Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel

Elk verhaal heeft een rode draad, maar ook subplotten. Als je een verhaal tot een mooi geheel wil maken, moet je deze integreren. Dat kun je doen door een subplot in je aantekeningen net zo belangrijk te maken als de rode draad. We gaan eerst kijken hoe je die rode draad stevig maakt. Als je dat kan, kan je dat ook voor de subplots.

Let hierop als je een rode draad schrijft voor een verhaal

Als je een rode draad voor het verhaal bepaalt, moet je een aantal dingen in de gaten houden:

* Wat is mijn protagonist voor iemand? (Gebruik daar je personagebiografie voor)
* Wat is het centraal conflict? Hoe groeit of beweegt mijn hoofdpersoon zich daarin?
* Welke andere mensen komt hij tegen? Wat voor invloed hebben die mensen op hem?

Wat is mijn personage voor iemand?

Je kon in mijn post over de personagebiografie lezen hoe je de kennis van je personage inzet om een wankel plot of niet-passende beslissingen van je personage te voorkomen. Maar ook in een meer basale vorm is je personagebiografie erg belangrijk. Aan schijnbaar heel eenvoudige of vanzelfsprekende dingen kun je al zien hoe bepaalde dingen tot stand komen. Als je personage als favoriete land Frankrijk heeft en dol is op nieuwe talen leren, kan dat verklaren waarom ze docente Frans is geworden. Als docente Frans wordt ze verliefd op een collega, waardoor er een roddel op de school ontstaat….
Kortom, in je personagebiografie kan je vaak tussen de regels door al een mogelijk butterfly-effect (van een verhaal) vinden.
Als je weet dat je personage het fijn vindt om op de voorgrond te staan, hij eerder voor een beroep als zanger zal kiezen dan voor een bestaan als archivaris.
En als je personage niet voor zichzelf op kan komen, zal hij makkelijker over te halen zijn slechte dingen te doen dan iemand die niet bang is zijn mond open te trekken.

Wat doet het centraal conflict met mijn personage?

In het centraal conflict moet je personage obstakels overwinnen, vallen en opstaan en zo leert hij dingen. Dat verandert je personage. Uiteindelijk komt hij zo als een ander persoon uit het verhaal. Als held, als verliezer, als moeder, slimmer, mooier, wraakzuchtiger, verdrietiger… Hoe je verhaal ook loopt, je personage is niet de persoon die hij was voor het verhaal begon. Bekijk goed wat er in dat centraal conflict verandert en wat dat met je personage doet. Wordt hij een dappere grote broer in plaats van een bang klein jongetje? Een klusjesman in plaats van de bankdirecteur?

Wie komt mijn personage tegen?

Mensen zijn sociale wezens die andere mensen om zich heen nodig hebben of willen. Zelfs een afgezonderde monnik in de bergen van Tibet heeft nog collega monniken in zijn klooster. (En mocht hij zich echt 100% afzonderen, dan wordt hij daar of op een bepaald moment gestoord van of heeft hij herinneringen aan mensen die ooit in zijn leven waren). Andere mensen doen iets met je personage. Dat kan iets fijns zijn of iets vervelends, maar de omgang met anderen zorgt ervoor dat het leven, de overtuigingen en de relaties van je hoofpersoon veranderen.
Denk dingen als:

* door de omgang met deze man verandert deze vrouw van een single dame in een getrouwde vrouw
* doordat zijn lerares hem onderwijst, wordt jouw personage slimmer
* een meisje wordt gepest door een ander persoon waardoor haar eigenwaarde verandert.
Kortom: omgang met anderen brengt altijd actie-reactie teweeg. Als jij gaat voetballen en je schopt de bal weg (actie) neemt een ander de bal over (reactie). Welke actie-reactie brengt de omgang met elk ander personage teweeg bij je hoofdpersoon?

Doe nu hetzelfde voor een ander personage

Zo simpel is het eigenlijk. Als je ook voor andere (belangrijke) personages een personagebiografie maakt, leer je ze ook kennen. Dan weet je ook wat hun heldenreis is. Net als je hoofdpersonage hebben andere personages bepaalde gevoelens en doelen. Ook zij hebben actie-reactie op datgene wat om hen heen gebeurt. In je aantekeningenboekje moet je doen alsof elk personage de held van het verhaal is.
Zo maak je elk personage even diepzinnig en zorg je ervoor dat de actie-reactie altijd voor je personages kloppen. Niet alleen dat, zo komen verhaallijnen ook samen.

Stel dat je schrijft over twee generaals in oorlog: Generaal Goedzak en Generaal Gemeen. Als schrijver werk je toen naar een goede afloop voor generaal Goedzak. Maar om Generaal Gemeen realistisch te portretteren, moet je hem laten handelen volgens zijn eigen waarden, overtuigingen en karakter en op basis daarvan zijn actie-reactie bepalen.

Schrijf ‘achter de schermen’ alles zodanig uit dat je aan de hand van je aantekeningen niet ziet wie de hoofdpersoon is.

Gemeen is erop uit ( vanuit het gezichtspunt dat hij de held is van zijn eigen verhaal en niet de ondergeschikte in het verhaal van Goedzak) om macht te vergaren. Je weet dat hij verlies niet zal accepteren, dus zal hij tot doorvechten tot zijn laatste laatste soldaat is gesneuveld. Als je Gemeen op dit punt minder belangrijk maakt dan Goedzak, zal het verhaal erg kort worden: Goedzak moet winnen en dus is het onbelangrijk wat Gemeen denkt of beweegt. Als je Gemeen als de held van zijn eigen verhaal maakt, doe je er alles aan om hem in zijn volle slechtheid als personage naar voren te laten komen: Gemeen is er zo op gebrand dat hij gaat winnen dat hij zijn tegenstander steeds twee stappen vooruit is.
Zo hebben de acties van beiden generaals invloed op elkaar als persoon (hoe ze op de acties van de ander reageren) en daarmee ook invloed op het verhaal, in dit geval de oorlog.

Samengevat: als je verhaallijnen goed in elkaar wil laten overlopen:
* moet je ervoor zorgen dat alle belangrijke personages goed zijn uitgewerkt (in je aantekeningenboekje)
* moet je elk personage laten handelen volgens zijn eigen heldenreis, niet volgens die van de held
* moet je je heel bewust zijn op de actie-reactie die tussen personages ontstaan en wat dat met de verhaallijn doet. Verandert die daardoor? Kunnen verhaallijnen elkaar daardoor doorkruisen?

Zo verlaat je personage in 5 stappen een comfortzone

Je hoofdpersonage maakt allerlei actie, drama of intriges mee. Maar die starten niet zomaar. Eerst moet hij de noodzaak voelen om iets in beweging te zetten. Dat is het moment waarop hij uit zijn comfortzone komt. Met dit stappenplan is je personage al de held van het verhaal voordat het goed en wel is begonnen. 


1. Bepaal waar je personage aan gewend is

Het woord comfortzone kan de indruk geven dat iemand het in zijn eigen persoonlijke bubbeltje prima naar zijn zin heeft, maar dat is niet altijd zo. Een gelukkig huwelijk is een comfortzone, maar in narratieve termen is in een gewelddadige relatie blijven dat ook. Je personage doet wat hij gewend is omdat een andere optie om welke reden dan ook niet speelt. Bepaal eerst wat de comfortzone van je personage is. Met andere woorden: aan welke gang van zaken is hij gewend?

2. Maak je personage bang

Mensen en daarmee personages zijn gewoontedieren en willen grofweg weten wat ze kunnen verwachten. Ongeacht hoe (on)comfortabel de comfortzone van je personage is, hij wil er het liefst in blijven, omdat hij zo de gevolgen kan overzien. Je kan je personage bang maken door iets aan de kaak te stellen dat hij kan voorkomen door uit zijn comfortzone te stappen. 

3. Bedreig je personage

Je personage zal zich tegen het onbekende en de bijbehorende angst gaan verzetten. Daarom moet je hem gaan bedreigen. Niet per se met een mes, het hoeft geen bloederige boel te worden. Je moet er alleen voor zorgen dat in de comfortzone blijven erger is voor je personage dan wanneer ze eruit stappen. Daarom moet je weten wat de waarden van je personage zijn. Als een huwelijk op de klippen dreigt te lopen, maar je personage niet in scheiding gelooft, zal het stel in relatietherapie moeten. Niet ideaal en niet prettig, maar de enige ander optie is het huwelijk laten stranden en dat wil je personage absoluut niet. Uiteindelijk moet je personage kiezen of delen zodra je hem hebt bedreigd en bang gemaakt: je blijft in je comfortzone zitten en je ergste angst wordt bewaarheid, of je komt eruit, bijt door de zure appel heen en begint aan je heldenreis. Misschien loopt het goed voor je af, misschien niet. Maar als je in je comfortzone blijft, heb je in ieder geval de garantie dat het niet fijn voor je afloopt. (Daar moet jij als schrijver voor zorgen, want zonder een (aankomend) conflict heb je geen verhaal.) 

4. Laat het ongemak van je personage zien

Je personage verlaat zijn comfortzone. Laat zien dat hij dat met gezonde tegenzin doet, blunders maakt, niet weet wat hij moet doen… Dat hij echt een heldenreis heeft met het bijbehorende vallen en opstaan, waarbij niet alles meteen lukt. Zo wordt het spannender, want je weet niet of het verlaten van de comfortzone uiteindelijk in het voordeel van het personage werkt.    

5. Laat je personage in actie komen

Nu komt je personage in de (ongemakkelijke) actie. En daarmee heb je een held van hem gemaakt. Hij laat zien dat hij bereid is om ergens de schouders onder te zetten, fouten te maken en ongeacht de uitkomst ergens voor te gaan. Vanaf nu zal je lezer gaan duimen voor een goede afloop. Je personage heeft immers bewezen geen watje te zijn dat zekerheid boven ongemak verkiest. Dat is in fictie een gedeelde eigenschap van helden, ongeacht de invulling van de heldenreis. 

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online

Power fantasy: hoe uitzonderlijk mag je personage zijn?

Power fantasy is het gegeven dat elk hoofdpersonage heeft iets extra speciaals heeft. Hij is net iets iets sterker, doortastender of slimmer dan de andere personages. Dat mag, dat maakt hem de held van het verhaal. Maar je kan er ook in doorslaan. Hoe weeg je af hoe uitzonderlijk je personage mag zijn?

Wat is power fantasy?

Power fantasy is het principe dat je held iets sneller leert dan gemiddeld. Soms gaat het zo makkelijk, dat het op het randje van geloofwaardig is. Waar iemand anders een jaar zou doen om een bepaalde vaardigheid te leren, doet je held daar een halfjaar of drie maanden over. Datgene wat je held extra snel leert, komt het grote geheel van het verhaal altijd ten goede: het is niet zomaar een willekeurig gekozen vaardigheid waar de held aanleg voor heeft. Denk aan dingen als:

* Een held die later in het verhaal moet leren overleven in het wild, is uitzonderlijk goed in het hanteren van een boog en in knopen leggen.
* Een kind dat later een raketgeleerde wordt, heeft een bovengemiddelde wiskundeknobbel
* Een kantoormedewerker die wordt gedwongen later in het verhaal spionagewerk te verrichten, heeft een goed concentratievermogen en oog voor detail.
* Een kind kan toveren, maar weet niet hoe hij zijn magie onder controle moet houden, of bewust kan gebruiken. Later komt dat van pas in de toverwereld/ op een toverschool.

Is power fantasy altijd nodig in een verhaal?

Tot op zekere hoogte is power fantasy altijd nodig in een verhaal. Als je (hoofd)personage niet de nodige vaardigheden heeft om zijn conflicten aan te kunnen, zal hij ofwel zijn comfortzone niet uit kunnen komen, of is zijn centrale conflict zodanig moeilijk dat er geen evenwichtig vallen en opstaan meer is. Kijk nog maar eens in het schema van save the cat. Daar zitten pieken en dalen in. Als iets te moeilijk is voor je personages, heb je geen pieken en daarmee geen goede dynamiek voor de rest van het verhaal.

De valkuil van power fantasy

Is het je al opgevallen dat een teveel aan power fantasy een Mary Sue in de hand kan werken? Bij een Mary Sue gaat alles perfect, zonder moeite of fouten en bovendien is het hoofdpersonage niet te evenaren in alles wat hij doet. Daarom moet je heel goed opletten wat je je personage aan power fantasy toebedeelt. Als het al op het randje van het realistische is dat je personage binnen drie maanden iets nieuws leert, ga het dan zeker niet inkorten tot zelfs maar twee maanden en drieënhalve week. Maak je personage niet beter/ sneller/ slimmer… dan absoluut noodzakelijk is om hem dat extra nodige zetje voor het plot te geven.

Power fantasy is als spierballen: als ze soms opvallen, blijf je onder de indruk. Zie je ze de hele tijd, dan zijn de spieren niets speciaals meer. Of dan wordt het personage onnodig een snoever.

De truc van power fantasy

Power fantasy heeft een enigszins geniepig kenmerk: je personage is ergens goed in, terwijl het voor hem relatief weinig voorstelt. Daarbij is het ook nog eens zo dat voor de omgeving van je personage zijn (nieuwe) vaardigheid ofwel niet zo veel opvalt, of in eerste instantie niet bruikbaar lijkt.
De detective in wording heeft weinig aan zijn uitzonderlijke oog voor detail als hij in zijn kantoorbaan daar geen oog voor hoeft te hebben. En de aankomende raketgeleerde heeft dan misschien wel steeds het hoogste cijfer van de klas bij de exacte vakken, maar hé, in elke klas zit wel een bolleboos. Daar wordt je niet meteen een potentiele superheld van. En als je kan toveren, maar dat niet bewust kan sturen, heb je er maar weinig aan.

Een goede power fantasy vindt de balans tussen het ongewone gewoon laten lijken en een talent laten opvallen in een plaats waar het (in eerste instantie) niet tot zijn recht of van pas komt. Daarin zit het verschil met een Mary Sue: waar zij onmiddellijk gelauwerd wordt voor alles wat ze doet en alles wat ze aanraakt onmiddellijk in goud verandert, heeft een held met power fantasy krachten een gave die meer onder de oppervlakte lijkt te sluimeren en gedurende het verhaal tot bloei komt.

De truc van de power fantasy is dus gedeeltelijk dat je de superheld laat overkomen als een doodnormaal iemand. Bijna met een achterliggende gedachte als: iedereen heeft het in zich om tot een superheld uit te groeien. Power fantasy heeft dus een principe gemeen met het centrale conflict: als je mensen maar in een juiste positie of omstandigheden zet, heeft iedereen het in zich om interessant of indrukwekkend te zijn.

Power fantasy als begrip

De laatste tijd is power fantasy als begrip uitgegroeid tot iets negatiefs. Het wordt vaak geassocieerd met onrealistische superheldenkrachten, deus ex machina of Mary Sues. Maar het begrip power fantasy zelf is neutraal: het ligt volledig aan je uitwerking ervan of je power fantasy overdreven krachtig wordt of optimistisch genoeg om een mooi verhaal te schrijven, zonder dat het onrealistisch wordt.

Checklistje voor power fantasy

Als je power fantasy aan het schrijven bent, kun je onderstaande punten gebruiken om te controleren of je power fantasy nog realistisch genoeg is of dat je misschien toch een beetje doorslaat. Als je een punt uit de checklist herkent, is je held hoogstwaarschijnlijk een tikje te superieur aan anderen.

* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid twee keer zo snel of sneller dan anderen.
* Mijn personage is de enige die de betreffende specifieke vaardigheid heeft.
* De vaardigheid van mijn personage houdt hem onmiddellijk uit alle problemen.
* Mijn personage wordt om zijn vaardigheid bewonderd, nog voordat deze vaardigheid daadwerkelijk van nut is geweest.
* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid zonder te falen in zijn pogingen deze vaardigheid te leren beheersen.
* Het is onmiddellijk duidelijk dat de speciale vaardigheid van mijn personage later in het verhaal een belangrijke rol gaat spelen.
* De vaardigheid van mijn personage krijgt te pas en te onpas de aandacht, ook als die vaardigheid er op het moment helemaal niet toe doet.

Comfortzone: de tegenhanger van het conflict

De comfortzone: datgene waar je personage in zit en soms ook het liefst blijft zitten. Maar voor een verhaal is het nodig dat je je personage er uit probeert te lokken. Hoe en waarom doe je dat?

Wat is een comfortzone?

Een comfortzone roept waarschijnlijk een beeld op van iemand die lekker ontspannen in een luie stoel zit, met een lekker kopje koffie en een koekje. In de context van verhalen kun je het beter zien als: datgene waar je personage aan gewend is en niet wil (of zomaar kan) veranderen.

Waarom moet je personage zijn comfortzone uit?

Een comfortzone is dus iets dat onveranderlijk is, of zo blijft, tenzij er iets in gang wordt gezet. Als je een situatie hebt die niet verandert, heb je geen verhaal. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:
* Als iemand verliefd is, maar nooit daarvoor uitkomt heb je geen verhaal van een romance of een blauwtje.
* Als iemand zijn werk vreselijk doet, maar daarvoor niet op zijn kop krijgt, wordt diegene nooit ontslagen. Of worden de wanpraktijken van de slechte bedrijfsvoering nooit ontdekt. Zo kun je nooit lezen over een verhaal dat gaat over een publiekelijk schandaal.
* Als iemand nooit een onverwachte tegenvaller krijgt, kan hij elke avond blijven bankhangen. Een verhaal over iemand die alleen maar op de bank hangt, is niet bijster interessant.

Hoe haal je je personage uit de comfortzone?

Simpel gezegd, maar wat lastiger gedaan: je moet hem bang maken en bedreigen.
Die bedreiging moet ervoor zorgen dat je personage het gevoel krijgt dat hij niet anders kan dan de comfortzone verlaten. Maar pas op: je moet die bedreiging heel goed afwegen. Als je hem bedreigd met iets dat tè moeilijk of angstaanjagend is, zal hij in paniek raken en tot geen actie meer in staat zijn. Stel dat je tegen een bijstandsmoeder zegt dat ze binnen een week tienduizend euro moet verdienen, omdat ze anders uit haar huis wordt gezet. Dat zeg je in de hoop dat ze meer doet om een baan te vinden. Ze zal wel willen, maar als ze dat geld had, zat ze sowieso niet in de bijstand. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen? Dit zal haar uit angst eerder laten bevriezen dan in de actie brengen.
Maar bedreig je je personage met iets dat hij niet dringend genoeg vindt of wat iemand anders voor hem op kan lossen (zoals bijvoorbeeld een magic pixie dream girl) heb je nog steeds geen centraal conflict, en daarmee ook geen verhaal. Dreigen met het idee dat je drie werknemers zal moeten ontslaan, zal niet helpen bij iemand die wereldwijd 100.000 mensen in dienst heeft: daar gaat het bedrijf niet van omvallen.

Wie of wat bedreigt je personage?

In de voorbeelden hierboven waren het altijd andere personages die de bedreigden, maar het kunnen ook omstandigheden zijn. Dan hoeft het niet eens zo te lijken alsof er iemand erop uit is je personage bang te maken. Je schrijft over een conservatief stel. De man wordt ziek, dus dat dwingt de vrouw om te gaan werken, terwijl zij en/of haar man zich daar eigenlijk niet op hun gemak bij voelen. Je hoeft je personage dus niet als crimineel te behandelen. Je moet er alleen voor zorgen dat er verandering in een situatie komt die anders zoals gewoonlijk door zou gaan.

De wereld van een personage moet tegenslag kennen

Zoals het vorige voorbeeld al laat zien, is een comfortzone niet altijd uitgesproken fijn of luxueus. Gelukkig getrouwd zijn is natuurlijk prettig, maar staat niet gelijk aan een jaarsalaris van ongekende hoogte, materiële luxe of uitzonderlijke macht.
Laten we nog een stapje verder gaan. Iemand die al jarenlang verslaafd is, zit met die verslaving óók in een comfortzone. Het is absoluut niet fijn om verslaafd te zijn, misschien wel het vervelendste wat er is. Maar als je gewend bent aan het verslaafd zijn en alle effecten die daarbij komen kijken, dan wordt dat je comfortzone, hoe vreselijk ook. In het echte leven mag je zoveel medelijden hebben met iemand die het slecht heeft als je wilt. Als schrijver moet je wat harder zijn naar je personages. Je kan ze niet van alle rampspoed en tegenslagen behoeden: verhalen gaan over tegenslagen die overwonnen worden, hoe mensen omgaan met veranderingen en hoe ze daar al dan niet bovenop komen. Je kan en mag ze niet aldoor met zachte handschoentjes aanpakken. Doe je dat wel, dan is het onvermijdelijk dat je een personage schrijft met een handvol Mary Sue kenmerken.

De comfortzone in een vrolijk verhaal

Wat doe je als je een verhaal wil schrijven dat niet meteen faillissementen, ziektes, verslavingen of andere ellende bevat? Moet je dat dan gaan toevoegen? Geen zorgen, een personage uit de comfortzone halen kan soms ook relatief makkelijk worden opgelost. Neem een gezellige scène waarin een aanstaande bruid met een groepje vriendinnen trouwjurken gaat passen. Dan zou het wel erg buiten proporties zijn om ineens met een auto-ongeluk van een bruidsmeisje te komen om een conflict te veroorzaken of het bruidje uit een comfortzone te dwingen. Verpest haar mooie dag alsjeblieft niet…

Hou die dag mooi!

Stel dat je vanuit de personagebiografie weet dat deze vrouw zich wat bezwaard voelt vanwege haar figuur. Ze had zich voorgenomen om hoe dan ook geen bruidsjurk af te wijzen omdat ze zich daar te dik in voelt, als hij gewoon past. Dan staat ze voor een spiegel met een jurk die wel eens de jurk zou kunnen zijn. Maar ondanks dat de jurk gewoon past, voelt hij niet sexy genoeg, omdat de aankomende bruid in de spiegel nog steeds een net iets te zware vrouw ziet. Dan moet ze haar verlies erkennen, hoe mooi de jurk is. Dat is even uit de comfortzone: je wil geen belofte breken aan jezelf. Maar het grotere doel (sexy voelen in een trouwjurk) zorgt er wel voor dat ze die ene jurk laat hangen. Reken maar dat ze alsnog een mooie jurk vindt en dat met een drankje gaat vieren, samen met haar vriendinnen!

Schrijf in vier stappen je persoonlijke standpunt

Elk verhaal heeft een centraal conflict, een thema en een hoofdpersonage. Hoe gebruik je die om je persoonlijke standpunt mee duidelijk te maken?

1 Bepaal een boeiend conflict

Alles waar je personage in een verhaal mee worstelt, wordt een conflict genoemd. Als je als schrijver een standpunt duidelijk wilt maken, is het conflict meestal groter van aard dan alleen een burenruzie over een schutting. Het is dan niet meer iets wat een personage toevallig overkomt, maar iets waar veel mensen grote problemen mee ervaren. Geef je personage echt iets om voor te vechten, in plaats van alleen een probleem dat opgelost moet worden. Denk aan:

* emancipatie
* gelijkheid van ras
* veilig uit de kast kunnen komen
* in opstand komen tegen een maatregel van een regering
* toegeven slachtoffer te zijn van emotioneel/seksueel/ fysiek geweld
* verslavingsproblematiek

2 Plaats het conflict in context

Zodra je het conflict hebt bepaald, bedenk dan in welke plaats of tijdperk dat het best tot zijn recht komt. Onderwijs voor meisjes is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het hier geen conflict kan vormen. In grote delen van de wereld is dat nog wel een probleem. Laat dit conflict dus in bijvoorbeeld in Congo afspelen, niet in Nederland. Hou er rekening mee dat je dan veel onderzoek moet doen naar de Congolese cultuur en het onderwijssysteem aldaar. Als je het over emancipatie in Nederland wil hebben, kan dat nog steeds. Maar dan zal je het eerder over de salariskloof tussen mannen en vrouwen moeten hebben dan over onderwijs.

3 Je personage als relschopper

Je personage is persoonlijk betrokken bij het conflict. Maar je personage heeft net als echte mensen karaktertrekken. Ga na welke manier van relschoppen bij je personage past.
Een homoseksuele jongeman in Saoedi-Arabië heeft zware straffen op zijn seksuele oriëntatie staan. Als hij dapper is, zal hij ondergronds in opstand komen en illegale pro-homo boodschappen proberen te verspreiden onder de bevolking. Als hij minder moed heeft, zal hij misschien alleen in het geheim zijn geliefde ontmoeten.

Dat laatste klinkt niet zo heldhaftig als het eerste, maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets op het spel blijft staan. Zolang je personage tegen de gevestigde orde ingaat en er iets te verliezen valt, is hij een relschopper.
Als je nog geen personage hebt bedacht, kun je hem aan de hand van je conflict schrijven. Kwam je personage vóór je conflict in beeld, bedenk dan goed wat voor manier van protesteren bij hem past.  

4 Conflict, context en personage combineren

Als laatste stap combineer je de eerste drie factoren:

* Bepaal een boeiend conflict dat aanleiding geeft tot relschoppen.
* Maak de context zo realistisch en interessant mogelijk voor de context (tijdperk en plaats) van je conflict.
* Zorg dat je personage op zijn unieke manier een relschopper wordt en jouw persoonlijke boodschap uit kan dragen.

De kloof tussen arm en rijk kan bijvoorbeeld aan de kaak worden gesteld in de late 19e eeuw, toen niemand (van de rijken) zich daar druk om maakte.
Een jong meisje van goede afkomst zet daar vraagtekens bij. Niet alleen komt ze tegen dat ze arme mensen als minderwaardig moet beschouwen, als vrouw heeft ze sowieso weinig te zeggen.

Als ze onverschrokken is, steelt ze openlijk geld uit haar vaders beurs en geeft ze dat aan de arme families. Als ze voorzichtiger is, pikt ze af en toe broodjes die de familiebediende bakt en smokkelt ze die naar de plaatselijke arme schoenmaker.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online en gedeeltelijk in dit nummer van Schrijven Online magazine.

Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten)
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust)
* heeft vaak (volgens de protagonist) aanstootgevende normen, waarden of plannen
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist).
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom mijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander: elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn. De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. (De personages, het conflict, de afloop…)

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. Hier kan de heldin jaloers op worden, proberen tegenop te boksen, vrienden mee proberen te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Het moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we een Mary Sue-achtig personage nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat haar glorie alleen maar komt van haar – vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als we het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:

* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkaar niet doodschieten?

* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft?

* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.

Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn.
Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug.

Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien.

Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller- misdaadroman.
Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :

* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek ( moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is.
Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal hij er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk heel belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

In medias res: onmiddellijke actie

De opening van een verhaal is ontzettend belangrijk, Het kan de lezer onmiddellijk het verhaal inzuigen. In medias res gaat meteen tot actie over.

Hoe begin je een verhaal?

Onderschat het belang van een goed begin van een verhaal niet! In de eerste regels of alinea’s van een verhaal kun je onder andere duidelijk maken:

  • Wie je hoofdpersoon is
    • wat zijn karaktertrekken zijn
    • wat zijn leefomstandigheden zijn
  • Wat het verhaalthema is
    • In welk tijdperk het zich afspeelt
    • Wat deze maatschappij bezighoudt

Dit komt ook in een infodump voor, maar dat is geen fijne manier van schrijven.
In medias res helpt om onbelangrijke details over te slaan en de lezer meteen – vrij letterlijk- midden in de actie te plaatsen.

In medias res schrijven

In medias res is niet veel meer dan niet bij het begin beginnen. Je start het verhaal in het midden, of op het einde. Zo beloof je de lezer stukje bij beetje achter de details van het personage of verhaal te komen en blijft de lezer nieuwsgierig.

Bij in medias res begint je het verhaal chronologisch gezien bij een van de opengeslagen bladzijden

Een voorbeeld van in medias res

Omdat je met in medias res start op een moment waarop het verhaal al gaande is, kom je meteen in actie:

Soeraya zat puffend in de taxi, terwijl haar weeën steeds heftiger werden. Imran hield haar hand vast, maar wist niet wat hij met zichzelf aanmoest.
Zodra het kind was geboren zou Soeraya heel wat uit te leggen hebben aan haar moeder. Ze had gekozen uit het beste van twee kwaden. Maar nu begon ze haar keuze te betwijfelen.

Missende informatie na in medias res

De lezer mist hier informatie. Soeraya zit in de problemen. Maar wat zijn die en hoe is dat zo gekomen?

Stel:

Imran en Farid zijn tweelingbroers, die Soeraya allebei een warm hart toedragen. Soeraya en Farid kregen een geheime relatie, waar alleen Imran van wist. Soeraya raakte zwanger en Farid sneuvelde enkele weken later in het leger. Imran is daarna halsoverkop met Soerya getrouwd, zodat hij kon doen alsof hij de vader van het kind was. Zo behouden zijn broer en schoonzus een goede naam binnen de familie. Als ooit bekend zou worden dat Soeraya een buitenechtelijk kind had, zou Soeraya uit de familie worden verstoten. De vriendschappelijke band tussen Imran en Soeraya is te sterk voor Imran om met die mogelijkheid te kunnen leven.

Vragen na in medias res

Dit dramatische voorbeeld maakt de voordelen van in medias res duidelijk. Je hebt veel dat je nog kan onthullen (lees: je kan het verhaal nog lang boeiend houden). Zoals:

  • Hoe is de relatie tussen Soeraya en de tweelingbroers ontstaan? Als Imran zoveel voor Soraya overheeft, is er vast meer aan de hand. Is hij heimelijk verliefd op haar? Heeft zij ooit zijn leven gered en staat hij bij haar in het krijt?
  • Hoe gaan ze de leugen in stand houden in het dagelijks leven? Houden ze dat vol? Wat doet dat met hun vriendschap?

Je kan een heel boek bezig zijn om antwoord te geven op die vragen. Laat dat nou net de bedoeling zijn! 😉

Interesseer de lezer meteen

Als je dit verhaal vanaf de aanvang zou beschrijven, begin je waarschijnlijk bij een eerste ontmoeting. Die is doorgaans alledaags of nietszeggend. Als je de lezer alinea’s lang verveelt met een onbenullige bezigheid, zal die snel zijn geduld verliezen en het boek wegleggen.
In de eerste pagina’s of zelfs alinea’s is het geduld van de lezer het kortst. Zorg dus dat je de lezer meteen boeiend verhaal kan voorschotelen.

In medias res: in gang zetten van een gevolg

Soeraya in de taxi is spetterende actie. Maar in medias res is niet per se spectaculair. Je hoeft alleen maar in het midden of op het eind te beginnen.

Denk aan de structuur van een verhaal: begin-midden-eind. Bij in medias res begin je niet aan het begin. Dat is alles. Maar omdat het centrale conflict pas in het chronologische midden wordt opgelost/ zich aandient, komt de actie daar vóór.
Chronologisch gezien kun je geen actie hebben voor de inleiding: er moet eerst iets aan de hand zijn, voordat iets kan veranderen. Het is dus belangrijk dat je bij in medias res ergens een gevolg aan geeft.

Voorwaarden van in medias res

Dylan gluurde vanachter de boom of de buutplaats nog werd bewaakt.

Hoewel niet bloedstollend, is dit nog wel een in medias res.

* Het begint in het midden van het verhaal (over een potje verstoppertje).
* Het geeft een gevolg aan. (Dylan heeft zich verstopt, omdat eerder iemand aftelde)
* Het belooft een onthulling (wie het spelletje wint, wie de medespelers zijn)

Geen spetterende actie, wel een mogelijke in medias res

Valkuilen van in medias res

Word niet meteen te enthousiast en mijd deze valkuilen:

* Je wil het te graag spannend maken, waardoor je alsnog in een infodump verzeilt:

“Denk je echt dat ik haar het huis uit wilde zetten? Ik had geen keus! Anders zou de maffia mijn hele familie vermoorden. Ze weten dat ik hier een miljoen aan contanten heb verstopt en willen me dat maar al te graag afnemen..”

Dit roept vragen op, maar de lezer weet nu ook waarom de maffia je hoofdpersoon op de hielen zit. Als je dat geheim houdt, blijft het spannend en duw je de lezer niet door de strot dat het om een rijke familie gaat. Hier zou je dan een gehaaste vluchtscène kunnen starten.

* Je maakt het uitwerken van je verhaal lastig voor jezelf

Als je met in medias res begint, moet je op een bepaald moment het begin uitwerken. Het kan lastig zijn om dat logisch in je verhaallijn te verwerven. Zeker als je verhaallijn veel plottwists heeft of de relaties tussen personages ingewikkeld zijn, moet je weten waar je aan begint. Bedenk of in medias res wel bij jou en je verhaal past.

Het centraal conflict: de heldenreis

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel.

Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een boeiend conflict

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng
* Je personage heeft iets te verliezen
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden.
Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een heldenreis

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zelf aangaan
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer)
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden
* (betere) relaties aan kunnen gaan
* uit een dal klimmen
* inzichten krijgen
* leren vergeven
* zingeving vinden
* zelfvertrouwen krijgen
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid
* nieuwe vaardigheden leren

enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan met de pet met een saaie kantoorbaan.
De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.

Dat is waarom perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant zijn: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.


Magic pixie dream girl: de onrealistische vriendin

Magic pixie dream girl schrijven

Hoewel het vlot en fris klinkt, moet je geen magic pixie dream girl schrijven. En dat doe je sneller dan je denkt. Als je weet dat een personage niet perfect moet zijn en hij moet groeien, zit je al gevaarlijk dicht in de buurt. Geef je mannelijk personage tot slot een relatie om van te leren en de eerste alarmbellen gaan af.

Mary Sue versus magic pixie dream girl

Mary Sue is een belichaming van onrealistische perfectie. De magic pixie dream girl is een trope die de perfectievalkuil slim ontwijkt, maar daardoor andere problemen met zich meebrengt. Een magic pixie dream girl (boy kan ook, maar is zeldzamer) is de gedroomde vrouw van je personage, maar is iets realistischer dan Mary Sue. Ze heeft namelijk tekortkomingen. Hoewel vaak, is ze niet per se knap, ze vindt zichzelf niet de belangrijkste en kan zo betrokken zijn dat het het hoofdpersonage soms irriteert. Maar verder is ze perfect voor elke man in nood.

Karakteristieken van een magic pixie dream girl

Een magic pixie heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Haar karakter is doorgaans vrolijk, onbevangen en ze heeft bepaalde wijsheid. Maar een leven heeft ze niet. Geen dromen, angsten, eigen vrienden, een veeleisende baan of conflicten. Soms wel, maar dan komt dat zo kort aan bod dat je het nauwelijks onthoudt. Als de man geen probleem had, zou haar rol in het verhaal compleet anders zijn. Ze lijkt op een vlotte toverfee die met haar toverstaf in een klap de man van al zijn problemen verlost. Een filmcriticus heeft de term magic pixie dream girl in het leven geroepen vanwege Claire Colburn, een personage uit de film Elisabethtown.

Het enige doel in het leven van een magic pixie dream girl: een blije man. En dat doel bereikt ze altijd.

Magic puxie dream girl: meisje zonder leven

Een magic pixie duikt op in verhalen waar een man het niet meer ziet zitten. Dat kan uiteenlopen van neerslachtigheid tot suïcidale neigingen. In ieder geval zit hij vast. Uiteindelijk eindigt dit verhaal goed, doordat zijn leven weer gaat stromen. De magic pixie dream girl is een essentieel element van het verhaal als oplossing van het centrale conflict. Maar omdat ze niets van zichzelf heeft, houdt niets haar tegen. Letterlijk niet. Ze heeft niemand anders die om haar geeft, geen opleiding die haar concentratie vereist, geen ziekte die haar ergens in verhindert, geen… Ze heeft een toverstafje en daarmee zorgt ze ervoor dat alles wat de man wil onmiddellijk gebeurt, tot zijn beschikking is, of is opgelost.

Zeer zwakke verhaallijn

Je hebt met een magic pixie dream girl een flinterdunne verhaallijn. Er is een centraal conflict, maar zonder details, nuances, of diepgang.
Een magic pixie dream girl is bovendien hoofdpersonage een dat je niet kan uitwerken. Je kan haar geen inhoudelijke personagebiografie geven. Doe je dat wel, dan pak je haar toverstokje af en is ze geen magic pixie meer. En met een toverstafje voor handen, kun je je afvragen of er nog wel een echt conflict is in het verhaal…

Magic pixie dream girl met bijbehorende toverstaf: een personage, plot EN een (middel voor de) oplossing van het centrale conflict ineen.

Boeiende verhalen

Denk aan verhalen die je aanspreken. Dat zijn hoogstwaarschijnlijk scenario’s met een ‘als-dit- dan-nog-steeds-dat-element’. Bij een huwelijksaanzoek is het wachten op de ‘ja’ spannend. Maar het wordt spannender als de vraag oprijst: maar hoe gaan ze dat betalen? O jee, we hebben de schoonmoeder nog…
Een bankoverval lijkt in eerste instantie geslaagd, maar de overvaller heeft ruzie met zijn neef die bij de politie zit. Of de vluchtwagen is een oud barrel dat het elk moment kan begeven… Zoiets trekt je lezers het verhaal in, maakt het spannend en zorgt dat je personage en je verhaal realistisch blijven.

Geen beloning zonder inspanning

In de Disneyfilm “Hercules” heeft Hercules een moment waarop alles moeiteloos lijkt om te schakelen waarin hij van een niemand naar een aanbeden figuur gaat. Dat hoor je in het liedje ‘Van knoeier tot kanjer’. Maar belangrijk is dat Hercules na die scène (zelf!) nog problemen op moet lossen. Uiteindelijk krijgt hij niets zomaar cadeau en kan hij de held van het verhaal blijven.

De held van het verhaal

Een hoofdpersonage wordt ook wel de held van het verhaal genoemd. Hij hoeft daarvoor geen superkrachten te hebben. Hij moet alleen zijn problemen onder ogen zien en ze aangaan. Soms lost hij zijn probleem op, soms niet. Maar zijn heldenreis hoeft niet te slagen om interessant te zijn. Een topsporter is die je hard ziet trainen, hoeft niet te winnen. Zolang je hem voor zijn doel ziet werken, is dat genoeg om boeiend te blijven.
Een suïcidale alcoholist zonder magic pixie dream girl gaat bijvoorbeeld naar de AA. Alles gaat goed, maar na drie maanden krijgt hij een enorme terugval. Misschien heb je medelijden met hem, maar je kan ook boos of teleurgesteld in hem zijn. In ieder geval ben je al betrokken bij zijn (mislukte) heldenreis. Je herkent als mens dat er dingen gebeuren met vallen en opstaan. Dat er dingen slagen of soms mislukken. Zoals in het echte leven.

Een held van niks

Dan is daar de suicidale man met een magic pixie dream girl. Zij komt in zijn wereld, vertelt hem hoe hij alles kan oplossen en voilà, zo geschiede, zonder enige moeite of opoffering.

Als dit de man en zijn magic pixie dream girl zijn, duim ik stiekem voor een aankomende scheiding…

Als je je middelvinger opsteekt, geef ik je gelijk. Waarom zou je zo iemand nog een held noemen? Hij heeft een probleem, maar gaat het niet aan, laat iemand anders het oplossen en krijgt er nog een bonus bovenop… Ja, het is erg dat je suïcidaal was, maar verwacht niet dat ik nu de loper voor je uitrol omdat je weer mentaal gezond bent, bevoorrechte slappeling!