Op deze momenten moet je een schrijfpauze nemen

Schrijven is fantastisch, daar zijn wij schrijvers het over eens. Maar je moet er af en toe een pauze van nemen. En dat heeft verschillende redenen. Soms moet je stoppen met schrijven voor je goed en wel begonnen bent, soms als je midden in een schrijversflow zit en soms omdat schrijven nu eenmaal niet altijd makkelijk is. In deze blogpost zet ik de verschillende redenen op een rij waarom een pauze nemen van schrijven in je voordeel kan werken.

De eerste sprint van enthousiasme

Als je inspiratie hebt voor een nieuw verhaal, is de goede zin meestal niet ver weg. Voor je het weet, ben je honderden woorden verder. Maar er zit een keerzijde aan die eerste sprint van enthousiasme. In je hoofd klinkt het waarschijnlijk ongeveer iets als:
“O wauw, ik heb echt een fantastisch idee! Ik ga schrijven over de kunst in het Louvre waar ik zo van onder de indruk was tijdens ons weekendje Parijs. Ik heb goed opgelet, ik weet de details van de mooiste werken nog en ik ga zorgen dat de lezer net zo’n sensationeel gevoel krijg als ik had”
En hop, daar ga je, tikkend met topsnelheid. Niet veel later heb je zeshonderd woorden aan sfeeromschrijving. Maar als je het een week later terugleest, blijkt het een grote infodump te zijn: het verhaal gaat nergens heen, je komt niets over je personages te weten… Met honderdvijftig woorden had deze scène ook volstaan. En de mooie Mona Lisa is in plaats van indrukwekkend eerder slaapverwekkend, omdat je maar blijft doorgaan en doorgaan over ieder spatje verf waaruit ze bestaat.

Bij de eerste sprint van enthousiasme moet je ervoor zorgen dat je bijna meteen even op de rem trapt. Schrijf net genoeg op wat de kern van je inspiratie weerspiegelt en welke toon dat in de tekst moet krijgen.
Stop dan even om op te schrijven wat behalve dat enthousiasme nog meer de basis van het verhaal moet vormen. Denk aan dingen als een verhaalthema, plottwists, specifieke scènes die je misschien al voor je ziet. Schrijf dat puntsgewijs op in je opschrijfboekje of zelfs op een kladblaadje.
Het lijkt verleidelijk om in turbostand te beginnen, maar tenzij je een kort verhaal schrijft, betekent dat vaak alleen maar dat je later duizenden woorden moet schrappen. Al stel je de schrijversflow maar tien minuten uit om de basis vast te stellen, dat kan al voldoende zijn. Maar maak geen valse, te snelle start.

De emotionele lading

Veel mensen schrijven om iets van zich af te schrijven, voor het therapeutische aspect. Dat is een prima manier om iets te verwerken, maar weet wanneer je even een pauze moet nemen. De kans is het grootst dat je even door je emoties wordt ingehaald als je autobiografisch schrijft, maar ook in fictie komen er vervelende scènes voorbij, waar de vervelende momenten van je personages ongemakkelijk veel gemeen hebben met iets wat je zelf hebt meegemaakt.
Het is prima om dóór te schrijven als je voelt dat er nu echt even iets uit moet. De grens is bereikt op het moment dat je lijf op de alarmknop drukt (denk aan buikpijn, trillende handen enzovoorts ) en zegt dat je moet stoppen. Als je tranen voelt opkomen, stop dan om die te laten lopen. Iets verwerken en ècht laten loskomen, is belangrijker dan die ene mooie zin die je hoopt te vinden. Echt waar. Wees lief voor jezelf. En de kans is bovendien groter dat die mooie zin alsnog komt als je de emotionele blokkades hebt opgeruimd door even flink te huilen, of te gaan wandelen, te douchen… Wat ook maar voor jou werkt als je lijf in opstand lijkt te komen.

De innerlijke voorlezer staat aan het roer

De innerlijke voorlezer kan een geweldig gevoel van een schrijversflow met zich meebrengen en oprecht mooie teksten opleveren. Een voorwaarde is wel dat jouw voorlezer ook echt een voorlezer blijft, niet een persoon die de tekst letterlijk voor je gaat dicteren en op de zaken vooruitloopt. Stel dat je hebt geschreven:

Het bloemenveld stond er kleurrijk bij en de geuren kondigden de lente aan. En je innerlijke voorlezer maakt daarvan:
Het bloemenveld schitterde in alle kleuren van de regenboog en de zoete geuren beloofden een prachtige lente.

Daar is vooralsnog niets mis mee, maar dan moet de volgende zin worden geschreven. Meestal ga je als vanzelf verder met de toon – of intensiteit, zo je wil- van de tekst waarmee je al bezig bent of bij die de al bestaande tekst past. Als je innerlijke voorlezer zodanig sterk is dat die niet alleen aanwezig is bij het teruglezen van een tekst, maar ook tijdens het schrijven, dan is een pauze noodzakelijk. Lees de betreffende blogpost voor wat tips over hoe het aandeel van de innerlijke voorlezer op je tekst kan verminderen. Je kan dan nog wel verdergaan met schrijven, maar zorg dan wel dat het een stuk tekst is waarbij je innerlijke voorlezer de mond dicht kan houden.

Als je gaat opsturen

Of het nu gaat om een manuscript opsturen naar een uitgever, een scène voor je proeflezers of een inzending voor een schrijfwedstrijd, laat je tekst altijd een paar dagen liggen zonder ernaar te kijken. Dan merk je niet alleen eventuele spelfouten op die in je blinde vlek zitten op het moment van typen. Met frisse blik zie je vaak ook welke zinnen of scènes wegkunnen of nog missen. Het is jammer om iets op te sturen en daarna slechte feedback of soms zelfs geen antwoord te krijgen vanwege opvallend veel (spellings)fouten of gaten in je verhaal die je had kunnen vermijden als je de tekst later nog een keer had gecontroleerd. Voor het beste resultaat laat je een tekst minstens twee volle dagen rusten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ashley Kirk verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie een man in pak

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: de man in pak.

Feiten van een man in pak

Een pak draag je als je respectabel en goed voor de dag moet komen: vrijwel niemand loopt er voor zijn plezier in rond. Het heeft ook een imago van stand en luxe, dus je oogt al snel belangrijk als je deze kleren draagt. Draagt iemand een pak, dan kun je er dus op rekenen dat diegene om wat voor reden dan ook belangrijk of respectabel moet of wil lijken. Welke van deze twee werkwoorden het beste past, is iets om in gedachten te houden voor de volgende fase van observatie.

Aannames bij een man in pak

Iemand in pak lijkt dus belangrijk, maar is dat wel zo? Een sollicitant kan een pak dragen voor die ene hoge functie bij de bank, maar hij kan ook de directeur zijn. Je kan ook een pak dragen voor een bruiloft, waar status geen rol speelt, maar de kleding juist het belang van een speciale dag moet benadrukken.

Hoewel een pak nog altijd een zekere gewichtigheid uitstraalt, zijn er alsnog een handjevol redenen om een pak te dragen die qua sfeer en setting weinig met elkaar te maken hebben. Schrijf eens op wat jouw aannames zijn. Denk jij het eerst aan een bankdirecteur of aan de vader van de bruid? Noteer ook wanneer een pak misschien nog meer gedragen kan worden met de associatie die jij bij het dragen van een pak hebt. Observeren en associëren zijn elkaars beste vrienden. Roep hun hulp in om je creativiteit te laten stromen.

Clichés van een man in pak

Volgens het cliché is een man in pak, stijf, afstandelijk en heeft hij een opgeblazen ego. Maak van deze bankdirecteur nu eens een andere directeur van een bedrijf dat je niet meteen met stijf en gemeen associeert, zoals een pretpark of een snoepjesfabriek. Merk je dat je dan ineens heel anders naar deze man gaat kijken? Vaak zijn eerste indrukken flinterdun: verander er iets kleins aan en een beeld kan compleet op zijn kop worden gezet. Schrijf alles op wat je vooroordeel over de ‘baas in pak’ verandert en hoe makkelijk dat (niet) gaat.

Als je een man in pak ziet…

* trek hem dan voor je geestesoog iets heel anders aan.
Bijvoorbeeld een tuinbroek met klompen, of slobberige bankhangerskleren. Of geef hem enkel zijn ondergoed aan, zodat kleding in geen enkel opzicht nog iets over hem zegt.

* observeer met name zijn gezicht en houding.
Details van uiterlijkheden brengen vaak bepaalde associaties met zich mee. De houding spreekt vaak boekdelen: iemand die onderuit gezakt in een stoel zit, komt minder professioneel over als iemand die altijd een kaarsrechte houding heeft. Maar denk ook aan dingen als: ‘Een opvallend krachtige kaak past bij iemand met gezag.’  of ‘Een wat losser kapsel maakt de uitstraling als vanzelf vriendelijker. ’

Kijk eens of de man die je ziet iets aan zijn uiterlijk heeft dat je meer over hem lijkt te vertellen.

Probeer die bevindingen vervolgens te combineren. Past een tuinbroek inderdaad beter bij deze man met ruwe handen, of lijkt zijn strakke blik toch echt te passen bij de strenge bankdirecteur? En waarom?

Zo ga je van simpele observaties al naar een begin van je eerste personageschets.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Foto door Hermes Rivera via Unsplash.

Nog meer manieren om met je verhaal te starten

Zoals je vorige week kon lezen kan je je verhaal starten vanuit een idee voor een plot, personage, sfeer of de toon. Maar daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Deze week kijken we naar nog meer inspiraties voor het starten van een interessant boek.

Schrijven vanuit een moraal

“Vertrouwen in mensen is goed.” “Liefde wint altijd.” “Geld maakt niet gelukkig.” “Denk eerst aan anderen, dan pas aan jezelf.” Een enkele leus kan zomaar het begin zijn van een compleet verhaal dat dit standpunt moet benadrukken.

Als je een moraal als uitgangspunt neemt voor je boek, let dan heel goed op het verschil tussen verhaalthema en moraal. Helaas is de moraal de radicaalste van de twee, omdat die het sterkst aanwezig is als dat je uitgangspunt vormt en ook omdat het radicaal mis kan gaan als je het moraal te dik erbovenop legt. Dat heeft twee redenen.

“Wat is de moraal van het verhaal?” Dat klinkt als een clichéuitspraak, nietwaar? Als je hele boek leunt op een uitgangspunt dat uitgaat van iets dat clichégevoelig is of zelfs helemaal een cliché is, dan is de kans groot dat het erg geforceerd overkomt en niet fijn meer leest. In tegenstelling tot een verhaalthema, waar je boodschap of uitgangspunt meer geleidelijk in het verhaal verweven is.
Als je uitgaat van een moraal, moet je extra alert zijn op de clichés die dat met zich meebrengt. Zowel in het plot, als de verhaallijn, als wie de hoofdpersonen zijn en nog veel meer.

Een moraal is bovendien ook gevoelig voor normen en waarden. Stel dat je verhaal is: “Mensen met macht zijn niet te vertrouwen.” Dan is de kans groot dat je mensen met macht bijna als vanzelf als lezerspubliek verliest. Dat hoeft niet erg te zijn: ieder boek heeft zo zijn doelgroep, en dus ook mensen die daar buiten vallen. Maar het is wel vervelend als je een doelgroep om de verkeerde redenen (onbedoeld) uitsluit. Je zou met bovenstaand moraal maar uitgaan van het idee dat macht hebben en macht willen hetzelfde is… Dan mis je belangrijke nuances, waar je verhaal inhoudelijk niet beter op wordt. Vergeet niet dat normen en waarden nooit feitelijk vastliggen. Iemand kan andere, zelfs gestoorde normen en waarden hebben, maar mensen zijn nu eenmaal zeer verschillend.
Als je een moraal als uitgangspunt neemt, vergeet dan niet dat jouw persoonlijke waarheid van die van anderen kan verschillen. Je zal hier en daar het moraal iets meer moeten nuanceren of verschillende invalshoeken ervan moeten geven om te voorkomen dat je verhaal eentonig, cliché of het pleidooi van een moraalridder wordt.

Doel van informeren of introduceren

Of het nu om het introduceren van geschiedkundige feiten gaat, of om het verlangen om te willen schrijven hoe het is om met een minderheidskenmerk te leven, soms heeft het verhaal als voornaamste doel of inspiratie om een kijkje in de keuken te geven. “Ik ben gek op Brazilië, dus daar laat ik mijn verhaal afspelen, zodat mijn lezers met dat land kennis kunnen maken.” “Ik wil mijn lezer meer vertellen over de Tweede Wereldoorlog, dus speelt mijn verhaal zich daar af.”
“Er is weinig kennis van een bipolaire stoornis bij het grote publiek, dus mijn hoofdpersonage heeft daarmee te maken. Dan kan ik bewustzijn kweken.”

In dit geval heb je twee sleutelwoorden: afbakenen en onderzoeken.

Als eerst moet je afbakenen wat je de lezer wil vertellen. Stel jezelf de vraag: als de lezer iets moet onthouden of moet leren, wat is dat ene iets dan?
* Dit is de mooiste plek van Brazilië en wel hierom
* Wat de gruwelen van de concentratiekampen tijdens WOII waren en hoe grootschalig dat was
* Hoe iemand met een bipolaire stoornis in het dagelijks leven daar (geen) hinder van ondervindt.

Doe hier vervolgens serieus onderzoek naar en ook vooralsnog alleen hiernaar. Voor je het weet, ga je ook onderzoek doen naar bepaalde belangrijke veldslagen, de Lonely Planet Brazilië top 10 en de statistieken voor geslaagde Tinderdates van bipolaire mensen. Maar vergeet je basis niet. Je kan later altijd nog andere dingen toevoegen, maar als je in de eerste fase al eindeloos gaat vertellen en onderzoeken krijg je een infodump van informatie en mogelijkheden en wordt je boek te breed voordat de eerste letter op papier staat.
Als dat ene element wat je lezer mee moet nemen, stevig staat, volgt de rest vanzelf. Maar in de beginfase is het handig om bij dat ene te blijven, zodat je ook de voeling houdt bij wat de essentie van je verhaal vormt. Dat maakt schrappen in een later stadium namelijk vele malen makkelijker. Zo weet je bijvoorbeeld dat je als je moet kiezen tussen een scène waarin je een concentratiekamp omschrijft, of waarin een relatief willekeurige Nazi burgers mishandelt, je moet kiezen voor de eerste.

Herinneringen verwerken / veranderen

Deze inspiratie uit zich vaak in een autobiografie of met een roman met elementen daarvan. Je wil immers iets wat je zelf hebt meegemaakt op papier zetten. Misschien wil je een nare gebeurtenis uit je leven een goede afloop geven, al is het maar op papier. Het belangrijkste startpunt bij dit soort verhalen is om te bedenken in hoeverre je waarheidsgetrouw wil of zelfs kan blijven. Behandel je idee als een fantasyverhaal waar je de worldbuilding nog voor moet beginnen. Oftewel, bepaal de wetten van wat er kan of mag in je boek: wat zijn geheimen van mezelf of anderen die ik in dit verhaal prijs ga geven? Is dat wel oké, of tot op welk punt? Moet de lezer geloven dat alles echt gebeurd is of mag er gerust een fictief tintje aan het verhaal zitten? Vergeet hierbij ook niet de regels rondom het schrijven van een persona. Als je een bestaand persoon ook op papier in je verhaal terug laat komen, dan dien je die ook aan te passen. Dat kan ervoor zorgen dat er ook dingen inhoudelijk anders verlopen. Bedenk ook hier wat een lezer absoluut mee moet krijgen en schrijf alles daar verder omheen, met de bijbehorende ethische beslissingen rondom (auto)biografisch schrijven in het achterhoofd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Yoann Siloine via Unsplash.

Vanuit welke inspiratie start je jouw verhaal?

Inspiratie kan uit allerlei hoeken komen: observaties, schrijfprompts, gesprekken…Maar een enkel woord of gegeven maakt nog geen verhaal. Daarvoor moet je meer informatie zoeken, in een personagebiografie, verhaalthema, een plot of zelfs een sfeer of emotie. Zoveel manieren van schrijven, zoveel mogelijkheden. Wat zijn de aandachtspunten voor de verschillende startblokken waarmee je een verhaal kan beginnen?

Algemene manieren van schrijven: plannen of ontdekken

Er zijn grofweg twee soorten schrijvers als het gaat om hoe die de structuur het schrijven aanpakken. De planners en de ontdekkers. De planners zijn degenen die Chekhov’s gun en het schrijfonderzoek zeer ter harte nemen in hun voorbereiding. Zij schrijven eerst (vrijwel) alles uit in hun losse documenten, opschrijfboekjes en bloknotes, zodat als ze dan gaan schrijven, alles uit het toetsenbord komt rollen. Al het werk is in zekere zin al gedaan, het moet alleen nog uitgewerkt worden. Deze schrijvers moeten vooral onthouden dat ze hier en daar nog een beetje ruimte overlaten voor als er toch nog iets belangrijks komt bovendrijven om mee te nemen. Als je door een extra scène je hele boek om moet gooien omdat je planning en uitwerking zo minutieus is, maak je het jezelf erg lastig.

De ontdekker kijkt al schrijvend waar het verhaal eindigt. Met als gevolg dat er zes hoofdstukken worden besteed aan de kennismaking van een personage. Of dat scène zes eerst wordt geschreven, omdat daar nu inspiratie voor is. Maar vervolgens klopt scène vier dan niet meer, of moet de schrijver zich in allerlei bochten wringen om alles nog kloppend te maken. De ontdekker moet genoeg discipline kunnen opbrengen om uiteindelijk de technische zaken aan de slag te gaan en die te dubbelchecken (Hoe staat het met de spanningsboog? Is dit subplot wel nodig?) in plaats van maar te schrijven, schrijven, schrijven…

Als je weet wat voor schrijver je bent, houd dan deze valkuilen in gedachten: ze kunnen al opduiken vanaf het moment dat je van een heel breed idee een echt verhaal wil schrijven, wat het dan ook is dat je inspiratie geeft.

Schrijven vanuit een plot

Soms is een enkele zin al het begin van een echt verhaal, met een plot dat zich al bijna kant-en-klaar aandient.
* De braaf ogende vrouw ontvoert haar minnaar naar een donker, verafgelegen oord
* Tijdens een storm op zee redt de knappe jongeman het leven van een kind, waar hij noodgedwongen de voogd van wordt.
* De arrogante rijkaard wordt gearresteerd voor corruptie.

Dat klinkt al als een potentiële bestseller, toch? Helaas, het zijn slechts tropes. De reden dat schrijven nog altijd een kunst is en niet een lijstje van acties om af te vinken, is omdat bij creatief schrijven de uitwerking ervan het moeilijk(st)e is. Om ervoor te zorgen dat deze trope zich daadwerkelijk zou kunnen ontpoppen tot een bestseller kijk je naar het schema van save the cat. Staar er niet willekeurig naar, maar probeer grofweg de volgende volgorde aan te houden:
* Bepaal eerst de drie akten en hou dat heel banaal.
1) Er is een arrogante rijkaard
2) Hij wordt opgepakt en er volgt een proces
3) Hij wordt veroordeeld en rot weg in de gevangenis
* Bepaal je hoofdpersoon en diens comfortzone, vervolgens het willen en nodig hebben.
* Kijk wat bijhorende interessante obstakels zijn.
(Deze laatste twee stappen kan je ook omdraaien)

Als je dat duidelijk hebt, heb je een goede basis en een goede kans dat de kop eraf is: nu zullen meer ideeën zich gaan aandienen.

Schrijven vanuit een personage

Als je vanuit een personage een verhaal wil bedenken, maak je natuurlijk eerst een personagegebiografie en begin je met de belangrijkste elementen daarvan. Zowel voor de planner als voor de ontdekker geldt: weet wanneer je moet stoppen met uitwerken. Je kan letterlijk honderden zaken opschrijven, maar slechts een handvol daar van is echt van nut voor het naslagwerk wat de biografie hoort te zijn.
Een personage is niets zonder zijn geliefden. Of het nu degene is waarop je held verliefd is, of de geliefde ‘sidekick’ je personage staat er nooit alleen voor. Het kan helpen ook een kleinschalige(!) biografie voor de belangrijkste medepersonages te maken als je vanuit een persoonlijke beleving met een verhaal wil beginnen. Als je meeleeft met de perceptie van anderen door hun waarheid serieus te nemen, ontvouwt zich al snel een heel mogelijk epos aan verhalen.

Schrijven vanuit observatie

Of het nu een mooie kleur is, een vreselijke ervaring of flard van een gesprek: soms merk je iets op waarbij je onmiddellijk denkt: daar zit een heel verhaal achter! Hier is je eerste stap: woordwebben maken tot je erbij neervalt. Schrijf ieder woord op dat in je opkomt als je aan deze observatie denkt. Doe dat tot je minstens twintig à dertig woorden hebt opgeschreven. Het is de bedoeling dat je tot de kern komt van je ‘inspiratiemoment’ komt, anders blijf je steken bij ‘interessant’ en dat is ontzettend nietszeggend als het daarbij blijft.
Vroeg of laat kom je bij woorden uit die ‘kriebelen’ of die van zichzelf al een bepaald gewicht hebben. Denk aan de titels van de veelbelovende blockbusters: de brave vrouw is hier een veelzeggend woord, want wie verwacht van haar dat ze iemand gaat ontvoeren, of überhaupt een minnaar heeft? Als je zo’n woord tegenkomt, geef die dan een kleurtje, zodat je ze eventueel in categorieën kan onderverdelen.
Deze manier van inspiratie uitwerken is in eerste instantie een zooitje, maar als de puzzelstukjes dan in elkaar vallen, voelt dat des te beter!

Sschrijven vanuit sfeer of toon

Als je een verhaal wil schrijven met een uitgesproken sfeer of toon, moet je je bovenal beseffen dat er emoties of sferen zijn die heel erg breed zijn. Een ‘nare’ sfeer, kan honderdduizend dingen betekenen. Probeer dat concept wat te vernauwen naar iets als gestrest, onuitgeproken woede, de sfeer bij een sterfbed…. Wat dan ook. Kortom: verdiep je vooral in de vele nuances van emoties die er zijn voordat je je om iets anders druk maakt. Anders bestaat de kans dat je boek vanaf het begin gedoemd is te mislukken, omdat je de opzet ervan zelf niet goed begrijpt. Zodra je in de emoties gedoken bent, komen er meestal wel herinneringen of verhaalelementen in je op die bruikbaar zijn voor het verder oriënteren voor je verhaal.

Volgende week volgen er nog meer potentiële startpunten voor je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mediamodifier via Unsplash.

De naam van je personage

Je lezer maakt vaak kennis met je personage via diens naam. Daarom is die veelbetekenend en moet je er goed over nadenken, maar overdenken is ook een kunst. Hoe kies je een goede naam uit voor je personage?  

Een naam uitkiezen

Schrijvers hebben de neiging om intensief over de naam van hoofdpersonages na te denken. Is de naam wel stoer, net zoals deze krijger met een overvloed aan spieren? Ken ik al iemand met die naam? Zal ik hem naar mijn oom vernoemen? En iedere zichzelf respecterende (fantasy)schrijver vergeet niet te dubbelchecken wat de betekenis van de naam is… De valkuil van een naam uitkiezen voor je personage is dat je het zowel kan onderschatten als overdenken.

Associaties bij bepaalde namen

Je kan er niet omheen dat sommige namen associaties met zich meebrengen. Zo is Jan niet overtuigend voor de naam van je alfaman: het is een echte huis-tuin-en-keukennaam. Denk ook aan iets als de afkomst van bepaalde namen, of beroemdheden die dezelfde naam dragen. Zo zie je bij Yoshi geen blonde Hollander voor je, maar denk je aan een Japanner, zo niet óók aan het personage van Nintendo. (Terwijl de naam Yoshi de ‘Jan van Japan’ is).

Op een soortgelijke manier is Luna een naam waarvan de meeste mensen weten dat het maan betekent. Die naam wordt dan ook vaak gebruikt voor de meer spirituele of mysterieuze vrouwen en meisjes. Het kan de lezer dan (meer dan) de nodige moeite kosten om te schakelen naar jouw boerenmeid met een grote mond.
Als je weet dat bepaalde hardnekkige associaties op de loer liggen, wees dan alert.

  • Jouw mysterieuze Luna wordt een dertien in een dozijn en daarmee makkelijker een cliché.
  • Jouw grofgebekte boerenmeid Luna wordt door de hardnekkige andere associatie – zonder echte reden!- bijna ongeloofwaardig.

Symboliek en betekenis

Vanwege de aanname dat personages regelmatig een symbolische naam hebben, is het de moeite waard om rekening te houden met de betekenis of de mogelijke symboliek.  
Zo kan het opvallen dat twee zussen Madelief en Fleur heten: twee bloemennamen. Zijn dit wat zachtere meisjes? Bedoelden de ouders daar wat mee?
Maar bij een naam als Ikaika vraag je er bijna om dat de lezer er iets achter zoekt. Zeker bij fantasyverhalen verwachten de lezers zowat dat de -vaak wat ‘mysterieuze’- naam symbolisch is bedoeld. Als Ikaika (sterk) de lafaard van je verhaal blijkt te zijn, is het wachten op: “Kon je geen betere naam bedenken?”
Maak het echter niet te ingewikkeld. De namen Jan en Piet zijn zo ingeburgerd dat niemand bij de betekenis stil zal staan.

Zo wordt zoeken naar een balans voor een naam met symboliek (en/of de mate daarvan) lastig, want waar ligt de middenweg? Je sterke personage kan best Leo heten, maar dan bedenk je je dat die symboliek overduidelijk is: Leo betekent leeuw en een leeuw is sterk. Die symboliek is nog nóóit gebruikt…
Een woordenweb kan uitkomst bieden. Kijk welke woorden er in je opkomen die passen bij je personage of het plot van je verhaal. Kracht, moed, sterk, beer, krijger… Met zoveel woorden komen er nog meer namen bovendrijven: daar zit vast iets passends bij.

Hoe klinkt de naam?

Spreek een naam ook een paar keer hardop uit, zodat je hem kan ‘proeven’. Neem Kai. De een vindt die naam stoer, de ander vindt hem snauwerig. Maar schattig past er niet bij. Zo kan je testen of de naam oké is, zowel symbolisch, als voor je eigen oren. Je moet niet moe worden van het schrijven omdat je steeds opnieuw die lelijke naam moet typen…

Vraag het je personage

Als je je personage zo goed kent, dat je met hen kan ‘praten’, kan je ook een experiment uitvoeren: kies een naam waarvan je weet dat die voor geen meter bij je personage past. Zadel stoere Kai op met Jip en hij zal die naam vreselijk vinden. Op de vraag hoe hij dan liever zou heten, antwoordt hij waarschijnlijk met ‘Kai’ of ‘Dave’. Je kan het kiezen van een naam ook aan anderen overlaten en je personage mag ook zelf blij zijn met diens naam 😉.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Waldemar verkregen via Unsplash.

Het belang van observeren en interpreteren bij schrijven

Alles wat je ziet, meemaakt, voelt en ervaart is een vorm van observeren. Je ziet een strakblauwe lucht en bedenkt dat het prachtweer is. Je kauwt op een taai stuk vlees en ‘observeert’ dat het niet lekker is. Maar observaties geven alleen feiten weer. Je moet als schrijver daar interpretaties aan geven om er (diepere) betekenis aan te kunnen koppelen. Dat gedachtenproces van observeren tot aan het schrijven van een verhaal is essentieel voor een goedlopende tekst. Je bewust zijn van de manier waarop dat gaat, helpt om interessanter te schrijven.

De kern van observeren

Goed observeren heeft twee belangrijke uitgangspunten:
* Alles wat je ziet, is van potentieel belang. Niet alles wordt daadwerkelijk belangrijk, maar de potentie daarvoor zit overal. Denk aan mijn voorbeeld over de vaststelling dat een vliegtuig zwaar is. Als je bij voorbaat de mogelijkheid van de ‘hier is iets mee kriebel’ uitsluit, kunnen belangrijke dingen je ontgaan.
* In eerste instantie is alles wat je observeert, niet méér dan dat. Anders gezegd: iets is wat het is, zonder dat je daar iets achter gaat zoeken, of conclusies bij gaat trekken. Dat komt later pas.
Voorbeelden:
– Een leerling heeft dertien van de twintig toetsvragen fout beantwoord. Punt. Niet: “Dat is een dikke onvoldoende.” Pas als het scorevel van de toets zegt dat deze score gelijkstaat aan een 3.5 kan je daarvan spreken. Tot het moment dat je het exacte cijfer weet, weet je niet of het slecht, heel slecht of dieptreurig is. Vooralsnog zijn er gewoon dertien van de twintig vragen fout beantwoord.
– Het is drie uur. Punt. Dat het koffietijd is, je trein over een minuut vertrekt, of je vriendin nu onder het mes gaat… komt allemaal in de volgende stap.

In de uitwerking van een verhaal komt deze stap vrijwel nooit zichtbaar terug. De operatie van een vriendin is een spannende scène. Het zal je personage èn je lezer worst wezen of die operatie om twee uur of drie uur is ingepland. Waar het natuurlijk om draait, is hoe de operatie uiteindelijk verloopt, niet op welk feitelijk tijdstip dat gebeurt. Toch moet je deze stap van observeren goed beheersen, anders vormt het vroeg of laat een obstakel in de uitwerking van de rest je uitwerking, zoals je kan zien bij de eerste stappen van interpreteren.

Het begin van interpreteren

Zodra je de feiten op een rijtje hebt, kan je beginnen met interpreteren. De leerling krijgt inderdaad een 3.3 voor de toets. Daar is moeder waarschijnlijk niet blij mee. Volgt er huisarrest? Een uitbrander? Is dit het startsein voor bijles die al langer nodig bleek?
De operatie van je vriendin verloopt goed. En dan? Kan de wereldreis doorgaan? Is ze nu definitief genezen van een enge ziekte? Volgt er nu een revalidatieproces en is er licht aan het eind van een donkere tunnel die al jaren voortduurt?

Ook interpretaties van ‘vluchtige observaties’ zijn veelzeggend. Een man in pak? Dat is een bankier. Daarmee beslis je dat het verhaal verder gaat over het leven in het bankwezen en niet over dat van een pretparkeigenaar, wat ook had gekund.
Je ziet dat interpretaties dus bepalen waar je verhaal al dan niet over gaat. Dat kan niet anders: observaties bepalen wat je ziet en in meer of mindere mate zijn interpretaties daar een direct gevolg van. Het is echter wel belangrijk dat je je bewust blijft dat dit interpretaties zijn, geen observaties.
Want zo ontstaan clichés: ‘verboden liefdes gaan altijd over arm en rijk’, ‘vrouwen zijn altijd zachtaardig’, ‘rijke mensen zijn arrogant en zelfzuchtig’… Dat zijn uitgangspunten gebaseerd op een aanname. En een cliché werkt niet, omdát dat geen compleet, verdiepend verhaal vertelt, maar bij die enkele aanname blijft. De lezer kan door de gewenning van die ene aanname niet verder kan kijken dan dat ene gegeven.

Soms observeer je iets dat zo ‘duidelijk’ is, dat je onmiddellijke reactie meteen een interpretatie betreft:


Bij deze foto denk je waarschijnlijk meteen: Wat een lelijkerd! Niet: kale kop, ongezond uitziende vlekken, rauwe kleur van de huid: die vogel is lelijk.
Dat geeft niet, als je maar kan redeneden waarom een maraboe niet moeders mooiste is, zoals hierboven. Anders loop je het risico dat jouw eigen interpretaties ertoe leiden dat je waardevolle observaties/ interpretaties mist. “Zolang als ik wil schrijven over verliefdheid, schrijf ik alleen maar op in mijn opschrijfboekje hoe ik mensen met elkaar zie flirten.” En die eenzaam uitziende man, dan? Hij kan smoorverliefd zijn, maar door zijn verlegen aard daarmee enorm in de knoop zitten. Dat zou zomaar een uitgangspunt voor een verhaal kunnen zijn dat je dan links laat liggen.

Lees de casus van Michael en Samuel voor een voorbeeld van hoe je een beeld van iets of iemand hebt op een manier waarop je dat niet meteen verwacht.

Persoonlijke waarheden

Observaties en interpretaties moet je ook van kunnen onderscheiden tijdens het schrijven vanwege het belang van persoonlijke waarheid. Simpel gezegd: iets wat in jouw beleving klopt, hoeft voor een ander niet zo te zijn. De eindfase van goede observatie en interpretatie is dat je dat feit niet alleen erkend, maar ook beseft wat dat met het verloop, thema of invulling van het verhaal kan doen.
Een persoonlijke waarheid erkennen kan alleen als je begint bij het afvragen wat feitelijke observaties zijn en je afvraagt in hoeverre en welke interpretaties in het spel zijn om tot deze waarheid te komen: die heeft immers ook zijn basis in observaties en interpretaties. Je moet die waarheid van je eigen mening kunnen scheiden, anders kan je nooit iets realistisch portretteren. ‘Achter de schermen’ mag je een personage of de maatschappij om deze waarheid vervloeken, maar een zekere mate van objectiviteit is altijd nodig voor een prettig verhaalverloop. Wat zou er anders moeten worden van antagonisten in een verhaal?

Met het erkennen en uitwerken van persoonlijke waarheden is de cirkel van observeren voor een verhaal rond. Je ziet iets bruikbaars, kijkt hoe dat in een verhaal past en maakt er vervolgens een geheel van. Zo ga je van een simpele waarneming naar een goed uitgewerkt verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Wolfgang Hasselmann, verkregen via Unsplash.

Het favoriete boek van je personage

Als schrijver vind jij boeken leuk, maar jouw personage misschien ook wel. Wat zegt dat over diens karakter en voorkeuren?

Fictie en non-fictie

Leest je personage het liefst fictie of iets waar het iets aan heeft? Als je personage vooral non-fictie leest, kan dat een teken zijn dat het hard werkt, hongerig is naar kennis of iets concreets nastreeft. Boeken met titels als Zo word je snel rijk of Zo klim je naar de top laten weinig aan verbeelding over. Maar wat zegt het als je personage vooral non-fictie leest over iets als psychologie? Zit het dan met zichzelf in de knoop of is het gewoon geïnteresseerd in de menselijke geest? Hoe dan ook, deze kennis kan je in je verhaal gebruiken. Als weerspiegeling van feitelijke interesse of als hint voor een plottwist. De moordenaar las niet over giftige paddenstoelen omdat hij op survivalweekend wilde… 
Ga liever niet in op wat het favoriete fictieve genre van je personage is: er bestaan hardnekkige vooroordelen over het lezerspubliek dat bepaalde genres aantrekken. Als jouw heldin graag romantische verhalen leest, dan kan je er de donder op zeggen dat jouw lezer denkt dat haar liefdesleven zo goed als niet-bestaand is. En horror wordt uiteraard alleen gelezen door in het zwart geklede tieners met lange haren. Zo krijgt jouw lezer geen mogelijkheid om een eerlijk beeld te vormen van jouw personage en wordt het al snel tot cliché gereduceerd. Schrijf in plaats daarvan over hoe boeken invloed hebben op het leven van het personage. 

Invloed van boeken

Lezen is vermakelijk, maar intensief lezen kan ook andere gevolgen hebben. Drie daarvan zijn handig om in overweging te nemen om een beeld van je personage te kunnen vormen. Wie weet, zelfs ook om het plot mee in te vullen. 

Nostalgie: voor als je personage die-hardfan is van een bepaald boek. Iemand die in de jaren negentig ondersteboven was van Harry Potter, kan dat nu nog steeds zijn. In zoverre dat de ontmoeting met de wederhelft gebeurde in de rij voor het nieuwste deel bij de boekenwinkel of dat diegene (nog steeds) denkt dat de boeken perfect zijn en er niet meer objectief ernaar kan kijken. Of het nu directe invloed heeft of een leven, of het mijmeren over vroegere tijden betreft, uitzonderlijke nostalgie heeft vrijwel altijd invloed op je personage. Het is een fantastisch middel om een conflict mee in gang te zetten. “Jij en je ‘vroegah’ altijd. Mijn leven nu is dat jouwe van toen niet. Heb eens wat meer empathie!”
“Alleen omdat ik Harry Potter niet leuk vindt, val ik jou niet meteen persoonlijk aan…”

Wereldbeeld: als je vaak (dezelfde soort) boeken leest, kan dat je hele blik op de wereld veranderen. Zoals het idee dat iedere vrouw altijd met een knappe man eindigt, net als in de romantische verhalen. Of dat als je maar doorzet, je altijd een goede uitkomst kan verwachten: negen van de tien keer is dat het geval voor de held van het boek. Maar niet iedereen eindigt in een relatie en het leven kan ook gewoon hard zijn: dat houdt zich soms nu eenmaal niet aan de drie-aktenstructuur. Als je personage veel (van dezelfde soort) boeken leest, is het onvermijdelijk dat die het wereldbeeld veranderen. De vraag is alleen in welke mate. Ga eens na of boeken jouw personage (te veel) hebben veranderd. Als dat zo is, komen er misschien tot dan toe onontdekte overtuigingen, ambities en verstopte onzekerheden van je personage bovendrijven. 

Intelligentie: lezen vergroot de woordenschat en de algemene kennis. In hoeverre is jouw personage zodanig ‘boekenslim’ dat dat uitwerking heeft op het dagelijkse leven, of de carrièrekansen? 

Wat zegt het personage zelf?

“Wat is je favoriete boek en waarom?” is een vraag die je ook aan je personage zelf kan stellen, als je al in de fase bent beland dat je personage zodanig realistisch voor je is dat je ermee kan ‘praten.’ Jij bent een schrijver, de personage de lezer: met een onderwerp dat jullie beide interesseert, komt er vast goede gespreksstof bovendrijven!  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clay Banks via Unsplash

Zo schrijf je een tekst met een sprookjesachtige toon

“Dit verhaal leest als een sprookje.” Is dit ooit over jouw verhaal gezegd, of zou je dat wel willen? Laten we eens kijken wat een verhaal een sprookjesachtige toon kan geven.

De basis van een sprookje: magie

Een sprookje zou geen sprookje zijn als het niet aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Lees in deze blogpost terug waar je aan moet denken, zoals het getal drie en pratende dieren. En toch worden er ook vaak verhalen als sprookjesachtig bestempeld zonder dat er meteen iets magisch of fantastisch in gebeurt. Of je sprookje nu daadwerkelijk van fabelachtige zaken aan elkaar hangt of gewoon ‘als een sprookje leest’, het kernwoord wat ze delen is magie. Iets aan het verhaal bevat magie of voelt magisch aan. Zodra je dit toverwoord ( 😉 ) kan verwerken als thema, is de toon van een sprookje gezet.

Wat leest magisch?

Overduidelijke magie van toverspreuken en draken terzijde, iets kan ook magisch voelen door de combinatie van buitengewoon en – in het geval van de typisch sprookjesachtige toon- rust.

Iets buitengewoons moet je in dit geval lezen als buiten-gewoon: niet zozeer spectaculair, als wel: buiten het gewone om. Die toon houd je een tijdje vast, zodat de lezer kan laten bezinken dat dit moment niet alledaags is en een leven kan veranderen. In dat buiten-gewone moment houdt je het personage een spiegel voor. Daarin reflecteert het over hoe diens leven ervoor staat, of waar het naar streeft. Op een bepaalde manier -meestal door wat een medepersonage zegt, laat zien of het personage laat doen- krijgt je personage een levensveranderend inzicht of iets aangereikt wat het leven vanaf dat moment kan veranderen. Dit buiten-gewone moment wordt zo ook echt buitengewoon en daarmee magisch.

In tegenstelling tot de echte spookjes met heksen en draken zijn sprookjesachtige verhalen niet zo vaak echt spectaculair. Integendeel: ze zijn gebaat bij de eerder genoemde rust. In plaats van hele drakenkolonies te moeten verslaan, gaat het in deze verhalen erom dat de schoonheid van kleine dingen de aandacht krijgen. En die schoonheid kun je niet bewonderen als je op standje turbo door het verhaal gaat. Zie je het al voor je?

Zoals hij daar naar de zonsondergang keek, mijmerend over het ritme van de seizoenen en hoe het volgende jaar zijn potentieel tot volle bloei zou komen, zwiepte hij uit volle kracht met zijn zwaard om de draak te onthoofden.

Dat werkt niet echt hè? 😉 Als je het tempo van rust bij een sprookjesachtig verhaal wil testen, denk dan aan een poort waar je personage doorheen stapt en alles in slow-motion gebeurt. Dan heeft het alle tijd om na te denken en te zien hoe alles zich ontvouwt. Wie weet blijft ook bepaalde symboliek niet onopgemerkt. In deze rustige waakzaamheid kan je personage zich als het ware ook openstellen om die sprookjesachtige toon voor zich te laten ontvouwen, alles maar laten gebeuren.
Laat de wijsheid van die ene vreemdeling rustig op je personage inwerken in dat ene café waar ze elkaar ontmoeten. Of laat in een oorlogsgebied waar dood en verderf de norm zijn de liefde van die ene goede Samaritaan goed zien door er in detail en een rustig tempo bij stil te staan. Dat is de ‘magie’ die een verhaal sprookjesachtig kan maken.
Maar met alleen magie ben je er nog niet. Ook het ritme is erg bepalend.

Het ritme van een sprookjestekst

Zoals iedere goede tekst heeft ook een sprookje drie akten met een begin, midden en een eind. Maar waar een verhaal al snel moet uitbreiden en verdiepen met die drie akten met momenten als de clues, inciting incidents en de wrap-up, blijft een sprookjesachtige tekst bijna belachelijk banaal bij die basis van die drie akten
1) Iemand zit mentaal in de put.
2) Een ontmoeting met een tuinman in een prachtig park schijnt een ander licht op de zaak.
3) Je hoofdpersonage gaat met een voldaan gevoel en misschien wel nieuwe inzichten naar huis.

Natuurlijk kan je wel wat dingen uitdiepen over wat je personage(s) bezighoudt. Dat moet zelfs, want hoe mooi de omgeving en omstandigheden ook zijn: een stuk karton is hoe dan ook geen interessante held. Maar je hoeft er geen letterlijk en figuurlijk verhaal van te maken. Een sprookjesachtige tekst is wat dat betreft eerder een momentopname. Als een foto waar je een verhaal bij kan vertellen. Je ziet misschien enkel mensen op een picknick, maar je kan als je het verhaal kent, precies vertellen dat dat die ene picknick was op je personage later op de dag ten huwelijk werd gevraagd.
Dan hoef je echt niet in te gaan op hoe de aanstaande bruid op dat moment een studie ICT volgde, in haar vrije tijd aan judo deed en hoe haar relatie met haar technisch slimme lievelingstante ertoe heeft geleid dat je personage ook een exact beroep ambieert. Juist niet! Ga in op dat ene moment – dat dan ‘toevallig’ een dag lang duurt. Beschrijf het weer, de sfeer, het moment waarop Romeo op zijn knieën ging en de reactie van de omstanders.
Als je een bepaald moment in het verhaal niet de tijdelijke schijnwerpers geeft, maar het hele verhaal daarom drááit, met een gevoel dat het verhaal ‘na de laatste bladzijde’ een goede afloop heeft, of een prettig vervolg krijgt, is je verhaal al snel sprookjesachtig.

En ze leefden nog lang en…?

Nee, niet iedere sprookjesachtige tekst hoeft gelukkig te eindigen. Bitterzoet is zeker niet uitgesloten, soms kan een einde zelfs ronduit verdrietig zijn bij een verhaal dat toch als een sprookje leest. De crux zit hem dan niet in het einde, maar wat er in het grote middenstuk, die foto gebeurt of gebeurd is. Voor een sprookjesachtige tekst is het vooral essentieel dat even alles goed leek of goed leek te komen. Dat ‘even’ kan wat langer voortduren of bij dat magische blijven, maar zolang als er een magisch moment is geweest, zit je algauw goed met een sprookjesachtige sfeer in je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfprompt: de identiteit van de dag

Wat ben jij? Denk niet te ingewikkeld en schrijf de eerste drie dingen die op die je kan bedenken. Nu ga ik je vertellen dat je veel meer bent dan dat met een schrijfprompt die een groot butterfly-effect teweeg kan brengen en je inzicht kan geven in het belang van een bepaalde scène, plotpunten of hoe je personage de wereld in kijkt.

Eindeloze identiteiten

Waarschijnlijk heb je dingen opgeschreven als je geslacht, nationaliteit, seksuele voorkeur, beroep, burgerlijke staat, of ‘dol op Parijs’. Maar vast niet:
* autobestuurder
* klant bij de supermarkt
* schoonmaker (tenzij je dat beroepsmatig bedoelt)

En toch heb je vandaag waarschijnlijk autogereden, boodschappen gedaan of iets schoongemaakt. Dus eigenlijk ben je dat ook. Je staat er alleen niet bij stil. Beantwoord met dat in het achterhoofd de vraag: “Wat ben je vandaag allemaal?”
Waarschijnlijk antwoord je nu met iets als: vader, automobilist, leraar, collega, opnieuw automobilist, bankhanger, kok, fietser, tennisser, weer fietser, bankhanger, echtgenoot; de doorloop van een doordeweekse dag.
Maar heb je er dan ook aan gedacht dat je óók nog steeds een zoon bent, ook al heb je je ouders vandaag niet gezien? Of heb je er ook bij nagedacht dat je ook ooit een toerist was, toen je op vakantie was?
Ongeacht je antwoord, merk je vast wel dat deze vraag onmogelijk ‘volledig’ te beantwoorden is. Je kan zoveel dingen zijn, je was ooit zoveel dingen en je doet zoveel dingen dat dat niet bij te houden is. Of had jij in je lijstje soms wél ‘koffiedrinker’ en ‘koekjesknabbelaar’ opgeschreven in je lijstje toen je bij de koffietijd aanbelandde ? 😉

Het principe dat deze ‘identiteiten’ allemaal kloppen, maar niet allemaal of altijd belangrijk zijn, vormt het uitgangspunt van deze schrijfprompt.

Wat ben ik vandaag?

Beantwoord nog één keer de vraag ‘Wat ben ik vandaag?’ en schrijf alles op wat je kan bedenken. Stop wanneer de ideeën ophouden: je hoeft echt niet te zoeken naar iets als koekjesknabbelaar. Sterker nog, het feit dat zoiets niet komt bovendrijven tenzij je antwoorden gaat forceren, leert je iets belangrijks over deze schrijfprompt: het doet er (nu) gewoon niet toe.
Zo zou ik vandaag absoluut ‘blogger’ opschrijven: ik ben vandaag bezig met deze blog. Maar over twee dagen, als ik met andere werkzaamheden aan de gang ga, de blog nog niet online staat en ook niemand vraagt wat ik iedere week doe, maakt dat niets uit. Ik ben/ voel me niet altijd een blogger, ik denk niet 24/7 aan mijn blog. Hoewel pietluttig, is het verschil tussen ‘Ik ben nu, op dit exacte moment een blogger’ en ‘ik schrijf blogs’ in dit geval belangrijk.

Kijk eens naar je lijstje en probeer te bedenken waarom wat je schreef belangrijk is en hoe belangrijk het op dit exacte moment is.

Waarom is het belangrijk?

Waarschijnlijk heb je iets opgeschreven en opgemerkt als belangrijk omdat er relevante acties en emoties bij komen kijken.
Je schrijft op dat je vader bent omdat je vanochtend je kind naar school hebt geholpen (actie) en er bovendien zielsveel van houdt (emotie).
Je bent fietser omdat je daarmee naar je werk ging en daarmee de dag startte (actie) en dat nu wel heel erg opviel, omdat je verdorie kletsnat van de regen aankwam (emotie) om vervolgens als leraar (‘actie van het lesgeven’) helemaal hebt dubbelgelegen om die goedgevonden grap van een leerling (emotie). enzovoorts.

Waarom is het nu belangrijk?

Op het moment dat je kletsnat in de regen fietst, is ‘fietser’ heel belangrijk, maar dat maakt al minder uit als je weer droog voor de klas staat en om die leuke leerling kan lachen. Vertaald naar de situatie in een boek: als je deze oefening zou doen voor ‘hoofdstuk onderweg’ schrijf je die regen waarschijnlijk bovenaan je lijst, waar dat in ‘hoofdstuk les aan HAVO 3a’ verder onderaan het lijstje staat, of misschien zelfs helemaal niet meer.

Kies een moment van de dag uit en probeer van je lijstje nu een ranglijstje te maken met de belangrijkste identiteit bovenaan. Stel dat je vijf dingen hebt opgeschreven, vraag je dan af of nummer 4 en 5 voor dit specifieke moment nog belangrijk zijn of niet en schrap ze zo nodig. Met het lijstje dat overblijft, vormt de rest van dit artikel een schrijfprompt of een schrijfoefening, al naargelang je het wil inzetten.

Schrijfprompt

Stel dat je in jouw lijstje hebt staan:

1) sollicitante
2) bouwvakster
3) vrouw
Dan heb je iemand die een nieuwe baan zoekt als bouwvakster terwijl ze gezellig met haar mannelijke collega’s kletst. Waarschijnlijk vertelt ze aan een van hen hoe hij het beste vlechtjes kan maken in het haar van zijn dochtertje. Ga je gang, schrijf er maar iets over 🙂
Maar als je schrijft
1) vrouw
2) bouwvakster
3) sollicitante

Dan impliceert dat iets dat meer in de richting gaat van: deze vrouw moet zich zien te redden in een mannenwereld en moet misschien wel iets ‘extra’s’ doen om de baan te krijgen… Schrijf maar raak!

Door zo met woorden en de volgorden te spelen, kan je eindeloze schrijfprompts maken

Schrijfoefening

De volgorde van je lijstje bestuderen kan je ook helpen als je moeite hebt om te bepalen wat er in de scène precies aandacht moet krijgen of met welke scène je verder moet gaan. Dan kan je het als schrijfoefening gebruiken.
Stel dat je hebt geschreven:
1) ontvoerd
2) moeder

Dan schrijf je hoe Moeder een manier zoekt om te ontsnappen om weer bij haar kind te zijn.

Maar als
1) moeder
2) ontvoerd
het geval is, dan moet die ontsnappingspoging even op de pauzestand. Duik in het hoofd van Moeder om te laten zien dat ze gek wordt van verdriet en zorgen omdat ze bij haar kind wil zijn. Misschien wel zodanig dat ze daardoor niet eens meer kan denken aan een ontsnappingspoging, omdat ze door die emoties wordt verlamd. Vergeet daarbij niet het eerder genoemde verschil tussen actie en emotie.

Je kan deze oefening dus veelvoudig gebruiken: probeer ook eens om emoties toe te voegen aan je lijstje voor extra verrijking: vandaag ben ik: blij, in de war, smoorverliefd hopeloos verloren…

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vadim Bogulov via Unsplash.

De ideale bruiloft van je personage

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. De ideale bruiloft kan je over verschillende zaken veel inzichten geven.

Waarom eigenlijk?

Wat is de voornaamste reden dat je personage wil trouwen en het niet bij (geregistreerd) partnerschap laat? Heeft dat religieuze redenen? Is het die typische meisjesdroom van de witte jurk? Droomt de bruidegom van een feest dat zijn weerga niet kent of is het een feest van liefde? Of is er een bruiloft ‘omdat het zo hoort’ in een leven van huisje-boompje-beestje?
Meestal zijn er meerdere factoren in het spel en als je weet welke dat zijn geeft je dat een beeld van wat de moralen van je personage zijn als het om de wat grotere zaken in het leven gaat.

De genodigden

Wie wordt er uitgenodigd op deze bijzondere dag? Alleen de getuigen en is de dag helemaal niet zo spectaculair? Komt het hele dorp op het dorpsplein bij elkaar? Is het een feest voor alleen familie en vrienden of worden er ook collega’s uitgenodigd? Wie zijn de daggasten en wie mag er alleen op de receptie komen?
Deze vragen kunnen je een beeld geven van de grootte van de vriendenkring, wat de verhouding is tussen twee personages onderling (ammenooitniet komt oudtante Beppie op mijn bruiloft: alles wat ze doet is roddelen en zeuren: ze zou het hele feest verpesten!) en of je personage bijzondere momenten liever in een kleine kring viert of dat het liefst met de hele wereld deelt. Dat kan handig zijn om te weten als je personage in de problemen komt. Als het met veel mensen intiemere momenten deelt, is de kans groot dat het ook aan veel mensen hulp vraagt. Handig om te weten voor het bepalen van het centrale conflict en de bijbehorende obstakels!

Kosten

Wat mag het kosten en waarom (niet?). Bekijk ‘het’ hier wat breder: de bruiloft als geheel, maar ook de afzonderlijke elementen. Waarom wordt er meer besteed aan de catering dan aan de DJ of andersom? Is de jurk zoals het cliché misschien doet vermoeden het duurste van alles, of komt de bruid in een mooie avondjurk zodat de duizend euro die ze daarmee bespaart naar duurdere trouwringen kan gaan? Ga zo eens een lijstje af van alles wat in je opkomt dat bij een bruiloft komt kijken en of je zo conclusies kan trekken over wat je personage siert of belangrijk vindt.

Planning

In hoeverre wil je personage alles of bepaalde zaken helemaal uit handen geven of juist helemaal tot in detail helemaal zelf doen bij diens bruiloft? Natuurlijk is de gemiddelde bruiloft wel iets anders en ook belangrijker dan een uitje met familie plannen, maar als je personage een overduidelijke controlefreak, een onverholen chaoot of compleet zorgeloos is, komt dat nu wel bovendrijven. Kijk goed of deze eigenschappen het centraal conflict veranderen.

Als het misgaat

Op elke bruiloft gaat er wel iets mis. De vraag is alleen wat en in welke mate. Hoe dan ook is het de moeite om te kijken hoe je personage op deze ‘mooiste dag van je leven’ omgaat met iets wat fout gaat. Haalt het de schouders op en beseft het dat er altijd wel iets kleins misgaat? Of huilt Bridezilla alles bij elkaar als de aandacht twee tellen op iemand anders is gericht?
En als er iets écht misgaat, hoe reageert je personage dan? Herinnert het zich de hele bruiloft dan als verpest, of is het een donkere schaduw aan het begin van een verder mooi huwelijk? Geeft het anderen de schuld of is het wat het is?

Natuurlijk maakt de ernst van de tegenslag verschil, maar desondanks kan de ‘fout van de bruiloft’ een goede indicatie geven van de weerbaarheid en veerkracht van je personage. Onmisbaar om weet van te hebben tijdens het schrijven van een goed verhaal!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jeremy Wong Weddings via Unsplash.