Zo verwerk je elementen uit je leven in je fictieve verhaal

Als je een verhaal gaat schrijven kom je vroeg of laat tegen dat je iets van je privéleven in je verhaal verwerkt. Dan staat er iets op papier waarvan je je beseft: dit is gebaseerd op persoon X of gebeurtenis Y in mijn leven. Dat is niet erg. Sterker nog: zonder je privéleven een beetje in je verhaal te verwerken, kom je nergens. Maar hoe zorg je ervoor dat je privéleven of je persoonlijke voorkeur niet de overhand krijgt?

De wereld als referentiekader voor fictie

Je kan alleen over de wereld schrijven als je weet hoe die er globaal uitziet of wat daarin gebeurt. Je hoeft niet per se iets meegemaakt te hebben om erover te kunnen schrijven, maar een basis van achterliggende gedachten moet je wel begrijpen. Je hoeft geen oorlog te hebben meegemaakt om te snappen hoe angst voelt. Je bent misschien nooit bang geweest dat er een bom op je huis valt, maar je bent vast wel eens bang geweest om een geliefde te verliezen (of dat nu door een dodelijke ziekte kwam, of omdat je bang was na een emigratie contact te verliezen).
Hierdoor is het onvermijdelijk dat er zo nu en dan ervaringen of echte personen uit jouw leven (incognito) in je boek verschijnen: ze vormen je broodnodige kader waardoor jij de echte wereld begrijpt en daardoor een andere wereld kan scheppen. Denk aan:
* Omdat jij verliefd bent geweest, kan je de vlinders in de buik van je personage adequaat beschrijven;
* Je hebt -tot je enorme spijt- iemand gepest. Daarom kan je nu beschrijven hoe jouw personage berouw voelt omdat hij iemand heeft opgelicht;
* Je hebt altijd in een voetbalteam gespeeld. Daarom kan je het groepsgevoel en de teamspirit van een vriendengroep extra goed beschrijven;
* Omdat je als kind van gescheiden ouders moest kiezen tussen wonen bij je vader of moeder, kan je sympathiseren met een personage dat niet tussen twee aanbidders kan kiezen. Hoe kies je tussen twee mensen van wie je houdt?

Opvallende vergelijkingen met realiteit en fictie

Negen van de tien keer ben je je er niet van bewust waarom je iets ‘kan’ schrijven, omdat de meeste ervaringen die je opdoet, naadloos verweven raken met het dagelijks leven of hoe je tegen de wereld aankijkt. Maar er zijn gebeurtenissen of mensen die (ten goede of ten kwade) je wereld op zijn kop zetten. Dan kan je de behoefte krijgen om iets van je af te schrijven, iets of iemand te wreken, te straffen of te eren. Geef de betrokken personen een andere naam, geslacht, leeftijd, uiterlijk of een andere favoriete hoed en voilà! Voor je het weet heeft een bestaand persoon een persona in je verhaal gekregen. Zodra je dit doet, is het hoe dan ook verstandig om extra alert te zijn op de noodzaak van kill your darlings.

Pas op dat je persoonlijke voorkeuren niet in flinterdunne schrijfsels veranderen.

De schrijvers favoriet

Op een bepaald moment sluipt er een bestaande persoon(lijke herinnering) in je verhaal. Probeer dat niet koste wat kost te vermijden; dat gaat simpelweg niet. Je moet er alleen voor waken dat het andere uiterste niet gebeurt. Stel dat je je opa in het verhaal wil verwerken omdat hij jouw wijze mentor was. Bijna elk verhaal heeft een archetype mentor nodig om het hoofdpersonage op weg te helpen. Opa kan dus gerust (als mentor) in je verhaal komen. Maar als opa dol was op vissen, moet je ervoor waken dat opa in zijn mentorrol hoe dan ook als visser terugkomt.
Als zijn kleinzoon een veelbelovend advocaat is die een belangrijke beslissing moet nemen over zijn carrière, is het nogal riskant om opa de doorslaggevende raad te laten geven tijdens een middagje vissen:
* Opa is geen advocaat, dus waarschijnlijk weet hij te weinig van het inhoudelijke beroep om échte raad te kunnen geven.
* De onliner-raad die alles oplost (‘Ach lieverd, volg gewoon je hart, dan komt alles goed’) is een cliché.
* Als opa zo makkelijk alle problemen weet op te lossen, degradeer je hem van wijze mentor tot magic pixie. Dat doet het centraal conflict van de kleinzoon geen goed. Bovendien wordt opa als mentor een stuk minder indrukwekkend.

Hoe gekoesterd de herinnering ook zal worden, het is niet logisch dat Kleinzoon hierdoor ineens voorgoed beseft waarom hij beter naar het belang van zijn cliënten kan kijken dan een zak goud na te jagen.

Het vermommen van non-fictie in fictie

Zorg ervoor dat er een balans is tussen fictie en non-fictie. Om het non-fictieve element te kunnen behouden en je verhaal kloppend te houden, moet je ze gaan vermommen. En dat houdt niet op bij opa’s visserspak in te ruilen voor een stropdas van een advocaat. Dat kan, maar dan loop je het risico dat het alsnog geforceerd overkomt en de verwijzing er te dik bovenop ligt.
Als je iets uit het echte leven terug wil laten komen in je boek, kijk dan heel globaal wat die herinnering, ervaring of persoon bij je teweeg heeft gebracht. Kijk nog eens naar de voorbeelden uit de eerste alinea, naar je verhaalthema en naar je algemene verhaallijn en probeer dat vervolgens te combineren.

Macht is het thema van Kleinzoon Advocaats verhaal. Opa de Visser moet hem als mentor aansporen om humaniteit boven macht te verkiezen, door een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Grofweg kan je dan twee dingen doen:
* Je plaatst de levenslessen in context van Kleinzoons wereld: de mentor is een collega-advocaat, die een subtiel trekje van opa heeft -ze houden allebei buitengewoon veel van gerookte zalm-. Deze collega laat Kleinzoon veel pro deo zaken doen om zijn nederigheid te bewaken;
* Je plaatst de levenslessen in de context van Opa’s wereld, en laat Kleinzoon de inzichten als een aha-erlebnis de vertaalslag naar zijn advocatenbestaan maken: Opa en Kleinzoon gaan op gecombineerde vis-kampeervakantie, waar het aan alle luxe ontbreekt. Daardoor gaan Kleinzoon en Opa ‘back to basics’ wat betreft menselijk contact. Als Kleinzoon deze herinnering veel gaat koesteren, kan hij makkelijker beseffen dat mensen gelijkwaardig behandelen belangrijker is dan geld en roem najagen.

Heb je hulp nodig bij deze taak? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Heb ik het in me om een getalenteerde schrijver te worden? Beantwoord deze vier vragen en je weet het

Het is een prangende vraag van veel beginnende schrijvers: “Ben ik getalenteerd genoeg om gepubliceerd te worden?” Daar is helaas geen pasklaar antwoord op. Toch kan je een aardig idee krijgen of je aanleg hebt voor schrijven door onderstaande vragen te beantwoorden.

1. Wanneer vind je jezelf getalenteerd genoeg?

Voordat je jezelf gaat afvragen of je getalenteerd genoeg bent, moet je voor jezelf duidelijk hebben wat dat voor jou betekent. Wil je hoogstaande literatuur schrijven of ben je al tevreden als je verhalen kan schrijven die vlot genoeg zijn voor het plaatselijke huis-aan-huisblad? Bepaal eerst eens wat voor jezelf ‘getalenteerd genoeg’ betekent voordat je je druk gaat maken om wanneer de rest van de wereld dat ook vindt.

2. Kan je het idee van een checklistje loslaten?

“Als ik maar tien verschillende schrijftechnieken (of dertig, of…) kan toepassen, dan ben ik getalenteerd.”
Helaas is er geen checklistje dat je kan afvinken om te zien of je ‘goed schrijven’ onder de knie hebt. Het kunnen toepassen van schrijftechnieken is één ding, inzicht hebben in het hoe en wat daarvan is het volgende. En inzicht is niet of nauwelijks te toetsen met een meetbaar afvinklijstje.
Zodra je weet dat goed schrijven niet middels een afvinklijstje na te gaan is, toon je tekenen van schrijfinzicht. Dat schrijfinzicht is een teken dat je aanleg hebt voor schrijven.

3. Kan je feedback ontvangen?

Aanleg hebben voor schrijven is niet genoeg. Als je echt getalenteerd wil worden, moet je feedback kunnen ontvangen. Je hoeft het niet met feedback eens te zijn. Soms is bepaalde feedback ook niet terecht. Feedback geven is net zo’n kunst als ontvangen, ook dat kan niet iedereen. Negeer persoonlijke aanvallen en mensen die jouw fantasy willen veranderen in een romantisch verhaal, alleen omdat zij liever zwijmelen dan nieuwe werelden ontdekken.
Als de feedback wel terecht is in opzet, moet je in staat zijn om te zien waar de feedback op berust is en of je inderdaad iets kan verbeteren. En zo ja, hoe en waarom dan? Geeft de feedback aan dat een bepaalde schrijftechniek beter zou passen? Dan is de hamvraag of jij begrijpt waarom deze suggestie wordt gedaan. Jij bepaalt vervolgens of dat voor je verhaal werkt of niet. Maar je moet wel kunnen herleiden waarom iemand iets al dan niet prettig vindt lezen. Dat is onderdeel van dat cruciale schrijfinzicht dat je nodig hebt om van je aanleg je talent te maken.

4. Blijf je nuchter en heb je zelfreflectie?

Als je geen feedback kan verwerken zoals hierboven omschreven of die zelfs niet wil horen, kom je als schrijver niet ver. Ook al heb je het talent van een Stephen King, Nicholas Sparks of J.K. Rowling, er zal geen enkele uitgever met je willen samenwerken als je te hoog van de toren blaast. Besef dat de wereld er niet is om je schrijverswerk alleen maar aan te prijzen. En dat je (nog) niet de nieuwe Stephen King bent. Is je eerste neiging is om nadrukkelijk uit te leggen waarom je iets hebt geschreven zoals je dat gedaan hebt in plaats van te kijken naar wat er inhoudelijk eigenlijk voor suggesties worden gegeven? Of zeg je iets als: “Dat is jouw mening, niet de mijne. Ieder zijn meug,” dan zijn dat rode vlaggen. Als schrijver heb je talent, maar zeker ook nuchterheid en zelfreflectie nodig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een schrijfcoach naar je tekst laten kijken om te zien of je tekst in orde is? Kijk dan eens in mijn webshop.

Verwachtingen van het schrijverschap

Als je schrijver wil worden, moet je een balans vinden tussen droom en realiteit om het schrijven leuk te houden. Waar moet je rekening mee houden als je ultieme droom is om met je boek je brood te verdienen?

De droom: bestsellerauteur worden

“Ik wil schrijver worden.” Iedereen die dit heeft gezegd, heeft wel een dagdroom als deze gehad:

Tien seconden voordat de boekenwinkel opengaat, hoor je vanachter de signeertafel een enthousiaste menigte op straat die aftelt tot het moment waarop de deuren opengaan. Naast je ligt je dure vulpen die je speciaal voor signeersessies bewaart. Je zal de inkt vandaag vaak moeten aanvullen. Na sluitingstijd ga je heerlijk uit eten met je familie om de publicatiedatum van je nieuwe boek te vieren. Daarna vertrek je naar je schrijvershuisje in Zuid-Frankrijk om zes maanden aan je nieuwe boek te werken, totdat deze signeersessie zich weer herhaalt.
“Drie, twee één: jáá!” De grote schare fans loopt op je toe en vormt een rij tot buiten de boekenwinkel. De hele dag zie je niets dan glimlachende gezichten en om de zoveel tijd houd je de hand vast van mensen die je met tranen in de ogen bedanken voor het feit dat jouw boek hun leven heeft veranderd.

De signeertafel: een prachtig doel, maar het blijft voor velen een droom. Foto door cottonbro op Pexels.com

De realiteit: onbetaalde maanden achter je laptop

Dat beeld blijft helaas de meeste aspirant schrijvers een droom. Ja, J.K. Rowling werd eerst bij twaalf uitgevers afgewezen en heeft met Harry Potter een miljardenimperium opgebouwd. Er zijn echt wel schrijvers die (alsnog) doorbreken en daar een (dik belegde) boterham mee verdienen. Maar bedenk wel: zijn dit soort verhalen uniek of hoor je die elke week? Er zijn maar weinig getalenteerde schrijvers die alleen van boeken schrijven kunnen rondkomen. Meestal moeten ze er nog een baan bij nemen. Als je een gemiddeld schrijversloon omrekent naar een uurloon, werk je maandenlang zo goed als onbetaald. Dat komt voor een groot deel door de wet op de vaste boekenprijs.

Wet op de vaste boekenprijs

In Nederland is er de wet op de vaste boekenprijs. Die bepaalt dat je als auteur 10% van de verkoopprijs van je boek aan royalties (salaris) krijgt. Per verkocht exemplaar, niet per tienduizenden die gedrukt gaan worden.
Als je debuteert bij een traditionele uitgever, worden er meestal rond de vier-tot vijfduizend exemplaren van je boek gedrukt. Reken maar uit: als je boek voor €15,95 wordt verkocht, verdien je daar hoogstens 7975 euro mee. Dat is een aardig salaris voor drie maanden. Maar je hebt een boek niet binnen drie maanden geschreven, bij een uitgever binnen, gepromoot en volledig ‘uitverkocht’. De slushpile uitkomen kan al een halfjaar duren. Bovendien lukt dat niet eens altijd…

De realistische droom: promoten, promoten, promoten…

Als je een van de geluksvogels bent die wel bij een uitgever binnenkomt en daar ook mag blijven, kan je gaan signeren, bij talkshows aanschuiven… Alles waar je al van droomde. Maar die droom wordt misschien iets minder rooskleurig zodra je weet dat je dat waarschijnlijk veelvoudig moet gaan doen. Zodanig veel dat je als fulltime romanschrijver misschien minstens net zo vaak achter een camera of microfoon zit dan achter je typmachine. Je zal je sociale media net zo vaak bijwerken als de personagebiografie van de hoofdpersoon van je nieuwe boek. Met andere woorden: bereid je voor dat je mogelijk meer tijd moet besteden aan promoten dan aan schrijven als je doorbreekt.

Wat wil je als beloning: voldoening of roem?

Als je gaat schrijven met de intentie om door te breken, is het erg belangrijk dat je onthoudt dat je droom er een is van velen. Je moet beschikken over geluk, talent, doorzettingsvermogen, hoop en realiteitszin. Dat is nogal dubbelop: je moet altijd blijven dromen om ergens naartoe te kunnen werken, jezelf te ontwikkelen, en de motivatie, lol en de hoop erin te kunnen houden. Maar blijf je ambities zien als een droom, niet als een garantie.
Je moet niet bang zijn om hard te werken voor je droom en te durven hopen, maar je moet er ook voor waken dat je daardoor uit het oog verliest waarom je schrijft (en niet acteert, zingt, kookt of iets anders waar je rijk en/of beroemd mee kan worden.) Oftewel: ga bij jezelf na of je niet (meer) schrijft vanwege het plezier, maar voor de gewenste roem.

Het schrijft hoe dan ook fijner, leuker en makkelijker als je schrijft voor de voldoening die het je geeft. Zo kan je heerlijk ingaan in het creatieve proces, heb je ongeacht het resultaat een goed gevoel zodra de puntjes op de i zijn gezet en schrijf je veel makkelijker omdat het niet koste wat kost ‘moet’. Of dat nu is vanwege de roem of een beoogde verandering van je carrière. Het werkt fijner om altijd ergens veel plezier en een sprankje hoop te houden. Stel je je blijdschap eens voor als doorbreken dan inderdaad lukt! Die is veel oprechter dan wanneer je jezelf al rijk rekende, maar ondertussen mopperend aan je boek zat te werken, omdat je er al geen lol meer in had…

Zolang je dit vrolijke, motiverende koffiekopje naast je laptop hebt staan tijdens het schrijven, zit je goed 😉

Schrijven met roem als uitgangspunt kan drie zeer nadelige gevolgen in de hand werken:
* Het kan op een grote teleurstelling uitlopen als je niet wordt gepubliceerd;
* Je kan een blinde vlek ontwikkelen voor feedback verwerken. Als jij jezelf al als de Grote Schrijver ziet, kan je ongemerkt je ego zodanig gaan voeden dat je meent niets meer fout te kunnen doen.
* Je schrijfplezier kan eronder lijden. Je geniet minder van het schrijfproces omdat je alleen maar ongeduldig wordt: Wanneer kan ik nu eindelijk eens naar een talkshow? Was ik maar alvast klaar met dit verdraaide verhaal…

Kortom: als je niet teleurgesteld wilt raken als beginnend schrijver: droom veel, verwacht weinig en probeer de voldoening van het schrijven altijd je uitgangspunt te laten zijn. Vergeet niet nuchter te blijven en aan gezonde zelfreflectie te doen.

Wil je het schrijfproces niet alleen aangaan? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop voor mogelijkheden voor manuscriptredactie.

Drie redenen om je niet te laten leiden door je eigen voorkeuren tijdens het schrijven

Beginnende schrijvers zijn vaak zo enthousiast over het schrijven zelf, dat ze zich soms een beetje mee laten slepen. Als schrijver kun je in theorie doen en laten wat je wil met je verhaal. Maar als je te veel aan dat idee vasthoudt, kan je verhaal veel vaart verliezen. Jammer, want je verhaal komt waarschijnlijk beter tot zijn recht als je het algemene verhaalbelang voorrang geeft.
Voordat we gaan kijken waar je op moet letten om niet te dicht op je eigen verhaal te zitten: houd altijd het principe van kill your darlings in je achterhoofd. 

1. Je snapt je eigen personages beter

Als je niet per se twee geliefden met elkaar wil laten eindigen, maar kijkt of ze wel bij elkaar passen, heb je beter in de gaten wat je personages voor mensen zijn. Zijn ze introvert en extravert en passen ze daarom niet zo goed bij elkaar? Hebben ze elk individueel totaal andere dromen in het leven, of andere ideeën over wat je met je spaargeld moet doen, hoe je kinderen op moet voeden…. Dit soort dingen moet je afzonderlijk voor elk personage weten, want dit kunnen belangrijke drijfveren zijn. Als je je meer bezighoudt met een bepaalde afloop dan met de drijfveren van je personages, wordt de kans groter dat ze eendimensionaal worden.

Een uitgestippelde weg naar ´En ze leefden nog lang en gelukkig ´werkt soms goed, soms juist niet. Denk na voordat je iets doet.

2. Je thema blijft stevig 

Een verhaalthema geeft een verhaal meer diepgang. Gaat het verhaal vooral over angst, kinderloosheid, een gelukkig huwelijk, of een ontdekkingstocht? Ongeacht wat je thema is, je moet bepaalde dingen in verschillende vormen laten terugkomen. Als je thema verraad is, kan je personage of diens partner vreemdgaan. Het is dan ook verstandig om iets als het verklappen van een geheim, diefstal door een vriend of dubbelspionage terug te laten komen. Dit verraad hoeft er niet meteen duimendik bovenop te liggen om het thema duidelijk te maken, maar je moet wel aan je (terugkerende) thema denken.
Als je te veel denkt aan je eigen voorkeur, kan het verhaal als anticlimax aanvoelen: “Ja, mijn thema is verraad, maar deze vrienden moeten elkaar hoe dan ook door dik en dun steunen.” Waar gaat je verhaal dan nog over? Verraad, vriendschap, beloftes…? Je thema en je verhaal kan vaag worden als je je er vanwege een bepaalde voorkeur te makkelijk van afwijkt.
Afstand nemen van je verhaal kan ervoor zorgen dat het indrukwekkend blijft. Werk desnoods een kleiner blijk van je thema uit: de vrienden hoeven elkaar niet te verraden met de dood tot gevolg. In plaats daarvan kan er een de ander voor een paar honderd euro oplichten. 

3. Je leert beter naar je tekst te kijken

Als je niet je eigen voorkeur, maar je verhaal zelf op de eerste plaats zet, leer je beter te kijken naar wat je schrijft. Hoe kom je tot bepaalde standpunten, plotuitwerkingen en zelfs eigen voorkeuren over hoe het verhaal moet (af)lopen? Als je bij al deze dingen je vraagtekens zet, groeien je schrijfinzicht en schrijfvaardigheden, omdat je het belangrijk vindt dat je een goed verhaal schrijft. Vervolgens ga je ook kijken hoe je dat moet doen. Als je slechts schrijft naar aanleiding van je eigen (inhoudelijke) voorkeur, voel je waarschijnlijk minder aanleiding om je verhaal eens goed onder de loep te nemen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een professionele blik op je tekst? Kijk dan eens in mijn webshop.

Hoe schrijf je een goed begin van je boek?

Ga aan de gang! Dat is de gouden regel voor een goed begin van je boek. Of beter gezegd: zet iets in gang. Als je dat in je achterhoofd houdt, ontwijk je al een hoop valkuilen voor een slecht begin. Wat zijn die valkuilen en hoe schrijf je wel een goed begin van je boek?

Wat zijn slechte introducties van verhalen?

Er is een aantal dingen die erop wijzen dat je verhaal met een cliché of een storende schrijfwijze start:
* Een (pagina’s lange) infodump;
* Een personage dat zijn dag begint (en daarbij in de spiegel kijkt, waardoor zijn uiterlijk duidelijk wordt);
* Alledaagse gesprekjes met andere personages, zoals over het weer;
* Een personage wakker laten worden uit een droom die bol staat van de symboliek.

Elk van deze manieren zorgt op een bepaalde manier voor een onnodig langzame start van je verhaal.

Hij mag langzaam zijn, de start van jouw verhaal niet.

De introductie-infodump

De infodump is zowel voornamelijk bekend als berucht omdat hij vaak komt opdagen in de eerste pagina(‘s). Wat maakt zo’n infodump eigenlijk zo fout? Het is alsof je dit tegen je lezers zegt: ‘Oké, dit is de eerste bladzijde, dus het verhaal gaat beginnen. Maar voordat het verhaal gaat beginnen, moet je eerst drie pagina’s lezen, voordat de échte eerste pagina begint. Verwarrend, nietwaar? Zo leest een infodump eigenlijk ook: een lezer denkt aan het verhaal te beginnen, terwijl die zich eigenlijk eerst door een aantal pagina’s informatie over het personage heen moet worstelen. Wanneer begint het verhaal dan? Waar gaat het verhaal dan over, of waar gaat het heen?
Daarom werkt een introductie-infodump zo slecht. Als je de lezer belooft met een verhaal te beginnen, moet je dat ook doen. En dat doe je niet door informatie te geven. Daarvoor moet je je verhaal in gang zetten.

Zet het verhaal in gang

Er zijn verschillende manieren om een verhaal in gang te zetten. Zo kun je al dan niet een in medias res schrijven. Je kan net iets meer aandacht besteden aan de gedachten van je personage dan aan de situatie waarin hij zich bevindt, of andersom. Hoe dan ook moet er een aantal dingen snel duidelijk worden. Hier volgt een aantal dingen waar je uit kan kiezen om als leidraad te volgen. Niet alles hoeft (of kan!) in een keer worden uitgewerkt, maar het is wel verstandig om een aantal van deze opties te combineren. Zo is je verhaal meteen vanaf het begin interessant.

Wat is je personage voor iemand?

Zodra je begint met schrijven, heb je waarschijnlijk al een (begin van) een personagebiografie gemaakt. Daarin staan talloze dingen over wat je personage doet vindt, kan en wenst. Het ene is voor jou als schrijver handig om als ‘extraatje’ te weten, andere dingen vormen je personage tot wie hij is en wat hem uniek maakt. Het werkt goed om een aantal van deze elementen vroeg in je verhaal te verwerken. Als het essentieel voor het verhaal is dat je personage erg bang is aangelegd, laat hem zich dan bijvoorbeeld een hoedje schrikken bij het minste of geringste geluid of laat haar zes keer haar tas controleren voor ze deur uitgaat: heeft ze alles wel bij zich? Ze zweet al bij het idee dat ze iets vergeet. Merk op dat deze voorbeelden erg van elkaar verschillen. Je moet weten wat voor jou(w personage) een bepaalde karaktertrek precies inhoudt. Onthoud dat het extra belangrijk is om in deze eerste pagina’s met show don’t tell te schrijven. Als je hier niet meteen laat zien dat je beeldend kan schrijven, zal je lezer je boek na die eerste paar pagina’s waarschijnlijk wegleggen.

Is dit wat je bedoelt met angstig, of bedoelde je iets heel anders? Maak dat meteen duidelijk, anders heeft je lezer een te vaag beeld van je personage.

Wat is de comfortzone en hoe wordt die bedreigd?

In elk verhaal wordt een personage uit zijn comfortzone gehaald; het is een voorwaarde om het centraal conflict in gang te zetten. Het centrale conflict levert de spanning van het verhaal en de groei van je personage. Daarom is het verstandig in in het begin van je boek te schrijven wat de comfortzone is, zodat de lezer een duidelijk ‘startpunt’ heeft. Je personage voelt zich prima bij de rol als eeuwige single. Als hij dan onder druk wordt gezet om op Tinder te gaan of gewoon verliefd wordt, weet de lezer dat dat een uitdaging voor hem vormt.

Verklap al iets over het mogelijke conflict

Met het vaststellen van de comfortzone kan je niet meteen het centrale conflict starten. Dan klopt je schema van save the cat niet meer en wordt het tempo te snel. Je kan echter wel al enkele hints geven. Als je personage absoluut niet wil denken dat zijn auto ingenomen wordt door schuldeisers, laat dan blijken dat dat misschien toch kan gebeuren. Laat een grote stapel onbetaalde rekeningen op de tafel zien aan de lezer of een dierbare zorgen uiten over de financiële situatie. Let wel op: dit soort onthullingen zijn gevoelig voor foreshadowing.

Wat, waarom en hoe wordt er iets in gang gezet?

Neem bovenstaande punten en je bevindingen daarvan mee in de uitwerking van je begin. Zorg ervoor dat je weet waarom je voor bepaalde uitwerkingen hebt gekozen. Je weet wat je ermee duidelijk wil maken: wat je personage voor iemand is, waar hij door uitgedaagd wordt en wat hij moet doen om zijn heldenreis te starten. Als je iets geschreven hebt, kijk of je dan antwoord krijgt op de volgende vragen:
* Wat gebeurt er?
* Waarom gebeurt (uitgerekend) dit (op dit moment)?
* Hoe zet dat andere dingen in gang?
Je moet op al deze vragen antwoord kunnen geven. De lezer hoeft alleen op de eerste vraag antwoord kunnen geven, niet op de andere twee. Dan geef je te snel te veel weg. Maar jij als schrijver moet het weten om zo een duidelijk begin en structuur aan je verhaal te geven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van het begin van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Vier voordelen van het verhaal schrijven waar je blij van wordt

Als je begint met het schrijven van je eerste verhaal, kan een website vol met schrijftips nogal overweldigend zijn. Hoe schrijf je en waarover? Als je aan je schrijversreis begint, is er veel te leren en te ontdekken. Het is verstandig om als beginnend schrijver in de overvloed aan schrijftips er eentje als leidraad te nemen: schrijf wat je wil schrijven. Hier volgen vier redenen waarom. 

1. Schrijven wordt snel moeilijker

Hoe meer je je in de schrijverskunst gaat verdiepen, hoe moeilijker het wordt. Je zal vele schrijftechnieken leren kennen die je jezelf eigen moet maken. Dat is een heel proces. Zolang je nog weinig tot niets weet van schrijftechnieken, heb je nog een enorm voordeel: je weet niet beter, dus je schrijft gewoon zoals je denkt dat het moet, niet zoals het volgens het boekje hoort. Geniet daarvan zolang dat nog kan: laat datgene wat in je hoofd zit moeiteloos uit het toetsenbord rollen. Als je je druk gaat maken om wát je moet schrijven, bijvoorbeeld iets populairs om een groot lezerspubliek te trekken, maak je van schrijven iets lastigs voordat je goed en wel begonnen bent.

2. Meningsverschillen zullen altijd blijven 

Het is belangrijk om te schrijven wat je wil schrijven, omdat je toch nooit iedereen voor je kan winnen. Mensen hebben nu eenmaal zeer uiteenlopende meningen en voorkeuren. Ook al ben je een influencer die bepaalde maatschappelijke waarden uit kan dragen en dus een ‘voorloper’ is, er blijft altijd een groep over die niet overstapt op jouw waarden of de laatste trends. Zo zou je een pleidooi kunnen houden dat elke vrouw voortaan bikini’s zouden moeten dragen omdat je een voller lichaam niet zou hoeven verbergen. Misschien kun je een verandering in lichaamsbeeld teweegbrengen, maar dat wil niet zeggen dat je iedereen daarmee aanspreekt. Zo kan een conservatieve gelovige niets hebben tegen een voller lichaam, maar vindt die het gewoon niet gepast om met veel ontblote huid rond te lopen. Andersom zal diezelfde gelovige nooit die influencer kunnen overhalen om juist het badpak weer wat hipper te maken. En het is beide personen goed recht om te vinden wat ze vinden. 

3. Schrijven moet leuk blijven

Als je aan een verhaal begint, ben je er maanden, soms jaren intensief mee bezig. Dat is hoe dan ook lang. Stel je eens voor hoeveel langer dat gaat aanvoelen als je over iets schrijft wat je zelf niet interessant vindt of zelfs maar wil schrijven omdat je er niet achter staat.
Hoe groot je lezerspubliek ook zou worden, het is het niet waard je plezier in schrijven daarvoor op te offeren. Schrijven wordt een uitdaging. Als die uitdaging dan ook nog eens oninteressant, vervelend of zelfs storend voor je wordt, doe je jezelf alleen maar geweld aan. Schrijven moet wel leuk blijven…

4. Een schrijversstem ontwikkelen

Zodra je een meer geoefend schrijver bent, ga je een schrijversstem ontwikkelen: datgene waar je je als schrijver mee onderscheidt tussen die talloze anderen en succesvol kan worden. Die schrijversstem moet groeien door wat jij als schrijver leert. Iets schrijven wat je niet wil schrijven, blokkeert dit proces. Als je dus schrijft omwille van het idee: “Ik wil de volgende (vul hier de naam van een succesvol auteur in) worden, dus schrijf ik over dezelfde dingen”, dan ontwikkel je jouw schrijversstem niet. 
 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Toch nog hulp nodig met het schrijven van je boek? Kijk eens in mijn webshop.

De doorgeslagen trope: zo wordt een trope vervelend

Tropes zijn essentieel voor een verhaal. Werk ze goed uit om clichés te voorkomen. Maar soms valt een trope verkeerd, zonder dat het per se een cliché is. Of zelfs zonder dat een schrijver dat zelf wil. Hoe kan dat en hoe kan je dat voorkomen?

Tropes door de tijd heen

Wat belangrijk is om te onthouden is dat een trope zelf geen standaard invulling heeft. Een vrouw die carrière maakt is een trope. Of ze dat doet door hard te werken of door het aan te leggen met de hoge heren van het bedrijf, dát is de invulling ervan. De invulling van een trope is aan populariteit onderhevig. Neem de trope van het lelijke eendje.
Verschillende decennia geleden kon je talloze films kijken en boeken lezen over het onaantrekkelijke, nerdy meisje dat plotseling de knapste jongen van de school kon krijgen, zodra ze haar bril en beugel thuisliet en een hippere garderobe uitkoos. Die trope zal nu bij de meeste mensen niet meer in goede aarde vallen. Maar de lelijke-eendje-trope is daarmee niet verdwenen: het nerdy meisje zal nu misschien toch met de knappe populaire jongen aan kunnen pappen als zij hem bijles geeft. Dan komt hij erachter dat een goed stel hersens ook best aantrekkelijk kan zijn.

Wie weet waarover zij met haar knappe vriend aan het chatten is… 😉 Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Een oude trope onderuit gehaald

Wat je de laatste jaren veel ziet, is dat de ‘nieuwste standaarden’ van bepaalde tropes zich vooral ontwikkelen om de ‘oude standaarden’ onderuit te halen. Dat gebeurt omdat de oude tropes vaak storend zijn: ze botsen vaak met de huidige algemeen maatschappelijke overtuigingen. Neem het lelijke eendje: de boodschap dat een meisje zich voor een jongen mooi hoort te maken alvorens ze ‘recht’ heeft op sjans is niet meer van deze tijd. Dus wordt de trope als het ware omgedraaid: de populaire jongen valt uiteindelijk toch voor het nerdy meisje en haar uiterlijk is daar uitgesproken niet de oorzaak van: dat is haar intelligentie. Zo kan een trope een nieuwe associatie oproepen, of kunnen er totaal nieuwe tropes ontstaan.

Nieuwe tropes, nieuwe problemen

Waar het met nieuwe tropes mis kan gaan, is dat ze teveel aandacht vestigen op hoe nieuw (en daarmee hoe verademend) ze zijn. Ze zijn zo bezig met afstand nemen van de oude moraal, dat er twee dingen vaak voorkomen:
* Ze worden hypocriet;
* Ze worden gedegradeerd tot irritante moraalridders in plaats van van mogelijk inspirerende middelen om een discussie te starten of gaande te houden. De trope wordt het daarmee het belangrijkste van het verhaal, in plaats van het bouwsteentje voor een verhaal dat een trope hoort te zijn.

De hypocriete trope

Het duidelijkste voorbeeld van een hypocriete trope is een bepaalde invulling van de ‘sterke vrouw’: Ze heeft geen man nodig om de held van het verhaal te zijn en leidt een internationaal bedrijf. De gedachte achter deze trope is vaak: ‘Het werd wel eens tijd dat sterke vrouwen meer op de voorgrond komen, want de jaren vijftig en het aanrecht als enige recht van de vrouw is nog niet zo lang geleden. Vrouwen kunnen ook stoer en sterk zijn.’
Tot zover is alles oké. Maar dan wil de trope té graag bewijzen dat de vrouw – in tegenstelling tot de ‘oude rol’ van de vrouw- zich niet laat definiëren door een man en vooral niet zwak is. De vrouw krijgt een hoge positie, blaft alle mannen af en geeft ze nooit het woord in de vergaderingen: ‘want jullie mannen zijn nog niet zover vooruit in het maatschappelijk gedachtegoed als vrouwen; jullie bijdrage is onbelangrijk.’
Uh… wat was er ook alweer zo storend aan de oude trope waarin een man een hogere positie bekleedde dan een vrouw…?

Als dit het vereiste voor een vrouwelijke baas zou zijn, werk ik liever voor een man…

Nog een voorbeeld is de ‘beste vriend’ die geen relatie heeft met een vriendin en zegt dat ze zich goed door mannen moet laten behandelen. Dan valt de vriendin op Joe Sixpack. Beste Vriend blijft maar doorgaan over hoe ‘dat soort mannen’ vrouwen slecht behandelen en dat ze een domme tut zou zijn om met ‘zo’n type’ te daten.
Toevallig is deze Joe lief voor zijn vriendin: hij mag dan wel een wasbordje hebben, hij zegt in ieder geval niet dat ze een domme tut is als ze met een bepaald type zou daten…

De moraalridder

Een ‘nieuwe trope’ kan zo overweldigend worden ingezet ten opzichte van het verhaal dat die niet langer een boodschap overbrengt, maar een moraalridder wordt. Als jij zegt dat je een vrouw als de slechterik-schoppende held niet per se een interessant verhaal vindt, kan je worden beschuldigt van ‘sociaal maatschappelijk achterlopen’, omdat je vrouwen niet de voorgrond wil geven. Terwijl dat het punt helemaal niet was: jij vond het gewoon niet oké dat de trope het verhaal ging overnemen. Je wil een vrouw zien die een centraal conflict aangaat. Niet een vrouw die als Mary Sue met pistolen uitgerust een hele terroristenbende stopt.

De hypocriete trope voorkomen

Je kan de hypocriete trope vrij eenvoudig voorkomen: vergelijk het oude niet met het nieuwe. Concentreer je op wat jouw trope volledig zelfstandig uit moet dragen. Als je iets uitwerkt op zo’n manier dat je lezers ermee weglopen, is er geen noodzaak om beter te zijn dan een ander verhaal, trope of personage. Dan heb je je doel namelijk al bereikt: dat je tekst je lezers raakt. Bovendien kan je de trope zo creatief blijven invullen. Ja, je vrouw mag nog steeds de superheldin zijn. Maar hoezo is ze dat niet meer als ze als huisvrouw met één doodziek kind en nog drie andere kinderen een huishouden draaiende kan houden? Dat is ook sterk! Maar dat zou volgens de ‘nieuwe trope’ bijna niet meer mogen, want de vrouw moet immers nooit (financieel) afhankelijk zijn van een man…
Als je tropes niet meer met elkaar vergelijkt, zal jouw trope ook geen moraalridder worden, omdat die niet als doel heeft om te overtuigen, maar om te inspireren.


Ik zal niet zo’n vervelende vrouw zijn als die in het voorbeeld als je me inschakelt voor manuscriptredactie 😉 Kijk eens in mijn webshop.

Drie redenen om je personage eens goed bang te maken

Het is handig om je personage in je opschrijfboekje verschillende dingen te laten meemaken die niet in je boek gebeuren. Zo leer je hem beter kennen. Laat je personage eens een heel angstig moment doorleven en je zal versteld staan wat je over hem leert. 

1. Waar is je personage bang voor?

“Je moet je kind één uur alleen thuislaten.”
De moeder met een pasgeboren, zieke baby zal dit idee erg eng vinden. De moeder van een tiener zal haar schouders ophalen: “Dat redt-ie echt wel, hoor…”
Het lijkt een open deur, maar als je niet weet waar iemand bang voor is of bang van zou worden, weet je ook niet waarmee je diegene bang kan maken. En dat is belangrijk om te weten voor een schrijver: angst kan een aanleiding zijn om een comfortzone te verlaten en daarmee een verhaal te starten. 

2. Welke hulpbronnen spreekt je personage aan?

Als je personage daadwerkelijk met zijn angst geconfronteerd wordt, zal hij proberen deze angst als een probleem op te lossen. De oplossing is per situatie verschillend, maar het kan zijn dat je personage als eerste impuls naar dezelfde hulpbron of aanpak neigt. 
“Ik schrijf wel een blanco cheque uit om mijn advocaat de aanklacht die tegen mij is ingediend af te handelen, mocht ik worden beschuldigd van fraude.” / “Ik betaal een huurmoordenaar om mijn stalker om te leggen als ik word bedreigd.” (Geld lost het probleem wel op.)
“Ik zoek zelf wel naar een nieuwe baan als ik die kwijtraak.” / “Ik vraag mijn vrienden niet om hulp bij het vinden van een nieuwe woning als ik dreig mijn huis uitgezet te worden.” (Ik kan of moet alles zelf oplossen.) 
“Ik vraag mijn vrienden om mijn heimelijke liefde namens mij op date te vragen als ik dat zelf doodeng vind.” / “Ik vraag mijn vrienden om me te helpen om de sollicitatiebrief na te kijken als ik bang ben onprofessioneel en onkundig over te komen.” (Anderen kunnen mij helpen.) 
Deze (eerste) keuze zegt veel over je personage. Of hij zijn eigen verantwoordelijkheid neemt of niet, of hij afhankelijk of zelfstandig is en welke mate van trots hij heeft. Deze bevindingen kunnen je helpen bij het uitwerken van het karakter van je personage.

3. Hoe sterk is de ruggengraat van je personage?

Om een verhaal boeiend te houden, moet je personage vroeg of laat zijn comfortzone verlaten. Dat kan betekenen dat hij zijn angsten onder ogen moet zien. Hoe hij dat vervolgens doet, zegt veel over hem. Probeert hij waar het kan de schuld of de verantwoordelijkheid van de aanpak van het probleem naar een ander te schuiven? Is hij na twee keer spreekwoordelijk vallen al te veel van zijn stuk gebracht om nog op te kunnen staan en moet hij dan (al) geholpen worden door iemand om zijn angsten te kunnen overwinnen? Of is hij juist iemand die zo gehard is dat hij blijft vechten tot hij niet meer kan? 
Als je weet hoe veerkrachtig je personage is, weet je hoeveel en wat voor tegenslagen je hem moet geven om je verhaal interessant te houden. De tegenslagen moeten in evenwicht zijn met hetgeen wat je personage aan doorzettingsvermogen kan opbrengen. Geef je te weinig tegenslag, dan is je verhaal niet spannend genoeg. Is de tegenslag te heftig voor je personage, dan moet hij noodgedwongen zijn heldenreis voortijdig stoppen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of je je personage bang genoeg hebt gemaakt? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Schrijversoefening: de gewenste nachtmerrie

Je personage heeft wensen en dromen. Dat is een goed begin van een personage-uitwerking. Je weet dan hoe je een centraal conflict in gang kan zetten: een heldenreis kan beginnen met het doel een droom na te jagen. Maar als je je personage in je opschrijfboekje juist gaat pesten, dan kun je nog meer over je protagonist te weten komen. Uitgangspunt: pas op met wat je wenst, want die wens zou maar eens uitkomen…

Wat zegt een wens over je personage?

Als je je personage wil leren kennen, is het belangrijk om te weten wat zijn wensen en dromen zijn. Zo weet je wat je personage als doel heeft en dus ook wat hij veel zal doen. Als hij dokter wil worden, zal hij gaan studeren. Als ze professioneel turnster wil worden, zal ze veel in de sportschool te vinden zijn.
Onze aankomende dokter is dus waarschijnlijk ook slim, onze turnster moet veel met voeding en beweging bezig zijn. Zo heb je een oppervlakkig begin van het doen en laten van je personage. Maar erg diepzinnig worden die bevindingen niet.

De nachtmerrie die een hartenwens blootlegt

Als je de wens van je personage vervult op een manier die je personage niet wil, dan kom je te weten wat de kern van de hartenwens is.
Naoko’s hartenwens is om moeder te worden, te trouwen en een huisje te krijgen voor haar gezinnetje.
Oké, prima, dan doen we het zo:
Je staat op het punt uitgehuwelijkt te worden, maar dan blijk je zwanger van een buitenechtelijk kind. Daarom verstoot je familie jou. Je trouwt met de vader van het kind, maar vrijwel niemand van de familie erkent je huwelijk, omdat het gemengd is. Je krijgt een eigen huis: een krot in het stadsdeel waar enkel andere uitgestotenen wonen. (Gedeelte van het plot van de roman: Het meisje in de witte kimono. Een leestip voor als je deze schrijfoefening in de praktijk wil zien.) Je wens is vervuld, Naoko, alsjeblieft. Maar dit wilde ze natuurlijk niet. Dit is eerder een nachtmerrie dan een wens.

Je wilde in je eentje een boswandeling maken? Ga je gang…

Wat schiet je hiermee op als schrijver die een personage aan het ontwikkelen is? Het leert je dat concrete wensen van een personage eigenlijk een soort invulling zijn van een breder verlangen.
Neem de wens een moeder te worden. Waarom wil je personage zo graag moeder worden? Daar kunnen veel verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld:
* Ze is dol op kinderen;
* Ze wil een nalatenschap hebben;
* Ze vindt dat dat hoort bij vrouw en/of echtgenote zijn.

Laten we zeggen dat jouw personage moeder wil worden omdat ze een nalatenschap wil achterlaten op de wereld. Dat kan door kinderen te nemen, maar ook door bijvoorbeeld:
* een bedrijf te starten;
* een boek te schrijven;
* een nieuwe politieke visie te verkondigen.

Kortom: om de ‘diepliggende wens’ in vervulling te laten gaan, zijn kinderen niet de enige optie. Maar in die behoefte om nalatenschap kan je wel het mogelijke archetype van je personage zien. In dit geval zal deze vrouw een creator kunnen zijn: zelfexpressie staat bij dat archetype hoog in het vaandel. Creativiteit ook. Hé, misschien is zij ook wel een kunstenares…
En wat zal iemand die expressie belangrijk vindt nog meer nastreven, voor meningen hebben of voor afkeuren hebben? Als je de diepliggende wens eenmaal weet, kun je eindeloos verder brainstormen over wat voor iemand je personage nog meer is.

Vaardigheden en omstandigheden van je personage ontdekken

Je personage moet omgaan met deze ‘gewenste nachtmerrie’ die je hebt uitgewerkt. Hoe kan of doet hij dat?
Denk hierbij aan dingen als:
* Onderneemt je personage actie, wordt hij verlamd door angst of blijft hij hangen in een slachtofferrol? (Dit had mij niet mogen overkomen en daar ben ik zo boos over, dat ik nu verbitterd blijf mokken. Van dat mokken maak ik mijn comfortzone.) Dat zegt iets over het algemene karaktertrekken van je personage. Hij is een doorzetter, paniekerig aangelegd of geeft (te) snel op;
* Heeft hij de financiële middelen om uit de problemen te komen? (Kan hij een advocaat inschakelen, een nieuwe woning huren, de ziekenhuisrekening betalen?)
* Heeft hij de intelligentie/ kennis of zelfstandigheid om een actie te kunnen ondernemen? (Ga maar iets oplossen als je niet weet wat er aan de hand is. Of als je blut bent en nog nooit een rekening hebt betaald omdat de persoonlijke assistent van je stinkend rijke familie dat altijd deed.)
* Wie kan en durft je personage om hulp te vragen? Dit zegt iets over het sociale vangnet dat je personage (niet) heeft. Ook vertelt het of je personage voldoende assertief is, of misschien te trots;
* Is je personage standvastig of juist flexibel?

Gaat je personage koste wat kost proberen om de oorspronkelijk gekoesterde wens in vervulling te laten gaan? Of geeft ze uiteindelijk op en zoekt ze een manier om geluk te zoeken in de omstandigheden zoals ze nu zijn?

Pak maar vast je post-its erbij: je zal met veel nieuwe en korte inzichten komen als je deze oefening doet.
Schrijf op wat je te binnen schiet, beperk jezelf niet. Het is een oefening: niets hoeft in je boek gebruikt te worden en alles wat je tegenkomt, is een potentieel nuttige bevinding.

Verhaalthema bepalen

Als je al het bovenstaande te weten komt, kan je je bevindingen samenvoegen tot een verhaalthema. Daar kan je dan andere gebeurtenissen of personages over schrijven. Als je gaat schrijven over ontplooiing, kan je je personage een extra cursus laten volgen. Of een vriend of vriendin in het verhaal schrijven die je protagonist aanspoort om grenzen te verleggen.
Het is het beste om als geheel je personage een verhaal te geven waarin er balans is tussen de nachtmerrie in je opschrijfboekje en de wensvervulling die je personage heeft. Dan is je schema van save the cat uiteindelijk goed in balans. Uiteindelijk zal deze schrijfoefening je als je als het goed is ook kennis over je gehele verhaal moeten geven, niet alleen over je personage.

Heb je hulp nodig met je verhaal en het bepalen van het verhaalthema? Kijk eens in mijn webshop.

Drie redenen voor een schrijver om eens andere genres te lezen

Iedereen heeft een voorkeur voor een bepaald genre. Als je een ander soort boek leest dan je normaalgesproken zou doen, kan je veel leren. Wat zal je op gaan vallen wanneer je andere genres leest?

1. Overeenkomsten binnen genres

Hoe veel genres ook van elkaar verschillen, verhalen hebben altijd bepaalde elementen gemeen. Er is een hoofdpersonage met een heldenreis, er zijn archetypes in een verhaal te vinden, het plot is volgens een bepaalde structuur opgebouwd…. Als je dat soort elementen niet alleen opmerkt in het genre waar je vertrouwd mee bent, maar ook in andere genres, is dat een teken dat je schrijfinzicht groeit. Dat is handig, maar dat inzicht moet je wel vergaren. Dat doe je door verschillende genres te lezen. Misschien denk jij: “Ik kan binnen twee tellen een romantisch verhaal volledig ontleden en de toepassing van verschillende schrijftechnieken herkennen, maar geef me een thriller en ik ben de draad helemaal kwijt.” Dan heb je waarschijnlijk geen schrijfinzicht, maar eerder algemene kennis van een genre of een trope.

2. Eenzelfde invulling komt in een ander licht

Als je steeds hetzelfde genre leest, hebben verhalen vaak ongeveer dezelfde strekking. Dan kan je een algemene techniek en een algemene invulling van een verhaal soms voor hetzelfde gaan aanzien. Nee, vallen en opstaan betekent niet altijd dat iemand drie relaties moet hebben gehad voordat de ware uiteindelijk gevonden wordt. Het betekent enkel dat er meerdere dingen fout moeten gaan voordat het einddoel wordt bereikt. Als het hebben en mislukken van relaties een voorwaarde is voor een goed plotverloop, dan zou je geen detective meer kunnen schrijven… Als je dat zo ziet staan, klinkt dat logisch. Maar bij een nieuw genre moet je meer gaan letten op wat dan de elementen van het conflict vormen. Je weet niet waar je alert op moet zijn, wat je nieuwe inzichten kan geven, vooral betreft het verhaalthema. Neem het thema ‘moed’: dan zie je dat moed méér kan zijn dan trouwen met iemand die uit een andere sociaaleconomische klasse komt. In een ander genre is het misschien vluchten voor je partner als die een gewelddadige dronkaard is. Zo zie je in dat schrijven (in welk genre dan ook) niet volgens een bepaald vast stramien hoeft te gaan.

3. Je bedenkt creatievere verhalen

Als je van meerdere genres hebt geproefd kun je een metaforisch nieuw, eigen recept maken met de nieuwe ingrediënten die je bent tegengekomen. In plaats van klakkeloos een genre te volgen, geef je je creativiteit alle ruimte. Je gaat een verhaal over moed schrijven. Uit verschillende genres heb je de volgende observaties genoteerd:
* romance: voor je geluk kiezen in plaats van voor zekerheid;
* oorlogsroman: ten alle tijde humaniteit hoog in het vaandel houden. (Nooit de eerste zijn die schiet omdat je geen medemens wil doden of verwonden, tenzij het echt niet anders kan).
* familiedrama: geen wraak nemen nadat je uit je huwelijk bent gevlucht, ondanks dat je vrouw jou en je kind zwaar heeft mishandeld.
Nadat je je creativiteit de vrije loop hebt gelaten komt daar een uniek concept uit:
Een man en vrouw uit verschillende sociaaleconomische klassen zijn jaren geleden getrouwd. Ze moesten een hoop ellende meemaken voordat hun huwelijk door de families werd geaccepteerd. Jaren later is de vrouw verslaafd en daardoor gewelddadig. De man vlucht met zijn kind om hen beiden te beschermen, maar hij weigert de vrouw zwart te maken of te wreken, om te voorkomen dat ze een nog lastiger leven krijgt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Je kan me inschakelen als schrijfcoach: kijk eens in mijn webshop.