, maar ik gun dat jij het wel hebt. jaloezieIk wil wat jij wil en ik ben boos dat jij hebt wat ik niet heb. Jaloezie voelt boos, verbitterd, waar bij iemand benijden berusting of zelfs uitgesproken vrolijkheid komt kijken.
Zoals je ziet, gaan near enemies niet alleen op voor emoties, maar ook voor zaken die je misschien eerder als karaktereigenschappen zou omschrijven. Probeer ruim te blijven denken: zolang je met een emotie of karaktereigenschap een emotie ( bij de ander) ontlokt, kan het bruikbaar zijn. Je brengt immers een emotie teweeg bij de lezer, wat de emotionele toon van je verhaal kan bepalen.

Zie je hoe belangrijk het kan zijn om near enemies te herkennen voor het gevoel waarmee je lezer het boek dichtslaat? Je zal maar denken dat je een vriendelijk hoofdpersonage hebt, dat al driehonderd pagina’s onzelfzuchtig blijkt te zijn. In plaats van vrolijk wordt de lezer er misschien eerder moe of zelfs ongeduldig en chagrijnig van…

Persoonlijke beleving bij emoties

Het kan natuurlijk ook dat jij een uniek beeld hebt bij een bepaalde emotie. Als je dan weet wat de near enemy is, kan je veel makkelijker schrijven wat je ècht bedoelt met die emotie, niet wat je (misschien) lijkt te bedoelen. Je krijgt een paar persoonlijke voorbeelden van mij, daarna mag je zelf aan de slag 🙂

Een voorbeeld hoe een ander begrip van een emotie zich vertaalt naar de boekenwereld:
Ik zei eens tegen een vriendin dat ik eens een keer liefdesverhaal zou willen lezen, maar dat nog niet had gevonden. Ze keek me aan alsof ik gek was: de bieb heeft er kasten vol van! Zij dacht dat ik romantische verhalen bedoelde, maar het ging mij om een verhaal waarin liefde aanwezig was – een wederzijds gevoel van vriendschap, respect, vertrouwen en de bereidheid de ander te helpen omwille van de groei van de ander. Dit alles zonder de ander te (ver)oordelen-, maar dan uitgesproken zónder de nadrukkelijke aanwezigheid van verliefdheid, romantische gebaren of seks. (Voor de verandering.)
Toen snapte ze dat die zoektocht ineens een stuk moeilijker was 😉 Wij hadden een andere beleving bij het begrip ‘liefdesverhaal’.

Zo heb ik ook een beeld bij het woord heilzaam en daarbij heeft dat woord ook bijbehorende near enemies, of woorden die qua invulling hetzelfde zouden kunnen lijken, maar dat niet zijn.

Woordassociatie/ persoonlijke definitievoorbeeld
heilzaamhartverwarmend, hoopgevend, soms ook pijnlijk: mensen groeien door liefde dichter tot elkaar, in goede en/ of slechte tijdenEen mantelzorger die het werk vanuit vriendelijkheid en liefde verricht.
geborgengenegenheid en hoop: mensen tonen elkaar liefde, alles is goed (en soms ook onschuldig). Deze geborgenheid komt per -persoonlijke- definitie niet voor in slechte tijden en wordt nooit vergezeld door nare of moeilijke emoties.Een peuter geeft haar laatste stukje taart aan haar huilende jongere broertje.
pluizigiets is lief, zacht, pluizig, onschuldig en allerlei andere soortgelijke dingen die hartverwarmend zouden moeten zijn. Ze liggen er echter zodanig dik en onoprecht bovenop liggen dat ik er onpasselijk van word of met mijn ogen ga rollen. De ‘kawaii-subcultuur‘ in Japan. Vooral als de jonge meiden kawaii met een hoge stem uitspreken en het rekken: kawaiiiiiii
klefklef doet een poging tot heilzaamheid in een liefdevolle situatie, maar voegt daarbij onnodig of een overdosis romance toe aan het verhaal. Daardoor zwakt de oprechte liefde af tot een goedkope, nietszeggende, dertien-in-een-dozijn romance.Heel veel romantische clichés

* Het principe van ‘near enemies’ ken ik van Atlas of the Heart, geschreven door Brene Brown. Daar heb ik ook de voorbeelden uit gehaald. Ik raad je dat boek ten zeerste aan als je het principe van emoties onderverdelen grondiger wil bestuderen.

Foto: Nguyen Thu Hoai op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het inciting incident, de comfortzone

In de serie ‘Drie-aktenstructur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week het tweede: het inciting incident, het moment dat draait om de comfortzone. 

Zo ziet de Drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Het tweede verhaalelement komt meteen na het begin, nog in de eerste akte. De basis van het verhaal is zich dus nog aan het ontvouwen. Het tweede verhaalelement gaat over de comfortzone en komt meteen na de start van het verhaal. Dat betekent dat je er geen gras over moet laten groeien. Wat moet je personage doen wat het normaal niet doet of durft?

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Als je de start van het verhaal hebt geschreven, weet de lezer wat voor personage de held grofweg is. Waar die zich comfortabel bij voelt of bang voor is en wat de belangrijkste karaktertrekken zijn. Die omstandigheden moet je dus gaan veranderen. Laat blijken hoe het leven of de omstandigheden van je personage gaan veranderen. Anders blijf je in het begin hangen en heb je geen verhaal.
Een loodgieter heeft een prettige baan, maar is diep vanbinnen bang dat die wordt afgenomen. Dat kan een begin vormen, maar als er vervolgens niets gebeurt, is het geen verhaal, maar een gegeven.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

In het tweede verhaalelement moet er iets veranderen aan het alledaagse leven dat je in het begin hebt uitgeschreven. Daarbij moet er nog meer dan in het begin duidelijk worden wat je personage beweegt, waar het zich comfortabel bij voelt en hoe het reageert als er iets gebeurt wat het niet verwacht. Hier hoort je personage de roep van het avontuur en moet het zich daarvoor klaarmaken.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Dit is de eerste keer in het verhaal dat je personage iets moet doen wat het niet per se wil of fijn vindt. Nu is het nog redelijk onschuldig, maar er volgen nog momenten waarop je personage met diens ergste kwelduivels of angsten wordt geconfronteerd. Je moet al weten wat die andere kwelduivels en angsten zijn. (Je ziet ze in het schema terug bij als ‘obstakel’, maar ook bij de climax.) Zorg ervoor dat je grofweg weet wat die tegenslagen gaan worden, zodat je weet hoe je een goede spanningsboog uitwerkt die langzaam maar zeker in intensiteit stijgt.
Bedenk: een verhaal is niet geloofwaardig of interessant als de held van het verhaal onmiddellijk de wereld moet redden. Eerst zijn er nog trainingen en tegenslagen nodig. Weet wat de opbouw van de obstakels gaat zijn.

Wat moet je geheimhouden voor de lezer in dit verhaalelement?

Vrijwel alles wat onder het vorige kopje stond vermeld, moet je geheimhouden voor de lezer. Alles wat inhoudelijk nog gaat gebeuren, moet op dit punt nog enige mysterie uitstralen. Zowel je personage als de lezer moeten het gevoel krijgen dat er een avontuur op het punt van beginnen staat waarvan de afloop nog onbekend is.

Volgende week lees je over het derde verhaalelement, waarin je personage bedenkingen krijgt bij het aankomende avontuur.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Afbeelding: door Vlad Tchompalov op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een kernemotie centraal stellen in je verhaal — een theoretische inleiding

Er zijn verschillende manieren om de beleving van je verhaal en een goed plotverloop te waarborgen. Een bekende daarvan is het afbakenen van het verhaalthema. Een andere, minder gebruikte manier is om jezelf af te vragen welke kernemotie je verhaal moet oproepen.

Emoties oproepen bij je verhaal

Ieder verhaal heeft momenten van spanning, relatieve rust en belonende onthullingen. Daarbij komen ook verschillende emoties los: verdriet als de held iemand verliest en blijdschap en opluchting als de missie is geslaagd. In dat opzicht is het niet mogelijk om je tot één emotie te beperken die je bij de lezer op wil roepen. Tegelijkertijd heeft ieder verhaal ook een overkoepelende emotie. Zo is het verhaal over een terminale patiënt vooral verdrietig, waar de feelgood vooral blijdschap oplevert.
Als je zo naar emoties kijkt en ze ook preciezer gaat ontleden of onderverdelen, kan je een centrale emotie vinden die de leidraad voor je verhaal vormt, zonder dat je het algemeen houdt of cliché maakt.
Van de tien boeken die je leest en je vrolijk maken, zijn er misschien drie die je hoopvol stemmen. Als je op die manier je boek het specifiekere emotionele label van ‘hoopvol’ mee kan geven in plaats van het meer algemene ‘vrolijk’, dan val je (met je boek) al meer op en zullen meer lezers nieuwsgierig worden naar je verhaal.

De emoties op de gezichten van deze lollige eitjes op de eerste rij zijn ‘basisemoties’. Je ziet echter niet wat er getekend staat op de eitjes op de achterste rij (lees: welke emoties ‘erachter’ zitten.) Als je de moeite doet om dat wel proberen te ontdekken, dan kom je misschien wel iets heel verrassends tegen. Iets wat meer diepgang geeft dan afgaan op wat je op het eerste gezicht ziet. (In dit geval ook letterlijk in het geval van de eitjes op de eerste rij.) Bij het schrijven van je boek kan dat een enorme verrijking zijn voor de invulling van je verhaal.

Foto door Tengyart op Unsplash.

Emoties onderverdelen: psychologisch graven

Je kent het beeld vast wel van de psycholoog die vraagt: “En wat zit er achter de boosheid die je nu voelt en benoemt?”
Je kan inderdaad alleen maar boosheid voelen, maar het is vaak zo dat je denkt dat het boosheid is, maar dat dat slechts het eerste woord is wat in je opkomt. Iets ‘boosheid’ noemen is makkelijker, omdat het moeilijker is om bijvoorbeeld jaloezie emotioneel als zodanig te identificeren. Daarmee wordt het als zodanig benoemen daarvan ook moeilijker. Dat is ook niet zo gek. Het is het verschil tussen: “Ik kan boos worden op mensen die op anderen neerkijken,” waarbij de kous af is en: “Ik ben jaloers op mensen die meer hebben dan ik, want dan voel ik me een mislukkeling, twijfel ik aan mezelf en kan ik boos worden over het onrecht en de machteloosheid die ik voel.” Dat is nu eenmaal veel (meer) om te voelen.
Maar laat dat psychologisch graven niet zomaar links liggen, hoe verleidelijk dat misschien ook is. Sommige nuances of onderliggende emoties lijken nauwelijks anders te zijn, maar hebben belangrijke verschillen.
Neem boosheid en frustratie. Boosheid is heel ‘zuiver’: “Ik word boos als mensen bij oranje licht stoppen, in plaats van doorrijden.” Bij frustratie speelt mee dat jij door omstandigheden die buiten jezelf liggen je iets niet kan bereiken. En inderdaad, je als gevolg daarvan boos wordt: “Doordat die eikel stopt bij het oranje licht, kan ik niet doorrijden en mis ik de start van een belangrijke vergadering.”
In een verhaal is dat op de langere duur een belangrijke verschil: een boos personage klaagt altijd en heeft woede-uitbarstingen. Een gefrustreerd personage geeft altijd anderen de schuld geeft en vindt zichzelf belangrijker dan hij is.

Persoonlijke narratieve beleving bij emoties

Uiteraard wordt niemand blij van verdriet. Maar dat betekent niet dat iedereen op dezelfde manier met iedere emotie omgaat. De een heeft woedebeheersingstraining nodig, waar de ander dat helemaal zen bijna moeiteloos kan wegademen. Bovendien heeft iedereen ook nog eens een ander beeld bij emoties, zeker in de context van verhalen hebt. Zeg ‘liefde’ en het is zeer waarschijnlijk dat dat met een romantisch drama wordt geassocieerd. De een zal juichen: “Yes, lekker zwijmelen,” waar de ander zal zuchten: “O God, daar gaan we weer… Kan diealfaman nou niet eens een keer opkrassen?”
Maar jij bedoelde met liefde die tussen moeder en kind. Je kan dus stellen dat ook jij als schrijver een persoonlijke interpretatie hebt van bepaalde emoties en daarmee ook bij diens nuances. Het is dus des te belangrijker dat je die interpretaties en verschillen goed in kaart brengt. Anders kan je kernemotie als leidraad van je verhaal falen of heel anders uitpakken dan je bedoelde.

Het kiezen van een kernemotie voor de toon van je verhaal is dus niet een klus die één, twee, drie geklaard is. Daarom gaat deze blogpost er verder op in.
Je kan alvast proberen zelfstandig te beginnen. Schrijf op welke emoties je kan benoemen en denk na over welke emoties en bijbehorende nuances daarachter kunnen liggen. Zie je dan een verschil met wat dat met een personage of desfeeromschrijving of de verhaalbeleving doet of kan doen? Heb jij net als in het voorbeeld persoonlijke beelden bij emoties? Waar denk je dan op te moeten letten om dat universeel te kunnen vertalen naar de beleving die je met je boek op wil roepen?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Drie-aktenstructuur: het begin

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week het eerste: het begin.

Zo ziet de Drie-aktenstructuur eruit:

Introductie verhaalelement

Aan het begin weet de lezer nog helemaal niets van je verhaal. Misschien geeft de achterflap of de titel een idee, maar daar heeft de lezer niet veel aan om het leesavontuur echt in te kunnen duiken. De eerste echte informatie krijgt de lezer nog altijd aan het begin van het boek.  

Kennis van de lezer

Vermijd het idee dat je de wereld of het personage moet introduceren. Een veelvoorkomende fout aan het begin is dat je het hoofdpersonage of de regels van je fantastische wereld bijna letterlijk gaat voorstellen. “Hallo lezer, dit is Alexandra. Ze is vijfendertig, heeft een donkere huid, prachtige krullen en is getrouwd met Frans.”  
Dit soort -meestal- nietszeggende informatie wordt nogal eens vergezeld door een alledaags gesprekje met de buurman. Zo komt de lezer erachter dat de heldin een bibliothecaresse is. In een fantasyverhaal ligt de proloog op de loer waarin alle wetten en regels bijna letterlijk worden uitgeschreven. Dat is niet de bedoeling; als schrijver is het je taak om de informatie subtiel in de tekst te verweven.

Waar is dit verhaalelement voor bedoeld?

In plaats van iets te willen introduceren, moet je het verhaal starten. Dat betekent dat je de eerste hints moet geven. Die moeten aangeven wat belangrijk gaat worden in het plot of wat voor karaktertrekken je personage heeft die later in het verhaal belangrijk zijn.
Beschrijf dus dat Alexandra jaloers is als ze later in het verhaal ontdekt dat Frans vreemdgaat. Je kan dat in het begin al laten doorschemeren in een andere context: laat haar een duidelijke verbitterde mening hebben over een knappe collega, of laat haar mokken dat ze niet gehoord wordt in een vergadering.

Kennis van de schrijver

Je kan niet aan een verhaal beginnen als je het karakter van je personage niet kent en niet weet wat het beweegt. Zorg dat je personagebiografie in orde is. Hierin staan de belangrijkste zaken over je personage: karaktertrekken, angsten, wensen, persoonlijke geschiedenis enzovoorts. Wees subtiel met je voorbeelden van de karaktertrekken die iets duidelijk moeten maken, anders verraad je het grootste deel van het centrale conflict of het plot voor het goed en wel begonnen is.

Valkuilen van het verhaalelement

In dit verhaalelement moet je niet te veel verklappen. Start het verhaal, maar geef er niet te veel van weg. Dat komt in de volgende verhaalelementen pas aan de orde. Het begin is relatief kort, dus daar moet je niet proberen informatie in te proppen die later aan bod hoort te komen.  
Vergelijk het met een plottwist: die is pas interessant als de lezer al met je personage is mee gaan leven. Anders kan het hem niets schelen of je personage de grond onder de voeten voelt verdwijnen. Op eenzelfde manier is verklappen dat Frans straks vreemdgaat nog niet interessant (genoeg) om de schok teweeg te brengen die dat moet doen. Er zijn zoveel verhalen over ontrouw dat je niet meteen van de lezer kan verwachten dat die meteen in het verhaal wordt meegezogen.

Hierna volgt verhaalelement 2: het inciting incident. Daar leer je alles over het belang van de comfortzone in de verhaalstructuur.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Lukasz Grudzien op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Persoonlijke symboliek in je verhaal gebruiken

Een volle maan voor romantiek en een schedel voor dood en verderf: de meeste symbolen die in verhalen worden gebruikt zijn meestal recht voor zijn raap. Daarom kan het handig zijn om ook eens symboliek te gebruiken waarmee de lezer niet al meteen kan raden wat komen gaat. Daarvoor zijn persoonlijke associaties geschikt. Maar die moet je wel op een goede manier introduceren, wil het allemaal nog een logisch geheel vormen.

Veelgebruikte symbolieken: een scène in het kort

Laten we eerst eens kijken naar een veelgebruikt symboliek om te zien wat die voor associatie met zich meebrengt. Dan weet je wat je mist bij een symboliek dat in beginsel geen overbekende associaties oproept.
De volle maan kan staan voor een romantisch boottochtje. Als vanzelf verwacht je dan ook dat er vooraf een diner bij kaarslicht wordt gehouden dat er tijdens het varen wordt gekust. Met andere woorden: van het een komt het ander. Met slechts een paar woorden zie je al een (korte) scène voor je.

Blanco symbool

Nu gaan we het hebben over de eend. Die staat overduidelijk symbool voor… uh…
Je kan specifieke dingen associëren met deze vogel, zoals zijn typerende gekwaak. Of misschien zie je Donald Duck voor je. Maar het is niet zo dat een eend onomwonden verbonden is met een bepaalde trope of een specifiek genre. Je zou een eend dus als een blanco symbool kunnen zien. Je kan er een symbool van máken, maar dat is het nog niet op zo’n manier als de volle maan of schedels dat zijn. Het staat je vrij om nog helemaal op dit ‘blanco velletje’ te tekenen.
Om het jezelf makkelijk te maken, stel je jezelf eerst de vraag: Ga ik dit symbool uitwerken volgens een verhaalthema of vanuit de persoonlijke beleving van mijn hoofdpersonage?

Werken volgens een verhaalthema

Als je met een symbool werkt en een verhaalthema het uitganspunt vormt, is dat eigenlijk hetzelfde zoals bij de welbekende symbolieken. Je moet alleen andersom gaan denken. In plaats van dat je weet dat je weet dat de volle maan romantiek betekent, moet je nu gaan bepalen waarom de eerdergenoemde eend iets specifieks moet uitdragen. Daarvoor kan je een woordenweb maken Om niet helemaal bij nul te beginnen, zijn mythologieën, sprookjes en droomwoordenboeken een goed startpunt. Ze voorkomen bovendien dat je eindeloos gaat uitweiden wat het symbool al dan niet moet betekenen. Kijk eens naar wat droominfo.nl schrijft over een eend: Eenden zijn veelzijdig in de zin dat ze kunnen lopen, zwemmen en vliegen. Een eend wijst daarom op flexibiliteit en je vermogen om je aan verschillende omstandigheden aan te passen.
Als je in jouw persoonlijke woordenweb ‘vrolijk waggelend’ en ‘gezellige kwaker’ hebt staan, kan je dat combineren tot een manusje-van-alles dat ook veel kletst en een gevoel voor humor heeft. Laat hem ook nog eens eendenoppasser zijn en een eend in details terugkomen als er iets grappigs gebeurt en de situatie flexibiliteit vereist. Dan wordt de eend in dat verhaal net zo symbolisch als de volle maan in een zwijmelverhaal.

Als je weet waarom deze vrolijke Frans zo belangrijk is, kan je met een goede uitwerking ervoor zorgen dat hij het hele verhaal kan dragen.
Foto door Ross Sokolovski op Unsplash.

Symbolen en persoonlijke beleving

Of het nu de jouwe zijn of die van je personage, je kan ook werken met symbolieken die ontstaan vanuit persoonlijke beleving. Dat geeft voorbeelden als:
* Waar iedereen een doodgewoon theelepeltje ziet, zie jij oma voor je die met een diepe frons door haar thee roert.
* Niemand denkt twee keer na bij het zien van een vrachtwagen, behalve dan jouw truckerpersonage: “Morgen weer werken na drie weken vakantie.”.
* Iemand die geen bladmuziek kan lezen, zal niet warm of koud worden van een A4’tje waar een deel van een muziekstuk van John Williams staat uitgeschreven. De Williamsexpert hoort bij het zien van diezelfde bladmuziek echter meteen prachtige muziek in zijn hoofd.

Zegt dit jouw personage alles of niets? Dat antwoord maakt een groot verschil voor de symboliek.

Deze persoonlijke belevingen geven als het goed is een eindeloze stroom aan mogelijkheden en inspiratie. Neem oma. Waarom fronst zij altijd tijdens het theedrinken? Heeft ze een zwaar leven gehad, of is ze erg filosofisch ingesteld tijdens een theepauze? En dat eigenlijke theelepeltje, is daar nog iets speciaals mee? Heeft het een hoge financiële of emotionele waarde? Zo ja, waarom en wat kan je er er vervolgens nog meer over zeggen of bedenken?
Voordat iets van persoonlijke waarde kan worden of persoonlijke symboliek kan krijgen, moet er een persoonlijke geschiedenis of persoonlijke omstandigheden aan te pas komen. Kijk nog maar eens naar het voorbeeld van de trucker. Als zijn beroep niet meespeelde, had hij ook niet opgekeken van de vrachtwagen.

Je kan talloze persoonlijke belevingen bedenken als je je (autobiografische) personage goed kent. Misschien zelfs te veel. Om te bepalen waar je het zoeken moet, kijk je naar de belangrijkste elementen uit de personagebiografie. Vergeet ook niet wat de persoonlijke waarheid van je personage is om te bepalen wat belangrijk kan zijn voor hem of haar.

Persoonlijke symboliek toepassen

Zodra je een voorwerp, dier of symbool hebt gevonden dat past bij de beleving van je personage, kan je ermee gaan werken. Het is belangrijk dat je de geschiedenis van je personage en relevante medepersonages daarbij betrekt. Je kan een keer tussen neus en lippen door vermelden dat oma’s theelepeltje hoge waarde emotionele waarde heeft omdat theedrinken met oma zo belangrijk was voor je personage. Maar dan ben je er nog niet. Maak je klaar voor een show don’t tell parade. Door je verhaal heen moet je keer op keer laten merken waarom überhaupt bij oma zijn -wat resulteert in het meer symbolische theedrinken en het bijbehorende lepeltje- zo belangrijk zijn voor je personage. Beschrijf het fijne karakter van oma, haar talloze attenties en de fijne familieherinneringen.

Creatief met niet-vaststaande symbolieken spelen kan de originaliteit van je verhaal enorm opkrikken. Probeer het eens!


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Compleet overzicht van de ‘Wat als’- artikelen: zo werk je je personages uit

Twijfel je hoe je personage om zou gaan met bepaalde tegenslagen of dingen die het meemaakt tijdens het verhaal? In de ‘Wat als’-serie zijn al deze onderwerpen onder de loep genomen, van een gebroken hart, tot wanneer je personage anders is dan jij, de schrijver. Hier staan ze allemaal nog eens op rijtje, onderverdeeld in verschillende categorieën.

Personage en plot

Als je personage macht heeft
Als je personage tegenslagen te verduren krijgt
Als het personage moegestreden is
Als je personage een geheim heeft
Als je personage in actie moet komen
Als je personage overgehaald moet worden
Als je personage klem zit
Als je personage stervende is
Een personage dat lastig te schrijven is
Als je personage nieuw is in een groep
Als je personage veel pech heeft
Als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan
Als je personage het zwaar te verduren heeft
Als je personage vakantie heeft
Als je personage ergens mee worstelt
Als je personage een belofte na moet komen
Als het personage geholpen moet worden
Als je personage een strijder is
Als je personage een belofte verbreekt
Als je personage iets te bekennen heeft  
Het einde van een boek- als je personage de eindstreep haalt

Karakter en vaardigheden van je personage

Onkunde
Als de schrijver het personage niet mag
Uitverkoren is
Een onbetrouwbaar personage
Als je personage moet groeien
Als het personage anders is dan de schrijver
Excuses moet aanbieden
Als je personage iets fout doet
Incorrect zelfbeeld heeft
Schrijven over een kind
Superkrachten bezit
Een koppig personage
Een nieuwsgierig personage
De goedzak
Een verdorven personage
De leugenaar
Het verlegen personage
(Bij)geloof
De verrader
Een heilige overtuiging
Het onredelijke personage – de Karen
Een laf personage

Personage en persoonlijke omstandigheden

Liefdesverdriet
Eenzaamheid
Pijn
Rijkdom
Als er iets te vieren is
Minderheden
Rouw
Als je personage iemand mist
Als je personage zich ergens op verheugt
Trauma
Verliefdheid
Verslaving
Ziekte
Armoede

Als je personage iets (niet) wil

Seks
Aan verwachtingen voldoen
Als je personage iets nodig heeft
Als je personage doet wat het wil
Als je personage de macht wil grijpen
Als je personage in staking gaat

Al deze artikelen en dit exacte overzicht verschenen eerder op Schrijven Online.
Foto door Kyle Smith op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Het plot van een verhaal uitdenken

Het plot is een van de belangrijkste dingen in een verhaal. Daarom moet je het goed uitwerken. Maar voor je het kan uitwerken, moet je het uitdenken. Dat voorkomt een hoop schrapwerk en zorgt ervoor dat je een plottwist tijdig goed in de steigers hebt staan.

Wat voor plotschrijver ben je?

Er is geen perfecte manier om te beginnen met schrijven. Sommige schrijvers plannen alles tot in de puntjes voordat ze beginnen met schrijven. Anderen schrijven de grote lijnen uit en zien wel waar het schip strandt zodra ze met schrijven beginnen. Maar zelfs de schrijvers van de laatste categorie doen er goed aan om het een en ander uit te werken voor ze starten met een verhaal neerpennen. Het is een ding om aan versie negentien van hoofdstuk een te beginnen omdat je alwéér een geniale ingeving hebt gekregen. Het motiveert een stuk minder als versie twintig van hoofdstuk een voor je ligt omdat je opnieuw alles in je plot moest bijschaven…

Wat maakt een plot?

Personages, subplots, verhaalthema’s, interpersoonlijke relaties, heldenreizen, wetten van je worldbuilding… eigenlijk maakt alles wat deel uitmaakt van je verhaal deel uit van je plot. Dat zou in ieder geval moeten, want alles wat niet bijdraagt aan het plot – in grote of kleine vorm- is vrijwel altijd verspilling van woorden. Die soort zaken moet je dus schrappen. Maar als je nog niet weet wat er komen gaat, hoe weet je dan wat er in ieder geval zeker moet worden uitgedacht, uitgewerkt en opgeschreven?

Verhaalthema of moraal

Je kan met een verhaalidee beginnen waar je maar wil. Misschien zie je mooie bergen voor je en is dat de plaats waar je jouw nieuwe verhaal wil laten afspelen. Of ben je geïnteresseerd in de luchtvaart en wil je daarom van je hoofdpersonage een piloot maken. Maar zodra je je gaat bedenken wat belangrijk is om globaal uit te werken, kijk dan niet verder dan je verhaalthema of moraal. Dit is namelijk het kort en krachtige: als het erop aankomt, gaat mijn boek over X. Bijvoorbeeld:
* liefde
* familie is belangrijker dan vrienden ( of andersom)
* reizen maken
* iemand die vanuit armoede in de Quote 500 belandt

enzovoorts, enzovoorts. Waarom is dit het belangrijkste? Omdat een thema of moraal een verhaal aan elkaar breidt en een logisch geheel van allerlei losse elementen maakt. Het verhaalthema is een soort butterfly-effect, maar dan zonder de chaos. (Het butterfly-effect wordt ook wel de chaostheorie genoemd.)
Waar een ‘traditioneel butterfly-effect’ over oorzaak en gevolg, gevolg en nog meer gevolg gaat, is een verhaalthema als het ware datgene waar alles terug naar toe gaat. Terug naar de oorzaak. Een voorbeeld:

Je schrijft over een gebroken gezin. Het eerste waar je aan denkt is misschien een scheiding. Maar als een gezin gebroken is -al dan niet door een scheiding- kom je onherroepelijk ook zaken als verdriet, verwarring, ruzie en eenzame momenten tegen. Zodra je weet wat er aan de basis van je verhaalthema ligt, kan je vandaaruit van alles en nog wat verzinnen. Of liever, dan is de kans groot dat het als vanzelf komt bovendrijven.

Het hoofdpersonage en de heldenreis

Als je weet dat je over een gebroken gezin gaat schrijven en weet wat onderliggende subthema’s zijn, komt het hoofdpersonage vaak in ruwe schetsen al naar voren. Het moet ellende meemaken. En, omdat een held een centraal conflict nodig heeft om te groeien, blijft dat altijd in hetzelfde straatje van het verhaalthema. Je personage zal bijvoorbeeld een groeiproces doorgaan wat betreft omgaan met verdriet. Dat is een logisch voortvloeisel uit het thema van een gebroken gezin. Misschien bedenk je dan als vanzelf ook dat het personage eerder introvert is dan extravert. Zo kan je langzaam maar zeker een personagebiografie beginnen te maken.

Subplots en medepersonage als spiegels

Je subplots en medepersonages zijn sterk op het moment dat ze als een spiegel werken van het verhaalthema en/of je hoofdpersonage. Bijvoorbeeld:
* is je held verlamd door schaamte over een gebroken gezin? Laat zijn beste vriend zijn baan verliezen. (Lees: er is ook iets gebroken, en er komt ook verlies, verdriet en verwarring bij kijken.)
* Als je held moet leren om met verdriet om te gaan, komt hij mensen tegen die ook verdriet hebben gehad. Deze mensen zijn ook aan het leren om met verdriet om te gaan, of kunnen dat al.
* Als je thema verslaving is, kan je hoofdpersonage aan de drugs zijn. Een ander personage is ook verslaafd, maar wel aan iets wat minder opvalt, omdat de maatschappij die verslaving wat meer accepteert. Denk aan werkverslaafd, of verslaafd aan de smartphone.

Plottwist: zo kan het ook

Omdat een plottwist hints moet geven om goed te werken, moet je die vooraf in je opschrijfboekje goed uitwerken. Bedenk tijdens het uitdenken van een plottwist dat die het thema naar voren moet laten komen in een vorm die de lezer niet verwacht. De twist moet een gevoel opleveren dat zegt: ‘zo kan het ook’. Deze zin betreft dan wederom het verhaalthema of het moraal. Wat voorbeelden:
* Het thema is ouderschap:
Je hoofdpersonage heeft al heel lang problemen met zijn vader en heeft daardoor nooit een echt vaderfiguur gehad. Plottwist: uiteindelijk vindt je personage het langverwachte vaderfiguur in zijn nieuwe baas, met wie hij een fijne band opbouwt. Nee, de baas is niet de biologische vader, maar hij vervult wel een vaderrol. “Zo kan het ook.”
* Het thema is liefde:
Iemand doet alle moeite om de ware te vinden, maar dat lukt maar niet. Dan gaat diegene in een kinderdagverblijf werken, waar er eindeloze liefde voor en van de kinderen aanwezig is. Het is geen romantische liefde, maar het is liefde in een andere vorm. “Zo kan het ook.”

Dit is óók liefde. Als je je laat beperken tot gebruikelijke definitie van liefde die naar romantiek verwijst, kan je jezelf en daarmee je verhaal enorm beperken. Bedenk bij een verhaalthema wat het nog meer kan betekenen dan het eerste beeld dat in je opkomt. Dan zijn subplots en plottwists een stuk makkelijker te bedenken.
Foto door Kateryna Hliznitsova op Unsplash.

Als je deze zaken in het achterhoofd houdt, wordt de kans dat je je complete verhaal om moet gooien een stuk kleiner. Ga zelf maar eens aan de slag met deze tips om zo ook te knutselen met je worldbuilding, subplots, scènes en karakterrtrekken van je personages.

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage de eindstreep haalt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage de eindstreep haalt?

Als je boek bijna ten einde is, gaat je personage een bepaalde eindstreep halen. Hoe schrijf je die op zo’n manier dat die een goede laatste indruk achterlaat?

Wrap-up

‘De eindstreep in zicht’ is het moment dat het drie-aktenstructuurschema de wrap-up noemt. Het einde is er bíjna, maar nog niet helemaal. Het duidelijkste voorbeeld van hoe een wrap-up eruitziet, vind je in sprookjes. Het is dat gedeelte net vóór ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’.
Nu Assepoester met de prins was getrouwd, hoefde ze nooit meer vervelende klusjes te doen.

Het geeft een indruk hoe het verhaal verdergaat nadat het boek zelf is geëindigd. Want meestal gaat een verhaal nog verder na het einde van het boek: je personage is immers nog niet dood. Maar omdat al het interessante –narratief gezien– al is verteld, ga je niet eindeloos meer doorschrijven over hoe personages door blijven leven.

De toon van je verhaal

Om te zorgen dat je wrap-up aansluit bij de rest van je boek, moet je al over de wrap-up nadenken zodra je begint met het schrijven van je verhaal. De wrap-up bepaalt namelijk voor een groot deel de toon van je verhaal.

Om Assepoester nog maar eens als voorbeeld te nemen:
Stel dat je wrap-up is: voor het altaar werd Assepoester alsnog door haar boze stiefmoeder ontvoerd en was ze gedoemd om een huisslaaf te blijven.
Dat is een hele gure toon. Eentje die helemaal niet aansluit bij een groot deel van het verhaal, waarin hoop hoogtij viert. Het mooie bal, de dans met de prins en de wetenschap dat Assepoester als enige het glazen muiltje zal passen.
Bepaal dus grofweg het einde van je verhaal voor je met schrijven van het verhaal om te voorkomen dat je een anticlimax schrijft of de lezer zich bedonderd voelt.

Zorg voor voldoende en logische afsluiting

Je kan ervoor kiezen om een open einde te schrijven, maar je moet er wel voor zorgen dat je de belangrijkste vragen over de heldenreis van je personage beantwoordt. Als er nog een aantal belangrijke vragen openstaan, is de wrap-up het moment om ze te dichten.
Wees gewaarschuwd: in de loop van je verhaal moet je al wel duidelijke feiten of hints kunnen geven om iets af te sluiten, anders komt de afronding zeer geforceerd over. Dan krijg je een ‘o ja, trouwens’-effect:

  • O ja, trouwens, deze personages waren altijd al verliefd op elkaar;
  • O ja, trouwens, dit deed het personage met oma’s gigantische erfenis;
  • O ja, trouwens, het kwam nog goed met de zieke hond waar mijn personage het hele boek lang voor gezorgd heeft.

Een wrap-up komt dan misschien laat in het verhaal, maar je moet de aanzet ervoor al gedurende het hele verhaal geven.

Dit is het laatste artikel van de ‘Wat als?’-serie. Hopelijk heeft hij veel nieuwe inzichten gegeven!
Volgende week komen alle artikelen nog eens in een overzicht te staan. Daarna start een nieuwe serie. In dit artikel viel de naam drie-aktenstructuurschema al. In de nieuwe serie ‘drie-aktenstructuur’ wordt ieder verhaalelement van dit schema uitgebreid toegelicht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Joshua Hoehne op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De grootste leugen die je personage zichzelf vertelt

Je plot blijft interessant zolang je personage een conflict heeft. Er is een aantal drijfveren voor een conflict en een daarvan is de leugen die je personage zichzelf vertelt.

Je personage in beweging houden

Het is belangrijk dat je elementen in het verhaal hebt én houdt waardoor je personage in beweging blijft. Je lezer kijkt immers naar je fictieve wereld door de ogen van je hoofdpersonage. Als die dan vervolgens niets doet of alleen maar achterover hoeft te leunen, gebeurt er niets in je plot. Om dat te voorkomen kan je verschillende dingen doen. Je kan gaan puzzelen met het willen en nodig hebben van je personage, of dreigen met de grootste angst van je personage. Maar er is nog een andere manier: je duikt in de grootste leugen die je personage zichzelf vertelt. Het werkt net zo effectief, maar voor deze methode moet je nog meer doen dan in het hoofd van je personage duiken.

Voorbeelden van een leugen die een personage zichzelf vertelt

Als je personage tegen zichzelf liegt, probeert het zichzelf iets wijs te maken. Dat ‘iets’ kan je samenvatten als: iets wat je personage erg graag wil of nodig heeft, wordt door hem of haar afgedaan als iets onbelangrijks, of iets dat helemaal niet nodig is. Dat doet je personage in een poging te pijn te ontlopen die het ontbreken van dat ‘object van verlangen’ met zich meebrengt.
Zodra je personage zegt: “Ach, dat is allemaal zo belangrijk niet.”, “Het interesseerde me toch al nooit.” of vliegensvlug de schouders eronder zet na een traumatische gebeurtenis “omdat het leven nou eenmaal doorgaat”, zonder te treuren of te rouwen, kan je er de donder op zeggen dat dit een zelfvertelde leugen is of gaat worden.
Enkele voorbeelden:

SituatieLeugen Deze pijn wil het personage niet onder ogen zien
Max wilde als kind al dokter worden en is nu uitgeloot voor medicijnen. “Maakt niet uit. Ik kan als advocaat ook geld verdienen, daar hoef ik geen dokter voor te zijn.” Een levenslange droom is in duigen gevallen.
Moeder krijgt een derde achtereenvolgende miskraam.“Dan is het moederschap blijkbaar niet aan mij besteedt. Daar kan ik mee leven.”Ze moet ergens mee leren leven, dit is geen vrijwillige keuze. Het zal nog altijd pijn doen wanneer vriendinnen wel zwanger raken en zij niet. Het verlangen naar het moederschap is niet zomaar verdwenen omdat ze een feit accepteert.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Nou en? Ik hoef niet populair te zijn!”Het ging er niet om dat ze populair zou worden, slechts dat ze als eenzame eenling eindelijk eens gezien zou worden.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Ik heb hem niet nodig, ik heb mijn familie ook nog.”Ze is afgewezen, en wilde wel degelijk het gevoel hebben romantisch interessant te zijn, terwijl het tegendeel waar lijkt te zijn.

Je ziet bij het onpopulaire meisje dat een personage zichzelf meerdere leugens over dezelfde situatie kan vertellen. Of dat eenzelfde situatie bij twee soortgelijke personages (in dit geval twee verschillende onpopulaire meisjes) eenzelfde leugen heel anders uit kan pakken.

Wat vertelt deze grootste leugen van het hoofdpersonage jou?

De grootste leugen van je personage betekent niet zozeer dat je personage liegt, maar eerder dat het zichzelf voor de gek houdt. Het is een leugen die hij zichzelf vertelt. Dat onderscheid is belangrijk vanwege twee redenen:

* Het personage liegt tegen zichzelf, dus niet tegen iemand anders. De leugen komt dus niet per se naar buiten.
* Omdat het personage liegt tegen zichzelf omdat hij zichzelf iets wijs wil maken, is hij er niet op uit om anderen te bedriegen. Het is echter niet uitgesloten dat anderen gekwetst worden van door interne leugen van een personage.
Zo kan de eerdergenoemde moeder zich wijsmaken dat ze ‘alleen maar’ blij is voor de vriendin die wel zwanger is. Maar als ze door dat onverwerkte verdriet daardoor onbedoeld afstandelijk wordt naar de aanstaande moeder, is dat voor haar óók niet fijn.

Wat is het nut van deze grootste leugen van je personage?

De leugen van je personage is een ideale aanleiding voor een moment van serieuze drama of actie. Het heeft iets belangrijks gemeen met de grootste angst: je personage moet iets onder ogen zien. Het belangrijkste verschil is dat bij de leugen je personage nog in ontkenning kan gaan. De grootste angst is eerder de knagende waarheid die je personage -hetzij schoorvoetend- eerder accepteert. Dat maakt het verwerkingsproces van de grootste leugen groter: jawel, personage, je hebt wel degelijk bevestiging nodig, de behoefte nodig om een vaderrol te vervullen…Wat dan ook.
Meestal schrikt een personage zich een ongeluk zodra dit besef tot hem of haar doordringt. Het heeft niet voor niets tegen zichzelf gelogen: dat was zelfbescherming. Dus zodra de waarheid of deze pijn zich dan opdringt, komt er een hoop dat je personage moet verwerken. Dat past goed bij de belangrijke en spannende momenten in het verhaal. Denk aan de obstakels, ramp en crisis in het schema van save the cat.

Je personage zal van schrik weg willen kruipen. Misschien ook wel van schaamte…
Foto door Aləx Buchan op Unsplash.

Zorg er wel voor dat je goed afweegt waar de leugen precies ter sprake komt. Als de grond onder de voeten van je personage vandaan valt, de leugen belangrijk is voor het plot èn er nog tijd moet zijn om alles te verwerken, mag je niet alles zomaar afraffelen. Geef het verwerken van de leugen de nodige tijd en zorg ervoor dat het niet minder belangrijk wordt gemaakt dan het is. Vaak is het ontdekken van de leugen een van de moeilijkste dingen die je personage moet doormaken.

Komt de leugen altijd uit?

Je personage hoeft niet altijd met zijn eigen leugen geconfronteerd te worden. Soms is het iets wat alleen in de personagebiografie mag blijven staan. Maar je moet hem als schrijver wel weten, want hij vertelt over belangrijke gedachten en drijfveren van je personage die anders -ook voor jou!- geheim blijven.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage arm is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage arm is?

Als een personage arm is, kan dat verlammend zijn. Je personage kan zich ook arm voelen terwijl hij dat niet is. Let dus ook goed op het verschil tussen armoede en ‘je arm voelen’.

Je arm voelen

Als je je arm voelt, heb je niet genoeg geld om iets specifieks te kopen of te kunnen doen. Dan moet je iets opgeven wat je heel graag wil doen of graag wil hebben. Deze definitie kan in de praktijk heel breed zijn. Dat ligt er maar net aan wat je personage gewend is.
“Ik ben arm, want ik kan geen vijftig euro besteden aan een dagje Efteling,” zegt de tiener.
“Ik ben arm, want ik kan niet meer bij Gucci winkelen,” zegt de verwende miljonairsdochter.  
“Ik ben arm, want ik kan geen studie betalen,” zegt de zoon uit een gezin met een laag inkomen.

Je hoeft het als schrijver niet eens te zijn met de persoonlijke definitie van arm die je personage heeft. Maar je moet je beseffen dat dit wel de waarheid van je personage is. En dat het zich dus rot gaat voelen omdat het vanwege geld dingen moet laten. En dat vervelende gevoel of het afzeggen van bepaalde dingen heeft vaak gevolgen voor het plot.  

In armoede leven

Als je in armoede leeft, heb je niet genoeg om iets te betalen dat tot de absolute basisbehoeften behoort. Denk aan eten, medische kosten, de huur, gas, water, licht en een dikke jas voor de winter.
Waar iemand die zich arm voelt geen geld heeft voor iets wat diegene wil hebben, heeft de persoon in armoede geen geld wat hij moet hebben. Een personage in armoede voelt zich rot, moet dingen afzeggen en zit daarbij ook in een extra lastig parket: hij zit vast.

Vast in armoede

Als je personage in armoede leeft, zit die vaak ergens in vast. Als je door een te laag inkomen steeds aan het eind van de maand in de min zit, wordt dat een spiraal. Voor een maand is dat misschien niet zo’n ramp: even rood staan kan meestal wel. Maar als dat steevast het geval is, moet je personage door achterstallige rekeningen ooit gaan kiezen wat het deze maand doet: voldoende eten of toch echt een keer naar de tandarts omdat de kiespijn ondraaglijk wordt? Al snel krijg je een domino-effect van ellende. Let erop dat dat het plot op slot kan zetten, want vroeg of laat is raakt je personage moegestreden. Als het uit zijn huis is gezet omdat hij van de honger het werk niet kon volhouden of door onbehandelde ziekte niet kan werken, is het niet zo simpel om een cirkel van armoede te doorbreken. Onderschat de invloed van armoede niet. Armoede is eerder een thema van een verhaal dan een centraal conflict waar je personage weer bovenop komt.  

Wil je toch dat je personage uit de armoede ontsnapt, dan kan dat natuurlijk. Maar zorg dan dat je personage voldoende helpers en vaardigheden heeft die hem uit de armoede helpen. Anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.