Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden voor je boek

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn. Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug. Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien. Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller-misdaadroman. Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :
* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek (moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is. Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal die er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

Wil je goed voorbereid naar een uitgever stappen en eerst nog een professionele redactieronde laten doen? Dat kan: kijk in mijn webshop.

Hoe schrijf je logisch over fictieve werelden, wezens en personages?

Realistisch schrijven is essentieel voor een boeiend verhaal. Hoe krijg je dat niet alleen voor een losse scène of voor een specifiek genre, maar altijd voor elkaar?

Het toverwoord voor realistisch schrijven: logisch

Of je nu over een nieuw personage in een alledaagse wereld, een mythe schrijft of met worldbuilding aan de slag gaat: alles kan, zo lang het maar logisch te verklaren is. “Logisch” moet je hier als een breed begrip zien dat op veel dingen kan slaan:

* anatomie;
* biologie;
* geschiedenis;
* psychologie;
* maatschappelijke ontwikkelingen;
* spiritualiteit;
* wetenschap;
* (culturele) overtuigingen

enzovoorts. Als je kunt zeggen: “Dit is X logisch” dan komt je verhaal realistisch over. Bijvoorbeeld: Het is anatomisch logisch dat….Een voorbeeld dat laat zien hoe het niet moet:

De Huppeldepuffervis: als iets onlogisch is

Mijn zelfbedachte Huppeldepuffervis heeft vinnen, drie ogen en een bek op een van de twee hoorns die uit zijn hoofd groeien. Hij zal nooit fans vergaren. Vanwege die rare naam, maar ook omdat hij anatomisch nooit kan kloppen. Zijn bek moet uitmonden in een slokdarm en een maag, anders kan hij niet eten en sterft hij. De substantie van een hoorn sluit niet aan op die van een slokdarm: in een hoorn zitten geen spieren.
Zo is de Huppeldepuffervis dus anatomisch onlogisch.
Als de hoorns uit zijn vinnen of schubben groeien en de bek op de normale plaats zit, kan hij eten en overleven en is hij dus (anatomisch) logisch. Nog altijd niet-bestaand, maar wel logisch. De absolute basis klopt. Als het absolute beginsel van je idee onlogisch is, gaat het ook niet werken in een verhaal.

“Ik snap maar niet hoe dit ooit gaat werken….” Logisch, als dat ook niet kàn.

Een logisch verhaal

Natuurlijk kost een zwijmelverhaal relatief weinig schrijfonderzoek; je gaat geen nieuwe planeten creëren. Toch moet je voor elk verhaal dingen onderzoeken om erachter te komen wat ‘logisch’ is, om zo je verhaal sterker te maken.

Fictieve werelden, culturen of maatschappijen logisch maken

De manier waarop mensen leven, wordt sterk bepaald door hun cultuur.
Wat doen, geloven, kunnen, vinden en willen ze?
Aan welke dingen denk je als ik zeg ‘Cultuur (van land) X?’ Het antwoord geeft belangrijke culturele aspecten weer.
Amerika, bijvoorbeeld. Stel dat je denkt aan:
* het Vrijheidsbeeld –> De Amerikaanse cultuur hecht belang aan vrijheid;
* studiebeurzen voor topsporters –> sport is belangrijk in Amerika;
* grote porties –> eten komt terug in de cultuur van de VS.

Als je je eigen maatschappij maakt, bedenk dan goed hoe de cultuur tot stand komt en hoe zich dat logisch uit. Een ideaal hulpmiddel hiervoor zijn de culturele dimensies van Geert Hofstede.
In deze dimensies worden verschillende culturele aspecten naast elkaar gelegd. Vervolgens wordt verklaard waarom de ene cultuur anders reageert op een situatie dan een andere cultuur.
Deze dimensies zijn: machtsafstand, individualisme vs. collectivisme, masculiniteit vs. femininiteit onzekerheidsvermijding en lange termijn- vs. korte termijn oriëntatie.

Neem individualisme vs collectivisme.
In een individualistisch land is het gedachtegoed: eigenbelang gaat voor dat van de groep, in een collectivistisch land is dat andersom.
Amerika scoort hoog op de individualistische schaal; kijk maar naar de american dream: Ik jaag mijn eigen succes na, ik ben daarvoor zelf verantwoordelijk en ik doe wat mij het beste lijkt. Aziatische landen daarentegen zijn over het algemeen collectivistisch: daar is het groepsgevoel groter en zal je dus niet zo snel iets doen waar anderen het mee oneens zijn of wat de familienaam schaadt. Maar mensen zullen je eerder helpen, omdat het “een voor allen, allen voor een” is, waar een Amerikaan er eerder alles zelf moet rooien.
Als je de dimensies invult tijdens het creëren van je maatschappij, zal je merken dat zaken als het waarom van politieke overtuigingen, gemeenschapszin en het economisch stelsel, zich bijna als vanzelf gaan verklaren of ontvouwen. De uitwerking van je wereld -al komt het leeuwendeel daarvan nooit verder dan je persoonlijke opschrijfboekje– wordt dan geloofwaardig, ook al is het misschien niet vergelijkbaar met een bestaande cultuur.

Historisch logisch

Bedenk wat er in een bepaald tijdperk aanvaardbaar of zelfs maar voorstelbaar (lees: logisch) was.
Kiesrecht was er niet voor Jan-met-de-pet tijdens de Middeleeuwen. Besef dat sommige dingen zo normaal waren dat niemand er zelfs maar vraagtekens bij zette, laat staan ertegen in opstand kwam. Net zoals wij het normaal vinden dat je belastingen betaalt (ik heb het niet over de hoeveelheid belastingen, hè? 😉 ). Misschien krijgen we ooit een totaal ander betaalsysteem dat geld en belastingen een lachertje laat lijken… Praten met iemand die ver weg is? Dat konden de Romeinen zich niet eens voorstellen. Wij vinden videobellen inmiddels doodgewoon.

Als je over een gebeurtenis schrijft die zich in de geschiedenis herhaalt (oorlogen, bepaalde bestuursvormen…) kijk dan goed wat steeds terugkomt in deze scenario’s:
* Een absolute monarchie verliest vroeg of laat de macht vanwege protest van het volk, of het verlies aan materieel dat nodig is het volk in toom te houden;
* Een dictator wint vertrouwen bij het volk door de vijand af te schilderen als minder dan menselijk;
Wijk je van die dingen af, dan voelt het verhaal minder logisch aan.

Psychologisch of sociaal logisch

Een kind dat zijn leven lang is mishandeld, rent niet vrolijk in de armen van zijn nieuwe adoptieouders. Hij zal tijd en therapie nodig hebben om zijn nieuwe verzorgers te leren vertrouwen. Een herstellend alcoholist vindt een verjaardag waarop veel wijn wordt geschonken ongemakkelijk.
Ga je personagebiografie na om te zien wat er psychologisch/sociaal logisch is voor je personage.

Verdrink niet in logica

Op jouw fictieve planeet is de zwaartekracht zes keer zo sterk als hier. Natuurlijk moet je weten wat voor gevolgen dat heeft en wat er vervolgens (niet) kan. Maar je hoeft niet te weten volgens welke formule van de algemene relativiteit de manen van jouw planeet zich bewegen.

“Het is prima als je mijn geliefde in elkaar slaat,” is gewoon raar. Je hoeft geen psycholoog te zijn om dat onlogisch te vinden. Doe onderzoek tot je een basiskennis hebt die logisch is en bepaalde verbanden duidelijk maakt en geniet dan van je nieuwe creaties!

Dreig je alsnog te verdrinken in allerlei ideeën bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met medeschrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).
Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ´infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over,” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt, omdat er gaten zitten in het schema van save the cat. Als je alert bent op dat soort dingen, leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen gaat niet vanzelf

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur naar schrijftechnieken kijken

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan. Als clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een manuscriptredacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen in een boek

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hieraan ziet een uitgever dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of schrijftechnieken in je boek

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Het gebruik van symboliek in verhalen

Symboliek kan helpen om een verhaal beeldend en diepzinnig te maken. Maar een verkeerd gebruik van symbolen kan je verhaal weer dramatisch maken. Hoe vind je een goed evenwicht in het gebruik van symbolen?

Symbolen en symboliek in verhalen

Symbolen zijn er bijna altijd in verhalen. Soms liggen ze er duimendik bovenop. Dan bestaat het risico dat je in clichés verzandt. Maar als je een boek hebt waarin de symboliek subtiel en diepgaand is, dan is het verhaal zeer waarschijnlijk van goede kwaliteit. Helaas is er geen kant en klaar recept om symboliek te gebruiken. Niets is zwart-wit. Aha, zwart-wit, dat is een veelgebruikt symboliek. Laten we dat eens gebruiken om te zien wat er allemaal fout kan gaan.

Te makkelijke symboliek in verhalen

Zwart en wit zijn elkaars tegenpolen. In kleuren, maar nog meer in symboliek. Wit staat dan meestal voor datgene wat positief is, zwart voor het negatieve. Denk aan:
* goed – kwaad;
* licht – donker;
* onschuld – schuld;
* hemel – aarde (of hel);

Deze tegenpolen zijn prima te gebruiken; ze helpen je lezer een stapje op weg naar wat je tussen de regels door aan hem duidelijk wilt maken. Het nadeel is alleen dat als je een cliché krijgt als je tegenstellingen houdt zoals ze zijn en daar niet dieper op ingaat.

Romantici en weerwolven: jullie weten wat jullie te doen staat, toch? 😉

Bijvoorbeeld: als je je held in (maagdelijk) wit gekleed laat gaan, golvend blond haar en een engelachtige, loepzuivere stem geeft en de vijand in het zwart rondloopt en donker haar en een rokershoestje heeft… Dan wordt de boodschap niet zozeer overgebracht, maar eerder door de strot van de lezer geduwd. Te veel tegenstellingen laten je lezer met de ogen rollen.

Nog een andere valkuil met symboliek en tegenpolen is dat je de symboliek als verklaring gaat gebruiken waar dat niet gepast is.
“Dit personage kan die moord nooit gepleegd hebben. Ze is mooi, maagd en draagt altijd wit.”
Zeker weten? Ik weet toevallig dat ze vorige week nog tegen haar vader schreeuwde dat ze hem en zijn minnares zou vermoorden als ze kon bewijzen dat hij haar moeder bedroog. Waarom zou ze nu anders zo’n haast hebben om haar voetstappen in de sneeuw richting van het huis van de minnares uit te wissen?

Soms is een mes geen symboliek voor goede kookkunsten, eerder van slagerskunsten…

Vergeet niet dat je personage altijd gedreven wordt door omstandigheden en motieven, niet door hoe ze eruit zien. Zelfs de gebochelde van de Notre Dame wordt niet gedreven door zijn lelijkheid. Het zijn de omstandigheden en hoe hij en anderen met dat uiterlijk omgaan die de drijfveer en het verloop van het verhaal bepalen.

Als je ervoor kiest voor symboliek en karaktereigenschappen te combineren in plaats van symboliek en uiterlijkheden, gaan dezelfde regels nog steeds op. Neem de moordenares. Misschien is ze normaal gesproken wel lief en al het andere wat bij symbolische onschuld past. Maar als de omstandigheden juist (of in dit geval ongunstig) zijn, bijvoorbeeld vanwege een serie traumatische gebeurtenissen, dan kan dat haar alsnog uit haar karakter halen.
Een topfitte, actieve sporter wil ook wel eens een avondje niksen op de bank. Gewoon eens lekker lui, de tegenpool van actief. Zo is het met karaktereigenschappen ook. Niets is volledig zwart-wit.

Is het je ooit opgevallen dat Mary Sue bol staat van de symboliek (mooi, jong, lief, zacht, onschuldig, moederfiguur)? Dat is een van de redenen waarom ze zo’n slecht uitgewerkt personage is: ze is te symbolisch. Ze is een hyperbool van het symbolisch vrouwelijke. Zo is Joe Sixpack ook een hyperbool, maar dan van symbolische masculiniteit (sterk, machtig, dominant).

Goede, diepgaande symboliek in verhalen

Goede symboliek zit hem in subtiliteit en tussen de regels door lezen. En in spelen met woorden. Als je wil weten wat voor symboliek bij je verhaal past, dan vind je een mogelijk antwoord in je verhaalthema. Een mindmap kan daarbij helpen. Stel je thema centraal en ga de vakjes invullen.
Laten we ‘geboorte’ als voorbeeld nemen.
De eerste dingen die in je opkomen zijn waarschijnlijk: baby, moeder, kind, zwangerschap, verloskundige, enzovoorts. Je kan je hoofdpersonage dan een verloskundige maken. Maar je kan ook een stapje verder denken. Waarvoor staan geboorte en zwangerschap mogelijk nog meer symbool voor?
* een nieuw begin
* iets creëren
* groei (fysiek of van vaardigheden)

Met deze elementen kan je over een uitvindster schrijven. Eerst moet zij studeren (de groei van kennis), dan iets creëren (de uitvinding maken) en vervolgens is de uitvinding zo succesvol dat het de wereld verandert en er een nieuw tijdperk begint. Om de overkoepelende symboliek te verduidelijken, laat je haar een moeilijke zwangerschap doormaken. Of misschien is de vriendin die af en toe inzichten aandraagt wel de voorgenoemde verloskundige.

Het cirkeltje rondmaken in verhalen met behulp van symboliek

“En ze leefden nog lang en gelukkig” past bij sprookjes en kan ook in de figuurlijke zin een mooi einde van het verhaal aangeven. Dat is een lineair einde. Met de symboliek die je hebt gebruikt kan je ook een mooi rondje maken: “Nu is de cirkel rond”. Laat de dochter van de uitvindster later gynaecologie studeren. Dan kan zij weer helpen de kleindochter van de inspirerende verloskundige ter wereld helpen. Natuurlijk ligt het cliché hier ook weer op de loer. Of op zijn minst het risico dat je verhaal suikerzoet en klef wordt. Als je de heldenreis van je personage in de gaten houdt, is dat risico kleiner. Ga na welke obstakels er overwonnen zijn en welke offers daarvoor zijn gemaakt. Dan is het einde al gauw een oprecht passende beloning voor je held. Als je held echt iets heeft verdiend, is dat einde veel bevredigender dan wanneer al zijn wensen op de valreep op een gouden bordje worden gepresenteerd.

Hoe dan ook is het toverwoord voor het gebruik van symboliek: subtiliteit. Zolang als je subtiel bent in het gebruik van symbolen, zal je vast een mooie onderliggende boodschap kunnen meegeven. Bijkomend voordeel is dat het symbool dan ook die boodschap op een prachtige manier kan onderstrepen!

Wil je weten of jouw symboliek effectief is? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Het woordenaantal van je boek: wat moet je weten?

Als je gaat schrijven, heb je waarschijnlijk in gedachten hoe dik je boek wordt. Dan komt het woordenaantal om de hoek kijken. Hoe kan je dat in de gaten houden?

Hoeveel woorden heeft een boek meestal?

Het ligt aan je doelgroep en genre wat het gemiddelde woordenaantal van een boek is.
Hier is een lijstje:
* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Waarom is het woordenaantal van je boek belangrijk?

Een woordenaantal zegt meer over hoe lang je tekst is dan het aantal pagina’s. Als je een lettertype hebt van 14, is een pagina sneller gevuld dan met lettertype 11. Maar het verhaal verandert er niet door als de woorden hetzelfde zijn.
Als je je manuscript instuurt, zal de uitgever naar het woordenaantal kijken om te zien of het een beetje met de gemiddelden overeenkomt. Zo weten ze of je waarschijnlijk nog veel moet schrappen of aan moet vullen.

Woordenaantallen in je hoofdstukken

Het is overzichtelijk voor jou tijdens het schrijven en prettig leesbaar voor je publiek als je het aantal woorden per hoofdstuk ongeveer gelijk houdt. In het schema van save the cat kun je een verhaalopbouw zien en elementen die daarbij komen kijken. Niet elk element is per se een apart hoofdstuk. Als je van één obstakel een hoofdstuk maakt, kan het te lang worden.
Maar als je dat in de gaten houdt hoe groot je hoofdstukken ongeveer moeten zijn, merk je al sneller wanneer je afdwaalt. Als je normaal 1500 woorden besteedt aan een hoofdstuk, zal de echtelijke ruzie van 2500 woorden waarschijnlijk moeten worden ingekort.

Hoeveel woorden ga je vuil maken aan een ruziënd stel? Weten ze zelf nog waar ze precies over bekvechten?

Voorbeeld van woordenaantallen bewaken in je hoofdstukken

Weet je zeker dat de echtelijke ruzie nog steeds gaat over de vakantie die niet doorgaat? Misschien is het stel elkaar ondertussen al de schuld aan het geven wie te krenterig was om een annuleringsverzekering af te sluiten. Dan gaat het al om karaktereigenschappen, niet zozeer meer om een gebeurtenis waar ze zich druk om ‘moeten’ maken. Als je thema scheiding is en die afgelastte vakantie het domino-effect in gang zet, dan moet die beschuldiging misschien wel komen. Maar spreid dat dan over verschillende hoofdstukken: hoofdstuk A beschrijft de eerste ruzie, in hoofdstuk B blazen de echtelieden stoom af bij vrienden en in hoofdstuk C volgt de beschuldiging over krenterigheid.

Wat kun je schrappen bij een groot woordenaantal?

Ik heb al uitgebreider geschreven over het schrappen van bepaalde delen in je verhaal en over kill your darlings. Je kan ook Checkhov’s gun gebruiken om te schrappen, zodat alles wat je schrijft een doel heeft. In het kort vertellen deze blogposts:

* Let op irrelevante details en uitgebreide beschrijvingen.
* Laat personages elkaar niet onnodig herhalen in dialogen.
* Wees je ervan bewust dat je soms iets schrijft omdat je er zelf ‘fan’ van bent, maar dat datgene voor het verhaal onbelangrijk kan zijn.
* Als alles wat je opschrijft een functie voor het grote geheel moet hebben, schrijf je niet zo snel te veel.

Woordenaantal vergroten

Als je woordenaantal aan de lage kant is, kan het helpen om:
* de achtergrond van je personage wat meer naar de voorgrond te halen. Gebruik daarvoor je personagebiografie.
* te kijken of je geen stappen uit save the cat hebt gemist;
* een personage toe te voegen dat je protagonist kan helpen met zijn heldenreis.

Woordenaantal en verhaalthema

Het is ook een goed idee om je verhaalthema en de boodschap van het verhaal in gedachten te houden.
Stel dat je thema milieubehoud is en de boodschap dat men minder plastic moeten gaan gebruiken. Dan is de plastic soep een goed symbool om te gebruiken. Als je personages steeds spreken over de plastic soep, of jij steeds meer verdiepend over dat verschijnsel gaat schrijven, kost dat meer woorden.
Daarmee blijft het thema milieubehoud en krijgt het het subthema behoud van de oceanen. Het kan dus voordelen hebben om veel woorden te gebruiken.
De andere kant van de medaille is dat je centrale conflict verandert van avonturiers op een reinigingsmissie naar een zoektocht naar milieuvriendelijker verpakkingsmateriaal.
Blijf dus goed bij de les en vraag je af waar je verhaal eigenlijk over gaat als je een subplot schrijft of verdiepende informatie geeft.

Kies je woorden goed uit!

Hetzelfde geldt voor je personages. Een figurant is niet belangrijk genoeg om honderden woorden aan te besteden.

Wanneer moet je het woordenaantal van je boek gaan tellen?

Je kan het beste je woorden pas tellen als je iets geschreven hebt. Een hoofdstuk- zoals eerder geschreven- is daar een goed kader voor. Maak je niet druk over hoeveel woorden je al dan niet gebruikt tijdens het schrijven van een scène, het beschrijven van een personage, of in het heetst van de spreekwoordelijke strijd.

Het heetst van de strijd is een goede metafoor om te onthouden.
Stel dat je een soldaat in een slagveld bent. Als je binnen luttele seconden een schot moet afvuren, ga je echt niet tellen of die handvol kogels die je in je wapen stopt er vijf zijn of zeven. Je laadt tot het geweer vol zit of totdat je noodgedwongen eerder moet schieten.

Als je te veel naar je woordenaantal kijkt, vergroot je de kans dat je de schrijversflow aan je voorbij laat gaan. En dat is zonde, want een schrijversflow laat prachtige teksten ontstaan. Meestal maak je de mooiste teksten als je gewoon op je gevoel afgaat. Daarna volgt dan wel een revisie, maar dat is normaal. Zodra je een goed beeld hebt van je verhaal, je personages, conflict en je je onderzoek hebt gedaan, is het tijd om gewoon lekker te gaan schrijven. Je hebt al zoveel voorbereidend werk gedaan, dat je nu kan beginnen met het leukste deel van het schrijven van een een boek: het schrijven zelf!

Heb je hulpnodig met het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop. Ik bied verschillende vormen van begeleiding aan.

Een goede synopsis schrijven voor je boek

Als je je manuscript naar een uitgever wil sturen, wordt er vaak om een synopsis gevraagd. Waar moet je op letten als je een synopsis schrijft?

Wat is een synopsis?

Een synopsis is een samenvatting van je manuscript, die kort en krachtig weergeeft waar je verhaal over gaat, wat de belangrijkste conflicten zijn, hoe het verhaal afloopt en wat jouw verhaal uniek/ uitgeverwaardig maakt.

Waar is de synopsis voor bedoeld?

Zie de synopsis als de pitch van je boek. Net zoals een gewichtig zakenman die een klant in een hoek duwt en zijn bedrijf aan de man brengt met een snel verkooppraatje.
Nu hoef je als schrijver geen ‘Wolf of Wall street’ te zijn. Toch zet je synopsis je verhaal kort en krachtig in de schijnwerpers. Het is het visitekaartje van je manuscript dat een twijfelende uitgever over de streep moet trekken.

Een uitgever heeft veel leeswerk. Een synopsis maakt het werk voor iedereen makkelijker.

Eisen aan een synopsis

Elke uitgever stelt eisen aan een synopsis. Ze verschillen per uitgever, maar iedere uitgever wil:
* meestal een synopsis van maximaal 1 à 1.5 A4;
* het einde en plottwists weten (als het plotverloop of einde niet aansluit bij het lezerspubliek, wil men dat weten voor het contract is getekend);
* een idee krijgen hoe de protagonist zich ontwikkelt (dus of je een goed onderbouwd centraal conflict hebt);
* een verkoopbaar of uniek verhaal onder ogen krijgen.

Hou een regelafstand van 1.5 aan. Zo kan de uitgever met een pen aantekeningen maken, zonder dat de tekst onleesbaar wordt.

Valkuilen van een synopsis

Je wil zo mooi mogelijk schrijven, maar dat is een valkuil bij het schrijven van een synopsis. Als vuistregel kun je aanhouden: een synopsis moet effectief zijn, niet mooi.

Een checklist voor een synopsis:
* Wijk niet uit over de (details van) subplots. Je hebt geen ruimte om over alles te schrijven. Alleen gebeurtenissen en personages die direct effect hebben op de protagonist of zijn heldenreis zijn belangrijk.
* Prijs je eigen tekst niet aan. Je wil graag uitgegeven worden, dus heb je misschien de neiging om je tekst extra mooi te maken. Maar een uitgever prikt daar makkelijk doorheen.
De valkuil hier is dat je niet uitgesproken hoeft te schrijven: Mijn geweldige verhaal leest fantastisch. Soms heb je zelf niet in de gaten dat je je tekst een beetje oppoetst. Een voorbeeld:
Barno bezoekt een belangrijke moskee tijdens haar wereldreis. Als ze uit de moskee komt, ontmoet ze de vriendelijke Sherzod, met wie ze later trouwt.
Twee details uit dit voorbeeld zijn overbodig in een synopsis:
– De status van de moskee
– Het karakter van Sherzod

Als je een kijkje in de moskee geeft, schrijf je al snel een reisgids, geen synopsis.

Dit soort belevingen zijn voor in het verhaal zelf. In een synopsis kunnen die lezen als onnodig oppoetsen van je verhaal. Ik laat Barno niet zomaar een moskee inlopen. Als ik schrijf dat de moskee spectaculair is, ziet de uitgever dat haar wereldreis episch is. Zo bedoel je het niet, maar beschrijvingen komen in een synopsis vaak niet tot hun recht. Een wereldreis wordt niet episch door de gebouwen die worden bezocht, maar de gebeurtenissen die onderweg plaatsvinden. Evengoed zegt het weinig dat Sherzod aardig is. Dat moet in het verhaal uit zijn acties blijken.
Wees dus extra alert op bijvoeglijke naamwoorden. In een synopsis zijn die eerder je vijand dan je vriend.

* Gebruik weinig show don’t tell. Twee nadelen van show ten opzichte van tell bij een synopsis:
– Het neemt meestal meer ruimte/woorden in (die je niet veel hebt in een synopsis).
Barno ging naar de moskee, waar honderden vrouwen zich voorbereidden op het vrijdaggebed. versus: Barno bezocht een drukke moskee.
– Je schrijft al snel details die niet belangrijk zijn voor het geheel. Neem bovengenoemd voorbeeld: het moment in de moskee is belangrijk voor het verhaal. Maar heeft het meerwaarde voor de synopsis dat de ontmoeting in een moskee heeft plaatsgevonden?
Als het verhaal gaat over een moslima op wereldreis die het lastig vindt om moskeeën te vinden, heeft dat een extra betekenis voor het algehele verhaal. Voeg het dan sowieso toe.
Als de religie zelf niet belangrijk is voor het verhaal, kun je twee dingen doen:
– Je wijdt niet verder uit: Ze ontmoeten elkaar in een moskee. Punt. Beschrijf dan niets meer van de (ligging van) de moskee of op welke dag van de week de ontmoeting plaatsvindt.
– Je haalt het weg: Ze ontmoeten elkaar.

Kortom: ga goed na wat de kern van het verhaal is. Met kill your darlings kom je daar achter. Het helpt je ook met makkelijker schrappen. Je synopsis hoeft je mooie schrijfstijl niet te weerspiegelen. Daar geniet de uitgever pagina’s lang van tijdens het lezen van je manuscript 🙂

Vermijd de droge synopsis

Inmiddels lijkt het misschien alsof een synopsis de droogste tekst ooit moet zijn. Dat is niet zo, want je synopsis moet nog wel vlot lezen. Hier en daar omschrijven kan dus geen kwaad. Maar hou het in de gaten.

Als je de vuistregel : “een synopsis moet effectief zijn, niet mooi,” te streng aanhoudt, ligt er een andere valkuil op de loer: de ‘leeshandleiding’.
Gebruik liever geen omschrijvingen als:
* Het verhaal begint met…
* Maar middenin het avontuur blijkt…
* Zodra dit probleem is opgelost…
* Een nieuw probleem dient zich aan wanneer…
* Het gelukkige einde blijkt uit…

Je kan dan beter op een verhalende manier oorzaak en gevolg aanduiden:
Barno en Sherzod ontmoeten elkaar in een kleine, verstopte moskee. Ze hebben tijdens hun wereldreis geen andere moslims ontmoet en raken in gesprek over hun geloof. Ze blijken allebei een andere visie over de islam te hebben. Dit vormt genoeg gespreksstof voor hen om te besluiten langer met elkaar op te trekken. Er bloeit een relatie tussen hen op, waardoor de wereldreis eindigt met hun huwelijk.

Hier is de grootte van de moskee belangrijk, omdat dat die nu een functie heeft: als er overal moskeeën te vinden waren, was de rest van het verhaal niet in gang gezet. Dit zijn goede momenten om een aantal beschrijvingen toe te voegen aan je synopsis.

Ik kijk je symnopsis graag voor je na! Kijk in mijn webshop voor de kosten van een synopsisrevisie en manuscriptredactie.

Een sprookje als schrijfoefening

Er was eens… Ja, ja, sprookjes ken ik onderhand wel. Zeker weten?
Als je sprookjes ontleedt, heb je een schat aan informatie tot je beschikking. Het zal helpen met het schrijven van een goed opgebouwd verhaal.

Kenmerken van een sprookje

Sprookjes zijn meer dan ‘Er was eens’ en ‘Ze leefden nog lang en gelukkig.’ Kun jij meer kenmerken van sprookjes noemen voordat ik dat doe? 😉

* Er zit een duidelijk moraal in.
* Het heeft elementen van magie, fantasie of iets bovennatuurlijks (draken, toverkracht, pratende dieren).
* Het getal zeven komt vaak voor (zevenmijlslaarzen, zeven geitjes, zeven zonen).
* Het getal drie zie je ook vaak:
– Drie zoons of prinsessen.
– De molenaarsdochter krijgt drie dagen de tijd om Repelsteeltjes naam te raden;
– Drie schuren waaruit het stro tot goud moet worden geweven in ‘Repelsteeltje’;
– De jongste zoon is vaak de slimste, omdat het doel pas na drie pogingen wordt gehaald;
* Ze zijn bruut! (Ga maar na: een kind vermoorden omdat ze mooier is dan jij? Spiegeltje spiegeltje, wie is hier volledig doorgedraaid?) Luister hier naar de originele versie van Andersens zeemeermin. (Disney heeft wat af geromantiseerd…) Hier is een afspeellijst van de boekenserie waaruit het sprookje wordt voorgelezen. Zo kan je talloze sprookjes (her)ontdekken 🙂

Het verschilt per sprookje of er al dan niet een pratend dier, ridder of prins in voorkomt, maar bovenstaande elementen zou je in elk westers sprookje terug moeten vinden.

Sprookjeselementen zijn waarschijnlijk net zo vertrouwd als Roodkapje en de wolf zelf.

Moraal in een sprookje en een verhaalthema

Een overduidelijk kenmerk van sprookjes is het duimdikke moraal. Dat geeft ook verdieping in het verhaalthema. Als het moraal is: ‘praat niet met vreemden’, dan is het thema bijna als vanzelf ook gevaar. (Praten met vreemden is gevaarlijk: in sprookjes word je dan meestal ontvoerd of opgegeten.)
Omdat thema en moraal in sprookjes niet moeilijk te vinden zijn, kun je ze als vergrootglas gebruiken. Als je thema gevaar is, waar kun je dan mee dreigen? Hoe kan een personage reageren als ze geconfronteerd wordt met de dood van haar (groot)ouders? Wat doet het met een kind om in armoede op te groeien?

Wat is de achterliggende gedachte?

Verwacht van sprookjes geen diepzinnige opbouw. Toch leren ze over het belang van verhaalelementen en personagebiografieën. Let daarvoor op de oppervlakkige en steeds terugkerende elementen in sprookjes en je vindt al snel wat eerste bouwstenen om op voort te bouwen. Zowel voor verhaalelementen als voor je personagebiografie.

Neem een ridder. Die is dapper, want hij gaat de draak verslaan. Je bent dapper als je je leven op het spel zet. Maar wat kan er nog meer gebeuren?
* De ridder overleeft, maar verliest een arm en gaat als mindervalide door het leven;
* De ridder kan ernstig ziek worden door ondervoeding.
Nu gebeurt zoiets nooit in sprookjes, omdat de personages daarin min of meer vaste rollen hebben. Sprookjes worden nooit zo ingewikkeld. Maar juist daardoor is het makkelijker om in te zoomen op wat bepaalde elementen eigenlijk weerspiegelen.

Wij weten dat het de ridder gaat lukken om de draak te verslaan, hij niet. Hij zal dus een betere inschatting van mogelijke gevolgen maken. Daaruit blijkt zijn echte moed. Je bent niet dapper als je bereid bent te sterven als je weet dat die kans vrijwel nul is.
In de VS sterven jaarlijks twintig mensen door toedoen van koeien. Maar we noemen niet iedereen die in de buurt van koeien durft te komen een onverschrokken superman; de verhouding zou krom zijn. Als je een koe dichtbij ziet komen, denk je waarschijnlijk iets als: loeiend beestje, herkauwer… Niet: help, potentiële moordmachine!

Ren voor je leven nu het nog kan! 😉

Je bent onverschrokken als je iets doet terwijl het waarschijnlijk is dat je iets vreselijks mee gaat maken.

Sprookjes als clichédetector

Je zet er waarschijnlijk geen vraagtekens bij als ik zeg dat de ridder de draak gaat verslaan. Dat gebeurt namelijk vrijwel altijd. Misschien hebben clichés wel hun oorsprong in sprookjes. Het zijn per slot van rekening verhalen die met eenzelfde formule eeuwenlang zijn doorverteld. Kijk eens wat er vaak in sprookjes voorkomt:
* Het goede is mooi, zacht of onschuldig.
* Het slechte is lelijk, mismaakt of sluw.
Als je sprookjes als casusstudie gebruikt, zie je wat hier de voor- en nadelen van zijn.
Lees hier uitgebreider over clichés en tropes.
Als toevoeging wat betreft spookjes zijn hier nog wat extra voorbeelden.

Voordeel van een sprookjescliché

Sprookjes kunnen dus goede bouwstenen geven om op verder te gaan. Waarom precies? De clichés in sprookjes zijn in bepaalde mate op waarheid gebaseerd:
* De wijze is een oude vrouw. Ze heeft levenservaring die een kind nog niet kan hebben;
* De mooie dame met de zachte stem die een hongerige reiziger eten geeft, is de heldin van het verhaal. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als je het wat meer zwartwit bekijkt: iemand die met een bloederig mes in de stad rondloopt, heeft iets op zijn kerfstok. Zou jij de vrouw of de messendrager om hulp vragen? Soms is iets geen cliché, maar een show don’t tell. Vroeger waren sprookjes namelijk bedoeld om normen en waarden aan te leren, niet als vermaak. Sprookjes kunnen daarom een goede manier zijn om clichés van tropes te leren onderscheiden.

Nadelen van sprookjesclichés

Sprookjes zijn clichés. Van sprookjes wordt dat verwacht, maar je kan er niet alles van afkijken wat betreft verhaalopbouw. Voor het schrijven van verhalen die je wil uitgeven, zijn ze te eenvoudig (tenzij je dat in eigen beheer zou doen).
Daarnaast:
* zijn de vrouwen vaak een sexy lamp;
* worden de moralen redelijk kort door de bocht behandeld.

Lees deze blogpost eens. Het onderwerp is de alfaman. Maar ik schreef hier ook over hoe jij als schrijver moet weten welke waarden jij belangrijk vindt en hoe je dat persoonlijk kan invullen. Sprookjes winden er geen doekjes om wat je moet geloven en zijn heel standvastig in hun boodschap. Dat heeft de oorsprong in hun originele functie. Maar zoveel eeuwen later heeft een lezer behoefte aan verhalen die meer ruimte geven voor discussie, of in ieder geval hun argumenten onderbouwen.

Heb jij een verhaal geschreven dat leest als een sprookje? Ik kijk het graag professioneel voor je na. Kijk daarvoor in mijn webshop.



Save the cat – een prettig verhaaltempo

Save the cat is een vast patroon voor de opbouw van een verhaal. Het is een fijne houvast om te controleren of er nog vaart in je verhaal zit.

Save the cat: verhaalopbouw in drie akten

Save the cat gaat uit van drie delen van het verhaal. Het begin, midden en eind.
Elk deel heeft zijn elementen die gezamenlijk voor een prettige verhaalopbouw zorgen.

Het schema van save the cat volgens Blake Snyder.

Het save the cat schema

Bekijk het schema van save the cat. Zie je dat:
* het verhaal een begin, midden en een eind heeft?
* het verhaal heeft meerdere ‘clues’ heeft?
* de verhaallijn in eenzelfde tempo verloopt en pas na de climax snel vertraagt?

Als je verhaal vaart verliest, pak het schema er dan eens bij. Mis je een tussenstap? Gaat een element zo lang door dat de lijn niet meer contant loopt, maar er een piek of een dal in het tempo komt?

De eerste akte in save the cat

De 5W1H in Save the cat

Hier introduceer je je personage en je verhaal. De 5W1H is hier een goede houvast voor.
* Wie? Over wie gaat het?
* Wat? Wat is er aan de hand?
* Waar speelt het zich af?
* Wanneer speelt het zich af?
* Waarom? Waarom doet een personage wat het doet/ is de wereld zoals hij is?
* Hoe? Hoe zie je dat?

De feiten van je verhaal

De wie, waar en wanneer zijn droge feiten: Mientje de bakkersdochter, een plattelandsdorpje in de jaren dertig. Dat is de allereerste stap: de introductie.
De wat, hoe en waarom zijn de elementen die een verhaal beloven. Dit zijn de dingen waar je de lezer mee boeit. Daarom zijn ze bij het allereerste begin belangrijker dan de wie, waar en wanneer.
Het ‘inciting incident’ geeft aan dat er iets in het dagelijks leven niet klopt of prettig is.

Wat? Mientje moet trouwen met een boerenzoon;
Waarom? Omdat de bakkerij failliet dreigt te gaan;
Hoe? Vader zit met zijn handen in het haar en moet op de ingrediënten sparen of de knecht ontslaan.

De actie van je verhaal

Dan komt ‘second thoughts’: is je personage tevreden met de gang van zaken? Kan dit altijd zo doorgaan? Dat antwoord is altijd nee, waardoor een centraal conflict ontstaat.
Nee: Mientje wil niet met de boerenzoon trouwen, maar met de slagerszoon;
Nee: Luilekkerland blijft niet hemels als er een plotselinge hongersnood dreigt.

De tweede akte in save the cat: de heldenreis

De tweede akte van save the cat is simpel gezegd de heldenreis van je hoofdpersonage, met het bijbehorende vallen en opstaan. De tweede clue in het schema is een opvallende gebeurtenis, maar daarvóór moet je personage al uitdagingen krijgen.
Een soldaat die wordt opgeroepen gaat eerst naar een trainingskamp. Daar zal hij de nodige fouten maken voordat hij het slagveld betreedt. Een opvallende gebeurtenis tijdens de training bepaalt welke positie hij in het slagveld krijgt. Dat is de tweede clue. De derde clue is de start van de beslissende veldslag, waar de actie het spannendst is en er het meest op het spel staat.

De derde akte in save the cat: climax en afbouw

De derde akte start met het grootste conflict, de spannendste gebeurtenis waar het verhaal naar toewerkt. In de aanloop hiernaar mag je uitpakken met een extra scheutje drama of actie.

Zodra de climax is geweest, stopt het verhaal nog niet. Stel dat je schrijft:
* Mientje en de slagerszoon trouwden;
* Toen ontplofte de bom en waren alle soldaten dood.
Dat is erg abrupt. Stel dat je een kleuter Assepoester voorleest en stopt met: “En Assepoester en de prins trouwden.” Dan zegt het kind vast: “En toen?” Er kan immers nog van alles gebeuren: de stiefmoeder kan terugkomen, de goede fee tovert nog een koetsentuin, Assepoester wordt moeder…

Laten we het stapsgewijze einde toepassen:
Assepoester trouwde met de prins. Dat is het inzetten van het einde. Ze hoefde nooit meer vervelende klusjes te doen (obstakel) en de prins was lief voor haar (wrap up). En ze leefden nog lang en gelukkig (einde). Bij sprookjes is dit redelijk duidelijk. Hoe zit het met andere verhalen?

Obstakel: laat je personage terugkijken op het centrale conflict/ de andere obstakels.
* Wat heeft het moeten doorstaan?
* Wat heeft het verloren?
* Wat heeft het opgeleverd?
* Hoe is het gegroeid?

Hou het beknopt! Je lezer hoeft niet nog eens je hele boek te lezen.

Als je lezer dit al weet, is een samenvatting van een paar alinea’s voldoende. Start dan geen compleet nieuwe hoofdstukken…

Mientje keek naar de nu verlaten bakkerszaak en voelde een steek in haar hart toen ze besefte dat haar vader nooit meer de oven zou aansteken.

Wrap up: Na alles wat er gebeurd is, gaat het verhaal zus en zo verder.
Het boek eindigt niet waar je verhaal ook eindigt. Ooit moet je boek stoppen, om het verhaal niet langdradig te maken. “Ze leefden nog lang en gelukkig” is een samenvatting van tientallen jaren in een zin gestopt. Al die jaren van een gelukkig huwelijk heeft geen meerwaarde voor het eigenlijke verhaal. Maar het geeft wel aan in welke sfeer het verhaal verder gaat.
Mientje keek naar haar bolle buik. Als ze een zoon kreeg, zou hij naar zijn grootvader worden genoemd. (Mientje sticht haar gezin en houdt haar vaders nagedachtenis in ere.)
Het einde: een afsluitende gedachte. Hier komen je eigen schrijversinzicht en creativiteit aan te pas. Kijk wat voor jou goed voelt.

Save the cat: lees om toe te passen

Logischerwijs heeft een verhaal een begin, midden en een eind. Maar zie je ook wat er steevast in dat begin, midden of eind gebeurt? Wil je save the cat goed toepassen, dan moet je veel lezen. Dan merk je waarom bepaalde boeken minder vlot lezen. Komt het verhaal niet op gang? Dan is de eerste akte waarschijnlijk te lang. Is het einde te abrupt? Dan mist het misschien de wrap-up.
Expositie is ook belangrijk in save the cat. Lees hier mijn voorbeeld over de wolf van Roodkapje. Geef je genoeg duidelijke hints aan de lezer?

Ik schreef een serie waarin ik elk punt van save-the-cat uitgebreid toelichtte. Die kan je hier lezen.

Ik ben dol op katten: als er een in nood is, red ik die graag 😉 Schakel mij in voor manuscriptredactie om jouw structuur eens goed te controleren.

Slushpile: het postvak in van een uitgeverij

Zodra je je manuscript naar de uitgever stuurt, ben je razend benieuwd wanneer je antwoord krijgt. Maar dat duurt sowieso altijd even en je krijgt het niet altijd. Dat komt door de slushpile.

Wat is een slushpile?

Omdat veel mensen een schrijversdroom hebben, komt er elke week een stortvloed aan manuscripten bij een uitgever binnen. Zie het als een overvol postvakje dat de uitgever leeg moet maken.

Dit is een goed beeld van een slushpile: de inbox is altijd overvol en maar heel weinig manuscripten halen de outbox.

De slushpile als mailbox

Zie de slushpile van een uitgever als je eigen mailbox. Waarschijnlijk krijg je ook tientallen mails per dag. Ik denk niet dat je elke mail leest, aangezien er vaak berichten of nieuwsbrieven tussen zitten die je niet (langer) interesseren.
Een uitgever moet alles lezen. Als die willekeurig manuscripten ongelezen laat, bestaat de kans dat een goudmijntje onontdekt blijft. Als er een onbekende auteur aanklopt bij de uitgever, heeft de uitgever geen idee hoe goed of slecht die auteur is.

Werkwijze van de slush pile

Omdat een uitgever dus wel alles wil lezen, maar dat postvakje overvol blijft, is er de werkwijze van de slushpile. De uitgever leest jouw manuscript zoals jij een nieuwsbrief leest die af en toe iets leuks te melden heeft: je blijft erop geabonneerd omdat er zo nu en dan iets boeiends in vermeld staat. Maar als de eerste aanblik niets interessants biedt, lees je de nieuwsbrief niet verder uit. Als auteur wil je een ‘nieuwsbrief’ hebben die opvalt tussen alle andere en die uitnodigt tot lezen. Als je ‘de slushpile uit bent’ is dat net als in het plaatje: jij bent in het postvak uit belandt, waarmee de kans dat je uitgegeven wordt groter is.

De slushpile niet uitkomen

De tientallen nieuwsbrieven die jij per dag niet leest, geef je verder geen aandacht. Je gaat niet elke website mailen waarom je de artikelen niet interessant vond. Helaas geldt dat ook bij uitgevers. Je kan er het best van uit gaan dat je niets meer van de uitgever hoort.

Uit de slushpile komen

Mocht je wel dat felbegeerde plekje in het ‘postvak uit’ halen, dan moet je alsnog veel geduld hebben:
* Je bent sowieso niet de enige in het ‘postvak uit’. Je bent dichterbij, maar nog niet bij de finish;
* De uitgever moet ruimte hebben om je verhaal uit te geven;
* Je genre/verhaalthema moet op dat moment op de prioriteitenlijst van de uitgever staan.

Hoe succesvol een uitgever ook is, niet alle boeken uit het ‘postvak uit’ kunnen ineens worden uitgeven. Om ervoor te zorgen dat de boeken die uitgegeven worden ook goed verkopen, moet er voldoende tijd aan ieder boek worden besteed. Daarom kan het even duren voordat jouw boek aan de beurt is.

Iedere uitgever heeft een zogenoemd fonds. Dat wil zeggen dat ze bepaalde genres al dan niet uitgeven. Een uitgever met meerdere genres in zijn fonds zal misschien jouw feelgood even laten liggen, omdat ze net een feelgood hebben uitgebracht en het nu tijd is om een thriller de wereld in te sturen. Ook bij uitgevers die zich specialiseren in één genre kunnen verhalen rouleren. Bouquetverhalen lopen volgens een redelijk strakke formule. Maar toch zul je zien dat de hoofdpersoon van het verhaal nu een oliesjeik moet zijn. Daarna is het pas de beurt aan jouw westerse multimiljardair.
De vuistregel is dat je een halfjaar na het insturen van je manuscript eventueel goed nieuws krijgt van de uitgever.

Vergroot je kans om de slush pile door te komen

Als je je kans wil vergroten om de slush pile door te komen, is er een aantal dingen die je kan doen.
* Controleer of je verhaal bij het fonds van de uitgever past.
* Voeg een overzichtelijke en boeiende synopsis toe in je e-mail.
* Schrijf in de begeleidende tekst van je e-mail een samenvatting van twee zinnen.
* Het helpt als je online actief bent op sociale media. Dat geeft aan dat je al een potentieel lezerspubliek hebt.

Sowieso is het verstandig om proeflezers in te schakelen. Met de slush pile in het achterhoofd, is het verstandig om hen te vragen of ze meteen vanaf het begin af aan geïnteresseerd zijn. Een redacteur inhuren kan ook helpen om je manuscript aantrekkelijk(er) te maken voor een uitgever. Kijk hiervoor eens in mijn webshop.

De uitgever meteen prikkelen: de slushpile overleven

Een uitgever kan dus niet veel lezen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat je de uitgever meteen weet te prikkelen. De eerste anderhalve pagina van je manuscript wordt gelezen, dan wordt er al een oordeel over geveld.
Bij een zeer grote uitgever kan dit zelfs aanzienlijk korter zijn. Enkele alinea’s of zelfs een paar regels aan leestijd komen dan ook voor. De uitgever kan in zo’n korte tijd zien of je schrijfstijl al dan niet goed genoeg is. Daar hoef je niet op te letten. Als daar de fout ligt, moet je je persoonlijke schrijversstem nog vinden, of meer oefenen met schrijven.
Inhoudelijk moet je op twee dingen letten. In pakweg de eerste pagina moet je:
* een conflict of actie beloven;
* aantonen dat je kort en krachtige actie kan schrijven.

Het conflict of de verandering hoeft niet meteen het centrale conflict te zijn, maar wel iets wat de lezer doet afvragen: “Wat is er aan de hand?” of “Hoe gaat dit verder?“. Dit kan al zo simpel zijn als: “Waarom huilt dit personage?”. Kom dan niet met iets simpels als: Ze stootte haar teen. Laat zien wat het karakter van het personage weggeeft. Bijvoorbeeld dat ze bang is aangelegd. Langzaam maar zeker kan je dan gedurende je verhaal onthullen waarom dat zo is. Kort en krachtige actie hoeft evengoed geen explosies of een gigantisch drama te betekenen. Eerder: kun je (middels show don’t tell) binnen enkele regels of alinea’s duidelijk maken dat je personage bang is? Doe je dat op een spannende manier en met een prettig tempo? Gebruik je geen vijf pagina’s waar vijf regels zouden volstaan, of laat je juist cruciale informatie achter, waardoor je de lezer verwart?

Wil je je kans vergroten om de slushpile uit te komen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Chekhov’s gun: de schrijftechniek die streeft naar perfectie

Als je droomt van een perfect boek, dan is de schrijftechniek ‘Chekhov’s gun’ een ideale leidraad!

Wat is Chekhov’s gun?

Chekhov’s gun is een schrijftechniek die ervan uitgaat dat alles wat je opschrijft een doel heeft of in het verhaal terugkomt. De techniek komt van de schrijver Anton Tsjechov. Hij zei: “Verwijder alles wat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, dan moet dat in het tweede of derde hoofdstuk beslist afgaan. Als het niet wordt afgevuurd, dan zou het daar niet moeten hangen.”
Chekhov’s gun is dus een soort streven naar perfectie. Wat heeft dat voor gevolgen?

Chekhov’s gun geeft kennis van je plot

Als je niet eens zomaar een decoratief geweer aan de muur mag hangen, ben je constant alert op je plotontwikkeling. Dat heeft voordelen:
* Je zal niet zo snel een subplot schrijven dat het overneemt van het hoofdplot.
* Omdat je op de kleinste details let, zal je het spoor van het plot nooit bijster raken.
* Gaten in het plot schrijven kan haast niet, omdat je zo minutieus te werk gaat.

Chekhov’s gun diept je personages uit

Dus je personage heeft een decoratief wapen aan de muur hangen. Waarom eigenlijk?
* Vindt hij dat een statussymbool?
* Voelt hij zich daar beschermd door, wetende dat het geladen is?
* Is hij een geschiedenisfanaat die weg is van historische wapens?
Het ene mogelijke antwoord verschilt enorm van het andere.

Dus het geweer is een statussymbool? Komt je personage soms uit een adellijke familie? Wat betekent dat voor het karakter, de carrière en het wereldbeeld van het personage? Is dat ene geweer een erfstuk waar een familieruzie aan vooraf ging? Enzovoort, enzovoort.
Als je je bij elk klein gegeven moet afvragen waarom een personage iets doet of vindt, dan leidt dat tot een enorm uitgebreide en bruikbare personagebiografie.

Schrappen ging nog nooit zo simpel

Als Tjechovs geweer één kogel heeft, dan wordt die afgevuurd om een infodump mee van kant te maken. Je kan Chekhov’s gun gebruiken om het schrijven van infodumps af te leren. Niet elk detail is een infodump, maar als je je tekst nakijkt met het oog op Chekhov’s gun, is het makkelijker nagaan wat relevant is en wat niet.
Als je bij de fase van revisie aankomt, of als moet je schrappen omdat je tekst te lang is, dan is dit een goed hulpmiddel.

Nadeel van Chekhov’s gun: het is streng

Wees voorzichtig als je gaat schrappen met het dodelijke geweer van Tjechov. Voor je het weet, help je je hele tekst om zeep. Chekhov’s gun kan een goede schrijftechniek zijn, maar je moet zijn nadelen ook kennen.
Zoals het cliché wel eens zegt: niets of niemand is perfect. Is het dan wel realistisch daarnaar te streven?

Chekhov’s gun kan een heel gevaarlijk wapen zijn voor je bestaande tekst.

Chekhov’s gun en clichés en tropes

Als we het toch over clichés en tropes hebben:

Als je perfect wil schrijven, kom je onherroepelijk een dilemma tegen: iets wat jij perfect vindt, kan de ander oninteressant of ingewikkeld vinden. Precies zoals bij clichés en tropes is perfect schrijven subjectief. Is het dan wel realistisch om dat bij elke zin na te streven? Zelfs al hoeft niet elke zin niet per se perfect te zijn, maar slechts altijd nuttig, dan nog is succes niet gegarandeerd. Een lezer kan een hint niet snappen, een detail vergeten, de zin te lang vinden…

De lat van perfectie

Als je de uitdaging aandurft om elke zin relevant te maken, hou er dan rekening mee dat het schrijven een stuk moeizamer en trager gaat. Het kan zelfs minder leuk worden.
Het vergt een lange adem als je nooit in een schrijversflow mag raken of eindeloos moet herlezen en verbeteren. Zo’n lange adem, dat je misschien wel weken over een enkele zin gaat doen. Dat kan ertoe leiden dat je je verhaal nooit afkrijgt.
Wanneer je merkt dat je de lat van Chekhov’s gun zo’n beetje op het maanoppervlak hebt neergelegd, kun je beter een keer proeflezers inschakelen. Zo kan blijken dat het verhaal in zijn imperfecte vorm niet eens zo slecht is als je misschien denkt.

Als je de lat hier neerlegt is de kans dat het verhaal af komt, net zo groot als de kans dat je de maan zelf bezoekt.

De toon van je tekst

Volgens het principe van Chekhov’s gun moet elke zin dus ergens aan bijdragen. Dat doet show don’t tell vaak veel goed. Denk aan het beschrijven van een ruimte. Je moet hiervoor details beschrijven die afzonderlijk misschien onbenullig lijken; de kamer heeft luie stoelen en vangt veel natuurlijk zonlicht op. Samen geeft dit echter wel aan dat de kamer een ontspannen sfeer heeft.
Als je vanwege Chekhov’s gun de details voor jezelf te veel gewicht gaat geven, verzandt je verhaal in bloemig taalgebruik. Dan kan je geweer juist weer infodump in de hand werken. Bovendien zal de manier waarop jij moeizaam begint te schrijven ook vermoeiend lezen voor de lezer. Af en toe wat zinnen schrijven die op zichzelf niet meteen super belangrijk blijken, houdt de vaart in het verhaal.

Chekhov’s gun: geen makkelijke techniek

Maar als je af en toe een onbelangrijke zin laat staan, hoe weet je dan wat je moet schrappen en wat moet blijven? Wanneer is een zin gewoon minder belangrijk en wanneer is hij zodanig onnodig dat je hem toch echt moet schrappen?
Dit zijn lastige vragen waar geen kant en klaar antwoord op bestaat en waarvoor je een goed technisch schrijfinzicht moet hebben. Chekhov’s gun is dus geen schrijftechniek voor beginners. Ga goed na of je de techniek al kan gebruiken en in welke mate je dat wil doen.

De mate van Chekhov’s gun

Pas Chekhov’s gun met mate toe als de techniek nieuw voor je is. Zo val je niet in de eerder genoemde valkuilen.
Gebruik scènes, dialogen of voorwerpen die daadwerkelijk zeer belangrijk zijn voor het plotverloop of een plottwist in gang gaan zetten als eerste test met Chekhov’s gun.


Wil je weten of je het gewenste effect hebt bereikt met jouw Chekhov’s gun? Schakel mij in voor manuscriptredactie.