Je wil je verhaal spannend houden, maar je wil ook niet dat je lezer te veel in het duister tast, zonder houvast. Maar als je je lezer te veel aan de hand meeneemt en daarmee veel informatie weggeeft, kan je ook niets verrassends meer onthullen. Zo kan het lastig zijn om een balans te vinden voor je boek. Daarom is het fijn om voor jezelf duidelijk te krijgen wanneer spanning en uitleg aan de orde moeten zijn in je verhaal.
De lezer alles voorkauwen
Je lezer moet voldoende verbeeldingskracht overhouden om het verhaal voor zich te zien. Dat lukt niet als de schrijver alles voorkauwt. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn een infodump en As you know Bob. Deze riskante schrijftechnieken zijn zo link omdat ze (te veel) uitgaan van het idee dat de lezer vóór alles moet snappen waar het verhaal over gaat, of wat voor vlees de lezer in de kuip heeft wat betreft het karakter of de rollen van de personages. Maar dat werkt niet altijd. De geheime spion is een uitstekend voorbeeld hiervan. Vertel je meteen wat zijjn geheim is, dan valt de spanningsboog uit elkaar.
De lezer in het donker houden
De tegenhanger van de lezer alles voorkauwen is door de lezer te veel in het donker te houden. Dan geef je te weinig informatie, zodat de lezer de draad van je verhaal volledig kwijtraakt. Vaak is het idee erachter dat je met een plottwist naar spanning toe kan werken, die het feit dat de lezer even in verwarring is geweest, helemaal goedmaakt. Het probleem daarmee is dat een plottwist die wordt ingezet om te choqueren altijd zijn doel voorbij gaat. Of het nu een plottwist is of een algemene spanningsboog, het is altijd belangrijk om te zaaien en oogsten, of genoeg puzzelstukjes te geven. Je weet immers nooit of je lezer wel het geduld heeft om tot het moment sûpreme door te lezen. Ga er liever van uit dat de lezer zijn geduld tegen die tijd verloren is.
Afwegingen om te maken: spanning of duidelijkheid
Het is belangrijk om de balans te vinden tussen die spanning en de duidelijkheid, wil je niet in de eerder genoemde valkuilen trappen. Daarvoor weeg je af en moet je weten hoe lang je de lezer in spanning houdt. Daarbij zijn er verschillen tussen in spanning willen, kunnen,moeten en hoeven te houden. Kijk daar eerst eens naar.
Willen: je wil je lezer in spanning houden omdat er op dat moment geen ander verhaalelement is dat de spanningsboog kan overnemen én je wil de spanning opbouwen met dit element. Dit specifieke element is waarvan jij wil dat het de pageturner van het verhaal maakt.
Kunnen: als je de lezer nog iets langer in spanning kan houden door bepaalde informatie uit te stellen, zonder dat de lezer meteen in de war raakt. Je moet daarvoor wel weten hoe je die informatie niet veel later geeft.
Moeten: als je hier (te snel) informatie weggeeft, verpest je daar de rest van het verhaal mee. Zoals bij de spion. Je kan ook spanning aan moeten houden om te voorkomen dat je de algemene verhaalstructuur een zooitje maakt.
Hoeven: hier gaat hetzelfde op als bij kunnen, alleen maakt het niet of nauwelijks verschil welke keuze je uiteindelijk maakt en is het niet per se nodig voor het verhaal dat het op dat moment uitgesproken spannend is.
Keuze: spanning of duidelijkheid?
Als je weet welk werkwoord bij je overweging voor de spaninngsboog past, kan je verder kijken.
Willen: zorg ervoor dat je enkele elementen hebt waar de lezer naar kan raden om de spanningsboog intact te houden, maar schrijf de basisbeginselen daarvan ook uit om onnodige verwarring te voorkomen. Wil je weten of er een misverstand is en de echtgenoot vreemdgaat of niet? Zorg dan voor dat er genoeg is om naar te raden, maar houd de feiten ook redelijk genoeg om (onterecht of niet) een conclusie uit te trekken. Glimlachen naar de buurvrouw is veel te veel spectulatie. Maar als echtgenoot hem er meerdere malen op betrapt dat hij naar haar boezem kijkt, is dat wel reden tot spanning.
Kunnen: vraag je af hoe lang je het moment van de onthulling uit kan stellen, maar doe dat niet te lang en bedenk vooral hoe je dat wil doen. Het werkt vaak goed om verwachtingen om te draaien. Als Dries met Pieter in een kamer staat en openlijk over Helga praat, ga je er niet van uit dat zij daar ook bij is. Maar als je dan even later onthult dat ze niet alleen alles heeft gehoord, maar de mannen ook niet de moeite deden om dat gepraat in te perken, kan je dat in je voordeel gebruiken. Het roept vragen op: waarom praat Helga niet mee? Wat is er aan de hand? Hoe zet dit de onderlinge relaties op het spel? Welke machtsverhouding is dit precies? Maak de lezer nieuwsgierig als je de spanning kan rekken.
Moeten: houd er rekening mee dat er ooit in het boek een onthulling moet komen. Moet je nog iets geheim houden, doe dat dan zeker, maar vergeet niet dat je de lezer wel puzzelstukjes moet blijven geven. De nodige duidelijkheid bij een onthulling blijft uit als de lezer alsnog niet weet wat er tussen de regels door gebeurde.
Hoeven: hier is niet echt een goed of fout: hoeven wijst op gelijke opties. Om de knoop door te hakken kan je kijken naar de personages, in plaats van het plot. Wat is er volgens hun waarheid en manier van denken het meest logisch om te doen? Houvast of mysterie zit hem niet alleen in plotpunten. Zodra je lezer de personages goed kent, kunnen die ook een goed middel zijn om je lezer te gidsen door het verhaal. Bovendien gaat spanning niet altijd over wat er gebeurt. Het kan ook gaan over hoe je lezer iets beleeft. En ook daarbij is een balans tussen begeleiden en vrijuit beleven erg belangrijk om de lezer geïnteresseerd te houden in je verhaal.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop voor de mogelijkheden voor manuscriptredactie.
Foto dpor jaikishan patel verkregen via Unsplash
