De observerende schrijver: Ik zie iets ontstaan

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets ontstaan.

Iets zien ontstaan klinkt vaak alsof je liefde ziet opbloeien, maar het kan veel meer betekenen. Wat het ook is, iets zien ontstaan kan zowel in een flits gebeuren als over langere tijd. Dat maakt het een lastig, maar interessant gegeven om te observeren. Want waar moet je op letten?

Wat zie je aankomen?

Voor een duidelijke afbakening van dit artikel: iets zien ontstaan is iets groters tussen mensen wat een nieuw plotpunt kan betekenen, of waardoor het plot verandert. Denk aan een nieuwe (liefdes)relatie, een ruzie of het plan om het roer om te gooien en in Canada tussen de grizzlyberen te gaan leven.
Iets zien gebeuren staat meer op zichzelf: je ziet gebeuren hoe iemand gaat botsen, of een woedeaanval of ingeving krijgt. Zelden heeft dat langetermijngevolgen. Als deze momenten uiteindelijk het plot moeten veranderen, let er dan op dat het vrij subtiele manieren blijven om te zaaien: het mag er niet te dik bovenop liggen.

Iets zien gebeuren

Iets zien gebeuren is dus van vrij korte duur, zowel letterlijk als figuurlijk. In enkele seconden observeer je hoe er een mentaal kwartje valt en zodra iemand dan om een mop kan lachen, is dat na enkele uren of zelfs minuten al niet belangrijk meer. Omdat het zo vliegensvlug gaat, is het dus ook moeilijk om te observeren: voor je het weet is het voorbij. Pak je opschrijfboekje en de afstandsbediening: films zijn een mooi middel om dit te oefenen. Je kan namelijk visueel zien hoe lichaamstaal eruit ziet, wanneer de mimiek verandert… En je kan onmiddellijk terugspoelen als je al dacht dat er iets ging gebeuren. Wat zag je dan? Je kan controleren of je eigen observaties kloppen. Let op dingen als:

  • mimiek en lichaamstaal van de personages
  • de muziek(soort) die wordt ingezet of juist stopt. In schrijven vertaalt dit zich naar sfeeromschrijvingen.
  • de camera: draait die weg of zoomt die in? Waarop? De schrijfvariant van een visuele camera is beslissen waar je in tekst de aandacht naartoe laat gaan.

Iets zien ontstaan

Als je iets ziet ontstaan, zie je in feite dat iets verandert. Je hebt als het ware een voor en na, waar je op dat moment tussenin zit. Je ziet twee van je vrienden verliefd worden op elkaar. Ze waren eerst vrienden (voor), straks zijn ze een stelletje (na). Iets zien ontstaan heeft dus een referentiekader nodig. Waarin verschilt wat was van wat gaat worden? Dat verschil, dat proces, is wat je kan observeren. In de strikte manier van observeren verschilt het niet zoveel met het observeren van wat je ziet gebeuren. Ook hier let je op lichaamstaal, mimiek, doen en laten, uitlatingen… Het grote verschil is dat je hier geen film voor zou hoeven kijken. Als het zo subtiel is dat je de terugspoelknop zou moeten gebruiken om er zeker van te zijn dat wat je observeert ook is gebeurd ook klopt, dan is het niet relevant genoeg om mee te nemen als waardevolle observatie. Als de schrijffase voor deze observaties aanbreekt, smeer je bevindingen dan uit over meerdere scènes en in grotere gebaren, zodat ze opvallen en het de lezer ook (op den duur) niet meer kan ontgaan dat er iets in gang is gezet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sandy Millar verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je een wijs personage?

We kennen er allemaal wel een: een personage dat om elke andere zin een levenswijsheid lijkt te vertellen, of dat in alles wat het doet de zin van het leven compleet doorgrond lijkt te hebben. Vaak is dit personage een man met een lange baard. Maar niet elke bebaarde is meteen wijs als hij met een mooie uitspraak komt. Sterker nog, maar weinig tropes zijn zo vervelend als die verkeerd worden uitgewerkt als die van de wijze (oude man). Hoe zorg je ervoor dat jouw archetype wijze personage inderdaad wijs in plaats van een holle preker wordt?

Wat is wijsheid?

Laten we eerst eens wijsheid afbakenen, ten behoeve van deze blogpost.

Wijsheid is een dieper inzicht in de de grotere dingen of vraagstukken van het leven. Als je wijsheid bezit, kan je die inzetten om tegenslagen in het leven tegemoet te treden, zonder jezelf daarin te verliezen.

Met deze definitie wordt duidelijk dat iemand die wijs is, een zekere mate van levenservaring moet hebben. Als je (nog) weinig van het leven hebt meegemaakt, dan kan je het niet op een wijze manier doorgronden, dan is het vaak nog allemaal te nieuw voor je. Nog een puntje: een dieper inzicht (…) van hét leven. Het leven als groter aspect, met andere woorden. Niet alleen het jouwe. Je personage moet dus ook besef hebben van wat de/een persoonlijke waarheid is. Zowel voor zichzelf als voor een eventuele leerling. Tot slot moet je personage óók beseffen dat het leven zo groots en complex is dat er duizend-en-een belevingen van individuele levens zijn. Met andere woorden: er ís geen enkele waarheid over het leven, maar wel een universele ervaring van een leven. Noem het de menselijke psyche, zo je wil. Dáár zit de echte bron van wijsheid waar je bebaarde (of gladgeschoren 😉 ) held(in) de wijsheid uit kan putten en die mooie oneliners vandaan haalt op een manier die resoneert met zowel medepersonages als lezers.

Ik geloof jóu (niet)

We moeten kiezen tussen wat goed en wat gemakkelijk is.
Het rijkeluiskindje moet kiezen tussen een fantastische wereldreis en twee weken verplicht vrijwilligerswerk doen, om zo een goed imago te behouden. Toegegeven, een complete wereldreis laten schieten voor iets dat je niet ziet zitten is bepaald leuk. Maar toch zie je onmiddellijk dat dit niet wordt gezegd uit een diepere wijsheid, meer als een soort zelfovertuiging. Hoe dan ook is een opoffering van een wereldreis – een luxe privilege- zelden tot nooit iets wat je anders naar het leven laat kijken, zeker niet als het met een soort bokkige tegenzin wordt gedaan.

Dan is er de luitenant in het leger die een soldaat het slagveld in moet sturen, wetende dat de overlevingskans nihil is. Tenzij hij zich samen met zijn troepen terugtrekt, gegarandeerd ten koste van talloze burgerlevens. Dat wordt dus strootje strekken.
Dit gaat over leven en dood, het grotere vraagstuk van wat een mensenleven waard is, wat opoffering echt betekent als die serieus is… Hier is ook een keuze gemaakt, maar wel vanuit een duivels dilemma, niet vanuit een comfortabele positie.

Besef dus dat een wijze zowel gelooft in hetgeen wat die zegt en datgene ook heeft doorvoeld. Een zeer diepe overtuiging mag ook de bron zijn van een wijsheid, zolang het wijze citaat maar niet even ‘handig’ is voor de situatie. Dan gelooft de lezer je wijze held.

Hou het verhaalthema in de gaten

Wijsheid kan uit allerlei hoeken komen en ook allerlei aspecten beslaan. Je wijze is dan misschien wijzer dan de meeste personages, maar heeft desondanks nog niet alle mysteries van het leven ontrafeld. Tenzij je een Mary Sue schrijft, natuurlijk. Baken de wijsheid van de wijze dus af en bedenk in welke hoek de levenskennis zich bevindt. Dat vind je terug in het verhaalthema. Wat de mentor de leerling in het boek mee wil geven, heeft vaak te maken met het verhaalthema. Maar in dit geval mag je het ook wat breder trekken. Wat mag niet alleen de leerling leren, maar wil jij vooral als schrijver ook aan de lezer meegeven?

Stel dat je thema het leven na de dood betreft. Specifieker: de kracht van liefde die na het overlijden blijft voortbestaan. Het is een belangrijk thema in de Harry Potterserie. Daarom is een van de openende citaten in boek 7 goed gekozen.

De dood is slechts de oversteek naar een andere wereld, zoals vrienden de zeeën oversteken. Ze leven in elkaar voort, want zij die leven en liefhebben in dat wat alom tegenwoordig is, moeten uiteraard nog aanwezig zijn. In die goddelijke spiegel zien zij elkaar van aangezicht tot aangezicht en is hun omgang vrij en zuiver. Dit is de troost van vrienden. Dat, hoewel men kan zeggen dat zij in zekere zin sterven, hun vriendschap en gezelschap nimmer vergaan, in de beste zin van het woord, omdat die onsterfelijk zijn. — William Penn, More fruits of solitude

Zo kan een citaat óók heel erg cliché of hol overkomen, tot je de context weet. Neem: Elk einde is een nieuw begin, al weten we het op dat moment nog niet. Dat is te lezen in Vijf ontmoetingen in de hemel‘ van Mitch Albom. Dat boek gaat over een man die sterft en in de hemel vijf mensen ontmoet om zo de waarde van zijn leven op aarde (verder) te ontrafelen.
Hier is het einde niet zomaar een einde van een schooltijd op weg naar volwassenheid. Het gaat hier over het ultieme einde. En komt er een begin aan dat zowel het personage als de lezer niet zozeer verwachten. Überhaupt niet, of in de vorm van de ontmoetingen die in het boek centraal staan.

Of je wijze personage nu langere wijsheden wil delen, zoals die van William Penn, of het gaat hebben van de meer tradionele oneliners, zorg er dus voor dat je weet waarom je personage juist tot die wijsheid komt en dat het een soort ‘overstijgende boodschap’ heeft die verder gaat dan alleen het doel om de held met diens groeiproces te helpen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Shyam verkregen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… verleiding

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… verleiding.

Verleiding komt in vele vormen. Sommige zijn zichtbaar, anderen wat minder. Maar je kan als je goed kijkt en oplet, altijd iets opmerken dat een beschrijving ervan extra levendig maakt.

Directe en zichtbare verleiding

Er zijn verleidingen die direct en zichtbaar zijn. Denk aan een flirterig persoon. Wat doet die? En hoe reageert de ontvanger? En bij die geur van lekkere – ho stop, ik ben op dieet! – zal je merken dat iemand nog met een schuin oog naar het eetstalletje kijkt. Of in gedachten toch even de calorieën natelt: misschien mag het toch wel…

Kijk bij directe en zichtbare verleiding vooral naar lichaamstaal. Maar vergeet dus niet om een beetje verder te denken: iemand die maar blijft kijken naar het verleidende object of de sexy persoon, waar denkt die nog meer aan? Seks? Dat zie je anders op het gezicht terug dan wanneer iemand de calorieën van een oliebol aan het nagaan is. Dat is een lichte blos versus een geïrriteerde of geconcentreerde uitdrukking wanneer de calorieën van de oliebol in het dieet worden gepast.
Anders gezegd: verleiding zie je vanuit het punt van observeren eerder als gevolg dan als oorzaak: er gaat een gedachte aan vooraf. Let er eens op of je kan zien wanneer de gedachte die aanleiding geeft tot verleiding uit het hoofd van de ander is. Wanneer verdwijnt dat blosje en wanneer loopt iemand resoluut weg van de oliebollenkraam om vervolgens op de telefoon te gaan tikken?

In een boek kan je dat helpen om (in tijden van verleiding) een goede scèneovergang te schrijven.

Directe maar verscholen verleiding

Directe en verscholen verleiding: reclame. Oftewel: de verleiding om iets te kopen, je bij een vereniging aan te sluiten… Misschien koop je niet meteen de telefoon van merk A na het zien van die poster in het bushokje, maar je denkt minder snel aan merk B als je een week later toch een nieuw toestel wil aanschaffen. Deze verleiding wordt van buitenaf opgelegd met één specifiek doel. Kijk de volgende keer dat je in de winkelstraat bent eens hoe je deze ‘verscholen verleiding’ kan opmerken. Die outfit van de paspop, bijvoorbeeld. Die is leuk! Toch even de winkel in lopen om te kijken of de paspopoutfit betaalbaar is.
Gebruik deze observaties als je trucjes wil hebben die je personage moeten afleiden, overhalen of zelfs voor de gek moeten houden. Vergeet ook vooral niet om op te schrijven wat het ‘m doet. Kleuren, lichtinval, valse beloftes, leuke woordspelingen, slimme associaties…

Onzichtbare verleiding

Om uitgerekend vrijdag kwart voor vijf komt je baas aan met een dik document om door te lezen. Stik erin, jij gaat het laatste kwartier spelletjes doen op je telefoon, ook al krijg je een uitbrander als je wordt betrapt.
Dit soort verleiding is niet visueel zichtbaar, maar wel in gedrag. Als je mensen dingen ziet doen die op dit ‘verleidingsgedrag’ duiden, schrijf dan op wat de mogelijke gevolgen zijn en in hoeverre ze zich daar (deze keer) iets of juist niets van aantrekken. Gebeurt dit vaker, of juist niet? Is je personage een waaghals of juist erg voorzichtig? Als je op deze manier de factoren van dit soort verleidingen in kaart brengt, is dat nuttig voor je verhaal. Hoe weegt je held oorzaak en gevolg af? Moet je je personage afremmen of juist een schop geven om het plot op gang te houden? En aan welke factor kan je sleutelen om je held zover te krijgen om iets (anders) te doen?

Kortom: voor wat voor verleidingen is je personage gevoelig? Als je dat weet, kan je het plot erop aanpassen.

Dit artikel verscheen eerder op Schijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Ulysse Pointcheval verkregen via Unsplash.

Een groeiproces voor je hoofdpersoon bedenken

Een hoofdpersonage in een boek moet groeien voor die zich een held kan noemen. Dat groeiproces sluit aan op wie de hoofdpersoon was en wie die worden moet. Maar zelfs met dat gegeven blijven er nog talloze invullingen voor de heldenreis over. Hoe kies je de optie die perfect aansluit op je held en het narratieve geheel van je verhaalthema?

Wat is een narratief groeiproces?

Een hoofdpersonage wordt bewonderenswaardig en daardoor een held als die aan het eind van het boek een beter mens is dan aan het begin. Beter kan van alles en nog wat betekenen: slimmer, guller, vriendelijker, dapperder, minder wraakzuchtig… Hieraan kan je meteen zien dat het bedenken voor een groeiproces voor je hoofdpersonage maatwerk is. Een brandweerman die iemand uit een vlammenzee redt, heeft moed niet als grootste leerschool. Dat is meer weggelegd voor de jongere die de moed moet hebben om te vertrekken uit een huis waarin huiselijk geweld heerst. Waar diegene eerst nog dagelijks met het geweld te maken krijgt en dat ondergaat, is die uiteindelijk sterk genoeg om de biezen te pakken.

Beweegredenen van je personage

Het kiezen van een groeiproces is vrij eenvoudig als je uitgaat van het idee dat het punt waarvan je personage nog het meest te leren heeft, het groeiproces vormt. Iemand die gierig is, moet leren wat meer weg te kunnen geven, bijvoorbeeld. Maar dan heb je slechts de hoofdlijn te pakken. Een goed personage is namelijk meer dan alleen maar die ene zwakke plek. Het moet er een paar meer hebben, wil het realistisch zijn. Anders heb je alsnog een Mary Sue, veel te perfect om waar te lijken.
Kijk dus verder dan dat ene zwakke punt en bedenk welke dat nog meer zijn. Je personagebiografie biedt hier niet alleen een goed overzicht voor, maar geeft waarschijnlijk ook je antwoord. Want waarom is je personage gierig, onzeker, perfectionistisch, laf, zelfzuchtig…? Als je dat weet, krijg je vrij letterlijk de beweegredenen van je personage in beeld. Wat beweegt jouw personage vanuit die gierigheid, onzekerheid…?
Op die manier kan je al wat grotere plotpunten bedenken.

Levensthema van je personage

Zodra je een aantal van die zwakheden hebt blootgelegd en de algehele verhaallijn hebt bepaald, kan je ze naast elkaar opschrijven. Als het goed is, zie je daar wat soortgelijke zaken terugkomen, of zelfs een terugkerend patroon. Wat je in ieder geval niet zal zien, zijn tegenstrijdigheden. Jouw uiterst vriendelijke moederfiguur zal egoïsme niet als zwakte hebben. Dat is een open deur, maar gebruik dat gegeven om de vraag ‘om te draaien’. Als ze niet egoïstisch is, wat staat dan in de personagebiografie – of kan je erin schrijven- wat dan wel zou passen? Pleasen, of geen grenzen aan kunnen geven. Leven voor een ander en het eigen leven daarvoor compleet wegcijferen.
Zo krijg je woordgroepen van eigenschappen die je kan samenvatten als het levensthema van je personage. Wegcijferen, bijvoorbeeld. Dat kan ook je verhaalthema vormen, al hoeft dat niet altijd. Levensthema en verhaalthema moeten echter wel raakvlakken hebben.

Thema van het algemene verhaal

Hoewel je hoofdpersonage het gereedschap is om de lezer in jouw fictieve wereld te laten rondlopen, is jouw fictieve wereld meer dan hoe je personage die beleeft. Wil je vertellen over een oorlog, dan kan jouw held een soldaat zijn, maar dan moet je ook de nodige scènes besteden aan de honger en ellende die de burgers, of familieleden van de soldaat die niet in het leger dienen. Anders wordt je verhaal uitgedund tot een verslag over een soldaat op een ‘gewone missie’.

Ook deze soldaat heeft het levensthema wegcijferen: hij moet zichzelf kunnen opofferen en hij is het leger ingegaan om zijn vader trots te maken, hoewel hij het in zijn broek doet bij de gedachte een geweer te moeten hanteren. Het verhaalthema is hetzelfde: de dictator cijfert het belang van mensenlevens weg, mensen verkopen dierbare bezittingen om eten te kunnen kopen en cijferen daarmee emotionele waarde weg ten behoeve van levensbehoud…

Dan ga je een groeiproces voor de soldaat bedenken. De optie dat hij zich verzoent met het vooruitzicht zich op te moeten offeren ligt voor de hand. Maar daarmee laat je veel andere mogelijkheden onbenut.

Maatwerk van narratief groeien: wegcijferen

Het maatwerk van narratief groeien begint met kijken wat je personage wegcijfert binnen dat verhaal- of levensthema. Wegcijferen heeft als woord een negatieve en radicale bijklank. Je hoort jezelf niet weg te cijferen voor ander, maar als je een ander wegcijfert, is dat evengoed verkeerd. Maar los van die emotionele koppeling: wat doe je nou eigenlijk als je iets wegcijfert? De offert iets op, ten koste van iets anders. En wel op zo’n manier dat je er niet bij stilstaat wat dat voor eventuele gevolgen heeft.

Dan is het begrip al iets neutraler. Toegegeven, wegcijferen klinkt nog steeds niet fijn. Maar je mag dat in deze ‘brainstormfase’ gerust iets meer loslaten als dat helpt om nog meer passende mogelijkheden te bedenken. Zoals:
* Je solovakantie in Thailand wegcijferen ten gunste van een (saaiere) familievakantie in Oostenrijk.
* Je gezondheid wegcijferen ten gunste van een keertje schaamteloos een zak chips eten tijdens een filmavondje.

Het helpt je namelijk om te bedenken wat je personage op dat moment belangrijker vindt, of over het algemeen meer drijft. Zo kom je erachter wat je personage makkelijk(er) laat liggen of niet doet. Als je op deze manier een aantal dingen opschrijft in de constructie: Kiest je personage voor optie A of B in deze situatie/ in het algemeen, dan zit in dat wat ‘verwaarloosd’ wordt, een goed aanknopingspunt om het groeiproces net iets persoonlijker te maken. Want iedere soldaat cijfert dan misschien het leven weg ten koste van het vaderland, de onzekere soldaat cijfert zijn eigenwaarde weg ten koste van goedkeuring , waar de egoïstische soldaat bescheidenheid wegcijfert ten opzichte van bravoure.

Zoek zo de samenhang tussen bepaalde elementen in de personagebiografie, het verhaal- en levensthema en hetgeen wat het moet ontgelden of juist overwint in de ‘wegcijferingsstrijd’. Dan krijg je een heel geloofwaardig groeiproces om over te vertellen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kourosh Qaffari verkegen via Unsplash.

De observerende schrijver: Ik zie… kinderlijke onschuld

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… kinderlijke onschuld.

Kinderlijke onschuld is heel zuiver. Het is een ongecompliceerde uiting van de aanwezigheid van iets goeds. In een wereld vol ellende, of in een volwassen leven waar verantwoordelijkheden of ja-maars iets leuks soms kunnen overschaduwen, is het goed om eens uit te kijken naar onschuld. Dat helpt je wanneer je een scène met jonge kinderen gaat schrijven, of wanneer er in je verhaal even niets dan goeds is.

De volwassen wereld

De reden dat kinderen zo onschuldig zijn komt omdat ze nog niet alles van de wereld begrijpen en daardoor nog naïef zijn. Volwassenen daarentegen kunnen niet anders dan de ‘volledige waarheid’ meenemen in hun wereldbeeld. Dat resulteert niet altijd in een pessimistische levenshouding. Het zit al in het verschil tussen het kind dat zegt: “Jippie, snoepjes!” en de volwassene die erachteraan denkt: maar te veel snoepjes zijn niet goed voor je. Waar het kind alléén maar een traktatie ziet, ziet de volwassene óók de limieten die eraan kleven, wil het niet tot uiteindelijke ellende leiden.

De wereld van een kind

Als je een Junior van zes jaar of jonger in huis of in je omgeving hebt, of werkt met kinderen van die leeftijd, let er dan eens op wat die nog niet weten, of waar die zich nog niet druk om hoeven te maken.
“Ik wil cadeautjes!”
“Maar dat kan ik niet iedere week betalen, lieverd…”

“Sinterklaas is langs geweest!”
Sinterklaas? Ja, ja… Tegelijkertijd: maakt Junior dat iets uit? Waarschijnlijk niet, want die heeft mooie cadeautjes. Hoera!

Oftewel: kijk eens wanneer en waarbij Junior niet vérder nadenkt, zich iets afvraagt of snapt hoe oorzaak en gevolg soms in elkaar steken, zoals in het voorbeeld met de cadeaus. Je kan niet iedere week cadeaus kopen, want dat is te duur. Waar Juniors ‘denkvermogen’ ophoudt, bevindt zich een beleving in het hier en nu van heel zuivere blijdschap. Als je ooit een scène schrijft waarin het moment perfect is, helpt het om aan Juniors wereldbeeld te denken. Om het moment dat extra gewicht te kunnen geven, kan je tussen de regels door ook schrijven wat er níet is, zoals ja-maars, zorgen of uitputting. Zo krijgt dat mooie moment als vanzelf meer gewicht, of het nu gaat om romantiek, blijdschap, opluchting, of … Zo wordt een citaat als: ‘de mooiste dag van mijn leven’  minder snel een holle frase.

Junior doet het gewoon

In moeilijke tijden denken volwassenen vaak na over wat gepast is. Omdat kinderen nog niet altijd weten de situatie vraagt of überhaupt nog geen besef hebben van sociale regels, zie je in dat soort situaties vaak ook kinderlijke onschuld terug.
Is een familielid overleden? Junior zegt gewoon dat opa wordt gemist, waar volwassenen dat vaker voor zich houden, uit angst emotioneel over te komen of bij anderen pas geheelde rouwwonden weer open te rijten. En als er iemand een knuffel nodig heeft, geeft een kind die gewoon, ook al weet het niet hoe diep dat verdriet gaat. Het bedenkt zich ook niet of er misschien geen verdriet speelt, maar eerder onderliggende jaloezie, of woede, of…
Sociale regels? Ammehoela! Als jij een knuffel nodig hebt, geeft Junior je die een.

Een gebrek aan een rem of maling hebben aan alles is goed bij kinderen af te kijken. Let er eens op hoe de ‘basisbeleving’ eruit ziet, zonder je meteen druk te maken hoe zich dat vertaalt naar latere plotpunt ‘de draak verslaan’ of ‘het roer compleet omgooien’. Observeren begint met opmerken hoe iets er in de basis uitziet, iets uitwerken of groter maken is iets voor later.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door MI PHAM verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: wanneer leest iets geforceerd?

Schrijven is altijd maatwerk. Dat wordt zelden duidelijker dan bij een geforceerde tekst. Iets wat op de tekentafel eruit ziet als iets wat goed werkt, werkt de tekst in gedrukte vorm alleen maar tegen. Hoe herken je geforceerd geschreven teksten en hoe kan je die voorkomen? Dit kan je oefenen door reclames te observeren, om later uit te zoomen naar schrijftechnieken in boeken met behulp van de vraag: wanneer is iets té…?

Geforceerd: té graag, té snel, té…

Een tekst leest geforceerd zodra het er duimendik bovenop ligt dat de schrijver wil dat de lezer absoluut merkt dat er moeite wordt gedaan om iets op te laten vallen. Je móet als lezer dit plotpunt, deze woordgrap of deze… meekrijgen. Het is een innerlijke voorlezer die met nadruk leest, zonder dat de schrijver moeite doet om dat te verbergen. Onhandige nadruk is een ding, maar nadruk die willens en wetens wordt gebruikt en daarbij maling heeft aan de beleving van de lezer, dat wekt altijd irritatie op.
Het woordje ‘te’ vormt het onderscheid tussen onhandige en geforceerde nadruk. Bij een onhandige nadruk wil de schrijver graag dat een lezer iets meekrijgt, bij forcering wil die dat te graag. Zowel lezer als schrijver is zich in dit geval bewust van het woord ‘te’. In het geval van de schrijver zelfs twee keer: het is te veel van het goede én hij besluit desondanks er niets mee te doen. Het is echt gewoon té, in elk opzicht. Of het dan over ‘snel’ ‘graag’ ‘schokkend’ of wat dan ook gaat, doet er niet meer toe.

Irritante reclames? Nee, geforceerde reclames!

Laten we reclames als voorbeeld nemen om dit punt te verduidelijken.
Iedereen ergert zich aan reclamepauzes tijdens het televisiekijken. Zelden zien we iets voorbijkomen waar we om moeten lachen. Maar niet iedere reclame is meteen echt vervelend. Denk aan de gemiddelde autoreclame waar je gewoon even naar een rijdende auto moet kijken, onderbroken door een korte jingle. Nee, de echte ergernis komt pas als de reclames te geforceerd zijn. Laten we eens kijken waar ze zoal ‘te’ zijn:
* Een voice-over schreeuwt te hard
* Een achtergrondmuziekje is te aanwezig
* De humor is te flauw of overdreven
* De acteurs spelen te slecht
* Dat lingerie-of parfummodel kijkt te hitsig om nog comfortabel mee te zijn
* De verkoopboodschap in de tekst is te opdringerig (gesproken door acteurs, in de voice-over of geschreven in de reclametekst of het bedrijfsmotto)
enzovoorts.

Vooral op geschreven tekstniveau komt het nogal eens voor dat wat ‘pakkend’ (of op zijn minst ietwat origineel) lijkt op papier in de praktijk ronduit tenenkrommend wordt. Een goed recent voorbeeld vind ik de reclame van een supermarkt die het plantaardige assortiment aan de man moet brengen. De vrouw is boodschappen aan het uitpakken en haar echtgenoot biedt aan om te helpen: “Da’s plantaardig van je!” Niet de allerbeste woordspeling, maar in de context past hij wel: op papier kan hij er nog enigszins mee door. Maar in de reclame zelf gaat die woordspeling van enigszins aanvaardbaar naar ronduit ongemakkelijk en irritant.
De reclame slaagt in zijn opzet: ik praat er nu over en het is duidelijk blijven hangen… Maar een reclame heeft doorgaans enkele (tientallen) seconden om de boodschap over te brengen én moet de kijker overhalen iets te kopen. Dat scheelt nogal met een lezer die uit vrije wil fictieve avonturen wil beleven en veel meer tijd heeft.

Toch is het wel handig om reclames eens te observeren met het idee ‘Wat maakt het precies té?’ Zo train je jezelf met zoeken naar ergernis die werkelijk overal vandaan kan komen. Want helaas sluipt té soms ook in een boek, al is het vaak subtieler. Observeren om te leren gaat makkelijker met overduidelijke voorbeelden dan naar meer subtiele voorbeelden zoeken.

Forcering in boeken: ontleed clichés en slechte teksten

Een cliché is er vaak pas een als je dat zelf ook zo ervaart. Het haalt je uit een verhaal, wanneer wat dan ook té wordt om nog in het verhaal geïnvesteerd te kunnen blijven. Een element dat geforceerd is, heeft dat met een cliché gemeen, al is iets geforceerds soms iets wat je voor de eerste keer leest. Probeer de eerstvolgende keer dat je een cliché leest te achterhalen wat er ‘té’ is om zo te zien de tekst als geheel zo geforceerd doet overkomen. Als je weet waar je zoeken moet, dan zitten geforceerde verhaalelementen werkelijk overal en nergens. Ook in de ‘foute schrijftechnieken en schrijftrucs’ die je misschien al wat bekender zijn. Kijk maar eens.

SchrijfelementStoort omdat het element zelf is té
infodumpde verbeelding op slot wordt gezet, het tempo van de tekst vertraagtdetailgericht
slechte dialooghet onnatuurlijk klinktbraaf (of nietszeggend, zo je wil), er wordt geen ‘narratieve ruzie‘ gemaakt
bloemig taalgebruikhet te lang duurt voor verhaal verder gaat ten behoeve van sfeeromschrijvingbeeldend: soms geldt: less is more
Een overdreven klef stelde romance het verhaal wordt, in plaats van het verhaalelement of het thema dat het hoort te zijngericht op romantiek, niet zozeer op liefde
een slechterik met een tragisch achtergrondverhaalhet iets goedpraat in plaats van verklaartbang voor de rauwe waarheid
te grote regieaanwijzingende tekst er schreeuwerig van wordtbang dat de lezer een nadruk mist
een slechte plottwisthij niet te herleiden valt gericht op het verrassingselement, in plaats van de logica van het verhaal als geheel

Kijk eens of deze tabel zelf nog verder aan zou kunnen vullen. Vergeet niet dat je als schrijver wel met je neus bovenop je tekst zit. Je leest hem dus anders dan een lezer waarschijnlijk doet. Schakel altijd een of meerdere proeflezers in als je denkt dat je iets geforceerds hebt geschreven. Alleen zij kunnen zien of er iets zo duimendik bovenop ligt als jij denkt of vreest. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hopelijk helpt deze oefening je vooruit om het aantal geforceerde elementen in je verhaal te verminderen. Als iets geforceerds eenmaal opmerkt is het vaak een kwestie van een hyperbool wat minder ‘opblazen’.

Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: Ik zie… iets doms

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets doms.

Dom versus onhandig

Iedereen heeft talenten en zwakheden. Maar alleen omdat je eindeloos verdwaalt, zelfs met een navigatiesysteem, maakt je niet dom. Dan ben je gewoon erg slecht in navigeren. In dat opzicht kan je alleen dom doen, niet dom zijn. Domme dingen zijn ook acties waarvan iedereen, ongeacht talenten en zwakheden kan zeggen: “Je had beter moeten weten.” of “Dat is gewoon vreselijk onhandig.” In het ergste geval: “Dat slaat gewoon nergens op.”
Denk aan: al append tegen een lantaarnpaal aanlopen, douchen met je kleren nog aan of uren liggen zonnen zonder jezelf in te smeren.

Dan is er nog ‘onhandig’: iets proberen op te lossen op een niet zo efficiënte manier.  Maar dat is niet hetzelfde als dom: iets doms is op voorhand al hopeloos, iets onhandigs betreft de manier wanneer je iets probeert te verhelpen. Dat hoeft niet uit iets doms voort te komen. Denk aan je vastgrijpen aan iets dat loszit op het moment dat je dreigt te vallen. Niet handig, maar het loszittende voorwerp is geen oorzaak van het feit dat je alsnog zal vallen.

Een land vol domme mensen?

Als je in het openbaar mensen observeert, zal je merken dat ze soms onhandig zijn. Tijdens de spits in de trein is het niet handig om je als instapper jezelf al naar binnen te wurmen voordat de uitstappers de trein hebben verlaten. En die mensen die bij het pas bij het afrekenen bedenken dat ze hun portemonnee uit de diepste krochten van  de tas moeten grabbelen… Maar dat zijn dus geen domme, maar eerder onhandige mensen. Als je de volgende keer mensen observeert, let daar dan eens op. Dan zal je ook zien dat als iemand meerdere keren achter elkaar iets onhandigs doet, dat kan resulteren iets doms. Als een soort laatste wanhoopsdaad om die cirkel van wanhoop te doorbreken, gebeurt er dan onbedoeld alsnog.

Voel je je dom?

Als je iets onhandigs doet of onhandig of niet slim overkomt, bereik je daar je gewenste doel niet mee. Dat roept een vervelende emotie op. Denk aan ongeduld, verhoogde stress, woede of machteloosheid. Als die onhandige actie maar vervelend genoeg is en de bijbehorende emotie sterk genoeg, kan je gaan denken dat je dom bent. Schrijf je over een personage dat door anderen dom wordt genoemd of wat in bepaalde situaties altijd erg onhandig is, kijk dan eens of je kan ontdekken welke van deze emoties er meespelen. Hiervoor is het handig om bij meerdere mensen te observeren en te spieken. Valt je het bijvoorbeeld op dat mensen eerder verdrietig worden als ze niet slim genoeg zijn en eerder boos worden als ze voor domme klungel worden uitgemaakt?  Dat maakt een heel groot verschil in hoe ze overkomen en wie ze als persoon zijn.

Volgens het cliché is een dom personage net Goofy: niet al te snugger, maar wel een aandoenlijk iemand die alle zorgen weglacht. Of juist iemand die erg gepest wordt en daardoor terneergeslagen en vriendeloos is. Kijk eens anders naar het woord dom. Als je het kan doen, maar niet kan zijn en je een heel scala aan emoties hebt om uit te putten om een personage mee uit te werken, zullen je personages en daarmee je verhaal een stuk origineler worden.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Will Myers verkregen via Unsplash.

Een dialoog schrijven: start de ruzie

Een van de duidelijkste momenten dat je het verschil ziet tussen echte personen en personages is tijdens een gesprek. Houd je een dialoog waarheidsgetrouw, dan komt alles in je boek tot stilstand. Een dialoog moet juist een element zijn waar er heel veel informatie duidelijk wordt, zodat alles weer vooruit kan, of er dingen ontdekt kunnen worden. En dat bereik je met ruzie.

Het nut van een dialoog vanuit schrijversperspectief

Een lezer kijkt mee in een fictieve wereld door de ogen van personages. Dus als die gedachten verwoorden, is dat een uitstekende manier om meer te weten te komen over hun beleving van de wereld, of om de voortgang van het plot of een verhaalthema verder te kunnen uitdiepen. Ook kun je met een dialoog in het hoofd van je personage duiken en daarmee verborgen motieven blootleggen. Daarmee kan het centraal conflict ook duidelijker worden.

Het nut van een gesprek vanuit personageperspectief

Je personage is een sociaal wezen, net als echte mensen. Daarom zal het met anderen willen praten. Maar bij een dialoog is een grijs gebied te vinden tussen personen en personages. Dat grijze gebied kan je goed onthouden met het zinnetje:

Ik heb iets te vertellen

In het geval van mensen moet je dat letterlijk zien: “ik wil je vertellen over mijn werkdag, hoe vreselijk ik het weer vind, waarom ik dit een geweldig boek vind…”
Bij een personage is dat eerder figuurlijk, zo niet schrijftechnisch: ik heb iets te vertellen over het plot, het verhaalthema, onderlinge relaties tussen personages, enzovoorts.

Daarom kan een mens eindeloos doorkeuvelen over het weer en is dat nooit – of pas na heel lang- vervelend, maar irriteert het bij personages vrijwel onmiddellijk als het om iets eenvoudigs gaat. Het sluit niet aan bij het achterliggende doel van de schrijver om in een dialoog altijd iets meer uit te diepen dan er daadwerkelijk wordt gezegd.

Achterliggende doel van een dialoog: ruziemaken

Een conflict is in een verhaal niet hetzelfde als ruziemaken. Een conflict is waar je held van groeit, een ruzie is die eindeloze: ‘ja maar (jij)…’ in een verbaal gevecht.
Maar op eenzelfde manier is een dialoog ook altijd een ruzie, zonder dat er meteen vazen sneuvelen of stemmen verheven worden.

In een dialoog betekent ruzie dat er altijd sprake is van aanvallen (‘ja, en [wat ik zeg klopt ook] ..’) of verdedigen ‘nee, want…[hier heb jij niet aan gedacht]’. Net als bij het verschil tussen ruzie en conflict in de narratieve zin is aanvallen en verdedigen en de bijbehorende ‘ja maar’ en ‘nee want’ niet letterlijk. Zie het meer als een ‘aanvulling’ op hetgeen wat de ander net heeft gezegd. En ja, soms is dat inderdaad ruziën of discussiëren, maar het kan net zo goed een lieflijk gesprek tussen een moeder en kind zijn:
“Wat was het leuk in de dierentuin vandaag!”
“De leeuw had zulke grote tanden, hè, mama?” (Ja, het was leuk en [de leeuw was het indrukwekkendst])
“Daar kon hij een zebra mee opeten!”
“De leeuw zat zo mooi op de rots te brullen” (Nee de leeuw eet geen zebra op, want [de leeuw was te druk met brullen op de rots])” Wat ook kan: (“Ja en [ik kon bij het brullen zijn grote tanden zien waarmee hij die zebra op kon eten]).

Afhankelijk van hoe moeder dit interpreteert, kan dit gesprek verdergaan:

Hoort ze vooral de nee, dan zegt ze misschien: “Hoe hard denk je dat een leeuw kan brullen?” Hoort ze de ja, dan vraagt ze: “Zou je dat zielig vinden, als de leeuw de zebra op zou eten?” om het gesprek verder op gang te houden.

Een echte discussie in een dialoog

Natuurlijk wordt er ook wel eens echt gediscussieerd in een dialoog. Dan is het zaak dat je binnen de regel van ‘ja en’ ‘nee, want’ uiteenzet waarom personages vinden wat ze vinden. In een echte discussie is er niets zo vervelend als het argument: omdat ik dat vind. In een boek is die irritatie nog drie keer groter, omdat het verder geen inzicht geeft in wat personages denken, waarom ze dat denken en het het verdere plot ook niet vooruit helpt. Dialogen zijn bij uitstek momenten waarop je kan zaaien en oogsten. Denk aan de echtelijke ruzie over de afwas. Dat gaat echt niet meer over de vuile vaat als het argument valt: ik doe het hele huishouden altijd, en jij doet nooit wat (nee, ik ben geen nutteloze partner [want ik ben hier degene die altijd alles regelt]) (Ja, jij bent wel de schuldige [en jij bent degene die alles fout doet])

Altijd meer zeggen dan er gezegd wordt

Op die manier moet er in een dialoog altijd meer bedoeld worden dan er eigenlijk gezegd wordt. Zodat je later in het plot kan zeggen: en daarom ging Karin vreemd met Gerard, omdat híj wel eens iets regelde in het huishouden. Een belangrijk plotpunt, waar het hele verhaal naartoe liep door middel van een goede expositie in een dialoog verstopt. Terug naar het idee dat:
“Lekker weertje!’
” Ja, lekker weertje, hè?
in een boek zelden tot nooit werkt in een dialoog. De oorzaak daarvan is dat er niet meer wordt bedoeld dan de ‘mededeling’ dat het lekker weer is. Het geeft geen verdere inkijk in het hoofd van het personage, het is geen zaaien en oogsten in een plot. dat tot uiting kan komen.. Dat wil niet zeggen dat je daar niets mee kán.
Soms is het zo simpel als veranderen naar: “alweer die stomme regen, nu kan ik alweer niet gaan fietsen…” [nee, ik ben hier niet blij mee, want nu zie ik mijn fietsmaatjes alweer niet…]

Als je er dan nog voor zorgt dat je wat kleine, persoonlijke maniertjes van personages en algehele sfeeromschrijving aan toevoegt is je dialoog al snel vlot en levendig. Voeg daarbij nog de regel van actie en reactie toe en je dialoog spat van de pagina’s af.

Foto door Daniel Lonn on Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching. Meer weten over het schrijven van een dialoog? Je kan ook mijn cursus volgen.

De observerende schrijver: Ik zie… een verlaten huis

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… een verlaten huis. 

De trope van het verlaten huis

Een verlaten huis is een dankbaar inspiratiemiddel in schrijversland. Hoe vaak was dat in romantische verhalen al de uitvalsbasis voor de eerste nacht samen van verboden liefdes? En het lijkt bijna wettelijk vastgelegd dat in horrorverhalen dáár alle ellende plaatsvindt.
Deze trope van het verhalen huis is zo sterk dat je als schrijver bijna niet anders kan dan het verlaten huis als decor voor een van deze verhalen zien.

Het voordeel van het verlaten huis als trope

Het voordeel van het verlaten huis – of een andere trope die net zulke sterke associaties heeft – is dat je als vanzelf verder gaat denken dan wat je feitelijk ziet. Dat kan in plaats van een enkele opmerking meteen een compleet verhaal opleveren. Als je een horrorverhaal schrijft en je het huis ziet staan, denk je niet meer na of daar iets gruwelijks gaat gebeuren, dat spreekt dan voor zich. In plaats daarvan kan je je wat meer op de unieke details concentreren. Die dichtgespijkerde ramen, bijvoorbeeld: hoeveel ruimte zit daartussen? Kunnen daar alleen knaagdieren tussendoor kruipen, of kan een kind zich daar (met wat moeite) ook tussendoor wringen?  Dat verschil levert heel andere verhalen op.

Het nadeel van het verlaten huis als trope

Het nadeel van zo’n kant-en-klare ‘observatietrope’ is precies de andere kant van de medaille: je ziet gewoon niets anders meer dan dat huis waar verliefde stelletjes, of moordenaars met de kettingzaag zich verschuilen. Observeren is in dit geval niet veel anders dan wanneer de trope in je voordeel werkt: zoek naar details. Maar in dit geval zoek je details die niet bij het clichébeeld van de trope aansluiten. Het verlaten huis dat je voor je ziet, is waarschijnlijk een krakkemikkige bouwval die bestaat uit rottend hout. Dat verlaten huis of winkelpand dat je in je dorp of stad ziet, zal er niet zó erg aan toe zijn. Misschien is het nog maar net leeg en verkeert het in zeer goede staat. Als er geen kapotgeslagen ruiten zijn, waaraan zie je dan wel dat het huis wat langer leegstaat? Komt er al wekenlang niemand binnen? Zie je een laagje stof op de vensterbank?
Probeer zo te ontdekken wat je daadwerkelijk ziet, in plaats van wat je meteen voor een verhaal kan of moet gebruiken.

Wat voor details schrijf je op bij een observatietrope?

Zoals altijd bij observeren kan je ook bij een observatietrope noteren wat je opvalt. Maar omdat je net iets meer moet nadenken waaróm je iets opmerkt – vanuit automatisme of omdat je juist wat meer nadenkt –  is het verstandig om ook op te schrijven hoe je tot die observatie bent gekomen. Schrijf bijvoorbeeld op: ‘dit verlaten huis had een hele mooie gevelversiering. Hij was bovendien ook nog erg goed onderhouden. Hoewel het huis verlaten was en het daardoor een wat trieste aanblik gaf, had de gevelversiering de indruk kunnen geven dat er nog altijd een welgestelde familie woont.’

Op deze manier kan je iets van een algemene trope en een realistisch en bruikbaar detail combineren tot een uniek geheel. Dat vormt vast en zeker een mooie basis voor een decor in je verhaal!

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jonathan Lowe verkregen via Unsplash

Een anekdote interessant schrijven: de duimpjesjager

Soms heb je geen compleet verhaal, maar slechts een leuke anekdote om te schrijven. Hoe doe je dat zonder je verhaal compleet op te blazen?

Internetforum Readers

Welkom op Readers, het fictieve internetforum van verhaalentaal.blog! Op dit forum delen mensen hun persoonlijke verhalen naar aanleiding van een vraag, zoals: Obers: wat is het gekste gesprek dat je hoorde terwijl je mensen bediende?
Mensen kunnen op elkaars posts reageren, en elkaar duimpjes omhoog en omlaag geven. Bij honderd duimpjes omhoog krijgt de schrijver een sterretje en een speciale melding: hoera, je post is populair!
Niet iedereen houdt zich aan de waarheid, maar soms krijg je alsnog gekke verhalen, want soms klopt het cliché: dit moet waargebeurd zijn, want dit krijg je niet verzonnen. De opdracht voor jou, nieuw forumlid: zorg dat je veel duimpjes of de felbegeerde ster krijgt, zonder het verhaal aan te dikken.

Start met de setting van het verhaal

Er is een reden dat ‘Er was eens, in een land hier ver vandaan…’ al eeuwenlang werkt als verhaalintroductie. Je weet over wie het gaat en waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Als je dat overslaat, kan je de verbeeldingskracht van de lezer niet aan de slag gaan en blijft je verhaal een opsomming van feiten.
Beginnen met: ik werkte in een all-you-can-eat sushirestaurant en er kwamen twee graatmagere klanten binnen is al voldoende. De verbeelding kan nu invullen dat er sushi op de borden van de klanten ligt, en geen nachos. Ook geef je al aan dat het over magere klanten gaat die kunnen eten zoveel ze willen. Gaan ze zich dan inderdaad volproppen? Of zijn deze mensen die zo te zien weinig eten al verzadigd na zes stukjes sushi en blijven ze de rest van de avond kletsen? Het kan allebei. Hoeveel iemand eet op zichzelf is niet echt interessant, maar iets is beter dan niets en het helpt de verbeelding of fantasie mee aan het werk te zetten.

Wat valt op?

Je brein pikt eindeloos veel informatie op een dag op. Slechts een deel daarvan bereikt je bewustzijn. Zo merk je bijvoorbeeld niet hoe je brein opdracht geeft aan je bloedbaan om te blijven stromen. En sluit je ook je oren vanzelf af voor vertrouwd, eenzijdig omgevingsgeluid. Dan blijven er nog de indrukken achter die je wel opmerkt, maar die je negeert. Als je door de winkelstraat loopt, ga je niet ieder gezicht onthouden of uitgebreid bestuderen.
Als er dus iets echt opvalt, is dat een aanleiding dat daar je anekdote over kan gaan. Schrijf dus ook waarom het zo opvalt. Twee magere klanten in een restaurant? Nou en? Op dit punt is de vraag: ‘veel of weinig eetlust’ niet genoeg: je moet toewerken van feit naar verhaal. Maar je hebt wel genoemd dat deze klanten mager zijn, dus dan verwacht de lezer dat dáár iets geks mee gebeurd. Werk dus net iets meer uit waarom het postuur van deze mensen zo opvalt, als je als ober talloze mensen met een soortgelijk postuur op een dag ziet. Deze klanten waren graatmager en grauw in het gezicht, alsof ze al tijden niet goed gegeten hadden en elk moment konden flauwvallen van de honger.

Het personage als getuige

Het personage dat de anekdote ziet gebeuren, heeft op dit moment verwachtingen of een zekere hoop. Dat is het moment in een anekdote waar je in het hoofd van het personage duikt en echt mee gaat leven. Dit vormt het kloppend hart van ieder verhaal: het moment waar je empathie op kan roepen. Dat is de eerste aanzet voor de rest van je anekdote. Als je empathie opgeroepen hebt, heb je de lezer te pakken.
Vooral de langste van de twee leek echt ondervoed. Ik had echt de neiging om meteen wat gefrituurde kip op tafel neer te zetten, zodat ze wat konden aansterken.
Je hebt nu personages die iets noemenswaardigs gaan beleven – anders waren ze niet opgemerkt of genoemd- en een personage en daarmee een lezer die op een zekere afloop hopen. Dan is het tijd voor de ‘ en toen en toen’ test.

Van het ene denkwaardige moment naar het andere

Met de ‘en toen en toen’- test kan je de rest van een anekdote vullen, zonder dat die gaat vervelen. Het spreek meestal wel voor zich wat voor gebeurtenissen zich lenen voor de invulling van de anedokte. Het is sowieso datgene wat de gebeurtenis opmerkelijk maakte, en dat staat zelden op zichzelf. Momenten vallen niet uit de lucht: er is altijd een actie-reactie. Als iemand een huwelijksaanzoek in het openbaar doet, dan gaat diegene zelden meteen op de knieën: er zal misschien nog een bepaalde aankleding komen, of een zichtbare reactie. Denk aan restaurantpersoneel dat een taartje met een bruidspaarfoto erop naar de tafel brengt, de aanzoeker die nog even zenuwachtig met de voeten schuifelt voor hij op de knieën gaat… Zo kan je het hele verhaal van de anekdote uitwerken. Wissel gebeurtenissen af met de gedachten van je personage en houdt het geleerde in het achterhoofd, dan krijg je iets als:

Dat hoefde niet; voordat ik naar de tafel kon lopen, werd er al door de zaak geschreeuwd: “geef maar gewoon veel, verras ons!” Ik wist niet of ik zomaar wat op tafel mocht zetten, dus ik ging naar ze toe. Een potje iene-miene-mutte later koos het paar blind meteen tien gerechten per persoon uit. Ik vond het apart dat ze inderdaad zoveel wilden eten als ik dacht dat ze moesten doen. Maar ze aten alles op en bestelden nog eens vijf kleine porties.

Sluit af met een conclusie

Een anekdote werkt goed als je afsluit met een conclusie die verklaart waarom je het de moeite vond om deze anekdote te vertellen. Ik heb nog nooit iemand met zo veel gemak zo veel zien eten. Het personeel noemde hen die dag dan ook de sushismakkers.

Dit zou je de basis moeten geven voor het behalen van de felbegeerde Readersster ;). Wil je oefenen met het schrijven van een anekdote, gebruik dan gerust de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door John Schnobrich verkregen via Unsplash.