De observerende schrijver: Ik zie… een vriend

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een vriend.     

Vriend van…

Je hebt vrienden die je kent van het sporten, van je hobby, van school… Waar je ze ook van kent, meestal zijn je vrienden uniek. Niet zozeer als individu, maar op wat voor manier ze een vriend zijn. Bij de een vind je een iemand bij wie je je hart  kan luchten, waar het bij de ander juist fijn is om gewoon gezellig samen te sporten en het daarbij te laten. Dit artikel gaat over het principe dat iedere vriend uniek en fantastisch is, maar dat zich dat op verschillende manieren laat zien. Manieren die je kan observeren om zo een vriendschap op papier goed tot zijn recht te laten komen.

Hoe goed kennen jullie elkaar?

Er zijn simpele dingen waar je aan kan herkennen of je elkaar goed kent. ‘Zeg Moad en je zegt skaten’ , is oppervlakkige kennis, dus dan is de vriendschap waarschijnlijk nog vers. Je kent Moad goed als je weet hoe hij tot bepaalde conclusies komt, wat zijn kleine maniertjes zijn, niet waarmee, maar ook waarom hij ergens mee worstelt… Ga dat eens na bij eigen vrienden. Wie ken je goed en waarom denk je dat? Wat weet je van de ene vriend en niet van de ander? Denk aan iets als politieke overtuiging. Bij je boezemvriend weet je dat waarschijnlijk wel, maar van een hardloopvriend misschien niet. Anderzijds: moet je dat weten om gezellig samen te kunnen hardlopen?
Als je op deze manier bij je eigen vrienden kan bepalen wat je kan verstaan onder ‘goed kennen’, kan je dat bij fictieve vriendschap beter toepassen. Dan zijn het geen vrienden gewoon omdat dat moet van het plot. 

Hoe hecht zijn jullie?

Er zijn vrienden die je dagelijks spreekt of zou willen spreken, bij andere vrienden is wat minder intensief contact ook prima. Ga eens na waarom dat zo is. Zijn jullie brodspelvrienden en heb je geen behoefte aan vijf spelletjesavonden per week? Of ben je gewoon niet zo hecht met Mees als je bent met Gabriël? Dat maakt Mees of zijn vriendschap niet minder waard. Maar het betekent wel dat je iets aan Gabriël of aan zijn vriendschap meer waardeert of nodig hebt (op dat moment). Schrijf eens op in hoeverre je vrienden in dat opzicht van elkaar verschillen. Is het vertrouwen, het karakter van de ander? Als je zo naar een vriendschap kan kijken, kan je de fictieve een goede narratieve waarde geven.

Het gevoel van vriendschap

Boezemvrienden of de wat minder hechte sportvrienden. Over welke vriend je het ook hebt, het zijn je vrienden en dus waardevolle mensen in je leven. Let er eens op waaraan je dat merkt bij jezelf. Heb je foto’s van hen in huis? Komt er standaard een glimlach op je gezicht als je aan hen denkt of hun naam ziet staan in je contacten? Of denk je automatisch terug aan jullie laatste gezellige spelletjesavond en aan jullie lol zodra je een spellenwinkel instapt?

Schrijf eens op wat voor unieke gevoelens elk van je bij je teweegbrengen en waarom. Als je dat in een boek ook kan doen, voelt die vriendschap zowel echt als heel erg hecht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Thought Catalog verkregen via Unsplash.

Scèneovergangen schrijven: deus ex sceana

Als een boek vlot wil lezen, moet het plot een bepaalde vaart hebben. Daarvoor heb je een vlotte scèneovergang nodig. Je kan op verschillende manieren ervoor zorgen dat je plot vlot blijft. Denk aan de actie-reactieregel. Maar die is vooral handig bij het schrijven van losse scènes. Als je een scène wil eindigen en met een andere wil beginnen, schrijf je met deus ex sceana.

Storyboard van een verhaal

Het is handig om een storyboard te maken van de scènes die je hebt bedacht. Dan zie je heel goed wat er in het verhaal gaat gebeuren. Ook verzandt je niet in details, maar houd je je aan de grote lijnen. Of je het nu tekent of uitschrijft hoe het in je hoofd zit, een storyboard mist de daadwerkelijke overgang van de ene scène naar de andere. En die is cruciaal voor een goedlopend verhaal. Anders krijg je een ‘en toen, en toen en toen’ zoals een kind uit groep 5 een boekbespreking houdt: ‘En toen gingen ze naar het pretpark, en toen gingen ze in de achtbaan, en toen werd Youssef misselijk en toen durfde hij niet mee in de volgende achtbaan.’

De randen van een storyboard

In het voorbeeld van die slechte boekbespreking is het ‘en toen’ de rand van het stripje in een storyboard. Idealiter zijn die randen voor de lezer niet meer zichtbaar. Het verhaal leest niet als losse scènes, maar als iets wat in elkaar verweven is. Je zou je pas (weer) moeten zien als je oefent met het save the cat schema. “O, kijk, deze scène is het inciting incident, en die daar op het einde, dat is nog niet het einde, maar de wrap-up.”
Let wel: dit geldt voor de lezer, niet voor jou als schrijver. Hoewel niet elke scène meteen een beat is van de drie-aktenstructuur, helpt het wel om het min of meer zo te zien:
* Deze scène zit nog in het inciting incident, dus het hoofdpersonage moet iets ongemakkelijks meemaken, en ook laten zien dat er iets anders kan (gebeuren) in diens wereld.
* In het laatste obstakel laat ik de geliefden bij elkaar komen, en ze terugkijken op wat ze hebben meegemaakt.

Dat helpt om te schakelen tussen dingen als: je dief is al langere tijd op de vlucht en dan komt er plotseling politie in de buurt, of de vriend besluit zijn makker te verraden.

Deus ex sceana

Anders dan bij actie-reactie is er bij de overgang naar een nieuwe scène niet altijd een aanwijsbare reden waarom dat dit exact op dat moment gebeurt. Waarom verraadt de vriend nu? Waarschijnlijk zijn de hints die je hebt gegeven, niet in dezelfde scène. Dat zou een slechte plotopbouw zijn. Dat zaadje is dus in scène`1 gepland. Maar als je inmiddels bij scène 4 bent, kan je niet ineens schrijven: ‘oké, terug naar scène 1’. Dat heeft twee redenen:

* Scène 1 is al geschreven, dit wordt hoe dan ook scène 5. Je lezer heeft al meer informatie, het plot zit in een ander punt in de spanningsboog, en de sfeer van de scène is ook anders, omdat er andere dingen gaande zijn.
* Je werkt anders een deus ex machina (god uit de machine) in de hand.

Zorg ervoor dat op een natuurlijke manier de aandacht van de scène naar iets anders wordt verschoven. Er gebeurt iets, of er komt iets in de scène die de sfeer compleet een andere kant op stuurt. Anders dan bij een Deus ex machina moet je mikken op wat je zou kunnen omdopen tot deus ex sceana: god van de scène. Dat is vaak een relatief abstract iets: een gevoel, een besef, een sfeer, een klein geluid… Iets dat wérkt als een Deus ex machina, maar niet zo voelt.

Waarin zie je een deus ex sceana terug?

De deus ex sceana zie je eigenlijk overal waar er iets verdergaat als er iets begonnen is, hoe klein ook:
* De welles-nietes ruzie is eerst verbaal, maar nu loopt iemand kwaad weg.
* Het moment dat je personage besluit om nu eindelijk eens een dag vrij neemt, na heel lang en hard werken.
* Het gaat regenen en je personages gaan schuilen.
* De les is afgelopen en de kinderen gaan spelen.
* Er worden knopen doorgehakt.

Bij het bepalen van een deus ex sceana is het belangrijk om te bedenken wat er in de volgende scène moet gaan gebeuren, zoals eerder in dit artikel geschreven. Denk aan Chekhov’s gun: je schrijft iets niet zomaar op. Perfectie daargelaten, waarom zou je schrijven over een tripje naar de supermarkt als daar niets interessants gebeurt? Jij schijft meteen over je personage dat gaat koken, om het vervolgens te gaan verprutsen. Dat verprutsen is belangrijker voor het grotere plot: vrienden komen langs en je personage wilde een goede indruk maken. Nu verliest het zelfvertrouwen.

In dit scenario zou de deus ex sceana kunnen zijn:

* Je personage komt thuis van het werk en is al moe. Dan doet het de koelkast open om iets te drinken te pakken en ziet het de ingrediënten voor het gerecht van vanavond. Paniek: dat was vandaag! Het besef na het zien van het ongekookte eten is de deus ex sceana

* Je personage gaat rustig aan de slag met koken, maar dan bedenkt het dat een van de vrienden hun nieuwe verloofde meeneemt. En je held mag die echt niet. De deus ex sceana die volgt is het is het bedenken van hoe de vrede bewaard kan worden, waarna bij gebrek aan concentratie het eten mislukt.

Vaak hoef je niet na te denken over het hoe en wat van een deus ex sceana: als je een beetje kan schrijven en save the cat in de gaten houdt, komt die wel vanzelf. Maar als je een keer vastzit bij een grensovergang, dan hoop ik dat deze tips helpen. Als je nog steeds worstelt, kijk dan eens naar je personagebiografie, verhaalthema, of de symboliek van je verhaal. Kijk naar het grote geheel en dan kan je het naar even goed nadenken vast wel wat concreter vertalen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie jou iets geks doen

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… jou iets geks doen.    

Je ziet iemand iets doen, zeggen of dragen en je denkt: logisch, past bij die persoon. Dan zie je iemand anders die om wat voor reden dan ook anders is, of lijkt. Diegene doet precies hetzelfde en dan denk je bij dezelfde actie: wat doe jíj nou?  
Is dat herkenbaar? De actie ís niet per se gek, maar kan wel zo voelen. Dat gevoel is een handig observatiegereedschap.

Tabel van vergelijking van eerste indrukken

Het soort eerste indrukken dat iemand aardig, goedverzorgd, stoer, rijk of… overkomt is niet te stoppen. Hoewel je met eerste indrukken nooit echt neutraal observeert, kan je die wel gebruiken om je observaties die je wel bewuster doet, eens goed om de loep te nemen.

Schrijf eerst eens op wat de persoon die je ziet voor ‘geks’ doet. Dat hoeft niet altijd iets echt raars te zijn. Het kan ook gewoon iets opvallends zijn.  Vraag jezelf daarna eens af waarom het gek is. Een man in pak van wie je denkt dat het een stijve zakenman is, zingt ineens een vrolijk liedje. Je ziet iemand verkleed, buiten het carnavalsseizoen. Je kan er reden achter gaan zoeken waarom dat zo is. Zeker ook doen, daar kan je leuke verhalen mee bedenken. Het is heel wat interessanter om te schrijven over iemand die een weddenschap heeft verloren en daarom verkleed over straat loopt, dan iemand die gek is op Japanse animatieseries en daarom op weg is naar een beurs waar iedereen verkleed gaat als een favoriete personage.
Maar voor zuivere observatiedoelen is een tabel van vergelijking maken handiger.   

Waarom is iets gek?

Een tabel van vergelijking van eerste indrukken heeft dit format:

tabel ik zie jou iets geks doen

Merk op dat iets geks verschillend kan zijn voor een specifiek persoon. Dat is het uitgangspunt van dit artikel. Maar soms is iets gewoon voor iedereen hetzelfde en ligt dat er duimendik bovenop. Toch kan het dan handig zijn om te bedenken waar de oorzaak ligt. Zoals in het voorbeeld van schelden. Als je weet dat het om gaat om ‘normen en waarden’ die aan kan leren en verder kan denken dan alleen  ‘dat doe je niet’, ben je scherper op dat soort dingen. Dat kan je gaan denken in termen van personageontwikkeling of plotontwikkeling. Wat is er interessant voor een verhaalthema betreft ‘normen en waarden’? Welk personage is daarvoor geschikt en waarom?

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Afbeelding van by Jon Tyson verkregen via Unsplash.

Observatieoefening: tijden van de dag

Als je schrijft, is de wereld een grote bron van inspiratie. Je kan dus veel observeren. Maar observeren is iets wat je meestal doet op het moment dat je iets opvallends ziet. In het bos zie je ineens een erg mooie paddenstoel. En in het restaurant heb je laatst nog opgeschreven hoe lekker het daar rook. Restaurants en het bos kan je afvinken van je lijstje van plekken waar je naar inspiratie kan zoeken. Maar de meeste plekken veranderen sterk als de tijd van de dag ook anders is. Dan kan je veel meer observeren dan je misschien in eerste instantie dacht.

Hoe is de wereld als…?

Op de meeste momenten van de dag zou je als je geen mogelijkheid had om op een klok te kijken, geen idee hebben hoe laat het is, omdat iedereen zich hetzelfde gedraagt. Dan ‘tikt’ de dag in eenzelfde ritme. Denk aan een winkelcentrum of de stad tijdens kantooruren. Tijdens lunch-of koffietijd zal je meer mensen in een café of restaurantje zien zitten. Maar afgezien daarvan zie je een continue stroom van mensen die gewoon aan het slenteren of winkelen zijn en kan het tien uur of half drie zijn.
Maar er zijn tijdstippen op bepaalde momenten van de dag, of op bepaalde dagen van de week die op een de een of andere manier anders is dan ‘het gemiddelde’ tijdstip. Denk aan de erg vroege ochtend, wanneer de meeste mensen nog slapen en de wereld uitgestorven lijkt. Of het begin van de stapavond en het einde daarvan. Dat is het verschil tussen een avond die veel belooft en een avond die uitdooft. En een uitgestorven trein is anders dan die in de spits. Maar een lege trein in de ochtend is ook weer heel anders dan een lege trein in de avond.

Deze observaties vormen de basis van deze schrijfoefening.

Zet de klok uit

De eerstvolgende keer dat je naar een omgeving gaat waar je voldoende inspiratie uit denkt te kunnen halen en waar je een volledige dag blijft, kijk dan eens of je de klok ‘uit kan zetten’. Oftewel: kijk eens of je dat grootste moment van de dag kan opmerken waarop het wat betreft sfeer en wat er gebeurt, niet veel opmerkelijks aan de hand is. Schrijf eerst in grote lijnen op wat de normale gang van zaken is. Ga niet in op de details van afzonderlijke mensen, gebouwen of wat dan ook. Dit gaat om een sfeeromschrijving van het gebied waar je bent. Je moet eerst weten wat normaal is voor je over het afwijkende, of bijzondere kan schrijven.

Die speciale tijd

Op het nu de heel vroege ochtend is waarop de hele wereld nog lijkt te slapen, of de tijd waarop iedereen afscheid neemt om naar huis te gaan, iets aan een tijdspanne van een uurtje of een halfuurtje zorgt ervoor dat iets heel erg anders lijkt, zonder dat er daar meteen iets van buitenaf moet gebeuren. Hier gebruik je de observaties van de periode waarin de klok ‘uit’ stond. Deze speciale tijd is zodanig uniek dat je het waarschijnlijk alleen onder woorden kan brengen door te kijken en vergelijken. Het kan ook bepaalde emoties bij die observaties komen kijken. Een uniek soort gevoel van rust, bijvoorbeeld. Of een gevoel van weemoed, wat dan ook. Probeer hierin goed stil te staan bij wat je voelt. Je kan het hoogstwaarschijnlijk niet meteen in een verhaal gebruiken, maar deze observaties zijn zodanig subtiel dat het handig is om ze te op te merken bij jezelf. Als je een personage hebt dat ook complexe emotionele gevoelens heeft, kan je daar makkelijker op inhaken.

Ritme van de zaak

Neem je laptop eens mee naar een restaurant of café en blijf daar de hele dag zitten, van openings- tot sluitingstijd. Neem desnoods een boek of een breiwerkje mee: je hoeft niet zozeer de hele dag voor je uit te staren met je pen en opschrijfboekje paraat. Het gaat erom dat je de overgang van de ‘klok uit-uren’ naar de speciale momenten mee kan maken. Waar ’s ochtends heel vroeg de mensen komen, halen doordeweeks waarschijnlijk hun opstartkoffie to go en is de sfeer gehaaster. Op een zaterdag is datzelfde tijdstip veel meer ontspannen. Dan komen er weer ‘klok uit’ uren en slaat de sfeer om. Bij het personeel dat zichzelf klaarmaakt voor een spitsuur en komen er mensen die – meestal- gezellig uit gaan eten, of koffie gaan drinken. Nu krijgt de sfeer een wat meer sociale setting, anders dan bij freelancers die door de middag een plek zoeken om te werken.

Probeer dit eens uit: verfijnde sfeeromschrijving is het verschil tussen: ‘Ik kan het verschil schrijven tussen een vrolijke en een sombere ruimte.’ en ‘Ik kan een sfeeromschrijving schrijven over wat er tussen de regels speelt’.

Als je een voorbeeld wil, kijk deze mini-documentaire dan eens. De maker stapt op de eerste trein van de dag op en gaat met de laatste trein weer naar huis en ziet zo Tokio door de dag heen. Het is een perfect voorbeeld hoe het vangen van het ritme van de dag eruit kan zien. Kijk vooral goed naar het verschil tussen de treinen in de vroege ochtend, nog vóór de spits en de laatste treinen.

Als je een ‘favoriete observatieplaats’ hebt, zoals een specifiek terras voor mensenkijken, ga er dan ook eens op een ander moment van de dag heen. Niet alleen zie je de mensen zich anders bewegen, misschien kom je er ook wel achter wat het nou écht is dat dit terrasje je favoriet is, omdat je de sfeer beter leert kennen en specificeren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Amogh Manjunath verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie een klant

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ik zie een klant.  

De winkel

Een klant komt naar een winkel, maar wat verkopen ze daar? Met andere woorden: kijk eerst eens waar je bent. De supermarkt, boekenwinkel, bouwmarkt, parfumerie, kledingzaak… Er zijn winkels waar je iedereen kan verwachten, van jong tot oud. De supermarkt bijvoorbeeld, al zou een kind eerder een tijdschrift of snoepjes komen halen en de volwassene eerder de alledaagse boodschappen komen doen.

Andere winkels -of afdelingen in een warenhuis- worden vaker door vrouwen dan door mannen bezocht. Denk aan make-upafdelingen. En kinderen zal je vaker bij de speelgoedafdeling zien rondhangen dan volwassenen. Bedenk zo als eerst eens wie je waar ziet en wat de klant daar gaat – of zou willen- kopen. Waar zie je dat aan? Een winkelkarretje? Of hoor je iemand een boodschappenlijstje oplezen voor een partner? Of hebben die tienermeiden het steeds over de leuke jongens op school en zijn ze daarom op zoek naar een leuk jurkje?

Wat wordt er gekocht?

De manier waarop de klant praat, zich beweegt, kleedt of kijkt, kan je al een eerste indruk geven wat voor persoon dit is. Denk aan een persoon die wel een topsporter lijkt: daarvan zal je eerder verwachten dat die in de supermarkt gezond eten koopt, in plaats van een zak chips. Als dat gebeurt, dan ben je daar toch even verbaasd over. Al is het maar voor een fractie van een seconde en weet je wel dat iedereen wel eens wil snacken, ongeacht figuur of dieet.
Die fractie van een seconde van ‘vooroordeel’  is erg waardevol bij observeren. Zeker in een winkel. Want ongeacht wat het is dat er wordt gekocht of kan worden gekocht, je hebt er altijd wel een idee bij wie dat beter of niet past. Enkele voorbeelden:

Lachebekkoekjes = kinderen
schroeven en bouten = mannen
maandverband = vrouwen
port = oude vrouwen
potgrond = een man met grove, vereelte handen

Enzovoort. Terwijl natuurlijk iedereen alles kan kopen, al is het maar namens iemand anders. Manlief gaat vast wel maandverband halen als zijn vrouw dat niet meer heeft en bang is om door te lekken in het openbaar. Maar daar denken we in die eerste fractie van een seconde niet altijd bij na.

Combineer wat je echt ziet of hoort, zoals in de eerste alinea omschreven met wat je verwacht te zien en wat je daar -als vanzelf- van maakt.

Het karakter van de klant

We kennen haar allemaal van het internet: Karen. De vrouw die de hele winkel bij elkaar schreeuwt als ze niet krijgt wat ze wil van het winkelpersoneel. Gelukkig is er vaker iets dan niets aan de hand als je naar de winkel gaat, maar kijk toch eens hoe de klant het winkelpersoneel behandelt. Daarvoor hoeft die niet meteen uit diens vel te springen. Denk ook eens aan details als: wordt er moeite gedaan om te groeten of oogcontact te maken? Wat het ook is dat je daarin opvalt wat een klant al dan niet doet, het kan samen met het andere dat je hebt geobserveerd genoeg zijn om de basis van een personage van te maken. De tieners in de parfumerie die uitgebreid kletsen over hun nieuwe geurtje, hebben waarschijnlijk een date. Voor de eerste keer, want de manier waarop ze lopen, vertelt jou dat ze niet zo op de voorgrond staan. Vandaar dat de winkelbediende maar blijft horen hoe blij ze zijn met hun nieuwe aankoop.

We winkelen met zijn allen vaak: daar ligt een schat van schrijfinspiratie verborgen. Let er de volgende  keer eens op!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Blake Wisz via Unsplash.

Hoe schrijf je de schaduwkant van een slechterik?

Er zijn dingen waarover we het allemaal eens zijn: dat dóe je niet. En dan is daar de verdorven slechterik die dood en verderf zaait alsof het niets is. Hoe schrijf je een slechterik zonder overdreven veel te hoeven verklaren voor de lezer?

Waar is de slechterik blind voor?

Als je een verdorven slechterik wil schrijven, moet je eerst nagaan waarom die (zó) slecht geworden is. De een is van zichzelf wat sympathieker aangelegd dan de ander, maar niemand is van nature zo slecht dat mishandelen, martelen of moorden een aanvaardvaar iets lijkt te maken.
Als je slechterik dat doet, is die aan het blindstaren en als schrijver moet jij helpen om dat patroon te doorbreken. Niet per se voor het plotverloop, maar wel om het hoe, wat en waarom achter de manier van handelen beter te begrijpen en op te kunnen schrijven. Als eerste moet je zowel erkennen als herkennen waarvoor je slechterik blind is geworden: wat kan of durft die niet meer te zien wat bepaalde acties (al dan niet van zichzelf) teweeg hebben gebracht.
Omdat jouw moordenaar iemand heeft gedood, is:
– iemands leven vroegtijdig beëindigd
– hebben de nabestaanden veel verdriet
– voelen de buurtbewoners waarin het slachtoffer woonde zich niet meer veilig.

De moordenaar is hier blind voor; het slachtoffer nu eenmaal uit de weg moest worden geruimd omdat:

– Hij te veel wist
– Hij mij verraden heeft
– Hij mijn leven zelf ook heeft verwoest
– Hij me nog een miljoen schuldig was en dat niet wilde geven

Het gaat dan altijd om wat het slachtoffer de moordenaar heeft aangedaan, of met de moordenaar te maken heeft. Anderen – zoals nabestaanden- komen niet in deze redeneringen voor. Onthoud dat: het komt later terug.

Waar kijkt de slechterik van weg?

Als je dingen kan doen die verdorven zijn en dat kan verantwoorden of goedpraten zonder je gedrag te veranderen of je schuldig te voelen, dan zit er iets niet helemaal goed. Niet in de zin van: je bent niet goed bij je hoofd, maar in het geweten van je slechterik. Maar het belangrijke is: die heeft dat niet meer in de gaten. Omdat de mens van nature een sociaal wezen is dat niet zomaar iemand kwaad doet, zit er altijd iets achter slecht gedrag. Dat iets is de schaduwkant van je slechterik. Dat is niet te verwarren met een slechte karaktereigenschap. De schaduwkant is een trauma of een geloof over jezelf wat je niet onder ogen wil zien en je vervolgens wegstopt. Dat gaat dan vervolgens een eigen leven leiden en kan ernstige gevolgen hebben. Een wat onschuldiger voorbeeld: als het jou was aangepraat dat je dom bent, was je als kind teleurgesteld met ieder cijfer lager dan een 8.5. Maar door dat streven ontwikkelde je wel perfectionisme. In dit geval is de schaduwkant de overtuiging dat je dom bent, niet zozeer dat je alles graag goed wil doen, hoewel dat op het eerste gezicht zo kan lijken.

Een verdorven slechterik heeft op die manier ook iets waar die weg van kijkt, alleen zijn de gevolgen veel ernstiger dan een perfectionistische levenshouding. Onderzoek goed wat de schaduwkant is van je slechterik als je die goed uit de verf wil laten komen. Die zal je – al dan niet tussen de regels door- in de personagebiografie kunnen terugvinden.

Het echte doel van de slechterik

Op eenzelfde manier als je slechterik een schaduwkant heeft die voor zichzelf verborgen blijft, heeft de slechterik ook een ‘schaduwreden’ om tot de gruweldaden te komen. Zo zal iemand die diens partner mishandelt op de oppervlakte zeggen dat de reden daarvoor is dat de partner brutaal is maar is het in werkelijkheid zo dat de partner zegt dat de mishandelaar zich nog eens het graf in stort als die niet stopt met overwerken. Dan is daar bijvoorbeeld het pijnpunt dat de mishandelaar niet onder ogen wil zien dat die alleen eigenwaarde kan halen uit (te hard) werken.
Het doel is dan om die schaduwkant van te weinig eigenwaarde weg te stoppen en onderdrukt te houden, niet zozeer om ‘gewoon’ iemand te slaan of macht te hebben. En als je personage dan óók nog eens heeft geleerd om als ‘echte man’ geen tegenspraak te dulden van een vrouw, dan uit zich dat dus bijvoorbeeld in slaan.

‘Als iemand zou weten dat ik…’

Een personage dat doorslaat in destructief gedrag, denkt niet aan anderen, zou je zeggen. Maar neem eens als uitgangspunt dat de schadauwkant de stem is van je personage die zegt ‘Als iemand zou weten ( of zelfs denken!) dat ik… X dan overkomt mij Y en dat overleef ik niet’, dan kom je te weten waarom en hoe je personage zich tot anderen verhoudt of kan verhouden op een manier die anders maar moeilijk te rijmen valt. Zie dat je personage met ‘iemand zou weten dat’ wel degelijk aan andere mensen denkt? Het heeft alleen extreme en ongezonde vormen aangenomen.
“Als iemand zou weten dat ik me incapabel voel op mijn werk, voel ik me geen echte man en dan ben ik mijn identiteit kwijt” Met als gevolg: “Iemand die zegt dat ik niet goed of minder moet werken, krijgt ervan langs!”

Het ultieme doel van een slechterik is dus -diep vanbinnen, zo je wil- eigenlijk nooit wereldoverheersing, mensen pijn doen of slecht zijn, maar wegrennen of het niet onder ogen zien van iets dat zó pijnlijk is, dat je slechterik alleen nog meent te kunnen overleven door te doen alsof dat niet speelt. Met alle gevolgen van dien. Deze kennis is essentieel voor jou als schrijver, maar wel informatie die je uitgesproken niet (te veel) deelt met je lezer. Dat moet duidelijk worden door jouw schrijverskwaliteiten, tussen de regels door. Als je hier een infodump van maakt, is je verhaal gedoemd te mislukken.

Als je Heer Slecht op deze manier benadert, is hij diepzinnig en interessant in plaats van een cartoonesk persoon waarbij het gaat bliksemen als diens hoog kakelende gelach te horen is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Stefano Pollio verkregen via Unsplash.


De observerende schrijver: ik zie een tas

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een tas.  

Tassen heb je in allerlei soorten en maten. Ze zijn erg leuk om eens te observeren, want ze zijn niet alleen een  kwestie van smaak, zoals bij kleding het geval is. Een tas kan je afhankelijk van de context en inhoud veel vertellen. Om het meeste uit deze schrijftip te halen, schrijf je om te oefenen eerst drie (heel) verschillende soorten tassen op, bijvoorbeeld: grote plastic shopper, Gucci minitas en een rugzak, of zelfs een koffer.

De inhoud van een tas

Of hij nou alleen functioneel of ook mooi is, een tas is bedoeld om iets mee te dragen. De vorm en het formaat van de tas bepaalt wat je mee kan nemen. Je kan het wel vergeten om je schoenen in je minitas te stoppen. De shopper kan hiervoor misschien wel, maar dan vliegt je schoeisel weer alle kanten op zodra je op weg gaat. De rugzak is dus het meest geschikt. Op die manier zijn er voorwerpen die niet in een tas passen, of er niet bíj lijken te passen. Hoewel je gerust een versleten, vies gummetje met een Sesamstraatprint en een klein afgeknauwd potlood in je dure minitas kwijt kan, is het dan toch net of er iets niet ‘klopt’.

Maak op die manier eens een lijstje met wat niet in of bij de tas past. Als je weet wat er in de tas zit, schrijf dat dan ook op.  

 Waar is de tas?

Je hebt een versleten rugzak. Waar zie je hem? Waarschijnlijk:

  • Om de rug van een verwilderde backpacker
  • Bij het vuilnis
  • Op de werkplaats van een onderbetaalde arbeider die veel materialen moet dragen

Deze rugzak zal niet zo snel verschijnen in een sjiek casino: daar heb je genoeg aan een kleine handtas. Bovendien is de afgedragen rugzak niet passend  een dresscode. Op eenzelfde manier als de inhoud, is een tas ook passend of vreemd in een bepaalde setting. Schrijf van je geobserveerde tas op waarom hij (niet) past bij de plaats waar je hem ziet.

Je las al dat een tas in eerste instantie moet helpen om iets mee te nemen. Je kan dus ook bedenken wat de eigenaar van de tas voor plannen heeft. We associëren dure merken vaak met ‘voor de looks’, maar Gucci heeft zowel kleine tasjes als grote koffers. Met andere woorden: waarom kiest de eigenaar van de tas vandaag voor deze tas, en niet voor een andere? Daar zit waarschijnlijk een praktische reden achter. Kan je die bedenken?

Hoe ziet de tas eruit?

Kijk tot slot hoe de tas eruit ziet. Wat aan de uitvoering, vorm, staat, kleur, materiaal en grootte doet je vermoeden dat de tas toebehoort aan een kind, oudere dame, armoedzaaier, modepopje, verstrooide professor…?
Een kind zal niet met een grote, zware koffer sjouwen en een oude dame heeft vast geen rugzak met flitsende kleurtjes.

Combineren maar!

Nu is het tijd om het observeren om te zetten naar het schrijven. De kans is groot dat je een compleet personage kan bedenken aan de hand van een simpele tas:

Ik zie een sjieke handtas op de schoot van een oude dame die in de eerste klas van de trein zit richting Schiphol. Hij is klein en compact: er passen waarschijnlijk net een mobiele telefoon, sleutels, pinpas en misschien een lippenstift en een spiegeltje in. Zou ze een lieve, lang verloren gewaande  vriend op gaan halen op het vliegveld? Bij een fijne reünie wil je er waarschijnlijk netjes uitzien, uitgerust aankomen. Eenmaal op het vliegveld heeft ze niet méér nodig dan het gezelschap van haar vriend.

Veel plezier met het uitpluizen van de tassen die je tegenkomt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Rajesh Rajput on Unsplash.

Zo verminder je een cliché: van tien naar normaal

Afgelopen week probeerde ik AI te slim af te zijn en dat lukte 😉 Het resultaat is een blogpost waarin je leest hoe je van een extreem cliché weer richting ietwat normale tekst kan gaan. Want je kan wel weten waar het fout gaat met een cliché, die fouten moet je ook weer kunnen rechtzetten.

Klefste tekst ooit: een AI-experiment

Ik sprak met een (Engelssprekende) vriend over in hoeverre AI op dit moment emoties en gevoelens kan faken. Als wij al moeite hebben om goede definities te geven aan grote woorden als liefde en hoop, hoe doet een computer dat die die zaken niet kan voelen? Ik vermoedde dat AI getraind zou zijn op het herkennen van romance, niet zozeer op andere soorten liefde en dat wilde ik gaan testen. De prompt die wij gaven aan een AI-liedjesmaker was: ‘Ik mis mijn niet-romantische liefde’. Ziehier de vertaling.

Ik mis je lach elke dag
Jouw grappen verlichten mijn weg
Je bent mijn zonneschijn door het grijs
Zonder jou ben ik verdwaald

Geen bloemen geen zoete lijnen
Geen kaarsen geen witte wijn
Alleen wij en de leuke tijden
Samen verstrengelen we

[Refrein]
Ik mis mijn niet-romantische liefde
Je bent mijn beste vriend gezonden van boven
Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg
Ik mis mijn niet-romantische liefde

We praten de hele nacht door
Geen behoefte aan een liefdeslied
In elkaars leven horen we thuis
Onze band voor altijd sterk

Door dik en dun blijven we
In lachen pijn en spel
Je bent mijn rots mijn elke dag
Op een niet-romantische manier

[Refrein]

De titel die AI aan het lied gaf was erg simpel: ‘niet-romantische liefde’. Wij hadden al snel een passendere: ‘mensen in ontkenning van verliefdheid’. Want: ‘samen verstrengelen we’? Ja joh, platonisch als wat… Een andere vriendin zei: “Het slachtoffer lijkt in de friendzone te zitten. Ik heb er bijna medelijden mee.”

Hoe dan ook: de tekst is overduidelijk romantisch. (Daarom moet AI het glashard ontkennen om nog aan de prompt te voldoen, haha.) Want bijna ieder cliché over romantische liefde wordt er genoemd. Daarom is dit liedje duidelijk door AI gemaakt, concludeerden wij: een mens zou dit makkelijk als te veel van het goede bestempelen. Het werken met iets dat clichégevoelig is, vergt nu eenmaal afweging van wat je in de tekst laat en wat je wel degelijk kan of zelfs moet gebruiken. Dat moet dan weer aansluiten op je verhaalthema op een manier die gebalanceerd is…

Ik schreef al over hoe clichés vaak hyperbolen zijn, en dat je ze af moet zwakken. Maar nu gaan we kijken hoe je die afwegingen in de praktijk maakt, met het perfecte voorbeeld van het liedje over (niet-) romantische liefde als uitgangpunt.

Wat is het goede in ‘te veel van het goede?’

Als je een clichégevoelig element gaat schrijven, heb je voorbeelden te over om mee te werken. Je kan niet vermijden dat een aantal elementen die het cliché vormen moet gebruiken. Onthoud dat een cliché altijd een uit de hand gelopen trope is: met het element op zichzelf is niets mis: het is de manier waarop het wordt ingezet. Vaak heeft een trope een bepaalde symboliek of een betekenis die gewoon duidelijk is.

‘Ik mis je lach elke dag’ is duidelijk en daar zit niets achter. ‘Zonder jou ben ik verdwaald.’ is al iets meer figuurlijk: je partner geeft je hier geen stadsplattegrond, maar advies over wat je (nu) in je leven kan doen. En iets als ‘Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg’ is echt symbolisch, want dat zijn symbolieken van romantiek en liefde. In dat geval is het handig om te gaan bedenken waarom dat is, of kan zijn. Soms is dat een open deur. Schrijf het toch op, want het kan je helpen om tot de kern van je (symbolische) boodschap te komen. Het hart en de duif gaan we samen bekijken:

Hart: laat het bloed in je lijf rondpompen, en zorgt dat je leeft. Het gevoel dat je leeft, wordt versterkt als je diepe liefde ervaart. Spreekwoorden en gezegden met ‘hart’ erin, zijn vaak tekenen van liefde, of op zijn minst diepe vriendschap, blijdschap of empathie. ‘Mijn hart zwol op.’ ‘Dat gaat mij aan het hart.’ ‘Een hart van goud hebben’ ‘Het hart op de juiste plek hebben’, enzovoorts. Kortom: het hart staat voor alles wat goed is in een mens.

Duif: staat voor vrede, liefde, harmonie… Al die leuke dingen. Maar: hier wordt het leuk: symbolisch gezien is die duif altijd wit…

Deze duiven zijn nou niet echt de bron van romantiek, of wel? Flauw, maar wel een goed punt als je wil kijken hoe je iets moet bekijken als het onderdeel is van een cliché: weet je wel wat je zegt? Weet je wel waaróm iets cliché is?

Weet wat je zegt

Als je weet wat je zegt, kan je de elementen van een cliché makkelijker herkennen, maar ook rangschikken. Dat helpt je weer om te bedenken wat je kan behouden, of aanpassen. Uiteindelijk is dat wat romantiek romantisch in plaats van klef maakt, het dreigement echt eng in plaats van loos of ongeloofwaardig en het de blijdschap oprecht in plaats van hysterisch. Dan kan je gaan afwegen en gericht gaan selecteren. Zodat dat ene romantische gebaar of die lieve opmerking in je liefdesliedje ook daadwerkelijk gewicht krijgt. Natuurlijk is een kort liedje iets anders dan een compleet verhaal met plotontwikkeling, personagebiografieën en al dat soort zaken. Maar hetzelfde principe gaat op. Als je goed nagaat wat je schrijft en waar zich dat op de clichéschaal van 1 tot 10 bevindt.

Ik mis mijn niet-romantische liefde écht

Ik heb heb het eerder genoemde liedje herschreven op een manier waarop het daadwerkelijk een niet-romantische liefde is die wordt gemist. Ik heb de tekst niet als geheel bekeken, maar per zin alles heroverwogen en herschreven, om het overzicht van de theorie in deze blogpost duidelijk te kunnen houden. Per alinea heb ik gekeken of het nog een beetje een geheel vormt. Helemaal niet-romantisch is het niet: misschien vind je dit nog steeds een liefdesliedje. Maar daarmee heb je dan nog een kleine schrijfoefening over: ik heb een begin gemaakt, maak het zelf af ;). Veel plezier en succes!

Ik mis je lach de laatste tijd –> niet altijd
Omdat je mij aan het lachen maakt –> geen hyperbool van het ‘verlichten van iedere pijn’, gewoon feitelijk
Ik ben blij als je bij me bent
Omdat ik aan jou een goeie heb

Grote gebaren, daar hebben wij niets aan
Of misschien geen behoefte aan
Want wij hebben gewoon gezellig samen
Samen zijn we Jut en Jul

[Refrein]
Ik mis mijn allerbeste vriend
Zonder wie het leven saai zou zijn
Wij zijn twee handen op een buik
Ik mis je en dat doet pijn

We weten van elkaar wat we denken
En toch praten we heel veel
Ik heb met jou een sterke band
en een maatje in mijn leven

Maatjes door dik en dun
Die samen lachen en huilen
Wanneer dat kan of nodig is
Ik mis je nu dat niet gaat

[Refrein]

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: Ik zie mensen in de trein

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… mensen in de trein.  

Als je in de trein zit, kan je mensen op verschillende manieren bekijken. En daar kan je veel van leren. Je kan bij die mensen zelfs personages bedenken: treinpassagiers geven je een inkijkje in wie ze zijn, zonder alles al weg te geven. Genoeg dus om je eigen (levensverhaal) bij te bedenken. En ja, we zitten misschien massaal aan de telefoon gekluisterd, maar als dat niet zo is valt dat wel meteen op. En dat betekent: er is iets te observeren.  

Wanneer rijdt de trein?

Reis je in een volle of juist (relatief) lege trein? Dat is een van de eerste observaties die je kan doen in de trein. Denk aan hoe iemand kijkt als die een andere persoon aanspreekt of diegene alsjeblieft op de stoel van de tas mag zitten als het overduidelijk is dat andere stoelen bezet zijn. Of wanneer de trein net vijf minuten vertraging gaat oplopen. De forenzen die een overstap gaan missen zitten heel wat minder vrolijk in de trein dan iemand die voor een weekenduitje in de trein kan zitten met een tas gezellig ernaast op de andere stoel, zonder dat iemand zich daaraan stoort.

Als je in een trein vol forenzen zit, zal je een wat meer alledaagse sfeer in de trein vinden dan op een ander moment. Kijk eens of je kan noteren waaraan jij die sfeer kan observeren. 

Hoe doodt iemand de tijd?

Ja, de meeste mensen kijken naar de telefoon. Maar niet iedereen doet dat. Er kijken mensen naar buiten, mensen lezen een boek, kletsen met een reisgenoot, eten even iets. Dit zijn allemaal momenten waar je je verbeelding ruimte kan geven. Waarom is deze persoon het ‘type’ om naar buiten te kijken en niet op de telefoon? Zie je iets aan de kledingstijl, houding, wat dan ook dat aansluit bij jouw idee dat ‘mensen die aan yoga doen zen zijn, in het moment leven en dus naar buiten kijken in de trein’? Schrijf het dan op. En ook als die persoon die naar buiten kijkt, niet een yogatype lijkt.
Zo kun je ook kijken naar het boek wat de mensen lezen, wat het gespreksonderwerp is, wat ze eten… wat het ook is dat mensen doen.
Met die observaties kan je vaak al een aantal puzzelstukjes vinden die je kan gebruiken voor het maken van een personagebiografie.

Bedenk ook waar je denkt dat deze persoon naartoe gaat. Naar Amsterdam, omdat je denkt een ‘echt stadsmens’ voor je te hebben? Of zit je in een trein richting het zuiden en zie je iemand waarvan je denkt dat die in IT werkt? Die stapt vast uit in Eindhoven…

Maar dat was de planning niet!

Vergeet de vertraging van vijf minuten, nu staat de trein echt heel lang stil.  Of de conducteur zegt iets wat conversatie aan de gang brengt:
“Goedemiddag dames en heren, jongens en meisjes, we komen straks aan op het station. Dan wordt de trein in stukjes gehakt en gaan ze allebei een andere kant op. Kijk dus even goed of u in het goede treinstel zit.”
“Mama, help, dadelijk worden wij ook in stukjes gehakt!”
Waarna iedereen een kwartiertje later onderweg over de onschuld van (hun eigen) kinderen praat.
Als er ook maar íets gebeurt dat anders is dan het idee dat er onderweg niets spannends gebeurt, dan gaan mensen blikken uitwisselen of met elkaar praten en dan gebeuren de interessantste dingen. Daar heb je geen verdere instructies voor nodig, behalve dan: schrijf al dat leuks op! Die spontane dingen zijn altijd handig om in het achterhoofd te houden voor een leuke scène.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Marc Kleen verkregen via Unsplash

Een waarheidsvooroordeel bij je personage

De waarheid van je personage serieus nemen is een essentiële vaardigheid om een personage goed te kunnen portretteren. Als je daarmee hebt geoefend, lijkt het alsof daarmee nooit meer in de fout kan gaan. Maar je moet altijd scherp blijven, want je hebt nog altijd lezers. En die zijn minder genadig naar personages als er in de uitwerking van een persoonlijke waarheid iets mist.

Wat is de waarheid van je personage?

De waarheid van je personage houdt in dat je personage op een bepaalde manier naar de wereld kijkt en dat jij als de schrijver van het verhaal dat beeld serieus moet nemen. Als je personage door alles en iedereen gemeen wordt behandeld, dan zal het waarschijnlijk zeggen dat de wereld één grote, gemene plek is. Als je dat betwijfeld omdat je overtuiging is dat de meeste mensen deugen of omdat je zelf meestal aardig wordt behandeld, moet je je eigen overtuigingen tijdelijk uit het raam gooien, om zo je personage goed te kunnen portretteren. Dat afzetten van je eigen bril is even oefenen, maar meestal is het daarna niet al te moeilijk. Behalve dan zodra je beseft dat er perspectieven bestaan waar je gewoon niet aan gedacht hebt.

Casus: wat is er vervelend aan knap of lelijk zijn?

Een goed voorbeeld is om een uitzonderlijk knap en een erg lelijk personage met elkaar te vergelijken. Ze melden allebei wat er naar is aan hun ‘status’ betreffende hun uiterlijk. Hoe denken zij dat anderen hen behandelen aan de hand daarvan?

Mooi personage Lelijk personage
Andere mensen denken soms dat ik geen problemen kan hebben: “Maar je bent zo mooi!”Als ik doodnormaal introvert ben, heb ik meteen geen leven en kwijn ik waarschijnlijk weg, omdat ik ‘geen vrienden heb’.
Om geen Mary Sue te lijken moet ik continu positieve aspecten van mijn persoonlijkheid ‘verbergen’, dat is doodvermoeiend. Ik mag geen make-up dragen, “want jij blijft toch lelijk”.
Mensen willen je daten om je uiterlijk, als een soort trofee. Wie je verder als persoon bent, is niet belangrijk meer. Als ik een complimentje geef, moet ik bang zijn voor een melding van seksueel overschrijdend gedrag. Een knap persoon ‘flirt’ dan gewoon.
Ik kan niet ‘gewoon’ aardig zijn, want dan ben ik meteen aan het flirten. Als ik een doodgewoon complimentje geef, word ik afgewezen alsof dat automatisch een vraag om een date is. of: “Uit jouw mond zegt dat niks.” Alsof mijn lelijkheid zo erg is dat jouw sociale status zou zakken als je complimentjes van (alleen) mij zou krijgen.
Ik ben eenzaam. Het andere geslacht wil alleen maar seks. Hetzelfde geslacht is bang dat ik hun partners afpak. Nu is er niemand meer over. Als ik zeg dat schoonheid van binnen zit: “Natuurlijk zeg je dat, want jouw buitenkant wil toch niemand.”
Als je kijkt naar de vraag van de casus: dan bestaat de kans dat je een paar van je eigen vooroordelen in deze tabel terug ziet. Dat is vervelend, maar niet erg, zodra er tijdig achter komt. Want dan kun je proberen je blik te verruimen. Belangrijker voor deze schrijfoefening is: valt het je op dat beide personages met soms hetzelfde eindresultaat ervaren voor vrijwel dezelfde reden, hetzij vanwege de tegenoverstelde reden?
Gewoon aardig zijn gaat niet, er wordt meteen gedacht dat je wil daten. Vanuit schoonheid is dat waarschijnlijk omdat het een soort wishful thinking is: jij bént aan het flirten, want ik wil zo’n prachtig persoon daten. Bij lelijkheid is het ‘voordat je ideeën krijgt, zo’n lelijk iemand als jij wil ik niet daten’.

Wat speelt er bij een waarheidvooroordeel?

Je ziet waarschijnlijk dat het soms nodig is om de waarheid van je personage niet alleen serieus moet nemen, maar ook rekening houden met in hoeverre de maatschappij/ de gemiddelde lezer die gaat geloven. De meeste mensen zullen denken dat het lelijke personage het van de twee het het lastigst heeft, met alle vooroordelen die bij lelijkheid komen kijken. Want als je lelijk bent, heb je veel dat je tegenwerkt. En dat is tot op zekere hoogte misschien ook zo. Maar dat wil niet zeggen dat de belevenissen van de mooie persoon niet gerechtvaardigd zijn. En toch zal het niet de eerste keer zijn dat een mooi persoon te horen krijgt: ‘Wees blij dat je niet lelijk bent, die mensen hebben het pas moeilijk.’

Er zijn dus momenten waarop je weet dat de meeste mensen je personage niet zullen geloven of een waarheid bagatelliseren, maar waarbij je je personage dus wel serieus moet nemen. Dan heb je wat ik noem een waarheidsvooroordeel. Dan moet je dus als het ware vooroordelen de echte wereld insturen. Want je kan er niet omheen dat er overeen bepaalde opvatting vooroordelen ontstaan, maar je mag omwille van het verhaal dat niet afraffelen, meegaan in het cliché of op een andere manier de lezers ‘zomaar gelijk geven’.

Aandachtspunten bij een waarheidsvooroordeel

Goed schrijven lukt je niet door alleen een checklistje na te lopen , zeker niet bij iets als dit waarin zoveel dingen tegelijk spelen. Daarom zijn deze punten niet compleet, maar ze zouden je al een eind op weg moeten helpen.

  • Maak het waarheidsvooroordeel waarmee je personage worstelt groot óf laat het weg uit je verhaal. Als je het niet serieus aanpakt, wordt het of niet serieus genomen. Het is dus minstens een subplot, zo niet het centrale conflict.
  • Neem het willen en nodig hebben rondom dit probleem mee.
  • Je kan ook het probleem overromantiseren in je opschrijfboekje. Dan weet je waar je personage zo mee in de knel zit door wat het steeds van anderen hoort. Dat helpt je ook om te bepalen wat je personage kan doen of moet leren om dit probleem te overwinnen. Maar in hemelsnaam: houd die overgeromantiseerde uitwerking ook echt in je opschrijfboekje!
  • Kijk extra goed of je personage en Harry Potter onder de Harry’s wordt. Met andere woorden: controleer of je met de basisprincipes werkt die empathie voor je personage teweeg brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.