Zo leest je verhaal meteen als een trein

Als je een verhaal moet introduceren, wil je dat meteen goed doen. Zo blijft je lezer van het begin af aan geïnteresseerd. Of beter gezegd: dan geeft je lezer jouw boek een kans. Als je te langzaam van start gaat, wordt het boek snel aan de kant geschoven… Met deze drie tips begint je verhaal meteen interessant!

1. Schrijf over het karakter van je personage

Een beginnersfout die bij creatief schrijven vaak wordt gemaakt, is het omschrijven van de dagelijkse routine van het hoofdpersonage. Als je dit vergelijkt met het echte leven, zal je zien waarom dat niet werkt. Als je in de avond op bezoek gaat bij vrienden en ze vragen je hoe je dag was, vertel je niet dat je een boterham met jam hebt gegeten bij het ontbijt. Dan vertel je eerder over iets spannends, of speciaals.
Iets uitgesproken spannends kan lastig zijn om mee te beginnen als je nog niet zo lang schrijft, of als je verhaal inhoudelijk niet stuitend van start gaat. Geen nood: in plaats daarvan kan je uitweiden over het karakter van je personage. Je mag gerust iets relatiefs saais schrijven, maar concentreer je dan op de uitwerking van het karakter van je personage. Besteed dus geen aandacht aan de actie van het aankleden, maar aan het feit dat jouw depressieve personage een mentale worsteling aan moet gaan om zichzelf zover te krijgen dat hij niet de hele dag in pyjama blijft rondlopen.

2. Schrijf over iets ‘anders’

Als je toch over een dagelijkse routine wil of misschien zelfs moet schrijven, schrijf dan over iets dat de sleur doorbreekt en niet in de vastgeroeste routine thuishoort. Dat kan je erg breed zien: ontmoet je personage een nieuw personage tijdens zijn dagelijkse wandeling? Is er tijdens het routineuze ontbijt nog niets aan de hand, maar wordt je personage vlak daarna gebeld met bijzonder nieuws? Regent het na maanden van droogte en zet je personage dat tot iets ongewoons aan?
Het is belangrijk dat je de verbazing van je personage over dit vreemde element laat blijken. Dan is het voor de lezer duidelijk dat dat andere personage of dat telefoontje niet bij het leven van alledag hoort en verandering teweeg gaat brengen.

3. Maak de lezer nieuwsgierig

Een lezer wordt al snel nieuwsgierig naar de rest van het verhaal als blijkt dat er iets opvallends gaat gebeuren of iets gaat veranderen in het leven van je personage. Dat telefoontje of die vreemdeling laten de lezer denken: daar zit meer achter. Het maakt niet uit hoe je het doet, zolang je in je eerste hoofdstuk (of zelfs je eerste pagina(‘s)) maar letterlijk en figuurlijk een verhaal belooft. Hoe gaat je verhaal verder? Daar moet je je lezer nieuwsgierig naar maken in het begin van je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een eerste beoordeling van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Zo schrijf je een interessant verliefd stel

In vrijwel elk verhaal komt een liefdesrelatie voor. Meestal is die er in het begin van het boek nog niet. Dat betekent dat je de vonk moet laten overslaan en de eerste vlinders in de buik moet beschrijven. Dat lijkt makkelijk, maar vaak mondt dat bij beginnende schrijvers uit tot een eindeloos gezwijmel, dat niet zelden vergezeld wordt door een zekere vorm van hysterie. Dat leest niet altijd interessant, soms eerder irritant. Hoe schrijf je over de welbekende zwerm vlinders zonder dat lezer al met zijn ogen gaat rollen zodra de twee geliefden elkaar in de ogen kijken?

Romantiek als grootste cliché

Verliefd worden komt zo vaak voor in verhalen dat het een van de meest voorkomende tropes is, waardoor het maar al te makkelijk uitgroeit tot een cliché. Vergelijk het met een vriend(in) die helemaal hoteldebotel is en nergens anders meer over kan praten dan de nieuwe vlam. Dat is een tijdje leuk om aan te zien, maar als dat maanden of jaren voort zou duren, zouden er grofweg twee irritaties ontstaan:
* “Ja, we weten het onderhand wel: Chaim is geweldig. Ga je nog een keer verder met je leven?”
* “Wacht maar tot je van je roze wolk afdondert, niet alles is rozengeur en maneschijn.”

Centraal conflict en balans

Bovenstaande citaten slaan de spijker op z’n kop als het gaat om waarom schrijven over romantiek zo makkelijk misgaat. Als je een personage of stelletje hebt dat niets anders doet dan verklaren hoe verliefd ze wel niet zijn, dan heb je geen centraal conflict. Dan zwakt het verhaal erg af of komt het niet op gang.
Als je een leven hebt van rozengeur en maneschijn is dat evengoed saai, omdat er dan geen afwisseling van goed en slecht in je verhaal is. Goed en slecht kan betrekking hebben op personages, maar ook op gebeurtenissen, meningen, of vaststaande situaties. Zorg daarin ook voor genoeg ‘afwisseling van soort’. Als het conflict vormt: ‘mogen arm en rijk bij elkaar en gaan ze het samen redden?’ Zorg er dan voor dat er nog iets meer is dan alleen ruzie en weer goedmaken en twijfels die om de hoek komen kijken “Wij zijn voor elkaar gemaakt. O nee, toch niet, want ik haat je. O toch wel, want ik ben dol op je. O, toch niet want onze ouders keuren het af.” Dat geeft een hele magere invulling van save the cat. Dat is geen echt verhaal waarin personages en het plot kunnen groeien, eerder een herhaling van een en hetzelfde dat snel vervelend of traag leest.

The notebook: als het om niets dan liefde gaat

The Notebook is een goed voorbeeld van het bovenstaande. Het is de bekende onmogelijke liefde tussen arm en rijk, compleet met liefdesdriehoek en het continue vraagstuk: eindigen ze wel of niet met elkaar? Hun liefde krijgt zo letterlijk alle aandacht dat de personages als persoon niet groeien of andere ambities krijgen (zonder weg te kwijnen bij de herinnering aan de ander…) Natuurlijk is dit niet meteen fout (romantische verhalen verkopen zeer goed) maar er zit zoveel meer potentie in een verhaal als het over meer gaat dan alleen de relatie en de vraag of dit stel voorbestemd is of niet.

Hoe hartverwarmend een beeld als dit ook is, als je alleen zoiets te zien krijgt, gaat het uiteindelijk ook vervelen.

Hoe schrijf je over een verliefd koppel?

Als eerst en belangrijkste: hou het gezwijmel en de roze wolk kort en bondig. Schrijf er zoveel over als je wil, maar zorg er wel voor dat die het verhaal niet gaan overheersen. Er moet méér dan die verliefdheid zijn in een verhaal. En als die er is, kijk dan eens of je erachter kan komen waarom de personages verliefd op elkaar worden en ook blijven. (Hier heb je een groot voordeel: je personage zit op een roze wolk naar de ander te kijken, jij niet 😉 ) Daardoor kun je ook neutraal naar de karaktertrekken van de ander kijken en die analyseren. Dan groeit de liefde op andere manieren. Denk aan dingen als:
* Het zelfvertrouwen van de personages wordt vergroot door hun onderlinge liefde.
* De ander laat positieve kanten zien die je personage niet van zichzelf kende.
* De ander helpt om dromen waar te maken en leert hoe obstakels overwonnen kunnen worden.
* Het stel vult elkaar aan in de nuchtere zin van het woord, waar de slaapkamer niets mee te maken heeft.

Een vriendelijke, vlugge kus getuigt ook van liefde. Er is niet ‘pas’ sprake van liefde als de vonken ervan af spatten.


Laat deze aspecten waar je personages van groeien een belangrijk deel van het plot of misschien zelfs het verhaalthema vormen. Als je personage dolgraag een bepaalde baan wil hebben, kan de partner helpen die dromen waar te maken door te helpen met sollicitatiebrieven schrijven. Dat kan je personage dan zodanig waarderen dat de vlinders in de buik blijven.
Dit is natuurlijk ook iets wat vrienden voor elkaar kunnen doen. Daarom moet je je stel af en toe tot regelmatig kleine, maar duidelijke blijken van affectie laten tonen, zoals een kus of een romantisch gebaar. Erotische of romantische uitspattingen doen het goed op momenten die tekenend zijn voor een belangrijk moment in het plot of wanneer er duidelijk blijkt waarom deze mensen zo dol op elkaar zijn. Je kan beter enkele keren ‘goed uitpakken’ en de subtiele dingen wat vaker laten terugkomen dan alles in de extremen beschrijven. Denk aan het spreekwoord: de boog kan niet altijd gespannen zijn. Dat geldt ook voor de spanningsboog en verliefdheid binnen een verhaal.

Natuurlijk is het het idee van veel romantische verhalen dat de romantiek van de pagina’s af moet spatten en dat het zwijmelgehalte hoog moet zijn. Daardoor komen de meer extreme liefdesverhalen in dat genre aan bod. Als de liefdesrelatie zelf niet het thema van je verhaal is, kan je dit genre beter niet als spiekbrief voor het schrijven van een relatie of romantiek gebruiken. Dan doe je er beter aan om de liefde tussen je personages als ‘gewoon’ fijn en vanzelfsprekend te beschouwen (wat dat dan ook precies voor je betreffende personages betekent) dan als één-op-de-miljoen-worden-zo-verliefd-als-zij.

Laat mij je koppeltje beoordelen en schakel me in voor manuscriptredactie.

Als je dit hebt uitgedacht, ben je klaar om je boek te gaan schrijven

Een goede voorbereiding van je boek voorkomt dat je tijdens het schrijven onnodig veel moet verbeteren. Sommige mensen bereiden zich tot in de puntjes voor voordat ze beginnen met schrijven, anderen maken een globale planning. Er bestaat geen echte handleiding voor een goede voorbereiding, maar je doet er wel verstandig aan in ieder geval de volgende zaken uit te werken voor je begint met schrijven.

1. Doe globaal onderzoek naar je onderwerp

Als je ergens over gaat schrijven, moet je weten hoe het werkt. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig over. Daarom moet je schrijfonderzoek doen en daar moet je meteen mee beginnen. Je kan je onderzoek voortzetten tijdens het schrijven, maar zorg wel dat je de basiskennis over je onderwerp hebt vergaard. Het schiet niet op om te beginnen te schrijven over een logopediste als je denkt dat die alleen maar weet hoe ze kinderen kan laten stoppen met lispelen. Je moet op zijn minst weten dat een logopedist ook deskundige therapie kan geven bij stotteren, slikproblemen, taalproblematiek, stemstoornissen en zelfs dyslexie.

2. Ken je personages

Je moet je personages meer dan alleen oppervlakkig kennen, anders kom je vast te zitten met je plot. Als je alleen nog maar weet dat je personage hard werkt en hartelijk is, kan je beter nog even wachten met je verhaal schrijven. Het is leuk dat je dat weet, maar het zegt maar weinig over hoe je personage op de oproep van zijn heldenreis gaat reageren. Doet hij dat gemakkelijk omdat hij ook trots is? Of juist niet omdat hij zijn gezin niet achter wil laten? Dat zijn allemaal factoren die een belangrijke bijdrage leveren aan hoe je personage zich door het verhaal heen beweegt. Zorg dat je zijn algemene levensgeschiedenis kent, zijn belangrijkste normen, waarden en zijn dromen en angsten.

3. Bepaal het centrale conflict

Je moet een zekere continuïteit kunnen bewaken in je verhaal. Tijdens het schrijven, maar zeker ook daarvóór. Als je niet weet wat het centrale conflict van je personage is en wat hij grofweg zal moeten of willen doen om dat aan te gaan, wordt het vrijwel onmogelijk om je verhaal logisch op papier te krijgen. Je kan het centrale conflict zien als houvast waar je steeds weer op terug kan vallen. Als je dat nog niet bepaald hebt, heb je dus te weinig om op voort te borduren.

4. Bepaal eventuele plottwists

Mocht je plottwists in je verhaal willen gaan gebruiken, bepaal die dan vóór je begint. Je moet gedurende het verhaal kleine aanwijzingen geven voor de lezer. Het maakt niet echt uit in welk hoofdstuk ze precies staan, maar je kan niet zomaar losse regels aan aanwijzingen in een bestaande scène plakken. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je de toon, thema of het doel van een hele scène ineens verandert. Daarom moet je vooraf weten of er een plottwist komt, zodat je tijdens het schrijven kan bepalen wanneer je de aanwijzingen geeft.
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je al iets geschreven? Ik kan je professionele redactie geven: kijk eens in mijn webshop.

Het karakter van je personage uitwerken

Als je een personage gaat uitwerken, maak je een personagebiografie. Zo leer je onder andere zijn karaktertrekken kennen. Maar hoe zorg je ervoor dat je die ook geloofwaardig op papier uitwerkt?

Wat vormt een personage?

Ervaringen, verschillende achtergronden en karaktertrekken maken een personage tot wie hij is. Lees mijn blogpost over het schrijven van een personagebiografie voor meer informatie. Maar jij kan die biografie super serieus nemen en zelfs weten wat de favoriete cornflakes van je personage is, je bent er nog niet als je iets over je personage opschrijft. Je moet het uítwerken om je personage realistisch en geloofwaardig te maken. En dat uitwerken doe je telkens weer, niet in een keer. Ik schreef al eerder in de blogpost zo leest een tekst heel natuurlijk over hoe je een personage realistisch laat overkomen. Laten we twee belangrijke punten uit die post nog eens bekijken, maar nu met de invalshoek van het uitwerken van de karaktertrekken van je personage.

Herhaling geeft bewijs van karakter

Dus jouw personage is aardig? Bewijs het maar eens. Je bent niet meteen aardig als je een enkele keer een complimentje geeft; dan dóe je eerder aardig. Je bent pas aardig als je zo vaak een complimentje geeft dat het niet meer als iets incidenteels kan worden gezien. Met echte mensen is dat misschien zwartwit om te stellen, maar voor personages geldt dat wel. In het geval van personages moet je ook goed nagaan of ze alleen maar aardig zijn tegen een enkel persoon of tegen iedereen. In dat eerste geval loop je het risico dat je personage niet als aardig, maar als een hielenlikker wordt gezien. (Nog) meer dan bij mensen in het echte leven liggen de acties van personage constant onder een loep. Alles wat je schrijft moet iets toe te voegen hebben. Daarom zullen personages nooit zomaar eens hoesten. Dan zijn ze meteen ziek. Of gaan ze nooit naar het toilet, tenzij hun pestkop hun hoofd in de wc-pot duwt of ze aan de diarree zijn en een reden hebben om zich de volgende dag ziek te melden op kantoor. Daarom is elke actie van je personage meteen een ‘bewijs’ van een veronderstelling dat je personage een bepaalde karaktertrek of beweegreden heeft.

Vergelijk herhaling die bewijs geeft als een liefdesverklaring met de bekende liefdesslotjes. Je zegt heel vaak: “Ik hou van je” voordat je bereid bent om ook zo’n slotje op te hangen en te laten zien dat je echt verliefd bent in plaats van het alleen zegt te zijn.

Verschillende vorm, hetzelfde principe

Karaktertrekken kunnen en moeten op verschillende manieren naar voren komen. Het zou raar zijn als een aardig iemand altijd koekjes voor zijn vriend bakt als die examens heeft, maar nooit eens zou glimlachen of zou helpen. Wissel de verschillende uitingen van de karaktertrek dus voldoende af. Het maakt een personage realistischer en je voorkomt ermee dat -zoals hierboven beschreven- een personage slechts situatieafhankelijk in plaats van oprecht door een karaktertrek lijkt te reageren.

Personages gaan veranderen

Om een goed verhaal te schrijven, moet je ervan uitgaan dat ieder personage de hoofdpersoon is van zijn eigen heldenreis. Dat betekent ook dat ieder personage een eigen centraal conflict meemaakt en dus (mogelijk) van karakter verandert. Een geliefd personage kan dus overlopen naar de duistere kant of een slechterik kan bijdraaien. Die verandering kan niet zomaar uit de lucht komen vallen. Afhankelijk van of je een plottwist in de hand wil werken of niet zal je meer of minder hints moeten geven. Maar (subtiele) veranderingen in karaktertrekken doen het vrijwel altijd goed. Dit kan je op verschillende manieren doen:

* Verminder de vertrouwde karaktertrek (Laat die vriend naar verloop van tijd steeds minder vaak koekjes bakken);
* Laat het personage een minder verwachte of zelfs een tegengestelde keuze maken: de onzelfzuchtige vriend blijft deze keer thuis in zijn hangmat luieren als zijn vriend wederom om hulp vraagt;
* Laat je personage opmerken dat iedere karaktertrek een tegenhanger heeft die misschien niet eens zo slecht is. Je personage kan wel altijd ‘ja’ zeggen en daar prat op gaan, maar als je nooit nee kan zeggen, gaan mensen over je heen lopen. Sandra ging bijvoorbeeld naar bed met Tom om hem een plezier te doen, waarna ze haar maagdelijkheid verloor. Sandra had eigenlijk bedacht haar maagdelijkheid te bewaren voor Younes; ze is al jaren heimelijk verzot op hém.
Laat je personage zo nu en dan eens ‘experimenteren met de andere kant van de medaille.’

Vooral dat laatste punt is erg nuttig als je je personage wat radicaler van karakter wil laten veranderen. Let er wel op dat je dit langzaam maar zeker doet. Niemand verandert in drie weken van een extremistische aanslagpleger tot een zorgzame Jan-met-de -pet die blij is als hij elke ochtend zijn krantje en verse jus d’orange heeft. Let erop dat je bepaalde grenzen bewaakt: je personage mag best eens wat anders doen of laten zien, maar dat wil niet zeggen dat hij hoe dan ook radicaliseert. Je kan deze techniek ook gebruiken om te laten zien dat je personage geen Mary Sue is en dus ook zijn mindere kanten heeft.

Als Mary Sue besluit om naar puistjes niet onder de make-up te verstoppen, ziet ze misschien in dat ze niet zo lelijk is als ze denkt. Zo kan het loslaten van ijdelheid (op langere termijn) voor karakterverandering zorgen.

Laat je personage eens aan zelfreflectie doen

Zelfreflectie is niet voor elk personage weggelegd. Als je mentaal of emotioneel (tijdelijk) instabiel bent, of nog niet volwassen (genoeg), dan wordt dat lastig. Maar als je personage ertoe in staat is, dan kan zelfreflectie een goede manier zijn om je personage een aanleiding en besef te geven dat hij in bepaalde dingen moet veranderen, wat tot verandering van karakter kan leiden. Let er wel op dat je dit niet met slechte expositie doet; hm, ik word buitengesloten, zal ik dan maar eens nagaan wat ik misschien verkeerd heb gedaan? werkt niet.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

Drie redenen om je verhaal even opzij te leggen voordat je gaat herschrijven

Als je een tekst geschreven hebt, wil je er het liefst zo snel mogelijk mee verder, of het inzenden voor een schrijfwedstrijd. Maar het is verstandiger om een tekst een aantal dagen –zo niet weken!– opzij te leggen en het daarna pas in te sturen en/of te herlezen voor revisie. Hier volgen drie redenen waarom.

1. De blinde vlek verdwijnt

De blinde vlek is bekend en berucht: als je intensief met een tekst bezig bent, of hem al talloze malen hebt herlezen, zie je op een bepaald moment zelfs de meest overduidelijke spellingsfouten of continuïteitsfouten niet meer staan. Als je de tekst even met rust laat, gaat die blinde vlek uiteindelijk weg. Bedenk wel: hoe langer en intensiever je met een bepaalde tekst bezig bent geweest, hoe langer je de tekst moet laten rusten om de blinde vlek te laten verdwijnen. Soms is een aantal dagen rust genoeg, soms vergt dat echter weken.

2. Je ziet het grote geheel weer

Als je met een bepaalde scène bezig bent geweest, zit je daar met je neus bovenop. Dat levert je tijdens het schrijven een bepaald oog voor detail op, maar dat kan riskant zijn. Je bent zo bezig met hoe de personages een ruzie aan het uitpraten zijn, dat je vergeet dat ze later in het verhaal omwille van de spanningsboog nog een keer moeten gaan kibbelen. Dan kan je beter een kleine wrijving laten bestaan, zodat de latere ruzie niet uit de lucht komt vallen. Zoiets kan je vergeten als je met een afzonderlijke scène bezig bent. Als je even afstand kan nemen van datgene waar je intensief mee bezig bent, helpt dat het grotere geheel te zien en continuïteitsfouten te voorkomen.

3. Je kan beter reflecteren

Ben jij ook zo’n schrijver die na het tikken van een scène stopt met schrijven en dan nog een aantal minuutjes bedenkt wat je nu eigenlijk geschreven hebt? Als je dat meteen na het dichtklappen van je laptop doet, denk je waarschijnlijk iets als: het was leuk om die romantische scène nu eindelijk eens op papier te zetten! Die eerste gedachten zijn vrijwel nooit kritisch. Maar als je een tekst eventjes laat liggen en je drie dagen later tijdens de was opvouwen nog eens bedenkt wat je precies geschreven hebt, kan je zomaar ineens beseffen: Oeps, Floortje heeft zich wel erg enthousiast op Jacob gestort. Hij heeft een hekel aan overhaaste romantiek. Misschien moet Floortje niet meteen zodra de voordeur dichtvalt aan Jacobs riem beginnen te sjorren. Anders geeft hij haar straks vroegtijdig de bons.
Dan besef je dus dat je iets hebt geschreven dat niet klopt (voor je personages of voor het plot). Vervolgens kan je gaan kijken hoe Floortje haar extase kan uiten zonder dat Jacob meteen bindingsangst krijgt. Als je het had gelaten bij Floortjes lust, dan was je dat vroeg of laat in je verhaal als blokkade tegengekomen.
Als je een tekst even laat voor wat hij is, is de kans groter dat je neutraler naar je tekst kan kijken en je er beter op kan reflecteren.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je je boek weer oppakt, wil ik het voor je nakijken: kijk eens in mijn webshop voor professionele redactie.

Zo verwerk je elementen uit je leven in je fictieve verhaal

Als je een verhaal gaat schrijven kom je vroeg of laat tegen dat je iets van je privéleven in je verhaal verwerkt. Dan staat er iets op papier waarvan je je beseft: dit is gebaseerd op persoon X of gebeurtenis Y in mijn leven. Dat is niet erg. Sterker nog: zonder je privéleven een beetje in je verhaal te verwerken, kom je nergens. Maar hoe zorg je ervoor dat je privéleven of je persoonlijke voorkeur niet de overhand krijgt?

De wereld als referentiekader voor fictie

Je kan alleen over de wereld schrijven als je weet hoe die er globaal uitziet of wat daarin gebeurt. Je hoeft niet per se iets meegemaakt te hebben om erover te kunnen schrijven, maar een basis van achterliggende gedachten moet je wel begrijpen. Je hoeft geen oorlog te hebben meegemaakt om te snappen hoe angst voelt. Je bent misschien nooit bang geweest dat er een bom op je huis valt, maar je bent vast wel eens bang geweest om een geliefde te verliezen (of dat nu door een dodelijke ziekte kwam, of omdat je bang was na een emigratie contact te verliezen).
Hierdoor is het onvermijdelijk dat er zo nu en dan ervaringen of echte personen uit jouw leven (incognito) in je boek verschijnen: ze vormen je broodnodige kader waardoor jij de echte wereld begrijpt en daardoor een andere wereld kan scheppen. Denk aan:
* Omdat jij verliefd bent geweest, kan je de vlinders in de buik van je personage adequaat beschrijven;
* Je hebt -tot je enorme spijt- iemand gepest. Daarom kan je nu beschrijven hoe jouw personage berouw voelt omdat hij iemand heeft opgelicht;
* Je hebt altijd in een voetbalteam gespeeld. Daarom kan je het groepsgevoel en de teamspirit van een vriendengroep extra goed beschrijven;
* Omdat je als kind van gescheiden ouders moest kiezen tussen wonen bij je vader of moeder, kan je sympathiseren met een personage dat niet tussen twee aanbidders kan kiezen. Hoe kies je tussen twee mensen van wie je houdt?

Opvallende vergelijkingen met realiteit en fictie

Negen van de tien keer ben je je er niet van bewust waarom je iets ‘kan’ schrijven, omdat de meeste ervaringen die je opdoet, naadloos verweven raken met het dagelijks leven of hoe je tegen de wereld aankijkt. Maar er zijn gebeurtenissen of mensen die (ten goede of ten kwade) je wereld op zijn kop zetten. Dan kan je de behoefte krijgen om iets van je af te schrijven, iets of iemand te wreken, te straffen of te eren. Geef de betrokken personen een andere naam, geslacht, leeftijd, uiterlijk of een andere favoriete hoed en voilà! Voor je het weet heeft een bestaand persoon een persona in je verhaal gekregen. Zodra je dit doet, is het hoe dan ook verstandig om extra alert te zijn op de noodzaak van kill your darlings.

Pas op dat je persoonlijke voorkeuren niet in flinterdunne schrijfsels veranderen.

De schrijvers favoriet

Op een bepaald moment sluipt er een bestaande persoon(lijke herinnering) in je verhaal. Probeer dat niet koste wat kost te vermijden; dat gaat simpelweg niet. Je moet er alleen voor waken dat het andere uiterste niet gebeurt. Stel dat je je opa in het verhaal wil verwerken omdat hij jouw wijze mentor was. Bijna elk verhaal heeft een archetype mentor nodig om het hoofdpersonage op weg te helpen. Opa kan dus gerust (als mentor) in je verhaal komen. Maar als opa dol was op vissen, moet je ervoor waken dat opa in zijn mentorrol hoe dan ook als visser terugkomt.
Als zijn kleinzoon een veelbelovend advocaat is die een belangrijke beslissing moet nemen over zijn carrière, is het nogal riskant om opa de doorslaggevende raad te laten geven tijdens een middagje vissen:
* Opa is geen advocaat, dus waarschijnlijk weet hij te weinig van het inhoudelijke beroep om échte raad te kunnen geven.
* De onliner-raad die alles oplost (‘Ach lieverd, volg gewoon je hart, dan komt alles goed’) is een cliché.
* Als opa zo makkelijk alle problemen weet op te lossen, degradeer je hem van wijze mentor tot magic pixie. Dat doet het centraal conflict van de kleinzoon geen goed. Bovendien wordt opa als mentor een stuk minder indrukwekkend.

Hoe gekoesterd de herinnering ook zal worden, het is niet logisch dat Kleinzoon hierdoor ineens voorgoed beseft waarom hij beter naar het belang van zijn cliënten kan kijken dan een zak goud na te jagen.

Het vermommen van non-fictie in fictie

Zorg ervoor dat er een balans is tussen fictie en non-fictie. Om het non-fictieve element te kunnen behouden en je verhaal kloppend te houden, moet je ze gaan vermommen. En dat houdt niet op bij opa’s visserspak in te ruilen voor een stropdas van een advocaat. Dat kan, maar dan loop je het risico dat het alsnog geforceerd overkomt en de verwijzing er te dik bovenop ligt.
Als je iets uit het echte leven terug wil laten komen in je boek, kijk dan heel globaal wat die herinnering, ervaring of persoon bij je teweeg heeft gebracht. Kijk nog eens naar de voorbeelden uit de eerste alinea, naar je verhaalthema en naar je algemene verhaallijn en probeer dat vervolgens te combineren.

Macht is het thema van Kleinzoon Advocaats verhaal. Opa de Visser moet hem als mentor aansporen om humaniteit boven macht te verkiezen, door een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Grofweg kan je dan twee dingen doen:
* Je plaatst de levenslessen in context van Kleinzoons wereld: de mentor is een collega-advocaat, die een subtiel trekje van opa heeft -ze houden allebei buitengewoon veel van gerookte zalm-. Deze collega laat Kleinzoon veel pro deo zaken doen om zijn nederigheid te bewaken;
* Je plaatst de levenslessen in de context van Opa’s wereld, en laat Kleinzoon de inzichten als een aha-erlebnis de vertaalslag naar zijn advocatenbestaan maken: Opa en Kleinzoon gaan op gecombineerde vis-kampeervakantie, waar het aan alle luxe ontbreekt. Daardoor gaan Kleinzoon en Opa ‘back to basics’ wat betreft menselijk contact. Als Kleinzoon deze herinnering veel gaat koesteren, kan hij makkelijker beseffen dat mensen gelijkwaardig behandelen belangrijker is dan geld en roem najagen.

Heb je hulp nodig bij deze taak? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Heb ik het in me om een getalenteerde schrijver te worden? Beantwoord deze vier vragen en je weet het

Het is een prangende vraag van veel beginnende schrijvers: “Ben ik getalenteerd genoeg om gepubliceerd te worden?” Daar is helaas geen pasklaar antwoord op. Toch kan je een aardig idee krijgen of je aanleg hebt voor schrijven door onderstaande vragen te beantwoorden.

1. Wanneer vind je jezelf getalenteerd genoeg?

Voordat je jezelf gaat afvragen of je getalenteerd genoeg bent, moet je voor jezelf duidelijk hebben wat dat voor jou betekent. Wil je hoogstaande literatuur schrijven of ben je al tevreden als je verhalen kan schrijven die vlot genoeg zijn voor het plaatselijke huis-aan-huisblad? Bepaal eerst eens wat voor jezelf ‘getalenteerd genoeg’ betekent voordat je je druk gaat maken om wanneer de rest van de wereld dat ook vindt.

2. Kan je het idee van een checklistje loslaten?

“Als ik maar tien verschillende schrijftechnieken (of dertig, of…) kan toepassen, dan ben ik getalenteerd.”
Helaas is er geen checklistje dat je kan afvinken om te zien of je ‘goed schrijven’ onder de knie hebt. Het kunnen toepassen van schrijftechnieken is één ding, inzicht hebben in het hoe en wat daarvan is het volgende. En inzicht is niet of nauwelijks te toetsen met een meetbaar afvinklijstje.
Zodra je weet dat goed schrijven niet middels een afvinklijstje na te gaan is, toon je tekenen van schrijfinzicht. Dat schrijfinzicht is een teken dat je aanleg hebt voor schrijven.

3. Kan je feedback ontvangen?

Aanleg hebben voor schrijven is niet genoeg. Als je echt getalenteerd wil worden, moet je feedback kunnen ontvangen. Je hoeft het niet met feedback eens te zijn. Soms is bepaalde feedback ook niet terecht. Feedback geven is net zo’n kunst als ontvangen, ook dat kan niet iedereen. Negeer persoonlijke aanvallen en mensen die jouw fantasy willen veranderen in een romantisch verhaal, alleen omdat zij liever zwijmelen dan nieuwe werelden ontdekken.
Als de feedback wel terecht is in opzet, moet je in staat zijn om te zien waar de feedback op berust is en of je inderdaad iets kan verbeteren. En zo ja, hoe en waarom dan? Geeft de feedback aan dat een bepaalde schrijftechniek beter zou passen? Dan is de hamvraag of jij begrijpt waarom deze suggestie wordt gedaan. Jij bepaalt vervolgens of dat voor je verhaal werkt of niet. Maar je moet wel kunnen herleiden waarom iemand iets al dan niet prettig vindt lezen. Dat is onderdeel van dat cruciale schrijfinzicht dat je nodig hebt om van je aanleg je talent te maken.

4. Blijf je nuchter en heb je zelfreflectie?

Als je geen feedback kan verwerken zoals hierboven omschreven of die zelfs niet wil horen, kom je als schrijver niet ver. Ook al heb je het talent van een Stephen King, Nicholas Sparks of J.K. Rowling, er zal geen enkele uitgever met je willen samenwerken als je te hoog van de toren blaast. Besef dat de wereld er niet is om je schrijverswerk alleen maar aan te prijzen. En dat je (nog) niet de nieuwe Stephen King bent. Is je eerste neiging is om nadrukkelijk uit te leggen waarom je iets hebt geschreven zoals je dat gedaan hebt in plaats van te kijken naar wat er inhoudelijk eigenlijk voor suggesties worden gegeven? Of zeg je iets als: “Dat is jouw mening, niet de mijne. Ieder zijn meug,” dan zijn dat rode vlaggen. Als schrijver heb je talent, maar zeker ook nuchterheid en zelfreflectie nodig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een schrijfcoach naar je tekst laten kijken om te zien of je tekst in orde is? Kijk dan eens in mijn webshop.

Verwachtingen van het schrijverschap

Als je schrijver wil worden, moet je een balans vinden tussen droom en realiteit om het schrijven leuk te houden. Waar moet je rekening mee houden als je ultieme droom is om met je boek je brood te verdienen?

De droom: bestsellerauteur worden

“Ik wil schrijver worden.” Iedereen die dit heeft gezegd, heeft wel een dagdroom als deze gehad:

Tien seconden voordat de boekenwinkel opengaat, hoor je vanachter de signeertafel een enthousiaste menigte op straat die aftelt tot het moment waarop de deuren opengaan. Naast je ligt je dure vulpen die je speciaal voor signeersessies bewaart. Je zal de inkt vandaag vaak moeten aanvullen. Na sluitingstijd ga je heerlijk uit eten met je familie om de publicatiedatum van je nieuwe boek te vieren. Daarna vertrek je naar je schrijvershuisje in Zuid-Frankrijk om zes maanden aan je nieuwe boek te werken, totdat deze signeersessie zich weer herhaalt.
“Drie, twee één: jáá!” De grote schare fans loopt op je toe en vormt een rij tot buiten de boekenwinkel. De hele dag zie je niets dan glimlachende gezichten en om de zoveel tijd houd je de hand vast van mensen die je met tranen in de ogen bedanken voor het feit dat jouw boek hun leven heeft veranderd.

De signeertafel: een prachtig doel, maar het blijft voor velen een droom. Foto door cottonbro op Pexels.com

De realiteit: onbetaalde maanden achter je laptop

Dat beeld blijft helaas de meeste aspirant schrijvers een droom. Ja, J.K. Rowling werd eerst bij twaalf uitgevers afgewezen en heeft met Harry Potter een miljardenimperium opgebouwd. Er zijn echt wel schrijvers die (alsnog) doorbreken en daar een (dik belegde) boterham mee verdienen. Maar bedenk wel: zijn dit soort verhalen uniek of hoor je die elke week? Er zijn maar weinig getalenteerde schrijvers die alleen van boeken schrijven kunnen rondkomen. Meestal moeten ze er nog een baan bij nemen. Als je een gemiddeld schrijversloon omrekent naar een uurloon, werk je maandenlang zo goed als onbetaald. Dat komt voor een groot deel door de wet op de vaste boekenprijs.

Wet op de vaste boekenprijs

In Nederland is er de wet op de vaste boekenprijs. Die bepaalt dat je als auteur 10% van de verkoopprijs van je boek aan royalties (salaris) krijgt. Per verkocht exemplaar, niet per tienduizenden die gedrukt gaan worden.
Als je debuteert bij een traditionele uitgever, worden er meestal rond de vier-tot vijfduizend exemplaren van je boek gedrukt. Reken maar uit: als je boek voor €15,95 wordt verkocht, verdien je daar hoogstens 7975 euro mee. Dat is een aardig salaris voor drie maanden. Maar je hebt een boek niet binnen drie maanden geschreven, bij een uitgever binnen, gepromoot en volledig ‘uitverkocht’. De slushpile uitkomen kan al een halfjaar duren. Bovendien lukt dat niet eens altijd…

De realistische droom: promoten, promoten, promoten…

Als je een van de geluksvogels bent die wel bij een uitgever binnenkomt en daar ook mag blijven, kan je gaan signeren, bij talkshows aanschuiven… Alles waar je al van droomde. Maar die droom wordt misschien iets minder rooskleurig zodra je weet dat je dat waarschijnlijk veelvoudig moet gaan doen. Zodanig veel dat je als fulltime romanschrijver misschien minstens net zo vaak achter een camera of microfoon zit dan achter je typmachine. Je zal je sociale media net zo vaak bijwerken als de personagebiografie van de hoofdpersoon van je nieuwe boek. Met andere woorden: bereid je voor dat je mogelijk meer tijd moet besteden aan promoten dan aan schrijven als je doorbreekt.

Wat wil je als beloning: voldoening of roem?

Als je gaat schrijven met de intentie om door te breken, is het erg belangrijk dat je onthoudt dat je droom er een is van velen. Je moet beschikken over geluk, talent, doorzettingsvermogen, hoop en realiteitszin. Dat is nogal dubbelop: je moet altijd blijven dromen om ergens naartoe te kunnen werken, jezelf te ontwikkelen, en de motivatie, lol en de hoop erin te kunnen houden. Maar blijf je ambities zien als een droom, niet als een garantie.
Je moet niet bang zijn om hard te werken voor je droom en te durven hopen, maar je moet er ook voor waken dat je daardoor uit het oog verliest waarom je schrijft (en niet acteert, zingt, kookt of iets anders waar je rijk en/of beroemd mee kan worden.) Oftewel: ga bij jezelf na of je niet (meer) schrijft vanwege het plezier, maar voor de gewenste roem.

Het schrijft hoe dan ook fijner, leuker en makkelijker als je schrijft voor de voldoening die het je geeft. Zo kan je heerlijk ingaan in het creatieve proces, heb je ongeacht het resultaat een goed gevoel zodra de puntjes op de i zijn gezet en schrijf je veel makkelijker omdat het niet koste wat kost ‘moet’. Of dat nu is vanwege de roem of een beoogde verandering van je carrière. Het werkt fijner om altijd ergens veel plezier en een sprankje hoop te houden. Stel je je blijdschap eens voor als doorbreken dan inderdaad lukt! Die is veel oprechter dan wanneer je jezelf al rijk rekende, maar ondertussen mopperend aan je boek zat te werken, omdat je er al geen lol meer in had…

Zolang je dit vrolijke, motiverende koffiekopje naast je laptop hebt staan tijdens het schrijven, zit je goed 😉

Schrijven met roem als uitgangspunt kan drie zeer nadelige gevolgen in de hand werken:
* Het kan op een grote teleurstelling uitlopen als je niet wordt gepubliceerd;
* Je kan een blinde vlek ontwikkelen voor feedback verwerken. Als jij jezelf al als de Grote Schrijver ziet, kan je ongemerkt je ego zodanig gaan voeden dat je meent niets meer fout te kunnen doen.
* Je schrijfplezier kan eronder lijden. Je geniet minder van het schrijfproces omdat je alleen maar ongeduldig wordt: Wanneer kan ik nu eindelijk eens naar een talkshow? Was ik maar alvast klaar met dit verdraaide verhaal…

Kortom: als je niet teleurgesteld wilt raken als beginnend schrijver: droom veel, verwacht weinig en probeer de voldoening van het schrijven altijd je uitgangspunt te laten zijn. Vergeet niet nuchter te blijven en aan gezonde zelfreflectie te doen.

Wil je het schrijfproces niet alleen aangaan? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop voor mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Drie redenen om je niet te laten leiden door je eigen voorkeuren tijdens het schrijven

Beginnende schrijvers zijn vaak zo enthousiast over het schrijven zelf, dat ze zich soms een beetje mee laten slepen. Als schrijver kun je in theorie doen en laten wat je wil met je verhaal. Maar als je te veel aan dat idee vasthoudt, kan je verhaal veel vaart verliezen. Jammer, want je verhaal komt waarschijnlijk beter tot zijn recht als je het algemene verhaalbelang voorrang geeft.
Voordat we gaan kijken waar je op moet letten om niet te dicht op je eigen verhaal te zitten: houd altijd het principe van kill your darlings in je achterhoofd. 

1. Je snapt je eigen personages beter

Als je niet per se twee geliefden met elkaar wil laten eindigen, maar kijkt of ze wel bij elkaar passen, heb je beter in de gaten wat je personages voor mensen zijn. Zijn ze introvert en extravert en passen ze daarom niet zo goed bij elkaar? Hebben ze elk individueel totaal andere dromen in het leven, of andere ideeën over wat je met je spaargeld moet doen, hoe je kinderen op moet voeden…. Dit soort dingen moet je afzonderlijk voor elk personage weten, want dit kunnen belangrijke drijfveren zijn. Als je je meer bezighoudt met een bepaalde afloop dan met de drijfveren van je personages, wordt de kans groter dat ze eendimensionaal worden.

Een uitgestippelde weg naar ´En ze leefden nog lang en gelukkig ´werkt soms goed, soms juist niet. Denk na voordat je iets doet.

2. Je thema blijft stevig 

Een verhaalthema geeft een verhaal meer diepgang. Gaat het verhaal vooral over angst, kinderloosheid, een gelukkig huwelijk, of een ontdekkingstocht? Ongeacht wat je thema is, je moet bepaalde dingen in verschillende vormen laten terugkomen. Als je thema verraad is, kan je personage of diens partner vreemdgaan. Het is dan ook verstandig om iets als het verklappen van een geheim, diefstal door een vriend of dubbelspionage terug te laten komen. Dit verraad hoeft er niet meteen duimendik bovenop te liggen om het thema duidelijk te maken, maar je moet wel aan je (terugkerende) thema denken.
Als je te veel denkt aan je eigen voorkeur, kan het verhaal als anticlimax aanvoelen: “Ja, mijn thema is verraad, maar deze vrienden moeten elkaar hoe dan ook door dik en dun steunen.” Waar gaat je verhaal dan nog over? Verraad, vriendschap, beloftes…? Je thema en je verhaal kan vaag worden als je je er vanwege een bepaalde voorkeur te makkelijk van afwijkt.
Afstand nemen van je verhaal kan ervoor zorgen dat het indrukwekkend blijft. Werk desnoods een kleiner blijk van je thema uit: de vrienden hoeven elkaar niet te verraden met de dood tot gevolg. In plaats daarvan kan er een de ander voor een paar honderd euro oplichten. 

3. Je leert beter naar je tekst te kijken

Als je niet je eigen voorkeur, maar je verhaal zelf op de eerste plaats zet, leer je beter te kijken naar wat je schrijft. Hoe kom je tot bepaalde standpunten, plotuitwerkingen en zelfs eigen voorkeuren over hoe het verhaal moet (af)lopen? Als je bij al deze dingen je vraagtekens zet, groeien je schrijfinzicht en schrijfvaardigheden, omdat je het belangrijk vindt dat je een goed verhaal schrijft. Vervolgens ga je ook kijken hoe je dat moet doen. Als je slechts schrijft naar aanleiding van je eigen (inhoudelijke) voorkeur, voel je waarschijnlijk minder aanleiding om je verhaal eens goed onder de loep te nemen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een professionele blik op je tekst? Kijk dan eens in mijn webshop.

Hoe schrijf je een goed begin van je boek?

Ga aan de gang! Dat is de gouden regel voor een goed begin van je boek. Of beter gezegd: zet iets in gang. Als je dat in je achterhoofd houdt, ontwijk je al een hoop valkuilen voor een slecht begin. Wat zijn die valkuilen en hoe schrijf je wel een goed begin van je boek?

Wat zijn slechte introducties van verhalen?

Er is een aantal dingen die erop wijzen dat je verhaal met een cliché of een storende schrijfwijze start:
* Een (pagina’s lange) infodump;
* Een personage dat zijn dag begint (en daarbij in de spiegel kijkt, waardoor zijn uiterlijk duidelijk wordt);
* Alledaagse gesprekjes met andere personages, zoals over het weer;
* Een personage wakker laten worden uit een droom die bol staat van de symboliek.

Elk van deze manieren zorgt op een bepaalde manier voor een onnodig langzame start van je verhaal.

Hij mag langzaam zijn, de start van jouw verhaal niet.

De introductie-infodump

De infodump is zowel voornamelijk bekend als berucht omdat hij vaak komt opdagen in de eerste pagina(‘s). Wat maakt zo’n infodump eigenlijk zo fout? Het is alsof je dit tegen je lezers zegt: ‘Oké, dit is de eerste bladzijde, dus het verhaal gaat beginnen. Maar voordat het verhaal gaat beginnen, moet je eerst drie pagina’s lezen, voordat de échte eerste pagina begint. Verwarrend, nietwaar? Zo leest een infodump eigenlijk ook: een lezer denkt aan het verhaal te beginnen, terwijl die zich eigenlijk eerst door een aantal pagina’s informatie over het personage heen moet worstelen. Wanneer begint het verhaal dan? Waar gaat het verhaal dan over, of waar gaat het heen?
Daarom werkt een introductie-infodump zo slecht. Als je de lezer belooft met een verhaal te beginnen, moet je dat ook doen. En dat doe je niet door informatie te geven. Daarvoor moet je je verhaal in gang zetten.

Zet het verhaal in gang

Er zijn verschillende manieren om een verhaal in gang te zetten. Zo kun je al dan niet een in medias res schrijven. Je kan net iets meer aandacht besteden aan de gedachten van je personage dan aan de situatie waarin hij zich bevindt, of andersom. Hoe dan ook moet er een aantal dingen snel duidelijk worden. Hier volgt een aantal dingen waar je uit kan kiezen om als leidraad te volgen. Niet alles hoeft (of kan!) in een keer worden uitgewerkt, maar het is wel verstandig om een aantal van deze opties te combineren. Zo is je verhaal meteen vanaf het begin interessant.

Wat is je personage voor iemand?

Zodra je begint met schrijven, heb je waarschijnlijk al een (begin van) een personagebiografie gemaakt. Daarin staan talloze dingen over wat je personage doet vindt, kan en wenst. Het ene is voor jou als schrijver handig om als ‘extraatje’ te weten, andere dingen vormen je personage tot wie hij is en wat hem uniek maakt. Het werkt goed om een aantal van deze elementen vroeg in je verhaal te verwerken. Als het essentieel voor het verhaal is dat je personage erg bang is aangelegd, laat hem zich dan bijvoorbeeld een hoedje schrikken bij het minste of geringste geluid of laat haar zes keer haar tas controleren voor ze deur uitgaat: heeft ze alles wel bij zich? Ze zweet al bij het idee dat ze iets vergeet. Merk op dat deze voorbeelden erg van elkaar verschillen. Je moet weten wat voor jou(w personage) een bepaalde karaktertrek precies inhoudt. Onthoud dat het extra belangrijk is om in deze eerste pagina’s met show don’t tell te schrijven. Als je hier niet meteen laat zien dat je beeldend kan schrijven, zal je lezer je boek na die eerste paar pagina’s waarschijnlijk wegleggen.

Is dit wat je bedoelt met angstig, of bedoelde je iets heel anders? Maak dat meteen duidelijk, anders heeft je lezer een te vaag beeld van je personage.

Wat is de comfortzone en hoe wordt die bedreigd?

In elk verhaal wordt een personage uit zijn comfortzone gehaald; het is een voorwaarde om het centraal conflict in gang te zetten. Het centrale conflict levert de spanning van het verhaal en de groei van je personage. Daarom is het verstandig in in het begin van je boek te schrijven wat de comfortzone is, zodat de lezer een duidelijk ‘startpunt’ heeft. Je personage voelt zich prima bij de rol als eeuwige single. Als hij dan onder druk wordt gezet om op Tinder te gaan of gewoon verliefd wordt, weet de lezer dat dat een uitdaging voor hem vormt.

Verklap al iets over het mogelijke conflict

Met het vaststellen van de comfortzone kan je niet meteen het centrale conflict starten. Dan klopt je schema van save the cat niet meer en wordt het tempo te snel. Je kan echter wel al enkele hints geven. Als je personage absoluut niet wil denken dat zijn auto ingenomen wordt door schuldeisers, laat dan blijken dat dat misschien toch kan gebeuren. Laat een grote stapel onbetaalde rekeningen op de tafel zien aan de lezer of een dierbare zorgen uiten over de financiële situatie. Let wel op: dit soort onthullingen zijn gevoelig voor foreshadowing.

Wat, waarom en hoe wordt er iets in gang gezet?

Neem bovenstaande punten en je bevindingen daarvan mee in de uitwerking van je begin. Zorg ervoor dat je weet waarom je voor bepaalde uitwerkingen hebt gekozen. Je weet wat je ermee duidelijk wil maken: wat je personage voor iemand is, waar hij door uitgedaagd wordt en wat hij moet doen om zijn heldenreis te starten. Als je iets geschreven hebt, kijk of je dan antwoord krijgt op de volgende vragen:
* Wat gebeurt er?
* Waarom gebeurt (uitgerekend) dit (op dit moment)?
* Hoe zet dat andere dingen in gang?
Je moet op al deze vragen antwoord kunnen geven. De lezer hoeft alleen op de eerste vraag antwoord kunnen geven, niet op de andere twee. Dan geef je te snel te veel weg. Maar jij als schrijver moet het weten om zo een duidelijk begin en structuur aan je verhaal te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van het begin van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.