‘Schrijven is schrappen’ in de praktijk

Als je schrijft, is schrappen onontkoombaar. Maar daarmee starten kan lastig zijn als je dat nog niet gewend bent. Daarom volgt hier een aantal tips. Start met schrappen of help jezelf over de zenuwen heen die je misschien krijgt bij het idee te moeten schrijven als je niet weet waar het verhaal op uit loopt.

De kookwekker

Een vertrouwde techniek van veel schrijvers om een writersblock te voorkomen is om een kookwekker te zetten op tien à vijftien en gewoon te schrijven wat er in je opkomt. Kies vooraf een onderwerp, personage of een situatie en gaan! Nee, dat gaat niet je beste werk worden. Zelfs professionele schrijvers moeten hierna nog schrappen of aanpassen. Maar je kan wel een idee krijgen voor een nieuw verhaal, dus dat is mooi meegenomen. Hier is een opzetje:

Een piccolo is net in dienst. Hij is zonet door een gast uitgescholden en vernederd. De piccolo weet niet of hij dit moet melden aan zijn baas. Misschien is dat wel normaal in de hogere kringen waarin hij nu werkt...

Blank slate techniek

Ik schreef al eerder over wat ik de blank slate techniek noem. Je zet dan iets tussen haakjes en/of maakt het dikgedrukt op het moment dat je merkt dat je ergens in het verhaal vastloopt. Je hebt bijvoorbeeld nog geen idee hoe je iets in moet vullen. Of je hebt al wel een idee, maar het is nog onvolledig:

* Richard wilde iets moois kopen voor Vera: een [iets voor in de woonkamer, want die richt ze op dit moment opnieuw in]
* Toby en Mariska waren een naam voor de baby aan het bedenken. Ze kwamen uit op Todd [andere naam, maar wel iets wat Amerikaans klinkt, ze zijn gek op de U S of A].

Stoplichtmethode

De stoplichtmethode is een handige manier om de waarde van je schrijfsel te beoordelen. Lees het nog eens na. Alles wat er op wat voor manier dan ook uitspringt, geef je een rood, oranje of groene highlight met een markeerstift of in je tekstverwerker. Let op: doe dit alleen met dingen die je opvallen, anders word je gek 😉

KleurBetekenisWat doe je ermee?
Roodronduit slecht Bewaren. Als het je opvalt dat soortgelijke dingen rood worden, is dat een aanwijzing dat je bepaalde schrijftechnieken nog moet oefenen. Om dat in de gaten te krijgen, is het handig als je visueel veel ‘van hetzelfde rood’ kan zien.
OranjeredelijkSchaven. Probeer wat andere technieken uit deze blogpost uit om hem helemaal groen te krijgen.
GroenuitstekendNiks meer aan doen, en jezelf een schouderklopje geven 🙂

Hoewel de stoplichtmethode beter werkt voor een schrijfsprint kan hij -juist daardoor- handig zijn om zicht te krijgen op wat je in teksten moet schrappen waarmee je serieuzer bezig bent.

Wat en waarom kort en krachtig

Een verhaal kan om verschillende redenen spannend of interessant zijn. Maar twee vragen moet je altijd kunnen beantwoorden om je lezer niet te vervelen: ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom dan?’. Ik schreef daar hier al uitgebreider over.
Maar er is een verschil tussen: Truus en Corrie hebben ruzie omdat Corrie Truus heeft uitgelachen toen ze uit de boom viel en Truus en Corrie zijn al dagen aan het bekvechten omdat Truus jaloers naar Corrie had gekeken toen ze zag hoe zij in een metershoge boom klom. Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen, maar ze viel en beweerde dat dat kwam omdat ze nog overstuur was geweest van de dode muis die ze bij de boom op de grond had zien liggen. Ze probeerde het opnieuw, maar viel keer op keer weer uit de boom. Nu lacht Corrie Truus uit en scheldt Truus Corrie voor vuurtoren.

Bedenk hoeveel of hoe weinig woorden je aan een scène moet besteden. En waar gaat het eigenlijk om? De woedende Truus, of de ruzie tussen haar en Corrie?
Foto: https://counselling-matters.org.uk/

Soms werkt deze uitgebreide(re) beschrijving, soms juist niet. Om te voorkomen dat een beschrijving een infodump wordt, kan je deze punten nalopen:
* Is bepaalde informatie overbodig? –> Die muis, misschien? Dat ligt eraan of Truus iemand is die vaak smoesjes verzint. Zo ja, dan is het een show don’t tell, zo nee, dan is deze toevoeging inktverspilling;
* Zijn bepaalde bijvoeglijke naamwoorden overbodig? –> de metershoge boom: het gaat erom dat Truus niet kan klimmen;
* Kan je informatie spreiden over meerdere pagina’s of hoofdstukken? Dan kan je het hier beter schrappen om te voorkomen dat je tekst volgepropt overkomt;
* Kan je bepaalde bewoordingen schrappen/ inkorten? —> Truus beweerde minstens net zo goed te kunnen klimmen –> Truus beweerde te kunnen klimmen/ Truus beweerde wel degelijk te kunnen klimmen/ Truus beweerde een goede klimster te zijn. Al deze opties schelen een aantal woorden. Lees hier waarom een paar woorden meer of minder op de lange termijn een verschil kunnen maken.

Moeten de lezer dit zien?

Zowel bij het beschrijven van een personage of een ruimte als bij het vertellen van een gebeurtenis is het goed om te bedenken of de lezer dit daadwerkelijk van dichtbij moet zien of meemaken.
Als iemand pasta wil maken maar geen groenten heeft, voldoet Hij ging naar de groenteboer toen hij merkte dat er geen tomaten meer waren. Je kan het misschien zelfs helemaal weglaten. Het is dan niet nodig om te beschrijven hoe je personage door de straat sloft en uiteindelijk tomaten afrekent. Hetzelfde geldt voor meubels in een kamer: als de bank de blikvanger is, ga dan niet ook nog alle andere meubels met tien woorden omschrijven.

Als je wil testen of informatie het zien waard is, vergelijk het dan met een seksscène. Als je personage seks wil is het prima of soms zelfs nodig om te omschrijven wat er tussen de lakens gebeurt. Maar heeft de seks geen functie voor het verhaal, dan voelt die scène vaak ongemakkelijk of lijk jij als schrijver aandachtsgeil. Dat soort hitsigheid werkt nooit voor een verhaal, of het nou over seks gaat, over de inrichting van een ruimte of een tripje naar de groenteboer.

Het opschrijfboekje: de gereedschapskist van een schrijver

Verhalen schrijven: je bedenkt de meest interessante plotwendingen en boeiende personages. Soms heb je het geluk dat de inspiratie uit het niets lijkt te komen. Dan kun je misschien wel een heel verhaal bedenken en uitwerken. Vaak is dat echter niet het geval. Als je van schrijven een serieuze(re) hobby wil maken en ten alle tijden inspiratie wil kunnen oproepen, ontkom je niet aan het opschrijfboekje.

Waarom heb je een opschrijfboekje nodig?

Mensen beginnen soms te schrijven omdat ze plotseling inspiratie krijgen voor een verhaal. Dan gaan ze aan de slag en zien ze dat schrijven een erg leuke hobby kan zijn. De een laat het bij dat ene verhaal, maar een ander wil dan een ‘serieuze schrijver’ worden. Dat enthousiasme is veelbelovend, tenzij dat betekent dat diegene – net als bij dat eerste verhaal- wacht op inspiratie. Je kan er namelijk niet van op aan dat inspiratie zomaar komt. Die moet je opdoen, gedurende je dagelijkse leven. Zodra je iets opvallends ziet, doe je er verstandig aan om dat op te schrijven.

Stel dat je bovenstaande foto hebt gemaakt. De goudachtige kleur van de karper in combinatie met de manier waarop die kleur steeds doffer van toon wordt naarmate je meer richting de staart kijkt, doet je denken aan een begraven schat met gouden munten. Dan heb je een basis voor een verhaal met een verborgen schat.
Maar- en dat is het essentiële punt- je had niet aan die schat gedacht als je de deze karper niet had gezien, die deze associaties bij je opriep. Op deze manier kun je op een dag tientallen, zo niet honderden indrukken opdoen. Als je dan geen opschrijfboekje bij de hand hebt om die indrukken op te schrijven, loop je de kans dat je door de andere indrukken of gebeurtenissen van de dag die flits van inspiratie kwijtraakt.

Je kan alles wat je ziet noteren in je telefoon, maar persoonlijk raad ik dat af: als je iets moet opschrijven met een pen, doe je daar langer over, waardoor het moment van inspiratie langer blijft hangen.

Wat schrijf je op in je opschrijfboekje?

Je schrijft alles (of op zijn minst 80%) in je opschrijfboekje op dat je opvalt, wat je bijzonder, apart of mooi vindt. Alles waarvan je grofweg drie tellen of langer bij stilstaat en denkt: Hé, hier is iets mee… Of als je intuïtief denkt: goh, dit is apart…

Dat kunnen onder andere zijn:

* mooie uitzichten;
* aparte kledingstijlen;
* uitgesproken gezichtsexpressies;
* grappige citaten of woordspelingen;
* televisiereclames die creatief zijn opgezet;
* emoties die je ziet of voelt;
* opvallend nieuws dat je hoort.

Waarom moet je veel opschrijven in je opschrijfboekje?

Buiten het feit dat opschrijven veel inspiratie geeft, zijn er nog twee redenen om veel op te schrijven in een opschrijfboekje. Je kan terugvallen op een show don’t tell als je vastloopt in je omschrijvingen. Stel dat je een uitzonderlijk blije toet ziet, zoals deze:

Als je eens wil omschrijven hoe iemand schaterlacht, maar even niet op de woorden kan komen, kan je opschrijfboekje uitkomst bieden. Waarschijnlijk heb je in je opschrijfboekje over dit gezicht geschreven: een blij meisje schaterde van de pret. Ze lachte met open mond en haar ogen versmalden zich van plezier.

Je hoeft niet per se over dit kind te gaan schrijven. Als haar lach jou aanleiding gaf je opschrijfboekje erbij te pakken, dan is dat voldoende. Vrijwel alles wat je intuïtief meent op te moeten schrijven kun je vroeg of laat wel een keer gebruiken.

Schrijven is observeren

Een goed lopende tekst, interessante personages en een goede woordenschat zijn belangrijk als je een verhaal wil schrijven. Maar schrijven vraagt niet alleen goede taalvaardigheden een flinke dosis fantasie, het is minstens net zo belangrijk om heel goed te kunnen observeren. Test het maar eens. Als ik je vraag: ‘Hoe ziet je woonkamer eruit?’ wat zeg je dan? Natuurlijk zullen er stoelen, banken en tafeltjes in staan. Maar met zulke omschrijvingen krijg je een verhaal niet gevuld. Als je kan zeggen: ouderwets of modern ingericht, dan schiet het al iets meer op. Maar wat maakt iets ouderwets? Je zal moeten observeren en noteren. Ga op bepaalde details letten: de bruine, ingezakte bank is ouderwets. Als je niet observeert en noteert, kunnen bepaalde belangrijke details niet meer opvallen. Je neemt ze zo als vanzelfsprekend aan dat je ze soms niet meer ziet. Het materiaal van je bank, de kleur van je muren… Het kunnen allemaal belangrijke dingen zijn om de sfeer van een ruimte op te roepen.

Sorteren in je opschrijfboekje

Om bepaalde zaken later makkelijker terug te vinden, is het handig om een systeem aan te houden voor je opschrijfboekje. Dit systeem kun je baseren op datum (als je meerdere verhalen schrijft, weet je wanneer je waarvan hebt gewerkt) alfabetisch naar onderwerp of je kunt met tabbladen werken, net wat je zelf fijn vindt. Maar probeer hoe dan ook een systeem aan te houden, anders zie je later door de bomen het bos niet meer. Je gaat het opschrijfboekje waarschijnlijk veel gebruiken (zorg ervoor dat je het altijd in je tas hebt zitten!) dus al die losse krabbels moeten wel overzichtelijk blijven.

Reisdagboek: het ultieme opschrijfboekje voor schrijvers

Als je van reizen houdt, ga dan niet op reis zonder een reisdagboek mee te nemen. Als je reist is alles nieuw en indrukwekkend, dus je bekijkt alles met andere ogen. Dat is ideaal om nieuwe inspiratie aan te boren. En dan heb je meteen je informatie gesorteerd: onder de categorie reiservaringen welteverstaan. Plak in je boekje ook dingen als bijvoorbeeld entreebewijzen of kassabonnetjes waar dat ene lekkere gerecht op staat. En vergeet af en toe ook niet een foto fysiek in te plakken. Als je bepaalde herinneringen levend houdt, kunnen ze steeds opnieuw nieuwe inspiratie opleveren. Dat lukt je extra goed als je handmatig schrijft, dingen inplakt en extra versiert, omdat er dan extra aandacht naartoe gaat. En hoe meer aandacht je aan je observaties besteedt, hoe beter je ze onthoudt.

Leven en laten leven: Wat mag je schrijven?

Een boek schrijven is allang niet meer alleen een verhaal naar de drukker brengen en dan de reacties of discussies rondom je boek afwachten. Je moet tijdens het schrijven al nadenken over hoe je woorden over kunnen komen.

Schrijven in de tijd van sociale media

Door sociale media zijn er honderd mensen met honderd meningen over één onderwerp. En die mening kan door iedereen worden gehoord. Het is onvermijdelijk dat er dan een discussie komt over je verhaal. Sommige discussies zijn wenselijk, maar een discussie op sociale media roept desondanks eerder beelden van moddergooien op dan een prettig onderbouwd gesprek. Waar kun je op letten als je wil voorkomen dat jouw verhaal de oorzaak is van een nieuw moddergevecht?

Schrijven en meningen: Leven en laten leven

Idealiter zou je over alles kunnen schrijven wat je zou willen en zou iedereen dat moeten respecteren, tenzij je uitgesproken racistisch bent of geweld goedkeurt of iets dergelijks. De afgelopen jaren is er echter een grote kloof op sociale media ontstaan, die als motto lijkt te hebben: We zijn het met elkaar eens en vrienden, of we zijn het oneens en dan vechten we elkaar de digitale tent uit. Tegenwoordig is het vrijwel zeker dat je iemand op de tenen gaat trappen. De een vindt je te conservatief, de ander weer te ruimdenkend. Dus je hoeft je niet in te houden, want anders komt je nooit ergens.
Het uitgangspunt ‘leven en laten leven’ is fijn om aan te houden: zowel de mensen die mijn boek lezen mogen ervan vinden wat ze willen en ik als schrijver mag dat ook. We kunnen het met elkaar oneens zijn, maar: ‘leven en laten leven’: dat is dan maar zo.

Het begin van een digitaal moddergevecht

Schrijven over je ongezouten mening brengt een risico met zich mee. Stel dat je schrijft over het abortusvraagstuk.
Scenario 1: je bent erop tegen vanwege religieuze redenen en hebt daarom moeite met andermans standpunt. Dat is netjes en beschaafd. Zeg je hetzelfde, maar met als toevoeging dat God achter je staat en de mensen die anders denken allemaal goddeloze moordenaars zijn, dan ga je te ver.
Scenario 2: je hebt niets tegen abortus, omdat je vindt dat het een individuele keuze moet kunnen zijn. Iemand heeft het recht om het aan te vragen, maar ook om het te weigeren. Dat is fatsoenlijk en onderbouwd. Voeg je daaraan toe dat mensen die het met je oneens zijn egoïsten zijn die niet voor zichzelf kunnen denken en daarmee hersenloze volgzame schapen zijn van een God die misschien niet eens bestaat… dan kun je terecht woedende reacties verwachten.

Je wil niet dat digitale modder het beeld van je verhaal gaat overheersen

Twee reacties van lezers

Bovenstaande voorbeelden trappen een open deur in. Natuurlijk maak je geen vrienden met zulke verkondigingen. En toch zie je dit soort reacties op internet. Het waarom achter een (extreme) mening an sich is een heel ander vraagstuk, maar er is wel vaak een gemene deler: de lezer voelt zich niet gehoord. Je kan om grofweg twee redenen een heftige reactie verwachten:
* De lezer voelt zich verkeerd geportretteerd;
* De lezer voelt zich als de vijand bestempeld.

Een verkeerde afspiegeling van de vertegenwoordiger

Er zijn binnen elke discussie wel argumenten die het meest voorkomen, maar meestal heeft iemand meer dan één argument voor zijn mening. Een gelovige kan tegen abortus zijn vanwege religie, maar ook omdat hij bang is voor een grensvervaging van wanneer het kind nog ‘goed genoeg’ is om geboren te worden. Als het zwaar gehandicapt wordt, is het al doorgaans al geaccepteerd om het kindje te laten weghalen. Maar waar ligt die grens? Straks misschien ook al bij een hazenlip? Als je je mening of personage eendimensionaal portretteert, loop je (terecht!) de kans om te worden beschuldigd van kortzichtig schrijven.

Maak je lezer niet onnodig kwaad.

De ander als vijand

Als iemand een impopulaire mening heeft, is diegene op sociale media al snel de ‘schuldige’ of degene met een ‘foute mening’. In het progressieve Nederland zal onze gelovige waarschijnlijk in de minderheid zijn. Of- en daar wordt het gevaarlijk- Hij is de vijand die vooruitgang in de weg staat. Niet eens meer iemand met een mening waar jij niets mee hebt.

Hoe ga je als schrijver met verschillende meningen om?

* Als je het over een gevoelig onderwerp hebt: weet waar je over praat. Doe onderzoek, verdiep je in verschillende standpunten en interview mensen met (de) verschillende visies binnen het onderwerp;
* Pas op met tropes. Zeggen dat alle mannen op seks beluste en materialistische lomperiken zijn, is zowel storend als een bepaald stereotype. Je kan stereotypen beter mijden als je een als je een discussie wil vermijden. Als je een klimaatactivist hebt die in een tiny house woont dan moet je echter ook al op gaan passen. Dit is een enkele trope en hij past goed bij je voorbeeld. Maar dit is wel een trope die je de kern van het stereotype zou kunnen noemen (klimaatactivisten zijn minimalisten en tegen materiele verspilling). Daardoor loop je de kans dat je personage nog steeds stereotype overkomt, ondanks alle nuances die je later nog aanbrengt. Kijk eens of dat het tiny house een bijkomstigheid kan zijn voor je klimaatactivist, in plaats van zijn primaire kenmerk. Dan heb je minder kans op discussies.
* Beperk het aantal argumenten. Stel dat je iets wil zeggen over de LGBTQ+-discussie. Je mening: De meeste mensen snappen LGBTQ nog wel, maar die plus niet meer. Die plus moet weg: een potentieel gezonde discussie wordt onnodig ingewikkeld omdat veel mensen het principe niet meer begrijpen. Dan kan in je verhaal beter duidelijk worden dat iedereen mag vallen op wie diegene wil en dat wat jou betreft die plus er daarom niet hoeft te zijn. Ga dan niet uitzoeken wat er allemaal onder de + valt, zodat je je argument nog meer kan verdedigen. Op een bepaald moment heb je een standpunt gemaakt, met voldoende (goede) argumenten. Hoe meer argumenten je geeft, hoe groter de kans dat je er op wordt aangevallen.

Ben ik een getalenteerde schrijver?

Als je graag en veel schrijft, komt vroeg of laat de vraag: “Ben ik getalenteerd genoeg om een schrijver te zijn?” Laten we die vraag zo goed en eerlijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Bepaal je eigen definitie van getalenteerd

Als eerst moet je bij jezelf nagaan wat jouw persoonlijke definitie is van ‘getalenteerd genoeg’ en die van ‘schrijver zijn’. Je kan het al voldoende vinden om een verhaal af te maken en te kunnen uitgeven in eigen beheer. Dat is een heel ander doel dan te hoogwaardige literatuur te willen schrijven en over honderd jaar nog geciteerd te worden.

Schrijftalent en boeken: verschil in niveau

Niet elk boek dat wordt uitgegeven is even goed. Anders zou de Nobelprijs voor literatuur aan elk gepubliceerd boek worden gegeven en zijn waarde verliezen.
Maar het goede nieuws is dat niet elk boek even goed hoeft te zijn, en daarmee geldt hetzelfde voor schrijvers. Waar de ene lezer een boek pakt om heerlijk te ontspannen en nergens aan te hoeven denken, leest iemand anders om intellectueel uitgedaagd te worden. Zo kun je verhalen opdelen in ‘moeilijkheidsgraden’. Daar zijn grofweg drie ‘niveau’s’ van. Laten we boeken over of met erotiek erin als voorbeeld nemen.

De makkelijkste boeken zijn de bouquetromans. Een steenrijke Joe Sixpack valt voor een vrouw en ze vormen razendsnel een perfect koppel, omdat de seks fantastisch is. In deze verhalen komen geen echte conflicten in voor, eerder ruzies die snel opgelost worden. Even voor de afwisseling op de keukentafel in plaats van in bed en de ruzie is bijgelegd en de passie teruggekeerd. Iemand die de tortelduifjes dwarszit wordt zonder echte gevolgen uit hun leven gebonjourd. Alles bij elkaar spendeert het verhaal het overgrote deel aan geflirt, vleselijk verlangen en erotiek. De personages hebben vaak geen diepgaande personagebiografie. Als ze die al hebben, worden die eerder in een aantal zinnen verteld dan gedoseerd over het verhaal verspreid.
Deze boeken horen makkelijk leesbaar te zijn. Daardoor zijn ze ook relatief makkelijk te schrijven. (Verstand op nul en zoek de spannendste kamer uit 😉 ) Iedereen die denkt te kunnen schrijven, kan waarschijnlijk een makkelijk verhaal voltooien.

Bouquetromans: je hoeft ze niet gelezen te hebben om ze te (her)kennen. Het zijn, met andere woorden, makkelijke verhalen. Afbeelding: uitgeverij Harlequin

Het volgende niveau in het rijtje: de zwijmelroman, waarin er een echt conflict voorkomt. Je leert de personages wat beter kennen door hun opbloeiende romance. Ze duiken niet meteen (en alleen maar) in bed. Het koppel krijgt ook met een conflict te maken dat meer vergt om op te lossen dan alleen naar de vijand te schreeuwen dat hij moet opdonderen. Ze moeten hun relatie onder ogen zien en hun verwachtingen kunnen en willen bijstellen. Hun normen, waarden en levensgeschiedenis gaan een grotere rol spelen in hun beslissingen. En oké, uiteindelijk zullen ze samen douchen, maar dat is niet het belangrijkste punt in het verhaal.
Om deze verhalen goed te kunnen schrijven, moet je op zijn minst een aantal basistechnieken kennen. En meer oefenen met schrijven en tijd in je onderzoek steken.

Literatuur heeft een hoge lat. Hierin hersenspoelt het ene personage het andere door het seksueel te verleiden. Zo wordt het slachtoffer gedwongen om deel te nemen aan een massamoord.
Weet je hoe je iemand zodanig moet hersenspoelen dat diegene het oké vindt om in ruil voor seks meerdere moorden te plegen? (en hoe hersenspoeling sowieso werkt?) Veel onderzoek, heel stevige personagebiografieën, en subtiel maar ook duidelijk kunnen spelen met woorden, motieven, plottwists, en nog veel andere dingen zijn essentieel om zulke verhalen goed te kunnen schrijven.

Vertrouw eerst op je werk, kijk dan pas naar talent

Bedenk eerst op welk ‘niveau’ je kan en wil schrijven als het ‘vraagstuk talent’ in je opkomt. Als je al een maatstaf wil of zelfs kan hebben, dan moet het dáár beginnen. Meten met twee of verkeerde maten is niet goed voor je creatieve proces. Als je niet eens durft te schrijven omdat je teveel met het resultaat (lees: ‘ben ik goed genoeg?’) bezig bent… Veel mensen lopen daar vast. “Het lukt me toch niet een bestseller te schrijven, dus waarom zou ik het proberen?” Veel mensen willen schrijven, maar durven (en doen het daardoor!) niet. Voordat je getalenteerd in iets kan zijn, moet je het vertrouwen hebben dat je het überhaupt kan doen. Als je beginnende schrijver bent, komt schrijven zelf eerst, dan het resultaat.

Starten met schrijven is belangrijker dan het meteen geweldig doen.

Schrijven is subjectief

Als je serieuze schrijversambities hebt, moet je één ding onthouden: goed schrijven is subjectief. Wat één redacteur (zoals ik, kijk eens mijn webshop; ik redigeer graag voor je!) of uitgever geweldig vindt, vindt de ander oninteressant. Maar deze mensen kunnen wel inschatten hoe getalenteerd je bent: het is hun vak om professioneel naar een tekst te kijken. Laat ze dus wat van je schrijfstukken lezen. Of doe mee aan schrijfwedstrijden. Maar laat niet te veel afhangen van de uitslag. Verliezen maakt je geen mislukte schrijver en winnen maakt je niet automatisch een nieuwe Harry Mulisch.

De enige echte houvast: feedback verwerken

Je kan niet zeggen: Ik kan een verhaal afmaken/ ik beheers een tiental schrijftechnieken/ ik kan een origineel verhaal bedenken, dus ik ben een getalenteerde schrijver.
Als je een serieuze schrijfcarrière ambieert, is er één ding wat je per definitie kan maken of breken: het kunnen en willen verwerken van feedback. Want daaruit blijkt dat:
* je bereid bent mee te werken met (de wensen van) een uitgever;
* je weet hoe je verhaal in elkaar steekt. Wat kan je al dan niet veranderen zonder dat het verhaal in elkaar stort?
* je inzicht hebt in creatief schrijven; je kan bijvoorbeeld niet alleen een infodump identificeren, maar ook verbeteren;
* je jouw verhaal de wereld insturen belangrijker vindt dan het idee dat je jezelf schrijver kan noemen.

Vooral de laatste twee punten zijn belangrijk. Er zijn getalenteerde schrijvers die met een geweldig manuscript bij een uitgever binnenkomen. Maar halverwege valt alles alsnog stil omdat ze de feedback niet kunnen of willen verwerken.