Ghibli’s verhalenstructuur: knoeien met save the cat

Je weet wat je van een verhaal kan verwachten als het volgens een vaste structuur verloopt. Dan leest het lekker weg. Maar als het niet volgens een bekende structuur verloopt, kan dat even verwarrend zijn. Is dat dan ook meteen slecht? Nee: studio Ghibli schrijft vaak met een ongewone structuur en het levert prachtige verhalen op. Laten we eens te meer in hun trukendoos kijken.

De vertrouwde verhalenstructuur

De kans is zo’n beetje 99% dat een verhaal dat je leest is opgebouwd volgens het verhalenstructuurschema van save the cat. Je kan veel uit dit schema halen, maar voor deze blogpost moet je weten dat het principe is:
1) de held verlaat zijn comfortzone
2) de held gaat een centraal conflict aan
3) de held overwint of verliest

Kort gezegd betekent dat: er gebeurt iets dat de wereld van je personage op zijn kop zet. Daardoor moet het iets leren of van karakter veranderen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar met vallen en opstaan wordt er uiteindelijk een resultaat bereikt waardoor het leven van het personage definitief een andere invulling krijgt.

Save the cat: Save Jiji

In de Ghiblifilm Kiki’s delivery service speelt de zwarte kat Jiji een grote rol. Daarom noem ik deze verhaalstructuur-aanpak gemakshalve ‘Save Jiji’. (Ook omdat het zo leuk klinkt ;). ) Wat zijn de stappen van daarvan? De eerste drie stappen zijn hetzelfde als die van Save the cat, maar Save Jiji gaat na daarna nog veel verder door:

4) De tegenstander blijkt een overtuiging te hebben die hem grijs maakt, in plaats van zwart(wit).
5) De heldin wordt uitgedaagd om trouw te blijven aan het doel wat (bijna, maar net niet) behaald is, maar de tegenstander óók als volwaardig mens te zien.
6) Het centrale conflict/ persoonlijke groeiproces van de heldin komt daardoor in een andere vorm terug: weet je zeker dat je je heldenreis hebt voltooid?
7) De heldin wordt meerdere keren -al dan niet subtiel- getest op punt 5, waarbij zij ook ziet dat zij nog steeds gebreken heeft.
8) Het einddoel wordt alsnog behaald, maar nu is de heldin nóg bewonderenswaardiger, omdat zij haar heldenstatus niet alleen heeft kunnen behalen, maar ook heeft bewezen die waard te zijn.

Dit is Jiji 🙂 Copyright: studio Ghibli. Afbeelding via teepublic.com

Dat zorgt voor een diepzinniger, steviger en indrukwekkender verhaal waarin de voltooide heldenreis nog meer dan normaal als beloning aanvoelt. Wat zijn een aantal aandachtspunten voor een goede ‘Save Jiji?’

Aandacht naar de antagonist

Je zou het misschien niet denken, maar je kan de reis van je heldin verstreken door de antagonist aandacht te geven. Let op: aandacht is niet per se een achtergrondverhaal. Als Ghibli iets níet doet, dan is het mikken op een tragisch achtergrondverhaal om empathie op te wekken voor de tegenstander. De aandacht wordt slechts verplaatst, waardoor je weet wat zijn mening is en soms ook hoe die tot stand is gekomen. Om te voorkomen dat de antagonist alsnog eendimensionaal wordt, hanteert Ghibli een andere centrale vraag.
Save the cat vraagt zich af: waar zit het witte puntje in het zwarte vlak? (Lees daar hier meer over.)
Save Jiji vraagt zich af: welke spreekwoordelijke medaille speelt hier de hoofdrol?

Stel: het land leeft in oorlog. Je held wil vrede door vreedzaam te demonstreren, de antagonist is niet bang geweld te gebruiken om de bezetters te verjagen en het land zo te bevrijden. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: in wezen zijn je held en tegenstander op het einde van de oorlog uit. In plaats van dat je suggereert dat je held op de goede weg is en de tegenstander op de slechte zeg je dus: ze zitten allebei op dezelfde weg, maar bewandelen die anders.
Als vanzelf krijgt óók de tegenstander een heldenreis, als het gaat om vallen en opstaan: je ziet dat hem iets lukt, soms niet, en dat hij -net als de heldin- waarden (tijdelijk) in de steek laat om een doel te bereiken. Dat levert op een bepaalt punt een zéér interessante vraag op.

Aan wiens kant sta jij?

Als je heldin iets ‘slechts’ doet op het moment dat de tegenstander net iets ‘goeds’ doet, kan dat even verwarrend zijn. Voor wie hoort de lezer nou eigenlijk te juichen? Dat klinkt als een rammelende verhaalstructuur, maar dat hoeft het niet te zijn. Als je duidelijk genoeg uitschrijft wat de eerder genoemde medaille is, en je weet wat de afzonderlijke normen en waarden van je held en tegenstander zijn, worden je personages er voornamelijk realistischer van. Als je die medaille (het verhaalthema) stevig hebt staan, komt je lezer wel weer over die eerste verwarring heen. Dat heeft twee redenen:
* Als je interessante personages hebt, kan het juist uitdagend en aantrekkelijk voor de lezer zijn om zijn kop erbij te moeten houden. Zolang de personages (held, tegenstander of bij-personages) interessant genoeg zijn, is het niet erg om een beetje mysterie te houden in hun waarden, motieven en manier van doen. Zolang je maar verder wil leren/lezen over hen.
* Hoe dan ook kom je altijd terug bij de held. Uiteindelijk leeft je lezer het meest mee met degene waar je het meeste tijd en aandacht aan besteedt: de held. Om die reden kom je uiteindelijk ook weer uit bij de heldenreis van de held als het gaat om het uitwerken of afronden van het verdere verhaal. Dat voorkomt- mits je het goed doet- dat je verhaallijn als geheel warrig wordt.

Wie staat aan welke kant?

Onder andere bij deze personages uit Ghibli films twijfel je soms aan hun rol:

Howl: deze prins op het witte paard heeft een mysterieuze rol in oorlogen en is vreselijk ijdel: zodanig dat hij de heldin Sophie, op wie hij verliefd is, bijna voorgoed van hem wegjaagt.
Kaonashi/No Face: begint verlegen, eet daarna iedereen op en is later weer een mak lammetje.
Haku: is een vriend van de heldin Chihiro, maar hij dient haar onderdrukker. Ondertussen blijft hij Chihiro helpen en blijft hij oprecht vriendelijk en zorgzaam naar haar.

Om Save Jiji in actie te zien, raad ik je de volgende Ghiblifilms aan:
* Prinses Mononoke
* Spirited away
* Howl’s moving castle

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verdorven is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verdorven is?

Je hebt minder prettige personages, maar ook personages die verdoven zijn: over hen is geen goed woord te zeggen. Hoe zorg je ervoor dat je niet alleen maar over hun slechtheid raast?

Pas op met goedpraten

Er is vaker voor gewaarschuwd, maar het blijft belangrijk: kijk uit dat je slechte daden niet goedpraat. De neiging van grote filmstudio’s om slechteriken een achtergrondverhaal te geven waarin ze toch niet zo slecht zijn als ze lijken, is narratief niet altijd sterk. Vraag jezelf af: wil je in je verhaal iemand die slecht is, of slechte dingen doet? Bij een echt verdorven personage is het eerste het geval. Doe in dat geval weinig tot geen moeite om te verklaren wat de oorzaak is van de slechtheid van een personage.

Kwaliteit als vloek

Van een dictator tot mishandelende pleegouder, echte slechteriken hebben verschillende gezichten. Wat hun rol ook is, op de een of andere manier kunnen ze hun verdorven gang gaan. Je kan je afvragen waarom niemand ingrijpt of dat gedaan heeft. Het antwoord is: ze hebben een karaktereigenschap die normaalgesproken een kwaliteit is, maar in de verkeerde handen een vloek vormt. Denk aan charisma: erg leuk bij een puberjongen, maar doodeng bij een kidnapper. Gulheid? Leuk voor een filantroop, wat minder als een moordenaar daardoor iedereen (onopvallend) om kan kopen.
Ken deze griezelige kwaliteiten van je slechte personage en werk die goed uit. Laat zien waarom het logisch is dat niemand ingrijpt: er lijkt geen noodzaak voor te zijn, omdat je slechterik een dekmantel heeft. Deze dekmantel heeft een aantal elementen van een cliffhanger. De lezer blijft zich namelijk afvragen wat er gaat gebeuren en blijft dus de pagina’s omslaan. Vragen die onbeantwoord blijven zijn bijvoorbeeld:

* Waarom ziet niemand wat hier gebeurt?
* Kan de slechterik nog meer slachtoffers maken?
* Wordt de slechterik ooit nog opgepakt?

Het voordeel van de kwaliteit als vloek is dat het je slechterik niet eendimensionaal maakt. Technisch gezien hééft hij een goede eigenschap, naast de slechte waarmee verderf wordt gezaaid. Ook al lijkt dat op papier niet zo, gevoelsmatig leest het ergens wel als een goede eigenschap die een personage nodig heeft om niet eendimensionaal in zijn slechtheid te zijn.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Niemand die bij zijn goede verstand is, laat een mishandelaar kwetsbare pleegkinderen in huis nemen. Maar toch gebeurt dat in je verhaal. Bedenk wat de kwaliteit als vloek van de vreselijke pleegouder is. Hoe is die gebruikt om alsnog de voogdij over kinderen te kunnen krijgen? Dat is belangrijk om te weten als schrijver: je leert het doen en laten van je slechterik goed kennen. Zo weet je ook hoe die zich door het verhaal heen aan bepaalde technieken of tactieken zal houden om de illusie van goedheid in stand te houden. Dat is essentieel voor een goede uitwerking van je plot. Wees wel voorzichtig in het delen van deze informatie. Voor je het weet praat je de slechtheid van je personage alsnog goed door te veel te verklaren. Deze informatie is onmisbaar voor in je opschrijfboekje, maar kan daar ook maar beter blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Harry Cunningham op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Verhaalelement 2 Portland Pen schrijfwedstrijd

Ik heb al veel leuke reacties gekregen op de bekendmaking dat de het plot van Portland Pen zich gaat afspelen in de trein!

Het volgende verhaalelement is: je personage is twee dagen geleden het land binnen gekomen.
* Voor een zakenreis
* Als vluchteling
* Als toerist
* Als internationale student
* Om een -letterlijk of figuurlijk- ver familielid te begraven
enzovoort.

Je personage is nog maar net gearriveerd.
Foto door Erik Odiin op Unsplash

Ook hier weer: alles mag. De tip bij dit element is om goed na te denken wat er in de personagebiografie staat. Als het een zakenman is, wat is dan zijn beroep? Heb je daar bepaalde associaties bij over wat voor persoon hij is? Als het een internationale student is, wat kan je dan zeggen over zijn lust om de wereld te zien? Misschien geeft dat wel een aantal dromen duidelijk weer. Kortom: kijk verder dan je neus lang is. Wat kan het feit dat je personage in een vreemd land is en de reden waarom je allemaal vertellen?

Je personage is in het buitenland. Je kan dus een taalbarrière toevoegen tussen de gesprekspartners. Bedenk daarbij dat het gesprek nog wel ergens naartoe moet leiden. Maak de barrière dus niet te groot, of zorg ervoor dat je met de spreekwoordelijke handen en voeten heel veel kan vertellen. Natuurlijk is de taalbarrière niet verplicht: een Engelsman verstaat een Amerikaan gewoon. En een Haïtiaan een Fransman ook.

Volgende week volgt het derde verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Mocht je het eerste verhaalelement gemist hebben, dan kan je dat hier teruglezen.

De meest voorkomende clichés

Clichés dien je zo veel mogelijk te vermijden. Daarom volgen hier de meest voorkomende clichés en geef ik een aantal trucjes die je clichédetector kunnen versterken.

Wat is een cliché?

Een cliché definieer ik als een verhaalelement dat de lezer uit het verhaal haalt. Lees hier alle artikelen over clichés en tropes om je basiskennis daarover bij te spijkeren.
De definitie op mijn blog betreft het principe dat je tekst vlot moet lopen. Daarnaast moet je letten op wat al zo vaak geschreven is dat je niet origineel genoeg meer schrijft om nog interessant te zijn. Er zijn websites en bronnen die het niet met mijn definitie eens zijn. Die zien het iets meer zwartwit. Iedere tekst of elk tekstelement dat vaak wordt gebruikt, wordt daar een cliché genoemd. Het neemt niet mee of de (individuele) lezer zich eraan stoort of niet. Dat brengt ons bij de eerste groep standaard clichés.

Spreekwoorden en gezegden als clichés

Of spreekwoorden en gezegden echt cliché zijn, vind ik persoonlijk een punt van discussie, maar er zijn genoeg bronnen die ze wel als zodanig aanmerken. Neem: dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Het klopt dat we dit al talloze keren hebben gehoord. Maar spreekwoorden en gezegden komen voor in ons echte leven. In tegenstelling tot achtervolgingen waarin de kogels nooit opraken en de held nooit gewond raakt. Dat verschil tussen non-fictie en fictie maakt dat een spreekwoord minder snel storend is, is mij opgevallen.
Je kan spreekwoorden nog steeds als basis gebruiken om er iets heel creatiefs van te maken. Omdat de uitdrukkingen zo bekend zijn, valt je creativiteit dan des te meer op. Neem dit voorbeeld uit ‘Harry potter en de orde van de Feniks.’

Gedane spreuken nemen geen keer, maar je hebt de knuppel wel in het kabouterhok gegooid.

Dat zijn twee clichés in één zin. En toch is dit leuk om te lezen. Als je het makkelijke gebruik van uitdrukkingen onder clichés schaart, kan de volgende vuistregel je helpen: zet de uitdrukking naar je eigen hand en maak er iets leuks van.
Stel dat je hoofdpersonage opstartproblemen heeft in de ochtend. Dan kan je kortweg schrijven: dat duurt een eeuwigheid, maar je kan ook schrijven: dat duurt net zo lang als Charlies dagelijkse moeizame trektocht van zijn bed naar de ontbijttafel.
Nog een gevoelig cliché, taalkundig gezien is: dan ooit/ nog nooit in zijn leven:
* Hij was bozer dan ooit.
* Hij had zich nog nooit zo rot gevoeld.
* Blijer dan ooit ging hij naar het vliegveld.
* Ze had zich nog nooit ergens zo op verheugd.

Dan ooit/ nog nooit kan soms letterlijk zijn bedoeld. De vrouw die al vanaf haar vierde wil trouwen, zal zich inderdaad nog nooit ergens zó op verheugd hebben als op haar trouwdag. Maar deze zinnen verliezen hun kracht omdat ze zo vaak in de figuurlijke zin worden gebruikt. Mocht je ‘dan ooit’ letterlijk bedoelen, zorg er dan voor dat je alles eromheen voldoende uitwerkt om dat ook te laten blijken. Dan ooit/ nog nooit is vaker een onderdeel van nog een andere groep clichés: de hyperbolen.

Hyperbolen als clichés

Als je erop let, merk je dat clichés vaak hyperbolen zijn. Oftewel: iets wordt enorm uitvergroot. Kijk alleen al naar Mary Sue en Joe Sixpack. Dat zijn personages met uitgesproken overdreven traditionele vrouwelijke of mannelijke karaktertrekken of uitdragers van die waarden. Mary Sue is overdreven zacht, waar Joe Sixpack overdreven veel (krachtige) spieren heeft. Maar niet alleen personages, ook losse scènes of bepaalde gebeurtenissen zijn vaak een versie 10.0 van iets normaals, of iets wat überhaupt al onwaarschijnlijk -of op zijn minst zeer uniek- is.

* De geheime agent die niet één, maar honderd kogels kan ontwijken door weg te rennen.
* Niet één roos als romantisch gebaar, maar het hele bed onder rozenblaadjes, met nog drie bossen bloemen erbij.
* De dakloze persoon die uitgroeit tot miljonair.
* Geen succesvolle overwinning op een klein bedrijf van een nieuwbakken advocaat, maar eentje die meteen een hele verzekeringsmaatschappij omgooit (plot van The rainmaker).
* De nerd die uiteindelijk het mooie meisje gaat daten, omdat hij extreem veel voor haar overheeft, of voor haar wil veranderen.
* De romantische film The notebook (ik vind die film niks, vanwege de stortvloed aan clichés en een gebrek aan fatsoenlijk plot.)
– Een mooie vogel bij je romantische boottocht? Nee joh, meerdere dozijnen!
– Eén niet gearriveerde liefdesbrief? Maak daar maar 365 van…
– Een huis naar de smaak van je geliefde inrichten? Je kan dat huis ook helemaal bouwen…
– Zoenen in de regen? Kan, maar dan óók in een onweersbui en óók nog na een pittoresk boottochtje…?

Dit zijn al veel liefdesbrieven. Het grofweg twintigvoudige daarvan zou echt tè veel zijn…
Bron Annie Spratt op Unsplash.

Met name in het voorbeeld van The notebook zijn de clichés zo duidelijk omdat ze de zin ‘Dat gebeurt alleen in een film’ uitlokken. Die zin is een absolute rode vlag voor clichés. In ieder genre, van romantisch tot horror.

Powerfantasy als cliché

Powerfantasy kan ook een cliché vormen als je het te enthousiast toepast. Dat zag je misschien al in de voorbeelden onder het de vorige kopje. Zoals de dakloze die uiteindelijk miljonair wordt. Het heeft ook een te-mooi-om-waar-te-zijn-element in zich, maar het is wel nodig voor een verhaal om je hoofdpersoon de held te laten zijn. Het linke is dat een redelijk aantal boeken en films over ongelooflijke, maar desondanks waargebeurde verhalen gaan. Zoals de cliché dakloze die superrijk wordt. Mocht je autobiografisch schrijven -of überhaupt een verhaal schrijven- waarin een ongewone powerfantasy voorkomt en voor móet komen in het verhaal, kijk dan extra goed naar welk buitengewoon element nodig is om het verhaal gaande te houden. Alle andere uitzonderlijke momenten of vaardigheden kan je beter wel dan niet schrappen voor een prettig lopend plot.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage een goedzak is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een goedzak is?

Je hebt personages die oprecht goede mensen zijn. Zij hebben twee valkuilen: ze kunnen saai worden omdat ze té perfect zijn of omdat ze – al dan niet door hun goedheid- een leven hebben zonder al te veel actie. Hoe schrijf je een goedzak op een manier die interessant is? 

De perfecte goedzak

Je hebt personages die zo perfect zijn dat ze irritant worden. De vrouwelijke versie hiervan wordt Mary Sue genoemd. Wat haar zo vervelend maakt, is niet alleen haar door en door goede inborst, maar ook het gegeven dat iedereen het altijd met haar eens is. Dat zorgt ervoor dat ze – als ze die al heeft- haar minder fijne kanten nooit hoeft te laten zien. Want waarom zou je een grote mond hebben als iedereen het altijd eens is met wat er uit jouw zoetgevooisde keeltje komt? 

Over een Mary Sue wordt vaak gezegd dat je haar gebreken moet geven. Een andere insteek is: geef haar een reden om een minder fijne of hardere kant te laten zien. Kijk hiervoor naar traditionele vrouwelijke waarden: lief, zorgzaam, mooi. Kies er één uit en geef haar de tegenovergestelde eigenschap. Maak haar bijvoorbeeld snoeihard op het moment dat haar kind gevaar loopt. Dan is ze nog steeds zorgzaam en mooi. Maar het contrast met de andere karaktereigenschappen binnen datzelfde straatje maakt wel dat ze minder snel als perfect overkomt. Dan maak je haar niet geforceerd gemeen. Waarschijnlijk merken medepersonages het contrast met die andere zachte waarden ook op. Grote kans dat daar iets over wordt gezegd of geroddeld, waardoor de vrouw als vanzelf ook een keer (van zich af) gaat snauwen. Maar als de nare situatie achter de rug is, kan ze weer de lieve vrouw zijn die ze is. 

Je kan hetzelfde principe toepassen bij een man. De waarden die je dan mee kan nemen zijn: kracht, (financiële) status, moed, zelfvertrouwen en emotionele beheersing. 

Jan-met-de-pet 

Een goed geschreven personage is nooit saai. Maar er is een reden dat verhalen over een prettig gezinsleven zonder echte conflicten minder interessant zijn of trager lezen dan verhalen over moord en doodslag. Spanning en sensatie zijn nu eenmaal interessanter dan een veel-van-hetzelfde, voortkabbelend gegeven. Als het verhaal zelf niet echt stuitend is, kijk dan eens naar wat er in het hoofd van je Jan-met-de-pet omgaat. Hij heeft doelen, angsten, iets waarop hij zich kan verheugen. Dat betekent dus ook dat er iets fout kan gaan. Dáár kan je dan verder op ingaan: er staat iets op het spel. Als je laat zien waarom het voor Jan zo eng is dat zijn zoon misschien zakt voor zijn eindexamen, krijg je vanzelf een verhaal, want er staat iets op het spel. Objectief gezien stelt het niet slagen voor een examen niet veel voor als je het vergelijkt met een nationaal schandaal. Maar als je die angst van Jan goed uitwerkt, wordt wat voor Jan belangrijk is, óók belangrijk voor de lezer. Dan hoeft Jan niet per se op een rooftocht te gaan, of slechter te zijn dan hij is om interessant te zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Verhaalelement 1 Portland Pen schrijfwedstrijd

De schrijfwedstrijd Portland Pen is twee dagen na de bekendmaking al een succes!
Ik had nooit verwacht dat de wedstrijd binnen vierentwintig uur al het minimumaantal likes zou halen. Bedankt allemaal 😀
Blijkbaar hebben de schrijvers er zin in, dus hier komt het eerste element van het verhaal:

Twee personages ontmoeten elkaar in de trein tijdens een treinrit van drie uur.

Die ontmoeting mag van alles zijn:
* je personage mag de toekomstige verloofde tegenkomen;
* je held mag een gesprek aanknopen met een vreemdeling die een aha-erlebnis in de hand werkt;
* de trein mag uiteindelijk ontsporen en je hoofdpersonage mag met de vreemdeling moeten vechten om de weg naar de nooduitgang.
Enzovoorts. Zolang deze twee personages maar op een wezenlijke manier met elkaar in contact komen, mag alles.

We gaan een memorabele treinrit maken 🙂 Foto door Fikri Rasyid op Unsplash

Wat helpt om het verhaal interessant te maken: neem de persoonlijke beleving van je personage mee. Zorg ervoor dat deze ontmoeting (op wat voor manier dan ook) belangrijk voor je personage wordt.
Nog iets om over na te denken:
* waar gaan de personages over praten? Waarom juist daarover?
* hoe komt het gesprek tot stand?

Volgende week volgt het tweede verhaalelement voor de wedstrijd. Houd verhaalentaal.blog dus in de gaten.
Bekijk de wedstrijdpagina hier en laat een like achter op die pagina als je ook mee wil doen. Hoe meer deelnemers, hoe meer prijzen ik uit ga delen!

Schrijfwedstrijd ‘Portland Pen’: win een opschrijfboekje uit ’s werelds grootste boekenwinkel

Binnenkort ga ik na een aantal jaren eindelijk weer op vakantie! Ook nog eens naar een aantal plaatsen die een ideale bestemming voor lees-en schrijffanaten blijken te zijn: Seattle en Portland, in Amerika.
Seattle is ideaal voor boekenwormen: het is opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst als stad van literatuur. En Portland is het thuis van Powell’s Books: de grootste onafhankelijke boekenwinkel ter wereld, waar meer dan een miljoen(!) boeken te vinden zijn. (Eén vakantiedag in Portland is bij deze volgepland 😉 )

Door Cacophony – zelf gefotografeerd, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3637482

Dat vormt een leuke aanleiding om de eerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog te organiseren!

Dit is het plan:
De komende vier weken ga ik op donderdagen een post plaatsten waarin ik een element meegeef voor een verhaal. Denk aan een plotpunt of een deel uit de personagebiografie. Zo heb je voldoende tijd om lekker te brainstormen over waar dat allemaal naartoe gaat leiden. Handig om je creatieve schrijversbrein mee te kietelen. De verhaalelementen komen op deze pagina op een rijtje te staan.
Na vier weken heb je een basis voor een verhaal. Degene die het mooiste verhaal schrijft, krijgt een souvenir uit de winkel van Powell’s Books 😊

Ik denk nu aan een opschrijfboekje als hoofdprijs, maar als je een ander idee hebt voor een souvenirtje van Powell’s Books, laat dan vooral een reactie achter. Geef deze post een like als je aan de wedstrijd mee zou doen. Deel hem zeker ook, want jouw betrokkenheid heeft invloed op de prijzen! Hoe meer mensen de post liken, hoe meer prijzen ik weg ga geven. De winnaar ontvangt sowieso ook persoonlijke feedback op het ingezonden verhaal.

Als deze post vóór 9 juni minimaal vijf likes ontvangt, gaat de schrijfwedstrijd door. Mocht het licht op groen komen, dan bekijk ik op 17 juni het aantal likes nog een keer en aan de hand daarvan maak ik op 20 juni ik het aantal (troost)prijzen bekend.

Update 26 mei: het minimumaantal likes is binnen een dag al behaald. Dank jullie wel allemaal! Blijf deze post delen en spoor andere schrijvers aan hem te liken. Dat kan de prijzenpot vergroten 😀

Update 20 juni: De prijzenpot is bekend: het blijft het eerder genoemde opschrijfboekje uit Powell’s books. Daarbij krijgt de winnaar feedback op het ingezonden verhaal.

Word jij de winnaar van de allereerste schrijfwedstrijd van verhaalentaal.blog?

Wedstrijdvoorwaarden:

* Eén inzending per persoon
* Je verhaal is maximaal 3000 woorden
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 20 juni 2022 tot en met 11 juli, 17.00 uur
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: Portland Pen.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Update 6 juli: gezien het aantal inzendingen dat ik tot nu toe heb ontvangen, verwacht ik de uitslag maandag 18 juli bekend te kunnen maken. Mocht ik op het laatste moment onverwacht veel inzendingen krijgen, dan zal ik hier een update geven over een herziene uitslagdatum.

P.S.

Je kan tijdens mijn vakantie nog steeds iedere week een nieuwe schrijftip lezen. Ik zorg ervoor dat ze tijdig worden ingepland 🙂

Schrijven over de beleving van je hoofdpersonage

Je hoofdpersonage is de held van je verhaal. Je schrijft precies hoe hij alles meemaakt en hoe intens zijn belevenissen en herinneringen zijn. Maar daar ligt een valkuil op de loer: je schrijft te vaag omdat je meer uitgaat van de beleving van je held dan de beleving van de lezer. Hoe ziet dat er in de praktijk uit en hoe kan je dat voorkomen?

Kijken in het hoofd van je narratieve held

Omdat het verhaal om je held draait, krijgt de lezer de wereld door zijn ogen te zien. Het maakt daarbij niet uit of je in de de ik-vorm of de hij-vorm over je personage schrijft. Ik kon mijn ogen niet geloven en Pia kon haar ogen niet geloven heeft hetzelfde effect: het hoofdpersonage Pia weet niet wat ze ziet. Ook in de derde persoon is het duidelijk dat Pia ongeloof ervaart.
Het mooie van een hoofdpersoon is dat deze de lezer uitnodigt om samen met hem of haar de fictieve wereld of het fictieve leven dat wordt geleefd te ontdekken. Als vanzelf ga je dan ook schrijven hoe je personage de wereld inkijkt, zich voelt of zich dingen herinnert. Oftewel: je gaat schrijven over de beleving van je personage.

De persoonlijke beleving van je personage

Beleving is een mix van herinneringen en persoonlijke associaties, waartussen een samenhang bestaat. Zintuigelijke waarnemingen kunnen een extra tintje daaraan geven, maar zijn niet noodzakelijk onderdeel daarvan. Een voorbeeld:
Een van je fijnste jeugdherinneringen is dat je met je lievelingsoom naar de kermis ging en dan altijd een oliebol van hem kreeg. Dat kan tot de overtuiging leiden dat een oliebol de lekkerste traktatie op de wereld is en de kermis een gezellige plaats. Voeg daar nog zintuigelijke waarnemingen aan toe – de geur van versgebakken oliebollen, het harde lawaai van de attracties en de mooie flikkerende lichtjes- en de beleving wordt nog levendiger.

De kermis wordt een echte beleving door de verschillende dingen die je ermee kan associëren.

Als schrijver kan je in de valkuil trappen dat je de samenhang tussen herinneringen en de persoonlijke associaties vergeet uit te werken voor de lezer. Jij weet immers al veel van het personage af en je enthousiasme kan je vermogen om rustig en logisch na te denken nogal eens aan de kant zetten. Om het verschil duidelijk te maken tussen een scène die te ‘enthousiast’ is en een scène die goed werkt, volgt hier een casus: het reuzenrad van Inas.

De enthousiaste scène

Lucille was dolblij toen ze zag dat er een reuzenrad op het plein stond. Ze rende er meteen op af om een ritje te maken. Sinds die ene keer dat ze met reuzenradfan Inas een ritje had gemaakt en zij tranen van dankbaarheid in haar ogen had gekregen, omdat Lucille een ritje met haar had gemaakt, was Lucille dol geworden op de attractie. Ze hoopte altijd nogmaals zo’n mooi moment te beleven zoals destijds met Inas.

Het is duidelijk dat Lucille een mooi moment beleeft en dol is reuzenraden. Maar de lezer weet hier veel te weinig over dat ene ritje met Inas om het enthousiasme van Lucille echt te begrijpen. Jazeker, er waren tranen van dankbaarheid, dus dat belooft wat. In dit geval beloof je inderdaad iets, maar kom je die belofte niet na. Je moet immers wel een extreme fan zijn van reuzenraden om ontroerd te raken bij alleen al het vooruitzicht op een ritje. Dankbaarheidstranen zijn mooi, maar desondanks zeggen ze op zichzelf nog veel te weinig om de lezer ook deelgenoot te maken van die ontroering.

Lees nu de logische scène en je snapt Lucilles enthousiasme voor het reuzenrad.

De logische scène

“Een reuzenrad, daar ben ik dol op!” Inas keek verrukt en hoopvol naar haar mede-uitwisselingsstudenten. Wie wil mee een ritje maken?” Lucille vond dat een leuk idee, net als Alexa. Maar haar tien andere klasgenoten van het uitwisselingsprogramma schudden hun hoofd. Lucille hoopte dat Inas niet te teleurgesteld zou zijn, maar ze haalde eenvoudigweg haar schouders op. Binnen drie maanden was iedereen zo hecht geworden als levenslange boezemvrienden. Inas al helemaal, als een van de gangmaaksters van de groep. Haar nog steeds stralende blik getuigde van het feit dat ze allang blij was dat twee van haar goede vriendinnen mee de hoogte in wilden gaan.
Toen de gondel op zijn hoogste punt stilstond, keken Lucille, Alexa en Inas zwijgend naar de twinkelende lichtjes van de kerstmarkt onder hen. Lucille voelde een heerlijke rust over zich neerdalen en was blij dat Alexa en Inas de schoonheid van deze stilte net zozeer leken te waarderen en wisten dat woorden tekort zouden schieten. Totdat Inas zonder haar blik af te wenden van de lichtjes aarzelend en met schorre stem zei: “We hebben geen kerstmarkt in Portugal.” Even keken Lucille en Alexa elkaar bezorgd aan. Toen Inas’ ogen vochtig werden, kromp Lucilles maag ineen. Het zou nog wel even duren voordat de gondel weer beneden zou zijn. Zouden zij en Alexa Inas nog minutenlang kunnen troosten als ze echt zou instorten? Maar toen keek Inas Lucille en Alexa stralend aan, terwijl de tranen over haar wang
en liepen.
“Ik had veel van mijn uitwisselingavontuur verwacht, maar dat het zo fantastisch zou zijn… Ik voel me zo bevoorrecht dat ik jullie allemaal heb mogen ontmoeten en zo’n diepe band met jullie heb opgebouwd. Dank jullie wel…”
Lucille en Alexa herhaalden die laatste woorden, inmiddels ook met vochtige ogen. Toen ze het reuzenrad verlieten, leek Lucille nog minutenlang hoog in de lucht te zweven Het drietal voegde zich weer bij de groep en bleef herhalen dat ze niet wisten wat ze hadden gemist. De anderen wuifden die woorden weg: “Dat zal wel meevallen, hoor…”
Acht jaar later stond Lucille in de rij om een kaartje te kopen voor een reuzenrad, aan de andere kant van de wereld, wederom met tranen in de ogen. Nee, de groep meiden wist absoluut niet wat ze toentertijd hadden gemist…

Nu pas is dat reuzenrad net zo fantastisch voor de lezer als voor Lucille.

Nu je weet wat Lucilles beleving echt inhoudt, wordt de scène daadwerkelijk beeldend. Herlees de te enthousiaste scène. Zie je welke informatie de lezer daarin mist en van welke onterechte voorkennis werd uitgegaan?

Checklist voor belevingen schrijven

Er is een aantal vragen die je jezelf kan stellen om te controleren of de beleving van je personage te enthousiast of logisch is. Is het antwoord op onderstaande vragen ja, dan is je verhaal te enthousiast. ‘Nee’ geeft aan dat je goed bezig bent.

* Geef je sfeeromschrijving voorrang boven duidelijkheid?
* Ga je ervan uit dat je lezer automatisch met je hoofdpersoon meeleeft?
* Schrijf je kort(er) omdat je bang bent de scène te lang te maken of te veel inhoud te verklappen?

Dit lijstje is niet zaligmakend, maar helpt je wel met inschatten. Veel plezier met schrijven!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage nieuwsgierig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage nieuwsgierig is?

Noodzaak van nieuwsgierigheid

Een verhaal mag niet stilstaan, wil het een beetje vlot lezen. Daarom is een nieuwsgierig personage erg handig, zo niet een noodzaak. Als het personage continu iets nieuws vindt om zich over te verwonderen, over na te denken of desnoods over te roddelen, dan heb je altijd materiaal om over te schrijven. Maar weet wel in wat voor mate en op wat voor manier je personage nieuwsgierig is. Er is een groot verschil- ook voor je plotverloop!- tussen iemand die graag nieuwe dingen ontdekt en iemand die altijd en overal zijn neus in andermans zaken meent te moeten steken.

De nieuwsgierige ontdekker

Dit personage is op een gezonde manier nieuwsgierig. Een kleuter is hier het schoolvoorbeeld van. Een vrolijk kindje is een aangename verschijning en raakt niet uitgepraat over wat het vandaag weer op school heeft geleerd. Dat geeft een eindeloze stroom aan onderwerpen waar je over kan schrijven. Pas bij dit personage op dat je de onderwerpen of gebeurtenissen in het plot (op tijd) afbakent. Je kan nu eenmaal niet over twintig verhaallijnen gaan schrijven in een boek.
Niet alleen kleuters zijn ontdekkers: je personage kan ook gewoon van alles en nog wat willen weten of meemaken.

De roddeltante

Hoewel moreel gezien niet het beste personage, is ook de stereotype roddeltante fijn om mee te werken. Door alle roddels die ze hoort, vraagt de lezer zich af wat er van waar is, wat er gaat gebeuren en hoe dat afloopt. Dé formule voor een pageturner!
Er is wel voorzichtigheid geboden bij dit personage. De informatie die ze vergaart kan:

* In hoeveelheid te veel zijn voor de lezer om nog een logisch geheel van te maken: de zogenoemde infodump.
* Verwarrend werken, als de lezer niet weet wat van de roddels waar is en wat niet. Dat kan narratief gezien uitstekend werken als je het goed uitwerkt. Heb je daar wat meer moeite mee, dan kan je verhaal een rommelig geheel vormen.
* Te veel weggeven. Probeer maar eens met een plottwist te komen als alle informatie al voorhanden is… Doseer je informatie dus goed.

MacGuffin

Of je personage nu op informatie uit is, of die toevallig hoort op een van de ontdekkingstochten, nieuwsgierige personages trekken relatief makkelijk een MacGuffin aan. Dat is een voorwerp of een stukje informatie dat het plot op gang kan houden of een zetje kan geven. Vergelijk het met een letterlijk, fysiek puzzelstukje dat je personage op de grond ziet liggen en het zó op kan rapen om de figuurlijke puzzel (van het plot) in één keer op te kunnen lossen of er mee verder kan gaan. Een goed voorbeeld is ‘toevallig’ iemand iets horen zeggen als je langsloopt en er een deur op een kier staat. Af en toe mag dat gebeuren, maar continu is niet de bedoeling. Laat het personage desnoods een keer een boek lezen in plaats van rondlopen, of het theekransje bij de damesrodddelclub missen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: de kinderdroom van je personage

Kinderdromen zijn optimistisch, groots en in een bepaald opzicht erg naïef. Maar ze kunnen je ook leren waar de diepste wensen van je personage liggen. Als kind leer je vroeg of laat dat de wereld niet zo mooi is als je hoopt. En toch houden we ook als volwassene een bepaalde hoop of idealen. En uit idealen worden waarden geboren. Oftewel: als je de kinderdroom van je personage weet, leer je zijn innerlijke verlangens en de beweegredenen beter kennen en kan je de personagebiografie verder uitwerken.

Inspiratie van de oefening

De documentairefilm Human inspireerde mij tot het maken van deze schrijfoefening. Met dank aan het interview met Argus. Als antwoord op de vraag: ‘wat is de betekenis van het leven’ zegt hij: “Dat je niet uit het oog verliest wat je als (onschuldig) kind in de wereld wilde zien, zoals een wereld zonder bedelaars, waarin iedereen gelukkig is.”

Toegegeven: ik moet het eerste (jonge) kind nog tegenkomen dat zegt dat hij later de politiek in wil vanwege de macht die je dan soms hebt. Hij zou ook niet meer rijk willen zijn als je zou zeggen dat je dan misschien -hoewel niet altijd- anderen daarvoor uit moet buiten. Jonge kinderen hebben simpelweg een incompleet -of naïef zo je wil- wereldbeeld.
Maar tegelijkertijd: zeg als volwassen activist wat je de wereld uit wil vechten -of dat nu armoede, kinderarbeid of oorlog is- wat wordt er dan wel eens gezegd? “Doe niet zo kinderachtig. Dat is niet mogelijk.” Noem me pietluttig, maar ik vind de woordkeuze voor ‘kinderachtig’ erg veelzeggend, zowel letterlijk als figuurlijk.

Casus Argus

Laten we Argus uit de clip ook als casus nemen. Zijn kinderdroom om armoede uit de wereld te helpen, kan een goede show don’t tell zijn. Vooral omdat hij zich afvraagt waar die kinderdroom -of boodschap zoals hij het noemt- toch is gebleven.
Als je het jongetje Argus had gevraagd wat hij nog meer zou willen zien in de wereld, zou hij omdat hij een kind is waarschijnlijk ook nog dingen hebben gezegd als geen oorlog, geen dierenleed en geen ziekte. En toch geeft de volwassen Argus het voorbeeld van de bedelaar. Hij zegt ook letterlijk: “Je ziet de bedelaar niet meer en je stopt erom te geven.” Dit geeft twee belangrijke dingen aan. Hij vindt het vreselijk dat mensen/volwassenen minder geven om de medemens en hij vindt waardigheid van een medemens een groot goed. Anders zou hij dit voorbeeld niet benoemen met deze bitterzoete toon.

Je zou dit kunnen vertalen naar twee kernwaarden:
* Leed moet worden erkend in plaats van genegeerd;
* Behandel iedereen met waardigheid, ongeacht afkomst of mogelijke problemen.

Dit zou je al kunnen vertalen naar een mogelijk beroep dat bij hem past: hospik.

Kinderen zullen minder snel terugdeinzen om te handelen als ze iets als noodzakelijk goed zien.
Foto: Bastogne Medic, door Jeroen Koppes via werkaandemuur.nl

Nuance in de schrijfoefening

Hospik is misschien iets te makkelijk als een ideaal beroep voor Argus. Ik moet het eerste jonge kind nog tegenkomen dat zijn schouders ophaalt als het ziet dat iemand pijn heeft. Maar de meeste kinderen willen ook graag piloot (de wereld ontdekken) onderwijzer (kennis opdoen en delen) hondentrainer (liefde voor dieren) en ouder (uit liefde voor hun eigen ouders) worden. De onderliggende redenen zijn ofwel een teken van gezonde ontwikkeling of inherent aan het onschuldige kind-zijn. Waarom wil dan zowel de jonge als de volwassen Argus eerder zorgen voor dan ontdekken? Omdat zorg dragen voor een ander dan net iets hoger in het vaandel staat dan honger naar kennis.
Bij het bedenken van de kinderdroom is nuance dus nodig, maar je kan ook bedenken wat de allerliefste wens of de diepste drijfveer van je is van je personage is of zou zijn als hij maar wist hoe hij dat doel daadwerkelijk kon bereiken. Net zoals een kind nog denkt dat die mogelijkheden er (zouden moeten) zijn. ‘Ja maar’ is iets wat een kind niet zo snel zou zeggen als je naar een doel of wens vraagt.

Waarden in de praktijk

Zodra je deze waarden uit de kindertijd in kaart hebt gebracht, kan je ze vaker gebruiken dan je misschien denkt. Iedere keer als je personage een belangrijke beslissing moet nemen, of twijfelt tussen twee waarden die erg belangrijk voor hem zijn, helpen de waarden uit de kindertijd een wellicht lastige beslissing te nemen. Zodra je de waarden in een versus-constructie naast elkaar moet zetten, geven de kinderdromen misschien net dat zetje dat je nodig hebt:

KinderdroomOptie 1 Optie 2
Geen armoedeEen bedelaar eten geven of geld (met het risico dat het niet aan eten opgaat).Niets aan de bedelaar geven: misschien koopt hij er wel drugs van.
Gerechtigheid voor iedereenJe mond opendoen tegen discriminatie als je het ziet gebeuren.Je mond houden als je denkt: misschien loop ik gevaar of mis ik een deel van het verhaal.
Iedereen is gelukkigIemand uitnodigen voor een feestje als je weet dat die eenzaam isEen eenzaam iemand niet uitnodigen voor een feestje: wat zal de rest van de genodigden zeggen als je deze persoon meeneemt?

Kinderen zouden doorgaans voor optie 1 kiezen, volwassenen voor versie 2.
Ter verdediging van volwassenen: je hebt ratio nodig in het leven, anders kan je evengoed schade aanrichten, roekeloos worden of verkeerde dingen teweegbrengen voor jezelf of voor andere betrokkenen.
Ter verdediging van kinderen: als je niet durft te dromen en daarna wil of kan handelen, verandert er nooit iets. Ook niet wanneer dat nodig is.

Een beslissing op basis van het al dan niet volgen van een kinderdroom kan je vertellen hoe makkelijk een personage weer opstaat na het vallen in een centraal conflict: dat doe je makkelijker met een duidelijk doel voor ogen. Het zegt ook veel over de moed van je personage: je zegt niet snel ‘ja maar’ als je een moedig besluit neemt. Als je personage de moed opgeeft, loopt het verhaal tijdelijk vast. De kinderdroom kan je zo een idee geven over de grootste angst van je personage of wat de crisis en de ramp kunnen vormen uit het save the cat schema.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.