Je personage: de eerste keer dat…

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over ‘De eerste keer dat…’

Deze aanvulling voor je personagebiografie kan je pas noteren als je in de fase bent dat je je personage zo goed kent, dat je het kan ‘interviewen’. Je personage is dan al zodanig realistisch voor je dat je er rechtstreeks dingen aan kan vragen. Het kan er net als een echt mens eigen, unieke antwoorden op geven.

De vraag die je je personage stelt is: “Wat was voor jou een belangrijke eerste keer?”

Wat kan je te weten komen?

Het onderwerp dat je personage benoemt zegt wat je personage meerdere keren heeft meegemaakt en wat erg belangrijk is geweest in diens hele leven. Of het laat zien dat die eerste keer heeft een keerpunt heeft ingeluid. Ik geef een voorbeeld om dit te verduidelijken:
Als je het personage specifiek vraagt naar de eerste keer, dan is dat iets wat je personage zich zal herinneren. Maar hoe vaak is het verliezen van je maagdelijkheid iets wat je leven bepaalt? Het is memorabel, maar vaak niet tekenend voor de rest van een leven. Die carte blanchevraag naar ‘de eerste keer dat…’ is iets waarvan je aan kan voelen dat er naar iets speciaals wordt gevraagd. Daarom zal je personage over iets vertellen wat ertoe doet of heeft gedaan voor hem of haar.  

Enkele voorbeelden:

  • De eerste keer dat de professionele pianist een kleinschalig concert hield.
  • De eerste keer dat een naaste overleed, bij iemand die (mede daardoor) doodsbang is om te sterven.
  • De eerste keer dat een alcoholist dronk(en werd).
  • De eerste keer dat iemand een blauwtje liep en diegene na nog talloze afwijzingen de hoop op romance heeft opgegeven.

Wanneer kan dit relevant zijn?

‘De eerste keer dat…’ kan handig zijn als je met veel flashbacks werkt. Dan kan je het gebruiken als verklarende scène en uitschrijven waar de angst, passie of het trauma vandaan komt. Of je nu met of zonder flashbacks schrijft: je hoeft dit moment niet per se expliciet te vermelden. Maar het is wel altijd handig om te weten welke eerste keer je personage aanhaalt om over te vertellen. Iets dat zo belangrijk voor het leven van je personage is (geweest) komt direct of indirect ergens je plot terug. Al is het maar omdat het je personage heeft gevormd en daar bepaalde drijfveren uit ontstaan.

Staat dit gegeven vast?

De eigenlijke gebeurtenis van een eerste keer is natuurlijk onveranderlijk. Maar je personage kan wel anders naar dit moment gaan kijken. Dat proces is vaak een groot onderdeel van de heldenreis. Het kan twee kanten op: iets wat klein leek, bleek erg groot en kreeg een vlindereffect, zoals het eerste drankje van een alcoholist. Of iets wat het leven bepaalde kan worden afgesloten door een ruzie uit te praten, in therapie te gaan, enzovoorts. Daardoor kan het weer wat meer op de achtergrond verdwijnen.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Negen van de tien keer schrijf je ‘de eerste keer dat…’ niet expliciet uit. Maar het komt wel terug in belangrijke zaken die je personage vormen of bepalen. Denk aan zaken als grote angsten, doelen in het leven, redenen om (niet) op te geven en zelfbeeld. Je schrijft het indirect dus altijd uit, maar het is een kwestie van aftasten welke manier het beste bij je verhaal past.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door NoName_13 via Pixabay

Schrijven over de geschiedenis in je boek

Je verhaal begint natuurlijk bij een begin. Maar een verhaal is niet het begin van alles. Er is al een wereld met een bepaalde geschiedenis, een familiekroniek duurt al jaren voort, een talent zit in de genen van je personage… Er zijn talloze manieren waarop jouw fictieve wereld wordt gevormd tot wat die is of gaat zijn. Als je deze geschiedenis bestudeert, kan je heel wat informatie over je wereld, personage en het plot ontdekken.

De familiekroniek

De familie van je personage geeft een schat aan informatie weer. Bedenk wat je personage erft, in de brede zin van het woord:
* geld
* normen en waarden
* bepaalde genen en talenten of aanleg voor ziekten als gevolg daarvan
* eventuele lusten en lasten die horen bij de familienaam. Als je personage kind is van een belangrijk historisch figuur, zal de rest van de wereld ergens geloven dat het kind dezelfde of soortgelijke overtuigingen heeft. Dat kan je personage als voordeel gebruiken om de comfortzone extra knus te maken, maar het kan ook een reden zijn om zich van de familie te willen distantiëren. Of het kind krijg een torenhoge lat van verwachtingen mee waar het nooit aan kan voldoen, met alle gevolgen van dien.

De optelsom van alles dat je personage kan erven, kan een groot deel van de personagebiografie bepalen.

Vergeet ook de verhoudingen tussen je personage en specifieke familieleden niet. Als er een engel van een oom aan vaderskant is, maar een tirantante aan moederskant, raad eens bij welke kant van de familie je personage dan liever op bezoek gaat? Zorgt die afstand met de familie aan moederskant voor een verwijdering? Wat heeft dat voor gevolgen?

Algemene geschiedenis in je boek

Natuurlijk zijn er ook gebeurtenissen waarmee je personage persoonlijk op geen enkele manier een verband mee heeft. Desondanks zou je personage niet leven (zoals het gewend is) als iets in de geschiedenis anders was gelopen, door toedoen van een bepaald persoon of moment.

* Hoe zou de hedendaagse wereld eruit hebben gezien als Alan Turing er niet was geweest? Deze man wist in de Tweede Wereldoorlog Enigma te kraken door de eerste versie van een computer te bouwen. Had de baan die jij nu hebt dan bestaan? Kun je je een wereld voorstellen zonder smartphone?
* Of nog heftiger: als Stanislav Petrov er niet was geweest, was jij er waarschijnlijk ook niet (meer). Hij schatte tijdens de Koude Oorlog goed in dat een melding van een nucleaire aanval van de VS vals alarm was en besloot die melding stil te houden. Had hij zijn meerderen geïnformeerd, dan was de nucleaire oorlog een feit geworden.

Dit zijn grote voorbeelden, maar dit butterfly-effect kan je ook kleiner inzetten; een onbekende heeft ooit de jurk ontworpen waar jij zelfvertrouwen van krijgt.

Waarvoor kan je deze geschiedenis gebruiken?

Van algemene (fictieve) geschiedenis kan je veel leren als je die in de context van je verhaalthema plaatst. Je moet hiervoor wel een beetje ‘achteruit denken.’ De heren Petrov en Turing moesten onder tijdsdruk enorme beslissingen nemen en hebben de geschiedenis bepaald. Dit zijn helden in de meest zuivere zin van het woord. Heeft jouw personage iets met deze mannen gemeen dat je kan gebruiken voor diens heldenreis? Jouw personage moet immers ook een held worden en een geschiedenis bepalen of maken, zij het in iets bescheidener zin.
Als jouw personage ook met computercodes werkt, doe je schrijfonderzoek naar coderen. Zoals we zagen bij Turing en Petrov kan presteren onder druk daar een onderdeel van zijn. Dan zou stressbestendigheid zomaar het verhaalthema kunnen vormen.

Kijk eens of er in de geschiedenis (van jouw verhaal) iemand is die wat betreft thema, karaktertrekken, vaardigheden of belangrijke elementen uit de personagebiografie overeenkomsten heeft met je personage. Dat kan helpen om jouw personage realistisch te portretteren en kan het op eerdere gebeurtenissen en ervaringen van anderen voortbouwen. Zo vindt een historisch personage een/het wiel uit, waardoor je personage kan bedenken dat je met dat wiel een kar kan maken. En daarmee schrijft je personage geschiedenis. Of liever gezegd: kan jij diens heldenreis schrijven.

Alternatieve geschiedenis

Alternatieve geschiedenis is de ‘Wat als?-versie’ van geschiedenis. Om de heldenreis, plottwisten en verhaalthema nog verder te kunnen verduidelijken voor jezelf kan je bepaalde keerpunten in de geschiedenis (van je verhaal) in je opschrijfboekje een alternatieve versie geven. Net als bij de echte geschiedenis kan het butterfly-effect dat de gang van zaken in de alternatieve geschiedenis verandert zowel groot als klein zijn. Ga eens graven en speuren en verander alles wat van waarde lijkt: karaktertrekken van personages, plotpunten zoals beslissingen of het niet nemen van een vervoersmiddel, het vertellen van een geheim…
Je zal merken dat je van sommige dingen te weten komt dat ze het hele verhaal bepalen, terwijl jij dacht dat het een detail was.

Tante Marietje is de zure, verbitterde oudtante van de familie die op feestjes altijd moppert. Hoeveel verschil kan dat maken? Nichtje Gerda krijgt daardoor nooit een liefdevolle levenspartner. Marietje was het oudste en meest gezaghebbende lid van de familie en is teleurgesteld in de liefde. Het cynisme over de liefde dat Marietje had is een familiethema geworden, waardoor Gerda aanleerde de partner in een relatie altijd te wantrouwen. Geef Marietje een wat meer open en vertrouwend karakter en de heldin van het verhaal, haar nichtje Gerda, eindigt wél met een blijvende, liefhebbende partner.

Of andersom. Je dacht dat het bovenstaande het geval was: alles rondom liefde was Groot en Dramatisch met hoofdletters. Maar nu laat je Gerda in een alternatieve geschiedenis die ene, schijnbaar onbelangrijke liefdesbrief die ze zowat voor de lol schreef, wel naar Olivier sturen. Ze eindigen als gelukkig getrouwd stel. Oudtante Marietje bleek niet de schakel die het verhaal liet (spaak)lopen… Juist een detail blijkt allesbepalend.

Je kan van grote en kleine dingen in de (fictieve) geschiedenis ontzettend veel leren en verborgen informatie vinden, zeker als je ermee durft te spelen of de spreekwoordelijke radartjes van de grote machine gaat (onder)zoeken.

Veel plezier en succes daarmee!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van 3209107 via Pixabay

Je personage: waarvan raakt het van slag?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over datgene waarvan je personage van slag raakt.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Het is altijd handig om te weten waarvan je personage van slag raakt. Ga maar na wat er dan gebeurt: je personage raakt in paniek en weet even niet wat het moet doen. Of verdriet, angst of woede neemt het voortouw. Je leert hiermee niet alleen wat de zwakke plekken zijn van je personage, maar ook wat het doet als het door emoties geen controle meer heeft of kan nemen over de situatie. Dat gegeven kan je gebruiken om belangrijke keerpunten in je plot te bedenken.

Is dit altijd hetzelfde?

Je personage kan van slag raken om twee redenen. De eerste reden is in essentie simpel: je personage is op dit exacte moment bang (voor het onweer buiten, om te laat te komen, dat het inderdaad de slechte ouder is die het vreesde te zijn…)
Maar het kan ook zijn dat je personage niet in diens beste toestand verkeerd. Dat kan zo klein zijn als snibbig worden als je te lang niets gegeten hebt, of om het minste in tranen uitbarsten omdat je personage aan een mentale taks zit en het tijd wordt om een psycholoog op te zoeken. Kijk dus goed of dit een tijdelijke, kleine uitbarsting van verlies van geduld betreft, er een grotere angst in het spel is of dat er meer aan de hand is. Dan weet je zeker dat de mate van de uitbarsting ook aansluit bij de situatie en kan je er ook realistischer over schrijven.

Wat kan je te weten komen?

Een kenmerk van de narratieve held is dat die vrijwel altijd controle moet hebben over zijn eigen verhaal – al is het maar om een pixie-personage te voorkomen. Als de held van slag is, gaat dat niet. Je krijgt op zo’n moment te weten wie of wat het van je personage kan overnemen en wat moet gebeuren om je held weer op de rit te krijgen. Je leert zo wie de spreekwoordelijke echte vrienden zijn, en ook waar je personage nog mogelijkheden heeft om te groeien in zijn heldenrol.

Wanneer is dit belangrijk om uit te schrijven?

Vroeg of laat gaat je personage een keer van slag raken. Het ideale moment hiervoor is als ‘het harnas uit gaat’: dat moment waarop je personage zich niet groot kan of hoeft te houden en iets of iemand door datgene heen kan prikken dat die stoere titel van held heeft opgeleverd.
De succesvolle CEO heeft net een telefoontje gehad over een geliefde die ziek is geworden. Je kan al het geld van de wereld hebben, gezondheid koop je er niet mee af.
De docent vertelt dat hij weet dat de populairste jongen op school stoer doet omdat hij niet weet hoe hij om moet gaan met zijn vader die zijn moeder slaat.
Natuurlijk kan je personage ook op andere momenten van slag raken, maar als je personage gedwongen wordt het harnas uit te doen, kan dat een mooi keerpunt voor je plot zijn, in plaats van alleen maar (dramatische) opvulling. Je scène krijgt er in ieder geval wel meer diepgang van.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto by Ryan Snaadt on Unsplash.

Expositie schrijven vanuit het perspectief van een personage

Expositie is de manier waarop je informatie deelt met de lezer. Vaak is daar een voorwerp bij betrokken. Maar je kan ook je personage aan het woord laten, door vanuit diens perspectief te vertellen wat het weet. Dat kan een struikelblok zijn, maar als je het goed doet, hangt de lezer aan je lippen.

De basis van expositie

Ik schreef al eerder over de basistechnieken en valkuilen van expositie. Samenvatting van de valkuilen die de blogpost benoemt:

  • Je personage vertelt letterlijk aan een ander wat er in het verhaal gebeurt: een gevaarlijke mix van infodump en tell.
  • Er is een enkel personage dat alles weet: het personage komt op de preekstoel
  • Een voorwerp wordt als cliché gebruikt om een aankomende onthulling te verklappen. Een voorbeeld is de verstopte liefdesbrief op zolder.

De paradox van expositie

Expositie kan erg lastig zijn om goed te schrijven. Het is immers broodnodig om bepaalde informatie met je lezer te delen, zodat die kan leren over relaties tussen personages onderling, nieuwswaardige gebeurtenissen in je fictieve wereld, enzovoorts. Maar als je personages altijd die informatie delen of daar zelf achter komen op het exacte moment dat de lezer die informatie ook hoort te weten, dan gaat dat erg geforceerd overkomen. Zo kan je al snel in een paradox belanden: je moet informatie delen op het moment dat je lezer het hoort te weten, maar niet op dat exacte moment dat je niets anders kan doen dan informatie delen op het moment dat het plot met informatie aangevuld moet worden.

Het perspectief van een personage bij expositie

Als je expositie niet geforceerd wil laten overkomen, helpt het uitgangspunt : ‘Zie het feit dat je personage überhaupt iets aan een ander uitlegt als een cliché’ en ga het dan clichébestendig maken. Het uitgangspunt en resultaat draaien dan om de intrinsieke motivatie van je personage om die krant aan te geven waar het verschrikkelijke nieuws in staat, om nu alle kaarten op tafel te leggen, een geheim te verklappen waardoor een mysterie wordt opgelost…

Je kan jezelf verschillende vragen stellen die je helpen om te bepalen hoe je personage de expositie kan inzetten en waarom.
* Waarom besluit je personage uitgerekend nu iets te vertellen?
– Heeft het eindelijk voldoende informatie verzameld om te delen?
– Kan het het gewicht van een geheim niet meer dragen?
– Voelt het zich in dit moment enorm eenzaam en zegt je personage dus iets om maar gehoord te worden?
– Is er sprake van acute noodzaak?

Bij de vraag: ‘Waarom nu?’ is het belangrijk dat je het antwoord een aanloopje geeft of dat het wat ‘aangekleed’ wordt in de scène, soms zelfs in de meerdere scènes die eraan voorafgaan. De mate daarvan is afhankelijk van hoe belangrijk de expositie is. Denk bij ‘aankleding en aanloopjes’ aan dingen als:

  • Als je personage een geheim gaat vertellen, laat dan in eerdere scènes wat geruchten gonzen, geef hints naar het geheim en maak het personage een paar momenten voor het vertellen van het geheim bloednerveus.
  • Een goede sfeeromschrijving. Dat doet wonderen: is de kamer al bedompt of donker voordat het eenzame personage de kamer betreedt?
  • Andere belangrijke medepersonages wachten met smart op de informatie die ze gaan krijgen van de hoofdpersoon. Dan voorkom je dat vergadervoorzitter op een slaapverwekkende infodumppreekstoel komt te zitten. Als andere personages horen of ze ontslagen worden of promotie krijgen -lees: als er voor hen iets persoonlijk op het spel staat– is de informatie geen droge kost meer.

Vraag jezelf ook af met welk personage je te maken hebt en welke karaktertrekken het heeft. Die vind je in de personagebiografie. Stel dat de partner van je hoofdpersoon een rommelige chaoot is. Dan kan je personage het wereldnieuws van die dag horen op het achtuurjournaal. Maar ’s ochtends vroeg is de partner bij het ontbijt rustig de krant aan het lezen, kijkt vervolgens op de klok, schrikt zich dood en vertrekt in alle haast, waarbij de krant op de grond valt. Je hoofdpersoon ziet de schreeuwende kop dan al als die de krant op wil rapen.
Dit trucje is wel een grijs gebied; als je het te vaak toepast of het er duimendik bovenop legt, dan kan het alsnog een deus ex machina lijken. Maar het is sowieso genuanceerder dan het recht voor zijn raap cliché: “Heb je het al gehoord?!”

De overbodige schrijver

In zekere zin gaan deze tips voor vlotte expositie uit van het principe dat de schrijver overbodig zou moeten zijn.
Als jij een plot hebt wat ergens heen gaat of heen moet, en je personages hebben eigen drijfveren en willetjes, dan gaan zowel het plot als de personages niet ‘wachten’ tot de lezer iets snapt. Het plot moet verder en de personages gaan ook verder met hun leven, want die hebben niet door dat ze geschreven worden, dat ze fictief zijn. Probeer het verhaal en de personages visueel voor je te zien als een film die zich als vanzelf ontvouwt. Wat zou er dan gebeuren als jij als schrijver niet ingrijpt of iets stopzet omwille van verduidelijking voor de lezer? Probeer dingen die je daar als een ‘show don’t tell’ ziet gebeuren te gebruiken als middel voor expositie.

Spreid de informatie

Soms ontkom je er niet aan en moet je veel informatie delen. Probeer die zoveel mogelijk over je boek te verspreiden. Mocht het dan zo zijn dat je bij de onvermijdelijke ‘verklarende expositiemonoloog’ beland, waar alle informatie op een rijtje komt te staan, dan voelt het niet meer als een grote brok aan informatie, maar als een hoop puzzelstukjes die ineens in elkaar passen. Dat leest heel fijn voor de lezer en als schrijver is het heel bevredigend: daar komt al je harde werk mooi bij elkaar op een rijtje: dat heb je toch maar goed voor elkaar gekregen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Je personage: het lievelingskostje

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over het lievelingskostje. Als je wat met taal en associaties durft te spelen, kan dat een schat van informatie opleveren.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Laten we eerst eens kijken wat een lievelingskostje over je personage kan zeggen. Het kan een show, don’t tell zijn van een bepaalde levenswijze. Neem kaviaar. Dat is niet het lievelingskostje van iemand die dat nooit geproefd heeft als diegene dat domweg niet kan betalen. Iemand die dol is op maaltijdshakes, zal met waarschijnlijk veel met (gezond) gewicht en beweging bezig zijn.
Je kan ook spelen met symboliek. Zo is het suikerzoete meisje dol op pannenkoeken met een lading stroop en schrikt de pittige tante niet van sterk gekruide curry, integendeel zelfs.

Soms kan iets tussen de regels door veel over je personage zeggen. Nu gaan we echt spelen met taal! ‘Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.’  Boer Piet is daarom niet alleen dol op aardappels met vlees en groenten, maar gaat ook van zijn lang zal ze leven Nederland niet verlaten. Dat ‘gekke buitenland’, met andere talen, gewoontes en – jawel – eten, dat hoeft van hem allemaal niet zo.

Je hoeft niet per se zaken over je personage te kennen die je tussen de regels door iets meer vertellen, maar als je dit soort dingen opmerkt, doe er dan vooral je voordeel mee. Wie weet waar je nog meer achter komt…

Staat dit gegeven vast?

Natuurlijk kan je lievelingskostje veranderen, anders waren we met zijn allen nog net zo dol op frietjes als toen we kleuters waren. Hoewel je favoriete eten an sich weinig zegt, kan het feit dat je smaak letterlijk verandert, wel een mooie manier zijn om de groei of verandering van je personage aan te duiden.
Ammenooitniet zou jouw personage in hoofdstuk 1 slijmerige, glibberige, zoute oesters eten. Maar in hoofdstuk 4 is er wel een overwinning als die bij het proeven best lekker blijken. Het personage is de comfortzone uitgegaan en daarmee gegroeid. Speel op zo’n zelfde manier ook met symbolieken. Het eten van de oesters kan dan een aanleiding zijn om symbolisch aan te geven dat ook de smaak van je personage vanaf nu ook in andere opzichten  gaat veranderen. Een paar hoofdstukken later is de kledingstijl van je personage veranderd. Misschien kan je ook wel te weten komen of daar – los van eten of de symboliek van smaak-  een expliciete reden voor is.
Gaat je personage zich bijvoorbeeld stijlvoller kleden nu het meer zelfvertrouwen heeft gekregen?

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het lievelingskostje wordt pas belangrijk in de zuivere zin van dat woord wanneer je het gebruikt zoals in dit artikel: als symboliek, of een  waardevolle informatie die je tussen de regels door oppikt. Natuurlijk kan het lievelingskostje ook gewoon een grappig, onbelangrijk detail blijven wat grappig is voor jou als schrijver, maar om verder niets mee te doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wanneer is iets belangrijk genoeg om op te schrijven in je boek?

Informatie geven in je verhaal kan lastig zijn. Welke informatie moet je delen en wanneer doe je dat? Waar het ene detail op een bepaald moment het hele verhaal bepaalt, kan iets wat in het verhaal als geheel zeer belangrijk lijkt, een irrelevant detail zijn. De vraag die je jezelf moet stellen is: ‘Wat is nu van belang in deze scène?’ In deze blogpost leer je hoe je die afweging maakt.

Is dit detail onbelangrijk in mijn boek?

Laten we beginnen met iets wat een open deur lijkt: een detail is iets kleins. Maar dat betekent niet altijd dat het onbelangrijk is. Het hangt van de context af. Soms kan iets kleins een groot verschil maken, of iets ‘groots’ helemaal niet van belang zijn. Dit is belangrijk om te weten als je een personagebiografie maakt. Zodra je het onderbuikgevoel krijgt dat iets belangrijk is, schrijf het dan op. Je zal ervan schrikken hoe vaak iets weten – al is het maar ‘voor het geval dat’- je later in het uitschrijven van je verhaal je verder kan helpen, zoals bij het beslissen hoe je een bepaalde relevantie bepaalt.

Voorbeeld: Japans spreken

Ik kan een beetje Japans spreken. Als ik niet dichtklap, spreek ik het goed genoeg voor een paar minuten redelijk vlotte smalltalk. Ik heb een aantal situaties in gedachten die ik verderop uitschrijf, om te laten zien wanneer iets inderdaad relevant is en wanneer niet.
Schrijf voordat je verder leest eens op wanneer je denkt dat dat nuttig is voor een lezer om te weten voor het verhaal en wanneer niet. Vooropgesteld: in jouw scène is mijn persona in Japan.

Kijk nu eens naar deze tabellen. Staan er dingen in vermeld die je niet verwacht had, of zelf(s) in de andere tabel had geplaatst?

Het is belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat
ze verdwaald is…dit nu eerder een probleem dan een conflict vormt: de taalbarrière is immers weg.
ze verdwaald is …de gemiddelde Japanner al verbaasd is als je meer dan ‘konichiwa’ kan zeggen. Je kan verwachten dat je heel wat vragen en een kort gesprekje krijgt als je een paar volzinnen Japans spreekt. Wie weet wat de wegwijzer Nadine nog allemaal vertelt. Wat ze in de omgeving kan doen, bijvoorbeeld. Daardoor kan Nadine besluiten om haar hele reisplan om te gooien.
ze in een restaurant zit …de lezer weet dat ze krijgt wat ze lekker vindt, niet verrast wordt met iets onverwachts. Dat soort informatie kan een spanningsboog bepalen of veranderen.
een reis alleen maakt …de hele reiservaring (lees: het verhaal) anders is als je een vreemde taal in een vreemd land al dan niet spreekt.
Het is niet belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat…
ze verdwaald is…Nadine in de middle of nowhere is. Dat ene hert dat ze tegenkomt, spreekt Nederlands noch Japans…
Ze in een in een restaurant zit …het gemiddelde Japanse restaurant het menu in plastic in de etalage heeft staan, of anders op hun papieren menu foto’s van alle gerechten zet. De kans is dus klein dat je ècht niet weet wat er op je bord komt, ook als je geen Japans spreekt.
Ze in een restaurant zit …ze aan het begin van de scène het eten al besteld heeft. En je mag niet praten met volle mond 😉
Ze een groepsreis maakt met een reisgids…voordat Nadine de kans krijgt om echt Japans te spreken, ze alweer achter het vlaggetje van de gids aan moet lopen.

Sommige voorbeelden zijn erg flauw, maar ik hoop dat je ziet welk punt ik wil maken. Iets wat essentieel lijkt, is al eerder duidelijk gemaakt, of totaal niet belangrijk op het moment zelf. Of is juist erg belangrijk op een moment of een manier die je in eerste instantie niet verwacht.

Het belang van een gegeven in het moment bepalen

Er zijn twee manieren om relatief makkelijk te bepalen wanneer iets relevant is om te noemen. Begin met jezelf de vragenreeks van 5W1H te stellen.
Wie? Wie speelt er in deze scène mee? Als er meer mensen zijn, bedenk dan wat hun onderlinge relatie is.
Wat? Wat is er aan de hand?
Wat? Wat wordt er in gang gezet? Als je plot een pageturner moet worden, moet het oorzaak en gevolg hebben.
Waar? Waar speelt de scène zich af?
Wanneer? Welke tijd van de dag is het? Welke dag van de week? Welke eeuw? Context van tijd kan een groot verschil maken.
Waarom? Waarom schrijf je deze scène überhaupt, wat wil je ermee duidelijk maken? En waarom schrijf je hem nu, en niet een alinea of hoofdstuk eerder of later?
Hoe? Hoe ziet de omgeving eruit waar de scène zich afspeelt? Besteed de nodige aandacht aan sfeeromschrijving. Dan kom je vanzelf te weten of het belangrijk is om de kleuren van het huis te benoemen, of juist niet.
Probeer de ruimte zo visueel mogelijk voor je te zien. Onderschat daarbij niet dat vooraf schrijfonderzoek doen erg belangrijk kan zijn. Je zou door de mand vallen als je een klein Japans restaurant hetzelfde zou omschrijven als een klein Nederlands eetcafé. Een klein restaurant betekent in Japan: iedereen eet aan de bar, met de neus op de kookpotten, en er is plaats voor net of nog geen tien mensen.

Nog iets over de ‘watten’. Probeer daarbij verder te kijken dan je neus lang is, verder dan alleen de scène die je schrijft. Dus niet alleen: Nadine zit te eten met een tafelgenoot waar ze indruk op probeert te maken. Dat kan namelijk van alles zijn en verschillende redenen hebben. Er komt hier nog een extra wat bij, zo je wil. Wat houdt die ‘wat’ in?
Wil mijn persona indruk op die man maken omdat ze daar wel een beschuitje mee zou willen eten, of is het een belangrijke zakenrelatie en staat er een belangrijk contract op het spel? ‘Indruk maken op’ heeft hier twee heel verschillende betekenissen. Als vanzelf zijn er dus andere dingen en details van belang om al dan niet mee te nemen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto banner door Falco Negenman op Unsplash.

Je personage: de verborgen leugen

Als je een personage gaat schrijven biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over de verborgen leugen.

Wat is de verborgen leugen?

In dit artikel wordt met de verborgen leugen bedoeld: datgene wat het personage zichzelf wijsmaakt, hoe het tegen zichzelf liegt. Dus niet: “Nee, schat, ik ben niet vreemdgegaan…” Maar: “Nu ik weet dat ik onvruchtbaar ben, kom ik daar wel overheen,” terwijl je personage diep vanbinnen weet dat het daar altijd groot verdriet om zal blijven houden.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Als je personage tegen zichzelf liegt, is dat vanuit mentale zelfbescherming. De pijn van de achterliggende waarheid is te groot om echt onder ogen te zien. Dat betekent ook dat er iets ongemakkelijks blijft sluimeren in het onderbuikgevoel of het hoofd van je personage. Bewust of onbewust gaat je personage dingen doen of uit de weg om dat rotgevoel niet naar de oppervlakte te laten komen. Met andere woorden: die weggestopte leugen kan invloed hebben op het complete doen en laten van je personage.

Staat dit gegeven vast?

Een verborgen leugen is in bepaalde opzichten net zo belangrijk als het centrale conflict. Soms is het er ook een onderdeel van, of vormt het dat zelfs. Daarom is de leugen zelf niet veranderlijk, maar wel dynamisch: je personage zal er gedurende het verhaal anders naar kijken of mee leren omgaan. Dat is allemaal afhankelijk van wat het leert met het vallen en opstaan binnen het centrale conflict.

Wat kan je te weten komen?

De verborgen leugen legt het grootste pijnpunt van je personage bloot. Het verschilt per verhaal hoe groot en belangrijk dat pijnpunt is. In het ene verhaal is de heldenreis het aangaan van de pijn die bij de leugen komt lijken. Andere keren beperkt het zich tot een enkele scène met veel gewicht.
Neem iemand met onvruchtbaarheid. Als het ene na het andere koppel in de vriendenkring kinderen krijgt, is het niet onlogisch dat je personage bij de volgende zwangerschapsaankondiging in plaats van dolenthousiast uiteindelijk een keer afgemat ‘proficiat’ zegt. Als de aanstaande ouders dat persoonlijk opvatten, kan dat voor een tijdelijke dip in de vriendschap zorgen. Dat maakt een pijnlijke, heftige en dynamische scène, maar het hoeft niet meteen de basis van het verhaal te vormen.
Hoe dan ook, je leert waar je personage geïrriteerd, moedeloos, kwaad of verdrietig van wordt. Dat is kennis die altijd bruikbaar is.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

Je kan zelf beslissen of je personage uiteindelijk deze leugen doorziet of niet. Als dat zo is, houd er dan rekening mee dat dat een heel verwerkingsproces met zich meebrengt. (Hoe heb ik mezelf al die tijd zo kunnen bedriegen?!) Dat is altijd een belangrijk deel van de heldenreis dat je niet over kan slaan. Als de leugen niet uitkomt, is het nog wel handig om hem voor jezelf duidelijk te hebben. Al is het maar omdat je dan subtiel kan spelen met zaken waar je personage mee worstelt, voor terugdeinst of voor wegloopt. Dat komt de spanningsboog altijd ten goede, omdat de lezer zich dan altijd af zal vragen: ‘Wat is er toch aan de hand?’ In die nieuwsgierigheid en afwachting zal de lezer de pagina’s blijven omslaan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Annie Spratt op Unsplash.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: de praktijk

Je kan een onmogelijk of onlogisch lijkend verhaal geloofwaardig en leesbaar houden. Deze week kijken we naar de praktijk.

Hoe schrijf je iets ongeloofwaardigs geloofwaardig op?

Je kan allerlei zaken in je voordeel gebruiken om iets ongeloofwaardigs realistisch te laten lijken. Ik gaf vorige week al al een aantal voorbeelden. Je kan ook zelf wat meer experimenteren en bedenken. Maar je creativiteit en je talent geven uiteindelijk de doorslag, er is niets wat je moet gebruiken als het om uitschrijven gaat. Maar als het gaat om de manier waarop je schrijft, zijn er wel een aantal dingen doorslaggevend.
* eigenlijke gebeurtenissen
* de waarheid van je personage
* sfeeromschrijvingen

en wel in die volgorde. Oftewel: er gebeurt iets, dat beleeft je personage op diens eigen manier, waardoor er een bepaalde sfeer ontstaat.

De beleving van je hoofdpersonage moet kloppen

Hakim wordt ontvoerd door een T-rex. Hij is doodsbang, dus de sfeer wordt angstig en grimmig. Vast en zeker beschrijft de volgende scène hoe de woeste T-rex Hakim bijna gaat oppeuzelen.
Maar Imran is een T-texfluisteraar. Die zal het dus supertof vinden dat hij eindelijk weer eens zo’n wezen tegenkomt. De scène zal vrolijk of tragisch verdergaan, al naargelang wat de T-rex bezighoudt in het leven. Sowieso ga je niets bloedstollends meer lezen; Imrans perspectief en de vaststaande gebeurtenissen zijn er niet naar.

Bang voor Rex of niet, in beginsel zijn beide verhalen over Hakim en Imran ongeloofwaardig; je kan überhaupt geen T-rex tegenkomen. Maar houd je aan de eigenlijke fictieve of ongeloofwaardige feiten van je boek, borduur verder op de waarheid van je personage en zet vervolgens de bijpassende sfeer of toon voor het verhaal. Dan is het alsnog makkelijk voor de lezer om zich over het absurde van het verhaal heen te zetten en zal die ‘geloven’ dat dinosaurussen nog bestaan.
Een lezer beleeft het verhaal altijd vanuit het perspectief een personage en wat dat meemaakt of overkomt. Zolang het idiote of onwaarschijnlijke plot aansluit bij hoe het personage dat beleeft, gelooft de lezer je vaak, hoe absurd het verhaal ook is.

Casus: de verliefde nazisoldaat

Wat als er veel meer en ingewikkeldere, diepgaandere zaken spelen dan levende T-rexen?
Casus: een nazi wordt verliefd op een Jood en later trouwen ze. Dit gegeven begon als een idee voor een casus, maar toen ik ging googelen, scheen dat ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. (Om ‘te gek om te geloven’ maar weer even te ontkrachten.) Ik baseer mijn voorbeeld echter niet op de waargebeurde casus.

Bedenk als eerste wat de geloofwaardigheid van het verhaal in de weg staat.
* Je hebt de tijd niet om verliefd te worden als je iemand binnen een tel dood hoort te schieten.
* Je wordt ook niet verliefd op iemand als je die vanwege indoctrinatie niet eens als menselijk beschouwt.
* Je valt niet op iemand als je denkt dat diegene aankijken alleen al je dood kan betekenen.
enzovoorts, enzovoorts.

Bedenk dan wat de makkelijke weg is om die lastige omstandigheden te omzeilen. Dat gebeurt meestal met behulp van:
* Schadelijk overromantiseren: ‘de Jodenvervolging was niet zo erg als wordt beweerd, want er waren ook soldaten die niet elke Jood doodgeschoten die ze zagen…’ ‘Liefde op het eerste gezicht overwint alles!’
* Enorm toeval/ Deus ex machina 10.0: De Nazisoldaat kent iemand die iemand kent die alles geheim kan houden. Die persoon staat ook nog eens in contact met degene die de Jodin haar onderdakadres heeft bezorgd. Zo blijft alles veilig en geheim.
* Een buitengewoon machtige Pixie: de collega van de soldaat heeft in het geheim ook een relatie met een Jodin. Daarom voert hij allerlei dingen in het geheim uit, om de liefde van zijn collega óók mogelijk te maken. Zodanig veel, dat er voor het aankomende koppel zelf relatief niets meer is om zich zorgen om te maken.
Zoals je waarschijnlijk ziet, zijn is er vaak een combinatie van bovenstaande factoren in het spel.

Wees vervolgens eerlijk: draai die makkelijke manieren om en kijk wat er aan harde realiteit overblijft. Word een historicus en psycholoog. Het centrale conflict in jouw verhaal met de bijbehorende harde realiteit is nu eenmaal ingewikkeld, dus daar moet je ook de nodige verdieping over geven. Doe schrijfonderzoek en vraag je dingen af als:

*Hoe moeilijk en eng moet het zijn om verliefd te worden als iemand je daarom kan vermoorden, zodra dat naar buiten komt? Als je weet dat cupido je personages niet zomaar redt, hoe ga je er dan over schrijven?
* Hoe gaat de soldaat zijn contact met de Jodin verklaren, als zijn meerdere hem vraagt waarom de vrouw nog steeds niet is geëxecuteerd? Wat zouden historisch gezien de gevolgen zijn? Hoe denken de geliefden daarover en hoe handelen ze daarnaar?

Ook als je verhaal niet per se duister van toon is, maar wel onmogelijk lijkt, is de realiteit ‘hard‘. Stel dat je schrijft over een stel dat in gelukkige omstandigheden bij elkaar komt, maar de kans een op de miljard is dat ze bij elkaar blijven. Ook al is dood en verderf daar niet de oorzaak van, dan nog moet je gaan onderzoeken -net als je personages dat zullen doen- wat er moet gebeuren om die nihile kans alsnog te laten slagen? En omdat dat zoeken is naar een speld in een hooiberg ter grootte van de Mount Everest, zullen ze daar echt wel moedeloos van worden. Het centrale conflict is gewoon per definitie moeilijker als de kans van slagen kleiner is. De ‘vrolijke en makkelijke’ overvloeden aan Deus, Cupiodo’s en Pixies hebben in een realistisch verhaal wat dat betreft weinig tot niks te zoeken.

Ga als laatste het rijtje van eigenlijke feiten, persoonlijke beleving en sfeeromschrijvingen af. Voor de nazisoldaat zou dus gelden dat:
Door het regime zijn liefde onmogelijk en verboden wordt geacht. Hij is zelf al niet de dapperste, dus waar hij sowieso dag en nacht op zijn hoede was door de oorlog, is hij nu al helemaal op zijn scherpst. Dat zou een duistere, beklemmende sfeer aan je tekst geven. Misschien wordt je soldaat met vlagen wel paranoïde. Dan zou je dus een surrealistische, enge horrortoon kunnen schrijven. En omdat het realistisch is dat de soldaat zich zo zou voelen, wordt het onwaarschijnlijke element in het verhaal als vanzelf niet meer waar het verhaal van valt of staat.

Heel simpel samengevat moet je dus ervoor zorgen dat niet het onwaarschijnlijke feit zelf, maar al het realistische eromheen je verhaal gaat dragen.
Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Giorgio Trovato op Unsplash.

Je personage: wat zou het doen met een miljoen?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over wat het zou doen met een miljoen.


Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Toegegeven, het is een cliché, maar het is erg handig om te weten wat je personage met een miljoen zou doen. Een miljoen is namelijk een geldbedrag waarmee je heel wat hindernissen uit de weg kan halen. Je kan er studie volgen aan de universiteit zonder in geldnood of schulden te komen, hypotheken aflossen, een duur medicijn voor een zeldzame ziekte mee bekostigen, of zonder zorgen eerder stoppen met werken en pensioneren in een verafgelegen paradijs. Deze hindernissen gelden echter voor de meeste mensen. Er is ook een handjevol mensen voor wie een miljoen een schijntje is. Dan kan je je afvragen: wat zou je personage doen met wat voor diegene niets voorstelt, maar waar je in de praktijk wel een project mee op poten zou kunnen zetten?

Wat kan je te weten komen?

Geld maakt niet gelukkig, maar het kan wel verschillende dingen voor elkaar krijgen, zoals je al kon lezen. Als je personage ergens het geld niet voor heeft, dan wordt het dus ergens in gehinderd. Het kan niet doen wat het graag zou willen doen. Bedenk dus: wat zou mijn personage doen als geld geen bezwaar is? Dat kan een droom weerspiegelen, maar ook andere karaktertrekken van je personage blootleggen. Als het (plotseling) rijk is, is het dan gul met dat geld, of juist krenterig? Dat kan vrijgevigheid of egoïsme laten zien, of de angst controle (over het geld) te verliezen. Wat het antwoord daarop ook is, meestal is dat informatie die je ergens wel terug kan laten komen in je verhaal, of die zelfs broodnodig is om over je personage te weten.

Staat dit gegeven vast?

Net zoals een droom in de loop der tijd kan veranderen, kan het ook veranderen hoe en waaraan je personage geld besteedt. Denk aan verschillende levensfasen. Een dertiger zet waarschijnlijk geld opzij zodat de kinderen later kunnen studeren. Bij een pensionaris of hoogbejaarde is het waarschijnlijker dat die het in een keer aan iets uitgeeft om nog een laatste wens te vervullen.
Maar dit gegeven kan ook van de een op andere dag veranderen.  Als je huis van de een op de andere dag door natuurgeweld verwoest wordt, dan ga je het geld niet meer aan een luxe wereldreis besteden… Gebruik deze vraag dus gerust óók om na te denken over mogelijke, spannende, plottwists.

Moet dit gegeven in je verhaal terugkomen?

De welbekende miljoenvraag is een mooi voorbeeld van iets dat je bijna altijd in de personagebiografie laat staan en niet met de lezer deelt. Gebruik je bevindingen uit de bovenstaande alinea’s als show, don’t tell of om je personage verder uit te werken. Laat je het personage zomaar antwoord geven op de miljoenvraag, dan komt het vaak als een infodump over.
De miljoenvraag is vaak een ‘personage in ontwikkeling’- vraag. Een vraag die jij als schrijver jezelf stelt aan de tekentafel. En de tekentafel hoort niet in een uitgewerkt verhaal thuis.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Robert Anasch op Unsplash.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: inleiding

Schrijven is heerlijk om te doen, omdat in je creativiteit de mooiste dingen kan vertellen. Maar die creativiteit heeft grenzen: om plezierig te lezen, moet een verhaal logisch blijven. Maar soms bedenk je een plot wat in eerste instantie niet logisch is. Gelukkig hoef je dan niet meteen je hele verhaal te parkeren. Als je verhaal niet realistisch is of lijkt, dan moet je het realistisch maken met een logica die passend is voor het verhaal. In deze post gaan we kijken wat je dan kan doen.

Wat is realistisch in een verhaal?

Ik schreef eerder dat je verhaal in de basis logisch moet zijn om nog te kunnen volgen. Toch valt niet te ontkennen dat er vele goede verhalen zijn, die in beginsel niet logisch of realistisch zijn of lijken. Denk aan:
* het complete fantasygenre
* verhalen met extreme vormen van toeval waar géén deus ex machina het werk lijkt te zijn
* waargebeurde verhalen waarvan je het plot niet zou geloven als je niet zou weten dat het echt gebeurd was.

De geloofwaardigheid binnen het fantasygenre is vrij makkelijk te verklaren: de lezer weet dat het genre aan elkaar hangt van dingen die niet kunnen, dus verwacht die er ook geen verklaring voor. Bij de andere twee punten is het resultaat logisch omdat het logisch wordt gemaakt. Daar gaat deze blogpost verder op in.

Je kan het zo gek niet bedenken…

…of het is al eerder bedacht of gedaan. Je zou ervan schrikken hoe vaak dit waar is. Bedenk een werkelijk idioot wereldrecord en het blijkt daadwerkelijk bestaan. Daar is het Guinness World Book of Records een mooi voorbeeld van. Of als je denkt de mens toch niet zó slim, vredelievend, wreed of…. kan zijn: die waren er.
* Denk aan mensen als Einstein, Gandhi, of de traditie om zoutzuur in het gezicht van je vrouw te gooien. Ja, als traditie… (In deze trailer van Woman krijg je het te zien en te horen. Waarschuwing: het is geen prettige aanblik…)

In zekere zin kan je zeggen: niets is te gek om geloofwaardig te zijn. Nogal een paradox, omdat sommige dingen toch te mooi/gek/ eng… blijven om waar te lijken. Als je een ‘te gek’ moment in je plot wil verwerken, dan kan dat dus vrijwel altijd, maar moet je dus zorgen dat dat om wat voor reden dan ook niet meer te gek lijkt.

Iets te geks logisch maken

Een te gek gegeven kan je logisch maken door goed gebruik te maken van verschillende factoren zoals:
* eigenlijke gebeurtenissen
* het karakter van je personage
* beweegredenen van je personage
* sfeeromschrijvingen
* een samenhang van dingen die vaststaan
* een butterflyeffect

meestal vormt een optelsom van deze factoren een verklaarbaar resultaat.

Laten we een veelgebruikte trope van de onmogelijke/verboden liefde eens bekijken. Die klinkt waarschijnlijk ontzettend cliché en zoetsappig. Dat komt omdat die trope vaak voorkomt in het romantische genre en dat dat genre eist dat het stel met elkaar eindigt. De reden dat die verhalen vaak flinterdun zijn, is omdat die eis het enige doel van het boek lijkt te zijn. “Logica? Laat maar. Het moet een verhaal zijn wat lekker wegleest. De logica zou dat verpesten.” Dat is niet waar, maar de romantische verhalen worden vaak geschreven met kwantiteit boven kwaliteit als devies. En dan moet logica helaas sneuvelen.
Kortom: als je iets geks of zeer onwaarschijnlijks schrijft, is het de bedoeling dat je je kop erbij houdt en je schrijfkwaliteit voorop stelt om te voorkomen dat het verhaal flinterdun, cliché, ongeloofwaardig of dertien-in-een-dozijn wordt.

Laten we zeggen dat een jonge Nazisoldaat verliefd moet worden op een jonge Jodin die hij op straat tegenkomt en daardoor de wapens neerlegt. Niet echt geloofwaardig, omdat hij haar al moet arresteren voordat hij daar de kans toe krijgt. Het romantisch genre heeft dat snel opgelost: de Jodin is een prachtige vrouw, de pijlen van Cupido doen hun werk en na enkele worstelingen is de rest geschiedenis. Ik vind het idee van liefde op het eerste gezicht schadelijk voor een fatsoenlijke verhaalopbouw, zoals je hier al kon lezen.

Je zal veel van de eerder genoemde factoren moeten gebruiken om het verhaal nog enigszins leesbaar en niet suikerzoet te maken. Daarover schrijf ik in blogpost van volgende week; die uitleg verdient meer dan een vlugge honderd woorden.

Waargebeurde verhalen logisch laten overkomen

Als een verhaal van ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt, maar echt zo is gebeurd, dan heb je weinig tot geen creatieve vrijheid als je het verhaal trouw wil blijven.
Ik ben de titel van de film helaas vergeten, maar ik las ooit een filmrecentie die het plot van een op waarheid gebaseerde film samenvatte als:

Zo bizar dat het wel waargebeurd móet zijn.

Lees: dit kun je eenvoudigweg niet verzinnen, omdat het plot uitgaat van een kans op een op de negenhonderdmiljard/ tenzij je een psychopaat bent/ omdat het plot uitgaat van butterfly effect met twintig schakels, waar zelfs ’s werelds grootste fantast er hoogstens veertien zou kunnen verzinnen…
Als van jouw waargebeurde verhaal het woord ‘bizar’ zowel het plot, thema, conflict en titel zou kunnen vormen en je de nieuwe Franz Kafka lijkt te zijn, dan mag je erop rekenen dat de lezer het bizarre in het boek in die extreme vorm gewoon voor lief neemt. Ergens weet de lezer ook wel dat er een moment waarop verklaringen, hoeveel je die ook zou hebben, niet zouden voldoen om het verhaal nog logisch te maken.

Samenhang van logica zoeken

Volgende week ga ik zoals gezegd een uitgebreide casus schrijven om te laten zien hoe je iets zeer onwaarschijnlijks logisch kan laten lijken. Maar dit is alvast een regel: in alle afzonderlijke factoren die je gebruikt, moet iets klein en logisch beginnen, waarna je dat vervolgens langzaam maar zeker groter maakt, zodat het groteske ervan niet uit de lucht komt vallen. Vervolgens bedenk je hoe deze afzonderlijke factoren en dat grote ervan samen een logisch geheel kunnen vormen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.