Wat als je personage anders is dan jij?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage anders is dan jij?

Het is verleidelijk om slechts own voice te schrijven: het verhaal blijft dan realistisch. Maar vroeg of laat moet je schrijven over iemand die anders is dan jij. Wat doe je dan?

Wat is own voice?

Own voice is niet veel meer dan het bekende credo: schrijf wat je kent. Alleen gaat het principe net iets verder en zegt het eigenlijk: schrijf wat je bént. Daar kan je immers een duidelijk beeld van schetsen, omdat jij het zelf hebt meegemaakt of bent. Schrijf over het plattelandsleven als je op een boerderij bent opgegroeid: niemand hoeft jou nog te vertellen hoe je vee moet verzorgen. Maar own voice stelt óók: als plattelandsbewoner mag je niet over het stadsleven schrijven. Dat heb je alleen maar van horen zeggen, dus dan kan je het nooit realistisch (genoeg) portretteren in een boek.

Schrijven over iemand anders

Own voice is in de kern niet verkeerd. Het is inderdaad zo dat je beter en makkelijker schrijft over iets dat dichter bij je staat. Maar het is onvermijdelijk dat je vroeg of laat schrijft over iets of iemand dat je niet begrijpt of bent. Dat verschil kan van alles zijn: ras, geaardheid, leeftijd, beroepskeuze, politieke overtuiging…
Een tegenstander is onmisbaar voor je verhaal en die verschilt altijd van je held. Een tegenstander is niet altijd slecht. Het is wel slecht om te doen alsof die verschillen er niet zijn, want dan krijgt je een pot nat aan oppervlakkige personages. 

Praat met en niet over anderen

Als je gaat schrijven, ga je onderzoek doen. Daarmee kom je meestal al een heel eind. Stel dat je als huismus over een wereldreiziger schrijft. Dan helpt het al om op te zoeken hoe een globetrotter zich op het avontuur voorbereidt. Maar met alleen een lijstje met: “Ik ga op reis en ik neem mee…” en video’s van een reisvlogger bingewatchen ben je er nog niet. Dan heb je nog steeds slechts een eenzijdig en oppervlakkig beeld. Probeer iemand te vinden die je kan vertellen hoe het is om daadwerkelijk anders te zijn of te doen dan jij en daarmee in gesprek te gaan. Praat dus niet over, maar mét iemand. Uiteindelijk kan dat het verschil maken tussen: “Mijn personage is net echt, want dat zegt het internet,” en “Mijn personage is net echt, want iemand die op hem lijkt, zegt dat dit waarheidsgetrouw is.”

Vind een gemene deler

Hoe verschillend mensen ook zijn, in de kern delen we vaak grofweg eenzelfde verlangen of emoties in vergelijkbare situaties. Gebruik dat als je over iets onbekends schrijft. 
Jij weet misschien niet hoe het is om uit de kast te komen, maar als vervend sporter die professioneel wilde gaan spelen, herinner je je nog bang je was om te vertellen dat je van sporten je carrière wilde maken. Sporten is je lust en je leven, maar je was bang om uitgelachen te worden om iets wat onlosmakelijk met jouw identiteit verbonden is. Het zijn totaal verschillende redenen, maar de kern is hetzelfde: de angst om niet geaccepteerd te worden om wat je bent. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dialogen in een filmscript

Omdat je in een film niet in het hoofd van een personage kan kijken, moet je personage zijn gedachten verwoorden. Daar zijn dialogen geschikt voor. Maar hoe voorkom je dat er ontzettend saai en te veel of juist te weinig duidelijk wordt uitgesproken?

Een film is visueel

Omdat je in een film alles moet kunnen zien en er relatief weinig aan de verbeeldingskracht kan worden overgelaten, moet je voor een film duidelijk kunnen schrijven. Lees hier mijn inleiding over het schrijven van een filmscenario.
Buiten het gegeven dat je in een film van alles kan zien, kan je ook dingen horen, door geluidseffecten en muziek. Goede acteurs kunnen ook al een hoop vertalen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je alles moet ‘tellen’; show don’t tell kan ook via andere middelen dan schrijven worden verwezenlijkt. Toch blijft het belangrijk om te bedenken dat de tekst die je schrijft juist méér moet doen dan alleen iets zeggen (lees: hapklaar vertellen wat er speelt, door het ronduit zo op te schrijven.) Probeer zoveel mogelijk tussen de regels door iets te vertellen over je personages of de omstandigheden. Dialogen zijn daar uitermate geschikt voor.

Filmdialoog en het personagekarakter

Ironisch genoeg kan het show don’t tell principe in zijn letterlijke zin helemaal omgekeerd uitpakken als je een goede dialoog schrijft in een film. Door iets te zeggen, laat je zien hoe iets in elkaar steekt. Dat kan je met bijna iedere situatie doen, maar juist als het om het beschrijven van karakter gaat, is een goede dialoog belangrijk. Als je een personage hebt dat altijd chagrijnig is, kun je dat niet altijd met een boos gezicht laten rondlopen. Mimiek is in verhouding tot gesproken woorden relatief subtiel. Je moet het vaker of meer uitvergroot laten terugkomen om het echt op te laten vallen. En als je personage echt de hele tijd met een boos hoofd rondloopt, wordt dat ook weer ongeloofwaardig. Al is het maar dat je niet weet waarom hij steeds zo boos is: je kan niet in zijn hoofd kijken. Je kan een ander personage natuurlijk naar het waarom laten vragen, maar dan neem je tell overdreven letterlijk.
Wat dan helpt, is om te kijken naar welke karaktertrekken of omstandigheden je personage nog meer heeft. Kijk daarvoor in je personagebiografie en ga het een en ander combineren.

Voorbeelden van karakteruitwerkingen in dialoog

Om duidelijk te maken hoe dat in de praktijk werkt, is hier een aantal personages met verschillende karaktertrekken en omstandigheden.

PersonageKenmerken van het personage
Lydia rijkeluiskindje, niet zo goed op school, dol op oude culturen
Boazuit op macht, slecht in zelfreflectie, eenzaam
Akramsociaal, gek op techniek, had een strenge moeder

Deze personages hebben liefdesverdriet en kloppen aan bij Sjors de psycholoog om erover te praten. Lydia komt eerst.

SJORS
Waarom is het uitgegaan?

LYDIA
Ik kon steeds minder met hem afspreken, want ik had heel veel bijles. Hij vond dat we elkaar te weinig zagen.

SJORS
Denk je dat je iets had kunnen doen om hem dichtbij je te houden?

LYDIA
Ik had hem een duur cadeau kunnen geven. Zo maakt mijn vader het ook altijd goed als hij lang weg is geweest. Wist je dat ze in oudere volkeren ook altijd dure cadeaus gaven als teken van liefde?

Nu is Boaz aan de beurt.

SJORS
Weet je wat er mis is gegaan in de relatie?

BOAZ
Geen idee. Die vrouw zei gewoon ineens dat ze genoeg van me had.

SJORS
Is er vaker een relatie zo geëindigd?

BOAZ
Al mijn zeven relaties zijn zo geëindigd.

SJORS
Dat is best vaak, voor datzelfde einde. Had je een goede relatie met je ouders?

BOAZ
Ik betaal je niet om over mijn jeugd te zitten ouwehoeren. Ik wilde het over mijn relaties hebben, dus dat gaan we hier bespreken en niets anders!

SJORS
Klopt, je kwam voor je relatie. Maar misschien kan ik je helpen een pijnpunt te ontdekken waar het steeds misloopt.

BOAZ
(met tranen van woede in de ogen)
Ik heb verdomme geen pijnpunten, zielenknijper! En ik zit heus niet weg te kwijnen in mijn eentje. Ik heb niemand nodig!

Als je niet eenzaam bent en geen pijnpunten hebt, waarom schrééuw je dan dat je niemand nodig hebt en word je boos als iemand oppert dat je zwaktes hebt, Boaz?

Akram is de hekkensluiter.

SJORS
Denk je te weten waar het mis is gegaan?
AKRAM
Ik vond haar aanwezigheid te vanzelfsprekend; ik deed te weinig moeite voor haar. Ik was vaak ook bij andere vrienden. Daar heb ik wel spijt van… Ik schaam mezelf. Ik zou het liefst nu gewoon een week in de garage zijn en niets anders doen dan aan auto’s sleutelen. .
SJORS
Je mag best afleiding zoeken, hoor. Daar is niks mis mee.
AKRAM
(lachend)
Dus ik hoef niet meteen mijn hele jeugd naar boven te halen?

Sjors grinnikt.

SJORS
Nee hoor! Al zou ik je wel aanraden om veel groente en fruit te eten. Dat geeft je extra weerstand en dat kan je goed gebruiken als je liefdesverdriet hebt.

AKRAM
Verdorie nog aan toe Sjors! Dacht ik dat je niet als mijn strenge moeder zou klinken en dan herinner je me nog aan haar door te benadrukken extra groente te eten. Man, dat heeft ze er mij als kind geprobeerd in te rammen. Zo erg dat ik nu nog steeds misselijk wordt als ik alleen al naar broccoli kijk.

Sjors en Akram lachen.

Je ziet dat het belangrijk is om tussen de regels door iets duidelijk te maken. Soms kan dat relatief duidelijk, andere keren mag je het overlaten aan context en andere dingen als mimiek en regieaanwijzingen binnen de gesproken tekst. Je mag een personage langer of korter laten praten. Wat dat betreft is er geen goed of fout. Maar nog meer dan in een boek is het in een film zeer vermoeiend als je personages ellenlang of inhoudsloos praten. Zorg er daarom voor dat de woorden die wel worden uitgesproken zowel letterlijk als figuurlijk veelzeggend zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een filmscript schrijven

Als je een filmscript gaat schrijven, schrijf je een tekst die naar beeld vertaald moet worden. Dan moet je met een aantal dingen rekening houden waar je niet meteen bij stilstaat als je het gewend bent om een boek te schrijven.

Boek versus film

Het belangrijkste verschil tussen een boek en een filmscript is dat een film een visueel medium is. Alles moet uiteindelijk zichtbaar zijn. Dat betekent dat je niet in het hoofd van een personage kan kijken. Stel je een romantische scène voor waarin de eerste ‘Ik hou van jou‘ uitgesproken wordt. In het boek ligt de nadruk waarschijnlijk op wat er in het hoofd van het personage omgaat:
Het was alsof Kristens maag opzwol van verwachting, terwijl ze het bloed razendsnel door haar lijf voelde gaan. Haar lippen waren plotseling kurkdroog. Ze raapte haar moed bijeen, telde inwendig tot tien en zei: ‘Ik hou van je.’
Als je deze scène zou kopiëren en plakken naar het beeld, blijft er niets spannends over, want niets hiervan is visueel zichtbaar. Bij een filmscript ben je aangewezen op lichaamstaal, stemvolume, mimiek, en al het andere waarmee een acteur een persoonlijkheid kan neerzetten. Natuurlijk helpt tekst daar ook bij, maar show don’t tell is in de letterlijke zin belangrijker in een filmscript dan in een boek.
Andersom is wat visueel goed werkt in een film, soms nauwelijks of niet te vertalen naar een boek.
Juist omdat je in een boek vaak naar de gedachten van een personage uitwijkt, kan juist de afwezigheid van die gedachten en een gegeven soms gewoon aanschouwen, zeer lastig zijn om in een boek (compact) uit te werken .

Kijk eens naar deze scène uit de film Up. Carl en Ellie kennen elkaar sinds ze een jaar of zeven zijn. Ze raakten bevriend vanwege hun gezamenlijke interesse voor zeppelins, ballonnen en hun bewondering voor het regenwoud in Venezuela. Daar beloofden ze elkaar ooit een zelfgebouwd, veelkleurig huis neer te zetten. In slechts vier minuten, zonder dat er een woord wordt gezegd, komt er zo’n beetje vijftig jaar gelukkig huwelijk voorbij. De scène werkt perfect (houd tissues paraat!), maar hem op deze manier uitwerken in een boek zou vrijwel ondoenlijk zijn.

Schrijf recht voor zijn raap

Een script vormt natuurlijk een basis voor een film, maar dat is niet wat een kijker uiteindelijk te zien krijgt. In vergelijking met een roman moet je voor je gevoel erg staccato schrijven, heel erg tell, voor weinig vrije interpretatie vatbaar. Schrijf bijvoorbeeld niet in een scèneomschrijving: Vader en zoon zitten aan een rommelige tafel, maar: Vader en zoon zitten aan een tafel waar slordige stapels papier op liggen en de ontbijtborden van die ochtend nog opstaan. Een filmscript moet vooral functioneel zijn, niet mooi geschreven. De filmcrew moet er direct mee aan de slag kunnen. Het is niet de bedoeling dat ze nog moeten overleggen hoe rommelig de tafel nog moet zijn. Dat bepaal jij als schrijver, en daarmee geef je meteen een sfeeromschrijving, of een show don’t tell: rommel zoals hierboven is een andere rommel dan de rommel waar de tafel nog vol ligt met knutselspullen van gisteren. Het een duidt al meer naar chaos, waar het andere nog naar bepaalde gezelligheid zou kunnen verwijzen.

Geen tijd meer interpretatie: na het lezen van je tekst moet men meteen kunnen overgaan op: “Lights, camera, action!

Schrijven voor de acteur

Een acteur verstaat zijn vak, dus als je zegt dat hij blij moet zijn, of in tranen uit moet barsten, weet hij wel hoe dat moet. Toch is het ook fijn als je in je schrijven duidelijk bent wat je al dan niet verwacht. Hoe groot is een emotie van je personage op een tienpuntschaal? Hoe uit zich dat (ongeveer)? Je kan acteurs een zetje in de goede richting geven door te bedenken welke acties er bij welke emoties en de bijbehorende tienpuntschaal horen. En zoals gezegd: schrijf als het even kan niet iets waarbij een kijker zou moeten zien wat er in het hoofd van het personage omgaat of welke sfeer jij als schrijver over wil brengen. Enkele voorbeelden:

Dit werkt (beter)Dit werkt niet (zo goed)
Ze opent haar mond en doet hem weer dichtZe wil iets zeggen, maar bedenkt zich
Ze springt op van haar stoel en loopt stampvoetend de kamer uit Ze wordt woedend
Ze haalt diep adem en wacht een paar tellen voor ze begint te pratenZe zet zich schrap: dit wordt het moment van de waarheid.
Ze kucht een paar keerHaar keel wordt droog
Er is een lange stilte waarin niemand praat, of elkaar aankijkt. Zodra Els begint te praten, is dat met een onnatuurlijk hoge stem.De sfeer is om te snijden.

Dialoog als karakterspiegel

Natuurlijk is ook in film dialoog een middel om bepaalde expositie te geven. Maar nog meer dan bij een boek is het in een script makkelijker om in een tell te belanden. Je kan namelijk niet beschrijven wat er in het hoofd van personages omgaat. Dus op de een of andere manier moeten ze dat verwoorden. En al ben je nog zo’n expert in lichaamstaal, van een gefronst voorhoofd of tandenknarsen kan je niet aflezen wat een personage precies denkt of waarom hij een emotie voelt. Dan ligt een dialoog als deze op de loer:

ELS:
Ik ben er zó klaar mee dat Joop nooit meehelpt in het huishouden!
CLARA:
Doet hij echt niks?
ELS:
Eén keer per week ruimt hij de vaatwasser uit. En dan krijg ik de rest van de week te horen: ‘Ik heb de vaatwasser toch al uitgeruimd gisteren? Hoezo moet ik dan nu nog de tafel dekken?’
CLARA:
Pfff… Je hebt gelijk, meid. Wat een luie man heb jij.

Els is boos en Joop is lui. Hoe droog en tell wil je het hebben? Daarom worden dialogen in scripts vooral gebruikt om de karaktertrekken van je personage te beschrijven. Wat zeggen ze precies? Wanneer, waarom, hoe, tegen wie? Of waarom juist al dat voorgaande niet? Daarover kan je in deze blogpost meer lezen.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Woordgebruik in een boek voor jonge kinderen

Als je voor volwassenen schrijft, voel je meestal wel aan wat grofweg de moeilijke woorden zijn die niet iedereen meer begrijpt. Bij de woordenschat van jonge kinderen ligt dat toch wel anders. Hoe vertel je een verhaal zonder te veel moeilijke woorden? En wanneer is een woord of een tekst te moeilijk om te volgen?

Taalontwikkeling van kinderen

Woorden leer je in een bepaalde volgorde. Veelvoorkomende woorden leren je sneller dan woorden die je minder snel hoort: appel snap je eerder dan klokhuis. Concrete woorden of begrippen die duidelijk zichtbaar of tastbaar zijn komen eerder dan abstracte woorden: school wordt als woord eerder begrepen dan (de associatie van) plezier of verveling.
Daarnaast groeit de woordenschat explosief als woorden in eenzelfde ‘categorie’ of woordgroep voorkomen. Als je weet wat een boom is, leer je ook weer snel wat een blad is, want dat zit aan de boom. Dan leer je ook weet wat een tak is, omdat het blad daaraan groeit. Een tak is weer van hout… enzovoorts.

Zo groeit woordenschat (Afbeelding: jufmilou.nl)

De zinsontwikkeling is ook belangrijk bij taalontwikkeling. Houd de zinnen voor peuters en kleuters kort en bondig. Hoe langer een zin is, hoe moeilijker hij te begrijpen is. De kleuter loopt het risico minder woorden te snappen en moet bovendien ook al die woorden ‘onthouden’ om er een idee van te kunnen vormen. Hoe langer de zin wordt, hoe groter de kans is dat je voegwoorden (omdat, maar, want) moet gebruiken. Die begrijpen kinderen pas echt rond een jaar of zeven, acht. Voegwoorden maken de zinnen niet alleen langer, maar het zijn ook nog eens abstracte woorden die een verband tussen zinnen aangeven. Die verbanden moet je dus ook kunnen leggen: X heeft met Y te maken.
Het is niet zo dat een kleuter: ”Het is koud, want het sneeuwt” als idee niet begrijpt, maar taalkundig gezien vertaalt die het in zijn hoofd als: ”Sneeuw is koud.” Een kleuter weet dat sneeuw koud is, maar niet per se dat sneeuw en kou een soort oorzaak-gevolg met zich meebrengt. Dat verband is – taalkundig gezien- nog te hoog gegrepen.

Lastige woorden in een kinderboek

Je hoeft echt niet van elk woord te weten of een kind het begrijpt voordat je het in een kinderboek gebruikt. Wat uitwerkingen van woorden uit Rikki en Mia de Kip van Guido van Genechten.

”Haar lelletjes strijken zacht over zijn pels.”
Drie van deze zeven woorden zijn te moeilijk voor een kleuter. Maar vlak daarvóór laat Rikki zijn lievelingskip, (de enige witte kip en Rikki is zelf ook wit), zonnebloempitten uit zijn pootje eten. Door een paar korte zinnen weten kleuters dat Rikki en Mia de kip goede vriendjes zijn; ze hebben iets gemeen en ze vinden elkaar lief. Dan storen onbegrijpelijke woorden niet: het idee staat al. Bovendien is zacht een woord wat ze wel snappen. En zacht is (toevallig genoeg) een heel zacht, fijn woord. Die associatie krijgen ze dus wél mee. Bovendien staat een lachende Rikki die Mia eten geeft op de begeleidende tekening.

Verroeren:
Rikki is Mia kwijt en gaat haar zoeken. Uiteindelijk vindt hij haar. Rikki is dolblij en wil verstoppertje spelen, maar Mia is aan het broeden.
”Mia verroert geen veertje.”
Daar snapt een kleuter niks van. Maar: Mia wil niet spelen, terwijl ze lang verloren is geweest en nu haar vriendje weer ziet. Daar is iets geks mee… Meteen daarna wil Rikki Mia oppakken, maar dan pikt zij hem. O jee… Wat is er toch aan de hand? Het idee dat een vriendinnetje jou pikt is voor een kleuter ontzettend spannend. Of Mia dan in de praktijk met dat ”geen veertje verroeren” niet heeft bewogen, heeft zitten slapen, of desnoods heeft zitten eten, maakt dan niets (meer) uit.

Wat uitmaakt is of je een vriendje hebt om mee te spelen, of dat dat even alleen moet.

Antwoorden:
Rikki haalt zijn vader om te vragen wat er aan de hand is. Hij vertelt dat Mia aan het broeden is:
“Ik wil met Mia spelen,” zucht Rikki.
“Dat kan nu even niet,” antwoordt papa.
‘antwoordt’ is hier een regieaanwijzing. Een kleuter heeft daar geen concreet beeld of associatie bij (is antwoorden vriendelijk, neutraal, wordt Rikki getroost?) maar dat maakt in de grote context wederom niets uit.
Rikki zegt iets, vader antwoordt iets. Dat is belangrijk: Rikki krijgt antwoord. Daarna gaat de aandacht weer naar het grote probleem: Rikki mag niet met zijn vriendinnetje spelen. Een paar dagen niet mogen spelen met je vriendinnetje is oprecht erg in de belevingswereld van een kleuter. Dan maakt het echt niet uit of papa dat fluistert, zegt of zucht. In een kinderboek schreeuwt een vader niet. Dat past alleen in duistere boeken met een zwaar verhaalthema. Ergens weet een kind dat ook. Papa gaat hierom niet schreeuwen, dus dat uitsluitsel hoef je niet te geven door je concentreren op de perfecte regieaanwijzing. Laat dat ene moeilijkere woord vooral niet veel gewicht in de schaal leggen. Het is echt maar een detail voor de kleuter en voor jou schrijft het prettiger. Je wordt er horendol van als je steeds staccato ”begrijpelijk” moet gaan schrijven met alleen maar: zegt, zegt, zegt. Dat doet het tempo van je tekst ook geen goed.

Het toverwoord bij kinderboeken: inleven

Als je je aan de basisprincipes van taalontwikkeling houdt, kan er wat betreft woordgebruik niet zo snel iets misgaan. Een kleuter kan ‘literair ontleden’ niet eens uitspreken, laat staan dat hij dat doet ;). Het is bij kinderboeken belangrijk dat je je inleeft in de beleefwereld van het kind. Wat vindt een kleuter interessant of spannend? Bedenk dat kleuters de wereld nog volop aan het ontdekken zijn. Als je bedenkt wat een vijfjarige wereldontdekker bezighoudt, dan zit je al snel goed.
Kijktip: Ponyo. Sosuke en Ponyo zijn de vijfjarige helden. Je ziet dus hoe zij alles beleven, maar toch blijft de film genoeg ”uitgezoomd” om als volwassene het perspectief van een kind te kunnen zien, in plaats van dat de hele film kinderlijk eenvoudig of overdreven ‘zacht en pluizig’ wordt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage zijn excuses aan moet bieden?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage excuses aan moet bieden?

Een personage mag niet perfect zijn. Hij moet fouten maken of iets niet kunnen, zodat de lezer zich met hem kan identificeren. Maar je personage kan het evengoed flink verknallen. Hier kan je op letten als je personage een grote fout recht moet zetten. 

Wat is er misgegaan?

Kijk eerst wat er precies is misgegaan. Dat maakt verschil voor de aard en de mate van de excuses die nodig zijn. Je kan de mogelijkheden opdelen in pech, laksheid en bedrog. 

  • Bij pech laat je personage bijvoorbeeld een glas vallen omdat hij schrikt van plotseling vuurwerk. Niks aan te doen; de omstandigheden werkten tegen, of dingen zijn zoals ze zijn.
  • Bij laksheid is je personage niet opzettelijk gemeen, maar had hij iets wel kunnen voorkomen als hij iets oplettender was geweest: als je eerder was opgestaan, had je de trein niet gemist. 
  • Bij bedrog doet je personage iets wat niet hoeft en waarvan hij weet of had kunnen weten dat dat verkeerd valt bij de ander. Van iets relatiefs kleins tot schelden in een ruzie tot vreemdgaan of moorden: bedrog is iets gemeens. 

Excuses voor pech hebben meestal de minste voeten in de aarde, gevolgd door laksheid en bedrog.

Vervolg voor het plot 

Excuses die het waard zijn om een scène of langer aan te wijden, hebben een vervolg voor het plotverloop. Spijt kan zelfs een verhaalthema zijn. Het moment dat je personage iets goed te maken heeft, is meestal een zeer belangrijk punt in het verhaal. Spijt en het verlangen het weer goed te maken vormen soms het begin en einde van een verhaal. (Wat was de vervelende daad van je personage en wordt dat uiteindelijk vergeven?) Als de excuses (of die willen aanbieden) niet aan het begin en het einde zitten, kijk dan of ze wel bij een clue in de drie-aktenstructuur zitten. Een clue belooft een keerpunt in een verhaal. Dat past bij belangrijke excuses. 

Excuses aanbieden 

Als het ongeluk of de vervelende actie nare gevolgen heeft voor degene die de dupe is, moet je personage altijd iets goedmaken, óók bij pech. Het vertrouwen in je personage is zeer waarschijnlijk – al dan niet terecht- geschaad en moet weer worden terugverdiend. Alleen sorry zeggen is dan zelden voldoende. Je personage zal ook nog iets moeten doen. Dat kan iets makkelijks zijn, zoals schadevergoeding betalen. Soms zal je personage keer op keer moeten bewijzen dat hij van karakter is veranderd. Of drie keer naar de voetbalwedstrijd moeten komen kijken omdat hij die ene belangrijke wedstrijd van zijn zoontje heeft gemist. 

Bedenk hoe vergevingsgezind de tegenhanger is en of je personage in staat is om zijn beloofde excuses uit te voeren. En hoe groot zijn de gevolgen (voor de ander?). Dat bepaalt of je personage vergeven zal worden of niet. 

Na het excuus 

Een excuus kan worden aanvaard, maar dat hoeft niet. Hoe dan ook zullen je personages anders naar elkaar kijken. Groeien ze dichter naar elkaar toe of juist van elkaar af, nu dit voorval heeft plaatsgevonden? Vergeet niet om te kijken hoe hun relatie verandert na deze gebeurtenissen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Overromantiseren: zo wordt een verhaal schadelijk

Veel verhalen hebben liefde als belangrijk thema. Dat kan een prachtig verhaal opleveren, maar ook gevaarlijk worden als je liefde vanuit een verkeerde invalshoek bekijkt.

Teken van liefde: de roos en doorns

Een bekend symbool van liefde is de roos. Het is me opgevallen dat die vaak wordt afgebeeld zonder doorns, of dat die er -symbolisch!- afsneden zijn als het bosje bloemen aan de geliefde wordt overhandigd. Niets aan liefde kan nog pijn doen: het is slechts rozengeur en maneschijn. Anders is het toch niet meer romantisch? Wat moet er dan met de boottochtjes bij volle maan en de passievolle vrijscènes?
Deze versimpelde insteek gebruik ik voor de rest van deze blogpost: de doorns van de roos worden te vaak afgesneden om de aandacht maar bij de rozengeur en maneschijn te houden. Zo hoeft de lezer ten behoeve van vermaak er niet aan dat liefde ook vreselijk pijn kan doen. De ander kan verdriet hebben dat je niet op kan lossen, bijvoorbeeld.
Als je iets eerlijk wil schetsen, dan ontkom je er niet aan om de doorns gewoon aan de roos te laten zitten.
Dit betekent niet dat je geen oude vertrouwde zwijmelroman mag schrijven. Vooral doen, want het is heerlijk om op zijn tijd lekker te kunnen wegdromen. Deze blogpost is er vooral voor bedoeld om je bewust te maken van bepaalde blinde vlekken die rondgaan in de schrijverswereld. Dan kan je altijd nog je eigen afwegingen maken. Bovendien gaat het principe van de roos zonder doorns helaas niet enkel op voor het romantische genre…

‘Tenminste’ en ‘alles-is-mooi’

Als je iets onterecht gaat romantiseren, zijn er twee pijlers in het spel. Het begrip tenminste wordt op een gevaarlijke manier gebruikt. En iets onprettigs wordt gezien als iets moois, of wat dat uiteindelijk oplevert. Deze pijlers kunnen worden gecombineerd of afzonderlijk een nare boodschap met zich meebrengen. Uiteindelijk wordt er iets wat gevaarlijk of gemeen is op die manier als iets onschuldigs of gewensts neergezet.

Tenminste

In het geval van ‘tenminste’ wordt de huidige situatie met een andere vergeleken. Vervolgens wordt er geconcludeerd dat het allemaal niet zo erg is. Relativeren kan goed zijn, maar niet als je daardoor een dringend probleem niet oplost of een hachelijke situatie niet uit de weg gaat of -nog erger- wenselijk gaat vinden.
* Ja, mijn kind groeit op in armoede en heeft daardoor soms geen eten, maar ik zie het tenminste nog. Dat is beter dan het kind zijn van een rijk gezin dat geen aandacht krijgt omdat pa en ma te druk zijn met de zaak. Ik geef mijn kind nog liefde. (Maar dat verandert niets aan het feit dat je kind niet altijd te eten heeft. Vind je dat oké dan….?)
* Ja, ik word af en toe hard geslagen door mijn vriend. Maar wij hebben tenminste nog wekelijks fantastische seks. Ik hoor van jou dat jullie het hoogstens nog maar eens per maand doen. (Ik zou liever wat minder seks hebben dan continu rondlopen met pijnlijke blauwen plekken, schat…)
‘Tenminste’ is als blind zijn voor de doorns terwijl je erdoor wordt geprikt.

Niet zo erg hè? Tuurlijk…

Alles-is-mooi

Alles-is-mooi is de pijler die iets naars vanuit een hele enge invalshoek benadert: dat het eigenlijk iets moois is. Vanuit het principe van ”Wat romantisch!” of ”Zo is het toch nog mooi” worden er dingen verheerlijkt of zelfs aangemoedigd terwijl er in werkelijkheid talloze -luide- alarmbellen zouden moeten afgaan en er onmiddellijke actie vereist zou zijn.
* Hij verlangt zo naar me dat hij zelfmoord zou plegen als ik op iemand anders zou vallen. Dan zou zijn leven geen nut meer hebben, zei hij! (Waarschijnlijk zware depressie, chantage en iemand dreigt een (zelf)móórd te plegen. Iemand moet 113 bellen!)
* Hij belt me zes keer per dag om te vragen waar ik ben als hij niet bij me is, hij kan niet zonder mij (stalkeralarm!)
* Oh, ik heb ooit een zware burn-out gehad. Maar nu heb ik het licht gezien, ben ik een ander mens en geniet ik van het leven. (Maar je bent niet voor jezelf opgekomen en hebt waarschijnlijk geen grenzen aangegeven. Als je dat wel had gedaan, had je niet maandenlang een hoopje ellende hoeven zijn. Een burn-out krijgen is geen schande, doen alsof dat een welverdiende medaille is, is dat wel. Een burn-out is iets vreselijks, dus doe niet alsof dat een laatste en noodzakelijke stap is naar een gelukkig leven. Zo moedig je een bepaalde vorm van passiviteit aan bij een serieuze en ernstige situatie.)

Alles-is-mooi is alsof je doet alsof de doorns van de roos zijn gemaakt van donzige veren die iedereen zou moeten willen aanraken, ook al haal je daarmee je vingers open.

Een verhaal met echte doorns

Om een verhaal een stevige basis te geven en spannend te houden, moet je de doorns niet voor iets anders aan gaan zien, of ze helemaal afknippen, zodat je niet gewond kan raken. Je moet ze zien als een mogelijke manier om je te verwonden om vervolgens een manier te vinden om die doorns af te snijden. Met andere woorden: laat je personage zoeken naar oplossingen, laat hem een paar keer falen en vervolgens groeien: ziedaar het centraal conflict, een randvoorwaarde voor een goed verhaal.

Dit is een echte roos: met doorns en al!

”Zonder jouw liefde zie ik geen andere uitweg dan zelfmoord plegen…”
”Goeie genade, ik bel onmiddellijk een psycholoog!”
Bedenk wat er vervolgens allemaal gebeurt: een intensief therapeutisch traject, waarbij trauma’s uit het verleden moeten worden verwerkt. Dat levert de nodige spanning binnen de relatie op. Ongetwijfeld sneuvelt er eens een vaas in alle emoties en vraagt het stel zich af of ze wel samen verder moeten. Als ze dat uiteindelijk lukt, is dat einde veel meer belonend en het verhaal veel spannender dan wanneer iemand geen actie onderneemt en ‘romantisch’ toekijkt hoe een van de twee naar de verdoemenis wordt geholpen.
Iets overromantiseren komt erop neer dat je personages laat toekijken vanaf de zijlijn (bij iets ernstigs), terwijl die dan juist middenin het verhaal horen te staan.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.











Zo schrijf je een Karen: de vrouw met voorrecht

Karen is de laatste jaren enorm populair geworden in memes. Het is een witte vrouw die om zeer kleine dingen enorme stennis schopt. Maar Karen is ook de naam van een trope voor een bevoorrechte en vaak ook racistische vrouw. Wat is een Karen en hoe kan je haar slechte kanten ook in andere personages naar voren laten komen?

Drie kenmerken van een Karen

Laten we eerst naar de meme-Karen kijken. Je kan haar binnen een paar tellen herkennen aan drie basiskenmerken. Die gaan we verderop uitwerken om van haar geen karikatuur, maar een stevige personagetrope te maken.
* Ze heeft een typerend kapsel.
* Ze wil de manager spreken als de klantenservice haar niet 101% zint.
* Ze belt de politie als ze zich niet veilig voelt. Dat ‘veilig voelen’ is vaak zeer racistisch: Ze kan al het alarmnummer bellen omdat er een zwart persoon naast haar op een parkbankje zit. (Terwijl die persoon alleen maar naar de vogels kijkt of een boek zit te lezen.)

Dit plaatje kwam tientallen keren bovendrijven (waaronder op quora.com, mijn bron). Dat zegt genoeg, toch? 😉

Karens kapsel: teken van voorrecht

Dit kapsel zou je kunnen zien als een symbool van voorrecht. Voor dit kapsel moet je naar de kapper, deze laagjes knip je niet zelf en de highlights zet je ook niet zelf. Een kappersbeurt kost geen honderden euro’s, maar je houdt je haar, je uiterlijk en daarmee je voorkomen wel op orde. En als je daar de (financiële) middelen voor hebt, sta je al hoger op de sociaaleconomische ladder dan iemand die naar de voedselbank moet of dat ‘kappersgeld’ eerder besteedt aan nieuwe schoenen omdat het enige paar dat diegene heeft al gaten in de zolen heeft. Een arm iemand zal waarschijnlijk eerder een paardenstaart als kapsel nemen, omdat de bijbehorende punten relatief makkelijk zelf te knippen zijn en je zo kapperskosten kan besparen.
Hoewel deze beredenering zeer kort door de bocht is, hoop ik dat je zo makkelijker kan onthouden: Karen laat duidelijk merken dat ze iemand is die bepaalde voorrechten tot haar beschikking heeft. Wat typerend is voor Karen is dat ze voorrechten met rechten verwart. Een kappersbeurt blijft hoe dan ook een voorrecht, geen recht. Maar Karen verwart die dingen altijd met elkaar.

De manager spreken

Karens credo? Als je iets doet wat mij niet zint, heb ik het recht om je aan te klagen, want ik heb recht op alles wat mij een zorgeloos leventje bezorgt of dat iedereen mij onvoorwaardelijk bedient. En daarom doet of probeert Karen idiote dingen als:
* obers laten ontslaan als het eten haar niet smaakt;
* een winkelketen aanklagen als ze geen korting meer krijgt als de kortingsperiode al is verstreken.

Het alarmnummer bellen

Karen wil altijd dat alles naar haar zin gaat, kent geen onderscheid tussen recht en voorrecht en staat op een bepaalde hogere trede op de sociaalmaatschappelijke ladder. Het is dus misschien geen verrassing dat ze de neiging heeft om racistisch te zijn: ze belt meteen het alarmnummer als een zwart persoon of een andere minderheid letterlijk of figuurlijk een verkeerde beweging maakt, in plaats van dat ze eerst die persoon aanspreekt of zich überhaupt met haar eigen zaken bemoeit. Iedereen die zich onder haar op de sociaalmaatschappelijke ladder bevindt, kan zich maar beter voor haar bergen.

Karen is zo’n personage dat bij iedereen frustraties oproept.

De angst achter het voorrecht

Karen of andere personages die voorrecht en recht door elkaar halen, zijn vaak bang dat hun uw-wens-is-mijn-bevel-leventje vroeg of laat in duigen valt. De extreme behoefte aan controle en gehoorzaamheid van anderen aan Karen is vaak te herleiden naar het feit dat ze ergens diep vanbinnen weet dat ze niet zelfredzaam zou zijn als haar privileges zouden wegvallen.
Je zou kunnen zeggen dat ze haar hele leven magic pixies om haar heen heeft gehad en dus nooit echt een centraal conflict heeft gehad wat ze zelf aan heeft moeten gaan. Ze is te veel gewend aan haar comfortzone om die te durven of zelfs maar te kunnen verlaten. -In Karens geval is de comfortzone wel degelijk altijd comfortabel-.
Het is voor haar veiliger om kritiek te hebben op anderen vanuit een hogere positie dan iets te veranderen aan het haar leven waar ze iets moet doen dat meer vergt dan alleen maar commentaar hebben vanaf een zijlijn.
Dat maakt een Karen(-achtig personage) een ideale slechterik. De randvoorwaarden van een goede held zijn: laat hem groeien, laat hem vallen en opstaan en een conflict om te overwinnen. Dit weigert een Karen steevast. Ze zet alles naar haar hand om dat maar niet te hoeven. Tel haar gemene karakter bij die onwrikbaarheid op en je lezer zit gegarandeerd met knarsende tanden over haar te lezen.

Karen als een slechterik

Karen is dus een ideale slechterik. Iedereen heeft een hekel aan haar. Een aantal goede voorbeelden van Karens zijn:
* Caroline Burnham uit de film American Beauty; (Let ook eens op haar kapsel)
* Dorothea Omber uit de Harry Potter-serie.
(Als je iemand vindt die deze personages kent en geen hekel aan ze heeft, laat het me weten…)

Karen is onwrikbaar in haar manier van doen. Omdat ze weigert als persoon te groeien en haar comfortzone te verlaten, kan ze niet echt veranderen. Ze is dus niet geschikt voor een heldenrol, maar ze kan wel degelijk een belangrijk moment beleven: als de wereld die zij ‘onder controle’ heeft in elkaar stort, beleeft Karen een fikse inzinking. Daardoor kan het lijken alsof Karen een oppervlakkig personage is, maar schijn bedriegt.
Als je Karen schrijft, hou er dan rekening mee dat ze niet als een Karen is begonnen. Ze heeft door de jaren heen waarschijnlijk veel muren rondom zichzelf gebouwd. Dat betekent dat ze vaak een interessante geschiedenis heeft, al komt die in je verhaal niet naar voren. Als je die geschiedenis serieus neemt, heb je een goed personage, geen karikatuur. Ook al blijft Karen een vreselijk mens.

Schrijf je onbedoeld een Karen? Laat mij het controleren: kijk in mijn webshop.

Het onschuldige en nodige gebrek van je personage: de sigaret

Ieder personage moet een tekortkoming hebben. Op die manier kan je lezer zich makkelijker met hem identificeren. Maar soms is het lastig om een passende slechte gewoonte of eigenschap te vinden. In deze blogpost weeg je af wat je de sigaret van je personage kan maken.

Wat is de sigaret van je personage?

Zie de sigaret als het gebrek of de tekortkoming van je personage die hij moet hebben. Objectief gezien is zijn sigaret wel degelijk iets negatiefs, of in ieder iets wat je liever niet zou zien. Tegelijkertijd is de sigaret ook iets waarvan je kan zeggen: het is nou ook weer niet meteen crimineel slecht.
Ik heb niet voor niets de sigaret als voorbeeld genomen voor dit principe. Iedereen kent de nadelen van roken en iedereen zal het erover eens zijn dat roken niet goed is voor jou, voor anderen of in het algemeen. Tegelijkertijd: zou jij beweren dat iemand die rookt een crimineel is? Waarschijnlijk niet. Zou jij acuut de kinderbescherming bellen als je weet dat de ouders van een kind roken? Dat lijkt me wat overbezorgd.
De sigaret kan je dus zien als een karaktertrek, gewoonte of overtuiging die niet meteen wenselijk is, maar die je personage wel iets geeft om geen Mary Sue te worden.

Een sigaret is soms minder erg dan de eerste associatie die hij tegenwoordig heeft.

Je personage is meer dan een gebrek

De sigaret en de roker zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie een sigaret opsteekt, is een roker. De roker doet op dat moment iets waar steeds meer mensen zich aan storen. Maar dat maakt de roker niet meteen een racist, mishandelaar of een anderszins kwaadaardig mens. Een roker zal je waarschijnlijk wel de weg wijzen als je verdwaald bent, zonder dat je bang hoeft te zijn dat hij intussen je zakken rolt. En als je last hebt van de sigaret, zijn de meeste rokers zonder mopperen bereid om buiten te gaan staan.
Kortom: de roker doet iets slechts, maar het is niet meteen een slecht persoon voor wie je moet oppassen, of die je op basis van die ene gewoonte een ingemene slechterik kan noemen. Het voordeel van een sigaret is dat je een tekortkoming hebt die ook echt als zodanig overkomt. Ja, nagelbijten is ook een tekortkoming, maar zoiets vergeet je al snel als daar vier goede eigenschappen tegenover staan. Een sigaretje opsteken daarentegen schuif je als slechte eigenschap minder snel aan de kant.

Voorbeelden van mogelijke sigaretten

De sigaret is één voorbeeld. Als je personage niet rookt, kan je ook aan dingen denken als:
* Iemand die (zonder grote of gewelddadige gevolgen) vaak drinkt/ dronken wordt;
* Iemand met een zeer grote ecologische voetafdruk;
* Iemand die vaker of liever neemt dan geeft;
* Een vrek. Let op: er is een verschil tussen geen geld willen uitgeven of mensen die bij je komen voor hulp omdat ze in financiële nood zitten willens en wetens in de kou laten staan omdat je geld wil besparen. Daar zit een aantal ‘gradaties van slechtheid’ tussen die je niet zomaar mag overslaan in je beredenering wat iemand slecht maakt.
Hou die gradaties in je achterhoofd als je gaat bedenken wat de mogelijke sigaret van je personage kan zijn.

De noodzaak van een personage met een onschuldig gebrek

Zoals je vast wel weet, is het noodzakelijk dat je een bepaalde balans hebt van goed en slecht in je verhaal. Als je een personage met een sigaret hebt, kan dat personage je protagonist de broodnodige spiegeling geven die je held nodig heeft om te groeien. Spiegelen kan twee dingen inhouden: zorgen voor een evenwicht tussen goed en slecht of reflectie.
Met spiegelen doel ik nu vooral op wat de lezer kan opmerken aan symbolieken en het verhaalthema. Ziet de lezer bijvoorbeeld dat je personage dol is op pasteltinten en dat dat haar zachte karakter weerspiegelt? Of (heel cliché) dat de held blond is met blauwe ogen en de slechterik in het zwart gekleed gaat?
Met reflectie bedoel ik iets wat je personage aan dit soort dingen op kan vallen. Deze hele blogpost over de metaforische sigaret is een trucje voor jou als schrijver, maar dat is iets wat je personage zelf óók zou kunnen merken.

Vroeg of laat moet je held beseffen dat hij (nog) iets moet leren of dat hij zo zijn tekortkomingen heeft. Dat is belangrijk voor het centrale conflict: leren hoort bij vallen en opstaan. Zelfreflectie kan moeilijk zijn en dan is het makkelijk als je een zetje krijgt. Het is niet zo moeilijk meer om te zeggen dat je nog iets moet leren, iets niet kan doen of iets gewoon niet bij je past als er iemand in je naaste omgeving een metaforische sigaret heeft. Dan kan je hoofdpersonage iets denken als: Ik ben niet slim genoeg om te studeren. Maar mijn vriend, die hoogleraar is, heeft schulden omdat hij koopziek is. Ik heb mijn financiën op orde, dus dat doe ik nog wel goed. En trouwens, ook al is mijn vriend koopziek, het is nog steeds een beste vent: ik wil nog gewoon vrienden met hem zijn, want hij is meer dan alleen koopziek. Waarom zou ik dan niet méér dan alleen laagopgeleid zijn? Dat maakt mij toch niet meteen slecht?

Misschien ben ik wel niet zo slecht (bezig)… Deze afweging kan je personage een prettige schop uit de comfortzone geven. Zo komt er weer vaart in het verhaal.

Er komt dus een zekere mate van vergelijking bij kijken. Deze vergelijkingen zijn niet per se oordelend. Het gaat erom dat je personage een bepaalde ´ademruimte´ krijgt. Met deze ademruimte durft hij meer aan, een comfortzone te verlaten en dus verder met het verhaal kan gaan, omdat hij minder bang is om te vallen. Dit soort reflectie is niet iets dat ineens komt dagen bij je personage. Het zal een proces zijn dat een groot deel van het verhaal in beslag neemt als je personage beschamende gedachte over zichzelf heeft of weinig eigenwaarde heeft.

Ik kan controleren of je personage geoeg gebreken heeft: kijk eens in mijn webshop.

Schrijfoefening: de spijt van je personage

Probeer er eens achter te komen waar je personage spijt van zou krijgen. Je leert meer over je verhaalthema, plotontwikkeling en je personage!

Spijt in je verhaal

Als je personage zou weten waar hij vlak voor het eind van zijn leven spijt van zou krijgen, dan zou hij willen weten hoe hij dat zou kunnen voorkomen. Soms lukt dat, soms niet. Ieder persoon/ personage heeft zijn beperkingen. Je gaat met deze schrijfoefening onderhandelen met je personage over hoe die spijt voorkomen kan worden.

Randvoorwaarden voor de onderhandeling

Als jouw personage gokverslaafd is, zal hij spijt krijgen dat hij al zijn geld heeft vergokt, maar als jouw verhaalthema verslaving of financiële problemen is, dan kun je hem niet tegemoetkomen. Omdat je personage imperfect is, is spijt niet altijd te voorkomen. Er zijn altijd omstandigheden die het geluk van je personage onmogelijk kunnen maken of vertragen. Denk aan:
* Het verhaalthema kan niet stroken me de wensen van je personage.
* Bepaalde zaken uit de personagebiografie (angsten die je personage beperken, een wieg die op een ongunstige plaats heeft gestaan…) of de boodschap van je verhaal komen niet overeenkomen met het persoonlijke belang van je personage.

Voor deze schrijfoefening is het fijn als je al met je personage kan ‘praten‘.

Start van de onderhandeling

Harm heeft ruzie met zijn beste vriend, Walter. Hij komt mopperend naar jou toe:
”Walter is echt een eikel! Hoe durft hij mij verantwoordelijk te houden voor het feit dat hij ontslagen is? Ik heb uren met hem gebeld over hoe hij de nare situatie op zijn werk op zou kunnen lossen! Ik gaf hem raad, die volgde hij niet eens op en nu is het mijn schuld dat hij geen baan meer heeft! Ik hoef hem nooit meer te zien.”
Je geeft Harm gelijk: dit is een oneerlijke situatie. Maar als God van zijn leven en de bepaler van de verhaallijn waarschuw je Harm: ”Als jij die ruzie met Walter niet oplost -ook al is dat niet meteen-, krijg je daar ‘sterfbedspijt’ van.”
“O nee,” schrikt Harm. ”Dat wil ik echt niet!”
Nu kunnen jij en Harm onderhandelen.

Tijd voor een goede onderhandeling tussen jou en je personage.

Uitwerking van de onderhandeling

Harm speelt de hoofdrol in een verhaal met het thema: eigenwaarde behouden. Hij is trouw, maar ook onzeker. Hij kan zich een leven zonder Walter als vriend niet meer herinneren. Vanwege zijn trouw heeft Harm veel voor Walter over. Maar Walter is ambitieus en heeft veel andere vrienden: Harm is een goede vriend, maar niet meer zo belangrijk voor Walter als vijfentwintig jaar geleden. Bart kan hem óók uit de brand helpen. Harm heeft hem teleurgesteld, dus gaat hij andere vrienden bezoeken. Dat is misschien niet eerlijk, maar dat hoeft ook niet. (Lees hier waarom niet). Het feit blijft dat Harm boos is op Walter. En Harm moet daar iets aan veranderen, want híj is de held in het verhaal.
Vanwege zijn trouwe aard begint Harm aan zichzelf te twijfelen. Is hij misschien niet trouw genoeg geweest? Had hij meer moeten slikken?
“Nee,” zeg jij dan. ”Dit is helaas voor jou een onontkoombaar moment. Vanwege het verhaalthema moet jij leren dat je waarde hebt. En die eigenwaarde moet onvoorwaardelijk worden en losstaan van wat Walter van jou vindt. Walter doet jou nu pijn doordat jij iets van waarde aan hem hebt gegeven en hij dat niet op waarde schat. Dat is jouw centraal conflict, en daar kom je niet onderuit.” (Zie je dat ‘waarde’ in twee zinnen vier keer voorkomt? Dat geeft aan dat het een thema is, waar je dus serieuze aandacht aan moet besteden.)
“Maar,” weerlegt Harm “Walter is zo belangrijk voor me. Als hij wegvalt, durf ik mijn comfortzone niet uit om dat conflict aan te gaan.”
Daar heeft Harm een goed punt. Kijk eens hoe je Walter (of de aspecten die Harm van hem mist, zoals vriendschap, de behoefte een steun voor anderen te kunnen zijn) tijdelijk kan vervangen.

Vervangen van de voorwaarden

Harm is dol is op voetbal en ongewenst kinderloos. Daarom wordt hij buurtvader, waar hij met kansarme kinderen gaat voetballen en hen zo helpt op het goede pad te blijven of ontspanning te bieden. Dan kom je hem tegemoet in zijn behoefte om anderen te steunen en een verschil te maken. Eens in de zoveel tijd krijgt Harm te maken met een boze ouder, die onterecht veel van Harm verwacht als buurtvader: ”Nee, mevrouw Koopmans, ik kan van uw kleine Ricky geen nieuwe Messi maken.” Harm leert om mevrouw Koopmans naast zich neer te leggen. Hij is wel degelijk een goede buurtvader; tiener Abdel is door het voetbal van de straat gebleven. Zo behoudt Harm de buurtvader met vallen en opstaan zijn eigenwaarde.

Hup, team Harm!

Spijt voorkomen

Na een paar jaar buurtvaderschap leert Harm de vader van zijn cliëntje Louis kennen. Hij heeft griezelig veel gemeen met Walter. Deze man wordt ook door zijn ambities verblind en reageert zijn frustraties af op de kleine Louis. Op een bepaald moment beseft Harm: Die man wordt opgevreten door zijn overdreven ambitie en kan dat ook niet helpen. Goh, misschien gold dat ook wel voor Walter.
Het is geen pijnpunt meer voor Harm, dus kan hij er makkelijker op een afstandje naar kijken.

Met meer eigenwaarde dan een aantal jaar geleden, probeert Harm de ruzie met Walter weer bij te leggen. Of dat lukt, is niet meer belangrijk. Je hebt voldaan aan je thema, want Harm zal zijn eigenwaarde zal behouden; hij heeft een conflict met vallen en opstaan gehad. Spijt is ook niet nodig; hij heeft gedaan wat hij kon om te voorkomen dat hij op zijn sterfbed spijt zou hebben dat hij Walter voorgoed had afgeschreven.
Harms heldenreis is hoe dan ook geslaagd: je lezer wil de held risico’s zien nemen. Of die zich dan ook uitbetalen is dan bijzaak.

Kijk zo naar potententiele spijt en je leert meer over je personage, je verhaalopbouw en je krijgt een stevig conflict dat goed aansluit op je verhaalthema.

Hulp nodig bij het controleren van wat je schrijft in je boek? Schakel mij in voor redactie, voordat je spijt krijgt dat je dat niet eerder hebt gedaan en veel moet herschrijven.



Hoe kan je investeren in creatief schrijven?

Als je je boek uitgegeven wil krijgen, kom je voor de vraag te staan of je in je boek moet investeren. Meestal gaat het dan over het inhuren van een redacteur, maar je kan ook op andere manieren in schrijven investeren. Op wat voor manieren kan je investeren en moet dat altijd?

Investeren in schrijven: tijd

Als je serieuze schrijfambities hebt, moet je hoe dan ook investeren. Er zijn verschillende manieren van investeren. Tijd is misschien wel de belangrijkste. Hoe makkelijk je ook kan schrijven als je eenmaal je tekstverwerker hebt geopend, je zal altijd een voorbereiding hebben. Denk aan het uitschrijven van:
* de personagebiografie;
* het verhaalthema;
* het centraal conflict;
* het globale schrijfonderzoek.

Maar ook als je verhaal al geschreven is en misschien zelfs uitgegeven wordt, moet je nog tijd blijven investeren om je boek aan de man te brengen. Niet alleen op verjaardagen, maar vooral op sociale media. En dat is niet klaar met een keer per maand een berichtje plaatsen. Een traditionele uitgever zal je hierin begeleiden, maar onderschat de tijd die in je boek gaat zitten niet. Als je een jaar over een boek wil doen, is dat oké, als je er dertig jaar over wil doen ook. Maar probeer geen deadline aan je boek te geven. Je kan niet zeggen: Ik ga er om negen uur in de ochtend voor zitten en om drie uur ’s middags is mijn scène zowel af als helemaal pico bello. Je zal moeten reviseren, kan met een mentaal writers block te maken krijgen… Schrijven gaat nooit helemaal volgens planning. Daarom moet je niet zozeer tijd vrijmaken als wel daadwerkelijk investeren in het schrijven van je boek.

Verstop jezelf alsjeblieft niet achter tijd. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Doe je dat wel, dan heb je er uiteindelijk alleen jezelf mee.

Investeren in je verhaal

Investeren in je verhaal is een combinatie van tijd vrijmaken en je schrijversonderzoek doen. Zodra je de basis van je verhaal hebt uitgewerkt, leer je je personages een beetje kennen. Maar je zal ook tijd moeten vrijmaken om hen en hun leefwereld beter te leren kennen.
Als je een begin van een personagebiografie hebt gemaakt, zal je misschien weten dat het de grootste angst van je personage is om ontslagen te worden bij het topadvocatenbureau waar hij werkt. Dan weet je misschien dat hij totaal in paniek raakt als hij zijn baan verliest, maar dat is niet genoeg om een echt beeld van je personage van te krijgen. Je kent hem pas echt als je weet wat zijn eerste actie is in de paniek die hij voelt als het slechte nieuws hem bereikt, hoe hij weer over die eerste schok heen komt, of en welke geliefde hij dan opbelt en of hij de schok wegdrinkt of wegmediteert. Dat zijn dingen die je niet vooraf kan bepalen, dat leer je al schrijvend.
In dit proces is het ook handig om je opschrijfboekje extra vaak te gebruiken. Observeer zoveel je kan, zodat je op een prettige, ongeforceerde manier je personage meer op een echt persoon kan laten lijken. Mensen zijn wat dat betreft een goed spiekbriefje om een personage wat meer vorm te geven.

Investeren in feedback

Als je zeker wil weten dat je verhaal overkomt zoals jij dat wil, ontkom je er niet aan dat je proeflezers inschakelt. Je zal tijd moeten investeren in het maken van lijstjes voor de feedback en opnieuw tijd moeten besteden aan het verwerken van deze feedback. Feedback verwerken is een erg belangrijk onderdeel van het schrijfproces, maar het is niet altijd makkelijk en het kan soms erg eng zijn. Misschien moet je het zelfs nog leren. Dat betekent dat er nog een investering bij komt: het aanleren van een compleet nieuwe vaardigheid. Als feedback verwerken nieuw of lastig voor je is, kan je het beste een verhaaltje schrijven waar je verder niets mee wil of van verwacht. Zo kan je op een veilige manier oefenen met het principe dat je soms dingen aan moet passen of heroverwegen. Zo hoeft jouw grote verhaal geen proefkonijn te worden en hoef je niet bang te zijn dat het verhaal waar je ambities mee hebt, aan iets wordt onderworpen waar je nog niet vertrouwd mee bent.

De spreekwoordelijke rode pen van anderen kan heel eng zijn, maar is wel onvermijdelijk. Probeer voor jezelf te bepalen wanneer je er klaar voor bent. Overhaast het zeker niet en oefen er desnoods eerst mee op een laagdrempelige manier.

Investeren in een manuscriptredacteur

Goed nieuws: dit is de enige manier van investeren die je als schrijver niet per se hoeft te doen. Een redacteur helpt je om de kwaliteit van je verhaal te verbeteren door verbeterpunten aan te kaarten en je daarin te begeleiden. Zo kan je als schrijver meer leren en je verhaal op zijn best presenteren zodra het af is. Maar dat is iets dat je zelf moet willen en het is zeker niet verplicht. Als je pas begint met schrijven, kan het zelfs fijner zijn om eerst even aan het schrijfproces gewend te raken voordat iemand je allerlei tips gaat geven. Hoewel het nog steeds niet verplicht is, is het wel verstandig om een redacteur in te schakelen voordat je je manuscript aanlevert bij een uitgever. De verbeterpunten die een redacteur je meegeeft, kunnen het verschil maken tussen wel of niet uit de slushpile komen, en daarmee het verschil maken tussen al dan niet uitgegeven worden.
Je kan een redacteur inschakelen tijdens het schrijven, of als je al klaar bent. Weeg voor jezelf af wat het beste voor jou werkt. Als je weet dat je met een redacteur wil gaan werken, dan moet je er rekening mee houden dat je daar geld voor opzij moet zetten, zeker als je je boek van begin tot eind nagekeken wil hebben.

Ik kan je helpen met manuscriptredactie. Kijk eens in mijn webshop als je daar interesse in hebt. Wil je weten wat je grofweg kan verwachten als je een redacteur inschakelt? Klik dan hier.