Schrijfoefening de digitale ridder: heb je een goed open einde?

Bij een open einde interpreteert de lezer de afloop van je einde. Daarvoor moet je wel vaste aanknopingspunten kunnen geven. Om te laten zien wat voor effect interpretaties van een lezer kunnen hebben op je verhaal, trekken we een ridder een pixelpak aan en plaatsen we hem in een videogame.

De controle(r) uit handen geven

Bij een videogame heeft de speler een controler in handen. Afhankelijk van diens wil of onkunde bepaalt dat of de ridder de draak kan verslaan of niet. Een videogame heeft ook opties die het plotverloop bepalen. Vaak vraagt een voorbijganger iets waar je bespeelbare personage antwoord op moet geven. Afhankelijk van dat antwoord gaat er een poort open, krijg je een extra wapen, ruzie met iemand…
Zo kan een gamer je het verhaal beïnvloeden. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening.

Gevolgen van keuzes

Onze ridder komt halverwege zijn missie op een kruispunt. Daar staat iemand die hem de weg verspert. Als hij linksaf gaat, zal hij een drankje vinden waardoor hij minder kwetsbaar is voor het vuur dat de draak spuwt. Gaat hij rechtsaf, dan kan hij een aantal gevangenen bevrijden. Aan de gamer de keuze. Dat maakt voor het karakter van de ridder een redelijk verschil, wat weer weerslag kan hebben op het plotverloop. Is de ridder eerder bezorgd om ieders welzijn (A), of is hij slechts gericht op het doden van de draak vanwege de roem? (B)

Komt hij bij een tweede kruispunt en krijgt hij de keuze tussen de prinses of rijkdom, dan geldt hetzelfde. Maar als je eerst optie A hebt gekozen en nu optie B kiest, dan stuit je op een paradox wat betreft het karakter van de ridder. Dat is dan niet logisch meer. Op den duur heeft dat gevolgen voor het plot. Maar omdat de gamer de touwtjes in handen houdt, blijft die optie wel mogelijk.
Lees: keuzes hebben gevolgen. En die keuzes en gevolgen moet je kennen om je verhaal en het open einde logisch te kunnen houden.

Waar gaat het verhaal hoe dan ook over?

Als je doet alsof je met een gamer in plaats van met een lezer te maken hebt, krijg je een duidelijker referentiepunt wat je in een open einde uit moet sluiten of moet verklaren en wat je open kan laten.

Neem het tweede kruispunt van de ridder. Bij het eerste kruispunt heeft de gamer besloten of hij voor een wapen of voor het bevrijden van gevangenen gaat. Dat zijn verschillende keuzes met andere bijbehorende moralen. Maar uiteindelijk hebben ze wel iets gemeen: beide opties maken van de ridder een held. En dáár draait de kern van je verhaal om; het gaat over een ridder, niet over een laffe bankhanger.

Zonder het gegeven dat je over een held/ ridder schrijft, kan je verhaal geen kant op en heeft het geen basis. Maar mèt die basis van het verhaal over een ridder kan je juist tientallen kanten uit. Je kan eindeloze kruispunten in het verhaal schrijven, zo je wil. Dat doe je met schrijven eigenlijk altijd. En net als de gamer die bij een kruispunt staat, komt dat vaak neer op een ja/nee antwoord:

* Verslaat de ridder de draak? ja/nee
* Wordt mijn personage ernstig ziek? ja/nee
* Breekt mijn held in dit gevecht een been? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de jungle? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de grote stad? ja/nee
* Schrijf ik over een meisje met rode krullen? ja/nee

Jij bepaalt uiteindelijk hoeveel je de controle(r) uit handen geeft.

Vaak ben je je alleen bewust van de vragen waarop je met ja antwoord geeft. Als je een horrorverhaal schrijft, denk je niet aan de vraag ‘Zal het stelletje lachend van de met bloemen begroeide helling afrollen en elkaar daarna zoenend in de armen nemen?’ Natuurlijk is dat antwoord nee. Maar in theorie kan het (wie weet hoe creatief je bent met plotten invullen ;))

Zoek de absolute ja-vragen

Als je bij de wrap-up van het verhaal aangekomen bent, moet je gaan bepalen wat je duidelijk wil afronden en wat je open laat. Om een goed open einde te waarborgen moet je zoeken naar de ‘absolute ja-vragen’. De vragen die laten zien dat je al die tijd over een ridder hebt geschreven, niet over een bankhanger, ongeacht wat een lezer verder ook met de eigen fantasie mag aanvullen. Vragen die, als ze ‘nee’ als antwoord zouden hebben, een totaal ander verhaal zouden vertellen.

* Wordt de draak verslagen? Ja
* Wordt de prinses gered? Ja
* Wordt de ridder als held onthaald? Ja

Bepaal de ‘vul uw voorkeur in’ vragen

Bij een open einde zijn er talloze vragen die een ja/nee antwoord hebben en houden.
* Trouwen de ridder en de prinses? (Let op: bij subpersonages hoort deze vraag altijd in deze categorie. Lees hier waarom.)
* Raakt de ridder later aan de drank door PTSS?
* Komt er ooit nog een andere draak in de grot wonen?
* Blijken de ridder en de prinses lang verloren gewaande broer en zus te zijn en ligt er incest op de loer?

Ho, dat laatste is wel erg luguber. Hoe kom je daar nou bij? Ik wil niet dat iemand zo over mijn verhaal gaat denken…
Blijkbaar heb ik als gamer van jouw videospel een kruispunt gehad met een optie die die incest suggereerde. Of in gewone boekentaal: tussen de regels door heb je een plotpunt, dialoog of een karaktertrek van een personage zodanig geschreven dat een lezer daar incest in zou kunnen zien.
Je hebt nu drie opties:
1 Maak van het familievraagstuk een absolute ja-vraag “De ridder keek de bakker nog eens goed aan. Hij bleek precies dezelfde ogen en neus te hebben.” Is de ridder de zoon van de bakker? Ja.
2 Laat je tekst zoals die is en neem er genoegen mee dat je tekst anders wordt geïnterpreteerd dan jij bedoelde. Je kan je afvragen of – duistere onderwerpen als incest of niet- je je verhaal wel een open einde wil geven als je je druk maakt om wat de lezer anders leest dan jij wilde overbrengen.
3 Lees je verhaal in zijn geheel nog door op dit soort ‘onregelmatigheden’. Zo’n dubbelcheck is altijd goed om te doen.

Foto door Nikita Kachanovsky op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het einde

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week: het einde.

3 aktenstructuur het einde

Waar staat dit verhaalelement?

Het einde is het echte einde van het verhaal. De aanloop daarvoor is al gegeven in de wrap-up, het vorige element. Daarom is het einde echt heel kort: het zijn de laatste zinnen van het verhaal. Doorgaans de laatste vijf tot echt de allerlaatste. Is je einde langer dan dat, dan ben je waarschijnlijk ongemerkt nog de warp-up aan het schrijven.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet alles van het verhaal, want het is in de wrap-up eigenlijk al afgelopen. Het verhaal dat doorgaat na het dichtslaan van het boek, is ook al duidelijk. Het einde heeft dus inhoudelijk weinig meer met het verhaal te maken. Het is niet veel meer dan een laatste slotconclusie die je de lezer nog mee wil geven, niet zozeer iets wat de inhoud van het verhaal nog moet verdiepen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

In de wrap-up sluit je het verhaal met een bepaalde sfeer af. De eigenlijke laatste zinnen onderstrepen wat de wrap-up duidelijk moet maken. Als de wrap-up moet samenvatten waar het boek over gaat, dan moet het einde samenvatten waar de wrap-up over gaat. Stel dat je een romance schrijft. In de wrap-up schrijf je hoe het stel gelukkig is samen en uitkijkt naar de aankomende bruiloft. Het einde is dan de beschrijving hoe het stel elkaar innig zoent, om die liefde te onderschrijven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Je moet weten of je je verhaal een open einde wil geven of niet. Het einde is de uitgeschreven plaats om nog bepaalde vragen onbeantwoord te laten, open te laten voor een volgend deel in een langere serie, of toch echt duidelijk te maken.

  • ‘Laten we contact houden.’ Soms meen je dat, soms is het een beleefde manier om  te zeggen dat je genoeg gezien hebt van de ander. Het is dan aan de lezer en diens interpretatie van het boek om te bepalen wat er buiten het boek om nog gaat gebeuren.
  • Ik laat de moordenaar in de laatste regels ontsnappen. Mijn fans weten dat ik een serie schrijf. In het volgende boek gaan we verder en op alle details in.
  • Nee, dit stel eindigt niet met elkaar, daarom laat ik ze als vrienden de handen schudden en voorgoed afscheid nemen.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Kijk uit voor clichéachtige one-liners, zoals: “Ik ook van jou.” “Hij was nog nooit zo gelukkig geweest.” “En daarmee keerden ze de middelbare school voorgoed de rug toe.”
Bedenk dat het einde dan misschien geen complete alinea’s mag bedragen, je hebt wel een handvol zinnen tot je beschikking. Gebruik die dan ook voor een show, don’t tell voor wat je met een one-liner wil bereiken. Dan leest je einde alsnog als een echt slot, maar komt het al heel wat minder geforceerd over.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Markus Spiske op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat mag je open laten als je een open einde schrijft?

Als je een verhaal schrijft zonder een duidelijk antwoord op belangrijke vragen in het verhaal, heb je een open einde. Een open einde geeft de lezer de mogelijkheid zijn eigen fantasie op een verhaal los te laten, maar kan het verhaal ook spannend maken. Toch mag je niet zomaar alles open laten in je boek. Hoe weeg je af wat je invult en wat je openlaat?

Invullen of openlaten

Het kan een groot verschil maken of je iets openlaat of invult voor de lezer. Ongetwijfeld heb je zelf eerder een boek met een open einde gelezen waarvan je het gevoel kreeg dat er iets belangrijks nog niet was onthuld. Of het omgekeerde: je kwam in de wrap-up een stukje informatie tegen waarvan je dacht ‘Nou en?’ of ‘Dat is precies het tegenovergestelde van hoe ik het verhaal al die tijd had geïnterpreteerd. Ik vind het niet passen.’ Waarschijnlijk kelderde je leesplezier in die paar laatste minuten enorm. Hoewel je dit niet voor iedere individuele lezer kan voorkomen, kan je de kans daarop wel verkleinen.

Wat moet duidelijk zijn aan het einde van je boek?

Er zijn verschillende dingen die je kan doen om een open einde te rechtvaardigen en in goede banen te leiden. De belangrijkste vraag die je jezelf daarvoor moet stellen is: wat is belangrijk voor mijn verhaal? Denk daarbij aan de basis die een verhaal of een personage überhaupt nodig heeft om interessant te zijn. Hoewel er meerdere dingen te benoemen zijn, zijn de volgende zaken belangrijk om te bepalen hoe je einde eruit gaat zien.
* Het verhaalthema
* Het centraal conflict
* Het willen en nodig hebben van je personage
* De grootste angst van je personage
* De grootste leugen van je personage

Deze elementen zijn belangrijk voor het bepalen van je open einde. Niet alleen omdat ze een belangrijke drijfveer van je verhaal an sich vormen, maar ook omdat deze zaken zich op verschillende manieren kunnen manifesteren. Sterker nog: je hebt verschillende opties die geen van allen het enige juiste antwoord zijn. Stel dat je verhaalthema eenzaamheid is en je personage zowel vrienden wil als die nodig heeft. Dan heb je een narratief acceptabel einde als hij eenzaam en alleen in een gevangenis sterft, maar ook als hij een gezin sticht en een bloeiend sociaal leven krijgt. Beide opties hebben met eenzaamheid te maken, het zijn alleen twee (extreem) andere kanten van dezelfde medaille.

Maatwerk leveren voor het open einde

Je zal vast begrijpen dat je over bepaalde zaken uitsluitsel moet geven bij een open einde. Als de lezer geen flauw benul heeft of de eenzame held ooit nog vriendschappen sluit, is dat geen prettig einde. Maar je kan wel openlaten of er nog een vriendschap in het verschiet ligt als je laat doorschemeren dat de held daar nu in ieder geval de sociale vaardigheden voor heeft aangeleerd. Dan geef je de lezer de mogelijkheid om zelf een einde te bedenken, met een basis om op terug te vallen.

Je lezer kan fan zijn van een open einde of niet, maar als je die echt niets geeft om op terug te vallen, dan irriteert dat altijd.

Omdat ieder verhaal uniek is, is daar een inhoudelijk afvinklijstje daar niet of nauwelijks voor te geven. Wat je wel kan doen is de zaken uit de vorige alinea één voor één terugbrengen naar een enkel kernwoord of korte zin. Dan heb je al duidelijker voor ogen waar het om draait. Als vanzelf kan je ook duidelijker krijgen wat je open mag laten, of waar je echt enig uitsluitsel over moet geven om het einde niet als een groot gat te laten voelen voor de lezer.

Voorbeeld: criteria voor een open einde bepalen

De welbekende ridder gaat op pad om de draak te verslaan en de prinses te redden. Gegeven bij ons verhaal is:
* verhaalthema: moed
* centraal conflict: de ridder moet sterk genoeg worden om de draak te verslaan
* willen en nodig hebben van de ridder: de ridder wil bejubeld worden door het hele land. Hij heeft het nodig dat iemand hem ziet staan
* grootste angst van de ridder: als lafaard worden bestempeld
* grootste leugen van de ridder: ik ben niet bang

De clichéafloop met de prinses als sexy lamp kennen we allemaal. Wat als we bepaalde zaken open laten voor de lezer? Je zou kunnen zeggen dat iedere afloop beter is dan het welbekende cliché, maar dat is niet zo. Als je te veel of de verkeerde dingen openhoudt, heb je alsnog een slecht verhaal. Laten we per criterium eens bekijken wat moet en wat mag bij het einde van dit verhaal.

* verhaalthema: het is al moedig dat de ridder de draak wil verslaan. Kan je er nog iets bij bedenken wat voor de ridder persoonlijk moedig is om te doen? Geef daar dan uitsluitsel over of een duidelijk uitgangspunt voor.
* centraal conflict: maak duidelijk of de draak wordt verslaan. Je mag open laten of de ridder met de prinses gaat trouwen, maar de draak moet al dan niet verslagen worden.
* willen en nodig hebben van de ridder: de prinses en het land mogen hem al dan niet als held bestempelen en je mag openlaten wat zijn (gebrek aan) heldenstatus oplevert. Maak wel duidelijk hoe het zelfbeeld van de ridder aan eind van het verhaal ervoor staat.
* grootste angst van de ridder: komt deze al dan niet uit? Je mag openlaten hoe het letterlijke verhaal verdergaat, je moet duidelijk maken hoe de ridder daarop reageert en hoe dat (grofweg) zijn verdere leven zal beïnvloeden.
* grootste leugen van de ridder: als deze in het plot is uitgekomen, doe je er goed aan om grofweg weer te geven wat voor gevolgen dat heeft of houdt. Zo niet, dan kan je hinten dat dat gevolgen heeft en dat open laten, of je kan deze grootste leugen alsnog negeren.

Dit geeft hopelijk wat meer houvast voor het schrijven van een open einde. Volgende week post ik een schrijfoefening om je te helpen de gevolgen van een open einde wat helderder te krijgen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de wrap-up

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de ´wrap-up´, waar je het echte slot in gaat zetten.

3 aktenstructuur de wrap-up

Waar staat dit verhaalelement?

Dit element staat vóór het einde. Zoals je volgende week zal lezen, is het einde letterlijk de laatste zinnen. De wrap-up vormen de pagina’s of alinea’s daarvoor. Met andere woorden: de wrap-up is de aanloop naar die allerlaatste laatste zin(nen) waar staat: en nu is het verhaal echt uit.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Bij dit verhaalelement moet je bedenken wat de lezer niet weet. En dat is hoe het verhaal na de laatste bladzijde verdergaat. In zekere zin is een verhaal namelijk nooit echt afgelopen. Als een verhaal over de studieperiode op de universiteit eindigt, heeft je personage nog een heel leven voor zich. Als het geneest van een dodelijke ziekte, geldt dat nog sterker. En in dat leven gaat genoeg gebeuren.
Zelfs als je hoofdpersonage sterft, gaat het leven nog gewoon door. Als is het maar omdat je personage kinderen heeft, of andere medepersonages waarvan je je zou kunnen afvragen hoe het hen verder zal vergaan.  

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Omdat je in theorie eindeloos over letterlijk alles en iedereen door kan blijven schrijven, moet je duidelijk hebben wat er interessant is en was voor je lezer om over te lezen en voor je personage om mee te maken. In de wrap-up geef je een kort en krachtige samenvatting hoe dat gevolg gaat of kan krijgen op het leven dat na het dichtslaan van het boek in die duizenden ‘onzichtbare bladzijden’ nog doorgaat. Kijk daarvoor nog eens goed naar je centraal conflict, clues en (overwonnen) obstakels. Hoe dragen deze elementen bij aan het nieuwe normaal wat buiten dit boek om zal gaan beginnen of doorgaan?

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

‘Met welk gevoel moet je lezer het boek dichtslaan?’ Het antwoord op die vraag moet in de wrap-up worden uitgewerkt. Natuurlijk moet je gedurende het boek al meer momenten daarop inzetten om de wrap-up logisch te maken. Er kan geen ‘nog lang en gelukkig’ zijn als er überhaupt nooit een gelukkig moment in je verhaal voorkwam. Dit artikel helpt je verder op weg om de juiste afwegingen te maken. Onthoud: de wrap-up dient vooral als de laatste sfeermaker van je verhaal.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Ga in de wrap-up niet te lang of te letterlijk herhalen. Je lezer heeft net het hele boek gelezen en als die in de tussentijd nog niet is afgehaakt, betekent dat ook dat er leesplezier is geweest. En dus ook dat de belangrijkste dingen onthouden zijn. Je hoeft dat epische gevecht met de draak dus niet opnieuw uit de doeken te doen. Als je lezer het hele gevecht weer mee wil krijgen, bladert die wel eigenhandig terug naar hoofdstuk zeven. Beschrijf liever hoe er vrede in het land komt, nu het vrij is van het vuurspuwende gevaarte.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe kan je zaaien en oogsten met plotpunten in je verhaal?

Wie zaait, zal oogsten. Dat zaadjes planten zin heeft om je verhaal interessant te maken, kon je in deze blogpost al lezen.
Maar net zoals je een ontkiemend zaadje nog water moet geven, komt er extra zorg bij het zaaien om de hoek kijken.
In deze blogpost gaan we kijken hoe je ervoor zorgt dat de zaadjes die je in je plot plant, ook succesvol kan oogsten.

Voorwaarden van goed zaaien in een creatieve tekst

Je weet van vorige week misschien nog wel dat een zaadje kort en krachtig moet zijn om zichzelf later goed te kunnen uitbetalen. Maar hoe klein een zaadje ook is, zomaar iets opschrijven is ook niet handig. Dan wordt dat ene zinnetje dat een heftige reactie moet geven, ook maar vergeten tussen al die anderen. Bedenk daarom eerst een wat je zaadje moet doen.
* Moet het plotpunten aan elkaar verbinden?
* Moet het de lezer empathie laten voelen voor het personage?
* Moeten relaties van personages onderling duidelijk of verstevigd worden?
* Moet het alvast een hint geven van wat komen gaat?
* Moet het dienen als een show don’t tell?

Ik kan hier eindeloos theoretisch uitleggen, maar een reeks scènes van Pixar’s meesterwerk Up laat dit duidelijk en briljant zien. Dit stukje zit vrijwel aan het begin van de film, dit stukje komt er direct na. Het derde fragment is aan het eind van de film. Ga eerst maar eens genieten van tien minuten schrijverskwaliteit voor je verder leest. Hou tissues paraat!

Effectief zaaien bij een creatieve tekst

Ik kan hier misschien wel tien dingen aanwijzen in Up waar zaaien en (zéér succesvol) oogsten zichtbaar is. Om maar bij het begin te beginnen: de zaadjes moeten klein zijn, willen ze hard aankomen.
Een paar van de duidelijkste en de mooiste zijn:
* het kruisje slaan op het hart om iets belangrijks te beloven.
* ‘Adventure is out there!’ als slagzin voor niet alleen kinderlijke verwondering, maar ook als verwijzing naar het verhaalthema van leven en verder leven na rouw.

Hou het eigenlijke zaadje klein, maar zorg wel dat het veel gewicht heeft. Een enkele slagzin die een aantal keren terugkomt, werkt veel beter dan een herhaling van een groots gebaar dat vele regels, alinea’s of zelfs hoofdstukken doorgaat. Kijk maar naar dit schema:

Klein/ kort Groots/ veel woorden
Het is subtiel in de tekst verweven, waardoor het natuurlijk leest Het leest vaak bombastisch, om de lezer toch vooral te laten weten hoe die zich dient te voelen.
Het voelt persoonlijker, passender, realistischerHet leest als een boek, niet als persoonlijk verhaal. Het principe van “Dit gebeurt alleen in fictie” ligt op de loer.
Het is makkelijker te onthouden en daardoor is het vaak pakkenderJe leest eindeloos veel, maar het komt vaak alsnog op een enkele bevinding neer. Dat leest op den duur vertragend.

Je ziet het in Up ook terug. Carl kruist zijn hart maar een aantal keren, op belangrijke momenten in het plot, of wanneer dat voor hem en Ellie van persoonlijke waarde is. En wanneer het terugslaat op de heldenreis van Carl: wanneer hij het avontuur aan wil of moet gaan. Zou je hem dit elke keer laten doen als Ellie ter sprake komt, dan zou dit gebaar enorm aan kracht inleveren.

Om iets veel gewicht te kunnen geven, moet het dus belangrijk zijn. Voor het plot, het personage, het centraal conflict…
Als je heel goed kan schrijven, lukt het je misschien om met één oneliner zowel emotioneel te kunnen oogsten als het plot aan elkaar te binden als… Maar wat ook werkt, is om meerdere kleine dingen in te zetten.
Uiteindelijk is het belangrijk dat je de lezer blijft boeien. Het principe van zaaien en oogsten helpt daarbij. Denk aan een pageturner. Wat je met zaaien en oogsten doet, is in wezen hetzelfde: je geeft kleine ‘haakjes’ die een verhaal levendig en spannend houden. Met een pageturner werk je naar een bepaalde uitkomst, met zaaien en oogsten kan die uitkomst her en der door het verhaal worden verspreid.

Het oogsten in de praktijk

Wat je specifieke doel van zaaien en oogsten ook betreft, zaaien en oogsten komt neer op een combinatie van logica en actie reactie. Over dat laatste kan je in de betreffende blogpost lezen, logica kan je hier beschouwen als: zorgen dat je belangrijke gaten niet open houdt als iets zich moet uitbetalen. Enkele voorbeelden zijn:

* Als iemand een drenkeling gaat redden, komt die eerder op voor een dakloze (laat eerder onzelfzuchtigheid blijken).
* Als je personage later raketgeleerde wordt, zit er standaard een boek over hogere wiskunde in zijn tas, voor in de trein. (De liefde voor wiskunde wordt al eerder getoond.)
* Als iemand rouwt, moet de lezer de relatie van de personages begrijpen, wil de omvang daarvan duidelijk genoeg zijn om zich te kunnen uitbetalen (ga er niet zomaar van uit dat je lezer emotioneel betrokken is of raakt. Ook dat is een kwestie van zaaien en oogsten).

Nog meer dan anders is het niet mogelijk om een toverformule te geven voor effectief zaaien en oogsten bij creatief schrijven. Het is echt een kwestie van maatwerk. Een afvinklijstje maken is daarom erg lastig. Als je die al hebt, is die zeker niet zaligmakend. Maar om je toch op weg te helpen zijn hier een aantal aandachtspunten:

* Is dit zaadje dat je gaat oogsten ook echt nuttig voor het verhaal of het plot? Zo niet, dan valt het kwartje relatief minder snel of zelfs niet bij de lezer. Net als bij een plottwist is iets effectiever als het echt een functie heeft dan wanneer het slechts moet choqueren.
* Komt het zaadje en de oogst op momenten die veelzeggend en/of relevant zijn?
* Is het zaadje niet te vergezocht? Zowel letterlijk (zit het niet té verstopt in de tekst?) als figuurlijk: creëer je geen Deus ex machina of een heel geforceerde tranentrekker?

Het is altijd even zoeken, maar wie zaait, zal oogsten 😉 Er komt vast iets moois uit je schrijfresultaten!

Foto door Paz Arando op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: het laatste obstakel

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week: het obstakel in de afnemende actie.

Afbeelding

Drie aktenstructuur, het obstakel in de afnemende actie

Waar staat dit verhaalelement?

De climax van het verhaal is net geweest. Dat betekent dat het verhaal nu langzaam maar zeker wordt afgerond. Dat kan je ook zien in het schema: nu begint de ‘descending action’, de afnemende actie. Het vierde obstakel is daarvan de eerste stap.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Nu de grote strijd van het verhaal in het vorige element is gestreden is, weet je lezer in zekere zin hoe het verhaal afloopt. De grote vraag op de achterflap (“Eindigen ze samen?” “Wordt de oorlog gewonnen?”) is beantwoord. In theorie kan je daarop met ja of nee antwoorden en daarmee je laatste woord schrijven. Maar dat voelt als een veel te plotseling einde, misschien zelfs als anticlimax. Dat komt omdat de lezer heeft geïnvesteerd in je personage. Stiekem maakt het die niet meer zoveel uit wat de uitkomst is van de ‘grote vraag’ van je boek. Wat je lezer wél uitmaakt, is hoe je personage zich daarbij voelt. Dat is nog onbekend zo vlak na de climax, dus dat moet je in dit verhaalelement gaan uitwerken.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Gebruik dit element om je personage op het verhaal terug te laten kijken.
Je personage heeft na de climax een strijd gestreden en daaruit komt een resultaat waardoor het leven nu nooit meer hetzelfde is, of waardoor je personage heel anders naar het leven kijkt. Door de climax, maar zeker ook door de obstakels die overwonnen zijn. Hier bedoel ik met obstakels zowel de eerdere verhaalelementen met die naam als het woord in de eigenlijke zin.
In dit verhaalelement kijkt je personage daar op terug. Hoewel dit verhaalelement obstakel heet, is het niet zozeer een echt obstakel als wel een moment waarop je personage op andere obstakels terugkijkt, nu alles achter de rug is.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

‘Waar ging het nou echt om?’ In het begin van het verhaal lijkt het duidelijk te zijn wat het doel is van je personage, maar vrijwel altijd is dat antwoord relatief oppervlakkig en is het werkelijke antwoord in wezen veel diepzinniger. Maar dat antwoord kom je pas te weten door de ervaring en kennis die zowel je personage als je lezer door het verhaal heen opdoen. In dit verhaalelement moet je weten waar het echt om ging in het verhaal. Dáár moet je je personage vervolgens op laten reflecteren. Enkele voorbeelden:

Afbeelding

Tabel

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het is relatief makkelijk om je personage overdreven wijs of sentimenteel te laten terugblikken op het verhaal, of dat terugblikken te letterlijk te nemen. Laat je personage niet letterlijk zeggen “Ik zie nu hoe…” of laat het – als het eindelijk een kind heeft- niet tegen het kleintje zeggen: “Wat ben ik toch blij met jou.” Let hier goed op je gebruik van show, don’t tell en probeer een scène of een setting te schrijven waarop je personage kan terugblikken terwijl het leven op de nieuwe, normale manier  doorgaat.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Michael Rosner-Hyman op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners; aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Hier schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de climax

n de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drieaktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week is het moment van de waarheid: de climax!

Drie aktenstructuur, de climax

Waar staat dit verhaalelement?

De aftrap voor derde akte was hiervóór met de derde clue gegeven en na de climax gaat de spanningsboog geleidelijk aan weer naar beneden. Je weet waarschijnlijk wel wat dat betekent: dit is het punt van actie. Niet zomaar actie, maar de actie waar je het hele verhaal al naartoe aan het werken bent.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

In dit verhaalelement mag je de lezer verwennen. Die hoeft nu even geen verbanden te leggen met wat is, wat was of wat gaat gebeuren en waarom dingen zo gelopen zijn. Laat de lezer gewoon van de zich ontvouwende actie genieten. Zoals gezegd: dit is het punt van actie, actie, actie! In zekere zin moet je het ook niet gecompliceerder maken dan dat. Laat de actie zijn werk doen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Dit is waar je hoofdpersonage al die tijd naartoe geleefd heeft. Dat is het uitgangspunt. Soms maakt dat de climax makkelijk om te schrijven: als je topsporter eindelijk op de Olympische Spelen staat, in welk verhaalelement van het drie-aktenstructuur zou de race om de gouden plak dan toch moeten komen…?
Maar soms loopt het leven van je personage niet zoals verwacht, of ontvouwt het zich anders dan je personage hoopte. Bedenk dan: vanaf hier gaat het leven van je personage onherroepelijk veranderen. Wat maakt dan dat onherroepelijke moment? Dat is de passende actie passend bij de climax. Dat klinkt nu misschien nog wat vaag, maar in de laatste verhaalelementen zal duidelijk worden dat na een climax het leven van je personage altijd en onherroepelijk verandert ten opzichte van het oude leven.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Net als de lezer hoef jij als schrijver hier ook niet over talloze dingen je nek te breken of zaken onnodig ingewikkeld te maken. Schrijf gewoon met het idee dat de actie van de pagina’s af moet spatten. Bedenk echter wel wat voor actie passend is bij je verhaal. Knallende geweren zijn niet passend voor een verhaal over een zwangerschap. En in een verhaal over een veelbelovende loopbaan zal je niet over de uitkomst van de laatste blind date gaan schrijven.  
Als je twijfelt wat passende actie is, kan je verhaalthema een fijne houvast bieden. Om je op weg te helpen is hier nog een vraag die je jezelf kan stellen: is de nodige actie vooral fysiek, emotioneel of mentaal van aard?

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Het klinkt misschien als een open deur, maar houd de afloop van het verhaal geheim. Let op: van het verhaal, niet van de climax. Uiteindelijk wint je generaal de veldslag of niet. En dat gebeurt allemaal in de climax. Daar valt dus niet veel te sjoemelen. Maar je kan wel op allerlei manieren gaan verklappen wat een bepaalde uitkomst van dit gevecht voor het verhaal heeft. “Als we winnen, zal ik dolgelukkig zijn, want dan kan ik mijn zoontje weer zien.” “Als we verliezen, dan betekent dat de ondergang van het koninkrijk.” Niet zo snel, enthousiaste schrijver, we hebben nog drie verhaalelementen te gaan. Die zijn er voor bedoeld om dit soort afrafelingen – of spoilers –  te voorkomen. Beperk je in de climax tot de actie en denk dus niet te ver vooruit.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Caitlin Wynne op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe neem je de actualiteit mee in je boek?

Als je schrijft over geschiedenis, is bedenken wat je moet opschrijven makkelijk: je doet schrijfonderzoek. Maar hoe bepaal je wat je mee moet nemen als de geschiedenis op dat moment in de maak is?

Actualiteit versus geschiedenis in de maak

Om te bepalen wat geschiedenis in de maak is en wat actualiteit is, kan je een aantal dingen afwegen.
* Heeft deze gebeurtenis grote gevolgen?
* Heeft het gevolgen op grote schaal?
* Is de gebeurtenis uniek?

Als het antwoord drie keer ja is, dan heb je hoogstwaarschijnlijk te maken met iets dat de geschiedenis in zal gaan, en niet slechts eenmalig op de voorpagina van een krant komt te staan. Voorbeelden van de afgelopen jaren:
* De covidpandemie
* Brexit
* De bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten
* De oorlog in Oekraïne

Soms is er een grijs gebied. Zo is de vluchtelingencrisis van 2015 wel onderdeel van de Europese geschiedenis van dat jaar, maar toen het Rode Kruis de vluchtelingen moest helpen die wekenlang buiten moesten slapen in Ter Apel was dat actualiteit. Soms maakt hoe lang iets duurt, hoe vaak of waar iets gebeurt, of zelfs waar je zelf woont, het verschil tussen actualiteit of geschiedenis in de maak. Een voorbeeld van dat laatste:

Op 8 juli 2022 werd de Japanse oud-premier Shinzo Abe vermoord. Om je een beeld te geven hoe vreselijk de Japanners geschrokken moeten zijn van een moord op hun oud-premier: je kan Japan bijna overdreven veilig noemen. Ik liep als vrouw alleen ’s avonds laat door donkere steegjes en zocht die zelfs op… Voor iemand die nooit in Japan is geweest, klinkt dat belachelijk. Mede Japan-vakantiegangers: we zijn het er vast over eens dat daar de lekkerste en gezelligste restaurantjes te vinden zijn. Tel er nu dit nieuwsbericht van 22 november bij op. De moordenaar van Abe zou hem linken aan een sekte. Dat blijkt niet alleen waar te zijn, dat geldt voor de helft van de partij van Abe. Ongetwijfeld gaat dit schandaal de Japanse (politieke) geschiedenisboeken in, hoe het dan ook af mag lopen. Hier in Nederland staan we er nu al (red. december 2022) niet zo veel meer bij stil.

Afwegen van belangen voor je verhaal

Misschien zie je na het voorbeeld van de vermoorde Abe en het Japanse sekteschandaal al welk punt ik ga maken. Het eerste wat je na moet gaan is in hoeverre de geschiedenis in de maak jouw personage of jouw verhaallijn ook daadwerkelijk beïnvloedt en op wat voor manier. Neem de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. De winter komt eraan en omdat de oorlog nog volop gaande is, weet niemand wat er zich nog gaat ontwikkelen en hoe erg die gevolgen gaan zijn. Zowel in Oekraïne als hier in Nederland, waar veel mensen wakker liggen van de energierekening.
Maar: is jouw personage iemand die daar ook van wakker ligt? Als die anno december 2022 miljoenen op de rekening heeft staan en trouwplannen maakt…
Meer dan gewoonlijk moet je als je verhaal in het hier en nu afspeelt uitgaan van het wereldje van je personage.
Stel dat je in februari van 2020 net de laatste bladzijde van een familiekroniek schreef die zich afspeelde van 2000 tot 2020. Als je de actualiteit te veel meeneemt, wordt je hele slot en dus ook je boek halsoverkop compleet anders. Dat doet je verhaalthema, centraal conflict, structuur… – alles eigenlijk- geen goed.

Als je de actualiteit te serieus gaat nemen, is de kans erg groot dat je verhaal eindeloos moet herschrijven.

Bedenk ook in hoeverre je boek geschiedkundig gezien zich ook exact in een bepaalde tijd moet afspelen. Als mensen rondlopen met smartphones, leven we in de jaren ’10 of later. Maar tenzij er iets binnen een bepaalde tijdspanne gebeurt wat belangrijk is voor je verhaal (zoals je topsporter die in 2012 naar de Spelen in Londen gaat), probeer dan te voorkomen dat je een exacte datum noemt. Hou het dan bij die vage beschrijving van het recente decennium of tijdperk, om te voorkomen dat de actualiteit/ geschiedenis je ‘in kan halen’. Mocht er toch iets gebeuren waar je qua jaartal niet omheen kan, dan kan je je verhaal alsnog zonder problemen verschuiven naar een ander jaar of andere jaren.

Onontkoombare geschiedenis

Soms kan je echter niet om de geschiedenis heen. Stel je voor: het is begin 2020 en de eerste signalen van massale covid-uitbraken en lockdowns in Italië komen in het nieuws. Het gerucht gaat dat ook Nederland volledig op slot gaat. Je weet op dit moment nog niet of dat waar is en wat voor invloed dat gaat hebben op je personage, maar dat het invloed gaat hebben is onvermijdelijk. Het is vrijwel onmogelijk om daar met een neutrale blik over te schrijven. Al is het maar omdat jij als schrijver – ook maar een mens van vlees en bloed- je daar zorgen over maakt en wil weten hoe dit af gaat lopen. Probeer dan zo veel mogelijk in het hier en nu te blijven.
Je mag de actualiteit benoemen, maar doe dat dan niet met een tell: “Ik zag iedereen zich zorgen maken over de komende lockdown. Zou het echt zo ver komen? Dat zijn ongekend drastische maatregelen, is dat echt nodig?” Vergeet hierbij niet dat een tell niet alleen op zinsniveau, maar ook op alineaniveau en zelfs hoofdstukniveau voor kan komen.
Probeer voorspellingen koste wat kost te voorkomen. Je personage/ jij mag ergens op hopen, maar om op voorhand een hele (alternatieve) geschiedenis te creëren, dat gaat te ver.

De geschiedenis afwachten

Omdat geschiedenis in de maak zo onvoorspelbaar is, weet je niet waar je aan toe bent. De ene veldslag kan actualiteit lijken, maar geschiedenis blijken op het moment dat het gebeurt, of andersom. Kijk dus of je geschiedenis ‘af kan wachten.’ Een veldslag op 1 januari? Schrijf daar in maart of april over, zodat je weet wat de daadwerkelijke grote gevolgen zijn. Bijkomend voordeel is dat tegen de tijd dat je daar klaar mee bent, maart ook al wat meer geschiedenis dan actualiteit is. Mocht je ondertussen weer met de geschiedenis ‘gelijk lopen’, kijk dan eens wat je in de tussentijd ook nog kan schrijven. Gebruik die tijd bijvoorbeeld om personagebiografieën uit te breiden, of om een subplot te verstevigen.

Zo wordt schrijven over de actualiteit realistisch en blijft het ook spannend voor de lezer die jouw boek over vijftig jaar leest als alles -letterlijk of figuurlijk- lang verleden tijd is.

Foto bij artikel: little plant op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de derde clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de derde clue.

3 aktenstructuur de derde clue

Waar staat dit verhaalelement?

Dit verhaalelement komt na het moment dat je held in een crisis heeft gezeten. Nu moet er weer gewerkt worden. Zoals het een clue betaamt, wordt er weer een grote gebeurtenis in gang gezet. Deze keer leidt die naar de climax: het moment van de waarheid. Zorg er dus voor dat de gebeurtenis van de derde clue iets spannends is. Je held moet zich voorbereiden op het allerlaatste gevecht. Hoe kun je daarmee goed uitpakken?

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Je lezer weet dat je held er echt voor gaat. Als die na de crisis alsnog kan strijden, dan is je hoofdpersonage uit goed hout gesneden. Je hoeft nu niet meer te bewijzen dat je held heldhaftig is. Maar je mag de lezer zeker belonen voor het feit dat die de hoofdpersoon heeft leren kennen. Bedenk een gebeurtenis die het centraal conflict tot op dit punt samenvat.  
Begon je held als boerenzoon en is hij inmiddels uitgegroeid tot een groot krijger? Laat hem dan zijn medestrijders toespreken als ze een wapen in elkaar zetten, net voordat ze naar het slagveld vertrekken. Daarin zie je hoe je held is uitgegroeid tot de krijger die hij is. Daar plukt hij met zijn toespraak de vruchten van. En wordt de lezer eraan herinnerd wat aan de heldenreis vooraf is gegaan.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Je verhaal is inmiddels al een tijdje aan de gang. En nu de crisis is geweest, voelt de lezer ergens intuïtief aan dat het verhaal richting het einde gaat. Het is ook het begin van de laatste akte.
Maak dat ook duidelijk: het is het begin van het einde, de dood of de gladiolen komt er in de climax aan. Wat staat er op het spel als die climax straks start? Bedenk hierbij dat je held is gegroeid en dus waarschijnlijk net iets andere of verfijndere doelen heeft dan in het begin, of gewoon heel anders kijkt naar het proces. Vergelijk het met een zwangere vrouw. Als ze nog helemaal niet zwanger is geweest, kan ze zich van alles voorstellen bij het zwanger zijn, maar echte ervaring daarin heeft ze niet.
Na negen maanden zijn daar dan de weeën (lees: dat is een derde clue). De vrouw weet nog niet hoe het persen (climax) gaat zijn, maar ze heeft al wel een hele zwangerschap achter de rug. Ongetwijfeld denkt ze anders over de aanloop naar de bevalling dan in het begin. Al is het maar omdat ze naar een bevallingscursus heeft gedaan en naar zwangerschapsgym is geweest.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Kijk nog eens goed naar je eerste en tweede clue. Door het groeiproces van de held is de derde clue wezenlijk anders dan de eerste twee. Wees er zeker van dat je de derde clue niet zomaar ‘kopieert en plakt’ van de eerste twee. Je held heeft ontwikkeling doorgemaakt en die moet je goed begrijpen om de derde clue tot zijn recht te laten komen.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Onthoud dat dit verhaalelement nog altijd een clue is. Alles gaat nu richting de climax en wordt daarop voorbereid. De lezer kan de climax bijna ruiken. Maar dit is niet de climax zelf. Ga hier niet al volop in de actie, die komt later. Je mag hier alleen de actie voorbereiden. Een clue is een verhaalelement waarbij duidelijk blijkt dat er een keerpunt is in het verhaal, weet je nog? Het is een keerpunt, geen actiepunt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Hanna Morris op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.