Wat als je personage ergens mee worstelt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ergens mee worstelt?

Je personage heeft een bepaalde gedachtegang of worstelt ergens mee. Dat wordt nog ingewikkelder omdat de buitenwereld daar een mening over heeft. Dat zorgt ervoor dat je personage zich suf piekert of helemaal met zichzelf in de knoop zit. Dat kan een plot op slot zetten, dus wat doe je dan?

Het probleem in kaart brengen

Breng als eerst de oorzaak van deze worsteling in kaart. Je personage kan bang zijn om verstoten te worden uit zijn sociale kring om wat het vindt of wil: “Ik wil niet doorstuderen, terwijl ik uit een familie met dokters kom.” Of vanwege iets wat het is: “Ik moet uit de kast komen in een conservatief milieu.”
Geen van beide situaties is makkelijk, maar maak wel voor jezelf duidelijk welk van de twee het is. Het is een enorm verschil om te bedenken dat jij in je hele zijn verkeerd bent en er nooit ergens bij hoort of om te bedenken dat ‘ieder zo zijn mening heeft’. Ook al is dat laatste oorzaak van een knallende ruzie, in “Ik heb gelijk”, – terecht of niet- schuilt nog eigenwaarde. “Ik mag er niet zijn” toont een gebrek daaraan. Dat zijn compleet verschillende verhaalinvullingen.

De omgeving betrekken

Het maakt veel uit wat de omgeving van je personage is, hoe je personage die ziet en hoeveel zeggenschap die heeft. Het zou zomaar kunnen dat je personage een doemscenario voor de geest haalt, terwijl dat helemaal niet nodig is. Misschien komt er wat minder conflict dan verwacht, of zelfs helemaal geen. “Ach joh, dan word jij toch gewoon de eerste fietsenmaker in de familie?” Andere keren moet je personage de omgeving juist niet onderschatten. Als je homoseksueel bent in Saoedi-Arabië, kan je de omgeving beter het nadeel van de twijfel geven als het om het uit de kast komen gaat.
Kijk ook hier welke van de twee scenario’s aan de orde is. Een ander scenario betekent ook een andere verhaallijn en een andere persoonlijke personageontwikkeling.

In beweging komen

Wat er ook precies speelt, je personage moet op een bepaald moment ophouden met piekeren. Met piekeren kom je niet in beweging en dat is essentieel voor een verhaal. Dit kan je op verschillende manieren doen.

* Laat je personage door de zure appel heen bijten en een beslissing nemen (welke dan ook), ook al durft hij niet goed. Dat werkt goed om van hem een interessante held te maken.
* Geef hem een goede vriend om hem bij te staan en die waar nodig een schop onder het achterste geeft.
* Bied een uitweg: als je nu op vakantie gaat met je vrienden, heb je drie weken langer om te bedenken of je dat moeilijke gesprek aan wil gaan. Houd hierbij wel in de gaten dat dit slechts uitstel van executie betekent. Als die vakantie over is, moet hij toch weten of hij dat gesprek wel of niet wil voeren. Een belangrijke voorwaarde is dat hij tijdens de vakantie iets heeft gedaan, geleerd of beseft wat hem helpt een beslissing te nemen. Het piekeren mag niet weer van voren af aan beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De autobiografie en je eigen beleving

In een autobiografie schrijf je je eigen levensverhaal. Daardoor kan het lijken alsof je alles over je leven op mag of op moet schrijven voordat het interessant is. Dat is niet zo: je moet een goed verhaal hebben. Hoe werkt dat met een autobiografie?

Het onderwerp van je autobiografie

Ik schreef in deze blogpost al dat je bij een autobiografie je onderwerp moet kiezen. In zekere zin is iedereen namelijk meerdere mensen tegelijk. Je bent bijvoorbeeld niet alleen een leraar, maar ook een broer, echtgenoot en een immigrant. Zodra je over je leven als leraar gaat schrijven, geeft dat heel andere dingen om over te schrijven dan wanneer je schrijft over je ervaringen met migreren. Bepaal je hoofdonderwerp dus voordat je begint met schrijven.

Jouw waarheid of jouw beleving?

Als je autobiografisch schrijft, doe je dat vanuit jouw beleving. Je schrijft hoe jij iets hebt meegemaakt, of hoe het is om zijnde X in het leven te staan. Bedenk vooraf of jij voornamelijk je ervaringen wil delen met de wereld, of ook (subtiel) wil laten doorschemeren dat jij iets weet wat anderen niet weten. Dat hoeft niet meteen iets te zijn als: “Ik weet hoe ik een bedrijf moet runnen, in mijn levenswerk zet ik mijn werkwijze uiteen.” Soms kan het zo subtiel zijn dat je het zelf niet eens beseft. Je kan de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen:
Is de volgende stelling op mijn autobiografie van toepassing?


Ik heb X meegemaakt, dus ik weet hoe het is om….

Zo nodig kan je ‘meemaken’ vervangen door ‘zijn’ of ‘hebben’. Je krijgt dan voorbeelden als:

* Ik heb de oorlog meegemaakt, dus ik weet hoe het is om honger te lijden;
* Ik heb een universiteitsdiploma, dus ik weet wat hoe het is om hard te studeren;
* Ik ben gehandicapt, dus ik weet hoe het is om lichamelijk zwak te zijn.

Als je deze stellingen afzonderlijk leest, dan neem je waarschijnlijk aan dat dat wel moet kloppen. Maar hoe zit het dan met:
* de hoge pief die vanuit zijn ivoren toren de oorlog gade kan slaan, zonder ooit op voedselbonnen over te hoeven gaan?
* een uitzonderlijke studiebol zoals Stephen Hawking, die zelfs een zeer ingewikkelde studie met twee vingers in de neus kon volgen?
* de gemiddelde paralympiër?

Ja, dit zijn eerder uitzonderingen dan de regel. Maar je moet wel beseffen dat je altijd van de waarheid van je personage uit moet gaan, en niet van een algemene aanname. Zeker niet bij een autobiografie. Je kan beter deze stelling nastreven:

Ik heb X meegemaakt. Zo is dat voor mij (geweest).

Je staat niet onder ede, dus je hoeft ook niet dé waarheid te verkondigen.

De risico’s van waarheid als uitgangspunt

Als je je persoonlijke ervaringen als de zuivere waarheid beschouwt kan je arrogant gevonden worden. Maar wat vanuit schrijversperspectief misschien nog wel belangrijker is: je verhaal wordt er vreselijk saai van. Of beter gezegd: dan heb je geen verhaal. Tenzij je iemand als Elon Musk of Jeff Bezos bent, zullen je lezers je niet geloven als je beweert dat je dé waarheid in pacht hebt als je schrijft over het runnen van een succesvol bedrijf. Ze zullen je waarschijnlijk arrogant vinden. (En zelfs als je Musk of Bezos bent, is dat laatste niet uitgesloten…)

Ik heb geen boeken over deze mannen gelezen, ook al weet ik dat ze er zijn. Maar ik kan me voorstellen wat er in die boeken staat, om ze interessant te maken:
* een deel van de jeugd;
* hoe de liefde voor uitvinden / zakendoen is ontstaan;
* de eerste stappen van het bedrijf;
* de tegenslagen die zijn doorstaan (het centraal conflict).

Deze elementen moeten betrekking hebben op de persoonlijke omstandigheden of belevingen van Musk of Bezos.
Anders hou je het bij feiten en dan heb je geen boek, maar eerder een artikel met een titel als: ‘Met deze tien stappen bouwde Bezos zijn Amazonimperium.’ of een zakelijk rapport.

Een boek wordt niet interessanter door de hoofdpersoon zelf, maar vanwege de belevenissen die de hoofdpersoon meemaakt. Dáárom wordt om het even welk boek waarin een persoon/personage centraal staat (met plezier) gelezen.

Je hoeft niet hier geen imperium van te hebben voordat je iets interessants te melden hebt.

Waarom lezen we?

Lezen over een ander persoon geeft een kijkje in een andere wereld. Je kan met een persoon meeleven, emoties voelen en in spanning zitten, zonder dat jou iets overkomt. Zo ga je met ridder mee op avontuur om een draak te verslaan. Je voelt dezelfde adrenaline vóór het gevecht en dezelfde trots als de draak is verslagen. Maar je loopt niet het risico om geroosterd te worden. Lezen is dus eigenlijk emoties beleven zonder fysieke of doorlopende risico’s. Maar om die emoties te voelen, moet je wel met een personage mee kunnen leven. En daarvoor moet je hem eerst leren kennen. En dat lees je altijd in een goede (auto)biografie. Want daarin zitten altijd:

* belangrijke elementen van de personagebiografie;
* een centraal conflict, en het verlaten van een comfortzone;
* het wordt duidelijk wat de angst is van je personage

enzovoorts.

Zo kan je met een persoon mee gaan leven en wordt iemand als Musk in plaats van een soort onsterfelijke God plotseling ook weer een gewoon mens. Dan gaan lezers zich meer identificeren met mensen die mijlenver van hen en hun manier van leven afstaan. Precies zoals je ook al voorkomt dat je hoofdpersonage een Mary Sue wordt. Zo wordt een biografie over Jeff Bezos veel meer en veel interessanter dan dat eerder genoemde korte artikel. En daarom worden dat soort (auto)biografiën ook daadwerkelijke bestsellers. Mensen weten diep vanbinnen best dat het lezen van zo’n (auto)biografie je niet meteen een handleiding voor absurd rijk worden geeft. Nee, ze willen de spanning en sensatie van een verháál.

Dat betekent dus ook dat je geen Bezos of Musk hoeft te zijn om genoeg materiaal te hebben voor een autobiografie. (Gelukkig maar 😉 ) Je moet er alleen voor zorgen dat je lezers met jouw persoonlijke beleving gaan meeleven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage vakantie heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage vakantie heeft?

Je personage kan op vakantie gaan of een verre reis maken. Heerlijk even lekker ontspannen, niets hoeft. Maar als schrijver moet je het verhaal wel aan de gang houden. Hoe doe je dat als je je personage even rust wil gunnen?

Nieuwe plek

Op een nieuwe plek let je veel meer op je omgeving dan normaal. Omdat alles zo anders is, let je veel meer op details en dringt er meer tot je door. Dat geldt ook voor je personage. Een nieuwe omgeving is een goede aanleiding om zintuigelijke waarnemingen goed uit te werken. Dan wordt je tekst heel beeldend en levendig, ook al gebeurt er niet veel meer dan dat je personage lekker ontspant. Het geluid van zwemmende kinderen, het gevoel van zon op de huid, de geur van chloor in een zwembad. Zelfs in een simpele setting is er dan plotseling genoeg te ontdekken. 

Iemands ideale vakantiebestemming kan het een en ander verklappen over wat voor persoon het is. Vergelijk de actieve sporter die gaat bergbeklimmen in Nepal met de middelbare Bourgondiër die liever in Zuid-Frankrijk geniet van een wijntje bij de plaatselijke wijngaard. Dit kan een subtiele, maar duidelijke show don’t tell zijn over je personage. Of draai het om en zet de bergbeklimmer in een resort en de Bourgondiër in een oerwoud. Wat gebeurt er dan, of wat doen ze dan? Dat kan ook veel over je personage zeggen, of het plot een interessante wending geven. 

Wat als het fout gaat?

Heb je ooit een vakantie gehad waarin helemaal niks foutging? Geen verregende dagen, geen bloedblaren na het wandelen, geen jetlag, autopech, verloren opladers, urenlange wachtrij bij een culturele attractie, lekke opblaaskrokodil, zonverbrande huid, tegenvallend eten, geen…Precies. 

Er gaat hoe dan ook altijd iets (kleins) fout in de vakantie van je personage. Dat biedt een schat aan informatie. Hoe gaat je personage om met onvoorziene omstandigheden of tegenslagen? Je vakantie hoort een periode te zijn waarin alles fijn is. Als uitgerekend dan dingen in de soep lopen, kan je daar chagrijnig van worden. Terecht, maar er zit een verschil in even mokken en schreeuwen naar ondergeschikten en hen overal de schuld van geven. Zo kan je een onverwacht donkere kant van je personage leren kennen…

Moet de reis leerzaam zijn?

Ken je het beeld van de cliché wereldwijze backpacker die ‘helemaal verlicht’ terugkomt van zijn reis? Jammer voor hem: hij heeft ongelijk. Je personage hoeft niet meteen een hele andere levensweg in te slaan, als een ander persoon terug te komen van de reis of er iets van leren. 

De reis hoeft absoluut niet wereldschokkend te zijn. De enige voorwaarde die de vakantie van je personage moet hebben is dat de lézer er iets van moet leren: hoe je personage denkt, hoe het plot door deze vakantie anders verloopt of verdergaat, hoe je personage met conflicten omgaat…De vakantie moet een narratieve meerwaarde hebben. Hoe je dat invult, is aan jou. Als jij je werk als schrijver goed doet, dan kan je personage gerust lekker met een cocktail aan het strand luieren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een plot met te veel van het goede: deel 2

Een verhaal kan door een verhaalthema te veel te benadrukken teveel van het goede worden. In deze blogpost schreef ik al een inleiding daarover. Tijd om het geobserveerde in de praktijk te brengen!

Wat kan te veel van het goede veroorzaken?

In de inleidende blogpost kon je al lezen dat er een aantal dingen is dat ‘te veel van het goede’ kan veroorzaken. Dit zijn:
* te veel nadruk en ondersneeuwen;
* veel lange voorbeelden;
* de waarde van de een is belangrijker dan die van de ander.

Laten we ze een voor een langsgaan.

Te veel nadruk en ondersneeuwen

Om te begrijpen hoeveel schade overdreven nadruk aan een verhaal kan geven: stel je dit onaangename scenario eens voor:
Een maand geleden heb je een blauwtje gelopen en nu is een week geleden een geliefd familielid verongelukt.
Als je naar een vriend gaat om even gevoelens te luchten, heeft die het alleen maar over hoeveel liefde je nu wel niet in je leven moet missen. De liefde die je hoopte te krijgen van je Romeo of Julia, maar ook de liefde die je nu niet meer kan krijgen van je bloedverwant.
”Verlies van liefde” krijgt nu alle aandacht, maar jij komt bij je vriend vanwege rouw.
Je kan -met recht- zeggen dat liefdesverdriet ook een vorm van rouw is. In principe is daar dus weinig mis mee. Maar als de vriend op een bepaald punt blijft hangen in wanneer jij nou ein-de-lijk weer eens een romantische relatie krijgt en hopelijk ooit nog iemand tegenkomt die je soortgelijke liefde kan geven als je overleden familielid je gaf, dan krijgt (gebrek aan) liefde veel meer aandacht dan de pijn van rouw waar het jou op dat moment om gaat.

Als ieder subplot en ieder (sub)personage hetzelfde verhaalthema doormaken wat er duimendik bovenop ligt, wordt het eigenlijke thema ondergesneeuwd, of verliest een belangrijk thema zijn waarde, omdat het niet meer duidelijk genoeg terugkomt om nog een standpunt mee te kunnen maken.

“Een badeendje in bad is leuk” is niet meer zo’n handig standpunt als je bad er vervolgens zo uitziet 😉
Foto door Andrew Wulf op Unsplash

Geef dus genoeg – en niet méér dan – nodig is om je standpunt mee te maken om te voorkomen dat je boodschap ondergesneeuwd wordt.
Het is te veel van het goede als je iets herhaalt om te herhalen. Herhaling is niet altijd verkeerd, maar wordt onnodig zodra je eerdere standpunt(en) al stevig genoeg is/ zijn om een duidelijk punt mee te maken.

Te lange voorbeelden

Als je acht van de tien hoofdstukken gaat wijden aan een intense scène in de slaapkamer, heb je meer dan duidelijk gemaakt dat er een vonk is. Maar als je dan in de overige twee hoofdstukken de personagebiografieën, plottwists, het centraal conflict en al die andere belangrijke verhaalelementen moet gaan verwerken, dan heb je daar te weinig ruimte voor en komen ze niet meer over.
Waarom is die vonk er? Omdat die twee mensen karaktertrekken gemeen hebben? Een gezamenlijke hobby? Dezelfde politieke overtuigingen? Dat weet de lezer niet. Dat weten de personages zelf niet eens, want het wordt bijna letterlijk tussen de regels door genoemd. Dan is niemand zich daar bewust van. Je hebt dan geen verhaalthema meer. Zelfs niet als dat in dit voorbeeld passie of lust zou zijn. Dan wordt het een feit, een gegeven, maar geen thema.
Een verhaalthema wordt (subtiel) in de tekst verweven en ligt er niet duimendik bovenop.
Een thema is onderdeel van de inhoud, niet de inhoud alleen. En om het goed te doseren, moet je het kort of duidelijk houden waar dat kan. Uiteindelijk kom je zo weer uit op de oude vertrouwde regel: schrijven is schrappen.
Als je te lang over iets uitweidt, gaat de diepliggendere laag of zelfs de boodschap van het verhaal helemaal verloren.
Het is te veel van het goede als je iets wat al duidelijk is gaat uitbreiden omwille van zogenoemde diepgang. Diepgang is fijn, maar daar kan je je ook in verliezen. Soms moet je ook ‘gewoon’ een duidelijk standpunt (kunnen) maken.

De waarde van de personages

In een verhaal heb je altijd een hoofdpersoon en wat personages die minder belangrijk zijn. Aan de hoofdpersoon besteed je als vanzelf meer tijd en aandacht. Maar als je hoofdpersoon en subpersonages qua thema precies hetzelfde doormaken en je daarbij duidelijk wil maken dat het een terugkerend iets is, moet je goed opletten of de verhoudingen kloppen. Als je dat niet doet komt hij niet goed over, of werkt hij zelfs averechts.

Het voorbeeld hiervan is de verboden liefde in Anna and the king.
Anna en de koning zijn verliefd, maar zij geven er niet aan toe. Dat levert verdriet op, waar de film heel veel aandacht aan besteedt. Terecht levert dat verdrietige momenten op, maar het zegt ook heel veel dat op het moment dat Tuptim en Ballat publiekelijk worden onthoofd (!!!) om diezelfde reden, dat naar verhouding -in dit geval letterlijk- minstens net zo verdrietig is. Terwijl dat -als je het neutraal bekijkt- tien keer schokkender zou moeten zijn.
Als het echt over het thema onbereikbare liefde moet gaan, moeten de hoofdrollen eerder aan Tuptim en Ballat worden gegeven, in plaats van aan Anna en de koning.
Nu komt het in de film over alsof het verdriet van Anna en de koning belangrijker is. Niet omdat zij ‘toevallig’ de hoofdrollen vervullen, maar omdat er te veel aandacht (lees: te veel van het goede) naar hun verboden liefde toegaat. Dat maakt zowel de personages Tuptim en Ballat als hun – ik zeg het nog maar eens- publieke onthoofding(!!) minderwaardig. Ze zijn inderdaad niet de hoofdpersonen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze als personen als minderwaardig moeten worden behandeld. Maar dat gebeurt wel met deze invulling van het verhaal. Daardoor wordt hun tragische lot gereduceerd tot een middel om een thema onnodig aan te dikken.

Het is teveel van het goede als je personages, plotpunten of andere aspecten van het verhaal gaat reduceren tot een middel om iets anders te kunnen aandikken. Als een van deze elementen de intrinsieke waarde verliest, ga je te ver in je poging iets duidelijk te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage het zwaar te verduren heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage het zwaar te verduren heeft? 

Als je personage veel vervelende dingen meemaakt, houdt dat het verhaal gaande, want je held staat keer op keer weer op. Maar bij langdurige tegenslag kan jij als schrijver soms een weg bewandelen die niet veel meer met het verhaal van doen heeft. 

Het zit ons personage niet mee:

Zijn dochter is getalenteerd violiste en mag auditie doen bij een internationaal vooraanstaand jeugdorkest. Als ze daar wordt toegelaten, is haar muzikale carrière in kannen en kruiken. Maar het gezin kan het zich niet veroorloven om dochter naar de audities in Londen te sturen. 

Met deze reeks aan tegenslagen bestaat de kans dat je de heldenreis anders in gaat vullen om het conflict behapbaar voor je personage te houden. Dan wordt je held een slachtoffer of een romanticus. 

Slachtoffer

Je gunt deze held eigenlijk te veel: je krijgt medelijden met hem en dwaalt daardoor van het plot af. Omdat je personage niet van opgeven weet, start hij een bewustwordingscampagne op internet. “Het elitaire systeem vraagt veel geld voor audities en boort daarmee de kansen van jong talent met minder financiële kansen de grond in. Ik protesteer!” Hij krijgt de aandacht van de nationale media en daar gaat het verhaal over verder. Maar het ging over het muzikale talent van zijn dochter. 

Je personage blijft als een echte held vechten voor zijn zaak. Dat is prima, maar de aandacht verschuift naar een compleet ander onderwerp, alleen omdat jij medelijden hebt met hem. Dat is niet de bedoeling.

Romantische held

Net als het slachtoffer blijft de romantische held vechten voor de zaak. Maar als hij weer een keer valt, bagatelliseert hij dat. Het gezin heeft het geld niet kunnen ophoesten om dochter naar Londen te sturen en ze is nu in tranen. “Dat internationale orkest kan opdonderen met hun hautaine, dure audities in Londen. Maar ze heeft aan mij in ieder geval nog een liefhebbende vader. Ik ga verder zoeken naar andere audities.”

Ook hier verschuift de aandacht op een verkeerde manier: het ging niet om of hij een goede vader was: zijn dochter wilde naar de selectiedag. Dochter huilt bittere tranen omdat ze haar Londense droom in duigen ziet vallen. Vader overromantiseert het vaderschap om het verdriet van dochterlief niet te hoeven voelen. 

Pijn verzachten

Zowel het slachtoffer als de romanticus zoeken hier een andere insteek in hun omstandigheden zodat ze hun persoonlijke pijn kunnen verzachten. Een personage mag dat doen, jij als schrijver mag echter niet zo met het plot aan de haal gaan. Vraag jezelf af: dwaal je af van het probleem omdat het voor jou pijnlijk is om hierover te schrijven, of om de gevoelens van de lezer te sparen? 

Als je voor jezelf de pijn verzacht, geef je personage dan een tegenslag minder. Je personages zijn er niet voor jou, maar voor het verhaal. Voor de lezer hoef je niets te laten, want die leest juist om alles mee te kunnen voelen met je personage en wil niet gespaard worden. En als hij het onderwerp te zwaarbeladen vindt, pakt hij wel een ander boek uit de leeskast. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een plot met te veel van het goede: inleiding

Hoewel je een verhaal overal over mag laten gaan, is het soms belangrijk om te overwegen om iets uit je plot te halen. Dat kan voorkomen dat je verhaal te lang aan gaat voelen, zonder dat er veel aan je personages, schrijftechniek of je eigenlijke verhaallijn mankeert.

Aanleiding van de blogpost

Ik keek laatst uit nostalgie de film Anna en de King, sinds ik hem als tiener voor het laatst zag. Ik kijk er nu heel anders naar. Zo zit er een storende white saviour trope in, en dat zag ik als tiener niet in.
De white saviour trope bewaar ik voor een andere blogpost. Hij staat al heel lang op mijn lijstje, maar ik worstel ermee om daar iets over te schrijven. Ik ben zelf wit en vind daarom dat ik mezelf nog (veel) meer moet verdiepen in schrijven over rassen(voorrecht) voordat ik het recht heb om daar een blogpost aan te wijden.

Nu wil ik ingaan op de lengte van de film. Ik heb namelijk zelden een film gezien waarvan ik ‘achteraf’ bedacht: Wat duurt deze film overbodig lang. De oorzaak? Er zit iets in plot wat er niet in hoort. Niet alleen historisch gezien, maar ook als het gaat om het fictieve verhaal vlot te houden. En een plot onnodig opvullen kan – zo werd mij met deze film nog duidelijker- de kracht van een verhaal verminderen.

Samenvatting Anna and the king

Siam, 1862: Engelse lerares Anna wordt gesommeerd naar het paleis door de koning om zijn oudste zoon Engels te leren. Koning Mongkut wil zich internationaal beter op de kaart zetten en de horizon van de troonopvolger verbreden. Anna ziet vele gewoontes en wetten in Siam waar zij het absoluut niet mee eens is (zoals slavernij). In plaats van haar mond te houden, gaat ze met haar ongenoegen naar de koning. Dat zorgt voor bepaalde wrijving tussen hen beiden, maar ook dat Mongkut sneller politieke en sociale vooruitgang in zijn land doorzet.
Het subplot betreft Tuptim en Ballat. Tuptim is de dochter van een rijke handelaar. Zij wordt aan de koning geschonken als concubine, maar is verliefd op Ballat. Ze ontvlucht het paleis, en gaat vermomd als man naar het klooster waar Ballat inmiddels in is getrokken. Als hun relatie wordt ontdekt, worden ze beiden onthoofd.

Ballat en Tuptim zijn niet de enige die verliefd worden: dat geldt ook voor Anna en Mongkut. Het verhaal van Anna die les gaat geven is waargebeurd, maar die romance tussen lerares en koning is verzonnen: een typisch ‘Hollywoodsausje’. Hollywood’s got to hollywood, maar als het verhaal zodanig vertraagt dat de eigenlijke verhaallijn erdoor wordt ondergesneeuwd, wordt het storend. De romance tussen koning en lerares wordt bijna belangrijker gemaakt dan de politieke onrechtvaardigheid en/of veranderingen in Siam. Zowel verboden liefde als de politieke situatie in Siam wordt al geïllustreerd met Tuptim en Ballat. De 2.5 uur lange film zou minstens een halfuur korter kunnen door de onnodige romance tussen Anna en Mongkut te schrappen.
Waarom moet die romance eruit om de kwaliteit van het verhaal te waarborgen? Er zijn een hoop redenen.

Verhaalthema en de comfortzone verkeerd combineren

Het verhaalthema wil sociale en politieke verandering zijn, maar slaagt daar niet helemaal in. Dat komt omdat het verhaal zijn eigen comfortzone en centrale conflict vergeet. Anna wordt aangenomen als lerares om die verandering in gang te zetten. En omdat ze niet op haar mondje is gevallen, doet ze dat ook. Maar op een bepaald moment lijkt de koning meer te willen veranderen vanwege zijn worsteling met zijn gevoelens voor Anna dan dat hij het voor zijn volk doet. Dan wordt het thema verandering geforceerd, omdat dat nu ‘plotseling’ ook liefde betreft. Dat zijn te veel thema’s voor een verhaal. En te veel ineens willen vertellen betekent ook dat je publiek niet meer tussen de regels door kan lezen of kijken. Dat maakt een film kijken of een boek lezen minder interessant.

Te veel nadruk

De extra romance lijkt ingezet om te bewijzen dat de verandering echt nodig is: als zelfs de koning niet kan liefhebben wie hij wil, dan is het wel heel erg gesteld met bepaalde ‘vastgeroeste’ systemen.
Hebben we dat bewijs echt nog nodig, dan? Je ziet al hoe een koppel publiekelijk onthoofd wordt. Vóór de executie worden ze door het volk ook nog eens met rot fruit bekogeld.
De verboden romance van Anna en Mongkut is een belediging voor die van Tuptim en Ballat. “Het is niet genoeg dat een koppel van relatief lagere kringen wordt onthoofd, om écht te kunnen voelen hoe erg alles is, heb je óók nog de verboden romance van koning en lerares nodig,” lijkt de film te suggereren. (Misschien ook omdat Anna wit is?)
Als iets te veel van het goede wordt, wordt het niet alleen te veel omdat je veel van hetzelfde krijgt. Het risico bestaat bovendien dat je door overdaad iets (anders) minder indrukwekkend maakt dan het was geweest zonder die extra nadruk.

Overdaad schaadt. Het hoofd van je publiek kan erdoor exploderen en het richt schade aan je verhaal. Bovendien kan je vaak ook met een ‘knal’ de klus klaren. Meerdere, zoals hier, is vaak overbodig.
Photo van Luke Jernejcic op Unsplash

Te veel lange voorbeelden

Koning Munkut heeft 58 kinderen, maar een daarvan is zijn favoriet: dochtertje Fa Ying. Zij is onmiskenbaar een darling. Het is een schat van een meisje, dat het goed doet in de les van Anna en ook haar favoriete leerlinge wordt. Fa Ying heeft naast het portretteren van onschuld nog een belangrijk doel. Ze zet Anna weg als een lief moederfiguur en prettige, zachte vrouw. Oftewel: ze dient als springplank om vlinders in de buik van Mongkut te bezorgen.
Het meisje sterft ook nog aan cholera (geforceerde tranentrekker-alarm!). Je kan je dus voorstellen dat de schermtijd van het verhaal van dit -hoe schattig ook -overbodige kind niet gering is.
Fa Ying en haar dood vormen het zoveelste middel om onrechtvaardigheid te benadrukken. Ja, kindersterfte door cholera is onrechtvaardig, maar een ziekte die niet te genezen is, strookt niet met de onrechtvaardigheid van een onethisch politiek systeem:
* Het is overmacht versus iets wat wel degelijk te veranderen is.
* Het is pech versus de wil om al dan niet in actie te komen.
* Het is wederom een manier om een onderliggende romance te benadrukken en af te haken van de politieke problemen.

Is dit teveel van het goede aan uitleg? 😉 Hier geef ik concrete tips over hoe je al deze valkuilen kan voorkomen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage koppig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage koppig is? 

Vervelende karaktereigenschap

Koppigheid is een vervelende karaktereigenschap voor een personage. Een koppig personage wil niet veranderen, blijft bij zijn standpunt en je moet hem zowat aan zijn haren uit de comfortzone sleuren. Een personage dat weigert uit de comfortzone te komen, voorkomt dat het verhaal op gang komt of aan de gang blijft. Daarom moet je je personage niet al te koppig maken. Dit personage móet tot inkeer komen, wil je een verhaal overhouden. Als het even kan, laat je personage dan eerder vroeger dan later een beetje loskomen van die eigen heilige overtuigingen. Een koppig personage kan even amusant zijn, maar op de lange duur vindt de lezer hem bloedirritant. 

Plotselinge ingeving 

“Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks.” Dit gezegde gaat absoluut op voor je koppige personage. Je zal hem in die koppigheid subtielere signalen of suggesties moeten geven, die hij vervolgens straal negeert; hij weet het zelf toch wel beter. 

Een voorbeeld: uit principe wil je personage een bepaalde boete niet betalen, ook al kan dat gevolgen hebben: grote financiële problemen. Als eerst zal je personage denken dat het niet zo’n vaart zal lopen, na nog een waarschuwende omstandigheid vindt hij het probleem nog te overzien en na nog een rode vlag maakt hij zichzelf nogmaals wijs dat hij een man van principes is, die niemand hem (daardoor) iets kan maken. Maar een aantal maanden later is die boete zo hoog opgelopen dat hij andere rekeningen niet meer kan betalen. Zo komt er een kettingreactie op gang en wordt de man uit huis gezet. Dan maar kwaadschiks, je was meermaals gewaarschuwd, maar te koppig om te luisteren… 

Pas op het moment dat hij zijn huis voorgoed moet verlaten, denkt hij: wat ben ik dóm geweest…

Dat ene moment van de plotselinge ingeving is de eerste echte keer dat dit personage daadwerkelijke groei meemaakt. Daarom is dit personage over het algemeen niet interessant of fijn om over te lezen. De lezer moet veel geduld hebben om iets van een verhaal of ontwikkeling op gang te zien komen. 

Het begin van het einde

Je kan niet van het personage verwachten dat dat na tientallen of honderden pagina’s zonder personagegroei van het ene op het andere moment talloze persoonlijke groeispurten gaat maken. Dat komt ongeloofwaardig over, omdat al het hele verhaal blijkt dat dat niet in het karakter van het personage zit. Bovendien ben je er negen van de tien keer te laat mee. In een verhaal met honderd bladzijden waarin de ingeving op bladzijde tachtig komt, heb je geen ruimte meer om dit ‘nieuwe verhaal’ van het personage uit te werken. 

Hou het dan kort en krachtig en rond af met de conclusie dat je personage er door de schok nooit meer bovenop komt, of dat hij in zijn leven daarna – buiten de pagina’s van het eigenlijke boek om- gaat proberen een nieuwe weg in te slaan. Wat dat dan is, maakt minder uit. Een open einde past in dit geval prima. 

Zoals je kan zien is een koppig personage niet het makkelijkste. Weet waar je aan begint… 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: achter de foto

Misschien ken je het wel van vakantie: je neemt een hoop foto’s, maar als je ze terugkijkt, doen ze teniet aan de ervaring. Ofwel omdat er buiten het zicht van de camera een hele sfeer was die je niet kon vangen, of er buiten beeld iets heel speciaals speelde dat aanleiding gaf tot de foto, of gewoon omdat je maar één berg op de foto kreeg, terwijl je was omringd door een complete bergketen.
Het uitgangspunt: ‘maar er was nog zoveel meer dan je hier ziet’ vormt de basis van deze schrijfoefening.

Wat is een foto waard?

Beeld je in dat je in de vorige eeuw leeft en foto’s maken nog speciaal is. Je maakt ze niet met een zwiep van je telefoon, maar per fotorolletje van zesendertig stuks, die je later nog moest laten ontwikkelen en het resultaat pas een week later te zien kreeg. Misschien moet je zelfs drie weken vooraf een afspraak maken bij een fotograaf om één enkel kiekje te mogen schieten. Dan ga je wel even nadenken wat de moeite van het gedoe en de kosten waard zijn. Zoek een scène of een moment uit in je boek uit die om wat voor reden dan ook speciaal is.
Probeer daar in je geestesoog ook echt een foto van te maken, zodat het beeld concreet wordt en je een duidelijk uitgangspunt hebt voor deze oefening. Onderstaande foto neem ik als voorbeeld.

Foto door Mason Dahl via Unsplash

Achtergrond van de foto

Op bovenstaande foto zie je een groep mensen picknicken. Het is lekker weer op de foto, dus het is waarschijnlijk een fijne dag geweest: lekker eten en fijn gezelschap. Maar dat is alles wat je ziet. Ook al ken je deze mensen persoonlijk, aan de foto zelf kun je niet veel méér afleiden.

Als een van deze mensen deze foto ziet en dit moment speciaal is, zullen ze gaan vertellen:

* “Die dag was vreselijk: vlak na die picknick kreeg ik te horen dat mijn vader ernstig ziek was…”
* “Die picknick was echt leuk. Het was een aanloop naar een huwelijksaanzoek.”
* “Tijdens die picknick kwam er een vrouw gillend naar ons toe omdat haar man een hartaanval kreeg. We hebben de ambulance gebeld en later bleek dat die man het door ons snelle handelen had overleefd.”

Naar de foto kijken

Als je de goede foto voor de oefening hebt gekozen, dan komen er bij je personage duidelijke emoties of sprekende herinneringen bovendrijven. Dit is waar deze oefening waardevolle informatie over je personage of zijn biografie kan geven. Een herinnering of een moment waarover je personage veel te vertellen heeft kan een schat aan informatie opleveren. Misschien is de foto zelf wel een schakeltje in een belangrijk butterfly-effect van je plot. De voorbeeldfoto ging vooraf aan de hartaanval van de omstander.
Dan kan je bijvoorbeeld van je personage, die de foto veertig jaar later ziet, horen: “Ik was nog aan het oriënteren wat ik met mijn studie wilde doen. Ik had al een cursus EHBO gedaan, maar toen die man een hartaanval kreeg en ik hoorde dat ik zijn leven had gered, besloot ik dat ik een medische studie wilde doen. Nu ga ik over een jaar met pensioen na een carrière als succesvol en gerespecteerd cardioloog.”

Als het dat ene moment het leven van het personage verandert of heeft veranderd, dan moet er veel zijn losgemaakt op dat moment sûpreme. Wat ging er door hem heen? Wat was het moment dat er iets ‘klikte’ of wanneer gebeurde dat? Steeg het personage als het ware boven zichzelf uit en kon hij de situatie van bovenaf bekijken? Kreeg hij zo’n ongekend hoge dosis van een bepaalde emotie (blijdschap, schok, verdriet, verontwaardigdheid…) dat hij er daarna wel iets mee móest doen? In therapie gaan, een liefdadigheidsorganisatie opzetten, wat dan ook?
Kijk goed wat er met je personage gebeurt als je hem naar de foto laat kijken. Waarschijnlijk komen de belangrijkste elementen uit de biografie voorbij. Dat kunnen de vaststaande elementen zijn zoals in die post beschreven staan, maar je kan ook andere belangrijke zaken voor jouw personage tegenkomen. Schrijf het allemaal op!

Voorbeelduitwerking casus

Onze cardioloog kan verschillende dingen vertellen als hij zegt hoe heftig het was om de man die hartaanval te zien krijgen:
* “De paniek van de echtgenote ging door merg en been. Het deed fysiek pijn om het zelfs maar aan te moeten zien. Ik heb wekenlang nachtmerries gehad en ben doodsbang geweest zoiets weer mee te maken. Op dat moment besloot ik dat ik iets zou gaan doen wat mensen die paniek en angst zou kunnen besparen of verminderen.”
* “Ik had de week ervoor mijn moeder verloren: ze was aangereden door een dronken automobilist. Niemand had haar kunnen redden. Toen ik die hartaanval zag gebeuren, besefte ik dat de dood soms te voorkomen is. Als ode aan mijn moeder wilde ik zo’n levensreddend vak leren.”

Je kan hier al belangrijke zaken als een trauma of de grootste angst van je personage uit opmaken. Tussen de regels door kan je vaak ook iets van waarde vinden. Als de moeder van het personage is overleden door een ongeluk, is dat uiteraard heftig geweest. Maar wat voor gevolgen heeft dat precies gehad?
Misschien durft je personage nu geen auto meer te rijden, of is hij verder opgegroeid met een door de schok aan de alcohol geraakte vader. Dat zal ook geen pretje zijn geweest.
Of was je personage al volwassen? Dan heeft dat geen invloed op de jeugd gehad, maar misschien heeft moeder daardoor wel de aankomende bruiloft van je personage gemist. Allemaal bruikbare nieuwe informatie.

Wat is de gedachte erachter?

Bedenk dat je personage niet voor niets deze foto heeft gekozen. Reken erop dat alles wat hij zegt een dubbele laag of diepere betekenis heeft. Als je dan wat gaat graven, kan je veel extra informatie over je personage ontdekken.
Probeer – nog meer dan anders- in het hoofd van je personage te kruipen en uit te vinden wat zijn gedachten achter zijn woorden zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Vijf vragen die je jezelf moet stellen als je personage superkrachten heeft

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage superkrachten heeft? 

Je kan je personage altijd superkrachten geven als je dat wil. Laat je creativiteit de vrije loop. Jij bent baas in eigen boek. Maar er is wel een aantal dingen waar je op moet letten als je je personage superkrachten geeft. 

1. Waarom deze superkracht?

Ga bij jezelf na waarom je juist deze superkracht aan je personage geeft. Ja, het is hartstikke gaaf om te kunnen vliegen. Maar heeft het wel een functie in je verhaal of voor het plotverloop? Ook als je een fantasy schrijft waarin superkrachten de norm zijn, moet je jezelf deze vraag stellen. Er is een aantal superkrachten die min of meer standaard zijn. Denk aan vliegen, onzichtbaar zijn of gedachtenlezen. Jeugdpuistjes kunnen wegtoveren zou evengoed een superkracht kunnen zijn. (Eentje waartegen de gemiddelde tiener geen nee zou zeggen.) 

Waarom kan jouw personage wel vliegen, gedachten lezen of voorwerpen besturen met zijn gedachten, maar géén puistjes wegtoveren en/of zichzelf onzichtbaar maken? Daar moet je een antwoord op hebben. Meestal heeft dat met belangrijke plotpunten te maken. 

2. Waarom je personage?

Kijk nogmaals goed naar je plot en bedenk waarom juist je (hoofd)personage een of deze superkracht heeft. Is hij een uitverkorene? Past dat bij zijn karakter? Helpt dat later de grootste slechterik te verslaan? Superkrachten zijn gaaf, maar alleen omdat het gaaf is, mag je het nog niet zomaar in je verhaal gebruiken. Het moet wel een functie hebben voor je verhaal. 

3. Is het nog wel een superkracht?

Bedenk ook of de superkracht in jouw fictieve wereld nog wel speciaal is. Als iedereen kan vliegen, is dat de normaalste zaak van de wereld en geen superkracht meer. Dat lijkt een open deur intrappen, maar dat kan weerslag hebben op de manier waarop je je personage portretteert. Een “kijk-mij-eens-kunnen-vliegen-houding” gaat niet meer op als iedereen dat kan. Dat kan het verschil maken tussen een arrogante kwal en een onzeker grijs muisje.

4. Hoe leert je personage de superkracht?

Bedenk vooraf of je personage de superkracht nog moet leren of hem vanaf de geboorte al onder controle heeft. Als de kracht nog aangeleerd moet worden, heb je al een mooi deel van een narratief conflict te pakken. Maar als je personage zijn kracht altijd al gehad heeft, zorg er dan zeker voor dat hij op een ander vlak (emotioneel, mentaal of intellectueel) nog wel zijn worstelingen heeft. Anders is het personage te perfect om nog interessant te zijn.

5. Wat zijn de limieten van de superkracht?

Zorg er hoe dan ook voor dat de superkracht zijn limieten heeft. Je personage mag niet alle ellende in de wereld kunnen wegtoveren. Of hij moet na een supersonische karatetrap altijd een uurtje slapen om weer op krachten te komen voordat hij weer een schop kan uitdelen. Als je personage echt alles kan oplossen, dan is er geen probleem of conflict meer over. En zonder een conflict heb je geen verhaal.
Je kan dit in de gaten houden door een lijstje in je opschrijfboekje te maken over de limieten en regels die aan de superkracht verbonden zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De sterke vrouw volgens studio Ghibli

De Japanse filmstudio Ghibli maakt films die stuk voor stuk meesterwerken worden genoemd. Niet voor niets: er worden narratieve technieken gebruikt die de verhalen en personages zowel eigenzinnig als sterk maken.
Het bestuderen van het werk van regisseur en scenarioschrijver Hayao Miyazaki leerde me veel over goede verhaalstructuren. Daar heb je dus nog niet het laatste over gehoord 😉 We beginnen met een andere kijk op de sterkte vrouw-trope.

Wat is een sterke vrouw?

Ik vind een bepaalde standaardinvulling van de sterke vrouw-trope vreselijk. Dat kon je hier al lezen. Zogenaamd geen vent nodig hebben, maar wel mannen afblaffen omdat jij beter zou zijn of verder zou zijn in (je) sociaal maatschappelijke ontwikkeling. Mens, dan heb jij die vent nog steeds nodig: om jezelf op een onterecht voetstuk te plaatsen, welteverstaan…

Miyazaki (een man!) houdt bepaalde richtlijnen aan voor de vrouwen en meisjes die de hoofdrol spelen in zijn films. Als je die in het achterhoofd houdt, heb je een daadwerkelijk sterke vrouw. Er zijn zelfs twee bonuspunten: de jongens en mannen worden er automatisch óók betere personages door en je kan dezelfde uitgangspunten aanhouden voor een sterke man: één die sterk en stoer kan zijn zonder dat dat ten koste gaat van de vrouw.
Die uitgangspunten zijn:
* Ik doe wat ik moet doen;
* De man is mijn maatje, niet mijn redder of dienaar;
* Als ik val, vangt de man mij op en vice versa;
* Romance is een extraatje, liefde een voorwaarde.

Ik doe wat ik moet doen

Het overgrote deel van de helden in Ghiblifilms zijn vrouwelijk. Zij komen hun mannelijke tegenhangers vroeg in de film tegen, op het moment dat ze uit hun comfortzone komen. Hij komt dan wel in beeld, maar op dat moment heeft de heldin iets beters te doen dan verliefd te worden of hem proberen te verleiden, bijvoorbeeld:
* Een vloek verbreken (Het bewegende kasteel van Howl, De reis van Chihiro)
* Een thuis vinden of dat veiligstellen (Kiki’s vliegende koeriersdienst, Prinses Mononoke)
* Schrijven (:D) (Whisper of the heart)

Soms geeft de man het plot een zetje, soms is hij dan niet meer dan een voorbijganger. Dat is gunstig, omdat je zo waarborgt dat de heldin haar heldenreis ook daadwerkelijk behoudt. Ze is veel heldhaftiger als ze haar problemen ook daadwerkelijk op ‘blijft’ lossen. Ze heeft dan de intentie haar heldenreis te voltooien. Ze laat niet alles vallen als ze een man tegenkomt op wie ze wel eens verliefd zou kunnen worden ‘omdat dat in een film nou eenmaal hoort‘. Daardoor blijft je verhaalthema stevig en je verhaal geloofwaardig. Als je single bent, is de eerste de beste voorbijganger van het geslacht waarop je valt ook niet meteen je toekomstige partner.

Je kan ook ‘gewoon’ vrienden zijn.

Man als maatje

De man en vrouw worden in Ghibli-films alsnog vrienden als ze elkaar later weer tegenkomen. Maar zelfs wanneer hun vriendschap al zeer stevig is, of de eerste vlinders beginnen te fladderen, is de man nog steeds een maatje, géén redder of dienaar. De heldin gaat nog steeds verder aan haar eigen heldenreis en verwacht niet dat de man (als magic pixie) ineens alles voor haar oplost. Tegelijkertijd gebruikt ze de man óók niet om iets voor haar eigen groei te laten doen, om hem vervolgens in de steek te laten of neer te halen. Ze staan echt als maatjes naast elkaar en zijn honderd procent gelijkwaardig aan elkaar.

Allebei vallen, allebei opvangen

De reden dat man en vrouw in deze films echt gelijkwaardig aan elkaar zijn, is omdat ze de ander opvangen als die valt tijdens een conflict. Ze vallen bovendien even vaak, dus de een lijkt niet zwakker dan de ander. En over zwak gesproken: ze zien het hebben van een conflict ook niet als een zwakte. De personages uit Ghibli films zouden iets zeggen als:
“Wordt het even te veel? Zit je vast? Ben je bang? Moet je huilen? Nou en!”
* Het is ook gewoon allemaal veel;
* Dit ís gewoon doodeng;
* Alsof ik nooit verdrietig ben…
Ik ben er voor je en ik ga je helpen weer op te staan als je valt. De volgende keer doe jij hetzelfde voor mij.”

En dat gebeurt dan ook, met precies hetzelfde gedachtegoed. Er komt geen schaamte of schuldgevoel aan te pas, mannelijkheid wordt niet in twijfel getrokken…De vrienden weten dat ze mensen zijn met de bijbehorende worstelingen en in dat proces soms een maatje nodig hebben, klaar.
Zorg ervoor dat je lezer zich met personages kan identificeren: ze moeten dus vooral niet perfect zijn. Bij deze nog een formule daarvoor: maak van een conflict niets schandelijks.

Romance als extraatje

Laten we eerst wat definiëren:
Liefde: wederzijds gevoel van vriendschap, respect, vertrouwen en de bereidheid de ander te helpen omwille van de groei van de ander. Dit alles zonder de ander te (ver)oordelen. Die groei willen beide personages bij de ander zien, simpelweg omdat de ander daar gelukkig(er) van wordt.
Romance: liefde met als enige verschil dat er verliefdheid bovenop komt.

De helden in Ghiblifilms voelen altijd liefde voor elkaar, hoewel ze niet altijd verliefd worden. Die liefde is nodig voor een sterke heldenreis. Maar omdat ze uit liefde al zoveel goeds halen, zowel voor zichzelf als voor de ander, voelt dat niet als een gemis. Niet voor hen en niet voor de kijker. Ze worden er geen mindere helden of minder sterke personen van en kunnen ook zonder romance hun heldenreis voltooien.
Daarmee bereik je twee belangrijke twee dingen:
* Een romance komt nooit geforceerd of misplaatst over in een plot (* kuch* liefdesdriehoek in Pearl Harbor *kuch* )
* Als een romance er wel is, heeft die daadwerkelijke meerwaarde ten opzichte van liefde.

Kiki heeft geen romance nodig, alleen een maatje als ze naar een nieuwe stad verhuist. Dus wordt ze ook niet verliefd op Tombo. Sophie en Howl daarentegen hebben persoonlijke wonden, waar een romance helpt om die te helen. Alleen omwille van die heling krijgen ze een romance. Romantiek wordt zo nooit gewonnen: het wordt bereikt. Nog een manier om je personage (vrouw of man!) sterk te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.