Je personage: waar heeft het een hekel aan?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over de allergiezone: de mensen of zaken die je personage mateloos irriteren.

Wanneer kan dit relevant zijn?

De allergiezone is essentieel om van je personage geen Mary Sue te maken: zij is zo perfect dat ze zich nergens aan ergert. Oftewel: met een allergiezone wordt je personage herkenbaar. Bovendien kan een irritatie helpen de comfortzone te verlaten. Die rol is meestal weggelegd voor de roep om avontuur of een angst die je personage niet bewaarheid wil zien worden. Toch kan een ergernis een verfrissende manier zijn om je personage dat nodige zetje te geven.

Staat dit gegeven vast?

Relatief kleine ergernissen zijn zeer veranderlijk. In een verhaal zie je vaak dat een personage juist over kleine ergernissen compleet anders gaat denken:
“Pianomuziek is stom.”
“O ja? Luister eens naar de maanlichtsonate…?”
“Wauw, ik ga op pianoles!”

Als je over zoiets simpels en veranderlijks schrijft, waak er dan voor dat het niet zo oppervlakkig is als in het voorbeeld hierboven. Is de verandering toch makkelijk te bewerkstelligen, of is je personage relatief makkelijk over te halen, dan heeft deze irritatie geen narratieve meerwaarde.

Zodra er sprake is van een hardnekkige allergiezone, is die meestal onveranderlijk. Vaak ligt de oorzaak in waar de wieg van je personage heeft gestaan, hoe die is opgevoed of door gebeurtenissen die het leven van je personage ten kwade op zijn kop hebben gezet.

Wat kan je te weten komen?

Zodra je weet waar de allergiezone zijn oorzaak heeft, heb je een schat aan informatie tot je beschikking.
Als je personage een hekel heeft aan voedselverspilling omdat het een periode van voedselonzekerheid heeft gekend, kan je gaan bedenken hoe dat je personage nog verder gevormd heeft. Als je personage een hekel heeft aan ‘zwakkelingen’, heeft het misschien zelf nooit emoties mogen tonen, of is het bang ergens mee door de mand te vallen als het een ‘zwak moment heeft’.  Dat is best een last om continu mee te moeten dragen. Ongetwijfeld vormt dat je personage op nog meerdere manieren.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

De relatief kleine allergietjes schrijf je uit wanneer ze meerwaarde hebben voor het plot. Als je personage een hekel heeft aan mensen die zonder hun voeten te vegen binnenkomen, schrijf het dan uit als dat een show, don’t tell is voor het feit dat mevrouw Helderder alles graag aan kant heeft. Houd de afkeer voor vieze schoenen buiten het verhaal als die allergie komt door een onbelangrijk detail als: “Ik vind stofzuigen het stomste huishoudelijke klusje.”
De grotere allergiezones moeten altijd in je plot terugkomen, omdat die kunnen bepalen wat je personage doet, laat of met wie wordt omgegaan. Waak er wel voor dat je één allergiezone niet als één gegeven uitwerkt. Let erop dat:

  • er ook een samenhang kan zijn met andere allergieën waar je over kan of soms moet schrijven
  • als iets tot het verleden behoort, dat daar ook (gedeeltelijk) blijft. Vroeger had je personage honger, nu niet meer. Is het daar dankbaar voor? Denkt het daar niet meer bij na omdat het leven verder is gegaan?
  • Je personage misschien niet zo bewust is van zijn persoonlijke allergieën als jij, zijnde diens persoonlijke psycholoog.

Kortom: denk goed na hoe subtiel je de allergieën in je tekst kan verwerken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Thomas Park op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Je personage: de grootste angst

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over de grootste angst van je personage.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Als je ergens bang voor bent, doe je er alles aan om dat uit de weg te gaan. Of functioneer je niet normaal wanneer die angst bewaarheid wordt. In een verhaal zijn die momenten vaak belangrijke plotpunten, of een aanloop daarnaartoe. Daarom moet je weten hoe en wanneer en in welke mate deze angst aansluit bij de plotpunten. Kan die als aanleiding voor een belangrijke gebeurtenis dienen? Waarschijnlijk wel. Maar dan moet je wel weten hoe dat omschrijft en ook waarom. Oftewel: hoe dat aansluit bij alle andere factoren die bij je personage horen.  

Staat dit gegeven vast?

In het echte leven zijn angsten veranderlijk, voor een verhaal is het handig als je die als vaststaand ziet. Anders wordt je verhaalstructuur er rommelig van. De grootste angst van een personage is namelijk vaak de basis voor het centrale conflict van het verhaal. Is je personage doodsbang om er alleen voor te komen te staan? Plotseling eindigt een levenslange vriendschap… Heb je te maken met een controlefreak? Dan wordt diens geliefde ernstig ziek. Dan heb je niets meer in de hand.
Je hoeft een grote angst overigens niet bewaarheid te laten worden. Maar als je weet wat je personage eng vindt, kan je dat wel gebruiken om het verhaal zelf vooruit te helpen als je personage zelf liever blijft stilstaan.

Wat kan je te weten komen?

De grootste angst is verrassend veelzijdig als het gaat om wat die allemaal over je personage kan zeggen. Die kan zwakheden blootleggen, zoals bij de controlefreak. Een artiest die doodsbang is voor een falende carrière vertelt met een grootste angst óók over levensverwachtingen of -ambities. Ook karaktereigenschappen kunnen duidelijk worden. Iemand die doodsbang is om een machtspositie te verliezen, is waarschijnlijk egocentrisch. Zoek dus niet naar andere vondsten, maar kijk gewoon wat je vindt: wat kom je nog meer te weten over je personage zodra je weet wat de grootste angst is? Misschien is niet meteen alles interessant voor je personagebiografie, maar dat kan je later nog altijd schrappen; schrijf een nieuwe bevinding wel op in de kantlijn.

Moet je dit gegeven in je verhaal laten terugkomen?

Omdat de grootste angst van je personage in zoveel opzichten de drijvende kracht van je plot is of kan zijn, komt die altijd in je verhaal naar voren. De vraag is alleen of dat incognito of in het volle zicht is. Als het overduidelijk is, dan spreekt dat ook voor jou als schrijver voor zich en is die angst ook echt het belangrijkste plotpunt. Iemand die doodsbang is zonder baan te komen, wordt ontslagen en gaat weer werk zoeken. Is de klassieke muzikant bang gehoorschade op te lopen, dan zal het een wat subtieler plotpunt zijn dat hij niet naar de disco gaat. Het grootste plotpunt is dan misschien dat hij – met zijn muzikale gehoor-  dingt naar de titel van ‘meest belovend muzikaal talent van het jaar’.  Stem vooraf goed af waar de grootste angst van jouw personage zich bevindt op een schaal ‘van 1 tot incognito.’

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Ariana Suárez op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Je personage: gender en seksualiteit

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over gender en seksualiteit.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Gender en seksualiteit zijn bijzonder om over te schrijven. Het kan namelijk het volledige verhaalthema of centrale conflict bepalen, maar het kan ook net zo irrelevant zijn zoals een detail als haarkleur dat meestal is. Die mate van relevantie moet je voor jezelf vooraf vaststellen, anders komt je verhaal vroeg of laat op losse schroeven te staan.

Staat dit gegeven vast?

Iemands seksuele voorkeur en gender(identiteit) staan vast. Maar afhankelijk van de tijd, plaats en mening van naasten kan eenzelfde identiteit een compleet ander verhaal opleveren. Denk aan een tijdperk waarin het enige recht van de vrouw het aanrecht was. Of aan een van de vele landen waar je als homoseksueel vandaag nog voor je leven moet vrezen.
Je mag zoveel als je wil spelen met hoe je hoofdpersonage met diens geaardheid of gender(identiteit) omgaat. Maar ga niet knoeien met geschiedkundige of geografische feiten over hoe de wereld daarover dacht of denkt. Daar wordt je verhaal ongeloofwaardig van.

Wat kan je te weten komen?

Deze combinatie van de vrijheid die je hebt om je personage te kneden en de regels waaraan je je te houden hebt, geeft je de kans om je verhaal werkelijk uniek te maken. Je hebt zoveel mogelijkheden, dat er ook eindeloos veel potentiële verhalen zijn. De gender en geaardheid van je personage vormen daarbij slechts de eerste stap.
Stel dat je biseksuele personage in de middeleeuwen leeft. Het ene biseksuele personage valt op een persoon van het andere geslacht en hoeft dus in het openbaar niet bang te zijn voor vergelding. Maar dan kan je wel schrijven over de innerlijke worsteling die je personage ongetwijfeld heeft (gehad) over het feit dat diegene nog steeds op het iemand van hetzelfde geslacht valt.
Wat doet het middeleeuwse biseksuele personage dat wel verliefd wordt op iemand van hetzelfde geslacht? Krijg je een verboden liefde of een persoon die verder gaat zoeken naar een ‘aanvaardbare liefde’ in de wetenschap dat diegene de eerste ‘echte’ liefde heeft moeten laten varen?

Dit zijn al vier verschillende scenario’s over één personage in dezelfde setting. Tel er karaktertrekken of andere factoren bij op en de lijst van mogelijkheden wordt eindeloos veel langer.

  • Je mannelijke personage besluit verder te zoeken naar een vrouw op wie hij verliefd kan worden. Dit geeft weer dat hij waarschijnlijk niet de moed heeft die hij zou willen hebben. Wat zegt dat over zijn heldenreis?
  • Je vrouwelijke personage komt een man tegen en trouwt met hem. Dan komt ze later alsnog een vrouw tegen. Als ze nu vreemd zou gaan, is dat vanwege lust, of vanwege een gedeeltelijk onderdrukte seksualiteit? Durft ze het risico van steniging aan te gaan? Aan jou de keuze. En ongeacht het antwoord daarop, wat wil ze riskeren? Ook dat zegt veel over haar karakter en de heldenreis.

Kortom: gender en seksualiteit biedt een breed scala aan mogelijkheden, maar er zijn vaak wel veel extra factoren die je niet zomaar kan negeren als je je verhaal geloofwaardig en interessant wil houden.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Soms maakt het de omgeving echter helemaal niets uit dat je personage een bepaalde geaardheid heeft, of wordt ze als vrouw gelijk behandeld. Waak er dan voor dat je van de geaardheid of het geslacht alsnog een ding gaat maken. Als de personages in het boek dat al niet doen, waarom zou jij dat wel doen? Een conflict dat er is omwille van de aanwezigheid van een conflict leest nooit fijn.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Rob Maxwell op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Medepersonages als ondersteuners van de held

Een held staat in het verhaal in de schijnwerpers. Die kunnen op meerdere manieren worden verwezenlijkt. Een schijnwerper is vaak het resultaat van het feit dat de held iets beter kan dan anderen. Daarom moet er iemand zijn die ergens objectief of subjectief ergens slechter in is. Daarvoor kan een medepersonages de spotlights als het ware aan de held geven.

De held en de medepersonages vergeleken

Vergelijk de held van je verhaal eens met een Olympische sporter. Als die voor goud gaat en ook goud krijgt, dan zijn er ook sporters die de zilveren en bronzen plak in de wacht slepen. Die gouden medaille is zo speciaal omdat je topsporter iets knaps gepresteerd heeft, nog meer dan de anderen. En dat is waarschijnlijk waarom je deze persoon schrijft, niet over de sporter die de derde plaats heeft gehaald.

Op een soortgelijke manier zullen bepaalde medepersonages altijd in het verhaal zijn om je held en andere belangrijke personages de spotlight te kunnen geven die ze nodig hebben om het verhaal als held of belangrijke hoofdpersoon te kunnen dragen.

Wie draagt de held en medepersonages?

Het personage dat je held en zijn vrienden hun plaats in het verhaal geeft, is niet zomaar een figurant. Er is wel degelijk een rol door dit personage weggelegd. Denk aan de wederhelft van de beste vriend, een leraar waaraan je held een hekel heeft, of een van de kompanen die mee op avontuur gaat om de fontein der eeuwige jeugd te zoeken.
Dit personage heeft dus zeker een eigen personagebiografie nodig. Als je die niet uitwerkt, is de kans groot dat dit ‘spotlightpersonage’ zeer cartoonesk of eendimensionaal wordt. Je kent dat irritante personage vast wel: het krijgt een one-liner of persoonlijke stunt en komt alleen als een soort onhandige, hyperactieve cheerleader of clown in het verhaal op het moment dat er benadrukt moet worden wat de sfeer van de situatie is.

Volwaardig personage in dienst van het plot

Het personage dat een bepaalde vaardigheid van je held moet benadrukken is dus altijd iemand met een minder grote rol. Maar zoals altijd is dit personage nog altijd de held van zijn eigen verhaal.
Het enige belangrijke verschil is dat dit personage tot op zekere hoogte in het verhaal geschreven is in dienst van het plot. Hoe bepaal je welk personage dat gaat zijn? Er zijn een aantal factoren die je mee moet nemen in deze beslissing.

* Je held moet op zijn minst een vriendschappelijke band hebben met dit personage en om diens welzijn geven.
* Je held en het personage moeten elkaar met enige regelmaat treffen.
* Er moeten andere belangrijkere personages zijn (zoals de beste vriend) die een scène delen met de held en het spotlightpersonage.

Je spotlightpersonage blijft een volwaardige rol spelen in het verhaal. Het is nog steeds een echte vriend, geen middel om het plot vooruit te helpen. Foto door Jed Villejo op Unsplash.

Deze zaken zorgen ervoor dat je spotlightpersonage niet geforceerd in het plot komt, maar er wel altijd is om de heldenreis -evengoed- subtiel te versterken, zonder dat je personage een overschot aan power fantasy nodig heeft.

Voorbeelduitwerking met een spotlightpersonage

Een concreet voorbeeld van een groepje personages en hun verhoudingen. We schrijven over een bevriend groepje tieners op de middelbare school.

Held: Charlie
Beste Vriend: Simon
Spotlightpersonage: Petra

Charlies heldenreis is om ooit topsporter te worden.

Charlie, Simon en Petra zijn goede vrienden, maar Charlie en Simon zijn onafscheidelijk. Beide jongens zijn zeer atletisch en hebben ook topsportambities. Iedere dag gaan ze na school naar de atletiekbaan, of doen ze samen andere trainingsoefeningen. Behalve op vrijdagavond, want dan gaan ze altijd met zijn drieën naar de film. Bovendien heeft Charlie heimelijke gevoelens voor Noortje. Petra weet dat en probeert tussen Noortje en Charlie wat vriendschappelijke bruggen te slaan.

De cijfers bij gym liegen er niet om: de jongens halen daar altijd negens en tienen voor, Petra is tevreden met een zesje. Dat verschil in cijfers laat zien hoe goed de jongens echt zijn. Als het gaat om topsport, is Petra niet belangrijk voor het verhaal. Maar Charlie heeft nog meer dan alleen sport in zijn leven: de filmavondjes en zijn gevoelens voor Noortje.
Petra kan hem daarbij helpen, zonder als geforceerde koppelaarster over te komen: ze is misschien niet Charlies beste vriendin, maar wel een vriendin die belangrijk voor hem is. Anders zou hij niet elke week met haar naar de film gaan.


Power fantasy grens van de held bewaakt

Een spotlightpersonage helpt de held om méér te zijn dan alleen iemand die een enkel doel najaagt. Bovendien kan dit personage ook ervoor zorgen dat de zwaktes van je held bloot komen te liggen. Charlie is niet almachtig: hij heeft Petra nodig om dichter bij Noortje te komen. Dat kan je aan Simon overlaten, maar ook dan loop je het risico te makkelijk te schrijven: een held en een beste vriend kunnen nooit met zijn tweeën het verhaal dragen. Stel dat Charlie en Simon ruzie krijgen, dan leeft Charlie plotseling in een sociaal vacuüm. Dat zet het plot vaak op slot.
Laat hem een discussie krijgen met Petra en dat heeft voordelen:

* Charlie gaat zich rot voelen, maar hij kan nog wel door met zijn heldenreis: deze ruzie zet het plot niet op slot.
* Het laat zien dat Charlie geen perfect personage is: ook hij kan kibbelen ( ja, inderdaad, met iemand om wie hij geeft, niet alleen met de antagonist)
* Simon kan Charlie ter verantwoording roepen: dat geeft hem een kans om te reflecteren en te groeien

Zo krijgt Charlie dus nooit de status van onaantastbaarheid, wat hem een held maakt waarmee de lezer zich kan identificeren.

De spiegel van het spotlightpersonage

Een spotlightpersonage is net als ieder ander belangrijk personage er een met de eigen heldenreis. Zorg er dus wel voor dat je die eigen doelen, dromen en een eigen wil geeft. Daar moet je ook de nodige aandacht aan besteden. De ene keer zal dit alsnog relatief veel op de achtergrond gebeuren, de andere keer is je spotlightpersonage samen met je held veel op de voorgrond. Maar dit personage is er vooral om je held in zekere zin te spiegelen. Dat doet een antagonist ook, maar die is vaak een relatief zwart-witte afspiegeling van de held. Als een personage kan spiegelen dat niet tegenover, maar naast je held staat, dan kan dat de heldenreis van je hoofdpersonage op een prettige, realistische en onbevangen manier verstevigen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een einde schrijven bij een open einde

De meeste verhalen hebben een duidelijk centraal conflict. Er zijn obstakels die overwonnen moeten worden. Dat geeft de held iets om voor te vechten. Maar er zijn ook verhalen waarin de held slechts onderhevig is aan een aantal omstandigheden en niet per se iets vaststaands of duidelijks wil of kan bereiken. Dan krijg je een open einde. Hoe schrijf je daarvoor het slot?

Spieken bij biografische verhalen voor een open einde

Het echte leven houdt zich niet aan zoiets theoretisch en door de mens bedachte schema’s. Zoals in de The Dutchess. Die film gaat over een Engelse hertogin in de achttiende eeuw. Georgiana zit vast in een liefdeloos huwelijk, terwijl haar man een affaire heeft met haar beste vriendin, die later nog bij hen in gaat wonen. Ook krijgt Georgiana nog een buitenechtelijk kind.
De film eindigt grofweg als Georgiana eindelijk een mannelijke erfgenaam krijgt, iets waar haar man haar jarenlang voor bespotte omdat ze die niet kon geven. Het zwarte scherm na afloop vatte in een paar zinnen samen dat de hertogin haar buitenechtelijke kind nog regelmatig opzocht en haar vriendin voor de rest van haar leven bij haar en haar man inwoonde. In theorie nog een uur aan drama en verhalen om te vullen. Maar toch moest de film daar stoppen, om een eindeloze afronding van ‘en toen, en toen, o ja, trouwens, dit gebeurde ook nog’ te voorkomen.
Je kan van deze film niet helemaal zeggen dat het krijgen van een mannelijke erfgenaam hét centrale conflict is voor Georgiana; daar gebeurt simpelweg te veel voor. Hoe schrijf je een einde als je geen duidelijk centraal conflict of schema hebt om van te ‘spieken’ wanneer het daarvoor tijd is?

Emotie centraal stellen

Als er zoveel op je personage afkomt, is het niet te doen om de eindjes aan elkaar te breien als je uitgaat van verhaallijnen. Kijk in plaats daarvan wat je personage emotioneel beweegt. Zoek daarvoor eerst naar de kernemotie van je verhaal. In deze blogpost kan je lezen wat ik daarmee bedoel en in deze blogpost vind je wat voorbeelden hoe je dat in de praktijk brengt. Als je uitgaat van het principe dat een personage met een ´verhaal zonder einde´ op zoek is naar een beleving (van een bepaalde emotie) dan is het einde al stukken makkelijker te bepalen. Ga maar na: als je moet schrijven over zowel een liefdeloos huwelijk als bedrog als verraad en het gescheiden zijn van je kind, dan is het veel handiger om uit te gaan van de emotie gemis dan van wat al die zaken afzonderlijk qua verhaallijn met zich meebrengen. Bij emoties speelt er de ene keer misschien woede, de andere keer verdriet, maar altijd is er sprake van gemis. Of dat nu trouw, liefde of zekerheid betreft.

Verhaalthema centraal stellen versus emotie centraal stellen

Je zou van bovenstaand voorbeeld kunnen zeggen dat gemis simpelweg het verhaalthema betreft. Toch helpt het thema in dit geval niet om te bepalen wanneer je verhaal af is. Een thema is namelijk een (terugkerend) gegeven, geen zuiver doel. Een thema is er, ongeacht of het een bepaald resultaat oplevert en hoe het personage dat beleeft. Dat geeft het ook geen duidelijk einde. Als een verslaving of de gevolgen daarvan voor de betrokkenen voort blijft duren, heb je een uitstekend terugkerend thema, maar is het een stuk lastiger om te bepalen wanneer die gevolgen (lees: je verhaal) ‘afgelopen zijn’. Als je personage een emotie moet bereiken, is daar veel duidelijker een vinger op te leggen. Een prettig gevolg is dat je aan het ‘behalen’ van die emotie vaak een concrete gebeurtenis kan koppelen. In de volgende tabel ga ik opnieuw uit van het thema verslaving. Het doel is daarbij dus uitgesproken niet om te bepalen of de verslaving al dan niet overwonnen wordt. Dat kan je ook zien: in deze voorbeelden blijft de verslaving bestaan. Maar als je kijkt naar hoe een personage bepaalde emoties ondergaat, kan dat wel een heel ander einde aan het verhaal geven.

Narratief na te streven ‘slotemotie’wordt ‘behaald’ doordat geeft de concrete scène/ het concrete einde
ultieme verslagenheidsteeds opnieuw dingen proberen die maar niet mogen baten en je mentale taks bereiken. Dochter wordt opgehaald door een gespecialiseerde hulpverlenersinstantie, omdat moeders pogingen om dochter clean te krijgen telkens op niets uitdraaien.
extreme machteloosheidhet idee: ik weet niet wat ik moet doen en daardoor bevries ik in mijn doen en laten.Een beeld waarin dochter zich nogmaals tegoed doet aan drugs, omdat niemand haar kan helpen, of in staat is haar een halt toe te roepen.
gelijkmoedigheidhet idee: ik kan niets meer aan de situatie doen en daar heb ik mee te leven. Moeder doet de deur van de kliniek achter haar dicht, nadat dochter voor de zoveelste keer is opgenomen, wetende dat er voor dochter wordt gezorgd.


Slotemoties en het willen en nodig hebben van je personage

Lees deze blogpost nog eens als je een zetje wil voor het bepalen van je einde. Die gaat wat meer uit van het centrale conflict, maar je zal merken dat er ook bepaalde emoties bij komen kijken. Lees in de blogpost goed na wat je vooraf al moet weten of bepalen als je je het einde in gaat zetten. Als je van het begin af aan weet welke kernemotie centraal moet staan om naar het open einde toe te werken, zal dat stukken makkelijker gaan. Dan weet je ook welke gebeurtenissen je in je verhaal moet verwerken. Ook zal het emotionele doen en laten van je personage logischer zijn. En dat helpt om je personage uniek en levendig te maken. Kijk ook eens goed naar de personagebiografie. Staat daar misschien iets in wat tussen de regels door verklapt waar je je personage emotioneel naartoe kan laten groeien?

Wees ook vooral niet bang om te experimenteren als je een open einde gaat schrijven. De term zegt het al: er is meer dan een optie en er is dus geen goed of fout. Probeer vooral uit wat er voor jou (w verhaal) werkt en wat juist niet.

Succes!

Foto door Patrick Tomasso op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe kan je een cliché clichébestendig maken?

Een cliché clichéproof maken kan tot op zekere hoogte, want er zijn manieren om ervoor te zorgen dat cliché-achtige verhalen toch nog redelijk uniek worden. Hoe schrijf je een interessant verhaal, ondanks de aanwezigheid van een cliché van hier tot Tokio?

Een hopeloos achterhaald cliché

Voor iemand die nog nooit een detective heeft gelezen, is het geen cliché dat de butler het heeft gedaan. Maar als grofweg iedereen weet dat je trope te gebeuren staat, dan is de cliché hopeloos achterhaald. Oftewel: het cliché is geen persoonlijke interpretatie meer, maar wordt gewoon in het algemeen als zodanig aanvaard. Dan moet je je verhaal anders aanpakken, wil het nog aantrekkelijk zijn. Dat begint met moorden.

Darling van het cliché

Kill your darling stelt dat je als schrijver soms een te grote fan wordt van je eigen tekst. Dan moet je gaan schrappen, maar het gemene is: er is altijd wel een element van de darling dat diens bestaan rechtvaardigt. Een meisje met roze strikjes in de haren ìs ook gewoon schattig. Alleen een beetje té. Daar gaan de die-hard clichés de fout in. Als een bepaalde trope de darling vormt, is het alsof het kill your darlings proces niet is toegepast, maar alles zonder herziening in het boek is blijven staan. Je moet dus de algemene darling van een cliché vinden. Hoe doe je dat?

Ken de aantrekkingskracht van het cliché

In een cliché zit altijd een sterke, relatief eenvoudige narratieve aantrekkingskracht verstopt. Ga daarnaar op zoek. Enkele voorbeelden:

* De butler heeft het gedaan: als een trouwe dienaar je kan verraden, wie kan je dan nog vertrouwen? Hoe kan zo’n vertrouwensband zo beschadigd zijn geraakt of oprecht hebben geleken als dat nooit zo was?
* Een verboden liefde: iedereen zoekt naar liefde. (Let op: ik schrijf liefde, niet romance!) Het is dus erg herkenbaar. Maar liefde is niet zomaar te vinden of zomaar gewonnen: daar komt een verhaal bij kijken. En hoe moeilijker de strijd, hoe zoeter de overwinning. In zekere zin dus ook: hoe heftiger de strijd, hoe beter het verhaal. Daarom is er in ieder verhaal een centraal conflict en geen onmiddellijke overwinning.
* Een kind met kanker: het is vreselijk om een onschuldig kind te zien lijden, dus wil je weten of het kind de ziekte overleeft.

Personaliseer het cliché

Om een cliché toch nog uniek of interessant te maken, moet je het personaliseren. Als je een clichéverhaallijn hebt, zorg dan voor unieke personages. Geef je personage dus een centraal conflict, angsten, een goed uitgewerkte personagebiografie met het willen en nodig hebben en wellicht ook een grootste leugen.
Als dat klaar is, moet je gaan kijken wat clichés tot clichés maken, zodat je die kan ontwijken of zodat het in ieder geval een tandje lager kan .

Zet het cliché een tandje lager

Kijk eens naar deze voorbeelden. Is je dit al eerder opgevallen? Als het goed is, moet het in ieder geval een nu-je-het-zegt-momentje zijn ;).

* Het doodzieke kind is vol levenslust.
* De rijke vrouw is niet alleen onbereikbaar voor de arme sloeber, maar is ook nog eens bijna – zo niet helemaal- een Mary Sue.
* De sociaal onhandige puber heeft last van ernstige acne.

Deze eigenschappen benadrukken wat het personage moet representeren en ‘versterken’ het conflict.
Een kind verliezen is al erg genoeg, een uitzonderlijk levenslustig kind kwijtraken is nog droeviger. Uit de armoede komen is al fantastisch, maar als de oorzaak dan ook nog eens nagenoeg perfect is in uiterlijk en voorkomen… Medeleerlingen gaan al niet graag met je om en dan ben je óók nog eens minder aantrekkelijk. Dan moet er meer dan een ding veranderen als je personage populair moet worden

Zo heeft ieder cliché iets wat een bepaald gegeven extra onderstreept. Iets kan namelijk pas echt cliché worden als het er dik bovenop ligt. Anders valt een bepaalde herhaling niet (snel) op. Als je mij tien keer op straat ziet lopen, zal ik steeds een van de vele voorbijgangers zijn. Draag ik altijd een pimpelpaars broekpak met lichtgevende klavertjes erop, dan zal je mij na drie keer misschien wel herkennen. Iets aan mij moet extra opvallen, wil ik meer worden dan een zoveelste persoon in een mensenmassa.

Ga uit van intrinsieke motivatie

Clichés leunen te zwaar op dat onderstrepende element, daarom zijn ze storend en eendimensionaal. Het verhaal gaat er vooral over hoe erg het zou zijn om het levenslustige kind te verliezen, hoe fantastisch de relatie met de rijke, mooie vrouw zou zijn of hoe erg het is om impopulair te zijn. Daarmee doe je al je voorbereidende werk zoals een goed uitgewerkte personagebiografie teniet. Clichés melden de unieke eigenschappen van een personage tussen neus en lippen door en vergeten dat je deze informatie moet verzamelen omdat het belangrijk is voor het personage, niet alleen voor het verhaal.
Als de arme sloeber lid is van een drugsbende, vindt het cliché dat een blokkade voor de relatie. Lees: het verhaal. Je kan echter ook voornamelijk schrijven over hoe dat de andere geliefden van de man in gevaar brengt, wat dat met zijn mentale toestand doet… Om dan vervolgens in die hectiek alsnog over een romance te schrijven. Met de vraag: hoe gaat dat in zijn leven passen? Dan schrijf je vanuit de intrinsieke motivatie van een personage, in plaats van dat je iets schrijft omdat het verhaal moet lopen zoals het ‘hoort’.

Clichés zien ondersteunende elementen als een rode streep die je continu zichtbaar met een dikke verfkwast over het verhaal heen hoort te verven. Als je binnen een cliché iets wil laten werken, dan moet je datzelfde element zien als de rode draad die – relatief subtiel- door het hele verhaal heen is verweven.

Foto als geheugensteuntje

Deze foto bij heb ik genomen. Hij is gemaakt in Tokio bij het beroemde station van Shibuya, bij het extreem drukke kruispunt (achteraan in de foto).

Als we het toch hadden over:
– een cliché van hier tot Tokio 😛
– het voorbeeld van mijn opvallende kleding: vind maar eens een specifiek persoon in deze mensenmassa. Dat lichtgevende klavertjespak zou hier goed van pas komen. .
Als je een beetje visueel bent ingesteld, hoop ik dat deze foto een goed geheugensteuntje of samenvatting is voor bepaalde dingen uit deze blogpost.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Compleet overzicht van de ‘Wat als’- artikelen: zo werk je je personages uit

Twijfel je hoe je personage om zou gaan met bepaalde tegenslagen of dingen die het meemaakt tijdens het verhaal? In de ‘Wat als’-serie zijn al deze onderwerpen onder de loep genomen, van een gebroken hart, tot wanneer je personage anders is dan jij, de schrijver. Hier staan ze allemaal nog eens op rijtje, onderverdeeld in verschillende categorieën.

Personage en plot

Als je personage macht heeft
Als je personage tegenslagen te verduren krijgt
Als het personage moegestreden is
Als je personage een geheim heeft
Als je personage in actie moet komen
Als je personage overgehaald moet worden
Als je personage klem zit
Als je personage stervende is
Een personage dat lastig te schrijven is
Als je personage nieuw is in een groep
Als je personage veel pech heeft
Als je personage voor een onmogelijke keuze komt te staan
Als je personage het zwaar te verduren heeft
Als je personage vakantie heeft
Als je personage ergens mee worstelt
Als je personage een belofte na moet komen
Als het personage geholpen moet worden
Als je personage een strijder is
Als je personage een belofte verbreekt
Als je personage iets te bekennen heeft  
Het einde van een boek- als je personage de eindstreep haalt

Karakter en vaardigheden van je personage

Onkunde
Als de schrijver het personage niet mag
Uitverkoren is
Een onbetrouwbaar personage
Als je personage moet groeien
Als het personage anders is dan de schrijver
Excuses moet aanbieden
Als je personage iets fout doet
Incorrect zelfbeeld heeft
Schrijven over een kind
Superkrachten bezit
Een koppig personage
Een nieuwsgierig personage
De goedzak
Een verdorven personage
De leugenaar
Het verlegen personage
(Bij)geloof
De verrader
Een heilige overtuiging
Het onredelijke personage – de Karen
Een laf personage

Personage en persoonlijke omstandigheden

Liefdesverdriet
Eenzaamheid
Pijn
Rijkdom
Als er iets te vieren is
Minderheden
Rouw
Als je personage iemand mist
Als je personage zich ergens op verheugt
Trauma
Verliefdheid
Verslaving
Ziekte
Armoede

Als je personage iets (niet) wil

Seks
Aan verwachtingen voldoen
Als je personage iets nodig heeft
Als je personage doet wat het wil
Als je personage de macht wil grijpen
Als je personage in staking gaat

Al deze artikelen en dit exacte overzicht verschenen eerder op Schrijven Online.
Foto door Kyle Smith op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage de eindstreep haalt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage de eindstreep haalt?

Als je boek bijna ten einde is, gaat je personage een bepaalde eindstreep halen. Hoe schrijf je die op zo’n manier dat die een goede laatste indruk achterlaat?

Wrap-up

‘De eindstreep in zicht’ is het moment dat het drie-aktenstructuurschema de wrap-up noemt. Het einde is er bíjna, maar nog niet helemaal. Het duidelijkste voorbeeld van hoe een wrap-up eruitziet, vind je in sprookjes. Het is dat gedeelte net vóór ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’.
Nu Assepoester met de prins was getrouwd, hoefde ze nooit meer vervelende klusjes te doen.

Het geeft een indruk hoe het verhaal verdergaat nadat het boek zelf is geëindigd. Want meestal gaat een verhaal nog verder na het einde van het boek: je personage is immers nog niet dood. Maar omdat al het interessante –narratief gezien– al is verteld, ga je niet eindeloos meer doorschrijven over hoe personages door blijven leven.

De toon van je verhaal

Om te zorgen dat je wrap-up aansluit bij de rest van je boek, moet je al over de wrap-up nadenken zodra je begint met het schrijven van je verhaal. De wrap-up bepaalt namelijk voor een groot deel de toon van je verhaal.

Om Assepoester nog maar eens als voorbeeld te nemen:
Stel dat je wrap-up is: voor het altaar werd Assepoester alsnog door haar boze stiefmoeder ontvoerd en was ze gedoemd om een huisslaaf te blijven.
Dat is een hele gure toon. Eentje die helemaal niet aansluit bij een groot deel van het verhaal, waarin hoop hoogtij viert. Het mooie bal, de dans met de prins en de wetenschap dat Assepoester als enige het glazen muiltje zal passen.
Bepaal dus grofweg het einde van je verhaal voor je met schrijven van het verhaal om te voorkomen dat je een anticlimax schrijft of de lezer zich bedonderd voelt.

Zorg voor voldoende en logische afsluiting

Je kan ervoor kiezen om een open einde te schrijven, maar je moet er wel voor zorgen dat je de belangrijkste vragen over de heldenreis van je personage beantwoordt. Als er nog een aantal belangrijke vragen openstaan, is de wrap-up het moment om ze te dichten.
Wees gewaarschuwd: in de loop van je verhaal moet je al wel duidelijke feiten of hints kunnen geven om iets af te sluiten, anders komt de afronding zeer geforceerd over. Dan krijg je een ‘o ja, trouwens’-effect:

  • O ja, trouwens, deze personages waren altijd al verliefd op elkaar;
  • O ja, trouwens, dit deed het personage met oma’s gigantische erfenis;
  • O ja, trouwens, het kwam nog goed met de zieke hond waar mijn personage het hele boek lang voor gezorgd heeft.

Een wrap-up komt dan misschien laat in het verhaal, maar je moet de aanzet ervoor al gedurende het hele verhaal geven.

Dit is het laatste artikel van de ‘Wat als?’-serie. Hopelijk heeft hij veel nieuwe inzichten gegeven!
Volgende week komen alle artikelen nog eens in een overzicht te staan. Daarna start een nieuwe serie. In dit artikel viel de naam drie-aktenstructuurschema al. In de nieuwe serie ‘drie-aktenstructuur’ wordt ieder verhaalelement van dit schema uitgebreid toegelicht!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Joshua Hoehne op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De grootste leugen die je personage zichzelf vertelt

Je plot blijft interessant zolang je personage een conflict heeft. Er is een aantal drijfveren voor een conflict en een daarvan is de leugen die je personage zichzelf vertelt.

Je personage in beweging houden

Het is belangrijk dat je elementen in het verhaal hebt én houdt waardoor je personage in beweging blijft. Je lezer kijkt immers naar je fictieve wereld door de ogen van je hoofdpersonage. Als die dan vervolgens niets doet of alleen maar achterover hoeft te leunen, gebeurt er niets in je plot. Om dat te voorkomen kan je verschillende dingen doen. Je kan gaan puzzelen met het willen en nodig hebben van je personage, of dreigen met de grootste angst van je personage. Maar er is nog een andere manier: je duikt in de grootste leugen die je personage zichzelf vertelt. Het werkt net zo effectief, maar voor deze methode moet je nog meer doen dan in het hoofd van je personage duiken.

Voorbeelden van een leugen die een personage zichzelf vertelt

Als je personage tegen zichzelf liegt, probeert het zichzelf iets wijs te maken. Dat ‘iets’ kan je samenvatten als: iets wat je personage erg graag wil of nodig heeft, wordt door hem of haar afgedaan als iets onbelangrijks, of iets dat helemaal niet nodig is. Dat doet je personage in een poging te pijn te ontlopen die het ontbreken van dat ‘object van verlangen’ met zich meebrengt.
Zodra je personage zegt: “Ach, dat is allemaal zo belangrijk niet.”, “Het interesseerde me toch al nooit.” of vliegensvlug de schouders eronder zet na een traumatische gebeurtenis “omdat het leven nou eenmaal doorgaat”, zonder te treuren of te rouwen, kan je er de donder op zeggen dat dit een zelfvertelde leugen is of gaat worden.
Enkele voorbeelden:

SituatieLeugen Deze pijn wil het personage niet onder ogen zien
Max wilde als kind al dokter worden en is nu uitgeloot voor medicijnen. “Maakt niet uit. Ik kan als advocaat ook geld verdienen, daar hoef ik geen dokter voor te zijn.” Een levenslange droom is in duigen gevallen.
Moeder krijgt een derde achtereenvolgende miskraam.“Dan is het moederschap blijkbaar niet aan mij besteedt. Daar kan ik mee leven.”Ze moet ergens mee leren leven, dit is geen vrijwillige keuze. Het zal nog altijd pijn doen wanneer vriendinnen wel zwanger raken en zij niet. Het verlangen naar het moederschap is niet zomaar verdwenen omdat ze een feit accepteert.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Nou en? Ik hoef niet populair te zijn!”Het ging er niet om dat ze populair zou worden, slechts dat ze als eenzame eenling eindelijk eens gezien zou worden.
Het onpopulaire meisje is net afgewezen door de stoerste jongen van de school.“Ik heb hem niet nodig, ik heb mijn familie ook nog.”Ze is afgewezen, en wilde wel degelijk het gevoel hebben romantisch interessant te zijn, terwijl het tegendeel waar lijkt te zijn.

Je ziet bij het onpopulaire meisje dat een personage zichzelf meerdere leugens over dezelfde situatie kan vertellen. Of dat eenzelfde situatie bij twee soortgelijke personages (in dit geval twee verschillende onpopulaire meisjes) eenzelfde leugen heel anders uit kan pakken.

Wat vertelt deze grootste leugen van het hoofdpersonage jou?

De grootste leugen van je personage betekent niet zozeer dat je personage liegt, maar eerder dat het zichzelf voor de gek houdt. Het is een leugen die hij zichzelf vertelt. Dat onderscheid is belangrijk vanwege twee redenen:

* Het personage liegt tegen zichzelf, dus niet tegen iemand anders. De leugen komt dus niet per se naar buiten.
* Omdat het personage liegt tegen zichzelf omdat hij zichzelf iets wijs wil maken, is hij er niet op uit om anderen te bedriegen. Het is echter niet uitgesloten dat anderen gekwetst worden van door interne leugen van een personage.
Zo kan de eerdergenoemde moeder zich wijsmaken dat ze ‘alleen maar’ blij is voor de vriendin die wel zwanger is. Maar als ze door dat onverwerkte verdriet daardoor onbedoeld afstandelijk wordt naar de aanstaande moeder, is dat voor haar óók niet fijn.

Wat is het nut van deze grootste leugen van je personage?

De leugen van je personage is een ideale aanleiding voor een moment van serieuze drama of actie. Het heeft iets belangrijks gemeen met de grootste angst: je personage moet iets onder ogen zien. Het belangrijkste verschil is dat bij de leugen je personage nog in ontkenning kan gaan. De grootste angst is eerder de knagende waarheid die je personage -hetzij schoorvoetend- eerder accepteert. Dat maakt het verwerkingsproces van de grootste leugen groter: jawel, personage, je hebt wel degelijk bevestiging nodig, de behoefte nodig om een vaderrol te vervullen…Wat dan ook.
Meestal schrikt een personage zich een ongeluk zodra dit besef tot hem of haar doordringt. Het heeft niet voor niets tegen zichzelf gelogen: dat was zelfbescherming. Dus zodra de waarheid of deze pijn zich dan opdringt, komt er een hoop dat je personage moet verwerken. Dat past goed bij de belangrijke en spannende momenten in het verhaal. Denk aan de obstakels, ramp en crisis in het schema van save the cat.

Je personage zal van schrik weg willen kruipen. Misschien ook wel van schaamte…
Foto door Aləx Buchan op Unsplash.

Zorg er wel voor dat je goed afweegt waar de leugen precies ter sprake komt. Als de grond onder de voeten van je personage vandaan valt, de leugen belangrijk is voor het plot èn er nog tijd moet zijn om alles te verwerken, mag je niet alles zomaar afraffelen. Geef het verwerken van de leugen de nodige tijd en zorg ervoor dat het niet minder belangrijk wordt gemaakt dan het is. Vaak is het ontdekken van de leugen een van de moeilijkste dingen die je personage moet doormaken.

Komt de leugen altijd uit?

Je personage hoeft niet altijd met zijn eigen leugen geconfronteerd te worden. Soms is het iets wat alleen in de personagebiografie mag blijven staan. Maar je moet hem als schrijver wel weten, want hij vertelt over belangrijke gedachten en drijfveren van je personage die anders -ook voor jou!- geheim blijven.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage arm is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage arm is?

Als een personage arm is, kan dat verlammend zijn. Je personage kan zich ook arm voelen terwijl hij dat niet is. Let dus ook goed op het verschil tussen armoede en ‘je arm voelen’.

Je arm voelen

Als je je arm voelt, heb je niet genoeg geld om iets specifieks te kopen of te kunnen doen. Dan moet je iets opgeven wat je heel graag wil doen of graag wil hebben. Deze definitie kan in de praktijk heel breed zijn. Dat ligt er maar net aan wat je personage gewend is.
“Ik ben arm, want ik kan geen vijftig euro besteden aan een dagje Efteling,” zegt de tiener.
“Ik ben arm, want ik kan niet meer bij Gucci winkelen,” zegt de verwende miljonairsdochter.  
“Ik ben arm, want ik kan geen studie betalen,” zegt de zoon uit een gezin met een laag inkomen.

Je hoeft het als schrijver niet eens te zijn met de persoonlijke definitie van arm die je personage heeft. Maar je moet je beseffen dat dit wel de waarheid van je personage is. En dat het zich dus rot gaat voelen omdat het vanwege geld dingen moet laten. En dat vervelende gevoel of het afzeggen van bepaalde dingen heeft vaak gevolgen voor het plot.  

In armoede leven

Als je in armoede leeft, heb je niet genoeg om iets te betalen dat tot de absolute basisbehoeften behoort. Denk aan eten, medische kosten, de huur, gas, water, licht en een dikke jas voor de winter.
Waar iemand die zich arm voelt geen geld heeft voor iets wat diegene wil hebben, heeft de persoon in armoede geen geld wat hij moet hebben. Een personage in armoede voelt zich rot, moet dingen afzeggen en zit daarbij ook in een extra lastig parket: hij zit vast.

Vast in armoede

Als je personage in armoede leeft, zit die vaak ergens in vast. Als je door een te laag inkomen steeds aan het eind van de maand in de min zit, wordt dat een spiraal. Voor een maand is dat misschien niet zo’n ramp: even rood staan kan meestal wel. Maar als dat steevast het geval is, moet je personage door achterstallige rekeningen ooit gaan kiezen wat het deze maand doet: voldoende eten of toch echt een keer naar de tandarts omdat de kiespijn ondraaglijk wordt? Al snel krijg je een domino-effect van ellende. Let erop dat dat het plot op slot kan zetten, want vroeg of laat is raakt je personage moegestreden. Als het uit zijn huis is gezet omdat hij van de honger het werk niet kon volhouden of door onbehandelde ziekte niet kan werken, is het niet zo simpel om een cirkel van armoede te doorbreken. Onderschat de invloed van armoede niet. Armoede is eerder een thema van een verhaal dan een centraal conflict waar je personage weer bovenop komt.  

Wil je toch dat je personage uit de armoede ontsnapt, dan kan dat natuurlijk. Maar zorg dan dat je personage voldoende helpers en vaardigheden heeft die hem uit de armoede helpen. Anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.