Yes, een idee voor een nieuw boek! Alles dringt zich tegelijkertijd aan je op. Personages, thema’s scènes, symboliek… Je denk meteen in de schrijversflow te komen, maar in plaats daarvan is je hoofd een onoverzichtelijke brei van ideeën geworden. In deze blogpost krijg je wat tips om orde in de enthousiaste chaos te scheppen en tegelijkertijd je ideeën te kunnen laten stromen.
Wat is de schrijversflow en waar gaat het soms mis?
Als je in de schrijversflow zit, gaat het schrijven als vanzelf. Je hoeft niet na te denken over hoe je de scène invulling gaat geven, want die lijkt zichzelf te schrijven. En nadenken over wat een personage zou doen of zeggen is ook niet nodig: je zit in de fase dat je je personage zo duidelijk voor je ziet, dat het bijna een echt persoon lijkt die het je gewoon vertelt: maar dat zou ik dus echt nooit doen, schrap die actie maar!
Als je al wat verder in je verhaal gevorderd bent, kan je meestal wel een manier vinden om die afwegingen en gedachtestromen te reguleren: je hebt immers al wat zaken uitgewerkt of in de grondverf staan. Dat wordt stukken moeilijk als je een ware explosie aan ideeën voor een verhaal hebt, waar je nog geen samenhang in hebt (gevonden). Dan gaat de schrijversflow te hard om bij te houden.
Waar moet je beginnen met uitwerken?
De ene schrijver krijgt een idee bij het bedenken van een thema, de ander ziet iets aparts op straat en weer een ander werkt graag vanuit een personage dat een bepaalde ontwikkeling doormaakt, waarna het verhaal zich daarna eromheen vormt. Wat het ook is, ze hebben gemeen dat het allemaal met dat ene aha- of yesmoment begint: die eerste vonk. Dáár moet je beginnen, zo niet alles omheen gaan bouwen, zoals bij het centrale woord in een woordenweb. Want dat ene idee, dat is waar voor jou als schrijver de kracht van het verhaal zit. Al dat andere: hoe het in elkaar gaat passen, of het lezerspubliek dit wel interesseert, dat komt later wel. Niet alleen omdat je die vonk even vast mag houden, maar ook omdat dat een uitwerkfase is. Als je niet duidelijk hebt en houdt waar je boek in wezen om draait, heb je ook geen broodnodige houvast voor het bepalen van al die andere zaken. Dan is het alsof je een puzzel wil maken, zonder te weten wat de foto op de puzzel is.
Rangschikken van de vonk
Je allereerste flits van inspiratie wordt de bouwsteen van alles wat je uitwerkt. Schrijf al het andere op wat je al aan ideeën of globale uitwerkingen hebt en kijk of je die kan rangschikken ten opzichte van die vonk.
Stel: jouw vonk is een beeld van een zinkend schip. Uit jouw gedachtestroom komen ook nog de volgende elementen:
- De kapitein geeft de stuurman de schuld. Van iets: al dan niet dat het schip zinkt
- mensen die verhongeren op het schip
- een scène waarin een vrouw een rijke man probeert te verleiden om daar een voordeel uit te halen. Of dit op het schip is, weet je nog niet.
Voordat je je zorgen gaat maken of de kapitein de hoofdpersoon is, de arme passagiers of de vrouw, ga je kijken wat de kern van die losse elementen (symbolisch) met een zinkend schip te maken (kunnen) hebben. Of waarom juist deze beelden jou niet loslaten.
- Iets lijkt te zeggen dat de kapitein niet koosjer is, zoveel als hij schreeuwt. Wat is daar toch gaande?
- Een leven in armoede lijkt te vergaan met man en muis’
- De vrouw probeert te verleiden om zo niet aan lager wal te raken: haar rijkdom en faam zijn als een lek schip langzaam aan het vergaan.
Het ene beeld, of de vertaalslag die je maakt, komt sterker over of spreekt je meer aan dan het andere. Probeer zo je losse puzzelstukjes te ordenen en kijk welke er als sterkste uit de bus komen. Kies die stukjes uit waarbij je het gevoel hebt dat die samen iets kunnen vertellen. Als het goed is, komt daar al een soort samenhang uit. Die mag gerust nog vaag zijn, maar in plaats van alleen een zinkend schip heb je al iets als:
Op een zinkend schip houdt iedereen de schijn op en wordt iedereen bedrogen. Alles wat onder de oppervlakte wordt gehouden komt bovendrijven en zorgt ervoor dat iedereen ten onder gaat.
Beginnen met aanvullen en schrappen
Als je de vonken hebt gerangschikt, heb je het basisbeginsel waar je altijd naar terug kan, zo niet moet gaan om je verder niet te stoppen gedachtestroom te kunnen reguleren. Van daar uit kun je vragen gaan stellen en zaken gaan aanvullen. Je hebt dus mensen nodig die de schijn ophouden. Dan zou de rijke vrouw je hoofdpersoon kunnen zijn. Maar hoe ziet het schip er uit waar zij op zou varen? Dat is vast geen simpel sloepje. Zo kan je weer aan een nieuwe ideeënstroom komen. Het het verschil met het allereerste begin is dat je nu een goed basiskader hebt.
Want die arme familie, wat doet die in een verhaal van de schijn ophouden? Hebben zij de belangrijke functie om de tegenpool van de rijken te spelen? Je kan ze op sollicitatiegesprek vragen. Maar misschien heb je toch het gevoel gekregen dat je het anders aan gaat pakken en geen arme mensen nodig hebt voor bepaalde symboliek. Dan moet je ze uit je aantekeningen gaan schrappen. Daarmee voorkom je meteen aan de tekentafel al dat je gaat verzinken in de subplots of een overvloed aan symboliek.
Keer altijd terug naar de vonk
Als je de vonk goed hebt gekaderd, kan je inspiratie blijven stromen, zonder dat je tekentafel een groot zooitje wordt. Ook later in het schrijfproces kan je naar de vonk terugkeren om te zien of je iets aan het verhaal kan toevoegen of dat beter kan laten. Een goed afgestemde vonk geeft niet alleen houvast en schrijfplezier, maar ook leesplezier voor je toekomstige publiek.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Tobias Rademacher verkregen via Unsplash.













