Een persona schrijven: waar moet je rekening mee houden?

Een ode aan je lieve moeder, of je wil gewoon zelf graag als personage in je verhaal rondlopen. Er zijn meerdere redenen om een persona te schrijven. Een persona is een van de weinige dingen bij creatief schrijven waar ethische overwegingen belangrijker zijn dan de creatieve vrijheid van de schrijver. Waar moet je op letten als je een persona schrijft?

Wat is een persona?

Een persona is een personage dat op een bestaand persoon is gebaseerd, alleen zijn er aanpassingen gemaakt om de bestaande persoon niet als zijn of haar exacte zelf in het verhaal te laten voorkomen. De bestaand persoon kan opeens ouder zijn, donkerharig in plaats van blond…. Dit soort veranderingen kunnen klein of groot zijn in aanpassingen of aantal. In ieder geval moet de schrijver (en soms het bestaand persoon) weten: “Dit is (naam), maar dan op papier” zodra het verhaal geschreven of gelezen wordt.

Het idee van een persona is dat degene over wie het gaat nog in herkenning de hand op kan steken als je zou vragen: “Over wie gaat dit?” of “Wie is dit?”

De creatieve valkuilen van een persona

Een persona heeft twee grote nadelen voor het creatieve proces:
* de kans is groot dat je een darling creëert;
* je bent meer bezig met het persona dan met het verhaal. Dat doet je verhaal nooit goed.

Als je persona een darling wordt, komt het verhaal in dienst te staan van het persona. Dat is nooit de bedoeling, want het personage moet ofwel een figurant zijn om de ode aan diegene voor wie je de persona creëert te kunnen geven of hij wordt een belangrijk(er) personage in je verhaal. Dan gaat dezelfde regel op: het ‘boekuniversum’ mag niet samenspannen om het je personage allemaal voor de wind te laten gaan. Dan krijg je een Deus ex machina.

De ethische valkuilen van een persona

Als je een persona schrijft, kom je altijd ethische vraagstukken tegen. De persoon op wie jij een persona baseert heeft altijd het recht daar iets van te vinden in zoverre dat diegene mag zeggen: dat had je niet moeten of mogen schrijven. Dat wil niet zeggen dat je voor elk wissewasje aan diegene moet vragen of je iets wel of niet mag noteren. Maar wel dat je:
* informatie die gevoelig of persoonlijk is nooit aan het persona mee mag geven. Deel dus geen medische gegevens of geheimen, laat het persona niet namens de bestaande persoon uit de kast komen, enzovoorts.
* de hoeveelheid karaktertrekken of persoonlijke omstandigheden moet beperken die de persoon en het persona gemeen hebben. Ze mogen gerust in hetzelfde dorp wonen, maar als ze beiden ook eens nog dezelfde schoenmaat, voorkeur voor frisdrank, baan en inkomen hebben, dan ga je te ver. Zorg er kortom voor dat de betreffende persoon (mocht je boek een wereldbestseller worden) niet aan de hand van het persona op straat kan worden herkend of een wildvreemde genoeg informatie heeft om naar diegene te herleiden.

Dat doe je niet alleen vanwege de ethische overweging, maar ook om te voorkomen dat je persona belangrijker wordt dan het verhaal zelf.

Ja, lieverd, wat daar staat geschreven, gaat over jou. (Je kan er dus maar beter voor zorgen dat diegene dat niet geschokt achterlaat…)

Mag een persona schrijven dan nog wel?

Je kan er niet omheen dat een personage (welk dan ook) tot op zekere hoogte een persona is van een of meerdere mensen. Creativiteit kan alleen ontstaan vanuit dingen die jij in de wereld daadwerkelijk ziet. Dat geldt ook voor fantasy of dingen die je zogezegd uit het niets verzint. Je verzint alleen maar dingen die je ergens eerder hebt gezien of die in beginsel logisch zijn. (Voor een uitgebreide toelichting, klik hier).
Als je over een ruzie schrijft, denk je bewust of onbewust terug aan een ruzie die je in je leven hebt gehad. Dan hoef je niet meteen over de ruzie over de schutting te schrijven, zoals je die vorige week met de buurvrouw had. Maar het feit dat je die ruzie ooit gehad hebt, betekent wel dat je logischerwijs weet dat een ruzie vaak een welles-nietes-element in zich heeft. Zo wordt die ruzie over de schutting alsnog ‘nuttig’ om over een stelletje te schrijven dat ruzie maakt wiens beurt het is om de afwas te doen (“De jouwe!” “Nietes, de jouwe!”).
Op eenzelfde manier kan je alleen zo over mensen (als individu of als wezen) schrijven. Het is dus tot op bepaalde hoogte onvermijdelijk dat welk personage dan ook trekjes gaat krijgen die ze gemeen hebben met een ander bestaand persoon of een personage uit een andere serie, film of uit een ander boek.

Het is dus prima om een persona te schrijven. Je moet alleen goed in de gaten houden waarom je een persona wil schrijven. Daar zijn meestal twee redenen voor:
* je wil iemand eren door hem/ haar in je boek te laten voorkomen.
* je wil een personage creëren dat de karaktertrekken van een bestaand persoon heeft, omdat dat helpt voor je verhaal. (De moed van mijn opa is wat mij ertoe heeft aangezet om een verhaal te maken over een moedige jongeman die gaat emigreren. Dat heeft opa ook gedaan.)

In dat eerste geval doe je er meestal goed aan om je persona een andere naam te geven dan de persoon waarop die gebaseerd is, een figurantenrol te geven en het daarbij te laten. In het tweede geval vormt je persoonlijke inspiratiebron de kern van het verhaal. Maar niet die hele persoon als compleet mens. In dit geval alleen de moed van opa, niet alles wat hij nog meer als mens was. Neem dan die moed en het proces van emigreren en zorg dat opa’s persona op allerlei andere manieren juist (veel) van opa verschilt. Laat het verhaal plaatsvinden in een ander tijdperk, verander het land van afkomst en bestemming, geef opa een ander ras of geloofsovertuiging of laat hem altijd in driedelig grijs lopen terwijl hij juist zo gek was op het rondlopen in zijn versleten klompen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage eenzaam is? 

Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 
Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personageontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of eenzaamheid goed als thema is uitgewerkt in je verhaal? Kijk dan eens in mijn webshop.

Zo verloopt de eerste kennismaking met je boek goed

Als je begint met schrijven, moet je de lezer onmiddellijk weten te boeien, anders wordt je boek heel snel weggelegd en niet meer opgepakt. Dat is iets wat de meeste schrijvers wel weten. Maar waar moet je dan op letten? Hier volgt een aantal handige uitganspunten.

Kennismaking met het verhaal

Het schrijven van een eerste zin, alinea, pagina of hoofdstuk van een verhaal is erg tegenstrijdig. Aan de ene kant moet je duidelijk zijn: wat kan de lezer verwachten? Aan de andere kant heb je te weinig ruimte om meteen alles wat je duidelijk zou willen maken te kunnen vermelden.
Het eerste deel van je verhaal moet in ieder geval:
* een globaal idee geven van wat voor iemand je protagonist is; (een middelbare man of een jong meisje? Verlegen of agressief?)
* een hint geven naar wat het centraal conflict vormt of gaat vormen;
* De stijl en toon van je tekst en je taalgebruik duidelijk worden. (Schrijf je formeel, humoristisch of eenvoudig?)

Zo geef je je lezer een referentiekader om op terug te vallen voor de alinea’s, pagina’s of hoofdstukken die volgen.

Liefde of lust op het eerste gezicht van de eerste bladzijde?

Het eerste deel van je boek schrijven kan lastig zijn. Het helpt om het volgende te bedenken:
Je moet niet proberen om te streven naar liefde op het eerste gezicht, maar naar lust op het eerste gezicht.
Laat mij dat onderscheid eerst duidelijk maken.

Als jij iemand ziet lopen die je aantrekkelijk vindt, de vlinders in de buik rond gaan fladderen en je met die persoon wel een beschuitje zou willen eten, dan wordt dat vaak vertaald naar ‘liefde op het eerste gezicht.’ Maar dat is het niet: het is eerder lust op het eerste gezicht, omdat je valt voor iemands uitstraling of uiterlijk, niet voor hoe iemand als persoon is. Daar is niets mis mee, maar in deze vergelijking is het belangrijk dat je liefde en lust van elkaar kan onderscheiden.
Lust is de onmiddellijke (fysieke) aantrekkingskracht van de buitenkant, liefde is houden van die persoon om alles wat hem maakt tot wie diegene is wanneer je die beter leert kennen en je niet alleen meer op het uiterlijk valt. Liefde op het eerste gezicht is in dat opzicht niet mogelijk; door alleen naar iemand te kijken weet je niet wat voor persoon dat is.


Daar is Knappe Kees weer. (Lees zijn bijbehorende blogpost eens, dan wordt het punt: ‘Je weet nog niks van hem.’ nog duidelijker.) Ik wil best een kopje thee met hem gaan drinken, maar ik hou nog niet van hem. Wie weet wat voor rare hobby’s, gewoontes of ideeën hij heeft… Foto door Rafael Barros op Pexels.com

Zodra je aan een boek begint, moet je mikken op ‘lust op het eerste gezicht’. Je kan genoeg interessante dingen op de eerste pagina’s weergeven waarvan je lezer denkt: hé, dat zie ik wel zitten (om verder over te lezen). Zo kan de ‘liefde’ voor je verhaal uiteindelijk ontstaan of groeien. Vertaald naar concrete zaken waarover je kan schrijven zijn dat dingen waardoor de lezer denkt:
* Wauw, een vervallen, verlaten huis: dat wordt lekker griezelen (lust). O, dat huis heeft een geschiedenis die ik langzaam maar zeker leer kennen: dat gaat me gedurende het hele verhaal interesseren (liefde).
* O jee, een eenzaam personage… Ik wil weten hoe hij zo eenzaam is geworden (lust). O, dat komt omdat het een arrogante vent is die al zijn vrienden heeft opgelicht om er zelf beter van te worden (liefde).
* Hé, wat leuk: het personage begint aan een nieuwe baan (lust). Wat een rotbaan heeft ze, zeg! Ik hoop dat ze de assertiviteit vindt om haar mond open te trekken om die hooghartige baas eens goed de waarheid te vertellen… (liefde);
* Wat een mooi landschap! Wat zou daar allemaal kunnen gebeuren? (Lust.) O, je kan er wandelen, want dat doet het personage, dat een professionele bergbeklimmer blijkt te zijn (liefde).

Merk op dat je lezer dus niet per se iets leuk, mooi of fijn hoeft te vinden zodra de liefdesfase aanbreekt. Een verhaal of personage hoeft namelijk niet altijd positief van karakter, houding of toon te zijn. Anders zou je geen detective, thriller of horror meer mogen schrijven. Het gaat erom dat je een eerste lust aanwakkert voor je verhaal, dan komt de liefde ervoor -als je goed schrijft- later vanzelf.

Liefde op het eerste gezicht: wat gebeurt er dan?

Zodra je lezer liefde voor je verhaal heeft, dan weet hij meerdere dingen die het grote geheel vormen. Zo weet hij bijvoorbeeld dat Kees niet alleen knap is, maar ook:
* goed in hardlopen;
* vreselijk in Frans. Je wil niet dood gevonden worden in het romantische Parijs als Kees net heeft geprobeerd Frans te spreken…
* drie zusjes heeft;
* appels met klokhuis en al opeet.
Dan weet de lezer genoeg van Kees om van hem te gaan houden.


“Vieveej la Franseej!” Wat zei je, Kees? Hou je mond maar dicht. Geen zorgen, ik hou nog steeds van je 😉

Als je naar liefde op het eerste gezicht streeft, zoals dat begrip in deze blogpost wordt gebruikt, gaat het mis. Misschien zie je al wat er dan gebeurt: dan krijg je een infodump.

Opening van een romantisch verhaal

Als jouw romantische verhaal wél moet beginnen met de traditionele liefde op het eerste gezicht, dan kan dat. Maar let er dan wel op dat je niet verzandt in overdreven veel gezwijmel. Hier lees je daar alles over. Net zoals in deze blogpost geschreven is, moet je erop blijven letten dat je geen tientallen dingen over de vlinders beschrijft. Dan kun je beter een ding uitwerken wat de vlinders veroorzaken. Zijn het de blauwe ogen? Die hebben wel meer mensen en je personage wordt niet op iedereen verliefd die blauwe ogen heeft. Waar doen deze specifieke ogen je personage aan denken? Wat ziet je personage in die blik dat zijn wereld op zijn kop zet? Spring niet van het een naar het ander. Je kan dan beter een gegeven uitgebreid en goed uitwerken.

Wil je controleren of jouw boek een goede eerste kennismaking heeft? Kijk eens in mijn webshop.

Wat als je personage liefdesverdriet heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liefdesverdriet krijgt?

Wat voor liefdesverdriet is het eigenlijk?

Het ene liefdesverdriet is het andere niet. De ene keer betreft het een blauwtje, de andere keer een scheiding, weer een andere keer is het een heimelijke liefde die nooit wordt uitgesproken en daarmee nooit beantwoord wordt. Bij elke soort liefdesverdriet hoort een andere ‘kernemotie’. Denk aan:
* Onbeantwoorde liefde zorgt voor een sluimerend verdriet.
* Liefdesverdriet naar aanleiding van een scheiding brengt rouw met zich mee: iets wat er was, is niet meer.
* Een blauwtje lopen geeft pijn vanwege afwijzing.
Stel eerst vast wat voor liefdesverdriet je personage precies onder de leden heeft. Dan wordt het een stuk makkelijker om zijn gedachtegang en verdere doen en laten te verklaren.

Karaktertrekken en externe factoren

Niet iedereen gaat hetzelfde om met de eerdergenoemde kernemoties. Kijk nu eens naar het karakter en externe factoren van je personage. Om te beginnen met karaktertrekken:
* Een trots personage zal naast eerdergenoemd verdriet ook nog een deuk in het ego te verduren krijgen;
* Een verlegen, teruggetrokken personage zal nog verder in zijn schulp kruipen;
* Een extravert personage zal aan het eind van de maand een hoge telefoonrekening krijgen: die belt al haar vrienden langdurig op om haar hart te luchten.
Dan komen externe factoren om de hoek kijken: wat maakt dat het verdriet makkelijker of juist moeilijker te verwerken is?
* Is je personage een affaire begonnen met de baas en zijn ze nu betrapt?
* Komt je personage door de scheiding in een lastige financiële situatie terecht waardoor er een geen mentale ruimte is om de rouw te verwerken? Misschien krijgt hij daar later psychologische problemen mee door van alles op te kroppen…
* Wordt een depressief persoon slachtoffer van de heimelijk onbeantwoorde liefde? Dat zal de depressie misschien wel verergeren. Of is er misschien een vriend(in) die je personage uit dat zwarte gat helpt?
De externe factoren en karaktertrekken vormen een prima uitgangspunt. Daarmee kan je waarheidsgetrouw schrijven over de periode van het liefdesverdriet en wat dat met je personage doet.

Liefdesverdriet verandert

Liefdesverdriet gaat uiteindelijk over of verandert van vorm. Kijk nogmaals naar het karakter en de externe factoren van je personage en bedenk hoe dat verdriet overgaat (in iets anders).
* Als jouw personage iemand is die zichzelf een goede schop onder zijn achterste kan geven, zal hij niet lang blijven piekeren, zeker als zijn vriendin ook nog eens zegt dat hij blij mag zijn dat hij van die sukkel af is.
* Als je personage goed is in het aannemen van een slachtofferrol, dan kan zij lang in het liefdesverdriet blijven hangen. Dat verdriet kan in de loop der jaren overgaan in verbittering, maar de achterliggende gedachte: “Het leven is een zware dobber en mij overkomen altijd alleen maar slechte dingen,” zal dan waarschijnlijk hetzelfde blijven.

Het is van belang voor de rest van je verhaal om de ‘uitkomst’ van het liefdesverdriet te weten. Als je personage pessimistisch wordt door het liefdesverdriet, zal het een stuk moeilijker worden om weer/nog vertrouwen in de mensheid te krijgen. Daardoor zal hij andere dingen misschien niet meer aan willen gaan. Iemand die zichzelf achter de broek zit, zal na verloop van tijd weer lol in het leven krijgen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Zal ik het liefdesverdriet van je personage onder de loep nemen? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Leer jezelf neutraal naar je tekst te kijken

Als je wil leren schrijven, moet je schrijftechnieken kunnen toepassen en met een ´schrijversoog´ naar je tekst kunnen kijken. Je bent al een heel eind op weg als je dat lukt, maar dan ben je er nog niet. Het risico ligt altijd op de loer dat je met bepaalde blinde vlekken naar je tekst kijkt. Hoewel een blinde vlek nooit helemaal te voorkomen is, zijn er wel bepaalde dingen waar je op kan letten. Als je dat consequent doet, groeit je schrijfinzicht er ook van.

Met een gekleurde bril kijken

Als je een tekst gaat schrijven, kijk je er altijd met een spreekwoordelijk gekleurde bril naar. Dat doe je als je de lezer van een tekst bent, maar ook als je de schrijver van de tekst bent. Je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur, kennis, kader of ervaringen waarmee je naar de wereld kijkt. In het verlengde daarvan lees je ook bepaalde teksten zo. Dat is menselijk en het zou daarom ook gek zijn als je van jezelf verlangt dat je volledig neutraal naar een tekst kan kijken. Wees dus niet te streng voor jezelf. Maar de eerste stap in het neutraal leren kijken naar een tekst is beseffen dát je een bepaalde bril ophebt die je niet af kan zetten.

Welke kleur je persoonlijke bril ook is, door zijn unieke kleur kijk je anders naar de wereld dan dat iemand met een andere bril doet.

Wat maakt jouw persoonlijk gekleurde bril?

Als je weet dat je als schrijver en lezer een persoonlijke bril draagt, kan je een lijstje maken met de dingen die jouw bril vormen. Dit lijstje kan je zo uitgebreid maken als je zelf wil, maar het is verstandig om hem zo lang mogelijk te maken. Als iets je opvalt, schrijf het dan op. In je lijstje kunnen dingen komen te staan als:
* Ik ben opgeroeid in een rijk gezin, dus tweehonderd euro voor een nieuwe broek betalen vind ik normaal.
* Ik ben dol op wiskunde en de exacte vakken, dus taal vind ik minder interessant.
* Ik ben een man en zie een dure auto als belangrijk statussymbool voor mannen, dus heb ik een Porsche;
* Ik heb een handicap en zie daardoor de functies van mijn lichaam als minder vanzelfsprekend. Ik schat het waarschijnlijk meer waarde op dan mensen met een volledig functionerend en gezond lijf.
* Ik ben gematigd islamitisch; ik heb moeite me te verplaatsen in de denkwijze van een atheïst, omdat Allah een belangrijke steun en toeverlaat is in mijn leven.

Om dit lijstje te kunnen maken is het belangrijk dat je het niet als een psychologische of sociale ‘waardekeuring’ ziet. Als jij het normaal vindt om tweehonderd euro te betalen voor een nieuwe broek, dan is dat zo. Dat maakt je niet meteen een verwaand mens. En als jij het lastig vindt om je voor te stellen hoe iemand de liefde van Allah niet kan voelen in het dagelijkse leven, dan mag dat. Je zegt daarmee toch niet meteen dat die ander gestraft moet worden om zijn levenswijze? Je moet in deze fase beseffen dat er met jouw ideeën of ervaringen an sich niets mis is. Zolang je je maar niet meteen druk gaat maken over wat anderen van jouw ideeën denken of denkt dat ideeën die anders zijn dan die van jou verkeerd zijn. Zo heb je meteen een goede eerste oefening in het neutraal leren kijken ;).

Jij bent een mooi mens met al je unieke ervaringen en ideeën. 🙂 Onthoud dat in deze fase van oefenen met je persoonlijke bril.

Je persoonlijke bril tijdens verhalen schrijven

Als je je persoonlijke bril als mens hebt bepaald, ga je verder met de bril verkennen die je draagt tijdens het lezen en/of schrijven. Dan doe je hetzelfde, maar dan met wat je leuk vindt (of juist niet) om te lezen of te schrijven, zoals:
* De trope over de backpacker in een tussenjaar? Die vind ik fantastisch!
* Ik ben dol op poëtisch taalgebruik.
* Streekromans vind ik ontzettend traag en suf.
* Mag het alsjeblieft eens afgelopen zijn met de verplichte aanwezigheid van een cheerleader in elk godvergeten highschoolverhaal….? (Vergeet niet: oordeel niet te streng over je eigen meningen 😉 ).

Het is erg handig als je weet waarom je ergens helemaal weg van bent of iets juist vreselijk vindt, want dat kan de radar versterken die je wil krijgen als het gaat om een persoonlijke bril dragen. Nee, horrorverhalen zijn niet per definitie slecht, maar jij hebt gewoon een hekel aan wapens en bloed omdat je ooit eens aangevallen bent. Bovendien vind je horror ook vreselijk omdat je bang bent voor het donker.
Maak je niet druk als je geen verbanden kan leggen, maar als dat wel lukt, schrijf het dan zeker op!

Neutraal kijken door een gekleurde bril

Als je deze lijstjes hebt gemaakt, kan je aan de slag om met een relatief neutrale blik te kijken naar een tekst die je leest of schrijft. Daarbij is het belangrijk dat je je kennis van schrijftechnieken niet vergeet. Zo kan je namelijk optelsommetjes gaan maken:
* Alleen omdat er een cheerleader in het verhaal ís, maakt dat het nog niet cliché of saai. Sterker nog, deze cheerleader is essentieel voor het verhaal. Bovendien heeft ze geen kant-en-klaar-succesverhaal omdat ze in de pikorde van de cheerleaders niet omhoog kan klimmen. Ze is echt niet zomaar het populaire blondje dat alles zomaar voor elkaar krijgt. Bovendien is ze nog niet aan seks toe, terwijl dat wel van haar als cheerleader wordt verwacht. Daar zit een goed centraal conflict in verborgen.
* Die backpacker… Zijn hele reis wordt beschreven door tell in plaats van show. Dat werkt niet goed voor de verbeelding. En trouwens: komt hij als herboren terug van zijn wereldreis? Jij mag er dan van smullen, maar de rest van de wereld heeft dat echt nog nóóit gelezen (kuch kuch). Dan zou je clichéalarm af moeten gaan.

Als je zo naar een tekst leert kijken, groeit je schrijversinzicht, kan je makkelijker feedback verwerken en gaat kill your darlings ook een stuk makkelijker.

Heb je toch nog een ander paar ogen nodig om naar je tekst te kijken? Kijk eens in mijn webshop.




Zo leest je verhaal meteen als een trein

Als je een verhaal moet introduceren, wil je dat meteen goed doen. Zo blijft je lezer van het begin af aan geïnteresseerd. Of beter gezegd: dan geeft je lezer jouw boek een kans. Als je te langzaam van start gaat, wordt het boek snel aan de kant geschoven… Met deze drie tips begint je verhaal meteen interessant!

1. Schrijf over het karakter van je personage

Een beginnersfout die bij creatief schrijven vaak wordt gemaakt, is het omschrijven van de dagelijkse routine van het hoofdpersonage. Als je dit vergelijkt met het echte leven, zal je zien waarom dat niet werkt. Als je in de avond op bezoek gaat bij vrienden en ze vragen je hoe je dag was, vertel je niet dat je een boterham met jam hebt gegeten bij het ontbijt. Dan vertel je eerder over iets spannends, of speciaals.
Iets uitgesproken spannends kan lastig zijn om mee te beginnen als je nog niet zo lang schrijft, of als je verhaal inhoudelijk niet stuitend van start gaat. Geen nood: in plaats daarvan kan je uitweiden over het karakter van je personage. Je mag gerust iets relatiefs saais schrijven, maar concentreer je dan op de uitwerking van het karakter van je personage. Besteed dus geen aandacht aan de actie van het aankleden, maar aan het feit dat jouw depressieve personage een mentale worsteling aan moet gaan om zichzelf zover te krijgen dat hij niet de hele dag in pyjama blijft rondlopen.

2. Schrijf over iets ‘anders’

Als je toch over een dagelijkse routine wil of misschien zelfs moet schrijven, schrijf dan over iets dat de sleur doorbreekt en niet in de vastgeroeste routine thuishoort. Dat kan je erg breed zien: ontmoet je personage een nieuw personage tijdens zijn dagelijkse wandeling? Is er tijdens het routineuze ontbijt nog niets aan de hand, maar wordt je personage vlak daarna gebeld met bijzonder nieuws? Regent het na maanden van droogte en zet je personage dat tot iets ongewoons aan?
Het is belangrijk dat je de verbazing van je personage over dit vreemde element laat blijken. Dan is het voor de lezer duidelijk dat dat andere personage of dat telefoontje niet bij het leven van alledag hoort en verandering teweeg gaat brengen.

3. Maak de lezer nieuwsgierig

Een lezer wordt al snel nieuwsgierig naar de rest van het verhaal als blijkt dat er iets opvallends gaat gebeuren of iets gaat veranderen in het leven van je personage. Dat telefoontje of die vreemdeling laten de lezer denken: daar zit meer achter. Het maakt niet uit hoe je het doet, zolang je in je eerste hoofdstuk (of zelfs je eerste pagina(‘s)) maar letterlijk en figuurlijk een verhaal belooft. Hoe gaat je verhaal verder? Daar moet je je lezer nieuwsgierig naar maken in het begin van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een eerste beoordeling van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Zo schrijf je een interessant verliefd stel

In vrijwel elk verhaal komt een liefdesrelatie voor. Meestal is die er in het begin van het boek nog niet. Dat betekent dat je de vonk moet laten overslaan en de eerste vlinders in de buik moet beschrijven. Dat lijkt makkelijk, maar vaak mondt dat bij beginnende schrijvers uit tot een eindeloos gezwijmel, dat niet zelden vergezeld wordt door een zekere vorm van hysterie. Dat leest niet altijd interessant, soms eerder irritant. Hoe schrijf je over de welbekende zwerm vlinders zonder dat lezer al met zijn ogen gaat rollen zodra de twee geliefden elkaar in de ogen kijken?

Romantiek als grootste cliché

Verliefd worden komt zo vaak voor in verhalen dat het een van de meest voorkomende tropes is, waardoor het maar al te makkelijk uitgroeit tot een cliché. Vergelijk het met een vriend(in) die helemaal hoteldebotel is en nergens anders meer over kan praten dan de nieuwe vlam. Dat is een tijdje leuk om aan te zien, maar als dat maanden of jaren voort zou duren, zouden er grofweg twee irritaties ontstaan:
* “Ja, we weten het onderhand wel: Chaim is geweldig. Ga je nog een keer verder met je leven?”
* “Wacht maar tot je van je roze wolk afdondert, niet alles is rozengeur en maneschijn.”

Centraal conflict en balans

Bovenstaande citaten slaan de spijker op z’n kop als het gaat om waarom schrijven over romantiek zo makkelijk misgaat. Als je een personage of stelletje hebt dat niets anders doet dan verklaren hoe verliefd ze wel niet zijn, dan heb je geen centraal conflict. Dan zwakt het verhaal erg af of komt het niet op gang.
Als je een leven hebt van rozengeur en maneschijn is dat evengoed saai, omdat er dan geen afwisseling van goed en slecht in je verhaal is. Goed en slecht kan betrekking hebben op personages, maar ook op gebeurtenissen, meningen, of vaststaande situaties. Zorg daarin ook voor genoeg ‘afwisseling van soort’. Als het conflict vormt: ‘mogen arm en rijk bij elkaar en gaan ze het samen redden?’ Zorg er dan voor dat er nog iets meer is dan alleen ruzie en weer goedmaken en twijfels die om de hoek komen kijken “Wij zijn voor elkaar gemaakt. O nee, toch niet, want ik haat je. O toch wel, want ik ben dol op je. O, toch niet want onze ouders keuren het af.” Dat geeft een hele magere invulling van save the cat. Dat is geen echt verhaal waarin personages en het plot kunnen groeien, eerder een herhaling van een en hetzelfde dat snel vervelend of traag leest.

The notebook: als het om niets dan liefde gaat

The Notebook is een goed voorbeeld van het bovenstaande. Het is de bekende onmogelijke liefde tussen arm en rijk, compleet met liefdesdriehoek en het continue vraagstuk: eindigen ze wel of niet met elkaar? Hun liefde krijgt zo letterlijk alle aandacht dat de personages als persoon niet groeien of andere ambities krijgen (zonder weg te kwijnen bij de herinnering aan de ander…) Natuurlijk is dit niet meteen fout (romantische verhalen verkopen zeer goed) maar er zit zoveel meer potentie in een verhaal als het over meer gaat dan alleen de relatie en de vraag of dit stel voorbestemd is of niet.

Hoe hartverwarmend een beeld als dit ook is, als je alleen zoiets te zien krijgt, gaat het uiteindelijk ook vervelen.

Hoe schrijf je over een verliefd koppel?

Als eerst en belangrijkste: hou het gezwijmel en de roze wolk kort en bondig. Schrijf er zoveel over als je wil, maar zorg er wel voor dat die het verhaal niet gaan overheersen. Er moet méér dan die verliefdheid zijn in een verhaal. En als die er is, kijk dan eens of je erachter kan komen waarom de personages verliefd op elkaar worden en ook blijven. (Hier heb je een groot voordeel: je personage zit op een roze wolk naar de ander te kijken, jij niet 😉 ) Daardoor kun je ook neutraal naar de karaktertrekken van de ander kijken en die analyseren. Dan groeit de liefde op andere manieren. Denk aan dingen als:
* Het zelfvertrouwen van de personages wordt vergroot door hun onderlinge liefde.
* De ander laat positieve kanten zien die je personage niet van zichzelf kende.
* De ander helpt om dromen waar te maken en leert hoe obstakels overwonnen kunnen worden.
* Het stel vult elkaar aan in de nuchtere zin van het woord, waar de slaapkamer niets mee te maken heeft.

Een vriendelijke, vlugge kus getuigt ook van liefde. Er is niet ‘pas’ sprake van liefde als de vonken ervan af spatten.


Laat deze aspecten waar je personages van groeien een belangrijk deel van het plot of misschien zelfs het verhaalthema vormen. Als je personage dolgraag een bepaalde baan wil hebben, kan de partner helpen die dromen waar te maken door te helpen met sollicitatiebrieven schrijven. Dat kan je personage dan zodanig waarderen dat de vlinders in de buik blijven.
Dit is natuurlijk ook iets wat vrienden voor elkaar kunnen doen. Daarom moet je je stel af en toe tot regelmatig kleine, maar duidelijke blijken van affectie laten tonen, zoals een kus of een romantisch gebaar. Erotische of romantische uitspattingen doen het goed op momenten die tekenend zijn voor een belangrijk moment in het plot of wanneer er duidelijk blijkt waarom deze mensen zo dol op elkaar zijn. Je kan beter enkele keren ‘goed uitpakken’ en de subtiele dingen wat vaker laten terugkomen dan alles in de extremen beschrijven. Denk aan het spreekwoord: de boog kan niet altijd gespannen zijn. Dat geldt ook voor de spanningsboog en verliefdheid binnen een verhaal.

Natuurlijk is het het idee van veel romantische verhalen dat de romantiek van de pagina’s af moet spatten en dat het zwijmelgehalte hoog moet zijn. Daardoor komen de meer extreme liefdesverhalen in dat genre aan bod. Als de liefdesrelatie zelf niet het thema van je verhaal is, kan je dit genre beter niet als spiekbrief voor het schrijven van een relatie of romantiek gebruiken. Dan doe je er beter aan om de liefde tussen je personages als ‘gewoon’ fijn en vanzelfsprekend te beschouwen (wat dat dan ook precies voor je betreffende personages betekent) dan als één-op-de-miljoen-worden-zo-verliefd-als-zij.

Laat mij je koppeltje beoordelen en schakel me in voor manuscriptredactie.

Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning. Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.

1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je schrijfonderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvóór. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scène ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je al iets geschreven? Ik kan je professionele redactie geven: kijk eens in mijn webshop.

Het karakter van je personage uitwerken

Als je een personage gaat uitwerken, maak je een personagebiografie. Zo leer je onder andere zijn karaktertrekken kennen. Maar hoe zorg je ervoor dat je die ook geloofwaardig op papier uitwerkt?

Wat vormt een personage?

Ervaringen, verschillende achtergronden en karaktertrekken maken een personage tot wie hij is. Lees mijn blogpost over het schrijven van een personagebiografie voor meer informatie. Maar jij kan die biografie super serieus nemen en zelfs weten wat de favoriete cornflakes van je personage is, je bent er nog niet als je iets over je personage opschrijft. Je moet het uítwerken om je personage realistisch en geloofwaardig te maken. En dat uitwerken doe je telkens weer, niet in een keer. Ik schreef al eerder in de blogpost zo leest een tekst heel natuurlijk over hoe je een personage realistisch laat overkomen. Laten we twee belangrijke punten uit die post nog eens bekijken, maar nu met de invalshoek van het uitwerken van de karaktertrekken van je personage.

Herhaling geeft bewijs van karakter

Dus jouw personage is aardig? Bewijs het maar eens. Je bent niet meteen aardig als je een enkele keer een complimentje geeft; dan dóe je eerder aardig. Je bent pas aardig als je zo vaak een complimentje geeft dat het niet meer als iets incidenteels kan worden gezien. Met echte mensen is dat misschien zwartwit om te stellen, maar voor personages geldt dat wel. In het geval van personages moet je ook goed nagaan of ze alleen maar aardig zijn tegen een enkel persoon of tegen iedereen. In dat eerste geval loop je het risico dat je personage niet als aardig, maar als een hielenlikker wordt gezien. (Nog) meer dan bij mensen in het echte leven liggen de acties van personage constant onder een loep. Alles wat je schrijft moet iets toe te voegen hebben. Daarom zullen personages nooit zomaar eens hoesten. Dan zijn ze meteen ziek. Of gaan ze nooit naar het toilet, tenzij hun pestkop hun hoofd in de wc-pot duwt of ze aan de diarree zijn en een reden hebben om zich de volgende dag ziek te melden op kantoor. Daarom is elke actie van je personage meteen een ‘bewijs’ van een veronderstelling dat je personage een bepaalde karaktertrek of beweegreden heeft.

Vergelijk herhaling die bewijs geeft als een liefdesverklaring met de bekende liefdesslotjes. Je zegt heel vaak: “Ik hou van je” voordat je bereid bent om ook zo’n slotje op te hangen en te laten zien dat je echt verliefd bent in plaats van het alleen zegt te zijn.

Verschillende vorm, hetzelfde principe

Karaktertrekken kunnen en moeten op verschillende manieren naar voren komen. Het zou raar zijn als een aardig iemand altijd koekjes voor zijn vriend bakt als die examens heeft, maar nooit eens zou glimlachen of zou helpen. Wissel de verschillende uitingen van de karaktertrek dus voldoende af. Het maakt een personage realistischer en je voorkomt ermee dat -zoals hierboven beschreven- een personage slechts situatieafhankelijk in plaats van oprecht door een karaktertrek lijkt te reageren.

Personages gaan veranderen

Om een goed verhaal te schrijven, moet je ervan uitgaan dat ieder personage de hoofdpersoon is van zijn eigen heldenreis. Dat betekent ook dat ieder personage een eigen centraal conflict meemaakt en dus (mogelijk) van karakter verandert. Een geliefd personage kan dus overlopen naar de duistere kant of een slechterik kan bijdraaien. Die verandering kan niet zomaar uit de lucht komen vallen. Afhankelijk van of je een plottwist in de hand wil werken of niet zal je meer of minder hints moeten geven. Maar (subtiele) veranderingen in karaktertrekken doen het vrijwel altijd goed. Dit kan je op verschillende manieren doen:

* Verminder de vertrouwde karaktertrek (Laat die vriend naar verloop van tijd steeds minder vaak koekjes bakken);
* Laat het personage een minder verwachte of zelfs een tegengestelde keuze maken: de onzelfzuchtige vriend blijft deze keer thuis in zijn hangmat luieren als zijn vriend wederom om hulp vraagt;
* Laat je personage opmerken dat iedere karaktertrek een tegenhanger heeft die misschien niet eens zo slecht is. Je personage kan wel altijd ‘ja’ zeggen en daar prat op gaan, maar als je nooit nee kan zeggen, gaan mensen over je heen lopen. Sandra ging bijvoorbeeld naar bed met Tom om hem een plezier te doen, waarna ze haar maagdelijkheid verloor. Sandra had eigenlijk bedacht haar maagdelijkheid te bewaren voor Younes; ze is al jaren heimelijk verzot op hém.
Laat je personage zo nu en dan eens ‘experimenteren met de andere kant van de medaille.’

Vooral dat laatste punt is erg nuttig als je je personage wat radicaler van karakter wil laten veranderen. Let er wel op dat je dit langzaam maar zeker doet. Niemand verandert in drie weken van een extremistische aanslagpleger tot een zorgzame Jan-met-de -pet die blij is als hij elke ochtend zijn krantje en verse jus d’orange heeft. Let erop dat je bepaalde grenzen bewaakt: je personage mag best eens wat anders doen of laten zien, maar dat wil niet zeggen dat hij hoe dan ook radicaliseert. Je kan deze techniek ook gebruiken om te laten zien dat je personage geen Mary Sue is en dus ook zijn mindere kanten heeft.

Als Mary Sue besluit om naar puistjes niet onder de make-up te verstoppen, ziet ze misschien in dat ze niet zo lelijk is als ze denkt. Zo kan het loslaten van ijdelheid (op langere termijn) voor karakterverandering zorgen.

Laat je personage eens aan zelfreflectie doen

Zelfreflectie is niet voor elk personage weggelegd. Als je mentaal of emotioneel (tijdelijk) instabiel bent, of nog niet volwassen (genoeg), dan wordt dat lastig. Maar als je personage ertoe in staat is, dan kan zelfreflectie een goede manier zijn om je personage een aanleiding en besef te geven dat hij in bepaalde dingen moet veranderen, wat tot verandering van karakter kan leiden. Let er wel op dat je dit niet met slechte expositie doet; hm, ik word buitengesloten, zal ik dan maar eens nagaan wat ik misschien verkeerd heb gedaan? werkt niet.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Drie redenen om je verhaal even opzij te leggen voordat je gaat herschrijven

Als je een tekst geschreven hebt, wil je er het liefst zo snel mogelijk mee verder, of het inzenden voor een schrijfwedstrijd. Maar het is verstandiger om een tekst een aantal dagen –zo niet weken!– opzij te leggen en het daarna pas in te sturen en/of te herlezen voor revisie. Hier volgen drie redenen waarom.

1. De blinde vlek verdwijnt

De blinde vlek is bekend en berucht: als je intensief met een tekst bezig bent, of hem al talloze malen hebt herlezen, zie je op een bepaald moment zelfs de meest overduidelijke spellingsfouten of continuïteitsfouten niet meer staan. Als je de tekst even met rust laat, gaat die blinde vlek uiteindelijk weg. Bedenk wel: hoe langer en intensiever je met een bepaalde tekst bezig bent geweest, hoe langer je de tekst moet laten rusten om de blinde vlek te laten verdwijnen. Soms is een aantal dagen rust genoeg, soms vergt dat echter weken.

2. Je ziet het grote geheel weer

Als je met een bepaalde scène bezig bent geweest, zit je daar met je neus bovenop. Dat levert je tijdens het schrijven een bepaald oog voor detail op, maar dat kan riskant zijn. Je bent zo bezig met hoe de personages een ruzie aan het uitpraten zijn, dat je vergeet dat ze later in het verhaal omwille van de spanningsboog nog een keer moeten gaan kibbelen. Dan kan je beter een kleine wrijving laten bestaan, zodat de latere ruzie niet uit de lucht komt vallen. Zoiets kan je vergeten als je met een afzonderlijke scène bezig bent. Als je even afstand kan nemen van datgene waar je intensief mee bezig bent, helpt dat het grotere geheel te zien en continuïteitsfouten te voorkomen.

3. Je kan beter reflecteren

Ben jij ook zo’n schrijver die na het tikken van een scène stopt met schrijven en dan nog een aantal minuutjes bedenkt wat je nu eigenlijk geschreven hebt? Als je dat meteen na het dichtklappen van je laptop doet, denk je waarschijnlijk iets als: het was leuk om die romantische scène nu eindelijk eens op papier te zetten! Die eerste gedachten zijn vrijwel nooit kritisch. Maar als je een tekst eventjes laat liggen en je drie dagen later tijdens de was opvouwen nog eens bedenkt wat je precies geschreven hebt, kan je zomaar ineens beseffen: Oeps, Floortje heeft zich wel erg enthousiast op Jacob gestort. Hij heeft een hekel aan overhaaste romantiek. Misschien moet Floortje niet meteen zodra de voordeur dichtvalt aan Jacobs riem beginnen te sjorren. Anders geeft hij haar straks vroegtijdig de bons.
Dan besef je dus dat je iets hebt geschreven dat niet klopt (voor je personages of voor het plot). Vervolgens kan je gaan kijken hoe Floortje haar extase kan uiten zonder dat Jacob meteen bindingsangst krijgt. Als je het had gelaten bij Floortjes lust, dan was je dat vroeg of laat in je verhaal als blokkade tegengekomen.
Als je een tekst even laat voor wat hij is, is de kans groter dat je neutraler naar je tekst kan kijken en je er beter op kan reflecteren.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je je boek weer oppakt, wil ik het voor je nakijken: kijk eens in mijn webshop voor professionele redactie.