Regieaanwijzingen zijn de manieren waarop je beschrijft hoe een personage praat, loopt, eet… Meestal zijn die niet zo veelzeggend en dienen ze vooral om te voorkomen dat je tig keer ‘zei ze’ ‘zei ze’ opschrijft. Maar soms, als de context een handje helpt, kan een goede regieaanwijzing een hele scène aanvullen of bepalen.
De meerwaarde van een regieaanwijzing
Een regieaanwijzing is net zo handig als hij riskant is. Overdaad schaadt, maar gebruik je hem goed, dan kan hij het verschil maken tussen een droge en heel erg levende tekst. De regieaanwijzing heeft hoe dan ook als voornaamste functie om een tekst levendig te maken. Van eindeloos lezen hoe een personage iets zegt, wordt een lezer niet blij. En als die ook eens een keer kan schrokken of knagen in plaats van ‘gewoon’ eten of een hap nemen, is dat wel zo fijn voor de beleving. Dat scheelt namelijk ook in het woordenaantal: ‘Hij schrokte zijn eten op.’ scheelt op den duur nogal met het uitgebreidere: ‘Hij viel hongerig op de boterham aan en at die met grote happen op.’
Show don’t tell in omschrijvingen en regieaanwijzingen
Zoals je hierboven misschien al opgemerkt hebt, heeft een regieaanwijzing van zichzelf ook een bepaalde mate van show don’t tell in zich. Je eten opschrokken gaat met meer intensiteit dan gewoon een hap nemen. Daarom werken ze heel goed om snel iets te verduidelijken. Gebruik je een regieaanwijzing zowat om iedere andere zin, dan wordt het erg vermoeiend om nog door te lezen: als je moet toekijken hoe iemand continu schreeuwt of sprint, is dat geen pretje. Daarom kan je maar beter de vuistregel aanhouden dat een regieaanwijzing geen goede manier is voor een show don’t tell. Tenzij je personage op een kruispunt staat wat betreft hetgeen er gebeurt en de reactie van de held bepalend is voor hoe die de scène of de sfeer ervan beleeft.
Karakter van het moment
Een personage heeft een heel eigen karakter. Zo zal het bijvoorbeeld makkelijk zijn mond opentrekken, of niet. Een meer vocaal personage zal dus niet aarzelen om “En wat dan nog?” te zeggen als het iets niet aanstaat. Die uitspraak getuigt van zichzelf ook al van lef. Toch?
Dat lijkt zo, maar dat hangt af van het moment. Want het kan inderdaad een antwoord zijn dat de held geeft op het moment dat het kritiek krijgt op het feit dat die zo vaak op de bank hangt.
Maar als het al een hoop ellende heeft doorstaan en er iemand naar de held toekomt met de boodschap: “Je moet in actie komen, anders ben je straks te laat voor de bus naar het personeelsuitje.”
Dan kan het personage ook iets denken als: wat kan mij het schelen? Een personeelsuitje dat niet doorgaat versus een geliefde die net ernstig ziek geworden is. Of: ik mag mijn collega’s toch niet.
Met andere woorden: waar iets op het ene moment overduidelijk naar iets lijkt te verwijzen als een show don’t tell, kan het op een ander moment, of in andere omstandigheden iets heel anders betekenen. Op zulke momenten kan een regieaanwijzing een goudmijntje zijn waarin je in een enkel woord een schat aan informatie bloot kan leggen.
Casus: indruk maken
Je schrijft over een verlegen jongen die al een hele tijd indruk wil maken op een meisje. Hij besluit daarom om zich heel anders te kleden dan normaal, in een stijl waarvan hij weet dat zij die mooi vindt, maar hij zich ongemakkelijk in voelt. Het meisje merkt op dat de jongen zich op een dag in een veel stoerder vestje heeft gehesen:
“Hé, Ralf, wat heb jij ineens voor andere kleren aan?”
In Ralfs hoofd gaan nu tien alarmbellen tegelijk af. Vind ze het mooi? O help, ze praat nu ineens tegen me. Doet ze anders nooit. Is ze geïnteresseerd in mij of is dit toch een manier om mij proberen te jennen? Ze blijft populair, in films zijn die meiden gemene types…
Wat eruit komt is: “Wat bedoel je daarmee?”
De lezer weet al wat er door Ralfs hoofd gaat, dat heb je net beschreven. Maar een enkele regieaanwijzing kan nu laten zien hoe Ralf daar uiteindelijk mee omgaat.
“Wat bedoel je daarmee?” vroeg hij behoedzaam.
of: “Wat bedoel je daarmee?” vroeg hij uitdagend.
Maakt hier een heel groot verschil. Het verschil tussen Ralf die verlegen, doch kwetsbaar is, waardoor een voorzichtige gesprekopening kan ontstaan en een Ralf die snibbig wordt in de hoop maar niet door de mand te hoeven vallen. Dat zou het meisje zomaar eens kunnen afschrikken.
Maar nog buiten hoe het meisje reageert: dit leert je veel over Ralf: als hij een conflict aan moet gaan, durft hij dan zijn comfortzone te verlaten? Welke wapens pakt hij op om dat alsnog niet te hoeven doen?
Als hij het meisje inderdaad afsnauwt, wat zegt dat dan over de verlegen Ralf die de lezer dacht te kennen? Wat schuilt er nog meer achter? Waarschijnlijk genoeg om gedurende de rest van het boek nog veel meer over uit te wijden. En, minstens net zo belangrijk: deze ene regieaanwijzing is waarschijnlijk effectiever dan een scène van honderden woorden, waar je datzelfde misschien eerder dwangmatig met sfeeromschrijvingen duidelijk zou proberen te maken.
Wil je op deze manier het meeste uit je regieaanwijzing halen, kijk dan dus niet alleen naar de gebruikelijke tienpuntenschaal waarin fluisteren 1 is en bulderen 10, maar ook naar woorden die net iets anders betekenen iets vanuit een andere invalshoek benaderen. Wie weet wat jij en de lezer op deze manier te weten komen over een scène of een personage vanuit een onverwachte, maar hele mooie hoek.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Mel Lituañas op Unsplash
