Schrijf in vier stappen je persoonlijke standpunt

Elk verhaal heeft een centraal conflict, een verhaalthema en een hoofdpersonage. Hoe gebruik je die om je persoonlijke standpunt mee duidelijk te maken?

1 Bepaal een boeiend conflict

Alles waar je personage in een verhaal mee worstelt, wordt een conflict genoemd. Als je als schrijver een standpunt duidelijk wilt maken, is het conflict meestal groter van aard dan alleen een burenruzie over een schutting. Het is dan niet meer iets wat een personage toevallig overkomt, maar iets waar veel mensen grote problemen mee ervaren. Geef je personage echt iets om voor te vechten, in plaats van alleen een probleem dat opgelost moet worden. Denk aan:

* emancipatie;
* gelijkheid van ras;
* veilig uit de kast kunnen komen;
* in opstand komen tegen een maatregel van een regering;
* toegeven slachtoffer te zijn van emotioneel/seksueel/ fysiek geweld;
* verslavingsproblematiek.

2 Plaats het conflict in context

Zodra je het conflict hebt bepaald, bedenk dan in welke plaats of tijdperk dat het best tot zijn recht komt. Onderwijs voor meisjes is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het hier geen conflict kan vormen. In grote delen van de wereld is dat nog wel een probleem. Laat dit conflict dus in bijvoorbeeld in Congo afspelen, niet in Nederland. Hou er rekening mee dat je dan veel onderzoek moet doen naar de Congolese cultuur en het onderwijssysteem aldaar. Als je het over emancipatie in Nederland wil hebben, kan dat nog steeds. Maar dan zal je het eerder over de salariskloof tussen mannen en vrouwen moeten hebben dan over onderwijs.

3 Je personage als relschopper

Je personage is persoonlijk betrokken bij het conflict. Maar je personage heeft net als echte mensen karaktertrekken. Ga na welke manier van relschoppen bij je personage past.
Een homoseksuele jongeman in Saoedi-Arabië heeft zware straffen op zijn seksuele oriëntatie staan. Als hij dapper is, zal hij ondergronds in opstand komen en illegale pro-homo boodschappen proberen te verspreiden onder de bevolking. Als hij minder moed heeft, zal hij misschien alleen in het geheim zijn geliefde ontmoeten. Dat laatste klinkt niet zo heldhaftig als het eerste, maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets op het spel blijft staan. Zolang je personage tegen de gevestigde orde ingaat en er iets te verliezen valt, is hij een relschopper.
Als je nog geen personage hebt bedacht, kun je hem aan de hand van je conflict schrijven. Kwam je personage vóór je conflict in beeld, bedenk dan goed wat voor manier van protesteren bij hem past.  

4 Conflict, context en personage combineren

Als laatste stap combineer je de eerste drie factoren:

* Bepaal een boeiend conflict dat aanleiding geeft tot relschoppen;
* Maak de context zo realistisch en interessant mogelijk voor de context (tijdperk en plaats) van je conflict;
* Zorg dat je personage op zijn unieke manier een relschopper wordt en jouw persoonlijke boodschap uit kan dragen.

De kloof tussen arm en rijk kan bijvoorbeeld aan de kaak worden gesteld in de late 19e eeuw, toen niemand (van de rijken) zich daar druk om maakte. Een jong meisje van goede afkomst zet daar vraagtekens bij. Niet alleen komt ze tegen dat ze arme mensen als minderwaardig moet beschouwen, als vrouw heeft ze sowieso weinig te zeggen. Als ze onverschrokken is, steelt ze openlijk geld uit haar vaders beurs en geeft ze dat aan de arme families. Als ze voorzichtiger is, pikt ze af en toe broodjes die de familiebediende bakt en smokkelt ze die naar de plaatselijke arme schoenmaker.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online en gedeeltelijk in dit nummer van Schrijven Online magazine.

Toch nog coaching nodig na het lezen van deze tip? Kijk eens in mijn webshop.

Zo wordt jouw expositie superspannend: drie aandachtspunten bij het schrijven van expositie

Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: hoe kun je dat voorkomen?

1 Gebruik een aanloop

Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.

Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…”
Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”

Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tell niet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven. Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.

Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…”
De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.

2 Vermijd ‘de verklaarder’

De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal.
De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten. 

In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: de buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.  

3 Gebruik geen brief

De brief is zo’n standaardinstrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig. De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je eventuele expositiefoutjes opspeuren met een professional? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Met deze drie tips is overdadig omschrijven verleden tijd

Het lijkt een goed idee om flink te omschrijven. Zo laat je blijken dat je een grote woordenschat en een goed beeld hebt van hetgeen je beschrijft. Maar dit kan tegen je werken en de verbeelding van je lezer blokkeren. Met deze tips schrijf je zowel boeiend als beeldend.

1 Beperk je bijvoeglijke naamwoorden

Omschrijvingen hebben als doel dat je de verbeelding van de lezer aanroept en uitdaagt zelf verder aan de slag te gaan. Hierna wordt de lezer verder in het verhaal gezogen.
Jan kocht niet zomaar een auto, maar een nieuwe, dure, auto.  
Dit voorbeeld werkt: De lezer kan net als Jan wegdromen bij de luxe auto. Dat had niet gekund als Jan ‘gewoon’ een auto had gekocht. Het had net zo goed een tweedehands rammelbakje van Marktplaats kunnen zijn.
Maar omschrijvingen, met name bijvoeglijke naamwoorden, kunnen gevaarlijk zijn voor beeldend en interessant taalgebruik. Een voorbeeld: Het is zacht, lichtbruin, romig, rechthoekig, zoet en goedkoop. Melkchocolade! Logisch toch? Nou, nee. Want ik heb het zo uitgebreid omschreven dat je waarschijnlijk bezig was om al die puzzelstukjes op zijn plaats te krijgen. Je was een raadsel op aan het lossen, niet je iets aan het voorstellen.
Zelfs als ik vooraf had gezegd dat het chocolade was geweest, was het vervelend geweest om te lezen. Daarover meer in de volgende tip.
De volgende vuistregel is nuttig: beschrijf met maximaal twee bijvoeglijke naamwoorden (heel soms is drie ook nog oké, maar meer dan dat echt niet). Als je opmerkt dat je er meer gebruikt hebt, schrap dan de minst belangrijke.

2 Laat de verbeelding van de lezer het meeste werk doen

Niet alleen veel bijvoeglijke naamwoorden, maar ook overdadige omschrijvingen in het algemeen zetten de verbeelding van de lezer op slot en maken de leeservaring heel traag. Bijvoorbeeld: De kamer heeft bruine meubels, een koekoeksklok, haakkleedjes op de tafel, versleten stoelen en een houtkachel. Het tapijt is versleten en vergeeld en de lucht ziet blauw van de sigarettenrook.
Deze omschrijving bevat maar liefst dertig woorden. Gaan we nog naar het plot of blijven we het halve verhaal in deze kamer rondkijken…?

Een ouderwets ingericht huis met een bejaarde bewoonster. Zo kan het ook. Deze omschrijving is wat mager. Maar als je het bij de haakkleedjes en de bruine meubels houdt, komt het beeld ook al voldoende over. Dan laat je het aan de lezer over of er al dan niet een koekoeksklok in de kamer is of dat de kamer vol rooklucht hangt. Als de lezer zijn fantasie kan of moet gebruiken, levert dat een prettigere leeservaring op.

3 Spreid je beschrijvingen

Laten we de woonkamer van de vorige tip nog eens bekijken. Je hebt de haakkleedjes en de meubels genoemd. Maar het is voor het verhaal misschien belangrijk dat de lezer weet dat er een kettingrookster in het huis woont. Dan hoef je alsnog niet over de blauwe lucht en het vergeelde tapijt te schrijven. In plaats daarvan zou je de eigenaresse bijna kunnen laten stikken in een hardnekkige rokershoest zodra ze de kamer binnenkomt. Dan raadt de lezer alsnog dat sigaretten niet ongewoon zijn in dit huis. Zo blijf je ook niet tot vervelends toe in de omschrijving van de kamer hangen. Spreid je omschrijvingen waar je kan over meerdere objecten, personen, omstandigheden en plaatsen in je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kill your darlings: vier tips voor als je tegen je wil moet schrappen

Soms moet je dingen schrappen als je schrijft. Dat hoort erbij, maar als je iets moet schrappen waar je trots op bent, wordt het lastiger. Hoe doe je dat erg moeilijke ´kill your darlings´?

Wat is kill your darlings?

Kill your darlings betekent dat je vanwege het woordenaantal, de vaart van het verhaal of om een andere reden iets moet schrappen waar je trots op bent. Datgene wat je liever niet wil schrappen, is je darling. Een scène, een personage, een afzonderlijke zin… Omdat jij als het ware fan bent van je darling, heb je een blinde vlek eromheen ontwikkeld. Hierdoor kan je niet helemaal neutraal naar je tekst kijken. Meestal wijzen je proeflezers je op je darling, omdat ze zich eraan storen dat iets te veel van het goede is.

1 Ga na waarom je fan bent van je darling

Je bent vaak onbewust fan van je darling omdat die persoonlijke waarden weerspiegelt: “Natuurlijk is de hobby van de beste vriend reizen. En dat blijft zo: ik ben zelf in meer dan honderd landen geweest.”
Het komt ook vaak voor dat een citaat of een personage uit het dagelijks leven komt. Het is iets dat je nauw aan het hart ligt: “Deze wijze raad heb ik van mijn opa. Dat citaat gaat er dus mooi niet uit.”
“Het uiterlijk van deze fictieve vrouw is vrijwel hetzelfde als dat van mijn prachtige vriendin. En dus ga ik haar niet minder mooi maken omdat de proeflezers haar onrealistisch mooi vinden. Zij begrijpen het gewoon verkeerd!”

2 Kijk of het een tikje minder kan

Als we de mooie vrouw als voorbeeld nemen, zou je het volgende kunnen doen: stel dat ze mooie lippen, ogen, borsten, benen en een mooie stem heeft. Wat aan je vriendin vind je het meest aantrekkelijk? Als het haar stem en lippen zijn, maak haar andere lichamelijke kenmerken dan wat minder bijzonder. Dan blijft ze nog steeds gedeeltelijk jouw prachtige geliefde, maar dan komt ze niet meer als onrealistisch mooi over. (Ook al weet jij wel degelijk beter en is jouw wederhelft wel degelijk de mooiste dame van de hele wereld.)

3 Spreid waar je kan

Je kan als klimaatbewust persoon over een milieuactivist schrijven. Maar moet hij eigenhandig de regenwouden opnieuw helpen beplanten, het windmolenpark beheren en al het plastic uit de oceaan halen?
Je kan ook schrijven over een trio van vrienden die zich elk om één van deze doelen bekommeren. Dan schrijf je ook een toontje lager. Als je over verschillende personages spreidt, werkt dat in je voordeel. Drie sterk uitgewerkte personages werken beter dan eentje die te geforceerd is.

4 Verwijder je darling nooit volledig

Als je uiteindelijk een darling moet schrappen, zorg dan dat je de geschrapte tekst in een apart documentje bewaart. Je bent niet voor niets ‘fan’ van dit personage, citaat of deze scène. Tenzij je geen fan, maar een regelrechte bakvis bent, kun je ervan uitgaan dat je darling wel degelijk een bepaalde waarde voor je verhaal heeft. Misschien kun je een gedeelte van je darling ergens anders in het verhaal alsnog kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je het te lastig vindt om je darlings te killen, kan ik je helpen met de eerste stappen. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Herken de vier signalen van de irritant perfecte vrouw

In het echt bestaat ze niet. Maar in (romantische) films en boeken kun je niet om haar heen. Iedereen kent haar: beeldschoon, slim, gul, onzelfzuchtig, lief, grenzeloos getalenteerd, maagdelijk onschuldig en populair… Deze vrouw heeft zelfs een naam om haar als cliché te kunnen aanduiden: Mary Sue. Leer haar herkennen en voorkom zo dat je haar schrijft.

1 Te mooi om waar te zijn

In zowel innerlijk als uiterlijk is Mary Sue te mooi om waar te zijn. Ga haar kenmerken nog maar eens na. Een echt persoon heeft nooit al deze karaktertrekken. Denk aan een bewonderenswaardig persoon die je kent. Die heeft een aantal van deze karaktertrekken, maar niet allemaal. Sowieso heeft diegene iets dat Mary Sue niet heeft: tekortkomingen.

2 Ongelooflijk populair

Populaire mensen staan in de belangstelling. Maar die belangstelling vervaagt als die persoon weer naar huis gaat, of het roddelblad is uitgelezen. Mary Sue blijft altijd het onderwerp van gesprek. Iedereen wil continu weten wat ze doet, bij haar in de buurt zijn en iedereen is het altijd met haar eens. Ze is letterlijk ongelooflijk populair. Een lezer zal met zijn ogen rollen als hij ziet hoe iedereen met haar wegloopt. Mary Sue doet nooit iets fout en heeft geen tekortkomingen. Mocht je die haar hebben gegeven, dan wuiven andere personages dat gewoon weg. Eventuele fouten van Mary Sue hebben nooit een verder gevolg.

3 In alles overdrijven

Gewoon aardig zijn is niet genoeg voor Mary Sue. Ze geeft niet alleen gratis bijles aan haar nichtje. Dat doen sommige stervelingen ten slotte ook wel eens.
Mary Sue offert haar studie en sociale leven volledig op om continu bij haar doodzieke buurjongetje in de buurt te kunnen zijn. Ook al heeft het kind ouders. Dat geeft niet. Dan helpt Mary Sue de ouders wel door het huis elke dag van boven tot onder te poesten en boodschappen te doen. Als het maart is, doet ze ook meteen de belastingaangifte. Je moet er immers zijn voor je medemens… En als er een zwerfkat zijn pootje breekt, snelt ze naar de dierenarts en is ze nog dagen van streek door dat vreselijke ongeval. Kortom: Mary Sue overdrijft al haar positieve karaktereigenschappen tot de macht tien. Als je in haar in het echte leven zou tegenkomen, verwacht je ergens een addertje onder het gras. Iemand kan niet zó geweldig zijn.

4 Mary Sue blokkeert plotontwikkeling

Wat weten we inmiddels van Mary Sue?
* Ze is perfect in alles wat ze doet;
* Ze maakt nooit fouten;
* Iedereen in het verhaal maakt zich altijd alleen maar druk om wat zij doet;
* Iedereen is het altijd met haar eens.

Zie je dat dat de opbouw van een verhaal blokkeert? In een perfect wereldje waar nooit iets fout gaat of fouten worden gemaakt, ontstaat er geen centraal conflict. En als iedereen Mary Sue altijd alleen maar ophemelt, is een ‘gewone ruzie’ ook uit te sluiten. Je kan Mary Sue een tegenstander geven. Als iedereen die tegenstander óók tegenwerkt, kun je niet echt van een conflict spreken.
“Jij bent tegen Mary Sue, foei! Dat wordt gestraft met een opsluiting.”
De rechter staat aan de kant van Mary Sue (het hele universum spant immers in haar voordeel samen) waardoor er nooit een eerlijk proces komt. En geen proces betekent: geen conflict.
Geef je personage tekortkomingen en ze is al snel Mary Sue af. Maak die tekortkoming dan wel iets wat echt in haar nadeel werkt. Niet: “Ik vloek, maar alleen in mijn hoofd. Hardop zou té erg zijn.”

Wat voorbeelden:
* maak haar dom, zodat ze knullige fouten maakt;
* laat haar werken voor haar talent, in plaats van dat cadeau te geven;
* geef haar een paar controversiële standpunten die tegenstand uitlokken bij anderen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig om je perfectie vrouw iets minder perfect te maken? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

In vijf stappen regieaanwijzingen perfect balanceren

Hoe zorg je met regieaanwijzingen dat je personages een goede stem krijgen?
Een regieaanwijzing verwijst naar hoe je personages bepaalde acties uitvoert. Als je ze goed gebruikt, zullen je personages en je verhaal een heel eigen toon krijgen.

1 Wat is een regieaanwijzing?

Een regieaanwijzing geeft aan hoe je personage iets doet. Neem zeggen. Dat is neutraal en zegt vrij weinig over de intensiteit. Maar je kan niet alleen iets zeggen. Je kan ook fluisteren, sissen, schreeuwen, kreunen, hakkelen, stotteren, mompelen….

2 Bepaal de lat voor je aanwijzing

Als je je personage luid wil laten spreken, kun je meerdere woorden gebruiken: roepen, schreeuwen, blaffen, bulderen… Regieaanwijzingen brengen een bepaalde intensiteit met zich mee. Roepen is minder heftig dan schreeuwen. Krijsen wordt al snel geassocieerd met een hysterische vrouw. Leg de regieaanwijzing die je wil gebruiken eerst eens naast een tienpuntschaal. Wat past bij de situatie? Je gaat niet schreeuwen als je iemand vraagt de tafel te dekken…

3 Je regieaanwijzing en je personage

Zodra je een passende regieaanwijzing hebt gevonden schrijf je hem op. Je kan een regieaanwijzing gebruiken om een karaktertrek te weerspiegelen. Als je een verlegen personage hebt, kan je hem bijvoorbeeld net iets vaker laten hakkelen dan andere personages dat doen.

4 Overdrijf het niet!

Een valkuil van regieaanwijzingen is om ze te vaak te gebruiken. Een verhaal wordt op den duur doodvermoeiend als je om de paar regels een regieaanwijzing moet lezen. Zo nu en dan moet je ze gebruiken om te voorkomen dat je tekst droog wordt. Als je ze veel gebruikt, werkt het echter alleen maar averechts. Ga goed na of de regieaanwijzing op dat moment echt meerwaarde heeft. Moet je personage echt sprinten? Of heeft hij niet zoveel haast en kan hij gewoon lopen?

5 Test de regieaanwijzing zelf uit

Je kunt makkelijk uitproberen of je te veel of de juiste regieaanwijzingen gebruikt.
Beeld je scène uit als in een toneelstuk en film het. Zorg ervoor dat er geen twijfel over bestaat welke regieaanwijzing er in de geschreven tekst staat. Met andere woorden: ga heel overdreven fluisteren, rennen, schransen, mijmeren…
Als je de opname terugkijkt en ziet dat je wel heel vaak van de ene in de andere ‘actie’ valt, gebruik je te veel regieaanwijzingen. Dan kun je je personage beter een keer in stilte laten denken in plaats van duidelijk te laten piekeren. Je kan ook merken dat het een andere regieaanwijzing beter past, omdat de schaal niet klopt. Moet er wel iets zichtbaar zijn, maar moet het net een tikje minder intensief, of juist nog wat heftiger?

Je kan natuurlijk ook vragen of andere mensen feedback willen geven als je jouw korte toneelstukje opvoert. Maar dan is het wel verstandig om even een uitleg en waarschuwing te geven 😉.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je iemand laten controleren of de regieaanwijzingen nog in balans zijn? Dat kan ik doen. Kijk in mijn webshop.

In medias res: met deze drie controlepunten boeit je verhaal onmiddellijk

In medias res is de techniek waarmee je je verhaal niet bij het chronologische begin laat starten. Dat betekent onmiddellijke actie. Hoe zorg je ervoor dat die actie aanslaat, in plaats van verwarring zaait?

1 Controleer je verhaalopbouw

In medias res klinkt ingewikkeld, maar het betekent niet meer dan dat je verhaal niet bij het chronologische begin start. In medias res kan dus een aantrekkelijke techniek zijn om je verhaal spectaculair te mee te openen. Toch werkt dat niet altijd. Als je een verhaal met veel subplots, flashbacks en interpersoonlijke relaties hebt, wordt het heel ingewikkeld om na in medias res nog een prettig leesbare tekst te krijgen. Kijk dus eerst of je verhaal wel geschikt is voor in medias res.

2 Bepaal je spectaculaire scoop

Als je besluit in medias res te gebruiken, moet je met actie of drama beginnen. Drama of Actie met een hoofdletter. Dus als iemand gewond raakt, breek dan geen benen. Je personage kan beter bijna doodbloeden, fikse ademnood krijgen, spontaan op straat bevallen terwijl de vader niet in beeld is…
Zo denkt de lezer: Wauw! Hier is van alles aan de hand. Dat wekt veel vragen op:
* Hoezo bloedt ze bijna dood? Is ze ernstig ziek? Waarom komt ze dan op straat? Heeft ze vijanden? Hoe erg moet dat zijn dat ze zo goed als wordt vermoord?
* Een alleenstaande moeder die op straat weeën krijgt en geen geliefde kan bereiken moet wel erg eenzaam zijn…
Hoe kan dat zover gekomen zijn? Hier wil ik meer van weten…

Goed zo, nu heb je de interesse van je lezer! En als je dan een heel boek bezig bent om al die mysteries op te lossen waar de lezer nieuwsgierig naar blijft… Dan heb je een goed boek geschreven.

3 Geef de juiste informatie in je scoop

Stel dat je een achtervolging inzet als in medias res. Dan moet je duidelijk maken dat er een achtervolging plaatsvindt, maar ook dat er iets aan de hand is. Maar pas op dat je daarin niet te veel verklapt: “Ik zit in de auto, Harry! De politie zit achter me aan, maar ik heb wel mooi een miljoen meegenomen…” belt de dief naar zijn handlanger.
Dan timmer je dicht dat het om een bankoverval gaat. Als je dat nog even achterhoudt, kan de lezer nog even denken dat het om een onopgeloste ruzie binnen een maffiosifamilie gaat. Dan hou je het spannend en gaat de inzet van in medias res beter werken. Op die manier ontvouwt de spannende informatie zich langzaam maar zeker en blijft de lezer langer geboeid.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je een goede scoop? Ik kan het voor je nakijken: kijk eens in mijn webshop.

In vijf stappen naar een persoonlijk thema

Het thema is de fundering van het verhaal. Je kan het gebruiken om je mening te verkondigen via de heldenreis van je personages. Met deze vijf stappen krijg je het voor elkaar!

1 Wat is je thema?

Bepaal als eerst je verhaalthema. Onmogelijke liefde? Armoede? Een weg naar de top?
Voordat je iets kan personaliseren, moet je beslissen waar je het over wil hebben.

2 Wie is je personage?

Zorg dat je weet wat de drijfveren en angsten zijn van je personage zijn. Elke puber gaat voor het eerst naar de middelbare school. Maar is jouw puber daar dolenthousiast over of kan hij van de angst niet slapen?
Soms past een thema niet bij een personage. Als een kleuter het kind is van alcoholisten, is alcoholisme niet het beste uitgangspunt voor het thema. Een kleuter snapt niet wat dronken zijn betekent of wat het met iemand doet. Het thema is dan eerder angst (voor de ouders). Als je vanuit het gezichtspunt van de kleuter schrijft, is het makkelijker om angst als hoofdthema te nemen en onzekerheid als subthema.

3 Hoofdthema en subthema

Het hoofdthema is een emotie of ervaring die ieder mens kan meemaken, ongeacht leeftijd of levenservaring.
Denk aan:
* liefde;
* gedrevenheid;
* hebzucht (Soms zeuren kleuters al om nog meer speelgoed…);
* verbondenheid;
* angst;
* doorzettingsvermogen;
* rouw;
* eenzaamheid;
* moed;
* hulpeloosheid.

Zodra je het hoofdthema hebt bepaald, kun je het subthema bepalen. Hou dan nog steeds je personage in gedachten.
Als eenzaamheid je thema is, beleeft een dakloze veteraan dat heel anders dan een gepeste scholier. Wanneer je weet hoe je personage het hoofdthema ervaart, komt het subthema meestal vanzelf. Bij de veteraan is dat dakloos zijn en daarom nagekeken worden. Bij de scholier is dat pesten en geen vrienden hebben.

4 Wat is het centraal conflict?

Het thema bepaalt grotendeels het centraal conflict.
Als je een onprettig thema hebt, dan zal je personage het willen veranderen naar een fijne omstandigheid. Geen oorlog, maar vrede. Geen angst, maar rust. Het conflict is dan: hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen?
Bij een gelukkig thema zal je met iets moeten dreigen. Zo blijft het verhaal interessant. Een gezin dat er warmpjes bij zit kan ineens met schulden te maken krijgen. Een backpacker maakt een zware aardbeving mee op zijn fantastische wereldreis. Het hoeft niet slecht af te lopen, maar er moet iets op het spel staan.
Het conflict zelf is extra belangrijk als je een thema hebt dat op verschillende manieren kan aflopen. Neem liefde. Moet je personage een liefde voor zich winnen of dreigt zijn liefde juist verstoord te worden? Dat bepaalt sterk welke hordes je personages moet nemen.

5 Je eigen standpunt in het verhaal verwerken

Nu kun je je mening in je thema verwerken. Het werkt het makkelijkst als je je hoofdpersonage jouw overtuigingen meegeeft, of als hij jouw ideale omstandigheden probeert te bereiken.
Je platzakke personage moet meerdere oplossingen bedenken om brood op de plank te krijgen. Als hij na vaak vallen en opstaan een succesvol bedrijf start, blijkt dat jij doorzettingsvermogen vindt lonen. Gedurende het verhaal kun je laten doorschemeren dat je het niet eens bent met de manier waarop de uitkeringsinstantie werkt. Dat blijkt wel als je personage daar steeds van het kastje naar de muur wordt gestuurd.
Als iets je personage expres lijkt tegen te werken, dan zal jij dat gegeven niet ondersteunen. De dictator wordt steeds machtiger als je personage in verzet komt, of de kwalificatie-eisen voor de wereldkampioenschappen van je topsporter worden ineens veel strenger.

Als je personage kan groeien door zijn schouders ergens onder te zetten, moedig jij als schrijver je personage aan om iets te doen waar jij heil in ziet.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Wil je controleren of je thema goed naar voren komt? Ik kan het voor je nakijken: kijk eens in mijn webshop.

Met deze zeven stappen maak je van je personage een held

Helden zijn geweldig: de lezer juicht voor ze en noemt ze bewonderenswaardig. Dat zijn prachtige complimenten! Hoe krijg je dat voor elkaar voor jouw personage?

1 Bedenk wat jij heldhaftig vindt

Een held hoeft geen laserogen te hebben om zo genoemd te worden. Sterfelijke, alledaagse mensen kunnen dat ook zijn. Bedenk wat voor mensen in het echte leven jij bewonderenswaardig vindt. Geef je personage dezelfde kenmerken mee.

2 Bepaal de superkracht

Als je advocaten bewondert omdat ze voor ieders recht opkomen, ben je er nog niet. Je kan advocaat worden om een hoger doel te dienen of om rijk te worden. Bedenk daarom wat een mooie kwaliteit precies laat zien. Als je onbaatzuchtig voor iemand opkomt, kan dat bijvoorbeeld ontstaan vanuit:
* de behoefte om te beschermen;
* plichtsbesef naar je medemens;
* verbondenheid met degene die je helpt.

Deze dingen komen uit dezelfde waarde voort, maar hebben een ander gezicht. Ga dus eerst je eigen waarden na. Wat betekent een bepaalde karaktertrek of manier van handelen voor jou? Wat roept precies die bewondering op?

3 Schrijf je superheld

Je weet nu dat de ‘superkracht’ van jouw held plichtsbesef is.  
Bepaal vervolgens wie je held is. Een voetballer blijft ondanks een blessure spelen omdat hij zijn team niet in de steek wil laten. Een onderwijzer draait overuren om de kinderen goed te begeleiden. Dezelfde superkracht, zeer verschillende verhalen. Schrijf wat je zelf leuk of interessant vindt. De lezer zal niet voor de held juichen als de schrijver het zelf al oninteressant vindt.  

4 Bepaal wat er op het spel staat

Je ruilt je comfortzone liever niet in voor een conflict. Datzelfde geldt voor je personage. Er moet iets belangrijks op het spel staan, wil hij een conflict aangaan.
Iemand met ernstige pleinvrees gaat echt niet naar buiten als je hem tien euro geeft. Wordt zijn geliefde voor zijn deur mishandeld, dan zal hij het ‘comfort’ van zijn huis waarschijnlijk wel verlaten. Hij verliest immers gezelschap, liefde en misschien ook waardigheid als de geliefde aan haar wonden zou overlijden.

5 Maak het conflict onontkoombaar

Als je je personage een held wil maken, moet je hem dwingen zijn comfortzone te verlaten. Laat een conflict ontstaan dat je personage niet kan negeren en zelf op moet lossen. Ga maar na: Batman is niet langer de superheld als hij alle klusjes aan Robin zou overlaten.

 6 Zet de superkracht in

Als je geen pleinvrees hebt, is je huis verlaten geen conflict. Bedenk wat bij jouw personage voor ongemak, angst of narigheid zorgt. Pas dan kan je personage daadwerkelijk heldhaftig worden. Zet de superkracht van je personage in om het conflict aan te gaan. Tenzij je personage laserogen heeft, spreekt de superkracht meestal niet voor zich. Als het kwetsbaarheid is, laat een patserige machoman dan flink huilen in het bijzijn van zijn vrouw. Door verdriet te laten zien verlaat de man zijn comfortzone: hij moet toegeven dat hij niet onaantastbaar is. 
Je hebt pas een conflict als je personage ergens moeite voor moet doen of als hij iets moet doen waar hij bang voor is. Een bodybuilder kan 300 kilo heffen en voor het eerst 350 kilo proberen te tillen. Als hem dat lukt zonder extra trainingsuren is dat geen conflict, eerder een uitdaging.

7 Laat de held vallen en opstaan

Je personage wordt een held door vallen en opstaan. Daar hoeft hij niet eens voor te slagen. Zolang je personage conflicten aangaat, blijft hij interessant. Ook als de herstellend alcoholist opnieuw verslaafd raakt. Je lezer is dan al emotioneel betrokken bij het programma van de A.A. Betrokkenheid is het sleutelwoord: je personage is een held als de lezer betrokken genoeg is om voor je personage te gaan juichen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je extra hulp nodig bij het schrijven van je held? Kijk in mijn webshop voor mijn redactiediensten.

Stalen spieren met karakter in vier stappen

De alfaman: goed bij de vrouwen, kampioen in bed en een strak wasbordje dat altijd zichtbaar is omdat hij vaak halfnaakt rondloopt. Hoe schrijf je een rokkenjager zonder in clichés te verzanden? Laten we zijn wasbordje stapsgewijs en symbolisch toepassen. Zo heb je straks een personage wat ook daadwerkelijk stevig is (op)gebouwd.

1 Kweek het wasbordje

Een wasbordje moet je kweken, hoe gezond je lijf van nature ook is. Wat maakt dat jouw personage een blokjesbuik wil hebben en niet tevreden is met een gezond lijf? Kortom: waarom wil jouw personage zo graag zijn masculiniteit benadrukken?

* Heeft hij een hoog libido en wil hij vrouwen aantrekken?
* Is hij vroeger gepest en wil hij nu aan iedereen bewijzen dat hij niet meer zo zwak is eerst?
* Is hij een gemene fitnessfanaat die zijn uitzonderlijke gezondheid wil benadrukken om zo op anderen neer te kunnen kijken? Vind hij het mannelijk om mensen af te blaffen?

Je kan deze elementen combineren of nog iets toevoegen. Het gaat erom dat een blokjesbuik sowieso een drijfveer van je personage weergeeft. Wat die ook is, als schrijver moet je die weten om een realistisch personage te kunnen maken.  

2 Behoud het wasbordje

Een wasbordje krijgen staat niet gelijk aan een blokjesbuik behouden. Je moet daarvoor blijven trainen. Dat geeft belangrijke karaktertrekken aan: doorzettingsvermogen en discipline. En het laat zien dat je personage beschikt over tijd. Als je zestig uur per week moet werken om je gezin te voeden, dan kan je die trainingsuren wel vergeten. Die combinatie heeft gevolgen:
* Je personage moet fit zijn vanwege zijn werk (hij is topsporter, of moet als soldaat voor zijn leven kunnen rennen met zware bepakking op zijn rug).
Of: * Je rokkenjager is rijk en hoeft daarom niet (veel) te werken.
Voilà: het recept voor de stereotype alfaman: de hete multimiljardair, sexy sporter of superheldsoldaat. Dat maakt het belang van de eerste stap duidelijk.  
Herlees de eerdergenoemde fitnessfanaat. Hij heeft ook zijn beweegredenen, maar die zijn minder cliché. Hij kan nog steeds een vriendin hebben die dat soort gedrag aantrekkelijk vindt (je personages hoeven niet allemaal engeltjes te zijn…). Het punt is: kijk of een wasbordje sowieso realistisch is voor je personage en of het iets voor hem toevoegt.

3 Paradeer met het wasbordje

Hoe vaak en waarom loopt je personage met zijn wasbordje te koop? Zo veel mogelijk, als echte vrouwenverslinder? Pas op: je voedt het cliché door een onrealistische reden te verzinnen waarom je spierbundel zonder shirt rondloopt. (Niemand smeert voor zijn hobby zijn spieren in met olie.)  Laat hem daarvoor bijvoorbeeld naar het strand gaan. Pas dan wel op dat hij niet elke dag vijf uur lang op het strand te vinden is…
Je getrainde man kan ook niets om uiterlijk vertoon geven. Als topsporter moet hij nou eenmaal fit zijn. Verder is hij bescheiden, heeft hij een gemiddeld libido en viel zijn vriendin op hem vanwege zijn maffe grapjes.
Kijk wat bij je personage past en besef dat een blokjesbuik niet altijd meteen een oppervlakkige alfaman hoeft te betekenen.

4 Trek kleren aan over het wasbordje

Al paradeert jouw (alfa)man het liefst met ontbloot torso rond, ooit moet hij zich volledig aankleden. Hoe ziet zijn dagelijks leven eruit, als het even niet om de vrouwen en de spieren gaat?
Draagt hij een pak en doet hij zaken? Of loopt hij in eenvoudige kleren rond als hij gaat vissen met zijn maten? Oftewel: geef hem een leven naast zijn spieren.
Wat voor hobby’s heeft hij? Wat heeft hij naast uitblinken in sport/ bed nog meer voor ambities?
Enzovoorts.  

Als je deze stappen volgt, kan je personage nog steeds een gespierde rokkenjager zijn, maar zal hij niet meer zo snel cliché overkomen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Wil je hulp met het schrijven van een goede Alfaman? Kijk in mijn webshop.