Een eerste indruk bij een kennismaking is heel belangrijk, en dat geldt ook voor een boek. Daarom moet je je beste beentje voor zetten als je de eerste bladzijdes van je boek schrijft. Het is de kans om de lezer voor je te winnen. De eerste pagina’s en zelfs alinea’s zijn al heel belangrijk, maar de eerste zin is voor de eerste kennismaking een begip op zichzelf. In deze blogpost kijken we hoe dat zit.
De tijdsdruk van de eerste kennismaking met je boek
Ik schreef al eerder over een goede kennismaking met je boek en welke rol de eerste scène daarin heeft. Al het schrijftechnische daargelaten is er ook een praktische vuistregel die je vertelt waarom je de lezer meteen voor je moet winnen: je weet niet hoeveel tijd je daarvoor krijgt. De ene lezer oordeelt na tien bladzijden je boek een verdere kans wil geven, de andere geeft je één pagina, en weer een ander geeft je slechts een alinea. Als het je lukt om de lezer al in de de eerste zin voor je te winnen, dan weet je zeker dat geen enkele lezer jou te weinig tijd geeft om een goede indruk achter te laten.
De eerste zin als toonzetter: Casus ‘Han’
Hoewel je er in theorie iets meer tijd voor kan nemen, werkt het heel goed om met je eerste zin meteen een toon te zetten voor de eerste pagina’s of hoofdstukken van je boek. Dat geeft je de tijd om de lezer nieuwsgierig te maken naar wat er achter die eerste zin schuilt. Dit pageturnereffet is altijd handig, maar als de eerste zín daarvoor zorgt hoef je je niet meer druk hoeft te maken hoe lang je de lezer voor het allereerste oordeel bij je kan houden. Zowel de lezer die in eerste instantie jou een alinea de tijd wilde geven als de lezer met het geduld voor de eerste tien pagina’s zijn dan niet meer bezig met dat eerste oordeel te vellen. Kijk eens naar de eerste zin uit ‘Han’, van Min Jin Lee:
Bekwaamheid kan ook een vloek zijn.
In deze ene zin zit héél veel om nieuwsgierig naar te zijn. En te blijven, daar kom ik zo op terug. Eerst maar eens ontleden welke vragen en opmerkingen een lezer kan hebben en zo het meteen het verhaal in gesleurd wordt.
- Bekwaamheid waarin?
- Vloek? Dat is een sterk woord, waarom niet gewoon ‘onhandig?’ Daar schuilt meer achter…
- Hoezo?
- Wie zegt dat? En waarom?
- Waarschijnlijk is een personage dat ‘overbekwaam’, wat dat in de context van het verhaal ook mag betekenen. Dat is best ingewikkeld om mee te maken, want daar komen de nodige gevoelens bij kijken: frustratie, onbegrip, misschien wel verachting naar iets of iemand anders. Voilá: een tipje van sluier van een mogelijk centraal conflict of verhaalthema.
- Waarom begint het boek dáár mee? Bekwaamheid is ongetwijfeld een belangrijk thema, maar ieder goed boek heeft meerdere verhaalthema’s of subthema’s. Waarom wil de schrijfster daar hier zó veel nadruk op leggen? Of, zo je wil, die eerste indruk van het boek uitgerekend daar over laten gaan?
Vergeet ‘Hoe maak ik een goede eerste indruk?’ Daar is de lezer al niet meer mee bezig: die is nu bezig om antwoorden op deze vragen te vinden.
De volgende zinnen: tijd voor een situatieschets
Als je eerste zin ijzersterk is, zoals het voorbeeld in ‘Han’, dan heb je alle tijd om je worldbuilding uit te werken of de beginsituatie van je personages te schetsen. ‘Han’ gaat meerdere pagina’s verder met wat je bijna een infodump zou kunnen noemen. Er is een conflict tussen de hoofdpersonages wat voor het verhaal belangrijk is, maar tegelijkertijd worden er ook flink wat woorden ‘verspild’ aan een relatief standaard setting en een verder vrij droge introductie van een familie. De schrijster komt hier zelfs weg met de valkuil van het vrijwel meteen beschrijven van het uiterlijk van haar hoofpersoon. ‘Casey was ongewoon lang voor een Koreaanse’ is de vijfde (!) zin in het boek.
Maar dat kan de lezer nu heel goed hebben, omdat die nu achter veel of alles wat er in de volgende scène en ‘infodumps’ volgt, al dan niet bewust nadenkt over waar die vervloekte bekwaamheid terug gaat komen. Is dat haar ongewone lengte, waar ze als model iets mee kan? Is ze een model, of wil ze dat worden? Het zou niet gek zijn: ‘Maar het was glamour en vernuft waar ze naar hunkerde’ is zin nummer drie.
Kortom: met een ijzersterke eerste zin wordt vrijwel alles voor de lezer meteen interessant of mysterieus om te ontdekken of te weten te komen. En dan kan je het jezelf veroorloven om worldbuilding of situatieschetsen op een redelijk tellachtige manier op te schrijven. Waak er natuurlijk wel voor dat je tekst niet al te droog wordt: je houdt de aandacht van de lezer niet eeuwig op die manier vast. Al hou je dat wel langer vol als je de droge informatie koppelt aan een mogelijke verklaring van de eerste spraakmakende zin. Een voorbeeld daarvan zie je in het gebruik van de derde en vijfde zin van ‘Han’.
Hoe lang moet de eerste zin blijven hangen?
Hoe goed de eerste zin ook is, hij kan niet meer doen dan die eerste vragen oproepen bij de lezer en de toon zetten voor de eerste scènes. Ook als het duidelijk is dat het hele boek gaat over een verhaalthema dat in de eerste zin al duidelijk wordt, moet je op een gegeven moment met het plot verdergaan en de situatieschets of worldbuilding laten voor wat het is. Probeer voor de eerste scène, alinea of hoofdstuk dat je wil wijden aan de situatieschets af te bakenen wat je daar voor ‘droge feiten’ duidelijk wil maken, nu je daar nog mee weg komt. Ga dan verder met het plot. Ook als het je lukt om in die eerste situatieschets een verhaalthema wat meer te laten doorschemeren, moet je daar niet eindeloos op doorgaan. Behandel wat dat beterft feitelijkheden en verdieping op het verhaalthema hetzelfde.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Ik kan helpen, kijk daarvoor in mijn webshop.
Foto door Nicolas Thomas verkregen via Unsplash.
