De observerende schrijver: Ik zie…ongemak

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: ongemak.

Verschillende soorten ongemak

Ongemak komt op verschillende momenten en op verschillen manieren voor. Soms is het ongemakkelijke moment vrij gênant, maar verder relatief onschuldig: een wind laten nét op het moment in de vergadering dat iedereen stilvalt. Andere keren is het ongemak veel erger en heeft het niet zozeer met gêne, maar eerder met diepe schaamte te maken. Probeer als je ongemak observeert te bepalen in hoeverre het ongemak serieus is of juist niet zo erg als het misschien lijkt.

De gemene deler bij ongemak

Wat het ongemakkelijke moment ook is, vaak laat de reactie of lichaamstaal van mensen iets zien dat lijkt te zeggen: ‘Ik doe net alsof dat niet gebeurd is, of dat ik dat niet hoorde.’ Je lacht iets weg, om toch vooral maar niet te  hoeven zeggen of erkennen dat iets pijnlijk of vervelend is. Of je praat plotseling ergens anders over, alsof je daarmee kan doen alsof het eerdere onderwerp wat zo naar is, nooit ter sprake is geweest. Nog een populaire optie: afleiding zoeken. Zegt je oudtante wederom iets racistisch en durft niemand haar de mond te snoeren? Dan ga je nú kijken of je geen gemiste WhatsAppberichten op je telefoon hebt.
Wat ook veel voorkomt is het oogcontact verbreken. Ogen zijn de spiegel van de ziel, toch? Als ik jou op dit nare moment niet aankijk, kan jij ook niet zien hoeveel dit ongemak me raakt…

Kijk eens in hoeverre je de soorten lichaamstaal kan koppelen aan bepaalde situaties, of de ernst van het ongemak.

Karakteristieken van personen bij ongemak

Iemand die verlegen is, zal misschien het oogcontact verbreken bij een ongemakkelijk moment. Een extravert persoon of iemand die altijd haantjesgedrag vertoont, zal misschien proberen iets te overschreeuwen. Zo kun je karakter en omstandigheden aan elkaar koppelen. Maar wees er ook alert op dat bij sommige personen bij het verbergen van ongemak geen sprake hoeft te zijn van nuance of verschil in omstandigheden. Iemand met serieuze woedebeheersingsproblemen zal iemand die iets ongemakkelijks of ongewenst zegt misschien wel altijd afblaffen, ook al gaat het om iets relatief kleins. Net zoals de superverlegen persoon die iets ongemakkelijks meemaakt, altijd alleen maar het oogcontact zal verbreken.

Ongemak is ongemakkelijk en dus per definitie iets wat niet fijn is om mee om te gaan. Meestal heeft iedereen daar wel zo zijn ‘ingebouwde vluchtroutes’ of maniertjes voor. Probeer daar eens op te letten, of je die bij mensen die dichtbij je staan kan herkennen. Vind je dat dat hun karakter ook weerspiegelt? Waarom wel of niet?

Bij vreemden werkt dit trucje andersom. Merk de signalen van ongemak op en kijk eens of je je verbaast over deze signalen die de persoon uitzendt. Vind je dat bij de persoon passen, voor zover je een beeld bij hen hebt aan de hand van hun lichaamstaal, kleding, uiterlijk of andere zaken die de ‘eerste indruk’ geven?

Schrijf alles op wat je opvalt, want dat kan goed van pas komen; ongemak is heel makkelijk te observeren, maar bijzonder moeilijk om te schrijven om uit de losse pols te schrijven, zonder in clichés te verzanden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Ethan Sykes via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie…lekker eten

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: lekker eten.

De smaak van lekker eten

Lekker eten is een van de weinige dingen waarbij je minstens twee, zo niet drie zintuigen moet omschrijven voordat het ook als iets heel smakelijks wordt gezien, in plaats van alleen iets dat je in je mond stopt. Ga maar eens na: een croissantje dat er perfect gebakken uitziet, nodigt meer uit dan eentje die voor je ogen lijkt te verschrompelen. Net zoals je waarschijnlijk meer honger krijgt van de geur van versgebakken appeltaart dan wanneer de gekookte aardappels die niet zoveel geur hebben.
De smaak spreekt voor zich, dat maakt de beleving af.

Maar ook andere dingen kunnen je laten watertanden. Het geluid van krakende chips bijvoorbeeld. Als je je zintuigen goed gebruikt zijn er eindeloos veel observaties die een verborgen show, don’t tell vormen en die je kan gebruiken om je tekst naar meer te laten smaken. Let de komende tijd eens op je eten en schrijf meer op dan alleen wat je proeft.

De sfeer van lekker eten

Is het je al eens opgevallen dat exact hetzelfde voedsel veel lekkerder smaakt als je het in een fijn gezelschap kan nuttigen, of als de algehele sfeer goed of speciaal is? Gebruik dat in je voordeel bij het observeren en ga op zoek naar de figuurlijke smaakmakers. De kaarsen op tafel, een lang verloren gewaande geliefde als tafelgenoot, de hamburger bij de anders zo standaard en saaie fastfoodketen vlak voor de allereerste stapavond van een stel tieners.
Andersom kan natuurlijk ook: had je een overheerlijke beenham een heel uur in de oven gezet en dan zit iedereen met het bord op schoot voor een blèrende televisie, zonder te merken wat ze eten…

Met andere woorden: ga eens na wat ieder gerecht, wat het dan ook mag zijn, in een klap tot een feestmaal of een flop kan maken.

De omgang met eten observeren

Natuurlijk kan je schrijven hoe iemand van het eten geniet door het tempo van het kauwen, kreuntjes van genot of het sluiten van de ogen. Beschrijf daarbij de smaak en het kan niet meer mis. Vergeet dat zeker niet, voor wat extra pit in je tekst! Maar dan observeer je wel alleen de smaak van het eten. Ga nog een stap verder en kijk hoe iemand eten of het maal op zichzelf behandelt.

Eet je vader omdat hij nou eenmaal moet eten om in leven te blijven? Spring je een gat in de lucht als je lievelingskostje voor je neus staat, of ‘gun je jezelf gewoon eens een keer wat?’ Behandelt degene die je observeert eten als een geschenk (van God) en wordt het een letterlijke of figuurlijke zegen die met eerbied en respect wordt behandeld? Dat is heel wat anders dan iemand die zijn neus ophaalt voor een maaltijd die minder kost dan een bepaald bedrag, puur omdat dat beneden de stand zou zijn.  

Noteer waaraan je meent te zien wat iemands relatie met eten is en je voegt een extra beleving toe aan de manier waarop je lezer van jouw heerlijke fictieve eten kan proeven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Rachel Park via Unsplash.

Schrijfoefening: de sorteerhoed

Deze schrijfoefening is geïnspireerd door de sorteerhoed uit de Harry Potterserie. Want als je een personage sorteert aan de hand van een aantal karaktertrekken kan je de heldenreis daar goed op afstemmen.

Voor wie de details van Harry Potter niet kent: Harry gaat naar de toverschool Zweinstein. Daar zijn vier verschillende afdelingen: Griffoendor, Ravenklauw, Huffelpuf en Zwadderich. Als de leerlingen voor het eerst op school komen, moeten ze de sorteerhoed opzetten die ze in de passende afdeling plaatst. Iedere afdeling heeft zo zijn kenmerken en karaktereigenschappen die worden gewaardeerd:
Griffoendor: moed, lef en ridderlijkheid.
Ravenklauw: intelligentie, leren, wijsheid en gevatheid
Huffelpuf: hard werken, geduld, rechtvaardigheid en trouw
Zwadderich: sluwheid, ambitie, leiderschap en trots 

In de serie zijn de afdelingen en de personages die daartoe behoren, vaak van eenzelfde soort personen en ook wordt de heldenreis erdoor weerspiegelt. Zo zijn de leerlingen van Griffoendoor meer dan eens overmoedig en komen ze daardoor de nodige obstakels tegen. Een belangrijk personage uit Huffelpuf is bereid om van roem af te zien, omdat hij die vanwege omstandigheden – volgens hemzelf- niet verdient en het onrechtvaardig zou vinden om die roem te accepteren. Leerlingen van Zwadderich plaatsen zichzelf nogal eens boven anderen als dat betekent dat ze daarmee een belangrijk doel kunnen bereiken.

Het nut van sorteren

In de Harry Potterboeken hebben de verschillende afdelingen en hun karakteristieken een erg grote rol en geschiedenis. Soms hangen er complete grote verhaallijnen vanaf. Zo ver hoef je niet te gaan als je je personages sorteert, maar toch kan het handig zijn om ze in een van de afdelingen van Zweinstein te plaatsen. Of verzin zelf een paar afdelingen met karaktereigenschappen die jij samen een mooi geheel vindt vormen en waarbij jij als vanzelf een bepaald soort personen of personages voor je ziet.

Ook zal je misschien merken dat bepaalde afdelingen (als vanzelf) elkaars vijanden worden, omdat ze elkaars tegenpolen zijn, zoals Griffoendor en Zwadderich. Maar ook bij Huffelpuf is dit zichtbaar: omdat ze de trouwe en hardwerkende mensen zijn die doorgaans geen conflicten opzoeken, worden ze door de rest van de school af en toe weggezet als de watjes. Als je op deze manier in een vroege fase van de tekentafel je personages onderverdeeld, zal je makkelijker zien wie op papier (bijvoorbeeld) betere vrienden of geliefden zullen zijn.

Op papier heeft hier een dubbele betekenis: zowel de traditionele betekenis gaat hier op, alsook het principe dat op het papier van jouw gedrukte boek het beter gaat werken. Laten we eens kijken welke personages een beter koppeltje of vriendschapsband zouden vormen. Koppel 1 betreft een Zwadderaar en een Ravenklauw. Koppel 2 gaat over een Zwadderaar en een Huffelpuf.

Koppel 2 heeft hier een betere start. Een Zwadderaar is ambitieus en een Ravenklauw hecht waarde aan intellect. Als deze Zwadderaar toevallig ook de ambitie heeft om veel te leren of kennis te vergaren, is dat een goede match. Maar een Huffelpuf die trouw hoog in het vaandel heeft staan, zal het niet zo prettig vinden dat de Zwadderaar ook sluw kan zijn en mensen vanwege het eigenbelang soms kan laten vallen.
Meestal is het dan ook slim om voor het tweede koppel te kiezen als het gaat om mensen die op elkaar vallen of veel met elkaar op gaan trekken. Anders ga je teveel forceren. De personages kunnen later in het verhaal elkaar leren wat hun tekortkomingen zijn of helpen de obstakels te overwinnen, maar daarvoor moet er wel een geloofwaardige basis zijn.

De heldenreis en de vriend: sorteren laat vinden

Als je een held hebt waarvan je weet dat die moet leren om een beetje meer voor zichzelf op te komen ( een Huffelpuf in het voorbeeld) dan is het ook handig om te weten dat een Griffoendorvriend de beste kameraad zal zijn. Of liever gezegd, het beste medepersonage die je held altijd bijstaat. Een held kan nooit een heldenreis alleen doorstaan en heeft daarvoor een vriend nodig. Als je vooraf van je personages weet wat voor soort kwaliteiten ze hebben, kan je voor een heldenreis zorgen die je held aankan, met de ondersteuning die die ook nodig heeft. Natuurlijk gaan de personages door het verhaal heen groeien, dus je hoeft je niet al te streng te houden aan de karaktereigenschappen waarmee je personages ‘vertrekken’. Sterker nog, als je dat doet, dan loop je het risico om in clichés te verzanden.
Maar als je een algeheel beeld hebt van wat je personages voor karaktertrekken hebben en wat hen tegenstaat, kan je makkelijker overzicht houden als het gaat om wat ze tegen (moeten) komen, wat hen laat groeien en wat je verhaal spannend kan houden.

Fase van sorteren

Net als in de Harry Potterboeken moet je dit sorteren doen op het moment dat je met de personagebiografie van een personage aan de slag gaat. Het is een startput, geen uitgangspunt, in zoverre dat je daar altijd van uit moet gaan en het constant in je achterhoofd moet houden. Als mens en als personage ben je meer dan alleen de karaktertrekken van een Zwadderaar, Griffoendor of Bloemenvelder (afgeleid van jouw zelfbedachte afdeling Bloemenveld 😉 )
Als je al een personage in de steigers heb staan, kijk dan eerder wat je al van je personage weet en waar het van moet leren. De hokjes die je met afdelingen gebruikt zijn ter oriëntatie, niet ter bevestiging. Hokjesdenken is iets voor de tekentafel, voor als je personages nog vrij ‘zielloos’ zijn. Zodra ze echt beginnen te lijken, moet je dat loslaten. Hokjesdenken zou, zo moet je maar denken, ook niet netjes zijn bij echte mensen. Het is misschien handig om eerst te kaderen, want ergens moet je een startpunt hebben, maar zodra dat er is, mag je je personages leren kennen zoals ze van zichzelf zijn geworden, niet per se hoe jij ze hebt geschapen of geschreven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Tayla Kohler via Unsplash

Een autobiografie schrijven om ervaringen te delen

Veel mensen beginnen hun schrijversreis met het opschrijven van hun levenservaringen. Om een taboe te breken, een eigen beleving te delen met gelijkgestemden, of om de kinderen te kunnen vertellen wat jarenlang te moeilijk was om ter sprake te brengen. In tegenstelling tot therapeutisch schrijven worden deze autobiografische verhalen dus wel door anderen gelezen. Deze blogpost gaat in op hoe je de balans vindt tussen eigen ervaringen met anderen delen en zomaar je ziel en zaligheid aan iedereen te laten lezen.

Een autobiografie is niet alles delen — de kluis

Zoals je misschien al weet is het schrijven van een autobiografie niet helemaal vrijblijvend. Je hebt niet alleen rekening te houden met de privacy van anderen, maar ook met die van jezelf. Grenzen stellen is erg belangrijk.
Sociale wetenschapper Brene Brown doet veel onderzoek naar zaken als kwetsbaarheid en vertrouwen. Als het gaat om het bewaken van grenzen, noemt zij regelmatig het principe van de kluis.
Als ik jou over iets persoonlijks in vertrouwen neem en ik zeg dat het in de kluis moet, mag je het onder geen beding doorvertellen, aan niemand. Ook niet om te ‘overleggen’ hoe je dit probleem samen met mij op kan lossen. En als je mijn kluisinhoud gebruikt om te roddelen, is dat een reden voor mij om je niet meer te vertrouwen. Maar jij iets uit de kluis van een gezamenlijke vriend aan mij vertelt, vertrouw ik je ook niet meer. Als je zijn kluis kraakt, hoe weet ik dan dat je dat niet met de mijne zal doen?

Bedenk bij het schrijven van een autobiografie om te beginnen wat je in je kluis wil houden of wat voor informatie van een ander bestaand persoon ethisch gezien of gewoon fatsoenshalve in de kluis moet blijven. Wat is zodanig persoonlijk dat het niet nodig of aan jou is om te delen?

Als delen en stilhouden samen moeten gaan

Als je ervaringen wil delen, dan is het laatste wat je wil doen, zaken stilhouden. Maar er zullen momenten zijn waarop dat toch moet. Dit kan de ethische kluis betreffen, maar ook de hevigheid van bepaalde zaken.
Als jou iets gruwelijks is overkomen, zal je daar misschien alle misselijkmakende details nog van weten, omdat je er nog altijd van wakker ligt. Als je die heel minutieus beschrijft, kan dat twee grote nadelen hebben.
* Het is niet meer zozeer delen om te verwerken, als wel ‘delen om het eruit te gooien’
* De gruwelijke details kunnen overkomen als dramatisch, in de literaire zin van het woord (“Je dikt dit aan voor het romanelement dat een audiobiografie moet hebben.”), terwijl ze echt gebeurd zijn.

Soms gaan die twee nadelen ook hand in hand.

Delen om het eruit te gooien

Als je merkt dat je bepaalde dingen opschrijft om het maar eruit te gooien, bedenk dan of je deze feiten, dit detail of zelfs deze hele scène niet uit je boek moet laten. Autobiografisch schrijven kan het complete tegenovergestelde zijn van therapeutisch schrijven. Een klein experimentje om dit te bewijzen:
Bedenk waar je je het allerergst voor schaamt. Dat komt in een boek dat iedereen kan lezen, verspreiden en waar iedereen over kan praten. En dan heeft ook nog eens iedereen daar een uitgesproken mening over èn je komt je continu op straat tegen. Die opsomming is wat extreem, als informatie echt te persoonlijk of heftig is, wil je niet dat Jan en alleman daarvan weet. En die mogelijkheid bestaat zodra je het opschrijft. Misschien krijg je niet meteen duizenden lezers, maar je zal net zien dat net tante Bep die normaalgesproken nooit leest en je toch al graag zwartmaakt jouw boek wel van voor tot achteren kent… Straks weet het hele dorp waarvan jij door de grond zakt.
Ook als je je schaamt voor iets waar je zelf niets aan kan doen, gaat dit op. Je hebt niet in de hand wie of wat voor mensen je boek lezen. Bespaar jezelf pijn, schaamte, boosheid en verdriet en filter wat uiterst pijnlijk is gewoon weg uit je boek. Al is het maar omdat lezers doorgaans een onverwacht goede neus hebben voor wat ‘opschrijven’ is en ‘eruit gooien’ is. En dat laatste vinden ze nooit interessant…

Gruwelijke details

Ook als je iets al echt verwerkt hebt, kan het verstandig zijn bij gruwelijke zaken niet al te veel in detail te treden. Het gekke van een autobiografie is dat een lezer er meestal het volgende verwacht:
* Het leest als een boek/roman
* Weinig of niets is verzonnen
* Het is authentiek en daarom niet dramatisch(er dan het hoeft te zijn)

Maar dit spreekt elkaar tegen. Want ‘echte boeken’ zijn per definitie dramatisch (of groter dan ‘in het echt’, zo je wil.) omdat die verzonnen zijn en een goede schrijver weet dat er bij een goede spanningsboog een zekere mate van ‘groot’ en ‘drama’ komt kijken die je in het echt zelden tot nooit tegenkomt. Hoe vaak is er iets als een complete fanfare betrokken bij een huwelijksaanzoek, bijvoorbeeld? In romantische comedy zowat altijd. In het echt… een op de miljard keer? Het gekke is dat de lezer dat ook weet, al is dat onbewuster. Als jou iets is overkomen dat zo ‘groot’ of gruwelijk is dat je onwillekeurig laat denken: toen leek mijn leven oprecht een horrorfilm of ‘dat zou je niet verzonnen krijgen’, dan kan je die details het beste:
* weglaten. Dat ene detail, of drie van de vijf, om niet ‘te veel van het slechte’ te krijgen.
* uitdunnen, dus van een schaal van een op tien de tien terugbrengen naar de acht. Een andere sfeeromschrijving bij hetzelfde feit kan dan soms al het verschil maken.
* geen detail meer maken. Ook al zou je schrijven over het leven in een letterlijke martelkamer, zorg er dan voor dat ieder element daarvan uitgebreid worden beschreven, ook al zijn het er tien. Omschrijf de sfeer, de omstandigheden, de zintuigen… Dan moet je mikken op het ‘zo bizar dat het wel waargebeurd moet zijn’-effect.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kelly Sikkema op Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… opluchting

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: opluchting.

De aard van opluchting

Om bij het begin te beginnen: opluchting is het moment waarop je de spanning loslaat die hebt vastgehouden. De reden van die spanning kan erg uiteenlopend zijn. Denk aan leuke spanning, zoals bij het uitpakken van een cadeautje, in bed duiken na een lange dag en eindelijk kunnen rusten, of te horen krijgen dat de buurman die je het leven zuur maakt, eindelijk gaat verhuizen. Gedaan is de dagelijkse buikpijn van de spanning in de ochtend als je naar buiten kijkt om te zien of hij alweer je stoep heeft vies gemaakt.

De mate van opluchting

De opluchting na een kort moment van spanning als je voordeur klemt en je even denkt buitengesloten te zijn is natuurlijk niet te vergelijken met te horen krijgen dat je stalker achter de tralies verdwijnt. Hoe groter de opluchting, hoe meer spanning je hebt vastgehouden. Die spanning slaat zich altijd in meer of mindere mate op in je lijf. Als die hoeveelheid echt heel groot is, kan je lichaam zomaar ‘even alles schoonmaken’ of ‘herstarten’ waardoor je ziek wordt en het herstel dus wat langer duurt. Opluchting is dus zeker niet altijd van korte duur. Neem dat mee bij het bepalen van de mate en de uitwerking van de opluchting die je beschrijft.

Observeren van opluchting

Met het bovenstaande in het achterhoofd, kan je je waarschijnlijk wel bedenken dat opluchting zich niet altijd uit in het welkbekende vreugdesprongetje of de langgerekte zucht. Perioden van boosheid, verdriet en zelfs een stille meditatieve staat kunnen tekenen van opluchting zijn.
Als je het wil observeren, moet je dat doen op het moment dat je weet welk verhaal erachter zit, anders loop je het risico dat je een verkeerde vertaalslag bij de emoties maakt. De vreemdeling in de bus gaat je hierbij niet helpen met zijn voorkomen of lichaamstaal.

Dat is een goed geheugensteuntje voor observeren bij creatief schrijven: het is niet zozeer kijken op het moment dat je naar iets op zoek bent om over te schrijven, maar zodra je iets opvalt dat bruikbaar is, het in je opschrijfboekje noteren voor later. Nieuwsgierig blijven is hierbij het devies.

Opmerken van opluchting

Als je iemand – zelfs jezelf! – kent en opluchting opmerkt, ga dan eens de lichaamstaal en de mate van (zichtbare) opluchting na. Hoe strookt dit met wat je weet dat deze persoon aan spanning of stress los kan laten? En ook: waarom is hier sprake van spanning? Wat zit er achter deze reactie die dat heeft veroorzaakt? Ging het over het verschil tussen wel of niet op vakantie kunnen gaan en daarmee een droom verwezenlijken? (Yes, mijn banksaldo blijkt bij het controleren hoog genoeg om te kunnen boeken!) Ging het om iets waar veel van af hangt? (Ik heb de trein gehaald die me op tijd naar mijn belangrijke sollicitatie brengt.) Of is er gewoon iets fijns gebeurd, waar je misschien een (kleine) teleurstelling had verwacht? (Ja, ik heb het cadeau gekregen wat ik graag wilde, niet zomaar een goedbedoelde cadeaubon!)

Met andere woorden: kijk of er ook mogelijke verwachtingen in het spel zijn geweest. Daar kan je op een later moment gebruik van maken voor je omschrijvingen. Vergeet ook niet dat niet iedereen hetzelfde op situaties reageert: gebruik die verschillen in je voordeel om de situatie van opluchting die je wil opschrijven zowel uniek als passend te maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.
Foto door Thomas Le via Unsplash.

Het beste halen uit therapeutisch schrijven

Het ‘van je af schrijven’, welke schrijver heeft het niet gedaan? Voor veel mensen is het zelfs de reden om aan schrijven te beginnen. Dus dan begin je met je autobiografische roman. Of toch met therapeutisch schrijven? In de komende blogposts leer je over de verschillen en waar je rekening mee moet houden. Deze week het hoe en wat van therapeutisch schrijven.

Starten met verwerken als je iets van je af wil schrijven

Ik schreef vorige week dat je soms moet stoppen met schrijven als de emoties te veel worden. Eerst verwerken en dan schrijven is het devies, ook als je schrijven als middel voor verwerken gebruikt. Daar bedoel ik mee: probeer eerst in zekere mate te bepalen wat je precies wil of moet verwerken. Iets van je afschrijven gaat vaak beter met een doel voor ogen dat (enigszins) concreet is.

Vaag doel(meer) concreet doel
Ik wil van de emotionele pijn afIk wil niet meer geloven dat ik waardeloos ben nadat mijn emotioneel mishandelende partner me dat heeft wijsgemaakt gedurende tien jaar huwelijk.
Ik wil het achter me latenOver zes maanden – als mijn eerste versie hopelijk af is- is mijn eerste gedachte ’s ochtends niet meer wat er is gebeurd, maar wat de volgende mooie dag gaat brengen.
Ik wil vrede sluiten met mijn verledenIk wil de boosdoeners uit mijn verleden niet meer de hel toewensen, maar voor mezelf inzien waar ik ondanks alles kracht uit heb kunnen putten.

De reden dat je hiermee moet beginnen is omdat als je écht nog niets verwerkt hebt, er hoogstwaarschijnlijk niets anders uit je pen komt dan losse zinnen als “IK BEN ZO GRUWELIJK BOOS!” of een waterval aan scheldwoorden. Dat is niet erg, soms zelfs nodig, maar niet wat (in deze blogpost) onder therapeutisch schrijven wordt verstaan.
Bovendien is het zo dat je met een concreter doel al voorzichtig begint met verwerken, omdat je door de specificaties ervan al dingen gaat herbeleven. Dan kan je met een soort van show don’t tell die je dan voor je geestesoog afspeelt, sowieso makkelijker woorden vinden. Je bent niet langer alleen heel boos, maar voelt ook hoe je tanden knarsten, je hoofd pijn begon te doen, enzovoorts. Dat is ook praktisch gezien handiger voor het schrijfproces.
Zie je ook hoe je een tijdsdoel kan stellen? Hoewel dat niet hoeft, kan het wel een stok achter de deur zijn om dagelijks achter je bureau te kruipen of om die anders onmogelijke opdracht al wat minder eng te laten lijken. Gek genoeg kan ‘Ik wil ooit een boek schrijven’ soms onmogelijker klinken dan: ‘Ik wil over zes maanden mijn eerste schets klaar hebben.’

Therapeutisch schrijven

Therapeutisch schrijven is eigenlijk heel simpel in zijn definitie. Het is van je af schrijven, zonder dat je ook maar ergens rekening mee hoeft te houden. Er is geen enkele regel voor, want niemand behalve jij gaat het resultaat ooit lezen. Dat is misschien wel de enige echte regel: schrijf met het idee dat het nooit door iemand anders wordt gelezen. Schrijf zoals een kind een dagboek behandelt, met hangslot en al. Als je later wil, kan je altijd nog iemand in vertrouwen nemen. Maar de mogelijkheid dat je dat ooit gaat doen, is al taboe als idee om tijdens het schrijven in je achterhoofd te houden – ‘nooit’ staat hierboven niet voor niks dikgedrukt.
Dat betekent dus ook dat je mag schrijven:

als dit nou es niet gebert was dan weet ik zekurs dat al dat anderen in me leven zo gigantish anders was gelopen dat ik veelste veel meer gelukkig zou zijn geweest

Geen hoofdletters, te veel spaties, geen komma’s of punten en veel en overduidelijke spellings- en grammaticafouten? Geen probleem! Als het zo uit je pen komt, laat je het zo staan. Zoals gezegd leest niemand het ooit na. Mocht je alles later zelf wel teruglezen, dan kan je slordige manier van schrijven een handige weerspiegeling zijn van wat je op je hart had. (Als ik zelfs zekurs schreef, dan was het wel echt erg met me gesteld... gebert?? d/t-fouten zijn tot daar aan toe, maar de ‘u’ vergeten...)

Het gaat erom dat je werkelijk ongeremd mag schrijven als je dat therapeutisch doet.

Starten met therapeutisch schrijven

Als je daadwerkelijk gaat starten met therapeutisch schrijven, kijk dan eens naar je eerder gestelde doelen. Mocht je die niet hebben en niet verder gekomen zijn dan: “IK BEN ZO GRUWELIJK BOOS!”, kijk dan eens of het lukt om die boosheid in een woordenweb te zetten. Welke herinnering komt er naar boven die je zo boos maakt? Waar doet het misschien pijn als je deze boosheid voelt?

Als je merkt dat je in enkele woorden(webben) blijft hangen, kijk dan eens of je ze op volgorde kan zetten. Dan wel in het opzicht van de herinnering -op die betreffende dag werd ik om 12.00 geslagen, om 12.01 voelde ik pijn, om 12.02 voelde ik verdriet- dan wel in het hier en nu: ik voelde eerst boosheid opkomen bij die herinnering, toen begon ik te schelden, nu trilt mijn hand.

Zoals gezegd is er geen verkeerde manier van therapeutisch schrijven, omdat niemand het te lezen krijgt en je het dus nooit fout kan doen. Maar als het een onoverzichtelijke boel blijft in je hoofd, kan het helpen om op deze manier verbanden te leggen of structuur aan je verhaal te geven. Waarschijnlijk is dat ook je doel: een verhaal aan het papier toevertrouwen, dat nog enigszins leesbaar is. Niet in de betekenis van ‘een goed verhaal’ maar wel dat het enigszins een begin, midden en eind heeft, al is het maar in de eindeloze opsomming van ‘en toen en toen en toen en toen’. Dan heb je in ieder geval dit is er gebeurd opgeschreven. Zo voel(de) ik me daarbij of zelfs Zo ben ik ervan gegroeid komt dan later wel. In een volgend stadium of in de vorm van een autobiografische roman.

Over de aandachtspunten van een autobiografische roman dat het doel heeft om iets te verwerken volgt volgende week meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van 👀 Mabel Amber, who will one day via Pixabay

De observerende schrijver: ik zie… luxe

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: luxe.

Opmerken van luxe

Luxe is een apart verschijnsel. Soms kan je het zien: niemand zal ontkennen dat een kroonluchter met diamanten de ruimte een luxe uitstraling geeft. Andere keren is het een gevoel, bijvoorbeeld als je jezelf eens mag trakteren. Je hoeft niet zozeer te weten wat objectief gezien luxe is (is het luxe om drie keer per jaar op vakantie kunnen gaan, of is überhaupt een vakantie kunnen betalen al een luxe?) maar wat luxe uitstraalt of wat luxe kan voelen, of voelt voor jou.
Zodra je denkt: dat is luxe, is dat voor het doel van observeren voldoende en kan je je opschrijfboekje erbij pakken.

Het gevoel van luxe

Niet een definitie, maar het gevoel van luxe is ontzettend bruikbaar voor observeren. Het vrolijke gevoel dat je getrakteerd wordt op iets bijzonders of het gevoel dat je als gepeupel rondloopt in een chique ruimte is goud waard, omdat er heel specifieke emoties bij komen kijken. Denk aan blijdschap, verwondering en dankbaarheid. Maar ook aan ongeloof -positief of negatief- minderwaardigheid of afgunst. Hoe zie of voel je dat bij jezelf of bij anderen als er luxe in het spel is?
Zie je of voel je dat aan lichaamstaal, mimiek of in een manier van praten of woordgebruik?

Omgang met luxe

Luxe staat vrijwel nooit op zichzelf. Vaak is er iemand bij die een ander bedient of een gunst aan iemand verleent, of wordt er samen genoten van die luxe om er samen een dagje op uit te kunnen gaan na een moeilijke periode. Als je van een afstandje luxe kan observeren, kijk dan eens wat de reacties van andere mensen zijn.

Denk aan dingen als:

  • Zie je een rijk persoon die de luxe heeft om een assistent te hebben? Is diegene aardig tegen de ondergeschikte of juist niet?
  • Zeggen de mensen iets waaruit blijkt dat ze luxe ervaren of beseffen dat ze zich in luxe positie bevinden? “Wat een mazzel dat we die spaaractie hadden voor goedkope dierentuinkaartjes. Nu kunnen we er eindelijk samen op uit.”

Soms lees je veel af aan de manier waarop iemand luxe (niet) opmerkt door de manier waarop ze zich door de ruimte bewegen. Waar de ene met open mond die dure kroonluchter in de hotellobby bewondert, loopt de rijkaard meteen door naar zijn kamer, zonder die versiering op te merken: die is er thuis ook. Maar de gast die heel wat minder gewend is, zal misschien al te bang zijn om binnen te komen: stel dat het peperdure tapijt door diens toedoen vuil zou worden…  

Als je iets luxe ziet

Schrijf op waarom de luxe je als zodanig opviel. Kijk of er iemand in de buurt is en probeer te peilen in hoeverre diegene zich van dezelfde luxe bewust is. Schrijf op waaraan je (dat gebrek) eraan ziet en ook wat voor mogelijke verklaring daarvoor is. Is het een kwestie van gewenning aan luxe? Waarom denk je dat? Door de manier waarop iemand zich beweegt, kleedt of gedraagt?
Of denk je dat iemand een gat in de lucht springt bij iets luxe omdat de kleding wat versleten is? Bedenk dan: is dat de oorzaak (‘voor iemand die arm is, is iets al snel luxe’) of zou het ook iets anders kunnen zijn (je gaat niet op je paasbest naar buiten als je onderweg bent naar een moddergevecht)?

Misschien is iemand wel doodmoe van een lange reis en heeft diegene bijna letterlijk alleen maar oog voor het aankomende bed. Dat is de crux van goed observeren: met de ogen half gesloten en de aandacht ergens anders, kunnen er mooie dingen zomaar aan je voorbij gaan 😉.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dieter Blom verkregen via Unsplash.

Op deze momenten moet je een schrijfpauze nemen

Schrijven is fantastisch, daar zijn wij schrijvers het over eens. Maar je moet er af en toe een pauze van nemen. En dat heeft verschillende redenen. Soms moet je stoppen met schrijven voor je goed en wel begonnen bent, soms als je midden in een schrijversflow zit en soms omdat schrijven nu eenmaal niet altijd makkelijk is. In deze blogpost zet ik de verschillende redenen op een rij waarom een pauze nemen van schrijven in je voordeel kan werken.

De eerste sprint van enthousiasme

Als je inspiratie hebt voor een nieuw verhaal, is de goede zin meestal niet ver weg. Voor je het weet, ben je honderden woorden verder. Maar er zit een keerzijde aan die eerste sprint van enthousiasme. In je hoofd klinkt het waarschijnlijk ongeveer iets als:
“O wauw, ik heb echt een fantastisch idee! Ik ga schrijven over de kunst in het Louvre waar ik zo van onder de indruk was tijdens ons weekendje Parijs. Ik heb goed opgelet, ik weet de details van de mooiste werken nog en ik ga zorgen dat de lezer net zo’n sensationeel gevoel krijg als ik had”
En hop, daar ga je, tikkend met topsnelheid. Niet veel later heb je zeshonderd woorden aan sfeeromschrijving. Maar als je het een week later terugleest, blijkt het een grote infodump te zijn: het verhaal gaat nergens heen, je komt niets over je personages te weten… Met honderdvijftig woorden had deze scène ook volstaan. En de mooie Mona Lisa is in plaats van indrukwekkend eerder slaapverwekkend, omdat je maar blijft doorgaan en doorgaan over ieder spatje verf waaruit ze bestaat.

Bij de eerste sprint van enthousiasme moet je ervoor zorgen dat je bijna meteen even op de rem trapt. Schrijf net genoeg op wat de kern van je inspiratie weerspiegelt en welke toon dat in de tekst moet krijgen.
Stop dan even om op te schrijven wat behalve dat enthousiasme nog meer de basis van het verhaal moet vormen. Denk aan dingen als een verhaalthema, plottwists, specifieke scènes die je misschien al voor je ziet. Schrijf dat puntsgewijs op in je opschrijfboekje of zelfs op een kladblaadje.
Het lijkt verleidelijk om in turbostand te beginnen, maar tenzij je een kort verhaal schrijft, betekent dat vaak alleen maar dat je later duizenden woorden moet schrappen. Al stel je de schrijversflow maar tien minuten uit om de basis vast te stellen, dat kan al voldoende zijn. Maar maak geen valse, te snelle start.

De emotionele lading

Veel mensen schrijven om iets van zich af te schrijven, voor het therapeutische aspect. Dat is een prima manier om iets te verwerken, maar weet wanneer je even een pauze moet nemen. De kans is het grootst dat je even door je emoties wordt ingehaald als je autobiografisch schrijft, maar ook in fictie komen er vervelende scènes voorbij, waar de vervelende momenten van je personages ongemakkelijk veel gemeen hebben met iets wat je zelf hebt meegemaakt.
Het is prima om dóór te schrijven als je voelt dat er nu echt even iets uit moet. De grens is bereikt op het moment dat je lijf op de alarmknop drukt (denk aan buikpijn, trillende handen enzovoorts ) en zegt dat je moet stoppen. Als je tranen voelt opkomen, stop dan om die te laten lopen. Iets verwerken en ècht laten loskomen, is belangrijker dan die ene mooie zin die je hoopt te vinden. Echt waar. Wees lief voor jezelf. En de kans is bovendien groter dat die mooie zin alsnog komt als je de emotionele blokkades hebt opgeruimd door even flink te huilen, of te gaan wandelen, te douchen… Wat ook maar voor jou werkt als je lijf in opstand lijkt te komen.

De innerlijke voorlezer staat aan het roer

De innerlijke voorlezer kan een geweldig gevoel van een schrijversflow met zich meebrengen en oprecht mooie teksten opleveren. Een voorwaarde is wel dat jouw voorlezer ook echt een voorlezer blijft, niet een persoon die de tekst letterlijk voor je gaat dicteren en op de zaken vooruitloopt. Stel dat je hebt geschreven:

Het bloemenveld stond er kleurrijk bij en de geuren kondigden de lente aan. En je innerlijke voorlezer maakt daarvan:
Het bloemenveld schitterde in alle kleuren van de regenboog en de zoete geuren beloofden een prachtige lente.

Daar is vooralsnog niets mis mee, maar dan moet de volgende zin worden geschreven. Meestal ga je als vanzelf verder met de toon – of intensiteit, zo je wil- van de tekst waarmee je al bezig bent of bij die de al bestaande tekst past. Als je innerlijke voorlezer zodanig sterk is dat die niet alleen aanwezig is bij het teruglezen van een tekst, maar ook tijdens het schrijven, dan is een pauze noodzakelijk. Lees de betreffende blogpost voor wat tips over hoe het aandeel van de innerlijke voorlezer op je tekst kan verminderen. Je kan dan nog wel verdergaan met schrijven, maar zorg dan wel dat het een stuk tekst is waarbij je innerlijke voorlezer de mond dicht kan houden.

Als je gaat opsturen

Of het nu gaat om een manuscript opsturen naar een uitgever, een scène voor je proeflezers of een inzending voor een schrijfwedstrijd, laat je tekst altijd een paar dagen liggen zonder ernaar te kijken. Dan merk je niet alleen eventuele spelfouten op die in je blinde vlek zitten op het moment van typen. Met frisse blik zie je vaak ook welke zinnen of scènes wegkunnen of nog missen. Het is jammer om iets op te sturen en daarna slechte feedback of soms zelfs geen antwoord te krijgen vanwege opvallend veel (spellings)fouten of gaten in je verhaal die je had kunnen vermijden als je de tekst later nog een keer had gecontroleerd. Voor het beste resultaat laat je een tekst minstens twee volle dagen rusten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ashley Kirk verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie een man in pak

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: de man in pak.

Feiten van een man in pak

Een pak draag je als je respectabel en goed voor de dag moet komen: vrijwel niemand loopt er voor zijn plezier in rond. Het heeft ook een imago van stand en luxe, dus je oogt al snel belangrijk als je deze kleren draagt. Draagt iemand een pak, dan kun je er dus op rekenen dat diegene om wat voor reden dan ook belangrijk of respectabel moet of wil lijken. Welke van deze twee werkwoorden het beste past, is iets om in gedachten te houden voor de volgende fase van observatie.

Aannames bij een man in pak

Iemand in pak lijkt dus belangrijk, maar is dat wel zo? Een sollicitant kan een pak dragen voor die ene hoge functie bij de bank, maar hij kan ook de directeur zijn. Je kan ook een pak dragen voor een bruiloft, waar status geen rol speelt, maar de kleding juist het belang van een speciale dag moet benadrukken.

Hoewel een pak nog altijd een zekere gewichtigheid uitstraalt, zijn er alsnog een handjevol redenen om een pak te dragen die qua sfeer en setting weinig met elkaar te maken hebben. Schrijf eens op wat jouw aannames zijn. Denk jij het eerst aan een bankdirecteur of aan de vader van de bruid? Noteer ook wanneer een pak misschien nog meer gedragen kan worden met de associatie die jij bij het dragen van een pak hebt. Observeren en associëren zijn elkaars beste vrienden. Roep hun hulp in om je creativiteit te laten stromen.

Clichés van een man in pak

Volgens het cliché is een man in pak, stijf, afstandelijk en heeft hij een opgeblazen ego. Maak van deze bankdirecteur nu eens een andere directeur van een bedrijf dat je niet meteen met stijf en gemeen associeert, zoals een pretpark of een snoepjesfabriek. Merk je dat je dan ineens heel anders naar deze man gaat kijken? Vaak zijn eerste indrukken flinterdun: verander er iets kleins aan en een beeld kan compleet op zijn kop worden gezet. Schrijf alles op wat je vooroordeel over de ‘baas in pak’ verandert en hoe makkelijk dat (niet) gaat.

Als je een man in pak ziet…

* trek hem dan voor je geestesoog iets heel anders aan.
Bijvoorbeeld een tuinbroek met klompen, of slobberige bankhangerskleren. Of geef hem enkel zijn ondergoed aan, zodat kleding in geen enkel opzicht nog iets over hem zegt.

* observeer met name zijn gezicht en houding.
Details van uiterlijkheden brengen vaak bepaalde associaties met zich mee. De houding spreekt vaak boekdelen: iemand die onderuit gezakt in een stoel zit, komt minder professioneel over als iemand die altijd een kaarsrechte houding heeft. Maar denk ook aan dingen als: ‘Een opvallend krachtige kaak past bij iemand met gezag.’  of ‘Een wat losser kapsel maakt de uitstraling als vanzelf vriendelijker. ’

Kijk eens of de man die je ziet iets aan zijn uiterlijk heeft dat je meer over hem lijkt te vertellen.

Probeer die bevindingen vervolgens te combineren. Past een tuinbroek inderdaad beter bij deze man met ruwe handen, of lijkt zijn strakke blik toch echt te passen bij de strenge bankdirecteur? En waarom?

Zo ga je van simpele observaties al naar een begin van je eerste personageschets.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Foto door Hermes Rivera via Unsplash.

Nog meer manieren om met je verhaal te starten

Zoals je vorige week kon lezen kan je je verhaal starten vanuit een idee voor een plot, personage, sfeer of de toon. Maar daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Deze week kijken we naar nog meer inspiraties voor het starten van een interessant boek.

Schrijven vanuit een moraal

“Vertrouwen in mensen is goed.” “Liefde wint altijd.” “Geld maakt niet gelukkig.” “Denk eerst aan anderen, dan pas aan jezelf.” Een enkele leus kan zomaar het begin zijn van een compleet verhaal dat dit standpunt moet benadrukken.

Als je een moraal als uitgangspunt neemt voor je boek, let dan heel goed op het verschil tussen verhaalthema en moraal. Helaas is de moraal de radicaalste van de twee, omdat die het sterkst aanwezig is als dat je uitgangspunt vormt en ook omdat het radicaal mis kan gaan als je het moraal te dik erbovenop legt. Dat heeft twee redenen.

“Wat is de moraal van het verhaal?” Dat klinkt als een clichéuitspraak, nietwaar? Als je hele boek leunt op een uitgangspunt dat uitgaat van iets dat clichégevoelig is of zelfs helemaal een cliché is, dan is de kans groot dat het erg geforceerd overkomt en niet fijn meer leest. In tegenstelling tot een verhaalthema, waar je boodschap of uitgangspunt meer geleidelijk in het verhaal verweven is.
Als je uitgaat van een moraal, moet je extra alert zijn op de clichés die dat met zich meebrengt. Zowel in het plot, als de verhaallijn, als wie de hoofdpersonen zijn en nog veel meer.

Een moraal is bovendien ook gevoelig voor normen en waarden. Stel dat je verhaal is: “Mensen met macht zijn niet te vertrouwen.” Dan is de kans groot dat je mensen met macht bijna als vanzelf als lezerspubliek verliest. Dat hoeft niet erg te zijn: ieder boek heeft zo zijn doelgroep, en dus ook mensen die daar buiten vallen. Maar het is wel vervelend als je een doelgroep om de verkeerde redenen (onbedoeld) uitsluit. Je zou met bovenstaand moraal maar uitgaan van het idee dat macht hebben en macht willen hetzelfde is… Dan mis je belangrijke nuances, waar je verhaal inhoudelijk niet beter op wordt. Vergeet niet dat normen en waarden nooit feitelijk vastliggen. Iemand kan andere, zelfs gestoorde normen en waarden hebben, maar mensen zijn nu eenmaal zeer verschillend.
Als je een moraal als uitgangspunt neemt, vergeet dan niet dat jouw persoonlijke waarheid van die van anderen kan verschillen. Je zal hier en daar het moraal iets meer moeten nuanceren of verschillende invalshoeken ervan moeten geven om te voorkomen dat je verhaal eentonig, cliché of het pleidooi van een moraalridder wordt.

Doel van informeren of introduceren

Of het nu om het introduceren van geschiedkundige feiten gaat, of om het verlangen om te willen schrijven hoe het is om met een minderheidskenmerk te leven, soms heeft het verhaal als voornaamste doel of inspiratie om een kijkje in de keuken te geven. “Ik ben gek op Brazilië, dus daar laat ik mijn verhaal afspelen, zodat mijn lezers met dat land kennis kunnen maken.” “Ik wil mijn lezer meer vertellen over de Tweede Wereldoorlog, dus speelt mijn verhaal zich daar af.”
“Er is weinig kennis van een bipolaire stoornis bij het grote publiek, dus mijn hoofdpersonage heeft daarmee te maken. Dan kan ik bewustzijn kweken.”

In dit geval heb je twee sleutelwoorden: afbakenen en onderzoeken.

Als eerst moet je afbakenen wat je de lezer wil vertellen. Stel jezelf de vraag: als de lezer iets moet onthouden of moet leren, wat is dat ene iets dan?
* Dit is de mooiste plek van Brazilië en wel hierom
* Wat de gruwelen van de concentratiekampen tijdens WOII waren en hoe grootschalig dat was
* Hoe iemand met een bipolaire stoornis in het dagelijks leven daar (geen) hinder van ondervindt.

Doe hier vervolgens serieus onderzoek naar en ook vooralsnog alleen hiernaar. Voor je het weet, ga je ook onderzoek doen naar bepaalde belangrijke veldslagen, de Lonely Planet Brazilië top 10 en de statistieken voor geslaagde Tinderdates van bipolaire mensen. Maar vergeet je basis niet. Je kan later altijd nog andere dingen toevoegen, maar als je in de eerste fase al eindeloos gaat vertellen en onderzoeken krijg je een infodump van informatie en mogelijkheden en wordt je boek te breed voordat de eerste letter op papier staat.
Als dat ene element wat je lezer mee moet nemen, stevig staat, volgt de rest vanzelf. Maar in de beginfase is het handig om bij dat ene te blijven, zodat je ook de voeling houdt bij wat de essentie van je verhaal vormt. Dat maakt schrappen in een later stadium namelijk vele malen makkelijker. Zo weet je bijvoorbeeld dat je als je moet kiezen tussen een scène waarin je een concentratiekamp omschrijft, of waarin een relatief willekeurige Nazi burgers mishandelt, je moet kiezen voor de eerste.

Herinneringen verwerken / veranderen

Deze inspiratie uit zich vaak in een autobiografie of met een roman met elementen daarvan. Je wil immers iets wat je zelf hebt meegemaakt op papier zetten. Misschien wil je een nare gebeurtenis uit je leven een goede afloop geven, al is het maar op papier. Het belangrijkste startpunt bij dit soort verhalen is om te bedenken in hoeverre je waarheidsgetrouw wil of zelfs kan blijven. Behandel je idee als een fantasyverhaal waar je de worldbuilding nog voor moet beginnen. Oftewel, bepaal de wetten van wat er kan of mag in je boek: wat zijn geheimen van mezelf of anderen die ik in dit verhaal prijs ga geven? Is dat wel oké, of tot op welk punt? Moet de lezer geloven dat alles echt gebeurd is of mag er gerust een fictief tintje aan het verhaal zitten? Vergeet hierbij ook niet de regels rondom het schrijven van een persona. Als je een bestaand persoon ook op papier in je verhaal terug laat komen, dan dien je die ook aan te passen. Dat kan ervoor zorgen dat er ook dingen inhoudelijk anders verlopen. Bedenk ook hier wat een lezer absoluut mee moet krijgen en schrijf alles daar verder omheen, met de bijbehorende ethische beslissingen rondom (auto)biografisch schrijven in het achterhoofd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Yoann Siloine via Unsplash.