Jullie blijven zeer enthousiast over Portland Pen. Wat leuk om te zien! 😀 Hier volgt het derde verhaalelement. Je personage is dus in het buitenland, zit in een langeafstandstrein en komt in gesprek met een medepassagier.
Maar dan…Verhaalelement 3: De trein komt plotseling stil te staan. En het wordt onmiddellijk duidelijk dat de vertraging minimaal een uur gaat duren.
Dit laat blijken of en hoe stressbestendig je personage is, of er iets belangrijks was op de plaats van bestemming of niet. (Mist het zo een begrafenis of was het gewoon onderweg op een toeristische treinroute en neemt het nu de tijd om even lekker achterover te leunen en te niksen?) Denk ook eens aan de eerdergenoemde gesprekspartner. Gaat je personage daar de woede op afreageren, of gaan ze gezellig kletsen?
De grootste angst van je personage kan je veel vertellen over hoe dit moment gaat lopen. Wanneer laat je personage zich door angst leiden en wanneer niet? Bedenk: wat als de trein midden in een tunnel stil komt te staan en alle lichten doven? Of dat de catering in de kogeltrein gratis hapjes uit gaat delen ter compensatie voor het ongemak? Laat je fantasie de vrije loop: alles mag gebeuren in die lange tijd van stilstand.
Deze foto heb ik gemaakt in Japan: een land waar de treinen een legendarische status hebben omdat ze nooit te laat komen. (Als ze letterlijk tien seconden te laat zijn, hoort de machinist dat van zijn meerdere. Stel je eens voor wat drie minuten dan doen… ) Ik maakte deze foto met het idee: als ik die foto niet maak, gelooft niemand dat ik een vertraagde trein in Japan heb gezien. Jouw trein moet dus minimaal een uur vertraagd zijn, maar het idee blijft dat je die vertraging op een bepaalde manier memorabel moet maken.
Je personage hoeft niet bang te zijn of te worden van de stilstaande trein. Maar probeer wel een globaal idee te krijgen waarom je personage al dan niet in paniek of bang is.
Volgende week volgt het laatste verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten. Op deze pagina vind je een overzicht van alle verhaalelementen en de wedstrijdpagina. Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!
Je weet wat je van een verhaal kan verwachten als het volgens een vaste structuur verloopt. Dan leest het lekker weg. Maar als het niet volgens een bekende structuur verloopt, kan dat even verwarrend zijn. Is dat dan ook meteen slecht? Nee: studio Ghibli schrijft vaak met een ongewone structuur en het levert prachtige verhalen op. Laten we eens te meer in hun trukendoos kijken.
De vertrouwde verhalenstructuur
De kans is zo’n beetje 99% dat een verhaal dat je leest is opgebouwd volgens het verhalenstructuurschema van save the cat. Je kan veel uit dit schema halen, maar voor deze blogpost moet je weten dat het principe is: 1) de held verlaat zijn comfortzone 2) de held gaat een centraal conflict aan 3) de held overwint of verliest
Kort gezegd betekent dat: er gebeurt iets dat de wereld van je personage op zijn kop zet. Daardoor moet het iets leren of van karakter veranderen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar met vallen en opstaan wordt er uiteindelijk een resultaat bereikt waardoor het leven van het personage definitief een andere invulling krijgt.
Save the cat: Save Jiji
In de Ghiblifilm Kiki’s delivery service speelt de zwarte kat Jiji een grote rol. Daarom noem ik deze verhaalstructuur-aanpak gemakshalve ‘Save Jiji’. (Ook omdat het zo leuk klinkt ;). ) Wat zijn de stappen van daarvan? De eerste drie stappen zijn hetzelfde als die van Save the cat, maar Save Jiji gaat na daarna nog veel verder door:
4) De tegenstander blijkt een overtuiging te hebben die hem grijs maakt, in plaats van zwart(wit). 5) De heldin wordt uitgedaagd om trouw te blijven aan het doel wat (bijna, maar net niet) behaald is, maar de tegenstander óók als volwaardig mens te zien. 6) Het centrale conflict/ persoonlijke groeiproces van de heldin komt daardoor in een andere vorm terug: weet je zeker dat je je heldenreis hebt voltooid? 7) De heldin wordt meerdere keren -al dan niet subtiel- getest op punt 5, waarbij zij ook ziet dat zij nog steeds gebreken heeft. 8) Het einddoel wordt alsnog behaald, maar nu is de heldin nóg bewonderenswaardiger, omdat zij haar heldenstatus niet alleen heeft kunnen behalen, maar ook heeft bewezen die waard te zijn.
Dit is Jiji 🙂 Copyright: studio Ghibli. Afbeelding via teepublic.com
Dat zorgt voor een diepzinniger, steviger en indrukwekkender verhaal waarin de voltooide heldenreis nog meer dan normaal als beloning aanvoelt. Wat zijn een aantal aandachtspunten voor een goede ‘Save Jiji?’
Aandacht naar de antagonist
Je zou het misschien niet denken, maar je kan de reis van je heldin verstreken door de antagonist aandacht te geven. Let op: aandacht is niet per se een achtergrondverhaal. Als Ghibli iets níet doet, dan is het mikken op een tragisch achtergrondverhaal om empathie op te wekken voor de tegenstander. De aandacht wordt slechts verplaatst, waardoor je weet wat zijn mening is en soms ook hoe die tot stand is gekomen. Om te voorkomen dat de antagonist alsnog eendimensionaal wordt, hanteert Ghibli een andere centrale vraag. Save the cat vraagt zich af: waar zit het witte puntje in het zwarte vlak? (Lees daar hier meer over.) Save Jiji vraagt zich af: welke spreekwoordelijke medaille speelt hier de hoofdrol?
Stel: het land leeft in oorlog. Je held wil vrede door vreedzaam te demonstreren, de antagonist is niet bang geweld te gebruiken om de bezetters te verjagen en het land zo te bevrijden. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: in wezen zijn je held en tegenstander op het einde van de oorlog uit. In plaats van dat je suggereert dat je held op de goede weg is en de tegenstander op de slechte zeg je dus: ze zitten allebei op dezelfde weg, maar bewandelen die anders. Als vanzelf krijgt óók de tegenstander een heldenreis, als het gaat om vallen en opstaan: je ziet dat hem iets lukt, soms niet, en dat hij -net als de heldin- waarden (tijdelijk) in de steek laat om een doel te bereiken. Dat levert op een bepaalt punt een zéér interessante vraag op.
Aan wiens kant sta jij?
Als je heldin iets ‘slechts’ doet op het moment dat de tegenstander net iets ‘goeds’ doet, kan dat even verwarrend zijn. Voor wie hoort de lezer nou eigenlijk te juichen? Dat klinkt als een rammelende verhaalstructuur, maar dat hoeft het niet te zijn. Als je duidelijk genoeg uitschrijft wat de eerder genoemde medaille is, en je weet wat de afzonderlijke normen en waarden van je held en tegenstander zijn, worden je personages er voornamelijk realistischer van. Als je die medaille (het verhaalthema) stevig hebt staan, komt je lezer wel weer over die eerste verwarring heen. Dat heeft twee redenen: * Als je interessante personages hebt, kan het juist uitdagend en aantrekkelijk voor de lezer zijn om zijn kop erbij te moeten houden. Zolang de personages (held, tegenstander of bij-personages) interessant genoeg zijn, is het niet erg om een beetje mysterie te houden in hun waarden, motieven en manier van doen. Zolang je maar verder wil leren/lezen over hen. * Hoe dan ook kom je altijd terug bij de held. Uiteindelijk leeft je lezer het meest mee met degene waar je het meeste tijd en aandacht aan besteedt: de held. Om die reden kom je uiteindelijk ook weer uit bij de heldenreis van de held als het gaat om het uitwerken of afronden van het verdere verhaal. Dat voorkomt- mits je het goed doet- dat je verhaallijn als geheel warrig wordt.
Wie staat aan welke kant?
Onder andere bij deze personages uit Ghibli films twijfel je soms aan hun rol:
Howl: deze prins op het witte paard heeft een mysterieuze rol in oorlogen en is vreselijk ijdel: zodanig dat hij de heldin Sophie, op wie hij verliefd is, bijna voorgoed van hem wegjaagt. Kaonashi/No Face: begint verlegen, eet daarna iedereen op en is later weer een mak lammetje. Haku: is een vriend van de heldin Chihiro, maar hij dient haar onderdrukker. Ondertussen blijft hij Chihiro helpen en blijft hij oprecht vriendelijk en zorgzaam naar haar.
Ik heb al veel leuke reacties gekregen op de bekendmaking dat de het plot van Portland Pen zich gaat afspelen in de trein!
Het volgende verhaalelement is: je personage is twee dagen geleden het land binnen gekomen. * Voor een zakenreis * Als vluchteling * Als toerist * Als internationale student * Om een -letterlijk of figuurlijk- ver familielid te begraven enzovoort.
Je personage is nog maar net gearriveerd. Foto door Erik Odiin op Unsplash
Ook hier weer: alles mag. De tip bij dit element is om goed na te denken wat er in de personagebiografie staat. Als het een zakenman is, wat is dan zijn beroep? Heb je daar bepaalde associaties bij over wat voor persoon hij is? Als het een internationale student is, wat kan je dan zeggen over zijn lust om de wereld te zien? Misschien geeft dat wel een aantal dromen duidelijk weer. Kortom: kijk verder dan je neus lang is. Wat kan het feit dat je personage in een vreemd land is en de reden waarom je allemaal vertellen?
Je personage is in het buitenland. Je kan dus een taalbarrière toevoegen tussen de gesprekspartners. Bedenk daarbij dat het gesprek nog wel ergens naartoe moet leiden. Maak de barrière dus niet te groot, of zorg ervoor dat je met de spreekwoordelijke handen en voeten heel veel kan vertellen. Natuurlijk is de taalbarrière niet verplicht: een Engelsman verstaat een Amerikaan gewoon. En een Haïtiaan een Fransman ook.
Volgende week volgt het derde verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten. Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!
Mocht je het eerste verhaalelement gemist hebben, dan kan je dat hier teruglezen.
Clichés dien je zo veel mogelijk te vermijden. Daarom volgen hier de meest voorkomende clichés en geef ik een aantal trucjes die je clichédetector kunnen versterken.
Wat is een cliché?
Een cliché definieer ik als een verhaalelement dat de lezer uit het verhaal haalt. Lees hier alle artikelen over clichés en tropes om je basiskennis daarover bij te spijkeren. De definitie op mijn blog betreft het principe dat je tekst vlot moet lopen. Daarnaast moet je letten op wat al zo vaak geschreven is dat je niet origineel genoeg meer schrijft om nog interessant te zijn. Er zijn websites en bronnen die het niet met mijn definitie eens zijn. Die zien het iets meer zwartwit. Iedere tekst of elk tekstelement dat vaak wordt gebruikt, wordt daar een cliché genoemd. Het neemt niet mee of de (individuele) lezer zich eraan stoort of niet. Dat brengt ons bij de eerste groep standaard clichés.
Spreekwoorden en gezegden als clichés
Of spreekwoorden en gezegden echt cliché zijn, vind ik persoonlijk een punt van discussie, maar er zijn genoeg bronnen die ze wel als zodanig aanmerken. Neem: dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Het klopt dat we dit al talloze keren hebben gehoord. Maar spreekwoorden en gezegden komen voor in ons echte leven. In tegenstelling tot achtervolgingen waarin de kogels nooit opraken en de held nooit gewond raakt. Dat verschil tussen non-fictie en fictie maakt dat een spreekwoord minder snel storend is, is mij opgevallen. Je kan spreekwoorden nog steeds als basis gebruiken om er iets heel creatiefs van te maken. Omdat de uitdrukkingen zo bekend zijn, valt je creativiteit dan des te meer op. Neem dit voorbeeld uit ‘Harry potter en de orde van de Feniks.’
Gedane spreuken nemen geen keer, maar je hebt de knuppel wel in het kabouterhok gegooid.
Dat zijn twee clichés in één zin. En toch is dit leuk om te lezen. Als je het makkelijke gebruik van uitdrukkingen onder clichés schaart, kan de volgende vuistregel je helpen: zet de uitdrukking naar je eigen hand en maak er iets leuks van. Stel dat je hoofdpersonage opstartproblemen heeft in de ochtend. Dan kan je kortweg schrijven: dat duurt een eeuwigheid, maar je kan ook schrijven: dat duurt net zo lang als Charlies dagelijkse moeizame trektocht van zijn bed naar de ontbijttafel. Nog een gevoelig cliché, taalkundig gezien is: dan ooit/ nog nooit in zijn leven: * Hij was bozer dan ooit. * Hij had zich nog nooit zo rot gevoeld. * Blijer dan ooit ging hij naar het vliegveld. * Ze had zich nog nooit ergens zo op verheugd.
Dan ooit/ nog nooit kan soms letterlijk zijn bedoeld. De vrouw die al vanaf haar vierde wil trouwen, zal zich inderdaad nog nooit ergens zó op verheugd hebben als op haar trouwdag. Maar deze zinnen verliezen hun kracht omdat ze zo vaak in de figuurlijke zin worden gebruikt. Mocht je ‘dan ooit’ letterlijk bedoelen, zorg er dan voor dat je alles eromheen voldoende uitwerkt om dat ook te laten blijken. Dan ooit/ nog nooit is vaker een onderdeel van nog een andere groep clichés: de hyperbolen.
Hyperbolen als clichés
Als je erop let, merk je dat clichés vaak hyperbolen zijn. Oftewel: iets wordt enorm uitvergroot. Kijk alleen al naar Mary Sue en Joe Sixpack. Dat zijn personages met uitgesproken overdreven traditionele vrouwelijke of mannelijke karaktertrekken of uitdragers van die waarden. Mary Sue is overdreven zacht, waar Joe Sixpack overdreven veel (krachtige) spieren heeft. Maar niet alleen personages, ook losse scènes of bepaalde gebeurtenissen zijn vaak een versie 10.0 van iets normaals, of iets wat überhaupt al onwaarschijnlijk -of op zijn minst zeer uniek- is.
* De geheime agent die niet één, maar honderd kogels kan ontwijken door weg te rennen. * Niet één roos als romantisch gebaar, maar het hele bed onder rozenblaadjes, met nog drie bossen bloemen erbij. * De dakloze persoon die uitgroeit tot miljonair. * Geen succesvolle overwinning op een klein bedrijf van een nieuwbakken advocaat, maar eentje die meteen een hele verzekeringsmaatschappij omgooit (plot van The rainmaker). * De nerd die uiteindelijk het mooie meisje gaat daten, omdat hij extreem veel voor haar overheeft, of voor haar wil veranderen. * De romantische film The notebook (ik vind die film niks, vanwege de stortvloed aan clichés en een gebrek aan fatsoenlijk plot.) – Een mooie vogel bij je romantische boottocht? Nee joh, meerdere dozijnen! – Eén niet gearriveerde liefdesbrief? Maak daar maar 365 van… – Een huis naar de smaak van je geliefde inrichten? Je kan dat huis ook helemaal bouwen… – Zoenen in de regen? Kan, maar dan óók in een onweersbui en óók nog na een pittoresk boottochtje…?
Dit zijn al veel liefdesbrieven. Het grofweg twintigvoudige daarvan zou echt tè veel zijn… Bron Annie Spratt op Unsplash.
Met name in het voorbeeld van The notebook zijn de clichés zo duidelijk omdat ze de zin ‘Dat gebeurt alleen in een film’ uitlokken. Die zin is een absolute rode vlag voor clichés. In ieder genre, van romantisch tot horror.
Powerfantasy als cliché
Powerfantasy kan ook een cliché vormen als je het te enthousiast toepast. Dat zag je misschien al in de voorbeelden onder het de vorige kopje. Zoals de dakloze die uiteindelijk miljonair wordt. Het heeft ook een te-mooi-om-waar-te-zijn-element in zich, maar het is wel nodig voor een verhaal om je hoofdpersoon de held te laten zijn. Het linke is dat een redelijk aantal boeken en films over ongelooflijke, maar desondanks waargebeurde verhalen gaan. Zoals de cliché dakloze die superrijk wordt. Mocht je autobiografisch schrijven -of überhaupt een verhaal schrijven- waarin een ongewone powerfantasy voorkomt en voor móet komen in het verhaal, kijk dan extra goed naar welk buitengewoon element nodig is om het verhaal gaande te houden. Alle andere uitzonderlijke momenten of vaardigheden kan je beter wel dan niet schrappen voor een prettig lopend plot.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
De schrijfwedstrijd Portland Pen is twee dagen na de bekendmaking al een succes! Ik had nooit verwacht dat de wedstrijd binnen vierentwintig uur al het minimumaantal likes zou halen. Bedankt allemaal 😀 Blijkbaar hebben de schrijvers er zin in, dus hier komt het eerste element van het verhaal:
Twee personages ontmoeten elkaar in de trein tijdens een treinrit van drie uur.
Die ontmoeting mag van alles zijn: * je personage mag de toekomstige verloofde tegenkomen; * je held mag een gesprek aanknopen met een vreemdeling die een aha-erlebnis in de hand werkt; * de trein mag uiteindelijk ontsporen en je hoofdpersonage mag met de vreemdeling moeten vechten om de weg naar de nooduitgang. Enzovoorts. Zolang deze twee personages maar op een wezenlijke manier met elkaar in contact komen, mag alles.
Wat helpt om het verhaal interessant te maken: neem de persoonlijke beleving van je personage mee. Zorg ervoor dat deze ontmoeting (op wat voor manier dan ook) belangrijk voor je personage wordt. Nog iets om over na te denken: * waar gaan de personages over praten? Waarom juist daarover? * hoe komt het gesprek tot stand?
Volgende week volgt het tweede verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten. Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!
Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika. Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )
Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!
Dit is het plan: De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat allemaal naartoe gaat leiden. Handig om je creatieve schrijversbrein mee te kietelen. De verhaalelementen komen op deze pagina op een rijtje te staan. Na vier weken heb je een basis voor een verhaal. Degene die het mooiste verhaal schrijft, krijgt een souvenir uit de winkel van Powell’s Books 😊
Ik denk nu aan een opschrijfboekje als hoofdprijs, maar als je een ander idee hebt voor een souvenirtje van Powell’s Books, laat dan vooral een reactie achter. Geef deze post een like als je aan de wedstrijd mee zou doen. Deel hem zeker ook, want jouw betrokkenheid heeft invloed op de prijzen! Hoe meer mensen de post liken, hoe meer prijzen ik weg ga geven. De winnaar ontvangt sowieso ook persoonlijke feedback op het ingezonden verhaal.
Als deze post vóór 9 juni minimaal vijf likes ontvangt, gaat de schrijfwedstrijd door. Mocht het licht op groen komen, dan bekijk ik op 17 juni het aantal likes nog een keer en aan de hand daarvan maak ik op 20 juni ik het aantal (troost)prijzen bekend.
Update 26 mei: het minimumaantal likes is binnen een dag al behaald. Dank jullie wel allemaal! Blijf deze post delen en spoor andere schrijvers aan hem te liken. Dat kan de prijzenpot vergroten 😀
Update 20 juni: De prijzenpot is bekend: het blijft het eerder genoemde opschrijfboekje uit Powell’s books. Daarbij krijgt de winnaar feedback op het ingezonden verhaal.
Word jij de winnaar van de allereerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog?
Wedstrijdvoorwaarden:
* Eén inzending per persoon * Je verhaal is maximaal 3000 woorden * Inzenden van je verhaal kan vanaf 20 juni 2022 tot en met 11 juli, 17.00 uur Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: Portland Pen.
Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.
Update 6 juli: gezien het aantal inzendingen dat ik tot nu toe heb ontvangen, verwacht ik de uitslag maandag 18 juli bekend te kunnen maken. Mocht ik op het laatste moment onverwacht veel inzendingen krijgen, dan zal ik hier een update geven over een herziene uitslagdatum.
P.S.
Je kan tijdens mijn vakantie nog steeds iedere week een nieuwe schrijftip lezen. Ik zorg ervoor dat ze tijdig worden ingepland 🙂
Kinderdromen zijn optimistisch, groots en in een bepaald opzicht erg naïef. Maar ze kunnen je ook leren waar de diepste wensen van je personage liggen. Als kind leer je vroeg of laat dat de wereld niet zo mooi is als je hoopt. En toch houden we ook als volwassene een bepaalde hoop of idealen. En uit idealen worden waarden geboren. Oftewel: als je de kinderdroom van je personage weet, leer je zijn innerlijke verlangens en de beweegredenen beter kennen en kan je de personagebiografie verder uitwerken.
Inspiratie van de oefening
De documentairefilm Human inspireerde mij tot het maken van deze schrijfoefening. Met dank aan het interview met Argus. Als antwoord op de vraag: ‘wat is de betekenis van het leven’ zegt hij: “Dat je niet uit het oog verliest wat je als (onschuldig) kind in de wereld wilde zien, zoals een wereld zonder bedelaars, waarin iedereen gelukkig is.”
Toegegeven: ik moet het eerste (jonge) kind nog tegenkomen dat zegt dat hij later de politiek in wil vanwege de macht die je dan soms hebt. Hij zou ook niet meer rijk willen zijn als je zou zeggen dat je dan misschien -hoewel niet altijd- anderen daarvoor uit moet buiten. Jonge kinderen hebben simpelweg een incompleet -of naïef zo je wil- wereldbeeld. Maar tegelijkertijd: zeg als volwassen activist wat je de wereld uit wil vechten -of dat nu armoede, kinderarbeid of oorlog is- wat wordt er dan wel eens gezegd? “Doe niet zo kinderachtig. Dat is niet mogelijk.” Noem me pietluttig, maar ik vind de woordkeuze voor ‘kinderachtig’ erg veelzeggend, zowel letterlijk als figuurlijk.
Casus Argus
Laten we Argus uit de clip ook als casus nemen. Zijn kinderdroom om armoede uit de wereld te helpen, kan een goede show don’t tell zijn. Vooral omdat hij zich afvraagt waar die kinderdroom -of boodschap zoals hij het noemt- toch is gebleven. Als je het jongetje Argus had gevraagd wat hij nog meer zou willen zien in de wereld, zou hij omdat hij een kind is waarschijnlijk ook nog dingen hebben gezegd als geen oorlog, geen dierenleed en geen ziekte. En toch geeft de volwassen Argus het voorbeeld van de bedelaar. Hij zegt ook letterlijk: “Je ziet de bedelaar niet meer en je stopt erom te geven.” Dit geeft twee belangrijke dingen aan. Hij vindt het vreselijk dat mensen/volwassenen minder geven om de medemens en hij vindt waardigheid van een medemens een groot goed. Anders zou hij dit voorbeeld niet benoemen met deze bitterzoete toon.
Je zou dit kunnen vertalen naar twee kernwaarden: * Leed moet worden erkend in plaats van genegeerd; * Behandel iedereen met waardigheid, ongeacht afkomst of mogelijke problemen.
Dit zou je al kunnen vertalen naar een mogelijk beroep dat bij hem past: hospik.
Kinderen zullen minder snel terugdeinzen om te handelen als ze iets als noodzakelijk goed zien. Foto: Bastogne Medic, door Jeroen Koppes via werkaandemuur.nl
Nuance in de schrijfoefening
Hospik is misschien iets te makkelijk als een ideaal beroep voor Argus. Ik moet het eerste jonge kind nog tegenkomen dat zijn schouders ophaalt als het ziet dat iemand pijn heeft. Maar de meeste kinderen willen ook graag piloot (de wereld ontdekken) onderwijzer (kennis opdoen en delen) hondentrainer (liefde voor dieren) en ouder (uit liefde voor hun eigen ouders) worden. De onderliggende redenen zijn ofwel een teken van gezonde ontwikkeling of inherent aan het onschuldige kind-zijn. Waarom wil dan zowel de jonge als de volwassen Argus eerder zorgen voor dan ontdekken? Omdat zorg dragen voor een ander dan net iets hoger in het vaandel staat dan honger naar kennis. Bij het bedenken van de kinderdroom is nuance dus nodig, maar je kan ook bedenken wat de allerliefste wens of de diepste drijfveer van je is van je personage is of zou zijn als hij maar wist hoe hij dat doel daadwerkelijk kon bereiken. Net zoals een kind nog denkt dat die mogelijkheden er (zouden moeten) zijn. ‘Ja maar’ is iets wat een kind niet zo snel zou zeggen als je naar een doel of wens vraagt.
Waarden in de praktijk
Zodra je deze waarden uit de kindertijd in kaart hebt gebracht, kan je ze vaker gebruiken dan je misschien denkt. Iedere keer als je personage een belangrijke beslissing moet nemen, of twijfelt tussen twee waarden die erg belangrijk voor hem zijn, helpen de waarden uit de kindertijd een wellicht lastige beslissing te nemen. Zodra je de waarden in een versus-constructie naast elkaar moet zetten, geven de kinderdromen misschien net dat zetje dat je nodig hebt:
Kinderdroom
Optie 1
Optie 2
Geen armoede
Een bedelaar eten geven of geld (met het risico dat het niet aan eten opgaat).
Niets aan de bedelaar geven: misschien koopt hij er wel drugs van.
Gerechtigheid voor iedereen
Je mond opendoen tegen discriminatie als je het ziet gebeuren.
Je mond houden als je denkt: misschien loop ik gevaar of mis ik een deel van het verhaal.
Iedereen is gelukkig
Iemand uitnodigen voor een feestje als je weet dat die eenzaam is
Een eenzaam iemand niet uitnodigen voor een feestje: wat zal de rest van de genodigden zeggen als je deze persoon meeneemt?
Kinderen zouden doorgaans voor optie 1 kiezen, volwassenen voor versie 2. Ter verdediging van volwassenen: je hebt ratio nodig in het leven, anders kan je evengoed schade aanrichten, roekeloos worden of verkeerde dingen teweegbrengen voor jezelf of voor andere betrokkenen. Ter verdediging van kinderen: als je niet durft te dromen en daarna wil of kan handelen, verandert er nooit iets. Ook niet wanneer dat nodig is.
Een beslissing op basis van het al dan niet volgen van een kinderdroom kan je vertellen hoe makkelijk een personage weer opstaat na het vallen in een centraal conflict: dat doe je makkelijker met een duidelijk doel voor ogen. Het zegt ook veel over de moed van je personage: je zegt niet snel ‘ja maar’ als je een moedig besluit neemt. Als je personage de moed opgeeft, loopt het verhaal tijdelijk vast. De kinderdroom kan je zo een idee geven over de grootste angst van je personage of wat de crisis en de ramp kunnen vormen uit het save the cat schema.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Studio Ghibli zet in zijn films liefde voorop, ten opzichte van romance. Dat zorgt niet alleen voor een frisse verhaallijn, de personages worden er zowel levendiger als oprechter door.
Als liefde voorop komt te staan
De kijk van studio Ghibli op liefde is erg verfrissend, omdat die er een is zoals je die zelden tegenkomt. Lees hier een inleiding op hoe deze filmstudio onderscheid maakt tussen liefde en romance. In plaats van dat de film mikt om de hoofdpersonages romantisch met elkaar te laten eindigen, wil een Ghiblifilm duidelijk maken dat een koppel -of ‘koppel’ nu romance of vriendschap betreft- elkaars heldenreis moet versterken. Dat levert personages op die naar verhouding veel diepzinniger zijn. Gemakshalve ga ik daarom De kleine zeemeermin van Disney vergelijken met Ghibli’s Ponyo: beide zijn filmadaptaties van het klassieke sprookje van Andersen. De Disneyversie zet romance voorop, Ghibli geeft voorrang aan liefde. Als je goed oplet, zie je hoe klein ogende verschillen een compleet andere draai aan de verhaalinvulling geven. Een overzicht van de rolverdelingen en verschillen in plotinvulling van beide films:
Gegeven
Disneyfilm
Ghiblifilm
Zeemeermin
prinses Ariël (16 jaar)
Ponyo (5 jaar)
De prins
prins Erik (18 jaar)
Sosuke (5 jaar)
Zeemeermin valt op prins omdat
hij knap en een mens is
hij haar heeft gered
Prins valt op zeemeermin omdat
ze een mooie stem heeft
zij hem genezen heeft van een wond
Interesses prins buiten prinses om
geen zichtbare
de bewoners van een bejaardenhuis, vriendjes op school, morsecode, varen
Het verschil in leeftijd tussen beide koppels is zodanig groot dat je er hoe dan ook een ander verhaal van krijgt. Kleuters kunnen elkaar lief vinden, maar een serieus begrip van aantrekkingskracht in de romantische of seksuele zin hebben ze niet. Bij tieners vliegen de hormonen in het rond. Dus het is logisch dat Ariël veel meer op Eriks uiterlijk afgaat, waar Ponyo Sosuke alleen maar lief hoeft te vinden. Dat maakt een belangrijk verschil: Ponyo voelt iets voor Sosuke omdat hij dingen doet (voor haar). Ariël weegt haar kansen bij Erik af op basis van haar uiterlijk (subtiel is anders…) en Ariël denkt er niet verder bij na: natúúrlijk zal knappe Erik alleen vanwege haar uiterlijk al voor haar vallen. (Goede uitgangsbasis voor je relatie, lieverd…)
Of alles nu al dan niet aan de leeftijd of hormonen van deze hoofdpersonages te verwijten is, is een ander verhaal. Het feit blijft dat Ariël en Erik voor elkaar vallen omdat ze elkaar knap vinden. Ponyo en Sosuke sluiten vriendschap op basis van helpen en geholpen worden, gezamenlijk plezier en verwondering over de wereld om hen heen, óók buiten de ander om. Ponyo is verzot op ham en Sosuke geeft óók nog om de mensen in het verzorgingstehuis en heeft een goede band met zijn moeder.
Kortom: Ponyo is als filmbeleving uitgebreider, omdat er in de hoofden van de hoofdrolspelers meer speelt dan alleen de romance tussen hun beiden. Wat heeft dat voor breder gevolg voor de personages?
Ruimte voor authenticiteit
Ariël moet ervoor zorgen dat Erik haar op tijd kust, anders verandert ze in zeewier. Dat is een heftig vooruitzicht, dus vanzelfsprekend doet ze er alles aan om Erik verliefd op haar te laten worden. Maar daarmee wordt haar de ruimte ontnomen om als personage te groeien. Als ze groeit, is dat vanuit een zekere dwang, niet vanuit een organische en persoonlijke ontwikkeling die volgt op dingen die ze doet of meemaakt. Ariël heeft bovendien een overduidelijk doel: de liefdeskus van Erik. Als daar alle/haar aandacht naartoe moet gaan, schrap je als vanzelf scènes die daar los van staan en laten zien hoe zij als personage ook andere kenmerken dan schoonheid (verder) kan ontwikkelen.
Als je wel ziet waar het romantische schip strandt, heeft je personage meer tijd om kwaliteiten verder te ontwikkelen. Ponyo is vaak verwonderd over alledaagse zaken en spullen. Dan maakt liefde plaats voor verwondering. Ariël heeft óók verwondering voor mensendingen, maar dat wordt indirect teruggekoppeld aan de belevingswereld van de mens Erik waar ze verliefd op is. Vroeg of laat (ver)wijst alles weer terug naar Erik. Ponyo is gek op een warme handdoek omdat het zo lekker zacht en pluizig is en op elektriciteit omdat het mooi licht kan opwekken. Niet omdat dat haar dichterbij de affectie van Sosuke brengt, of omdat het indirect met zijn belevingswereld te maken heeft. Dat maakt Ponyo als personage veel authentieker: haar emoties of belevingen zijn niet afhankelijk van die van Sousuke (lees: romance). Ze is óók nog zorgzaam als ze een huilende baby eten probeert te geven. Niet alleen op het moment dat Sosuke er (in)direct ook iets mee van doen of te winnen heeft.
Een groot hart kan ook liefde betekenen, niet alleen romantiek Foto door Nicola Fioravanti op Unsplash
Als je authenticiteit van je personage voorop stelt, wordt je verhaal daar altijd beter van. Ongeacht hoe het verder (af)loopt. Zowel in de relaties met anderen als het centraal conflict in het algemeen.
Niets om te winnen is alles winnen
Het fragment van ‘kommer en kwel’ uit de kleine zeemeermin windt er geen doekjes om: Ariël zou voor Erik een trofee vormen: hij heeft de mooie meid weten te winnen. Nog buiten het feit wat voor boodschap dat afgeeft -ahum!- : er valt dus iets te winnen voor zowel Ariël als Erik. Als je hele verhaal naar een bepaald eindresultaat toewerkt, dan hebben de personages – als alles goed gaat- een (welverdiend) happy end te vieren. Maar als je personages er niet op uit zijn om iets specifieks (wederom: lees: een romance) te winnen, dan verzamelen ze meerdere ‘trofeeën’ in de vorm van karaktergroei, authenticiteit, vaardigheden en ja, misschien ook wel een romance.
In plaats dat Ponyo alleen haar ‘Sosuke-troffee’ heeft, heeft ze er nog talloze andere verdiend. Omdat ze Sousuke niet ziet als iemand (of zelfs iets!) om te winnen, wint ze uiteindelijk alles wat er voor haar als personage te winnen valt. Als dat geen happy end meer mag heten… 🙂
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage vakantie heeft?
Je personage kan op vakantie gaan of een verre reis maken. Heerlijk even lekker ontspannen, niets hoeft. Maar als schrijver moet je het verhaal wel aan de gang houden. Hoe doe je dat als je je personage even rust wil gunnen?
Nieuwe plek
Op een nieuwe plek let je veel meer op je omgeving dan normaal. Omdat alles zo anders is, let je veel meer op details en dringt er meer tot je door. Dat geldt ook voor je personage. Een nieuwe omgeving is een goede aanleiding om zintuigelijke waarnemingen goed uit te werken. Dan wordt je tekst heel beeldend en levendig, ook al gebeurt er niet veel meer dan dat je personage lekker ontspant. Het geluid van zwemmende kinderen, het gevoel van zon op de huid, de geur van chloor in een zwembad. Zelfs in een simpele setting is er dan plotseling genoeg te ontdekken.
Iemands ideale vakantiebestemming kan het een en ander verklappen over wat voor persoon het is. Vergelijk de actieve sporter die gaat bergbeklimmen in Nepal met de middelbare Bourgondiër die liever in Zuid-Frankrijk geniet van een wijntje bij de plaatselijke wijngaard. Dit kan een subtiele, maar duidelijke show don’t tell zijn over je personage. Of draai het om en zet de bergbeklimmer in een resort en de Bourgondiër in een oerwoud. Wat gebeurt er dan, of wat doen ze dan? Dat kan ook veel over je personage zeggen, of het plot een interessante wending geven.
Wat als het fout gaat?
Heb je ooit een vakantie gehad waarin helemaal niks foutging? Geen verregende dagen, geen bloedblaren na het wandelen, geen jetlag, autopech, verloren opladers, urenlange wachtrij bij een culturele attractie, lekke opblaaskrokodil, zonverbrande huid, tegenvallend eten, geen…Precies.
Er gaat hoe dan ook altijd iets (kleins) fout in de vakantie van je personage. Dat biedt een schat aan informatie. Hoe gaat je personage om met onvoorziene omstandigheden of tegenslagen? Je vakantie hoort een periode te zijn waarin alles fijn is. Als uitgerekend dan dingen in de soep lopen, kan je daar chagrijnig van worden. Terecht, maar er zit een verschil in even mokken en schreeuwen naar ondergeschikten en hen overal de schuld van geven. Zo kan je een onverwacht donkere kant van je personage leren kennen…
Moet de reis leerzaam zijn?
Ken je het beeld van de cliché wereldwijze backpacker die ‘helemaal verlicht’ terugkomt van zijn reis? Jammer voor hem: hij heeft ongelijk. Je personage hoeft niet meteen een hele andere levensweg in te slaan, als een ander persoon terug te komen van de reis of er iets van leren.
De reis hoeft absoluut niet wereldschokkend te zijn. De enige voorwaarde die de vakantie van je personage moet hebben is dat de lézer er iets van moet leren: hoe je personage denkt, hoe het plot door deze vakantie anders verloopt of verdergaat, hoe je personage met conflicten omgaat…De vakantie moet een narratieve meerwaarde hebben. Hoe je dat invult, is aan jou. Als jij je werk als schrijver goed doet, dan kan je personage gerust lekker met een cocktail aan het strand luieren.
Een verhaal kan door een verhaalthema te veel te benadrukken teveel van het goede worden. In deze blogpost schreef ik al een inleiding daarover. Tijd om het geobserveerde in de praktijk te brengen!
Wat kan te veel van het goede veroorzaken?
In de inleidende blogpost kon je al lezen dat er een aantal dingen is dat ‘te veel van het goede’ kan veroorzaken. Dit zijn: * te veel nadruk en ondersneeuwen; * veel lange voorbeelden; * de waarde van de een is belangrijker dan die van de ander.
Laten we ze een voor een langsgaan.
Te veel nadruk en ondersneeuwen
Om te begrijpen hoeveel schade overdreven nadruk aan een verhaal kan geven: stel je dit onaangename scenario eens voor: Een maand geleden heb je een blauwtje gelopen en nu is een week geleden een geliefd familielid verongelukt. Als je naar een vriend gaat om even gevoelens te luchten, heeft die het alleen maar over hoeveel liefde je nu wel niet in je leven moet missen. De liefde die je hoopte te krijgen van je Romeo of Julia, maar ook de liefde die je nu niet meer kan krijgen van je bloedverwant. ”Verlies van liefde” krijgt nu alle aandacht, maar jij komt bij je vriend vanwege rouw. Je kan -met recht- zeggen dat liefdesverdriet ook een vorm van rouw is. In principe is daar dus weinig mis mee. Maar als de vriend op een bepaald punt blijft hangen in wanneer jij nou ein-de-lijk weer eens een romantische relatie krijgt en hopelijk ooit nog iemand tegenkomt die je soortgelijke liefde kan geven als je overleden familielid je gaf, dan krijgt (gebrek aan) liefde veel meer aandacht dan de pijn van rouw waar het jou op dat moment om gaat.
Als ieder subplot en ieder (sub)personage hetzelfde verhaalthema doormaken wat er duimendik bovenop ligt, wordt het eigenlijke thema ondergesneeuwd, of verliest een belangrijk thema zijn waarde, omdat het niet meer duidelijk genoeg terugkomt om nog een standpunt mee te kunnen maken.
“Een badeendje in bad is leuk” is niet meer zo’n handig standpunt als je bad er vervolgens zo uitziet 😉 Foto door Andrew Wulf op Unsplash
Geef dus genoeg – en niet méér dan – nodig is om je standpunt mee te maken om te voorkomen dat je boodschap ondergesneeuwd wordt. Het is te veel van het goede als je iets herhaalt om te herhalen. Herhaling is niet altijd verkeerd, maar wordt onnodig zodra je eerdere standpunt(en) al stevig genoeg is/ zijn om een duidelijk punt mee te maken.
Te lange voorbeelden
Als je acht van de tien hoofdstukken gaat wijden aan een intense scène in de slaapkamer, heb je meer dan duidelijk gemaakt dat er een vonk is. Maar als je dan in de overige twee hoofdstukken de personagebiografieën, plottwists, het centraal conflict en al die andere belangrijke verhaalelementen moet gaan verwerken, dan heb je daar te weinig ruimte voor en komen ze niet meer over. Waarom is die vonk er? Omdat die twee mensen karaktertrekken gemeen hebben? Een gezamenlijke hobby? Dezelfde politieke overtuigingen? Dat weet de lezer niet. Dat weten de personages zelf niet eens, want het wordt bijna letterlijk tussen de regels door genoemd. Dan is niemand zich daar bewust van. Je hebt dan geen verhaalthema meer. Zelfs niet als dat in dit voorbeeld passie of lust zou zijn. Dan wordt het een feit, een gegeven, maar geen thema. Een verhaalthema wordt (subtiel) in de tekst verweven en ligt er niet duimendik bovenop. Een thema is onderdeel van de inhoud, niet de inhoud alleen. En om het goed te doseren, moet je het kort of duidelijk houden waar dat kan. Uiteindelijk kom je zo weer uit op de oude vertrouwde regel: schrijven is schrappen. Als je te lang over iets uitweidt, gaat de diepliggendere laag of zelfs de boodschap van het verhaal helemaal verloren. Het is te veel van het goede als je iets wat al duidelijk is gaat uitbreiden omwille van zogenoemde diepgang. Diepgang is fijn, maar daar kan je je ook in verliezen. Soms moet je ook ‘gewoon’ een duidelijk standpunt (kunnen) maken.
De waarde van de personages
In een verhaal heb je altijd een hoofdpersoon en wat personages die minder belangrijk zijn. Aan de hoofdpersoon besteed je als vanzelf meer tijd en aandacht. Maar als je hoofdpersoon en subpersonages qua thema precies hetzelfde doormaken en je daarbij duidelijk wil maken dat het een terugkerend iets is, moet je goed opletten of de verhoudingen kloppen. Als je dat niet doet komt hij niet goed over, of werkt hij zelfs averechts.
Het voorbeeld hiervan is de verboden liefde in Anna and the king. Anna en de koning zijn verliefd, maar zij geven er niet aan toe. Dat levert verdriet op, waar de film heel veel aandacht aan besteedt. Terecht levert dat verdrietige momenten op, maar het zegt ook heel veel dat op het moment dat Tuptim en Ballat publiekelijk worden onthoofd (!!!) om diezelfde reden, dat naar verhouding -in dit geval letterlijk- minstens net zo verdrietig is. Terwijl dat -als je het neutraal bekijkt- tien keer schokkender zou moeten zijn. Als het echt over het thema onbereikbare liefde moet gaan, moeten de hoofdrollen eerder aan Tuptim en Ballat worden gegeven, in plaats van aan Anna en de koning. Nu komt het in de film over alsof het verdriet van Anna en de koning belangrijker is. Niet omdat zij ‘toevallig’ de hoofdrollen vervullen, maar omdat er te veel aandacht (lees: te veel van het goede) naar hun verboden liefde toegaat. Dat maakt zowel de personages Tuptim en Ballat als hun – ik zeg het nog maar eens- publieke onthoofding(!!) minderwaardig. Ze zijn inderdaad niet de hoofdpersonen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze als personen als minderwaardig moeten worden behandeld. Maar dat gebeurt wel met deze invulling van het verhaal. Daardoor wordt hun tragische lot gereduceerd tot een middel om een thema onnodig aan te dikken.
Het is teveel van het goede als je personages, plotpunten of andere aspecten van het verhaal gaat reduceren tot een middel om iets anders te kunnen aandikken. Als een van deze elementen de intrinsieke waarde verliest, ga je te ver in je poging iets duidelijk te maken.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.