Zo schrijf je een Karen: de vrouw met voorrecht

Karen is de laatste jaren enorm populair geworden in memes. Het is een witte vrouw die om zeer kleine dingen enorme stennis schopt. Maar Karen is ook de naam van een trope voor een bevoorrechte en vaak ook racistische vrouw. Wat is een Karen en hoe kan je haar slechte kanten ook in andere personages naar voren laten komen?

Drie kenmerken van een Karen

Laten we eerst naar de meme-Karen kijken. Je kan haar binnen een paar tellen herkennen aan drie basiskenmerken. Die gaan we verderop uitwerken om van haar geen karikatuur, maar een stevige personagetrope te maken.
* Ze heeft een typerend kapsel.
* Ze wil de manager spreken als de klantenservice haar niet 101% zint.
* Ze belt de politie als ze zich niet veilig voelt. Dat ‘veilig voelen’ is vaak zeer racistisch: Ze kan al het alarmnummer bellen omdat er een zwart persoon naast haar op een parkbankje zit. (Terwijl die persoon alleen maar naar de vogels kijkt of een boek zit te lezen.)

Dit plaatje kwam tientallen keren bovendrijven (waaronder op quora.com, mijn bron). Dat zegt genoeg, toch? 😉

Karens kapsel: teken van voorrecht

Dit kapsel zou je kunnen zien als een symbool van voorrecht. Voor dit kapsel moet je naar de kapper, deze laagjes knip je niet zelf en de highlights zet je ook niet zelf. Een kappersbeurt kost geen honderden euro’s, maar je houdt je haar, je uiterlijk en daarmee je voorkomen wel op orde. En als je daar de (financiële) middelen voor hebt, sta je al hoger op de sociaaleconomische ladder dan iemand die naar de voedselbank moet of dat ‘kappersgeld’ eerder besteedt aan nieuwe schoenen omdat het enige paar dat diegene heeft al gaten in de zolen heeft. Een arm iemand zal waarschijnlijk eerder een paardenstaart als kapsel nemen, omdat de bijbehorende punten relatief makkelijk zelf te knippen zijn en je zo kapperskosten kan besparen.
Hoewel deze beredenering zeer kort door de bocht is, hoop ik dat je zo makkelijker kan onthouden: Karen laat duidelijk merken dat ze iemand is die bepaalde voorrechten tot haar beschikking heeft. Wat typerend is voor Karen is dat ze voorrechten met rechten verwart. Een kappersbeurt blijft hoe dan ook een voorrecht, geen recht. Maar Karen verwart die dingen altijd met elkaar.

De manager spreken

Karens credo? Als je iets doet wat mij niet zint, heb ik het recht om je aan te klagen, want ik heb recht op alles wat mij een zorgeloos leventje bezorgt of dat iedereen mij onvoorwaardelijk bedient. En daarom doet of probeert Karen idiote dingen als:
* obers laten ontslaan als het eten haar niet smaakt;
* een winkelketen aanklagen als ze geen korting meer krijgt als de kortingsperiode al is verstreken.

Het alarmnummer bellen

Karen wil altijd dat alles naar haar zin gaat, kent geen onderscheid tussen recht en voorrecht en staat op een bepaalde hogere trede op de sociaalmaatschappelijke ladder. Het is dus misschien geen verrassing dat ze de neiging heeft om racistisch te zijn: ze belt meteen het alarmnummer als een zwart persoon of een andere minderheid letterlijk of figuurlijk een verkeerde beweging maakt, in plaats van dat ze eerst die persoon aanspreekt of zich überhaupt met haar eigen zaken bemoeit. Iedereen die zich onder haar op de sociaalmaatschappelijke ladder bevindt, kan zich maar beter voor haar bergen.

Karen is zo’n personage dat bij iedereen frustraties oproept.

De angst achter het voorrecht

Karen of andere personages die voorrecht en recht door elkaar halen, zijn vaak bang dat hun uw-wens-is-mijn-bevel-leventje vroeg of laat in duigen valt. De extreme behoefte aan controle en gehoorzaamheid van anderen aan Karen is vaak te herleiden naar het feit dat ze ergens diep vanbinnen weet dat ze niet zelfredzaam zou zijn als haar privileges zouden wegvallen.
Je zou kunnen zeggen dat ze haar hele leven magic pixies om haar heen heeft gehad en dus nooit echt een centraal conflict heeft gehad wat ze zelf aan heeft moeten gaan. Ze is te veel gewend aan haar comfortzone om die te durven of zelfs maar te kunnen verlaten. -In Karens geval is de comfortzone wel degelijk altijd comfortabel-.
Het is voor haar veiliger om kritiek te hebben op anderen vanuit een hogere positie dan iets te veranderen aan het haar leven waar ze iets moet doen dat meer vergt dan alleen maar commentaar hebben vanaf een zijlijn.
Dat maakt een Karen(-achtig personage) een ideale slechterik. De randvoorwaarden van een goede held zijn: laat hem groeien, laat hem vallen en opstaan en een conflict om te overwinnen. Dit weigert een Karen steevast. Ze zet alles naar haar hand om dat maar niet te hoeven. Tel haar gemene karakter bij die onwrikbaarheid op en je lezer zit gegarandeerd met knarsende tanden over haar te lezen.

Karen als een slechterik

Karen is dus een ideale slechterik. Iedereen heeft een hekel aan haar. Een aantal goede voorbeelden van Karens zijn:
* Caroline Burnham uit de film American Beauty; (Let ook eens op haar kapsel)
* Dorothea Omber uit de Harry Potter-serie.
(Als je iemand vindt die deze personages kent en geen hekel aan ze heeft, laat het me weten…)

Karen is onwrikbaar in haar manier van doen. Omdat ze weigert als persoon te groeien en haar comfortzone te verlaten, kan ze niet echt veranderen. Ze is dus niet geschikt voor een heldenrol, maar ze kan wel degelijk een belangrijk moment beleven: als de wereld die zij ‘onder controle’ heeft in elkaar stort, beleeft Karen een fikse inzinking. Daardoor kan het lijken alsof Karen een oppervlakkig personage is, maar schijn bedriegt.
Als je Karen schrijft, hou er dan rekening mee dat ze niet als een Karen is begonnen. Ze heeft door de jaren heen waarschijnlijk veel muren rondom zichzelf gebouwd. Dat betekent dat ze vaak een interessante geschiedenis heeft, al komt die in je verhaal niet naar voren. Als je die geschiedenis serieus neemt, heb je een goed personage, geen karikatuur. Ook al blijft Karen een vreselijk mens.

Schrijf je onbedoeld een Karen? Laat mij het controleren: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage overgehaald moet worden?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage overgehaald moet worden?

Je held moet altijd worden overgehaald om iets te doen waar hij geen zin in heeft. Deze comfortzone uitkomen is een essentieel onderdeel van de heldenreis. Waar moet je rekening mee houden?

Wie of wat motiveert?

Bedenk eerst wat je personage motiveert. Meestal heb je daar wel een idee van; je personage wil ergens naartoe groeien of iets kunnen doen. Is dat intrinsieke motivatie (ik wil dit zelf) of excentrieke motivatie? (als ik dit doe, word ik beloond of voorkom ik dat iets wordt afgepakt.)
Als het een excentrieke motivatie betreft, besteed dan tijd aan het uitdenken van het personage of doel wat voor die excentrieke motivatie zorgt. Dit personage of doel is óók belangrijk in het verhaal. Je moet er rekening mee houden dat je personage meer dan eens gemotiveerd moet worden als de motivatie excentriek is.

Wie zegt het? Wie helpt er?

Het is belangrijk om te weten wie je personage wil overhalen. Als het iemand is aan wie je personage een hekel heeft, zal hij zich nog meer verzetten. Als hij diegene aardig vindt, is het al een stuk makkelijker om in actie te komen.  
Als iets of iemand die je personage ongemak bezorgt probeert hem over te halen, is het fijn als je personage een maatje heeft om hem gerust te stellen of te helpen. Anders kan hij blijven weigeren om in actie te komen, terwijl dat voor het verhaal broodnodig kan zijn.  

Wat staat er op het spel?

Je kan je personage pas overhalen als hij een bepaalde urgentie voelt bij datgene wat hij eigenlijk niet wil doen. Als hij het gevoel heeft dat er nog uitstel mogelijk is, dan zal hij de neiging hebben om alles bij het oude te houden. Je zal je personage eraan moeten herinneren dat er iets op het spel staat. De beste methode is om je personage (een beetje) bang te maken:
“Als je nú niet gaat studeren, zak je voor je examen en kun je geen medicijnen gaan studeren.”
“Als je nú niet gaat zoeken, is er geen hotel meer over als je met kerstmis naar Berlijn wil gaan.”
Soms is het genoeg om je personage wat kriebels te bezorgen, soms moet je regelrecht gaan dreigen met zijn ergste angst. Dat ligt er maar net aan hoe koppig je personage is en hoe erg de situatie is.
Hoe dan ook moet je personage beseffen dat niet in actie komen bepaalde gevolgen gaat hebben.

Kan je personage het wel aan?

Je kan motiveren wat je wil, als je personage iets echt niet kan of durft, zal hij in de comfortzone blijven zitten. Geef je personage dus niet te veel om ineens te moeten doen, durven of klaarspelen. Ga goed na of datgene waartoe je je personage wil overhalen wel haalbaar is. Misschien moet het een stapje terug of moet je je personage later in het verhaal nog eens proberen over te halen, als hij al wat meer heeft gedaan, geleerd of meegemaakt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ik controleer of je personage sterk genoeg is om een verhaal te dragen. Kijk eens in mijn webshop.

Het onschuldige en nodige gebrek van je personage: de sigaret

Ieder personage moet een tekortkoming hebben. Op die manier kan je lezer zich makkelijker met hem identificeren. Maar soms is het lastig om een passende slechte gewoonte of eigenschap te vinden. In deze blogpost weeg je af wat je de sigaret van je personage kan maken.

Wat is de sigaret van je personage?

Zie de sigaret als het gebrek of de tekortkoming van je personage die hij moet hebben. Objectief gezien is zijn sigaret wel degelijk iets negatiefs, of in ieder iets wat je liever niet zou zien. Tegelijkertijd is de sigaret ook iets waarvan je kan zeggen: het is nou ook weer niet meteen crimineel slecht.
Ik heb niet voor niets de sigaret als voorbeeld genomen voor dit principe. Iedereen kent de nadelen van roken en iedereen zal het erover eens zijn dat roken niet goed is voor jou, voor anderen of in het algemeen. Tegelijkertijd: zou jij beweren dat iemand die rookt een crimineel is? Waarschijnlijk niet. Zou jij acuut de kinderbescherming bellen als je weet dat de ouders van een kind roken? Dat lijkt me wat overbezorgd.
De sigaret kan je dus zien als een karaktertrek, gewoonte of overtuiging die niet meteen wenselijk is, maar die je personage wel iets geeft om geen Mary Sue te worden.

Een sigaret is soms minder erg dan de eerste associatie die hij tegenwoordig heeft.

Je personage is meer dan een gebrek

De sigaret en de roker zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie een sigaret opsteekt, is een roker. De roker doet op dat moment iets waar steeds meer mensen zich aan storen. Maar dat maakt de roker niet meteen een racist, mishandelaar of een anderszins kwaadaardig mens. Een roker zal je waarschijnlijk wel de weg wijzen als je verdwaald bent, zonder dat je bang hoeft te zijn dat hij intussen je zakken rolt. En als je last hebt van de sigaret, zijn de meeste rokers zonder mopperen bereid om buiten te gaan staan.
Kortom: de roker doet iets slechts, maar het is niet meteen een slecht persoon voor wie je moet oppassen, of die je op basis van die ene gewoonte een ingemene slechterik kan noemen. Het voordeel van een sigaret is dat je een tekortkoming hebt die ook echt als zodanig overkomt. Ja, nagelbijten is ook een tekortkoming, maar zoiets vergeet je al snel als daar vier goede eigenschappen tegenover staan. Een sigaretje opsteken daarentegen schuif je als slechte eigenschap minder snel aan de kant.

Voorbeelden van mogelijke sigaretten

De sigaret is één voorbeeld. Als je personage niet rookt, kan je ook aan dingen denken als:
* Iemand die (zonder grote of gewelddadige gevolgen) vaak drinkt/ dronken wordt;
* Iemand met een zeer grote ecologische voetafdruk;
* Iemand die vaker of liever neemt dan geeft;
* Een vrek. Let op: er is een verschil tussen geen geld willen uitgeven of mensen die bij je komen voor hulp omdat ze in financiële nood zitten willens en wetens in de kou laten staan omdat je geld wil besparen. Daar zit een aantal ‘gradaties van slechtheid’ tussen die je niet zomaar mag overslaan in je beredenering wat iemand slecht maakt.
Hou die gradaties in je achterhoofd als je gaat bedenken wat de mogelijke sigaret van je personage kan zijn.

De noodzaak van een personage met een onschuldig gebrek

Zoals je vast wel weet, is het noodzakelijk dat je een bepaalde balans hebt van goed en slecht in je verhaal. Als je een personage met een sigaret hebt, kan dat personage je protagonist de broodnodige spiegeling geven die je held nodig heeft om te groeien. Spiegelen kan twee dingen inhouden: zorgen voor een evenwicht tussen goed en slecht of reflectie.
Met spiegelen doel ik nu vooral op wat de lezer kan opmerken aan symbolieken en het verhaalthema. Ziet de lezer bijvoorbeeld dat je personage dol is op pasteltinten en dat dat haar zachte karakter weerspiegelt? Of (heel cliché) dat de held blond is met blauwe ogen en de slechterik in het zwart gekleed gaat?
Met reflectie bedoel ik iets wat je personage aan dit soort dingen op kan vallen. Deze hele blogpost over de metaforische sigaret is een trucje voor jou als schrijver, maar dat is iets wat je personage zelf óók zou kunnen merken.

Vroeg of laat moet je held beseffen dat hij (nog) iets moet leren of dat hij zo zijn tekortkomingen heeft. Dat is belangrijk voor het centrale conflict: leren hoort bij vallen en opstaan. Zelfreflectie kan moeilijk zijn en dan is het makkelijk als je een zetje krijgt. Het is niet zo moeilijk meer om te zeggen dat je nog iets moet leren, iets niet kan doen of iets gewoon niet bij je past als er iemand in je naaste omgeving een metaforische sigaret heeft. Dan kan je hoofdpersonage iets denken als: Ik ben niet slim genoeg om te studeren. Maar mijn vriend, die hoogleraar is, heeft schulden omdat hij koopziek is. Ik heb mijn financiën op orde, dus dat doe ik nog wel goed. En trouwens, ook al is mijn vriend koopziek, het is nog steeds een beste vent: ik wil nog gewoon vrienden met hem zijn, want hij is meer dan alleen koopziek. Waarom zou ik dan niet méér dan alleen laagopgeleid zijn? Dat maakt mij toch niet meteen slecht?

Misschien ben ik wel niet zo slecht (bezig)… Deze afweging kan je personage een prettige schop uit de comfortzone geven. Zo komt er weer vaart in het verhaal.

Er komt dus een zekere mate van vergelijking bij kijken. Deze vergelijkingen zijn niet per se oordelend. Het gaat erom dat je personage een bepaalde ´ademruimte´ krijgt. Met deze ademruimte durft hij meer aan, een comfortzone te verlaten en dus verder met het verhaal kan gaan, omdat hij minder bang is om te vallen. Dit soort reflectie is niet iets dat ineens komt dagen bij je personage. Het zal een proces zijn dat een groot deel van het verhaal in beslag neemt als je personage beschamende gedachte over zichzelf heeft of weinig eigenwaarde heeft.

Ik kan controleren of je personage geoeg gebreken heeft: kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage in de rouw is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage in de rouw is? 

Het verliezen van een dierbare is een van de moeilijkste momenten in een mensenleven. Hoe vertaal je dat naar fictieve personages? Je kan rouw heel uitgebreid uitwerken of wat beknopter, maar je kan er niet helemaal omheen. 

Vijf fases van rouw

Elisabeth Kübler Ross tekende vijf fases van rouw op: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Als je rouw wil omschrijven, bestudeer deze fases dan (kort). Zo weet je waarin rouw verschilt van normaal verdriet. Dan schrijf je al realistischer over rouw dan wanneer je zou beweren dat je personage zich slechts terugtrekt en lusteloos en verdrietig is. 

Complexiteit van rouw

Als je rouw uitgebreid onder de aandacht wil brengen, zorg er dan voor dat elke fase duidelijk naar de rouw te herleiden is. Je lezer heeft er behoefte aan dat je personage zich tot op zekere hoogte voorspelbaar (lees: volgens zijn normale manier van doen) gedraagt. Rouw maakt dat lastig, omdat je dan op z’n zachtst gezegd niet op je best bent. Daardoor kan je ongewone, of schijnbaar onlogische dingen doen of zeggen. Je hoeft niet over de vijf fases te gaan preken. Andere personages kunnen opmerken dat je personage waarschijnlijk nog rouwt. Of je brengt een emotioneel beladen voorwerp van de overledene vaker in beeld. Zo kan je irrationele acties of gedachten van je personage makkelijk aan rouw koppelen en kan je lezer je personage nog begrijpen. 

Depressie

Depressie is waarschijnlijk de lastigste rouwfase om over te schrijven. Als je personage zich alleen nog maar huilend kan oprollen tot een balletje en zijn bed niet meer uit kan komen, staat je scène (of zelfs een groot deel van het verhaal) stil. Kort (door de bocht) gezegd: stilstand is geen veranderende spanningsboog, en geen veranderende spanningsboog is geen verhaal. Dat kan de neiging geven om het verdriet/deze fase van rouw over te slaan. 

Bagatelliseer rouw nooit

Je kan rouw wat minder uitgebreid uitwerken, maar je móet het serieus nemen en ergers laten terugkomen. Anders schaadt je je hele verhaal. Als de mentor van je personage sterft en je personage drie tellen later fluitend verderloopt, dan heeft dat gevaarlijke gevolgen:
* Je personage wordt onrealistisch: “Ik heb nooit verdriet, want dan ben je zwak.” Dat is allemaal leuk en aardig, maar ten eerste kan je niet áltijd onder verdriet uitkomen. Bovendien: als jij zo stoer bent dat je zelfs niet eens verdriet hebt als er een geliefde sterft, heb je dan wel van hem gehouden? Wil je dat je held overkomt als een ijskoud, liefdeloos persoon?
* Rouw is een mooi voorbeeld van ‘vallen’, horend bij het principe van vallen en opstaan in een centraal conflict. Dat is een essentieel onderdeel van je verhaal, dus dat kan je niet zomaar weglaten. 
* Als de mentor zo inwisselbaar is dat het niet uitmaakt of hij leeft of niet, wat zegt dat dan over zijn lessen en daarmee de groei van je hoofdpersonage? Als je rouw niet serieus neemt, zeg je in feite dat het allemaal niet zo veel voorstelt. Dan neem je eigenlijk je hele verhaal indirect minder serieus. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Schrijf je geloofwaardig over rouw? Laat mij het controleren en bestel redactie via mijn webshop.

Blank slate: een slecht personage, maar een fijne schrijftechniek

Een blank slate is een slecht uitgewerkt personage. Je kent het misschien als een eendimensionaal personage. Maar als je blank slate vertaalt naar een schrijftechniek, kan je die wel degelijk gebruiken.

Wat is een blank slate?

Om zowel het personage als de techniek van blank slate (blanco lei) te begrijpen, moet je je een lei voor de geest halen. Merk op dat er niet veel ruimte is om te schrijven. Daarnaast moet je regelmatig je inhoud wissen, waardoor die als het ware vervangbaar wordt.

Een blank slate personage

Een blank slate personage kan je op twee manieren interpreteren. Het personage dat eendimensionaal is en het personage dat weinig tot geen eigen overtuigingen, meningen of doelen heeft.
Het eendimensionale personage is het personage dat zo weinig diepgang heeft dat je al zijn karaktertrekken of kenmerken op de kleine lei zou kunnen schrijven: Berkay is ijverig, stoer en muzikaal. Daar kan je niet zoveel mee. Je kan de optelsom maken dat hij een goede rapper zou zijn. Maar daar kun je hoogstens een verhaalidee van maken. Als je wil weten hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen, moet je bijvoorbeeld ook weten of hij connecties heeft in de muziekwereld, geld om muziek te gaan studeren of desnoods zijn eigen hits helemaal uit eigen zak kan produceren en uitbrengen. Maar met een dik krijtje en een kleine lei gaan alle dingen die nodig zijn om over Berkay te weten, niet meer passen. Berkay blijft een eendimensionale muzikant.

Een blank slate is als een clichébeeld dat je niet verder uitwerkt.

Dat eerste blank slate-personage heeft een soort samenhang met de het tweede blank slate personage: die blijft zo aan de oppervlakte dat hij alles maar laat gebeuren. Door dat eendimensionale aspect heeft hij geen uitgesproken wil of mening heeft waar hij naar kan handelen.
Denk aan iemand die je uitnodigt op een feestje. Als je vraagt: ‘Wat kan ik voor drinken in huis halen voor je?’ zegt diegene: ‘Och, ik vind het allicht goed.’ (Ik ben ook zo iemand… oeps 😉 ) Het is lief bedoeld, maar handig is het niet. Want als jij straks voor het drankenrek in de supermarkt staat, neem je dan wijn, bier, of sterke drank mee, of moet je dan toch weer terug naar het frisdrankenschap?

Als je aan Berkay vraagt wat hij met (zijn) muziek wil, is het ergste wat hij kan zeggen: ‘Ach… ik zie wel.’ Mensen hebben dat voorrecht, maar personages niet. Deze houding is funest voor een verhaal, want het zorgt voor stilstand. Je verhaal mag (op sommige momenten) best wat traag zijn, maar het mag nooit stilstaan. Je moet als schrijver iets hebben om naar toe te schrijven/ over te schrijven. Je moet weten of je schrijft over de hobbyist of de ambitieuze jongeman die een platencontract wil krijgen. Anders heb je een verhaal zonder centraal conflict. Berkays verhaal hoeft niet bol van de glamour te staan, maar er moet wel beweging in zitten. En dat gebeurt niet als hij op de bank blijft zitten en zijn schouders steeds maar ophaalt.

Blank slate als schrijftechniek

Voor deze schrijftechniek bestaan vele namen. Ik noem hem expres de Blank slate-techniek, omdat je zo makkelijk het effect kan zien. Als je weet dat een blank slate-personage eendimensionaal en te gemakkelijk is, heeft de techniek een soortgelijk uitgangspunt: hou het simpel, lekker breed en maak vooral nog geen bindende beslissingen. De techniek is vooral handig om te gebruiken als je net aan een verhaal begint, of als je lang niet geschreven hebt en weer even in je verhaal moet komen. Zo kan je een mentaal writer’s block voorkomen.
Er kan niets zo ontmoedigend zijn als aan een verhaal beginnen met het idee dat je nog niet genoeg weet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je nog niet veelschrijfonderzoek hebt gedaan, de personagebiografie nog redelijk leeg is of het save the cat schema nog niet volledig is.
Maar je wil niet altijd wachten tot je al die zaken hebt uitgewerkt. Ofwel omdat dat niet jouw stijl is, dan wel omdat je nu al vier lange maanden aan het onderzoeken bent en ook ein-de-lijk wel eens echt wil gaan schrijven.
Sta jezelf toe om met denkbeeldige lege leien in je scène te gaan beginnen met schrijven. Begin gewoon met tikken en zodra je iets tegenkomt waarvan je denkt: hoezo moet ik dit nu al weten? Maak er dan een leitje van en ga gewoon weer verder. Geef de zaken die je op je denkbeeldige lei zet een andere kleur, zet ze tussen haakjes, maak ze vetgedrukt of typ in lettertype gigantisch, net wat jij fijn vindt. Zolang je leitje maar een duidelijk ‘gat’ of ‘werk in uitvoering’ is.
Een voorbeeld van leitjes op zinsniveau:
* Berkay ondertekende het contract van [naam]. Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want meneer [achternaam zoeken die een subtiele symboliek/ betekenis rondom een gemenerik heeft] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.
Dan loop je in ieder geval niet vast op een detail en kun je de rest van de scène nog gewoon blijven schrijven.
Misschien kom je dan wel met het idee: Meneer van den Eijk. Want wat zijn de vruchten van een eikenboom? Precies… Dat is niet subtiel genoeg naar je smaak. Dan kan je je leitje een net iets andere opmaak geven, zodat je in een oogopslag kan zien dat het concept duidelijk is, maar de uitwerking nog niet klopt:
Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want [Meneer van den Eijk] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.

Ook in een bredere context kunnen leitjes nuttig zijn:
Als Berkay tourt, komt hij een fan tegen die… (Tja… wat eigenlijk? Geen idee…) [iets met stalken, maar hoe precies? De politie moet in ieder geval worden ingeschakeld].
Dat komt later wel. Als je nu een leitje gebruikt, kan je in ieder geval over de optredens schrijven voorafgaand aan de stalkende fan.

Heb je een goede start gemaakt? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Wat als je personage in actie moet komen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage in actie moet komen?

Er komt een moment in je verhaal waarop je personage in actie moet komen. Maar als je dat goed in het verhaal wil verwerken, moet je eerst nog een aantal dingen nagaan. 

Is de start duidelijk?

Voordat je personage in actie moet komen, moet je eerst een duidelijk startpunt hebben. Actie is pas interessant als dat avonturen (lees: veranderingen) belooft. Oftewel: de aanleiding tot actie moet een verandering in de situatie teweegbrengen. En je kan pas iets veranderen als het startpunt van de situatie duidelijk is en stevig staat. Ga dus goed na of het duidelijk is wat er speelt vóór er iets verandert. 

Overleven of beginnen?

Je kan ‘in actie komen’ op twee manieren interpreteren: beginnen of overleven. 
Denk bij beginnen aan dingen waar de omstandigheden van je personage veranderen, maar niet per definitie bloedstollend zijn (een nieuwe baan beginnen, verhuizen, enzovoorts).
Als hij moet overleven, is dat het moment van erop of eronder. Soms is dat letterlijk een gevecht van leven en dood, andere keren is dat het moment waar het hele verhaal naartoe gewerkt heeft: het moment suprême. Na eindeloze oefening is het nu tijd voor de topsportfinale, na een verlovingsperiode komt de bruiloft… Omdat dit moment zo belangrijk is, zal er altijd nog iets spannends gebeuren, of een aarzeling naar boven komen drijven. 
Bedenk in welke fase van het verhaal je je bevindt. Denk bij ‘in actie komen’ niet te snel in hyperactieve of dramatische scènes. De mate van drama of actie is afhankelijk van het moment van het verhaal.

Wat moet je personage leren? 

In een heldenreis ‘leert’ je personage altijd iets. Dat kan een nieuwe vaardigheid zijn, maar hij kan ook groeien als persoon voordat hij zijn doel bereikt. Je weet waarschijnlijk wel wat dit is voor jouw personage. Zodra je personage in actie moet komen, is het verstandig om dat nog eens na te gaan. Je kan dan overwegen om hem nog een (laatste) keer een leermomentje te geven, zodat de actie waartoe hij moet overgaan extra gewicht krijgt in je verhaal. 

Wat zijn de middelen van je personage?

Iets leren is heel makkelijk als je alles wat je maar kan bedenken tot je beschikking hebt. Eindeloos veel hersens, geld, spierkracht, overtuigingsvermogen… Maar als het goed is, heeft jouw personage dat niet allemaal. Hij moet door het verhaal heen groeien en dat gaat met vallen en opstaan. En je zal niet vallen als alles perfect gaat. Kijk daarom eens wat hij wel kan gebruiken of heeft. Wat sluit er op het moment van de actie logisch aan bij je verhaal? 
Je personage dreigt te laat te komen voor een vlucht, omdat zijn auto stuk is gegaan. Je personage is rijk, maar ook paniekerig aangelegd. Er is een perfecte aansluiting van bus en treinen. Over vijf minuten vertrekt de bus bij de bushalte voor zijn huis. Hij zou het nog gewoon halen, maar door zijn paniek denkt hij daar niet bij na. Maar hij is wel rijk, dus honderd euro betalen voor een taxi is voor hem geen ramp. En daar denkt hij waarschijnlijk dan wel weer aan. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Ik kan controleren of je verhaal een goede spanningsboog heeft. Kijk eens in mijn webshop.

Schrijfoefening: de spijt van je personage

Probeer er eens achter te komen waar je personage spijt van zou krijgen. Je leert meer over je verhaalthema, plotontwikkeling en je personage!

Spijt in je verhaal

Als je personage zou weten waar hij vlak voor het eind van zijn leven spijt van zou krijgen, dan zou hij willen weten hoe hij dat zou kunnen voorkomen. Soms lukt dat, soms niet. Ieder persoon/ personage heeft zijn beperkingen. Je gaat met deze schrijfoefening onderhandelen met je personage over hoe die spijt voorkomen kan worden.

Randvoorwaarden voor de onderhandeling

Als jouw personage gokverslaafd is, zal hij spijt krijgen dat hij al zijn geld heeft vergokt, maar als jouw verhaalthema verslaving of financiële problemen is, dan kun je hem niet tegemoetkomen. Omdat je personage imperfect is, is spijt niet altijd te voorkomen. Er zijn altijd omstandigheden die het geluk van je personage onmogelijk kunnen maken of vertragen. Denk aan:
* Het verhaalthema kan niet stroken me de wensen van je personage.
* Bepaalde zaken uit de personagebiografie (angsten die je personage beperken, een wieg die op een ongunstige plaats heeft gestaan…) of de boodschap van je verhaal komen niet overeenkomen met het persoonlijke belang van je personage.

Voor deze schrijfoefening is het fijn als je al met je personage kan ‘praten‘.

Start van de onderhandeling

Harm heeft ruzie met zijn beste vriend, Walter. Hij komt mopperend naar jou toe:
”Walter is echt een eikel! Hoe durft hij mij verantwoordelijk te houden voor het feit dat hij ontslagen is? Ik heb uren met hem gebeld over hoe hij de nare situatie op zijn werk op zou kunnen lossen! Ik gaf hem raad, die volgde hij niet eens op en nu is het mijn schuld dat hij geen baan meer heeft! Ik hoef hem nooit meer te zien.”
Je geeft Harm gelijk: dit is een oneerlijke situatie. Maar als God van zijn leven en de bepaler van de verhaallijn waarschuw je Harm: ”Als jij die ruzie met Walter niet oplost -ook al is dat niet meteen-, krijg je daar ‘sterfbedspijt’ van.”
“O nee,” schrikt Harm. ”Dat wil ik echt niet!”
Nu kunnen jij en Harm onderhandelen.

Tijd voor een goede onderhandeling tussen jou en je personage.

Uitwerking van de onderhandeling

Harm speelt de hoofdrol in een verhaal met het thema: eigenwaarde behouden. Hij is trouw, maar ook onzeker. Hij kan zich een leven zonder Walter als vriend niet meer herinneren. Vanwege zijn trouw heeft Harm veel voor Walter over. Maar Walter is ambitieus en heeft veel andere vrienden: Harm is een goede vriend, maar niet meer zo belangrijk voor Walter als vijfentwintig jaar geleden. Bart kan hem óók uit de brand helpen. Harm heeft hem teleurgesteld, dus gaat hij andere vrienden bezoeken. Dat is misschien niet eerlijk, maar dat hoeft ook niet. (Lees hier waarom niet). Het feit blijft dat Harm boos is op Walter. En Harm moet daar iets aan veranderen, want híj is de held in het verhaal.
Vanwege zijn trouwe aard begint Harm aan zichzelf te twijfelen. Is hij misschien niet trouw genoeg geweest? Had hij meer moeten slikken?
“Nee,” zeg jij dan. ”Dit is helaas voor jou een onontkoombaar moment. Vanwege het verhaalthema moet jij leren dat je waarde hebt. En die eigenwaarde moet onvoorwaardelijk worden en losstaan van wat Walter van jou vindt. Walter doet jou nu pijn doordat jij iets van waarde aan hem hebt gegeven en hij dat niet op waarde schat. Dat is jouw centraal conflict, en daar kom je niet onderuit.” (Zie je dat ‘waarde’ in twee zinnen vier keer voorkomt? Dat geeft aan dat het een thema is, waar je dus serieuze aandacht aan moet besteden.)
“Maar,” weerlegt Harm “Walter is zo belangrijk voor me. Als hij wegvalt, durf ik mijn comfortzone niet uit om dat conflict aan te gaan.”
Daar heeft Harm een goed punt. Kijk eens hoe je Walter (of de aspecten die Harm van hem mist, zoals vriendschap, de behoefte een steun voor anderen te kunnen zijn) tijdelijk kan vervangen.

Vervangen van de voorwaarden

Harm is dol is op voetbal en ongewenst kinderloos. Daarom wordt hij buurtvader, waar hij met kansarme kinderen gaat voetballen en hen zo helpt op het goede pad te blijven of ontspanning te bieden. Dan kom je hem tegemoet in zijn behoefte om anderen te steunen en een verschil te maken. Eens in de zoveel tijd krijgt Harm te maken met een boze ouder, die onterecht veel van Harm verwacht als buurtvader: ”Nee, mevrouw Koopmans, ik kan van uw kleine Ricky geen nieuwe Messi maken.” Harm leert om mevrouw Koopmans naast zich neer te leggen. Hij is wel degelijk een goede buurtvader; tiener Abdel is door het voetbal van de straat gebleven. Zo behoudt Harm de buurtvader met vallen en opstaan zijn eigenwaarde.

Hup, team Harm!

Spijt voorkomen

Na een paar jaar buurtvaderschap leert Harm de vader van zijn cliëntje Louis kennen. Hij heeft griezelig veel gemeen met Walter. Deze man wordt ook door zijn ambities verblind en reageert zijn frustraties af op de kleine Louis. Op een bepaald moment beseft Harm: Die man wordt opgevreten door zijn overdreven ambitie en kan dat ook niet helpen. Goh, misschien gold dat ook wel voor Walter.
Het is geen pijnpunt meer voor Harm, dus kan hij er makkelijker op een afstandje naar kijken.

Met meer eigenwaarde dan een aantal jaar geleden, probeert Harm de ruzie met Walter weer bij te leggen. Of dat lukt, is niet meer belangrijk. Je hebt voldaan aan je thema, want Harm zal zijn eigenwaarde zal behouden; hij heeft een conflict met vallen en opstaan gehad. Spijt is ook niet nodig; hij heeft gedaan wat hij kon om te voorkomen dat hij op zijn sterfbed spijt zou hebben dat hij Walter voorgoed had afgeschreven.
Harms heldenreis is hoe dan ook geslaagd: je lezer wil de held risico’s zien nemen. Of die zich dan ook uitbetalen is dan bijzaak.

Kijk zo naar potententiele spijt en je leert meer over je personage, je verhaalopbouw en je krijgt een stevig conflict dat goed aansluit op je verhaalthema.

Hulp nodig bij het controleren van wat je schrijft in je boek? Schakel mij in voor redactie, voordat je spijt krijgt dat je dat niet eerder hebt gedaan en veel moet herschrijven.



Wat als je personage een geheim heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een geheim heeft?

Waarom is het een geheim?

Als eerste moet je nagaan waarom het een geheim is. Bij een geheim staat er altijd iets op het spel. Probeer verder te denken dan ‘Iemand gaat dan anders over mij denken,’ of ‘dan stort er iets in elkaar’. Denk aan dingen als: eigenwaarde kan kelderen, er kan een integriteitsprobleem ontstaan, een bepaalde positie van macht kan worden afgenomen…

Dat maakt het makkelijker om de gevolgen van het geheim – mocht dat bekend worden – in kaart te brengen. 

Voor wie is het een geheim?

Als je personage schulden heeft, kan ze voor haar man geheimhouden in de hoop ruzie binnen het gezin te vermijden. Maar haar beste vriendin weet wel van de geldproblemen. Dat betekent dat je er rekening mee moet houden dat je personage in de buurt van haar echtgenoot misschien hyperalert is dat hij bepaalde rekeningen niet ziet, terwijl ze daar met haar vriendin juist over wil praten. Een geheim kan de toon van een scène bepalen, afhankelijk van wie er van de aanwezigen al dan niet van het geheim weet. Is er een sfeer van opluchting omdat er hier vrijuit gepraat kan worden of hangt er continu een bedrukkende sfeer?

Wat doet het geheim met de betrokkenen?

Als de beste vriendin van de schulden van je personage weet, kan dat belangrijk zijn voor de verdere ontwikkeling van het verhaal: je kan er een interessant subplot van maken. 

Dat hoeft niet: je kan het ook onschuldig houden en de vriendin je personage laten helpen haar uitgavenpatroon op orde te krijgen. Maar als je personage geld gaat lenen en dat nooit teruggeeft, gaat dat hun vriendschap waarschijnlijk wel veranderen. Zeker als de echtgenoot van de vriendin vraagt waarom er de laatste tijd geld van de rekening verdwijnt en de vriendin het geheim wil bewaren. Dan kan het ene geheim aanleiding geven voor een ander geheim. Nu moeten twee vrouwen geldproblemen voor hun man verzwijgen. Op deze manier kan je een geheim goed gebruiken om een verhaalthema als bijvoorbeeld ‘verraad’ vorm te geven. 

Pas wel op: ga niet omwille van een spanningsboog een geheim bedenken, want dat maakt je verhaalstructuur rommelig. Een geheim moet in je verhaal passen. 

Onderschat de invloed van een geheim niet

Er wordt niet voor niets gezegd dat je een geheim mee kan zeulen: het weegt altijd zwaar. Dat betekent dat een geheim zich niet op de achtergrond van je verhaal af kan spelen: het houdt je personage altijd bezig. Hij moet steeds alert zijn op wat hij al dan niet moet zeggen of doen, wie hij welke leugens heeft verteld om het geheim te bewaren en hoe hij het geheim verborgen kan houden. Als je een Geheim met een hoofdletter G hebt, moet je dus nagaan wat dat doet met de rest van je plotverloop en het doen en laten van je personage. Besteed daar dan voldoende aandacht aan. Zo wordt het al dan niet bekend worden van het geheim een passend en spannend deel van je verhaal. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Personages hebben geen gehreim voor mij: kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Hoe kan je investeren in creatief schrijven?

Als je je boek uitgegeven wil krijgen, kom je voor de vraag te staan of je in je boek moet investeren. Meestal gaat het dan over het inhuren van een redacteur, maar je kan ook op andere manieren in schrijven investeren. Op wat voor manieren kan je investeren en moet dat altijd?

Investeren in schrijven: tijd

Als je serieuze schrijfambities hebt, moet je hoe dan ook investeren. Er zijn verschillende manieren van investeren. Tijd is misschien wel de belangrijkste. Hoe makkelijk je ook kan schrijven als je eenmaal je tekstverwerker hebt geopend, je zal altijd een voorbereiding hebben. Denk aan het uitschrijven van:
* de personagebiografie;
* het verhaalthema;
* het centraal conflict;
* het globale schrijfonderzoek.

Maar ook als je verhaal al geschreven is en misschien zelfs uitgegeven wordt, moet je nog tijd blijven investeren om je boek aan de man te brengen. Niet alleen op verjaardagen, maar vooral op sociale media. En dat is niet klaar met een keer per maand een berichtje plaatsen. Een traditionele uitgever zal je hierin begeleiden, maar onderschat de tijd die in je boek gaat zitten niet. Als je een jaar over een boek wil doen, is dat oké, als je er dertig jaar over wil doen ook. Maar probeer geen deadline aan je boek te geven. Je kan niet zeggen: Ik ga er om negen uur in de ochtend voor zitten en om drie uur ’s middags is mijn scène zowel af als helemaal pico bello. Je zal moeten reviseren, kan met een mentaal writers block te maken krijgen… Schrijven gaat nooit helemaal volgens planning. Daarom moet je niet zozeer tijd vrijmaken als wel daadwerkelijk investeren in het schrijven van je boek.

Verstop jezelf alsjeblieft niet achter tijd. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Doe je dat wel, dan heb je er uiteindelijk alleen jezelf mee.

Investeren in je verhaal

Investeren in je verhaal is een combinatie van tijd vrijmaken en je schrijversonderzoek doen. Zodra je de basis van je verhaal hebt uitgewerkt, leer je je personages een beetje kennen. Maar je zal ook tijd moeten vrijmaken om hen en hun leefwereld beter te leren kennen.
Als je een begin van een personagebiografie hebt gemaakt, zal je misschien weten dat het de grootste angst van je personage is om ontslagen te worden bij het topadvocatenbureau waar hij werkt. Dan weet je misschien dat hij totaal in paniek raakt als hij zijn baan verliest, maar dat is niet genoeg om een echt beeld van je personage van te krijgen. Je kent hem pas echt als je weet wat zijn eerste actie is in de paniek die hij voelt als het slechte nieuws hem bereikt, hoe hij weer over die eerste schok heen komt, of en welke geliefde hij dan opbelt en of hij de schok wegdrinkt of wegmediteert. Dat zijn dingen die je niet vooraf kan bepalen, dat leer je al schrijvend.
In dit proces is het ook handig om je opschrijfboekje extra vaak te gebruiken. Observeer zoveel je kan, zodat je op een prettige, ongeforceerde manier je personage meer op een echt persoon kan laten lijken. Mensen zijn wat dat betreft een goed spiekbriefje om een personage wat meer vorm te geven.

Investeren in feedback

Als je zeker wil weten dat je verhaal overkomt zoals jij dat wil, ontkom je er niet aan dat je proeflezers inschakelt. Je zal tijd moeten investeren in het maken van lijstjes voor de feedback en opnieuw tijd moeten besteden aan het verwerken van deze feedback. Feedback verwerken is een erg belangrijk onderdeel van het schrijfproces, maar het is niet altijd makkelijk en het kan soms erg eng zijn. Misschien moet je het zelfs nog leren. Dat betekent dat er nog een investering bij komt: het aanleren van een compleet nieuwe vaardigheid. Als feedback verwerken nieuw of lastig voor je is, kan je het beste een verhaaltje schrijven waar je verder niets mee wil of van verwacht. Zo kan je op een veilige manier oefenen met het principe dat je soms dingen aan moet passen of heroverwegen. Zo hoeft jouw grote verhaal geen proefkonijn te worden en hoef je niet bang te zijn dat het verhaal waar je ambities mee hebt, aan iets wordt onderworpen waar je nog niet vertrouwd mee bent.

De spreekwoordelijke rode pen van anderen kan heel eng zijn, maar is wel onvermijdelijk. Probeer voor jezelf te bepalen wanneer je er klaar voor bent. Overhaast het zeker niet en oefen er desnoods eerst mee op een laagdrempelige manier.

Investeren in een manuscriptredacteur

Goed nieuws: dit is de enige manier van investeren die je als schrijver niet per se hoeft te doen. Een redacteur helpt je om de kwaliteit van je verhaal te verbeteren door verbeterpunten aan te kaarten en je daarin te begeleiden. Zo kan je als schrijver meer leren en je verhaal op zijn best presenteren zodra het af is. Maar dat is iets dat je zelf moet willen en het is zeker niet verplicht. Als je pas begint met schrijven, kan het zelfs fijner zijn om eerst even aan het schrijfproces gewend te raken voordat iemand je allerlei tips gaat geven. Hoewel het nog steeds niet verplicht is, is het wel verstandig om een redacteur in te schakelen voordat je je manuscript aanlevert bij een uitgever. De verbeterpunten die een redacteur je meegeeft, kunnen het verschil maken tussen wel of niet uit de slushpile komen, en daarmee het verschil maken tussen al dan niet uitgegeven worden.
Je kan een redacteur inschakelen tijdens het schrijven, of als je al klaar bent. Weeg voor jezelf af wat het beste voor jou werkt. Als je weet dat je met een redacteur wil gaan werken, dan moet je er rekening mee houden dat je daar geld voor opzij moet zetten, zeker als je je boek van begin tot eind nagekeken wil hebben.

Ik kan je helpen met manuscriptredactie. Kijk eens in mijn webshop als je daar interesse in hebt. Wil je weten wat je grofweg kan verwachten als je een redacteur inschakelt? Klik dan hier.

Wat als je personage tot een minderheid behoort?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage tot een minderheid behoort?

Spotlight of massa?

Als je een personage gaat schrijven dat tot een bepaalde minderheid behoort, maak dan eerst de volgende afweging: wil je dat je personage met zijn minderheid in de spotlights komt, of wil je dat hij opgaat in de massa?
Als je voor de spotlights kiest, dan is het minderheidskenmerk van je personage een belangrijk thema. Je leest dus hoe het is om biseksueel, moslima of zwart te zijn en wat dat voor worstelingen op kan leveren. 
Als je personage op moet gaan in de massa, is hij nog steeds in de minderheid, maar daar staat niemand echt bij stil. Je personage niet en zijn omgeving ook niet; het wordt normaal gevonden. Je minderheidspersonage is er een als alle anderen: eerder een mens als ieder ander dan een persoon die om wat voor reden dan ook opvalt. 

Spotlight: wees extra voorzichtig

Schrijven over diversiteit kan gevoelig liggen. Als je de spotlights kiest voor je personage, zoek daarom extra goed uit welke vooroordelen en aannames er rond het minderheidskenmerk spelen. Probeer na te gaan welke waarschijnlijk (tot op zekere hoogte) op waarheid berust zijn: iemand met een fysieke handicap zal bij bepaalde taken hulp nodig hebben. Andere oordelen ontstaan uit onwetendheid en groeien uit tot een storend stereotiep: mensen met een lichamelijke beperking hebben een raar lijf, dus ze zijn niet aantrekkelijk en blijven allemaal maagd. 

Spotlight: baken talent af

Als je een personage de spotlight wil geven, wil je misschien laten zien dat een bepaalde minderheidsgroep sterke mensen representeert. Daardoor kan de verleiding groot zijn om je held niet alleen goed in zwemmen te laten zijn, wat nodig is voor het plot. Je maakt hem ook nog eens aardig, slim, knap, behulpzaam… Waak ervoor dat je jezelf niet laat meeslepen door de groep je die personage moet representeren. Je personage mag de held van het verhaal zijn, maar niet de held van het universum. 

Massa: mijd de minderheidskenmerken als conflict 

Als je jouw biseksuele personage in de massa wil laten opgaan, dan mag iedereen of niemand weten dat hij biseksueel is. Maar dan mag niemand van deze seksuele voorkeur een conflict van maken, of er moeilijk over doen. Als je dat wel doet, kies je ongemerkt voor de spotlights. Als je op en af gaat met wanneer er dan wel, dan niet een punt van het minderheidskenmerk wordt gemaakt, wordt je verhaalstructuur rommelig.

Massa: waak voor roddel

Laat welk personage dan ook, nóóit naar je personage verwijzen als ‘de homo’ of ‘die lieve moslima’, ook al is het niet verkeerd of zelfs lief bedoeld. Dan leg je de nadruk op de minderheid die je juist wil vermijden. Dan wordt er als een soort dorpsroddel over je held gepraat. 
Bedenk, zéker bij het ‘massa-uitganspunt’: mijn personage is meer dan alleen zijn minderheidskenmerk. Ze is niet alleen zwart, maar ook een vriendin en fantastische celliste. Anders stort het verhaalthema in elkaar: je hebt gekozen om het minderheidskenmerk niet je thema te maken, dus dan moeten andere kenmerken van je personage het thema kunnen vormen of representeren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het schrijven van een minderheidspersonage? Kijk eens in mijn webshop voor mijn schrijversdiensten.