Schrijfoefening: de ijkpersoon van iedereen

Als je een rijtje van de ‘juiste’ reclames kijkt, lijkt het wel alsof de kijkers volgens de bedrijven allemaal hetzelfde zijn, en heeft iedereen dezelfde zorgen en wensen. Natuurlijk herkennen veel mensen zich in een vrij algemeen beeld, maar dat neemt niet weg dat de ‘gemiddelde kijker’ alsnog niet meteen in dat hokje past. In deze schrijfoefening gaan we kijken wat je daar als schrijver mee kan en moet doen.

Ik stel u voor: iedereen

Als je de meest alledaagse reclames bekijkt, dan heeft de gemiddelde persoon die iedereen zou moeten voorstellen:

  • Een saaie kantoorbaan ‘(‘Stop met werken van 9 tot 5 op kantoor voor een baas en verdien geld met X’)
    • Een veel te druk leven (‘ Ook zo toe aan vakantie?’ ‘Waarom nog koken, als je je eten kan laten bezorgen met X?’)
    • Een gezin (‘Voor het hele gezin!’ ‘Drie keer per week een wasje draaien gaat makkelijk en snel met X’)
    • Een auto (autoreclames zie je regelmatig. En in de politiek hoor je relatief meer over de autobezitter dan over de treinreiziger)
    • Maatje slank, zie de modellen in de meeste reclames

En gemiddeld gezien kunnen de meeste mensen zich wel identificeren met een of meerdere kenmerken van deze zeer globale ijkpersoon. Maar zodra je per punt gaat kijken, dan vergeet je bijvoorbeeld de miljoenen mensen die:
* werken in de zorg, het onderwijs, de horeca, op een boerderij of in de culturele sector
* Wel werk en privé kunnen balanceren, of het juist heerlijk vinden om zelf te koken
* Single zijn, geen kinderen hebben of de pensionado’s wiens kinderen al het huis uit zijn
* fietsen, wandelen, met het openbaar vervoer gaan of een auto huren in plaats van hebben
* een maatje meer hebben

Zo heb jij als schrijver waarschijnlijk ook een beeld bij Jan met de pet. Misschien heeft hij een van deze kenmerken, misschien andere, of nog meer. Schrijf voor we verdergaan eerst eens alles op wat jij meteen associeert met Jan met de pet. Wat komt daar allemaal uit? Alles wat je bedenkt is nuttig voor de oefening: van hobby tot beroep, van leeftijd tot ras en zelfs of deze man (of vrouw) haar heeft of niet en zo ja, welk kapsel of gezichtsbeharing die dan heeft.

Jan met de pet en Sjan met de muts

Je hebt nu je ultieme gemiddelde ijkpersoon opgeschreven met deze Jan met de pet. Maar nu moeten we gaan kijken waar je lezer misschien wel Sjan met de muts is. Oftewel: iemand die misschien in zekere zin ‘gemiddeld genoeg’ is om binnen bepaalde kaders of je doelgroep te vallen, maar die op enkele punten daar toch buiten valt. En dan wel op een manier waar je niet meteen bij stilstaat.

Als Jan, de man jouw boek leest, leest die het waarschijnlijk anders als de vrouw Sjan zodra je over een man schrijft die vreemdgaat terwijl zijn vrouw zwanger is. Een rotstreek, daar zullen ze het allebei over eens zijn. Maar de kans is groter dat Jan ervaring heeft met moeite hebben met zwangerschapsperikelen van zijn/ een vrouw en daar moeite mee heeft. Sjan zal als vrouw eerder het argument hebben: draag jij maar eens verschillende kilo’s aan extra gewicht mee onder het ‘genot’ van een hormonenstorm…

Uiteindelijk zal dit plot van de vreemdganger vallen of staan bij hoe goed het plot, de personagebiografieën en de verhaalthtema’s zijn uitgewerkt. Als de zwangere vrouw niet alleen maar zwanger is, maar haar echtgenoot ook nog eens mishandelt en hij snakt naar wat genegenheid, dan zal ook Sjan niet zo snel haar oordeel klaar hebben.
Maar als je uitgaat van het oppervlakkige clichéscenario dat de vreemdganger gewoon pleziertjes buiten de deur zoekt, terwijl zijn vrouw zwanger is, dan kan je er gif op innemen dat hoe goed het verhaal verder ook is uitgewerkt, Jan en Sjan er andere interpretaties bij hebben door hun eigen persoonlijke bril.

En zo kan jouw ijkpersoon- van-iedereen soms dingen hebben, zijn of denken waarvan je niet beseft dat die helemaal niet zo vanzelfsprekend of gemiddeld zijn.

Jan met de pet onder de loep

Pak je beschrijving van Jan met de Pet er nog eens bij. Kijk nog eens goed naar wat je hebt opgeschreven en vraag je eens af waarom jouw Jan juist dertig jaar oud is in plaats van zestig. Of waarom hij inderdaad (of juist niet) een saaie kantoorbaan heeft. Je zal niet bij alles een ‘reden’ kunnen vinden; Jan kan ook gewoon ‘toevallig’ bruine haren hebben.
Maar zodra je denkt: tja, waarom eigenlijk? Is het de moeite om daar wat langer bij stil te staan. Dan kan je jezelf vragen gaan stellen.

Als Jan een saaie kantoorbaan heeft, reken je er dus in meer of mindere mate op dat iedereen weet hoe het is om ontevreden te zijn met diens baan. Nog los van het feit of dat zo is: wat wil je daarmee zeggen, of hoe kan je daarmee werken?
– Is dat een verhaalthema van ‘ongenoegen met een sleur?’ of juist ‘minderwaardigheidscomplex’? (“meer dan dit stomme baantje kan ik niet”)
– Als je lezer wel dolgelukkig is met diens (kantoor)baan, hoe kan je dan alsnog empathie kweken voor Jan? Worstelt Kantoor Katrien misschien wel met een bepaalde ontevredenheid van een gang van zaken op de school van haar kinderen? Dan zou een scène waarin op kantoor niet naar Jan geluisterd wordt, ook bij haar aan moeten slaan.
– Is Jan ongelukkig met zijn baan omdat hij denkt dat hij er te goed voor is? Het hoeft natuurlijk niet zo te zijn, maar als je doelgroep ook mensen omvat die überhaupt al blij zouden zijn met een baan, komt dat niet goed aan. Dan moet je iets meer aandacht besteden aan een gemene deler die ‘menselijker’ is dan alleen wat je aan de oppervlakte ziet.

Kijk op deze manier nog eens goed naar jouw aannamen van ze zeer algemene, dit-is-iedereen- ijkpersoon van Jan met de pet of Sjan met de muts. Dan zorg je ervoor dat je verhaal interessanter is opgebouwd en nog meer lezer aanspreekt.

Foto door Jonas Kakaroto verkregen via Unsplash.

Personage en paradox: zo gaan ze samen in een boek

Als je een clichépersonage wilt vermijden, is de paradox een goed uitgangspunt. Die laat zien dat niemand eenzijdig is en dus ook niet voorspelbaar of als een uitgesproken typetje reageert. Maar er komt een moment in dat zoeken naar diepgang waarbij je niet meer weet of iets paradoxaal is, of gewoon niet meer klopt. Zo kun je te werk gaan om dat probleem op te lossen.

Welke emoties spelen er en wanneer spelen ze?

Een paradox speelt als er twee dingen tegelijk gebeuren die los van elkaar, elkaar lijken uit te sluiten. Dankbaarheid en verdriet, bijvoorbeeld. Dankbaarheid maakt je blij, verdriet juist niet. Maar toch kan je na een mooie vakantie zowel blij of dankbaar zijn dat je hem heb gehad en ook verdrietig zijn dat hij over is.
Dat moment in het vliegtuig is een heel specifieke momentopname: je zweeft tussen twee bestemmingen in. Niet meer thuis, maar ook niet meer op de vakantieplaats. Dat tussen twee momenten of gevoelens inzweven is wat de paradox mogelijk maakt.

Was je nog aan het strand een cocktail aan het drinken, dan was je waarschijnlijk alleen maar blij of dankbaar. En thuis als de eerste keer de wekker voor de werkdag gaat, neemt verdriet (of een mopperbui) die dankbaarheid waarschijnlijk wel weer weg. Bij een paradox spelen dus twee dingen tegelijk spelen die zo verschillend van elkaar zijn dat het onmogelijk is om te beweren dat je de bijbehorende emoties zowel zwartwit als los van elkaar kan zien. Wat op ieder ander moment, tijd, of plaats of emotionele setting, wel had gekund, als de omstandigheden net iets anders waren. Verander een van deze factoren en je ziet dat de paradox verdwijnt. Als je dus met een paradox in je verhaal wil werken, moet je dus eerst een heel duidelijk beeld krijgen van het ‘wanneer/ waar’ en het (emotionele) ‘wat’.

Toen, in die situatie…

Een paradox kijkt dus als het ware terug op een moment of een situatie die op dat moment niet speelt, maar die herinnering eraan wel oproept. Je zit in het vliegtuig van vakantie terug naar huis niet langer aan het strand met de cocktail, maar je denkt daaraan terug. Dat mengt zich met de emotie van van nu of straks. “Als ik weer aan het werk moet…” waardoor de paradox ontstaat.

Dat vergelijken met het gevoel dat hier en nu speelt en het terugblikken op of een gevoel hebben bij een andere situatie kan ook paradoxen opleveren bij meer morele scenario’s. Zo kan iemand met engelengeduld onmiddellijk diens geduld verliezen als die een persoon tegenkomt die grotere, vervelende emoties oproepen. Dat rechtvaardigt dus uitspraken als: “Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!” De vervelende woede die de ‘herinnering’ of de situatie van onrechtvaardigheid oproept, staat dan in contrast met het meer fijne geduld.

Tegenstrijdigheden en paradox

Bovenstaande voorbeelden helpen je om makkelijker te zien wanneer iets echt niet kan en tegenstrijdig is, en wanneer iets paradoxaal kan zijn. Neem het voorbeeld van ‘deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer’. Een Hummer is geen milieuvriendelijk voertuig. Nooit, hoe de situatie ook verandert of hoe emotioneel je er ook bij betrokken bent. Ook al noem je hem liefkozend Hummie, hij gaat echt niet eens op gras lopen als je hem een extra wasbeurt geeft. De mogelijkheid om in emoties veranderlijkheid te zien, laat zien dat er een paradox mogelijk is.

Hoe maak en vind ik paradoxen in mijn personage?

Paradoxen zijn dus complex: hoera, complexe personages zijn meestal de meest interessante om over te lezen! Als je een diepzinnig personage wil schrijven, helpt het dus om je personage zodanig divers te maken dat er tegenstrijdigheden lijken te zijn als je ze opgesomd in de personagebiografie zou lezen. Bijvoorbeeld
– Is dol op haar Romeo en zegt niet zonder hem te kunnen
– Kan Romeo niet luchten of zien wanneer hij weer eens over ijshockey begint

“Ik kan niet met en niet zonder jou”, is grammaticaal een tegenstrijdigheid. Maar waarschijnlijk kennen we allemaal wel zo’n stelletje. Maar dat kan dus omdat er emotie en gevoel bij deze paradox komt kijken. Ik voel me helemaal op mijn gemak bij jou als ik bij je ben, maar ik kan je wel schieten -woede en dus emotie- als je je rotzooi weer eens laat slingeren.

Je kan proberen paradoxen te maken als je een personage gaat ontwerpen, of je kan ze proberen te bespeuren als je al een biografie met de bullet points hebt gemaakt. Zodra je een paradox opmerkt, ga dan eens na welke emotie achter dit gegeven of in deze situatie (op)speelt.
– Ze is gek op Romeo ( ze voelt liefde)
– Als Romeo over ijshockey begint, berg je dan maar.
* Julia kan zich tekortgedaan voelen, omdat ze dan minder aandacht krijgt
* Julia denkt terug aan die keer dat ze gewond raakte tijdens ijshockey en daar zit nog een onverwerkt trauma achter
* Julia kan zich eenzaam voelen: Romeo heeft een heel stel ijshockeyvrienden, maar Julia heeft geen hechte vriendengroep waarmee ze eenzelfde hobby kan delen

enzovoorts.

Zodra je weet wat er tussen de regels door staat over een relatief simpel gegeven, kan je daar allerlei kanten mee op of nieuwe vragen bij stellen. Denk aan: weet Romeo van Julia’s ijshockeyongeluk of is dat haar grote geheim? Wat doet dat met hun relatie? Of: als Julia zo eenzaam is: in hoeverre moet je dat in het centrale conflict meenemen, of kan je er misschien een of het verhaalthema van maken?

Je ziet dat je zo vragen krijgt die dieper op de personage ingaan. Dat is iets wat de paradox afdwingt. Als je dus een personage hebt met de nodige paradoxen, moet je er haast je best voor doen om dat nog cliché te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash

Het verschil tussen een gewoon en een saai personage

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat een personage allerlei ongewone en spectaculaire dingen moet meemaken, doen of vinden voordat het interessant is. Maar dat ligt aan de uitwerking. Laat je het dingen doen en vinden die de lezer min of meer hoopt of verwacht, of laat je het volledig zijn eigen persoontje zijn? Dat eerste maakt een personage saai, dat laatste maakt het personage misschien nog steeds gewoontjes, maar wel prettig om over te lezen.

Maak kennis met Eric en Vinnie: vanille-ijs

Ken je de vergelijking in de Engelse taal met vanille en gewoontjes? “He’s a vanilla guy’ (“Hij is een ‘vanilleman”) wordt gebruikt om aan te geven dat iemand maar gewoontjes is, niet spannends meemaakt of interessant is en geen bedreiging vormt. Het is meestal geen compliment. Het komt neer op iets als: “Waarom zou je voor ‘saai’ vanille-ijs kiezen, als er ook veel complexere, lekkere en meer originele smaken bestaan als pistache, karamelzeezout of honingavocado?’ En daar zit iets in, tot je bedenkt dat vanille-ijs de basis vormt voor allerlei andere lekkere recepten, of zo gewoon zo ook prima smaakt: daar is op zichzelf niets mis mee.

Dit uitgangspunt vormt de basis van deze blogpost: wanneer is je personage ‘vanille’ als in: saai, kan beter? En wanneer is je personage gewoon uitstekend vanille-ijs? Heerlijk in zijn eenvoud en verder -of zelfs daardoor!- helemaal prima?

Daarvoor gaan we eerst kennismaken met Eric en Vinne.
Eric Generic (=algemeen) is daadwerkelijk saai. Vinnie Vanilla is gewoontjes: op het eerste gezicht misschien saai, maar wel degelijk interessant om over te lezen. Eric en Vinnie wonen in Los Angeles en ze werken in de filmindustrie. Op papier is dat een gegarandeerd recept voor een interessant verhaal, met film, rijkdom en glamour om over te lezen. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. .

Op de set met Eric en Vinnie

Eric en Vinnie werken allebei in de filmindustrie aan dezelfde film. Eric is de knappe hoofdrolspeler, Vinnie is een ‘runner’: het manusje van alles dat verschillende dingen regelt op een set. Eric lijkt de meest interessante hoofdpersoon van je verhaal. Wat moet je met een ‘boodschappenjongen’ als je ook mee kan kijken met een Hollywoordster?

Eric Generic: een echt saai personage

Eric gaat naar de set, praat met de regisseur, zit in de make-upstoel en speelt daarna een scène. In de scène van vandaag schreeuwt zijn personage naar zijn ondergeschikte. Aan het einde is Eric een beetje hees, maar hij en zijn tegenspeler Johnny zijn tevreden. Aan het einde van de dag deelt Eric handtekeningen uit aan een stel bakvissen en praat daarna nog met de pers over zijn nieuwste film. Natuurlijk, zoals dat hoort, zegt hij wat voor een geweldige collega Johnny is. Ze kunnen goed met elkaar overweg, maar om doen alsof ze beste vrienden zijn… Maar ja, dat hoort nu eenmaal in de wereld van glamour.

Eric is niet interessant als dit het uitgangspunt van zijn heldenreis is. Waarom niet?

  • Hier staat alleen routine genoemd
  • Wat er gebeurt is erg oppervlakkig
  • Eric moet doen alsof. Bijvoorbeeld: Johnny en hij zijn beste vrienden. Dat kán interessant zijn om dieper op in te gaan, maar als je dat niet doet, zal je niet weten wie Eric is buiten Eric Superster. En hoe spectaculair een personage op papier ook is, als je niet weet wie of wat het echt is, in plaats van hoe het op papier lijkt, kan het nooit interessant worden.

    Ook al lijkt Eric hier net Eric de Superheld, uiteindelijk blijft hij Eric, the ‘generic’ hollywoodster. Eric is saai.

Vinnie Vanilla: gewoontjes, maar interessant

Vinnie en Eric komen elkaar regelmatig op de set tegen en kunnen goed met elkaar overweg. Omdat Vinnie op die manier ook met Johnny en andere supersterren in contact komt, weet hij van alle sappige verhalen. Op een dag neemt Eric Vinnie in vertrouwen over een van zijn diepste geheimen. Vinnie is een goed mens (Lees: vanille. Hij wordt niet ineens een slecht mens omwille van de drama die de mogelijkheid biedt om roddels te verspreiden) en houdt het dus voor zich. Vinnie beseft al snel dat als hij het niemand vertelt, het effect kan hebben op Erics welbevinden, of dat van hemzelf. Toch besluit hij het geheim voor zich te houden. Telkens als hij naar Eric kijkt, denkt hij nu aan het geheim. Verder blijft hij gewoon de runner die de zaken van alledag op de set regelt. Thuis heeft hij een vriendin en een pasgeboren dochtertje en gaat hij regelmatig wandelen met zijn vrienden (is hij dus relatief ‘saai’). Zijn vrienden weten dat hij werkt aan dezelfde film als Eric en Johnny en dat de acteurs aardig voor hem zijn. Maar dat Vinnie van Erics geheim weet, is Vinnies vrienden onbekend.

Waarom is Vinnies verhaal een goed uitgangspunt voor een verhaal?

  • Een geheim moeten bewaren doet iets met een personage: in dit geval gaat Vinnie het uiteindelijk toch verklappen of voor zich houden. Ongeacht welke van de twee: het hoe en waarom daarachter maakt het verhaal makkelijker leesbaar.
  • Je leert Vinnie kennen door zijn afwegingen over dat geheim: je weet wie hij is, niet zoals hij zich voordoet of meent te moeten voordoen.
  • Erics geheim heeft waarschijnlijk bepaalde gevolgen: dat maakt de situatie veranderlijk. Dus kan je het plot aan de gang houden met actie-reactie.
  • Vinnie staat als ‘simpele man’ dichter bij de lezer.
  • Vinnies vriendengroep biedt een ‘pauze’ in de spanningsboog rondom Erics geheim. Dat zorgt voor een balans in het tempo van het plot. In Erics verhaal zitten geen ‘pieken en dalen’ vanwege ofwel de sleur, of wel de continue piek van glamour, net hoe je het wil zien.

Als je wil weten of je personage een Eric Generic of een Vinnie Vanilla is, kijk dan dus niet zozeer naar hoe interessant ze op papier lijken. Kijk in plaats daarvan of je plot- en personage-uitwerking en plotontwikkeling alles bij elkaar genoeg bieden aan je lezer om geïnteresseerd te blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door sheri silver via Unsplash.

Zo schrijf je een personage dat niet kan groeien

Een held moet altijd groeien en beter worden. Dat is een van de eerste lessen die je leert als je gaat schrijven. Maar soms zijn er personages die gewoon niet kunnen groeien. Ze staren zichzelf ergens blind op, of zijn simpelweg bedoeld om te dienen als de slechterik die geen groei hoeft te hebben: die gewoon slecht moet zijn. Hoe schrijf je dat personage, zonder dat ze lezen als een lui stereotype?

De door en door slechterik

Om met deur in huis te vallen: deze blogpost gaat over slechteriken die aan het begin van je verhaal al zo verdorven, slecht of gemeen zijn dat je héél erg je best zou moeten doen om uit te leggen waarom het nog mogelijk is dat de slechterik het goede pad kiest. Zodanig dat dat het hele verhaal moet zijn en zelfs dán nog geforceerd kan lijken.
Dat druist misschien in tegen je gevoel als je al wat langer schrijft. Ieder personage heeft toch beweegredenen die interessant genoeg zijn als je de waarheid van een personage maar meeneemt? En vanuit dat uitgangspunt is iedereen tot in staat te groeien? Zorg gewoon dat de omstandigheden in het plot daarvoor groeien…

Vaak wel, maar niet altijd. Soms staart je personage zich zodanig blind dat de objectieve oplossing zou zijn, juist gevaarlijk lijkt voor je slechterik. Of is het personage zo ver heen dat het gewoon niet meer voor rede vatbaar is en de waarheid gaat verdraaien, of niet kan of wil zien, ook al kan het daarmee diens eigen leven redden. Dit is dus niet de schaduwkant van de slechterik die op de achtergrond speelt en die je moet uitwerken. Je moet weten wat die is die aanwezigheid duidelijk maken. En nog een keer. En nog een keer….

Gewoon geen grens

Deze slechteriken hebben simpelweg geen grens in hun slechtheid. Als je deze slechteriken langzaam aan slecht maakt, dan zijn het eerder mensen met een achtergrond die nog goed hadden kunnen zijn of worden. Dat wil je bij de door en door slechterik niet, dus die moeten in de eerste pagina’s of zelfs alinea’s waarin ze verschijnen meteen ronduit duivelachtig zijn. In de rest van het verhaal moeten ze die acties en karaktertrekken keer op keer demonstreren. Het helpt als de personages om hen heen om wat voor reden dan ook de slechterik niet kan stoppen. Uiteindelijk moet de lezer zich afvragen: ‘Kan het nog erger?’ waarop het antwoord keer op keer is: ‘ja’.
Of anders gezegd: als je deze slechterik zou zeggen: ‘dat kan je niet maken’ antwoordt die: ‘Moet jij eens opletten…’ Hier volgen enkele voorbeelden. Merk op dat ze op een later moment niet alleen niet van gedachten zijn veranderd, maar er gewoon een schepje bovenop doen.

Percy Wetmore (The green mile) Vernederen in de eerste seconden van zijn schermtijd, twee minuten later de vingers breken van iemand die hem uitlacht. Uiteindelijk verbrand hij diegene levend, om precies dezelfde reden.

Claude Frollo (De Klokkenluider van de Notre Dame) doet het volgende binnen twee minuten: een onschuldige vrouw achtervolgen en vermoorden, dan probeert hij haar kind te verdrinken. Als hij gedwongen voogdij krijgt over dat kind, sluit hij het op en hoopt hij het later voor eigenbelang nog te kunnen gebruiken, als gereedschap. Uiteindelijk is Frollo bereid om een hele stad in brand te steken als dat betekent dat hij de vrouw waar hij ongezonde lust voor voelt, voor zichzelf kan opeisen.

Vertel mij eens hoe je iemand van zijn slechtheid af wil helpen als diegene in de eerste anderhalve minuut van de introductie een onschuldige vrouw vermoordt en dat ook met een baby had gedaan als hij niet was tegengehouden… Dat gaat gewoon niet.

Extreem egoïsme als slechtheid

Deze slechteriken hebben een gevoel voor moraal zoals de rest van de wereld dat heeft. Het is er wel, alleen dan op een unieke en extreem egoïstische manier: het is niet zozeer dat zij zien dat zij geen gevoel voor moraal hebben. In hun ogen hebben zij dat wel. Alleen zien ze niet dat zij zichzelf bijna of helemaal als een god centraal zetten binnen dit moraal of deze regels. Zo zien ze bijvoorbeeld niet dat niet zozeer dé regels, als wel hún regels worden opgevolgd, op straffe van de dood of marteling. Is orde en netheid de norm, dan moet het hun orde zijn die niet wordt verstoord. En het uitdrijven van iets ongewensts is niet per se echt iets naars, maar iets dat zij zo ervaren. Als zij het vinden dan is dat zo: er is totaal geen ruimte voor waarheden of perspectieven van anderen.

De echte door en door slechterik zie zichzelf als enige op de wereld die een bepaalde waarheid in pacht heeft. En de rest van de wereld zit er gewoon naast. Deze grootheidswaanzin leidt vaak tot hypocrisie. Bovendien kan dit personage de objectieve waarheid onder de neus geschoven krijgen dat het fout zit. Nog steeds zal het dan een zondebok vinden of in ontkenningsmodus gaan. Dit is waar je je op moet concentreren. Waar je normaalgesproken een personage zou laten groeien door het verhaal heen, laat je zien hoe ver de waanzin van dit personage gaat. Groeien gaat hier niet op voor het personage zelf, maar wel voor de mate waarin de slechte daden slechter worden.
Om ervoor te zorgen dat de of diens wereld inderdaad om de slechterik blijft draaien zal die steeds minder schuwen om ene volgende, nog ergere gruweldaad uit te voeren. Laat samen met die gruweldaad de waanzin groeien en je hebt een slechterik om echt bang van te worden.

Laat de spanning van de lezer de groei voor dit personage zijn. De spanning waarin je lezer zich constant afvraagt hoe het nu weer uit de hand gaat lopen door de hypocrisie en het uitzonderlijke egoïsme van je slechterik, wetende dat dat moment vroeg of laat gaat komen. Nu maar duimen dat er ooit iemand is die die cyclus kan stoppen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Kleinen via Unsplash.

Hoe schrijf je de schaduwkant van een slechterik?

Er zijn dingen waarover we het allemaal eens zijn: dat dóe je niet. En dan is daar de verdorven slechterik die dood en verderf zaait alsof het niets is. Hoe schrijf je een slechterik zonder overdreven veel te hoeven verklaren voor de lezer?

Waar is de slechterik blind voor?

Als je een verdorven slechterik wil schrijven, moet je eerst nagaan waarom die (zó) slecht geworden is. De een is van zichzelf wat sympathieker aangelegd dan de ander, maar niemand is van nature zo slecht dat mishandelen, martelen of moorden een aanvaardvaar iets lijkt te maken.
Als je slechterik dat doet, is die aan het blindstaren en als schrijver moet jij helpen om dat patroon te doorbreken. Niet per se voor het plotverloop, maar wel om het hoe, wat en waarom achter de manier van handelen beter te begrijpen en op te kunnen schrijven. Als eerste moet je zowel erkennen als herkennen waarvoor je slechterik blind is geworden: wat kan of durft die niet meer te zien wat bepaalde acties (al dan niet van zichzelf) teweeg hebben gebracht.
Omdat jouw moordenaar iemand heeft gedood, is:
– iemands leven vroegtijdig beëindigd
– hebben de nabestaanden veel verdriet
– voelen de buurtbewoners waarin het slachtoffer woonde zich niet meer veilig.

De moordenaar is hier blind voor; het slachtoffer nu eenmaal uit de weg moest worden geruimd omdat:

– Hij te veel wist
– Hij mij verraden heeft
– Hij mijn leven zelf ook heeft verwoest
– Hij me nog een miljoen schuldig was en dat niet wilde geven

Het gaat dan altijd om wat het slachtoffer de moordenaar heeft aangedaan, of met de moordenaar te maken heeft. Anderen – zoals nabestaanden- komen niet in deze redeneringen voor. Onthoud dat: het komt later terug.

Waar kijkt de slechterik van weg?

Als je dingen kan doen die verdorven zijn en dat kan verantwoorden of goedpraten zonder je gedrag te veranderen of je schuldig te voelen, dan zit er iets niet helemaal goed. Niet in de zin van: je bent niet goed bij je hoofd, maar in het geweten van je slechterik. Maar het belangrijke is: die heeft dat niet meer in de gaten. Omdat de mens van nature een sociaal wezen is dat niet zomaar iemand kwaad doet, zit er altijd iets achter slecht gedrag. Dat iets is de schaduwkant van je slechterik. Dat is niet te verwarren met een slechte karaktereigenschap. De schaduwkant is een trauma of een geloof over jezelf wat je niet onder ogen wil zien en je vervolgens wegstopt. Dat gaat dan vervolgens een eigen leven leiden en kan ernstige gevolgen hebben. Een wat onschuldiger voorbeeld: als het jou was aangepraat dat je dom bent, was je als kind teleurgesteld met ieder cijfer lager dan een 8.5. Maar door dat streven ontwikkelde je wel perfectionisme. In dit geval is de schaduwkant de overtuiging dat je dom bent, niet zozeer dat je alles graag goed wil doen, hoewel dat op het eerste gezicht zo kan lijken.

Een verdorven slechterik heeft op die manier ook iets waar die weg van kijkt, alleen zijn de gevolgen veel ernstiger dan een perfectionistische levenshouding. Onderzoek goed wat de schaduwkant is van je slechterik als je die goed uit de verf wil laten komen. Die zal je – al dan niet tussen de regels door- in de personagebiografie kunnen terugvinden.

Het echte doel van de slechterik

Op eenzelfde manier als je slechterik een schaduwkant heeft die voor zichzelf verborgen blijft, heeft de slechterik ook een ‘schaduwreden’ om tot de gruweldaden te komen. Zo zal iemand die diens partner mishandelt op de oppervlakte zeggen dat de reden daarvoor is dat de partner brutaal is maar is het in werkelijkheid zo dat de partner zegt dat de mishandelaar zich nog eens het graf in stort als die niet stopt met overwerken. Dan is daar bijvoorbeeld het pijnpunt dat de mishandelaar niet onder ogen wil zien dat die alleen eigenwaarde kan halen uit (te hard) werken.
Het doel is dan om die schaduwkant van te weinig eigenwaarde weg te stoppen en onderdrukt te houden, niet zozeer om ‘gewoon’ iemand te slaan of macht te hebben. En als je personage dan óók nog eens heeft geleerd om als ‘echte man’ geen tegenspraak te dulden van een vrouw, dan uit zich dat dus bijvoorbeeld in slaan.

‘Als iemand zou weten dat ik…’

Een personage dat doorslaat in destructief gedrag, denkt niet aan anderen, zou je zeggen. Maar neem eens als uitgangspunt dat de schadauwkant de stem is van je personage die zegt ‘Als iemand zou weten ( of zelfs denken!) dat ik… X dan overkomt mij Y en dat overleef ik niet’, dan kom je te weten waarom en hoe je personage zich tot anderen verhoudt of kan verhouden op een manier die anders maar moeilijk te rijmen valt. Zie dat je personage met ‘iemand zou weten dat’ wel degelijk aan andere mensen denkt? Het heeft alleen extreme en ongezonde vormen aangenomen.
“Als iemand zou weten dat ik me incapabel voel op mijn werk, voel ik me geen echte man en dan ben ik mijn identiteit kwijt” Met als gevolg: “Iemand die zegt dat ik niet goed of minder moet werken, krijgt ervan langs!”

Het ultieme doel van een slechterik is dus -diep vanbinnen, zo je wil- eigenlijk nooit wereldoverheersing, mensen pijn doen of slecht zijn, maar wegrennen of het niet onder ogen zien van iets dat zó pijnlijk is, dat je slechterik alleen nog meent te kunnen overleven door te doen alsof dat niet speelt. Met alle gevolgen van dien. Deze kennis is essentieel voor jou als schrijver, maar wel informatie die je uitgesproken niet (te veel) deelt met je lezer. Dat moet duidelijk worden door jouw schrijverskwaliteiten, tussen de regels door. Als je hier een infodump van maakt, is je verhaal gedoemd te mislukken.

Als je Heer Slecht op deze manier benadert, is hij diepzinnig en interessant in plaats van een cartoonesk persoon waarbij het gaat bliksemen als diens hoog kakelende gelach te horen is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Stefano Pollio verkregen via Unsplash.


Hoe schrijf je een wijs personage?

We kennen er allemaal wel een: een personage dat om elke andere zin een levenswijsheid lijkt te vertellen, of dat in alles wat het doet de zin van het leven compleet doorgrond lijkt te hebben. Vaak is dit personage een man met een lange baard. Maar niet elke bebaarde is meteen wijs als hij met een mooie uitspraak komt. Sterker nog, maar weinig tropes zijn zo vervelend als die verkeerd worden uitgewerkt als die van de wijze (oude man). Hoe zorg je ervoor dat jouw archetype wijze personage inderdaad wijs in plaats van een holle preker wordt?

Wat is wijsheid?

Laten we eerst eens wijsheid afbakenen, ten behoeve van deze blogpost.

Wijsheid is een dieper inzicht in de de grotere dingen of vraagstukken van het leven. Als je wijsheid bezit, kan je die inzetten om tegenslagen in het leven tegemoet te treden, zonder jezelf daarin te verliezen.

Met deze definitie wordt duidelijk dat iemand die wijs is, een zekere mate van levenservaring moet hebben. Als je (nog) weinig van het leven hebt meegemaakt, dan kan je het niet op een wijze manier doorgronden, dan is het vaak nog allemaal te nieuw voor je. Nog een puntje: een dieper inzicht (…) van hét leven. Het leven als groter aspect, met andere woorden. Niet alleen het jouwe. Je personage moet dus ook besef hebben van wat de/een persoonlijke waarheid is. Zowel voor zichzelf als voor een eventuele leerling. Tot slot moet je personage óók beseffen dat het leven zo groots en complex is dat er duizend-en-een belevingen van individuele levens zijn. Met andere woorden: er ís geen enkele waarheid over het leven, maar wel een universele ervaring van een leven. Noem het de menselijke psyche, zo je wil. Dáár zit de echte bron van wijsheid waar je bebaarde (of gladgeschoren 😉 ) held(in) de wijsheid uit kan putten en die mooie oneliners vandaan haalt op een manier die resoneert met zowel medepersonages als lezers.

Ik geloof jóu (niet)

We moeten kiezen tussen wat goed en wat gemakkelijk is.
Het rijkeluiskindje moet kiezen tussen een fantastische wereldreis en twee weken verplicht vrijwilligerswerk doen, om zo een goed imago te behouden. Toegegeven, een complete wereldreis laten schieten voor iets dat je niet ziet zitten is bepaald leuk. Maar toch zie je onmiddellijk dat dit niet wordt gezegd uit een diepere wijsheid, meer als een soort zelfovertuiging. Hoe dan ook is een opoffering van een wereldreis – een luxe privilege- zelden tot nooit iets wat je anders naar het leven laat kijken, zeker niet als het met een soort bokkige tegenzin wordt gedaan.

Dan is er de luitenant in het leger die een soldaat het slagveld in moet sturen, wetende dat de overlevingskans nihil is. Tenzij hij zich samen met zijn troepen terugtrekt, gegarandeerd ten koste van talloze burgerlevens. Dat wordt dus strootje strekken.
Dit gaat over leven en dood, het grotere vraagstuk van wat een mensenleven waard is, wat opoffering echt betekent als die serieus is… Hier is ook een keuze gemaakt, maar wel vanuit een duivels dilemma, niet vanuit een comfortabele positie.

Besef dus dat een wijze zowel gelooft in hetgeen wat die zegt en datgene ook heeft doorvoeld. Een zeer diepe overtuiging mag ook de bron zijn van een wijsheid, zolang het wijze citaat maar niet even ‘handig’ is voor de situatie. Dan gelooft de lezer je wijze held.

Hou het verhaalthema in de gaten

Wijsheid kan uit allerlei hoeken komen en ook allerlei aspecten beslaan. Je wijze is dan misschien wijzer dan de meeste personages, maar heeft desondanks nog niet alle mysteries van het leven ontrafeld. Tenzij je een Mary Sue schrijft, natuurlijk. Baken de wijsheid van de wijze dus af en bedenk in welke hoek de levenskennis zich bevindt. Dat vind je terug in het verhaalthema. Wat de mentor de leerling in het boek mee wil geven, heeft vaak te maken met het verhaalthema. Maar in dit geval mag je het ook wat breder trekken. Wat mag niet alleen de leerling leren, maar wil jij vooral als schrijver ook aan de lezer meegeven?

Stel dat je thema het leven na de dood betreft. Specifieker: de kracht van liefde die na het overlijden blijft voortbestaan. Het is een belangrijk thema in de Harry Potterserie. Daarom is een van de openende citaten in boek 7 goed gekozen.

De dood is slechts de oversteek naar een andere wereld, zoals vrienden de zeeën oversteken. Ze leven in elkaar voort, want zij die leven en liefhebben in dat wat alom tegenwoordig is, moeten uiteraard nog aanwezig zijn. In die goddelijke spiegel zien zij elkaar van aangezicht tot aangezicht en is hun omgang vrij en zuiver. Dit is de troost van vrienden. Dat, hoewel men kan zeggen dat zij in zekere zin sterven, hun vriendschap en gezelschap nimmer vergaan, in de beste zin van het woord, omdat die onsterfelijk zijn. — William Penn, More fruits of solitude

Zo kan een citaat óók heel erg cliché of hol overkomen, tot je de context weet. Neem: Elk einde is een nieuw begin, al weten we het op dat moment nog niet. Dat is te lezen in Vijf ontmoetingen in de hemel‘ van Mitch Albom. Dat boek gaat over een man die sterft en in de hemel vijf mensen ontmoet om zo de waarde van zijn leven op aarde (verder) te ontrafelen.
Hier is het einde niet zomaar een einde van een schooltijd op weg naar volwassenheid. Het gaat hier over het ultieme einde. En komt er een begin aan dat zowel het personage als de lezer niet zozeer verwachten. Überhaupt niet, of in de vorm van de ontmoetingen die in het boek centraal staan.

Of je wijze personage nu langere wijsheden wil delen, zoals die van William Penn, of het gaat hebben van de meer tradionele oneliners, zorg er dus voor dat je weet waarom je personage juist tot die wijsheid komt en dat het een soort ‘overstijgende boodschap’ heeft die verder gaat dan alleen het doel om de held met diens groeiproces te helpen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Shyam verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… mijn personage?

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… mijn personage?

Als je personage al springlevend is voor je geestesoog, kan het zomaar zijn dat je de identieke tweeling plotseling over straat ziet lopen. Dat is een fantastisch gevoel, maar je kan het ook omdraaien: kijk eens of je van iemand op straat je personage aan kan vullen.

Een personage aanvullen

Als je een personage gaat schrijven, weet je er al iets van, in meer of mindere mate. Dat kan heel breed zijn: het is een jonge moeder. Dan weet je natuurlijk dat ze voor een kindje zorgt. Let de volgende keer dat je een vrouw met een kinderwagen ziet op. Wat zie je aan de kinderwagen hangen? Zie de moeder een tas uit de kinderwagen halen? Kijk eens wat er in die tas zit. Poetsdoekjes, knuffels…

Dat zijn de meer algemene observaties. Maar als je iets meer over je personage weet, kan deze figurant op straat je net dat extra zetje geven. Dus je personage is een jonge moeder die dol is op gothicstijl? Als persoon – een levend, echt mens- bestaan die genoeg, ook al zie je ze misschien relatief minder vaak. Daardoor kunnen ze als personages in een boek wat geforceerd overkomen, omdat je  dingen naast elkaar zet die in eerste instantie met elkaar lijken te botsen. Ouderschap staat volgens een archetype voor ‘zacht’ en ‘zorgzaam’ waar gothicstijl voor ‘duister’ en ‘somber’ staat, volgens het stereotype.  

Dan zie je opeens een tienermeisje of jonge vrouw in gothicstijl met een jong kind. Of dat kind nu het hare is, of het buurmeisje of een nichtje.. Kijk eens hoe deze gothicvrouw met het kind omgaat. Kijk niet naar haar kledingstijl, maar naar haar omgang met het kind. Of gewoon naar wat kleine maniertjes die ze heeft. Tikt ze met haar voet als ze in de wachtrij voor een frietje wacht? Bestelt ze een vegetarische burger, toen je dacht dat ze een kroket zou bestellen?

Personages worden levensecht door deze kleine dingetjes. Wees niet bang om dit soort maniertjes, uiterlijkheden, kleine voorkeuren van vreemdelingen te spieken. Het is makkelijk om te denken dat als je personage ‘te grote extremen heeft’ voor een boek.

Is een personage ooit te ‘veel?’

Een personage dat veel kenmerken heeft die je bijzonder of niet gemiddeld zou kunnen noemen, komt in een boek al gauw geforceerd over. Want hoe ga je die zwarte, biseksuele, gehandicapte, mishandelde vrouw met borderline portretteren? Ze heeft als personage zeker bestaansrecht, maar je kan in een verhaal maar een centraal conflict uitwerken. En dan zal óf haar seksualiteit, óf haar handicap óf… centraal staan in het verhaal, anders wordt het een rommeltje. Als je toch een ‘overlap’ hebt van meerdere bijzondere kenmerken die je vanwege het verhaal of het conflict niet kan negeren, let dan heel goed op mensen die iets met je personage gemeen hebben of lijken te hebben. Of gewoon op mensen in  het algemeen. Want die kleine observaties die van personages mensen maken, of andersom, kunnen het verschil maken tussen een personage dat ‘te veel van het goede’ of ‘geforceerd’  overkomt en een personage dat iedereen onthoudt en in het hart sluit.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Andrew Seaman via Unsplash.

Het masker en het conflict: de persona van je personage

Ieder personage heeft een confict: zelfvertrouwen krijgen, roem vergaren… Maar een personage dat vooral moet leren om zijn masker af te zetten, garandeert een mooie diepgang.

Een masker dragen

Iedereen, mens of personage, draagt in meer of mindere mate maskers. Dat bepaalt de manier waarop je je gedraagt omdat je denkt dat anderen en/of de maatschappij dat van je verwacht. Vaak, zo niet altijd, gebeurt dat omdat je wordt gegijzeld door het bedriegerssyndroom, of de angst dat het laten zien van de ware ik de grootste angst bewaarheid laat worden. Voor het schrijven van een personage is het erg interessant om te bedenken hoe hardnekkig dat masker is. Een heldenreis is nu eenmaal veel interessanter als die leest: Held moet zijn ketenen verbreken om zo in zijn eigen kracht te staan in plaats van het meer algemene en het minder sprekende Held moet uitgroeien tot een beter mens.

De beperkingen van een groot masker

Als je doet alsof je sinaasappelsap lekkerder vindt dan mangosap, omdat je niet degene wil zijn die ‘moeilijk doet’ door naar iets specifiekers te vragen op een sapjeskaart van een terras, is dat niet zo spannend. Dat is anders wanneer je dat soort maskers vrijwel altijd opzet om maar in de gratie van anderen te blijven. Als dat zo is, kan je jezelf af gaan vragen in hoeverre het naar verhouding nog spannend of zelfs belangrijk is of je personage wordt aangenomen op de universiteit of niet. Want wil je personage eigenlijk wel naar de universiteit, of wil dat masker dat? En als dat zo is, wat is dan nog meer schijn? Daar kan je een heel boek mee vullen, terwijl je beschrijft hoe je je personage - al dan niet uit ‘vrije wil’ – zich aanmeldt voor de universiteit. Daarmee sla je twee vliegen in een klap. Je hebt een centraal conflict, zoals altijd, maar je biedt ook een continue pageturner als het gaat om kennismaking met je personage. Dat is heel wat interessanter dan feitelijke informatie delen. Voor je personage biedt een goot masker een hoop beperkingen, voor jou als schrijver is het een goudmijntje!

De persona van je personage

Als je personage van maskers aan elkaar lijkt te hangen, dan kan je stellen dat het een persona heeft. Vrijwel niemand krijgt het authentieke karakter van je personage ooit te zien, omdat het persona stukken veiliger, leuker of gewenster is om aan de wereld te presenteren. Dan krijg je een personage als dit:

Cynthia komt uit welgestelde kringen, maar de poeha van het rijkeluiswereldje heeft ze nooit begrepen en ze voelt zich er ook erg ongemakkelijk bij. Ze heeft echter wel in de gaten dat goed voor de dag komen er een belangrijk onderdeel van is. Dus zet ze het masker op van ‘uiterlijk’: ze loopt in de duurste kleren, heeft de meest exclusieve tassen en natúúrlijk zijn haar, make-up en nagels te allen tijden onberispelijk verzorgd en onderhouden. De persona van Cynthia, Cindy, bepaalt daarmee haar hele leven. Soms kan het zover gaan dat zelfs Cynthia niet meer weet of bepaalde gedachten van haarzelf zijn, of dat ze Cindy hoort in haar hoofd. Of, iets wat minder klinkt als een psychologische stoornis en waarschijnlijk wat meer herkenbaar is: “Is mijn intuïtie (Cynthia) of mijn ego (Cindy) aan het woord?”

In theorie is Cynthia’s centrale conflict relatief eenvoudig en kan je dat ook zo laten: laat haar het spreekwoordelijke licht zien, vrienden maken buiten de rijkeluiswereld die niets om uiterlijk vertoon geven en voilà: Cynthia overwint haar heldenreis. Misschien zie je het eerste probleem al: dit verhaal is flinterdun en cliché. Maar heb je het tweede probleem al gespot? Als het zo simpel was, waarom heeft Cynthia dan niet eerder de stap gezet om de wereld van uiterlijk vertoon te verlaten? Natuurlijk, je moet een comfortzone durven te verlaten en obstakels uit de weg ruimen. En dat is niet zomaar gebeurd. Maar dan staat wel steeds Cynthia aan het roer. Als Cynthia zo bang is dat als ze Cindy uit haar leven verliest, omdat ze dan oprecht denkt dat ze geen leven meer hééft, dan is dat een gevalletje van: het risico van de comfortzone verlaten is gewoonweg te eng voor je personage: “Groeien? Ammehoela! Als ik er dood van ga…”

Oftewel: een masker dat zo groot is dat er een persona uit voortkomt is veel interessanter – en schrijftechnisch gezien ook handiger en overzichtelijker- als het niet een déél van het centrale conflict vormt, maar het dat ís.

Starten maar….?

Of je nu besluit om er uitgebreid over te schrijven of niet, het feit blijft dat de eerdergenoemde comfortzone voor Cynthia hoe dan ook (te) lastig is om te verlaten. En omdat dat essentieel is én die stap ver vooraan in de drie-aktenstructuur zit, blijft de vraag: hoe start je Cynthia’s verhaal dan?
Het simpele antwoord is: zoals altijd, alleen gaat het tempo van de heldenreis (let wel, je heldenreis, niet meteen je schrijfstijl of het verhaal zelf!) een stuk lager liggen.

Om een besef te krijgen van hoe hardnekkig de maskers zijn en hoe hard Cindy in Cynthia’s oor tettert, moet je lezer eerst weten wat Cynthia’s wereld is en erachter komen dan wel hints krijgen dat Cindy een (groot) deel van Cynthia’s leven bepaalt. Vervolgens moet ook nog duidelijk worden wat authentiek Cynthia is en wat de façade van Cindy en hoe zich dat tot elkaar verhoudt. Dat is nogal wat, toch? Nu hoeft dat niet allemaal vóór het verlaten van de comfortzone te gebeuren: Cynthia’s verhaal is wat dat betreft minder aan de vaste structuur onderhevig. Je zal vast begrijpen dat een obstakel overwinnen niet echt een overwinning is voor Cynthia als Cindy haar twee tellen later wijsmaakt dat dat geen overwonnen obstakel was, maar een sluwe val. Maar alsnog blijft Cynthia’s conflict er een van vallen en opstaan, zoals ze dat allemaal zijn.Dat gegeven kan je aanhouden als leidraad in een verder chaotisch lijkende structuur.

Volgende week gaan we de opzet van Cynthia’s verhalenstructuur wat van dichterbij bestuderen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Hush Naidoo Jade Photography verkregen via Unsplash.


Woorden met een verborgen waardeoordeel- praktijk

Je hebt een personage met een (karakter)eigenschap waarmee die onrecht al op voorhand met 1-0 achter lijkt te staan. Hoe werk je dit personage uit zonder dat deze eigenschap al het andere wat er speelt compleet overschaduwd?

Niet slecht bedoeld, maar toch…

Vorige week schreef ik al een inleiding over dit principe: het idee dat als een personage arm, lelijk, dom of minder sociaal is, het in meer of mindere mate al afgeschreven is, zonder dat er gekeken wordt naar wat het nog méér is.
‘Afgeschreven’ betekent hier zowel ‘niet meer belangrijk’, maar ook: ‘niet de moeite om nog verder uit te werken’. En allebei de keren vanwege het idee dat die woorden zodanig taboe zijn, dat iedereen – inclusief je lezer- bewust of onbewust in meer of mindere mate denkt dat dat personage niet interessant meer kan zijn of iets belangrijks te vertellen heeft.

Harder knokken

Om dit interessante personage alsnog het welverdiende podium als hoofdpersoon of tijdelijke schijnwerpers als medepersonage in een hoofdstuk of scène mee te kunnen geven, moet het harder knokken. Daar komt het simpel gezegd op neer. Eenvoudig voorbeeld: er zijn twee sollicitanten die allebei even bekwaam zijn en evenveel relevante werkervaring hebben. De werkgever nodigt hen uit om allebei een week mee te draaien om zo de knoop door te hakken. De knappe sollicitant heeft dan toch een streepje voor. De lelijke moet net iets harder moeten werken om die baan te krijgen: net iets meer doorzettingsvermogen laten zien, meer werk gedaan krijgen…

Laat de held echt gewoon lelijk/dom/ sociaal onhandig of arm zijn. Kijk alleen goed wanneer je personage echt last van deze eigenschap heeft en hoe het zich daar alsnog ‘omheen weet te werken’. Dat is niet rechttoe rechtaan een strijd aangaan, maar wel eentje die minstens net zo zwaar is vanwege alle omwegen. Daardoor zal die strijd minstens net zo spannend zijn! De allereerste voorwaarde is dat je nooit gaat overromantiseren: dom of lelijk zijn is niet ineens wenselijk aan het einde van verhaal zodat je personage alsnog een soort medaille krijgt waar dat eerst nog iets ongemakkelijks of zelfs ronduit ongewenst was, dat zou krom zijn.
Kijk vervolgens waar je personage voor moet knokken.

Meer mens dan personage

Nog meer dan anders moet je naar dit personage kijken als een mens. Als schrijver kijk je vaak naar personages die een bepaalde archetype vertegenwoordigen en dus bepaalde dingen moeten vinden, doen of overwinnen. Wel zo overzichtelijk voor je save the cat schema en centraal conflict. Dus, heb je een zorgzaam personage nodig? Dan maak je daar gemakshalve een verpleegkundige van die meer voor zichzelf op moet leren komen. Bij een personage dat een waardeoordeel tegen zich heeft, mag je niet zo simpel denken. Denk nu meer in termen als ‘een mens zich zomaar niet laat kneden’ of ‘je mag niet in hokjes denken’. Dat betekent dat je die eigenschap dus ook niet ergens bovenaan de kenmerken van je personage mag zetten.

Als je een zorgzaam personage bedenkt, denk je waarschijnlijk iets als:
1) zorgzaam
2) geduldig
3) verpleegster

Bij een personage dat met een vervelend waardeoordeel te maken heeft, moet je eerder denken:
1) behulpzaam
2) enthousiast
3) stijve hark
4) gek op dieren
5) Ajaxsupporter
6) achtbaanfanaat
7) dom

Als een kenmerk in je verhaal niet de boventoon mag voeren, mag het dat ook niet doen in je aantekeningen.

Wanneer maakt het uit en waarom?

Een kenmerk met een waardeoordeel is pas belangrijk wanneer het personage er zelf ook daadwerkelijk last van heeft. Stel dat je een personage hebt met een IQ van 65. Het heeft dus moeite met leren, maar kan wel gewoon prima functioneren als ober in een restaurant; in het praktijkonderwijs is dit personage daarvoor is opgeleid en heeft het een certificaat voor oberen gekregen. Verder is het leven goed. Dan maakt het ‘dom zijn’ van dit personage niets uit en kan je het vanwege het waardeoordeel beter niet noemen. Voor je het weet is deze lieve ober of ‘te dom om te ertoe te doen’ of ‘moet die gered worden van het waardeoordeel van dom zijn’ terwijl er niets te redden valt in een verder gelukkig en goedlopend leven.

Heeft dit personage vanwege een lager IQ zodanig veel moeite met dingen onthouden of met hoofdrekenen dat het daardoor als ober in de knel komt met afrekenen of bestellingen rondbrengen, dan is het het noemen waard, omdat het personage er zelf last van heeft. Maar dan heb je dus ook een passend conflict om uit te werken.

Als het dan wel uitmaakt: het Riketeffect

Zodra je personage wel in de knel komt met een minder gewenst kenmerk, moet je als eerst kijken naar de 1-10 schaal waarop het kenmerk daadwerkelijk een hinder vormt. Controleer goed of die schaal nog past in je context. Iemand met een 3 op de schoonheidsschaal moet je geen model proberen te maken, dat komt enkel geforceerd over.
Maar stel dat onze Romeo merkt dat hij met zijn 4 niet mooi genoeg is om indruk te maken op Julia en dat ook echt zo is: Julia vindt hem lelijk en kan zich daar niet overheen zetten. Gelukkig kan je Julia zodanig goed en realistisch uitwerken (hint!) dat ze niet zo’n wicht is dat ze Romeo daardoor geen blik waardig keurt. Als Romeo dan de kans krijgt om te laten zien dat hij wel grappig, behulpzaam, empathisch is. Alles wat Julia’s ex Zacharias die haar zonder pardon dumpte om in New York een modellencarrière na te jagen niet was. Dan kan Julia alsnog op (deze) Romeo vallen. Lekker cliché, zo oud dat die premisse zelfs in een eeuwenoud sprookje voorkomt: dat van Riket met de kuif. Dit ‘Riketeffect’ is een belangrijke les voor je schrijftechniek als je met waardeoordelen gaat werken: als iets wat er echt toe doet en wat wenselijk is uiteindelijk op de voorgrond komt en dat goed uitwerkt, doet het minder wenselijke aspect er niet meer toe, zonder dat je je in allerlei gekke bochten hoeft te wringen, of geforceerd of politiek correct hoeft te schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jorge Zapata op Unsplash.

De naam van je personage

Je lezer maakt vaak kennis met je personage via diens naam. Daarom is die veelbetekenend en moet je er goed over nadenken, maar overdenken is ook een kunst. Hoe kies je een goede naam uit voor je personage?  

Een naam uitkiezen

Schrijvers hebben de neiging om intensief over de naam van hoofdpersonages na te denken. Is de naam wel stoer, net zoals deze krijger met een overvloed aan spieren? Ken ik al iemand met die naam? Zal ik hem naar mijn oom vernoemen? En iedere zichzelf respecterende (fantasy)schrijver vergeet niet te dubbelchecken wat de betekenis van de naam is… De valkuil van een naam uitkiezen voor je personage is dat je het zowel kan onderschatten als overdenken.

Associaties bij bepaalde namen

Je kan er niet omheen dat sommige namen associaties met zich meebrengen. Zo is Jan niet overtuigend voor de naam van je alfaman: het is een echte huis-tuin-en-keukennaam. Denk ook aan iets als de afkomst van bepaalde namen, of beroemdheden die dezelfde naam dragen. Zo zie je bij Yoshi geen blonde Hollander voor je, maar denk je aan een Japanner, zo niet óók aan het personage van Nintendo. (Terwijl de naam Yoshi de ‘Jan van Japan’ is).

Op een soortgelijke manier is Luna een naam waarvan de meeste mensen weten dat het maan betekent. Die naam wordt dan ook vaak gebruikt voor de meer spirituele of mysterieuze vrouwen en meisjes. Het kan de lezer dan (meer dan) de nodige moeite kosten om te schakelen naar jouw boerenmeid met een grote mond.
Als je weet dat bepaalde hardnekkige associaties op de loer liggen, wees dan alert.

  • Jouw mysterieuze Luna wordt een dertien in een dozijn en daarmee makkelijker een cliché.
  • Jouw grofgebekte boerenmeid Luna wordt door de hardnekkige andere associatie – zonder echte reden!- bijna ongeloofwaardig.

Symboliek en betekenis

Vanwege de aanname dat personages regelmatig een symbolische naam hebben, is het de moeite waard om rekening te houden met de betekenis of de mogelijke symboliek.  
Zo kan het opvallen dat twee zussen Madelief en Fleur heten: twee bloemennamen. Zijn dit wat zachtere meisjes? Bedoelden de ouders daar wat mee?
Maar bij een naam als Ikaika vraag je er bijna om dat de lezer er iets achter zoekt. Zeker bij fantasyverhalen verwachten de lezers zowat dat de -vaak wat ‘mysterieuze’- naam symbolisch is bedoeld. Als Ikaika (sterk) de lafaard van je verhaal blijkt te zijn, is het wachten op: “Kon je geen betere naam bedenken?”
Maak het echter niet te ingewikkeld. De namen Jan en Piet zijn zo ingeburgerd dat niemand bij de betekenis stil zal staan.

Zo wordt zoeken naar een balans voor een naam met symboliek (en/of de mate daarvan) lastig, want waar ligt de middenweg? Je sterke personage kan best Leo heten, maar dan bedenk je je dat die symboliek overduidelijk is: Leo betekent leeuw en een leeuw is sterk. Die symboliek is nog nóóit gebruikt…
Een woordenweb kan uitkomst bieden. Kijk welke woorden er in je opkomen die passen bij je personage of het plot van je verhaal. Kracht, moed, sterk, beer, krijger… Met zoveel woorden komen er nog meer namen bovendrijven: daar zit vast iets passends bij.

Hoe klinkt de naam?

Spreek een naam ook een paar keer hardop uit, zodat je hem kan ‘proeven’. Neem Kai. De een vindt die naam stoer, de ander vindt hem snauwerig. Maar schattig past er niet bij. Zo kan je testen of de naam oké is, zowel symbolisch, als voor je eigen oren. Je moet niet moe worden van het schrijven omdat je steeds opnieuw die lelijke naam moet typen…

Vraag het je personage

Als je je personage zo goed kent, dat je met hen kan ‘praten’, kan je ook een experiment uitvoeren: kies een naam waarvan je weet dat die voor geen meter bij je personage past. Zadel stoere Kai op met Jip en hij zal die naam vreselijk vinden. Op de vraag hoe hij dan liever zou heten, antwoordt hij waarschijnlijk met ‘Kai’ of ‘Dave’. Je kan het kiezen van een naam ook aan anderen overlaten en je personage mag ook zelf blij zijn met diens naam 😉.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Waldemar verkregen via Unsplash.