In dialoog met je personage: voice dialogue

Voice dialogue is het principe dat iedereen innerlijke stemmen heeft met een bepaald karakter. Spreek je jezelf streng toe? Dan is dat de stem van Politieagent. Heb je een stem die zegt dat je goed bezig bent? Dan is dat de stem van Lieve Juf. Gebruik dit principe om de heldenreis goed af te stemmen en levendig te maken.

Wie staat er aan het roer in je hoofd?

De innerlijke stem die zegt dat je geweldig, een watje, of te perfectionistisch bent. Of die zegt dat je je klein moet houden, wat meer op je grote mond moet letten… Je gedachten schieten soms alle kanten op. Het kan helpen om die gedachten te groeperen en daar personages van te maken. Dat is het globale idee van Voice dialogue. Zo kan je makkelijker naar een/ je groeiproces kijken. Merk je dat de strenge stem die je Politieagent hebt genoemd wel erg vaak aan het woord is? Besluit dan dat Lieve Juf Politie van de preekstoel haalt. Dan hoor je weer even een aanmoedigend woord van jezelf.

Voice Dialoguepersonages maken

Kijk eens of je al voice dialoguepersonages hebt. Die vind je in gedachten als:
* Ik zeg vaak tegen mezelf dat…
* Inwendig heb ik vaak gedachten die vinden dat ik ….. ben/moet zijn
* Soms kom ik over als een … Dat is op momenten wanneer ik…

Gedachteovertuiging/ innerlijke stem mogelijke naam voice dialoguepersonage
Ik ben lui….. dus ik moet meer sportenTrainer Loopband
Ik doe mijn best…… en dat is goed genoeg Coach Pieter
Ik ben af en toe wel erg filosofisch…… dan ik lijk wel dertig jaar ouder Oma Sofie
Ik ben niet goed genoeg…en hoor daarom nergens echt bij Siem

Merk op aan de namen van deze personages dat je daarmee iedere kant op kan. Je kan je een bijna cartooneske naam geven, de naam associëren met die van iemand anders, woordspelingen gebruiken of ‘gewoon’ een naam verzinnen. Alles mag als het voor jouw beleving klopt.

Het is handig om dit principe eerst bij jezelf uit te proberen om iets bekender te raken met het idee. Je kan het oppervlakkig houden, maar je kan ook diep psychologisch graven. Ook hierbij geldt: kijk wat je lukt, wat voor je werkt en wat nog houdbaar is. Probeer het dan uit voor je personages.

Aandeelhoudersvergadering

Als je de voice dialoguepersonages voor je held hebt bedacht, kan je een aandeelhoudersvergadering gaan houden met hen. Niet in de economische zin, maar iets letterlijker: wie van deze personages heeft het grootste aandeel in het leven/ hoofd van je held? Iemand die erg onzeker is, zal vaker bezoek krijgen van Trainer Loopband en Siem. Waarschijnlijk zijn die vooral aanwezig in het begin: onzekerheid is in boeken vaak een mooi thema om in te kunnen groeien, om als comfortzone te verlaten. Je zou dan kunnen zeggen dat het personage als doel kan hebben om Coach Pieter de overhand te laten krijgen. Maar als dat het gewenste resultaat is, wie kan daar dan bij helpen? Oma Sofie? Misschien: filosofisch zijn kan zorgen voor een goede introspectie. Maar als je personage zich daardoor oud en versleten voelt, kan Siem met haar in discussie gaan. Dan heeft hij misschien daarin te veel de overhand. Mis je misschien nog een personage? Wat dacht je van Stan? Hij twijfelt continu. Niet zozeer aan zichzelf, maar wat de beste oplossing of manier van handelen, of überhaupt waar is. Hij kan dus vertegenwoordigen hoe je held zot wordt van dat continue heen en weer van Coach Pieter naar Trainer Loopband.

Hoe vind je de voice dialoguepersonages?

Als je in de fase bent beland dat je personage al levensecht is geworden voor je geestesoog, dan kan je je personage vragen wie er allemaal in het hoofd aan het kletsen is. Ben je nog niet zover, lees de personagebiografie dan nog eens door. Tussen de regels door kan je waarschijnlijk wel wat personages vinden.

Is je personage onzeker, kritisch en gevoelig voor groepsdruk? Dan is de kans groot dat Scarlett regelmatig opduikt en je heldin vertelt dat ze toch echt meer aandacht aan haar uiterlijk moet besteden, voordat ze als enige in haar klas vol zestienjarigen straks geen vriendje heeft die haar mee naar het schoolfeest vraagt.

Heb je al bedacht dat het je personage wraak gaat nemen? Dat is nogal heftig. Ergens zit daar waarschijnlijk een niet genezen psychologische wond. Wat is dat? Verdriet, woede, schaamte? Je kan dit onzichtbare, weggestopte deel van je ook een naam (Onno) geven. Dat kan helpen om dit belangrijke deel niet vergeten mee te nemen. Als je in je opschrijft in je opschrijfboekje ‘Onno moet nog een keer in een scène voorkomen’ is dat concreter en makkelijker uit te werken en onthoud je dat beter dan ‘Ooit moet Geert nog eens zijn verleden onder ogen zien.’

Balans in voice dialogue, balans in je plot

Als je de aandeelhoudersvergadering hebt, kan het handig zijn om te noteren hoe vaak ieder voice dialoguepersonage grofweg aan het woord komt, of waarvan je denkt die vaak in het verhaal terug moet komen. Turven kan hierbij erg overzichtelijk zijn. Zo voorkom je dat je alsnog met je plot afdwaalt, of van het hoofdplot een subplot maakt, of andersom.
Als je personage ernaartoe moet groeien dat coach Pieter het meest aan het woord is, dan zullen Siem en trainer Loopband het vaak met elkaar eens zijn. Toch maakt het voor het centraal conflict veel uit wie van de twee het is. Als je personage vooral van de bank af komen, heb je meer scènes nodig waarin Trainer Loopband aan het roer staat. Siem kan namelijk ook een veel breder of zelfs een ander verhaal met zich meebrengen, zoals onzekerheid over het sociale voorkomen. Verdeel op die manier de rollen en het aandeel van de voice dialoguepersonages over je plot en dan krijgt dat een stevige basis. Hoewel deze interne personages niet zichtbaar aan het woord hoeven te komen, kunnen ze je achter de schermen enorm helpen om je held levendiger te laten lezen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: ik zie… natuur

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… natuur.

De natuur. Er zijn diehard fans van, anderen vinden het op zijn tijd leuk om een natuurgebied te bezoeken. Weer anderen geven ook daar niet zo veel om. Maar iemand die een uitgesproken hekel aan de natuur heeft, zal je niet snel tegenkomen. Dit tipartikel onderzoekt hoe dat komt en vertelt je hoe je dat gegeven kan gebruiken om de natuur echt uniek te omschrijven in je boek.   

Geitenwollensokkenpraat?

Klonken de titel en de eerste alinea als geitenwollensokkenpraat? Dat is niet zo gek. De definitie van natuur is: ‘alles op aarde wat niet door de mens is gemaakt’ maar we gebruiken het zelden zo. Neem gras. Dat is natuur, maar nemen we het woord ‘gras’ van in de mond als we het over ‘de natuur’ hebben? Vaker gaat het dan over die spectaculaire waterval die we aangapen, de verwoestende kracht van een vulkaan of het feit dat we de natuur moeten beschermen. In boeken is dat nog erger dan in het echte leven. Heb je een setting van een natuur? Dan leeft het elvenvolk daar vast mee in ultieme harmonie, of anders ontwikkelt de menselijke backpacker na het zien van die enorme bergteken een compleet nieuw perspectief op het leven.  
Zo wordt natuur bijna als vanzelf een cliché in boeken. Bekijk en observeer het eens vanuit een ander uitgangspunt. Dan schrijf je over indrukwekkende natuur, zonder dat het overkomt als geitenwollensokkenpraat.

Aanwezigheid van Leven

Laat de mens/ je personage eens helemaal buiten beschouwing in de definitie van de natuur: ‘de aanwezigheid van leven’. Dan kijk je er ineens heel anders naar. Veel dingen in de natuur leven namelijk, dus ook die minuscule grassprietjes. Maar wat doe je dan met de niet-levende dingen in de natuur, zoals indrukwekkende rotspartijen?
Hier komen we bij een bredere definitie aan van ‘aanwezigheid van leven’ die  goed bruikbaar is bij observeren en schrijven. Terug naar die backpacker, die zich helemaal verlicht voelt door de bergen. Anders gezegd: die voelt de aanwezigheid van leven. Niet in de biologische zin, maar in de verwondering en eerbied voor datgene wat hij ziet en wat dat met hem doet.
De natuur maakt die verwondering en eerbied bij mensen los. Dat kan je de Universele Aanwezigheid van het Leven -met hoofdletters, inderdaad-, noemen. Het gevoel dat er iets groters is dan onszelf. Dat gevoel is bij de een sneller aanwezig dan de ander. Ook voelt de een dat bij grote bergen, waar de ander het voelt bij kersenbloesems, de zee, bliksem,  jakobsladders, regenbogen, de zonsopgang… Toegegeven, Universele Aanwezigheid van het Leven klinkt nog steeds ontzettend geitenwollensokkenachtig, maar voor je observaties levert dat uitgangspunt een totaal ander resultaat op.

De natuur echt observeren en beschrijven

Als je iets uit de natuur observeert, van dat eenvoudige plukje gras tot de indrukwekkende bergteken, probeer dan eens te kijken waarin je die Aanwezigheid van Leven terug kan vinden. Dat zie je meestal door te kijken wat het doet ontstaan, of, iets simpeler: waarom het je aandacht of verwondering trekt.
Stel jezelf vragen als: hoe voelt of klinkt de wind? Waar hoor je beekjes kabbelen? Waar zie je tekenen van leven precies in terug? Hoe zien de kleuren van het wolkendek eruit nu de jakobsladder erop schijnt? Observeer de natuur in zulke details, ontleed die eens op die manier. Dan zal je merken dat je observaties vele malen indrukwekkender zijn of lezen dan wanneer je je toevlucht zoekt tot de grote, algemene beschrijvingen  als ‘onmetelijk krachtig’ ‘onbeschrijfelijk mooi’ of ‘ de Wijsheid van Moeder Aarde’ die sowieso met holle frases, clichés of geitenwollensokkenassociaties gepaard gaan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Deze foto is van … Mij! Ik had ontzettende mazzel dat ik de Fujivulkaan zo kon fotograferen: het komt vaak voor dat je de top niet ziet, omdat die in mist is gehuld. Dat maakte het ‘aangaapeffect’ des te groter. Ik ben geen fotografe, maar ik hoop dat deze foto en de toelichting wel duidelijk maken wat ik met de Aanwezigheid van Leven bedoel 🙂

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: allerlei soorten liefde

Het is weer tijd voor een nieuwe schrijfwedstrijd. Omdat de deelnemers van de wedstrijd ‘de vreemdeling’ een uitdaging zowel waardeerden als aankonden, komt er gewoon nog een.  
We gaan experimenteren met het begrip liefde. In deze schrijfwedstrijd mag liefde alle mogelijke vormen aannemen, behalve dan die van romantiek en seks. Ja, dat is even iets anders, hè?

Opzet van schrijfwedstrijd allerlei soorten liefde

Liefde is een ontzettend groot begrip, maar in fictie wordt het nogal eens ingeperkt tot romantiek en/ of seks en lust. Daarmee vergeten we dat liefde in veel meer dingen vindbaar is. Liefdesverhalen waarin alle andere soorten liefde centraal staan, lees je relatief weinig. Of we noemen ze simpelweg geen liefdesverhalen. Dat vind ik jammer. Dus gaan we het liefdesgenre met z’n allen wat uitbreiden en aanvullen.  😉


Inhoudelijke voorwaarden voor je verhaal

*Je personages mogen niet verliefd worden en er mag geen romantiek in het verhaal voorkomen. Je personages hebben ook geen seks met elkaar en zien elkaar niet als (potentiële) bedpartners. Lees: als je schrijft over liefde tussen personages, moet uit je verhaal duidelijk blijken dat wat de personages voor elkaar voelen liefde van een ‘ander soort’ is.  Er mag geen element zijn dat aanstuurt op iets als: uit lust of romance kan liefde voortkomen. Over dat soort liefde gaat deze wedstrijd uitgesproken níet.  

*Liefde staat vrijwel nooit op zichzelf. Je zou zelfs kunnen zeggen dat liefde zich laat zien in de vorm van vriendschap, opoffering, moed, geborgenheid… wat dan ook. Maar waarom voelt het dan tóch als liefde, volgens jou? Wat geeft het net dat extra ‘zetje’? Dat element moet duidelijk worden in je verhaal.

Aandachtspunten en tips

* Je zal liefde als eerste moeten (her)definiëren volgens een definitie die je zelf vindt passen voordat je het goed kan omschrijven. Dat is lastig, maar dit artikel helpt je wat op weg.  

* Waak ervoor dat je niet doorslaat in het verklaren -dan wel letterlijk, dan wel met een overvloed aan show don’t tell-  waarom je onderwerp liefde betreft, en geen ‘gewone hobby’ ‘gemiddelde vriendschap’ of wat het dan ook is waar je over gaat schrijven. Daar krijg je geheid een infodump van.

* Als alles goed gaat, kan je een lezer overtuigen van die/ jouw liefde, zonder het mooier of groter te hoeven maken dan het is.
Stel dat je een grote liefde hebt voor knikkers. Het helpt dan niet om eindeloos te schrijven over de kleuren en de grootte van de knikkers die je zo mooi vindt, in de hoop dat de lezer inziet dat er niets mooiers op deze wereld is. Dan leest jouw liefde eerder cliché dan oprecht.  
Het is efficiënter om te beschrijven hoe en waarom jij daar zo zélf blij van wordt of zo in dat soort liefde gelooft. Dat komt veel natuurlijker over en leest dus ook vlotter, zonder dat je iets hoeft te forceren.

* Heb je wat voorbeelden nodig van soorten liefde waar je over kan schrijven? Alsjeblieft!

– Liefde tussen ouder en kind
– Liefde voor een hobby
– Liefde voor een land
– Liefde voor een bepaald gerecht of keuken
– Liefde voor een vaardigheid (schrijven, wiskundige formules oplossen, mooie tuinen aanleggen)
– Liefde tussen vrienden
– Liefde voor God of de natuur
– Liefde tussen mentor en leerling
– Iets opofferen voor iemand anders zodat die iets kan bereiken
– Jezelf kwetsbaar opstellen zodat de ander zich gehoord voelt

Enzovoorts.

Gebruik dit lijstje als geheugensteuntje voor het idee dat liefde heel breed kan zijn. Wat dat betreft mag er heel veel. Maar uit je verhaal moet blijken waarom dit verhaalelement is ‘gepromoveerd’ tot liefde in plaats van dat het gewoon iets moois of fijns is.  

Wedstrijdvoorwaarden schrijfwedstrijd allerlei soorten liefde

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 3000 woorden.
* Gedichten mogen helaas niet ingezonden worden voor deze wedstrijd
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 24 mei 2024 tot en met 24 augustus 2024. Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.

Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: schrijfwedstrijd allerlei soorten liefde.

Ieder genre is welkom ,behalve ‘romantisch’ en ‘erotisch’. Maar dat lijkt me op dit punt duidelijk 😉.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 3000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een (deel van een) ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Veel plezier en succes met schrijven!

Foto door Mandy von Stahl, verkregen via Unsplash.

Zo koppel je in een verhaal: eerst samen, dan alleen

Een stelletje in een verhaal: het is lastig om een boek zónder te vinden. Volgens een ongeschreven regel lijkt er altijd wel iemand verliefd te moeten worden. Dat uitgangspunt kan een verhaal ontzettend schaden, omdat het vaak zo geforceerd gaat. Maar hoe koppel je dan op een manier die wel prettig leest?

Schrijver als geforceerde Cupido

Romanceverhalen zijn ontzettend populair: het genre beslaat een groot deel van de fictiemarkt. Maar je hoeft niet eens een zwijmelverhaal te schrijven om personages te ‘moeten’ koppelen. Worden ze achtervolgd door een T-rex? Dan kunnen ze elkaar tussendoor nog wel even diep in de ogen kijken. Einde van de wereld? Ach, gun ze dan nog een laatste pleziertje. Oorlog op komst? De soldaat heeft nog wel een liefje nodig om naar te schrijven voor hij zijn leven op het spel zet en de lezer de granaten in het rond ziet vliegen.
Als een liefdesrelatie je enige manier is om de sfeer te verlichten, de inzet te verhogen of empathie te kweken bij de lezer dan gaat het mis. Die doorziet al snel dat je het dáár om doet en ziet jou als schrijver dan vooral optreden als een geforceerde Cupido.

Romance in een verhaal: een checklist

Om te voorkomen dat je koppelt omwille van het koppelen, denk je eerst goed na over waarom je uitgesproken (over) een romance wil schrijven. Onderstaande tabel heeft je handvaten om te bedenken of een romance geschikt is voor een verhaal en hoe die betrekking heeft op de betreffende trope.

Voorbeeld van een plotDit is het uitgangspunt van de romancePast de romance dan in je boek zonder cliché te worden?Waarom?
Verliefde tienersHormonennee(!)Hormonen gaan over lust, niet over liefde. Je moet liefde aanwakkeren voor je boek.
Verliefde tieners die eenzelfde probleem meemakenSteun vinden bij elkaarjaSteun vinden is een fijn uitgangspunt voor een groeiproces, dus ook voor een heldenreis
Het achtergebleven liefje van SoldaatHoop houden in tijden van oorlog. Voor iemand willen vechten. neeJe kan het cliché vermijden en Liefje vervangen door een broertje, oma, een dorp, principes (Niet alleen liefjes hebben brievenbussen…)
Het achtergebleven liefje van SoldaatHet liefje moedigt Soldaat aan, zorgt ervoor dat die zijn eigen normen en waarden niet vergeet . (Lees: liefje schrijft meer dan de tekst: ‘Ik mis je zo!”) Ja (Dorothy uit Hacksaw Ridge is een mooi voorbeeld hiervan)De lezer leert via Liefje de soldaat beter kennen op een natuurlijke manier.

Twee is een plus een

Een plus een is twee: twee individuen maken een koppel. Dat is het uitgangspunt van de meeste koppelpogingen in fictie. Een koppel dat vervolgens samen verliefd kan zijn, groeien, elkaar kan aanvullen en zo het plot kunnen vullen. Maar draai het eens om: Twee is een plus een. Oftewel: je hebt twee individuen die op zichzelf al een verhaal in zich hebben, voordat ze een koppel zijn. Neem als uitgangspunt dat de personages elk hun eigen heldenreis hebben, en laat op geen enkele manier uit het plot blijken dat het doel lijkt om de personages te koppelen. In plaats daarvan zaai je details als zaadjes om later te kunnen zeggen: als het toch zo uitkomt, dan kan de lezer daar alsnog een romance of flirt in zien. Zo gebruik je ‘daar’ bijna zoals een puzzelstukje van een plottwist. Daarmee kan je dan alsnog koppelen.

Casus: Mulan en Shang

In de 1998 film Mulan gaat Mulan het leger in, vermomd als man. Wordt ze ontmaskerd als vrouw, dan wacht haar de doodstraf. Shang is de kapitein van haar troepen. Uiteindelijk worden ze een koppel, maar pas in de wrap-up, als Mulan China al heeft gered. Het plot helpt: er is geen tijd voor romance, want er dreigt een invasie van de vijand. Mulan is veel te druk bezig om niet als vrouw ontmaskerd te worden en te leren hoe ze zich als man moet gedragen en Shang moet zijn troepen trainen. Anders gezegd: er wordt simpelweg geen tijd of gelegenheid gegeven om de personages te laten voelen of nadenken over een mogelijke romance met de ander. Dat wil niet zeggen dat dat onder de oppervlakte niet sluimert: velen zien Shang als biseksueel die Mulan (al) ziet zitten als ze vermomd is en Mulan kijkt toch wel met enige verwondering naar Shang als ze zijn gespierde, blote bovenlijf ziet.
Maar daar gaat de film niet al te veel op in, want die weet dat dat een complete ommezwaai van het plot zou betekenen als de focus naar de romance zou verschuiven. Gaan we ter plekke beslissen of deze (eventuele) liefde verboden is als we ieder moment vermoord kunnen worden? Eh, dat is niet echt handig…
In plaats daarvan geeft de film zowel Mulan als Shang alle ruimte om als individu/ personage te groeien. Om dan vervolgens, als alles veilig is en de personages gegroeid zijn te concluderen dat ze goed bij elkaar passen. Dan is het heimelijke momentje van Mulan (Wauw, dat is wat ik noem een wásbordje!) en de gevoelens van Shang voor zowel Mulan als Ping (haar schuilnaam) een resultaat van zaaien en oogsten

Wat ‘Mulan’ heel goed begrijpt is dit:

In een niet-romantisch verhaal zou geen enkele plotlijn, klein of groot, moeten veranderen door de aan- of afwezigheid van een romance

Wil je een koppel niet forceren, dan moet je beseffen dat een geloofwaardige liefdesrelatie ruimte nodig heeft om uitgewerkt te worden, vanuit de wil of de groei van de personages en/of het plot. Dat maakt een romance dus onderdeel van het (sub)plot, geen simpel gegeven dat de lezer maar ‘gewoon moet geloven’. Behandel een liefdesrelatie in je boek serieus. Geef het een aanloop, een reden en laat het ook bij je personages passen. Bedenk: als het echte mensen waren, dan zou je ze zowat uithuwelijken als het ‘moet’. Je ziet toch liever een liefdevol huwelijk tussen mensen/ personages die je respecteert dan een doodongelukkig koppel dat kan wachten om het uit te maken zodra de laatste bladzijde van het boek door de lezer is dichtgeslagen?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Alex Harmuth on Unsplash

De observerende schrijver: Ik zie iets ontstaan

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets ontstaan.

Iets zien ontstaan klinkt vaak alsof je liefde ziet opbloeien, maar het kan veel meer betekenen. Wat het ook is, iets zien ontstaan kan zowel in een flits gebeuren als over langere tijd. Dat maakt het een lastig, maar interessant gegeven om te observeren. Want waar moet je op letten?

Wat zie je aankomen?

Voor een duidelijke afbakening van dit artikel: iets zien ontstaan is iets groters tussen mensen wat een nieuw plotpunt kan betekenen, of waardoor het plot verandert. Denk aan een nieuwe (liefdes)relatie, een ruzie of het plan om het roer om te gooien en in Canada tussen de grizzlyberen te gaan leven.
Iets zien gebeuren staat meer op zichzelf: je ziet gebeuren hoe iemand gaat botsen, of een woedeaanval of ingeving krijgt. Zelden heeft dat langetermijngevolgen. Als deze momenten uiteindelijk het plot moeten veranderen, let er dan op dat het vrij subtiele manieren blijven om te zaaien: het mag er niet te dik bovenop liggen.

Iets zien gebeuren

Iets zien gebeuren is dus van vrij korte duur, zowel letterlijk als figuurlijk. In enkele seconden observeer je hoe er een mentaal kwartje valt en zodra iemand dan om een mop kan lachen, is dat na enkele uren of zelfs minuten al niet belangrijk meer. Omdat het zo vliegensvlug gaat, is het dus ook moeilijk om te observeren: voor je het weet is het voorbij. Pak je opschrijfboekje en de afstandsbediening: films zijn een mooi middel om dit te oefenen. Je kan namelijk visueel zien hoe lichaamstaal eruit ziet, wanneer de mimiek verandert… En je kan onmiddellijk terugspoelen als je al dacht dat er iets ging gebeuren. Wat zag je dan? Je kan controleren of je eigen observaties kloppen. Let op dingen als:

  • mimiek en lichaamstaal van de personages
  • de muziek(soort) die wordt ingezet of juist stopt. In schrijven vertaalt dit zich naar sfeeromschrijvingen.
  • de camera: draait die weg of zoomt die in? Waarop? De schrijfvariant van een visuele camera is beslissen waar je in tekst de aandacht naartoe laat gaan.

Iets zien ontstaan

Als je iets ziet ontstaan, zie je in feite dat iets verandert. Je hebt als het ware een voor en na, waar je op dat moment tussenin zit. Je ziet twee van je vrienden verliefd worden op elkaar. Ze waren eerst vrienden (voor), straks zijn ze een stelletje (na). Iets zien ontstaan heeft dus een referentiekader nodig. Waarin verschilt wat was van wat gaat worden? Dat verschil, dat proces, is wat je kan observeren. In de strikte manier van observeren verschilt het niet zoveel met het observeren van wat je ziet gebeuren. Ook hier let je op lichaamstaal, mimiek, doen en laten, uitlatingen… Het grote verschil is dat je hier geen film voor zou hoeven kijken. Als het zo subtiel is dat je de terugspoelknop zou moeten gebruiken om er zeker van te zijn dat wat je observeert ook is gebeurd ook klopt, dan is het niet relevant genoeg om mee te nemen als waardevolle observatie. Als de schrijffase voor deze observaties aanbreekt, smeer je bevindingen dan uit over meerdere scènes en in grotere gebaren, zodat ze opvallen en het de lezer ook (op den duur) niet meer kan ontgaan dat er iets in gang is gezet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sandy Millar verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een wijs personage?

We kennen er allemaal wel een: een personage dat om elke andere zin een levenswijsheid lijkt te vertellen, of dat in alles wat het doet de zin van het leven compleet doorgrond lijkt te hebben. Vaak is dit personage een man met een lange baard. Maar niet elke bebaarde is meteen wijs als hij met een mooie uitspraak komt. Sterker nog, maar weinig tropes zijn zo vervelend als die verkeerd worden uitgewerkt als die van de wijze (oude man). Hoe zorg je ervoor dat jouw archetype wijze personage inderdaad wijs in plaats van een holle preker wordt?

Wat is wijsheid?

Laten we eerst eens wijsheid afbakenen, ten behoeve van deze blogpost.

Wijsheid is een dieper inzicht in de de grotere dingen of vraagstukken van het leven. Als je wijsheid bezit, kan je die inzetten om tegenslagen in het leven tegemoet te treden, zonder jezelf daarin te verliezen.

Met deze definitie wordt duidelijk dat iemand die wijs is, een zekere mate van levenservaring moet hebben. Als je (nog) weinig van het leven hebt meegemaakt, dan kan je het niet op een wijze manier doorgronden, dan is het vaak nog allemaal te nieuw voor je. Nog een puntje: een dieper inzicht (…) van hét leven. Het leven als groter aspect, met andere woorden. Niet alleen het jouwe. Je personage moet dus ook besef hebben van wat de/een persoonlijke waarheid is. Zowel voor zichzelf als voor een eventuele leerling. Tot slot moet je personage óók beseffen dat het leven zo groots en complex is dat er duizend-en-een belevingen van individuele levens zijn. Met andere woorden: er ís geen enkele waarheid over het leven, maar wel een universele ervaring van een leven. Noem het de menselijke psyche, zo je wil. Dáár zit de echte bron van wijsheid waar je bebaarde (of gladgeschoren 😉 ) held(in) de wijsheid uit kan putten en die mooie oneliners vandaan haalt op een manier die resoneert met zowel medepersonages als lezers.

Ik geloof jóu (niet)

We moeten kiezen tussen wat goed en wat gemakkelijk is.
Het rijkeluiskindje moet kiezen tussen een fantastische wereldreis en twee weken verplicht vrijwilligerswerk doen, om zo een goed imago te behouden. Toegegeven, een complete wereldreis laten schieten voor iets dat je niet ziet zitten is bepaald leuk. Maar toch zie je onmiddellijk dat dit niet wordt gezegd uit een diepere wijsheid, meer als een soort zelfovertuiging. Hoe dan ook is een opoffering van een wereldreis – een luxe privilege- zelden tot nooit iets wat je anders naar het leven laat kijken, zeker niet als het met een soort bokkige tegenzin wordt gedaan.

Dan is er de luitenant in het leger die een soldaat het slagveld in moet sturen, wetende dat de overlevingskans nihil is. Tenzij hij zich samen met zijn troepen terugtrekt, gegarandeerd ten koste van talloze burgerlevens. Dat wordt dus strootje strekken.
Dit gaat over leven en dood, het grotere vraagstuk van wat een mensenleven waard is, wat opoffering echt betekent als die serieus is… Hier is ook een keuze gemaakt, maar wel vanuit een duivels dilemma, niet vanuit een comfortabele positie.

Besef dus dat een wijze zowel gelooft in hetgeen wat die zegt en datgene ook heeft doorvoeld. Een zeer diepe overtuiging mag ook de bron zijn van een wijsheid, zolang het wijze citaat maar niet even ‘handig’ is voor de situatie. Dan gelooft de lezer je wijze held.

Hou het verhaalthema in de gaten

Wijsheid kan uit allerlei hoeken komen en ook allerlei aspecten beslaan. Je wijze is dan misschien wijzer dan de meeste personages, maar heeft desondanks nog niet alle mysteries van het leven ontrafeld. Tenzij je een Mary Sue schrijft, natuurlijk. Baken de wijsheid van de wijze dus af en bedenk in welke hoek de levenskennis zich bevindt. Dat vind je terug in het verhaalthema. Wat de mentor de leerling in het boek mee wil geven, heeft vaak te maken met het verhaalthema. Maar in dit geval mag je het ook wat breder trekken. Wat mag niet alleen de leerling leren, maar wil jij vooral als schrijver ook aan de lezer meegeven?

Stel dat je thema het leven na de dood betreft. Specifieker: de kracht van liefde die na het overlijden blijft voortbestaan. Het is een belangrijk thema in de Harry Potterserie. Daarom is een van de openende citaten in boek 7 goed gekozen.

De dood is slechts de oversteek naar een andere wereld, zoals vrienden de zeeën oversteken. Ze leven in elkaar voort, want zij die leven en liefhebben in dat wat alom tegenwoordig is, moeten uiteraard nog aanwezig zijn. In die goddelijke spiegel zien zij elkaar van aangezicht tot aangezicht en is hun omgang vrij en zuiver. Dit is de troost van vrienden. Dat, hoewel men kan zeggen dat zij in zekere zin sterven, hun vriendschap en gezelschap nimmer vergaan, in de beste zin van het woord, omdat die onsterfelijk zijn. — William Penn, More fruits of solitude

Zo kan een citaat óók heel erg cliché of hol overkomen, tot je de context weet. Neem: Elk einde is een nieuw begin, al weten we het op dat moment nog niet. Dat is te lezen in Vijf ontmoetingen in de hemel‘ van Mitch Albom. Dat boek gaat over een man die sterft en in de hemel vijf mensen ontmoet om zo de waarde van zijn leven op aarde (verder) te ontrafelen.
Hier is het einde niet zomaar een einde van een schooltijd op weg naar volwassenheid. Het gaat hier over het ultieme einde. En komt er een begin aan dat zowel het personage als de lezer niet zozeer verwachten. Überhaupt niet, of in de vorm van de ontmoetingen die in het boek centraal staan.

Of je wijze personage nu langere wijsheden wil delen, zoals die van William Penn, of het gaat hebben van de meer tradionele oneliners, zorg er dus voor dat je weet waarom je personage juist tot die wijsheid komt en dat het een soort ‘overstijgende boodschap’ heeft die verder gaat dan alleen het doel om de held met diens groeiproces te helpen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Shyam verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… verleiding

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… verleiding.

Verleiding komt in vele vormen. Sommige zijn zichtbaar, anderen wat minder. Maar je kan als je goed kijkt en oplet, altijd iets opmerken dat een beschrijving ervan extra levendig maakt.

Directe en zichtbare verleiding

Er zijn verleidingen die direct en zichtbaar zijn. Denk aan een flirterig persoon. Wat doet die? En hoe reageert de ontvanger? En bij die geur van lekkere – ho stop, ik ben op dieet! – zal je merken dat iemand nog met een schuin oog naar het eetstalletje kijkt. Of in gedachten toch even de calorieën natelt: misschien mag het toch wel…

Kijk bij directe en zichtbare verleiding vooral naar lichaamstaal. Maar vergeet dus niet om een beetje verder te denken: iemand die maar blijft kijken naar het verleidende object of de sexy persoon, waar denkt die nog meer aan? Seks? Dat zie je anders op het gezicht terug dan wanneer iemand de calorieën van een oliebol aan het nagaan is. Dat is een lichte blos versus een geïrriteerde of geconcentreerde uitdrukking wanneer de calorieën van de oliebol in het dieet worden gepast.
Anders gezegd: verleiding zie je vanuit het punt van observeren eerder als gevolg dan als oorzaak: er gaat een gedachte aan vooraf. Let er eens op of je kan zien wanneer de gedachte die aanleiding geeft tot verleiding uit het hoofd van de ander is. Wanneer verdwijnt dat blosje en wanneer loopt iemand resoluut weg van de oliebollenkraam om vervolgens op de telefoon te gaan tikken?

In een boek kan je dat helpen om (in tijden van verleiding) een goede scèneovergang te schrijven.

Directe maar verscholen verleiding

Directe en verscholen verleiding: reclame. Oftewel: de verleiding om iets te kopen, je bij een vereniging aan te sluiten… Misschien koop je niet meteen de telefoon van merk A na het zien van die poster in het bushokje, maar je denkt minder snel aan merk B als je een week later toch een nieuw toestel wil aanschaffen. Deze verleiding wordt van buitenaf opgelegd met één specifiek doel. Kijk de volgende keer dat je in de winkelstraat bent eens hoe je deze ‘verscholen verleiding’ kan opmerken. Die outfit van de paspop, bijvoorbeeld. Die is leuk! Toch even de winkel in lopen om te kijken of de paspopoutfit betaalbaar is.
Gebruik deze observaties als je trucjes wil hebben die je personage moeten afleiden, overhalen of zelfs voor de gek moeten houden. Vergeet ook vooral niet om op te schrijven wat het ‘m doet. Kleuren, lichtinval, valse beloftes, leuke woordspelingen, slimme associaties…

Onzichtbare verleiding

Om uitgerekend vrijdag kwart voor vijf komt je baas aan met een dik document om door te lezen. Stik erin, jij gaat het laatste kwartier spelletjes doen op je telefoon, ook al krijg je een uitbrander als je wordt betrapt.
Dit soort verleiding is niet visueel zichtbaar, maar wel in gedrag. Als je mensen dingen ziet doen die op dit ‘verleidingsgedrag’ duiden, schrijf dan op wat de mogelijke gevolgen zijn en in hoeverre ze zich daar (deze keer) iets of juist niets van aantrekken. Gebeurt dit vaker, of juist niet? Is je personage een waaghals of juist erg voorzichtig? Als je op deze manier de factoren van dit soort verleidingen in kaart brengt, is dat nuttig voor je verhaal. Hoe weegt je held oorzaak en gevolg af? Moet je je personage afremmen of juist een schop geven om het plot op gang te houden? En aan welke factor kan je sleutelen om je held zover te krijgen om iets (anders) te doen?

Kortom: voor wat voor verleidingen is je personage gevoelig? Als je dat weet, kan je het plot erop aanpassen.

Dit artikel verscheen eerder op Schijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ulysse Pointcheval verkregen via Unsplash.

Een groeiproces voor je hoofdpersoon bedenken

Een hoofdpersonage in een boek moet groeien voor die zich een held kan noemen. Dat groeiproces sluit aan op wie de hoofdpersoon was en wie die worden moet. Maar zelfs met dat gegeven blijven er nog talloze invullingen voor de heldenreis over. Hoe kies je de optie die perfect aansluit op je held en het narratieve geheel van je verhaalthema?

Wat is een narratief groeiproces?

Een hoofdpersonage wordt bewonderenswaardig en daardoor een held als die aan het eind van het boek een beter mens is dan aan het begin. Beter kan van alles en nog wat betekenen: slimmer, guller, vriendelijker, dapperder, minder wraakzuchtig… Hieraan kan je meteen zien dat het bedenken voor een groeiproces voor je hoofdpersonage maatwerk is. Een brandweerman die iemand uit een vlammenzee redt, heeft moed niet als grootste leerschool. Dat is meer weggelegd voor de jongere die de moed moet hebben om te vertrekken uit een huis waarin huiselijk geweld heerst. Waar diegene eerst nog dagelijks met het geweld te maken krijgt en dat ondergaat, is die uiteindelijk sterk genoeg om de biezen te pakken.

Beweegredenen van je personage

Het kiezen van een groeiproces is vrij eenvoudig als je uitgaat van het idee dat het punt waarvan je personage nog het meest te leren heeft, het groeiproces vormt. Iemand die gierig is, moet leren wat meer weg te kunnen geven, bijvoorbeeld. Maar dan heb je slechts de hoofdlijn te pakken. Een goed personage is namelijk meer dan alleen maar die ene zwakke plek. Het moet er een paar meer hebben, wil het realistisch zijn. Anders heb je alsnog een Mary Sue, veel te perfect om waar te lijken.
Kijk dus verder dan dat ene zwakke punt en bedenk welke dat nog meer zijn. Je personagebiografie biedt hier niet alleen een goed overzicht voor, maar geeft waarschijnlijk ook je antwoord. Want waarom is je personage gierig, onzeker, perfectionistisch, laf, zelfzuchtig…? Als je dat weet, krijg je vrij letterlijk de beweegredenen van je personage in beeld. Wat beweegt jouw personage vanuit die gierigheid, onzekerheid…?
Op die manier kan je al wat grotere plotpunten bedenken.

Levensthema van je personage

Zodra je een aantal van die zwakheden hebt blootgelegd en de algehele verhaallijn hebt bepaald, kan je ze naast elkaar opschrijven. Als het goed is, zie je daar wat soortgelijke zaken terugkomen, of zelfs een terugkerend patroon. Wat je in ieder geval niet zal zien, zijn tegenstrijdigheden. Jouw uiterst vriendelijke moederfiguur zal egoïsme niet als zwakte hebben. Dat is een open deur, maar gebruik dat gegeven om de vraag ‘om te draaien’. Als ze niet egoïstisch is, wat staat dan in de personagebiografie – of kan je erin schrijven- wat dan wel zou passen? Pleasen, of geen grenzen aan kunnen geven. Leven voor een ander en het eigen leven daarvoor compleet wegcijferen.
Zo krijg je woordgroepen van eigenschappen die je kan samenvatten als het levensthema van je personage. Wegcijferen, bijvoorbeeld. Dat kan ook je verhaalthema vormen, al hoeft dat niet altijd. Levensthema en verhaalthema moeten echter wel raakvlakken hebben.

Thema van het algemene verhaal

Hoewel je hoofdpersonage het gereedschap is om de lezer in jouw fictieve wereld te laten rondlopen, is jouw fictieve wereld meer dan hoe je personage die beleeft. Wil je vertellen over een oorlog, dan kan jouw held een soldaat zijn, maar dan moet je ook de nodige scènes besteden aan de honger en ellende die de burgers, of familieleden van de soldaat die niet in het leger dienen. Anders wordt je verhaal uitgedund tot een verslag over een soldaat op een ‘gewone missie’.

Ook deze soldaat heeft het levensthema wegcijferen: hij moet zichzelf kunnen opofferen en hij is het leger ingegaan om zijn vader trots te maken, hoewel hij het in zijn broek doet bij de gedachte een geweer te moeten hanteren. Het verhaalthema is hetzelfde: de dictator cijfert het belang van mensenlevens weg, mensen verkopen dierbare bezittingen om eten te kunnen kopen en cijferen daarmee emotionele waarde weg ten behoeve van levensbehoud…

Dan ga je een groeiproces voor de soldaat bedenken. De optie dat hij zich verzoent met het vooruitzicht zich op te moeten offeren ligt voor de hand. Maar daarmee laat je veel andere mogelijkheden onbenut.

Maatwerk van narratief groeien: wegcijferen

Het maatwerk van narratief groeien begint met kijken wat je personage wegcijfert binnen dat verhaal- of levensthema. Wegcijferen heeft als woord een negatieve en radicale bijklank. Je hoort jezelf niet weg te cijferen voor ander, maar als je een ander wegcijfert, is dat evengoed verkeerd. Maar los van die emotionele koppeling: wat doe je nou eigenlijk als je iets wegcijfert? De offert iets op, ten koste van iets anders. En wel op zo’n manier dat je er niet bij stilstaat wat dat voor eventuele gevolgen heeft.

Dan is het begrip al iets neutraler. Toegegeven, wegcijferen klinkt nog steeds niet fijn. Maar je mag dat in deze ‘brainstormfase’ gerust iets meer loslaten als dat helpt om nog meer passende mogelijkheden te bedenken. Zoals:
* Je solovakantie in Thailand wegcijferen ten gunste van een (saaiere) familievakantie in Oostenrijk.
* Je gezondheid wegcijferen ten gunste van een keertje schaamteloos een zak chips eten tijdens een filmavondje.

Het helpt je namelijk om te bedenken wat je personage op dat moment belangrijker vindt, of over het algemeen meer drijft. Zo kom je erachter wat je personage makkelijk(er) laat liggen of niet doet. Als je op deze manier een aantal dingen opschrijft in de constructie: Kiest je personage voor optie A of B in deze situatie/ in het algemeen, dan zit in dat wat ‘verwaarloosd’ wordt, een goed aanknopingspunt om het groeiproces net iets persoonlijker te maken. Want iedere soldaat cijfert dan misschien het leven weg ten koste van het vaderland, de onzekere soldaat cijfert zijn eigenwaarde weg ten koste van goedkeuring , waar de egoïstische soldaat bescheidenheid wegcijfert ten opzichte van bravoure.

Zoek zo de samenhang tussen bepaalde elementen in de personagebiografie, het verhaal- en levensthema en hetgeen wat het moet ontgelden of juist overwint in de ‘wegcijferingsstrijd’. Dan krijg je een heel geloofwaardig groeiproces om over te vertellen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kourosh Qaffari verkegen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… kinderlijke onschuld

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… kinderlijke onschuld.

Kinderlijke onschuld is heel zuiver. Het is een ongecompliceerde uiting van de aanwezigheid van iets goeds. In een wereld vol ellende, of in een volwassen leven waar verantwoordelijkheden of ja-maars iets leuks soms kunnen overschaduwen, is het goed om eens uit te kijken naar onschuld. Dat helpt je wanneer je een scène met jonge kinderen gaat schrijven, of wanneer er in je verhaal even niets dan goeds is.

De volwassen wereld

De reden dat kinderen zo onschuldig zijn komt omdat ze nog niet alles van de wereld begrijpen en daardoor nog naïef zijn. Volwassenen daarentegen kunnen niet anders dan de ‘volledige waarheid’ meenemen in hun wereldbeeld. Dat resulteert niet altijd in een pessimistische levenshouding. Het zit al in het verschil tussen het kind dat zegt: “Jippie, snoepjes!” en de volwassene die erachteraan denkt: maar te veel snoepjes zijn niet goed voor je. Waar het kind alléén maar een traktatie ziet, ziet de volwassene óók de limieten die eraan kleven, wil het niet tot uiteindelijke ellende leiden.

De wereld van een kind

Als je een Junior van zes jaar of jonger in huis of in je omgeving hebt, of werkt met kinderen van die leeftijd, let er dan eens op wat die nog niet weten, of waar die zich nog niet druk om hoeven te maken.
“Ik wil cadeautjes!”
“Maar dat kan ik niet iedere week betalen, lieverd…”

“Sinterklaas is langs geweest!”
Sinterklaas? Ja, ja… Tegelijkertijd: maakt Junior dat iets uit? Waarschijnlijk niet, want die heeft mooie cadeautjes. Hoera!

Oftewel: kijk eens wanneer en waarbij Junior niet vérder nadenkt, zich iets afvraagt of snapt hoe oorzaak en gevolg soms in elkaar steken, zoals in het voorbeeld met de cadeaus. Je kan niet iedere week cadeaus kopen, want dat is te duur. Waar Juniors ‘denkvermogen’ ophoudt, bevindt zich een beleving in het hier en nu van heel zuivere blijdschap. Als je ooit een scène schrijft waarin het moment perfect is, helpt het om aan Juniors wereldbeeld te denken. Om het moment dat extra gewicht te kunnen geven, kan je tussen de regels door ook schrijven wat er níet is, zoals ja-maars, zorgen of uitputting. Zo krijgt dat mooie moment als vanzelf meer gewicht, of het nu gaat om romantiek, blijdschap, opluchting, of … Zo wordt een citaat als: ‘de mooiste dag van mijn leven’  minder snel een holle frase.

Junior doet het gewoon

In moeilijke tijden denken volwassenen vaak na over wat gepast is. Omdat kinderen nog niet altijd weten de situatie vraagt of überhaupt nog geen besef hebben van sociale regels, zie je in dat soort situaties vaak ook kinderlijke onschuld terug.
Is een familielid overleden? Junior zegt gewoon dat opa wordt gemist, waar volwassenen dat vaker voor zich houden, uit angst emotioneel over te komen of bij anderen pas geheelde rouwwonden weer open te rijten. En als er iemand een knuffel nodig heeft, geeft een kind die gewoon, ook al weet het niet hoe diep dat verdriet gaat. Het bedenkt zich ook niet of er misschien geen verdriet speelt, maar eerder onderliggende jaloezie, of woede, of…
Sociale regels? Ammehoela! Als jij een knuffel nodig hebt, geeft Junior je die een.

Een gebrek aan een rem of maling hebben aan alles is goed bij kinderen af te kijken. Let er eens op hoe de ‘basisbeleving’ eruit ziet, zonder je meteen druk te maken hoe zich dat vertaalt naar latere plotpunt ‘de draak verslaan’ of ‘het roer compleet omgooien’. Observeren begint met opmerken hoe iets er in de basis uitziet, iets uitwerken of groter maken is iets voor later.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door MI PHAM verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: wanneer leest iets geforceerd?

Schrijven is altijd maatwerk. Dat wordt zelden duidelijker dan bij een geforceerde tekst. Iets wat op de tekentafel eruit ziet als iets wat goed werkt, werkt de tekst in gedrukte vorm alleen maar tegen. Hoe herken je geforceerd geschreven teksten en hoe kan je die voorkomen? Dit kan je oefenen door reclames te observeren, om later uit te zoomen naar schrijftechnieken in boeken met behulp van de vraag: wanneer is iets té…?

Geforceerd: té graag, té snel, té…

Een tekst leest geforceerd zodra het er duimendik bovenop ligt dat de schrijver wil dat de lezer absoluut merkt dat er moeite wordt gedaan om iets op te laten vallen. Je móet als lezer dit plotpunt, deze woordgrap of deze… meekrijgen. Het is een innerlijke voorlezer die met nadruk leest, zonder dat de schrijver moeite doet om dat te verbergen. Onhandige nadruk is een ding, maar nadruk die willens en wetens wordt gebruikt en daarbij maling heeft aan de beleving van de lezer, dat wekt altijd irritatie op.
Het woordje ‘te’ vormt het onderscheid tussen onhandige en geforceerde nadruk. Bij een onhandige nadruk wil de schrijver graag dat een lezer iets meekrijgt, bij forcering wil die dat te graag. Zowel lezer als schrijver is zich in dit geval bewust van het woord ‘te’. In het geval van de schrijver zelfs twee keer: het is te veel van het goede én hij besluit desondanks er niets mee te doen. Het is echt gewoon té, in elk opzicht. Of het dan over ‘snel’ ‘graag’ ‘schokkend’ of wat dan ook gaat, doet er niet meer toe.

Irritante reclames? Nee, geforceerde reclames!

Laten we reclames als voorbeeld nemen om dit punt te verduidelijken.
Iedereen ergert zich aan reclamepauzes tijdens het televisiekijken. Zelden zien we iets voorbijkomen waar we om moeten lachen. Maar niet iedere reclame is meteen echt vervelend. Denk aan de gemiddelde autoreclame waar je gewoon even naar een rijdende auto moet kijken, onderbroken door een korte jingle. Nee, de echte ergernis komt pas als de reclames te geforceerd zijn. Laten we eens kijken waar ze zoal ‘te’ zijn:
* Een voice-over schreeuwt te hard
* Een achtergrondmuziekje is te aanwezig
* De humor is te flauw of overdreven
* De acteurs spelen te slecht
* Dat lingerie-of parfummodel kijkt te hitsig om nog comfortabel mee te zijn
* De verkoopboodschap in de tekst is te opdringerig (gesproken door acteurs, in de voice-over of geschreven in de reclametekst of het bedrijfsmotto)
enzovoorts.

Vooral op geschreven tekstniveau komt het nogal eens voor dat wat ‘pakkend’ (of op zijn minst ietwat origineel) lijkt op papier in de praktijk ronduit tenenkrommend wordt. Een goed recent voorbeeld vind ik de reclame van een supermarkt die het plantaardige assortiment aan de man moet brengen. De vrouw is boodschappen aan het uitpakken en haar echtgenoot biedt aan om te helpen: “Da’s plantaardig van je!” Niet de allerbeste woordspeling, maar in de context past hij wel: op papier kan hij er nog enigszins mee door. Maar in de reclame zelf gaat die woordspeling van enigszins aanvaardbaar naar ronduit ongemakkelijk en irritant.
De reclame slaagt in zijn opzet: ik praat er nu over en het is duidelijk blijven hangen… Maar een reclame heeft doorgaans enkele (tientallen) seconden om de boodschap over te brengen én moet de kijker overhalen iets te kopen. Dat scheelt nogal met een lezer die uit vrije wil fictieve avonturen wil beleven en veel meer tijd heeft.

Toch is het wel handig om reclames eens te observeren met het idee ‘Wat maakt het precies té?’ Zo train je jezelf met zoeken naar ergernis die werkelijk overal vandaan kan komen. Want helaas sluipt té soms ook in een boek, al is het vaak subtieler. Observeren om te leren gaat makkelijker met overduidelijke voorbeelden dan naar meer subtiele voorbeelden zoeken.

Forcering in boeken: ontleed clichés en slechte teksten

Een cliché is er vaak pas een als je dat zelf ook zo ervaart. Het haalt je uit een verhaal, wanneer wat dan ook té wordt om nog in het verhaal geïnvesteerd te kunnen blijven. Een element dat geforceerd is, heeft dat met een cliché gemeen, al is iets geforceerds soms iets wat je voor de eerste keer leest. Probeer de eerstvolgende keer dat je een cliché leest te achterhalen wat er ‘té’ is om zo te zien de tekst als geheel zo geforceerd doet overkomen. Als je weet waar je zoeken moet, dan zitten geforceerde verhaalelementen werkelijk overal en nergens. Ook in de ‘foute schrijftechnieken en schrijftrucs’ die je misschien al wat bekender zijn. Kijk maar eens.

SchrijfelementStoort omdat het element zelf is té
infodumpde verbeelding op slot wordt gezet, het tempo van de tekst vertraagtdetailgericht
slechte dialooghet onnatuurlijk klinktbraaf (of nietszeggend, zo je wil), er wordt geen ‘narratieve ruzie‘ gemaakt
bloemig taalgebruikhet te lang duurt voor verhaal verder gaat ten behoeve van sfeeromschrijvingbeeldend: soms geldt: less is more
Een overdreven klef stelde romance het verhaal wordt, in plaats van het verhaalelement of het thema dat het hoort te zijngericht op romantiek, niet zozeer op liefde
een slechterik met een tragisch achtergrondverhaalhet iets goedpraat in plaats van verklaartbang voor de rauwe waarheid
te grote regieaanwijzingende tekst er schreeuwerig van wordtbang dat de lezer een nadruk mist
een slechte plottwisthij niet te herleiden valt gericht op het verrassingselement, in plaats van de logica van het verhaal als geheel

Kijk eens of deze tabel zelf nog verder aan zou kunnen vullen. Vergeet niet dat je als schrijver wel met je neus bovenop je tekst zit. Je leest hem dus anders dan een lezer waarschijnlijk doet. Schakel altijd een of meerdere proeflezers in als je denkt dat je iets geforceerds hebt geschreven. Alleen zij kunnen zien of er iets zo duimendik bovenop ligt als jij denkt of vreest. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hopelijk helpt deze oefening je vooruit om het aantal geforceerde elementen in je verhaal te verminderen. Als iets geforceerds eenmaal opmerkt is het vaak een kwestie van een hyperbool wat minder ‘opblazen’.

Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.