Hoe schrijf je een scène waarin sfeer voorop staat?

Een scène moet alltijd verandering brengen en in beweging zijn. Omdat scènes de aaneennrijgende elementen zijn die een verhaal tot een geheel maken, is dat niet zo gek. Een verhaal is geen vaststaand feit, het gaat alsmaar verder, van het begin tot aan het einde. Maar hoe zit het dan met een scène waar een sfeer voorop staat? Een moment waarop lezer of personage om zich heen mag kijken om de situatie voor zichzelf te schetsen? Laten we eens kijken waarom een goede sfeeromschrijving in een boek zo ontzettend krachtig kan zijn.

Waarom zijn sfeeromschrijvingen nodig in een boek?

Sfeeromschrijvingen maken het decor van je scène. In plaats van dat je personage in een geluidsdichte witte ruimte staat, zijn er bloeiende bloemen om van te genieten tijdens een mooie lentedag, helpt de regen om te klagen dat alles altijd tegenzit en zal je ietwat verlegen personage op een ontspannen feestje alsnog makkelijk contact leggen met anderen. Als je niet voldoende woorden aan je sfeeromschrijving besteedt, zijn je plot en personages misschien wel interessant, maar zal je lezer zich er alsnog weinig voor interesseren omdat het alsnog erg droog overkomt.
Alsof je een lekker gerecht hebt dat zodanig weinig is gekruid dat het alsnog erg flauw smaakt, waardoor het je alsnog niet echt goed smaakt.

Sfeeromschrijvers zijn snel vertragend voor een scène

Een goede scène is in wezen altijd in beweging. Omdat het een verhaal in het klein is, gebeurt er altijd iets noemenswaardigs in. Of je nu een personage beter leert kennen, of er een plotpunt in gang wordt gezet, de scène moet de lezer iets nieuws vertellen. En daarom kan het lijken alsof sfeeromschrijvers als decorstuk van een verhaal niet teveel ruimte in een scène mogen innemen, of zelfs een hele scène kunnen dragen. En dat is zeker waar: een sfeeromschrijving loopt een groot risico om te eindigen als een stuk tekst met bloemig taalgebruik. Als er een huwelijksaanzoek wordt gedaan, kan je wel eindeloos schrijven hoe mooi het zonlicht op het water van het prachtige vijvertje valt en hoe de hemel roze kleurt terwijl hij met bibberende knieeën controleert of de ring nog veilig in zijn zak zit terwijl er een schattig vogeltje… Dat effect: de romance, hét moment van het aanzoek zelf, wordt dan helemaal ondergesneeuwd.

Van sfeeromschrijvers naar sfeerbelevers

Wil je een scène schrijven waarin de sfeer toch op de voorgrond komt, om de omgeving of de emotie helemaal in te laten werken op de lezer of het personage, dan is het de truc om de details die je meeneemt niet te zien als sfeeromschrijvers, maar als sfeerbelevers. Dan gaat het niet meer zozeer om hoe alles eruit ziet, maar hoe het personage die zaken beleeft. En als verlengde daarvan: hoe het personage daardoor een verandering doormaakt als het gaat om gemoedstoestand, levensinzicht, of een besef van het verschil tussen willen en nodig hebben. In dat opzicht zijn scènes waarin de sfeer voorop staat uitstekend voor aha-momentjes voor een personage.

Zie sfeeromschrijvers als een foto, waarop je de dingen die het decor maken aan kan wijzen. ‘Wat dit huwelijksaanzoek het perfecte decor gaf, was de treurwilg in de hoek lijnksonder en de gouden rand van de zonsondergang die je rechtsboven in de foto ziet.’ Sfeerbelevers zijn de gedachten die door het hoofd van je personage gaan, hoe het lichaam trilt, hoe de laatste zonnestraal de warmte geeft die ervoor zorgt dat de zenuwen wat minder worden. Alles wat optelt tot het moment, maar wat niet zozeer aanwijsbaar is. Dit kan je relatief klein houden en bij het personage houden.
Maar je kan het ook vanuit een groter perspectief bekijken.

Om het huwelijksaanzoek als voorbeeld te houden: loop als een figurant door de ‘filmset’ van dit huwelijksaanzoek. Wat zie, hoor, voel of ruik of merk je als relatieve buitenstaander van de actie van dit moment? Let wel: als figurant op afstand speel je niet in het verhaal mee. Je observeert slechts wat dit decor ideaal maakt voor wat er gaande is.
Een zacht briesje door het gras, een fijn tintelende verwachting… Dadelijk wordt er ‘ja’ gezegd, op een zachte, persoonlijke manier. Deze aanstaande bruid gaat niet de hele buurt bij elkaar schreeuwen.
Zorg ervoor dat je lezer het gevoel krijgt óók op die filmset te willen rondlopen om datzelfde gevoel ook mee te maken. Ga er niet van uit dat dat gebeurt, maar streef er eerder naar dat je die ingrediënten daarvoor aan de lezer geeft. Dit is ook het moment waar subtiele symboliek goed tot zijn recht komt. Je geeft een sfeerbeleving de meeste ruimte als je beschrijvende taal gebruikt die ondergeschikt is aan de algemene beleving. Zo voorkom je bloemig taalgebruik.

Kijk maar eens naar het cliché dat de een in de mooie ogen van een ander verdrinkt. Dan werkt het veel beeldender om te zeggen hoe fijn het moment is om bij de ander te zijn, en je geliefd en veilig te voelen dan wanneer je twintig verschillende woorden voor ‘schitteren’, ‘hemels’ probeert in je tekst te passen of maar blijft bedenken welke van de vier tinten groen die je kent het meest mooi lijken voor dit moment van Cupido’s voltreffer.

Wat maakt het moment?

Om een sfeeromschrijving te transformeren naar een sfeerbeleving , ga je dus vooral uit van wat het moment tot het moment maakt wat je wil schetsen. En daar heb je soms meer dan een paar tientallen woorden voor nodig. Net zoals er momenten in het leven zijn die ook langer lijken te duren mag je daar in je boek ook de tijd voor nemen. Als de sfeerbeleving het ‘verhaal van de scène’ wordt, laat dat verhaal dan zijn dat een bepaalde gemoedstoestand, een bepaalde sfeer of een bepaalde ingeving het startpunt wordt voor de volgende scène. Zo wordt een scene niet alleen meer een beeldvorming van een specifiek moment, maar de aanzet van iets wat de rest van je boek nog bij kan blijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mark Harpur verkregen via Unsplash

Zo maak je een cliché origineel: omdat de schrijver het zegt

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: omdat de schrijver het zegt. 

Het cliché

Of het nu een koppeltje is dat met elkaar moet eindigen, of de lezer medelijden zou moeten hebben met een ziek personage, of het landschap prachtig moet vinden: zodra de schrijver iets vindt, moet de lezer het met de schrijver eens zijn. Zelfs als daar helemaal geen inleiding, reden of tekst en uitleg aan te pas komt. 

Waarom stoort dit cliché zo?

Een verhaal heeft in meer of mindere mate altijd een oorzaak en gevolg. Personages worden vrienden omdat ze samen een avontuur zijn aangegaan, een verhaal is spannend omdat er iets op het spel staat, of een landschap is mooi omdat de sfeeromschrijving goed is neergepend. 

Zonder serieuze inspanning van de schrijver wordt een verhaal alleen maar dertien in een dozijn, hoe spectaculair of uniek je verhaal in theorie ook is. ‘Omdat ik het als schrijver zeg’ is een uitgangspunt dat nooit werkt. Net als een kleuter dat vaak doet, zou de lezer zich altijd moeten afvragen: ‘waarom?’

De oorzaak van het cliché: slechte of startende schrijver

Een schrijver die denkt een lezer zomaar mee te krijgen, is slecht bezig. Waarom een schrijver dat denkt, dan verschillende oorzaken hebben:

  • De schrijver heeft een te groot ego of te weinig zelfreflectie
  • De schrijver is te lui
  • De schrijver heeft nog te weinig uitgewerkt aan de tekentafel. De schrijver weet: mijn romantische verhaal speelt zich af in de renaissance. Meer nog niet. Dus ook niet wie de Romeo en Julia zijn en wat de aantrekkingskrachttussen hen gaat vormen. 

Het cliché fiksen: er werk van maken 

Een schrijver met een te groot ego denkt dat die per definitie perfect schrijft, wat de uitwerking alleen maar slechter maakt. Als je te snel denkt dat je goed schrijft, schrijf je vaak volgens het ‘omdat ik het zeg’-principe. Feedback verwerken vind je dan vaak ook irritant, terwijl dat essentieel is om jezelf als schrijver te ontwikkelen. 

Een zekere mate van arrogantie is ook bij de luie schrijver het grootste probleem. Er worden duizenden boeken per jaar geschreven. Dan is het nogal een aanname dat lezers jouw boek als vanzelf leuk vinden alleen omdat je een keer schrijft dat het triest is dat bij tante Bep een ernstige ziekte is geconstateerd. En dat nog voordat de lezer weet wie Bep is of van wie ze überhaupt de tante is. 

Een schrijver aan de tekentafel is nog met die vragen bezig en loopt de kantjes er niet van af, maar heeft juist zin in dit ‘kennismakingsproces’ met het eigen verhaal. Dat voorkomt vrijwel altijd ‘omdat ik het zeg’ in de uitwerkingsfase.

Of je verhaal maar 300 woorden is, of een hele boekenreeks van honderdduizenden woorden omvat, als schrijver moet je weten waarom je verhaal uniek is. En hoe je dat bewerkstelligt. 

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Ben je geen arrogante of luie schrijver, maar gewoon nog bezig aan de tekentafel? Enkele vragen om jezelf te stellen: 
  • Bij onderlinge relaties tussen personages: heb je een aanwijsbare reden waarom zij elkaar liefhebben, hekelen of raar vinden?
  • Bij sfeeromschrijvingen: heb je zintuigrijk schrijven al onder de knie?
  • Wat betreft het plot: Heb je duidelijke clues? Gebeurt er genoeg ‘tussendoor’ om van een vroege oorzaak een later gevolg te maken? 
  • Bij worldbuilding: zijn je wetten logisch en niet via infodump bekendgemaakt? 
  • Weet je hoe je dialogen kan schrijven zonder een ‘As you know Bob?
  • Ken je de intrinsieke motivatie van de personages waarover je schrijft? 

Hiermee zou je al een heel eind moeten komen. Succes! 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sivani Bandaru verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een boek met een gebalanceerd woordenaantal

Het woordenaantal van een boek is een belangrijkere houvast dan je misschien zou denken. Het kan je behoeden voor allerlei valkuilen van creatief schrijven en als je weet hoe je de houvasten moet lezen, kan je je hele boek en schrijftechniek er inhoudelijk mee verbeteren.

Wat is een goed woordenaantal voor een boek?

In absolute aantallen geldt het volgende voor diverse soorten boeken:

* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Maar het draait er tijdens het schrijven vooral om dat je weet hoe je een woordenaantal kan inzetten of moet bewaken. Daarvoor moet je weten hoe een redacteur naar een verhaal kijkt en wat een lezer wil beleven. Die combinatie levert een verhaal op waar iedereen van gaat smullen.

Een redacteur wil een ‘nuttige’ tekst

Denk als schrijver tijdens aan de tekentafel al aan de slush pile. Niet alleen omdat je die straks moet overleven als je naar een uitgever stapt, maar ook omdat je in je eerste 1500-2000 woorden ook een vlotte introductie wil hebben om je verhaal mee te starten dat zaaien en oogsten belooft. Schrijf dus:

  • liever een situatieschets dan een personageschets
  • geen routineschets, maar een eerste aanzet voor latere actie
  • liever over een mogelijk ‘waarom?’ of ‘hoe?’ dan een feitelijk ‘wat?’
  • meteen wat er op het spel staat, expliciet of tussen de regels door.

Kortom: mik op liefde op het eerste gezicht, niet op lust op het eerste gezicht.

Doe je het bovenstaande allemaal goed, dan is een redacteur daar erg blij mee. Die kijkt namelijk niet naar een tekst zoals een lezer dat doet. Om het heerlijk duidelijke cliché van de ridder en de draak maar weer eens te gebruiken: zo kijkt een lezer en een redacteur naar dat verhaal..

Dit schrijf je dit vind de lezer leuk hier let een redacteur opdit interesseert een redacteur
de boerenknecht gaat in riddertrainingals hij knap, klungelig of grappig is.of duidelijk is of wordt waarom juist deze knul in training gaat. Wat maakt hem in het grote geheel van het verhaal daar geschikt voor?of de training laat zien wat het groeiproces gaat worden
Vrouwe Catharina kijkt geïnteresseerd toe als hier een koppel van komt.of vrouwe Catharina geen sexy lamp is.waarom vrouwe Catharina, en niet vrouwe Agatha?
Help, drakenvuur!als Ridder stoer isof Ridder zijn getrainde technieken toepast. waarom dit gevecht ondanks de training nog steeds een uitdaging is voor Ridder
Nog een draak!als er Ridder het gevecht even dreigt te verliezenwaarom het mogelijk is dat Ridder dit gevecht inderdaad kan verliezenwaarom deze draak überhaupt nog tevoorschijn komt
Ridder wordt als held onthaaldals Ridder wordt beloondof zijn heldenreis een logisch geheel vormt. of je wrap-up en einde een passende conclusie vormen.

Kortom: zorg dat je schrijft voor verdieping (van de personagebiografie, bijvoorbeeld) of antwoord kan geven op de vraag: komt dit later ergens terug op een manier die zich vertaalt naar een element in de drie-aktenstructuur of een subplot? Lees: is het belangrijk voor het verháál, of werk je alleen naar een oneliner of geforceerd moraal toe?

Zo kan je een woordenaantal in een boek afkaderen

Als je naar je verhaal kijkt zoals een redacteur dat doet, heeft dat een aantal positieve effecten voor je woordenaantal. Dat komt omdat je bij het toepassen van dezelfde blik, bijna als vanzelf gaat merken dat iets héél lang in woorden, scènes of hoofdstukken voortsleept. En als alles even belangrijk is (lees: het woordenaantal past in verhouding bij dat wat je wil zeggen), heeft dat een aantal bijkomende pluspunten:

  • Je verspilt in dialogen geen honderden woorden aan koetjes en kalfjes.
  • Die dialogen hebben het nodige conflict.
  • Als je weet wat het nut of doel van een scene is, weet je ook of deze scène naar verhouding wat langer mag zijn in je verhaal.
  • Wat je kort en krachtig schrijft, komt ook echt binnen
  • Je weet wanneer sfeeromschrijving eerder 100 dan 25 woorden nodig heeft, of juist andersom. Anders gezegd: je weet hoe je effectief een toon kan zetten.

Een redacteur kijkt bijna, soms zelfs helemaal volledig naar de tekst volgens de methode van Chekhov’s gun. Die kan voor een schrijver heel erg vermoeiend zijn om continu aan te houden. Dat hoeft ook niet, want dat kan de schrijversflow verstoren. Maar als je tijdens het schrijven of bij een eerste revisieronde merkt dat je bij de eerste van je twintig hoofdstukken al op 8000 woorden zit, kan het handig zijn om toch op deze manier naar je tekst proberen te kijken. Al is het maar omdat zeker het begin en de comfortzone naar verhouding rapper moeten worden afgewerkt.
Spijker desnoods je kennis bij van de losse elementen van de drie-aktenstructuur om zo wat meer fingerspitzengefühl te krijgen bij waar je kort en krachtig moet zijn en waar je juist langer bij zaken stil mag staan, ook wat betreft woordenaantal.

Blijf schrijven voor de lezer

Uiteraard moet je ook nog schrijven op zo’n manier dat het verhaal voor de lezer aantrekkelijk blijft. Een redacteur pakt een verhaal in verhouding veel te systematisch aan, waar een lezer een boek eerder gevoelsmatig beoordeeld. Daarover hoef je niet te veel na te denken. Dat is schrijven zoals je het intuïtief aan zou pakken. Daarvoor stel je jezelf vragen als:
is het verhaal nog spannend? Is er een reden om voor de personages te juichen? Een beetje zoals de lijst met vragen voor proeflezers. Maak je wat dat betreft niet te druk om het woordenaantal. Je kan later nog woorden verwijderen of toevoegen als het nodig is.

Negen van de tien keer is een ongebalanceerd woordenaantal de oorzaak van een mindere beheersing van bepaalde schrijftechnieken, of onbegrip van een goede verhaalstructuur. Maak je wat woordenaantal betreft dus niet te druk om wat de lezer daar inhoudelijk van gaat merken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aedrian Salazar, verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een personage dat je nare kriebels geeft

Personages zijn interessant als ze op de oppervlakte heel leuk en lief lijken, er toch iets achter zit waar je die kriebels van krijgt. En waar je je als lezer en schrijver dan af kan vragen hoe zo’n personage toch die ergernis veroorzaakt.

Schrijven over personages die je nare kriebels geven

Personages waar je de kriebels van krijgt, zonder dat je eerlijk kan zeggen waarom, zonder zelf arrogant of aanstellerig te lijken noem ik  kriebelpersonage. Bedoeld of onbedoeld spelen deze personages slachtoffer, willen ze macht, of hebben ze een persoonlijke geschiedenis of karaktertrekken die haast griezelig is. Ze geven je erg onbehaaglijke kriebels, zowel als schrijver als lezer.
Neem een moeder die denkt dat ze een goede moeder is, maar ondertussen haar kind zodanig klein houdt, in het gareel wil houden en vertroeteld dat het verstikkend is voor het kind. Je kan niet zeggen dat het oneerlijk is van deze moeder dat ze haar tienerzoon lieve briefjes in de lunchtrommel toestopt, maar als Moeder dat doet om maar niet onder ogen te zien dat zoonlief in de puberteit raakt en zo wil voorkomen dat hij haar van zich losmaakt en geïnteresseerd raakt in meisjes, is dat iets heel anders.

Een goed voorbeeld van een kriebelpersonage is de fotoboekenvrouw van Brigitte Kaandorp. Je kan niet zeggen dat het fout is van een moeder om haar kinderen fotoboeken te willen geven, maar als het echt zo’n mens is als Brigitte schetst, dan is het wel iemand waar van alles mis mee is.  

Wat moet er een ongemakkelijk gevoel geven?

De fotoboekenvrouw van Brigitte heeft van alles verkeerd gedaan. Aandacht getrokken, zich opgedrongen, de wensen van de kinderen jarenlang genegeerd… Kijk eerst eens wat voor iemand ‘zo’n mens’ precies is. Het is een verschil of je aandacht trekt, of jezelf op de eerste plaats zet. Dat kan hetzelfde lijken, maar wees alert: dat kan een nuanceverschil zijn dat een enorm verschil kan maken, zoals de near enemies bij emoties.
Op zo’n zelfde manier moet je ook duidelijk krijgen waar jij precies de lezer of andere personages ongemakkelijk mee wil laten voelen. Haalt de moeder altijd alle aandacht naar zich toe, dan kan het kind later uit zijn op wraak, verstikt ze het kind in haar liefde, dan kan dat misschien wel alle contact willen verbreken. Kortom: het kan een heel verschil maken voor je verhaalthema.

Naar de tekentafel

Als je duidelijk hebt wat voor ergernis dit personage precies op moet roepen, kan je het verder gaan ontwerpen. Een paar uitgangspunten die je daarbij aan kan houden zijn:

Wat doet het personage fout?Op het moment dat je denkt alleen maar lief, aardig en attent bent, maar mensen je alsnog irritant vinden, dan gaat er iets fout. Probeer zo goed mogelijk in kaart te brengen wat je personage precies fout doet. Is het uit op aandacht, of juist op controle? Is een bepaald kind het slachtoffer of juist iedereen die te goedhartig is om iets slechts achter anderen te zoeken?

Meestal schrijf je geen personage dat met opzet deze mensen ergert of pijn doet. Schrijf daarom op wat die blinde vlek veroorzaakt waardoor je personage denkt dat het foute juist het goede is om te doen.

Waarom verandert het personage niet?

Deze zin alleen al is interessant bij het ontwikkelen van het personage; dit antwoord is ook de comfortzone. Het kan een combinatie zijn van een blinde vlek en het verlaten van de comfortzone. Dan kan je gaan kijken wat er nog moet gebeuren voordat de eerste stapjes richting het verlaten van de comfortzone worden gezet, hoe de blinde vlek in een klap kan worden weggehaald. Daar kan je dan het verdere plot mee aanvullen.

De blinde vlek en de comfortzone zijn  nog vrij onschuldig: dit personage weet niet beter en bedoelt het goed. Maar het kan nog wat erger: dit personage heeft echt slechte bedoelingen, of op zijn minst weet van het ongemak van anderen die het veroorzaakt, maar weigert daar iets aan te doen. Dan draagt het een masker of een schild.

Hoe belangrijk is het masker of het schild?Een personage draagt een masker als het bang is door de mand te vallen als anderen diens ware aard zien: ik ben niet zo’n goede moeder als ik aan de buitenkant lijk. Hier is het personage zich bewust van.
Een schild is als er iets voorgevallen, zoals een trauma of wanneer het personage weigert om aan zelfreflectie te doen en zo niet meer vatbaar is wat anderen van je denken. Je personage doet dan alles om maar niet onder ogen te zien dat er iets moet gebeuren. Dit gaat zo ver dat je personage zich er niet meer bewust van is.

Probeer vast te stellen wat de schilden en maskers van je personage zijn en in hoeverre die het dagelijks leven van je kriebelpersonage hebben overgenomen.

Wil je het schild of het masker afnemen?

Als er sprake is van een masker of een schild, vraag jezelf dan af of je deze afpakt van je kriebelpersonage of niet. Het levert twee heel andere verhalen op. Bij het een ontdek je grofweg hoe mensen nog met begrip naar elkaar toe kunnen groeien als verdedigingsmechanismen worden afgenomen. Bij het andere laat je zien hoezeer diezelfde middelen ervoor kunnen zorgen dat mensen compleet uit elkaar groeien, of kunnen uitgroeien van kriebelpersonages tot echt verdorven slechteriken.

Pas op voor de valse held

Een kriebelpersonage is er een die makkelijk kan uitgroeien tot een valse held. Wees erop alert dat die het plot op slot zetten. Je personage mag gerust irritant of zeurderig zijn. Maar dat zijn eigenschappen die een plot heel snel op slot kunnen zetten. Een plot is in een verhaal bijna  synoniem voor beweging. Iemand die alle aandacht op zichzelf vestigt om de nadruk te leggen op hoe alles zo zwaar is, niet beweegt, of alle schuld bij anderen legt en het principe van ‘het verlaten van de comfortzone ontwijken’ bijna tot een kunst verheft, kan je hele verhaal uit balans brengen en verstoren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anastasiya D, verkregen viaUnsplash.

Zo laat je een schurk opbloeien in zijn slechtheid

Het is een ding om slechte dingen te willen of om een slecht karakter te hebben. Een schurk in een verhaal heeft ook de mogelijkheid om het slechte naar boven te laten komen. Om dat extra angstaanjagend te manaar ken, kan je kijken naar de wereld en omgeving waarin je verhaal zich afspeelt om zo alles nog spannender en erger te maken.

Wat maakt je schurk slecht?

Begin met vaststellen wat je schurk vooral slecht maakt. Kijk daarvoor vooral naar de persoonlijke eigenschappen, niet zozeer wat het ‘einddoel’ is wat daarmee behaald moet worden. Denk aan: iemand wil ultieme macht. Dan is de kans groot dat die persoon zichzelf heel belangrijk vindt, of een grote controledwang heeft.
En iemand die anderen oplicht is niet eerlijk. Bedenk dan eens waarom, of wat die misschien te verbergen heeft?

Kijk dus niet zozeer naar ‘wereldoverheersing’ als je wil vertalen naar wat je schurk slecht maakt, maar naar ‘woedeaanvallen wanneer iets niet naar de zin gebeurt.’

Hoe zit de wereld in elkaar waar je slechterik in leeft?

Je slechterik wordt een stuk enger als die in meer of mindere mate zijn gang kan gaan. Je kan dat aanpakken door iedereen doodsbang te maken voor de gevolgen als je deze heerser tegenspreekt. Maar het wordt spannender als de schurk niet tegengesproken wordt omdat die zich kan verstoppen achter ‘zo werkt het nu eenmaal in de wereld.’ En dat niemand daar vraagtekens bij zet. Of zelfs verwacht dat iemand zich zo gedraagt binnen een bepaalde hiërarchie of situatie.

Denk aan de middeleeuwen waarin een koning de absolute macht heeft en de troon van vader op zoon doorgaat. Als de koning een goede man is, maar de kroonprins een ware tiran, wat doe je daar als boerenkinkel dan tegen?
Of juist andersom: als de middeleeuwse koning zijn volk al zeven generaties lang onderdrukt, dan zal de zevende of achtste generatie denken dat dat gewoon is zoals het is. Het systeem, koninklijke genen, wat de oorzaak ook mag zijn: het valt te verwachten en daarom wordt er niets meer van gezegd, durft niemand zich ertegen uit te spreken of komt het gewoon niet meer in mensen op om in opstand te komen.

Zoek naar symbolische of thematische overeenkomsten

Als je weet wat je schurk slecht maakt en in wat voor een wereld deze de ruimte krijgt om de gruweldaden uit te voeren, kijk dan hoe je dit thematisch of symbolisch kan aanvullen en combineren. Anders gezegd: maak deze wereld groter.
Geen enkele wereld of maatschappij kan functioneren als er een koning de absolute macht heeft, zonder dat deze koning enigszins weet wat hij wil, tot zijn beschikking heeft aan militaire troepen of hoeveel geld er in de schatkist zit, of desnoods nog bij de bevolking te stelen valt.
Hoe immoreel ook, deze slechte koning moet iets van een plan of doel hebben. ‘Konings wil is wet’ is voor de uitwerking van een verhaal meestal te oppervlakkig.

Kijk daarvoor goed naar je plot en de personagebiografie. Daar zal je de nodige zaken vinden die als vanzelf op elkaar aansluiten. Je begint aan de tekentafel vast niet met een verhaal dat zowel over een bloeddorstig heerser gaat als over een stel kikkertjes dat een vreedzaam leven tussen het riet leidt.

Probeer daarvoor de volgende tabel zo goed mogelijk aan te houden en in te vullen: karakter- wereld- gevolg. ‘Karakter’ mag je op dit punt wat breder interpreteren en vervangen door ‘symboliek’ ‘thema’ ‘of plan’, net wat past.

Kijk eens naar een aantal voorbeelden:

Karakter wereld gevolg
hebzuchtWall streetkeihard zakendoen is normaal
symbolisch: iedereen leeft in de digitale wereld in plaats van de offline wereld en heeft daardoor de waarde van persoonlijke vriendschap uit het oog verloren. iedereen is eenzaam en zoekt heil in allerlei vormen van (digitale) afleiding. je schurk kan zich voordoen als de ‘echte’vriend die iedereen mist en zo iedereen voor het karretje spannen.
thematisch: je held is een tuinier die ergens vruchtbaarheid aan geeft. Schurk is juist een verwoester“Ieder voor zich.”Je schurk zet de tuinier en soortgelijke personages neer als een egoïst, zodat een vicieuze cirkel ontstaat en niemand elkaar nog helpt of vertrouwt, in het voordeel van de slechterik.

Woordenweb als controle of aanvulling

Je kan deze tabel zo ver uitbreiden als je wil. Wat ook kan helpen is op een soortgelijke manier een woordenweb te maken. Kijk eens waar je op uit komt met het ‘karakter’ als uitgangspunt. Is dat hebzucht, dan is de kans groot dat ‘geld’ ook in dat web staat. Kijk dan eens wat voor invloed geld kan hebben in de wereld. Goedschiks, kwaadschiks, of hoe het belastingsysteem van je wereld in elkaar zit.
Misschien is je held wel iemand die onderzoek doet naar grootschalige fraude en is je schurk iemand die dat kan tegenhouden, omdat die een invloedrijke baan heeft bij een grote bank. Maak deze woordenwebben niet te groot. Maak in plaats daarvan liever een paar hele beperkte en kijk welke van de woord er per woordenweb uitspringt. Daarmee kan je ook weer een nieuw thema, symboliek of aanknopingspunt vinden.

Laat je verhaal ook opbloeien

Een schurk die met deze opzet helemaal tot bloei komt, is een uitstekend uitgangspunt om je verhaal een interessant moraal of kijkje in de keuken van een bepaalde (historische) wereld mee te geven. Omdat deze slechterik zowel een speler in als een decorstuk van deze wereld is, wordt die niet zo snel een moraalridder die het lezerspubliek dat het vertelt dat het slecht is om naar macht, hebzucht of… te streven. Een situatie die zichzelf laat zien brengt een boodschap veel makkelijker over dan wanneer je door een overdaad aan conflicten iets koste wat kost duidelijk probeert te maken. Doe er je voordeel mee dat deze schurk die in zijn wereld past zonder veel extra moeite te doen, al laat zien hoe duister de situatie is. Maak het extra eng door te benadrukken hoe weinig ervoor nodig is om iets de verkeerde kant op te laten slaan, of hoe makkelijk enge systemen standhouden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Daniel Sealey verkregen via Unsplash.

Doel van een scène: verandering brengen

Een scène is een verhaal in het klein en kan een paar doelen hebben. De twee belangrijkste zijn: informatie geven en verandering in het verrhaal brengen. In deze blogpost kijken we naar hoe een scène verandering in het verhaal brengt om ervoor te zorgen dat er vaart in het algeme plot blijft.

Wat betekent verandering in het verhaal?

Wat betekent het precies als je zegt dat het verhaal verandering nodig heeft? Op grote schaal betekent dat iets als een held die moet groeien, of relaties die moeten veranderen, omwille van een plot dat interessant blijft en niet bij hetzelfde blijft. Anders heb je geen verhaal, maar een gegeven. In plaats van ‘De ridder gaat de draak verslaan’ blijft het dan bij ‘het dorpje huivert bij de constante dreiging van de draak.’
Omdat een scène een verhaal in het klein is, moet die er dus ook voor zorgen dat er iets lopend blijft. Maar omdat je het grote plaatje van het verhaal niet in een scène kan proppen, werkt dat net iets anders. In het geval van een scène betekent het dat je moet voorkomen dat opeenvolgende scènes aanvoelen als een opeenvolgend rijtje van en toen en toen en toen. En daarvoor kan je je jezelf je vragen stellen:
Wat?
Waarom?
Wanneer?

Wat en waarom in een scène

De vragen ‘Wat is er aan de hand?’ en ‘Waarom gebeurt dit?’ zijn twee belangrijke vragen om een verhaal interessant te houden. Die zorgen samen voor een pageturnereffect. Houd het ‘Wat’ zo concreet mogelijk om te voorkomen dat je binnen een scène allerlei kanten op gaat. Een scène heeft soms wel wat grotere bedoelingen, zoals een puzzelstukje van een plottwist geven, maar hij is te klein om zich bezig te houden met alle plotlijnen die in je verhaal spelen.
Je kan wel een verhaalthema (symbolisch) wat meer uitdiepen bij deze vraag.

‘Waarom gebeurt dit?’ -of, als er iets aan vooraf gaat: waarom is dit gebeurd?- is een vraag die zowel op de kleinere schaal van de scène als op de grotere schaal van het plot kan worden gesteld. Waarom hebben deze personages dit gesprek? Waarom is er iemand vermoord en waarom wordt er nú een scène besteed door de schrijver aan het bespreken ervan? Of, vanuit het andere perspectief: waarom worden de personges ertoe gedreven om die moord nu te bespreken? Antwoorden op die vragen kan je vervolgens weer gebruiken om de vraag te beantwoorden die je helpt om ervoor te zorgen dat je scène de nodige verandering met zich meebrengt: Wanneer?

Wanneer heeft iets een Gevolg voor een verhaal?

Een scène kan soms een verandering teweeg brengen, maar kan alsnog stokken als die verandering te weinig voorstelt. Ahmed stootte zijn teen, dus was hij die dag chagrijnig en had hij een slechte dag op school. Waardoor het avondeten een gespannen sfeer met zich meebrengt en zijn ouders de dag erna hopen dat het beter gaat en…
Je scène kan hier dienen om te weer te geven dat Ahmed snel op zijn teentjes is getrapt. Maar in dit geval neem je dat voorbeeld wel heel letterlijk. Gaat het later in het verhaal belangrijk zijn dat Ahmed een keer een teen gestoten heeft? Waarschijnlijk blijft dat een detail.
Als je wil dat een scène verandering in het verhaal brengt, kijk dan verder dan de oppervlakkige actie-reactie.
Stel jezelf na de waaromvraag voor een scène ook de vraag wanneer dit element terugkomt en een Gevolg met een hoofdletter heeft. Je voorkomt ermee dat je scènes die op de tekentafel belangrijk lijken alsnog afdwalen naar een focus op onbelangrijke details.

Soms is er wel een belangrijk detail dat grote veranderingen en gevolgen heeft, dat binnen die scène duidelijk moet worden. Ook dan is ‘wanneer?’ een handige vraag.
Dus het is belangrijk dat Ahmed zijn teen stoot, omdat dat een butterflyeffect krijgt?
Vraag jezelf dan af wanneer dat detail in de scène plaatsvindt en hoe je dat met de juiste sfeeromschrijving voldoende aandacht geeft. Vervolgens kijk je naar wanneer (en hoe) je dat detail in andere (eerdere) scènes terug laat komen. Hier moet je dus paradoxaal genoeg uitzoomen naar je verhaal als geheel om op een meerdere keren op een detail te kunnen inzoomen. Want het leest geforceerd als Achmed zijn teen stoot als hij op een bootje dobbert en de sfeer helemaal ontspannen is. Dan kan je hem beter ongemakkelijk met voeten laten bewegen onder tafel tijdens een vergadering waar hij zich niet op zijn gemak voelt.
Wanneer past dit detail en wanneer gaat dit optellen tot een verandering (later) in het verhaal?

Een goede scene is een belofte van verandering

Soms is je scène zodanig gericht op informeren of sfeeromschrijving in het algemeen dat er niet iets concreets in het plot gebeurt dat het verhaal verandert op het pageturnerniveau van het ‘wat en waarom?’ dat de lezer op het puntje van de stoel houdt. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je scène een verandering belooft. Dit is de subtiele verwijzing tussen de regels door dat niet alles bij het oude blijft. Als de vuurspuwende draak het dorp bedreigt, dan moet er wel een ridder komen om iedereen te redden, wil je een lopend verhaal hebben en houden. En als er net een strijd is gewonnen, dan móet er een nieuwe leider worden gekozen.

Dit zijn vaak specifieke momenten in het plot: op het punt dat de comfortzone verlaten moet worden, of dat de crisis in aantocht is. De momenten waarop het erop of eronder is voor je personages. Die voelen dan de zwaarte van wat gaande is of komen gaat. Gebruik dan hun beleving om verandering in het plot te beloven.
Je kan dan misschien niet gaan hinten wat er gaat gebeuren: dat kan op zulke momenten te veel verklappen of geforceerd overkomen. Maar als je de lezer laat zien hoe je personages bibberen, of staan te trappelen om datgene wat gaat komen, houd je de spanningsboog vast en beloof je de lezer ook dat het verhaal niet stil blijft staan. Ook al heb je dat in deze scène even moeten doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brandi Redd verkregen via Unsplash

Zo prikkelt ‘zien’ de verbeeldingskracht van de lezer

Zintuiglijk schrijven is erg belangrijk om je boek levendig te maken. Zien is daarbij, samen met voelen een van de gevaarlijkste twee. Ze zijn allebei gevoelig voor tell, dat maakt alsof je als lezer maar een beetje aanhoort wat er gebeurt, waar je juist in het verhaal meegenomen wil worden. Maar dat komt vooral omdat de meeste schrijvers verkeerd kijken naar het begrip ‘zien’.

Zien is geen droge observatie

De reden dat zien zo vaak een tell met zich meebrengt, is omdat het zintuig ‘zien’ heel vaak wordt gebruikt om alleen maar iets visueel te registereren. Denk bijvoorbeeld aan: hij zag haar hopeloos snikken. Je mag er dan misschien wel op rekenen dat dat iets doet met dit personage, maar als je dat niet uitwerkt, komt dat niet over. Je lezer heeft geen ‘bewijs’ dat je personage iets voelt, als je dat niet laat doorschemeren, door op zijn minst een gevoel van ongemak te beschrijven als je personage een ander ziet huilen. En dat gebeurt bij het gebruik van het visuele zintuig erg vaak. Met andere woorden: er wordt te makkelijk gerekend op empathie van de lezer. En als je jezelf op dat gebied te snel rijk rekent, wordt de kans erg groot dat je tekst gortdroog wordt.

Zien moet gelijk staan aan beleven in een tekst

De eenvoudige oplossing voor dit probleem is om je personage iets te laten voelen bij datgene wat het ziet, bijvoorbeeld afschuw, of blijdschap. Laat je personage niet passief toekijken terwijl het zelf een rol heeft op het toneel en bij machte is om de sitatie te veranderen, of aan de gebeurtenis die je beschrijft deel te nemen. Er staat als het goed is altijd iets op het spel voor je held, hoe klein ook. Anders kan je je afvragen wat de waarde is van de scène die je schrijft.
De eerste stap om zien meer te maken dan een loze observatie is om ervoor te zorgen dat je personage iets bij de gebeurtenis voelt. Maar de valkuil daarbij is dat je daarmee bij het andere zintuig bent beland dat zich óók heel makkelijk laat vertalen naar een ‘tell’: Hij zag haar vreselijk snikken en voelde zich rot. Zelfs als zou je dat rotgevoel vertalen naar een show en hij kreeg een knoop in zijn maag dan is de kans dat de tekst alsnog droog leest naar verloop van meerdere hoofdstukken alsnog aanwezig.

Wat zie ik nu eigenlijk? – Onder de stolp

Om zien naar een hoger niveau te tillen, kijk je wat het personage ziet en bekijk je dat voorwerp of dat andere personage eerst op een onpersoonlijke, maar heel gedetailleerde manier. Alsof je het onder een stolp zet en in een museum plaatst, met de bedoeling om te bedenken: wat is er nu zo bijzonder aan dat ik dit voorwerp onder een stolp leg?
Als die stolp er niet was geweest, had je waarschijnlijk niet op zulke details gelet, maar nu die er wel is, ga je kijken wat die stolp rechtvaardigt. Ook al moet je dat misschien nog ontdekken. Maak je niet druk om het feit dat sommige dingen nooit onder een stolp zouden passen.
Een aantal voorbeelden:

Dit ligt onder de stolpdit kan je plotseling opmerken
een huis in de avondschemering waar het licht net aangaatDat er in dat huis mensen wonen die een leven hebben en daar eten, televisie kijken, vrijen, kinderen opvoeden…
een strandbal met wat zand eraanHoe een kind zonet weer een paragraaf heeft toegevoegd aan het hoofdstuk jeugdherinneringen: ‘met opa naar het strand’
een versleten bloesjehoe de stof gerafeld is. Het onderschrift van de stolp meldt:mijn enige nette kledingstuk
waarschijnlijk is dit de sollicitatiebloes van een arm persoon die solliciatie na sollicitatie is afgegaan in de hoop met een nieuwe baan de armoede te ontvluchten.

Zoek ‘het verhaal’ achter wat je ziet

Als je van zien echt iets beeldends wil maken, moet je dus gaan zoeken naar het ‘verhaal achter’ zoals dat in een bepaald cliché wordt gebruikt. Denk aan de uitgangspunten als:

– Iedereen in deze trein is ergens naar onderweg. Maar naar wie of wat? Oma, werk, kraamvisite, een netwerkborrel… Waar gaan we toch allemaal heen?
– Achter deze deur woont een gezin. Wat voor een? Twee kinderen? Een pasgetrouwd stel met een hond? Een alleenstaande met een bankrekening met zes nullen? Wat zullen die voor eten lekker vinden? Wat zou hun ideale vakantiebestemming zijn?
– Deze teddybeer is helemaal vies, groezelig en mist een oog. Die is letterlijk kapotgeknuffeld. Hoeveel liefde heeft hij gekregen van zijn eigenaar?

Zelfs als je visueel niets bijzonders ziet, kan je je dat nog inbeelden door je bedenken hoe iets hier komt of kwam. Zo heeft een hele dikke, oude boom oorlogen overleefd en mensen onder zijn bast zien sneuvelen, maar zijn er misschien ook wel talloze mensen onder zijn takken verloofd. En de doodgewone asfaltweg waar je op rijdt onderweg naar het werk is ooit aangelegd door iemand met een uitzonderlijk schattige kat met een knikje in zijn oor.

Details naar voren halen

Zodra je het ‘verhaal achter’ hebt gevonden, kan je je gaan concentreren op een enkel belangrijk detail dat je uit deze observatie hebt gehaald. Ga die niet in ellenlange zinnen uitschrijven: dat is het recept voor bloemig taalgebruik. Haal in plaats daarvan een sprekend kenmerk naar voren. Denk daarbij aan de manier waarop iets of iemand op een bepaalde manier beweegt, hoe een kleur eruit springt of hoe een ‘stilleven’ de hele sfeer van het moment kan samenvatten. Zoals een halfleeggedronken kopje koffie dat nog altijd op de koffietafel staat nadat de gast na een plotselinge fikse ruzie halsoverkop is vertrokken.

Kortom: houd in je achterhoofd dat je een schrijver bent die een heel verhaal te vertellen heeft, geen vakantieganger die vluchtig een foto schiet om een indruk te geven van ‘een van de tien restaurantjes waar ik op vakantie heb gegeten, maar welke dit is, weet ik al niet meer.’

Dan ben je al een eind op weg.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nonsap Visuals verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je over vergiffenis

Iemand vergeven is in een boek een belangrijk moment en voor het personage een afsluiting van een belangrijk hoofdstuk. Maar als je het verkeerd doet, kan vergiffenis je hele verhaal afzwakken of cliché laten overkomen. Vergeven is niet altijd makkelijk, dus schrijven erover ook niet. Wat komt daar allemaal bij kijken?

Moet je personage vergeven?

De vraag alleen al of je personage moet vergeven of recht heeft op wraak, is een belangrijk startpunt. Want hiermee wordt meteen een invulling van het verhaal en een bijbehorend verhaalthema bepaald. Het hangt van de inhoud van je verhaal en van jouw persoonlijke mening omtrent wraak en vergiffenis af wat je daarmee wil doen. Neem die overwegingen ook goed mee: wraak en vergiffenis vertalen zich heel slecht naar een verhaal als je dat schrijft omdat dat zo ‘hoort’ in een bepaald genre of een plotverloop. Als dat je uitganspunt vormt, schrijf je bijna gegarandeerd een storend cliché als resultaat. Vergeven betekent dat er iets naars of vreselijks aan vooraf is gegaan. Dat is dus ook niet eenvoudig op te lossen. Doe er je voordeel mee dat je te maken hebt met een lastige situatie.

Als je ervoor kiest om vergeving te schrijven

Als je wil dat je personage vergeeft, is het belangrijk om te beseffen wat het personage is overkomen en hoe groot die invloed van dat trauma is. Onderschat niet hoe moeilijk vergeven kan zijn. Evengoed: het is ook niet makkelijk om te doen. Als je niet kan vergeven, kan je in een slachtofferrol belanden die je helemaal op slot zet: waarom ik? Hoe moet ik nu verder? Dat kan ervoor zorgen dat je zelfs in cirkel van agressie kan belanden, waarmee je anderen pijn gaat doen, zoals psychiater Olga Botcharova in een diagram heeft omschreven.

Deze cirkel is lastig te ontsnappen. Het is moeilijk om te vergeven als je je maar blijf afvragen waarom je iets is aangedaan of overkomen. Daarvoor moet je volgens dit schema rouwen, iets wat vreselijk lastig kan zijn en de nodige moed vergt.

Moed + rouw = vergeven

Moed en rouw zijn vanuit verhaalperspectief zaken waar je zowel veel mee kan als mee moet, als je over vergiffenis schrijft. Maar die gelukkig ook meteen een sterk verhaal met zich meebrengen als je de moeite neemt die goed uit te werken.

Moed is belangrijk omdat het het centrale conflict van het verhaal vertegenwoordigt of moet dragen. Voor een centraal conflict is moed zichtbaar in:
– Je personage wordt uit diens comfortzone gehaald.
– De situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
– Je personage heeft iets te verliezen als het actie onderneemt of iets zegt.
– De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Dat is dus nooit makkelijk. En dan komt daar ook nog eens rouw bij. Om te kunnen vergeven, moet een personage zichtbaar rouwen om datgene waarmee het worstelt of geworsteld heeft. En ook voor rouw is er moed nodig. Laat je dit uit de vergelijking, dan zal het voor de lezer lijken alsof je personage zegt: “Ach ja, ik vergeef wel. Het was mijn trauma maar.” Daar heb je dan meteen een Mary Sue te pakken.

Vergiffenis als rode draad in het verhaal

Hoewel vergiffenis richting of op het einde van je chronologische verhaal voorkomt, moet het als uitgangspunt als een rode draad door je verhaal lopen. Dat hoeft niet per se als verhaalthema. Maar wil je het einde en die vergeving het nodige gewicht geven, dan moet je dus het heftige dat vergeven moet worden en de bereidheid tot die vergeving komt, in het verhaal meenemen. En dat doe je niet in twee hoofdstukken. Als houvast voor jezelf kan het wel overzichtelijk zijn om vergeving als (sub)thema in je verhaal mee te nemen Al is het maar om te voorkomen dat het te veel op de achtergrond raakt.

Dit moet je weten over je personage bij vergiffenis

De personagebiografie is bij schrijven over vergiffenis onmisbaar. Iedereen heeft een eigen geschiedenis of een eigen karakter dat ervoor zorgt dat het moeilijker of makkelijker maakt om te vergeven.
Denk hierbij aan dingen als: als het personage uitzonderlijk empathisch en een hoog emotioneel IQ heeft, dan is vergeven relatief makkelijk. Maar iemand die keer op keer op heer in de steek is gelaten, zal dat moeilijker vinden, omdat vergeven naar verloop van de tijd niet meer voelt als iets dat nut heeft of emotioneel heeft.
Maar ook: wat vindt je personage belangrijk?
Stel dat je personage het erg belangrijk vindt dat vrienden aanwezig zijn op een verjaardag. Die heeft dan iets te vergeven als vrienden dan meerdere keren afwezig zijn bij verjaardag. Dat terwijl een ander personage de schouders ophaalt en denkt: als ik je maar regelmatig zie, kan (de exacte dag van) mijn verjaardag mij niet zo veel schelen. De liefdestaal kennen kan helpen bepalen waar je personage pijn gedaan kan worden en dus ook moet gaan vergeven.

Als er vergeven kan worden

Als je personage in staat is om te vergeven, dan kan het verder met het leven. Dat klinkt cliché, maar in dit geval is dat gerechtvaardigd, zoals je in het cirkel van agressie en verzoening kon zien. Dat betekent dus ook dat als je personage een heftige gebeurtenis kan vergeven, het een nieuw begin betekent. Een nieuw begin aan het eind van een boek, vraagt om de juiste toon bij je einde. Kies je voor een bitterzoet of gevoelvol einde. En die einden hangen dan weer samen met de juiste willen versus nodig hebben voor je held in het verhaal.

Kortom: schrijven over vergiffenis is niet zomaar iets wat je nog als een laatste extraatje in een subplot kan toevoegen. Voor of achter de schermen is het een gigantische drijfveer voor zowel je personage en het plot. Gaan we vergeven of niet? En zo ja, dan moet er hard gewerkt worden, door zowel schrijver als personage.
Maar dat maakt een verhaal met of over vergevig wel een verhaal dat een unieke en diepgaande plotlijnen en personages met zich meebrengt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Alex Shute verkregen via Unsplash

Als je een ander verhaal schrijft dan je dacht – deel 2

Soms schrijf je een verhaal dat door een verloop van een bepaalde scène of een nieuw idee heel erg verschilt van het verhaal dat je begonnen bent te schrijven. Je zal dan een aantal dingen moeten veranderen om je boek leesbaar te houden. Maar je kan ook zaken behouden. In deze blogpost kijken we wat je daarvoor kan doen.

Wat gaat er ‘mis?’

In de inleidende blogpost las je al dat je eerst moet kijken welk verhaal je eigenlijk wil vertellen om te kunnen beslissen hoe je verhaal verder moet. Daarna kijk je waar het mis is gegaan: waar ben je afgeweken van je originele verhaalthema, moraal, of heldenreis? Maar soms er niet zozeer iets mis, maar gewoon anders. Dat is het uitgangspunt van deze blogpost. Want wie zegt dat een verhaal over een ridder die een draak verslaat per definitie minder interessant is dan een matroos die een zeemonster verslaat?
Zo kunnen de ‘twee verhalen’ die je op de tekentafel hebt liggen in wezen heel erg op elkaar lijken als je wat beter kijkt. Maar ook als het ene verhaal gaat over een ridder en een draak en het andere over een corruptieschandaal bij een accountantbedrijf, hebben die verhalen waarschijnlijk een overlap. Want je bent wel erg in slaap gevallen als je pas na een half jaar doorhebt dat Regenboogeenhoornland ‘ineens’ de broedplaats is van dood en verderf in plaats van het thuis van suikerspinnen trampolines….

Zo snel kan een ommezwaai gebeuren

Op een bepaald moment heb je in kaart gebracht wat je met je verhaal wil vertellen of waar je in grote lijnen over wil schrijven. Voor deze casus is dat: ‘je kan niemand blind vertrouwen’.
Maar alsnog heb je het probleem dat Lucifer met zijn drietand alle suikerspinnen trampolines in Regenboogeenhoornland kapot steekt onder het genot van een kopje kinderbloed… Hoe dan?

Regenboogeenhoornland is een utopia. Om je verhaalthema naar voren te laten komen, gebeurt er iets dat scheurtjes in een perfecte wereld brengt. Een van de trampolines raakt versleten, waardoor je je kan bezeren: vertrouw er niet blind op dat je nooit iets zal overkomen, blijf waakzaam. Hoe raakt die trampoline versleten? De tand des tijds natuurlijk, maar je had ook een eenhoorn kunnen inhuren om een veiligheidsinspectie uit te voeren. Onschuldig oorzaak en gevolg. Maar dat is zo sáái, want dat probleem zou binnen een paar zinnen opgelost zijn. Geen groeiproces, geen save the cat… Een kwajongen begint aanlokkelijk te lijken. Maar als het jochie een keer de eenhoorninspecteur dwarszit, maakt dat nog steeds geen blijvend interessant verhaal. Dus gaat je thema verder: Vertrouw er niet alleen niet op dat de eenhoorninspecteur op tijd langskomt, waak ook voor kwajongens. Ineens lijkt je verhaal met deze ommezwaai veel interessanter en diepgaander. Lucifer stuurt al om het hoekje en jawel, vijf hoofdstukken laten zit hij daar aan zijn rode drank te lurken, want als je bij de duivel te goed van vertrouwen bent, dan zijn de rapen helemaal gaar. Dan is het moraal helemaal duidelijk en het cirkeltje rond. O, wacht even…Oeps…

Meer conflict betekent meer diepgang?

Een ‘tweede verhaal’ ontstaat vaak vanuit een enthousiasme voor meer conflict. Daar is niets mis mee, want een conflict houdt een verhaal gaande. Maar bedenk goed of een nieuwe koers of verdieping ook echt conflict is. Is het misschien eerder een opstapeling van problemen, in plaats van een conflict? Een goed narratief conflict kan verdieping uitlokken met een enkel voorbeeld. Bovendien kunnen te veel conflicten je verhaal weer rommelig maken.
Je kan ook bedenken dat er paniek ontstaat omdat de eenhoorninspecteur zich een keer heeft verslapen: het is een scheur in de bubbel van perfectie. Vertrouw niemand blind, kan je op deze manier veranderen in: ‘vertrouw een gewoonte of systeem niet compleet’. Of: ‘hou rekening met menselijke fouten.’ Als je op deze manier heel minutieus naar je thema, heldenreis of moraal kijkt, kan je het soms relatief eenvoudig ombuigen om het weer tot een verhaal om te vormen.
Als je weet waar het kraakt, kijk dan ook eens op plotniveau waarom dit moment een ommezwaai is. De eenhoorns hebben een probleem met (een gebrek aan) perfectie. Misschien moeten ze perfectie gaan wantrouwen en kleine imperfecties gaan vertrouwen als iets onvermijdelijks in het leven. Nieuw moraal bij het verhaalthema vertrouwen: onarm wat er op je afkomt, in plaats van perfectie na te streven.’

Twee kanten van dezelfde medaille

Vooraan de blogpost las je al dat de twee verhalen die je langs elkaar af schrijft, hoe dan ook een zekere overlap hebben. Het kan helpen om die overlap wat beter te onderzoeken. Waar zit die overlap precies en waar houdt die ook weer op? Denk aan het idee dat je iemand niet kan haten voordat je van diegene gehouden hebt. Of op zijn minst de verwachting had dat diegene fatsoenlijk zou zijn. De brutale onbekende met de chagrijnige kop die voordrong bij de supermarkt wekt wat ergernis op, maar geen haat: op hem ga je geen wraak nemen. Voor wat meer uitleg over die zoektocht naar dat grijze gebied, kan je deze blogpost lezen.

Als je het grijze gebied gevonden hebt, is de kans aanwezig dat je scènes, elementen, of plotlijnen van zowel je verhaal van Regenboogeenhoornland als Luficer kan gebruiken voor de nodige balans, of een prettige spanningsboog. Eerder ben je ‘afgedwaald’ en nu weet je waarom. Die daar je voordeel mee. Zet je scènes, personages, plottwists, wat je ook maar vindt op een rijtje. Voor extra overzicht kan je de grijze gebieden in cirkels tekenen en daarbinnen steekwoorden van de verhaalelementen opschrijven:

Een ‘tweede’ of een ‘ander’ verhaal is vaak niet zo ernstig als het op het eerste gezicht kan lijken. Je moet gaan reviseren, maar je hebt vaak nog wel heel veel bruikbaars over. Laat je niet te snel ontmoedigen en kijk goed naar welk verhaal je wil vertellen. Dan zit je al snel weer op de goede rit.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dan Farrell verkregen via Unsplash.

Een leugen als de heldenreis van je hoofdpersonage

Een hoofdpersonage moet vanwege een spanningsboog veranderen in een verhaal. Het vertrouwde uitgangspunt daarvoor is dat een held een tekortkoming moet overwinnen. In plaats van gierig wordt die vrijgevig, of botheid verandert in zachtaardigheid. Maar er is nog een andere insteek die net zo spannend en interessant kan zijn. Daarvoor ga je niet uit van een groeiproces, maar van een geloofsovertuiging die moet veranderen: de grootste leugen moet worden ontkracht.

Wat is de grootste leugen?

Zodra een personage volwassen is, of in ieder geval de kindertijd achter zich heeft gelaten, heeft dat dingen meegemaakt die een bepaald wereldbeeld hebben gevormd. Dat kan je lezen in de personagebiografie.
Deze wereldbeelden of overtuigingen kunnen kleine en grote dingen zijn, kunnen zich in de kindertijd ontwikkelen, maar kunnen ook het resultaat zijn van een traumatische of fantastische gebeurtenis Denk aan:

Ik ben ooit door een hond gebeten –> honden zijn gevaarlijk
Ik heb voedselonzekerheid gekend –> ik koop nog altijd veel meer eten dan ik op kan, uit angst niet genoeg te hebben
Ik ben liefdevol opgevoed –> de wereld is een fijne plek
Ik heb als tweedeklasser een sporttoernooi gewonnen –> ik ben atletisch getalenteerd
Ik ben ooit ernstig verdwaald –> ik word nog altijd trillerig als ik op een nieuwe plek de weg moet zoeken.

Het is dus een persoonlijke waarheid van een personage. Het belangrijke verschil is dat bij de grootste leugen van een personage deze waarheid objectief gezien niet (altijd) klopt, ofwel een personage in diens doen en laten remt. Lees hier een langere introductie over de grootste leugen.

De grootste leugen als het hele centrale conflict

Een grootste leugen kan een interessant subplot vormen, maar je kan het ook gebruiken als uitgangspunt voor het centrale conflict. Dat verandert de manier waarop je basisopzet van je verhaal moet bekijken. Nog altijd heeft het verhaal drie akten met de bijbehorende beats, zoals de clues en de crisis. Maar in plaats van dat je uitgaat van groei ‘Mijn personage moet een beter mens worden door…’ ga je uit van het die dat je personage een masker af moet zetten. Als je de grootste leugen het centrale conflict maakt, wordt de grootste vraag die de pageturner van het verhaal vormt:

Hoe gaat je held zich door de wereld bewegen als blijkt dat alles wat die ooit dacht waar te zijn, niet blijkt te kloppen?

De leugen centraal: geen stappenplan voor de held

Een verhaal waarin een personage moet groeien, haalt zijn spanning uit een vijand of tegenslag van buitenaf. De draak verslaan, de veerkracht vinden om je huis opnieuw op te bouwen na een brand… Als je held met een ernstige, zelf wijsgemaakte leugen geconfronteerd wordt, klopt er als het ware niet zozeer iets niet aan de wereld, maar aan de held zelf. Dat is best angstaanjagend, al is het maar omdat niet voor de hand ligt wat de oplossing is om iets op te lossen op een manier die weer klopt, of waar je mee kan leven. Laten we het makkelijke voorbeeld nemen van een jongen die indruk wil maken op een meisje, om dat verschil in de praktijk te zien.

Luca moet groeien: Je bent nu nog een beetje een slappe angsthaas, vriend. Ga eens wat aan krachttraining doen en confronteer je pestkop. Dan ben je de dappere krachtpatser die dat meisje zou bewonderen.
Luca heeft daarmee een duidelijke missie waar hij meteen mee aan de slag kan gaan. Niet dat dat makkelijk is:
tien kilometer rennen en honderd push ups per dag en dan ook nog eens je grootste pestkop confronteren om jezelf wat assertiever te maken is geen pretje. Maar wat er moet gebeuren is relatief duidelijk en afgebakend.

Luca heeft een leugen te ontkrachten: ik kan indruk maken met genoeg krachttraining en een assertieve houding. Nee, makker: dat lukt je alleen met behulp van wat druppeltjes feeënparfum.
“Maar feeën bestaan niet…”
“Zeker wel: wat dacht je dan dat die kleine meisjes waren die alleen in de lente in het dorp kwamen en bloemetjes zaaiden?”

Natuurlijk is er daarmee uiteindelijk wel een concrete missie voor Luca: ga de elfjes zoeken. Maar hij zal eerst wel twee keer nadenken: als er feeën bestaan en ik dat nooit geweten heb, bestaan er dan ook draken? Zie ik spoken, ben ik gek? Hij moet eerst even mentaal hergroeperen voordat hij een concrete actie kan ondernemen.
Dat ‘even’ is in een verhaal waarin een persoonlijke leugen centraal staat een hele lange periode. Denk eerder dat pas rond de derde clue dit probleem is opgelost dan rond de eerste clue.

Voorbeelden voor een verhaal waarin een leugen centraal staat

In een verhaal waarin de leugen centraal staat, is de held meer in conflict met zichzelf en de innerlijke overtuigingen dan met iets anders. In een wereld zonder elfjes, zijn voorbeelden van leugens die als compleet conflict kunnen dienen dingen als:

  • Als ik al aanvoelde dat een vriend me ging verraden, maar me mezelf voorloog dat die dat niet zou doen, wat zegt dat over mijn idee van vriendschap of mijn afstemming op mijn intuïtie?
  • Ik vind iemand pas slim als je alleen maar negens en tienen haalt. Dat wil ik zelf ook. Ik zeg niet dat je waardeloos bent als je dom bent, maar mijn innerlijke dialoog zegt dat wel als ik een keer een acht haal. Lieg ik tegen mezelf als ik zeg dat ik slim ben?

Zo bestaat de heldenreis dus uit in het reine komen met het feit dat je personage niet zo perfect is als het altijd dacht. Of, op zijn minst niet zo trouw is aan de eigen normen en waarden het zelf dacht. Een andere mogelijkheid is dat het centraal conflict de zoektocht vormt naar de (objectieve) waarheid na een periode van leugens.

Dat soort verhalen geeft niet per se een spanning die te vergelijken is met een ridder die een draak moet verslaan. Maar de psychologische ontdekkingen, het afpellen van motieven, plottwist ontrafelen en personages steeds beter leren kennen kunnen minstens net zo spannend zijn!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ehimetalor Akhere Unuabona verkregen via Unsplash