Wat als je personage verlegen is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verlegen is?

Verlegen personages zijn niet ongewoon in een boek. Maar de hoofdpersoon heeft deze eigenschap relatief zelden. Met goede reden, want zo’n personage is lastiger te schrijven dan in eerste instantie misschien lijkt. Dit artikel gaat in op een personage dat altijd en bij iedereen verlegen is, dus niet op het schoolmeisje dat bloost als ze haar heimelijke vlam ziet lopen.

Er is een aantal factoren die bij verlegenheid horen die het schrijven over zo’n personage lastig maakt.

Geen vacuüm

Hoe verlegen je personage ook is, vroeg of laat leert het nieuwe mensen kennen. Dat is essentieel voor een verhaal. Een verhaal speelt zich niet in een vacuüm zonder medepersonages af. Negen van de tien keer kan een verhaal beginnen omdat het ontmoeten van of de omgang met een ander personage ervoor zorgt dat je hoofdpersonage de comfortzone verlaat. Maar als je personage dat (te) spannend vindt, kan het moeilijker zijn om ervoor te zorgen dat dat ook gebeurt.

Minder contacten

Omdat je personage verlegen is, legt het lastiger contact met nieuwe mensen. Dat is op zich niet meteen erg. Misschien heeft je personage wel een grote familie en/of zijn er al genoeg lieve, vertrouwde mensen in zijn leven. Maar het kan er wel voor zorgen dat het hoofdpersonage in een eigen bubbeltje blijft leven en zo minder makkelijk openstaat om iets nieuws te doen of te proberen. Dat maakt het verlaten van de comfortzone ook lastiger.

Kleiner vangnet

Hoeveel lieve mensen je verlegen personage ook kent, als het moeite heeft met nieuwe contacten maken, blijven dezelfde mensen onderdeel van zijn leven. En dat selecte groepje mensen kan niet alle problemen voor dat personage oplossen, anders heb je geen centraal conflict en dus ook geen verhaal. In de vertrouwde kring kan jouw personage misschien alle financiële steun krijgen die het maar wensen kan, maar kan niemand inhoudelijk helpen met die lastige rechtenstudie die je personage volgt. Daar heeft je personage toch echt een studiemaatje voor nodig.
Wederom kan dit ervoor zorgen dat je personage de comfortzone niet verlaat, of het kan eisen van anderen dat ze hemel en aarde bewegen om zijn problemen oplossen omdat hij iets niet durft. Dan is dat medepersonage een soort magic pixie en jouw hoofdpersoon niet langer de held van het verhaal.

Als je personage echt extreem verlegen is, onderschat bovenstaande factoren dan niet en houd ze in je achterhoofd: kan de verlegenheid misschien een tandje lager?

Veel in het hoofd

Een personage dat door verlegenheid niet veel mensen ontmoet of dingen onderneemt, kan nog steeds interessant zijn. Maar dan moet de lezer wel weten wat het personage zo verlegen en bang maakt of blokkeert. Daarvoor moet je dus veel en goed in het hoofd van je personage kunnen duiken. Als je het lastig vindt om de gedachtestromen van een personage goed op papier te zetten, kan je het dus beter niet al te verlegen maken. Bij een verlegen personage zit het verhaal hem namelijk vooral in het wereldbeeld van je personage, niet in de acties die hij uitvoert.
Zeer verlegen (hoofd)personages zijn daarom vooral geschikt voor een psychologische roman.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door JJ Jordan on Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: interview over een levensverhaal

Als schrijver kan je soms te enthousiast raken over je eigen verhaal. Omdat je je personages goed leert kennen, maak je ze soms leuker dan ze moeten zijn voor het verhaal. Of heb je net iets meer medelijden met hen dan goed is voor het plotverloop. Dat kan ten koste gaan van je neutrale bril. Deze oefening helpt je om van een afstandje te kijken naar je personage.

Interview met een nabestaande

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik de documentaire Human een fantastische inspiratiebron vind voor het ontwikkelen van personages. Deze schrijfoefening gaat ook uit van de opzet van deze documentairefilm. Een relatief simpele vraag: “Hoe is jouw leven en wat speelt daarin?” kan een namelijk een schat aan informatie opleveren.

In deze schrijfoefening is je hoofdpersoon overleden en ga je een nabestaande interviewen (echtgenoot, vriend, zus, tante et cetera). Dit personage hoeft geen grote rol in het verhaal te hebben, maar moet je hoofdpersonage wel goed kennen. Voor een ideale duur van het interview, spreek je de ‘tekst’ van de nabestaande hardop uit. Ga echt even in diens schoenen staan. Aarzel ook even om je woorden te vinden, bijvoorbeeld. Zet een timer van drie minuten. Dan blijf je bij de kern van het verhaal blijft zonder het tekort te doen.

Opzet van het interview

Jij vertelt de nabestaande over het interview:
“Ik maak een documentaire over de levens van verschillende mensen en wil die in een tijdcapsule stoppen. Jouw geliefde is helaas al overleden, maar hoe zou jij willen dat die in de spreekwoordelijke geschiedenisboeken komt te staan?”


Het interview met Donatella hierboven is een heel goed voorbeeld uit de documentaire. Ze vertelt over haar gesloten vader. Hij kreeg door Alzheimer een andere persoonlijkheid. Daardoor was hij in de laatste periode van zijn leven opener en zachter naar zijn dochter.

Donatella stond dicht genoeg bij haar vader om te kunnen vertellen over hoe hij was. Ze vindt en weet er ook wat van:
* Het was moeilijk een relatie met hem op te bouwen;
* Hij was diep vanbinnen liefhebbender dan hij liet blijken;
* Hij had het allerbeste voor met zijn gezin.

Maar wat je niet uit dit interview te weten komt, zijn dingen als:
* waar hij werkte;
* wat zijn grootste angst was;
* die ene keer dat hij een flinke ruzie had met zijn beste kameraad.

Ze geeft een algemene indruk van haar vader en vertelt over de dingen die zij als het belangrijkste acht om die algemene indruk te kunnen schetsen.

Het belang van de algemene indruk

De algemene indruk van je personage geeft je een belangrijke houvast. Zo vergeet je niet wie je hoofdpersonage in de kern is en dwaal je minder makkelijk af : “Ja, mijn personage is gesloten, maar hij is ook een harde werker, een postzegelverzamelaar, dol op gebakken eitjes en heel goed in Duits.” Als je moeite hebt met het bepalen wat al dan niet belangrijk is om in een subplot te verwerken, kan je dat met deze oefening makkelijker afbakenen.

Nog een belangrijk voordeel is dat je niet te snel op de zaken vooruitloopt. Dan kan je belangrijke karaktereigenschappen of gebeurtenissen minder belangrijk maken dan ze zijn. In het geval van Vader Donatella: “Ja, maar ik weet dat hij in wezen een lieve man is, dus ook al vóór zijn Alzheimer laat ik hem hier en daar al zacht zijn.”
Dat is dus niet de bedoeling: je weet van het interview met Donatella dat dat (nog) niet aan de orde was. Hoe beter je je personage leert kennen, hoe groter de kans dat hij (of iets van hem) een darling wordt. Als je met andere ogen/ van een afstandje naar je personage kijkt, verklein je die kans.

De meerwaarde van de geliefde

Een persoon of personage kan nooit volledig door een neutrale bril kijken. De nabestaande dus ook niet. Maar een personage heeft een heel groot voordeel wat jij als schrijver niet hebt: een nabestaande hoeft geen plot in de gaten te houden. Als Vader Donatella een gesloten man was gebleven, dan had Donatella dat gewoon gezegd. Ze was er misschien wat treuriger om geweest, maar ze zou niet zomaar verzinnen dat haar vader Alzheimer kreeg en een lievere man werd. Dat zou eerder iets zijn wat jij als schrijver graag zou zien voor een mooi verhaalthema.

Voorwaarde van de nabestaande

De nabestaande heeft een belangrijke voorwaarde om geïnterviewd te mogen worden: hij mag niet verblind zijn door emoties. Denk aan dus bijvoorbeeld:
* De man die zijn vrouw zodanig verafgoodde dat hij ook haar drankprobleem niet als iets negatiefs zag; alles, echt álles aan vrouwlief was positief;
* De zoon die is mishandeld door zijn vader en niet meer over hem kan zeggen of denken dat het een eersteklas ^*$&! was;
* De ex-vrouw die is bedrogen en nooit over die verbittering heen is gekomen.

Kies in dat geval een ander personage voor het interview.

Donatella is een heel mooi voorbeeld van de ideale persoon om te interviewen: ze zegt eerlijk dat de relatie met haar vader grofweg het langste deel van haar leven erg lastig voor haar is geweest. Ze vertelt ook dat dat zelfs uitmondde tot andere rare situaties en een ernstig gemis. Als ze eenmaal over de ziekteperiode van haar vader begint, verwoordt ze wat dat teweegbracht. Ze koppelt wel een bepaald oorzaak en gevolg, maar dat geeft een mooie samenhang, zonder dat het ene gegeven het andere kleurt of tenietdoet.

Dingen om op te letten

Deze schrijfoefening kan je onverwachte inzichten geven. Het scheelt per interview wat voor nieuwe informatie je krijgt of waar je in bevestigd wordt. Maar na het afnemen van het interview kan je jezelf in ieder geval deze vragen stellen:
* Is mijn personage inderdaad (nog) wie ik dacht dat hij was?
* Loop ik vooruit op bepaalde zaken in het plot?
* Heb ik darlings over mijn personage ontdekt? Welke zijn dat?
* Zijn eventuele subplotten inderdaad zo belangrijk voor het verhaal als ze lijken?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage liegt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage liegt?

Liegen is moreel gezien niet oké, maar voor fictie is het een heel interessant gegeven. Voor je personage staat meestal veel op het spel en de afloop is onvoorspelbaar. Dat zijn twee ingrediënten voor een pageturner. Wat zijn de aandachtspunten en voordelen van een liegend personage?

Conflict blijft intact

Als je liegt, wil je niet dat iemand daar achter komt. Dat is al een conflict op zichzelf. In wat voor bochten moet je personage zich (blijven) wringen om de leugen in stand te houden? Dat is hoe dan ook ongemakkelijk en spannend. Dan zal de lezer de pagina blijven omdraaien om te weten wat die bochten gaan zijn en of die helpen om de leugen intact te houden.
Komt de leugen uit? Daar wordt je personage op aangesproken, zo niet afgerekend. De term conflict is dan niet alleen maar jargon voor creatief schrijven. Daar komt ruzie van. En ruzie kan zoveel gevolgen hebben of emoties losmaken dat je lezer genoeg heeft om zich wederom af te vragen hoe alles verder gaat.
Als je personage een web van leugens spint, schrijf ze dan vooraf uit. Je moet wel weten tegen wie je personage liegt op welk moment. Leugens zijn ingewikkeld. Of ze uitkomen of niet: ze hebben gevolg voor het verloop van je verhaal. Heb je de leugens niet op orde, dan wordt het verhaal wankel.

Het morele kompas van je personage

Liegen doe je niet voor je lol. Je personage wil iets geheimhouden als het liegt. Of dat nu relatief onschuldig is, zoals een geheime verliefdheid of iets serieus als criminele activiteiten. Dat geheim brengt iets interessants met zich mee. Dit geheim is belangrijker dan X. Wat is die X? Als je het antwoord daarop weet, dan weet je ook veel van de waarden of het morele kompas van je personage.
Stel dat een strenggelovige homoseksueel beweert dat hij heteroseksueel is. Dan is zijn geloof en/of wat zijn gemeenschap van hem denkt waarschijnlijk belangrijker voor hem dan zijn eigen persoonlijke identiteit.
Ook al blijft het bij een enkele leugen, je kan het antwoord op deze morele vraag ook gebruiken als basis voor de rest van je verhaal of de personageontwikkeling. Het personage in dit voorbeeld zal waarschijnlijk ook makkelijker groepsgerichte beslissingen maken die verder niets met zijn geaardheid of religie te maken hebben.

Interessant personage

Een personage is bereid om zijn integriteit en zijn gezin op het spel te zetten om wraak te nemen op degene die hem heeft opgelicht. En zijn vrijheid, als hij wordt opgepakt (of kan worden) voor moord.
Opoffering is een wat luguber begrip voor deze context, maar als je liegt, offer je iets op, of riskeer je dat. De leugen kan nu eenmaal uitkomen.
Of je personage nu sympathiek is en of je hem moreel gezien mag of niet, personages die liegen zijn narratief gezien vaak reuze interessant. Negen van de tien keer zijn ze moreel grijs in plaats van zwartwit.
Dat maakt dat je ze als schrijver (en uiteindelijk de lezer ook) goed leert kennen. Daarmee voorkom je ieder geval dat je personage eendimensionaal of een wandelend cliché wordt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.  

Foto door Taras Chernus op Unsplash.

‘Ik hou van jou’ schrijven in een verhaal

Veel romantische verhalen hebben uitgebreide beschrijvingen over de eerste vlinders in de buik. Maar als je personages als koppel moeten eindigen, moet er uiteindelijk een knoop worden doorgehakt. Hoe krijg je personages als koppel bij elkaar zonder dat dat geforceerd overkomt?

Schrijf nooit een koppel in je verhaal ‘omdat dat hoort’

Laten we beginnen met het allerbelangrijkste: laat twee personages nóóit met elkaar eindigen of hun gevoelens opbiechten ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ dat er in een verhaal een romantisch koppel voorkomt. Hier kan je uitgebreid lezen waarom dat enorme schade aan je verhaal kan aanrichten.
Deze blogpost gaat over het koppelen van personages die daadwerkelijk van elkaar (gaan) houden en wiens relatie ook meerwaarde heeft voor het verhaal.

De aanloop naar een relatie in een verhaal

Voordat je het hoge woord eruit gooit: weet je zeker dat het de lezer al duidelijk is waarom deze personages goed bij elkaar (zouden) passen? Nee, echt waar: zeker weten? Heb je al voldoende signalen afgegeven en zijn de persoonlijkheden van beide personages goed uitgewerkt? Kennen de personages elkaar überhaupt goed genoeg om echt verliefd te zijn of te worden? Als je te vroeg piekt, is de relatie die volgt niet geloofwaardig meer voor de rest van het verhaal. Lees hier hoe en waarom een relatie narratief gezien (vroegtijdig) strandt.

De hamvraag: hoe dan?

Zoals altijd met schrijven werkt iets pas goed op het moment dat een trope goed is afgestemd op de specifieke omstandigheden die bij jouw unieke verhaal passen. Maar het moment van ‘Ik hou van jou,’ blijft hoe dan ook lastig om te schrijven, ook al blijf je dicht bij je eigen verhaal. Omdat er eindeloos veel liefdesverhalen zijn, is de kans enorm dat jouw liefdesverklaring al tig keer in die vorm is verteld. Denk aan de echte clichés als tijdens een boottochtje bij volle maan, maar ook aan een aankomend koppel dat rondloopt in een heuvelig park, in een moment van onoplettendheid pardoes van een heuvel kukelt, niet bijkomt van het lachen en elkaar vervolgens veelbetekenend in de ogen kijkt.
Als een trope al -misschien wel letterlijk- honderden miljoenen keer is gebruikt, is de kans nu eenmaal groter dat een uniek lijkende trope toch óók al honderden keren is verteld…Clichés echt voor de volle honderd procent voorkomen is in dit geval dus zo goed als onmogelijk. Als je het ‘hoofdstuk opbiechten’ in drie delen splitst, kan je dit moment alsnog redelijk origineel maken. Die delen zijn: de manier, het moment en de plaats waarop.

De manier waarop

Op het moment dat een personage het welbekende ‘Ik hou van jou’ uitspreekt, doet zich negenennegentig procent van de tijd een van de volgende scenario’s voor:
* Het moment is spannend, omdat de opbiechter zenuwachtig is en zich ongemakkelijk voelt;
* Het moment is superromantisch omdat de opbiechter zelfverzekerd is. Dan maakt het niet meer uit of het gebaar traditioneel gezien romantisch, of objectief gezien eerder ‘nerdy’ is, dan is alles schattig of romantisch. Let daar maar eens op 😉 .

Is poolen normaalgesproken eerder iets voor oudere mannen? Maakt niet uit: als de vonk er is, is dit moment (tijdelijk) ontzettend romantisch of aandoenlijk.
Foto door Luana Azevedo op Unsplash

Omdat deze beide scenario’s op hun eigen manier weinig origineel zijn, is dit een goed moment om heel goed te kijken naar de unieke show don’t tells van je personage. Waarin scheelt jouw personage ten opzichte van miljoenen anderen in dezelfde situatie? Komt hij met koekjes aanzetten bij zijn geliefde in plaats van met bonbons? Is zijn peptalk in de aanloop naar dit moment: ‘Morgen ben ik niet langer vrijgezel!’ waar iemand anders affirmeert: ‘Ik kan dit!”? Een optelsom van dit soort persoonlijke trekjes zorgt ervoor dat een standaard moment alsnog erg speciaal kan lezen.

Het moment waarop

In ieder scenario is het opbiechten van je liefde spannend, hoe zelfverzekerd je ook bent. ‘Waarom nu?’ is meestal een retorische vraag. Maar jij moet er een daadwerkelijk antwoord op hebben: waarom verklaart het personage nú zijn liefde? Dat kan relatief simpel zijn -hij houdt de spanning niet langer uit-, of wat ingewikkelder: als hij nú niet zegt wat zijn gevoelens zijn komt de ander die nooit te weten, omdat er een emigratie aanstaande is en contact houden in het buitenland lastig wordt. Hoe dan ook, zorg ervoor dat het antwoord op die vraag duidelijk is. Laat er ook de nodige tijd en sfeeromschrijving aan vooraf gaan om het moment het nodige gewicht te geven.

De plaats waarop

Een eerste keer ‘Ik hou van jou’ zeggen of horen als je knus naast de ander in bed ligt, is héél anders dan wanneer je dat hoort als de ander je in het ziekenhuis komt opzoeken na een ongeluk. Onderschat het effect van de omgeving niet op dit belangrijke moment. Het lokt namelijk totaal andere reacties uit. In het eerste scenario volgt er een gesprek vol opluchting en liefde, in het tweede scenario kan het verwarring en misschien zelfs paniek teweeg brengen. Het is het verschil tussen een gezellig ‘zullen we dan samen op vakantie gaan?’ en ‘Allemachtig, waarom vertel je dat nu pas? Als ik dat eerder had geweten, had ik me niet geblesseerd tijdens het sporten, waardoor ik nu ik in het ziekenhuis lig. Ik was gaan sporten omdat ik meende dat ik nog moest afvallen voor je mij aantrekkelijk zou vinden…’

“Als ik geweten had dat je mij toen ook al aantrekkelijk vond…”
Oeps… Dat geeft wel even een andere twist aan de invulling van een begin van een relatie…
Foto door Madrona Rose op Unsplash

‘Waarom hier?’ hangt nauw samen met ‘waarom nu?’. Het verschil in plaats kan het verschil zijn tussen een fantastische en moeizame start van een relatie. En dat heeft als vanzelf effect op je algehele plotverloop.

In de startblokken voor de clue

In een goede fictieve relatie helpen de geliefden elkaar te groeien in hun persoonlijk centraal conflict. Daarom is het narratief gezien verstandig om een relatie te starten (vlak) vóór een clue in het schema van save the cat. Op dat moment wordt een personage uitgedaagd om iets moeilijks of engs te doen. Hij zal dan om hulp vragen bij iemand anders: een goed moment voor de geliefde om te bewijzen dat hun relatie stevig en ook de moeite van het benoemen waard is. Zodra de clue achter de rug is, zullen de geliefden bovendien dichter naar elkaar zijn toegegroeid, wat de relatie verstevigt. Een prettig pluspunt!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage ziek is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ziek is?

Een personage is bijna altijd ernstig ziek: zelden is het slechts een paar dagen geveld door de griep. Als je personage echt iets zwaars onder de leden heeft, kan het al snel het hele verhaal opslokken. 
Zo schrijf je interessant over een ziek personage: of dat nu een onschuldige verkoudheid of iets veel ergers betreft. 

De banale ziekte 

Een paar dagen koorts, een enkele dag extreme buikpijn: je leest het bijna nooit in een verhaal. Tenzij het een voorbode is van een ernstige ziekte die later aan het licht komt. Dat komt omdat het onder het parapluutje van ‘alledaagse bezigheden’ valt. Net als een toiletbezoek, douchen, koffiepauze onder het (thuis)werken of het doen van huishoudelijke klusjes. Vrijwel altijd zijn deze gebeurtenissen zodanig nietszeggend dat je het niet interessanter kan maken dan het is. Daarom worden deze zaken vaak overgeslagen of simpel samengevat: met tegenzin begon Quan aan de afwas; hij wilde meteen door naar de bioscoop, waar hij hoopte het kassameisje te kunnen versieren.  

De ernstige ziekte 

De ernstige ziekte slokt het hele leven van het personage op, soms bijna letterlijk. In dat opzicht is het de exacte tegenpool van de banale ziekte. Pas bij deze ziekte vooral op dat je het verhaal niet verandert in een verhaal over een medisch dossier waar toevallig ook nog een personage bij hoort. Zorg er wel voor dat je een globale kennis hebt van het ziekteverloop: je moet een element wat belangrijk is voor een verhaal realistisch kunnen portretteren. 

Pas op de plaats

De banale ziekte is een onderschat middel als moment om informatie op een rij te zetten, zowel voor de lezer als je personage. Sla die twee dagen op de bank niet zomaar over, maar laat je personage eens reflecteren op zijn manier van doen, de puzzelstukjes van een mysterie nog eens overdenken. Nu het plot niet afleidt, heb je daar alle tijd voor. Wie weet wat voor wraakacties of liefdesverklaringen je personage dan ineens bedenkt. En wat dacht je van ijlkoorts? Wie weet wat voor gekke gedachten er dan door je personage heengaan. Daar kan je vast wat creativiteit in kwijt.  

Bij de ernstige ziekte is deze ‘pauze’ een stuk langer en daardoor zowel een cliché als valkuil. Pas op dat je je personage niet degradeert tot een filosoof die de dood in de ogen kijkt en ineens antwoord weet op iedere levensvraag, of tot iemand die alleen maar boos is op het leven. 

Een kijkje in het karakter 

Hoe ziek je personage ook is, ziekte geeft een goede inkijk in diens karakter. Probeer in de ziekteperiode antwoord te geven op de vragen:

  • Laat het personage zich verzorgen, of is om hulp vragen moeilijk voor hem?
  • Gunt het personage zich de rust die nodig is om te herstellen? Dat geeft aan hoe koppig ze al dan niet is.
  • Vindt het personage zichzelf zielig? Zelfmedelijden is een heel moeilijk te breken comfortzone. Je zal veel aan dit personage moeten werken voordat het de figuurlijke of narratieve titel van held verdient. 

Al deze informatie is bruikbaar om je personage minder eendimensionaal te maken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kristine Wook op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo wordt koppelen in een verhaal een absolute doodsteek

Of het nu een liefdesverhaal is of niet, in bijna elk boek komt er wel een romantisch koppel voor. Het lijkt bijna een ongeschreven regel dat er mensen verliefd moeten worden. Daarom kan je de aandrang voelen om personages te gaan koppelen, ook al passen ze misschien niet bij elkaar. Waarom is dat het laatste wat je moet doen?

Ko en Koosje Koppel

Om makkelijker te kunnen uitleggen (en ook omdat het lekker maf klinkt 😉 ) noem ik de slachtoffers van een geforceerde koppelpoging in deze blogpost Ko en Koosje Koppel.
Ik heb ze in mijn fictieve verhaal op een feestje aan elkaar voorgesteld en de koppelaar loopt om de tien minuten van de een naar de ander:
“En Koosje, vind je niet dat Ko een indrukwekkende baan heeft?”
“Ko, wist je al dat Koosje ontzettend bekwaam is in handboogschieten? Jij houdt toch van dames met talent?”

In het echte leven zou je als toeschouwer – ook bij subtielere voorbeelden- van plaatsvervangende gêne in elkaar krimpen en bij een verhaal is dat niet veel anders. Maar waarom niet?

Liefdesdriehoek

Iedereen die ooit een romantisch drama heeft gelezen kent de liefdesdriehoek. Die kan een heel verhaal opslokken. Hoewel dat niet altijd het geval is bij een geforceerd koppel, gaat daarbij ook aandacht naar romance, terwijl die ergens anders naartoe hoort te gaan. Niet alleen komt koppelen over als iets dat overbodig is voor het eigenlijke verhaal, het leidt ook nog eens af van belangrijke(re) zaken in het plot. En dan ook nog eens afleiding in de vorm van het thema verliefdheid. Goh, dat hebben we nog nooit gelezen… Een cliché ligt hier op de loer.

Eigenschappen van personages

Koosje is een fervent handboogschutster, maar Ko is een no-nonsense zakenman die stiekem geïntimideerd wordt door vrouwen die niet meteen traditioneel zacht zijn. Geef Koosje dan maar een hobby die te maken heeft met een mogelijk wapen… Dat gaat hem niet worden. Ko en Koosje Koppel zijn als het goed is (enigszins) belangrijke personages voor het verhaal. Zelfs de schrijvers die koste wat kost liefdespaartjes schrijven, weten dat de lezer Ko en Koosje meer dan oppervlakkig moet kennen, wil het hem überhaupt wat kunnen schelen of ze met elkaar eindigen of niet.

Als je geforceerd gaat koppelen, riskeer je dat alles wat je geschreven hebt over Ko’s succesvolle bedrijf of Koosjes weg naar de kwalificatie voor het WK handboogschieten wordt afschildert als onbelangrijk. Waarom zou je in de rest van het boek dan nog zoveel moeite doen om dat nauwkeurig uit de doeken te doen?
Goede koppeltjes werken omdat hun karaktertrekken, interesses en persoonlijkheden gedurende het verhaal zichtbaar op elkaar aansluiten. Als je pretendeert dat die elementen van je personages onbelangrijk zijn, doe je je personages vreselijk tekort.

De eigenschappen van je personage negeren tijdens het vormen van een potentieel koppel, is net zoiets als iemands cv uit het raam gooien tijdens een sollicitatiegesprek: het slaat nergens op en het kan het verdere proces vermoeilijken. Foto door Van Tay Media op Unsplash

Verhaalthema

Ko en Koosje Koppel zijn doorgaans belangrijke subpersonages, maar niet de hoofdpersonen in een verhaal.
Ook al is je verhaalthema liefde of romance, dan nog zijn Ko en Koosje niet de voornaamste personages om dat thema uit te dragen, maar de hoofdpersonen. Als je thema iets anders dan liefde of romance is, is het al helemaal misplaatst om Ko en Koosje (nog) per se te gaan koppelen. Stel dat je thema verslaving is. Wat heeft dat nog met liefde(skoppeltjes) te maken? Dat zou net zo gek zijn als wanneer je in een verhaal over een onderzeeër nog een subthema over dinosauriërs in je verhaal zou verwerken.

Centraal conflict

Hoewel Ko en Koosje Koppel als subpersonages niet het gewicht van het hele verhaal op hun schouders dragen, zijn ze wel belangrijk genoeg om als driedimensionale personages uit te werken en als zodanig aan je lezer voor te stellen. Hier komen twee belangrijke regels om de hoek kijken:
* Subpersonages voelen zich de held van hun eigen verhaal, niet een subpersonage in het verhaal van de held.
* Iedere held heeft een eigen centraal conflict.

Voor Ko en Koosje betekent dat dus dat zij als belangrijke subpersonages ook eigen worstelingen hebben. Die komen niet zo duidelijk naar voren als die van de held, maar je zal wel de nodige tijd moeten besteden aan het feit dat Ko zich voorbereidt op een belangrijke vergadering. Of dat Koosje in paniek schiet als ze net voor een belangrijke handboogwedstrijd een blessure oploopt. Dat is nodig om ze driedimensionale personages te maken, in plaats van figuranten.
Stel je nu eens voor dat je het centrale conflict van de held van je verhaal volledig aan de kant schuift om hem maar gekoppeld te krijgen. Dan houd je niet veel van een (interessant) verhaal over… Datzelfde principe gaat op voor Ko en Koosje Koppel.

Ko en Koosje Koppel denken dat ze hun eigen spreekwoordelijke verhaal schrijven, niet dat ze spelen in dat van een ander. Dat principe moet jij aanhouden in hun uitwerking. Foto door Content Pixie op Unsplash.

Wrap up

De wrap up is het punt in het schema van save the cat waarop je je verhaal afrondt. Hier worden vaak nog mensen gekoppeld. Dat geeft dan nogal eens een toon die leest als: ‘Trouwens, Ko en Koosje worden ook nog verliefd.’ ‘Trouwens’ vat samen waarom dat dat niet wenselijk is voor een goedlopend verhaal. Een goede wrap up geeft namelijk een soort samenvattende oorzaak-gevolg aan van het hele verhaal. Denk aan en ze leefden nog lang en gelukkig in sprookjes. De hoofdpersonages kunnen lang en gelukkig verder leven, omdat ze samen al gelukkig waren, maar het gevaar is geweken nu de boze wolf dood is.
Voeg een ‘trouwens’ toe in de wrap up en je benoemt iets uit het subplot, terwijl je in die laatste pagina’s het hoofdplot dient af te sluiten.
Soms kan je een element uit het subplot benoemen, zonder dat het storend is: Het jongste van de zeven geitjes werd later een klokkenmaker. Hier zou het werken, omdat gedurende het verhaal er (symbolische) verwijzingen zijn naar het jongste geitje en diens band met klokken. Maar als Ko en Koosje Koppel toch al niet op de voorgrond stonden in het verhaal en hun (gebrek aan) romance inhoudelijk weinig aan het hoofdplot toevoegde, komt hun ‘trouwens-verliefdheid’ erg geforceerd over.

Soms ontkom je er niet aan en moet je personages koppelen. Hier lees je hoe je dat op een goede manier kan doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage naïef is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage naïef is?

Een naïef personage kan zich op twee manieren uiten. Het kan kinderlijk aandoenlijk zijn, of irritant en klungelig. Beide manieren kunnen zowel nuttig zijn als een blokkade vormen voor je plot. Als je weet waar je op moet letten, kan je een onhandig lijkende karaktereigenschap omzetten naar iets wat je in je in je voordeel kan gebruiken.

Kinderlijke naïviteit

Deze naïviteit komt veel voor bij kinderen, of bij oudere personages die van zichzelf zo goedgelovig of optimistisch zijn dat ze slechte scenario’s niet kunnen voorstellen. Dit personage, of deze karaktertrek kan helpen om een zware sfeer wat te verlichten. Als het personage en anderen om deze onhandigheid kunnen lachen, is dat een hele opluchting als de rest van de tekst bol staat van de serieuze vergaderingen, doodzieke familieleden of slechte cijfers.
Het is dan heerlijk om even te lachen als de hopeloos romantische Samira verwachtte dat haar blind date in pak aan zou komen. Wie dacht ze dat de date zou zijn? Een daadwerkelijke prins? Droom lekker verder, meisje!
Als je deze naïviteit te veel inzet, loop je het risico dat het personage enkel en alleen wordt ingezet om de sfeer te verlichten, ook als dat buiten de context is, of niet past in de sfeer. Dan wordt de tekst raar of het personage eendimensionaal.

Irritante klungel

In tegenstelling tot de kinderlijke naïviteit is dit personage meestal niet leuk om over te lezen. De lezer irriteert zich meestal aan dit personage: hoe kan je nou zo stom zijn? Jezus, gebruik je hersens eens… Het naïeve van dit personage zit hem meestal in het feit dat die het slechte in anderen niet kan of wil zien.

Foto door Ryoji Iwata op Unsplash.

Het laat zich een tweedehands rammelbak aansmeren door een gewiekste handelaar die garandeert dat er niets mis is met deze auto.
Wat dit personage vervelend maakt, is dat de naïviteit ook voor een zekere mindere mate van zelfredzaamheid kan zorgen. Als je in zeven sloten tegelijk loopt, moet iemand anders dat voorkomen, of jou uit die sloten (blijven) trekken. Niet bepaald een goede eigenschap voor een held: die lost zijn eigen problemen op. Of maakt op zijn minst niet steeds dezelfde of uitgesproken domme fouten.
Dit personage maakt voornamelijk naïeve fouten omdat hij niet veel of goed genoeg nadenkt over bepaalde zaken. Daarom kan dit personage een hele goede hulp zijn als andere personages vastzitten. Als je vastzit, heb je de neiging om te overdenken.
“Ik zit vreselijk in de stress de laatste maanden! Ik heb alles al geprobeerd: meditatie, yoga, een smoothiedieet… en niets helpt!”
Je ‘naïeveling’ komt met het ei van Columbus: “Hoe laat je naar bed?”
“Half één, en om vijf uur gaat de wekker weer. Wacht eens even…”

Hoewel je naïeve personage (dezelfde) fouten maakt, doet het wel dingen. Als je merkt dat je personage vastloopt, kan je het in je opschrijfboekje eens lekker laten klungelen. Wie weet wat er in die onhandigheid allemaal voor opties naar boven komen. Dan is het alleen nog even afstemmen hoe je die onhandige actie ook handig kan maken voor je personage en het plot.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Ghibli’s verhalenstructuur: knoeien met save the cat

Je weet wat je van een verhaal kan verwachten als het volgens een vaste structuur verloopt. Dan leest het lekker weg. Maar als het niet volgens een bekende structuur verloopt, kan dat even verwarrend zijn. Is dat dan ook meteen slecht? Nee: studio Ghibli schrijft vaak met een ongewone structuur en het levert prachtige verhalen op. Laten we eens te meer in hun trukendoos kijken.

De vertrouwde verhalenstructuur

De kans is zo’n beetje 99% dat een verhaal dat je leest is opgebouwd volgens het verhalenstructuurschema van save the cat. Je kan veel uit dit schema halen, maar voor deze blogpost moet je weten dat het principe is:
1) de held verlaat zijn comfortzone
2) de held gaat een centraal conflict aan
3) de held overwint of verliest

Kort gezegd betekent dat: er gebeurt iets dat de wereld van je personage op zijn kop zet. Daardoor moet het iets leren of van karakter veranderen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar met vallen en opstaan wordt er uiteindelijk een resultaat bereikt waardoor het leven van het personage definitief een andere invulling krijgt.

Save the cat: Save Jiji

In de Ghiblifilm Kiki’s delivery service speelt de zwarte kat Jiji een grote rol. Daarom noem ik deze verhaalstructuur-aanpak gemakshalve ‘Save Jiji’. (Ook omdat het zo leuk klinkt ;). ) Wat zijn de stappen van daarvan? De eerste drie stappen zijn hetzelfde als die van Save the cat, maar Save Jiji gaat na daarna nog veel verder door:

4) De tegenstander blijkt een overtuiging te hebben die hem grijs maakt, in plaats van zwart(wit).
5) De heldin wordt uitgedaagd om trouw te blijven aan het doel wat (bijna, maar net niet) behaald is, maar de tegenstander óók als volwaardig mens te zien.
6) Het centrale conflict/ persoonlijke groeiproces van de heldin komt daardoor in een andere vorm terug: weet je zeker dat je je heldenreis hebt voltooid?
7) De heldin wordt meerdere keren -al dan niet subtiel- getest op punt 5, waarbij zij ook ziet dat zij nog steeds gebreken heeft.
8) Het einddoel wordt alsnog behaald, maar nu is de heldin nóg bewonderenswaardiger, omdat zij haar heldenstatus niet alleen heeft kunnen behalen, maar ook heeft bewezen die waard te zijn.

Dit is Jiji 🙂 Copyright: studio Ghibli. Afbeelding via teepublic.com

Dat zorgt voor een diepzinniger, steviger en indrukwekkender verhaal waarin de voltooide heldenreis nog meer dan normaal als beloning aanvoelt. Wat zijn een aantal aandachtspunten voor een goede ‘Save Jiji?’

Aandacht naar de antagonist

Je zou het misschien niet denken, maar je kan de reis van je heldin verstreken door de antagonist aandacht te geven. Let op: aandacht is niet per se een achtergrondverhaal. Als Ghibli iets níet doet, dan is het mikken op een tragisch achtergrondverhaal om empathie op te wekken voor de tegenstander. De aandacht wordt slechts verplaatst, waardoor je weet wat zijn mening is en soms ook hoe die tot stand is gekomen. Om te voorkomen dat de antagonist alsnog eendimensionaal wordt, hanteert Ghibli een andere centrale vraag.
Save the cat vraagt zich af: waar zit het witte puntje in het zwarte vlak? (Lees daar hier meer over.)
Save Jiji vraagt zich af: welke spreekwoordelijke medaille speelt hier de hoofdrol?

Stel: het land leeft in oorlog. Je held wil vrede door vreedzaam te demonstreren, de antagonist is niet bang geweld te gebruiken om de bezetters te verjagen en het land zo te bevrijden. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: in wezen zijn je held en tegenstander op het einde van de oorlog uit. In plaats van dat je suggereert dat je held op de goede weg is en de tegenstander op de slechte zeg je dus: ze zitten allebei op dezelfde weg, maar bewandelen die anders.
Als vanzelf krijgt óók de tegenstander een heldenreis, als het gaat om vallen en opstaan: je ziet dat hem iets lukt, soms niet, en dat hij -net als de heldin- waarden (tijdelijk) in de steek laat om een doel te bereiken. Dat levert op een bepaalt punt een zéér interessante vraag op.

Aan wiens kant sta jij?

Als je heldin iets ‘slechts’ doet op het moment dat de tegenstander net iets ‘goeds’ doet, kan dat even verwarrend zijn. Voor wie hoort de lezer nou eigenlijk te juichen? Dat klinkt als een rammelende verhaalstructuur, maar dat hoeft het niet te zijn. Als je duidelijk genoeg uitschrijft wat de eerder genoemde medaille is, en je weet wat de afzonderlijke normen en waarden van je held en tegenstander zijn, worden je personages er voornamelijk realistischer van. Als je die medaille (het verhaalthema) stevig hebt staan, komt je lezer wel weer over die eerste verwarring heen. Dat heeft twee redenen:
* Als je interessante personages hebt, kan het juist uitdagend en aantrekkelijk voor de lezer zijn om zijn kop erbij te moeten houden. Zolang de personages (held, tegenstander of bij-personages) interessant genoeg zijn, is het niet erg om een beetje mysterie te houden in hun waarden, motieven en manier van doen. Zolang je maar verder wil leren/lezen over hen.
* Hoe dan ook kom je altijd terug bij de held. Uiteindelijk leeft je lezer het meest mee met degene waar je het meeste tijd en aandacht aan besteedt: de held. Om die reden kom je uiteindelijk ook weer uit bij de heldenreis van de held als het gaat om het uitwerken of afronden van het verdere verhaal. Dat voorkomt- mits je het goed doet- dat je verhaallijn als geheel warrig wordt.

Wie staat aan welke kant?

Onder andere bij deze personages uit Ghibli films twijfel je soms aan hun rol:

Howl: deze prins op het witte paard heeft een mysterieuze rol in oorlogen en is vreselijk ijdel: zodanig dat hij de heldin Sophie, op wie hij verliefd is, bijna voorgoed van hem wegjaagt.
Kaonashi/No Face: begint verlegen, eet daarna iedereen op en is later weer een mak lammetje.
Haku: is een vriend van de heldin Chihiro, maar hij dient haar onderdrukker. Ondertussen blijft hij Chihiro helpen en blijft hij oprecht vriendelijk en zorgzaam naar haar.

Om Save Jiji in actie te zien, raad ik je de volgende Ghiblifilms aan:
* Prinses Mononoke
* Spirited away
* Howl’s moving castle

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage verdorven is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage verdorven is?

Je hebt minder prettige personages, maar ook personages die verdoven zijn: over hen is geen goed woord te zeggen. Hoe zorg je ervoor dat je niet alleen maar over hun slechtheid raast?

Pas op met goedpraten

Er is vaker voor gewaarschuwd, maar het blijft belangrijk: kijk uit dat je slechte daden niet goedpraat. De neiging van grote filmstudio’s om slechteriken een achtergrondverhaal te geven waarin ze toch niet zo slecht zijn als ze lijken, is narratief niet altijd sterk. Vraag jezelf af: wil je in je verhaal iemand die slecht is, of slechte dingen doet? Bij een echt verdorven personage is het eerste het geval. Doe in dat geval weinig tot geen moeite om te verklaren wat de oorzaak is van de slechtheid van een personage.

Kwaliteit als vloek

Van een dictator tot mishandelende pleegouder, echte slechteriken hebben verschillende gezichten. Wat hun rol ook is, op de een of andere manier kunnen ze hun verdorven gang gaan. Je kan je afvragen waarom niemand ingrijpt of dat gedaan heeft. Het antwoord is: ze hebben een karaktereigenschap die normaalgesproken een kwaliteit is, maar in de verkeerde handen een vloek vormt. Denk aan charisma: erg leuk bij een puberjongen, maar doodeng bij een kidnapper. Gulheid? Leuk voor een filantroop, wat minder als een moordenaar daardoor iedereen (onopvallend) om kan kopen.
Ken deze griezelige kwaliteiten van je slechte personage en werk die goed uit. Laat zien waarom het logisch is dat niemand ingrijpt: er lijkt geen noodzaak voor te zijn, omdat je slechterik een dekmantel heeft. Deze dekmantel heeft een aantal elementen van een cliffhanger. De lezer blijft zich namelijk afvragen wat er gaat gebeuren en blijft dus de pagina’s omslaan. Vragen die onbeantwoord blijven zijn bijvoorbeeld:

* Waarom ziet niemand wat hier gebeurt?
* Kan de slechterik nog meer slachtoffers maken?
* Wordt de slechterik ooit nog opgepakt?

Het voordeel van de kwaliteit als vloek is dat het je slechterik niet eendimensionaal maakt. Technisch gezien hééft hij een goede eigenschap, naast de slechte waarmee verderf wordt gezaaid. Ook al lijkt dat op papier niet zo, gevoelsmatig leest het ergens wel als een goede eigenschap die een personage nodig heeft om niet eendimensionaal in zijn slechtheid te zijn.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Niemand die bij zijn goede verstand is, laat een mishandelaar kwetsbare pleegkinderen in huis nemen. Maar toch gebeurt dat in je verhaal. Bedenk wat de kwaliteit als vloek van de vreselijke pleegouder is. Hoe is die gebruikt om alsnog de voogdij over kinderen te kunnen krijgen? Dat is belangrijk om te weten als schrijver: je leert het doen en laten van je slechterik goed kennen. Zo weet je ook hoe die zich door het verhaal heen aan bepaalde technieken of tactieken zal houden om de illusie van goedheid in stand te houden. Dat is essentieel voor een goede uitwerking van je plot. Wees wel voorzichtig in het delen van deze informatie. Voor je het weet praat je de slechtheid van je personage alsnog goed door te veel te verklaren. Deze informatie is onmisbaar voor in je opschrijfboekje, maar kan daar ook maar beter blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Harry Cunningham op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De meest voorkomende clichés

Clichés dien je zo veel mogelijk te vermijden. Daarom volgen hier de meest voorkomende clichés en geef ik een aantal trucjes die je clichédetector kunnen versterken.

Wat is een cliché?

Een cliché definieer ik als een verhaalelement dat de lezer uit het verhaal haalt. Lees hier alle artikelen over clichés en tropes om je basiskennis daarover bij te spijkeren.
De definitie op mijn blog betreft het principe dat je tekst vlot moet lopen. Daarnaast moet je letten op wat al zo vaak geschreven is dat je niet origineel genoeg meer schrijft om nog interessant te zijn. Er zijn websites en bronnen die het niet met mijn definitie eens zijn. Die zien het iets meer zwartwit. Iedere tekst of elk tekstelement dat vaak wordt gebruikt, wordt daar een cliché genoemd. Het neemt niet mee of de (individuele) lezer zich eraan stoort of niet. Dat brengt ons bij de eerste groep standaard clichés.

Spreekwoorden en gezegden als clichés

Of spreekwoorden en gezegden echt cliché zijn, vind ik persoonlijk een punt van discussie, maar er zijn genoeg bronnen die ze wel als zodanig aanmerken. Neem: dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Het klopt dat we dit al talloze keren hebben gehoord. Maar spreekwoorden en gezegden komen voor in ons echte leven. In tegenstelling tot achtervolgingen waarin de kogels nooit opraken en de held nooit gewond raakt. Dat verschil tussen non-fictie en fictie maakt dat een spreekwoord minder snel storend is, is mij opgevallen.
Je kan spreekwoorden nog steeds als basis gebruiken om er iets heel creatiefs van te maken. Omdat de uitdrukkingen zo bekend zijn, valt je creativiteit dan des te meer op. Neem dit voorbeeld uit ‘Harry potter en de orde van de Feniks.’

Gedane spreuken nemen geen keer, maar je hebt de knuppel wel in het kabouterhok gegooid.

Dat zijn twee clichés in één zin. En toch is dit leuk om te lezen. Als je het makkelijke gebruik van uitdrukkingen onder clichés schaart, kan de volgende vuistregel je helpen: zet de uitdrukking naar je eigen hand en maak er iets leuks van.
Stel dat je hoofdpersonage opstartproblemen heeft in de ochtend. Dan kan je kortweg schrijven: dat duurt een eeuwigheid, maar je kan ook schrijven: dat duurt net zo lang als Charlies dagelijkse moeizame trektocht van zijn bed naar de ontbijttafel.
Nog een gevoelig cliché, taalkundig gezien is: dan ooit/ nog nooit in zijn leven:
* Hij was bozer dan ooit.
* Hij had zich nog nooit zo rot gevoeld.
* Blijer dan ooit ging hij naar het vliegveld.
* Ze had zich nog nooit ergens zo op verheugd.

Dan ooit/ nog nooit kan soms letterlijk zijn bedoeld. De vrouw die al vanaf haar vierde wil trouwen, zal zich inderdaad nog nooit ergens zó op verheugd hebben als op haar trouwdag. Maar deze zinnen verliezen hun kracht omdat ze zo vaak in de figuurlijke zin worden gebruikt. Mocht je ‘dan ooit’ letterlijk bedoelen, zorg er dan voor dat je alles eromheen voldoende uitwerkt om dat ook te laten blijken. Dan ooit/ nog nooit is vaker een onderdeel van nog een andere groep clichés: de hyperbolen.

Hyperbolen als clichés

Als je erop let, merk je dat clichés vaak hyperbolen zijn. Oftewel: iets wordt enorm uitvergroot. Kijk alleen al naar Mary Sue en Joe Sixpack. Dat zijn personages met uitgesproken overdreven traditionele vrouwelijke of mannelijke karaktertrekken of uitdragers van die waarden. Mary Sue is overdreven zacht, waar Joe Sixpack overdreven veel (krachtige) spieren heeft. Maar niet alleen personages, ook losse scènes of bepaalde gebeurtenissen zijn vaak een versie 10.0 van iets normaals, of iets wat überhaupt al onwaarschijnlijk -of op zijn minst zeer uniek- is.

* De geheime agent die niet één, maar honderd kogels kan ontwijken door weg te rennen.
* Niet één roos als romantisch gebaar, maar het hele bed onder rozenblaadjes, met nog drie bossen bloemen erbij.
* De dakloze persoon die uitgroeit tot miljonair.
* Geen succesvolle overwinning op een klein bedrijf van een nieuwbakken advocaat, maar eentje die meteen een hele verzekeringsmaatschappij omgooit (plot van The rainmaker).
* De nerd die uiteindelijk het mooie meisje gaat daten, omdat hij extreem veel voor haar overheeft, of voor haar wil veranderen.
* De romantische film The notebook (ik vind die film niks, vanwege de stortvloed aan clichés en een gebrek aan fatsoenlijk plot.)
– Een mooie vogel bij je romantische boottocht? Nee joh, meerdere dozijnen!
– Eén niet gearriveerde liefdesbrief? Maak daar maar 365 van…
– Een huis naar de smaak van je geliefde inrichten? Je kan dat huis ook helemaal bouwen…
– Zoenen in de regen? Kan, maar dan óók in een onweersbui en óók nog na een pittoresk boottochtje…?

Dit zijn al veel liefdesbrieven. Het grofweg twintigvoudige daarvan zou echt tè veel zijn…
Bron Annie Spratt op Unsplash.

Met name in het voorbeeld van The notebook zijn de clichés zo duidelijk omdat ze de zin ‘Dat gebeurt alleen in een film’ uitlokken. Die zin is een absolute rode vlag voor clichés. In ieder genre, van romantisch tot horror.

Powerfantasy als cliché

Powerfantasy kan ook een cliché vormen als je het te enthousiast toepast. Dat zag je misschien al in de voorbeelden onder het de vorige kopje. Zoals de dakloze die uiteindelijk miljonair wordt. Het heeft ook een te-mooi-om-waar-te-zijn-element in zich, maar het is wel nodig voor een verhaal om je hoofdpersoon de held te laten zijn. Het linke is dat een redelijk aantal boeken en films over ongelooflijke, maar desondanks waargebeurde verhalen gaan. Zoals de cliché dakloze die superrijk wordt. Mocht je autobiografisch schrijven -of überhaupt een verhaal schrijven- waarin een ongewone powerfantasy voorkomt en voor móet komen in het verhaal, kijk dan extra goed naar welk buitengewoon element nodig is om het verhaal gaande te houden. Alle andere uitzonderlijke momenten of vaardigheden kan je beter wel dan niet schrappen voor een prettig lopend plot.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.