Wat als je personage iets te vieren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets te vieren heeft?

Wat valt er te vieren?

Je personage kan een uitbundig feest vieren. Maar soms gaat het om het gevoel dat er stilgestaan moet worden bij iets moois. Dan is een ijsje halen (met vrienden of misschien zelfs alleen) en van dat moment genieten al genoeg. Hoe dan ook: wat valt er precies te vieren? Kijk verder dan het oppervlakkige. Als je personage een nieuwe, fijne baan heeft waar hij in zijn oude functie steeds werd afgeblaft, viert hij dan een overplaatsing van kantoor A naar kantoor B? Of viert hij eigenlijk dat hij eindelijk assertief heeft kunnen zijn en heeft kunnen zeggen: “Bekijk het maar, ik verdien beter dan dit!”?

Wie wordt er uitgenodigd om mee te vieren?

Of je personage nou een complete feestzaal afhuurt of een datumprikker aanmaakt om een ijsje te gaan eten met zijn beste vriend, als hij mensen gaat uitnodigen, kiest hij zijn genodigden om een reden uit. Waarom kiest hij deze (hoeveelheid) mensen uit? Wil hij zoveel mogelijk mensen op zijn feest hebben, omdat hij behoefte heeft aan een uitbundig feest en maakt het daarbij niet uit dat de vage kennissen die er ook zijn, zijn worstelingen niet per se van dichtbij hebben meegemaakt? 
Of kiest hij juist alleen die drie mensen uit die altijd voor hem klaarstonden en wordt het daarmee ook een gedeeltelijk ‘bedankt voor alle steun’-feest? 

Niet echt fijn, maar het kan zijn dat bepaalde mensen helemaal niet willen komen, omdat ze de reden van het feest niet zien: “Dus je hebt je tuin na een halfjaar eindelijk helemaal af? Nou en? Dat is geen reden voor een feestje (ik heb belangrijkere dingen te doen…).” Dit kan een handige manier zijn om personages die uit elkaar aan het groeien zijn dat laatste zetje te geven, of een ruzie te starten die nodig is voor het plot. Of om duidelijk te maken dat je personage die ander al die tijd totaal verkeerd ingeschat heeft. Daar kan je een goede plottwist van maken.

Durft je personage wel te vieren?

Deze overweging is voornamelijk handig als je een psychologische roman schrijft. Hij behoeft een korte introductie:
Onderzoekster en maatschappelijk werkster Brene Brown onderzoekt al tientallen jaren onderwerpen als kwetsbaarheid en schaamte. Ze stelt simpel gezegd dat vreugde misschien wel de engste emotie is die we hebben, omdat het zoveel pijn kan doen als het wordt afgepakt wanneer je het (eindelijk) vergaard hebt.  

Je hoeft je personage niet meteen naar een psycholoog te sturen, zo diepgaand hoef je hier niet over na te denken. Maar het kan je wel helpen om te bedenken wat de belangrijkste angsten, passies, liefdes en waarden van je personage zijn en hoe je personage zich daardoor gaat gedragen. Dat is van grote waarde voor het maken van je personagebiografie. 

Zodra je weet of je personage wel iets durft te vieren, kan dat een heel goede aanwijzing zijn of je personage al dan niet bepaalde comfortzones uit durft te komen en hoe (en misschien zelfs of!) hij narratieve conflicten aangaat. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Mag ik met je vieren dat je iets moois hebt geschreven? Ik kan je het verlossende woord geven na een rondje manuscriptredactie: kijk in mijn webshop.

Schrijfoefening: duivels dilemma

Als je personage gedwongen wordt om iets te doen wat hem in elk opzicht tegenstaat of angst aanjaagt, geeft dat je de gelegenheid om een aantal belangrijke dingen over zijn geloof te leren en hoe hij zeer belangrijke en soms onmogelijke beslissingen neemt.

Onderstaand citaat komt uit De vliegeraar van Khaled Hosseini:

Als ik hem één kind weiger, neemt hij er tien. Dus ik sta toe dat hij er één meeneemt en ik laat het oordeel aan Allah. Ik slik mijn trots in en neem dat smerige rotgeld van hem aan. Dan ga ik naar de bazaar en dan koop ik eten voor de kinderen.

De context is als volgt: de hoofdpersoon wil zijn neefje ophalen uit een weeshuis om hem een beter leven in zijn gezin te kunnen geven. Het weeshuis is verre van een fijne plek en er is nauwelijks eten voor de kinderen. De directeur vertelt dat hij ‘zakendoet’ met een talibanstrijder. Als hij hem eens per maand, wanneer hij langskomt een kind meegeeft, krijgt hij genoeg geld om voor de overige tweehonderd kinderen eten te kopen. De directeur wordt in elkaar geslagen door de metgezel van de hoofdpersoon: “Hoe durf je een onschuldig kind mee te geven om verkracht te worden door talibanstrijders?!” Het bovengenoemde citaat is de verklaring van de directeur voor zijn keuze.

Duivels dilemma

Kiezen tussen twee kwaden wordt soms door elkaar gebruikt met ‘door de zure appel heen bijten’. Maar wat als het écht kiezen is tussen twee kwaden? Kwaden die zodanig heftig zijn dat je niet met je keuze kan leven, ook al weet je dat je iets moest doen, ongeacht of je keuze de juiste was of niet?
Ik laat het oordeel aan Allah” is in het voorbeeld erg diepgaand. Hier zegt de directeur niet dat hij het oordeel aan Allah overlaat als hij een keer vergeet naar de moskee te gaan. Hij heeft iets vreselijks gedaan waarvan hij weet dat het volgens de islam onvergeeflijk is, terwijl hij het niet wilde doen en daarbij ook nog vanuit de goedheid van zijn hart handelde…
Hij moest kiezen tussen het ene onvergeeflijke of het andere onvergeeflijke. Hoe doe je dat?
Voor een antwoord voor een bestaand persoon: al sla je me dood…
Voor een antwoord voor een schrijver die zijn personages wil vormen: kijk naar de relatie met de hogere macht waar je personage in gelooft.

Hogere macht

Kijk eerst of je personage in een hogere macht gelooft. Zo ja, dan is dat hetgeen waar de kern van zijn doen en laten en vertrouwen wat betreft de ‘serieuze onderwerpen’ van het leven op gebaseerd zijn: leven en dood, wat je al dan niet mag doen in het leven en hoe je deze hogere macht voldoende dient, of dat jij doet waar je volgens deze macht voor op aarde bent. Je personage zal deze hogere macht in overweging nemen op het moment dat hij met een duivels dilemma te maken krijgt. Een belangrijke vervolgvraag is dan: is je personage bang dat zijn hogere macht negatief oordeelt? (omdat er bijvoorbeeld een van de Tien Geboden is gebroken) of vertrouwt hij erop dat zijn hogere macht weet dat het vreselijke overmacht betrof en dat hij alsnog liefdevol (in een hiernamaals) ontvangen wordt?

Het antwoord op die vraag kan op het moment van de beslissing doorslaggevend zijn. Als je personage bang is voor eeuwig hellevuur, kan hij daardoor in doodsangst bevriezen en alsnog niet doden, ook al voorkomt hij daarmee nog ergere ellende. Ook nadat de beslissing is genomen is dit antwoord van belang. Als hij bang is voor vergelding, zal het moeilijk zijn om na de traumaverwerking (ervan uitgaande dat die komt) verder te gaan met het leven. Hij denkt toch al dat hij alleen maar een last is voor de wereld en hij een belangrijke belofte heeft verbroken. Vertrouwt je personage erop dat hij ondanks alles vergeven wordt, dan kan hij nog uit een comfortzone komen en nog een ander pad inslaan met zijn leven.

Het maakt voor een onmogelijke beslissing enorm veel verschil als je denkt dat er een vriendelijk uitgestoken hand op je zal wachten, of wanneer je vreest dat die juist zal ontbreken…

Waarden en moralen

Als je personage niet in een hiernamaals, hogere macht, een hel (lees: een plaats om te vrezen vanwege de eeuwige verdoemenis) gelooft, of gelooft in een hogere macht die zich met de natuur, maar niet met mensen persoonlijk bemoeit, is hij in het geval van een duivels dilemma nóg meer dan bij mensen die dat wel doen op zijn normen en waarden aangewezen. Hij hoeft (of kan, zo je wil) geen verantwoording afleggen aan iets hogers, dus dat moet hij dan aan zichzelf doen. Dan moet je personage (en daarmee jij als schrijver) een heel goed beeld hebben van zijn waarden en moralen.
Met waarden bedoel ik: ‘als je het in een woord kan samenvatten’, zoals: trouw, liefde, aanzien, respect en moed. Moralen zijn voor deze uitleg bedoeld als: ‘iets waar je een volledige zin voor nodig hebt’: ‘Doe niemand kwaad.’ ‘Help eerst jezelf, dan een ander.’ ‘Verkies geld niet boven geluk.’

Noteer deze waarden en moralen eerst in aparte rijtjes, rankschik ze dan naar relevantie: Wat is voor mijn personage het allerbelangrijkst? Wat komt daarna, en daar weer na? Wat komt niet in dit lijstje voor?
Vervolgens kan je deze lijstjes combineren: als deze waarden bovenaan staan, welke moralen kunnen daar dan uit voortkomen? Bijvoorbeeld: ijver + wijsheid = doe je best met studeren. Of andersom: als de moraal is: ‘Help een ander voordat je jezelf helpt’, kan deze ontstaan zijn uit de waarden onbaatzuchtigheid en respect. Zo krijg je een goed beeld bij wat je personage vanuit zijn diepste kern beweegt.

Natuurlijk kan je deze lijstjes ook maken voor een personage dat óók in een hogere macht gelooft. Deze schrijfoefening kan je uit de brand helpen bij ernstige dillema’s, maar biedt ook een goede uitgangsbasis voor wat meer onschuldige conflicten als je twijfelt hoe je personage ergens naar zou handelen.

Kom je er niet uit met een duivels schrijfdillema? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat als je jouw personage niet mag?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als jij jouw personage niet mag?
Schrijven over een personage dat je persoonlijk niet mag, kan het schrijfproces in de weg zitten. Daarom volgen hier wat nuttige tips. 

Waarom mag je je personage niet?

Misschien mag je je personage niet, omdat ze te veel op een Mary SueMagic pixie of een ander onrealistisch personage lijkt. Ga eerst na of je je personage niet onbedoeld perfect hebt gemaakt. Niet alleen lezers, ook schrijvers kunnen zich aan ‘perfecte’ helden ergeren. Het is belangrijk dat je balans toepast: zorg ervoor dat je je personage niet alleen goede eigenschappen en steeds opnieuw meevallers heeft. Af en toe moet er iets tegenvallen, of er iets minder dan ideaal aan je personage zijn.

Allergiezone

Mensen kunnen in je allergiezone zitten. Deze mensen mag je niet omdat hun karaktertrekken, overtuigingen of prioriteiten gewoon te verschillend zijn van die van jou. Zij kunnen objectief gezien niets fout doen, toch zal jij ze altijd zien als ‘dat irritante mens’. Denk aan een rijke zakenman die zich ergert aan de ongeschoolde klusjesman, die op zijn gemakje werkt, in plaats van zich in een burn-out te storten. Of aan de milieuactivist die iemand die drie keer per jaar het vliegtuig pakt om op zonvakantie te gaan, egoïstisch vindt. 

Zo kan een personage ook in je allergiezone zitten. Meestal -hoewel niet altijd- betreft dit je antagonist. Dat kan je in je voordeel gebruiken. Als je je echt niet over je afkeer van je vervelende personage heen kan zetten, bedenk dan: ‘Zonder tegenstander geen held.’
Als jouw superheld katten uit de boom redt, heb je wel iemand nodig die die arme beestjes steeds zo’n schrik aanjaagt dat ze de boom in vluchten. Misschien geef je je held daardoor op een kinderlijke manier onterechte schouderklopjes. ‘Kijk Superman, jij bent tenminste wel aardig. En die stomme Slechterik is echt een nare bullebak. Lekker pûh, Slechterik, Superman wint weer.’

Waak ervoor dat je Superman daarmee niet té goed voor het verhaal maakt: er moet een centraal conflict overblijven. Maar dat kinderlijke gesnauw werkt beter dan vechten tegen wat er nu eenmaal in je allergiezone zit, want dat is een gevecht dat je niet zal winnen. 

Goedpraten versus verklaren

Soms is de reden dat je je personage niet mag wat minder onschuldig. Als je over een gemene Nazi-soldaat schrijft, bijvoorbeeld. Besef dat er een groot (en minstens zo belangrijk!) verschil zit tussen iets goedpraten en iets verklaren. Alleen omdat je weet dat deze soldaat handelt vanuit indoctrinatie, wil dat echt niet zeggen dat jij het oké vindt hij mensen doodt en vergast. Toch zal het slikken zijn om over zo iemand te schrijven. Troost je met de gedachte dat je waarschijnlijk veelachtergrondonderzoek moet doen voordat je de daden of karaktertrekken die jij zo verafschuwt kan verklaren. Dat heeft een positief gevolg. Doorgaans is het zo dat hoe meer onderzoek je doet naar een personage, hoe realistischer en meeslepender je over diegene kan schrijven. Het kost je weliswaar gevoelens van afschuw om zo’n personage goed te kunnen portretteren, maar het kan een aanwijzing zijn dat je een steengoed verhaal aan het schrijven bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een vervelend personage is niet erg, een vervelend geschreven personage wel. Ik kan die identificeren. Kijk eens in mijn webshop.

De trope met een valse start

Alles wat je maar kan bedenken, kan in een verhaal worden verwerkt. Maar soms is het wat lastiger om bepaalde elementen in een verhaal te verwerken, omdat je lezer een totaal ander beeld bij jouw trope heeft. Dan moet je meer moeite doen om je lezer geïnteresseerd te houden. Wat moet je doen als je weet dat je tegen algemene verwachtingen in gaat schrijven?

Het nut van een algemene trope

Een trope is een bouwsteentje van je verhaal, personage of ander element uit je boek. Het is niets meer of minder dan een gegeven waar je lezer verder op voort kan bouwen. Dat is belangrijk om een beeld bij het verhaal te krijgen. Dat heeft een lezer altijd, maar welk beeld dat precies is verschilt per lezer:

TropeDe lezer denkt aan
Een groot huis* een vakantievilla in Frankrijk;
* een langdradige rijkeluisfamilie;
* een inkijkje in een wereld vol glamour.
Een verliefd stelletje* een heerlijk zwijmelverhaal;
* het zoveelste kleffe stel;
* een gelukkig en alleraardigst jong gezin.

Zo kan je nog meer dingen bedenken, maar deze eerste associaties zijn redelijk standaard. Dat is handig, omdat je geen talloze pagina’s nodig hebt om iets te beschrijven dat min of meer voor zich spreekt. Als je over het verliefde stelletje schrijft, wordt er gezoend en geknuffeld en in het grote huis zal men er warmpjes bij zitten, met alle bijbehorende gemakken. Het is dan aan jou als schrijver om de lezer vervolgens jouw richting in te sturen. Als de familie uit het grote huis inderdaad langdradig en stijf is, zal de lezer daar makkelijk in meegaan, ook al is zijn eerste associatie bij de trope misschien de vakantievilla. Omdat de tropes ongeveer in hetzelfde ‘bekende straatje’ blijven, is dat voor de lezer niet al te moeilijk schakelen.

De onverwachte trope

Maar nu schrijf je over een trope die helemaal niet in de lijn der verwachtingen ligt, of daar zelfs haaks tegenover staat:
* De geniale wiskundige stapt uit de wereld van getallen en gaat Frans leren, net nu hij op het punt staat zijn doctoraal te behalen in zijn exacte vak;
* de succesvolle componist wordt ineens computerprogrammeur;
* een soldaat meldt zich aan voor het leger, maar weigert een geweer te dragen, laat staan het te gebruiken.

Met deze tropes op zichzelf is niets mis. Een trope is namelijk niets meer of minder dan een gegeven dat er gewoon is. De uitwerking (en de logica daarvan) kunnen echter wel verkeerd gaan. Bij onverwachte tropes moet je veel (!) meer moeite doen om de lezer ‘jouw kant op te sturen’: je moet hem helpen te begrijpen hoe jij de trope wil invullen en je zal meer tijd nodig hebben om aan je lezer duidelijk te kunnen maken waarom de trope alsnog ‘klopt’. Zo krijgt je trope een ‘valse start’. In plaats van dat je verhaal vanaf de start te volgen is, moet je wat meer tekst en uitleg geven.

Je zal heel wat zaken ethisch of neutraal moeten bekijken en afwegen bij een trope met een valse start.

Normen en waarden achter een trope

Zonder dat je het je misschien beseft, heb je vaak bepaalde normen en waarden bij een trope. Neem het grote huis. Misschien heb je een bepaalde afkeer van mensen met veel geld, dan zal je ze eerder als vervelende rijkelui zien. Ben jij zelf iemand met een prettig banksaldo, dan is de kans groot dat jij eerder aan een Franse vakantievilla denkt. Zo heeft iedereen zijn eigen associaties, maar er zijn ook een heleboel tropes die vanwege een algemeen (maatschappelijk) gedachtegoed aan hun eerste associatie komen. (‘De goede moeder’ is er zo eentje. De eerste algemene associatie is dat ze alles voor haar kinderen overheeft.)
In zo’n geval moet je heel goed nagaan hoe het komt dat de meeste mensen die/ een dergelijke eerste associatie hebben. Neem de bijbehorende waarden dan eens onder de loep. Zodra je weet wat die zijn, kijk je wat het is dat die waarden tegenspreekt. Vervolgens zet je ze in een zodanig daglicht dat de waarden die de trope eerst leek te verstoren, uiteindelijk slechts anders worden ingevuld.

Hacksaw ridge: valse start, prachtige uitwerking

Het eerder genoemde voorbeeld van de soldaat is het plot van de film Hacksaw ridge. Soldaat Doss wil dienen in het leger, maar alleen als hospik: hij weigert een geweer te dragen. Dat is een valse start: het is niet logisch dat iemand het leger in wil, maar absoluut niet wil verwonden of doden. Je zou zeggen: dat hoort nou eenmaal bij het vak. Maar Doss weigert zich daarbij neer te leggen, met alle gevolgen van dien. Hij is nou niet bepaald een Joe Sixpack in zijn doen en laten. Hij schept niet op over zijn spierkracht, ‘de harde mannenwereld’ (waarbij ik doel op het belang van spierkracht, de overtuiging niet kwetsbaar te mogen zijn en waar goed kunnen vechten hoog in aanzien staat) bevalt hem-uiteraard- helemaal niet. De soldaten die met hem in training zijn, verafschuwen hem daarom: ze slaan hem in elkaar en maken hem meerdere malen uit voor een enorme lafaard.
Het moge duidelijk zijn: de algemene eerste associatie waardoor Doss’ trope een valse start krijgt, is omdat hij niet mannelijk genoeg zou zijn. Het duidelijkste voorbeeld is dat hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Het ontbreekt hem aan (‘mannelijke’) moed. Maar uiteindelijk riskeert Doss als hospik zijn leven en rent hij maar liefst vijfenzeventig keer terug de vuurlinie in om gewonde soldaten, zowel vriend als vijand, het leven te redden. Als dat geen moed mag heten…
Doss laat dus wel degelijk de ‘nodige’ of ‘verwachte’ mannelijkheid zien, alleen komt het uit een onverwachte hoek.
Als je een trope hebt met een valse start, zoek dan die onverwachte hoek. Zo strookt de trope alsnog met de (algemene) verwachting die een lezer kan plaatsen. Bovendien wordt je trope zo erg stevig: het is sowieso geen cliché, en je werkt je trope buitengewoon goed uit. Je zalhem alleen meer moeten uitwerken om de onverwachte hoek te kunnen verklaren.

Wil je weten of jouw trope goed van start is gegaan? Schakel mijn in voor manuscriptredactie.

Wat als je personage seks wil?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage seks wil?

Waarom wil je personage seks?

Beantwoord als eerste de vraag waarom je personage seks wil. Zoekt ze intimiteit vanuit een bepaalde onzekerheid? Is ze gewoon in de stemming? Moet ze als dubbelspionne de vijand ergens toe verleiden? Wil ze haar baas ergens van overtuigen? Wil ze zwanger worden? Er zijn talloze redenen om seks te willen en achter elke reden zit een ander verhaal, die een andere manier van uitwerken vergt. Het kan helpen om de reden voor seks in grofweg een van de volgende ‘categorieën’ in te delen:
* gewone seks, waarin je personage een gezond libido heeft, (misschien) een relatie heeft en (de daarin bijbehorende) intimiteit zoekt. Deze seks is fijn, maar niet altijd van meerwaarde voor het verhaal;
* lust: waar het draait om passie en vleselijke genoegens (al dan niet vergezeld door liefde, verliefdheid of romantiek);
* afkomstig van Cupido: het soort waar romantische verhalen bestaansrecht aan ontlenen: deze seks draait om romantiek, vlinderzwermen in de buik en heftige persoonlijke gevoelens. Lust is deze seks zeker niet vreemd;
* machtsbeluste seks: de seks die wordt ingezet om iemand om te kopen, over te halen of af te leiden. Hier is seks een wapen. Van romantiek is geen sprake;
* verplichte seks: de seks die er is vanuit een huwelijkse plicht binnen een huwelijk waar de liefde allang uit is verdwenen, of die moet gebeuren omdat het stel een kinderwens heeft en de vrouw haar vruchtbare dagen heeft. Aan de daad zelf wordt niet veel plezier (meer) beleefd. 
Uiteraard kunnen meerdere soorten seks voorkomen in hetzelfde verhaal of dezelfde relatie. 

Zodra je weet wat voor seks je personage wil of moet hebben, kan je een makkelijkere afweging maken van hoe vaak en hoe je een erotische scène in je verhaal verwerkt. Moet je je vooral concentreren op de liefde, of juist op wat er exact tussen de lakens gebeurt, waarom juist seks nodig is voor het sluwe plan of is het feit dát je personage seks heeft al genoeg om te vermelden? 

Je genre als leidraad

Meestal geeft je genre je al een idee in welke categorie je het moet zoeken. In een spionageverhaal kan er op een bepaald moment machtsbeluste seks worden overwogen of plaatsvinden. In een streekroman is gewone seks wat meer aan de orde. Maar verlies desondanks niet uit het oog wat je met jouw verhaal wil vertellen. Zoals altijd met schrijven: richtlijnen zijn handig, maar echte creativiteit komt voort uit je eigen pen. Als je een keer verplichte seks laat voorkomen in een romantisch verhaal, dan ga je buiten de gegane paden en schrijf je geen cliché.

‘Sex sells’: Is dat zo?

Seks in een boek of een film is allang niet meer gewaagd of bijzonder. De laatste jaren worden in films en boeken eerder te pas en te onpas seksscènes toegevoegd. Immers lijkt de overtuiging: sex sells: Iemand loopt een kamer in om per ongeluk een stel te betrappen, zodat de lezer maar leest hoe er aan een tepel wordt gezogen en zelfs als een stel verplicht vrijt om zwanger te raken, krijgen lezers soms mee hoe groot de man geschapen is en wat de vrouw daarmee weet te doen. Dan wil men het wel lezen…toch?

Hoe spannend, interessant of opwindend seks ook kan zijn, waak ervoor dat je het geen hogere status geeft. Zoals alles moet de (omschrijving van de) seks iets aan het verhaal toevoegen en een onmisbare toon aan de scène meegeven. Als je seks belangrijker maakt dan het is, zal je in plaats van de lezer rode oortjes eerder rollende ogen bezorgen. 

Sex sells klopt misschien wel, maar dan moet je het wel (passend) weten te verkopen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven online.

Kan jij de seks waar je over schrijf passend verkopen? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Hyperrealistische personages: een ingewikkeld web

Als je gaat schrijven, is het belangrijk dat je je personages goed uitwerkt, anders komen ze niet tot leven voor je lezer. Soms kan deze uitstekende voorbereiding in je nadeel gaan werken: je kent je personage zo ontzettend goed, dat je niet meer weet wat je nu moet uitschrijven in je verhaal en wat je als achtergrondinformatie moet houden. Hoe maak je deze afweging?

Een goede voorbereiding voor het schrijven van je personage

Als je je personage uitwerkt en leert kennen, is de neiging bij beginnende schrijvers groot om in een infodump te belanden. Zodra je wat meer ervaring met schrijven hebt, lijkt het alsof je je daar geen zorgen meer om hoeft te maken. Je weet inmiddels dat je niet hoeft te delen dat de lievelingskeuken van je personage de Mexicaanse is. Door je schrijverservaring en schrijfonderzoek weet je hoe je je personage meerdimensionaal moet maken.

Dit is een goede basis van een verhaal

Je schrijft over een alleenstaande moeder die diep in de schulden zit en daar uit probeert te komen. Je hebt al bepaald dat ze een doorzetter is, haar kinderen op de eerste plaats zet en af en toe een grote mond heeft, waardoor niet iedereen (vriend of professionele hulpverlener) het geduld kan opbrengen om haar te helpen. Daarmee maak je van haar geen Mary Sue. Als je de volgende elementen ook al (deels) hebt uitgewerkt, heb je de basis voor een goed verhaal al gelegd:

* het centraal conflict;
* het verhaalthema;
* het archetype van je personage;
* het save the cat schema.

Een uitstekende voorbereiding is het halve werk.

Toch kan het zijn dat je na het uitwerken van een goede personagebiografie alsnog beseft dat je jezelf in een hoek hebt geschreven. Je hebt het concept van het verhaal zodanig geschreven dat bepaalde karaktertrekken van je personage alsnog door een infodump ondergesneeuwd lijken worden, omdat je niet genoeg woorden hebt om alles goed tot zijn recht te laten komen.

Infodump in vermomming

Zo weet je bijvoorbeeld ook dat je alleenstaande moeder vroeger is misbruikt. Dat heeft haar gevormd tot wie ze is en zorgt er ook voor dat ze soms overbezorgd is naar haar kinderen toe. In sommige dagelijkse situaties leidt haar verleden ertoe dat ze angstig reageert op dingen waar dat helemaal niet nodig is. Deze informatie is absoluut niet hetzelfde als het delen van een favoriete keuken. Het is informatie die onlosmakelijk verbonden is met je personage. Het heeft dus niet zozeer te maken met het thema of het centrale conflict over haar schulden, maar je zou je personage eendimensionaal maken als je dit afdoet als een onbelangrijk detail. Dan moet je dus iets over het verleden gaan delen. Maar zoals je waarschijnlijk weet, kun je informatie niet te pas en te onpas delen.
Als vuistregel kun je aanhouden dat je informatie pas mag delen als je de ruimte hebt om die ook naar behoren uit te werken. Maar als daar vanwege het centrale thema geen ruimte voor is, kun je een ‘infodump in vermomming’ krijgen. Je benoemt dan iets zeer belangrijks net zo kort als een irrelevant detail, waardoor het belangrijke aspect alsnog -onbedoeld- leest als een infodump: Mijn alleenstaande moeder is vierendertig, woont in Den Haag, heeft bruin krullend haar en ze is misbruikt als kind. Dan komt het laatste bijna als een ‘o ja, trouwens…’ En laten we het er over eens zijn dat misbruik niet als een ‘trouwens- feitje’ mag worden beschouwd…

Een aanleiding voor zo’n reactie mag je je lezer niet geven als het om belangrijke (achtergrond)informatie gaat…

Pas op voor de onterechte plottwist

De belangrijke achtergrond van je personage kan je gebruiken als een puzzel gedurende het verhaal, waar je later de oplossing van geeft. Laat het gedrag van de moeder wat de oorzaak heeft in haar verleden her en der op passende momenten naar voren komen en geef later aan waar de oorzaak van dat gedrag ligt. Ik gebruik hier bewust niet het woord plottwist, omdat die is bedoeld om een onthulling te geven waar het hele verhaal om draait of hij wordt gebruikt om het verhaal een heel andere kant op te sturen. In dit geval geef je een gedoseerde verklaring van iets dat verklaard moet worden, maar waar niet het hele verhaal om draait of door verandert. Een plottwist werkt alleen als het te maken heeft met het thema of het centraal conflict.

Onthoud: één thema, één conflict

Als je moet kiezen tussen thema/ centraal conflict of belangrijke achtergrondinformatie, kies dan voor het eerste. Het thema en het centraal conflict zijn de basis voor het verhaal waar je personage zich in bevindt en beweegt. Waak ervoor dat je jouw verhaal meer dan een centraal thema of conflict toekent, om deze keuze niet te hoeven maken. Je mag kiezen welk van de twee thema’s (misbruik of schulden) voorrang krijgt, maar je moet die keuze wel maken, anders krijg je een rommelige structuur. In het geval van onze alleenstaande moeder kun je je afvragen: gaat het thema hier om het verleden (misbruik) of het heden (schulden)? Als ze zich vooral bezig houdt met het verleden, zal haar centrale conflict vooral om therapie draaien, als het gaat om het heden (schulden) houdt ze zich meer bezig met de nodige centen bij elkaar te schrapen. Je uiteindelijke thema bepaalt dus waar jouw personage het meest mee bezig is en waaraan het leeuwendeel van je woordenaantal aan besteed wordt.

Je kan zeer verschillende gebeurtenissen laten gebeuren in hetzelfde verhaal, maar je moet wel een stevige basis hebben om naar terug te keren. Anders wordt het plot en/of het doen en laten van je personage vroeg of laat te ingewikkeld om nog te kunnen volgen. Jammer van het schrijftalent dat je ongetwijfeld hebt als je in deze situatie verzeilt raakt…

Hulp nodig om een ingewikkeld web van je verhaal te ontwarren? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage rijk is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage rijk is?

Rijk zijn en geld hebben

In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen rijk zijn en veel geld hebben. Veel geld hebben is een fortuin op de bank hebben staan of in een huis wonen ter grootte van een klein stadspark, zonder dat dat invloed heeft op het verhaal. (Veel geld hebben is in de kringen van je personage doodnormaal of hij is te nuchter om van zijn banksaldo iets belangrijks te maken, bijvoorbeeld.) Als je personage rijk is, schept je personage daarover op, zet zijn nieuw vergaarde fortuin zijn leven op zijn kop, is hij lid van de miljonairsclub, bepaalt zijn overdreven gierigheid zijn karakter of zorgt het familiefortuin voor een hele rits vijanden. 

Is je personage aan zijn rijkdom gewend?

Het maakt nogal een verschil of een bijstandsmoeder plotseling een miljoen wint of dat de erfgename van een oliemagnaat al haar hele leven met diamanten sieraden rondloopt. Dit is belangrijk om te beseffen, omdat de een waarschijnlijk meer weet heeft van privileges dan de ander. Blut zijn betekende voor de voormalig bijstandsmoeder geen eten op de tafel. De rijke erfgename verstaat onder datzelfde begrip misschien dat ze in plaats van met een privéjet met de KLM op haar maandelijkse shoptrip naar Parijs moet vliegen. Het ene is niet per se beter dan het ander, maar je moet het wel weten; dan begrijp je met welke bril of persoonlijke geschiedenis je personage naar de wereld (van geld) kijkt. 

Wat doet je personage met zijn geld?

Geef je personage het geld uit om er luxe van te leven, zijn schulden af te betalen, macht te vergaren, of wordt hij een filantroop? Je kan veel met geld en je kan veel als je geld hebt. Bedenk goed wat je personage met deze mogelijkheden doet en waarom. Dan kan je al een deel van zijn karakter verklaren. Geld weggeven maakt hem onzelfzuchtig, gierigheid staat dan eerder voor egoïsme of (overdreven) angst (om arm te worden). 

Hoe gaat de omgeving met rijkdom om?

Je omgeving kan voor een groot deel bepalen wat je doet of laat. Zeker als er geld in het spel is. Denk maar eens aan alle adviezen die mensen vaak zullen geven. (“Ga in ontroerend goed.” “Koop aandelen.” “Los je hypotheek af” “Bouw een raket naar Mars.” “Geef een deel aan mij, ik ben je zoon…”) Of die adviezen nu worden opgevolgd of niet, als je personage rijk is, heeft dat wel altijd een gevolg. Krijgt je personage opeens een hoop ‘vrienden’ die het alleen om het geld te doen is? Zit de maffia ineens achter hem aan? Moet hij continu opboksen tegen zijn even rijke vrienden? Als je dat weet, heb je waarschijnlijk een goed aanknopingspunt voor je verhaalthema of centraal conflict. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten als je wil weten of je personage rijk is of veel geld heeft.

Je innerlijke voorlezer: hoe komt je tekst écht over?

Je herinnert je het misschien nog uit je jeugd, of je bent het door het luisterboek nooit vergeten, maar een goede voorlezer kan een verhaal nog mooier maken dan het al was. Tijdens het schrijven heb je ook een innerlijke voorlezer, die het je helaas erg lastig kan maken om objectief naar je eigen tekst te kijken. Hoe komt dat zo?

De innerlijke voorlezer en de toon van je tekst

Als je begint met schrijven, heb je meestal al het nodige onderzoek gedaan en ken je je personages ook al redelijk goed. Daardoor kan er al een denkbeeldige film van je verhaal in je hoofd gaan draaien. In die film zie en hoor je het nodige al haarscherp. Je verhaal -of beter gezegd je tekst- wordt zo voor jou al levendig voor die goed en wel geschreven is. Daardoor krijgt de tekst een bepaalde toon. Vaak is dit een vrij letterlijke toon: in je hoofd lees je je tekst al voor, om zo de cadans van je zinnen te proeven om te zien hoe of zelfs óf je tekst een beetje lekker loopt. Zo komt je innerlijke voorlezer tot stand.

Kun je je nog herinneren hoe een tekst tot leven kwam als je werd voorgelezen? Een goede voorlezer doet een verhaal veel goed.

Een fantastische voorlezer: de tekst zoals hij hoort te zijn

Een goede voorlezer merkt (subtiele) veranderingen in de tekst en past daar zijn toon op aan. Dit kan door elk personage een andere stem te geven en de bijbehorende emotie goed weer te geven. Ook kan een subtiele stembuiging de betekenis van een zin extra nadruk geven. Jan Meng is daar een meester in. Hij is een veelbekroond voorlezer. Hij krijgt het volgende voor elkaar.

* “Als je niet zorgt dat die uit haar snavel houdt, vliegt ze eruit!”
Regieaanwijzingen
zijn hier overbodig. ‘Vliegt ze eruit’ klinkt boos genoeg.
* “Lijk ik soms achterlijk?” snauwde oom Herman, die stukjes gebakken ei in zijn borstelige snor had zitten.
In de toon hoor je tussen neus en lippen door: “Ja, eigenlijk wel…” ?
* Dirk, die zo dik was dat zijn achterwerk over de keukenstoel puilde
Het woord ‘puilde’ krijgt daar een zodanige vocale nadruk, waar jij als schrijver nog een woord als ‘vreselijk’ of ‘ontzettend’ zou gebruiken om het achterste van Dirk te omschrijven: zijn vreselijk dikke achterste of zijn ontzettend grote achterwerk .

Jouw innerlijke voorlezer

Waarschijnlijk leest jouw innerlijke voorlezer het verhaal net zo levendig en divers voor als in bovenstaande voorbeelden. Dat is normaal, omdat jij als schrijver al helemaal in het verhaal gezogen bent. Misschien heeft je personage zelfs al een eigen stem, waardoor jouw innerlijke voorlezer nog interessanter klinkt. Maar helaas is het zelden zo dat de innerlijke voorlezer van jouw lezer net zo getalenteerd is als Jan Meng. Je kan je eigen tekst redelijk makkelijk overschatten of de manier waarop die overkomt verkeerd inschatten. Dan kan je tekst stukken minder indrukwekkend zijn dan hij voor jouw persoonlijk lijkt. Enkele voorbeelden:

Je innerlijke voorlezer lijkt te zeggen Dit staat daadwerkelijk op papier
De kus was zo zacht en zoet, dat zij nog nooit zoiets fijns had gevoeld.De kus was heerlijk zacht en zoet.
Hij was woest en kon hem wel wurgen. Hij bedacht al wat de beste manier daarvoor zou zijn. Hij was zo kwaad, dat hij hem wel kon wurgen.
De smerige vleespastei deed hem al kokhalzen bij de geur alleen. De vleespastei was vreselijk smerig.
Merk op hoe groot het verschil in beleving is tussen de interpretatie van de innerlijke voorlezer en de daadwerkelijke tekst.

In wezen is een fantastische voorlezer een extra aanvulling op het show don’t tell principe. Met slechts enkele woorden en een passende stembuiging zie je veel meer voor je dan daadwerkelijk wordt verteld. Als schrijftechniek is dat principe onmisbaar, maar niet als interpretatie van een daadwerkelijk geschreven tekst. Als je erop inzet dat een lezer met zijn innerlijke voorlezer de ‘extra interpretatie’ aan de tekst kan geven, sla je vroeg of laat de plank mis door te weinig te omschrijven. Onthoud dat niet iedereen gezegend is met een persoonlijke Jan Meng tijdens het lezen van een boek.

Kritisch kijken naar je innerlijke voorlezer

Je innerlijke voorlezer zal je tekst vrijwel altijd mooier laten klinken dan hij eigenlijk is. Dat is niet erg, maar je moet je er wel bewust van zijn. Er is een aantal dingen die je kan doen om ervoor te zorgen dat je wat neutraler naar de intonaties van je innerlijke voorlezer luistert:
* Proeflezers inschakelen: zij hebben geen innerlijke voorlezer die vooraf al een beeld bij het verhaal heeft. Die van hen is nog neutraal. Hierdoor lezen ze makkelijker wat er daadwerkelijk staat dan wat er ‘hoort te staan’.
* Hardop en neutraal voorlezen. Lees je eigen tekst daadwerkelijk voor en doe dat expres met een toon die saai aanvoelt. Je hoeft niet per se monotoon te gaan lezen, maar let er wel op dat je niet voorleest om leuk of ‘goed’ te klinken. Ga dus niet mee in de stembuiging die passen bij bepaalde woorden. Ga niet lager en somberder praten als iemand verdrietig is, bijvoorbeeld.
* Wees extra alert op betekenis van woorden op een tienpuntschaal. Stel dat je personage boos is. Het kan gebeuren dat je schrijft: Hij riep kwaad naar zijn moeder. Terwijl je innerlijke voorlezer het voorleest met een intensiteit die overkomt als: Hij schreeuwde kwaad naar zijn moeder. Schreeuwen is een tandje erger dan roepen. Als er woorden zijn die een bepaalde intensiteit met zich meebrengen, let dan goed op of je tekst en je innerlijke voorlezer wel overeenkomen met elkaar.

Wil je weten of een innerlijke voorlezer bij jou aan het roer staat? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat als je personage iets niet kan?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage iets niet kan?

Het is voor je personage frustrerend als hij iets niet kan wat hij graag zou willen kunnen. Je eerste zorg als schrijver is echter niet om die frustratie weghalen en je personage kundig maken. Kijk in plaats daarvan wat het voor het verhaal betekent dat je personage iets niet kan. 

Waarom kan je personage iets niet?

Als je personage iets niet kan, moet je eerst nagaan waarom dat zo is. Is zes boeken lezen in een maand tijd ondoenlijk? Dat kan dyslexie zijn. Naar een feest gaan en sociaal zijn is lastig als je zwaar depressief bent. En een tien halen voor Frans gaat ook niet al te makkelijk als je de taal vindt klinken als een wirwar van lelijke klanken en er daardoor geen interesse in hebt. Ongeacht wat de reden is en of die ‘diepgaand’ is of niet, probeer eerst duidelijk te krijgen wat de oorzaak is dat je personage iets niet kan. Dat helpt je om zowel de gevolgen van het probleem als de (mogelijke) oplossing ervan beter uit te werken. 

Wat heeft het voor gevolg?

Als Rien voor elk vak een 10 haalt en voor Frans een 4 omdat hij overhoop ligt met meneer de Zwart van Frans… au revoir, monsieur Lenoir: Rien haalt zijn diploma en gaat gewoon lekker naar Duitsland op vakantie. Probleem opgelost. In zo’n geval kun je je personage even lekker laten mopperen en met een beetje humor over het probleem schrijven. Je verhaal valt of staat er immers niet mee. 
Maar als het probleem wel degelijk iets met het algemene plot of verhaalthema te maken heeft, moet je op gaan passen. Stel jezelf dan de volgende vragen:
* Is deze onkunde een probleem of het conflict?
* Is het belangrijk genoeg voor het verhaal(thema)? 
* Lost het personage het probleem wel zelf op?

Probleem versus conflict

In dit geval moet je conflict zien als het centrale conflict: het conflict waar het hele verhaal en/of de heldenreis om draait. Dan is het doel om door vallen en opstaan iets te leren en daardoor alsnog iets te kunnen. Een probleem is iets dat makkelijk(er) kan worden opgelost. Waak ervoor dat je van een probleem geen conflict maakt. Het is ontzettend vervelend dat iemand door een depressie niet sociaal kan zijn op een feestje. Voor dat personage zal dat als een conflict aanvoelen. Maar als het verhaal verder draait om hoe hij zijn jeugd, die bol stond van mishandelingen, de oorzaak is van die depressie, is dat vervelende feestje slechts een probleem. Een probleem kan een onderdeel van een conflict zijn, maar niet andersom. 

Hoe belangrijk is de onkunde?

Als je verhaalthema ‘lichamelijke beperking’ is, is de bijbehorende fysieke onkunde iets dat elk personage mee mag en kan maken. Het hoort bij je thema, dus het mag in meerdere vormen terugkomen. Dan maakt het niet uit hoe groot de rol van de betreffende personages zijn die een bepaalde vaardigheid missen. Maar als een minder belangrijk personage iets niet kan, of als dat probleem niet zoveel met het algemene thema te maken heeft, werk het dan niet al te uitgebreid uit. Zo voorkom je een rommelig centraal conflict en/of verhaalthema. 

Zelf oplossen

Er is niets zo saai als een personage dat iets niet kan en vervolgens anderen alles voor hem op laat lossen. Je kan je personage beter laten leven met het feit dat er iets niet kan (worden opgelost) dan de oplossingen naar anderen door te schuiven, zonder dat hij zelf iets doet. De zogenoemde Magic pixie dream girl is een doodsteek voor iedere heldenreis. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig om je personage te laten groeien? Kijk eens mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Schrijfoefening: de dag die later weer verdwijnt

Je personage heeft altijd wel een heimelijke wens of iets waarvan hij denkt: wat als dit zou gebeuren?
Als je dat uitwerkt met deze schrijfoefening, kom je veel over je personage te weten.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage krijgt een bijzondere dag cadeau. Op deze dag mag je personage alles doen wat hij of zij wil. Na deze vierentwintig uur wordt elke herinnering en bewijslast aan deze dag volledig gewist. Niets of niemand weet nog van deze dag af. Behalve je personage zelf…

Je personage mag echt alles ongestraft doen:
* wraak nemen en iemand in elkaar slaan of vermoorden;
* zijn heimelijke geliefde de liefde verklaren en daarmee de klok rond vrijen zonder dat iemand daar ooit achter komt;
* inbreken in een villa van tien miljoen euro, doen alsof hij daar de baas is en zich laten bedienen door het personeel;
* zich voordoen als een rijke miljardair en in diens plaats met een ruimteschip meegaan.

Wat zou je personage doen met zo’n uniek cadeau?

Je kan deze oefening twee verschillende regels geven:
* Alles loopt zoals je personage hoopt of wil: ‘De ultieme wensvervulling’;
* Je personage heeft de wens als uitgangspunt, maar moet daarna maar zien wat er gebeurt: ‘Wat als?’

Hoe dan ook zegt het heel wat over je personage: waarom kiest hij uitgerekend voor deze ‘daginvulling’ uit alle mogelijke dingen die hij kan uitproberen? Je weet dan meteen iets van bepaalde prioriteiten.

Voorbeelduitwerking

Clichés zijn makkelijke voorbeelden, dus ik werk een heimelijke liefde uit.
Tom is heimelijk verliefd op Elise, een vriendin uit zijn studententijd. Tom is een jaar na het behalen van zijn diploma gaan backpacken en daardoor is het contact enigszins verwaterd. Al is er geen dag geweest waarop Tom niet aan Elise dacht. En niet alleen aan hun vriendschap. Zijn fantasie heeft regelmatig de overhand genomen…

In het geval van de ultieme wensvervulling gaat Tom bij Elise langs, slaat de vonk over en laten de voormalige vrienden elkaar iedere hoek van iedere kamer in het huis zien.
In het ‘wat als?’- scenario kan hetzelfde gebeuren. Maar Elise kan ook de deur opendoen met een dikke buik, blij zijn dat er eindelijk een vriend aanklopt bij wie ze kan smeken om geld te lenen omdat ze diep in de schulden zit, doen alsof ze Tom niet meer kent, omdat ze boos is dat hun contact verwaterd is…
In beide gevallen heb je opties te over. Alleen al het verkennen van al die opties kan erg interessant zijn.

Maar dat is slechts het begin. Vergeet het belangrijkste punt van de oefening niet. Tom weet de dag erna wat er gebeurd is, maar de rest van de wereld niet. (In dit geval betreft dat vooral Elise.) Wat doet of kan hij met die kennis? Laten we eens kijken naar wat mogelijke uitwerkingen.

Ultieme wensvervulling

De meer dan fantastische dag van Tom met Elise is voorbij. Na een tijdje nagenieten gaat Tom zich onherroepelijk een aantal dingen afvragen. Op zijn perfecte dag stond hij zomaar voor Elises huis, maar in werkelijkheid heeft hij de moed niet om haar op te bellen. Durft hij dat nu wel, nu hij weet wat de mogelijke beloning is? Of denkt hij:
* Ik heb genoeg aan deze fijne herinnering. Het ging me erom dat het (nog) ‘één keer kon;
* Dat was het best mogelijke scenario, als het slechter uitpakt dan dit, verpest ik mogelijk een herinnering die prachtig was.
Dat zegt iets over hoe snel Tom ergens tevreden mee is en hoeveel en wat voor risico’s hij durft te nemen om zijn ultieme droom na te jagen. En of hij emotioneel of wat meer rationeel is ingesteld. Dat zijn handige dingen om over je personage te weten, want dat kan de invulling van je centraal conflict en comfortzone bepalen.

‘Wat als?’-scenario

Bij het ‘wat als?’-scenario weet Tom wat er daadwerkelijk zou gebeuren. Die dag is op waarheid gebaseerd. Dan krijgt hij niet slechts voorgeschoteld wat hij hoopt te krijgen. Dat geeft Tom misschien nog wel meer om over na te denken:

* Elise wil hem ook! –> Yes! Welke stappen moet hij nu ondernemen? Tijdens de bijzondere dag werd hij naar Elises huis geteleporteerd. In werkelijkheid woont ze een oceaan verderop. Hoe kan en gaat Tom de middelen vinden om haar op te zoeken?
* Elise blijkt zwaar drugsverslaafd te zijn –> Durft Tom zich dan in haar leven te mengen om haar te helpen? Zo ja, hoe ver wil hij dan voor haar gaan? Zo nee, kan hij leven met de wetenschap dat zij eenzaam en alleen wegkwijnt?
* Elise blijkt hem alleen als goede vriend te zien –> Kan Tom dan vriendschappelijk met Elise verder of breekt hij alle banden en kwijnt hij weg omdat hij weet dat zijn grote liefde voor altijd onbeantwoord blijft?

Het ‘wat als’- scenario heeft evenveel mogelijkheden als er sterren aan de hemel staan.

In het ‘wat als?’- scenario zijn er eindeloos veel mogelijkheden te bedenken en kun je dus ook eindeloos veel over je personage leren. Je zal hoogstwaarschijnlijk tegenkomen hoeveel ruggengraat en verantwoordelijkheidsgevoel je personage heeft en hoe zelfverzekerd hij is.
Dat is handig om te weten om te zien wat voor jouw personage een daadwerkelijk conflict gaat vormen, in plaats van slechts een probleem. Dat is essentieel voor een goede spanningsboog en een goede opbouw het schema van save the cat.
In theorie kan je het ‘wat als?’-scenario talloze keren uitwerken. Zo vaak zelfs, dat je er een hele boekenreeks van zou kunnen schrijven. Met afzonderlijke (sub)titels als:
* Tom en Elise als gelukkig gezinnetje;
* De schuldencrisis van Tom en Elise;
* Tom breekt de platonische vriendschap vanwege onhoudbaar vleselijke verlangens.

Een hele boekenreeks bedenken is wat overdreven, maar het is wel erg interessant om in het achterhoofd te houden: Ongeacht wat hij meemaakt, wat zou Tom altijd blijven vinden of doen? Wat maakt Tom tot Tom? Die absolute basis van wat je personage maakt tot wie hij is, is altijd belangrijk om te weten.

Deze schrijfoefening is deels geïnspireerd door het boek De middernachtbibliotheek van Matt Haig.

Heb je nog een logisch plot na deze schrijfoefening? Laat het me controleren: kijk in mijn webshop voor mijn diensten.