Zo maak je een cliché origineel: maar dat schrijf je niet

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en je zelfs nog de goede weg in te slaan als het die kant op gaat. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week kijken we naar wat je denkt te schrijven, maar wat niet op papier staat.   

Het cliché

Het bekendste voorbeeld van dit cliché is het volgende voorbeeld: Romeo is zogenaamd uitzonderlijk ‘zorgzaam’. Julia komt thuis met een schrammetje en hij briest onmiddellijk: “Wie heeft jou dit aangedaan? Als ik erachter kom, sla ik diegene meteen in elkaar.”
In werkelijkheid is Julia niet geslagen, maar heeft ze een laaghangende tak ongelukkig in haar gezicht gekregen…

Waarom stoort dit cliché zo?

Deze alfaman is om voor de hand liggende redenen gevaarlijk, maar ook verhaaltechnisch is er iets mis hem. Hij vertaalt een idee wat in beginsel romantisch is, naar iets wat dat allesbehalve is. Daarmee is hij de belichaming van: je schrijft niet wat je zegt te schrijven.

De oorzaak van het cliché: uit de voegen gegroeid  

Als Julia inderdaad geslagen zou zijn, dan doet Romeo er goed aan om haar te beschermen. Maar dat is er sowieso niet gaande en geweld zou het niet oplossen. Bovendien gaat het er deze briesende Romeo vaker om dat iedereen ziet hoe mannelijk, sterk en stoer hij is en hoe alles gaat zoals hij wil. Julia’s welzijn staat meestal niet op de eerste plaats.

Deze Romeo is niet het enige personage dat iets anders uitdraagt dan hij zelf zegt te doen. Wat het exacte scenario ook is, dit cliché begint met een goede bedoeling, die zodanig wordt uitvergroot dat het uitgroeit tot iets heel anders. Voorbeelden:

  • ‘Ik wil je beschermen’ wordt ‘ik wil totale controle’
  • ‘Ik wil enkele klusjes uit handen nemen’ wordt ‘jij kan geen huishouden draaien, daarom doe ik alles voor jou.’
  • ‘Ik ben gul door je wat geld te geven’ wordt ‘ik maak je (financieel) afhankelijk van mij’

Het eigenaardige van dit cliché is dat het bij thrillers een zeer stevige schrijftechniek kan zijn om een personage langzaam maar zeker van de held een slechterik te maken. Maar eerdergenoemde Romeo in het romantische genre en personages in het feelgoodgenre die ‘het gewoon goed bedoelen’ zullen bij iedereen op de verkeerde manier opvallen en irritaties opwekken. Omdat je met hen als schrijver niet schrijft wat je beweert te schrijven.

Het cliché fiksen: hou je genre en moraal in de gaten

Een personage dat in eerste instantie goede bedoelingen heeft, kan makkelijk uitgroeien tot een personage dat iets heel anders belichaamt dan je bedoelt. Het is fictie-eigen om iets overdrevener te maken. Als je een verhaal niet een beetje meer conflict of drama geeft, gaat dat ten koste van een goede structuur of spanningsboog. En die wens voor nét wat meer drama of conflict, groeit sneller uit tot iets heel anders dan je als schrijver meestal denkt of hoopt.
Als je elementen in je verhaal verwerkt die makkelijk in uitwerking of boodschap kunnen transformeren, kijk dan regelmatig of je niet aan het afdwalen bent. Proeflezers inschakelen kan hier ook bij helpen.

Tips voor het verminderen van het cliché

  • Onthoud dat een verhaal zonder extreme drama ook een goed verhaal kan zijn.
  • Zorg ervoor dat je held meerdere personages heeft om mee om te gaan. Dat voorkomt dat een ander personage te veel macht heeft over diens leven. Of dat datzelfde medepersonage een moraalridder wordt of de boodschap die je mee wil geven, plotseling een heel andere boodschap krijgt.

    Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Francisco De Legarreta C. verkregen via Unsplash.

Zo vergroot je de kans om de slushpile uit te komen

Een afwijzing krijgen van een uitgever is niet fijn. Geen reactie krijgen is misschien nog wel erger, want wat moet je dan fiksen om wel uitgegeven te worden? Met deze tips kom je makkelijker de slushpile uit.

Wat is de slushpile van een uitgever?

De slushpile is de stapel manuscripten die een uitgever moet doorwerken om te zien welke uitgeefwaardig zijn. En omdat het uren duurt om een heel manuscript te lezen en er tig per week binnenkomen, leest een uitgever ze niet allemaal. Je boek wordt beoordeeld op de eerste pagina, zo niet de eerste alinea. Dus dáár moet je al mee scoren, wil je de kans behouden om zelfs maar een overweging voor een uitgeefcontract te krijgen.

Een boek dat de uitgever afwijst: routine of alledaagse dingen

Een beschrijving van een routine is een absolute doodsteek. Beschrijf je in de eerste zinnen:

  • Een ochtendroutine
  • Het uiterlijk van je personage
  • Een dialoog over koetjes en kalfjes
  • Een dialoog met een overduidelijke buitenkantlaag
  • alledaagse sfeeromschrijvingen, zoals het geluid van spelende kinderen bij een verhaal dat zich op een school afspeelt

Reken er dan op dat de uitgever niet verder leest dan de eerste vijf regels. Regels, niet pagina’s! Dat komt omdat de uitgever dan ziet dat de schrijver het volgende (nog) niet begrijpt of beheerst:

Laat dus in de eerste regels zien dat je niet in die valkuilen trapt. Want een uitgever of redacteur gaat ervan uit dat je weet dat de slushpile bestaat. Op of zijn allerminst: dat je begrijpt dat een lezer zich niet door twintig pagina’s gaat worstelen, zonder een belofte op een verhaal of schrijftstijl die er niet beter op gaat worden.

Hoe leest een uitgever of redacteur de eerste regels van je boek?

Kom eens op mijn redactricestoel zitten, dan zie je waarom uitgevers en redacteuren binnen enkele regels of alinea’s je boek kunnen afkeuren. Dit is wat er wordt gedacht bij bovenstaande beginnersfouten.

Uiterlijk: is dat het interessanste wat jou held te bieden heeft? Laat de heldenreis of diepgang dan maar zitten…
Ochtendroutine: als dat de comfortzone is, is die erg weinigzeggend. De comfortzone die wordt verlaten is dan:
– zodanig plotseling en overdreven dat er wordt gechoqueerd in plaats van een verhaal wordt opgebouwd.
– een voorbode van een slaapverwekkend conflict: het verhaal is niet alledaags, maar gewoon saai.
Infodump: ga ik nog een verhaal lezen, of krijg ik alleen maar informatie te horen waarmee de schijver onrecht empathie probeert te kweken? En de basistechniek van show don’t tell is nergens te zien…
As you know Bob: wordt dit hele boek een verhaal met een verteleffect? Deze schrijver begrijpt niet dat een dialoog een ruzie moet zijn.
Pageturner: de schrijver weet niet hoe je de lezer nieuwsgierig maakt, dus vroeg of laat gaat dit verhaal waarschijnlijk compleet stilvallen.
Spanningsboog: de spanningsboog is iets anders dan een rustig voortkabbelende scène en deze schrijver kent dat verschil niet.

Hoe schrijf je binnen vijf regels een interessante introductie voor je boek?

Als je dit zo leest, kan het lijken alsof je binnen vijf regels al een compleet verhaal uit moet kunnen werken, maar dat is niet zo. In de eerste regels moet je de redacteur en de lezer een ding beloven: een verhaal, geen gegeven. En dat betekent niet veel meer dan dat er iets gaat veranderen.
Dus niet: Frenk was een man met een gewone kantoorbaan die wilde dat zijn leven spannender was.
Maar: de doodnormale Frenk krijgt een slechte dag op zijn werk, wat het hele bedrijf op zijn kop zet.

Hoe zit dat dan met boeken die starten met een beleving van een personage? Let er eens op dat die personages, bijna als in een in medias res, zo niet helemaal, al midden in een verandering zitten, of die anders zeer aanstaande is.
En omdat verandering voor ons mensen als wezens van routine altijd spannend is, gaan we reageren op dingen die iets van je karakter zegt.
Als je een ochtendroutine doorloopt, kan je te weten komen dat iemand van jus d’orange houdt Maar dat is niet belangrijk voor een verhaal. Zie je hoe een personage zenuwachtig heen en weer loopt, dan weet je:
– Wat hem zenuwachtig maakt, dus wat mogelijk grote angsten zijn, of minder sterke karakertrekken zijn
– Als je weet waarom een bepaalde uitkomst hem iets kan schelen, kan dat een eerste kijkje zijn in karaktertrekken of moralen

Anders gezegd: je leert zo een personage kennen. Met als bonuspunt dat je als schrijver laat zien dat je dat een lezer belangrijke zaken niet hoeft te voeren. Vergeleken met een dialoog is dat: je kan niet alleen schrijven met een buitenkantlaag, maar ook met de broodnodige binnenkant schrijven. En de kans is dan ook groter dat de schrijver ook óók weet hoe die moet zaaien en oogsten of puzzelstukjes voor een plottwist kan schrijven.

Beloof verdere ontdekking in de eerste regels van je boek

Als je in die eerste regel(s) meteen de lezer voor je weet je winnen, dan is dat het moment om de staat van de wereld (van je personage) verder uit te werken. Laat je aandacht niet verslappen: ook hier moet je je verhaal nog uitzonderlijk stevig in de grondverf zetten voor de lezer. Maak duidelijk wat er op het spel gaat staan: het is een belangrijke aanloop voor de verhaalelementen uit de eerste akte, met name het vaststellen en het verlaten van de comfortzone. In die eerste alinea’s en pagina’s leg je de basis voor de eerste akte, die weer voor een goede basis van je boek zorgt. Of je nu je personage of je plot verder introduceert: zorgt ervoor dat je verdere ontdekking aan je lezer belooft.

Heb je hulp nodig met de introductie van je verhaal of de redactie van je manuscipt? Kijk eens in mijn webshop.


Foto door Wesley Tingey verkregen via Unsplash.

Hoe kan je investeren in creatief schrijven?

Als je je boek uitgegeven wil krijgen, kom je voor de vraag te staan of je in je boek moet investeren. Meestal gaat het dan over het inhuren van een redacteur, maar je kan ook op andere manieren in schrijven investeren. Op wat voor manieren kan je investeren en moet dat altijd?

Investeren in schrijven: tijd

Als je serieuze schrijfambities hebt, moet je hoe dan ook investeren. Er zijn verschillende manieren van investeren. Tijd is misschien wel de belangrijkste. Hoe makkelijk je ook kan schrijven als je eenmaal je tekstverwerker hebt geopend, je zal altijd een voorbereiding hebben. Denk aan het uitschrijven van:
* de personagebiografie;
* het verhaalthema;
* het centraal conflict;
* het globale schrijfonderzoek.

Maar ook als je verhaal al geschreven is en misschien zelfs uitgegeven wordt, moet je nog tijd blijven investeren om je boek aan de man te brengen. Niet alleen op verjaardagen, maar vooral op sociale media. En dat is niet klaar met een keer per maand een berichtje plaatsen. Een traditionele uitgever zal je hierin begeleiden, maar onderschat de tijd die in je boek gaat zitten niet. Als je een jaar over een boek wil doen, is dat oké, als je er dertig jaar over wil doen ook. Maar probeer geen deadline aan je boek te geven. Je kan niet zeggen: Ik ga er om negen uur in de ochtend voor zitten en om drie uur ’s middags is mijn scène zowel af als helemaal pico bello. Je zal moeten reviseren, kan met een mentaal writers block te maken krijgen… Schrijven gaat nooit helemaal volgens planning. Daarom moet je niet zozeer tijd vrijmaken als wel daadwerkelijk investeren in het schrijven van je boek.

Verstop jezelf alsjeblieft niet achter tijd. Daar hoef je niet bang voor te zijn. Doe je dat wel, dan heb je er uiteindelijk alleen jezelf mee.

Investeren in je verhaal

Investeren in je verhaal is een combinatie van tijd vrijmaken en je schrijversonderzoek doen. Zodra je de basis van je verhaal hebt uitgewerkt, leer je je personages een beetje kennen. Maar je zal ook tijd moeten vrijmaken om hen en hun leefwereld beter te leren kennen.
Als je een begin van een personagebiografie hebt gemaakt, zal je misschien weten dat het de grootste angst van je personage is om ontslagen te worden bij het topadvocatenbureau waar hij werkt. Dan weet je misschien dat hij totaal in paniek raakt als hij zijn baan verliest, maar dat is niet genoeg om een echt beeld van je personage van te krijgen. Je kent hem pas echt als je weet wat zijn eerste actie is in de paniek die hij voelt als het slechte nieuws hem bereikt, hoe hij weer over die eerste schok heen komt, of en welke geliefde hij dan opbelt en of hij de schok wegdrinkt of wegmediteert. Dat zijn dingen die je niet vooraf kan bepalen, dat leer je al schrijvend.
In dit proces is het ook handig om je opschrijfboekje extra vaak te gebruiken. Observeer zoveel je kan, zodat je op een prettige, ongeforceerde manier je personage meer op een echt persoon kan laten lijken. Mensen zijn wat dat betreft een goed spiekbriefje om een personage wat meer vorm te geven.

Investeren in feedback

Als je zeker wil weten dat je verhaal overkomt zoals jij dat wil, ontkom je er niet aan dat je proeflezers inschakelt. Je zal tijd moeten investeren in het maken van lijstjes voor de feedback en opnieuw tijd moeten besteden aan het verwerken van deze feedback. Feedback verwerken is een erg belangrijk onderdeel van het schrijfproces, maar het is niet altijd makkelijk en het kan soms erg eng zijn. Misschien moet je het zelfs nog leren. Dat betekent dat er nog een investering bij komt: het aanleren van een compleet nieuwe vaardigheid. Als feedback verwerken nieuw of lastig voor je is, kan je het beste een verhaaltje schrijven waar je verder niets mee wil of van verwacht. Zo kan je op een veilige manier oefenen met het principe dat je soms dingen aan moet passen of heroverwegen. Zo hoeft jouw grote verhaal geen proefkonijn te worden en hoef je niet bang te zijn dat het verhaal waar je ambities mee hebt, aan iets wordt onderworpen waar je nog niet vertrouwd mee bent.

De spreekwoordelijke rode pen van anderen kan heel eng zijn, maar is wel onvermijdelijk. Probeer voor jezelf te bepalen wanneer je er klaar voor bent. Overhaast het zeker niet en oefen er desnoods eerst mee op een laagdrempelige manier.

Investeren in een manuscriptredacteur

Goed nieuws: dit is de enige manier van investeren die je als schrijver niet per se hoeft te doen. Een redacteur helpt je om de kwaliteit van je verhaal te verbeteren door verbeterpunten aan te kaarten en je daarin te begeleiden. Zo kan je als schrijver meer leren en je verhaal op zijn best presenteren zodra het af is. Maar dat is iets dat je zelf moet willen en het is zeker niet verplicht. Als je pas begint met schrijven, kan het zelfs fijner zijn om eerst even aan het schrijfproces gewend te raken voordat iemand je allerlei tips gaat geven. Hoewel het nog steeds niet verplicht is, is het wel verstandig om een redacteur in te schakelen voordat je je manuscript aanlevert bij een uitgever. De verbeterpunten die een redacteur je meegeeft, kunnen het verschil maken tussen wel of niet uit de slushpile komen, en daarmee het verschil maken tussen al dan niet uitgegeven worden.
Je kan een redacteur inschakelen tijdens het schrijven, of als je al klaar bent. Weeg voor jezelf af wat het beste voor jou werkt. Als je weet dat je met een redacteur wil gaan werken, dan moet je er rekening mee houden dat je daar geld voor opzij moet zetten, zeker als je je boek van begin tot eind nagekeken wil hebben.

Ik kan je helpen met manuscriptredactie. Kijk eens in mijn webshop als je daar interesse in hebt. Wil je weten wat je grofweg kan verwachten als je een redacteur inschakelt? Klik dan hier.