Schrijfoefening: de schijnheilige engel

Schrijven over een personage waar je fan van bent, is natuurlijk leuk. Maar schrijven over een personage dat je niet mag, is niet altijd makkelijk. Deze oefening kan je daarbij helpen.

Kill your darlings, maar dan andersom

Kill your darlings is het principe dat je moet schrappen wat je graag schrijft (en soms als verlengde, leuk vindt om te lezen). Maar het kan ook andersom. Denk aan:
* Je favoriete personage heeft zijn ten minutes of fame, die je moet schrappen omdat het niet in de scène past.
* Je moet je darling daadwerkelijk vermoorden;
* Je moet je slechterik zijn slechte dingen laten doen. Dingen waar je zelf niet goed van wordt (neerkijken op anderen, arrogant zijn, mensen afblaffen, moorden…)

Ik gebruik hier bewust het woord moeten. Net zoals je er niet onderuit kan dat je soms iets moet schrappen wat je eigenlijk mooi vindt, moet je soms iets schrijven waar je eigenlijk liever niets mee te maken zou willen hebben. Maar het is nodig voor de broodnodige balans van goed en slecht in je verhaal, anders wordt je verhaal uiteindelijk oninteressant.

Speel voor de (schijnheilige) engel

Een manier die kan helpen om je over de ergernissen heen te zetten, is om een rol van een (schijn)heilige engel aan te nemen tijdens het schrijven. Daarvoor moet je je gevoel voor moraal wel tijdelijk kunnen uitschakelen.
Onze engel heeft als uitgangspunt dat alles wat er op deze aardkloot in een mensenleven gebeurt, helemaal niet zo belangrijk of spannend is. Uiteindelijk gaan we toch allemaal dood, belanden we met z’n allen in de hemel en mogen we voor eeuwig aan de melk en honing en is er alleen nog maar liefde, nooit meer haat.
Op zich verkondigt de engel een mooi verhaal, maar de clou van deze oefening is dat deze engel moet denken dat we ook op aarde ook allemaal engeltjes zijn, ongeacht wat we doen. Daardoor heeft deze engel dus overtuigingen als:
“Ach, wat maakt het uit dat Frenkie andere kinderen pest? Hij is net als iedereen een bron van licht, maar kan daar (met zijn hart/hoofd) nog niet bij.”
“Het is irrelevant dat Geertje haar eten steelt, want als ze straks in de hemel is, doet geld er niet meer toe.”

Mensen mogen engelen gerust aanbidden. Andersom lijkt mij een minder goed idee…

Met andere woorden: ga alle acties zó schijnheilig goedpraten dat je er onpasselijk van wordt. Het voorbeeld van de engel vertaalt zich waarschijnlijk wat moeilijker naar wat meer alledaagse, aardse situaties. Daarom hier wat meer concrete voorbeelden:
* Ach, hij mag mensen in elkaar slaan. Hij had een slechte jeugd en het is zijn schuld niet dat hij niet fatsoenlijk is opgevoed;
* Zij heeft altijd zo hard gewerkt en nooit tijd voor zichzelf gehad. Laat haar dan gewoon eens voor haarzelf kiezen en laat haar nou eens een klein cadeautje voor zichzelf kopen. Dat haar kinderen dan vervolgens een dag niet te eten hebben… Daar gaan ze niet dood van. Als het nou een week zou zijn…
Het principe van de engel noem ik alsnog, omdat als je per se moet je kan doorredenen tot je een ons weegt als het gaat om waarom iemand nog niet zo slecht is. Zoals de engel dat doet die het aardse leven sowieso als niet zo belangrijk beschouwt.

Deze stap kan lastig zijn, maar hij is nodig om de volgende stap van:

Het interessante achtergrondverhaal

Zodra je het punt hebt bereikt waarop je schijnheilig naar je personage kan kijken, kan je de personagebiografie waarschijnlijk een enorm zetje geven, het centraal conflict (vanuit het oogpunt van jouw gehekelde personage) en de comfortzone worden een stuk duidelijker… Kortom: je personage wordt als geheel een stuk begrijpelijker of duidelijker. Dan zie je een stuk beter wat zijn plaats in het verhaal is. Daar wordt je verhaal als geheel een stuk beter van.
Een leuke bijkomstigheid is dat je dan in de schrijversflow terecht zal komen. Uiteindelijk zal je je personage niet meer zo’n vervelend persoon vinden (om over te schrijven), omdat je inziet wat zijn plaats in het grotere geheel is en dat hij er moet zijn voor de broodnodige balans in je verhaal. Waak er wel voor dat je in deze stap alsnog niet doorslaat en de schijnheilige engel niet meer als schrijfoefening, maar als schrijfmethode gaat gebruiken. Je moet je antagonist begrijpen, maar er is een heel groot verschil tussen slechte daden, vervelende karaktertrekken en irritante gewoonten begrijpen en goedpraten. Hier lees je daar meer over.

Als voorbeeld:
Een steenrijke man logeert in een hotel. Bij de incheck loopt het systeem even vast, waardoor de receptionist de man pas na vijf minuten naar zijn kamer kan wijzen.
Je weet dat de rijke man zijn hele leven rijk is geweest en dus niet beter weet of alles wat hij wil wordt voor hem gedaan zodra hij maar met zijn vingers knipt. Eventuele tegenslagen duren daarom hoogstens twee minuten. Je kan je dan voorstellen dat vijf minuten vertraging een reden voor hem is om kwaad te worden.
Hij verliest dan ook zijn geduld. Zo erg zelfs, dat hij zo hard begint te schreeuwen dat de manager van het hotel meent dat de receptionist de rijkaard groot onrecht heeft aangedaan en de baliemedewerker daardoor zijn baan verliest.
Dat gaat ver, maar dat zou in theorie kunnen gebeuren. Maar als de hotelgast later nog zelfingenomen is ‘omdat die nietsnut dankzij hem ontslagen wordt’ en hij de receptionist bij het uitchecken nog even snel een klap verkoopt… Ergens moet dat begrip ook weer ophouden.

Als dit hotel het oké vindt dat de gaten hun personeel mishandelen en het personeel vervolgens ook nog eens de schuld daarvan krijgt, hoeven ze mij niet meer als gast te verwachten…

Zorg dus dat je de ‘voors-en tegens’ van je personage kent en er uiteindelijk met een neutrale bril naar kijkt. Dan hoef je je tijdens er het schrijven niet meer zo aan te ergeren.



Zo leest je verhaal meteen als een trein

Als je een verhaal moet introduceren, wil je dat meteen goed doen. Zo blijft je lezer van het begin af aan geïnteresseerd. Of beter gezegd: dan geeft je lezer jouw boek een kans. Als je te langzaam van start gaat, wordt het boek snel aan de kant geschoven… Met deze drie tips begint je verhaal meteen interessant!

1. Schrijf over het karakter van je personage

Een beginnersfout die bij creatief schrijven vaak wordt gemaakt, is het omschrijven van de dagelijkse routine van het hoofdpersonage. Als je dit vergelijkt met het echte leven, zal je zien waarom dat niet werkt. Als je in de avond op bezoek gaat bij vrienden en ze vragen je hoe je dag was, vertel je niet dat je een boterham met jam hebt gegeten bij het ontbijt. Dan vertel je eerder over iets spannends, of speciaals.
Iets uitgesproken spannends kan lastig zijn om mee te beginnen als je nog niet zo lang schrijft, of als je verhaal inhoudelijk niet stuitend van start gaat. Geen nood: in plaats daarvan kan je uitweiden over het karakter van je personage. Je mag gerust iets relatiefs saais schrijven, maar concentreer je dan op de uitwerking van het karakter van je personage. Besteed dus geen aandacht aan de actie van het aankleden, maar aan het feit dat jouw depressieve personage een mentale worsteling aan moet gaan om zichzelf zover te krijgen dat hij niet de hele dag in pyjama blijft rondlopen.

2. Schrijf over iets ‘anders’

Als je toch over een dagelijkse routine wil of misschien zelfs moet schrijven, schrijf dan over iets dat de sleur doorbreekt en niet in de vastgeroeste routine thuishoort. Dat kan je erg breed zien: ontmoet je personage een nieuw personage tijdens zijn dagelijkse wandeling? Is er tijdens het routineuze ontbijt nog niets aan de hand, maar wordt je personage vlak daarna gebeld met bijzonder nieuws? Regent het na maanden van droogte en zet je personage dat tot iets ongewoons aan?
Het is belangrijk dat je de verbazing van je personage over dit vreemde element laat blijken. Dan is het voor de lezer duidelijk dat dat andere personage of dat telefoontje niet bij het leven van alledag hoort en verandering teweeg gaat brengen.

3. Maak de lezer nieuwsgierig

Een lezer wordt al snel nieuwsgierig naar de rest van het verhaal als blijkt dat er iets opvallends gaat gebeuren of iets gaat veranderen in het leven van je personage. Dat telefoontje of die vreemdeling laten de lezer denken: daar zit meer achter. Het maakt niet uit hoe je het doet, zolang je in je eerste hoofdstuk (of zelfs je eerste pagina(‘s)) maar letterlijk en figuurlijk een verhaal belooft. Hoe gaat je verhaal verder? Daar moet je je lezer nieuwsgierig naar maken in het begin van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning. Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.

1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je schrijfonderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvoor. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scene ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Zo verwerk je elementen uit je leven in je fictieve verhaal

Als je een verhaal gaat schrijven kom je vroeg of laat tegen dat je iets van je privéleven in je verhaal verwerkt. Dan staat er iets op papier waarvan je je beseft: dit is gebaseerd op persoon X of gebeurtenis Y in mijn leven. Dat is niet erg. Sterker nog: zonder je privéleven een beetje in je verhaal te verwerken, kom je nergens. Maar hoe zorg je ervoor dat je privéleven of je persoonlijke voorkeur niet de overhand krijgt?

De wereld als referentiekader voor fictie

Je kan alleen over de wereld schrijven als je weet hoe die er globaal uitziet of wat daarin gebeurt. Je hoeft niet per se iets meegemaakt te hebben om erover te kunnen schrijven, maar een basis van achterliggende gedachten moet je wel begrijpen. Je hoeft geen oorlog te hebben meegemaakt om te snappen hoe angst voelt. Je bent misschien nooit bang geweest dat er een bom op je huis valt, maar je bent vast wel eens bang geweest om een geliefde te verliezen (of dat nu door een dodelijke ziekte kwam, of omdat je bang was na een emigratie contact te verliezen).
Hierdoor is het onvermijdelijk dat er zo nu en dan ervaringen of echte personen uit jouw leven (incognito) in je boek verschijnen: ze vormen je broodnodige kader waardoor jij de echte wereld begrijpt en daardoor een andere wereld kan scheppen. Denk aan:
* omdat jij verliefd bent geweest, kan je de vlinders in de buik van je personage adequaat beschrijven;
* je hebt -tot je enorme spijt- iemand gepest. Daarom kan je nu beschrijven hoe jouw personage berouw voelt omdat hij iemand heeft opgelicht;
* je hebt altijd in een voetbalteam gespeeld. Daarom kan je het groepsgevoel en de teamspirit van een vriendengroep extra goed beschrijven;
* omdat je als kind van gescheiden ouders moest kiezen tussen wonen bij je vader of moeder, kan je sympathiseren met een personage dat niet tussen twee aanbidders kan kiezen. Hoe kies je tussen twee mensen van wie je houdt?

Opvallende vergelijkingen

Negen van de tien keer ben je je er niet van bewust waarom je iets ‘kan’ schrijven, omdat de meeste ervaringen die je opdoet, naadloos verweven raken met het dagelijks leven of hoe je tegen de wereld aankijkt. Maar er zijn gebeurtenissen of mensen die (ten goede of ten kwade) je wereld op zijn kop zetten. Dan kan je de behoefte krijgen om iets van je af te schrijven, iets of iemand te wreken, te straffen of te eren. Geef de betrokken personen een andere naam, geslacht, leeftijd, uiterlijk of een andere favoriete hoed en voilà! Voor je het weet heeft een bestaand persoon een persona in je verhaal gekregen. Zodra je dit doet, is het hoe dan ook verstandig om extra alert te zijn op de noodzaak van kill your darlings.

Pas op dat je persoonlijke voorkeuren niet in flinterdunne schrijfsels veranderen.

De schrijvers favoriet

Op een bepaald moment sluipt er een bestaande persoon(lijke herinnering) in je verhaal. Probeer dat niet koste wat kost te vermijden; dat gaat simpelweg niet. Je moet er alleen voor waken dat het andere uiterste niet gebeurt. Stel dat je je opa in het verhaal wil verwerken omdat hij jouw wijze mentor was. Bijna elk verhaal heeft een archetype mentor nodig om het hoofdpersonage op weg te helpen. Opa kan dus gerust (als mentor) in je verhaal komen. Maar als opa dol was op vissen, moet je ervoor waken dat opa in zijn mentorrol hoe dan ook als visser terugkomt.
Als zijn kleinzoon een veelbelovend advocaat is die een belangrijke beslissing moet nemen over zijn carrière, is het nogal riskant om opa de doorslaggevende raad te laten geven tijdens een middagje vissen:
* opa is geen advocaat, dus waarschijnlijk weet hij te weinig van het inhoudelijke beroep om échte raad te kunnen geven;
* de onliner-raad die alles oplost (‘Ach lieverd, volg gewoon je hart, dan komt alles goed’) is een cliché;
* als opa zo makkelijk alle problemen weet op te lossen, degradeer je hem van wijze mentor tot magic pixie. Dat doet het centraal conflict van de kleinzoon geen goed. Bovendien wordt opa als mentor een stuk minder indrukwekkend.

Hoe gekoesterd de herinnering ook zal worden, het is niet logisch dat Kleinzoon hierdoor ineens voorgoed beseft waarom hij beter naar het belang van zijn cliënten kan kijken dan een zak goud na te jagen.

Het vermommen van non-fictie in fictie

Je moet er dus voor zorgen dat er een balans is tussen fictie en non-fictie. Om het non-fictieve element te kunnen behouden en je verhaal kloppend te houden, moet je ze gaan vermommen. En dat houdt niet op bij opa’s visserspak in te ruilen voor een stropdas van een advocaat. Dat kan, maar dan loop je het risico dat het alsnog geforceerd overkomt en de verwijzing er te dik bovenop ligt.
Als je iets uit het echte leven terug wil laten komen in je boek, kijk dan heel globaal wat die herinnering, ervaring of persoon bij je teweeg heeft gebracht. Kijk nog eens naar de voorbeelden uit de eerste alinea, naar je verhaalthema en naar je algemene verhaallijn en probeer dat vervolgens te combineren.

Macht is het thema van Kleinzoon Advocaats verhaal. Opa de Visser moet hem als mentor aansporen om humaniteit boven macht te verkiezen, door een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Grofweg kan je dan twee dingen doen: * je plaatst de levenslessen in context van Kleinzoons wereld: de mentor is een collega-advocaat, die een subtiel trekje van opa heeft (ze houden allebei buitengewoon veel van gerookte zalm). Deze collega laat Kleinzoon veel pro deo zaken doen om zijn nederigheid te bewaken;
* je plaatst de levenslessen in context van Opa’s wereld, en laat Kleinzoon de inzichten als een aha-erlebnis de vertaalslag naar zijn advocatenbestaan maken: Opa en Kleinzoon gaan op gecombineerde vis-kampeervakantie, waar het aan alle luxe ontbreekt. Daardoor gaan Kleinzoon en Opa ‘back to basics’ gaat wat betreft menselijk contact. Als Kleinzoon deze herinnering veel gaat koesteren, kan hij makkelijker beseffen dat mensen gelijkwaardig behandelen belangrijker is dan geld en roem najagen.

Heb ik het in me om een getalenteerde schrijver te worden? Beantwoord deze vier vragen en je weet het

Het is een prangende vraag van veel beginnende schrijvers: “Ben ik getalenteerd genoeg om gepubliceerd te worden?” Daar is helaas geen pasklaar antwoord op. Toch kan je een aardig idee krijgen of je aanleg hebt voor schrijven door onderstaande vragen te beantwoorden.

1. Wanneer vind je jezelf getalenteerd genoeg?

Voordat je jezelf gaat afvragen of je getalenteerd genoeg bent, moet je voor jezelf duidelijk hebben wat dat voor jou betekent. Wil je hoogstaande literatuur schrijven of ben je al tevreden als je verhalen kan schrijven die vlot genoeg zijn voor het plaatselijke huis-aan-huisblad? Bepaal eerst eens wat voor jezelf ‘getalenteerd genoeg’ betekent voordat je je druk gaat maken om wanneer de rest van de wereld dat ook vindt.

2. Kan je het idee van een checklistje loslaten?

“Als ik maar tien verschillende schrijftechnieken (of dertig, of…) kan toepassen, dan ben ik getalenteerd.”
Helaas is er geen checklistje dat je kan afvinken om te zien of je ‘goed schrijven’ onder de knie hebt. Het kunnen toepassen van schrijftechnieken is één ding, inzicht hebben in het hoe en wat daarvan is het volgende. En inzicht is niet of nauwelijks te toetsen met een meetbaar afvinklijstje.
Zodra je weet dat goed schrijven niet middels een afvinklijstje na te gaan is, toon je tekenen van schrijfinzicht. Dat schrijfinzicht is een teken dat je aanleg hebt voor schrijven.

3. Kan je feedback ontvangen?

Aanleg hebben voor schrijven is niet genoeg. Als je echt getalenteerd wil worden, moet je feedback kunnen ontvangen. Je hoeft het niet met feedback eens te zijn. Soms is bepaalde feedback ook niet terecht. Feedback geven is net zo’n kunst als ontvangen, ook dat kan niet iedereen. Negeer persoonlijke aanvallen en mensen die jouw fantasy willen veranderen in een romantisch verhaal, alleen omdat zij liever zwijmelen dan nieuwe werelden ontdekken.
Als de feedback wel terecht is in opzet, moet je in staat zijn om te zien waar de feedback op berust is en of je inderdaad iets kan verbeteren. En zo ja, hoe en waarom dan? Geeft de feedback aan dat een bepaalde schrijftechniek beter zou passen? Dan is de hamvraag of jij begrijpt waarom deze suggestie wordt gedaan. Jij bepaalt vervolgens of dat voor je verhaal werkt of niet. Maar je moet wel kunnen herleiden waarom iemand iets al dan niet prettig vindt lezen. Dat is onderdeel van dat cruciale schrijfinzicht dat je nodig hebt om van je aanleg je talent te maken.

4. Blijf je nuchter en heb je zelfreflectie?

Als je geen feedback kan verwerken zoals hierboven omschreven of die zelfs niet wil horen, kom je als schrijver niet ver. Ook al heb je het talent van een Stephen King, Nicholas Sparks of J.K. Rowling, er zal geen enkele uitgever met je willen samenwerken als je te hoog van de toren blaast. Besef dat de wereld er niet is om je schrijverswerk alleen maar aan te prijzen. En dat je (nog) niet de nieuwe Stephen King bent. Is je eerste neiging is om nadrukkelijk uit te leggen waarom je iets hebt geschreven zoals je dat gedaan hebt in plaats van te kijken naar wat er inhoudelijk eigenlijk voor suggesties worden gegeven? Of zeg je iets als: “Dat is jouw mening, niet de mijne. Ieder zijn meug,” dan zijn dat rode vlaggen. Als schrijver heb je talent, maar zeker ook nuchterheid en zelfreflectie nodig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Verwachtingen van het schrijverschap

Als je schrijver wil worden, moet je een balans vinden tussen droom en realiteit om het schrijven leuk te houden. Waar moet je rekening mee houden als je ultieme droom is om met je boek je brood te verdienen?

De droom: bestsellerauteur worden

“Ik wil schrijver worden.” Iedereen die dit heeft gezegd, heeft wel een dagdroom als deze gehad:

Tien seconden voordat de boekenwinkel opengaat, hoor je vanachter de signeertafel een enthousiaste menigte op straat die aftelt tot het moment waarop de deuren opengaan. Naast je ligt je dure vulpen die je speciaal voor signeersessies bewaart. Je zal de inkt vandaag vaak moeten aanvullen. Na sluitingstijd ga je heerlijk uit eten met je familie om de publicatiedatum van je nieuwe boek te vieren. Daarna vertrek je naar je schrijvershuisje in Zuid-Frankrijk om zes maanden aan je nieuwe boek te werken, totdat deze signeersessie zich weer herhaalt.
“Drie, twee één: jáá!” De grote schare fans loopt op je toe en vormt een rij tot buiten de boekenwinkel. De hele dag zie je niets dan glimlachende gezichten en om de zoveel tijd houd je de hand vast van mensen die je met tranen in de ogen bedanken voor feit dat jouw boek hun leven heeft veranderd.

De signeertafel: een prachtig doel, maar het blijft voor velen een droom. Foto door cottonbro op Pexels.com

De realiteit: onbetaalde maanden achter je laptop

Dat beeld blijft helaas de meeste aspirant schrijvers een droom. Ja, J.K. Rowling werd eerst bij twaalf uitgevers afgewezen en heeft met Harry Potter een miljardenimperium opgebouwd. Er zijn echt wel schrijvers die (alsnog) doorbreken en daar een (dik belegde) boterham mee verdienen. Maar bedenk wel: zijn dit soort verhalen uniek of hoor je die elke week? Er zijn maar weinig getalenteerde schrijvers die alleen van boeken schrijven kunnen rondkomen. Meestal moeten ze er nog een baan bij nemen. Als je een gemiddeld schrijversloon omrekent naar een uurloon, werk je maandenlang zo goed als onbetaald. Dat komt voor een groot deel door de wet op de vaste boekenprijs.

Wet op de vaste boekenprijs

In Nederland is er de wet op de vaste boekenprijs. Die bepaalt dat je als auteur 10% van de verkoopprijs van je boek aan royalties (salaris) krijgt. Per verkocht exemplaar, niet per tienduizenden die gedrukt gaan worden.
Als je debuteert bij een traditionele uitgever, worden er meestal rond de vier-tot vijfduizend exemplaren van je boek gedrukt. Reken maar uit: als je boek voor €15,95 wordt verkocht, verdien je daar hoogstens 7975 euro mee. Dat is een aardig salaris voor drie maanden. Maar je hebt een boek niet binnen drie maanden geschreven, bij een uitgever binnen, gepromoot en volledig ‘uitverkocht’. De slushpile uitkomen kan al een halfjaar duren. Bovendien lukt dat niet eens altijd…

De realistische droom: promoten, promoten, promoten…

Als je een van de geluksvogels bent die wel bij een uitgever binnenkomt en daar ook mag blijven, kan je gaan signeren, bij talkshows aanschuiven… Alles waar je al van droomde. Maar die droom wordt misschien iets minder rooskleurig zodra je weet dat je dat waarschijnlijk veelvoudig moet gaan doen. Zodanig veel dat je als fulltime romanschrijver misschien minstens net zo vaak achter een camera of microfoon zit dan achter je typmachine. Je zal je sociale media net zo vaak bijwerken als de personagebiografie van de hoofdpersoon van je nieuwe boek. Met andere woorden: bereid je voor dat je mogelijk meer tijd moet besteden aan promoten dan aan schrijven als je doorbreekt.

Wat wil je als beloning: voldoening of roem?

Als je gaat schrijven met de intentie om door te breken, is het erg belangrijk dat je onthoudt dat je droom er een is van velen. Je moet beschikken over geluk, talent, doorzettingsvermogen, hoop en realiteitszin. Dat is nogal dubbelop: je moet altijd blijven dromen om ergens naartoe te kunnen werken, jezelf te ontwikkelen, en de motivatie, lol en de hoop erin te kunnen houden. Maar blijf je ambities zien als een droom, niet als een garantie.
Je moet niet bang zijn om hard te werken voor je droom en te durven hopen, maar je moet er ook voor waken dat je daardoor uit het oog verliest waarom je schrijft (en niet acteert, zingt, kookt of iets anders waar je rijk en/of beroemd mee kan worden.) Oftewel: ga bij jezelf na of je niet (meer) schrijft vanwege het plezier, maar voor de gewenste roem.

Het schrijft hoe dan ook fijner, leuker en makkelijker als je schrijft voor de voldoening die het je geeft. Zo kan je heerlijk ingaan in het creatieve proces, heb je ongeacht het resultaat een goed gevoel zodra de puntjes op de i zijn gezet en schrijf je veel makkelijker omdat het niet koste wat kost ‘moet’. Of dat nu is vanwege de roem of een beoogde verandering van je carrière. Het werkt fijner om altijd ergens veel plezier en een sprankje hoop te houden. Stel je je blijdschap eens voor als doorbreken dan inderdaad lukt! Die is veel oprechter dan wanneer je jezelf al rijk rekende, maar ondertussen mopperend aan je boek zat te werken, omdat je er al geen lol meer in had…

Zolang je dit vrolijke, motiverende koffiekopje naast je laptop hebt staan tijdens het schrijven, zit je goed 😉

Schrijven met roem als uitgangspunt kan drie zeer nadelige gevolgen in de hand werken:
* het kan op een grote teleurstelling uitlopen als je niet wordt gepubliceerd;
* je kan een blinde vlek ontwikkelen voor feedback verwerken (als jij jezelf al als de Grote Schrijver ziet, kan je ongemerkt je ego zodanig gaan voeden dat je meent niets meer fout te kunnen doen).
* Je schrijfplezier kan eronder lijden. Je geniet minder van het schrijfproces omdat je alleen maar ongeduldig wordt: Wanneer kan ik nu eindelijk eens naar een talkshow? Was ik maar alvast klaar met dit verdraaide verhaal…

Kortom: als je niet teleurgesteld wilt raken als beginnend schrijver: droom veel, verwacht weinig en probeer de voldoening van het schrijven altijd je uitgangspunt te laten zijn. Vergeet niet nuchter te blijven en aan gezonde zelfreflectie te doen.

Drie redenen om je niet te laten leiden door je eigen voorkeuren tijdens het schrijven

Beginnende schrijvers zijn vaak zo enthousiast over het schrijven zelf, dat ze zich soms een beetje mee laten slepen. Als schrijver kun je in theorie doen en laten wat je wil met je verhaal. Maar als je te veel aan dat idee vast houdt, kan je verhaal veel vaart verliezen. Jammer, want je verhaal komt waarschijnlijk beter tot zijn recht als je het algemene verhaalbelang voorrang geeft.
Voordat we gaan kijken waar je op moet letten om niet te dicht op je eigen verhaal te zitten: houd altijd het principe van kill your darlings in je achterhoofd. 

1. Je snapt je eigen personages beter

Als je niet per se twee geliefden met elkaar wil laten eindigen, maar kijkt of ze wel bij elkaar passen, heb je beter in de gaten wat je personages voor mensen zijn. Zijn ze introvert en extravert en passen ze daarom niet zo goed bij elkaar? Hebben ze elk individueel totaal andere dromen in het leven, of andere ideeën over wat je met je spaargeld moet doen, hoe je kinderen op moet voeden…. Dit soort dingen moet je afzonderlijk voor elk personage weten, want dit kunnen belangrijke drijfveren zijn. Als je je meer bezighoudt met een bepaalde afloop dan met de drijfveren van je personages, wordt de kans groter dat ze eendimensionaal worden.

Een uitgestippelde weg naar ´En ze leefden nog lang en gelukkig ´werkt soms goed, soms juist niet. Denk na voordat je iets doet.

2. Je thema blijft stevig 

Een verhaalthema geeft een verhaal meer diepgang. Gaat het verhaal vooral over angst, kinderloosheid, een gelukkig huwelijk, of een ontdekkingstocht? Ongeacht wat je thema is, je moet bepaalde dingen in verschillende vormen laten terugkomen. Als je thema verraad is, kan je personage of diens partner vreemdgaan. Het is dan ook verstandig om iets als het verklappen van een geheim, diefstal door een vriend of dubbelspionage terug te laten komen. Dit verraad hoeft er niet meteen duimendik bovenop te liggen om het thema duidelijk te maken, maar je moet wel aan je (terugkerende) thema denken.
Als je te veel denkt aan je eigen voorkeur, kan het verhaal als anticlimax aanvoelen: “Ja, mijn thema is verraad, maar deze vrienden moeten elkaar hoe dan ook door dik en dun steunen.” Waar gaat je verhaal dan nog over? Verraad, vriendschap, beloftes…? Je thema en je verhaal kan vaag worden als je je er vanwege een bepaalde voorkeur te makkelijk van afwijkt.
Afstand nemen van je verhaal kan ervoor zorgen dat het indrukwekkend blijft. Werk desnoods een kleiner blijk van je thema uit: de vrienden hoeven elkaar niet te verraden met de dood tot gevolg. In plaats daarvan kan er een de ander voor een paar honderd euro oplichten. 

3. Je leert beter naar je tekst te kijken

Als je niet je eigen voorkeur, maar je verhaal zelf op de eerste plaats zet, leer je beter te kijken naar wat je schrijft. Hoe kom je tot bepaalde standpunten, plotuitwerkingen en zelfs eigen voorkeuren over hoe het verhaal moet (af)lopen? Als je bij al deze dingen je vraagtekens zet, groeien je schrijfinzicht en schrijfvaardigheden, omdat je het belangrijk vindt dat je een goed verhaal schrijft. Vervolgens ga je ook kijken hoe je dat moet doen. Als je slechts schrijft naar aanleiding van je eigen (inhoudelijke) voorkeur, voel je waarschijnlijk minder aanleiding om je verhaal eens goed onder de loep te nemen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Autobiografisch schrijven: vrijblijvend schrijven?

Als je autobiografisch schrijft, schrijf je over je eigen leven. Dan kan het lijken alsof je alles kan schrijven wat je maar wil. Het is jouw leven, dus je deelt wat je wil, en je schrijft over jezelf zoals je wil. Dus autobiografisch schrijven is vast een eitje, toch? Helaas is het niet zo simpel. Waar moet je op letten als je autobiografisch schrijft?

Autobiografisch schrijven: je wordt een personage

Als je autobiografisch gaat schrijven, is er één ding dat je goed moet onthouden. Als je autobiografisch schrijft, krijg je een persona(ge). Dat betekent ook dat je leven de vorm van een fictieverhaal moet krijgen om prettig leesbaar te zijn (tenzij je een soort encyclopedie over jezelf wil schrijven, maar dat is waarschijnlijk niet je bedoeling). Een autobiografie schrijven heeft daardoor veel gemeen met het schrijven van elk ander verhaal waarin de lezer met een personage mee gaat leven. Je wordt meegenomen in de leefwereld van een persoon op papier.
Daarom moet je voordat je aan je levensverhaal begint goed weten wat jij straks ‘als personage’ laat zien of doormaakt. Net zoals bij fictieve personages zal je onderzoek moeten doen.

Autobiografisch schrijven: ken jezelf

Onderzoek naar jezelf kan klinken als een spirituele reis of een afspraak bij de psycholoog. Geen zorgen, zo extreem hoeft het niet te worden. Maar bedenk wel dat als je autobiografisch schrijft je dus een persona(ge) krijgt. Zoals je waarschijnlijk al weet als je al een tijdje oefent met schrijven, betekent dat dat je hoe dan ook een personagebiografie moet maken om een personage realistisch en narratief kloppend verhaal te kunnen schrijven.
Daarom moet je dus heel goed gaan kijken welke dingen er in je leven gebeurd zijn of welke keuze je maakt(e). Alleen dan kun je van een afstandje naar je eigen leven kijken om het te zien als een verhaal, niet als een reeks dingen die je hebt meegemaakt.
Soms kan zoiets als je favoriete vakantieland al iets over je zeggen. Vergelijk:
Jij gaat graag naar een zonnig strand om daar lekker te kunnen luieren. Heb je wel eens bedacht dat dat ontspannen gevoel iets gemeen heeft jouw nonchalante manier van doen? Of dat je juist liever naar bergachtig gebied gaat omdat je dan veel en intensief kan wandelen een actieve vakantie hebt. Geen wonder voor een sportpersoon als jij.

Hou jezelf een spiegel voor als je autobiografisch gaat schrijven.


Een ander voorbeeld. Stel dat je dol bent op lekker eten en zo nu en dan in Michelinsterrenrestaurant gaat eten.
Waarom ga je dan graag ook naar dat ene restaurant? Is de chique omgeving vertrouwd voor je en ken je de mensen daar goed? Of wil je aan de rest van de wereld laten zien dat je dat etentje kan betalen?
Dit soort vragen zijn voor jezelf om te beantwoorden en het is belangrijk dat je hier niet meteen een waardeoordeel aan hecht. Als je je leefwereld al aan begint te passen om maar ‘juist’ over te komen nog voordat je verhaal stevig staat, dan ga je vroeg of laat jezelf tegenkomen; het zal de continuïteit geen goed doen. Hoe jij als overkomt als persoon of personage is iets van latere zorg. Je moet er rekening mee houden, maar niet op het moment dat je complete verhaalidee nog op de tekentafel ligt.
Leg je eigen interesses en manier van doen en laten onder de loep. Je moet zodra je jezelf een persona(ge) geeft enige samenhang zien in je interesses of zelfs grotere levensgebeurtenissen, anders kan je geen logisch verhaal schrijven.

Autobiografisch schrijven: wie wil je aanspreken?

Je bent als persoon iemand met veel interesses, bezigheden en je hebt verschillende dingen meegemaakt Waar wil je over vertellen? Als je een personage schrijft, staat in diens verhaal altijd een centraal conflict of specifiek onderwerp centraal. Om een verhaal af te bakenen kun je niet vertellen over een leraar bioloog die colleges geeft op de universiteit, een gezinsleven heeft, soms onderzoek doet in het Amazonegebied en doordeweeks met haar vrienden naar het café gaat om een wijntje te drinken.
Dat kunnen allemaal verhalen zijn:
* over het universiteitsleven;
* over het het onderzoekersleven in de Amazone;
* over het moederschap;
* over een groepje vriendinnen.
Dat zijn vier zulke verschillende verhalen dat de kans klein is dat je daar veel mensen mee aanspreekt. Iemand die geïnteresseerd is in biologisch onderzoek is niet per se ook geïnteresseerd in het gezinsleven. Probeer daarom je doelgroep te bepalen voor je begint met schrijven. Dat bespaart je een hoop gedoe als je eenmaal met schrijven begonnen bent.

Ethisch autobiografisch schrijven

Als je autobiografisch schrijft, moet je fictie en non-fictie balanceren. Je zal dingen moeten verzinnen die niet gebeurd zijn om het verhaal tot een mooi geheel te maken of bepaalde dingen privé te kunnen houden. Maar lezers denken (al is het maar onbewust) vaak dat wat in een autobiografie is geschreven, precies zo is gebeurd. Dat kan gevolgen hebben. Een voorbeeld:
Ik ben in Hiroshima geweest en heb daar het vredespark bezocht. Dat is er in Nagasaki ook één. Om fictie en non-fictie te scheiden, bezoekt mijn persona in Nagasaki het vredespark. Als ik dan schrijf dat ze de stad helemaal fantastisch vindt, is het niet onlogisch als iemand me vraagt: “Zou je me aanraden om naar Nagasaki te gaan?” terwijl ik daar nooit ben geweest.

Het kindermonument in het atoombomherdenkingspark in Hiroshima (dus niet in Nagasaki…)

Dit voorbeeld zou waarschijnlijk geen spannende gevolgen hebben. Maar je kan al snel iets schrijven wat belangrijke gevolgen kan hebben. Denk daar goed over na. Als je autobiografisch schrijft, moet je een bepaalde ethiek in acht nemen. Je zal privacy van jezelf en anderen in acht moeten nemen en bepaalde meningen moeten nuanceren om geen onnodige problemen te krijgen.

Drie tips voor een fantastische spanningsboog

Een verhaal is en blijft spannend als je spanningsboog goed in elkaar zit. Daarvoor kan je de three act structure gebruiken. Dit schema leert je over een goede opbouw van begin, midden en eind en waar je een conflict moet schrijven. Er is een aantal dingen die het schema niet duidelijk meldt, maar toch is het een goed uitgangspunt voor de opbouw van je verhaal. 

Wat is de three act structure?

De three act structure is een schema waarin je kan zien wat het begin, midden en eind van een verhaal vormt. Die delen van het verhaal zijn weer onderverdeeld in fragmenten. Elk fragment laat zien wat je wanneer moet schrijven. 

three act strucure

Dit geeft antwoord op vragen als: 
* wanneer en hoe rond je de inleiding van een verhaal af?
* is het al tijd voor een confrontatie of moet er nog een obstakel komen?
* kan het verhaal al stoppen of is er nog een afronding nodig?  Enzovoorts. 
Zo helpt de three act structure een goede spanningsboog te waarborgen. Maar je kan er nog meer mee. 

1 Balans van medepersonages

Kijk eens naar de vorm van de grafiek van de three act structure en merk op dat er om de zoveel tijd confrontaties zijn in de vorm van ‘explosietekens’. Dit kan een goede visuele herinnering zijn voor het feit dat niet alleen je plot, maar ook je personages dynamisch en divers moeten zijn. Met andere woorden: als je personages te veel van hetzelfde zijn (qua karakter, overtuigingen, of achtergrond) dan krijg je geen conflict. Als je personages over alles hetzelfde denken, kunnen ze heel gezellig koffiedrinken, maar daar krijg je geen verhaal van. Je hoofdpersonage kan een autocoureur zijn, zijn beste vriend een milieuactivist die het niet oké vindt dat er voor de lol zoveel benzine wordt gebruikt in een autorace. Dan zijn ze het ergens niet over eens. Zo volgt er een discussie en uiteindelijk een conflict (niet per se een ruzie!) waardoor je hoofdpersonage anders over iets gaat denken. Zo wordt er een verhaal of een centraal conflict gestart. Conflicten moeten worden uitgelokt en daar zijn personages voor nodig die van elkaar verschillen. 

2 In medias res 

Als je in medias res schrijft (je start je verhaal bij het chronologische midden) dan kan de three act structure houvast bieden. Zo zie je duidelijk welke elementen van het begin je later nog in verhaal moet verwerken. 

3 Three act structure per hoofdstuk

Three act structure gaat als schema uit van het volledige verhaal. Toch zul je merken dat ook binnen een verhaal soms meerdere verhalen schuilen. Dit zijn de spreekwoordelijke (en soms letterlijke) hoofdstukken. Neem een mensenleven. Als je dat volledig zou uitschrijven, dan heb je ‘hoofdstukken’ als bijvoorbeeld: 
* de kindertijd;
* de studententijd;
* de huwelijksperiode;
* het werkbare leven.
Laten we kijken naar de studententijd. Die heeft ook een begin, midden en een eind. Je begint een studie, daar krijg je te maken met conflicten (je zakt voor toetsen, je kan geen stage vinden, je weet niet hoe je na een kroegentocht zonder kater colleges bij kan wonen…)  en uiteindelijk krijg je je diploma. 
Als je merkt dat je met je verhaal als geheel in de knoop raakt, kijk dan eens of het schema van de three act structure nog klopt per ‘hoofdstuk’. Meestal kun je aardig wat rechtbreien als je je tekst van net iets dichterbij bekijkt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Op verhaalentaal.blog wordt over the three act structure geschreven onder de term save the cat.

Wat kan reizen je leren over schrijven?

Reizen kan een onverwachte manier zijn om beter te leren schrijven. Als je je oren en ogen goed openhoudt, kan een andere omgeving je leren om een beter verhaal te schrijven, of het nu gaat om een verre reis of een weekendje weg dicht bij huis.

Een opsteker voor je opschrijfboekje

Als je op reis gaat (of dat nu een half jaar naar de andere kant van de wereld is, of van de Randstad een dagje naar het platteland) zie je dingen die anders zijn dan je gewend bent. Dingen die anders zijn, moet je als schrijver noteren in je opschrijfboekje om je observatievermogen scherp te houden. Nergens merk je zoveel op als als in een nieuwe omgeving, dus dat maakt reizen al een goede schrijfoefening op zichzelf.

De fotoavond na een vakantie

Vakanties lopen zelden volledig in de soep en vrienden zijn meestal niet de mensen die het leuk vinden om te zeggen dat zij lekker naar Australië kunnen vliegen, terwijl jij alleen een weekendje Schiermonnikoog kan betalen. (Zeg tegen hen dat Aussies lekker niet kunnen wadlopen….)
Vaak volgt op een vakantie een gezellige ‘foto-avond’ om foto’s te laten zien en bij te kletsen.
Omdat ik graag reis, het voorrecht heb dat elk jaar te kunnen doen en dat ook geldt voor veel mensen om me heen, heb ik deze ‘foto-avonden’ vaak meegemaakt. Het is me opgevallen dat een aantal uitspraken vaak terugkomen, bijna als clichés. En als een schrijfster/tekstredactrice cliché hoort, is het wachten op nieuwe observaties en bijbehorende mini-schrijfoefeningen ;). Ik hoop dat ze je helpen om meer schrijfinzicht te krijgen!

“Wat hebben we het in Nederland toch goed.”

Als je naar landen op reis gaat waar je niet om de armoede heen kan, is dit na thuiskomst een veel gehoorde uitspraak. Armoede is voor de meeste Nederlanders gelukkig niet aan de orde van de dag. Maar zodra we het van dichtbij zien is het altijd slikken. Maar we weten dat armoede er is. Waarom zeggen we bovenstaande uitspraak pas zodra we armoede zien? Omdat armoede dan een letterlijk gezicht krijgt. Je hebt mensen gezien die moeten bedelen, een huis hebben dat uit weinig meer dan wat houten palen en golfplaten bestaat. Het raakt je meer omdat je in deze mensen hebt ‘geïnvesteerd’. Hoe oppervlakkig ook, je kent ze nu een beetje, dus nu wil je dat het goed met ze gaat. Ditzelfde gaat op voor een gouden regel bij het gebruik van plottwists: eerst investeren, dan omkeren. Je kan pas verrassen met een verhaal zodra de lezer bij een (persoonlijk) verhaal betrokken is geraakt.

“Rare jongens die….”

Romeinen, Randstedelingen, Amerikanen, Groningers of toch de Japanners?
In welke andere, vreemde omgeving je ook komt, mensen zullen dingen waarschijnlijk anders doen dan jij gewend bent. Dat kan vreemd op je overkomen: dan ervaar je een cultuurschok. Maar wat voor jou normaal is, is voor de ander juist weer vreemd. Hier zie je hoe een personagebiografie een persoon en diens overtuigingen of kijk op de wereld kan vormen. De Amsterdammer pakt een trammetje naar het werk. Dat komt niet in de plattelandsbewoner op; in die omgeving rijdt geen tram. Het doodnormale voor de Amsterdammer is vreemd voor de plattelandsbewoner.

Eten Japanners rijst bij het ontbijt? Wat apart, dat eet je toch ’s avonds?
Wat denkt diezelfde Japanner misschien over Nederlanders?
Hoezo strooien zij kleine stukjes chocola op brood en eten ze dat ’s ochtends? Hoe komen ze daar nou bij? Chocoladestrooisel is toch taartdecoratie? Hagelslag, zeg je? Oké dan…

Wees even eerlijk, mensen… 😉
Door Amin – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=70552546

“Maar die persoon maakte de reis echt onvergetelijk!”

Het lijkt wel het lijfmotto van elke backpacker: “Het mooiste van de reis was niet de bestemming, maar de toffe mensen die ik heb ontmoet.” Hier zie je hoe mensen elkaar beïnvloeden en hoe dat een reis (of een verhaal, zo je wil) en daarmee een mens kan veranderen. Als je Katie niet had ontmoet, had niemand jou overgehaald om te gaan abseilen en zo heb je geleerd je grenzen wat te verleggen. Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel als je een verhaal gaat schrijven. Je kan er ook alert op zijn wat voor archetypen je medereizigers zijn en hoe jij vervolgens na de reis (anders) in het leven staat.

“Je gelooft toch niet dat mensen dat kunnen maken?”

Of het nu eeuwenoude gebedshuizen of piramides zijn of moderne (veel te hoge) gebouwen, soms kijk je naar bouwsels en denk je alleen maar: hoe dan? Kijk voor een mogelijk antwoord eens naar het schema van save the cat. Tijdens de bouw zijn er misschien hindernissen, vertragingen of problemen geweest. Kun je (met een beetje fantasie) het schema helemaal invullen? Hoe dan ook is er een begin, midden en een eind (de bouwplannen, de bouw en de voltooiing) anders stond je nu niet met open mond ergens naar te koekeloeren.

“Toch ben ik blij dat ik weer thuis ben…”

De foto-avond heeft deze uitspraak vaak als slotconclusie. Dat geeft aan dat mensen vaak gehecht zijn aan hun comfortzone, hoe avontuurlijk ze ook zijn, of hoe gaaf ze de vakantie ook vonden. Wat zegt die comfortzone over de dingen die je personage op reis heeft gezien of meegemaakt? Is er ergens stiekem een gevoelige snaar geraakt en wil ze dat niet toegeven? Is het verhaal nu afgerond nu er nieuwe ervaringen zijn opgedaan? Of is dit juist aanleiding voor weer een nieuw verhaal of een nieuwe reis? (Bedenk: elke nieuwe situatie kan naar verloop van tijd een nieuwe comfortzone worden.) Misschien is het tijd om een doos hagelslag in je koffer te stoppen, een vlucht naar Japan te boeken en daar aan de eerder genoemde Japanner uit te leggen waarom hagelslag toch echt niet zo raar is…
Wie weet kom jij dan op jouw beurt wel terug met het idee dat een okonomiyaki de meest normale pannenkoek op de wereld is. Zo kan reizen een eindeloze inspiratie voor verhalen vormen!

Een nieuwe definitie van de doodnormale pannenkoek: okonomiyaki