Proeflezer zijn voor een romanschrijver

Een schrijver vraagt je of je proeflezer wil zijn. Waar let je dan op, wat zeg je en hoe kun je de tekst lezen?

Randvoorwaarden voor een proeflezer

Een schrijver moet zelf goed nagaan wie hij als proeflezer wil.
Hij moet erop kunnen vertrouwen dat:
* je hem niet persoonlijk aanvalt;
* je hem niet met fluwelen handschoenen aanpakt/ alleen maar vol lof bent;
* je het verhaal niet wilt overnemen.

Lees deze punten hier uitgebreider terug.

Welke proeflezer ben jij?

Er zijn verschillende soorten proeflezers. Sommigen controleren alleen op grammatica, anderen zijn er voor het inhoudelijke gedeelte. Zorg dat je vooraf duidelijk hebt wat van jou als proeflezer wordt verwacht. Als er iets niet duidelijk is, vraag het dan gewoon. De schrijver zal je dankbaar zijn. Iedereen is erbij gebaat als alles vlot verloopt. In deze blogpost ga ik verder in op de proefpersoon die vanwege de inhoud wordt ingeschakeld.

Standaard vragenlijstje voor de inhoud

Een schrijver zal een vragenlijstje maken met dingen waar je specifiek op moet letten.
Zorg ervoor dat die vragen duidelijk voor je zijn vóór je begint met lezen. Let er ook op dat het vragenlijstje niet te lang is. Als je twintig vragen krijgt over een hoofdstuk van één A4, kun je je niet meer op het verhaal concentreren.

Vragen die een schrijver waarschijnlijk zal stellen zijn:
* Kun je het verhaal nog volgen?
* Wat denk je dat er na de cliffhanger gebeurt?
* Zijn de personages en het verhaal nog interessant?

Antwoord met ‘want’ waar je kan. “Het verhaal is nog spannend, want…” “Ik snap niks van de cliffhanger, want…”
Soms moet de schrijver informatie achterhouden om de spanningsboog op te bouwen. Dan zal de schrijver waarschijnlijk ook iets over specifieke scènes willen weten.
Verwacht daarom ook enkele inhoudelijke vragen.

“Geen flauw idee!” Wat nu?

Je leest over een personage dat bont en blauw geslagen is. De schrijver vraagt je:
“Wie heeft Joost zo toegetakeld, denk je?”
“Geen flauw idee!”
Je mag dat gewoon zeggen. Je hoeft de schrijver niet te sparen. Sterker nog, dit is precies de reden dat je proeflezer bent! Laten we twee mogelijke redenen voor jouw antwoord doorlopen.

Het is de bedoeling dat je het antwoord nog niet weet

Stel dat Joost homoseksueel is, maar je daar later in het verhaal pas achterkomt. Dan is het heel logisch dat je niet kan raden dat hij in elkaar geslagen is door een homohater. In zo’n geval is dit een eerste puzzelstukje van een grotere puzzel die later in het verhaal pas echt opgelost kan worden.

De schrijver is slordig

“Wacht even… Wàs Joost in elkaar geslagen dan?”
Wat blijkt nu? De zin: kreunend van de pijn en met blauwe plekken over zijn hele lijf kwam Joost drie uur later thuis is nooit opgeschreven, omdat de schrijver al met zijn hoofd bij de volgende scène zat!
Schrijvers zijn ook maar mensen en mensen maken fouten. Als proeflezer mag je ook onnozele fouten opmerken en doorgeven.

Als de tekst zo’n zooitje is dat je er niets meer uit kan halen, zeg het dan gewoon!

De proeflezer als detective: puzzelstukjes zoeken

“Ik heb geen idee waarom Joost geschopt is en heb geen enkele aanwijzing. En toch vraag je me waarom ik dat denk?”
We hadden het er al over dat een schrijver met bepaalde puzzelstukjes werkt. Als een schrijver een vraag stelt die je niet direct kan plaatsen, is de vraag eigenlijk: “Ik heb een puzzelstukje gegeven. Heb je dat in de gaten, kun je raden wat dat puzzelstukje is en in welke eindpuzzel dat gaat passen?”

Lees de scène nog eens. Kun je, nu je vermoedt dat er ergens een puzzelstukje verstopt zit, raden wat dat zou kunnen zijn? Joost kan bijvoorbeeld:
* met een diepe zucht en wat vertwijfeld naar een regenboog in de lucht kijken;
* vliegensvlug zijn telefoon op een feestje uitzetten als Bart belt.

Merk op dat dat hier alleen gehint wordt naar dingen die op Joosts geaardheid kunnen wijzen. Het geeft dus geen antwoord op de vraag wie Joost heeft mishandeld, maar dat zijn dus wel kleinere puzzelstukjes.
Als je denkt dat je een puzzelstukje gevonden, zeg dat dan ook.
“Ik heb geen idee wie Joost heeft mishandeld, maar ik heb wel het idee dat hij homo is. Hij wordt namelijk ontzettend zenuwachtig als hij wordt gebeld door een jongen wanneer zijn moeder in de kamer is.”

Het maakt niet uit of je gelijk hebt met je gevonden puzzelstukje. Misschien is Joost wel hetero, vindt hij regenbogen gewoon een prachtig natuurverschijnsel en is Bart zijn woedende drugsbaas…
Welk puzzelstukje je ook denkt te vinden, de schrijver kan altijd iets met je vermoeden. Zo weet hij of hij goed zit, of juist helemaal fout en meer of andere hints moet geven.

Ga ervan uit dat jouw ‘aha-momentje’ er ook een voor de schrijver is.

Maak je niet te druk of je het juiste puzzelstukje hebt, of dat je dat überhaupt hebt kunnen vinden.
* Misschien is het puzzelstukje te klein om op te vallen en vraagt de schrijver je ernaar om te kijken wat voor sfeer de scène in zijn geheel bij de lezer oproept.
* De schrijver kan je op het verkeerde been zetten en je een ‘vals puzzelstukje’ geven.
* Zoals gezegd: de schrijver kan ook iets fout hebben gedaan.

Lees de scène nog maximaal één keer terug, als je naar dat puzzelstukje gaat zoeken. Als je eindeloos ontleedt, gaat je spontane interpretatie verloren, terwijl dat juist zo belangrijk is voor de schrijver. Het is aan de schrijver om zijn eigen werk kritisch te bekijken en eventueel te veranderen naar aanleiding van jouw bevindingen. Je kan weinig tot niets fout doen als je eerlijk en objectief blijft.

Als je antwoord: “Ik heb geen idee” blijft, ben je niet dom! Wie weet heb jij de grootste zwakte van de schrijver blootgelegd, waardoor hij zichzelf kan verbeteren. Of denk je dat je helemaal naast zit, maar ben je juist de eerste die een hint van een goed in elkaar gezette plottwist meteen heeft ontdekt!

Doel en boodschap van je verhaal

Zodra je een verhaalthema voor je verhaal hebt bepaald, moet je gaan nadenken over het doel van je verhaal. Het zet de toon voor je boek en bepaalt in grote mate hoe de lezer het zal interpreteren.

Verhaalthema in je boek

Het verhaalthema is een belangrijke bouwsteen voor je verhaal. Het bepaalt in hoge mate het verhaalverloop, de wereld van je personages en soms zelfs het centrale conflict. Het thema draagt een duidelijke boodschap uit. Dan is het niet meer nodig om over het doel van je tekst na te denken, toch? Nou… Nee.

Doel van je tekst

Zoals je op school hebt geleerd, kan een tekst meerdere doelen hebben:
* vermaken;
* informeren;
* aanzetten tot handelen;
* overtuigen.

Het ligt voor de hand om te denken dat als je een verhaal schrijft, je wil vermaken. En dat zal bij een roman, in welk genre dan ook, ook het primaire doel blijven. Maar als je een verhaal schrijft, kun je er niet omheen dat je indirect vanwege je plot, thema, setting of personages ook de andere tekstdoelen ook meeneemt.

Informeren
Als je schrijft over slavernij, informeer je de lezer ook. Je moet schrijfonderzoek doen, als je wil dat je verhaal een beetje overeind blijft staan. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld te weten:
* hoe tot slaaf gemaakten werden behandeld;
* hoe een dag van een tot slaaf gemaakte eruit zag;
* hoe tot slaaf gemaakten werden verkocht en of ze zich al dan niet konden vrijkopen.

Als schrijver van een fictief verhaal is dit niet je doel, maar het zit toch in de tekst verweven. Hetzelfde geldt voor de andere overgebleven schrijfdoelen.

Aanzetten tot handelen
De film Avatar is hier een goed voorbeeld van. In de verre toekomst wordt er een nieuwe, prachtige planeet ontdekt. Er worden mensen naar de planeet gestuurd om contact te leggen met de inheemse bevolking, met het uiteindelijke doel bepaalde grondstoffen te delven. Als later blijkt dat daarvoor het complete ecosysteem verwoest moet worden, komen de hoofdpersonages in opstand.
De boodschap: ‘Ga zuinig om met onze prachtige planeet Aarde.’ (Stop met regenwouden omkappen enzovoorts).
Het is overduidelijk dat bij deze film vermaak op de eerste plaats staat, met de vele actiescènes en de uitgebreide ontdekkingsreis op de planeet Pandora. Maar alsnog is ´aanzetten tot handelen´ in deze film duidelijk zichtbaar.

Overtuigen
Je schrijft een dystopie met moord en doodslag als thema. In jouw fictieve rechtstaat is de doodstraf bij moord toegestaan. Dat op zichzelf zegt niet zo veel.
Als je personages ertegen in opstand komen, lijkt het erop dat je als schrijver het niet eens bent met de doodstraf.
In een andere versie wordt de doodstraf vaak en niet exclusief voor moord toepast. Je personages geven het oplossen van hongersnood voorrang, zonder over de doodstraf na te denken. Dan lijkt het er al meer op dat je de doodstraf niet per definitie afkeurt.

Je held en je slechterik zijn belangrijke aanwijzingen voor jouw mening.

‘Think what you write’ zou ik hier nog aan toevoegen 😉

Je personages als boodschappers van je waarden

Je hoofdpersonage en zijn tegenstander (of dat nu een persoon, een systeem, geloof of omstandigheid is) zijn vaak de uitdragers van jouw waarden. Je hoofdpersonage zal datgene belichamen dat je oké vindt, de tegenstander wat je slecht vindt (of op zijn minst waar je vraagtekens bij zet). Zij krijgen allebei een uitgebreid podium om hun normen en waarden uit te dragen, want samen vormen ze het centrale conflict. Let er dus goed op wat je deze personages laat zeggen, doen of uitdragen.

Onderschat de onderliggende boodschap niet!

Het verhaal dat je nu schrijft, wordt een wereldwijde bestseller. Wat wil je dat de mensen ervan meekrijgen?
Een optimistisch scenario, maar dit is mijn punt: weet je zeker dat datgene wat je onder jouw naam de wereld in stuurt iets is waar je achter kan staan? Kan je dat nog steeds als miljoenen mensen het boek lezen en jouw boodschap als zeer waardevol wordt gezien? Persoonlijk vind ik het je verantwoordelijkheid als schrijver om altijd de grenzen van een onderliggende boodschap te bewaken. Zodat als iemand je boek leest, het geen nare gedachten in hoofden kan prenten. Bij horror is de lezer erop ingesteld dat er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, maar bij andere genres ligt het er niet zo dik bovenop en kan het zeer schadelijk zijn.

De romantische engerd

Helaas is het romantische genre hier een voorbeeld van. Deze (Engelstalige) video legt dit op een sarcastische manier goed uit.
De alfaman is zo’n beetje hetzelfde als Joe Sixpack en die bijkomende problemen blijven. Merk ook op: extreem jaloers en dwingend gedrag wordt geromantiseerd.
Helaas is het niet zo dat mensen zwart-wit fictie en non-fictie van elkaar kunnen scheiden. Ze staan er niet altijd bij stil dat wat romantisch lijkt in een boek of film, zeer grote reden tot zorgen zou zijn in het echte leven. De romantische klassieker: ‘The notebook‘ heeft een paar duidelijke voorbeelden:

* Noah dreigt met zelfmoord als Allie niet met hem uit wil gaan;
* Noah stuurt Allie een jaar lang elke dag een brief en krijgt nooit antwoord. Dat zijn 365 brieven. Lees: dat is ronduit stalken. De kans is nihil dat dat gebrek aan antwoord komt doordat alle brieven onderschept worden, maar dat is precies wat er in de film gebeurt. Zo wordt het idee: ‘ze horen bij elkaar’ ten koste van alles goedgepraat. Ook al zouden die acties in het echte leven eng of gevaarlijk zijn.

En dames, willen jullie nog steeds met Noah uit? (Copyright: New Line Cinema)

Nog steeds zijn er miljoenen jonge meiden op de wereld die hun vriendjes verwijten niet als Noah te zijn. Ik heb medelijden met die jongens… Boeken en films als The notebook scheppen op grote schaal verkeerde verwachtingen van liefde bij tieners en soms ook nog bij volwassenen.

Je weet nooit wat voor draagvlak je boek gaat krijgen, of dat nu bij één persoon is of bij miljoenen mensen. Wees er dus zeker van dat je duidelijkste boodschap er een is waar je persoonlijk achter staat.

Komt de boodschap van je boek wel over zoals je wil? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik kijk met je mee.

Feedback van proeflezers verwerken

Wanneer je proeflezers inschakelt, moet je feedback verwerken. Dat is nog een hele klus. Als je het goed doet, wordt het verhaal net zo goed als je gehoopt had toen je begon met schrijven. Doe je het fout, dan wordt het zo slecht als je ooit vreesde.

Bekende valkuilen van feedback verwerken bij het schrijven van een boek

Feedback verwerken kan lastig zijn, zeker als je in bepaalde valkuilen trapt. De meest voorkomende zijn:
* Je hebt de verkeerde proeflezers uitgekozen.
* Je weigert iets te veranderen omdat je te dol bent op je eigen tekst.
* Je wilt het iedereen naar de zin maken.

Ik schreef daar hier uitgebreider over.

Je eigen hints en verwachtingen controleren

Je hebt een proeflezer gevonden die jouw genre leuk vindt en neutraal genoeg is om jou niet richting het einde te sturen dat hij zelf graag ziet. Top!
Dan zegt hij: “Ik snap niet waarom je personage duizend euro krijgt.”

Oorzaak 1: Je hebt te weinig hints gegeven.
Je personage heeft schulden en je hebt gehint dat hij een rijke vriend heeft. Dan is het handig als je middels show don’t tell al hebt laten merken dat die vriend de laatste tijd al veel aan goede doelen heeft geschonken of je personage heeft geholpen een financieel plan te te maken.
Een rijke vriend die iemand in geldnood helpt, is op zichzelf niet zo gek. Maar als je meer hints geeft, dan is de kans kleiner dat je proeflezer iets zegt als:
* dit is niet logisch;
* dit komt uit de lucht vallen;
* het komt geforceerd over.
Let erop dat zodra je hints gaat geven, je niet verzandt in expositie.

Oorzaak 2: Je hebt verkeerde verwachtingen geschept
Je personage heeft tienduizend euro schuld en de hele tijd roept zijn rijke vriend dat hij ervoor zorgt dat je personage van alle zorgen zal worden verlost.
Dan lijkt duizend euro ineens (hoe gul ook) erg karig. Je lezer voelt zich in het ootje genomen, omdat de verwachting niet strijkt met de belofte.

Als je verkeerde verwachtingen schept, is je lezer daar niet blij mee…

Misschien wil onze gulle gever ineens proberen de vrouw van zijn dromen te versieren. Hij wil van de overige negenduizend euro dure juwelen kopen. Is die vriend wel zo trouw als we denken? Dat hoeft niet, maar nu lijkt het er eerder op dat je in een val van een verkeerde plottwist bent gelopen. Lees daar hier meer over.

Zou mijn personage dit doen?

Zorg ervoor dat je personagebiografie in orde is. Dat helpt om je personage realistisch en duidelijk te houden wanneer iemand hem liever iets anders ziet doen.
Je schrijft over een verpleegster die in een ziekenhuis werkt en je proeflezer oppert dat ze in een verzorgingstehuis kan gaan werken.
Die wisseling van baan vergt afwegingen als:
* Wil ik een nieuwe uitdaging of ben ik tevreden waar ik nu ben in mijn carrière?
* Vind ik het leuker om met bejaarden te werken dan met de baby’s die ik nu verpleeg?
* Wil ik mijn hogere salaris inleveren om te kunnen werken met een leukere doelgroep?
Het uiteindelijke resultaat van die afwegingen bepaalt of je een suggestie kan doorvoeren of niet.

Je moet ook afwegingen maken als een suggestie een andere denkwijze van het personage vraagt: is het bereid (of zelfs in staat!) om na een jaar van werkloosheid een laaggeschoold baantje aan te nemen als het altijd gewend is om een belangrijke, hoge functies te bekleden?
“Nood breekt wet, want een schoorsteen moet roken” is niet per definitie een aanvaardbaar uitgangspunt. Als je personage uitzonderlijk trots is, zal hij liever zijn spaargeld tot op de laatste cent besteden. Als hij zo nog langer kan zoeken naar werk in zijn normale functie en dat verhindert dat iemand hem laaggeschoold werk ziet doen…

Blijft het centraal conflict hetzelfde?

Je schrijft over een eenzaam personage dat verliefd wordt en die liefde blijkt wederzijds. Als het moment daar is dat de vonk overslaat, dan komt die belangrijke vraag: kussen ze meteen?

Optie 1: Ja.
Die eerste kus is zo’n opluchting voor je personage dat hij eindelijk weer iemand heeft, dat het niet bij zoenen blijft: een zwangerschap volgt. Dit schrijf je vanwege het verhaalthema ‘onvoorwaardelijke liefde’. Is een ongeplande zwangerschap daartegen bestand? Daarvoor zal je het boek moeten uitlezen…

Optie 2: Nee
Vanwege de eenzaamheid is de eigenwaarde van je personage gekelderd en durft hij zich niet aan de liefde over te geven. Het verhaal gaat verder over hoe het personage zijn eigenwaarde terugvindt voordat er uiteindelijk gekust wordt.

Optie 1 heeft als centraal conflict ‘ongeplande zwangerschap’, optie 2 ‘zelfontplooiing’. Niet bepaald hetzelfde… En dat alles vanwege een beslissing over een kus.
Als je proeflezer zegt dat hij bepaalde gebeurtenis anders wil zien, bedenk dan of die aanpassing het centrale conflict zou veranderen. Welke verandering je ook aanbrengt, (uit eigen initiatief of vanwege een proeflezer): zorg ervoor dat de vraag: “Waarom gebeurt dit?” nooit wordt beantwoord met: “Omdat iemand dat graag wilde.”

Feedback zien als een avontuur

Feedback krijgen kan eng zijn: het kan blootleggen dat je een schrijftechniek die je dacht te beheersen nog meer moet oefenen. Je zal ‘Kill your darlings‘ niet kunnen negeren. Maar bekijk het zo: de afwegingen die je maakt kunnen een fantastische ontdekkingsreis zijn voor jou (en je proeflezers). Je kan de afwegingen of alternatieve scenario’s van een scène in je opschrijfboekje uitwerken.

Als je feedback verwerkt, kan je balen van een verdwaald gevoel, of het als avontuur zien.

Als je de zuster toch met bejaarden laat werken, kom je er plotseling achter dat ze heel sterk is, omdat ze met gemak een zware rolstoel optilt. Dat had je niet geweten als je haar nooit van de couveuseafdeling had gehaald.
Ook al blijft onze zuster in het boek bij de baby’s, je kan nu wel een interessante scène toevoegen waar haar fysieke kracht goed van pas komt.

Feedback verwerken vergt moed, maar als je het aandurft, zal je beloning groot zijn!

Vraag je je na een feedbackronde van je naasten nog steeds af of je wel goed bezig bent? Boek eens een feedbackronde met mij via mijn webshop.

Het centraal conflict: de heldenreis van een verhaal

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict in een verhaal

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel. Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een interessant narratief conflict

Als je een interessant conflict wil schrijven, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis in een verhaal

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden. Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een goede heldenreis in een verhaal

Zodra je een conflict hebt bepaald, kan je de heldenreis in elkaar gaan zetten. Die heeft ook een aantal belangrijke voorwaarden:

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zélf aangaan;
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer);
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden;
* (betere) relaties aan kunnen gaan;
* uit een dal klimmen;
* inzichten krijgen;
* leren vergeven;
* zingeving vinden;
* zelfvertrouwen krijgen;
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid;
* nieuwe vaardigheden leren.
enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan-met-de-pet met een saaie kantoorbaan. De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is om te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.
Daarom zijn perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.

Schrijf je in jouw boek over een conflict, of toch meer over een probleem? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik help je het beste conflict voor je verhaal en je personage duidelijk te krijgen.

Foreshadowing: zo schrijf je een geheim dat je hele boek verklapt

Foreshadowing is het geven van een belangrijke hint over een grote onthulling. Alleen is die hint zo groot dat er van een verrassende onthulling weinig overblijft. De lezer zal dan eerder geïrriteerd zijn dan verrast. Hoe kun je hints geven zonder dat er foreshadowing ontstaat?

Voorkom foreshadowing: ken je eigen verhaal

Je moet precies weten hoe je verhaal in elkaar steekt voordat je hints kan geven. Weet welke details later in het verhaal belangrijk worden. Ga maar na: hoe moet tantes kandelaar ooit een aanwijzing naar een aankomende ruzie om de erfenis worden als jij als de schrijver niet eens weet dat de kandelaar:
* een hoge emotionele waarde heeft;
* het enige waardevolle erfstuk is in een staartarme familie;
* überhaupt bestaat?
Haal deze informatie uit je personagebiografie of je schrijfonderzoek.

Het is belangrijk om een aantal voorbeelden als deze te gebruiken. Niet één, want dat maakt de aanwijzing te vaag. (Tenzij je die ene hint gaat uitmelken, maar dan duw je de informatie alsnog door de strot van je lezer, als in een infodump.) Gebruik ze ook niet te veel, want dan wordt de onthulling voorspelbaar en niet langer indrukwekkend.

De standaardreactie na een foreshadowingontknoping…

Foreshadowing per genre

Sommige hints zijn bijna als vanzelf een cliché, omdat ze vaak gebruikt worden in een bepaald genre of verhaalthema.
Je hoofdpersonage zit vast op een onbewoond eiland. Hé, daar komt flessenpost aanspoelen!
Zou het iets bevatten dat het personage van totale mentale inzinking weet te behoeden? Goh, hoe verzin ik dat toch…
In een romantisch drama wordt in opa’s huis een oude weggestopte brief gevonden. Op zolder. Met een strikje eromheen. Weet je zeker dat opa nooit heeft getwijfeld of hij wel met oma moest trouwen?
Ik weet in ieder geval zeker dat we er nu achter komen dat oma niet opa’s enige liefde is geweest.

Daar is ie weer: de goeie ouwe verzegelde liefdesbrief. Wat zou er nu toch met het verhaal gebeuren…?

Als iets cliché aanvoelt, is er sprake van foreshadowing, niet van een goede hint. Het lastige van foreshadowing versus hints geven is dat je met iets logisch moet komen, anders gaat je lezer de hint niet snappen. Als de puzzel op het eind van je verhaal niet lijkt te passen of te ingewikkeld is, helpt dat ook niet. Daarom zijn clichés zo populair: ze helpen je lezer iets makkelijk te begrijpen. Maar als het gaat om spanningsopbouw, zijn ze alles behalve handig. Hints geven binnen een bepaald genre vraagt een vergelijkbare techniek als het gebruik van clichés en tropes. Je moet weten hoe, waarom en in welke mate je ze gebruikt en hoe je ze kan verbuigen. Lees daar hier alles over.

De belofte van spanning: uitstellen van de ontknoping

De gouden regel om foreshadowing te voorkomen is: wat je ook doet, geef de onthulling niet onmiddellijk nadat je de hint hebt gegeven. Een hint belooft bepaalde spanning: een geheim dat zich langzaam ontrafelt, een moord die geleidelijk wordt opgelost of een opbloeiende romance. Daar smult een lezer van, omdat dat een verháál belooft, geen simpel feit. Laten we Roodkapje als voorbeeld nemen.
Roodkapje komt de wolf tegen. Je hebt een verhaal als je het sprookje op de vertrouwde manier verder vertelt, inclusief spanningsopbouw.
Roodkapje kwam een wolf met gevaarlijke tanden tegen. Wat een engerd! Roodkapje holde verder, maar de wolf had haar binnen drie tellen opgeslokt. Dat klinkt niet als een verhaal dat eeuwen mee kan gaan, toch? Het is alles behalve spannend. Na de hint van de scherpe tanden wordt Roodkapje vrijwel meteen opgegeten.
Zelfs al zou de houthakker Roodkapje daarna onmiddelijk bevrijden, dan nog zal de opluchting niet groot zijn. Je hebt namelijk niet lang genoeg in spanning gezeten om ergens opgelucht over te kunnen zijn.

Als de wolf je meteen opeet, heb je niet de tijd om de tanden te bekijken die hem zo eng maken…

Stel de ontknoping dus uit. Afhankelijk van hoe groot de hint en de ontknoping moeten zijn, kan dat variëren van een aantal alinea’s tot complete delen van een boekenreeks.

The green mile: een hemels voorbeeld van een hint

In de film ‘The green mile´ is een briljant voorbeeld te vinden van zowel uitstellen van de ontknoping als een standaard trope in je voordeel gebruiken.
In het begin van de film zie je de hoogbejaarde Paul naar een oude film kijken. In die film dansen een man en vrouw op een lied met de tekst I´m in heaven. Paul is zo geraakt dat hij hard begint te huilen.
De trope waarvan hier wordt uitgegaan (en die de kijker dus aanneemt als logische verklaring) is dat Paul ooit met zijn overleden vrouw op dit liedje heeft gedanst en dat hij haar vreselijk mist. Pas op het einde van de film kom je erachter dat dat niet zo is.

Paul werkte als gevangenisbewaker en moest gevangenen executeren. John, een van de veroordeelden, bleek niet alleen onschuldig, maar ook een godswonder: hij kon ziektes genezen en gestorvenen terug tot leven wekken. Paul wist van zijn krachten en zijn onschuld, maar moest hem toch terechtstellen.
Als laatste verzoek voor zijn dood wil John nog een keer een film zien. Hij krijgt dezelfde film te zien als de kijker in het begin en is geraakt door die dansscène. Nu blijkt dat Paul in het begin niet huilde om een overleden geliefde, maar om het immense berouw dat hem plaagt omdat hij een wonder van God heeft gedood.

Dit is een prachtig voorbeeld van ‘een cliché omdraaien’: het is de tegenpool van wat je verwachtte van de trope:
* een gevangene en zijn cipier versus twee geliefden;
* een aankomende executie versus een belofte van een/ de hemel.

Omdat deze hint wordt uitgesteld, heeft de kijker de tijd gekregen om in de personages en het verhaal te investeren. Daardoor voel hij zich meer betrokken en komt deze ontknoping (heel!) hard aan. De kijker huilt net zo hard als de oude Paul bij het vooruitzicht dat John gaat sterven.

Verklapt jouw boek te veel? Manuscriptredactie kan je helpen om die vraag te beantwoorden. Ik ben daarvoor in te schakelen via mijn webshop.

Een plottwist schrijven: fantastisch of fataal

Een plottwist is een goed middel om het verhaal spannend te houden of om voor een spectaculair einde te zorgen. Als je het goed doet, schrijf je fantastisch. Doe je het verkeerd, dan stort je verhaal als een kaartenhuis in elkaar.

Wat is een plottwist?

Een plottwist is een verandering in het plot die een lezer niet aan ziet komen. De kernwoorden van een plottwist zijn: ‘plotseling’ en ‘onverwacht’. Als er plotseling (plot-seling 😉 ) iets gebeurt wat een lezer niet kan voorspellen, heb je een plottwist.

Waarom schrijf je een plottwist?

Een plottwist houdt de lezer scherp. Er gebeurt iets nieuws dat het verhaal interessant houdt en waardoor de lezer betrokken blijft. Het voorkomt soms dat een verhaal langdradig wordt. Hierom kun je een plottwist in het midden van het verhaal plaatsen. Aan het eind van een boek kan een plottwist dienen als een missend puzzelstukje met als boodschap: “Niets is wat het leek.” De geldschieter van het mooie meisje was niet de suikeroom, maar een heimelijke aanbidder, bijvoorbeeld.

Wat zijn de voorwaarden voor een plottwist?

Elke plottwist is anders, maar op een paar dingen moet je altijd letten:
* Geef hints.
* Zorg ervoor dat die hints te herleiden zijn.
* Schrijf gebeurtenissen die logisch zijn voor de personages en omstandigheden.

Hints in een plottwist

Als je een plottwist maakt, moet je vooraf hints geven. Zodat de twist, hoe onverwacht ook, wel logisch en te herleiden is. Als de buurman de vader van je hoofdpersonage blijkt te zijn, dan moet die buurman wel een paar keer in het verhaal terugkomen. Of, als je de buurman mysterieus wil houden, moet moeder vroeger er wel een paar keer stiekem tussenuit geknepen zijn om wie weet wat te gaan doen. Gezellig de slaapkamer van de buurman inspecteren, zo blijkt dan uiteindelijk.

Logische plottwists

Je plottwitst moet logisch zijn voor het personage of de omstandigheden, anders verwar je je lezer. Neem een streng gereformeerde huisvrouw. Ze heeft eerder conflicten over het geloof gehad met haar zoon en daardoor geen contact meer met hem. Als plottwist is het dan verstandig om dat conflict betreft religie centraal te stellen. Begin dan niet opeens over een dreigende kernoorlog.

Waar gaat het mis met een plottwist?

Dit gaat zoal mis bij het schrijven van een plottwist:
* Er is geen tijd besteed aan het opbouwen van het plot.
* De rol van de personages die in de twist voorkomen zijn niet duidelijk.
* De twist choqueert, maar helpt het verhaal niet verder.

De gouden regel bij plottwists: eerst investeren, dan omkeren

Zorg er bij een plottwist als allereerst voor dat je lezer geïnvesteerd heeft in het personage of het verhaal. Je kan pas iets verdraaien als de lezer weet wat er speelt en over wie het gaat. Pas als je lezer weet wat voor invloed iets heeft op het verhaal of de personages (investeren) kun je een plottwist inzetten (omkeren).

Vergelijk het met slecht nieuws: je leest in de krant het nieuws dat er een anonieme vrouw aan borstkanker is gestorven. Dat is triest, maar kanker overkomt meerdere mensen en je kent deze dame niet. Je hebt medelijden en gaat daarna verder met je leven. Maar als kanker een geliefde treft, komt dat veel harder aan, omdat je een relatie hebt opgebouwd met die persoon. Je moet je lezer een kans geven om een relatie met personages op te bouwen, wil je indruk maken met een plottwist.
Ook voor het verhaal en zijn omstandigheden is het belangrijk dat de lezer weet wat er speelt, wil hij beseffen wat voor invloed een verandering kan hebben. De zin: `Ieder gezin in deze straat moet vijfduizend euro aan de gemeente betalen´ is een crisis voor een achterstandswijk. Die mensen moeten alles op alles zetten om daarna nog te kunnen overleven. Inwoners van Bevery Hills bestellen gewoon een fles dure champagne minder, zonder verder echt verschil te merken.

Wie of wat brengt de plottwist op gang?

Datgene dat de plottwist op gang brengt, moet een bepaalde geloofwaardigheid hebben. Als je hoort: “We gaan met het vliegtuig op vakantie!” klinkt dat als de veelbelovende Turkse zon als je echtgenoot met twee vliegtickets wappert. Als je kleuter dat zegt nadat hij met krukjes een vliegtuig heeft nagebouwd en een teddybeer een pilotenpet heeft opgezet, krijg je Turkije voorlopig nog niet te zien.

Nee, lieverd, ik geloof ook niet dat jij die vliegtickets naar Turkije hebt geboekt…

Bedenk wie wat zegt. Is het een betrouwbaar iemand of de roddeltante van een boerendorp? Ga als een journalist te werk. Als dit personage zomaar wat lijkt te zeggen of te doen, gaat de plottwist niet werken. Dat geldt ook voor omstandigheden. Roep in Nederland dat er een tornado komt en iedereen raakt in paniek. Zeg dat in de centrale staten van de Verenigde Staten en de mensen lopen geroutineerd naar de schuilkelder. Kortom: een plottwist moet indrukwekkend en van gewicht zijn. En dat is in elke situatie anders.

Een plottwist is een puzzelstukje, geen schok

Laat het duidelijk zijn: plottwists werken niet als ze willekeurig worden ingezet. Je moet er naartoe werken en ze moeten logisch zijn. Als een plottwist uit de lucht komt vallen, snapt je lezer niets meer. Een plottwist moet een missend puzzelstukje zijn dat het verhaal een andere draai geeft.
Gebruik een plottwist daarom niet als middel om te choqueren. Als je een lezer wil laten schrikken, is het veiliger om (een geliefde van) je hoofdpersonage iets ergs te laten overkomen. Als je lezer is geïnvesteerd in je verhaal komt de schok goed over en blijft het verhaal stevig.

Zorg ervoor dat je plottwist als een puzzelstukje naadloos in de puzzel van je plot past.

Moet je een plottwist wel of niet inzetten?

Je kan een plottwist overwegen om de aandacht van je lezer vast te houden en het verhaal interessant te maken. Soms is dat echter niet nodig. Er is dus geen pasklaar antwoord op die vraag. Maar hoe dan ook: gebruik de plottwist met mate en werk hem goed uit. Dat is het verschil tussen een fantastisch of vreselijk verhaal.

Is jouw plottwist fantastisch of fataal? Schakel mij in voor manuscripredactie, dan kan ik je het verlossende antwoord geven.

Je doelgroep bepalen voor je boek: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zij?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?
* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Wil je eens sparren over voor wie je precies schrijft? Kijk eens in mijn webshop: daar staan diverse diensten die je kunnen helpen dat duidelijker te krijgen.

De perfecte (ro)man: Joe Sixpack

Je schrijft over een perfecte man: gespierd, knap, hagelwitte tanden en zelfverzekerd. Daar is Joe Sixpack, de tweelingbroer van Mary Sue. Waarin verschillen de irritant perfecte man en vrouw in romans van elkaar en in hoeverre komen ze overeen?

Marty Stue en Joe Sixpack: alfamannen

De schrijversterm voor een mannelijke Mary Sue is Marty Stue. Waar Mary Sue mooi en lief is, is Marty Stue vaak gespierd en heeft hij een reddersrol. De clichéman met een sixpack dus. Hij is om dezelfde redenen storend als Mary Sue: hij is eendimensionaal en beperkt het verhaalpotentieel.

Een verhaal met een perfecte, sterke man

Wie niet sterk is, moet slim zijn, toch? Nee hoor. Joe Sixpack mag niet slim zijn, hij moet sterk zijn. Anders verliest hij zowat het recht om zichzelf een man te noemen. Zijn slimme tegenhanger is de bebrilde nerd die nooit een vrouw zal krijgen. En als je geen vrouw kan krijgen, wat voor vent ben je dan?

Associaties met mannelijkheid in romans

Mannelijkheid wordt in romans vaak geassocieerd met stalen spieren. En het erge is, na ‘goed bij de vrouwen’ houdt het daar meestal op. Andere waarden die traditioneel als mannelijk worden gezien, zijn niet te zien bij onze gespierde Joe. Of juist wel, maar dan heeft Joe ze (bijna) allemaal, zodat elke man die over hem leest, er een minderwaardigheidscomplex van krijgt. Denk aan waarden als:
* leiderschap;
* (financieel) succes;
* moed;
* beheersing van emoties.

Het gaat er mij niet om hoe traditioneel mannelijk je een personage maakt. Schrijf gerust een gespierde rokkenjager, of maak je man juist ontzettend vrouwelijk. Maar wees je er bewust van hoe je bepaalde normen en waarden gebruikt en vertaalt.

Hoe schrijf je over een ‘echte vent’?

Vraag jezelf af wat jij onder een ‘echte vent’ of mannelijkheid verstaat. Waarschijnlijk zijn het een of meerdere van bovenstaande waarden. Maar welke staan bovenaan voor jou? Ga dat eerst eens na.
De belangrijkste waarden kunnen soms alleen groeien als een andere eerst sneuvelt. Als moed hoog in het vaandel staat, moet de man een keer flink huilen om (heel dapper!) toe te kunnen geven dat zijn drugsprobleem uit de hand loopt en hij hulp nodig heeft.

Hoe beschrijf je mannelijke waarden?

Als jouw Joe geen spierbundels hoeft te hebben, omdat jij moed de belangrijkste waarde vindt, ben je er nog niet. Want wat is moed (voor een man)?
* Durven huilen?
* Een promotie afslaan, omdat zijn huidige baan veel leuker is?
*Niet aan gewichtheffen gaan doen als hij om zijn kippenborst wordt gepest?

Zoiets moet je duidelijk krijgen. Als Joe spieren wil kweken, zullen mensen hem alsnog lui of een watje vinden als hij niet naar de sportschool gaat. Maar mensen zullen juichen als een nerd lak heeft aan de pesterige bodybuilder als hij erboven kan staan: straks verovert hij met zijn uitvinding de hele wereld.
Kortom: hoe wil jij dat jouw (kern)waarden worden vertaald?

Een verhaal met mannen op een voetstuk

Maar weinig films slagen voor de Bechdel test. Simpel gezegd zou je kunnen stellen dat veel verhalen gaan over de belangrijke rol van de man.
Er wordt vaak gezegd dat vrouwen daarom op de voorgrond moeten, maar ik kies een andere invalshoek: ik wil dat mannen van hun voetstuk af worden gehaald. En wat mij betreft hoeven de vrouwen dat stokje dan niet over te nemen… Een voetstuk lijkt positief, maar als mensen naar je opkijken, ga je op een bepaald moment bezwijken onder de druk die de bijbehorende verwachtingen met zich meebrengen.
Een vraag aan mannen: zouden jullie niet af en toe zonder consequenties willen zeggen:
* ik voel me verdrietig;
* dit is (fysiek) te zwaar voor me;
(vul zelf maar in, als vrouw ga ik niet te veel aannames maken).

Het probleem is dat mannen dat in fictie vrijwel nooit ongestraft kunnen doen zonder de naam ‘man’ nog waard te zijn. Joe Sixpack krijgt het immers wel voor elkaar… Het spijt me om te zeggen, heren… Volgens de meeste fictie is vrijwel niemand van jullie het label ‘man’ waard. Dat recht is alleen behouden aan Joe Sixpack, de man die alleen op het witte doek en op papier bestaat.

Dit is óók een man! Het is toch om te huilen dat Joe Sixpack dat beeld tegenspreekt?

Geef me de (ro)man terug!

Hier spreekt een vrouw: haal de echte man terug in de roman! Schrijf over een man waarmee ik heerlijk mag lachen, werken, bergbeklimmen, koken, huilen, tuinieren, drinken, bekvechten, feesten, vrijen, reizen en eten zonder dat het verhaal vereist dat ik daarvoor carrière hoef te maken, de mooiste moet zijn of tig dingen moet opofferen voordat ik dat waard zou zijn.
En mannen, het zou toch geweldig zijn om te lezen hoe je heerlijk met anderen (man of vrouw!) mag lachen, werken, bergbeklimmen koken, huilen, tuinieren, drinken, bekvechten, feesten, vrijen, reizen en eten zonder dat iemand je vraagt hoeveel vrouwen je hebt verleid, geld je in het laatje hebt gebracht, of -God verhoede- of je wel doorhebt hoe verwijfd je wel niet bent?

JA TOCH?

Waarden van je personage als deel van de media

Lezers hebben doorgaans een broertje dood aan Mary Sue, Marty Stue en Joe Sixpack omdat die waarden uitdragen waaraan niemand kan voldoen. Een verhaal is een medium, dus onderdeel van de media. De media hamert al op veel dingen waar je als man, vrouw, of mens in het algemeen aan moet voldoen. De lezer heeft gewoon geen geduld voor een verhaal waarin nog meer onbereikbare waarden worden opgedrongen. Dáárom lezen perfecte personages zo vreselijk vervelend. Ze zijn een irritante toevoeging van iets waarvan mensen toch al hun buik vol hebben.
Dus of je nu over mannen of vrouwen schrijft: kijk naar goed naar normen van mannelijkheid en vrouwelijkheid (of nota bene wat je moet doen of zijn om een goed persoon te zijn) en in hoeverre jij wil dat je personage daaraan bijdraagt.

Ik kan jouw papieren alfaman waar nodig een toontje lager laten zingen: schakel mij in voor manusctiptredactie via mijn webshop.

Proeflezers inschakelen voor je boek

Je schrijft een perfect boek, toch? Proeflezers zullen dat tegenspreken, maar juist als je hen inschakelt, kan je ervoor zorgen dat je boek inderdaad vrijwel perfect wordt.

Waarom heb je proeflezers nodig?

Als je schrijft, heb je altijd blinde vlekken: fouten of zwakke plekken die je zelf niet ziet. Dit kunnen grammaticale fouten zijn die je na eindeloze revisies niet meer ziet, maar ook darlings zijn voor schrijvers vaak onzichtbaar.
Daarnaast ga je er als schrijver vanuit dat lezers bepaalde verwijzingen, plotwendingen of motieven begrijpen. Een proeflezer kan nagaan of dat klopt en zeggen of je verhaal prettig leest.

Proeflezers om hulp vragen

Neem niet meer dan vijf proeflezers, anders verdrink je in veel verschillende visies en meningen.
De ideale proefpersoon:
* kan op grammatica en spelling controleren;
* behoort tot je doelgroep;
* weet hoe een goed boek in elkaar steekt: waarom werkt iets (niet)?
* is zakelijk: houdt geen kritiek voor zich om je gevoelens te sparen, maar maakt die kritiek ook niet persoonlijk.

Misschien ken je iemand die aan al deze criteria voldoet, maar je kan ook voor elk punt een ander persoon inschakelen. Alleen het laatste punt is essentieel voor iedere proeflezer.

Pas op met het kiezen van proeflezers!

Je kan niet zomaar iedereen je proeflezer maken. Daar is een aantal redenen voor.

* Vaak voldoet je partner, moeder of beste vriend niet aan dat laatste essentiële punt. Ze zeggen zelden dat je nog iets moet verbeteren en vinden alles aan je boek fantastisch. Omdat jij de auteur bent, hebben ze een roze bril op en/of zijn ze bang je te kwetsen. Als je geluk hebt, heb je naasten die dat niet doen. Je kunt de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen: Als deze persoon moet kiezen, gaat hij mijn gevoelens dan sparen/ mijn ego strelen of gaat hij of zij mij vooruit helpen?
* Als je een genre schrijft dat die persoon niet ligt, kan diegene niet volledig neutraal naar je tekst kijken. Het is prima om de proeflezer een uitstapje te laten maken naar een ander genre dan hij meestal leest; je kan een liefhebber van bouquet een futuristische utopie laten lezen. Maar als jij vervolgens een horror schrijft, kan het verhaal om verkeerde redenen worden afgekeurd. Iedereen heeft zo zijn bril die hij nooit volledig af kan zetten.

Proeflezers inschakelen: beter vroeg dan ooit

Schakel je proeflezers zo vroeg mogelijk in. Als je ‘ooit eens’ met proeflezers begint, moet je misschien je halve plot omgooien als je de opmerkingen van de proeflezers er nog in wilt verwerken. “Ik kan de motieven van je personage niet volgen,” wil je niet horen als je al op driekwart bent met schrijven, want zoiets als een motief moet niet verwarrend zijn. En als je dan al ver bent met je verhaal, moet je heel veel wijzigen aanbrengen om het uiteindelijk weer een kloppend geheel te maken.

Vragen voor je proeflezers

Als je bepaalde dingen wilt controleren, kun je bepaalde vragen meegeven die je bij elke nieuwe tekst die je laat proeflezen terug laat komen. Dit kunnen vragen zijn als:
* Is het verhaal nog interessant?
* Kun je de beweegredenen van de personages nog volgen?
* Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?

Proeflezers geven je een kwalitatief uitstekende checklist!

Pas op dat je deze lijst niet te lang maakt, want dan kan proeflezen als een zware opgave voelen. Zorg er ook voor dat je proeflezers zelf met vragen of opmerkingen kunnen komen. Dus vraag ook (zo niet als eerst!) “Heb je zelf iets opgemerkt?” of “Wat is je eerste indruk?”. Juist de dingen waar je niet (meteen) aan denkt, heb je het hardst nodig, want dat zijn jouw persoonlijke blinde vlekken. Een voordeel dat proeflezers naast feedback geven nog meer hebben, is dat ze je op dingen kunnen wijzen die je zelf niet ziet.

De hamvraag voor je proeflezers: Waarom?

Met welke vraag jij ook komt of wat je proeflezer ook aandraagt, de belangrijkste vervolgvraag is altijd: waarom?
Waarom kan de lezer zich nog steeds inleven? Waarom is de spanning verdwenen? Waarom irriteert dit personage opeens? Zorg ervoor dat je dat antwoord helder hebt, zodat je waar nodig kan aanpassen en ook weet hoe je dat effectief doet.

Feedback van de proeflezer meenemen

Onthoud bij zowel feedback ontvangen als verwerken: niemands mening is hier heilig. De jouwe niet, maar ook niet die van je proeflezers. Houd je niet koste wat kost vast aan je eigen ideeën, want uiteindelijk moet je verhaal bij (proef)lezers die je boek gaan kopen in de smaak vallen. Als je vaak te horen krijgt dat iets niet fijn leest, moet je aanpassingen durven maken.
Maar waak er ook voor dat je jouw verhaal in handen legt van je proeflezers: ga ze niet onnodig en eindeloos lopen plezieren. Zij blijven een handvol individuen en jij blijft de schrijver.
Als je van een proeflezer te horen krijgt dat hij Fatima liever ziet eindigen met Hakkim dan met Abdul, kun je dat veranderen. Maar dat kan gevolgen hebben, want:
* andere lezers zien Fatima en Abdul misschien wèl als het ideale stel;
* plotwendingen hebben dan misschien geen bestaansrecht meer of verliezen hun kracht;
* het kan je thema of moraal schaden. Het maakt een groot verschil of Fatima eindigt met de maffiabaas Abdul of de bankdirecteur Hakkim.

Zowel jij als je proeflezer moet niet te veel worden verwend.

Zeker als aanpassingen maken betekent dat je je verhaalthema of moraal moet veranderen, moet je je goed afvragen of je proeflezer niet teveel in de watten legt. Je kiest je verhaalthema en moraal niet zomaar. Als je proeflezer dat liever anders ziet, dan moet hij voor zijn favoriete thema maar een ander boek gaan lezen. Let dus goed op de balans van aanpassen en behouden als je proeflezers inschakelt.

Op zoek naar een professionele proeflezer en manuscripredactrice? Schakel mij dan in via mijn webshop.

Sexy Lamp: een knappe vrouw als prijs

Een sexy lamp is geen goed idee om te schrijven. Het is namelijk een vrouw, geen aantrekkelijk object dat licht geeft. Ze is zo oppervlakkig als maar kan. Hoe schrijf je haar, of beter gezegd: hoe schrijf je haar niet?

Wat is een sexy lamp?

Een sexy lamp is een vrouwelijk personage dat sexy is en dat moet zijn. Niets meer, niets minder. Een lamp staat als voorwerp ook alleen maar te staan. Een lamp vindt niets, denkt niet, is vervangbaar…
Als de vrouw niet meer doet dan een lamp met de beste wil van de wereld kan doen, is ze een sexy lamp.

Voor je beeldvorming: dit is de sexy lamp waaruit de term ontstaan is: een lampstandaard met het uiterlijk van een vrouwenbeen in een hoge hak met een netkous.

Bot gezegd: een sexy lamp windt de man op of wakkert zijn fantasieën aan, maar is verder nergens goed voor.

Sexy lamp in de praktijk

Wat is een sexy lamp in de praktijk? Een voorbeeld:
“Koene ridder, ga de draak doden. Slaag je, dan mag je met de mooie prinses trouwen.”
De ridder werpt een blik op de prinses en ziet zichzelf al nachtelijke avonturen met haar beleven. Daar wil hij zijn leven wel voor wagen. Maar wat weet hij (of zelfs de lezer van zo’n sprookje) verder van de prinses? Niets. Wat zegt of doet ze verder? Niets. Ze is er alleen maar, puur omdat ze sexy is.

Als je de ridder de sexy lamp met de netkous had gegeven, dan was het ook goed geweest. (Zeker in de Middeleeuwen… Bijlo, een ontbloot been van een vrouwspersoon! Nimmer aanschouwde ik eerder iets zó erotisch…)
Zonder geintjes, uiteindelijk komt het wel daarop neer. Een vrouw die een sexy lamp is, is er alleen als (seksuele) beloning, want ze voegt niets anders aan het verhaal toe. In de meest extreme gevallen zegt de sexy lamp helemaal niets, zoals de Middeleeuwse prinses die in de laatste scène nog even snel de ridder kust. Maar het kan ook iets subtieler. Met de nadruk op iets. Want zodra je weet wat een sexy lamp is, zal je haar makkelijk herkennen.

Sexy lamp test

Wil je testen of een personage een sexy lamp is? Hier zijn wat kenmerken.
Een sexy lamp is altijd:
* seksueel aantrekkelijk;
* de beloning voor de man;
* als persoon eendimensionaal, zo niet nuldimensionaal.

Een sexy lamp zal nooit:

* in het verhaal te vinden zijn buiten de context van: ‘de beloning voor de man’;
* als persoon iets extra’s aan het verhaal toevoegen (spanning, een subplot, enzovoorts);
* een leven hebben (denk eraan: ze had evengoed levenloos kunnen zijn);
* met ideeën komen die het plotverloop veranderen.

MacGuffin en sexy post-it

Soms komt een sexy lamp wel met een plotveranderend idee:
“Ridder, de draak woont in een grot hier rechtsaf,” zegt de prinses.
Dat verandert het plot, want anders vindt de ridder de draak niet. Maar als de prinses vervolgens alsnog als niets minder dan een wandelende vagina wordt gezien, dan blijft ze een sexy lamp. Volgens de algemeen gebruikte term is ze dan een sexy lamp met een post-it briefje. Ze heeft de benodigde aanwijzing dan als een figuurlijke post-it op haar hoofd (Hier rechtsaf!) maar dan is ze hoogstens gepromoveerd van sexy lamp naar sexy wegwijzer. Nog steeds is ze evenveel waard als een levenloos object. Als een voorwerp dezelfde functie heeft als een sexy post-it, dan heet dit in de schrijverswereld een MacGuffin.

Waarom is de sexy lamp in het verhaal?

Hou jezelf niet voor de gek: in een scenario met een sexy lamp gaat het om niets meer of minder dan de beloning van de held. Niet dat het dorp wordt gered van een draak, of dat de prinses wordt gered. Het gaat zelfs niet om de heldenreis van de ridder. Daar lijkt het misschien op, maar als dat het belangrijkste was, dan was hij mensen tegengekomen die hem persoonlijk lieten groeien. Niet alleen mensen aan wie hij zijn spierballen kan laten zien.

Wat zegt een sexy lamp over de held?

Dat hij helemaal niet zo heldhaftig is als hij in eerste instantie lijkt. En dat seks zijn motivatie is. Ja, dat is kortzichtig en nuldementionaal. Net als de sexy lamp.

Sexy lamp: simpeler schrijven kan niet

Schrijf je een sexy lamp en met alles wat daarbij komt kijken, dan schrijf je:
* zonder personagebiografie;
* met een Mary Sue;
* een storend cliché;
* zonder afweging van hoe je personages overkomen;
* lui, want je hoeft geen schrijfonderzoek te doen.

Reden om een sexy lamp te schrijven

Als het om publiceren gaat, is er geen reden om over een sexy lamp te schrijven. Vrijwel iedereen vindt het storend of flinterdun. Toch is het nuttig om een keer te doen. Kijk eens wat voor schrijftechnieken je al beheerst als je je verstand op nul kan zetten en gewoon maar wat gaat tikken. Bij een sexy lamp hoef je geen rekening te houden met een diepgaand plot of personages. Als je schrijft over onze sexy lamp ridder en je denkt verder niet teveel na, heb je dan een verhaal:
* met show don’t tell?
* zonder infodump?
* zonder te veel bloemig taalgebruik?
* waarvan je kan oordelen wat je kan schrappen en wat je moet laten staan?
* met logische alinea- en hoofdstukindelingen?
* met goede spelling en grammatica?

Enzovoorts.

Bechdel test en Mako Mori test

Er zijn nog twee testen die ook testen op sexy lamp elementen, maar daarin nog wat dieper gaan:
* Bechdel test: praten de vrouwen over iets anders dan een man (uit zichzelf of als vrouwen onderling?)
* Mako Mori test: de vrouw moet een eigen verhaallijn hebben en die verhaallijn mag niet dienen als een hulpmiddel voor de verhaallijn van de man.

Ik hou niet van sexy lamps. Als je wil dat ze genadeloos worden opgespoord en uit je boek worden geschrapt, schakel me dan in voor manuscriptredactie.