Wat als je personage zijn excuses aan moet bieden?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage excuses aan moet bieden?

Een personage mag niet perfect zijn. Hij moet fouten maken of iets niet kunnen, zodat de lezer zich met hem kan identificeren. Maar je personage kan het evengoed flink verknallen. Hier kan je op letten als je personage een grote fout recht moet zetten. 

Wat is er misgegaan?

Kijk eerst wat er precies is misgegaan. Dat maakt verschil voor de aard en de mate van de excuses die nodig zijn. Je kan de mogelijkheden opdelen in pech, laksheid en bedrog. 

  • Bij pech laat je personage bijvoorbeeld een glas vallen omdat hij schrikt van plotseling vuurwerk. Niks aan te doen; de omstandigheden werkten tegen, of dingen zijn zoals ze zijn.
  • Bij laksheid is je personage niet opzettelijk gemeen, maar had hij iets wel kunnen voorkomen als hij iets oplettender was geweest: als je eerder was opgestaan, had je de trein niet gemist. 
  • Bij bedrog doet je personage iets wat niet hoeft en waarvan hij weet of had kunnen weten dat dat verkeerd valt bij de ander. Van iets relatiefs kleins tot schelden in een ruzie tot vreemdgaan of moorden: bedrog is iets gemeens. 

Excuses voor pech hebben meestal de minste voeten in de aarde, gevolgd door laksheid en bedrog.

Vervolg voor het plot 

Excuses die het waard zijn om een scène of langer aan te wijden, hebben een vervolg voor het plotverloop. Spijt kan zelfs een verhaalthema zijn. Het moment dat je personage iets goed te maken heeft, is meestal een zeer belangrijk punt in het verhaal. Spijt en het verlangen het weer goed te maken vormen soms het begin en einde van een verhaal. (Wat was de vervelende daad van je personage en wordt dat uiteindelijk vergeven?) Als de excuses (of die willen aanbieden) niet aan het begin en het einde zitten, kijk dan of ze wel bij een clue in de drie-aktenstructuur zitten. Een clue belooft een keerpunt in een verhaal. Dat past bij belangrijke excuses. 

Excuses aanbieden 

Als het ongeluk of de vervelende actie nare gevolgen heeft voor degene die de dupe is, moet je personage altijd iets goedmaken, óók bij pech. Het vertrouwen in je personage is zeer waarschijnlijk – al dan niet terecht- geschaad en moet weer worden terugverdiend. Alleen sorry zeggen is dan zelden voldoende. Je personage zal ook nog iets moeten doen. Dat kan iets makkelijks zijn, zoals schadevergoeding betalen. Soms zal je personage keer op keer moeten bewijzen dat hij van karakter is veranderd. Of drie keer naar de voetbalwedstrijd moeten komen kijken omdat hij die ene belangrijke wedstrijd van zijn zoontje heeft gemist. 

Bedenk hoe vergevingsgezind de tegenhanger is en of je personage in staat is om zijn beloofde excuses uit te voeren. En hoe groot zijn de gevolgen (voor de ander?). Dat bepaalt of je personage vergeven zal worden of niet. 

Na het excuus 

Een excuus kan worden aanvaard, maar dat hoeft niet. Hoe dan ook zullen je personages anders naar elkaar kijken. Groeien ze dichter naar elkaar toe of juist van elkaar af, nu dit voorval heeft plaatsgevonden? Vergeet niet om te kijken hoe hun relatie verandert na deze gebeurtenissen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Overromantiseren: zo wordt een verhaal schadelijk

Veel verhalen hebben liefde als belangrijk thema. Dat kan een prachtig verhaal opleveren, maar ook gevaarlijk worden als je liefde vanuit een verkeerde invalshoek bekijkt.

Teken van liefde: de roos en doorns

Een bekend symbool van liefde is de roos. Het is me opgevallen dat die vaak wordt afgebeeld zonder doorns, of dat die er -symbolisch!- afsneden zijn als het bosje bloemen aan de geliefde wordt overhandigd. Niets aan liefde kan nog pijn doen: het is slechts rozengeur en maneschijn. Anders is het toch niet meer romantisch? Wat moet er dan met de boottochtjes bij volle maan en de passievolle vrijscènes?
Deze versimpelde insteek gebruik ik voor de rest van deze blogpost: de doorns van de roos worden te vaak afgesneden om de aandacht maar bij de rozengeur en maneschijn te houden. Zo hoeft de lezer ten behoeve van vermaak er niet aan dat liefde ook vreselijk pijn kan doen. De ander kan verdriet hebben dat je niet op kan lossen, bijvoorbeeld.
Als je iets eerlijk wil schetsen, dan ontkom je er niet aan om de doorns gewoon aan de roos te laten zitten.
Dit betekent niet dat je geen oude vertrouwde zwijmelroman mag schrijven. Vooral doen, want het is heerlijk om op zijn tijd lekker te kunnen wegdromen. Deze blogpost is er vooral voor bedoeld om je bewust te maken van bepaalde blinde vlekken die rondgaan in de schrijverswereld. Dan kan je altijd nog je eigen afwegingen maken. Bovendien gaat het principe van de roos zonder doorns helaas niet enkel op voor het romantische genre…

‘Tenminste’ en ‘alles-is-mooi’

Als je iets onterecht gaat romantiseren, zijn er twee pijlers in het spel. Het begrip tenminste wordt op een gevaarlijke manier gebruikt. En iets onprettigs wordt gezien als iets moois, of wat dat uiteindelijk oplevert. Deze pijlers kunnen worden gecombineerd of afzonderlijk een nare boodschap met zich meebrengen. Uiteindelijk wordt er iets wat gevaarlijk of gemeen is op die manier als iets onschuldigs of gewensts neergezet.

Tenminste

In het geval van ‘tenminste’ wordt de huidige situatie met een andere vergeleken. Vervolgens wordt er geconcludeerd dat het allemaal niet zo erg is. Relativeren kan goed zijn, maar niet als je daardoor een dringend probleem niet oplost of een hachelijke situatie niet uit de weg gaat of -nog erger- wenselijk gaat vinden.
* Ja, mijn kind groeit op in armoede en heeft daardoor soms geen eten, maar ik zie het tenminste nog. Dat is beter dan het kind zijn van een rijk gezin dat geen aandacht krijgt omdat pa en ma te druk zijn met de zaak. Ik geef mijn kind nog liefde. (Maar dat verandert niets aan het feit dat je kind niet altijd te eten heeft. Vind je dat oké dan….?)
* Ja, ik word af en toe hard geslagen door mijn vriend. Maar wij hebben tenminste nog wekelijks fantastische seks. Ik hoor van jou dat jullie het hoogstens nog maar eens per maand doen. (Ik zou liever wat minder seks hebben dan continu rondlopen met pijnlijke blauwen plekken, schat…)
‘Tenminste’ is als blind zijn voor de doorns terwijl je erdoor wordt geprikt.

Niet zo erg hè? Tuurlijk…

Alles-is-mooi

Alles-is-mooi is de pijler die iets naars vanuit een hele enge invalshoek benadert: dat het eigenlijk iets moois is. Vanuit het principe van ”Wat romantisch!” of ”Zo is het toch nog mooi” worden er dingen verheerlijkt of zelfs aangemoedigd terwijl er in werkelijkheid talloze -luide- alarmbellen zouden moeten afgaan en er onmiddellijke actie vereist zou zijn.
* Hij verlangt zo naar me dat hij zelfmoord zou plegen als ik op iemand anders zou vallen. Dan zou zijn leven geen nut meer hebben, zei hij! (Waarschijnlijk zware depressie, chantage en iemand dreigt een (zelf)móórd te plegen. Iemand moet 113 bellen!)
* Hij belt me zes keer per dag om te vragen waar ik ben als hij niet bij me is, hij kan niet zonder mij (stalkeralarm!)
* Oh, ik heb ooit een zware burn-out gehad. Maar nu heb ik het licht gezien, ben ik een ander mens en geniet ik van het leven. (Maar je bent niet voor jezelf opgekomen en hebt waarschijnlijk geen grenzen aangegeven. Als je dat wel had gedaan, had je niet maandenlang een hoopje ellende hoeven zijn. Een burn-out krijgen is geen schande, doen alsof dat een welverdiende medaille is, is dat wel. Een burn-out is iets vreselijks, dus doe niet alsof dat een laatste en noodzakelijke stap is naar een gelukkig leven. Zo moedig je een bepaalde vorm van passiviteit aan bij een serieuze en ernstige situatie.)

Alles-is-mooi is alsof je doet alsof de doorns van de roos zijn gemaakt van donzige veren die iedereen zou moeten willen aanraken, ook al haal je daarmee je vingers open.

Een verhaal met echte doorns

Om een verhaal een stevige basis te geven en spannend te houden, moet je de doorns niet voor iets anders aan gaan zien, of ze helemaal afknippen, zodat je niet gewond kan raken. Je moet ze zien als een mogelijke manier om je te verwonden om vervolgens een manier te vinden om die doorns af te snijden. Met andere woorden: laat je personage zoeken naar oplossingen, laat hem een paar keer falen en vervolgens groeien: ziedaar het centraal conflict, een randvoorwaarde voor een goed verhaal.

Dit is een echte roos: met doorns en al!

”Zonder jouw liefde zie ik geen andere uitweg dan zelfmoord plegen…”
”Goeie genade, ik bel onmiddellijk een psycholoog!”
Bedenk wat er vervolgens allemaal gebeurt: een intensief therapeutisch traject, waarbij trauma’s uit het verleden moeten worden verwerkt. Dat levert de nodige spanning binnen de relatie op. Ongetwijfeld sneuvelt er eens een vaas in alle emoties en vraagt het stel zich af of ze wel samen verder moeten. Als ze dat uiteindelijk lukt, is dat einde veel meer belonend en het verhaal veel spannender dan wanneer iemand geen actie onderneemt en ‘romantisch’ toekijkt hoe een van de twee naar de verdoemenis wordt geholpen.
Iets overromantiseren komt erop neer dat je personages laat toekijken vanaf de zijlijn (bij iets ernstigs), terwijl die dan juist middenin het verhaal horen te staan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.











Zo schrijf je een Karen: de vrouw met voorrecht

Karen is de laatste jaren enorm populair geworden in memes. Het is een witte vrouw die om zeer kleine dingen enorme stennis schopt. Maar Karen is ook de naam van een trope voor een bevoorrechte en vaak ook racistische vrouw. Wat is een Karen en hoe kan je haar slechte kanten ook in andere personages naar voren laten komen?

Drie kenmerken van een Karen

Laten we eerst naar de meme-Karen kijken. Je kan haar binnen een paar tellen herkennen aan drie basiskenmerken. Die gaan we verderop uitwerken om van haar geen karikatuur, maar een stevige personagetrope te maken.
* Ze heeft een typerend kapsel.
* Ze wil de manager spreken als de klantenservice haar niet 101% zint.
* Ze belt de politie als ze zich niet veilig voelt. Dat ‘veilig voelen’ is vaak zeer racistisch: Ze kan al het alarmnummer bellen omdat er een zwart persoon naast haar op een parkbankje zit. (Terwijl die persoon alleen maar naar de vogels kijkt of een boek zit te lezen.)

Dit plaatje kwam tientallen keren bovendrijven (waaronder op quora.com, mijn bron). Dat zegt genoeg, toch? 😉

Karens kapsel: teken van voorrecht

Dit kapsel zou je kunnen zien als een symbool van voorrecht. Voor dit kapsel moet je naar de kapper, deze laagjes knip je niet zelf en de highlights zet je ook niet zelf. Een kappersbeurt kost geen honderden euro’s, maar je houdt je haar, je uiterlijk en daarmee je voorkomen wel op orde. En als je daar de (financiële) middelen voor hebt, sta je al hoger op de sociaaleconomische ladder dan iemand die naar de voedselbank moet of dat ‘kappersgeld’ eerder besteedt aan nieuwe schoenen omdat het enige paar dat diegene heeft al gaten in de zolen heeft. Een arm iemand zal waarschijnlijk eerder een paardenstaart als kapsel nemen, omdat de bijbehorende punten relatief makkelijk zelf te knippen zijn en je zo kapperskosten kan besparen.
Hoewel deze beredenering zeer kort door de bocht is, hoop ik dat je zo makkelijker kan onthouden: Karen laat duidelijk merken dat ze iemand is die bepaalde voorrechten tot haar beschikking heeft. Wat typerend is voor Karen is dat ze voorrechten met rechten verwart. Een kappersbeurt blijft hoe dan ook een voorrecht, geen recht. Maar Karen verwart die dingen altijd met elkaar.

De manager spreken

Karens credo? Als je iets doet wat mij niet zint, heb ik het recht om je aan te klagen, want ik heb recht op alles wat mij een zorgeloos leventje bezorgt of dat iedereen mij onvoorwaardelijk bedient. En daarom doet of probeert Karen idiote dingen als:
* obers laten ontslaan als het eten haar niet smaakt;
* een winkelketen aanklagen als ze geen korting meer krijgt als de kortingsperiode al is verstreken.

Het alarmnummer bellen

Karen wil altijd dat alles naar haar zin gaat, kent geen onderscheid tussen recht en voorrecht en staat op een bepaalde hogere trede op de sociaalmaatschappelijke ladder. Het is dus misschien geen verrassing dat ze de neiging heeft om racistisch te zijn: ze belt meteen het alarmnummer als een zwart persoon of een andere minderheid letterlijk of figuurlijk een verkeerde beweging maakt, in plaats van dat ze eerst die persoon aanspreekt of zich überhaupt met haar eigen zaken bemoeit. Iedereen die zich onder haar op de sociaalmaatschappelijke ladder bevindt, kan zich maar beter voor haar bergen.

Karen is zo’n personage dat bij iedereen frustraties oproept.

De angst achter het voorrecht

Karen of andere personages die voorrecht en recht door elkaar halen, zijn vaak bang dat hun uw-wens-is-mijn-bevel-leventje vroeg of laat in duigen valt. De extreme behoefte aan controle en gehoorzaamheid van anderen aan Karen is vaak te herleiden naar het feit dat ze ergens diep vanbinnen weet dat ze niet zelfredzaam zou zijn als haar privileges zouden wegvallen.
Je zou kunnen zeggen dat ze haar hele leven magic pixies om haar heen heeft gehad en dus nooit echt een centraal conflict heeft gehad wat ze zelf aan heeft moeten gaan. Ze is te veel gewend aan haar comfortzone om die te durven of zelfs maar te kunnen verlaten. -In Karens geval is de comfortzone wel degelijk altijd comfortabel-.
Het is voor haar veiliger om kritiek te hebben op anderen vanuit een hogere positie dan iets te veranderen aan het haar leven waar ze iets moet doen dat meer vergt dan alleen maar commentaar hebben vanaf een zijlijn.
Dat maakt een Karen(-achtig personage) een ideale slechterik. De randvoorwaarden van een goede held zijn: laat hem groeien, laat hem vallen en opstaan en een conflict om te overwinnen. Dit weigert een Karen steevast. Ze zet alles naar haar hand om dat maar niet te hoeven. Tel haar gemene karakter bij die onwrikbaarheid op en je lezer zit gegarandeerd met knarsende tanden over haar te lezen.

Karen als een slechterik

Karen is dus een ideale slechterik. Iedereen heeft een hekel aan haar. Een aantal goede voorbeelden van Karens zijn:
* Caroline Burnham uit de film American Beauty; (Let ook eens op haar kapsel)
* Dorothea Omber uit de Harry Potter-serie.
(Als je iemand vindt die deze personages kent en geen hekel aan ze heeft, laat het me weten…)

Karen is onwrikbaar in haar manier van doen. Omdat ze weigert als persoon te groeien en haar comfortzone te verlaten, kan ze niet echt veranderen. Ze is dus niet geschikt voor een heldenrol, maar ze kan wel degelijk een belangrijk moment beleven: als de wereld die zij ‘onder controle’ heeft in elkaar stort, beleeft Karen een fikse inzinking. Daardoor kan het lijken alsof Karen een oppervlakkig personage is, maar schijn bedriegt.
Als je Karen schrijft, hou er dan rekening mee dat ze niet als een Karen is begonnen. Ze heeft door de jaren heen waarschijnlijk veel muren rondom zichzelf gebouwd. Dat betekent dat ze vaak een interessante geschiedenis heeft, al komt die in je verhaal niet naar voren. Als je die geschiedenis serieus neemt, heb je een goed personage, geen karikatuur. Ook al blijft Karen een vreselijk mens.

Schrijf je onbedoeld een Karen? Laat mij het controleren: kijk in mijn webshop.

Het onschuldige en nodige gebrek van je personage: de sigaret

Ieder personage moet een tekortkoming hebben. Op die manier kan je lezer zich makkelijker met hem identificeren. Maar soms is het lastig om een passende slechte gewoonte of eigenschap te vinden. In deze blogpost weeg je af wat je de sigaret van je personage kan maken.

Wat is de sigaret van je personage?

Zie de sigaret als het gebrek of de tekortkoming van je personage die hij moet hebben. Objectief gezien is zijn sigaret wel degelijk iets negatiefs, of in ieder iets wat je liever niet zou zien. Tegelijkertijd is de sigaret ook iets waarvan je kan zeggen: het is nou ook weer niet meteen crimineel slecht.
Ik heb niet voor niets de sigaret als voorbeeld genomen voor dit principe. Iedereen kent de nadelen van roken en iedereen zal het erover eens zijn dat roken niet goed is voor jou, voor anderen of in het algemeen. Tegelijkertijd: zou jij beweren dat iemand die rookt een crimineel is? Waarschijnlijk niet. Zou jij acuut de kinderbescherming bellen als je weet dat de ouders van een kind roken? Dat lijkt me wat overbezorgd.
De sigaret kan je dus zien als een karaktertrek, gewoonte of overtuiging die niet meteen wenselijk is, maar die je personage wel iets geeft om geen Mary Sue te worden.

Een sigaret is soms minder erg dan de eerste associatie die hij tegenwoordig heeft.

Je personage is meer dan een gebrek

De sigaret en de roker zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie een sigaret opsteekt, is een roker. De roker doet op dat moment iets waar steeds meer mensen zich aan storen. Maar dat maakt de roker niet meteen een racist, mishandelaar of een anderszins kwaadaardig mens. Een roker zal je waarschijnlijk wel de weg wijzen als je verdwaald bent, zonder dat je bang hoeft te zijn dat hij intussen je zakken rolt. En als je last hebt van de sigaret, zijn de meeste rokers zonder mopperen bereid om buiten te gaan staan.
Kortom: de roker doet iets slechts, maar het is niet meteen een slecht persoon voor wie je moet oppassen, of die je op basis van die ene gewoonte een ingemene slechterik kan noemen. Het voordeel van een sigaret is dat je een tekortkoming hebt die ook echt als zodanig overkomt. Ja, nagelbijten is ook een tekortkoming, maar zoiets vergeet je al snel als daar vier goede eigenschappen tegenover staan. Een sigaretje opsteken daarentegen schuif je als slechte eigenschap minder snel aan de kant.

Voorbeelden van mogelijke sigaretten

De sigaret is één voorbeeld. Als je personage niet rookt, kan je ook aan dingen denken als:
* Iemand die (zonder grote of gewelddadige gevolgen) vaak drinkt/ dronken wordt;
* Iemand met een zeer grote ecologische voetafdruk;
* Iemand die vaker of liever neemt dan geeft;
* Een vrek. Let op: er is een verschil tussen geen geld willen uitgeven of mensen die bij je komen voor hulp omdat ze in financiële nood zitten willens en wetens in de kou laten staan omdat je geld wil besparen. Daar zit een aantal ‘gradaties van slechtheid’ tussen die je niet zomaar mag overslaan in je beredenering wat iemand slecht maakt.
Hou die gradaties in je achterhoofd als je gaat bedenken wat de mogelijke sigaret van je personage kan zijn.

De noodzaak van een personage met een onschuldig gebrek

Zoals je vast wel weet, is het noodzakelijk dat je een bepaalde balans hebt van goed en slecht in je verhaal. Als je een personage met een sigaret hebt, kan dat personage je protagonist de broodnodige spiegeling geven die je held nodig heeft om te groeien. Spiegelen kan twee dingen inhouden: zorgen voor een evenwicht tussen goed en slecht of reflectie.
Met spiegelen doel ik nu vooral op wat de lezer kan opmerken aan symbolieken en het verhaalthema. Ziet de lezer bijvoorbeeld dat je personage dol is op pasteltinten en dat dat haar zachte karakter weerspiegelt? Of (heel cliché) dat de held blond is met blauwe ogen en de slechterik in het zwart gekleed gaat?
Met reflectie bedoel ik iets wat je personage aan dit soort dingen op kan vallen. Deze hele blogpost over de metaforische sigaret is een trucje voor jou als schrijver, maar dat is iets wat je personage zelf óók zou kunnen merken.

Vroeg of laat moet je held beseffen dat hij (nog) iets moet leren of dat hij zo zijn tekortkomingen heeft. Dat is belangrijk voor het centrale conflict: leren hoort bij vallen en opstaan. Zelfreflectie kan moeilijk zijn en dan is het makkelijk als je een zetje krijgt. Het is niet zo moeilijk meer om te zeggen dat je nog iets moet leren, iets niet kan doen of iets gewoon niet bij je past als er iemand in je naaste omgeving een metaforische sigaret heeft. Dan kan je hoofdpersonage iets denken als: Ik ben niet slim genoeg om te studeren. Maar mijn vriend, die hoogleraar is, heeft schulden omdat hij koopziek is. Ik heb mijn financiën op orde, dus dat doe ik nog wel goed. En trouwens, ook al is mijn vriend koopziek, het is nog steeds een beste vent: ik wil nog gewoon vrienden met hem zijn, want hij is meer dan alleen koopziek. Waarom zou ik dan niet méér dan alleen laagopgeleid zijn? Dat maakt mij toch niet meteen slecht?

Misschien ben ik wel niet zo slecht (bezig)… Deze afweging kan je personage een prettige schop uit de comfortzone geven. Zo komt er weer vaart in het verhaal.

Er komt dus een zekere mate van vergelijking bij kijken. Deze vergelijkingen zijn niet per se oordelend. Het gaat erom dat je personage een bepaalde ´ademruimte´ krijgt. Met deze ademruimte durft hij meer aan, een comfortzone te verlaten en dus verder met het verhaal kan gaan, omdat hij minder bang is om te vallen. Dit soort reflectie is niet iets dat ineens komt dagen bij je personage. Het zal een proces zijn dat een groot deel van het verhaal in beslag neemt als je personage beschamende gedachte over zichzelf heeft of weinig eigenwaarde heeft.

Ik kan controleren of je personage geoeg gebreken heeft: kijk eens in mijn webshop.

Schrijfoefening: de spijt van je personage

Probeer er eens achter te komen waar je personage spijt van zou krijgen. Je leert meer over je verhaalthema, plotontwikkeling en je personage!

Spijt in je verhaal

Als je personage zou weten waar hij vlak voor het eind van zijn leven spijt van zou krijgen, dan zou hij willen weten hoe hij dat zou kunnen voorkomen. Soms lukt dat, soms niet. Ieder persoon/ personage heeft zijn beperkingen. Je gaat met deze schrijfoefening onderhandelen met je personage over hoe die spijt voorkomen kan worden.

Randvoorwaarden voor de onderhandeling

Als jouw personage gokverslaafd is, zal hij spijt krijgen dat hij al zijn geld heeft vergokt, maar als jouw verhaalthema verslaving of financiële problemen is, dan kun je hem niet tegemoetkomen. Omdat je personage imperfect is, is spijt niet altijd te voorkomen. Er zijn altijd omstandigheden die het geluk van je personage onmogelijk kunnen maken of vertragen. Denk aan:
* Het verhaalthema kan niet stroken me de wensen van je personage.
* Bepaalde zaken uit de personagebiografie (angsten die je personage beperken, een wieg die op een ongunstige plaats heeft gestaan…) of de boodschap van je verhaal komen niet overeenkomen met het persoonlijke belang van je personage.

Voor deze schrijfoefening is het fijn als je al met je personage kan ‘praten‘.

Start van de onderhandeling

Harm heeft ruzie met zijn beste vriend, Walter. Hij komt mopperend naar jou toe:
”Walter is echt een eikel! Hoe durft hij mij verantwoordelijk te houden voor het feit dat hij ontslagen is? Ik heb uren met hem gebeld over hoe hij de nare situatie op zijn werk op zou kunnen lossen! Ik gaf hem raad, die volgde hij niet eens op en nu is het mijn schuld dat hij geen baan meer heeft! Ik hoef hem nooit meer te zien.”
Je geeft Harm gelijk: dit is een oneerlijke situatie. Maar als God van zijn leven en de bepaler van de verhaallijn waarschuw je Harm: ”Als jij die ruzie met Walter niet oplost -ook al is dat niet meteen-, krijg je daar ‘sterfbedspijt’ van.”
“O nee,” schrikt Harm. ”Dat wil ik echt niet!”
Nu kunnen jij en Harm onderhandelen.

Tijd voor een goede onderhandeling tussen jou en je personage.

Uitwerking van de onderhandeling

Harm speelt de hoofdrol in een verhaal met het thema: eigenwaarde behouden. Hij is trouw, maar ook onzeker. Hij kan zich een leven zonder Walter als vriend niet meer herinneren. Vanwege zijn trouw heeft Harm veel voor Walter over. Maar Walter is ambitieus en heeft veel andere vrienden: Harm is een goede vriend, maar niet meer zo belangrijk voor Walter als vijfentwintig jaar geleden. Bart kan hem óók uit de brand helpen. Harm heeft hem teleurgesteld, dus gaat hij andere vrienden bezoeken. Dat is misschien niet eerlijk, maar dat hoeft ook niet. (Lees hier waarom niet). Het feit blijft dat Harm boos is op Walter. En Harm moet daar iets aan veranderen, want híj is de held in het verhaal.
Vanwege zijn trouwe aard begint Harm aan zichzelf te twijfelen. Is hij misschien niet trouw genoeg geweest? Had hij meer moeten slikken?
“Nee,” zeg jij dan. ”Dit is helaas voor jou een onontkoombaar moment. Vanwege het verhaalthema moet jij leren dat je waarde hebt. En die eigenwaarde moet onvoorwaardelijk worden en losstaan van wat Walter van jou vindt. Walter doet jou nu pijn doordat jij iets van waarde aan hem hebt gegeven en hij dat niet op waarde schat. Dat is jouw centraal conflict, en daar kom je niet onderuit.” (Zie je dat ‘waarde’ in twee zinnen vier keer voorkomt? Dat geeft aan dat het een thema is, waar je dus serieuze aandacht aan moet besteden.)
“Maar,” weerlegt Harm “Walter is zo belangrijk voor me. Als hij wegvalt, durf ik mijn comfortzone niet uit om dat conflict aan te gaan.”
Daar heeft Harm een goed punt. Kijk eens hoe je Walter (of de aspecten die Harm van hem mist, zoals vriendschap, de behoefte een steun voor anderen te kunnen zijn) tijdelijk kan vervangen.

Vervangen van de voorwaarden

Harm is dol is op voetbal en ongewenst kinderloos. Daarom wordt hij buurtvader, waar hij met kansarme kinderen gaat voetballen en hen zo helpt op het goede pad te blijven of ontspanning te bieden. Dan kom je hem tegemoet in zijn behoefte om anderen te steunen en een verschil te maken. Eens in de zoveel tijd krijgt Harm te maken met een boze ouder, die onterecht veel van Harm verwacht als buurtvader: ”Nee, mevrouw Koopmans, ik kan van uw kleine Ricky geen nieuwe Messi maken.” Harm leert om mevrouw Koopmans naast zich neer te leggen. Hij is wel degelijk een goede buurtvader; tiener Abdel is door het voetbal van de straat gebleven. Zo behoudt Harm de buurtvader met vallen en opstaan zijn eigenwaarde.

Hup, team Harm!

Spijt voorkomen

Na een paar jaar buurtvaderschap leert Harm de vader van zijn cliëntje Louis kennen. Hij heeft griezelig veel gemeen met Walter. Deze man wordt ook door zijn ambities verblind en reageert zijn frustraties af op de kleine Louis. Op een bepaald moment beseft Harm: Die man wordt opgevreten door zijn overdreven ambitie en kan dat ook niet helpen. Goh, misschien gold dat ook wel voor Walter.
Het is geen pijnpunt meer voor Harm, dus kan hij er makkelijker op een afstandje naar kijken.

Met meer eigenwaarde dan een aantal jaar geleden, probeert Harm de ruzie met Walter weer bij te leggen. Of dat lukt, is niet meer belangrijk. Je hebt voldaan aan je thema, want Harm zal zijn eigenwaarde zal behouden; hij heeft een conflict met vallen en opstaan gehad. Spijt is ook niet nodig; hij heeft gedaan wat hij kon om te voorkomen dat hij op zijn sterfbed spijt zou hebben dat hij Walter voorgoed had afgeschreven.
Harms heldenreis is hoe dan ook geslaagd: je lezer wil de held risico’s zien nemen. Of die zich dan ook uitbetalen is dan bijzaak.

Kijk zo naar potententiele spijt en je leert meer over je personage, je verhaalopbouw en je krijgt een stevig conflict dat goed aansluit op je verhaalthema.

Hulp nodig bij het controleren van wat je schrijft in je boek? Schakel mij in voor redactie, voordat je spijt krijgt dat je dat niet eerder hebt gedaan en veel moet herschrijven.



Hoe kan je investeren in creatief schrijven?

Als je je boek uitgegeven wil krijgen, kom je voor de vraag te staan of je in je boek moet investeren. Meestal gaat het dan over het inhuren van een redacteur, maar je kan ook op andere manieren in schrijven investeren. Op wat voor manieren kan je investeren en moet dat altijd?

Investeren in schrijven: tijd

Als je serieuze schrijfambities hebt, moet je hoe dan ook investeren. Er zijn verschillende manieren van investeren. Tijd is misschien wel de belangrijkste. Hoe makkelijk je ook kan schrijven als je eenmaal je tekstverwerker hebt geopend, je zal altijd een voorbereiding hebben. Denk aan het uitschrijven van:
* de personagebiografie;
* het verhaalthema;
* het centraal conflict;
* het globale schrijfonderzoek.

Maar ook als je verhaal al geschreven is en misschien zelfs uitgegeven wordt, moet je nog tijd blijven investeren om je boek aan de man te brengen. Niet alleen op verjaardagen, maar vooral op sociale media. En dat is niet klaar met een keer per maand een berichtje plaatsen. Een traditionele uitgever zal je hierin begeleiden, maar onderschat de tijd die in je boek gaat zitten niet. Als je een jaar over een boek wil doen, is dat oké, als je er dertig jaar over wil doen ook. Maar probeer geen deadline aan je boek te geven. Je kan niet zeggen: Ik ga er om negen uur in de ochtend voor zitten en om drie uur ’s middags is mijn scène zowel af als helemaal pico bello. Je zal moeten reviseren, kan met een mentaal writers block te maken krijgen… Schrijven gaat nooit helemaal volgens planning. Daarom moet je niet zozeer tijd vrijmaken als wel daadwerkelijk investeren in het schrijven van je boek.

Verstop jezelf alsjeblieft niet achter tijd. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Doe je dat wel, dan heb je er uiteindelijk alleen jezelf mee.

Investeren in je verhaal

Investeren in je verhaal is een combinatie van tijd vrijmaken en je schrijversonderzoek doen. Zodra je de basis van je verhaal hebt uitgewerkt, leer je je personages een beetje kennen. Maar je zal ook tijd moeten vrijmaken om hen en hun leefwereld beter te leren kennen.
Als je een begin van een personagebiografie hebt gemaakt, zal je misschien weten dat het de grootste angst van je personage is om ontslagen te worden bij het topadvocatenbureau waar hij werkt. Dan weet je misschien dat hij totaal in paniek raakt als hij zijn baan verliest, maar dat is niet genoeg om een echt beeld van je personage van te krijgen. Je kent hem pas echt als je weet wat zijn eerste actie is in de paniek die hij voelt als het slechte nieuws hem bereikt, hoe hij weer over die eerste schok heen komt, of en welke geliefde hij dan opbelt en of hij de schok wegdrinkt of wegmediteert. Dat zijn dingen die je niet vooraf kan bepalen, dat leer je al schrijvend.
In dit proces is het ook handig om je opschrijfboekje extra vaak te gebruiken. Observeer zoveel je kan, zodat je op een prettige, ongeforceerde manier je personage meer op een echt persoon kan laten lijken. Mensen zijn wat dat betreft een goed spiekbriefje om een personage wat meer vorm te geven.

Investeren in feedback

Als je zeker wil weten dat je verhaal overkomt zoals jij dat wil, ontkom je er niet aan dat je proeflezers inschakelt. Je zal tijd moeten investeren in het maken van lijstjes voor de feedback en opnieuw tijd moeten besteden aan het verwerken van deze feedback. Feedback verwerken is een erg belangrijk onderdeel van het schrijfproces, maar het is niet altijd makkelijk en het kan soms erg eng zijn. Misschien moet je het zelfs nog leren. Dat betekent dat er nog een investering bij komt: het aanleren van een compleet nieuwe vaardigheid. Als feedback verwerken nieuw of lastig voor je is, kan je het beste een verhaaltje schrijven waar je verder niets mee wil of van verwacht. Zo kan je op een veilige manier oefenen met het principe dat je soms dingen aan moet passen of heroverwegen. Zo hoeft jouw grote verhaal geen proefkonijn te worden en hoef je niet bang te zijn dat het verhaal waar je ambities mee hebt, aan iets wordt onderworpen waar je nog niet vertrouwd mee bent.

De spreekwoordelijke rode pen van anderen kan heel eng zijn, maar is wel onvermijdelijk. Probeer voor jezelf te bepalen wanneer je er klaar voor bent. Overhaast het zeker niet en oefen er desnoods eerst mee op een laagdrempelige manier.

Investeren in een manuscriptredacteur

Goed nieuws: dit is de enige manier van investeren die je als schrijver niet per se hoeft te doen. Een redacteur helpt je om de kwaliteit van je verhaal te verbeteren door verbeterpunten aan te kaarten en je daarin te begeleiden. Zo kan je als schrijver meer leren en je verhaal op zijn best presenteren zodra het af is. Maar dat is iets dat je zelf moet willen en het is zeker niet verplicht. Als je pas begint met schrijven, kan het zelfs fijner zijn om eerst even aan het schrijfproces gewend te raken voordat iemand je allerlei tips gaat geven. Hoewel het nog steeds niet verplicht is, is het wel verstandig om een redacteur in te schakelen voordat je je manuscript aanlevert bij een uitgever. De verbeterpunten die een redacteur je meegeeft, kunnen het verschil maken tussen wel of niet uit de slushpile komen, en daarmee het verschil maken tussen al dan niet uitgegeven worden.
Je kan een redacteur inschakelen tijdens het schrijven, of als je al klaar bent. Weeg voor jezelf af wat het beste voor jou werkt. Als je weet dat je met een redacteur wil gaan werken, dan moet je er rekening mee houden dat je daar geld voor opzij moet zetten, zeker als je je boek van begin tot eind nagekeken wil hebben.

Ik kan je helpen met manuscriptredactie. Kijk eens in mijn webshop als je daar interesse in hebt. Wil je weten wat je grofweg kan verwachten als je een redacteur inschakelt? Klik dan hier.

De trope met een valse start

Alles wat je maar kan bedenken, kan in een verhaal worden verwerkt. Maar soms is het wat lastiger om bepaalde elementen in een verhaal te verwerken, omdat je lezer een totaal ander beeld bij jouw trope heeft. Dan moet je meer moeite doen om je lezer geïnteresseerd te houden. Wat moet je doen als je weet dat je tegen algemene verwachtingen in gaat schrijven?

Het nut van een algemene trope

Een trope is een bouwsteentje van je verhaal, personage of ander element uit je boek. Het is niets meer of minder dan een gegeven waar je lezer verder op voort kan bouwen. Dat is belangrijk om een beeld bij het verhaal te krijgen. Dat heeft een lezer altijd, maar welk beeld dat precies is verschilt per lezer:

TropeDe lezer denkt aan
Een groot huis* een vakantievilla in Frankrijk;
* een langdradige rijkeluisfamilie;
* een inkijkje in een wereld vol glamour.
Een verliefd stelletje* een heerlijk zwijmelverhaal;
* het zoveelste kleffe stel;
* een gelukkig en alleraardigst jong gezin.

Zo kan je nog meer dingen bedenken, maar deze eerste associaties zijn redelijk standaard. Dat is handig, omdat je geen talloze pagina’s nodig hebt om iets te beschrijven dat min of meer voor zich spreekt. Als je over het verliefde stelletje schrijft, wordt er gezoend en geknuffeld en in het grote huis zal men er warmpjes bij zitten, met alle bijbehorende gemakken. Het is dan aan jou als schrijver om de lezer vervolgens jouw richting in te sturen. Als de familie uit het grote huis inderdaad langdradig en stijf is, zal de lezer daar makkelijk in meegaan, ook al is zijn eerste associatie bij de trope misschien de vakantievilla. Omdat de tropes ongeveer in hetzelfde ‘bekende straatje’ blijven, is dat voor de lezer niet al te moeilijk schakelen.

De onverwachte trope

Maar nu schrijf je over een trope die helemaal niet in de lijn der verwachtingen ligt, of daar zelfs haaks tegenover staat:
* De geniale wiskundige stapt uit de wereld van getallen en gaat Frans leren, net nu hij op het punt staat zijn doctoraal te behalen in zijn exacte vak;
* de succesvolle componist wordt ineens computerprogrammeur;
* een soldaat meldt zich aan voor het leger, maar weigert een geweer te dragen, laat staan het te gebruiken.

Met deze tropes op zichzelf is niets mis. Een trope is namelijk niets meer of minder dan een gegeven dat er gewoon is. De uitwerking (en de logica daarvan) kunnen echter wel verkeerd gaan. Bij onverwachte tropes moet je veel (!) meer moeite doen om de lezer ‘jouw kant op te sturen’: je moet hem helpen te begrijpen hoe jij de trope wil invullen en je zal meer tijd nodig hebben om aan je lezer duidelijk te kunnen maken waarom de trope alsnog ‘klopt’. Zo krijgt je trope een ‘valse start’. In plaats van dat je verhaal vanaf de start te volgen is, moet je wat meer tekst en uitleg geven.

Je zal heel wat zaken ethisch of neutraal moeten bekijken en afwegen bij een trope met een valse start.

Normen en waarden achter een trope

Zonder dat je het je misschien beseft, heb je vaak bepaalde normen en waarden bij een trope. Neem het grote huis. Misschien heb je een bepaalde afkeer van mensen met veel geld, dan zal je ze eerder als vervelende rijkelui zien. Ben jij zelf iemand met een prettig banksaldo, dan is de kans groot dat jij eerder aan een Franse vakantievilla denkt. Zo heeft iedereen zijn eigen associaties, maar er zijn ook een heleboel tropes die vanwege een algemeen (maatschappelijk) gedachtegoed aan hun eerste associatie komen. (‘De goede moeder’ is er zo eentje. De eerste algemene associatie is dat ze alles voor haar kinderen overheeft.)
In zo’n geval moet je heel goed nagaan hoe het komt dat de meeste mensen die/ een dergelijke eerste associatie hebben. Neem de bijbehorende waarden dan eens onder de loep. Zodra je weet wat die zijn, kijk je wat het is dat die waarden tegenspreekt. Vervolgens zet je ze in een zodanig daglicht dat de waarden die de trope eerst leek te verstoren, uiteindelijk slechts anders worden ingevuld.

Hacksaw ridge: valse start, prachtige uitwerking

Het eerder genoemde voorbeeld van de soldaat is het plot van de film Hacksaw ridge. Soldaat Doss wil dienen in het leger, maar alleen als hospik: hij weigert een geweer te dragen. Dat is een valse start: het is niet logisch dat iemand het leger in wil, maar absoluut niet wil verwonden of doden. Je zou zeggen: dat hoort nou eenmaal bij het vak. Maar Doss weigert zich daarbij neer te leggen, met alle gevolgen van dien. Hij is nou niet bepaald een Joe Sixpack in zijn doen en laten. Hij schept niet op over zijn spierkracht, ‘de harde mannenwereld’ (waarbij ik doel op het belang van spierkracht, de overtuiging niet kwetsbaar te mogen zijn en waar goed kunnen vechten hoog in aanzien staat) bevalt hem-uiteraard- helemaal niet. De soldaten die met hem in training zijn, verafschuwen hem daarom: ze slaan hem in elkaar en maken hem meerdere malen uit voor een enorme lafaard.
Het moge duidelijk zijn: de algemene eerste associatie waardoor Doss’ trope een valse start krijgt, is omdat hij niet mannelijk genoeg zou zijn. Het duidelijkste voorbeeld is dat hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Het ontbreekt hem aan (‘mannelijke’) moed. Maar uiteindelijk riskeert Doss als hospik zijn leven en rent hij maar liefst vijfenzeventig keer terug de vuurlinie in om gewonde soldaten, zowel vriend als vijand, het leven te redden. Als dat geen moed mag heten…
Doss laat dus wel degelijk de ‘nodige’ of ‘verwachte’ mannelijkheid zien, alleen komt het uit een onverwachte hoek.
Als je een trope hebt met een valse start, zoek dan die onverwachte hoek. Zo strookt de trope alsnog met de (algemene) verwachting die een lezer kan plaatsen. Bovendien wordt je trope zo erg stevig: het is sowieso geen cliché, en je werkt je trope buitengewoon goed uit. Je zalhem alleen meer moeten uitwerken om de onverwachte hoek te kunnen verklaren.

Wil je weten of jouw trope goed van start is gegaan? Schakel mijn in voor manuscriptredactie.

Wat als je personage eenzaam is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage eenzaam is? 

Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: eenzaamheid. Dat is voor een enkele scène niet meteen interessant, maar als eenzaamheid een karaktertrek van je personage wordt, is het belangrijk om daar goed naar te kijken. Als je vreselijk eenzaam bent en dat ook nog eens lang duurt, komt je hele wereld op zijn kop te staan. Dat heeft grote gevolgen voor je personage, het centrale conflict en de toon van je verhaal. Let op de volgende dingen als je over eenzaamheid schrijft. 

Introvert of extravert?

Mensen zijn introvert of extravert. Simpel gezegd willen extraverte mensen vaak en veel mensen om zich heen, waar introverte mensen liever met een kleinere groep mensen zijn en zo nu en dan ook liever alleen zijn. Waar een extravert het al heel naar vindt om twee dagen niemand tegen te komen, vindt de introvert dat soms juist fijn. Een introvert daarentegen zal meer behoefte hebben aan diepgaande contacten met een enkeling, terwijl een extravert ook energie haalt uit koetjes en kalfjes met veel mensen. 
Als je weet aan wat voor contact je personage het meest behoefte heeft, weet je ook wat hem al dan niet (makkelijk) eenzaam maakt. Kijk dus eerst of je personage intro-of extravert is voor je verder gaat met schrijven over zijn eenzame gevoelens. 

Wie of wat is de oorzaak?

Eenzaamheid heeft altijd een oorzaak, maar die kan enorm verschillen: verlegenheid, niet populair zijn, de thuisblijver zijn als iedereen op vakantie is, geestelijke mishandeling waardoor je personage denkt geen vriendschap waardig te zijn… Kijk goed naar wie of wat de eenzaamheid in gang zet of in stand houdt. Anders kan je niet bepalen wat er moet veranderen om de eenzaamheid op te lossen of hoe je de eenzaamheid kan portretteren. 

Wat speelt er onder de eenzaamheid?

Enkele belevenissen van eenzaamheid zijn: “Ik voel me erg eenzaam als mijn geliefde niet bij me is” of “Ik voel me eenzaam op feestjes waar ik niemand ken.” Achter dit soort citaten schuilt vaak nog iets anders dan eenzaamheid: te veel waarde hechten aan een specifiek persoon of verlegenheid, bijvoorbeeld. 
Eenzaamheid kan je definiëren als: contact willen met een medemens, maar dat niet kunnen krijgen. 
Dat kan oorzaken hebben die vrij ‘eenvoudig’ zijn of juist heel ernstig. Een eenvoudige reden is iets als: je eenzaam voelen in de klas omdat je niet voluit en sociaal mag kletsen met de buurvrouw. Een ernstige reden is: ik heb het gevoel dat ik geen vriendschap of liefde waard ben en zoek daarom geen contact met anderen. 

Probeer erachter te komen of je personage ‘zuivere’ eenzaamheid ervaart, zoals in de klas, of dat er nog andere mentale ongemakken meespelen, zoals slechte sociale vaardigheden, een minderwaardigheidscomplex of het idee dat je personage om wat voor reden dan ook het recht niet heeft om contact te zoeken met iemand/ het gewenste andere personage. Mocht er méér meespelen dan ‘zuivere eenzaamheid’, neem dat dan ook mee in je uitwerking. 

Onderschat eenzaamheid niet! 

Als je erachter komt dat je personage met ernstige eenzaamheid (en eventuele onderliggende factoren) te kampen heeft, onderschat dat dan niet. Het kan je personage zodanig verlammen dat hij zelfs zijn bed niet meer uit kan, wil of durft te komen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor je personageontwikkeling, verhaalthema, plot en verhaallijn. Als je een personage hebt dat ernstig eenzaam is en dat realistisch wil portretteren, hou dan in de gaten dat dat veel met je verhaal als geheel kan doen. En besef dat ernstige eenzaamheid niet opgelost is als de vriend van je protagonist haar een enkele keer meeneemt naar de bioscoop…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of eenzaamheid goed als thema is uitgewerkt in je verhaal? Kijk dan eens in mijn webshop.

Leer jezelf neutraal naar je tekst te kijken

Als je wil leren schrijven, moet je schrijftechnieken kunnen toepassen en met een ´schrijversoog´ naar je tekst kunnen kijken. Je bent al een heel eind op weg als je dat lukt, maar dan ben je er nog niet. Het risico ligt altijd op de loer dat je met bepaalde blinde vlekken naar je tekst kijkt. Hoewel een blinde vlek nooit helemaal te voorkomen is, zijn er wel bepaalde dingen waar je op kan letten. Als je dat consequent doet, groeit je schrijfinzicht er ook van.

Met een gekleurde bril kijken

Als je een tekst gaat schrijven, kijk je er altijd met een spreekwoordelijk gekleurde bril naar. Dat doe je als je de lezer van een tekst bent, maar ook als je de schrijver van de tekst bent. Je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur, kennis, kader of ervaringen waarmee je naar de wereld kijkt. In het verlengde daarvan lees je ook bepaalde teksten zo. Dat is menselijk en het zou daarom ook gek zijn als je van jezelf verlangt dat je volledig neutraal naar een tekst kan kijken. Wees dus niet te streng voor jezelf. Maar de eerste stap in het neutraal leren kijken naar een tekst is beseffen dát je een bepaalde bril ophebt die je niet af kan zetten.

Welke kleur je persoonlijke bril ook is, door zijn unieke kleur kijk je anders naar de wereld dan dat iemand met een andere bril doet.

Wat maakt jouw persoonlijk gekleurde bril?

Als je weet dat je als schrijver en lezer een persoonlijke bril draagt, kan je een lijstje maken met de dingen die jouw bril vormen. Dit lijstje kan je zo uitgebreid maken als je zelf wil, maar het is verstandig om hem zo lang mogelijk te maken. Als iets je opvalt, schrijf het dan op. In je lijstje kunnen dingen komen te staan als:
* Ik ben opgeroeid in een rijk gezin, dus tweehonderd euro voor een nieuwe broek betalen vind ik normaal.
* Ik ben dol op wiskunde en de exacte vakken, dus taal vind ik minder interessant.
* Ik ben een man en zie een dure auto als belangrijk statussymbool voor mannen, dus heb ik een Porsche;
* Ik heb een handicap en zie daardoor de functies van mijn lichaam als minder vanzelfsprekend. Ik schat het waarschijnlijk meer waarde op dan mensen met een volledig functionerend en gezond lijf.
* Ik ben gematigd islamitisch; ik heb moeite me te verplaatsen in de denkwijze van een atheïst, omdat Allah een belangrijke steun en toeverlaat is in mijn leven.

Om dit lijstje te kunnen maken is het belangrijk dat je het niet als een psychologische of sociale ‘waardekeuring’ ziet. Als jij het normaal vindt om tweehonderd euro te betalen voor een nieuwe broek, dan is dat zo. Dat maakt je niet meteen een verwaand mens. En als jij het lastig vindt om je voor te stellen hoe iemand de liefde van Allah niet kan voelen in het dagelijkse leven, dan mag dat. Je zegt daarmee toch niet meteen dat die ander gestraft moet worden om zijn levenswijze? Je moet in deze fase beseffen dat er met jouw ideeën of ervaringen an sich niets mis is. Zolang je je maar niet meteen druk gaat maken over wat anderen van jouw ideeën denken of denkt dat ideeën die anders zijn dan die van jou verkeerd zijn. Zo heb je meteen een goede eerste oefening in het neutraal leren kijken ;).

Jij bent een mooi mens met al je unieke ervaringen en ideeën. 🙂 Onthoud dat in deze fase van oefenen met je persoonlijke bril.

Je persoonlijke bril tijdens verhalen schrijven

Als je je persoonlijke bril als mens hebt bepaald, ga je verder met de bril verkennen die je draagt tijdens het lezen en/of schrijven. Dan doe je hetzelfde, maar dan met wat je leuk vindt (of juist niet) om te lezen of te schrijven, zoals:
* De trope over de backpacker in een tussenjaar? Die vind ik fantastisch!
* Ik ben dol op poëtisch taalgebruik.
* Streekromans vind ik ontzettend traag en suf.
* Mag het alsjeblieft eens afgelopen zijn met de verplichte aanwezigheid van een cheerleader in elk godvergeten highschoolverhaal….? (Vergeet niet: oordeel niet te streng over je eigen meningen 😉 ).

Het is erg handig als je weet waarom je ergens helemaal weg van bent of iets juist vreselijk vindt, want dat kan de radar versterken die je wil krijgen als het gaat om een persoonlijke bril dragen. Nee, horrorverhalen zijn niet per definitie slecht, maar jij hebt gewoon een hekel aan wapens en bloed omdat je ooit eens aangevallen bent. Bovendien vind je horror ook vreselijk omdat je bang bent voor het donker.
Maak je niet druk als je geen verbanden kan leggen, maar als dat wel lukt, schrijf het dan zeker op!

Neutraal kijken door een gekleurde bril

Als je deze lijstjes hebt gemaakt, kan je aan de slag om met een relatief neutrale blik te kijken naar een tekst die je leest of schrijft. Daarbij is het belangrijk dat je je kennis van schrijftechnieken niet vergeet. Zo kan je namelijk optelsommetjes gaan maken:
* Alleen omdat er een cheerleader in het verhaal ís, maakt dat het nog niet cliché of saai. Sterker nog, deze cheerleader is essentieel voor het verhaal. Bovendien heeft ze geen kant-en-klaar-succesverhaal omdat ze in de pikorde van de cheerleaders niet omhoog kan klimmen. Ze is echt niet zomaar het populaire blondje dat alles zomaar voor elkaar krijgt. Bovendien is ze nog niet aan seks toe, terwijl dat wel van haar als cheerleader wordt verwacht. Daar zit een goed centraal conflict in verborgen.
* Die backpacker… Zijn hele reis wordt beschreven door tell in plaats van show. Dat werkt niet goed voor de verbeelding. En trouwens: komt hij als herboren terug van zijn wereldreis? Jij mag er dan van smullen, maar de rest van de wereld heeft dat echt nog nóóit gelezen (kuch kuch). Dan zou je clichéalarm af moeten gaan.

Als je zo naar een tekst leert kijken, groeit je schrijversinzicht, kan je makkelijker feedback verwerken en gaat kill your darlings ook een stuk makkelijker.

Heb je toch nog een ander paar ogen nodig om naar je tekst te kijken? Kijk eens in mijn webshop.




Heb ik het in me om een getalenteerde schrijver te worden? Beantwoord deze vier vragen en je weet het

Het is een prangende vraag van veel beginnende schrijvers: “Ben ik getalenteerd genoeg om gepubliceerd te worden?” Daar is helaas geen pasklaar antwoord op. Toch kan je een aardig idee krijgen of je aanleg hebt voor schrijven door onderstaande vragen te beantwoorden.

1. Wanneer vind je jezelf getalenteerd genoeg?

Voordat je jezelf gaat afvragen of je getalenteerd genoeg bent, moet je voor jezelf duidelijk hebben wat dat voor jou betekent. Wil je hoogstaande literatuur schrijven of ben je al tevreden als je verhalen kan schrijven die vlot genoeg zijn voor het plaatselijke huis-aan-huisblad? Bepaal eerst eens wat voor jezelf ‘getalenteerd genoeg’ betekent voordat je je druk gaat maken om wanneer de rest van de wereld dat ook vindt.

2. Kan je het idee van een checklistje loslaten?

“Als ik maar tien verschillende schrijftechnieken (of dertig, of…) kan toepassen, dan ben ik getalenteerd.”
Helaas is er geen checklistje dat je kan afvinken om te zien of je ‘goed schrijven’ onder de knie hebt. Het kunnen toepassen van schrijftechnieken is één ding, inzicht hebben in het hoe en wat daarvan is het volgende. En inzicht is niet of nauwelijks te toetsen met een meetbaar afvinklijstje.
Zodra je weet dat goed schrijven niet middels een afvinklijstje na te gaan is, toon je tekenen van schrijfinzicht. Dat schrijfinzicht is een teken dat je aanleg hebt voor schrijven.

3. Kan je feedback ontvangen?

Aanleg hebben voor schrijven is niet genoeg. Als je echt getalenteerd wil worden, moet je feedback kunnen ontvangen. Je hoeft het niet met feedback eens te zijn. Soms is bepaalde feedback ook niet terecht. Feedback geven is net zo’n kunst als ontvangen, ook dat kan niet iedereen. Negeer persoonlijke aanvallen en mensen die jouw fantasy willen veranderen in een romantisch verhaal, alleen omdat zij liever zwijmelen dan nieuwe werelden ontdekken.
Als de feedback wel terecht is in opzet, moet je in staat zijn om te zien waar de feedback op berust is en of je inderdaad iets kan verbeteren. En zo ja, hoe en waarom dan? Geeft de feedback aan dat een bepaalde schrijftechniek beter zou passen? Dan is de hamvraag of jij begrijpt waarom deze suggestie wordt gedaan. Jij bepaalt vervolgens of dat voor je verhaal werkt of niet. Maar je moet wel kunnen herleiden waarom iemand iets al dan niet prettig vindt lezen. Dat is onderdeel van dat cruciale schrijfinzicht dat je nodig hebt om van je aanleg je talent te maken.

4. Blijf je nuchter en heb je zelfreflectie?

Als je geen feedback kan verwerken zoals hierboven omschreven of die zelfs niet wil horen, kom je als schrijver niet ver. Ook al heb je het talent van een Stephen King, Nicholas Sparks of J.K. Rowling, er zal geen enkele uitgever met je willen samenwerken als je te hoog van de toren blaast. Besef dat de wereld er niet is om je schrijverswerk alleen maar aan te prijzen. En dat je (nog) niet de nieuwe Stephen King bent. Is je eerste neiging is om nadrukkelijk uit te leggen waarom je iets hebt geschreven zoals je dat gedaan hebt in plaats van te kijken naar wat er inhoudelijk eigenlijk voor suggesties worden gegeven? Of zeg je iets als: “Dat is jouw mening, niet de mijne. Ieder zijn meug,” dan zijn dat rode vlaggen. Als schrijver heb je talent, maar zeker ook nuchterheid en zelfreflectie nodig.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je een schrijfcoach naar je tekst laten kijken om te zien of je tekst in orde is? Kijk dan eens in mijn webshop.