Vijf nadelen van een Deus Ex Machina

Als er een probleem is, moet er een oplossing komen. Deus ex machina is zo’n oplossing. Hij wordt vaak gebruikt, maar is een van de meest luie schrijftechnieken die er zijn. Wat ontneem je een verhaal met een Deus ex machina?

1. Je oplossing is niet realistisch

Een Deus ex machina is een moment waarop de oplossing van een probleem uit de lucht lijkt te vallen. Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. Wat de Deus ex machina ook is, de algemene indruk is dat God zich persoonlijk met de personages bemoeit. Als je rationeel en logisch zou nadenken, zou deze oplossing niet in je opkomen. Een bekend voorbeeld van een Deus ex machina: je personage staat met zijn rug tegen de muur gedrukt, in een hoek gedreven door een moordenaar die over een tel gaat schieten. Maar dan wordt de moordenaar plotseling door iemand anders neergeschoten. Iemand die twee tellen geleden beslist nog niet in dezelfde kamer stond. 

2. Je oplossing is cliché

Begin je al met je ogen te rollen bij het voorbeeld hierboven? Precies, Deus ex machina is een cliché. De exacte invulling van een Deus kan misschien origineel zijn, maar de uitwerking blijft hetzelfde: de oplossing komt uit de lucht vallen. En dat gegeven is al zo vaak als oplossing gebruikt dat je te maken hebt met een cliché. 

3. De schrijver is zichtbaar

Er wordt wel eens gezegd dat een schrijver een god is van zijn eigen geschapen wereld. Dat is ook zo: jij hebt als schrijver alles over je verhaal en het verloop ervan in de hand. Dat is niet erg, behalve als een lezer dat in de gaten krijgt. Als jij je als schrijver krachten toebedeelt die niet voor normale stervelingen zijn weggelegd, gaat de lezer dat merken: “Dit is zo vreselijk onwaarschijnlijk, dit zou nooit gebeuren. Dit is gewoon de schrijver die het plot vooruit drijft…”. Zo haal je de lezer uit het verhaal en zal hij niet meer verder willen lezen. 

4. Je held verliest zijn spierballen

Je schrijft over een topsporter die naar de Olympische Spelen gaat. Hij staat in de finale, tegenover zijn laatste tegenstander. Maar dan krijgt de tegenstander plotseling een hartaanval en overlijdt hij. Er zit nu niets anders op dan de held de Olympische titel te geven. Maar heeft hij die titel wel echt verdiend? Hij had moeten bewijzen de beste te zijn door een tegenstander te verslaan. Dat heeft hij niet kunnen doen. Kun je jezelf met recht de beste noemen als dat per toeval zo uitkomt? Natuurlijk, de held heeft echt wel iets voor elkaar gekregen: hij heeft de top van de Olympische Spelen gehaald. Maar zijn kampioenschap zou een mooier randje hebben gekregen als hij de titel eerlijk had verdiend in de wedstrijd. Met een Deus worden de prestaties van je held een stuk minder indrukwekkend.

5. Hard werk blijft onbeloond

Deus ex machina kan aanvoelen als een anticlimax, of de lezer kan zich bedrogen voelen. Hij is met de held mee gaan leven en kent hem als een goede vriend. Het is daarom veel bevredigender om te lezen hoe het harde werk van je personage vruchten afwerpt dan dat er zomaar iets lukt. Zo kan je lezer voor je personage juichen. Bedenk dat een lezer hoopt dat een personage wordt beloond voor zijn inzet, niet dat hij simpelweg een goede afloop krijgt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heeft jouw boek een Deus ex machina verstopt zitten? Ik kan het controleren: kijk eens in mijn webshop.

Je boek uitgeven bij een uitgever

Als je je boek wil uitgeven kun je zelfstandig uitgeven of je kan bij een grote uitgever terecht. Het is allebei een aparte manier van werken, met bijbehorende voor-en nadelen.
Welke manier van uitgeven past het beste bij jou? In deze blogpost: de gang van zaken bij een reguliere uitgeverij.

Traditioneel uitgeven bij een uitgeverij

Als je ervan droomt om schrijver te worden, is de kans groot dat je het proces van uitgeven voor je ziet zoals dat gaat bij een traditionele uitgeverij. Je stuurt je manuscript in dat geaccepteerd wordt en de uitgever zorgt ervoor dat je boek in de boekhandel komt te liggen. Dat is de het gedroomde pad, maar zo eenvoudig is het niet. Er komt veel meer bij kijken.

Je manuscript opsturen is op veel dingen letten en veel afwachten…

Je manuscript aanleveren bij een uitgever

Het lijkt een open deur intrappen, maar er zijn veel aspirant schrijvers die het vergeten: hun manuscript goed aanleveren bij de uitgever. Meestal heeft de uitgever de richtlijnen daarvoor wel op de website staan, maar in ieder geval moet je ervoor zorgen dat je regelafstand 1.5 aanhoudt. Zo kan een redacteur je manuscript uitprinten en tussen de regels aantekeningen maken met een pen. Meestal vraagt de uitgever ook om een synopsis mee te sturen. In het begeleidend schrijven van je mail kun je een samenvatting van een paar regels meesturen en jezelf kort voorstellen. Om teleurstelling te voorkomen, moet je eerst goed uitknobbelen of je manuscript past bij het fond van de uitgever.

Wachten op antwoord: de slush pile

Na het opsturen van je manuscript volgt de slush pile. Dat is verreweg het moeilijkste van het uitgeefproces bij een reguliere uitgever: je komt er namelijk lastig doorheen. De slush pile is het postvak in van een uitgever. En die zit altijd boordevol. Daarom moet je op twee dingen rekenen:
* Je krijgt niet altijd (persoonlijk) antwoord als je manuscript wordt afgewezen: er is simpelweg te veel aanwas om iedereen een bericht te sturen;
* Als je al antwoord krijgt, duurt dat maanden: ga uit van ongeveer een half jaar.

Dat wachten is vervelend: op een bepaald moment weet je niet of de uitgever op het punt staat contact met je op te nemen met goed nieuws, of dat je bent afgewezen. Dat is je eerste proef.

Aan de slag met de redacteur

Als je goed nieuws hebt gekregen, is het nog steeds niet zover. Je uitgever zal met je om de tafel willen gaan zitten, omdat niet alles is geschreven zoals de uitgever het graag ziet. Omdat de uitgever aan jouw boek moet gaan verdienen, kan het zijn dat bepaalde plottwists, personages andere zaken niet optimaal verkoopbaar lijken voor de uitgever. Het zou zomaar kunnen dat je nog relatief veel aan je verhaal zal moeten veranderen. Wees voorbereid op een kritische redacteur: ook al is je verhaal in principe in jouw ogen af, je zal nog een en ander moeten schrappen of herschrijven. De redacteur heeft het beste met je voor: samen met jou wil hij of zij kijken hoe je eruit kan halen wat erin zit. Maar deze fase van uitgeven gaat vooral om feedback verwerken.

Het is belangrijk dat je open staat voor feedback, maar je moet ook beseffen dat een redacteur dingen niet weet die jij wel weet. Denk aan de details uit een personagebiografie. Ken je verhaal goed. Weet wat je aan je verhaal kan veranderen zonder dat het in elkaar zakt, en ook wat je uit je verhaal kan verwijderen zonder dat het gevolgen heeft. Ken je belangrijkste oorzaken en gevolgen, wat een butterfly-effect in de hand kan werken. Deel dat eventueel samen met een redacteur, zodat jullie samen tot het beste resultaat kunnen komen.

Je kan overwegen om voordat je naar de uitgever gaat, een redacteur in te huren, zodat je weet of je kans maakt bij een uitgever, om te zien hoe je met feedback omgaat en hoe het werken met een redacteur in zijn werk gaat. Ik kan je daar ook bij helpen. Kijk eens in de verhaal en taal webshop voor mijn werkwijze en tarieven.

Schreeuw het van de (digitale) daken

Een traditionele uitgever zal de promotie van je boek op zich nemen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je het risico loopt om een roepende in de woestijn te worden met je gedrukte boek, dat is een risico dat je wel loopt met zelfstandig publiceren. Desondanks zal de uitgever wel van je verlangen dat je naar voren treedt met je verhaal. Als je de kans krijgt om te worden geïnterviewd, zal je die moeten pakken. En in het digitale tijdperk is het belangrijk dat je ook een online aanwezigheid hebt. Maak de mensen vast warm voor je boek. Kondig aan dat je boek wordt uitgegeven, deel de stappen van het uitgeefproces en laat vooral weten hoe goed de verkoop gaat, waar je signeersessies houdt…

Het is je gelukt om je spreekwoordelijke kindje op de wereld te zetten. Nu is het tijd om er schaamteloos mee te pronken! Wees gewaarschuwd: als je het er niet zo op hebt om de (online) publiciteit op te zoeken of moeite voor de promotie te doen, zal je dat waarschijnlijk wel te horen krijgen van je uitgever…

Je moet hard durven schreeuwen in het grote oerwoud van schrijvers en boeken 😉


Het werkt enorm in je voordeel als je veel volgers hebt op sociale media. Dan ziet de uitgever dat je een groot aantal potentiële lezers (kopers, dus) hebt zonder er al te veel voor te doen. Zodra je het goede nieuws hebt gehoord dat je bij een reguliere uitgever binnen bent, is het dus verstandig om je sociale media actiever bij te gaan houden of om ermee te starten als je dat nog niet gedaan hebt.

Als je je boek wel gedrukt wil zien, maar niet per se veel tijd en moeite in de verkoop wil steken (bijvoorbeeld omdat je het verhaal alleen aan bekenden wil laten lezen) is zelfstandig publiceren waarschijnlijk geschikter voor je.

Behoefte aan een redactieronde voor je naar de uitgever gaat? Kijk eens in mijn webshop.

Drie dingen om op te letten bij het maken van schrijfoefeningen

Schrijfoefeningen. Het zijn goudmijntjes, want ze leren je beter schrijven en je kan zonder groot risico dingen uitproberen met een verhaal. Wat moet je onthouden tijdens een schrijfoefening?
Laten we voor de duidelijkheid van dit artikel een schrijfoefening verzinnen. “Je personage strandt in het legale niemandsland van een vliegveld. Ze kan niet met een vliegtuig mee, maar zij mag ook terug door de douane. Hoe gaat zij daarmee om?” Ons personage is een verpleegster op de spoedeisende hulp.

1. Het is een oefening

Als eerste – en fijnste -: De schrijfoefening is een oefening, dus alles is geoorloofd. Alles kan, alles mag. Het is een uitwerking die je in je opschrijfboekje maakt, dus hij komt niet in je boek terecht, soms krijgt zelfs niemand het te lezen… Tenzij het doel van de oefening zelf is om een schrijftechniek te verbeteren, hoef je zelfs daar niet per se op te letten. (Je mag dus schrijftechnisch gezien het slechtste verhaal ooit schrijven over de gestrande verpleegster.) Dat wil niet zeggen dat je expres slechter moet gaan schrijven. Maar als je van jezelf weet dat je moeilijker tot schrijven komt omdat je je zorgen maakt om de schrijftechnieken, dan is dit het moment om die tijdelijk uit het raam te gooien. Een schrijfoefening heeft als doel dat je je creativiteit de vrije loop laat en out of the box denkt. Wees dus niet te streng voor jezelf.

2. Het biedt mogelijkheden tot ontdekking

Als je een personage in een situatie zet die ze niet gewend is, moet zij anders dan gebruikelijk gaan handelen. Welke eigenschappen van je personage weet je al en kom je nog meer te weten? 
Een verpleegster op de spoedeisende hulp moet stressbestendig zijn. Dus kan je ervan uitgaan dat ze eerst even schrikt, maar dan rustig afwacht wat er gebeurt of op kalme toon om informatie vraagt. We weten wat haar werk is, maar wat weten we over haar dagelijks leven? De vraag: ‘Hoe gaat ze met geld om?’ is voor het verhaal nog niet belangrijk geweest. Maar nu is dat wel degelijk van belang. Als ze misschien nog twee weken vastzit, hoe gaat ze de driehonderd euro die ze nog heeft dan besteden? Lukt het haar dat verstandig te doen? Stel dat het haar dat niet lukt en ze binnen twee dagen blut is. Dan is het waarschijnlijk dat langetermijndenken niet haar sterkste kant is. Dat gegeven kan later erg handig blijken.


De verpleegster krijgt in het verhaal de vraag: wil je een jaar lang een vreselijke baan gaan doen als je er onmiddellijk een flinke smak geld voor krijgt? Haar antwoord is waarschijnlijk ja. Ze kan niet met geld omgaan, dus een financiële meevaller zal aantrekkelijk klinken. En met haar kortetermijndenken? ‘Ach… het is maar een jaar. En als ik nu flink kan vangen… Wat kan mij het dan schelen dat ik over negen maanden waarschijnlijk mijn werk niet meer leuk vindt?’ 

Op deze manier ga je op ontdekkingsreis met je personages. 

3. Blijf trouw aan je verhaal

Als je nieuwe informatie over je personage te weten krijgt, zorg er dan voor dat je bij je originele verhaal blijft en je niet door je nieuwe kennis mee laat slepen. Ga niet ineens over de financiën van de verpleegster schrijven als het verhaal nog steeds over het werk op de spoedeisende hulp gaat. Gebruik de extra informatie die je ontdekt alleen als het iets aan het verhaal toevoegt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Behoefte aan manuscriptredactie? Kijk in mijn webshop.

Power fantasy: hoe uitzonderlijk mag je personage zijn?

Power fantasy is het gegeven dat elk hoofdpersonage heeft iets extra speciaals heeft. Hij is net iets iets sterker, doortastender of slimmer dan de andere personages. Dat mag, dat maakt hem de held van het verhaal. Maar je kan er ook in doorslaan. Hoe weeg je af hoe uitzonderlijk je personage mag zijn?

Wat is power fantasy?

Power fantasy is het principe dat je held iets sneller leert dan gemiddeld. Soms gaat het zo makkelijk, dat het op het randje van geloofwaardig is. Waar iemand anders een jaar zou doen om een bepaalde vaardigheid te leren, doet je held daar een halfjaar of drie maanden over. Datgene wat je held extra snel leert, komt het grote geheel van het verhaal altijd ten goede: het is niet zomaar een willekeurig gekozen vaardigheid waar de held aanleg voor heeft. Denk aan dingen als:
* een held die later in het verhaal moet leren overleven in het wild, is uitzonderlijk goed in het hanteren van een boog en in knopen leggen;
* een kind dat later een raketgeleerde wordt, heeft een bovengemiddelde wiskundeknobbel;
* een kantoormedewerker die wordt gedwongen later in het verhaal spionagewerk te verrichten, heeft een goed concentratievermogen en oog voor detail;
* Een kind kan toveren, maar weet niet hoe hij zijn magie onder controle moet houden, of bewust kan gebruiken. Later komt dat van pas in de toverwereld/ op een toverschool.

Is power fantasy altijd nodig in een verhaal?

Tot op zekere hoogte is power fantasy altijd nodig in een verhaal. Als je (hoofd)personage niet de nodige vaardigheden heeft om zijn conflicten aan te kunnen, zal hij ofwel zijn comfortzone niet uit kunnen komen, of is zijn centrale conflict zodanig moeilijk dat er geen evenwichtig vallen en opstaan meer is. Kijk eens in het schema van save the cat. Daar zitten pieken en dalen in. Als iets te moeilijk is voor je personages, heb je geen pieken en daarmee geen goede dynamiek voor de rest van het verhaal.

De valkuil van power fantasy

Is het je al opgevallen dat een teveel aan power fantasy een Mary Sue in de hand kan werken? Bij een Mary Sue gaat alles perfect, zonder moeite of fouten en bovendien is het hoofdpersonage niet te evenaren in alles wat hij doet. Daarom moet je heel goed opletten wat je je personage aan power fantasy toebedeelt. Als het al op het randje van het realistische is dat je personage binnen drie maanden iets nieuws leert, ga het dan zeker niet inkorten tot zelfs maar twee maanden en drieënhalve week. Maak je personage niet beter/ sneller/ slimmer… dan absoluut noodzakelijk is om hem dat extra nodige zetje voor het plot te geven.

Power fantasy is als spierballen: als ze soms opvallen, blijf je onder de indruk. Zie je ze de hele tijd, dan zijn de spieren niets speciaals meer. Of dan wordt het personage onnodig een snoever.

De truc van power fantasy

Power fantasy heeft een enigszins geniepig kenmerk: je personage is ergens goed in, terwijl het voor hem relatief weinig voorstelt. Daarbij is het ook nog eens zo dat voor de omgeving van je personage zijn (nieuwe) vaardigheid ofwel niet zo veel opvalt, of in eerste instantie niet bruikbaar lijkt.
De detective in wording heeft weinig aan zijn uitzonderlijke oog voor detail als hij in zijn kantoorbaan daar geen oog voor hoeft te hebben. En de aankomende raketgeleerde heeft dan misschien wel steeds het hoogste cijfer van de klas bij de exacte vakken, maar hé, in elke klas zit wel een bolleboos. Daar wordt je niet meteen een potentiele superheld van. En als je kan toveren, maar die krachten niet bewust kan sturen, heb je er maar weinig aan.

Een goede power fantasy vindt de balans tussen het ongewone gewoon laten lijken en een talent laten opvallen in een plaats waar het (in eerste instantie) niet tot zijn recht of van pas komt. Daarin zit het verschil met een Mary Sue. Waar zij onmiddellijk gelauwerd wordt voor alles wat ze doet en alles wat ze aanraakt onmiddellijk in goud verandert, heeft een held met power fantasy krachten een gave die meer onder de oppervlakte lijkt te sluimeren en gedurende het verhaal tot bloei komt.

De truc van de power fantasy is dus gedeeltelijk dat je de superheld laat overkomen als een doodnormaal iemand. Bijna met een achterliggende gedachte als: iedereen heeft het in zich om tot een superheld uit te groeien. Power fantasy heeft dus een principe gemeen met het centrale conflict: als je mensen maar in een juiste positie of omstandigheden zet, heeft iedereen het in zich om interessant of indrukwekkend te zijn.

Power fantasy als begrip

De laatste tijd is power fantasy als begrip uitgegroeid tot iets negatiefs. Het wordt vaak geassocieerd met onrealistische superheldenkrachten, deus ex machina of Mary Sues. Maar het begrip power fantasy zelf is neutraal: het ligt volledig aan je uitwerking ervan of je power fantasy overdreven krachtig wordt of optimistisch genoeg om een mooi verhaal te schrijven, zonder dat het onrealistisch wordt.

Checklistje voor power fantasy

Als je power fantasy aan het schrijven bent, kun je onderstaande punten gebruiken om te controleren of je power fantasy nog realistisch genoeg is of dat je misschien toch een beetje doorslaat. Als je een punt uit de checklist herkent, is je held hoogstwaarschijnlijk een tikje te superieur aan anderen:

* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid twee keer zo snel of sneller dan anderen;
* Mijn personage is de enige die de betreffende specifieke vaardigheid heeft;
* De vaardigheid van mijn personage houdt hem onmiddellijk uit alle problemen;
* Mijn personage wordt om zijn vaardigheid bewonderd, nog voordat deze vaardigheid daadwerkelijk van nut is geweest;
* Mijn personage leert zijn nieuwe vaardigheid zonder te falen in zijn pogingen deze vaardigheid te leren beheersen;
* Het is onmiddellijk duidelijk dat de speciale vaardigheid van mijn personage later in het verhaal een belangrijke rol gaat spelen;
* De vaardigheid van mijn personage krijgt te pas en te onpas de aandacht, ook als die vaardigheid er op het moment helemaal niet toe doet.

Is je personage nog realistisch? Ik kan het controleren voor je: kijk daarvoor in mijn webshop.

Drie tips voor genadeloos goed schrappen

Schrijven is schrappen” is een veelgehoord mantra in de schrijverswereld. Het houdt in dat de eerste versie van je verhaal vrijwel nooit de beste is. Je moet herschrijven en delen schrappen. Maar schrappen moet je goed doen, anders blijft er niets van je verhaal over. Met deze tips schrap je talloze woorden en wordt je tekst als vanzelf makkelijker leesbaar. 

1. Kijk naar je beschrijvingen

Een van de makkelijkste manieren om een bladzijde te vullen is door te omschrijven. Veelvoudig of in detail, in beide gevallen kan het zomaar meerdere regels aan tekst opvullen. Als je schrijft over blauwe ogen in detail: ‘Hij had ogen die zo blauw waren als een lapis lazuli edelsteen. De diepdonkerblauwe kleur deed denken aan een oceaan met eindeloos veel diepte, zeedieren en avonturen. Ze waren om in weg te dromen.’ Als je dat schrapt en ‘Hij had diepblauwe ogen om in weg te dromen’ laat staan, scheelt dat vijventwintig woorden. 
Je kan ook te veel omschrijven: ‘Hij had een groene, versleten muts op, er zaten scheuren in de mouwen van zijn jas, zijn schoenen kraakten en zijn nagels waren vies.’ Dan kun slechts een aantal dingen opschrijven: ‘Hij had scheuren in zijn jas en zijn groene muts was versleten.’ Dat scheelt twaalf woorden. 
Als veel uitgebreide omschrijvingen hebt, schrap je zo makkelijk duizenden woorden op je volledige manuscript!

2. Deel niet alles wat je weet

Als je personages gaat ontwikkelen, leer je ze kennen als je beste vrienden. Daardoor kom je bijvoorbeeld te weten wat hun lievelingskostje is. In je enthousiasme wil je dat ook graag met je lezer delen. Maar soms zijn dit soort leuke feitjes eerder onnodige opvulling van papier. Het vertraagt je verhaal onnodig. Als je twijfelt of iets nuttig of interessant is, vraag je dan af: “Kan de lezer het verhaal nog volgen als hij dit niet weet?” Is het antwoord ja, kijk dan of je (een gedeelte) van de gegeven informatie kan schrappen.


3. Maak een dialoog wat minder waarheidsgetrouw

Personages praten niet zoals echte mensen dat doen. Let er voor de grap eens op hoe vaak iemand in een gesprek stopwoordjes en tussenwerpsels als ‘uhm’, ‘uhh’ of ‘nou’ in een zin zegt, ook als diegene niet aarzelt of verlegen is. In een boek geven deze woordjes al zo’n soort betekenis aan. Houd dit in gedachten en neem je dialogen nog eens goed onder de loep. Heb je je personages misschien iets te realistisch laten praten?

Een moeder die haar kind vraagt om boodschappen te doen zal realistisch gezien zeggen: “Schat, neem je uh, melk en kaas enne.. brood, is er nog…? Ja, maar uh doe toch.. o nee, er ligt nog in de vriezer, dus ja, uh.. nee. Melk en kaas is uh genoeg, dus tot straks, lieverd.”
In een tekst zegt diezelfde moeder met dezelfde gemoedstoestand: “Neem je brood en kaas mee, schat? O wacht even, er ligt nog brood in de vriezer. Melk en kaas is genoeg. Tot straks, lieverd!” Voilà, dat scheelt veertien woorden en je zin is beter leesbaar.

Dit voorbeeld is extreem, maar het idee blijft hetzelfde. Zijn je personages misschien langdradig in hun woordkeuze, of herhalen ze elkaar om te bevestigen dat ze naar elkaar luisteren? Soms is een ‘realistische’ dialoog te realistisch voor een boek. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor redactie!

Comfortzone: de tegenhanger van het narratief conflict

De comfortzone: datgene waar je personage in zit en soms ook het liefst blijft zitten. Maar voor een verhaal is het nodig dat je je personage er uit probeert te lokken. Hoe en waarom doe je dat?

Wat is een comfortzone?

Een comfortzone roept waarschijnlijk een beeld op van iemand die lekker ontspannen in een luie stoel zit met een lekker kopje koffie en een koekje. In de context van verhalen kun je het beter zien als: datgene waar je personage aan gewend is en niet wil (of zomaar kan) veranderen.

Waarom moet je personage zijn comfortzone uit?

Een comfortzone is dus iets dat onveranderlijk is of zo blijft, tenzij er iets in gang wordt gezet. Als je een situatie hebt die niet verandert, heb je geen verhaal. Kijk maar eens naar deze voorbeelden:
* Als iemand verliefd is, maar nooit daarvoor uitkomt, heb je geen verhaal van een romance of een blauwtje.
* Als iemand zijn werk vreselijk doet, maar daarvoor niet op zijn kop krijgt, wordt diegene nooit ontslagen. Of worden de wanpraktijken van de slechte bedrijfsvoering nooit ontdekt. Zo kun je nooit lezen over een verhaal dat gaat over een publiekelijk schandaal.
* Als iemand nooit een onverwachte tegenvaller krijgt, kan hij elke avond blijven bankhangen. Een verhaal over iemand die alleen maar op de bank hangt, is niet bijster interessant.

Hoe haal je je personage uit de comfortzone?

Simpel gezegd, maar wat lastiger gedaan: je moet hem bang maken en bedreigen.
Die bedreiging moet ervoor zorgen dat je personage het gevoel krijgt dat hij niet anders kan dan de comfortzone verlaten. Maar pas op: je moet die bedreiging heel goed afwegen. Als je hem bedreigt met iets dat tè moeilijk of angstaanjagend is, zal hij in paniek raken en tot geen actie meer in staat zijn.
Stel dat je tegen een bijstandsmoeder zegt dat ze binnen een week tienduizend euro moet verdienen, omdat ze anders uit haar huis wordt gezet. Dat zeg je in de hoop dat ze meer doet om een baan te vinden. Ze zal wel willen, maar als ze dat geld had, zat ze sowieso niet in de bijstand. Hoe gaat ze dat in hemelsnaam doen? Dit zal haar uit angst eerder laten bevriezen dan haar tot actie laten overgaan.
Maar bedreig je je personage met iets dat het niet dringend genoeg vindt of wat iemand anders voor hem op kan lossen (zoals bijvoorbeeld een magic pixie dream girl), dan heb je nog steeds geen centraal conflict, en daarmee ook geen verhaal. Dreigen met het idee dat je drie werknemers zal moeten ontslaan, zal niet helpen bij iemand die wereldwijd honderdduizend mensen in dienst heeft: daar gaat het bedrijf niet van omvallen.

Wie of wat bedreigt je personage?

In de voorbeelden hierboven waren het altijd andere personages die bedreigden, maar het kunnen ook omstandigheden zijn. Dan hoeft het niet eens zo te lijken alsof er iemand erop uit is je personage bang te maken.
Je schrijft over een conservatief stel. De man wordt ziek, dus dat dwingt de vrouw om te gaan werken, terwijl zij en/of haar man zich daar eigenlijk niet op hun gemak bij voelen. Je hoeft je personage dus niet als crimineel te behandelen. Je moet er alleen voor zorgen dat er verandering in een situatie komt die anders zoals gewoonlijk door zou gaan.

De wereld van een personage moet tegenslag kennen

Zoals het vorige voorbeeld al laat zien, is een comfortzone niet altijd uitgesproken fijn of luxueus. Gelukkig getrouwd zijn is natuurlijk prettig, maar staat niet gelijk aan een jaarsalaris van ongekende hoogte, materiële luxe of uitzonderlijke macht.
Laten we nog een stapje verder gaan. Iemand die al jarenlang verslaafd is, zit met die verslaving óók in een comfortzone. Het is absoluut niet fijn om verslaafd te zijn, misschien wel het vervelendste wat er is. Maar als je gewend bent aan het verslaafd zijn en alle effecten die daarbij komen kijken, dan wordt dat je comfortzone, hoe vreselijk ook. In het echte leven mag je zoveel medelijden hebben met iemand die het slecht heeft als je wilt. Als schrijver moet je wat harder zijn naar je personages. Je kan ze niet van alle rampspoed en tegenslagen behoeden: verhalen gaan over tegenslagen die overwonnen worden, hoe mensen omgaan met veranderingen en hoe ze daar al dan niet bovenop komen. Je kan en mag ze niet aldoor met zachte handschoentjes aanpakken. Doe je dat wel, dan is het onvermijdelijk dat je een personage schrijft met een handvol Mary Suekenmerken.

De comfortzone in een vrolijk verhaal

Wat doe je als je een verhaal wil schrijven dat niet meteen faillissementen, ziektes, verslavingen of andere ellende bevat? Moet je dat dan gaan toevoegen? Geen zorgen, een personage uit de comfortzone halen kan soms ook relatief makkelijk worden opgelost. Neem een gezellige scène waarin een aanstaande bruid met een groepje vriendinnen trouwjurken gaat passen. Dan zou het wel erg buiten proporties zijn om ineens met een auto-ongeluk van een bruidsmeisje te komen om een conflict te veroorzaken of het bruidje uit een comfortzone te dwingen. Verpest haar mooie dag alsjeblieft niet…

Hou die dag mooi!

Stel dat je vanuit de personagebiografie weet dat deze vrouw zich wat bezwaard voelt vanwege haar figuur. Ze had zich voorgenomen om hoe dan ook geen bruidsjurk af te wijzen omdat ze zich daar te dik in voelt, als die gewoon past. Dan staat ze voor een spiegel met een jurk die wel eens de jurk zou kunnen zijn. Maar ondanks dat de jurk gewoon past, voelt die niet sexy genoeg, omdat de aankomende bruid in de spiegel nog steeds een net iets te zware vrouw ziet. Dan moet ze haar verlies erkennen, hoe mooi de jurk is. Dat is even uit de comfortzone: je wil geen belofte breken aan jezelf. Maar het grotere doel (sexy voelen in een trouwjurk) zorgt er wel voor dat ze die ene jurk laat hangen. Reken maar dat ze alsnog een mooie jurk vindt en dat met een drankje gaat vieren, samen met haar vriendinnen!

Wil je controleren of de confprtzone spannend genoeg is om je hele verhaal mee te dragen? Kijk in mijn webshop en schakel mij in voor redactie.

Drie tips voor een tranentrekker: schrijf een tekst die ráákt

Als je een dramatisch verhaal schrijft, is “Ik moest er gewoon van huilen!” misschien wel het mooiste compliment dat je kan ontvangen. Dat kan jij ook voor elkaar krijgen. Let daarbij op de volgende dingen.

1 Doe een beroep op de empathie van de lezer

Als je een lezer wil laten huilen, moet je hem natuurlijk eerst verdrietig maken. Het is makkelijk om dan met het meest verdrietige voorbeeld te komen dat je kan bedenken. Een kind met kanker, bijvoorbeeld. Maar hoewel niemand graag een kind ziet lijden, hoef je niet meteen over iets heel heftigs te schrijven. Je hoeft er alleen voor te zorgen dat je lezer iets voelt dat hij ongeveer heeft meegemaakt. Dat ‘ongeveer’ kun je heel breed opvatten. Een lezer hoeft geen kind met kanker hebben gekend om dit triest te vinden. Ongetwijfeld heeft je lezer een andere geliefde ooit ziek zien worden of verloren, al dan niet aan kanker. Dan kun je een beroep doen op het verdriet dat je lezer toentertijd heeft gevoeld. Op die manier kan je empathie bij de lezer opwekken. Iedereen kan empathie voelen voor iets ergs of vervelends. Niet alleen voor extreem dramatische gebeurtenissen.

2 Zorg dat je lezer de personages kent

Het wordt echter wel lastiger om empathie te voelen als de personages in je verhaal aanvoelen als vreemden. Natuurlijk: je gunt het niemand om ellende of pijn te voelen. Maar je kan ook niet verwachten dat een lezer in tranen is als een vreemde iets vervelends meemaakt. Zorg er daarom voor dat de lezer je personages net zo goed kent als zijn eigen vrienden. Als je dan met een verdrietig moment komt, dan zullen de tranen waarschijnlijk wel komen.

3 Denk niet te makkelijk over gedeelde omstandigheden

Als je in je verhaal over iets schrijft dat veel mensen hebben meegemaakt, reken jezelf dan niet te snel rijk. Schrijf je over een scheiding? Denk dan niet dat als vanzelf iedereen die ooit gescheiden is, geraakt is door je tekst. Mocht je schrijven vanuit je eigen ervaringen, dan ga je misschien uit van het idee dat er veel gehuild werd toen het besluit tot scheiden definitief werd uitgesproken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Veel mensen zullen het zelf ook zo hebben ervaren. Maar houd er ook rekening mee dat er ook mensen kunnen zijn die de uiteindelijke beslissing als opluchting hebben ervaren. Na eindeloze, weinig vruchtbare relatietherapie, werd de knoop dan eindelijk doorgehakt. Die mensen zullen zich kunnen verplaatsen in een scheiding, maar niet in dat hele specifieke verdriet. 

Het is beter om ervan uit te gaan dat je lezer meeleeft vanwege de emoties, niet vanwege de omstandigheden, zoals je al kon zien in de eerste tip.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ik controleer of je tranentrekker je doel heeft bereikt: kijk in mijn webshop.

Vier tips voor toevallige plotwendingen in je boek

Er zijn momenten waarop je in je verhaal iets wil schrijven waarvan zowel je personages als lezers kunnen denken: “Dat is wel heel toevallig…” Op zichzelf is dat niet erg, maar je loopt wel het risico dat je verhaal er ongeloofwaardig door wordt. Waar moet je rekening mee houden als je over toeval schrijft?

1. Hoe groot is het toeval?

Toeval is per definitie iets wat heel onwaarschijnlijk is. Maar die onwaarschijnlijkheid kan in schaal ontzettend verschillen. Stel dat je hebt afgesproken om te bellen, maar dat het belletje door omstandigheden een kwartiertje moet worden uitgesteld. Net als je de telefoon in je hand hebt, begint hij te rinkelen. Het welbekende: “Ik wilde jou net bellen!”, is misschien een kans van op de honderd. Maar nu ben je voor een week op vakantie in een stad met twintig miljoen inwoners. Als je daar dan onverwacht een oude klasgenoot tegenkomt die je al vijf jaar niet gesproken hebt, dan is dat een kans van misschien wel één op de honderd miljoen. 

Als je over toeval wil schrijven, is het verstandig om na te gaan hoe groot de kans ongeveer is dat dit daadwerkelijk zou gebeuren. Zodra je een onwaarschijnlijk hoog nummer krijgt met het principe van: ‘Dat is een kans van één op de… wordt het toeval en daarmee je verhaal makkelijker ongeloofwaardig. 

2. Is het toeval echt nodig?

Als je schrijft over iets wat zeer onwaarschijnlijk is, is het verstandig om na te gaan of het toeval echt nodig is. In het voorbeeld van de onverwachte ontmoeting met de klasgenoot kun je bedenken: moet hij echt in die miljoenenstad rondlopen? Of kunnen de personages elkaar weer ontmoeten in hun eigen dorp, als ze toevallig op hetzelfde moment de schoenenzaak binnenstappen? Als de vrienden geen gezamenlijk avontuur in dat verre land aan hoeven gaan, dan is het verstandiger om te kiezen voor de ontmoeting in de schoenenzaak. 

3. Controleer de verwachtingen

Hoe groter het toeval, hoe groter de verwachtingen zijn die je lezer krijgt. Als er in het echte leven iets gebeurt met een kans van een op de honderd miljoen, heb je een leuk sterk verhaal om over te vertellen. Maar in een boek werkt dat anders. Een lezer weet altijd dat hij een fictief boek aan het lezen is, en weet dus (onbewust) dat vrijwel alles in een verhaal een bepaalde betekenis of waarde heeft. Als je dus iets heel toevalligs laat gebeuren en daar niets mee doet, dan voelt dat als een grote anticlimax. Dan zijn de woorden die over dat toeval gaan slechts onnodige opvulling van het papier. 

4. Wat is de plaats van het toeval in het verhaal?

Soms is toeval nodig om het plot een zetje te geven. Zo voorkom je dat het verhaal stagneert. Denk aan een detective die toevallig iemand op straat iets hoort zeggen waardoor hij de puzzelstukjes in elkaar kan passen en zo het mysterie op kan lossen. Wees gewaarschuwd: dit soort toevallen zijn gevoelig voor clichés. Maar daarnaast moet je rekening houden met de plaats van het toeval. Als de detective deze toevallige informatie helemaal in het begin van het verhaal hoort, is je boek uit voor het op gang is gekomen. Als hij deze toevallige hint erg laat krijgt, heeft de lezer het boek misschien al weggelegd, omdat er maar geen verandering of vaart in het verhaal is gekomen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je je boek gecontroleerd hebben op te toevallige gebeurtenissen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe vermijd je Deus ex machina in een boek?

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van een Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien wel voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede over hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina schrijven voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Ik kan een Deus ex machina voor je opsporen: schakel mij daarvoor in via mijn webshop.

Drie keer vals alarm: wanneer schrijf je géén clichè?

Een cliché is de nummer één reden om een schrijver te laten denken dat hij waardeloze rommel neerpent. Vaak probeert hij dan om clichés koste wat kost te vermijden. Het slechte nieuws is: dat gaat niet. Het goede nieuws is: je verwart een cliché waarschijnlijk met een zogenoemde trope. Er zijn drie redenen waarom je daar niet bang voor hoeft te zijn. Sterker nog: waarom je tropes moet gebruiken om een goed verhaal te kunnen schrijven.

1 De fundering van je verhaal

Het grootste misverstand van de trope is dat het precies hetzelfde is als een cliché. Maar dat is niet zo. Een trope is een bouwsteentje waar je het verhaal verder op kan en zelfs moet bouwen. Een trope verandert pas in een cliché als hij storend herkenbaar wordt. Een cliché is daarom zeer persoonlijk. Waar de ene lezer zich stoort aan een trope (en het dus een cliché wordt) merkt de andere lezer het standaardelement niet eens op.
De trope is als de fundering van je verhaal. Als die niet stevig staat, kan je verhaal als huis nooit stevig staan. Zorg er dus voor dat je een trope niet te snel als cliché aan de kant schuift.
Neem een verliefd personage. Dat zal eerst de gevoelens van de ander peilen, voor de ware gevoelens worden gedeeld. Dat kan klinken als een cliché, maar bedenk eens: hoe moet het anders? Gaat iemand liefde van de daken schreeuwen voor ze weet wat de ander – of zijzelf!- eigenlijk voelt?
Als je een trope koste wat kost wil vermijden, krijg je een verhaal dat erg verwarrend is, omdat je geen logisch kader hebt van waaruit je kan starten.

2 De wegwijzer in een doolhof

Een trope is vaak een rode draad van een verhaal of een subplot. Dat heeft je lezer nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Als je schrijft over de moeder die alles voor haar kinderen overheeft, is dat een trope. Maar dat kan een houvast zijn om je personage of verhaal geloofwaardig te houden. In een oorlog weet je dat deze moeder niet zal rusten tot haar kinderen veilig zijn. Dan is de zorgzaamheid een ijkpunt te midden van bombardementen, honger en angst. Ondanks dat je lezer niet weet wat er nu weer gaat gebeuren, kan hij ervan op aan dat de moeder haar kinderen nooit in de steek laat. Je lezer moet iets hebben om hem wegwijs te maken in het doolhof van alle acties, emoties en gebeurtenissen. Als je de lezer constant vraagt om op scherp te staan, omdat er nu weer iets verrassends staat te gebeuren (lees: ik ontwijk clichés, dus je moet geen woord overslaan) wordt het lezen van je verhaal eerder een opgave dan een ontspannen bezigheid.

3 Beloning van je artistieke creativiteit

Tropes kunnen uitgroeien tot clichés, omdat ze ontstaan vanuit tropes. Maar zie tropes niet als een gevaar voor clichés: zie ze als gelegenheid om je creativiteit de vrije loop te laten. Hoe kan jij een trope laten uitgroeien tot iets dat perfect aansluit bij je verhaal? Als je met tropes gaat knutselen, zal het resultaat uiteindelijk aanvoelen als een beloning: je hebt een lastige puzzel opgelost!
Als je tropes ontwijkt om maar geen clichès te hoeven schrijven, ga je die voldoening niet krijgen. Maak van schrijven een leuke puzzel, geen verplichte klus die volgens de regels moet verlopen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je iemand inschakelen die clichés van géén cliché kan onderscheiden? Schakel mij in voor manuscriptredactie.