Het centraal conflict: de heldenreis van een verhaal

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict in een verhaal

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel. Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een interessant narratief conflict

Als je een interessant conflict wil schrijven, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis in een verhaal

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden. Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een goede heldenreis in een verhaal

Zodra je een conflict hebt bepaald, kan je de heldenreis in elkaar gaan zetten. Die heeft ook een aantal belangrijke voorwaarden:

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zélf aangaan;
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer);
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden;
* (betere) relaties aan kunnen gaan;
* uit een dal klimmen;
* inzichten krijgen;
* leren vergeven;
* zingeving vinden;
* zelfvertrouwen krijgen;
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid;
* nieuwe vaardigheden leren.
enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan-met-de-pet met een saaie kantoorbaan. De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is om te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.
Daarom zijn perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.

Schrijf je in jouw boek over een conflict, of toch meer over een probleem? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik help je het beste conflict voor je verhaal en je personage duidelijk te krijgen.

Foreshadowing: zo schrijf je een geheim dat je hele boek verklapt

Foreshadowing is het geven van een belangrijke hint over een grote onthulling. Alleen is die hint zo groot dat er van een verrassende onthulling weinig overblijft. De lezer zal dan eerder geïrriteerd zijn dan verrast. Hoe kun je hints geven zonder dat er foreshadowing ontstaat?

Voorkom foreshadowing: ken je eigen verhaal

Je moet precies weten hoe je verhaal in elkaar steekt voordat je hints kan geven. Weet welke details later in het verhaal belangrijk worden. Ga maar na: hoe moet tantes kandelaar ooit een aanwijzing naar een aankomende ruzie om de erfenis worden als jij als de schrijver niet eens weet dat de kandelaar:
* een hoge emotionele waarde heeft;
* het enige waardevolle erfstuk is in een staartarme familie;
* überhaupt bestaat?
Haal deze informatie uit je personagebiografie of je schrijfonderzoek.

Het is belangrijk om een aantal voorbeelden als deze te gebruiken. Niet één, want dat maakt de aanwijzing te vaag. (Tenzij je die ene hint gaat uitmelken, maar dan duw je de informatie alsnog door de strot van je lezer, als in een infodump.) Gebruik ze ook niet te veel, want dan wordt de onthulling voorspelbaar en niet langer indrukwekkend.

De standaardreactie na een foreshadowingontknoping…

Foreshadowing per genre

Sommige hints zijn bijna als vanzelf een cliché, omdat ze vaak gebruikt worden in een bepaald genre of verhaalthema.
Je hoofdpersonage zit vast op een onbewoond eiland. Hé, daar komt flessenpost aanspoelen!
Zou het iets bevatten dat het personage van totale mentale inzinking weet te behoeden? Goh, hoe verzin ik dat toch…
In een romantisch drama wordt in opa’s huis een oude weggestopte brief gevonden. Op zolder. Met een strikje eromheen. Weet je zeker dat opa nooit heeft getwijfeld of hij wel met oma moest trouwen?
Ik weet in ieder geval zeker dat we er nu achter komen dat oma niet opa’s enige liefde is geweest.

Daar is ie weer: de goeie ouwe verzegelde liefdesbrief. Wat zou er nu toch met het verhaal gebeuren…?

Als iets cliché aanvoelt, is er sprake van foreshadowing, niet van een goede hint. Het lastige van foreshadowing versus hints geven is dat je met iets logisch moet komen, anders gaat je lezer de hint niet snappen. Als de puzzel op het eind van je verhaal niet lijkt te passen of te ingewikkeld is, helpt dat ook niet. Daarom zijn clichés zo populair: ze helpen je lezer iets makkelijk te begrijpen. Maar als het gaat om spanningsopbouw, zijn ze alles behalve handig. Hints geven binnen een bepaald genre vraagt een vergelijkbare techniek als het gebruik van clichés en tropes. Je moet weten hoe, waarom en in welke mate je ze gebruikt en hoe je ze kan verbuigen. Lees daar hier alles over.

De belofte van spanning: uitstellen van de ontknoping

De gouden regel om foreshadowing te voorkomen is: wat je ook doet, geef de onthulling niet onmiddellijk nadat je de hint hebt gegeven. Een hint belooft bepaalde spanning: een geheim dat zich langzaam ontrafelt, een moord die geleidelijk wordt opgelost of een opbloeiende romance. Daar smult een lezer van, omdat dat een verháál belooft, geen simpel feit. Laten we Roodkapje als voorbeeld nemen.
Roodkapje komt de wolf tegen. Je hebt een verhaal als je het sprookje op de vertrouwde manier verder vertelt, inclusief spanningsopbouw.
Roodkapje kwam een wolf met gevaarlijke tanden tegen. Wat een engerd! Roodkapje holde verder, maar de wolf had haar binnen drie tellen opgeslokt. Dat klinkt niet als een verhaal dat eeuwen mee kan gaan, toch? Het is alles behalve spannend. Na de hint van de scherpe tanden wordt Roodkapje vrijwel meteen opgegeten.
Zelfs al zou de houthakker Roodkapje daarna onmiddelijk bevrijden, dan nog zal de opluchting niet groot zijn. Je hebt namelijk niet lang genoeg in spanning gezeten om ergens opgelucht over te kunnen zijn.

Als de wolf je meteen opeet, heb je niet de tijd om de tanden te bekijken die hem zo eng maken…

Stel de ontknoping dus uit. Afhankelijk van hoe groot de hint en de ontknoping moeten zijn, kan dat variëren van een aantal alinea’s tot complete delen van een boekenreeks.

The green mile: een hemels voorbeeld van een hint

In de film ‘The green mile´ is een briljant voorbeeld te vinden van zowel uitstellen van de ontknoping als een standaard trope in je voordeel gebruiken.
In het begin van de film zie je de hoogbejaarde Paul naar een oude film kijken. In die film dansen een man en vrouw op een lied met de tekst I´m in heaven. Paul is zo geraakt dat hij hard begint te huilen.
De trope waarvan hier wordt uitgegaan (en die de kijker dus aanneemt als logische verklaring) is dat Paul ooit met zijn overleden vrouw op dit liedje heeft gedanst en dat hij haar vreselijk mist. Pas op het einde van de film kom je erachter dat dat niet zo is.

Paul werkte als gevangenisbewaker en moest gevangenen executeren. John, een van de veroordeelden, bleek niet alleen onschuldig, maar ook een godswonder: hij kon ziektes genezen en gestorvenen terug tot leven wekken. Paul wist van zijn krachten en zijn onschuld, maar moest hem toch terechtstellen.
Als laatste verzoek voor zijn dood wil John nog een keer een film zien. Hij krijgt dezelfde film te zien als de kijker in het begin en is geraakt door die dansscène. Nu blijkt dat Paul in het begin niet huilde om een overleden geliefde, maar om het immense berouw dat hem plaagt omdat hij een wonder van God heeft gedood.

Dit is een prachtig voorbeeld van ‘een cliché omdraaien’: het is de tegenpool van wat je verwachtte van de trope:
* een gevangene en zijn cipier versus twee geliefden;
* een aankomende executie versus een belofte van een/ de hemel.

Omdat deze hint wordt uitgesteld, heeft de kijker de tijd gekregen om in de personages en het verhaal te investeren. Daardoor voel hij zich meer betrokken en komt deze ontknoping (heel!) hard aan. De kijker huilt net zo hard als de oude Paul bij het vooruitzicht dat John gaat sterven.

Verklapt jouw boek te veel? Manuscriptredactie kan je helpen om die vraag te beantwoorden. Ik ben daarvoor in te schakelen via mijn webshop.

Een plottwist schrijven: fantastisch of fataal

Een plottwist is een goed middel om het verhaal spannend te houden of om voor een spectaculair einde te zorgen. Als je het goed doet, schrijf je fantastisch. Doe je het verkeerd, dan stort je verhaal als een kaartenhuis in elkaar.

Wat is een plottwist?

Een plottwist is een verandering in het plot die een lezer niet aan ziet komen. De kernwoorden van een plottwist zijn: ‘plotseling’ en ‘onverwacht’. Als er plotseling (plot-seling 😉 ) iets gebeurt wat een lezer niet kan voorspellen, heb je een plottwist.

Waarom schrijf je een plottwist?

Een plottwist houdt de lezer scherp. Er gebeurt iets nieuws dat het verhaal interessant houdt en waardoor de lezer betrokken blijft. Het voorkomt soms dat een verhaal langdradig wordt. Hierom kun je een plottwist in het midden van het verhaal plaatsen. Aan het eind van een boek kan een plottwist dienen als een missend puzzelstukje met als boodschap: “Niets is wat het leek.” De geldschieter van het mooie meisje was niet de suikeroom, maar een heimelijke aanbidder, bijvoorbeeld.

Wat zijn de voorwaarden voor een plottwist?

Elke plottwist is anders, maar op een paar dingen moet je altijd letten:
* Geef hints.
* Zorg ervoor dat die hints te herleiden zijn.
* Schrijf gebeurtenissen die logisch zijn voor de personages en omstandigheden.

Hints in een plottwist

Als je een plottwist maakt, moet je vooraf hints geven. Zodat de twist, hoe onverwacht ook, wel logisch en te herleiden is. Als de buurman de vader van je hoofdpersonage blijkt te zijn, dan moet die buurman wel een paar keer in het verhaal terugkomen. Of, als je de buurman mysterieus wil houden, moet moeder vroeger er wel een paar keer stiekem tussenuit geknepen zijn om wie weet wat te gaan doen. Gezellig de slaapkamer van de buurman inspecteren, zo blijkt dan uiteindelijk.

Logische plottwists

Je plottwitst moet logisch zijn voor het personage of de omstandigheden, anders verwar je je lezer. Neem een streng gereformeerde huisvrouw. Ze heeft eerder conflicten over het geloof gehad met haar zoon en daardoor geen contact meer met hem. Als plottwist is het dan verstandig om dat conflict betreft religie centraal te stellen. Begin dan niet opeens over een dreigende kernoorlog.

Waar gaat het mis met een plottwist?

Dit gaat zoal mis bij het schrijven van een plottwist:
* Er is geen tijd besteed aan het opbouwen van het plot.
* De rol van de personages die in de twist voorkomen zijn niet duidelijk.
* De twist choqueert, maar helpt het verhaal niet verder.

De gouden regel bij plottwists: eerst investeren, dan omkeren

Zorg er bij een plottwist als allereerst voor dat je lezer geïnvesteerd heeft in het personage of het verhaal. Je kan pas iets verdraaien als de lezer weet wat er speelt en over wie het gaat. Pas als je lezer weet wat voor invloed iets heeft op het verhaal of de personages (investeren) kun je een plottwist inzetten (omkeren).

Vergelijk het met slecht nieuws: je leest in de krant het nieuws dat er een anonieme vrouw aan borstkanker is gestorven. Dat is triest, maar kanker overkomt meerdere mensen en je kent deze dame niet. Je hebt medelijden en gaat daarna verder met je leven. Maar als kanker een geliefde treft, komt dat veel harder aan, omdat je een relatie hebt opgebouwd met die persoon. Je moet je lezer een kans geven om een relatie met personages op te bouwen, wil je indruk maken met een plottwist.
Ook voor het verhaal en zijn omstandigheden is het belangrijk dat de lezer weet wat er speelt, wil hij beseffen wat voor invloed een verandering kan hebben. De zin: `Ieder gezin in deze straat moet vijfduizend euro aan de gemeente betalen´ is een crisis voor een achterstandswijk. Die mensen moeten alles op alles zetten om daarna nog te kunnen overleven. Inwoners van Bevery Hills bestellen gewoon een fles dure champagne minder, zonder verder echt verschil te merken.

Wie of wat brengt de plottwist op gang?

Datgene dat de plottwist op gang brengt, moet een bepaalde geloofwaardigheid hebben. Als je hoort: “We gaan met het vliegtuig op vakantie!” klinkt dat als de veelbelovende Turkse zon als je echtgenoot met twee vliegtickets wappert. Als je kleuter dat zegt nadat hij met krukjes een vliegtuig heeft nagebouwd en een teddybeer een pilotenpet heeft opgezet, krijg je Turkije voorlopig nog niet te zien.

Nee, lieverd, ik geloof ook niet dat jij die vliegtickets naar Turkije hebt geboekt…

Bedenk wie wat zegt. Is het een betrouwbaar iemand of de roddeltante van een boerendorp? Ga als een journalist te werk. Als dit personage zomaar wat lijkt te zeggen of te doen, gaat de plottwist niet werken. Dat geldt ook voor omstandigheden. Roep in Nederland dat er een tornado komt en iedereen raakt in paniek. Zeg dat in de centrale staten van de Verenigde Staten en de mensen lopen geroutineerd naar de schuilkelder. Kortom: een plottwist moet indrukwekkend en van gewicht zijn. En dat is in elke situatie anders.

Een plottwist is een puzzelstukje, geen schok

Laat het duidelijk zijn: plottwists werken niet als ze willekeurig worden ingezet. Je moet er naartoe werken en ze moeten logisch zijn. Als een plottwist uit de lucht komt vallen, snapt je lezer niets meer. Een plottwist moet een missend puzzelstukje zijn dat het verhaal een andere draai geeft.
Gebruik een plottwist daarom niet als middel om te choqueren. Als je een lezer wil laten schrikken, is het veiliger om (een geliefde van) je hoofdpersonage iets ergs te laten overkomen. Als je lezer is geïnvesteerd in je verhaal komt de schok goed over en blijft het verhaal stevig.

Zorg ervoor dat je plottwist als een puzzelstukje naadloos in de puzzel van je plot past.

Moet je een plottwist wel of niet inzetten?

Je kan een plottwist overwegen om de aandacht van je lezer vast te houden en het verhaal interessant te maken. Soms is dat echter niet nodig. Er is dus geen pasklaar antwoord op die vraag. Maar hoe dan ook: gebruik de plottwist met mate en werk hem goed uit. Dat is het verschil tussen een fantastisch of vreselijk verhaal.

Is jouw plottwist fantastisch of fataal? Schakel mij in voor manuscripredactie, dan kan ik je het verlossende antwoord geven.

Je doelgroep bepalen voor je boek: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zij?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?
* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Wil je eens sparren over voor wie je precies schrijft? Kijk eens in mijn webshop: daar staan diverse diensten die je kunnen helpen dat duidelijker te krijgen.

Proeflezers inschakelen voor je boek

Je schrijft een perfect boek, toch? Proeflezers zullen dat tegenspreken, maar juist als je hen inschakelt, kan je ervoor zorgen dat je boek inderdaad vrijwel perfect wordt.

Waarom heb je proeflezers nodig?

Als je schrijft, heb je altijd blinde vlekken: fouten of zwakke plekken die je zelf niet ziet. Dit kunnen grammaticale fouten zijn die je na eindeloze revisies niet meer ziet, maar ook darlings zijn voor schrijvers vaak onzichtbaar.
Daarnaast ga je er als schrijver vanuit dat lezers bepaalde verwijzingen, plotwendingen of motieven begrijpen. Een proeflezer kan nagaan of dat klopt en zeggen of je verhaal prettig leest.

Proeflezers om hulp vragen

Neem niet meer dan vijf proeflezers, anders verdrink je in veel verschillende visies en meningen.
De ideale proefpersoon:
* kan op grammatica en spelling controleren;
* behoort tot je doelgroep;
* weet hoe een goed boek in elkaar steekt: waarom werkt iets (niet)?
* is zakelijk: houdt geen kritiek voor zich om je gevoelens te sparen, maar maakt die kritiek ook niet persoonlijk.

Misschien ken je iemand die aan al deze criteria voldoet, maar je kan ook voor elk punt een ander persoon inschakelen. Alleen het laatste punt is essentieel voor iedere proeflezer.

Pas op met het kiezen van proeflezers!

Je kan niet zomaar iedereen je proeflezer maken. Daar is een aantal redenen voor.

* Vaak voldoet je partner, moeder of beste vriend niet aan dat laatste essentiële punt. Ze zeggen zelden dat je nog iets moet verbeteren en vinden alles aan je boek fantastisch. Omdat jij de auteur bent, hebben ze een roze bril op en/of zijn ze bang je te kwetsen. Als je geluk hebt, heb je naasten die dat niet doen. Je kunt de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen: Als deze persoon moet kiezen, gaat hij mijn gevoelens dan sparen/ mijn ego strelen of gaat hij of zij mij vooruit helpen?
* Als je een genre schrijft dat die persoon niet ligt, kan diegene niet volledig neutraal naar je tekst kijken. Het is prima om de proeflezer een uitstapje te laten maken naar een ander genre dan hij meestal leest; je kan een liefhebber van bouquet een futuristische utopie laten lezen. Maar als jij vervolgens een horror schrijft, kan het verhaal om verkeerde redenen worden afgekeurd. Iedereen heeft zo zijn bril die hij nooit volledig af kan zetten.

Proeflezers inschakelen: beter vroeg dan ooit

Schakel je proeflezers zo vroeg mogelijk in. Als je ‘ooit eens’ met proeflezers begint, moet je misschien je halve plot omgooien als je de opmerkingen van de proeflezers er nog in wilt verwerken. “Ik kan de motieven van je personage niet volgen,” wil je niet horen als je al op driekwart bent met schrijven, want zoiets als een motief moet niet verwarrend zijn. En als je dan al ver bent met je verhaal, moet je heel veel wijzigen aanbrengen om het uiteindelijk weer een kloppend geheel te maken.

Vragen voor je proeflezers

Als je bepaalde dingen wilt controleren, kun je bepaalde vragen meegeven die je bij elke nieuwe tekst die je laat proeflezen terug laat komen. Dit kunnen vragen zijn als:
* Is het verhaal nog interessant?
* Kun je de beweegredenen van de personages nog volgen?
* Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?

Proeflezers geven je een kwalitatief uitstekende checklist!

Pas op dat je deze lijst niet te lang maakt, want dan kan proeflezen als een zware opgave voelen. Zorg er ook voor dat je proeflezers zelf met vragen of opmerkingen kunnen komen. Dus vraag ook (zo niet als eerst!) “Heb je zelf iets opgemerkt?” of “Wat is je eerste indruk?”. Juist de dingen waar je niet (meteen) aan denkt, heb je het hardst nodig, want dat zijn jouw persoonlijke blinde vlekken. Een voordeel dat proeflezers naast feedback geven nog meer hebben, is dat ze je op dingen kunnen wijzen die je zelf niet ziet.

De hamvraag voor je proeflezers: Waarom?

Met welke vraag jij ook komt of wat je proeflezer ook aandraagt, de belangrijkste vervolgvraag is altijd: waarom?
Waarom kan de lezer zich nog steeds inleven? Waarom is de spanning verdwenen? Waarom irriteert dit personage opeens? Zorg ervoor dat je dat antwoord helder hebt, zodat je waar nodig kan aanpassen en ook weet hoe je dat effectief doet.

Feedback van de proeflezer meenemen

Onthoud bij zowel feedback ontvangen als verwerken: niemands mening is hier heilig. De jouwe niet, maar ook niet die van je proeflezers. Houd je niet koste wat kost vast aan je eigen ideeën, want uiteindelijk moet je verhaal bij (proef)lezers die je boek gaan kopen in de smaak vallen. Als je vaak te horen krijgt dat iets niet fijn leest, moet je aanpassingen durven maken.
Maar waak er ook voor dat je jouw verhaal in handen legt van je proeflezers: ga ze niet onnodig en eindeloos lopen plezieren. Zij blijven een handvol individuen en jij blijft de schrijver.
Als je van een proeflezer te horen krijgt dat hij Fatima liever ziet eindigen met Hakkim dan met Abdul, kun je dat veranderen. Maar dat kan gevolgen hebben, want:
* andere lezers zien Fatima en Abdul misschien wèl als het ideale stel;
* plotwendingen hebben dan misschien geen bestaansrecht meer of verliezen hun kracht;
* het kan je thema of moraal schaden. Het maakt een groot verschil of Fatima eindigt met de maffiabaas Abdul of de bankdirecteur Hakkim.

Zowel jij als je proeflezer moet niet te veel worden verwend.

Zeker als aanpassingen maken betekent dat je je verhaalthema of moraal moet veranderen, moet je je goed afvragen of je proeflezer niet teveel in de watten legt. Je kiest je verhaalthema en moraal niet zomaar. Als je proeflezer dat liever anders ziet, dan moet hij voor zijn favoriete thema maar een ander boek gaan lezen. Let dus goed op de balans van aanpassen en behouden als je proeflezers inschakelt.

Op zoek naar een professionele proeflezer en manuscripredactrice? Schakel mij dan in via mijn webshop.

Kill your darlings: schrap wat je lief is

Kill your darlings: het schrappen van scènes, personages of verhaalelementen waar je trots op bent. Waarom zou je en hoe moet je dat doen?

Wat is kill your darlings?

Je schrijft wat er in je opkomt en later ga je schrappen. Na het wissen van onnodige opvullingen heb je soms nog steeds te veel tekst. Dan komt kill your darlings om de hoek kijken. Je zal zinnen, scènes of misschien zelfs complete personages of hoofdstukken waar je trots op bent, of waarvan je dacht dat ze goud waard waren, moeten weglaten .

Wat zijn jouw darlings?

Je vindt je darling door jezelf de volgende vragen te stellen:
* is er een personage/ scène enzovoorts waarvan ik mezelf ‘fan’ kan noemen?
* over welk personage of welke scène zou ik trots vertellen als iemand vraagt naar (de voortgang van) het verhaal?
Het antwoord op deze vragen is je darling. Je kunt ook bedenken: ‘kill your darling’ als term suggereert moord. Als het bijna als moord voelt als je een geliefd schrijfsel schrapt, heb je ook een darling te pakken.

Wat maakt je darling zo dierbaar?

‘Een schrijver schrijft wat hij kent‘, hoor je weleens. Je personages leven bijvoorbeeld in dezelfde omstandigheden als jij, of representeren iets wat jij belangrijk vindt, of waar je van houdt. Voorbeelden:
* Jouw personage is net als jij opgegroeid op het heerlijk rustige platteland: ‘Wie wil er nou in de lawaaiige stad wonen? Mijn personage gaat niet verhuizen!’
* ‘Nee, de oude dame is mijn lieve oma op papier. Zij blijft hoe dan ook in het verhaal, anders verraad ik mijn grootje!’

Jij ziet hier je lieve oma en hecht daar veel emotionele waarde aan. Je lezer ziet slechts een vriendelijke oude dame. Besef dat ook jij een bril ophebt als je schrijft.

Kijk kritisch naar wat jouw darling representeert en in hoeverre je eigen bril meespeelt. Je darling is je darling omdat die iets weerspiegelt wat jij graag leest of ziet. Dat mag natuurlijk, maar let erop dat je een darling niet koste wat kost behoudt. Als je het hele verhaal omgooit om je darling te behouden en het verhaal als geheel uit het oog verliest, gaat er iets mis.

Waak voor de preekstoel met je darling

Soms is je darling een ideaal of een moraal dat je wilt uitdragen. Dat kan zelfs de reden zijn dat je het verhaal schrijft. Je darling helemaal verwijderen is dan niet de bedoeling, maar let er wel op dat je niet gaat drammen met je standpunt. Geef de lezer jouw visie mee, maar overtuig met goede argumenten, niet door je moraal (lees: je darling) continu door de lezer zijn strot te duwen.

Waarom zou je jouw darling wissen?

Het is een zure appel waar je doorheen moet bijten, maar soms moet je (delen van) je darling schrappen. Die kan namelijk totaal onbelangrijk zijn voor het verhaal of bij een deel van een scène voor vertraging zorgen. Soms kan hij zelfs verwarring zaaien. Nogmaals: kijk kritisch naar je darling. Blijkt het geen pareltje, maar inderdaad een (nutteloze) darling, dan is de vraag: ‘Waarom zou ik mijn darling wissen?’ niet langer retorisch, maar heb je er een duidelijk antwoord op.

De noodzaak van je darling

De noodzaak van je darling bepalen is erg belangrijk. Ga eerst na waarom je darling überhaupt in het verhaal is:
* voor een themaverduidelijking?
* om spanning op te wekken?
* om een plottwist in gang te zetten?
* om verdieping in een scène te geven?
enz. enz.

Stel: een schattig meisje vertolkt het thema onschuld. Dat is een makkelijke trope, dus dat kun je in je voordeel gebruiken. Maak als blijkt dat ze je darling is, moet je een beetje aan haar schaven. Vraag jezelf dan af:

* Hoe kan ik het’ darling-gehalte’ verminderen?
Soms gebruik je metaforen die er (onbewust) duimendik bovenop liggen. Als je die uit je tekst haalt, vermijd je niet alleen mogelijke clichés, maar zal jouw darling (gelukkig!) ook een passend personage in je verhaal worden, in plaats van een geforceerde moraalridder. Als jouw darling der onschuld altijd kanten roze jurkjes aanheeft, haal die dan uit haar klerenkast.
* Kan ik de moraal van mijn darling verspreiden over andere scènes, omstandigheden of personages?
Als je het aan je darling overlaat om helemaal in haar eentje een moraal uit te dragen, dunt dat andere personages, scènes et cetera uit. Als je dat verspreidt, komt de boodschap sterker over én verdunnen andere elementen niet.
Je kan het thema onschuld volledig aan ons poppenmeisje overlaten. Laat de moeders op het schoolplein haar elke dag overladen met complimentjes over haar kanten roze jurkje. Alle spots staan en blijven zo op haar.
Of schrijf hoe haar vader vertederd toekijkt hoe ze zandtaartjes maakt in de zandbak met haar jongere zusje. Dan gaat het nog steeds over onschuld, maar het verplaatsen van de invalshoek doet wonderen in hoe het verhaalthema overkomt.

Inschakelen van proeflezers — remedie voor je blinde vlek

Proeflezers zijn onmisbaar voor het kill your darlingsproces. De kans is groot dat jouw darling niet hun darling is. Een proeflezer kan dus zeggen: ‘Dit lijkt geweldig, maar het komt niet goed over.’ Onthoud: Het zijn proeflezers. Uiteindelijk gaan ‘echte’ lezers je boek maken of kraken, dus als proeflezers feedback geven, moet je daar serieus naar kijken. Ga niet vanwege één mening alles aanpassen -smaken verschillen immers- maar als je van meerdere proeflezers hetzelfde te horen krijgt, doe je iets verkeerd.

Je proeflezer of een vreemde lezer? Je moet ze in ieder geval allebei even serieus nemen.

Een goede darling

Soms heb je met je darling inderdaad goud in handen! Zodra je proeflezers zeggen dat zij je darling prima vinden of zelfs ook lid willen worden van de kanten-roze-jurkjes-fanclub, ga dan als laatste controle nog na:
* Moet ik het totale woordenaantal of het aantal scènes die mijn darling betreft inkorten?
* Is de plaats in het verhaal goed, of komt mijn darling elders nog beter tot haar recht?

Vind je moorden van je personages nog te spannend? Ik kan je ermee helpen. Schakel me in voor manuscriptredactie.

Sexy Lamp: een knappe vrouw als prijs

Een sexy lamp is geen goed idee om te schrijven. Het is namelijk een vrouw, geen aantrekkelijk object dat licht geeft. Ze is zo oppervlakkig als maar kan. Hoe schrijf je haar, of beter gezegd: hoe schrijf je haar niet?

Wat is een sexy lamp?

Een sexy lamp is een vrouwelijk personage dat sexy is en dat moet zijn. Niets meer, niets minder. Een lamp staat als voorwerp ook alleen maar te staan. Een lamp vindt niets, denkt niet, is vervangbaar…
Als de vrouw niet meer doet dan een lamp met de beste wil van de wereld kan doen, is ze een sexy lamp.

Voor je beeldvorming: dit is de sexy lamp waaruit de term ontstaan is: een lampstandaard met het uiterlijk van een vrouwenbeen in een hoge hak met een netkous.

Bot gezegd: een sexy lamp windt de man op of wakkert zijn fantasieën aan, maar is verder nergens goed voor.

Sexy lamp in de praktijk

Wat is een sexy lamp in de praktijk? Een voorbeeld:
“Koene ridder, ga de draak doden. Slaag je, dan mag je met de mooie prinses trouwen.”
De ridder werpt een blik op de prinses en ziet zichzelf al nachtelijke avonturen met haar beleven. Daar wil hij zijn leven wel voor wagen. Maar wat weet hij (of zelfs de lezer van zo’n sprookje) verder van de prinses? Niets. Wat zegt of doet ze verder? Niets. Ze is er alleen maar, puur omdat ze sexy is.

Als je de ridder de sexy lamp met de netkous had gegeven, dan was het ook goed geweest. (Zeker in de Middeleeuwen… Bijlo, een ontbloot been van een vrouwspersoon! Nimmer aanschouwde ik eerder iets zó erotisch…)
Zonder geintjes, uiteindelijk komt het wel daarop neer. Een vrouw die een sexy lamp is, is er alleen als (seksuele) beloning, want ze voegt niets anders aan het verhaal toe. In de meest extreme gevallen zegt de sexy lamp helemaal niets, zoals de Middeleeuwse prinses die in de laatste scène nog even snel de ridder kust. Maar het kan ook iets subtieler. Met de nadruk op iets. Want zodra je weet wat een sexy lamp is, zal je haar makkelijk herkennen.

Sexy lamp test

Wil je testen of een personage een sexy lamp is? Hier zijn wat kenmerken.
Een sexy lamp is altijd:
* seksueel aantrekkelijk;
* de beloning voor de man;
* als persoon eendimensionaal, zo niet nuldimensionaal.

Een sexy lamp zal nooit:

* in het verhaal te vinden zijn buiten de context van: ‘de beloning voor de man’;
* als persoon iets extra’s aan het verhaal toevoegen (spanning, een subplot, enzovoorts);
* een leven hebben (denk eraan: ze had evengoed levenloos kunnen zijn);
* met ideeën komen die het plotverloop veranderen.

MacGuffin en sexy post-it

Soms komt een sexy lamp wel met een plotveranderend idee:
“Ridder, de draak woont in een grot hier rechtsaf,” zegt de prinses.
Dat verandert het plot, want anders vindt de ridder de draak niet. Maar als de prinses vervolgens alsnog als niets minder dan een wandelende vagina wordt gezien, dan blijft ze een sexy lamp. Volgens de algemeen gebruikte term is ze dan een sexy lamp met een post-it briefje. Ze heeft de benodigde aanwijzing dan als een figuurlijke post-it op haar hoofd (Hier rechtsaf!) maar dan is ze hoogstens gepromoveerd van sexy lamp naar sexy wegwijzer. Nog steeds is ze evenveel waard als een levenloos object. Als een voorwerp dezelfde functie heeft als een sexy post-it, dan heet dit in de schrijverswereld een MacGuffin.

Waarom is de sexy lamp in het verhaal?

Hou jezelf niet voor de gek: in een scenario met een sexy lamp gaat het om niets meer of minder dan de beloning van de held. Niet dat het dorp wordt gered van een draak, of dat de prinses wordt gered. Het gaat zelfs niet om de heldenreis van de ridder. Daar lijkt het misschien op, maar als dat het belangrijkste was, dan was hij mensen tegengekomen die hem persoonlijk lieten groeien. Niet alleen mensen aan wie hij zijn spierballen kan laten zien.

Wat zegt een sexy lamp over de held?

Dat hij helemaal niet zo heldhaftig is als hij in eerste instantie lijkt. En dat seks zijn motivatie is. Ja, dat is kortzichtig en nuldementionaal. Net als de sexy lamp.

Sexy lamp: simpeler schrijven kan niet

Schrijf je een sexy lamp en met alles wat daarbij komt kijken, dan schrijf je:
* zonder personagebiografie;
* met een Mary Sue;
* een storend cliché;
* zonder afweging van hoe je personages overkomen;
* lui, want je hoeft geen schrijfonderzoek te doen.

Reden om een sexy lamp te schrijven

Als het om publiceren gaat, is er geen reden om over een sexy lamp te schrijven. Vrijwel iedereen vindt het storend of flinterdun. Toch is het nuttig om een keer te doen. Kijk eens wat voor schrijftechnieken je al beheerst als je je verstand op nul kan zetten en gewoon maar wat gaat tikken. Bij een sexy lamp hoef je geen rekening te houden met een diepgaand plot of personages. Als je schrijft over onze sexy lamp ridder en je denkt verder niet teveel na, heb je dan een verhaal:
* met show don’t tell?
* zonder infodump?
* zonder te veel bloemig taalgebruik?
* waarvan je kan oordelen wat je kan schrappen en wat je moet laten staan?
* met logische alinea- en hoofdstukindelingen?
* met goede spelling en grammatica?

Enzovoorts.

Bechdel test en Mako Mori test

Er zijn nog twee testen die ook testen op sexy lamp elementen, maar daarin nog wat dieper gaan:
* Bechdel test: praten de vrouwen over iets anders dan een man (uit zichzelf of als vrouwen onderling?)
* Mako Mori test: de vrouw moet een eigen verhaallijn hebben en die verhaallijn mag niet dienen als een hulpmiddel voor de verhaallijn van de man.

Ik hou niet van sexy lamps. Als je wil dat ze genadeloos worden opgespoord en uit je boek worden geschrapt, schakel me dan in voor manuscriptredactie.

Expositie: hoe maak je informatie bekend in je boek?

Expositie is de manier waarop je informatie uitlegt of gebeurtenissen onthult aan je lezer. Doe je dat goed, dan loopt je verhaal met een sneltreinvaart. Doe je het fout, dan gaat het faliekant mis.

Kenmerken van een slechte expositie

Als jouw personages alles uit hun wereld verklaren zodat de lezer weet hoe die in elkaar steekt, is er sprake van slechte expositie. Of als hij weet: over drie tellen komt er een onthulling waarvan de uitkomst voorspelbaar en saai gaat zijn. Kortom: slechte expositie is zo’n moment waarop de lezer denkt: moet ik daar nou echt op déze manier achter komen?
Je vindt een roman met een uniek en super interessant onderwerp en verheugt je op een geweldig verhaal. Het enige wat je krijgt is personages in de beloofde wereld die niets anders doen dan zeggen in wat voor wereld ze leven. Wat een domper, waar is het verhaal gebleven?

Iets vertellen of een verhaal lezen?

Let eens op het verschil tussen deze voorbeelden. In het eerste wordt het verhaal voorgekauwd, bij het tweede krijg je als lezer de kans om een verhaal ook echt te beleven.

Ik heb het vermoeden dat er iets mis is met de buurman, ik heb hem al zo lang niet meer gezien,” zei Mariska tegen Annabelle.

Na die laatste groet liep de lijkbleke buurman zijn huis weer in. Een week later hadden de kranten in de brievenbus van de buurman zich opgestapeld en had Mariska hem nog steeds niet gezien.
Wat is spannender? Dat laatste natuurlijk.

Expositie versus infodump

Zie je in het eerste voorbeeld overeenkomsten met een infodump? Slechte expositie en infodump lijken op elkaar, want ze vertellen allebei iets dat onnodige of te veel informatie betreft. Het verschil is dat infodump over feiten van het verhaal gaat en expositie over gebeurtenissen in het verhaal.

Expositie: personage op de preekstoel

Bij slechte expositie vertelt je personage wat er gaande is. Show don’t tell wordt zelden zo letterlijk. Hou eens op met praten, personage! Ik ben hier niet om een preek aan te horen, ik wil een verhaal lezen. Practice what you preach!
Dat praten is niet storend omdat het personage praat, het is vervelend omdat een personage ergens over praat: “Ik las gisteren in de krant over de vliegtuigcrash” versus: Frans zette de televisie en zag een reportage over een vreselijke explosie, die van een vliegtuigcrash afkomstig leek te zijn.

Dit soort preek is de enige die interessant kan zijn. Tenzij je personage een geestelijke is, hoeft hij er dus geen te houden.

Slechte expositie is als je saaiste geschiedenisleraar

Als slechte expositie de boventoon van je boek voert, is het net je saaiste geschiedenisleraar: “Oké. Mensen, Tweede Wereldoorlog. 10 mei 1940. Duitsland valt Nederland binnen. 6 juni 1944, D-day. 5 mei 1945. Nederland wordt bevrijd. 9 augustus 1945. Amerika bombardeert Nagasaki, wat het einde van de oorlog inluidde.” Oké. Zal wel. Als jij het zegt.
‘Als jij het zegt,’ zijn hier de toverwoorden. De geschiedkundige feiten kloppen allemaal. Maar als de leraar zegt het, moet jij het maar geloven. Prikkelt deze informatie je verbeelding? Niet echt. Ik zou er niks van onthouden. Deze informatie is slaapverwekkend droog en laat vragen als deze onbeantwoord:
* Hoe werd Nederland binnengevallen en weer bevrijd?
* Wat hield D-day in?
* Er zijn talloze steden gebombardeerd tijdens de oorlog. Waarom eindigde de oorlog dan met de bom van Nagasaki?

Uit de verhalende hand: de beste geschiedenisleraar

Dan is er de geschiedenisleraar die zijn vak verstaat:
“Stel je voor dat je met een parachute uit een vliegtuig in zee wordt gedropt. Op je rug heb je kilo’s aan wapenuitrusting. Als je op het strand aankomt, vallen je makkers dood naast je neer omdat de vijand de verrassingsaanval heeft opgemerkt. Jij kan ook elk moment sterven. Dat was de realiteit van een geallieerde soldaat tijdens D-Day.”
En deze geschiedenisleraar was er zelf niet eens bij! Zie je wat voor een kans je laat liggen als je een personage over zijn leefwereld laat vertellen als de opdreunende docent? Iemand die erbij is, beleeft de actie uit de eerste hand en dat heeft in een verhaal meerwaarde.

Expositie door voorwerpen

Voorwerpen kunnen zowel een handig als een clichématig middel voor expositie zijn. Houd als vuistregel aan: Hoe meer (emotionele) waarde het voorwerp heeft, hoe dramatischer en geforceerder de expositie overkomt.
Als iemand een trouwring heeft, is diegene bezet. Dat kan een handige, korte omweg zijn om informatie te geven, maar ook aanzet voor enorme drama.
Als Karin haar goede vriend Job tien jaar na de middelbare school terugziet, kan ze denken: Wat leuk, hij is getrouwd en daarna gezellig met haar oude vriend gaan kletsen. Maar ze kan ook diezelfde avond huilend in slaap vallen omdat ze in haar romantische hart nog altijd stiekeme hoop koesterde.

Als het over expositie gaat, heeft ‘waarde van een voorwerp’ vele gezichten: de prijs in euro’s, de emotionele waarde, of het belang van het voorwerp in het verhaal. Ook hier kun je een vuistregel aanhouden: hoe vaker een voorwerp voorkomt in het verhaal, hoe groter zijn waarde is.

Expositietrope: de brief

De brief is een bekende trope van voorwerpexpositie: er wordt een brief overhandigd met de eindresultaten van een forensisch onderzoek. Nu ontmaskert de lezer de moordenaar. Een document met de resultaten van een dna-test zegt dadelijk dat Harold toch niet de vader was.

Tot slot is er nog de verloren gegane liefdesbrief waaruit zal blijken dat Nezire toch voor Hassan had moeten kiezen. Hij is altijd van haar blijven houden! Dat ondertussen allang versleten strikje om die vergeelde brief schreeuwt: ER KOMT EEN ONVERWACHTE ONTHULLING AAN! (Je weet toch wel dat subtiliteit een voorwaarde is voor iets onverwachts, lief strikje?)

Een envelop waar zoveel liefde en aandacht aan is besteed, bevat geen boodschappenlijstje, maar een belangrijke onthulling.

Niet zo onverwacht meer dus… Als het zicht van het voorwerp alleen al denkbeeldig tromgeroffel aanwakkert, doe je iets niet helemaal goed. Tenzij je de trope creatief weet te verbuigen. Het lijkt een liefdesbrief, maar het is een vermomde bombrief!

Expositie herkennen door veel lezen

Zoals zoveel aspecten van het schrijven is expositie een kwestie van oefenen en uitproberen. Maar als je veel leest, zal je makkelijker structuren kunnen ontdekken. Succes!

Heb je een strenge blik van een ander nodig om dit soort slechte expositie te herkennen? Dan heb je aan mij een goede, ook als het met een zachtere aanpak mag 😉 Kijk in mijn webshop voor mijn tarieven.

Schrijven is schrappen, en zo doe je dat

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen in een personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je te veel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potterserie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je over toeval?

Toeval bestaat niet. Dat hoor je vaak. Als schrijver gebruik je toevalligheden wanneer je wilt, als god van je gecreëerde wereld. Totdat realisme om de hoek komt kijken. Lezers haken af als alles moeiteloos gebeurt of jij de omstandigheden een handje blijft helpen. Dat pikken ze alleen bij Guus Geluk uit de Donald Duck strips. Toch zal je toeval nooit helemaal kunnen omzeilen. Hoe vind je de balans?

Een uitleg van het butterfly-effect

Het butterfly-effect is het verschijnsel dat iets bijna onmerkbaars gigantische gevolgen kan hebben; de vleugelslag van een vlinder veroorzaakt uiteindelijk een orkaan. Het is een rijtje van waardoor…waardoor… waarbij elke actie steeds een groter effect heeft. Uiteindelijk komt het neer op een reeks aan toevalligheden.
Een voorbeeld van een verhaal met een butterfly-effect:
Als Dirk zijn telefoon naast het bed had opgeladen, had zijn moeder nog geleefd. Hoezo? Ze belde midden in de nacht naar Dirk omdat ze zich niet goed voelde. Een paar minuten later, vlak voor ze 112 wilde bellen, stortte ze in. Omdat Dirks telefoon in zijn woonkamer lag, hoorde hij de eerste oproep niet, waardoor zijn moeder overleed omdat er geen hulp arriveerde. Het butterfly-effect heeft meestal meer ‘tussenstations’, maar een bijna onmerkbaar gegeven aan het begin heeft opvallend grote of opmerkelijke gevolgen.

Toeval in het echte leven

Mijn grootste persoonlijke ervaring met toeval:
Toen mijn broer in Japan studeerde ging ik hem opzoeken. Ik was in Osaka, in een restaurant waar men hoge pannenkoeken serveerde, maar waar je geen mes bij kreeg. Opeens hoorde ik vanaf het tafeltje naast mij iemand mompelen: “Hoe snij je zo’n ding?”
Ik draaide me om, verrast om Nederlands te horen. Ik legde het de vrouw naast me uit. Zij bleek ook een broer te hebben die in Japan studeerde.
“Toevallig! Welke studie doet hij?” vroeg ik.
Dezelfde als mijn broer, zo bleek.
“Aan welke school?”
Dezelfde waaraan mijn broer studeerde. Onze broers bleken zelfs klasgenoten te zijn. Ga eens na: een ander moment, een ander tafeltje in een restaurant van een stad met 2.5 miljoen inwoners of de zus die niet hardop mompelde en dit gesprek had niet plaatsgevonden. Vier jaar later verbazen mijn broer en ik er ons nog steeds over.

In deze stad zaten Zus en ik zomaar naast elkaar in een restaurant…

Toeval of het butterfly-effect zijn niet per se onrealistisch. Ze zijn echter wel onwaarschijnlijk. Neem als vuistregel: als je na een aantal maanden je het voorval nog steeds zou herinneren, dan heeft het een hoog toevalligheidsgehalte.

Als je meer dan eens een hoge toevalligheidsfactor gebruikt in een verhaal, zal het ongeloofwaardig worden. Kleine toevalligheden als: “Ik wilde jòu net bellen!” kun je vaker gebruiken. Ze gebeuren vaker en daardoor onthoud je ze minder makkelijk. Maar gebruik ze maar af en toe, anders komt Guus Geluk weer aanzetten. Kleine toevalstreffers kunnen zich opstapelen tot één groot, ongeloofwaardig toeval.

Toeval en realisme combineren in een verhaal

Als je schrijft over een groot toeval moet je het doel en de noodzaak ervan goed begrijpen. Stel dat het in mijn verhaal de bedoeling was dat ik een andere Nederlander in Japan zou tegenkomen (ongeacht welke landgenoot) om de eerste cultuurschok te verminderen. Dan is dat hele universiteitsverhaal niet nodig, omdat het de toevalfactor onnodig verhoogt. Bovendien kan dat toeval afleiden van de rode draad. Als Zus en ik dan over onze broers zouden praten, verzandt het thema cultuurschok in irrelevante details, waardoor het verhaal vaart verliest.
Soms moet je bepaalde details wél vertellen om het plot op gang te houden, of om een toeval te verklaren. Maar soms zitten er gewoon twee Nederlanders in hetzelfde restaurant in Osaka en moet je er niet te veel achter zoeken. (Hoe gebeurt er anders überhaupt nog iets dat belangrijk is voor het verhaal?)
Kijk naar jouw doel van het toeval en wat je daarmee wil bereiken. Misschien doet een toeval het verhaal eerder slecht dan goed.

Moet je iets toevalligs schrijven?

In mijn voorbeeld gebeurde er na die avond niets speciaals meer. Ik ontmoette Zus of haar broer niet meer, waardoor (vul hier een mogelijk plotvervolg in) niet gebeurde. In een boek zou dat een anticlimax zijn: met zó veel toevalligheden schep je een bepaalde verwachting.
Als ik specifiek die broer moest ontmoeten, dan heeft het meerwaarde als het verhaalthema romantiek is. Het zwijmelgehalte stijgt er enorm van als die broer en ik een stelletje zouden worden. Moesten wij uiteindelijk collega’s worden, dan is dat toeval onnodige opvulling en had mijn broer ons simpelweg aan elkaar kunnen voorstellen, of we hadden elkaar op LinkedIn kunnen vinden.

Als dit gebeurt, moet je wèl een en ander uitleggen…. (Guus Geluk © Disney)

Vraag je daarom af: laat ik het aan het (absurde) toeval over, of laat ik alles wat normaler gebeuren? Het antwoord ligt vaak in de plaats van je verhaallijn.

Een goede plaats voor toeval in het plot

Een verhaal heeft een conflict nodig en moet daarom ergens vastlopen.
Een detective kan niet binnen twee dagen een moordzaak oplossen. Maar hij zou zijn vak niet verstaan als hij vergeet om getuigen te ondervragen. Als hij alle logische stappen al gevolgd heeft en er nog niet uitkomt, is toeval handig. Hij hoort iemand iets zeggen op straat en daar is zijn laatste puzzelstukje. Toeval is misschien een cliché-achtige oplossing, maar dat heeft een reden. Gebruik het wel verstandig; verkeerde timing van toeval kan gevolgen hebben voor:
* Logische opbouw van het verhaal;
* Geloofwaardigheid van het centrale conflict;
* Hoe realistisch je personages overkomen.

Gebruik toeval in je voordeel. Schrijf het alleen zo dat het er niet duimendik bovenop ligt. Tenzij toeval het thema van je verhaal is. Ga er maar mee spelen. Hou in de gaten dat toeval vatbaar is voor clichés.

Wanneer schrijf je iets toevalligs?

Een checklistje voor het gebruik van toeval:
* Is het toeval nodig voor het verhaalverloop? Heeft het een hoger doel?
* Is de toevalligheidsfactor niet te hoog? Kan – of moet!- het minder voor het gewenste effect?
* Bevindt het toeval zich op de juiste plaats in de vehaallijn?

 Zo kom je er uit wat er (toevallig) in je verhaal gebeurt!

“Is wat ik heb geschreven té toevallig?” Ik wijs je erop als je mij inschakelt voor manuscriptredactie. Kijk in mijn webshop voor de tarieven.