Schrijven is schrappen, en zo doe je dat

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen in een personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je te veel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potterserie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Schrijfonderzoek doen bij creatief schrijven

Je verhaal is ongeloofwaardig, vervelend en soms zelfs irritant als je geen onderzoek doet. Je lezer zal dan snel afhaken, dus het is heel belangrijk. In de post over schrijven over diversiteit geef ik er basisuitleg over.

Onderzoek je personagebiografie

Onderzoek je personagebiografie en ga goed na wat logisch is. Dat kan iets zijn wat je makkelijk kan bedenken. Een Drents plattelandsmeisje wil in New York gaan studeren en uiteindelijk in een vijfsterrenrestaurant gaan werken. Vanwege haar achtergrond heeft ze geen verstand van haute cuisine. Dan moet ze zich laten bijscholen of gaan stagelopen, anders krijgt ze die baan niet. Soms moet je ergens langer over brainstormen. Als je schrijft over een onderwerp dat je niet kent (cultuur, tijdperk, omgangsregels, wat dan ook) dan moet je meer onderzoek doen.

De belezen lezer

Je lijkt een schrijver van likmevestje als iets schrijft dat Wikipedia binnen twee minuten tegenspreekt. Stel dat je schrijft over Japan in 1700, waarin een Spanjaard naar Japan emigreert. Lees deze Wikipediapagina over de geschiedenis van Japan eens. Hoeveel minuten of zelfs seconden duurde het voordat je wist dat dat historisch gezien onmogelijk is? Niet iedere lezer weet dat. Maar een lezer die het wel weet, vergeeft je zulke luiheid niet. Reken er dan maar op dat je boek meteen wordt weggelegd, omdat je niet de moeite hebt gedaan om zelfs maar twee minuten feiten te controleren.

Duur van je schrijfonderzoek

Het kan weken, soms maanden duren om goed onderzoek te doen. Natuurlijk heb je binnen een halfuur nog niet voldoende gelezen over een (sub)cultuur of tijdperk. Als jouw personages daarin leven, moet je goed begrijpen welke gewoonten, wetten, sociale regels, enzovoorts er geld(d)en. Dat kan een enorm gevolg hebben voor een biografie van je personage en dus voor je verhaal. Onderzoek is dus niet zomaar gedaan.

Het belang van grondig schrijfonderzoek

Bepaalde feiten kunnen grote gevolgen hebben voor je personages. Denk aan een homoseksuele Arabier. Je moet uitgebreid onderzoek doen naar de wetten rondom homoseksualiteit in het Midden-Oosten om zijn verhaal geloofwaardig te houden. Zo kun je met ontwikkelingen en nuances spelen en een goed verhaal schrijven. Als je niets onderzoekt en alles verzint, gaat de lezer denken: “Ik weet niet waarom, maar dit klopt niet.” Daar hoeft hij zelf de regels niet (allemaal) voor te kennen. Je lezer is niet dom.

Doe je geen onderzoek? Hoe durf je! Je lezer kan protesteren door je boek weg te leggen.

Te veel informatie delen

Pas op voor de andere kant van de medaille: laat je personage niet alle regels en wetten vertellen aan een andere. Als je lezer daarover meer wilde weten, las hij wel een non-fictieboek. Expositie is een slecht vermomde infodump. Gebruik show don’t tell om belangrijke feiten duidelijk te maken. In een verhaal over de Europese middeleeuwen kun je beter schrijven: Jan lag doodziek en overdekt met rattenbeten op bed, terwijl een schuimbekkende rat wegschoot uit de woonkamer. In plaats van: “Er gaan geruchten dat iedereen sterft doordat de ratten ziekten met zich meebrengen. Zou dat waar zijn?”

Show don’t tell is belangrijk om de verbeelding van je lezer aan het werk te zetten. De rest komt dan vanzelf. Je lezer begrijpt echt wel dat een kamer vol met 24-karaats gouden kandelaren en Perzische tapijten toebehooren aan een rijke man. Als de beste man een rondleiding van zijn huis geeft, hoef je niet meer te schrijven: De man is steenrijk. Als je je feiten niet controleert of je lezer te veel voorkauwt, zal die zich bewust of onbewust als dom bestempeld voelen. Dan ben je hem kwijt en krijg je hem niet meer terug.

Hoi lezer, zo zie ik jou! Niet bepaald een goede manier om je lezer te behouden.

Personagegericht onderzoek

Onderzoek de leefwereld van je personages en zoek betrouwbare bronnen om meer informatie te verzamelen. Een paar voorbeelden. Als je schrijft over een:
advocaat:
* interview een advocaat;
* volg een cursus wetgeving voor beginners;
* zoek betrouwbare websites op over rechtspraak;

miljardair:
* kijk een documentaire die antwoord geeft op de vragen:
– hoe ziet zijn dagindeling eruit?
– welke schandalen treffen machtige en rijke mensen?
– hoeveel macht heeft een miljardair precies?

almachtig heerser
* zoek in de geschiedenisboeken op:
– wanneer en waar kwamen of komen ze voor?
– hoe kwamen ze aan hun macht?
– hoe hielden ze hun macht?
– hoe valt een dictatuur?

ziekte
* wat zijn de symptomen en gevolgen?
* hoe zien behandeling en revalidatie eruit?
* wat kan een ervaringsdeskundige vertellen?

Onderzoek bij het schrijven van fantasy

Omdat je bij fantasy letterlijk een hele wereld opbouwt, moet je daarvoor veel onderzoeken. Wat kan of mag er (niet) in je verhaal? Als je willekeurig met regels en magische wetten gaat strooien, is je verhaal niet meer te volgen. Je doet dus niet zozeer onderzoek, maar je schrijft eerder je eigen ‘wetboek.’ Dit heet ‘worldbuilding’.

Onderzoek voor een goede worldbuilding

Het kan handig zijn om onderzoek naar bepaalde mythologie te doen, zodat je daar inspiratie vandaan kunt halen. Zo is de steen der wijzen niet alleen iets uit Harry Potter. Dat voorwerp heeft een eeuwenlange geschiedenis. Eeuwenoude culturen schreven er al over. Als je je daarin verdiept, kom je meer over magie te weten, wat een stevige worldbuilding goed kan doen.

Terug de schoolbanken in?

Je mag alles verzinnen als je fantasy schrijft, maar hele vertrouwde natuurwetten (zoals fotosynthese) kun je maar beter laten voor wat ze zijn. Wil je er een beetje mee spelen, fris dan je biologie, natuur- aardrijks-of scheikunde op. Lees hier meer over schrijven met zelfbedachte elementen. Net zoals bij cultuur en geschiedenis, moet je de basis waar je over schrijft begrijpen. Zo weet je zeker dat je niet ongeloofwaardig overkomt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: je lezer is niet dom en legt je boek gewoon aan de kant als het niet goed is uitgewerkt.
Daarom is onderzoek doen misschien wel het belangrijkste aspect van het hele schrijfproces!

Wil je weten of je schijfonderzoek en de moeite die je hebt gedaan zichtbaar is in je boek? Schakel mij in voor manuscriptredactie en je komt erachter!

Infodump: een stortvloed aan informatie

Een infodump is een stortvloed aan informatie. De lezer krijgt zoveel weetjes en details te verwerken dat die door de bomen het bos niet meer ziet. Na een infodump is onduidelijk wat belangrijk is, waar het verhaal eigenlijk naartoe gaat en erger nog: de lezer wil meestal niet meer verder lezen. Een infodump heeft veel weg van een date met een vreselijke spraakwaterval.

Infodump: de informatie blijft maar komen

Stel dat je op een eerste internetdate bent. Wat doe je als die als volgt begint te praten? “Hoi, ik ben Simon. Ik ben drieëntwintig jaar en ik heb bruin haar en groene ogen. Mijn profielfoto klopte dus hè? Hahaha. Ik ben de middelste in het gezin. Mijn zus Natalie is dertig en is romanuitgever en mijn twintigjarige broer Jasper studeert voor sportleraar. Ik zit in het afstudeerjaar van mijn studie economie. Ik tennis twee keer per week, hou van Jupiler en mijn favoriete reis was een drieweekse trip door Scandinavië. Nou, vertel jij eens wat over jezelf.”

Deze foto kan zowel van het internet of van Simon zelf komen, want Simon vertelt alleen maar feiten. De foto is net als zijn monoloog: erg onpersoonlijk en weinig informatief.

Een infodump spijkert je verhaal dicht

Dit is natuurlijk een rampzalige date. Want waar moet je nog over praten? Je weet eigenlijk alles al van Simon wat je normaalgesproken bij een eerste kennismaking te weten komt. En dat binnen een minuut. Simon spijkert al zijn gespreksonderwerpen dicht, zodat er totaal geen ruimte meer is voor verdieping. Stel dat je wilde zeggen: “O, wat grappig, ik overweeg ook om economie te gaan studeren. Bevalt het jou?” Daar had je geen kans voor, want Simon was toen al ergens bij Jupiler.

Plaats van een infodump in een boek

Een infodump komt meestal in het begin van een boek. Je ziet het ook vaak op momenten waarop een nieuw personage wordt geïntroduceerd. De schrijver bombardeert de lezer dan met een hele dump aan informatie, zonder context, nuance of waarschuwing.

Kenmerken van een personage-infodump

Kenmerkend aan een infodump bij een personage-introductie is het opdreunen van (nutteloze) details. Denk aan:
* leeftijd;
* haarkleur;
* oogkleur;
* hobby’s;
* routines.

Het idee achter een infodump is dat je weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Maar dat is ook het enige voordeel. Als je het al een voordeel kunt noemen. Er zijn meer redenen waarom een infodump geen goed idee is, naast het feit dat deze manier van ratelen irritant leest.

Een infodump geeft nutteloze details

Als je alle details meteen opsomt, krijg je een ellenlange tekst en haakt de lezer af. Het is waarschijnlijk helemaal niet belangrijk dat de lezer (meteen) weet dat Simon groene ogen heeft. Mocht een specifiek detail wel degelijk belangrijk zijn, dan zal dat detail worden ondergesneeuwd. Zo vergeet de lezer de belangrijke informatie of leest die eroverheen.

Een infodump zet het plot op slot

Een infodump zorgt er vaak voor dat het verhaal over is voor het goed en wel is begonnen.
Het kortste verhaal ooit? Jij bent een aankomend schrijver en je date met Simon. “Mag ik het e-mailadres van je zus?”, vraag je. Je mailt je manuscript naar Zus de Uitgever en een jaar later ligt je boek in de winkel. Dat verhaal is saai en veel te makkelijk. Alle informatie is al voor handen. Je weet alles al van Simon en het centrale conflict (je wil als schrijver een uitgever vinden) is al opgelost voordat het zich zelfs maar heeft aangediend.

Zo kan je informatie gedoseerd aanbieden in je boek

Als Simon je meerdere dates geeft om alle informatie te verwerken, kan er een plot ontstaan. Uiteindelijk krijg je te horen dat Simon een zus heeft in de uitgeverswereld en heb jij al een voorzichtige relatie met Simon opgebouwd. Dat is een verhaal. Klein en pril als de relatie zelf, maar dat maakt niet uit. Er zit al meer diepgang in dan in die ene minuut van de infodump.

Infodump in Harry Pottercontext

Een makkelijk voorbeeld van de mogelijke schade van een infodump is om Sneep uit de Harry Potter serie er een te geven:
“Ik ben een dubbelspion. Ik hoorde de profetie en besefte dat Voldemort Lily en haar zoontje Harry wilde vermoorden. Lily was de enige liefde in mijn leven, dus ik wilde alles doen om haar en Harry te beschermen. Het maakte me niets uit dat Harry’s vader de grootste pestkop uit mijn jeugd was. Voldemort heeft mijn verzoek om Lily’s leven te sparen niet ingewilligd. Sindsdien sta ik aan de kant van Perkamentus, die samen met mij Lily en later Harry beschermde en Voldemort probeerde te doden.”

(Potterfans: “Always” verliest nu al zijn kracht!)

Ik schrijf in vijf regels waar J.K. Rowling duizenden pagina’s voor gebruikte. Dat is niet zonder reden. Personages hebben een biografie, een geschiedenis. Die komen niet tot hun recht als je die bovenop je lezer uitstort. Je moet (cruciale) informatie achterhouden en verspreiden over je verhaal. Voor een spetterende onthulling of plotwists en sowieso voor een vlot geschreven verhaal. Zelfs als je Harry Potter niet gelezen hebt, kun je wel bedenken wat er met een verhaal gebeurt als je meteen vertelt aan welke kant de dubbelspion staat.

Een infodump is als schrijven in schreeuwerige koeienletters: je vergroot je details zo ontzettend, dat de rest van de tekst erbij verbleekt.

Hoe voorkom je een infodump?

Deze vuistregels helpen je op weg om een infodump te voorkomen:

* Bedenk welke informatie over je personage meteen belangrijk is om te weten. Meestal zijn dat karaktereigenschappen, niet de uiterlijke kenmerken of leeftijd.
*Geef aanleidingen of hints voor aankomende actie of drama. In de eerste pagina’s moet je de lezer voor je winnen. Je kan ook meteen met drama of actie starten. In medias res kan een techniek daarvoor zijn.
* Als je toch details van het uiterlijk van een personage wilt geven, gebruik dan show don’t tell: “Ik ben klein,” wordt: “Mijn vriend kwam thuis van zijn werk en moest bukken om me een kus te kunnen geven.

Zie je ondanks deze blogpost door de infobomen het dumpbos niet meer? Kijk eens in mijn webshop: ik kan jouw tekst voor je nakijken.

Regieaanwijzingen: beschrijf de mate waarin iets gebeurt

Wat is een regieaanwijzing?

Regieaanwijzingen zijn werkwoorden die de intensiteit van een actie duidelijk maken. Denk aan: lopen of rennen, praten of schreeuwen of kauwen en smakken. Waar gebruik je regieaanwijzingen voor?

Een regieaanwijzing beeldend uitgelegd

Stel je voor dat je een acteur bent en de regisseur je regieaanwijzingen geeft: “Je mag niet meer lopen, want dat is saai. Schuifelen, rennen, hobbelen; alles mag voortaan, zolang je maar niet simpelweg loopt. Sprint alsof je moet vluchten voor een scherpschutter. Sluip alsof je gevolgd wordt door een detective.”
Zo is er onmiddellijk duidelijke drama, romantiek of actie. Precies waar de regisseur op uit is. Dat lijkt een goed idee, maar dat is het niet altijd.

Voorbeelden van regieaanwijzingen in een tekst

“Goedemorgen, Rob!” roept moeder aan de ontbijttafel.
“Goedemorgen, mam!” schreeuwt Rob terug.
Moeder rent naar de keukenkast en rukt daar de cornflakes uit. De ontbijtgranen vliegen in het rond en storten neer op de grond.
Met deze woorden klinkt het net alsof ontbijten één grote actiefilm is en de explosievenopruimingsdienst al paraat zou moeten staan.

Een scène zonder regieaanwijzingen

“Goedemorgen, Rob.”
“Goedemorgen, mam.”
Moeder loopt naar de keukenkast en haalt daar de cornflakes uit. Er vallen een paar stukjes ontbijtgranen uit de doos.

Saai? Dat klopt, maar een ochtendgroet en een doos cornflakes pakken zijn ook niet bijster interessant.

Laten we eerlijk zijn, dit hoef je niet te verwachten bij een cornflakesontbijt.

Een balans vinden in het gebruik van regieaanwijzingen

Een balans vinden in het gebruik van regieaanwijzingen is lastig. Beginnende schrijvers zoeken hier vaak een middenweg in die nog steeds te heftig uitpakt. Dan staat de eod niet meer voor de voordeur, maar wel paraat op de sneltoets van de telefoon:
“Goedemorgen, Rob!” jubelt moeder aan de ontbijttafel.
“Goedemorgen, mam,” kreunt Rob terug.
Moeder huppelt naar de keukenkast en pakt de cornflakes. Een paar stukjes ontbijtgranen vallen op de grond neer. “Geen probleem, die veeg ik wel op,” zingt moeder.
“Doe maar,” mompelt Rob.

De tekst hierboven wil laten zien dat de moeder goede zin heeft en de zoon een ochtendhumeur. Dat is geslaagd, want je huppelt niet als je slechtgehumeurd bent. Het gaat alsnog mis omdat er veel regieaanwijzingen worden gebruikt in een korte tijd. En daar wordt een verhaal op den duur doodvermoeiend van.

Goed gebruik van regieaanwijzingen bij de cornflakesscène

De cornflakes kan gewoon op de grond vallen. Niks aan de hand. Als de cornflakes op de grond vliegt, zit er intensiteit achter. Hoeveel intensiteit hoef je niet meer uit te leggen, want dat vertelt het woord ‘vliegt’ immers.
Je kan cornflakes uit de kast pakken, dat is neutraal. Je kan hem ook uit de kast rukken. Dan gaat het met meer kracht en laat het zien dat je kwaad bent. Als je ‘goedemorgen’ glimlacht, ben je gewoon goed opgestaan. Als je het jubelt, heb je waarschijnlijk net de loterij gewonnen.

Regieaanwijzingen in de praktijk uitproberen

Je kunt de eerdergenoemde opdracht van de regisseur zelf uitproberen. Dan wordt het effect heel duidelijk. Zeg de volgende keer niets als je bij iemand koffie gaat drinken. Ga in plaats daarvan alleen maar schreeuwen, fluisteren, jubelen, enzovoorts. Doe het in een mate die ervoor zorgt dat je gesprekspartner denkt of vraagt: “Waarom schreeuw/fluister/jubel…je?”
Ik durf er gif op in te nemen dat hij je òf doodvermoeiend òf gestoord vindt. Met schrijven is dat niet anders. Als je constant regieaanwijzingen geeft, wordt je tekst op den duur erg langdradig of zwaar om te lezen.

Regieaanwijzingen schrijven vergt een goede woordkennis

Als je regieaanwijzingen wil gebruiken: ken je woorden. Je moet een goed beeld hebben op welk punt van een tienpuntenschaal het woord dat je wil gebruiken zich bevindt. Schreeuwen is bijvoorbeeld heftiger dan roepen. Zo schat je in hoe de regieaanwijzing aankomt bij de lezer, welke regieaanwijzing je moet gebruiken en of dat überhaupt nodig is.

Licht, camera en (de bijpassende) actie!

Regieaanwijzingen en show don’t tell

Zoals je misschien al opgemerkt hebt, hebben regieaanwijzingen een zekere mate van show don’t tell in zich. Als je bang bent dat je te veel regieaanwijzingen gebruikt, kun je ze vervangen door show don’t tell of ze ermee aanvullen. Een vervanging:
“Goedemorgen, mam,” kreunt Rob.
 wordt:
“Goedemorgen, mam.” Rob neemt plaats aan tafel met ongekamde haren en dikke ogen.
Een aanvulling:
“Goedemorgen, mam,” kreunt Rob. Hij kijkt moeder niet aan, maar wrijft in zijn ogen.
In beide voorbeelden laat show don’t tell merken dat Rob moe is. Door deze aanvulling hiervan zie je niet alleen waarom. Er wordt ook iets anders duidelijk: Zoon is moe, maar niet per se chagrijnig. In de oorspronkelijke zin was dat niet uit te sluiten. Het woord ‘kreunen’ geeft hier namelijk wel een ongenoegen aan, maar je kunt om verschillende ongenoeglijke redenen kreunen. Als we niet méér informatie hebben (bijvoorbeeld over het karakter van de zoon of de omstandigheden in het gezin) kan Rob om talloze redenen kreunen. Hij kan moe zijn. Of hij is een puber die zich voor elke actie van zijn moeder schaamt, dus ook als ze hem een goede morgen wenst alsof hij nog een kleuter is.

Regieaanwijzingen goed gebruiken

Er zijn natuurlijk momenten waarop je regieaanwijzingen gerust kan gebruiken, anders wordt je tekst heel droog. Er is helaas geen kant-en-klaar antwoord op de vraag: Wanneer, hoe of hoe vaak moet je regieaanwijzingen gebruiken? Dat leer je door veel oefening. Een belangrijke vuistregel is in ieder geval: je verhaal moet boeiend zijn, maar je moet ook in staat zijn om rustig te ontbijten, zonder dat je bang bent dat de eod binnen twee minuten voor de deur staat.

Geniet van je ontbijt! 🙂

Vind je het nog steeds lastig om te bepalen hoe je regieaanwijzingen moet gebruiken? Kijk eens in mijn webshop: ik kan je helpen met manuscriptedactie.

Bloemig taalgebruik: een vertragend verhaaltempo

Het taalgebruik in je verhaal bepaalt voor een groot deel hoe vlot een verhaal leest. Daar moet je dus goed op letten. Ik vergelijk het in deze post met twee beschikbare dates. Je zal zien dat de verkeerde date door zijn taalgebruik niet meer aantrekkelijk is.

Bloemig taalgebruik dat verwarrend leest

Noah zegt: “Ik kijk graag naar je. Je prachtige, glinsterende, sprekende en unieke ogen doen mij opleven als een uitgedroogde, verlepte en hulpeloze roos die na een langverwachte, hozende en droogte verdrijvende regenbui weer kan opbloeien uit een donkere, sombere en uitzichtloze situatie.”

Vlot taalgebruik

Jakob zegt: “Ik vind je ogen mooi, omdat ze altijd stralen.”

De valkuil van bloemig taalgebruik

Noah lijkt door zijn bloemige taalgebruik de meest romantische persoon op aarde. Hij praat alsof er spontaan een bos rozen uit zijn mond komt, die hij meteen aan je kan geven. Toch is Jakob duidelijk de beste keuze. Dat zal de romantische mensen onder ons verbazen. Noah is toch een gedroomde man? Hij is poëtisch en jij bent duidelijk zijn prinses, het middelpunt van zijn wereld en hij kwijnt weg als je niet bij hem bent.

Zo ziet Noah jou in zijn wereld. Dat lijkt fantastisch, maar het is totaal niet realistisch

Bloemig taalgebruik: garantie voor verwarring

Lees nog eens wat Noah zegt: “…uitgedroogde, verlepte en hulpeloze roos die na een langverwachte, hozende en droogte verdrijvende regenbui weer kan opbloeien uit een donkere, sombere en uitzichtloze situatie.” Zeg eerlijk, wist je nog dat dit over je ogen ging, of was je dat alweer vergeten?

Noah vertelt over iets anders: “De voortbewegende roetzwarte massa auto’s verplaatsten zich in een ijzingwekkend traag en deprimerend tempo over het harde, grijze, weinig uitnodigende asfalt.” Moest je dit nog een keer (of twee) lezen voordat je wist waar hij het over had?

De nadelen van bloemig taalgebruik

Je lijkt een goede schrijver als je veel bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Je laat je grote woordenschat en een goed beschrijvingsvermogen zien. Maar je lezer kan erin verdrinken, zoals Noah in jouw ogen zou doen. Kijk nog eens naar het voorbeeld van de file (want daar had hij het over). Noah heeft drieëntwintig woorden gebruikt voor de omschrijving.
Een overvloed aan bijvoeglijke naamwoorden vertraagt je verhaal. Daardoor zal de lezer vaker de draad kwijtraken. Maar er zitten nog meer nadelen aan:
* Je beschrijving kan een vermomde infodump worden, waarna je niets meer aan de verbeelding van de lezer overlaat. (Beschrijf je eigen woonkamer maar eens met zes bijvoeglijke naamwoorden…)
* Als je personages zo spreken, zijn ze niet meer realistisch, want niemand praat zo. Onrealistisch veel beschrijven gebeurt sneller dan je misschien denkt: bij meer dan twee bijvoeglijke naamwoorden komt een beschrijving vaak al langdradig over.
* Wanneer je bijvoeglijke naamwoorden overmatig gebruikt, verliezen ze op de lange duur hun waarde.
* Kortom: schrijven is schrappen.

Bloemig taalgebruik versus vlot taalgebruik

Laten we vlot en bloemig taalgebruik vergelijken in de context van een relatie met eerder genoemde heren. Na de wittebroodsweken gaan de ellenlange complimenten van Noah je de keel uithangen. Ja, het is romantisch. Tot Noah alles maar lijkt af te raffelen. Op een bepaald moment geloof je hem gewoon niet meer. Leuk voor jouw verlepte roos, Noah, maar het voelt na al die bladzijden alsof je gewoon wat zegt om me zoet te houden. Zulke lange verklaringen zijn romantisch, maar niet oprecht. Ik weet niet of ik het moet geloven, want je zegt het, in plaats van dat je het echt laat merken.

Als de zon vierentwintig uur per dag onder zou gaan is dit plaatje niet meer zo romantisch. Zie beschrijvingen als romantische momenten: gedoseerd en op juiste momenten werken ze goed. Als ze en pas en te onpas tevoorschijn komen, zijn ze niet meer realistisch of oprecht.

Bloemig taalgebruik: tell, no show

Zie je dat bloemig taalgebruik een gebrek aan show don’t tell is?
Maar je laat juist zien, denk je nu misschien. Noah beschrijft immers dat het een lieve lust is. Lees het verhaal van Hiro de reisgids eens terug. Hij liet je dingen beleven, in plaats van dat hij alleen vertelde. Dat is de belangrijke regel: Een belevenis is altijd belangrijker dan beschrijving.

Bloemig en vlot taalgebruik in gesproken taal van personages

Stel je voor dat je thuiskomt van je werk en de volle laag hebt gekregen van je baas. Je zegt: “Schat, ik voel me rot, mijn baas heeft tegen me geschreeuwd.” Noah zegt dan iets als: “Jouw baas is een persoon met een zwart, bitter, ongrijpbaar, vergald, vergiftigd en meedogenloos hart die met kille, onmenselijke, onbegrijpelijke en immorele motieven handelt naar een hardwerkende, gemotiveerde en gepassioneerde medewerker.”
Jakob zegt dan: “Jouw baas is een eikel die een goede werknemer niet op waarde kan schatten.” Noahs taalgebruik laat in dit voorbeeld nog een ander nadeel van bloemig taalgebruik zien. Hij praat alsof je baas de doodstraf verdient. Maar stel dat je een dystopisch verhaal schrijft waarin je baas wel degelijk iemand mag martelen die ongehoorzaam is. Hoe gaat Noah zijn afschuw dan nog geloofwaardig uitdrukken? Een personage dat altijd al heftig reageert, kan niet meer op een realistische manier boos worden als het plot daarom vraagt.

Bloemig taalgebruik: net een wurgcontract

Is het je opgevallen dat wurgcontracten uit bloemig taalgebruik bestaan? Daardoor raak je de draad kwijt. Bijvoeglijke naamwoorden zijn daar niet altijd de boosdoener, maar het effect is hetzelfde. Een wurgcontract heeft warrig taalgebruik, waardoor je niet meer weet wat er nou eigenlijk staat. Daardoor trap je in de val. Nu komt de aap uit de mouw: Noah is eigenlijk jouw gemene baas. En wat blijkt? Jakob is… jouw ware Jakob!

Je lezer zou geen bril op hoeven zetten om te kunnen begrijpen wat je bedoelt.

Heb je moeie met het bepalen van een goede toon en taalgebruik voor je boek? Kijk in mijn webshop: ik kan je helpen met manusciptredactie.