Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijvers van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver je nog altijd een herinnering aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet de schrijver een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnenhalen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van romantische verhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.

Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Wees dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule en schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel aannames maakt. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vind je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

Ik kan je helpen je tranentrekker oprecht verdrietig te maken: schakel me in voor manuscriptredactie.

De drie gevaarlijke hoeken van een liefdesdriehoek

De liefdesdriehoek is dat bekende recept wanneer er twee mannen vechten om een vrouw, of twee vrouwen vechten om een man. Het komt zo vaak voor dat je het maar beter kan vermijden. Maar niet alleen vanwege het cliché. Hier volgen nog drie redenen waarom de liefdesdriehoek schadelijk is voor je verhaal.

1 Ruzie wordt het belangrijkste deel van het verhaal

Het principe van een liefdesdriehoek is dat (meestal) de vrouw niet kan kiezen tussen twee mannen. Ze geeft niet een van de twee de bons en gaat er met de ander vandoor. Dan heb je namelijk geen driehoek; eerder een lijn waar de derde persoon naast staat.
Een verhaal loopt niet als de twee mannen langs hun neus weg zo nu en dan even zeggen tegen de vrouw dat ze haar wel zien zitten. Dan valt er niet veel te vertellen. Ziedaar hoe de liefdesdriehoek normaalgesproken ontstaat. Het is de ruzie over wie met elkaar gaan eindigen. Maar een liefdesdriehoek is zelden subtiel. Meestal wordt deze ruzie het centrale conflict met op de achtergrond nog toevallig wat avonturen met weerwolven en vampiers. Het zou andersom moeten zijn, maar dat komt niet vaak voor.

2 Uitwerkingen van personages komen nauwelijks tot hun recht

Als je personages continu bezig zijn met de affecties van een ander te winnen, kom je weinig over hun karaktertrekken en talenten te weten. Je kan in een boek maar een bepaald aantal woorden gebruiken. Dat woordenaantal ligt natuurlijk niet vast, maar hoe je het gebruikt, maakt voor het verhaal en de verdieping van je personages wel uit. Gebruik je van de duizend woorden er zeshonderd om uit de doeken te doen hoe een personage sluw, attent en goed in administratie is? Of gebruik je diezelfde zeshonderd woorden om te omschrijven hoe de mannen voor de zoveelste keer elkaar de loef proberen af te steken?

3 De vrouw wordt vaak een beloning in plaats van een persoon

We zagen al dat het winnen van de affectie van de vrouw het hele verhaal kan overnemen en dat dat de uitwerking van personages vaak geen goed doet. Niet alleen voor de mannen, maar ook voor de vrouw. Een patroon dat je vaak ziet is dat de mannen verliefd op haar worden en dat de rol van de vrouw dan beperkt wordt tot de prijs die gewonnen kan worden. Net als in punt twee: tijd voor de uitwerking van een personage wordt vaak niet genomen. Dus ook niet voor de vrouw. Ze is mooi of lief, laat zo de mannen voor haar vallen en daar blijft het dan vaak bij. Het verhaal wordt zo in beslag genomen door de ruzie, dat er geen ruimte is voor de vrouw om zich om iets anders druk te maken dan deze vechtende mannen. Over haar hobby’s, carrièrewensen of vakantieplannen zal je niet veel te weten komen. Zo wordt de vrouw makkelijk een sexy lamp.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Een liefdesdriehoek rechtzetten? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat zijn archetypen en hoe schrijf je die voor je personages?

Elk personage heeft een rol in een verhaal. De held, de beste vriend, de vijand… Dit worden ook wel archetypen genoemd. Je kan je verhaal origineel maken door daarmee te spelen.

Wat zijn archetypen?

Archetypen zijn de belichaming van een bepaalde rol die mensen in iemands leven spelen. Of wat de relatie met die persoon is. Met iedereen in je leven heb je een ander soort relatie; bij je vriend vind je kameraadschap, in je leraar vind je een mentor.

De psycholoog Carl Jung bepaalde archetypen aan de hand van welke rol mensen (in elkaars leven) spelen. Dit geldt voor zowel echte mensen als personages. Hier zie je een overzicht van deze archetypen en ook wat voor onderliggende rol ze hebben.

Deze archetypen vormen in de fictieve wereld de basis voor je personages. Je zou kunnen zeggen dat zij de tropes vormen waarop je verder moet bouwen. Maar omdat deze archetypen tropes zijn, kunnen het clichés in de dop zijn. Lees hier meer over tropes en clichés als je daar nog onbekend mee bent. In deze blogpost gaan we kijken hoe je de meest standaard tropes -archetypen in dit geval- minder gevoelig voor clichés kan maken.

Het belang van archetypen

Van elk personage moet duidelijk zijn welke rol hij speelt. Anders is je verhaal niet meer te volgen. Neem Romeo. Hij heeft natuurlijk de rol van de geliefde. In die rol kan hij van alles zijn: verlegen, heldhaftig, huiselijk… Maar het belangrijkste is dat hij duidelijk de geliefde van Julia blijft. Als Romeo op het ene moment in de (archetype) rol van geliefde naar Julia hunkert en in het volgende de (archetype) rol van ontdekker naar vrijheid hunkert en Julia de bons geeft, weet de lezer niet meer waar hij met Romeo aan toe is, waardoor Romeo als personage nergens meer naartoe leidt. Zorg dus dat je van elk personage weet welk archetype hij (grofweg) is.

Het gevaar van archetypen

Archetypen zijn een uitgangspunt waar redelijk makkelijk een hapklaar personage uit kan voortvloeien. Een voorbeeld: de verzorger is de liefdevolle zachte opvoeder met ‘service’ als onderschrift. De verzorger zal dus al de eigen verlangens opzij zetten voor de ander. Zacht en liefdevol zijn traditioneel meer vrouwelijke waarden. Dus dat is dan misschien de verzorgende moeder de vrouw die alles voor haar gezin opzij wil zetten en het niet erg vindt een carrière te laten varen. Ze kan net zo goed meteen achter het aanrecht verdwij… Ho! Stop! Op de rem! Clichés, al dan niet storend, worden sneller geboren dan je misschien denkt.

Uitgangspunten voor archetypen

Je moet dus waakzaam blijven bij het gebruik van archetypen. Maar desondanks vormen ze een goed uitgangspunt om je personages verder te ontwikkelen. Je zal misschien al gezien hebben dat je niet bij één archetype hoeft of zelfs maar kan blijven. Nee, Romeo mag niet gaan backpacken. Maar de verzorgende moeder zal best een keer de rol van de wijze op zich nemen als haar kind in de problemen zit en om raad vraagt.
Wat dat betreft schelen archetypen niet veel van karaktertrekken: ieder persoon heeft er meerdere en ze wisselen elkaar af, afhankelijk van de situatie. Iemand met een goede inborst is ook wel eens met het verkeerde been uit bed gestapt en een keer chagrijnig in plaats van volledig vredelievend. Wees dus niet bang om wat te experimenteren met de archetypen en/of hun bijbehorende waarden.

Spelen met de kernwaarden van archetypen

Uiteindelijk gaat het erom dat je trouw blijft aan de kernwaarde van een archetype.
De verzorger is er om structuur en service te bieden. De held moet via meesterschap ergens zijn stempel op drukken. Maar binnen die gegevens kun je allerlei kanten op en je fantasie en creativiteit de vrije loop laten.
In fantasyverhalen komen er heel vaak (bebaarde) oude tovenaars voor in de rol van de wijze. Die vertellen hun leerlingen alles wat ze weten moeten om hun heldenreis tot een goed einde te kunnen brengen. Zodra ze sterven, beschikken de leerlingen over voldoende kennis om de vijand te kunnen verslaan. Die kennis is vergaard door vele uren van bijscholing of informatie-uitwisseling. Daarmee voldoet deze tovenaar aan zijn archetyperol: wijsheid overbrengen. Maar intussen ook aan een clichébeeld. Niet alleen omdat hij de bebaarde tovenaar is, maar ook omdat hij de wijze mentorrol vervult en door er maar op los te praten met zijn wijze levenslessen.

Nu is het tijd om de waarden van een archetype onder de loep te nemen. Want moet de wijze altijd zijn wijsheid verkondigen door informatie te vertellen bij een vaststaande afspraak? (Kom om drie uur maar naar mijn kantoor, therapeutpraktijk, of wacht tot ik rond middernacht plaatsneem bij het kampvuur.)

Gandalf, waar blijf je nou met je wijze levenslessen? 😉

Natuurlijk niet. Wijsheid overbrengen kan op veel meer manieren. Aan jou om dat creatief en kloppend bij jouw verhaal in te passen. Kijk nog eens naar het archetype van de wijze. Hij moet voor spirituele groei zorgen en empathie brengen. Dat kan op talloze manieren die niets met filosofische praatsessies te maken hoeven hebben. Om je op weg te helpen zal ik twee voorbeelden geven.

De wijze Florencia neemt de jonge en zelfzuchtige Catalina mee naar een klimaatdemonstratie. Florencia toont het jonge meisje dat haar acties invloed hebben op anderen: als ze haar ecologische voetafdruk niet verkleint, zal dat uiteindelijk de arme mensen benadelen (empathie) en kan ze door anderen te helpen, zingeving vinden (spiritualiteit).

Een gepest meisje gaat op bezoek bij een tuinman die een rozenstruik snoeit. Door naar haar verhaal te luisteren, biedt de tuinman empathie. Hij geeft haar (metaforische) spiritualiteit mee zodra hij haar erop wijst dat zelfs een mooie roos doorns heeft die ter zelfverdediging kunnen worden gebruikt als ze zich bedreigd voelt.

Kortom: gebruik een archetype als basis voor de rol van je personages en bekijk welke waarden en functies daarbij horen. Leg die vervolgens onder de loep en boetseer ze in de vorm die bij je verhaallijn en personages past.

Wil je hulp met het uitwerken van je archetypen? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Vier tips voor een adembenemende cliffhanger: zo legt je lezer je boek nooit meer weg

De cliffhanger: dat moment waarop een lezer moét weten hoe het verhaal verder gaat. Hoe zorg je ervoor dat de lezer je boek niet meer weglegt?

1 De sfeer van de cliffhanger

Bij ‘cliffhanger’ denk je waarschijnlijk aan een soapserie. Daarin zijn de cliffhangers bijna altijd (overdreven) dramatisch: “Ik ben je echte vader!” De minnaars worden op heterdaad betrapt of er wordt iemand neergeschoten. Vaak zijn deze cliffhangers ook onthullingen of bekentenissen.
Maar een cliffhanger heeft niet altijd een hysterische sfeer. Een cliffhanger kan ook het gevoel benadrukken dat een personage heeft bij een belangrijk moment: Ze gooide haar afstudeerhoed in de lucht met het gevoel dat ze de hele wereld aankon. Een cliffhanger kan ook een dreiging aankondigen: De leider van het reisgezelschap stierf in Samuels armen. In de verte hoorde hij het vijandige leger in zijn richting marcheren.

2 Het doel van de cliffhanger

Een cliffhanger heeft niet altijd als doel om een onthulling te geven. Hij kan ook: 
* het gevoel van een personage benadrukken (zie tip 1);
* je personage iets laten realiseren: Rachida voelde in haar lege zak en besefte dat ze haar boardingpass was vergeten. (Daar gaat de vliegvakantie…);
* een samenvatting van een stuk tekst geven: Nu de familieruzie was opgelost haalde Yassim opgelucht adem en ging hij naar bed. (Wat gebeurt er nu de ruzie is bijgelegd?);
* de lezer aansporen om net één zin verder te lezen. Heel toevallig -ahum!- staat die ene zin aan het begin van het volgende hoofdstuk. Zo wordt de lezer verleid om ook meteen het volgende hoofdstuk uit te lezen: Hij trad de gesloten deur tegemoet. Hij haalde zijn zwaard uit zijn schede, klaar om zich te verdedigen tegen een van zijn aartsvijanden die hem ongetwijfeld aan de andere kant stond op te wachten. (Maar welke aardsvijand is dat dan? Hoe gaat dat duel verlopen? Lees maar verder…)

3 Plaats van de cliffhanger

Een cliffhanger komt niet per se aan het einde van een hoofdstuk. Hij kan ook voorkomen op het einde van een alinea (en daardoor soms ook op het einde van een bladzijde). Denk aan het begrip pageturner. Als je dat vrij letterlijk neemt, dan zal je zien dat een cliffhanger vaak de zin is die je de pagina doet omslaan. Of, in het geval van een alinea met een witregel ertussen, je aanspoort de pagina uit te lezen. Dat kan ook bijna niet anders. Als je elke keer dat er iets pageturner-waardigs gebeurt een nieuw hoofdstuk moest beginnen… Als je schrijft hoe een kleuter gaat slapen vóór haar eerste schooldag, kun je het moment dat ze in slaap valt als pageturner gebruiken en de volgende alinea beginnen met hoe ze de dag erna begint. Het opstaan de volgende dag is niet noemenswaardig, dat is de schooldag zelf. Maar de overgang van de ene dag naar de andere is wel een verwachtingsvolle aanloop naar de schooldag zelf. Je hebt alsnog een ‘pageturnereffect’, ook al is de overgang zelf niet belangrijk genoeg om het slot van een hoofdstuk te rechtvaardigen.

4 Komt de cliffhanger zijn belofte na?

De ene cliffhanger is de andere niet. Maar welke vorm hij ook heeft, om te werken moet hij aan een van de volgende beloften voldoen:

* Een bestaand interessant plotpunt wordt verder uitgediept.
* Het plot slaat een andere spannende weg in.
* Er wordt een veelbelovende climax aangekondigd.

Daardoor zal een lezer zal blijven lezen. En hoe dramatisch of subtiel ook, dat is uiteindelijk het ultieme doel van een cliffhanger: zorgen dat je lezer blijft lezen totdat het verhaal uit is.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Is je cliffhanger een goede? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik kijk met je mee.

Schrijfoefening: namen en vooroordelen

De namen van je personages zijn belangrijk. Er bestaan complete handleidingen voor het bedenken van de juiste naam. Is de naam niet te eenvoudig? Zit er een (geschiedkundige) betekenis achter de naam die het karakter van het personage weergeeft? Dat is allemaal leuk en aardig, maar ook erg theoretisch. Je kan namen ook gebruiken om erachter te komen welke bril jij als schrijver onbewust draagt.

Namen en stereotypen

Mensen hebben allemaal vooroordelen. Ze zijn niet per definitie racistisch of gemeen. Soms ben je je niet bewust van sommige vooroordelen die je hebt. Maar als schrijver is het handig om weet te hebben van je vooroordelen. Vandaar deze schrijfoefening.

Namen kunnen een stereotype met zich meedragen. Een paar hiervan zijn:
* Roderick heeft veel geld;
* Kees is een oude man;
* Priscilla woont in de volksbuurt.
Maar dat klopt uiteraard niet altijd. De meeste mensen denken bij de naam Fatima aan een donkerharige moslima. Kijk eens naar deze Fatima:

Fatima Moreira de Melo voldoet niet aan de stereotype Fatima met donker haar een een islamitisch geloof. (Foto door McSmit – verkregen via Wikipedia)

Het principe dat een naam niet alles over een persoon of personage zegt, vormt de basis van deze schrijfoefening. Hij heeft als doel alles waarover jij betreft namen een vooroordeel hebt, in twijfel te trekken. Zo blijf je alert op je vooroordelen en staar je je niet blind op bepaalde aspecten van personages. Daarmee wordt je creatieve denken uitgedaagd.

Namen en je eigen oordelen

Je ontwikkelt zelf ook oordelen over namen, die niet meteen naar een stereotype te herleiden zijn.
Dit is vast herkenbaar: je hoort een prachtige naam je die in je achterhoofd opslaat voor je toekomstige kind. Maar dan krijg je de ergst denkbare collega met die betreffende naam en opeens is die naam helemaal niet zo mooi meer… Of andersom: iemand wil je koppelen aan een blind date. Alleen al bij het horen van de naam denk je: laat maar zitten. Maar als je die persoon ontmoet en eenmaal hoteldebotel bent, klinkt dezelfde lelijke naam plotseling als een klokje. Of heb je ooit meegemaakt dat iemand zich voorstelt en je denkt: die naam past niet bij je? Als je bij de naam Olga het (onverklaarbare) beeld hebt van een blonde, stevige en vrolijke middelbare dame, dan is het even schakelen als een jong, slank, donkerharig en hautain model zich voorstelt als Olga.

Kies voor deze oefening een naam uit waar jij een sterke associatie bij hebt. Als je deze oefening voor het eerst doet, is het makkelijker om te beginnen met een algemeen stereotype en daarna met je persoonlijke associaties. Voor een maximaal resultaat raad ik aan het allebei te proberen. Hier volgt een voorbeelduitwerking.

Stap 1: schrijf al je vooroordelen uit

Als je het weet, schrijf dan ook op waarom dit vooroordeel in dit lijstje staat.

Kees

* is een man van 65+ : ik hoor de naam Kees nooit bij jonge mannen en zeer regelmatig bij mannen op leeftijd;
* is niet zo avontuurlijk: Kees is een huis-tuin-en-keukennaam, dus zal hij niet zijn opgegroeid in een gezin dat buitensporige wereldreizen maakte. Simpele naam, saai leven;
* Heeft niet het mooiste uiterlijk: ik vind Kees een lelijke naam.

Stap 2: voeg ‘ja maar..’ toe

Plak achter elk vooroordeel uit stap 1 een ‘ja maar…’. Daarop volgt hoogstwaarschijnlijk:
* een onweerlegbaar feit dat je vindt door logisch na te denken;
* het besef dat je verkeerd bent geïnformeerd;
* een mening.

* Ja maar: als Kees nu een oude man is, is hij ook ooit een jongetje geweest. Kees is dus niet alleen een naam voor oude mannen;
* Ja maar: huis-tuin-en keukennaam betekent niet saai, maar alledaags, niet bijzonder. Dus die naam wordt gewoon vaak gegeven. Dan zijn er waarschijnlijk wel tienduizenden “Kezen”, die ik hiermee allemaal over een kam scheer, zonder dat ik doorhad dat ik verkeerd was geïnformeerd. Hier schrik ik van! Wat ben ik toch een …
Zo’n schok is je ‘neutraliteitsalarmbel’. Die gaat af als je te sterk van iets overtuigt bent. Luister goed naar die alarmbel. Vooral in het ontwikkelingsstadium van een verhaal moet hij altijd aanstaan, of dat nu gaat om personages, plot, boodschap van je tekst… Het is essentieel dat je een open blik houdt. Anders word je slecht in feedback verwerken, beperk je je creativiteit of word je misschien positief discriminerend.
* Ja maar: dat vind ik. Dus dat is een mening en dus altijd subjectief. Een subjectieve blik is vijand nummer één van vooroordelen. (Wacht maar tot je Knappe Kees tegenkomt 😉 )

Wacht even, heet jij Kees? Ach, waarom ook niet hè? Foto door Rafael Barros op Pexels.com

In deze oefening is het kwalijk om een vaststaande onjuistheid als feit te beschouwen of iets subjectiefs als feit te zien. Een impopulaire of onaardige mening hebben is minder erg. Kees mag gerust lelijk zijn, zolang je maar niet beweert dat Kees’ lelijkheid een feit is. Je moet blijven beseffen dat een mening subjectief is.

Stap 3: ga werken met je alarmbel

Verander het vooroordeel waarbij je neutraliteitsalarmbel afging. In het voorbeeld was dat het vooroordeel dat Kees een saai leven heeft.
Het beeld van Kees is nu veranderd. Hij is nog steeds oud en lelijk, maar maakt wel degelijk mooie reizen, ondanks zijn leeftijd. Een oude man die avonturen beleeft verschilt al veel met een oude man die in zijn stoel zijn zoveelste saaie dag slijt. Nu heb je ineens een totaal ander persoon, die je uitnodigt om een andere weg in te slaan. Je hebt nu geen stereotype beeld meer om aan vast te houden, dus moet je je creativiteit gaan aanspreken.
Je hoeft niet per se elk vooroordeel aan te passen. In de nieuwe ‘vorm’ van je personage kunnen ze in je voordeel werken. Als Kees oud blijft, voldoet hij bijvoorbeeld niet aan het clichébeeld van de jonge wereldreiziger die dagelijks bergen beklimt. Jouw ‘oude’ vooroordeel rondom de naam Kees en zijn uiterlijk en leeftijd is niet meer te herleiden: het belangrijkste, storende element is weg en heeft al tot een totaal ander persoon geleid.

Wil je zeker weten of je op de goede weg bent na deze schrijfoefening? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Drie tips voor het schrijven van worldbuilding

Soms ben je ontzettend creatief en ga je iets geheel nieuws verzinnen. Maar hoe kan je volledig voor God spelen in je nieuw geschapen wereld zonder onrealistisch over te komen?

1 Knoei niet met de basis

Het allerbelangrijkste is dat je de basis van je nieuwe creatie logisch te verklaren blijft. Hierbij maakt het niet uit of je nieuwe wezens, planeten, planten, magische krachten of bestuurssystemen bedenkt.

Bedenk geen nieuwe vis die èn geen vinnen heeft, èn probleemloos op het land kan komen. Het hele idee van een vis is dat beestje met zijn handige zwemhandjes die op land niet kan overleven.
Als je te veel met een de basis van een definitie knoeit, heeft de lezer geen referentiekader meer om op terug te vallen en komt je nieuwe creatie ongeloofwaardig over. Laat dus geen plant midden in de lucht groeien. Hoe moet hij dan wortelschieten?
Bestuurssystemen zonder een regeringsplan (hoe corrupt of oneerlijk ook) gaan ook niet werken. Om te regeren moet je iets van een plan hebben om op terug te vallen.

2 Leg logische verbanden

Als je een nieuw volk of een nieuwe cultuur bedenkt, zorg er dan voor dat de manier waarop hun maatschappij is ingericht aansluit bij hun manier van denken en hun levenswijze. Als je schrijft over een vissersvolkje, laat ze dan dicht bij een meer of een zee wonen. Dat spreekt voor zich, maar zo kun je ook andere logische verbanden leggen. Als deze mensen geloven in een natuurgodsdienst, zullen ze eerder geloven in een oppergod die gebaseerd is op de krachten van de zee, in plaats van op de machten van een uitbarstende vulkaan. Om nieuwe ideeën op te doen, kun je een mindmap maken.

3 Houd je tijdperk in de gaten

Als je je tijdperk hebt bepaald, hou dan rekening met de kennis die de personages in je wereld (kunnen) hebben. Dit geldt voor zowel historische verhalen als verhalen in een verre toekomst. Als je een wereld hebt die wat tijdperk betreft overeenkomt met de Middeleeuwen, kunnen de personages zich letterlijk niet voorstellen dat je kan praten met iemand aan de andere kant van de wereld. Wij kijken van een Skypegesprek naar Australië niet meer op…
Misschien lacht men ons over duizend jaar wel uit met onze ‘moderne’ superstraaljagers. Waarom teleporteer je jezelf niet gewoon? Dan is het idee van een vliegtuig zo achterhaalt dat men het zich nog nauwelijks kan voorstellen, gewoon omdat het zo achterhaald is. (Weet jij hoe je de was moet doen met een wringer?)

Als je een nieuwe wereld creëert zijn dit soort dingen belangrijk om te weten. Ook als er magie in het verhaal voorkomt. Want magie moet grenzen hebben. Als je alles op kan lossen met toverkracht, heb je geen problemen en geen conflict voor je verhaal. Dus wat kan de magie in jouw wereld oplossen? Dan is het handig om te weten hoe die wereld eruit ziet. Als je magische krachten hebt in de Middeleeuwen, wil je eerder magie gebruiken om het glas van de ramen van je huis onbreekbaar te maken. Het is dan nog volstrekt onnodig om een anti-firewall spreuk te bedenken voor je supercomputer.
De postmoderne tovenaar wordt waarschijnlijk niet meer ingehuurd om een toverdrankje te maken om een maagprobleem te verhelpen als we niet eens meer een maag hebben. We zijn inmiddels al zo ver geëvalueerd dat een computerchip ons lichaam draaiende kan houden zonder voedsel…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het controleren van je worldbuilding? Kijk eens in mijn webshop.

Hoe schrijf je een goed motief voor je slechterik?

Een slechterik heeft een reden om slecht te zijn. De reden waarom je slechterik voor het duistere pad kiest is op zichzelf nooit fout gekozen. De uitwerking ervan kan echter wel misgaan. Waar moet je op letten bij het motief van je slechterik?

De slechterik in het geheel van je verhaal

De laatste jaren is het in boeken en films erg populair geworden om de achtergrond en personagebiografie van de slechterik uit de doeken te doen om het motief te verklaren.
Dat is meestal verstandig, maar soms is het het beste om het simpel te houden. De slechterik wil simpelweg:
* machtig worden;
* rijk zijn;
* koste wat kost met de koningsdochter trouwen.

Deze ‘simpele’ motieven zijn vooral verstandig om te gebruiken wanneer:
* de slechterik zelf nauwelijks in beeld komt;
Heer Slecht is een dictator. Je leest over zijn legers, hoort personages zeggen hoe bang ze voor zijn regime zijn en in krantenkoppen wordt geschreven over martelingen die in zijn naam zijn uitgevoerd. Maar Heer Slecht zelf kom je niet in eigen persoon tegen. Dan zwakt het verhaal enorm af als je nog gaat verklaren hoe hij zo slecht heeft kunnen worden. Pagina’s vol schrijven over iemand die niet direct in het verhaal voorkomt, is een infodump in vermomming.
Als je wil dieper in wil gaan op het motief van Heer Slecht moet je op zijn minst een (spectaculaire) confrontatie met de held in het vooruitzicht kunnen stellen.
* je doelgroep niet in is voor verdere verdieping;
Als je lezers willen lezen ter ontspanning over iemand die ‘gewoon lekker slecht is’, ga het dan niet onnodig ingewikkeld maken. Soms kan je doelgroep het gewoon nog niet bevatten wat iemand tot slechte daden aanzet: verwacht niet dat kinderen psychologische uitwerkingen kunnen volgen.
*het motief te ziek voor woorden is om te willen verklaren.
Neem Cruella de Vil (woordspeling op Cruel Devil, wrede duivel) uit 101 Dalmatiërs. Wil je echt kunnen verklaren waarom iemand eigenhandig honderd puppy’s wil vergiftigen om er jassen van te maken? Soms is iemand gewoon slecht. Dan kun je beter geen verklaring willen geven.
Stel dat blijkt dat Cruella een slechte jeugd had en meerdere malen door honden is gebeten, waardoor ze er nu een hekel aan die beestjes heeft. Dan snap je haar gedachtegang misschien wat beter, maar alsnog wil ze al die puppy’s verdrinken. Vind je dat oké, nu je haar geschiedenis kent? Ik hoop het niet… En ondertussen zou het verhaal gaan over Cruellas jeugd, niet meer over de ontsnappingspoging van de puppy’s. Dat kan ook niet de bedoeling zijn. En laten we wel wezen: hoe je het ook wendt of keert, Cruella spoort gewoon niet.

Als je zó kunt kijken, zit er gewoon een steekje los. Klaar. (Afbeelding copyright: Disney)

Kijk goed of het meerwaarde heeft voor je algemene verhaal om je slechterik (veel) uit te werken. Hou in de gaten dat je de focus van het verhaal niet verliest door koste wat kost de slechterik ‘begrijpelijk’ te maken.

Een motief van een slechterik verklaren of goedpraten

Toch is het meestal verstandig om je slechterik uit te werken en iets uit zijn personagebiografie bekend te maken, zodat zijn motief duidelijk wordt. Om te beginnen moet je jezelf de vraag stellen: Wat doet de slechterik en waar ligt de oorzaak? In de uitwerking moet je altijd heel goed na blijven gaan wat je uitwerking voor effect heeft. Verklaar je iets, of praat je iets goed? Dat eerste is een goed teken. Doe je het tweede, dan gebeurt er wat we bij Cruella al zagen dat je niet moet willen.

Zo verklaar je het motief van je slechterik

Je slechterik moet iets zijn overkomen dat tot wandaden aanzet. Geweld, misbruik, trauma, pesterijen… Het maakt in eerste instantie niet veel uit wat het is, als de gevolgen maar logisch zijn.
En daar zit ook meteen de valkuil. Als je die gegevens slechts uit de doeken doet en het daarbij laat, praat je een motief goed in plaats dan dat je het verklaart. Dan maak je slecht gebruik van het ‘tragische achtergrondverhaal’: je slechterik komt ten onrechte en buitenproportioneel met van alles weg, omdat haar ooit iets naars is overkomen. Natuurlijk mag ze een gewapende overval plegen als de lezer maar weet ze vroeger is gepest…
Je kan deze volgende punten gebruiken als gereedschap om een motief te verklaren in plaats van goed te praten:
* Leg oorzaak en gevolg langs een tienpuntschaal en zorg dat die verhouding klopt.
Iemand die jarenlang is gemarteld en nooit liefde heeft gekend (trauma 10, gevolg 10), zal makkelijker uitgroeien tot massamoordenaar dan iemand die één keer is gepest (trauma 1 gevolg 10).
* Laat de slechterik zichtbaar slechte dingen doen.
Stel dat het je is gelukt om empathie op te roepen voor een alleenstaande drugsverslaafde vader met een dochtertje van vijf. De verklaring voor de drugsverslaving heb je gegeven: verslaving zit in de familie, vader heeft verkeerde vrienden en schulden.
Het gezin is zo blut dat ze al twee dagen niets hebben gegeten; al het geld is aan de drugs opgegaan. Als vader dan tien zeer onverwachte en even welkome euro’s aan wiet besteedt in plaats van aan eten voor zijn dochter, snap je waarom hij het doet: zijn drugsverslaving is uit de hand gelopen. Maar dat neemt niet weg dat hij slecht bezig is (als vader).
* Laat de slechterik herhaaldelijk doof zijn voor redelijkheid of in een slachtofferrol blijven.
Zodra iemand anders de slechterik tot de orde roept met een onweerlegbaar tegenargument dat uitlegt waarom hun gedrag onaanvaardbaar is (Je bent vroeger zelf geslagen, maar het is niet eerlijk om dan je kinderen ook te slaan) kan een slechterik in een slachtofferrol schieten of het irrationele gedrag proberen rationeel te maken. Omdat dat nergens op slaat, keur je zo het slechte gedrag af en praat je het dus niet goed.
Zo voorkom je het ‘tragische achtergrondverhaal’.

Om je slechterik goed uit te werken, moet je hem ook goede kanten geven. Lees hier over de balans vinden tussen goed en slecht bij het realistisch uitwerken van personages.

Zeker weten of de motieven van je slechterik interessant zijn? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Vijf punten waaraan je een sexy lamp herkent

Niet elk personage hoeft even boeiend te zijn. Maar als je het vrij letterlijk kan vervangen door een levenloos object, gaat er toch iets mis. Als dit bij een vrouwelijk personage gebeurt, wordt ze vaak een zogenoemde ‘sexy lamp’. Hoe herken je dit interessante meubelstuk, maar deze oninteressante vrouw?

1 Ze is mooi. Punt

Een sexy lamp is mooi, zodat ze de held van het verhaal kan motiveren om op zijn heldenreis te gaan. Denk aan de koene ridder en zijn schone jonkvrouw die in de laatste alinea van het verhaal nog even snel gekust wordt. In dit soort verhalen krijg je zelden meer te weten over de dame dan dat ze mooi is.  Meestal is het een hele toer om achter meer dan die ene eigenschap te komen. Als je zou vragen: “Wat is dat personage voor iemand?”  zou je meestal als antwoord krijgen: “Ze is mooi,” met een denkbeeldige onuitgesproken punt erachter. Dat is de eerste en belangrijkste rode vlag.

2 Ze is inwisselbaar met een levenloos erotisch voorwerp

De term sexy lamp is gebaseerd op een lamp in de vorm van een vrouwenbeen gestoken in een netkous met een hoge hak. Als je de vrouw kunt inruilen voor een levenloos voorwerp waar de man evengoed zijn pleziertjes uit kan halen, moet je op gaan passen.

3 Ze is de beloning van de man

Zoals je misschien al hebt kunnen raden, bestaat de sexy lamp omdat ze de beloning is voor de heldendaden van de man. Soms is dat zoals de jonkvrouw uit de eerste tip, die letterlijk niet eens spreekt. Zo extreem is het niet altijd. Maar een sexy lamp die wel praat, zal het vrijwel zeker alleen over de heldhaftige man hebben. Zo wordt het belang van de man en haar rol als zijn beloning nog meer benadrukt.

4 Ze voegt nooit iets toe aan het plot

Het is duidelijk dat de sexy lamp een redelijk hersenloze vrouw is. Daardoor zal ze nooit iets toevoegen aan het plot. Ze zal nooit met een goed idee komen en ze heeft geen eigenbelangen om naar te handelen. Ze heeft geen eigen leven, dus wil nooit iets…  Ze is er gewoon voor die kus van de ridder. Verder is ze nergens goed voor. Dat brengt ons bij haar laatste kenmerk.

5 Als ze niet mooi was, was ze uit het verhaal geschrapt

Als de sexy lamp niet sexy was geweest, was ze niet in het verhaal voorgekomen. Neem de levenloze lamp als voorbeeld. Als jij een mooie lamp in een huis ziet staan, denk je misschien even: “Goh, wat een mooie lamp.” Maar meteen daarna ga je verder met je leven. Die lamp zal waarschijnlijk na die ene terloopse opmerking niet meer in het verhaal terugkomen. Als die lamp niets bijzonders was, was hij het vermelden niet waard geweest. Voor de sexy lamp vrouw is dat niet anders.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Laat mij alsjeblieft die Sexy Lamp uit je verhaal schrappen. 😉 Schakel mij in voor manuscriptredactie als je hulp nodig hebt met schrijven.

Schrijf in vier stappen je persoonlijke standpunt

Elk verhaal heeft een centraal conflict, een verhaalthema en een hoofdpersonage. Hoe gebruik je die om je persoonlijke standpunt mee duidelijk te maken?

1 Bepaal een boeiend conflict

Alles waar je personage in een verhaal mee worstelt, wordt een conflict genoemd. Als je als schrijver een standpunt duidelijk wilt maken, is het conflict meestal groter van aard dan alleen een burenruzie over een schutting. Het is dan niet meer iets wat een personage toevallig overkomt, maar iets waar veel mensen grote problemen mee ervaren. Geef je personage echt iets om voor te vechten, in plaats van alleen een probleem dat opgelost moet worden. Denk aan:

* emancipatie;
* gelijkheid van ras;
* veilig uit de kast kunnen komen;
* in opstand komen tegen een maatregel van een regering;
* toegeven slachtoffer te zijn van emotioneel/seksueel/ fysiek geweld;
* verslavingsproblematiek.

2 Plaats het conflict in context

Zodra je het conflict hebt bepaald, bedenk dan in welke plaats of tijdperk dat het best tot zijn recht komt. Onderwijs voor meisjes is in Nederland zo vanzelfsprekend dat het hier geen conflict kan vormen. In grote delen van de wereld is dat nog wel een probleem. Laat dit conflict dus in bijvoorbeeld in Congo afspelen, niet in Nederland. Hou er rekening mee dat je dan veel onderzoek moet doen naar de Congolese cultuur en het onderwijssysteem aldaar. Als je het over emancipatie in Nederland wil hebben, kan dat nog steeds. Maar dan zal je het eerder over de salariskloof tussen mannen en vrouwen moeten hebben dan over onderwijs.

3 Je personage als relschopper

Je personage is persoonlijk betrokken bij het conflict. Maar je personage heeft net als echte mensen karaktertrekken. Ga na welke manier van relschoppen bij je personage past.
Een homoseksuele jongeman in Saoedi-Arabië heeft zware straffen op zijn seksuele oriëntatie staan. Als hij dapper is, zal hij ondergronds in opstand komen en illegale pro-homo boodschappen proberen te verspreiden onder de bevolking. Als hij minder moed heeft, zal hij misschien alleen in het geheim zijn geliefde ontmoeten. Dat laatste klinkt niet zo heldhaftig als het eerste, maar dat maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets op het spel blijft staan. Zolang je personage tegen de gevestigde orde ingaat en er iets te verliezen valt, is hij een relschopper.
Als je nog geen personage hebt bedacht, kun je hem aan de hand van je conflict schrijven. Kwam je personage vóór je conflict in beeld, bedenk dan goed wat voor manier van protesteren bij hem past.  

4 Conflict, context en personage combineren

Als laatste stap combineer je de eerste drie factoren:

* Bepaal een boeiend conflict dat aanleiding geeft tot relschoppen;
* Maak de context zo realistisch en interessant mogelijk voor de context (tijdperk en plaats) van je conflict;
* Zorg dat je personage op zijn unieke manier een relschopper wordt en jouw persoonlijke boodschap uit kan dragen.

De kloof tussen arm en rijk kan bijvoorbeeld aan de kaak worden gesteld in de late 19e eeuw, toen niemand (van de rijken) zich daar druk om maakte. Een jong meisje van goede afkomst zet daar vraagtekens bij. Niet alleen komt ze tegen dat ze arme mensen als minderwaardig moet beschouwen, als vrouw heeft ze sowieso weinig te zeggen. Als ze onverschrokken is, steelt ze openlijk geld uit haar vaders beurs en geeft ze dat aan de arme families. Als ze voorzichtiger is, pikt ze af en toe broodjes die de familiebediende bakt en smokkelt ze die naar de plaatselijke arme schoenmaker.  

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online en gedeeltelijk in dit nummer van Schrijven Online magazine.

Toch nog coaching nodig na het lezen van deze tip? Kijk eens in mijn webshop.

Wanneer gebruik je de ‘tell’ van de show don’t tell schrijftechniek?

Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”

Dit is de show don’t tell schrijftechniek

Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatstgenoemde blogpost over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.

Gebruik tell bij een tell-effect

Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens:
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show)
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).

Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen…
Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.

Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.

Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême

Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over.
Je personage is te laat voor zijn werk:
Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit.
werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.

Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.

Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor!
Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje.
Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.

Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉

Tell bij snelle observaties

Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak.
Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: Iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer.
Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest.
Ook de tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Wees niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!

Dit is geen schoonmakersuniform…

Tell bij een cliffhanger

Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:

* Toen viel hij dood neer;
* In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting;
* Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak.

Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde. Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.

Show don’t tell balanceren

Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden. Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.

Toch nog je twijfels bij het gebruik van tell? Schakel mij in voor manuscriptredactie.