Drie extra en exclusieve tips om een Mary Sue te vermijden

Je personage moet interessant zijn. Een bekende valkuil is dat je dan een overdreven perfect personage schrijft en daarmee een Mary Sue schrijft. Ik schreef al eerder wat een Mary Sue is. En ik gaf hier ook al puntsgewijze tips over haar. Maar hier zijn er nog drie extra, die je alleen op de blog van verhaal en taal kan vinden. Bedankt voor het bezoeken van mijn blog! 😊

1 Zorg dat gebreken en kwaliteiten in balans zijn

Iedereen kan bedenken dat tien goede eigenschappen tegenover nul vervelende eigenschappen niet realistisch is. Maar het gaat niet eens zozeer om het aantal goede of slechte eigenschappen die een personage heeft, maar hoe ze elkaar balanceren.

Neem Assepoester: mooi, slank en een goede danseres. Het moment dat ze het paleis binnenkomt, heeft ze een hoog Mary Sue-gehalte. De prins valt onmiddellijk in katzwijn, meteen volgt een romantische dans en dan blijkt dat die twee voor elkaar gemaakt zijn. Vergeet ook niet dat het hele koninkrijk wijkt voor Assepoester als de Rode Zee voor Moses als ze haar entree maakt. Dit is niet echt herkenbaar voor de lezer: hoe vaak wijkt de hele nachtclub voor je en word je met open mond aangestaard als je in je mooiste topje een avondje gaat stappen?

Nu krijgt Assepoester een gebrek: ze is praatziek. Dan heb je nog steeds drie goede eigenschappen tegenover één gebrek. Maar dat ene gebrek staat het perfecte prinsessenbeeld wel in de weg. Die wals is niet echt romantisch meer als Assepoes maar door blijft praten over de vogels in haar achtertuin. Dan hoeft het bal niet per se slecht af te lopen voor haar, maar dat overdreven perfecte randje is dan wel verdwenen. Ongemakkelijke momenten tijdens de dans, of misschien wel een blauwtje lopen? Dat is niet meer perfect. En dus ook herkenbaarder voor je lezer.

Niet alles op het bal van Assepoester hoeft perfect te gaan 😉

2 Draai hyperbolen om

Bijna alle kwaliteiten van de gemiddelde Mary Sue zijn kwaliteiten waaraan een vrouw idealiter zou moeten voldoen (slim, slank, mooi, onzelfzuchtig, zacht, gul, zorgzaam, aardig, bescheiden en getalenteerd). Mary Sue is vaak een hyperbool van vrouwelijke waarden. Daardoor legt ze de lat van ‘een goede vrouw zijn’ ondoenlijk hoog voor je lezeressen. Zij kunnen dan vervolgens denken: “Zij is de perfecte vrouw, en ik zal dat nooit voor elkaar krijgen.” Hierdoor is de kans groot dat je verhaal wordt weggelegd.
Je kan dit vermijden door de gebreken van jouw vrouwelijke personage de tegenhanger van zo’n vrouwelijke norm te maken. Geef haar eens een grote mond of maak haar niet moeders mooiste .

3 Mijd de moraalridder

Mary Sue heeft vanwege haar overdreven goede karakter nogal eens de neiging om te gaan preken over allerlei goede zaken. “Doe jij géén vrijwilligerswerk voor het kattenasiel en de Cliniclowns? Maar iedereen met een goed hart doet dat toch?”
Als je merkt dat je personage een voorstander is van een goed doel of zich ergens voor inzet, bekijk dan goed of dat iets toevoegt aan het verhaal. Als dat niet zo is, kun je het er beter uithalen. Anders maak je je personage geen heldin, maar een irritante moraalridder.

Wil je echt zeker weten dat je geen Mary Sue hebt geschreven? Kijk dan in mijn webshop en schakel me in voor manuscriptredactie.

Met deze drie tips is overdadig omschrijven verleden tijd

Het lijkt een goed idee om flink te omschrijven. Zo laat je blijken dat je een grote woordenschat en een goed beeld hebt van hetgeen je beschrijft. Maar dit kan tegen je werken en de verbeelding van je lezer blokkeren. Met deze tips schrijf je zowel boeiend als beeldend.

1 Beperk je bijvoeglijke naamwoorden

Omschrijvingen hebben als doel dat je de verbeelding van de lezer aanroept en uitdaagt zelf verder aan de slag te gaan. Hierna wordt de lezer verder in het verhaal gezogen.
Jan kocht niet zomaar een auto, maar een nieuwe, dure, auto.  
Dit voorbeeld werkt: De lezer kan net als Jan wegdromen bij de luxe auto. Dat had niet gekund als Jan ‘gewoon’ een auto had gekocht. Het had net zo goed een tweedehands rammelbakje van Marktplaats kunnen zijn.
Maar omschrijvingen, met name bijvoeglijke naamwoorden, kunnen gevaarlijk zijn voor beeldend en interessant taalgebruik. Een voorbeeld: Het is zacht, lichtbruin, romig, rechthoekig, zoet en goedkoop. Melkchocolade! Logisch toch? Nou, nee. Want ik heb het zo uitgebreid omschreven dat je waarschijnlijk bezig was om al die puzzelstukjes op zijn plaats te krijgen. Je was een raadsel op aan het lossen, niet je iets aan het voorstellen.
Zelfs als ik vooraf had gezegd dat het chocolade was geweest, was het vervelend geweest om te lezen. Daarover meer in de volgende tip.
De volgende vuistregel is nuttig: beschrijf met maximaal twee bijvoeglijke naamwoorden (heel soms is drie ook nog oké, maar meer dan dat echt niet). Als je opmerkt dat je er meer gebruikt hebt, schrap dan de minst belangrijke.

2 Laat de verbeelding van de lezer het meeste werk doen

Niet alleen veel bijvoeglijke naamwoorden, maar ook overdadige omschrijvingen in het algemeen zetten de verbeelding van de lezer op slot en maken de leeservaring heel traag. Bijvoorbeeld: De kamer heeft bruine meubels, een koekoeksklok, haakkleedjes op de tafel, versleten stoelen en een houtkachel. Het tapijt is versleten en vergeeld en de lucht ziet blauw van de sigarettenrook.
Deze omschrijving bevat maar liefst dertig woorden. Gaan we nog naar het plot of blijven we het halve verhaal in deze kamer rondkijken…?

Een ouderwets ingericht huis met een bejaarde bewoonster. Zo kan het ook. Deze omschrijving is wat mager. Maar als je het bij de haakkleedjes en de bruine meubels houdt, komt het beeld ook al voldoende over. Dan laat je het aan de lezer over of er al dan niet een koekoeksklok in de kamer is of dat de kamer vol rooklucht hangt. Als de lezer zijn fantasie kan of moet gebruiken, levert dat een prettigere leeservaring op.

3 Spreid je beschrijvingen

Laten we de woonkamer van de vorige tip nog eens bekijken. Je hebt de haakkleedjes en de meubels genoemd. Maar het is voor het verhaal misschien belangrijk dat de lezer weet dat er een kettingrookster in het huis woont. Dan hoef je alsnog niet over de blauwe lucht en het vergeelde tapijt te schrijven. In plaats daarvan zou je de eigenaresse bijna kunnen laten stikken in een hardnekkige rokershoest zodra ze de kamer binnenkomt. Dan raadt de lezer alsnog dat sigaretten niet ongewoon zijn in dit huis. Zo blijf je ook niet tot vervelends toe in de omschrijving van de kamer hangen. Spreid je omschrijvingen waar je kan over meerdere objecten, personen, omstandigheden en plaatsen in je verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Kill your darlings: vier tips voor als je tegen je wil moet schrappen

Soms moet je dingen schrappen als je schrijft. Dat hoort erbij, maar als je iets moet schrappen waar je trots op bent, wordt het lastiger. Hoe doe je dat erg moeilijke ´kill your darlings´?

Wat is kill your darlings?

Kill your darlings betekent dat je vanwege het woordenaantal, de vaart van het verhaal of om een andere reden iets moet schrappen waar je trots op bent. Datgene wat je liever niet wil schrappen, is je darling. Een scène, een personage, een afzonderlijke zin… Omdat jij als het ware fan bent van je darling, heb je een blinde vlek eromheen ontwikkeld. Hierdoor kan je niet helemaal neutraal naar je tekst kijken. Meestal wijzen je proeflezers je op je darling, omdat ze zich eraan storen dat iets te veel van het goede is.

1 Ga na waarom je fan bent van je darling

Je bent vaak onbewust fan van je darling omdat die persoonlijke waarden weerspiegelt: “Natuurlijk is de hobby van de beste vriend reizen. En dat blijft zo: ik ben zelf in meer dan honderd landen geweest.”
Het komt ook vaak voor dat een citaat of een personage uit het dagelijks leven komt. Het is iets dat je nauw aan het hart ligt: “Deze wijze raad heb ik van mijn opa. Dat citaat gaat er dus mooi niet uit.”
“Het uiterlijk van deze fictieve vrouw is vrijwel hetzelfde als dat van mijn prachtige vriendin. En dus ga ik haar niet minder mooi maken omdat de proeflezers haar onrealistisch mooi vinden. Zij begrijpen het gewoon verkeerd!”

2 Kijk of het een tikje minder kan

Als we de mooie vrouw als voorbeeld nemen, zou je het volgende kunnen doen: stel dat ze mooie lippen, ogen, borsten, benen en een mooie stem heeft. Wat aan je vriendin vind je het meest aantrekkelijk? Als het haar stem en lippen zijn, maak haar andere lichamelijke kenmerken dan wat minder bijzonder. Dan blijft ze nog steeds gedeeltelijk jouw prachtige geliefde, maar dan komt ze niet meer als onrealistisch mooi over. (Ook al weet jij wel degelijk beter en is jouw wederhelft wel degelijk de mooiste dame van de hele wereld.)

3 Spreid waar je kan

Je kan als klimaatbewust persoon over een milieuactivist schrijven. Maar moet hij eigenhandig de regenwouden opnieuw helpen beplanten, het windmolenpark beheren en al het plastic uit de oceaan halen?
Je kan ook schrijven over een trio van vrienden die zich elk om één van deze doelen bekommeren. Dan schrijf je ook een toontje lager. Als je over verschillende personages spreidt, werkt dat in je voordeel. Drie sterk uitgewerkte personages werken beter dan eentje die te geforceerd is.

4 Verwijder je darling nooit volledig

Als je uiteindelijk een darling moet schrappen, zorg dan dat je de geschrapte tekst in een apart documentje bewaart. Je bent niet voor niets ‘fan’ van dit personage, citaat of deze scène. Tenzij je geen fan, maar een regelrechte bakvis bent, kun je ervan uitgaan dat je darling wel degelijk een bepaalde waarde voor je verhaal heeft. Misschien kun je een gedeelte van je darling ergens anders in het verhaal alsnog kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Als je het te lastig vindt om je darlings te killen, kan ik je helpen met de eerste stappen. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Herken de vier signalen van de irritant perfecte vrouw

In het echt bestaat ze niet. Maar in (romantische) films en boeken kun je niet om haar heen. Iedereen kent haar: beeldschoon, slim, gul, onzelfzuchtig, lief, grenzeloos getalenteerd, maagdelijk onschuldig en populair… Deze vrouw heeft zelfs een naam om haar als cliché te kunnen aanduiden: Mary Sue. Leer haar herkennen en voorkom zo dat je haar schrijft.

1 Te mooi om waar te zijn

In zowel innerlijk als uiterlijk is Mary Sue te mooi om waar te zijn. Ga haar kenmerken nog maar eens na. Een echt persoon heeft nooit al deze karaktertrekken. Denk aan een bewonderenswaardig persoon die je kent. Die heeft een aantal van deze karaktertrekken, maar niet allemaal. Sowieso heeft diegene iets dat Mary Sue niet heeft: tekortkomingen.

2 Ongelooflijk populair

Populaire mensen staan in de belangstelling. Maar die belangstelling vervaagt als die persoon weer naar huis gaat, of het roddelblad is uitgelezen. Mary Sue blijft altijd het onderwerp van gesprek. Iedereen wil continu weten wat ze doet, bij haar in de buurt zijn en iedereen is het altijd met haar eens. Ze is letterlijk ongelooflijk populair. Een lezer zal met zijn ogen rollen als hij ziet hoe iedereen met haar wegloopt. Mary Sue doet nooit iets fout en heeft geen tekortkomingen. Mocht je die haar hebben gegeven, dan wuiven andere personages dat gewoon weg. Eventuele fouten van Mary Sue hebben nooit een verder gevolg.

3 In alles overdrijven

Gewoon aardig zijn is niet genoeg voor Mary Sue. Ze geeft niet alleen gratis bijles aan haar nichtje. Dat doen sommige stervelingen ten slotte ook wel eens.
Mary Sue offert haar studie en sociale leven volledig op om continu bij haar doodzieke buurjongetje in de buurt te kunnen zijn. Ook al heeft het kind ouders. Dat geeft niet. Dan helpt Mary Sue de ouders wel door het huis elke dag van boven tot onder te poesten en boodschappen te doen. Als het maart is, doet ze ook meteen de belastingaangifte. Je moet er immers zijn voor je medemens… En als er een zwerfkat zijn pootje breekt, snelt ze naar de dierenarts en is ze nog dagen van streek door dat vreselijke ongeval. Kortom: Mary Sue overdrijft al haar positieve karaktereigenschappen tot de macht tien. Als je in haar in het echte leven zou tegenkomen, verwacht je ergens een addertje onder het gras. Iemand kan niet zó geweldig zijn.

4 Mary Sue blokkeert plotontwikkeling

Wat weten we inmiddels van Mary Sue?
* Ze is perfect in alles wat ze doet;
* Ze maakt nooit fouten;
* Iedereen in het verhaal maakt zich altijd alleen maar druk om wat zij doet;
* Iedereen is het altijd met haar eens.

Zie je dat dat de opbouw van een verhaal blokkeert? In een perfect wereldje waar nooit iets fout gaat of fouten worden gemaakt, ontstaat er geen centraal conflict. En als iedereen Mary Sue altijd alleen maar ophemelt, is een ‘gewone ruzie’ ook uit te sluiten. Je kan Mary Sue een tegenstander geven. Als iedereen die tegenstander óók tegenwerkt, kun je niet echt van een conflict spreken.
“Jij bent tegen Mary Sue, foei! Dat wordt gestraft met een opsluiting.”
De rechter staat aan de kant van Mary Sue (het hele universum spant immers in haar voordeel samen) waardoor er nooit een eerlijk proces komt. En geen proces betekent: geen conflict.
Geef je personage tekortkomingen en ze is al snel Mary Sue af. Maak die tekortkoming dan wel iets wat echt in haar nadeel werkt. Niet: “Ik vloek, maar alleen in mijn hoofd. Hardop zou té erg zijn.”

Wat voorbeelden:
* maak haar dom, zodat ze knullige fouten maakt;
* laat haar werken voor haar talent, in plaats van dat cadeau te geven;
* geef haar een paar controversiële standpunten die tegenstand uitlokken bij anderen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig om je perfectie vrouw iets minder perfect te maken? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Vijf kenmerken van de onrealistische sprookjesvriendin

In een relatie kun je van elkaar leren en groeien. Maar als de één alleen bestaansrecht heeft om de ander verder te helpen in het leven, gaat het mis. Maak kennis met de magic pixie dream girl.

1 Dieptepunt van de man

Een man zit in de put. Hij is blut, verslaafd, ontslagen, gedumpt, depressief of suïcidaal. Meestal spelen er twee of meer van deze dingen. Zijn leven loopt vast en hij kan zijn problemen zelf niet oplossen. Dan is daar de magic pixie dream girl, kortweg Pixie. Zij komt in zijn leven om hem de zetjes te geven die hij nodig heeft om uit zijn dal te klimmen.

2 Wie is Pixie?

Pixie is de vrouw die de man uit zijn dal trekt. En dan bedoel ik niet zijn psychologe. Pixie is een vrolijke, optimistische vrouw met wie hij een relatie krijgt. Zo leert hij in de praktijk dat het leven ook mooie kanten heeft. Pixie is niet per se mooi, maar wel wijs: ze beschikt over allerlei diepzinnige levensmoto’s. Vaak is ze op een vlotte manier ook een beetje knullig. Zo blijkt dat ze fouten kan maken – Zie je, schat? Fouten maken is niet erg en bovendien menselijk! – en dat ze niet perfect is.

3 Wat doet Pixie?

De man weer zin in het leven geven. Verder niets. Daarom is ze een cliché. Van zichzelf heeft ze geen eigen leven. Geen ambities, baan, eigen problemen, andere vrienden, geen zieke moeder om voor te zorgen… Ze is altijd en volledig beschikbaar voor de man. Ze heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Als de man gelukkig was geweest, had ze (binnen de zichtbaarheid van het verhaal) geen leven. Kortom: Pixie is een eendimensionaal personage.

4 Pixies toverstaf

Pixie doet iets heel kwalijks: ze neemt de man zijn heldenreis af. Alles wat de man zou moeten doen om zelf te groeien, neemt ze af door het hem meteen aan te reiken. En omdat ze geen leven heeft, kan ze al haar tijd en moeite aan de man besteden. Alsof ze een toverstafje heeft, kan ze alles wat de man nodig heeft onmiddellijk aan hem geven. Door haar wijze woorden ziet de man onmiddellijk het licht en laat hij de drugs meteen liggen. Afkicken hoeft niet meer. Of Pixie kent iemand die de man een baan aanbiedt, zonder dat hij hoeft te solliciteren.

Stel dat Pixie wel een eigen leven heeft. Dan gaat ze echt niet voor de zesde keer die week een strandwandeling maken om opnieuw een wijsheid te delen die zo diep is als de oceaan vóór hen. Dan zou ze zeggen: “Ik moet over twee weken mijn masterthesis inleveren. Ik kan je deze week maar één keer zien.”
Maar de man heeft haar en haar wijsheden dagelijks nodig. Denk dus maar niet dat Pixie op een doctorandustitel mikt.

5 Een gegeven, geen verhaal

Is het erg dat Pixie geen leven heeft en de man een zetje krijgt als hij het moeilijk heeft?

Ja. Als een personage zijn eigen conflict niet oplost of aangaat, heb je geen heldenreis. Dat is het allerminste wat een verhaal moet hebben. En als een personage geen leven heeft, kun je er geen verhaal omheen schrijven.
“Vrouw helpt man uit dal” is een gegeven, geen verhaal. En een verhaal boeit een lezer, droge feiten doen dat niet. Als je een relatie wil schrijven waarin een personage groeit, zorg dan voor:
* een conflict dat door een personage zelf moet worden aangegaan (hij mag geholpen worden, maar het echte werk moet hij zelf doen);
* een eigen leven van een medepersonage buiten het conflict van het hoofdpersonage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je hulp met het schrappen van een Pixie? Kijk in mijn webshop.

Vijf dingen om op te letten bij een personagebiografie

Een goed personage heeft meer te maken met of hij logisch in elkaar zit dan met de dingen die hij doet. Daarom is een personagebiografie ontzettend belangrijk. Als je een biografie maakt, hoef je niet eindeloos te herschrijven om het verhaal kloppend te houden voor je personage.

1 Wat ligt vast?

Sommige dingen liggen vast en kun je niet veranderen. Hoe of waar je opgroeit, bijvoorbeeld. Daardoor heeft je personage een bepaalde bril op.
‘Ik ben blut,” zegt een multimiljonair die geen Ferrari meer kan kopen, maar nog wel geld heeft voor een tweedehandsauto.
“Ik ben blut,” zegt de bijstandsmoeder die vanwege achterstallige huur morgen uit huis wordt gezet.

De miljonair is arrogant, maar vanuit zijn perspectief klopt zijn bewering. Je moet de bril van je personage begrijpen. Besef dat vanaf een ‘beginpunt’ iets wat voor de ene doodnormaal is, voor de ander niet is voor te stellen. Net zoals de bijstandsmoeder zich niet kan voorstellen hoe het is om een Ferrari te hebben.
Je personage kan veranderen, maar die bril blijft een aanvangspunt.

2 Waar kiest je personage voor?

Kledingstijl, politieke overtuigingen, hobby’s… Je personage kiest sommige dingen. Bedenk dat dat iets over je personage zegt. Het is nooit helemaal zwartwit. Je bent niet meteen stijf en rijk als je van hockey houdt. Maar als je personage van rugby houdt, vindt hij het niet erg om veel te rennen en af en toe blauwe plekken op te lopen. Dan is de kans al groter dat hij een stoer karakter heeft. Besef wat je tussen de regels door over je personage zegt.

3 Wat vindt je personage?

Jouw feestbeest wordt op stilteretraite naar de Tibetaanse bergen gestuurd. Het zou raar zijn als hij dat geweldig vindt; het past niet hij hem. Je kan hem alsnog naar Tibet sturen, maar dan zal hij zich wel eerst verzetten.

Elementen die onder andere handig zijn om op te schrijven in een personagebiografie:

* algemeen karakter;
* levensmotto;
* droom;
* grootste angst;
* opgegroeid in plaats/milieu X;
* zou met een miljoen euro….
* kun je wakker maken voor…
* heeft een hekel aan…

Zo leer je je personage beter kennen en voorkom je dat je verhaal onsamenhangend wordt.
Als je weet dat je protagonist doodsbang is voor spinnen, vergeet je niet hem te laten huiveren als er vogelspin voorbij gewandeld komt in de tropen. Of dat hij daardoor niet eens naar de tropen durft te gaan.

4 Wat kan je personage?

Mijn personage ontwikkelt een kankermedicijn! Maar zijn hoogst genoten opleiding is vmbo…
Ze gaat een wereldwijd protest leiden! Maar ze is analfabeet en heeft geen internet…
Hij gaat op wereldreis! Maar heeft niet voldoende geld om zelfs maar een treinkaartje van Maastricht naar Schiphol te betalen…

Net als echte mensen hebben personages restricties. Je kunt natuurlijk iets aan het verhaal sleutelen in het voordeel van je personage. Maar ken ook de grenzen.
Tenzij bovengenoemd voorbeeld het verhaal op zichzelf is (“Laaggeschoolde vindt kankermedicijn uit”) gaan dingen soms niet lukken. Dat is niet erg, dat houdt een verhaal realistisch. Geef je personage dus ofwel meer middelen of vaardigheden, of laat iets niet lukken, anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

5 Over wie gaat het?

Sommige personages denken bij bepaalde dingen niet eens na, terwijl datzelfde voor andere personages een groot deel van hun leven bepaald.
“Waar komt het eten vandaan?” Een Nederlander gaat naar de supermarkt. Niet bepaald boeiend.
Een Noord-Koreaan probeerde het regime te ontvluchten en zit nu opgesloten in een kamp. Dan is aan eten komen een moeilijk en onzeker deel van zijn leven (vanwege het kamp). Dan is het interessant en belangrijk om in het verhaal en de biografie mee te nemen.
Neem alles wat belangrijk is voor jouw unieke personage mee in de biografie.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het samenstellen van een personagebiografie? Kijk in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten);
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust);
* heeft vaak -volgens de protagonist- aanstootgevende normen, waarden of plannen;
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist);
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom vermijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander zijn elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn. De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. De personages, het conflict, de afloop…

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. De heldin kan jaloers op haar worden, proberen tegen haar op te boksen, ze kan proberen vrienden met haar te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Die moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we Mary Sue nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat ze haar glorie slechts te danken heeft aan haar -vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil daarom haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:
* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkáár niet doodschieten?
* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft? Hij is immers niet door en door slecht…
* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…?

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.

Heb je toch nog moeite met een balans vinden voor je personage. Ik kan je helpen: kijk in mijn webshop.

Ben ik een getalenteerde schrijver?

Als je graag en veel schrijft, komt vroeg of laat de vraag: “Ben ik getalenteerd genoeg om een schrijver te zijn?” Laten we die vraag zo goed en eerlijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Bepaal je eigen definitie van getalenteerd

Als eerst moet je bij jezelf nagaan wat jouw persoonlijke definitie is van ‘getalenteerd genoeg’ en die van ‘schrijver zijn’. Je kan het al voldoende vinden om een verhaal af te maken en te kunnen uitgeven in eigen beheer. Dat is een heel ander doel dan te hoogwaardige literatuur te willen schrijven en over honderd jaar nog geciteerd te worden.

Schrijftalent en boeken: verschil in niveau

Niet elk boek dat wordt uitgegeven is even goed. Anders zou de Nobelprijs voor literatuur aan elk gepubliceerd boek worden gegeven en zijn waarde verliezen.
Maar het goede nieuws is dat niet elk boek even goed hoeft te zijn, en daarmee geldt hetzelfde voor schrijvers. Waar de ene lezer een boek pakt om heerlijk te ontspannen en nergens aan te hoeven denken, leest iemand anders om intellectueel uitgedaagd te worden. Zo kun je verhalen opdelen in ‘moeilijkheidsgraden’. Daar zijn grofweg drie ‘niveau’s’ van. Laten we boeken over of met erotiek erin als voorbeeld nemen.

De makkelijkste boeken zijn de bouquetromans. Een steenrijke Joe Sixpack valt voor een vrouw en ze vormen razendsnel een perfect koppel, omdat de seks fantastisch is. In deze verhalen komen geen echte conflicten voor, eerder ruzies die snel opgelost worden. Even voor de afwisseling op de keukentafel in plaats van in bed en de ruzie is bijgelegd en de passie teruggekeerd. Iemand die de tortelduifjes dwarszit wordt zonder echte gevolgen uit hun leven gebonjourd. Alles bij elkaar spendeert het verhaal het overgrote deel aan geflirt, vleselijk verlangen en erotiek. De personages hebben vaak geen diepgaande personagebiografie. Als ze die al hebben, worden die eerder in een aantal zinnen verteld dan gedoseerd over het verhaal verspreid.
Deze boeken horen makkelijk leesbaar te zijn. Daardoor zijn ze ook relatief makkelijk te schrijven. (Verstand op nul en zoek de spannendste kamer uit 😉 ) Iedereen die denkt te kunnen schrijven, kan waarschijnlijk een makkelijk verhaal voltooien.

Bouquetromans: je hoeft ze niet gelezen te hebben om ze te (her)kennen. Het zijn, met andere woorden, makkelijke verhalen. Afbeelding: uitgeverij Harlequin

Het volgende niveau in het rijtje: de zwijmelroman, waarin er een echt conflict voorkomt. Je leert de personages wat beter kennen door hun opbloeiende romance. Ze duiken niet meteen (en alleen maar) in bed. Het koppel krijgt ook met een conflict te maken dat meer vergt om op te lossen dan alleen naar de vijand te schreeuwen dat hij moet opdonderen. Ze moeten hun relatie onder ogen zien en hun verwachtingen kunnen en willen bijstellen. Hun normen, waarden en levensgeschiedenis gaan een grotere rol spelen in hun beslissingen. En oké, uiteindelijk zullen ze samen douchen, maar dat is niet het belangrijkste punt in het verhaal.
Om deze verhalen goed te kunnen schrijven, moet je op zijn minst een aantal basistechnieken kennen. En meer oefenen met schrijven en tijd in je onderzoek steken.

Literatuur heeft een hoge lat. Hierin hersenspoelt het ene personage het andere door het seksueel te verleiden. Zo wordt het slachtoffer gedwongen om deel te nemen aan een massamoord.
Weet je hoe je iemand zodanig moet hersenspoelen dat diegene het oké vindt om in ruil voor seks meerdere moorden te plegen? (en hoe hersenspoeling sowieso werkt?) Veel onderzoek, heel stevige personagebiografieën, en subtiel maar ook duidelijk kunnen spelen met woorden, motieven, plottwists, en nog veel andere dingen zijn essentieel om zulke verhalen goed te kunnen schrijven.

Vertrouw eerst op je werk, kijk dan pas naar talent

Bedenk eerst op welk ‘niveau’ je kan en wil schrijven als het ‘vraagstuk talent’ in je opkomt. Als je al een maatstaf wil of zelfs kan hebben, dan moet het dáár beginnen. Meten met twee of verkeerde maten is niet goed voor je creatieve proces. Als je niet eens durft te schrijven omdat je teveel met het resultaat (lees: ‘ben ik goed genoeg?’) bezig bent… Veel mensen lopen daar vast. “Het lukt me toch niet een bestseller te schrijven, dus waarom zou ik het proberen?” Veel mensen willen schrijven, maar durven (en doen het daardoor!) niet. Voordat je getalenteerd in iets kan zijn, moet je het vertrouwen hebben dat je het überhaupt kan doen. Als je beginnende schrijver bent, komt schrijven zelf eerst, dan het resultaat.

Starten met schrijven is belangrijker dan het meteen geweldig doen.

Goed schrijven is subjectief

Als je serieuze schrijversambities hebt, moet je één ding onthouden: goed schrijven is subjectief. Wat één redacteur (zoals ik, kijk eens mijn webshop; ik redigeer graag voor je!) of uitgever geweldig vindt, vindt de ander oninteressant. Maar deze mensen kunnen wel inschatten hoe getalenteerd je bent: het is hun vak om professioneel naar een tekst te kijken. Laat ze dus wat van je schrijfstukken lezen. Of doe mee aan schrijfwedstrijden. Maar laat niet te veel afhangen van de uitslag. Verliezen maakt je geen mislukte schrijver en winnen maakt je niet automatisch een nieuwe Harry Mulisch.

De enige echte houvast om talent te meten: feedback verwerken

Je kan niet zeggen: Ik kan een verhaal afmaken/ ik beheers een tiental schrijftechnieken/ ik kan een origineel verhaal bedenken, dus ik ben een getalenteerde schrijver.
Als je een serieuze schrijfcarrière ambieert, is er één ding wat je per definitie kan maken of breken: het kunnen en willen verwerken van feedback. Want daaruit blijkt dat:
* je bereid bent mee te werken met (de wensen van) een uitgever;
* je weet hoe je verhaal in elkaar steekt. Wat kan je al dan niet veranderen zonder dat het verhaal in elkaar stort?
* je inzicht hebt in creatief schrijven; je kan bijvoorbeeld niet alleen een infodump identificeren, maar ook verbeteren;
* je jouw verhaal de wereld insturen belangrijker vindt dan het idee dat je jezelf schrijver kan noemen.

Vooral de laatste twee punten zijn belangrijk. Er zijn getalenteerde schrijvers die met een geweldig manuscript bij een uitgever binnenkomen. Maar halverwege valt alles alsnog stil omdat ze de feedback niet kunnen of willen verwerken.

Bén jij een getalenteerde schrijver? Dat antwoord blijft aan jou, maar ik kan je tekst wel professioneel nakijken. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Zo smult je lezer van je cliffhanger, en jij als schrijver ook

De cliffhanger: de zinnen aan het eind van een stuk waarvan de lezer denkt: wow, wat gebeurt hier nou? Dat meen je niet! Of: hoe gaat het verhaal nu verder?
De zinnen waardoor de lezer spijt krijgt dat hij naar zijn werk moet vertrekken of dat net nu de baby honger krijgt.
De zinnen waarvan jij als schrijver denkt: yes! Ik heb het goed gedaan, want mijn lezer blijft geïnteresseerd. Iedereen weet wat cliffhangers zijn, maar hoe schrijf je ze?

Verschillende soorten cliffhangers

Cliffhangers komen altijd op ‘het einde’: het einde van een paragraaf, hoofdstuk, boek of de achterflaptekst. Het doel is om de lezer duidelijk te maken: blijf lezen, er komt iets veelbelovends aan. Een cliffhanger kan verschillende tonen hebben en op verschillende manieren worden uitgewerkt. Als je de goede cliffhanger uitkiest, gaat het verhaal goed verder. Laten we kijken naar de vier soorten cliffhangers die er zijn.

De ‘volgend hoofdstuk’ cliffhanger

Bij deze cliffhanger eindigt het hoofdstuk met een zin waarvan de lezer aanvoelt dat hij (vrij) letterlijk in de eerste zin(nen) van het volgende hoofdstuk het antwoord op een belangrijke vraag krijgt.
Een voorbeeld uit Harry Potter en de steen der wijzen, waarin Harry erachter komt wie hem het hele boek heeft dwarsgezeten:
… en toen was hij aan de andere kant, in de laatste kamer. Er was al iemand – maar niet Sneep. Het was zelfs Voldemort niet.

Maar wie is het dan? Vertel het me!
We zijn aan het eind van een hoofdstuk. Dus lees het volgende hoofdstuk maar…
De eerste zin van het volgende hoofdstuk is: Het was Krinkel.

Dit soort cliffhanger hoeft niet zó letterlijk een onthulling te geven, maar de vuistregel is de belofte aan je lezer: lees een zin/ hoofdstuk verder en ik beloon je voor het feit dat je zo lang bent blijven lezen.
Deze cliffhanger kan je gebruiken als inzet voor de laatste onthulling, zoals in de climax van akte drie van het save the cat schema. Nu gaan we langzaam maar zeker afronden, maar we doen het wel spectaculair!

De sfeercliffhanger

Deze cliffhanger onderstreept de sfeer van datgene wat net is gebeurd. Je kan hem herkennen aan de show don’t tell. Iemand wordt gedumpt: De deur sloeg met een klap achter me dicht. Het gejank van de zieke hond van de buren was door te muren heen te horen. Dat geluid hield me de hele nacht wakker.

Iemand slaagt voor een opleiding: Ze keek de zaal in. Haar ouders grijnsden van oor tot oor. Terwijl de eerste zonnestralen in een week door de ramen kropen, wist Rebecca dat de wereld op haar stond te wachten.

Rebeccas gevoelens kunnen een prima cliffhanger zijn als je ze goed omschrijft.

Zoals je misschien merkt, zijn deze cliffhangers gevoelig voor clichès of klef taalgebruik. Let goed op je gebruik van symboliek, om te voorkomen dat de cliffhanger niet veelbelovend, maar irritant wordt. Zoek een passende balans.
Deze cliffhanger kun je vrijwel altijd gebruiken.

De serieuze cliffhanger

De serieuze cliffhanger hangt vaak samen met een ziekte of de dood van een geliefd personage. Zodra dat personage de slechte prognose krijgt of (in de armen van een geliefde) sterft, wordt het menens.
Onze helden zijn op een gevaarlijke missie. Er zijn al wat gevechten geweest of dagen met een lege maag. Maar de groep had er altijd vertrouwen in dat het goed zou komen. Want ze hadden een wijze mentor bij zich die altijd een oplossing had. Of een spierbundel die de fysieke blokkades weg kon halen.
Maar dan breekt de spierbundel zijn beide armen. Nu wordt de missie moeilijker, want er is nu niemand meer die met gevaarlijke wolven durft te worstelen. Of de mentor sterft. Wat moeten ze nu zonder zijn wijsheid?
Met zijn laatste krachten duwde de tovenaar het magische amulet in de hand van zijn leerling. “Denk eraan,” zei hij met trillende stem. “Je moet het schoonspoelen in de Pure Fontein om de vloek weg te wassen.” Toen ademde hij niet meer. Terwijl de tranen van de leerling op het gezicht van de tovenaar vielen, hoorde het reisgezelschap in de verte het geluid van het aanstormende leger van de vijand.

De serieuze cliffhanger is dat moment waarop zowel je personages als je lezer beseffen: Ai… Het was al ingewikkeld, maar nu wordt pas echt verdrietig, gevaarlijk of eenzaam. Deze cliffhanger is ideaal toe te passen bij de stap van obstakel of ramp in het schema van save the cat.
Je kan deze cliffhanger aanvullen met een sfeercliffhanger. Al kun je ook stoppen bij het moment dat het kwaad geschied is, zoals het moment dat de mentor sterft.

De soapcliffhanger

“Ik weet dat jij hem hebt vermoord!”
“Richard is betrapt op het bezit van harddrugs…”
“De DNA-test wijst uit dat jij mijn vader helemaal niet bent.”

Een soapcliffhanger is als een glimp opvangen van het volgende grote (film)drama

De soapcliffhanger: de goeie ouwe DUM DUM DUMMM-cliffhanger die je in soaps ziet. Hij komt -verrassing- vooral voor in soaps en zijn kenmerken vormen ook een S.O.A.P.:
Spectaculair;
Ongenuanceerd;
Aanwezige;
Plottwist.

Zoals je in S.O.A.P. kan zien, zijn deze cliffhangers ideaal voor een plottwist. Let extra goed op de O: ongenuanceerd. Een televisiesoap kan daadwerkelijk ongenuanceerd zijn, omdat de kijker op ongenuanceerde dingen is voorbereid, of ze zelfs verwacht. Zoals mijn oma vaak zegt: “Die acteur stopt met Goede Tijden Slechte Tijden, maar als hij de serie weer in wil, wordt zijn vermoorde personage gewoon weer tot leven gewekt. Zo gaat dat in soaps.”
Dus dan is: “Ik heb vandaag je doodverklaarde moeder in de stad gezien,” niet eens zo raar en heerlijk ongenuanceerd.

Maar in verhalen kom je daar niet zo makkelijk mee weg. Een romanlezer verwacht meer realisme en subtiliteit dan een soapkijker. Voor een handreiking over hoe (on)genuanceerd de O in je S.O.A.P. moet zijn: lees hier over regieaanwijzingen en hoe je bepaalt hoe spectaculair je iets kan, moet of niet hoeft te maken.

Veel plezier met het schrijven van je cliffhangers!

Wil je controleren of je cliffhangers goed aanslaan? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je de achterflaptekst voor je boek?

De achterflaptekst schrijven voor je boek is een belangrijke klus. Veel mensen bepalen of ze een boek gaan lezen door eerst de achterflap te lezen. Hoe krijg je het voor elkaar om van deze mensen jouw lezers te maken?

Functie van de achterflaptekst van een boek

De tekst van je achterflap is erg belangrijk: hij moet potentiële lezers over de streep trekken. Een titel en een mooi ontwerp op de voorkant zijn niet voldoende, want die geven vrijwel niets prijs over de inhoud. Neem de titel. Als een boek de naam van je personage als titel heeft, zegt dat vrijwel niets. Want wat is Emma voor iemand? Waar en wanneer leeft ze?
Getallen zijn de laatste tijd ook erg populair in titels: 23 seconden, 19 minuten, 24 dagen …Om Vijftig tinten grijs en allerlei variaties van aantal tinten en kleuren, zoals twee tinten blauw of duizend kleuren blauw niet te vergeten. (Dit zijn allemaal bestaande titels).
Maar op zichzelf weet je niet of die verhalen erotisch, misdadig of dramatisch zijn. Of kun jij wél raden waar mijn splinternieuwe verhaalidee voor Acht maanden paars over gaat? 😉

En het ontwerp van de voorkant… dat kan heel mooi zijn, maar zou jij uren van je tijd besteden aan lezen vanwege een afbeelding, terwijl het om het verhaal gaat?

Wat moet er in de achterflaptekst van een boek staan?

Een achterflaptekst is ontzettend kort. Het woordenaantal kan per uitgever schelen, maar ga uit van ongeveer 75 à 100 woorden. Toch moet je veel in deze korte samenvatting verwerken.

De rode draad en het centrale conflict

Schrijf in de achterflaptekst alleen over je hoofdpersonage en de direct betrokkenen. De direct betrokkenen zijn de personages of omstandigheden die het centrale conflict in gang zetten.

Als Shanti een spelshow wint, waant ze zich een heerlijke week miljonair. Maar dan krijgt ze een stel verdachte geluiden over de spelshow te horen. Opeens is ze haar nieuwe fortuin niet meer zeker.

Hier zet de spelshow het centrale conflict in: er komt geld in het spel waarvan de origine achterhaald moet worden.

De tweede akte in de achterflaptekst

De heldenreis/ het centrale conflict is niet alleen een uitdaging, maar ook een hindernis voor je protagonist die hij daadwerkelijk moet aangaan. Kijk voor een uitgebreide uitleg in het schema van save the cat: de tweede clue in de tweede akte is vaak handig om toe te voegen. Sprookjes geven duidelijke voorbeelden hiervan.

In het voorbeeld van Shanti:

…haar beste vriend lijkt meer over het voorval te weten. Shanti zal hun vriendschap moeten riskeren om te weten te komen of hij wel is wie hij altijd gezegd heeft te zijn.

Shanti zal moeten afwegen of ze voor het geld of voor haar vriendschap kiest. En niet alleen dat: ze vermoedt al dat haar vriend iets achterhoudt. Ze zal hoe dan ook opnieuw over de vriendschap na gaan denken. Dat belooft conflict, drama; een (boeiend) verhaal.

De cliffhanger op de achterflaptekst van een boek

De cliffhanger: “Wat gaat er hierna gebeuren? Spannend!”
“O nee! Nu gaat de drama pas echt beginnen.”
De DUM DUM DUMMM-jingle aan het einde van een soapaflevering.
Je kent het principe wel.

Moet er een cliffhanger op een achterflaptekst? Het korte antwoord is nee. Het uitgebreide antwoord is: nee, omdat je de achterflaptekst als één grote cliffhanger kan zien. Hij moet aanzetten tot het lezen van het boek. Hij heeft net genoeg informatie gegeven aan de lezer om hem nieuwsgierig te maken.

Een verhaal heeft, hoe uniek ook, raakvlakken met het gros van de verhalen van hetzelfde genre. Dat maakt je verhaal niet onmiddellijk cliché, maar wel tot op zekere hoogte voorspelbaar. Dat werkt (desondanks) in je voordeel: als je lezer een spannend verhaal zoekt, vindt hij je makkelijk tussen de andere thrillers. Als je het uitzonderlijk uniek en onvoorspelbaar maakt, past het nergens in een bepaalde kast van een boekhandel. Zo wordt het dus nooit gevonden.

Dit is een tafel met een bepaald onderwerp. Zo zullen horrorverhalen niet bij de streekromans liggen. Je boek zal altijd op een bepaalde tafel thuis of kast moeten horen en dus enigszins voorspelbaar moeten zijn.

Forceer geen cliffhanger op de achterflaptekst

Als je de verwachting rondom het genre of het centrale conflict gaat benadrukken, werkt een zin met een cliffhangertoon op de achterflaptekst averechts.
Zal dit romantische stel van arm en rijk de kloof van hun status kunnen overwinnen?
Phoe, goeie vraag! Het gebeurt misschien een op de duizend keer níet. En dat ene boek ligt dan waarschijnlijk bij de dramaboeken op tafel. Ik vond dit verhaal gewoon in de kast met zwijmelverhalen. Dus voor de grap gok ik erop dat dat wel lukt.

Hier komt over een paar tellen geen zoen, maar een krokodillenaanval! Logisch toch, in een romantisch verhaal? Daarmee fop je niemand. In plaats van die zoen kan je je beter concentreren op de manier waarop de relatie opbloeit of in gevaar komt. Iets wat binnen genres of verhalen wél het verschil uitmaakt tussen het ene verhaal en het andere.

De invulling van de cliffhanger open houden

Je kan wel een cliffhanger gebruiken voor de achterflap, maar dan kan je het beste:
*geen vraag stellen: Gaat het lukken om…? Hoe gaan ze…? Wat zal er gebeuren als…?
Dat ligt de cliffhangertoon er te dik bovenop.

*niet aansturen op iets dat op één van twee scenario’s uitloopt:
Nu moet het kersverse stel hun relatie zien te redden (De relatie strandt of houdt stand.) Je kan dan beter schrijven: zodra er een krokodillenaanval komt, moet de man bewijzen hoeveel hij voor zijn vriendin overheeft. Dat gaat de relatie het evengoed al dan niet overleven. Maar nu heb je er nog een extra vraagstuk bij: hoeveel heeft hij voor zijn wederhelft over? Niks? Een gebroken been? Zijn leven?

Maak ik nou een grapje met al die krokodillen of niet? Om daar achter te komen, moet je mijn fictieve boek lezen. Nieuwsgierigheid naar je verhaal is essentieel voor een goede achterflaptekst.

Je hebt maar weinig woorden voor de achterflaptekst. Het wordt dus puzzelen, maar met deze puzzelstukjes kom je daar wel uit. Zo niet: ik kan je helpen met de achterflaptekst en algemene manuscriptedactie. Kijk daarvoor in mijn webshop.