Woorden met een verborgen waardeoordeel- theorie

Er is een handjevol woorden die je voor het beschrijven van een persoon kan gebruiken, maar waarbij dat nooit gebeurt, omdat alleen de implicatie daarvan al ongewenst is, is mij opgevallen. Specifieker: je gebruikt hun antoniem met een extra toelichting om te benadrukken wat je zéker niet bedoelt. Daardoor krijgen deze woorden onbedoeld een waardeoordeel. Het is de moeite waard om daar eens naar te kijken, omdat het een accurate beschrijving van een personage en de leeservaring van je lezers in de weg kan zitten.

Wat ben je..!

De woorden waar ik op doel, betreffen allemaal (karakter)eigenschappen van een persoon. En wel van het soort waarvan we het er over eens lijken te zijn dat het ene – in meer of mindere mate- minder gewenst is dan de tegenhanger:

* Arm-rijk
* Dom-slim
* Lelijk- mooi
* Verlegen- sociaal

Om een belangrijk punt te verduidelijken: de eerste eigenschappen in de rijtjes zijn niet per se slecht. Vergelijk ze maar eens met: zachtaardig- kwaadaardig of onzelfzuchtig-egoïstisch. Dat is andere koek, toch? En toch… Als je zou zeggen:
“Zij is arm,” dan is dat een taboe, of erger: dan zou de mening van diegene niet meetellen. Terwijl je waarschijnlijk niet eens weet hoeveel geld diegene precies heeft, of wat de spreker misschien überhaupt onder ‘rijk zijn’ verstaat.
“Ik vind haar niet mooi.” Noemde je haar zonet lelijk? Wat lomp! (Op een schaal van 1-10 vind ik 10-8 mooi en 4-1 lelijk, zij is een 6.)
“Ik vind hem niet slim.” (Nee, ik zeg niet meteen dat hij een IQ van 60 heeft, ik bedoel dat hij niet snel met eigen ideeën komt en eerder vaak die van anderen overneemt.)
“Hij heeft moeite met sociale vaardigheden.” (Ja, dan heeft hij moeite met contact maken, maar dat wil hij dan misschien alsnog heel graag en kan hij dat ook – hetzij met meer moeite-. Hij is niet onmiddellijk een mensenschuwe kluizenaar.)

dan heb je een probleem, want o wee als je iemand niet noemt wat we grofweg allemaal na (moeten) streven te zijn. Natuurlijk zijn de waardeoordelende woorden zelf redelijk direct en kunnen ze dus kwetsend zijn. Maar toch, als men zelfs maar denkt dat je het woord uit het tweede rijtje bedoelt…’We gebruiken het antoniem, of we praten er helemaal niet meer over.’ En dat is het probleem waar ik naar ga kijken: het wel alsof er voor deze woorden niet zozeer een schaal van 1 tot 10 lijkt te zijn, als wel een schaal van 1 of 10. De nuance lijkt weg.

Wat is jouw vriend lelijk, zeg!

En bedankt… Laten we eerlijk zijn, als jouw geliefde inderdaad de eerder genoemde 4 is, zou je misschien willen dat hij een vijfje of misschien zelfs een 7 zou zijn, maar uiteindelijk is het wel je geliefde en dat is niet voor niets zo. Dan scoort hij wel mooi een 8 of 9 op dingen als doorzettingsvermogen, empathie en slimheid. Al met al lijkt me dat dan best een mooie vent ;).
En dat lijkt men bij de vier woorden met waardeoordeel (arm, dom, lelijk en sociaal onhandig) niet meer te beseffen. Dat andere mooie eigenschappen dat kunnen compenseren, of dat -bijvoorbeeld- lelijk zijn je niet meteen een slecht of minderwaardig mens maakt. Maar kijk eens naar Robert Hoge. Je zou hem uitgesproken lelijk kunnen noemen, maar hij heeft ook humor, zelfvertrouwen en iets heel interessants te vertellen. Zou je deze man uit een vriendenkring jagen, alleen vanwege zijn gezicht, als/nu je dat weet? Hopelijk niet…

Maar nu de lezer nog…

Het is maar goed dat je tijdens het schrijven van een verhaal niet zo’n preek af kan of mag steken zoals ik hierboven doe. Dat zou ten koste gaan van de verhaalbeleving in het algemeen: show verdwijnt, tell krijgt de overhand, en de comfortzone en/of het centraal conflict zou van hot naar her gaan:
“Nu moet je oké worden met lelijk zijn. Wat doet dat eigenlijk met je? O God sta je bij, daar komt de draak aan. Snel, pak je schild op, voordat je geroosterd wordt! Zo… nu die draak uit de weg is: hoe voelt het voor je om in de spiegel te kij… O help, daar komt het boze broertje van de draak aanzetten! Je schild, waar is je verdraaide schild ineens gebleven?!”
Maar wat als je je personage dan ‘gewoon’ lelijk, sociaal onhandig of niet zo slim wil maken, zonder dat dat het hele verhaal bepaalt of een eendimensionale trope in de hand werkt? Waarschijnlijk moet je de lezer dan alsnog eerst ervan overtuigen dat deze eigenschappen er ook onvoorwaardelijk mogen zijn, gezien de sterke aanwezigheid van de 1 of 10 schaal.

Om te beginnen werk je daarvoor met het principe van ‘kiezen voor de massa‘ zoals je dat ook gebruikt bij een personage met minderheidskenmerken. Maar in het geval van een kenmerk met een waardeoordeel heb je met nog wat meer mitsen en maren en afwegingen te maken. Volgende week ga ik daar uitgebreider op in, maar in het kort moet je letten op:
* Hoe sterk is het waardeoordeel (in deze setting?)
* In hoeverre heeft je personage er zelf hinder van?
* Laat het kenmerk aan bod komen op het moment dat er iets anders kan ‘afleiden’.
* Ga het kenmerk niet overromantiseren. Iemand die lelijk is, kan dan wel een mooie ziel zijn, maar ga dan niet zover dat je ook de nadruk legt op hoe de vreselijke littekens ineens een visueel prachtige (symbolische) weerspiegeling zijn van alles waar diegene in het leven voor gevochten heeft. Dan zou je vergeten dat lelijkheid, hoewel misschien niet gewenst, van zichzelf niets kwalijks of slechts is. En daar deed je het net voor…

In feite gaat deze theorie niet alleen op voor arm, lelijk, dom, of sociaal onhandig. Het geldt ook voor alles waar een zeker taboe op rust als iemand iets (aangeborens) is of heeft wat die liever niet zou zijn als de keuze aan hen lag. Iets wat je desondanks geen slechter mens maakt, of waar je niets aan kan doen. Ken jij nog zo’n eigenschap waarbij er een schaal van 1 of 10 lijkt te bestaan? Laat het me weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jane Almon verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… donderwolken en zonneschijn

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… donderwolken en zonneschijn.

Het zonnetje in huis en daarbuiten

Ken je het verschijnsel dat alles en iedereen mooi, lief en goedgemutst is als je vrolijk bent, maar dat de wereld vol lijkt te zijn met gemene, lelijke en chagrijnige mensen als je zelf ook niet in je beste doen bent? Dat effect noem ik het spiegeleffect. 
Wat kan je met het feit dat een vaststaand gegeven (je humeur of het weer) de manier kleurt waarop je dingen observeert?

Heerlijk weertje vandaag, hè?

Het is niet voor niets zo dat in boeken de reünie met de verloren gewaande vriend een fantastisch zonnetje als achtergronddecor heeft. Als het alsnog met bakken uit de lucht valt, dan kan je er de donder op zeggen dat die vriend in de tussenliggende jaren van alles en nog wat uitgevreten heeft en nu ineens komt opdagen om je held iets af te troggelen. Het weer is een effectieve manier om snel een sfeer duidelijk te maken een soort algemeen gereedschap om het spiegeleffect te bewerkstelligen. In het echte leven gaat het ook op.  

Natuurlijk is iedereen vrolijk als de zon schijnt na vier maanden regen en zoekt men massaal een plek om te schuilen bij een plotselinge stortbui. Maar wat zie je bij meer ‘neutrale’ weerdagen, zoals een doodgewoon buitje in het wisselvallige Hollandse weerbeeld? Of bij iets als sneeuw, waarbij kinderen uit hun dak gaan vanwege de sneeuwpret, maar de zure buurman klaagt over de kou? In hoeverre is het weer dan nog van invloed op de algemene gemoedstoestand? Kijk eens wat je opmerkt. Daar kan je een testje aan koppelen: bedenk hoe een willekeurige voorbijganger op straat zou reageren als het plotseling zou gaan waaien of er een regenboog zou verschijnen.

Als je op deze manier het meteorologische weer kan ontleden, helpt dat met het observeren van je eigen buien en zonnige momenten. Of om die van anderen te zien of te raden.  

De donderwolk boven je hoofd

Als je zo’n dag hebt waar het alles en iedereen lelijk, gemeen en vies is, is het een hele kunst om nog iemand te zien lachen in een menigte. En als je dat doet, denk je waarschijnlijk iets als: wat valt er te grijnzen, jolige flierefluiter? De laatste mooie trui in de uitverkoop is net voor mijn neus weggegrist en iemand sneed me op weg naar de parkeerplaats. Dat zal jij wel geweest zijn, allebei de keren…

Of het tegenovergestelde idee, als je supervrolijk bent.

Als je niet vies bent van mindfulness, zijn zowel je slechtste als je mooiste momenten ideale gelegenheid om daarmee te oefenen, vanwege het uitgesproken spiegeleffect wat dan speelt. Is dat niet zo je ding, probeer om dan in een meer neutrale bui in een mensenmassa te ontdekken wie er op dat moment een ‘versterkte spiegel’ heeft. Waar zie je dat aan? Aan iets duidelijks als: ‘het breed grijnzende meisje groet de winkelbediende zeer hartelijk’ of: ‘de boos telefonerende passagier snauwt de buschauffeur af’ of zie je het óók aan iets relatief kleins als de manieren van lopen, lichaamshouding of de gefronste wenkbrauwen waarmee iemand naar diens telefoon kijkt?

Op deze manier oefenen met het spiegeleffect helpt je om neutraler te leren observeren, meer oog voor detail te krijgen en de waarheid van je personage goed op papier te krijgen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Niklas Weiss verkregen via Unsplash.

Een figurant uitwerken: waarom, wanneer en hoe?

De figurant: dat personage dat heel even in een scène opduikt in een bijna onbeduidende rol, en nooit meer terugkomt, of misschien tien hoofdstukken later nog eenmaal terloops genoemd wordt. Inherent aan de figurant is dat die een voorbijganger moet zijn. Maar een boek vol grijze, gezichtsloze voorbijgangers, wordt op den duur ook saai. Dus geef je een figurant een letterlijk en/of figuurlijk gezicht. Waarom, wanneer en hoe doe je dat?

Waarom schrijf je een figurant uit?

De rol van een figurant is zodanig klein dat je je ook kan afvragen waarom je de scène waarin die voorkomt überhaupt uitschrijft. Waarom beschrijf je hoe je personage naar de supermarkt gaat en daar de ingrediënten voor een tomatensoep in het boodschappenmandje stopt, om vervolgens gegroet te worden door een hartelijk kassameisje als je óók : ‘Amina ging naar de supermarkt om ingrediënten voor tomatensoep te koken,’ of zelfs ‘Amina at die avond tomatensoep’ kan schrijven of die hele tomatensoep weg kan laten? Boodschappen doen of de samenstelling van een maaltijd an sich is immers vaak niet noemenswaardig. De afweging daarvoor is iets voor een afzonderlijke blogpost, maar als je besluit om dat supermarktbezoek in detail uit te schrijven, dan heb je daar een reden voor. Schrijf die reden op, want die vormt de basis van wat je figurant moet doen, zeggen of hoe die eruit moet komen te zien. De figurant moet die reden namelijk in levende lijve weerspiegelen.

Details als weerspiegeling van thema en symboliek

Symboliek en verhaalthema’s zijn onmisbaar in goede verhalen. Het lastige eraan is dat ze relatief snel cliché zijn, of zo goed genuanceerd en verweven zijn dat ze voor sommige lezers niet genoeg opvallen. Die balans vinden is soms best lastig. Op zulke momenten zijn details of ‘saaie scènes’ een uitkomst. Niet eindeloos dubben over of je heldin koffie gaat drinken in de Seattle Starbucks of een onafhankelijke koffiezaak, ze gaat naar de supermarkt en ziet daar een hartelijk kassameisje, dat haar er op een vreselijke dag aan herinnert dat er nog goede mensen op de wereld zijn.

Achter zo’n detail als: ‘die dag waarop ze dacht dat de hele wereld vol verdorven mensen zat’, schuilt hoogstwaarschijnlijk een heel groot deel van het plot, verwijst dat naar een belangrijke scène of vormt dat een belangrijk deel van de personagebiografie. Misschien is je heldin de dag daarvoor bijna vermoord, op straat gezet door haar ouders, of… Die gebeurtenis is allesbehalve een detail. Dan kan een vriendelijke caissière een eenvoudige manier zijn om een gemoedstoestand of sfeer helemaal om te keren, zonder dat je lezer het gevoel krijgt dat die verandering geforceerd wordt ingezet. Het is dan een natuurlijke en logische spiegeling van de situatie. Als een detail dat effect kan hebben, is het een goed idee om de figurant iets meer kenmerken te geven dan de gezichts-en naamloze voorbijganger.

De figurant kenmerken geven

Als je ervoor kiest om de figurant uit te werken, geef die dan een aantal kenmerken. Twee of drie is het goede aantal om deze persoon net opvallend genoeg te maken, zonder het potentieel startschot te geven voor de creatie van een personage dat later een belangrijke rol in het verhaal gaat spelen. Het leuke van deze kernmerken kiezen is dat werkelijk alles mag. Van iets simpels als de naam, tot iets als een pimpelpaars broekpak, echt alles kan. Bovendien: niets hoeft. Misschien ligt het voor de hand dat iets persoonlijks én algemeens als een naam zou ‘moeten’, maar dat is niet altijd zo.

Een tiener gaat een halfjaar op uitwisselingsreis gaat naar een high school in Amerika. Een fantastisch avontuur, maar wachtend bij de gate, vlak voor het vertrek van het vliegtuig, zinkt de moed deze jongeman in de schoenen. Waar is hij in godsnaam aan begonnen? Is zijn Engels wel goed genoeg om alle lessen te volgen? Zal hij wel vrienden maken als de ‘outsider’? Misschien wordt hij wel gepest. En wat als zijn gastouders niet zo aardig zijn als ze lijken? Dan zit je daar een halfjaar met een stel tirannen als ouders…
Je besluit om een van de medepassagiers die wachten bij de gate, de sfeer en de gemoedstoestand een handje te laten helpen. Ook wil je van deze persoon een figurant maken: je wil geen toevalsituatie waarin diegene in de buurt van het Amerikaanse adres van de jongen blijkt te wonen, waarna er een vriendschap voor het leven ontstaat. Daarom geef je deze figurant een universiteitssweater aan van dezelfde school waar de gastmoeder gestudeerd heeft. Bovendien heeft diegene net zo’n gekke schaterlach als de beste vriend van de jonge held. Hé, misschien wordt het wel gewoon fantastisch in Amerika! De sfeer is omgeslagen, de figurant heeft diens werk gedaan en we weten niet eens hoe degene heet, of het een man of een vrouw is of hoe die er verder uitziet.

De kenmerken van een figurant kiezen

Je mag bij een figurant dus van alles en nog wat kiezen om die ermee te beschrijven. Het effectiefst is om je daarbij te laten leiden door de kenmerken die op dat moment de waarheid of gemoedstoestand van je personage (symbolisch) weerspiegelen. Wat is op dat moment het ‘seintje’ dat je personage nodig heeft om iets op te merken of dingen anders te zien?
Je kan hierbij hele persoonlijke details kiezen, zoals het voorbeeld van de schaterlach van de figurant hierboven, of je kan je laten leiden door kenmerken die wat meer algemeen zijn en van archetypen uitgaan. Zo kan je figurant tien hoofdstukken later nog een keer genoemd worden in (terloopse) zinnen als: ‘Ik voelde me net zo verrast en opgewerkt als toen ik de schaterlach van die vreemdeling hoorde, tijdens die zenuwachtige momenten bij de gate.’ om weer snel en effectief te kunnen terugblikken of een sfeer te scheppen. Maar dat betekent dus wel dat je die enkele kenmerken van de figurant zeer zorgvuldig moet kiezen: ze moeten opvallen en betekenis hebben, anders verdwijnt de figurant (later in het verhaal) alsnog tussen alle andere details en verhaallijnen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jan Antonin Kolar verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie… opoffering

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… opoffering.

Opofferen: maar al te graag of omdat het moet?

Opoffering kan op twee manieren voorkomen. Je doet het maar al te graag – je werkt over zodat je dat speciale cadeau voor je geliefde kan kopen – of je doet het omdat je gedwongen wordt en het alternatief alleen maar erger is: je geld of je leven!
Welke van de twee ook van toepassing is, het feit blijft dat:
* als je de keuze had je het liever anders had gezien: liever een hoger salaris of geen beroving 
* het vaak een mate van onzelfzuchtigheid toont of anders moed om met de de vervelende situatie te leven. 

Onzelfzuchtigheid, moed en een keuze om voor iets te staan? Jawel, elementen die bij een held(enreis) niet kunnen ontbreken! 

Opoffering observeren kan je helpen om je held beter te begrijpen en ook uniek en realistisch vorm te geven. 

Wat is opofferen precies?

Om het te kunnen observeren, moet je opofferen zowel erg groot als erg klein kunnen zien. 
Zodra een opoffering klein lijkt, is het vaak iets dat in ons alledaagse leven veel terugkomt. Je associeert het al vaker met ‘maar dat moet nou eenmaal’ of ‘dat doe je gewoon, dat is normaal of je menselijke plicht.’ Is het iets groters, dan is het vaak iets dat we scharen onder iets dat superhelden in films doen en we zelf niet kunnen of durven.

Kleine opofferingen zijn dingen als:

  •    Eerder opstaan zodat je op tijd kan werken, ook al heb je geen zin om je warme, knusse bedje te verlaten.
  •    Die twee euro die je op straat vindt aan een zwerver geven in plaats van er zelf een kaneelbroodje van te kopen.
  •    (Meer) werken zodat je je kinderen kan opvoeden met (iets meer) materiële luxe

Dat lijkt nutteloos om op te merken, tot je je bedenkt dat er mensen zijn die op de zak van hun rijke ouders teren en nooit werken, of met uitkeringen frauderen om dat niet te hoeven en nooit iets aan anderen geven. Kortom: als je meerdere kleinere opofferingen bij elkaar optelt, kan je uitkomen op de normen en waarden van je personage: wat die doet of nooit zou doen, ten koste van iets anders. 

De grote opofferingen zijn bijna altijd tekenen van grote moed. Ook die heeft je held nodig, anders verlaat die de comfortzone nooit en kan een verhaal niet beginnen. 

Zonder normen en waarden en moed – wat dat dan ook specifiek voor je held mag betekenen -, heb je een held op sokken. 

Opoffering en waardering

De opoffering van de een is een waardering van de ander. Heb je ooit in de vroege ochtend van een belangrijke sollicitatie in stromende regen op de bus staan wachten? Dan was je vast blij dat de buschauffeur de kleine opoffering had gemaakt om die dag op tijd op te staan. Zo kwam jij warm en droog op je sollicitatiegesprek aan en heb je nu een geweldige baan. 
Kijk eens op wat voor manieren je deze kleine wisselwerkingen van opoffering en waardering kan opmerken. Dan zie je ook hoe iemand heldhaftig kan zijn zonder meteen een superheld te hoeven zijn. Dat is dan weer erg handig voor het maken van een herkenbaar personage. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Joel Muniz via Unsplash.

Schrijfoefening: dat ene moment

Bijna iedereen heeft wel zo’n onwerkelijk moment gehad waarop iemand je leven heeft veranderd, of andersom. Of nog mooier: allebei.

Hoe schrijf je over ‘dat ene moment’?

Dat ene gesprek, die ene patiënt of medepassagier was als een mentor die uit de lucht kwam vallen en gaf een onverwachte levensles die je zo’n diep gevoel van (mede)menselijkheid liet voelen dat je er jaren later nog van volschiet als je eraan denkt, of dat die ervaring tot je levensmotto heeft geleid. 
Die momenten zijn vreselijk moeilijk om goed te beschrijven. Woorden schieten tekort om te vertellen waarom het niet zomaar een bijzondere ontmoeting was. Behalve dan misschien iets als: ‘de manier waarop wij elkaar aankeken..’. Hoezo cliché? En dan ook nog eens een van het romantische soort, terwijl je jouw levensechte held misschien net een hand hebt gegeven… Hoe schrijf je over dit soort ontmoetingen op zonder dat je lezer om een teiltje vraagt?

Onverwachte kwetsbaarheid

Of je mentor nu iemand is die je een enkele keer hebt ontmoet, of het je vader was die gedurende je hele jeugd een baken van wijsheid was, ‘dat ene moment’

  • zie je niet aankomen. Ook al zegt een van de twee dat er iets belangrijks gezegd moet worden, je kan niet voorzien dat het iets is dat je leven lang bij je blijft. We zien vaker inspirerende citaten in boeken staan, of we voeren vaker diepgaande gesprekken, maar dit gesprek steekt er voor altijd met kop en schouders bovenuit. En dat weet je van tevoren nooit.
  • maakt dat je niets voor de ander kan verbergen, alles ligt open. Denk aan zinnen als: ‘Je keek dwars door mijn ziel’ of ‘mijn masker viel af.’ Of je hebt het gevoel dat als de ander je in een glimp bloot zou zien, dat niets nieuws voor de ander zou zijn, of op een rare manier misschien ook niets geks of vervelends. Eerder zag de ander al iets van je dat vele malen naakter voelde dan jou zonder kleren te zien’. Anders gezegd: deze manier van zien gaat vergezeld van een extreme vorm van (emotionele) kwetsbaarheid. Achteraf zijn de momenten prachtig, maar op het moment zelf voelt het – door die kwetsbaarheid- waarschijnlijk als een van de engste momenten die je hebt meegemaakt.

Opschrijven en afpellen: emotionele kwetsbaarheid onderzoeken

Een moment dat je leven verandert is dus vrijwel altijd emotioneel extreem kwetsbaar, waarvoor alleen clichés beschikbaar lijken om het te beschrijven en die dan alsnog het gewicht van het moment niet dragen. Daarom moet je dat moment heel goed onderzoeken, wil je er een poging toe doen. ‘Het veranderde mijn leven.’ is een holle frase: het zegt technisch gezien veel, maar de voeling erbij ontbreekt nog.

Begin bij het begin. Waarom was dat moment zo onverwacht? Waarschijnlijk omdat de persoon met wie je was wel de laatste was van wie je zo’n gesprek verwachtte, of dat het gesprek deze wending zou nemen. Je ziet je stoïcijnse oom voor het eerst huilen, of de vreemdelinge in de trein vertelt plotseling haar duisterste geheim aan je, dat -jawel!- ook nog eens met jouw duistere geheim overheen komt. Observeer met terugwerkende kracht wat jij al voelde of zag aan jezelf of aan de ander zag dat eraan zat te komen. Denk aan dingen als:

  • Die ander keek me al aan met een blik die mijn nek deed prikken.
  • Ik was ontspannen waar de ander wanhopig leek: misschien was ik de veilige haven die de ander nodig had
  • Ik las een boek over huiselijk geweld. Vandaar dat die ander uiteindelijk vroeg of ik dat net als haar had meegemaakt.

Dan was daar het moment waarop die persoon door je heen keek, of jij door de ander of allebei. Wat zag je in die ogen, die spiegel van de ziel, of hoe werd er door jou harnas heen geprikt? Waarom was er vanaf dat moment geen weg meer terug? Schrijf alles op wat je je nog kan herinneren. Dat is waarschijnlijk heel veel. Het kan helpen om het grofweg zo onder te verdelen:

Wat was er aan de hand?Ik De ander
emotioneelleek uit elkaar te klappen, kon wel schreeuwenkeek doodsbang, begon te huilen
fysiekvoelde mijn benen in lood veranderenstond te trillen als een rietje
gedachtengangWat moet ik hierop zeggen? Hoe weet jij dit? Wat gebeurt hier?ik voel me betrapt (zei jij later/ vertelden je ogen)
specifieke gebeurtenis: de meest doodse stilte ooit, viel tussen ons probeerde een letterlijke uitgang te vinden: ik zocht naar een deurkeek me misschien wel een halve minuut niet meer aan.

Vergis je niet, met een simpel schemaatje ben je er nog lang niet. Dit is een kwestie van (namens je persona(ge)) heel intens doorvoelen wat er toen gebeurde. Keer op keer. Het schema is slechts een hulpmiddel bij een lang en intensief proces. Wees gewaarschuwd: ‘dat ene moment’ is snel verprutst in een verhaal Het is zo intens, zo rauw dat je héél goed moet kunnen schrijven om het te kunnen bedenken en nog authentiek te kunnen laten voelen. Daarom duikt het vaker op in autobiografische verhalen. Als de ander echt bestaat, waak er dan voor dat je veel waargebeurde elementen fictief of anoniem maakt, of flink aanpast: dit soort intieme informatie mag je niet zomaar namens anderen de wereld in sturen!

Geef het de ruimte

Zodra je in ‘dat ene moment’ zit met de ander, hoor je dingen die je nooit verwachtte te horen. Je beseft dan ten volle dat er een medemens naast je staat met angsten en dromen, een verleden en een toekomst. Dat besef kan je niet vangen in het beschrijven van ‘het moment’ alleen. Als je ‘het moment’ eer aan wil doen, zal je van jou persona en het personage van de ander ook diepgaandere elementen van de personagebiografie moeten delen om het echt tot zijn recht te laten komen. Wil je niet dat dat een infodump wordt, dan besteedt je al snel vele scènes of hoofdstukken daaraan. Oftewel: ‘het moment’ wordt een groot deel van het verhaal als je echt wil duidelijke maken hoe belangrijk het echt is geweest. Geef dat moment de ruimte in je verhaal, net als je die voelde toen het zich voordeed.

Deze blogpost is opgedragen aan N.G. en S.T. Dank jullie voor ‘dat moment’ dat jullie met mij hebben gedeeld. Ik ben vele jaren later nog altijd diep onder de indruk en immens dankbaar dat ik jullie zo heb mogen zien. En jullie mij.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Joseph Frank verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: ik zie…liefde

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… liefde.

Liefde definiëren

Laten we eerst onderscheid maken tussen romantiek en liefde. Romantiek is namelijk erg makkelijk op te merken. Dat is simpel gezegd alles wat je ziet en vervolgens denkt: verliefd stel. Kussen, hand vasthouden, wijntjes bij de haard… Maar liefde is heel wat moeilijker om concreet te observeren.  Omdat het zich op verschillende manieren uit en omdat er ook niet echt een duidelijke definitie bestaat die alles omvattend is: die is namelijk vreselijk moeilijk te geven (Probeer maar eens…).

Om liefde te kunnen observeren moet je het voor jezelf kunnen definiëren. Niet in de letterlijke zin, want dat is dus vreselijk moeilijk. Maar probeer wel een globaal idee te krijgen van wat jij wel liefde vindt en wat niet. Vind jij dit liefde, of juist niet, omdat het meer naar vriendelijkheid neigt voor je? Of zou je iets eerder ‘moed’ ‘opoffering’ ‘seksuele aantrekkingskracht’ ‘kinderlijk onschuld’ of ‘menselijkheid’ noemen?
Liefde is zo moeilijk te definiëren omdat het vaak eerder een soort optelsom is van meerdere goede en fijne of soms zelfs pijnlijke dingen, dan het van zichzelf duidelijk is afgebakend.

Om je op weg te helpen volgen hier een aantal videoclips. Schrijf eens op waarom je wat je ziet liefde zou noemen of niet en wat het anders/nog meer is. Is het liefde als…

  • je een geliefde ophaalt van het vliegveld met een knuffel of een kus? – Love Actually
  • je jezelf voor schut zet ten behoeve van je dochter/zusje, zodat zij kan blijven dansen op een podium waar ze hard voor geoefend heeft? – Little miss sunshine
  • een psycholoog een patiënt de ruimte geeft om je te omhelzen, op een moment dat een trauma na een leven lang vast te hebben gehouden, eindelijk wordt verwerkt? – Good Will Hunting
  • een gevangenisbewaker als laatste woorden voor een onschuldige gevangene heeft “Wij haten je niet.” voordat de gevangene wordt geëxecuteerd? – The green mile

Zie je dat deze voorbeelden waarschijnlijk niet per se de eerste dingen zijn waar je aan denkt bij het woord liefde? Liefde zit in zekere zin zowel overal als nergens – of in ieder geval op plaatsen waar je het niet meteen verwacht. Goed opmerken en observeren van liefde kost waarschijnlijk tijd, omdat je, wil dat lukken, je iets heel groots en persoonlijks waarschijnlijk moet (her)definiëren.

Liefdestalen

Iedereen heeft een eigen manier om liefde te tonen en te uiten. Die manieren worden liefdestalen genoemd. Het zijn er vijf:

  • positieve woorden
  • aanraking
  • dienstbaarheid
  • cadeautjes geven
  • tijd en aandacht

Het is voor het observeren van liefde handig als je weet van deze talen hebt, zodat je ook kan opmerken wat andere manieren van liefde uiten kunnen zijn, ook al zijn het niet de jouwe. En ook: waarom sommige mensen niet snappen dat hun gebaar van liefde niet wordt gewaardeerd. Maar als je iemand bent die niet van aanraking houdt, terwijl jouw voornaamste liefdestaal aanraking is…?

Dat gaat al verder dan observeren, maar zulke observaties kan je gebruiken voor goed uitgewerkte personages of plotwendingen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Fotoo doorTyler Nix via Unsplash

Keuze tussen moraal en algemene verhaallijn

Je hebt in je verhaal een held en een werkelijk verdorven slechterik. Dan is daar een magisch drankje dat een overleden persoon tot leven kan wekken. Krijgt de slechterik het in handen, dan komt de overleden dictator weer terug. Vindt de held het drankje, dan herrijst de overleden wijze, krachtige mentor. Nee, de vraag is niet hoe je het drankje uit handen van de slechterik houdt. Moet je dat drankje überhaupt in het verhaal schrijven?

Het komt van twee kanten…

Er zijn verhalen die in wezen heel simpel zijn. Goed versus kwaad en de held hoort te winnen. Dan is het motief van de slechterik ook vaak heel oppervlakkig en simpel: hij verlangt naar macht/rijkdom of is gewoon slecht. Maar als je iets genuanceerder bent in je verhaal, zal je algauw scènes hebben die dieper ingaan op de beweegredenen van de vijand. Dan ga je onherroepelijk ook een keer kijken naar de persoonlijke waarheid. En als je daar aan begint, kan je niet meer terug naar dat relatief simpele motief van ‘gewoon’ slecht zijn of macht willen.
Dan zal je al snel zien dat de stelende vader dat doet omdat hij een gokverslaving heeft, niet zozeer omdat hij materialistisch zou zijn. De gokverslaving maakt hem misschien geen rolmodel, maar hij is niet meer slecht omwille van het slecht zijn. Hij heeft begrijpelijke redenen om te doen wat hij doet.

Let wel: er is een héél groot verschil tussen iets begrijpen en iets goedpraten. Maar als je een verhaal met diepere betekenis hebt, kom je op dat punt waar je zowel de held als de slechterik begrijpt en ook moet bedenken dat ze allebei een doel hebben en ook niet weten dat ze alleen op papier bestaan en zich uit eigen wil dus niet aan een plot houden.

En dan is daar dat eerdergenoemde drankje…

Ethische beslissingen nemen

Herken jij je verhaal in het bovenstaande? Dat zowel goed en slecht in een zeker evenwicht zijn, narratief gezien? Dan is deze overweging belangrijk voor je. Schrijf je dat drankje in het verhaal, of laat je het eruit? Je moet dan niet zozeer in een plot gaan denken, want dan wordt het verhaal erg oppervlakkig en saai. Wie is er het eerste bij de plaats waar het drankje verborgen is? Die race vertelt je inhoudelijk weinig tot niets (spannends).
Denk eerder – bij gebrek aan beter woord- ethisch. Vaak heb je bij die wat dieper gelaagde verhalen ook een grijs gebied bij de personages. Zoek daar naar de raakvlakken van de moralen van de personages en in hoeverre die overeenkomen. Dan schrijf je dus bijvoorbeeld hoe de slechterik geldproblemen heeft doordat die te veel uitgeeft, maar de held heeft zo zijn proberen om het geld uit te geven aan zichzelf of anderen: met andere woorden: die persoon heeft moeite met geven, of iemand iets gunnen. Ook al is het dan de held die levens redt, financieel is die niet zo gul.
Dan is het voor je verhaal soms interessanter om de goed versus kwaad trope en het plot daaromheen (wat meer) los te laten en te kijken wat er ‘ethisch’ interessant is om het plot mee te vullen. Wat maakt dat grijze vlak?
Het gaat dan niet meer om wie van de twee het drankje bemachtigt, maar om de vraag hoe gevaarlijk het is in de verkeerde handen, of om de vraag wie er überhaupt zo’n drankje zou maken als je weet dat het in handen van de slechterik het einde van de wereld kan betekenen.

Keuzelijstje

Natuurlijk is het niet zo simpel als: wanneer ga je met je verhaal diepere thema’s ontdekken als het gaat om goed versus slecht, of zo je wil diepere moralen. Je kan ermee aan de oppervlakte blijven (‘wie van de twee wint de race naar het drankje?’) of juist dieper kijken en dat grijze vlak centraal stellen. Om te bedenken wat het beste bij jouw verhaal past, kun je jezelf deze vragen stellen. Als dat lukt, schrijf dan ook waarom, of schrijf ‘verder’ : “Het is voor dit verhaal belangrijk om verder in de thema’s te duiken, want anders is de beweegreden van mijn held niet duidelijk genoeg.” Als je denkt dat een reden om iets al dan niet uit te diepen het benoemen waard is, schrijf dat dan ook op. Je weet nooit wat er aan inzichten boven komen drijven.

  • Wie is mijn doelgroep?
  • Wat is mijn voornaamste doel: de lezer uitdagen of die juist laten ontspannen?
  • Wil ik de lezer overtuigen van een specifiek standpunt of juist beide kanten van een verhaal laten zien?
  • Maak ik van het drankje – wat het dan ook is- het einddoel van het verhaal (Wie het krijgt, is de grote vraag) of maak ik dat drankje een middel om het plot verder uit te diepen?
  • Weet ik genoeg van de setting en de psychologie van de personages om hierover te schrijven? Heb ik het er voor over om daar veel schrijfonderzoek naar te doen? Is de lezer ook geïnteresseerd in dieper ‘psychologisch graven’?

Dat laatste punt heeft wat meer toelichting nodig.
Als je het hebt over een oorlog tussen land A en land B , kan het in theorie zo zijn dat land ‘A’ het ‘verkeerde land’ is, maar ondertussen is soldaat A net zo bezorgd om zijn familie thuis als soldaat B – uit het ‘goede land’. Als je dit verhaal diepzinnig wil maken, in plaats van het gebruikelijke ‘goede land versus slechte land’, dan moet je voor dit verhaal goed en veel onderzoek moeten doen naar het hoe, wat en waarom van oorlogvoering, wat dat met de menselijke psyche doet en dan ook nog hoe jouw unieke personages daarop reageren. Dat doe je niet in een paar uur. Heb je daar de puf of de interesse wel voor? En is je lezer ook iemand die het kan waarderen of heeft die er helemaal geen zin in heeft om via je personages de complexiteit van de menselijke geest te doorgronden?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tingey Injury Law Firm via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… schaamte

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… schaamte.

Wat is schaamte precies?

De volgende definitie van schaamte komt van sociale wetenschapster Brene Brown:

Schaamte is het intens pijnlijke gevoel of de ervaring te geloven dat we tekortkomingen hebben en daarom onwaardig zijn voor liefde en erbij horen – iets wat we hebben meegemaakt, gedaan of niet hebben gedaan maakt ons onwaardig voor menselijke verbondenheid.

In haar werk maakt Brene ook een onderscheid tussen schaamte en schuldgevoel:
Schuldgevoel is de innerlijke stem die zegt: “Ik heb iets slechts gedaan.”
De innerlijke stem van schaamte zegt: “Ik ben slecht.”

Kun je schaamte zien?

Schaamte is een gevoel, en het blijft vaak onzichtbaar omdat het zo lastig is om over te praten. Brene Brown stelt zelfs dat schaamte niet kan blijven bestaan als erover wordt gepraat. Hoe dan ook, schaamte is iets dat vanbinnen woedt en niet naar buiten hoort te komen. Bij schaamte ligt het gevoel van ‘het niet waard zijn’ eraan ten grondslag. Wat is ‘het’? Dat kan zeer uiteenlopend zijn:

  • Hulp ontvangen
  • Uitgenodigd worden voor een feestje
  • Promotie krijgen

Enzovoort.

Dit is de schaamte die je niet kan zien, omdat die in iemands hoofd afspeelt. Maar als je het ‘omdraait’ kan het al iets zichtbaarder worden:

  • Als je geen hulp waard denkt te zijn, ga je er niet om vragen
  • Als je denkt dat je geen waardige gast te zijn op een feestje, trek je je misschien terug in de groep of bij sociale activiteiten
  • Ben je de promotie zogenaamd niet waard? Dan houd je je klein op het werk of ga je daar niet je beste beentje voor zetten.

Schaamte observeren in plaats van erover praten?

In een persoonlijke situatie kan je met geliefden erover praten, maar als het puur om observeren gaat, is schaamte moeilijk te zien, omdat het zich ten koste van vrijwel alles wil verstoppen. Daarom vormt schaamte een wijze les voor observeren in het algemeen. Als je iets ziet, is het handig, soms zelfs nodig om erover na te denken wat daarmee een samenhang heeft of kan hebben. Maak bijvoorbeeld een woordenweb met het kernwoord in het midden en schrijf in de vertakkingen op wat er wellicht nog meer achter schuilt, of juist waar het een symptoom van kan zijn.

Natuurlijk hoef je met observeren niet altijd eindeloos verder over iets na te denken. Als je een stel tieners opgewonden kwebbelend ziet winkelen, kan je bedenken dat ze elkaar al sinds de kleuterklas kennen en allebei dol zijn op tennis, maar daar schiet je niet veel mee op als het gaat om de vraag: “Wat zit erachter?” Vriendinnen die tennissen, is geen verhaal, maar een gegeven.
Iemand die zijn baan heeft verloren, zich daarvoor schaamt en nu aan de drank is, is dat wel. Daar spelen de vragen “Wat is er exact aan de hand?” en “Waarom?” mee. Dat zijn de toverwoorden voor een pageturner.  

Als je iets observeert waar je de vinger niet op kan leggen, maar waarbij je wel afvraagt ‘Wat?’ en ‘waarom?’ – zoals bij schaamte-, dan is het de moeite om er iets meer werk van te maken dan alleen iets opmerken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Andrew Neel verkregen via Unsplash
.

Schrijven met toondove symboliek en thematiek

Symboliek wordt gebruikt om de toon en het verhaalthema te verrijken. Daar lijkt niet veel mis mee te kunnen gaan: symboliek is meestal duidelijk voor de lezer, dus dan sluit het vrijwel altijd naadloos op elkaar aan, toch? Nou, nee.

Casus: De klokkenluider van de Notre Dame

De klokkenluider van de Notre Dame is een animatiefilm van Disney. Om maar met de deur in huis te vallen: Disney is in deze verder meesterlijke film nogal eens toondoof. De liedjes Zo een als jij en Helvuur komen allebei uit dezelfde film en zitten chronologisch nog niet eens zo heel ver van elkaar af. Als je niet beter zou weten, zou je waarschijnlijk niet denken dat het van dezelfde film afkomstig is. Trouwens, dit is de openingsscène van de film. In de eerste drie(!) minuten zie je moord, genocide en wordt de moord op een baby verijdeld. ‘Klokkenluider’ is een ontzettend duistere film. Dat een geinige waterspuwer dan in een scène een potje kaarten verliest van een duif, verandert daar niets aan.

De rol van de waterspuwers

Op internet is er onder de fans van de film discussie over wat die waterspuwers moeten voorstellen. Zijn ze daadwerkelijk levend of niet? Vrijwel iedereen is het er over eens dat ze er alleen zijn vanwege het ‘kindvriendelijke Disneyaspect’ van de film. Niet iedereen vindt dat een afdoende verklaring, dus zoekt men verder naar een andere theorie. Een daarvan stelt dat Quasimodo door een levenslange sociale isolatie en mentale en emotionele mishandeling schizofrenie heeft ontwikkeld. De waterspuwers zouden dus niet zozeer (denkbeeldige) vrienden zijn, als wel een manifestatie van een geestesziekte. Dat is een prima verklaring. Het sluit goed aan op het duistere thema -niet overromantiseren en schrijf rauw als het kan- en na een leven en isolatie en mishandeling zou het niet vreemd zijn als Quasimodo een of meerdere mentale stoornissen ontwikkelt.
In zekere zin sluit deze theorie dus perfect op alles aan. Maar je krijgt in de film niet echt genoeg hints die daarnaar wijzen. Nu hoef je niet alle informatie in een film dicht te timmeren, maar als je in een verhaal iets symbool laat staan waar zowel de interpretatie: “Het zijn zijn echte. bestaande lieve vrienden” als “Het zijn uitingen van een serieuze stoornis” een mogelijkheid is, dan gaat er iets mis.

Als de waterspuwers -gezien hun jolige karakter- inderdaad levende, lieve vrienden zijn, is dat wel erg luchtig voor een verhaal dat bol staat van zaken als genocide, marteling en ziekelijke lust. En als ze inderdaad waanbeelden zijn, dan wordt dat punt niet duidelijk genoeg gemaakt: dan is het te veel verstopt. Dat maakt de waterspuwers van ‘Klokkenluider’ toondove symbolieken in de film.

Dat brengt ons bij de vraag: wanneer gaat de invulling van een thema of een symboliek ten koste van een verhaal?

Zichtbaarheid van een thema of symboliek

Thema en symboliek moeten tot op zekere hoogte zichtbaar zijn. Anders krijg je een verhaal met het karakter van een stuk karton. Zowel het vervelende als het mooie van thematiek en symboliek is dat je niet voor honderd procent kan sturen hoe iemand het interpreteert. De uitzondering is misschien iets zo cliché als de volle maan in een horror of bij een boottochtje. In andere gevallen is het vaak zo dat de lezer ‘ziet wat die verwacht te zien’. Een persoonlijke waarheid
zorgt ervoor dat je iets relatief globaals op jouw unieke manier bekijkt. Een verhaal over de scouting, bijvoorbeeld. Vond jij het als kind geweldig bij de scouting, dan betekent dat fijne nostalgie. Maar werd je bij de scouting gepest, dan zal je die verhalen niet meteen verslinden. Automatisch wegleggen doe je dan misschien niet, maar het initiële enthousiasme is dan wel weg en wellicht wordt het verhaal door jouw herinnering ook wat meer gekleurd.

Het fijne van het feit dat je de interpretatie van thema en symboliek nooit helemaal kan dichttimmeren is dat je als vanzelf de verbeelding van je lezer aan het werk zet, waardoor die in het verhaal wordt meegenomen. Het nadeel daarvan is dat een onverwachte reactie of interpretatie van thema of symboliek ervoor zorgt dat je lezer de draad van het verhaal helemaal kwijt kan raken. Als dat gebeurt, kan je dat vaak niet meer herstellen en ben je een lezer armer.

De grens vaststellen

Je kan dus niet helemaal bepalen hoe iemand iets interpreteert, maar als je daar nieuwsgierig naar wordt, kom je al een heel eind. Maak eens een woordenweb of trek een lijn die een schaal van een tot tien voorstelt. Schrijf daarbij alles op wat je denkt en/of in welke extremen mensen iets met je symboliek of onderliggende thema, plotpunten of scènes kunnen associëren. Probeer daarna een grens te stellen bij wat je nog oké vindt dat een lezer van jouw invulling denkt en wanner iets te ver gaat. Bijvoorbeeld:
Ik vind het prima dat het maffe zottenfestival in het duistere ‘Klokkenluider’ zit, maar dan schrijf ik de waterspuwers met hun toeters en feesthoedjes uit de scène: dat hoort niet bij het festival zelf en geeft het gevoel dat alles geweldig is, terwijl Quasimodo meteen daarna gemarteld wordt. Als ik marteling in een verhaal verwerk, mag er geen feest aan vooraf gaan. Ik wil niet dat de lezer vergeet hoe erg die marteling is.
Of juist: die marteling is me veel te heftig na iets leuks en luchtigs als het zottenfeest. Ik vind dat de gelukkige momenten meer/ de meeste aandacht moeten krijgen in het verhaal. Ik verzin wel iets anders en minder heftigs dat Esmeralda aanzet om voor Quasimodo op te komen, anders wordt het verhaal zodanig duister dat het de momenten van goedheid en heldendom zou kunnen overschaduwen.

Als je zelf weet wat jouw grenzen zijn als het gaat om wat en thema, symbool of plotpunt te groot maakt en hoe je dat zo nodig kan aanpassen, loop je minder de kans dat je symbolen, thema’s of scènes toondoof worden ten opzichte van het grotere geheel.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Pedro Lastra via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie…magie

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… magie.

Hoezo “Ik zie magie”?

Bijna iedereen heeft wel een hobby of onderwerp waar je maar niet over uitgepraat raakt en er veel van weet, gewoon omdat je het zó prachtig vindt.  Zo praten lezers misschien eindeloos over de kick van het bemachtigen van een eerste druk van een boek, andere mensen houden maar niet op over modeltreintjes, actiefiguren, porseleinen beeldjes, alles-met-katten-erop of…

Dit artikel gaat over het enthousiasme dat specifiek daarmee gepaard gaat. Dus niet het algemene enthousiasme dat kan gaan over uitkijken naar het dagje dierentuin of de enthousiaste reactie op de wel hele leuke foute kersttrui van je vriend, maar enthousiasme van het ‘ik word nou echt blij van het bladeren door een oud boek en de muffe geur die daarbij hoort.’-soort. Het soort magisch enthousiasme dat mensen die datzelfde enthousiasme delen he-le-maal begrijpen en waarvan andere mensen denken: het is maar net waar je blij van wordt…  

Zoek de magie

Vraag een enthousiasteling eens over zijn interesse en waarom die zo speciaal is. Ongetwijfeld zal je een uitgebreide toelichting krijgen. Kijk niet alleen naar de twinkelende ogen, maar vraag ook vooral de grote zaken of details die je niet kent of waarvan je niet begrijpt dat juist dat het verschil maakt tussen ‘dit is gaaf’ en ‘dit is gewoon magisch!’

Als je een globaal antwoord krijgt, kan dat je blik verruimen of weer iets laten beseffen: Natuurlijk kan tuinieren fantastisch zijn, als je al die moeite die je ervoor doet letterlijk en figuurlijk later tot bloei ziet komen.
Als je een heel specifiek antwoord krijgt: “Als ik het zand onder mijn vingers voel en ik de zwaarte in mijn lijf voel van de fysieke inspanning, besef ik dat ik iets verzet, iets doe wat in verbinding staat met iets groters,”  kan je je gaan bedenken waar je dat nog meer ziet. In een andere context, zoals de muzikant die weet dat vele fans van zijn muziek gaan genieten als het muziekstuk eenmaal is gecomponeerd en misschien wel op bruiloften gedraaid gaat worden. Of in het opzicht dat je inziet dat als er geen schoonmakers waren op de treinstations, jouw treinreis dan een stuk minder aangenaam zou verlopen en dat je dus erg blij bent dat er schoonmakers zijn, ook al zullen ze je leven niet meteen veranderen. Een soort ‘alles is verbonden en alles valt op zijn plaats’-gevoel.
Je ziet op dat moment iets groters, magisch, mooiers omdat je er nu ineens oog voor hebt, omdat de enthousiaste tuinman je daar op wees.

Wat heb je eraan om magie te observeren?

Het is goed voor je humeur als je in een bui bent waarin je magie opmerkt, maar het is ook nuttig voor je schrijversvaardigheden. Waar de enthousiaste tuinman helemaal rustig wordt van tuinieren, wordt zijn buurman daar alleen maar chagrijnig van: “Zit je daar aan het eind van de dag met een kromme rug en kramp in je stoel…” Het laat je beseffen dat iedereen hetzelfde heel anders kan beleven. Dat leert je om vanuit verschillende invalshoeken te kijken naar de wereld en daarmee uiteindelijk ook naar de geheel eigen wereld van je personages, die je daardoor extra uniek en realistisch kan schrijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Almos Bechtold verkregen via Unsplash.