Werken met stereotype kenmerken: deel 1

Schrijven met stereotypen werkt niet goed voor je verhaal. Maar soms heb je een personage dat een stereotype kenmerk heeft vanwege bijvoorbeeld zijn beroep of zijn rol in het verhaal. Hoe schrijf je dan over dat personage zonder er een karikatuur van te maken?

Wat maakt een stereotype?

Een stereotype is een karaktertrek of een omstandigheid die je zo vaak bij een personage met een bepaalde achtergrond ziet, dat het niet meer origineel of zelfs storend is. In dat opzicht verschilt een stereotype niet veel van een cliché. Ze worden allebei gebruikt om een lezer makkelijk en snel een kant en klaar beeld van een personage te scheppen.
Ik maak in dit artikel omwille van de leesbaarheid een onderscheid:

* Een cliché wordt ingezet om een makkelijker beeld te schetsen voor de lezer wat er speelt en wordt daardoor saai om te lezen, of zelfs aanstootgevend;
* Een stereotype maakt noodgedwongen gebruik van clichés om bepaalde vereiste eigenschappen logisch aan een personage te koppelen.

Verantwoording voor de woordkeuze

Ik definieer cliché al jarenlang als ‘iets storends wat een lezer uit het verhaal haalt’. Bovendien geeft de definitie van van Dale iets soortgelijks aan. De officiële definitie van stereotype heeft een net iets neutralere klank. Die suggereert bovendien dat het van zichzelf óók een cliché is. Vandaar deze keuze en afweging. Ik ben me ervan bewust dat stereotype nog steeds niet het fijnste woord is om te gebruiken als gaat om mogelijke eerste stappen van het ontwikkelen van een personage.

Uitgangspunt van een cliché

Een cliché leest niet fijn, het is wel een effectieve manier om je verhaalomstandigheden snel duidelijk te maken:

Je schrijft over een alleenstaande bijstandsmoeder neemt een cliché als uitgangspunt: je wil je verhaal makkelijk te begrijpen maken en snel kunnen starten met het plot. Dan zeg je tegen je lezer indirect iets als:
“Je kent het wel: echtgenoot was een eikel die haar verliet voor een jongere vrouw, die sowieso al nooit naar zijn kinderen omkeek omdat hij te druk was met de zaak. Nu zit hij met zijn nieuwe vlam op een cruise naar Barbados en de moeder met een stapel aanmaningen, depressief en in continue stress.”

Klinkt het neerbuigend? Dat is het ook. Als je uitgaat van clichés, neem je zowel je verhaal als je personages niet serieus. Je zou alleen op op deze manier van werken over moeten gaan als je ooit twintig korte verhalen in een week moet schrijven voor een uitgever die meer geeft om kwantiteit dan kwaliteit.

Uitgangspunt van een stereotype

Als je de werkwijze van een stereotype aanhoudt, kijk je heel feitelijk naar wat je personage is en wat dat betekent of voor gevolgen moet hebben. Een bijstandsmoeder:
* heeft niet veel geld: er zit een maximumbedrag aan het vermogen dat je mag hebben voor een bijstandsuitkering;
* kan zich geen luxe gunnen bij een financiële meevaller: als ze haar uitkering aan luxe besteedt, wordt die stopgezet en heeft ze helemaal geen inkomen meer.

Dat is feitelijk gezien alles wat er letterlijk per definitie aan de hand is. Dat heeft ook weer een aantal gevolgen:
* De bijstandsmoeder heeft geen dure spullen;
* Ze woont niet in een duur huis.

Maar dat is ook echt alles, als je je puur aan de feiten houdt. Op deze feiten bouw je vervolgens verder om je unieke personage vorm te geven. Dan ga je je bedenken: als dit de feiten zijn, is het niet onlogisch dat moeder depressief of wanhopig wordt. Dit gaat al redelijk richting het bovenstaande clichébeeld van de bijstandsmoeder. Maar het verschil is dat je hier alert blijft op de vraag: geldt dat ook voor mijn bijstandsmoeder? Misschien is ze ontzettend goed in budgetteren en dol op haar eigen kleren maken. Dan zal ze echt nog wel haar moeilijke momenten hebben, maar dan ligt ze in ieder geval niet meer iedere dag depressief in bed, zoals het clichébeeld van haar schetst.

Aan haar lach kan je niet zien of deze moeder al dan niet in de bijstand zit.
Foto door Jhon David op Unsplash

Het onderzoeken van clichés en stereotypen

Met het onderscheid dat ik binnen deze blogpost maak tussen cliché en stereotype kan je het volgende als vuistregel onthouden:
Een cliché gaat uit van: ‘ieder personage is algemeen en dat is wenselijk voor mijn schrijversgemak.’
Een stereotype gaat uit van: mijn personage is in een bepaalde basis algemeen, puur omdat dat nodig is voor een goede fundering.’

Volgens mijn (tijdelijke) definitie van een stereotype, moét je wel van een stereotype uitgaan; je kan geen verhaal schrijven over een bijstandsmoeder als je ontkent dat ze arm is, of als je continu om de hete brij heen draait. Daar wordt je verhaal rommelig, verwarrend of ongeloofwaardig van, of allemaal.
Je kan met de beste bedoelingen de bijstandsmoeder in een positiever of ander daglicht willen zetten, het helpt niet om dan op valse voorwendselen te beginnen en een eigen draai te geven aan de feiten – feiten heten niet voor niets zo-. Interpretaties kun je loslaten op allerlei manieren waarop je je verhaal inhoudelijk invult.
Bovenstaande kan eng of verkeerd voelen: je wil je personage per slot van rekening niet verlagen tot een algemeen figuur. Maar dat doe je niet, want dan zou je volgens het principe van een cliché werken. Het lijkt misschien een paradox, maar om je personage niet tot een cliché te reduceren, moet je weten welke factoren daaraan bij kunnen dragen. Als je weet welke dat zijn, kan je die (storende) elementen later wegstrepen: dat gaat jouw personage niet doen! Dompel je eerst onder in de clichés en stereotypen zoals gedefinieerd door de van Dale, zodat je weet hoe je ze kan vermijden.

Help! Is mijn personage een stereotype?

De hypocriete, moraalridder- en doorgeslagen trope heb je met bovenstaande kennis waarschijnlijk al een kopje kleiner gemaakt. Dat is al een goede start om storende clichés te vermijden. Maar dan heb je nog steeds een aantal stereotype kenmerken op je lijstje staan. Geen nood: hier schrijf ik hoe je met de stereotype funderingen een interessant en prettig personage maakt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: de tegenvallende vakantie

De meeste mensen houden van reizen. Tenminste, dat zeggen ze. Als je ze op vakantie stuurt die er heel anders uitziet dan hun ideale plaatje, dan wordt het een ander verhaal. Dit andere verhaal levert een hele goede schrijfoefening op. Je leert er je personage beter door kennen.

Wat kan een reisvoorkeur je over iemand vertellen?

Voordat we beginnen met de schrijfoefening, kijken we eerst naar waarom een reis en iemands voorkeuren daarin een hele goede show don’t tell van je personage vormt. In de volgende tabel staan een aantal voorbeelden:

Je personage is dol opdan is de ideale vakantieen gaat hij waarschijnlijk
luieren een zonvakantie naar Spanje of Zuid-Frankrijk
sporten en avontuuractiefsurvivallen in de Canadese wildernis
cultuurgevuld met musea of culturele festivalsnaar het Louvre en Versaille in Parijs, of naar Sri Lanka tijdens Perahera
Je kan deze tabel ook ‘omdraaien’. Probeer maar! Bedenk zelf wat de uitkomsten zijn als je schrijft wat niet in deze vakjes past voor jouw personage.

Niet alleen de bestemming, maar ook de invulling van de vakantie verklapt op een soortgelijke manier veel:

Je personage wil op zijn vakantie….…en zal daarom……en dit absoluut vermijden
luxeminstens in viersterrenhotels slapeneten van simpele eetstalletjes langs de weg
onvoorzien avontuur met alleen een rugzak bij zichniet veel bagage meenemenveel vooruit plannen
vooral uitrusten en gemak ervareneen reisbureau alles laten regelenzich veel verplaatsen tijdens de vakantie om hectiek te voorkomen

In deze schrijfoefening krijgt je personage vakantie ‘cadeau’ waarin hij beleeft wat hij in de kolom zou schrijven bij dit zou ik vermijden. De zonnebader gaat survivallen en de cultuurfanaat moet heel standaard en ‘cultuurloos’ in een resort blijven. Dan gaat de vakantie tegenvallen. Je kan niet meer lekker ontspannen, zoals je dat van een vakantie verwacht. Het wordt in ieder geval lastiger als je je ergens niet op je gemak voelt of alles je tegenwerkt of je ergernis opwekt…

Heet hangijzer: de wereldwijze backpacker

De wereldwijze backpacker is een heet hangijzer voor deze schrijfoefening. Dit is iemand die dingen zegt als:
* “Ik connect graag met de locals.” No way dat diegene zegt graag de plaatselijke bevolking te leren kennen. Da’s niet hip genoeg…
* “Als jij niet reist met enkel een rugzak, dan reis je niet authentiek en kun je het net zo goed niet doen. Reizen móet je horizon verbreden en een beter mens van je maken.”
* “Ik doe meer levenservaring op dan iemand die in een all-inclusive resort verblijft.”
* “Je mag absoluut geen gids inhuren om je te begeleiden bij een activiteit. Reizen is een avontúúr en gidsen maken alles alleen maar commercieel en steriel.”
* “Vergeet niet mijn reisavonturen te volgen op Instragram.”

“Kijk mij op een fantastische plek staan!” Je kent vast een Instagrammer of Youtuber die zich zo gedraagt.
Ugh…

Het probleem van deze backpacker is dat die over het algemeen inderdaad meer noemenswaardige avonturen beleeft voor een verhaal dan iemand die alleen ligt te zonnen op een strandstoel. De backpacker zegt zich in alle omstandigheden overal ter wereld thuis te voelen, maar dat is niet waar. Als die backpacker met een gerafelde broek en blaren op zijn zweterige voetzolen een vijfsterrenhotel binnenkomt, zal hij ook balen dat de gemiddelde gast daar geen zin heeft om over de zoveelste waterval te praten en meer interesse heeft in de meest recente economische ontwikkelingen. Je kan dus ook een ‘echte avonturier’ voor deze oefening gebruiken.

Wat vertelt een verkeerde vakantiebestemming je?

Schrijf deze tegenvallende vakantie als een kort verhaal uit. Wat gebeurt er? Waarin is dat anders dan wat je personage normaalgesproken wil of najaagt? Als het goed is kom je een hoop waardevolle informatie tegen tijdens deze reis met de nodige hobbels.

Flexibiliteit

Als dingen anders gaan dan gehoopt of gepland, kan je zien hoe flexibel je personage is. Het maakt een groot verschil voor het verlaten van de comfortzone of je personage makkelijk van het oorspronkelijke plan kan veranderen. Denk ook aan hulp vragen als hij in de problemen zit. Durft hij dat, of wil hij naar het advies van anderen luisteren als de werkelijkheid anders uitpakt dan het oorspronkelijke idee? Aan de hand daarvan kan je bepalen wat je moet doen om een passende manier te bedenken waarop je personage zijn comfortzone verlaat. Moet daar veel conflict voor plaatsvinden of hoef je maar met je vingers te knippen voordat je personage in paniek raakt?

Houding naar anderen of ondergeschikten

Er is niets zo makkelijk om tegen de receptionist te schreeuwen en te klagen en hem de schuld te geven omdat jouw kussen niet exact zo zacht was als jij wilde. Met uitzondering van Karen zijn de meeste mensen vaak niet zo extreem. Maar als je moe en geïrriteerd bent, kan het slechtste in je naar boven komen. Kijk eens hoe je personage omgaat met ondergeschikten of anderen in zo’n situatie. Het kan je vertellen dat zij onder de oppervlakte grote frustraties, kromme overtuigingen of vooroordelen heeft.

Blijft je personage beleefd en netjes, dan is zij gewoon een goed persoon. Maar kijk ook in hoeverre zij de kalmte kan bewaren. Wie weet heeft zij net iets te veel weg van een Mary Sue. Iedereen heeft een een limiet wat betreft geduld of vriendelijkheid. Je zal die van je personage vast vinden tijdens deze vakantie. Dat is fijn om op te schrijven in je personagebiografie.

Grootste ergernis en angst

Als de hele vakantie niet volgens plan verloopt, zullen de ergernissen zich opstapelen. Maar wat is de grootste van allemaal? Vaak kan je tussen de regels door ontdekken wat de grootste angst is van je personage. En dat is zeer waardevol, want een verhaal wordt draaiende gehouden door de angst van een personage.
Enkele voorbeelden:

Grootste ergernis Grootse onderliggende angst
moeten eten van straatstalletjesziek worden, er is sprake van ernstige smetvrees
er was niet overal wifibuitengesloten raken of worden (door de thuisblijvers)

Ongetwijfeld zal je nog meer dingen over je personage ontdekken tijdens deze reis. Veel plezier met de oefening!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo gebruik je show don´t tell om je personage interessant te maken

Als je al even schrijft, weet je dat show don’t tell een belangrijke schrijftechniek is. Maar als je het te eenvoudig toepast, is de techniek alsnog niet al te effectief. Probeer daarom de techniek zo toe te passen dat je je personages er beter door leert kennen.

Show don’t tell in het kort: matigheid op de loer

In het kort betekent show don’t tell dat je iets laat zien in plaats van dat je ronduit schrijft wat er gaande is. Tell is: ‘hij huilt.’ Show is: ‘er biggelen tranen over zijn wangen.’ Over het algemeen is show een vlottere schrijftechniek dan tell. Maar je kan ook show schrijven zonder dat het echt tot de verbeelding spreekt. Neem bovenstaand voorbeeld. Als je tranen over wangen ziet lopen, spreekt dat meer tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat er iemand huilt. Maar zijn die tranen over de wangen nou echt zo bijzonder? Niet echt: het is de meest standaard manier van huilen beschrijven die je zo ongeveer kan bedenken. Als je dus te standaard bent met je shows, kan er alsnog een matige tekst ontstaan.

Verboden woord: voelen

Als je over gevoelens schrijft, is het woord ‘voelen’ een taboe, omdat het een tell in de hand werkt:
* Ik voel me verdrietig versus: de tranen prikken achter mijn ogen.
* Ik voel me duizelig versus: de wereld om me heen begint te tollen.

Maar ook bij een show ligt ‘voelen’ eerder op de loer dan je misschien denkt.
* Ik voel het bloed in mijn oren bonken.
* Ik voelde mijn hart als een razende tekeer gaan.

Herschrijf de zin zonder ‘voelen’ of probeer een ‘als(of)-zin’ te schrijven:
* Het bloed bonkte in mijn oren.
* Mijn hart ging tekeer als een op hol geslagen pauk.
* Door de spanning was het alsof er een kolonie mieren door mijn bloedbaan racete.

Leer het karakter van je personage kennen

Je hebt nu een aantal manieren gelezen om een standaard manier van show te voorkomen. Als je een show ook echt levendig wil maken, kijk dan ook eens naar wie jouw personage als persoon is. Bij de onderstaande tabel met mogelijke shows horen bepaalde emoties:

Vrolijkheid VerdrietWoede
In de handen klappen van plezierTranen flink de loop laten Een schop tegen de tafelpoot geven
Een vreugdedansje doenNiets (meer) zeggen en in een hoekje kruipenEen woedende kreet slaken
GlimlachenWeglopen van gezelschapMet een rood hoofd zwijgend voor je uit staren
Mogelijke shows bij een aantal basisemoties

Geen van deze voorbeelden is goed of fout. Maar zodra je beter naar je personage kijkt, zou je daar wel van kunnen spreken. Een makkelijk voorbeeld is om een extravert en een introvert personage met elkaar te vergelijken.
Het extraverte personage zal waarschijnlijk een vreugdedansje doen, flink huilen en een schop tegen de tafelpoot geven. De introverte tegenhanger glimlacht, kruipt in een hoekje en staart zwijgend voor zich uit terwijl de woede vanbinnen als een malle door het lijf gaat.
Natuurlijk kan een introvert ook ooit schreeuwen en de extravert rustig glimlachen. Maar als je deze afwegingen maakt in het schrijven van je shows, zal je niet makkelijk meer middelmatig schrijven. Ook al wijk je dan een keer uit naar iets standaards als tranen die over de wangen lopen.

Omstandigheden en medepersonages

Je personage zal net als echte mensen ook anders zal reageren naarmate er andere medepersonages of omstandigheden aan de orde zijn.
Uma heeft liefdesverdriet en huilt de ogen uit haar hoofd. Ze belt haar vriendin Sarah op om te vragen of het aan haar lag dat ze is gedumpt. Had ze zich misschien toch wat vaker sexyer moeten kleden voor deze mooie man, of schatte Hans haar gewoon niet op waarde? Sarah is nog niet zo lang geleden zelf afgewezen en kan zich dus goed in Uma verplaatsten: “Nee, meid, Hans was gewoon een botterik.” Een ideale vriendin, toch?
Maar dan overlijdt Uma’s favoriete tante in een auto-ongeluk. Nu hoeft ze niet te twijfelen of zij wel aantrekkelijk genoeg was om dit verdriet te voorkomen. Dit is domme pech en ze krijgt haar tante nooit meer terug. Uma kan niet terecht bij Sarah, want zij is doodsbang om te praten over alles wat met overlijden en rouw te maken heeft.
In plaats van tranen met tuiten te huilen bij een vriendin, kruipt Uma nu een aantal dagen in een hoekje. Ze durft niet te huilen, uit angst dat ze er nooit meer mee kan stoppen als ze daarmee begint.
Je kan erachter komen wat (op welk moment) goed bij je personage past door de personagebiografie nog eens goed te lezen en daaruit bepaalde conclusies te trekken.

Schreeuwt ze van verdriet achter haar handen of snikt ze zachtjes? Ze is in ieder geval verdrietig, maar welke van de twee opties je kiest, zal afhangen van haar karakter en de omstandigheden.

Spreid de show

Een valkuil van show don’t tell is dat je te veel op zinsniveau gaat denken. Mag je wel ronduit zeggen dat iemand verdrietig kijkt? Natuurlijk: soms is tell nodig voor een fijne tekst. Het gaat er vooral om dat jouw shows in het geheel van het verhaal de overhand hebben.
Als Uma verdriet heeft, kan je een prachtige show-oneliner over haar verdriet bedenken, maar als je het daarbij laat, schiet dat alsnog weinig op. Het kan net zo goed, zo niet beter werken om een heel hoofdstuk aan dat verdriet te wijden. Daarin kan je dan beschrijven hoe ze haar bed niet uitkomt, hoe haar ogen droevig staan als ze tegen iemand praat en haar stem door het verdriet een half octaaf lager lijkt te klinken. Voeg bijvoorbeeld een eetscène toe waarin je laat zien dat Uma niet eet, met haar eten speelt of minder praat dan anders. Zo’n scène schrijf je niet in de enkele zin: Uma had geen eetlust.
Wees niet bang om een show wat langer uit te smeren. Daardoor leer je een personage beter kennen en hoef je ook niet krampachtig op zinsniveau de meest beeldende shows te gaan verzinnen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De grootste angst van je personage: de grootste schat

Iedereen is ergens bang voor, dus personages ook. Soms is dat een bewuste angst – zoals voor slangen-, maar daar kan je in een verhaal niet veel mee. Als je de diepliggende angst van je personage weet, kan je ook diepzinnig gaan schrijven. Een angst van je personage wordt zo een echte schrijversschat.

Een angst houdt een verhaal draaiende

Een belangrijk uitganspunt bij schrijven is dat je verhaal nooit helemaal stil mag staan. Het fijne van een angst is dat je personage (bewust of onbewust) dingen doet of laat om te voorkomen dat de angst bewaarheid wordt.
* Als je bang bent om arm te worden, zal je altijd werk willen hebben of zoeken;
* Als je vreest alleen te zijn, zal je vaak (nieuwe) vriendschappen sluiten;
* Als je inbrekers vreest, loop je een extra rondje om het huis om alle sloten te controleren voor het slapengaan.

In de actie(s) die je personage onderneemt, beschrijf je de inhoud van een scène, een verhaalthema of het karakter van je personage. Allemaal belangrijke ingrediënten voor een goed verhaal.

Waar komt een angst vandaan?

Als schrijver moet je ook een beetje de psycholoog kunnen spelen. Denk aan de wat clichéachtige uitspraken als:
* Omdat ik vroeger ben gepest, is het als volwassene nog steeds lastig om nieuwe mensen te vertrouwen;
* Ik ben opgegroeid in een gewelddadig gezin, dus ik heb geleerd zelfstandig te zijn, maar ik kan daardoor lastiger mensen binnenlaten in mijn leven;
* Omdat ik als baby een auto-ongeluk heb overleefd, ben ik doodsbang voor harde knallen of het geluid van piepende autobanden.

Zoals je ziet zijn dit heel diepgaande uitspraken. Soms zo diepgaand dat je personage ze eigenlijk niet zou kunnen doen. Zo’n vergaande zelfkennis is niet realistisch. Of in ieder geval niet handig of prettig leesbaar voor een boek.
Maar als het gaat om informatie die jij als schrijver niet kan missen, is het erg belangrijk dat je de angst van je personage zo goed mogelijk uitpluist.

Wees niet bang om te gaan graven bij je personage 😉

Waar zit de angst (niet)?

Kun je deze vraag beantwoorden?: ‘Waar zit de angst van het personage in ieder geval niet?’ Het woord zegt het al: in de comfortzone. Daar waar alles in ieder geval op een vertrouwde manier gaat en de angst dus op afstand blijft. Maar je weet waarschijnlijk wel dat het personage de comfortzone moet verlaten, wil een verhaal kunnen starten. Lees dat anders nog maar eens na in het save the cat schema.
Dat klinkt misschien vreemd: je personage moet een veilige haven achterlaten om de angst aan te gaan? Hoezo? Bekijk het dan eens van een andere kant, die wat logischer zal klinken: eigenlijk gaat het niet om een angst, maar om een pijn. En je personage moet de comfortzone uit om die wond te helen door als persoon te groeien. Groeien klinkt al wat meer aansluitend op de standaard heldenreis, of het centraal conflict, nietwaar?

Angst en pijnpunt als starter van het verhaal

Als je de pijn van een personage weet, kan je de angst ook bepalen. Daarmee heb je de start en een groot deel van je verhaalverloop vaak al te pakken. En het fijne is dat het vaak logisch in elkaar overloopt. De uitwerking interessant maken is niet makkelijk, maar de samenhang is zelden een echte hersenkraker.

Annie is vroeger om haar uiterlijk gepest. Dus nu heeft ze standaard goed verzorgde make-up op, gaat ze vaak naar de kapper en houdt ze haar nagels bij om haar (zogenaamde) lelijkheid te verbergen. Als ze maar mooi is, dan zal ze er wel bij horen en niet meer worden buitengesloten. En omdat ze een echt make-uptalent is, klopt dat ook. Annies pijn is buitengesloten zijn. Dat resulteert in de angst dat ze er niet langer bij hoort als ze niet mooi is. Maar dan moet er om het verhaal te beginnen een comfortzone worden uitgestapt. Om de een of andere reden wordt Annie alsnog in de steek gelaten, terwijl de oorzaak daarvan, -let op: niet!- haar uiterlijk betreft.
Onbewust zal Annie hier wel de link naar leggen. Dan gaat ze dus haar comfortzone uit omdat ze de oorzaak van haar angst, die ze opgelost wil zien, buiten haar comfortzone (als ik mooi ben, word ik niet in de steek gelaten) zoekt.
Dat belooft een spannend verhaal. Omdat ze de oorzaak op een verkeerde plek zoekt, zal Annies zoektocht naar het oplossen van angst en pijn vallen en opstaan vergen. Inderdaad, dan heb je een centraal conflict.

Verder met willen en nodig hebben

Willen en nodig hebben is ook iets wat steeds terugkomt. Dat kan je bij Annie ook zien. Wat ze wil, is erbij horen, wat ze nodig heeft is: geaccepteerd worden om wie ze is. Haar comfortzone gaat haar dwingen richting haar noodzaak te gaan, maar ze wordt gedreven door wat ze wil.
Omdat ze niet – zomaar- krijgt wat ze nodig heeft, omdat haar wil niet het sterkste kompas oplevert, gaat Annie vallen en opstaan. Maar personages zijn geen ezels die zich spreekwoordelijk twee keer aan dezelfde steen stoten. Annie leert van het vallen, gaat daar conclusies uit trekken haar plan van aanpak veranderen. Als vanzelf verandert haar wil daar langzaam maar zeker ook door. “Ik hoef niet mooi te zijn, als ik maar een maatje heb dat me onvoorwaardelijk liefheeft.’
Zo leidt de heldenreis van een personage alsnog vaak naar het oplossen van de pijn die in het begin van het verhaal ter sprake kwam.

Personagepsycholoog spelen

Natuurlijk is in een goed verhaal het niet zo zwartwit als bij Annie en liggen angst- en pijnpunten stukken ingewikkelder. Daarom moet je echt tot de kern gaan en ook echt een beetje psycholoog gaan spelen. Een goed uitgewerkte personagebiografie helpt je daarmee al een heel eind op weg. Als je iets weet of een antwoord op een vraag hebt, vraag dan dóór. Is bang lelijk gevonden te worden. Hoezo? Omdat ze is gepest. Wat deed ze toen? Was daar een herleidbare aanleiding voor? Dan kom je al een heel eind.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

God van je personage: zijn er regels?

Als schrijver van je verhaal bepaal jij volledig wat er in je verhaal en met je personages gebeurt. Maar naarmate je met schrijven vordert, kom je een aantal bezwaren tegen. Wat zijn die bezwaren en hoe ga je daarmee om?

Jij bepaalt waar je boek over gaat

Als je ruwweg een idee hebt van een plot en de personages voor een nieuw verhaal, is het makkelijk schrijven.
Klaas heeft net te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Daar is het verhaal: vechten voor je leven. En Klaas is een man die zijn zaakjes graag op orde heeft, dus hij gaat naar zijn testament kijken. Zo, genoeg voor een opzetje. Je kan in dit vroege stadium makkelijk bepalen hoe snel de ziekte vordert, of de artsen aardig zijn en of Klaas snel over zijn testament kan beslissen. Als god van deze zelfgeschapen, fictieve wereld heb jij alle touwtjes in handen. Jij bepaalt nog volledig hoe je verhaal verloopt.

Je personage wordt eigenwijs

Vroeg of laat komt daar het moment dat zowel een vloek als een zegen is. Je personage wordt levensecht. Dan wordt jouw goddelijke status deels afgepakt. Je personage heeft nu een mening die zodanig sterk is dat het niet meer zomaar met je verhaal meegaat:
“Spring eens in de sloot.”
“Waarom?”
“Dat moet volgens de plotontwikkeling van het verhaal.”
“Dat zal best, maar ik heb geen zin in natte voeten.”

Dan kan je hoog of laag springen, het gaat niet zomaar meer gebeuren. Je zal nu met je personage moeten gaan overleggen. Klik hier voor een uitgebreide toelichting en een voorbeeld daarvan. Maar soms gaat dat onderhandelen alsnog zeer moeizaam. Kijk in dat geval naar wat ik de Bruce Almightyregels noem.

De Bruce Almightyregels

In de film Bruce Almighty is Bruce de tegenslagen in zijn leven helemaal beu. Als hij God daarvan de schuld geeft, geeft Hij gehoor aan zijn geraas. Bruce mag dan Zijn baan tijdelijk overnemen. Er zijn echter wel twee regels. De tweede is de belangrijkste, maar de eerste heeft ook een belangrijke schrijfhint in zich.

Regel 1: Je mag niet vertellen dat je God bent

Laat deze regel je er even aan herinneren hoe slecht Deus ex machina voor een verhaal is. 😉

Regel 2: Je mag niet sollen met vrije wil

Ik benoemde deze regel al een keer eerder in de blogpost over wat je personage wil en nodig heeft. Als god van je verhaal is er een aantal dingen waar je als schrijver op moet letten als je van deze ‘goddelijke regel’ uitgaat:

* Je personage moet altijd intrinsieke motivatie houden die losstaat van de richting die jij graag ziet voor het verhaal;
* Jij mag vinden dat je personage iets niet al te handig, fout of vervelend doet, maar je hebt dat te respecteren voor wat het is. Je mag het personage niet ineens leuker of beter maken om zo makkelijker een plot te kunnen schrijven;
* Jij moet het verhaalthema en het doel en de boodschap van het verhaal waarborgen. Daar ben je ten slotte de god voor. Het is al dan geen meeval voor je personage of je hem dan nog in zijn ‘willen’ tegemoet kan komen.
* Je personage mag veranderen, maar de blauwdruk waarmee je hem op aarde hebt gezet, blijft hetzelfde. Dat is de personagebiografie. De vrije wil heet niet voor niets zo. Je personage kan wel willen dat zijn wieg ergens anders had gestaan, of hij een andere geaardheid had gehad, maar jij hebt hem nu eenmaal zo geschapen. Hier heeft je personage niets te willen. Als je merkt dat je vastloopt met elementen uit de personagebiografie, dan moet je eromheen gaan werken. Verander het niet meer, want daarmee valt de basis van je personage en de fundering van je verhaal in duigen.

Wees een lieve god. Behandel je personage niet als een slaaf. Ook personages hebben recht op een vrije wil.

Als overleggen moeilijk gaat

Als je met je verhaal in de knoop komt omdat je de basis van de Bruce Almightyregels niet kan volgen, dan zit je in een lastig parket. Je probeert te overleggen met je personage over wat zowel voor hem als voor het verhaal werkt en daar kom je maar niet uit. Een mentaal writersblock ligt dan op de loer. Kijk eerst eens of je dat op kan lossen en je misschien onbewust bepaalde verwachtingen hebt bij je verhaal. Verwachtingen die misschien te hoog zijn of niet zo bij dit verhaal passen. Dat kan al een hoop schelen in deze worsteling. Helpt dat niet of is de kern van je probleem nog steeds niet duidelijk? Kijk dan naar een aantal basiselementen van je verhaal. Misschien moet je die dan wel helemaal opnieuw schrijven. Dat zijn nogal rigoureuze stappen. Wat kan je zoal veranderen en wat verandert er grofweg bij een bepaalde aanpassing?

Dit pas je aan Dit verandert in het verhaal
je personage(biografie)het centraal conflict. Afhankelijk van hoe ver je je personage al hebt uitgedacht, kan het verhaal in zijn geheel volledig veranderen of nog een bepaalde fundering behouden
de comfortzone van je personagehet centraal conflict en daarmee vaak ook veel van het verhaalverloop
het verhaalthema het gebruik van symboliek, de invulling van subplotten en het karakter van medepersonages
het moraal het archetype van je hoofdpersonage, het verhaalthema, de toon van je verhaal
het centrale conflict het verhaalthema, de (archetype) rol van je (hoofd)personages

Je ziet dat dit soort veranderingen erg radicaal zijn en veel teweeg brengen. Wees daar dus voorzichtig mee. Je moet een goede kennis hebben van je verhaalelementen. Zowel van wat je verandert als van wat je behoudt. Anders loop je het risico op een ongewenst domino-effect. Verandering van een thema zonder aandacht voor de verandering van subplotten kan zo bijvoorbeeld resulteren in plotseling oninteressante medepersonages.

Wat ook nog kan helpen is controleren of je geen ingewikkeld web geweven hebt voor je personage. Kijk ook eens of je in je enthousiasme niet drie aparte verhalen in een boek aan het proppen bent.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijven volgens de persoonlijke waarheid van je personage

Als je over personages schrijft, is het onvermijdelijk dat je op een bepaald moment iets moet schrijven wat in jouw beleving niet klopt, maar wel in die van je personage. Het is dan belangrijk om dat onderscheid te kunnen maken. Waarom is dat zo en wat levert dat op voor je verhaal?

Een persoonlijke kijk op de wereld

Als schrijver moet je goed kunnen observeren. Daarom kan je niet zonder een opschrijfboekje. Maar je moet niet alleen goed letten op verschillen in landschappen en kledij van mensen. Het is voor een schrijver ook essentieel om op te merken en ook te erkennen dat mensen een verschillende kijk op de wereld hebben.

Stelling Gaat op voor Gaat niet op voor
Ik moet hard werken om eten op de tafel te krijgen een alleenstaande vader met een laag inkomen en vier kindereneen miljonair
Ik voel me prettig in mijn lijfeen topsporter die het heerlijk vindt om te traineneen anorexiapatiënt
Mijn land is veiligNederlandersmensen uit Jemen
Frietjes zijn een traktatiede gemiddelde kleuter iemand die geen friet lust

Kijk eerst altijd wat onomstotelijk waar is, voordat je jouw mening of die van je personage gaat vaststellen en/of uitschrijven. Van biefstuk naar gehakt moeten overgaan is geen voedselonzekerheid. Dit klinkt misschien als een open deur, maar je zal ervan schrikken hoe vaak een overtuiging al bepaalde feiten kan verkleuren.

De overtuiging van je personage

Onze miljonair heeft met de blogpost meegelezen en is op zijn teentjes getrapt: ”Ik voel me ontzettend onzeker en gestrest als ik niet weet of ik de biefstuk kan eten die ik gewend ben te eten. Nu moet ik ineens overstappen op simpel gehakt!”
Dan mag je met je ogen rollen en denken dat dit verwende nest zijn mond moet houden. Desondanks moet je als schrijver erkennen dat dit voor de beleving van de miljonair wel de zuivere waarheid is. Dan kan hij objectief iets fout definiëren of zich volgens veel andere mensen aanstellen, voor hem is deze zorg echt en oprecht. Als hij gewend is om biefstuk te eten en gehakt ziet als voedsel voor de mislukte armoedzaaier, is het niet gek dat gehakt eten hem onzeker maakt. Dat staat voor hem gelijk aan een mislukt leven leiden.

Op deze manier moet je de overtuigingen van je personages als een soort heilige waarheid aannemen. Een waarheid die door anderen geaccepteerd, betwist of bekritiseerd mag worden, maar toch waar is. Je zou het filosofisch kunnen maken: ”Je personage mag dan misschien niet altijd de zuivere waarheid spreken, hij liegt in ieder geval nooit tegen zichzelf.” Dat laatste woord is het toverwoord. Je personage heeft een bepaalde bril waardoor hij de wereld inkijkt en die kan hij niet zomaar afzetten.

Belang van persoonlijke waarheid

Als je je personages waarheid in het midden laat, wordt het daardoor ongrijpbaar en je verhaal ook.
Neem het eenvoudige voorbeeld van de friet nog eens. Als je personage friet lekker vindt, maar ook constant dingen zegt als: “Maar ik kan ook begrijpen dat mensen het niet zo lekker vinden, hoor! Het is vet en zonder een sausje is het ook maar een beetje saai van smaak,” dan is je hoofdpersoon niet meer veel waard in een epos getiteld: De frietfan.
Dit voorbeeld ligt er duimendik bovenop, maar de essentie is hetzelfde als het gaat over de archetype rol die een personage heeft. En zijn meningen, overtuigingen en zienswijzen zijn daar ook onderdeel van. Die moet je dus ook min of meer constant houden voor een goed verhaalverloop.

Frietjes. Je personage kan ervan vinden wat hij wil, maar…. Niks maar. Als jouw personage frietjes (niet) lekker vindt, dan is dat gewoon zo.

Waarheid onderzoeken is een oorzaak vinden

Het wordt het meestal pas lastig om goed over een persoonlijke waarheid te schrijven op het moment dat die tegen jouw persoonlijke morele kompas indruist of als die verschrikkelijk is. Denk aan:
* Een moeder mishandelt haar kinderen.
* Iemand drinkt stevig door tijdens een familiebijeenkomst
* Je personage stemt op een politieke partij waarvan jij de ideeën ronduit eng vindt.

Als je personage een nazi is, zal je dat personage het liefst eendimensionaal laten om zijn gedachtegang maar niet goed te keuren en liever nog meteen uit je verhaal schrijven. Zo simpel werkt het niet, maar gelukkig is er een pluspunt: je hoeft niets goed te keuren. Je moet alleen snappen waarom je personage idiote of enge dingen doet. Een nazi is daar een goed voorbeeld van. Die is duidelijk geïndoctrineerd door propaganda. Als je uitzoekt hoe propaganda werkt en uiteindelijk ook inwerkt op je personage, dan heb je de oorzaak, is het duidelijk wat de (hetzij verknipte) waarheid van je personage is en is je personage niet eendimensionaal meer. Dan zeg jij (direct of indirect) als schrijver echt niet zomaar dat jij het oké vindt wat de nazi’s allemaal deden (tenzij je de rest van je verhaal erg slecht uitwerkt, maar dat is iets heel anders).
Als je wil oefenen met dit idee, kijk dan eens naar mijn schrijfoefening de schijnheilige engel.

Niet alle oorzaken van verschrikkelijke waarheden zijn zo heftig als indoctrinatie. Denk ook aan bijvoorbeeld financiële problemen, een gebrek aan opvoeding of mentale problemen of stoornissen. Wat het ook is, zorg ervoor dat je de oorzaak vindt en goed naar voren laat komen om je personage geloofwaardig te houden.
Vergeet ook niet dat je medepersonages in kan zetten om het nodige tegengas te geven als een persoonlijke waarheid van een personage erg ver gaat. Dan neutraliseer je de toon van je verhaal ook wat meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een gemene deler als stevige verhaalbasis

Er zijn verhalen die zo absurd zijn in hun plot of in hun personages dat ze alleen in hun opzet al gedoemd lijken om te falen. En toch werken ze soms nog steeds en leveren ze juist fantastisch vermaak op. Hoe kan dat en wat is de basis waar het verhaal stevig van blijft?

Gemene deler van de personages

Je kan allerlei kanten op met je plot of je centraal conflict: laat olifanten rondvliegen, een oude dame karatekampioen zijn… Iedereen weet dat verhalen in de meeste gevallen fictief zijn. Als vanzelf krijg je ook een bepaalde artistieke vrijheid mee: ‘ Ach, het is maar een boek. ‘ Dat gebeurt alleen in een film.’ Bij fantasyverhalen moet je worldbuilding goed op orde zijn, maar voor elk (ander) verhaal waarin gekke dingen gebeuren is het belangrijk om je personages een gemene deler te geven. Dat geeft de lezer een houvast. En het fijne is: meestal is die voor de gemiddelde lezer onzichtbaar. Je hoeft dus niet moeilijk te gaan doen met symboliek.

De onzichtbare houvast van een verhaal

De onzichtbare houvast is een combinatie van het verhaalthema en het willen en nodig hebben van je personages. De basis van je verhaal wordt enorm versterkt als je personages allemaal binnen eenzelfde thema iets willen, maar elk een andere manier vorm geven aan die zoektocht, of spreekwoordelijk op een ander punt in diezelfde zoektocht zitten. Stel dat het verhaalthema moed is. Dan zou je de volgende personages kunnen schrijven:
* Degene die zegt nergens bang voor te zijn, terwijl hij later met een grote angst wordt geconfronteerd;
* Het kind dat nog moet leren wat moed betekent en dat nog alleen aan superhelden kan koppelen;
* Iemand die voor een zeer moeilijke keuze staat en de moed moet opbrengen om de knoop door te hakken, ook al weet hij dat de beste beslissing niet de makkelijkste is en anderen hem niet zullen begrijpen.

Moed is niet alleen maar extreme dingen durven.

Personage 1 heeft een verkeerd beeld van moed, (moed betekent niet dat je geen angsten hebt: iedereen heeft angsten en het vergt moed om dat onder ogen te zien) personage 2 moet zijn beeld ervan nog vormen, en personage 3 weet wat moed is, maar moet het nog in de praktijk brengen.
Zo op het eerste gezicht is dat misschien overduidelijk, maar verwerf dat in een plot en het is al een stuk subtieler:

Vader is directeur van een miljardenbedrijf en zo machtig dat hij denkt dat hij een soort god is en hem niets meer kan overkomen. Hij koopt mensen wel om, regelt wel een dealtje… Hij hoeft nergens meer bang voor te zijn. Zijn oudste zoon van twintig moet later het bedrijf overnemen. Zijn jongste zoon is acht, dol op Spiderman en ziet papa als superheld. Maar de oudste zoon wil het bedrijf helemaal niet overnemen. Hij besluit het uiteindelijk aan vader te vertellen, die daardoor woedend op hem wordt. Die woede is een masker om niet te laten zien dat hij bang is wat er met de familienaam en het bedrijf kan gebeuren. Als je de gemene deler van de personages, hun willen en nodig hebben en het verhaalthema in het achterhoofd blijft houden en die bij elkaar houdt, dan kan je een verhaal zo absurd maken als je wil.

Little miss sunshine

Little miss sunshine is een perfect voorbeeld van een film die van absurde en extreme situaties aan elkaar hangt, zonder dat hij zijn eigen draad kwijtraakt of overdreven wordt.
Olive is een mollig en muizig meisje. Ze doet mee aan Little miss sunshine, een schoonheidswedstrijd voor meisjes van zeven. Olive lijkt in de verste verte niet op haar concurrenten, hieronder op de foto.

Beeld uit de film. (Ik weet het… Ieuw!) Bron: shemazing.net.

De reis naar de wedstrijd is het plot van de film. Er gaat tijdens die reis van alles en nog wat mis. En sowieso is Olives familie ook niet de meest normale: haar vader is geobsedeerd met zijn werk, moeder is gestrest, oom is suïcidaal, haar tienerbroer weigert te spreken en opa is uit een ontwenningskliniek weggestuurd omdat hij stal en zich misdroeg tegenover het personeel. Hij snuift nu nog steeds. Enkele voorbeelden die niet te veel verklappen voor als je de film nog wil kijken (zeker doen!) die de absurditeit van de film onderstrepen.
* De auto krijgt panne en ze kunnen hem weer aan de gang krijgen door met zijn allen keer op keer te duwen als ze wegrijden;
* Pa rijdt midden in de nacht nog veertig kilometer met een scooter in de hoop een zakendeal te redden;
* Opa adviseert zijn kleinzoon om toch vooral seksueel actief te worden voordat hij 18 wordt: zolang jullie allebei nog minderjarig zijn kan er niemand jullie iets maken en onder de 18 zijn jullie nog jong en fris. (Ik zeg dat nog netjes, geloof me, opa doet dat niet ;))
* Als de familie staande wordt gehouden door een agent worden ze gered door de aanwezigheid van een stel seksblaadjes.
Laat het duidelijk zijn: deze film is bizar, maar op een leuke manier. Maar als je bovenstaande voorbeelden afzonderlijk leest, denk je misschien: hoe krijg je dit ooit in één logisch, kloppend plot, narratief gezien?

Het thema in de film is een mix van ‘winnaar zijn’ en ‘goed genoeg zijn’. Alle personages willen winnaars zijn. Dat is bij iedereen het ‘willen’. Hun ‘nodig’ is ook hetzelfde: ze moeten weten dat ze goed genoeg zijn om geaccepteerd te worden, dan wel door henzelf dan wel door hun familie. Het enige echte verschil zit in hun eigen persoontjes en bijbehorende karaktertrekken en heldenreizen.
Vergelijk vader maar eens met opa:
Vader is zo bang om te falen dat hij niet van opgeven weet, zelfs als er geen hoop meer is. Hij vertikt het om een verliezer te zijn. Opa zegt daarentegen: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’ Vader worstelt nog met zijn heldenreis rondom winnen, waar opa die al geaccepteerd heeft.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Willen en nodig hebben deel 2: de toon van je einde

Er is veel te schrijven over willen en nodig hebben. Daarom volgt hier deel 2 van willen en nodig hebben, over hoe je na de climax de toon van je verhaal bepaalt. Lees hier deel 1.

Willen en nodig hebben: een opfrisser

Je personage streeft ernaar te bereiken wat hij wil, maar meestal is het iets anders dat hij eigenlijk nodig heeft. Dat kan je zien in deze tabel:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op zijn facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken

Jij kan als schrijver zelf bepalen wat je personage krijgt of niet krijgt. Je hebt daarbij vier mogelijkheden:
* Je personage krijgt wat hij wil, maar niet wat hij nodig heeft. Dat geeft het einde een onbehaaglijk gevoel van iets onvoltooids.
* Je personage krijgt wat hij wil en wat hij nodig heeft. Dat is het traditionele ‘en hij leefde nog lang en gelukkig’.
* Je personage krijgt wat hij nodig heeft, maar niet wat hij wil. Dan is het einde bitterzoet of gevoelvol.
* Je personage krijgt niet wat hij nodig heeft en ook niet wat hij wil: Dat geeft het verhaal een zeer somber einde.

Het begin van het einde

Zoals je in deel 1 van deze blogpost hebt kunnen lezen, wordt het einde van het verhaal in gang gezet na de climax. Dat is ook het moment waarop je het personage (niet) gegeven hebt wat hij wil of nodig heeft. Daarna rest in het schema van save the cat nog een laatste obstakel, de wrap up en het eigenlijke einde. In de context van ‘willen en geven’ kun je die fases als volgt zien:
* Laatste obstakel: een terugblik op wat het personage nu eigenlijk wilde en nodig had.
* Wrap up: hoe ziet het leven van het personage er nu uit, nu willen en nodig hebben zijn ‘uitgedeeld’?
* Het einde: hoe voelt het personage/ mijn lezer zich daarbij?
Geen twee verhalen zijn hetzelfde. Toch zal je in deze verschillende einden een bepaald patroon terugzien. Binnen deze patronen blijft er een vergelijkbaar gevoel hangen bij verhalen met eenzelfde soort einde.

Het onvoltooide einde

* Laatste obstakel: als het personage anders had gehandeld, was hij gelukkiger geweest.
* Wrap up: je personage heeft ergens spijt van, of voelt zich bedonderd door een hogere macht.
* Het einde: een knagend gevoel van pijn of onbehagen.

Bij een onvoltooid einde moet je er gedurende je verhaal vooral op letten dat je je personage voldoende kansen geeft om te krijgen wat hij nodig heeft. Vervolgens mag je personage die kansen níet grijpen.
Let op: een onvoltooid einde is niet hetzelfde als een open einde!

Het gelukkige einde

* Laatste obstakel: het personage heeft gehandeld zoals hij dat moest doen en is gegroeid als persoon.
* Wrap up: het beste leven mogelijk.
* Het einde: tevreden, voldaan, gelukkig.

Zorg er bij een gelukkig einde vooral voor dat je personage duidelijk en vaak beloond wordt voor het feit dat hij vaak is gevallen en weer is opgestaan.

Het gelukkige einde geeft een algemeen gevoel van terechte overwinning.

Het bitterzoete einde

* Laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage.
* Wrap up: je personage zal als motto hebben: Dat is het leven in al zijn facetten, met eb en vloed.
* Het einde: verdrietig, maar tevreden. Een bitterzoet einde kan het verhaal als diepzinnig labelen.

Let bij een bitterzoet einde extra goed op of je een balans hebt tussen fijne en vervelende gebeurtenissen. Uiteindelijk moet het goede net wat meer overheersen, maar dat mag het vervelende niet naar de achtergrond verdrijven.

Het gevoelvolle einde

* Laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage.
* Wrap up: je personage zal op haar leven terugkijken alsof zij de schrijfster van haar eigen verhaal is. Zij ziet alles wat er in is gebeurd en observeert simpelweg. Als je personage nog iets zou kunnen zeggen over haar leven, zal zij waarschijnlijk zeggen: ‘Als ik mijn jongere zelf iets zou kunnen vertellen dan…’ ze zou die zin dan afmaken met een bepaalde opgedane wijsheid.
* Het einde: een bepaalde berusting of verwondering over de manieren waarop een leven kan lopen.

Oude, wijze oma in de schommelstoel die terugkijkt op haar leven is een goed beeld bij een gevoelvol einde.

Let bij het gevoelvolle einde vooral op de uitwerkingen van de relaties tussen je personages. Overweeg om op belangrijke punten een butterfly-effect toe te voegen om je personage makkelijker te kunnen laten terugkijken op ‘de wonderlijke samenhang van het leven’.

Het sombere einde

* Laatste obstakel: je personage krijgt nog een laatste klap.
* Wrap up: alles is nog steeds even slecht, nog slechter of je personage gaat dood.
* Het einde: een flink rotgevoel.

Bereid je gedurende je hele verhaal voor op verdriet en een algemeen rotgevoel. Misgun je personage gedurende het verhaal al van alles en nog wat, anders werk je een anticlimax in de hand. Wees gewaarschuwd: een verhaal waarin je personage niet krijgt wat hij wil en ook niet wat nodig heeft, is extreem moeilijk om te schrijven. Het morrelt namelijk aan de basisstructuur van elke andere verhaalvorm. Vallen en opstaan zoals in het centrale conflict? Vergeet het maar; als je je personage niet eens de kans geeft om op te staan en hem blijft trappen als hij nog op de grond ligt…
Een zuiver somber verhaal/einde is niet per se slecht, zoals de film Grave of the fireflies bewijst. Maar je lezer zal uiteindelijk wel denken: Wat een vreselijk naar boek is dit, zeg. Dit ga ik dus echt niet herlezen…
Ook als is het een kwalitatief meesterwerk, je lezer zal dit verhaal nooit tot zijn favorieten rekenen.
Als je net begint met schrijven, raad ik je aan om nog even te wachten met dit soort verhalen.

Heb je hulp nodig met het bepalen van je einde? Schakel mij in voor manuscripredactie.

Willen en nodig hebben deel 1: de heldenreis inhoud geven

In een centraal conflict -ook wel de heldenreis genoemd- beleeft je personage een bepaald groeiproces. Dat proces bestaat uit twee belangrijke elementen. Wat je personage wil en wat je personage nodig heeft. Wat is het verschil en wat betekent de uitwerking ervan voor je verhaal in het algemeen?

De heldenreis als groeiproces

Het centrale conflict of de heldenreis is wat je verhaal inhoud geeft. Het proces van vallen en opstaan is een belangrijk onderdeel daarvan. Maar waar struikelt je personage dan steeds over? Vaak heeft dat te maken met wat je personage wil en wat hij daadwerkelijk nodig heeft. Enkele duidelijke voorbeelden hiervan zijn:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op haar facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken
Probeer zo zwartwit mogelijk te denken in wat je personage wil versus wat hij nodig heeft. Dat maakt het uitwerken van de heldenreis een stuk makkelijker.

Je personage mag in het begin van het verhaal niet in de gaten hebben wat hij nodig heeft. Die ontdekking is deel van de heldenreis. Maar hij heeft vrijwel altijd heel goed in de gaten wat hij wil. Dat is namelijk waarvoor hij zijn comfortzone verlaat.

Zie het verschil tussen willen en nodig hebben als de volgende dialoog:
”Hé personage, waar kan ik je voor wakker maken? Eten?”
”Alsjeblieft niet, zeg, laat me dan maar lekker slapen…”
”En als ik warme stroopwafels met vanille-ijs heb?”
‘Dan kom ik metéén mijn bed uit!”

Een stroopwafel is ook iets te eten, maar je personage wíl iets heel specifieks. De achterliggende, algemene gedachte van voedsel is voor hem nog niet zo interessant als hij (spreekwoordelijk) nog niet wakker is geschud.

God van je personage

Ik scheef al eerder dat je als schrijver een soort god bent voor je personage: jij kan veel over zijn leven bepalen en jij weet waar het naartoe moet gaan. Voor deze blogpost kan je Bruce Almighty in gedachten houden. In deze film mag Bruce tijdelijk Gods ‘baan’ overnemen. Een van de twee voorwaarden is dat hij niet met vrije wil mag sollen. Oftewel: je personage moet nog steeds zelf dingen kunnen willen, vinden, bedenken en zijn eigen kijk op de wereld houden.
Jij mag als schrijver bepalen hoe je bepaalde wensen al dan niet vervult, maar je personage moet een eigen mening/ intrinsieke motivatie houden. Dat is het principe van de eerdergenoemde tabel. Jij mag weten of vinden dat je personage bevestiging nodig heeft, dat neemt niet weg dat je personage nog steeds verlangt naar veel facebooklikes, hoe slecht -of beter gezegd oppervlakkig- dat in eerste instantie ook lijkt van je personage.

De wil van je personage in het centrale conflict

Je personage heeft een doel voor ogen: iets wat hij wil. Een baan, een relatie, een goedlopende carrière, meer rijkdom… Daarvoor heeft hij bepaalde middelen tot zijn beschikking. Dit kunnen dingen zijn die buiten hemzelf liggen zoals een bepaalde opleiding, connecties of geld op de bank. Andere keren is het iets dat uit hemzelf komt zoals karaktertrekken of vaardigheden. Als je personage iets wil, zal hij alles aanspreken wat hij heeft, of dat nu iets is wat binnen of buiten hemzelf ligt. Experimenteer met alles wat er voorhanden is, dat maakt het makkelijker om tijdens het vallen en opstaan-proces niet in herhaling te vallen over de manier van aanpak. Als je personage wat dat betreft vindingrijk is, zal je lezer harder voor hem juichen.

Wat je personage nodig heeft

Als je duidelijk wil maken wat je personage nodig heeft, is het belangrijk om vooral uit te lichten wat uit hemzelf komt. Dat is de daadwerkelijke wil, waar de buitenkant eerder het middel is om iets voor elkaar te krijgen.
Bovendien helpt de ‘binnenkant’ om duidelijk te krijgen hoe een eventuele vervulling van datgene wat je personage nodig heeft kan gebeuren.
Als je personage beseft dat zijn willen en nodig hebben niet hetzelfde zijn, dan zal hij een moment van bezinning hebben. Meestal zit hier deels een uitwerking van een gewenste nachtmerrie in, hoewel het ook goedschiks kan gaan. In beide gevallen krijgt je personage een spiegel voorgehouden.

Het aha-moment voor je personage

Het moment waarop je personage beseft dat wat hij nodig heeft verschilt van wat hij wil, is het grote aha-moment voor je personage en de climax in het save the cat schema voor je verhaal of hoofdstuk. Als het een climax van een hoofdstuk of een scène betreft, kan de spiegel die dan wordt voorgehouden redelijk onschuldig van aard zijn. Een voorbeeld daarvan is als je personage beseft dat hij helemaal niet naar Thailand hoeft te vliegen om er even tussenuit te zijn. Een weekje wadlopen is net zo goed een andere omgeving als je in de drukke Randstad woont.
Dit kan een giechelbui bij de personage oproepen, waarna hij zijn schouders ophaalt en eens gaat kijken hoeveel een weekje Schiermonnikoog kost. Aan het eind van de dag, als de reis is omgeboekt, ziet hij dat de hele vakantie ineens vijfduizend euro goedkoper uitvalt. Hé, de nieuwe auto is nu plotseling stukken dichterbij… Ha!
Als het aha-moment relatief kleine gevolgen heeft, geeft dat je personage meestal een voldaan en trots gevoel.

Kom maar hier met die nieuwe wagen! 🙂

Maar als er meer op het spel staat of het probleem groter is, knapt er meestal iets in je personage. Neem de likes-obsessieve persoon. Als die plotseling beseft dat de likes waardevol voor haar zijn omdat het haar aan eigenwaarde ontbreekt, dan kan je een mentale instorting verwachten die grote gevolgen gaat hebben in de trant van: ”Waar ben ik al die tijd in godsnaam mee bezig geweest?”
Als dat moment is geweest, wordt het verhaal verder afgerond. Dan ga je verder met een laatste obstakel, de ‘wrap-up’ en het einde. In deze laatste fases wordt ook de toon van het einde van je boek bepaald. Daarover hier meer.

Zijn willen en nodig hebben in balans in je verhaal? Laat het mij controleren via manscriptredactie.

Zo schrijf je een Karen: de vrouw met voorrecht

Karen is de laatste jaren enorm populair geworden in memes. Het is een witte vrouw die om zeer kleine dingen enorme stennis schopt. Maar Karen is ook de naam van een trope voor een bevoorrechte en vaak ook racistische vrouw. Wat is een Karen en hoe kan je haar slechte kanten ook in andere personages naar voren laten komen?

Drie kenmerken van een Karen

Laten we eerst naar de meme-Karen kijken. Je kan haar binnen een paar tellen herkennen aan drie basiskenmerken. Die gaan we verderop uitwerken om van haar geen karikatuur, maar een stevige personagetrope te maken.
* Ze heeft een typerend kapsel.
* Ze wil de manager spreken als de klantenservice haar niet 101% zint.
* Ze belt de politie als ze zich niet veilig voelt. Dat ‘veilig voelen’ is vaak zeer racistisch: Ze kan al het alarmnummer bellen omdat er een zwart persoon naast haar op een parkbankje zit. (Terwijl die persoon alleen maar naar de vogels kijkt of een boek zit te lezen.)

Dit plaatje kwam tientallen keren bovendrijven (waaronder op quora.com, mijn bron). Dat zegt genoeg, toch? 😉

Karens kapsel: teken van voorrecht

Dit kapsel zou je kunnen zien als een symbool van voorrecht. Voor dit kapsel moet je naar de kapper, deze laagjes knip je niet zelf en de highlights zet je ook niet zelf. Een kappersbeurt kost geen honderden euro’s, maar je houdt je haar, je uiterlijk en daarmee je voorkomen wel op orde. En als je daar de (financiële) middelen voor hebt, sta je al hoger op de sociaaleconomische ladder dan iemand die naar de voedselbank moet of dat ‘kappersgeld’ eerder besteedt aan nieuwe schoenen omdat het enige paar dat diegene heeft al gaten in de zolen heeft. Een arm iemand zal waarschijnlijk eerder een paardenstaart als kapsel nemen, omdat de bijbehorende punten relatief makkelijk zelf te knippen zijn en je zo kapperskosten kan besparen.
Hoewel deze beredenering zeer kort door de bocht is, hoop ik dat je zo makkelijker kan onthouden: Karen laat duidelijk merken dat ze iemand is die bepaalde voorrechten tot haar beschikking heeft. Wat typerend is voor Karen is dat ze voorrechten met rechten verwart. Een kappersbeurt blijft hoe dan ook een voorrecht, geen recht. Maar Karen verwart die dingen altijd met elkaar.

De manager spreken

Karens credo? Als je iets doet wat mij niet zint, heb ik het recht om je aan te klagen, want ik heb recht op alles wat mij een zorgeloos leventje bezorgt of dat iedereen mij onvoorwaardelijk bedient. En daarom doet of probeert Karen idiote dingen als:
* obers laten ontslaan als het eten haar niet smaakt;
* een winkelketen aanklagen als ze geen korting meer krijgt als de kortingsperiode al is verstreken.

Het alarmnummer bellen

Karen wil altijd dat alles naar haar zin gaat, kent geen onderscheid tussen recht en voorrecht en staat op een bepaalde hogere trede op de sociaalmaatschappelijke ladder. Het is dus misschien geen verrassing dat ze de neiging heeft om racistisch te zijn: ze belt meteen het alarmnummer als een zwart persoon of een andere minderheid letterlijk of figuurlijk een verkeerde beweging maakt, in plaats van dat ze eerst die persoon aanspreekt of zich überhaupt met haar eigen zaken bemoeit. Iedereen die zich onder haar op de sociaalmaatschappelijke ladder bevindt, kan zich maar beter voor haar bergen.

Karen is zo’n personage dat bij iedereen frustraties oproept.

De angst achter het voorrecht

Karen of andere personages die voorrecht en recht door elkaar halen, zijn vaak bang dat hun uw-wens-is-mijn-bevel-leventje vroeg of laat in duigen valt. De extreme behoefte aan controle en gehoorzaamheid van anderen aan Karen is vaak te herleiden naar het feit dat ze ergens diep vanbinnen weet dat ze niet zelfredzaam zou zijn als haar privileges zouden wegvallen.
Je zou kunnen zeggen dat ze haar hele leven magic pixies om haar heen heeft gehad en dus nooit echt een centraal conflict heeft gehad wat ze zelf aan heeft moeten gaan. Ze is te veel gewend aan haar comfortzone om die te durven of zelfs maar te kunnen verlaten. -In Karens geval is de comfortzone wel degelijk altijd comfortabel-.
Het is voor haar veiliger om kritiek te hebben op anderen vanuit een hogere positie dan iets te veranderen aan het haar leven waar ze iets moet doen dat meer vergt dan alleen maar commentaar hebben vanaf een zijlijn.
Dat maakt een Karen(-achtig personage) een ideale slechterik. De randvoorwaarden van een goede held zijn: laat hem groeien, laat hem vallen en opstaan en een conflict om te overwinnen. Dit weigert een Karen steevast. Ze zet alles naar haar hand om dat maar niet te hoeven. Tel haar gemene karakter bij die onwrikbaarheid op en je lezer zit gegarandeerd met knarsende tanden over haar te lezen.

Karen als een slechterik

Karen is dus een ideale slechterik. Iedereen heeft een hekel aan haar. Een aantal goede voorbeelden van Karens zijn:
* Caroline Burnham uit de film American Beauty; (Let ook eens op haar kapsel)
* Dorothea Omber uit de Harry Potter-serie.
(Als je iemand vindt die deze personages kent en geen hekel aan ze heeft, laat het me weten…)

Karen is onwrikbaar in haar manier van doen. Omdat ze weigert als persoon te groeien en haar comfortzone te verlaten, kan ze niet echt veranderen. Ze is dus niet geschikt voor een heldenrol, maar ze kan wel degelijk een belangrijk moment beleven: als de wereld die zij ‘onder controle’ heeft in elkaar stort, beleeft Karen een fikse inzinking. Daardoor kan het lijken alsof Karen een oppervlakkig personage is, maar schijn bedriegt.
Als je Karen schrijft, hou er dan rekening mee dat ze niet als een Karen is begonnen. Ze heeft door de jaren heen waarschijnlijk veel muren rondom zichzelf gebouwd. Dat betekent dat ze vaak een interessante geschiedenis heeft, al komt die in je verhaal niet naar voren. Als je die geschiedenis serieus neemt, heb je een goed personage, geen karikatuur. Ook al blijft Karen een vreselijk mens.

Schrijf je onbedoeld een Karen? Laat mij het controleren: kijk in mijn webshop.