Met deze vier tips vind je balans in het toepassen van schrijftechnieken

Als je schrijft is het handig en zelfs nodig dat je bepaalde technieken kent en ze kan toepassen. Maar als je te star aan schrijftechnieken vasthoudt, kom je in de problemen. Waar ligt de balans in schrijftechnieken toepassen en ze loslaten? Met deze vuistregels heb je een houvast om de overweging te maken.

1 Zorg dat je de basistechnieken kent

In een horrorverhaal staat een opbloeiende romance zelden op de voorgrond. En jouw chicklit heeft vast geen moordmysterie dat opgelost moet worden. Toch komen er in elk genre bepaalde schrijftechnieken terug die je sowieso moet kennen, begrijpen en kunnen toepassen. Zo snap je wat de vaart in een verhaal houdt, of wat het er juist uithaalt.
Drie van deze technieken zijn:
* show don’t tell;
* infodump;
* regieaanwijzingen.

Als je die technieken begrijpt, maak je minder beginnersfouten. Daarna kun je je verder verdiepen in technieken die ingaan op het verstreken van je plot, personages of je centrale conflict. Je kan dan zelf kijken waar je nog tegenaan loopt of wat specifiek voor jouw genre belangrijk is om rekening mee te houden. 

2 Oefen schrijftechnieken om feedback te kunnen verwerken

Schrijftechnieken zijn ook handig om (bij naam) te kennen voor als je feedback van een redacteur krijgt. Oefen schrijftechnieken eerst in simpele (korte) verhalen waarmee je geen ambities hebt. Als je dan met een serieus boek naar een redacteur gaat, heb je al een hoop gewonnen. Zie je ‘infodump’ in de kantlijn staan? Omdat je al geoefend hebt met de basistechnieken, weet je wat je moet doen en hoef je geen complete teksten om te gooien. Je hoeft niet op goed geluk een fout te verbeteren als je je vinger erop kan leggen.

3 Balans vinden tussen schrijftechnieken en spontaan schrijven

Als uit een feedbackronde de suggestie komt om een bepaalde schrijftechniek te gaan gebruiken, let dan goed op of je verhaal niet wezenlijk zou veranderen als je die aanpassing maakt.
Stel dat er wordt geopperd om in in medias res te schrijven. Als je je verhaal plotseling in het chronologische midden start, verandert dat de verhaalopbouw en spanningsboog compleet. Past die nieuwe manier van schrijven wel bij je verhaal? Zoiets moet je heel goed nagaan. Je mag gerust schrijftechnieken volgen, maar werken met schrijftechnieken mag nooit betekenen dat je er zodanig aan vasthoudt dat je verhaal eronder lijdt.
Schrijftechnieken zelf kunnen nooit de kwaliteit van je verhaal bepalen. Het gebruik van schrijftechnieken biedt dan ook geen garantie voor succes.

4 Tijdens het schrijven met schrijftechnieken werken

Zodra je schrijftechnieken onder de knie hebt, ga je vlotter schrijven. Je hoeft dan niet meer na te denken of een bepaalde zin wel show don’t tell is.
Maar soms gaat schrijven na een feedbackronde wat moeizamer: “O jee, mijn proeflezer vindt dit hoofdstuk traag verlopen. Waar zit het probleem?”
Het is handig als je kan zien dat je schrijfsels niet aan bepaalde technieken voldoen. Dan is het makkelijk verbeteren. Maar tegelijkertijd kan dat ook een valkuil worden: “Ik ga deze scène herschrijven: ik schrap drie regieaanwijzingen, verander zes ‘tells’ in ‘shows’ en als ik de informatie halveer, heb ik sowieso geen infodump meer.”
Als dit vermoeiend klinkt, dan heb ik mijn toon duidelijk overgebracht. Als je geforceerd gaat schrijven, komt er niets goeds meer uit je pen. Misschien krijg je zelfs helemaal niets meer op papier.
Soms moet je je kennis van schrijftechnieken juist durven los te laten om weer spontaan (en daarmee goed) te kunnen schrijven.

Blijf de schrijver van je verhaal

Als je de basistechnieken van schrijven leert, groei je daar als schrijver van. Maar als je welke schrijftechniek dan ook gebruikt, waak er dan voor dat jij de schrijver van het verhaal blijft en niet alles van een schrijftechniek laat afhangen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Blijft het lastig om te bepalen hoe je moet schrijven? Kijk in mijn webshop: ik kan helpen met manuscriptredactie.

Vijf dingen om op te letten bij een personagebiografie

Een goed personage heeft meer te maken met of hij logisch in elkaar zit dan met de dingen die hij doet. Daarom is een personagebiografie ontzettend belangrijk. Als je een biografie maakt, hoef je niet eindeloos te herschrijven om het verhaal kloppend te houden voor je personage.

1 Wat ligt vast?

Sommige dingen liggen vast en kun je niet veranderen. Hoe of waar je opgroeit, bijvoorbeeld. Daardoor heeft je personage een bepaalde bril op.
‘Ik ben blut,” zegt een multimiljonair die geen Ferrari meer kan kopen, maar nog wel geld heeft voor een tweedehandsauto.
“Ik ben blut,” zegt de bijstandsmoeder die vanwege achterstallige huur morgen uit huis wordt gezet.

De miljonair is arrogant, maar vanuit zijn perspectief klopt zijn bewering. Je moet de bril van je personage begrijpen. Besef dat vanaf een ‘beginpunt’ iets wat voor de ene doodnormaal is, voor de ander niet is voor te stellen. Net zoals de bijstandsmoeder zich niet kan voorstellen hoe het is om een Ferrari te hebben.
Je personage kan veranderen, maar die bril blijft een aanvangspunt.

2 Waar kiest je personage voor?

Kledingstijl, politieke overtuigingen, hobby’s… Je personage kiest sommige dingen. Bedenk dat dat iets over je personage zegt. Het is nooit helemaal zwartwit. Je bent niet meteen stijf en rijk als je van hockey houdt. Maar als je personage van rugby houdt, vindt hij het niet erg om veel te rennen en af en toe blauwe plekken op te lopen. Dan is de kans al groter dat hij een stoer karakter heeft. Besef wat je tussen de regels door over je personage zegt.

3 Wat vindt je personage?

Jouw feestbeest wordt op stilteretraite naar de Tibetaanse bergen gestuurd. Het zou raar zijn als hij dat geweldig vindt; het past niet hij hem. Je kan hem alsnog naar Tibet sturen, maar dan zal hij zich wel eerst verzetten.

Elementen die onder andere handig zijn om op te schrijven in een personagebiografie:

* algemeen karakter;
* levensmotto;
* droom;
* grootste angst;
* opgegroeid in plaats/milieu X;
* zou met een miljoen euro….
* kun je wakker maken voor…
* heeft een hekel aan…

Zo leer je je personage beter kennen en voorkom je dat je verhaal onsamenhangend wordt.
Als je weet dat je protagonist doodsbang is voor spinnen, vergeet je niet hem te laten huiveren als er vogelspin voorbij gewandeld komt in de tropen. Of dat hij daardoor niet eens naar de tropen durft te gaan.

4 Wat kan je personage?

Mijn personage ontwikkelt een kankermedicijn! Maar zijn hoogst genoten opleiding is vmbo…
Ze gaat een wereldwijd protest leiden! Maar ze is analfabeet en heeft geen internet…
Hij gaat op wereldreis! Maar heeft niet voldoende geld om zelfs maar een treinkaartje van Maastricht naar Schiphol te betalen…

Net als echte mensen hebben personages restricties. Je kunt natuurlijk iets aan het verhaal sleutelen in het voordeel van je personage. Maar ken ook de grenzen.
Tenzij bovengenoemd voorbeeld het verhaal op zichzelf is (“Laaggeschoolde vindt kankermedicijn uit”) gaan dingen soms niet lukken. Dat is niet erg, dat houdt een verhaal realistisch. Geef je personage dus ofwel meer middelen of vaardigheden, of laat iets niet lukken, anders wordt je verhaal ongeloofwaardig.

5 Over wie gaat het?

Sommige personages denken bij bepaalde dingen niet eens na, terwijl datzelfde voor andere personages een groot deel van hun leven bepaald.
“Waar komt het eten vandaan?” Een Nederlander gaat naar de supermarkt. Niet bepaald boeiend.
Een Noord-Koreaan probeerde het regime te ontvluchten en zit nu opgesloten in een kamp. Dan is aan eten komen een moeilijk en onzeker deel van zijn leven (vanwege het kamp). Dan is het interessant en belangrijk om in het verhaal en de biografie mee te nemen.
Neem alles wat belangrijk is voor jouw unieke personage mee in de biografie.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online.

Hulp nodig bij het samenstellen van een personagebiografie? Kijk in mijn webshop voor mijn schrijfcoachdiensten.

Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten);
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust);
* heeft vaak -volgens de protagonist- aanstootgevende normen, waarden of plannen;
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist);
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom vermijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander zijn elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn. De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. De personages, het conflict, de afloop…

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. De heldin kan jaloers op haar worden, proberen tegen haar op te boksen, ze kan proberen vrienden met haar te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Die moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we Mary Sue nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat ze haar glorie slechts te danken heeft aan haar -vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil daarom haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:
* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkáár niet doodschieten?
* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft? Hij is immers niet door en door slecht…
* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…?

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.

Heb je toch nog moeite met een balans vinden voor je personage. Ik kan je helpen: kijk in mijn webshop.

Ben ik een getalenteerde schrijver?

Als je graag en veel schrijft, komt vroeg of laat de vraag: “Ben ik getalenteerd genoeg om een schrijver te zijn?” Laten we die vraag zo goed en eerlijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Bepaal je eigen definitie van getalenteerd

Als eerst moet je bij jezelf nagaan wat jouw persoonlijke definitie is van ‘getalenteerd genoeg’ en die van ‘schrijver zijn’. Je kan het al voldoende vinden om een verhaal af te maken en te kunnen uitgeven in eigen beheer. Dat is een heel ander doel dan te hoogwaardige literatuur te willen schrijven en over honderd jaar nog geciteerd te worden.

Schrijftalent en boeken: verschil in niveau

Niet elk boek dat wordt uitgegeven is even goed. Anders zou de Nobelprijs voor literatuur aan elk gepubliceerd boek worden gegeven en zijn waarde verliezen.
Maar het goede nieuws is dat niet elk boek even goed hoeft te zijn, en daarmee geldt hetzelfde voor schrijvers. Waar de ene lezer een boek pakt om heerlijk te ontspannen en nergens aan te hoeven denken, leest iemand anders om intellectueel uitgedaagd te worden. Zo kun je verhalen opdelen in ‘moeilijkheidsgraden’. Daar zijn grofweg drie ‘niveau’s’ van. Laten we boeken over of met erotiek erin als voorbeeld nemen.

De makkelijkste boeken zijn de bouquetromans. Een steenrijke Joe Sixpack valt voor een vrouw en ze vormen razendsnel een perfect koppel, omdat de seks fantastisch is. In deze verhalen komen geen echte conflicten voor, eerder ruzies die snel opgelost worden. Even voor de afwisseling op de keukentafel in plaats van in bed en de ruzie is bijgelegd en de passie teruggekeerd. Iemand die de tortelduifjes dwarszit wordt zonder echte gevolgen uit hun leven gebonjourd. Alles bij elkaar spendeert het verhaal het overgrote deel aan geflirt, vleselijk verlangen en erotiek. De personages hebben vaak geen diepgaande personagebiografie. Als ze die al hebben, worden die eerder in een aantal zinnen verteld dan gedoseerd over het verhaal verspreid.
Deze boeken horen makkelijk leesbaar te zijn. Daardoor zijn ze ook relatief makkelijk te schrijven. (Verstand op nul en zoek de spannendste kamer uit 😉 ) Iedereen die denkt te kunnen schrijven, kan waarschijnlijk een makkelijk verhaal voltooien.

Bouquetromans: je hoeft ze niet gelezen te hebben om ze te (her)kennen. Het zijn, met andere woorden, makkelijke verhalen. Afbeelding: uitgeverij Harlequin

Het volgende niveau in het rijtje: de zwijmelroman, waarin er een echt conflict voorkomt. Je leert de personages wat beter kennen door hun opbloeiende romance. Ze duiken niet meteen (en alleen maar) in bed. Het koppel krijgt ook met een conflict te maken dat meer vergt om op te lossen dan alleen naar de vijand te schreeuwen dat hij moet opdonderen. Ze moeten hun relatie onder ogen zien en hun verwachtingen kunnen en willen bijstellen. Hun normen, waarden en levensgeschiedenis gaan een grotere rol spelen in hun beslissingen. En oké, uiteindelijk zullen ze samen douchen, maar dat is niet het belangrijkste punt in het verhaal.
Om deze verhalen goed te kunnen schrijven, moet je op zijn minst een aantal basistechnieken kennen. En meer oefenen met schrijven en tijd in je onderzoek steken.

Literatuur heeft een hoge lat. Hierin hersenspoelt het ene personage het andere door het seksueel te verleiden. Zo wordt het slachtoffer gedwongen om deel te nemen aan een massamoord.
Weet je hoe je iemand zodanig moet hersenspoelen dat diegene het oké vindt om in ruil voor seks meerdere moorden te plegen? (en hoe hersenspoeling sowieso werkt?) Veel onderzoek, heel stevige personagebiografieën, en subtiel maar ook duidelijk kunnen spelen met woorden, motieven, plottwists, en nog veel andere dingen zijn essentieel om zulke verhalen goed te kunnen schrijven.

Vertrouw eerst op je werk, kijk dan pas naar talent

Bedenk eerst op welk ‘niveau’ je kan en wil schrijven als het ‘vraagstuk talent’ in je opkomt. Als je al een maatstaf wil of zelfs kan hebben, dan moet het dáár beginnen. Meten met twee of verkeerde maten is niet goed voor je creatieve proces. Als je niet eens durft te schrijven omdat je teveel met het resultaat (lees: ‘ben ik goed genoeg?’) bezig bent… Veel mensen lopen daar vast. “Het lukt me toch niet een bestseller te schrijven, dus waarom zou ik het proberen?” Veel mensen willen schrijven, maar durven (en doen het daardoor!) niet. Voordat je getalenteerd in iets kan zijn, moet je het vertrouwen hebben dat je het überhaupt kan doen. Als je beginnende schrijver bent, komt schrijven zelf eerst, dan het resultaat.

Starten met schrijven is belangrijker dan het meteen geweldig doen.

Goed schrijven is subjectief

Als je serieuze schrijversambities hebt, moet je één ding onthouden: goed schrijven is subjectief. Wat één redacteur of uitgever geweldig vindt, vindt de ander oninteressant. Maar deze mensen kunnen wel inschatten hoe getalenteerd je bent: het is hun vak om professioneel naar een tekst te kijken. Laat ze dus wat van je schrijfstukken lezen. Of doe mee aan schrijfwedstrijden. Maar laat niet te veel afhangen van de uitslag. Verliezen maakt je geen mislukte schrijver en winnen maakt je niet automatisch een nieuwe Harry Mulisch.

De enige echte houvast om talent te meten: feedback verwerken

Je kan niet zeggen: Ik kan een verhaal afmaken/ ik beheers een tiental schrijftechnieken/ ik kan een origineel verhaal bedenken, dus ik ben een getalenteerde schrijver.
Als je een serieuze schrijfcarrière ambieert, is er één ding wat je per definitie kan maken of breken: het kunnen en willen verwerken van feedback. Want daaruit blijkt dat:
* je bereid bent mee te werken met (de wensen van) een uitgever;
* je weet hoe je verhaal in elkaar steekt. Wat kan je al dan niet veranderen zonder dat het verhaal in elkaar stort?
* je inzicht hebt in creatief schrijven; je kan bijvoorbeeld niet alleen een infodump identificeren, maar ook verbeteren;
* je jouw verhaal de wereld insturen belangrijker vindt dan het idee dat je jezelf schrijver kan noemen.

Vooral de laatste twee punten zijn belangrijk. Er zijn getalenteerde schrijvers die met een geweldig manuscript bij een uitgever binnenkomen. Maar halverwege valt alles alsnog stil omdat ze de feedback niet kunnen of willen verwerken.

Bén jij een getalenteerde schrijver? Dat antwoord blijft aan jou, maar ik kan je tekst wel professioneel nakijken. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Zo smult je lezer van je cliffhanger, en jij als schrijver ook

De cliffhanger: de zinnen aan het eind van een stuk waarvan de lezer denkt: wow, wat gebeurt hier nou? Dat meen je niet! Of: hoe gaat het verhaal nu verder?
De zinnen waardoor de lezer spijt krijgt dat hij naar zijn werk moet vertrekken of dat net nu de baby honger krijgt.
De zinnen waarvan jij als schrijver denkt: yes! Ik heb het goed gedaan, want mijn lezer blijft geïnteresseerd. Iedereen weet wat cliffhangers zijn, maar hoe schrijf je ze?

Verschillende soorten cliffhangers

Cliffhangers komen altijd op ‘het einde’: het einde van een paragraaf, hoofdstuk, boek of de achterflaptekst. Het doel is om de lezer duidelijk te maken: blijf lezen, er komt iets veelbelovends aan. Een cliffhanger kan verschillende tonen hebben en op verschillende manieren worden uitgewerkt. Als je de goede cliffhanger uitkiest, gaat het verhaal goed verder. Laten we kijken naar de vier soorten cliffhangers die er zijn.

De ‘volgend hoofdstuk’ cliffhanger

Bij deze cliffhanger eindigt het hoofdstuk met een zin waarvan de lezer aanvoelt dat hij (vrij) letterlijk in de eerste zin(nen) van het volgende hoofdstuk het antwoord op een belangrijke vraag krijgt.
Een voorbeeld uit Harry Potter en de steen der wijzen, waarin Harry erachter komt wie hem het hele boek heeft dwarsgezeten:
… en toen was hij aan de andere kant, in de laatste kamer. Er was al iemand – maar niet Sneep. Het was zelfs Voldemort niet.

Maar wie is het dan? Vertel het me!
We zijn aan het eind van een hoofdstuk. Dus lees het volgende hoofdstuk maar…
De eerste zin van het volgende hoofdstuk is: Het was Krinkel.

Dit soort cliffhanger hoeft niet zó letterlijk een onthulling te geven, maar de vuistregel is de belofte aan je lezer: lees een zin/ hoofdstuk verder en ik beloon je voor het feit dat je zo lang bent blijven lezen.
Deze cliffhanger kan je gebruiken als inzet voor de laatste onthulling, zoals in de climax van akte drie van het save the cat schema. Nu gaan we langzaam maar zeker afronden, maar we doen het wel spectaculair!

De sfeercliffhanger

Deze cliffhanger onderstreept de sfeer van datgene wat net is gebeurd. Je kan hem herkennen aan de show don’t tell. Iemand wordt gedumpt: De deur sloeg met een klap achter me dicht. Het gejank van de zieke hond van de buren was door te muren heen te horen. Dat geluid hield me de hele nacht wakker.

Iemand slaagt voor een opleiding: Ze keek de zaal in. Haar ouders grijnsden van oor tot oor. Terwijl de eerste zonnestralen in een week door de ramen kropen, wist Rebecca dat de wereld op haar stond te wachten.

Rebeccas gevoelens kunnen een prima cliffhanger zijn als je ze goed omschrijft.

Zoals je misschien merkt, zijn deze cliffhangers gevoelig voor clichès of klef taalgebruik. Let goed op je gebruik van symboliek, om te voorkomen dat de cliffhanger niet veelbelovend, maar irritant wordt. Zoek een passende balans.
Deze cliffhanger kun je vrijwel altijd gebruiken.

De serieuze cliffhanger

De serieuze cliffhanger hangt vaak samen met een ziekte of de dood van een geliefd personage. Zodra dat personage de slechte prognose krijgt of (in de armen van een geliefde) sterft, wordt het menens.
Onze helden zijn op een gevaarlijke missie. Er zijn al wat gevechten geweest of dagen met een lege maag. Maar de groep had er altijd vertrouwen in dat het goed zou komen. Want ze hadden een wijze mentor bij zich die altijd een oplossing had. Of een spierbundel die de fysieke blokkades weg kon halen.
Maar dan breekt de spierbundel zijn beide armen. Nu wordt de missie moeilijker, want er is nu niemand meer die met gevaarlijke wolven durft te worstelen. Of de mentor sterft. Wat moeten ze nu zonder zijn wijsheid?
Met zijn laatste krachten duwde de tovenaar het magische amulet in de hand van zijn leerling. “Denk eraan,” zei hij met trillende stem. “Je moet het schoonspoelen in de Pure Fontein om de vloek weg te wassen.” Toen ademde hij niet meer. Terwijl de tranen van de leerling op het gezicht van de tovenaar vielen, hoorde het reisgezelschap in de verte het geluid van het aanstormende leger van de vijand.

De serieuze cliffhanger is dat moment waarop zowel je personages als je lezer beseffen: Ai… Het was al ingewikkeld, maar nu wordt pas echt verdrietig, gevaarlijk of eenzaam. Deze cliffhanger is ideaal toe te passen bij de stap van obstakel of ramp in het schema van save the cat.
Je kan deze cliffhanger aanvullen met een sfeercliffhanger. Al kun je ook stoppen bij het moment dat het kwaad geschied is, zoals het moment dat de mentor sterft.

De soapcliffhanger

“Ik weet dat jij hem hebt vermoord!”
“Richard is betrapt op het bezit van harddrugs…”
“De DNA-test wijst uit dat jij mijn vader helemaal niet bent.”

Een soapcliffhanger is als een glimp opvangen van het volgende grote (film)drama

De soapcliffhanger: de goeie ouwe DUM DUM DUMMM-cliffhanger die je in soaps ziet. Hij komt -verrassing- vooral voor in soaps en zijn kenmerken vormen ook een S.O.A.P.:
Spectaculair;
Ongenuanceerd;
Aanwezige;
Plottwist.

Zoals je in S.O.A.P. kan zien, zijn deze cliffhangers ideaal voor een plottwist. Let extra goed op de O: ongenuanceerd. Een televisiesoap kan daadwerkelijk ongenuanceerd zijn, omdat de kijker op ongenuanceerde dingen is voorbereid, of ze zelfs verwacht. Zoals mijn oma vaak zegt: “Die acteur stopt met Goede Tijden Slechte Tijden, maar als hij de serie weer in wil, wordt zijn vermoorde personage gewoon weer tot leven gewekt. Zo gaat dat in soaps.”
Dus dan is: “Ik heb vandaag je doodverklaarde moeder in de stad gezien,” niet eens zo raar en heerlijk ongenuanceerd.

Maar in verhalen kom je daar niet zo makkelijk mee weg. Een romanlezer verwacht meer realisme en subtiliteit dan een soapkijker. Voor een handreiking over hoe (on)genuanceerd de O in je S.O.A.P. moet zijn: lees hier over regieaanwijzingen en hoe je bepaalt hoe spectaculair je iets kan, moet of niet hoeft te maken.

Veel plezier met het schrijven van je cliffhangers!

Wil je controleren of je cliffhangers goed aanslaan? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je de achterflaptekst voor je boek?

De achterflaptekst schrijven voor je boek is een belangrijke klus. Veel mensen bepalen of ze een boek gaan lezen door eerst de achterflap te lezen. Hoe krijg je het voor elkaar om van deze mensen jouw lezers te maken?

Functie van de achterflaptekst van een boek

De tekst van je achterflap is erg belangrijk: hij moet potentiële lezers over de streep trekken. Een titel en een mooi ontwerp op de voorkant zijn niet voldoende, want die geven vrijwel niets prijs over de inhoud. Neem de titel. Als een boek de naam van je personage als titel heeft, zegt dat vrijwel niets. Want wat is Emma voor iemand? Waar en wanneer leeft ze?
Getallen zijn de laatste tijd ook erg populair in titels: 23 seconden, 19 minuten, 24 dagen …Om Vijftig tinten grijs en allerlei variaties van aantal tinten en kleuren, zoals twee tinten blauw of duizend kleuren blauw niet te vergeten. (Dit zijn allemaal bestaande titels).
Maar op zichzelf weet je niet of die verhalen erotisch, misdadig of dramatisch zijn. Of kun jij wél raden waar mijn splinternieuwe verhaalidee voor Acht maanden paars over gaat? 😉

En het ontwerp van de voorkant… dat kan heel mooi zijn, maar zou jij uren van je tijd besteden aan lezen vanwege een afbeelding, terwijl het om het verhaal gaat?

Wat moet er in de achterflaptekst van een boek staan?

Een achterflaptekst is ontzettend kort. Het woordenaantal kan per uitgever schelen, maar ga uit van ongeveer 75 à 100 woorden. Toch moet je veel in deze korte samenvatting verwerken.

De rode draad en het centrale conflict

Schrijf in de achterflaptekst alleen over je hoofdpersonage en de direct betrokkenen. De direct betrokkenen zijn de personages of omstandigheden die het centrale conflict in gang zetten.

Als Shanti een spelshow wint, waant ze zich een heerlijke week miljonair. Maar dan krijgt ze een stel verdachte geluiden over de spelshow te horen. Opeens is ze haar nieuwe fortuin niet meer zeker.

Hier zet de spelshow het centrale conflict in: er komt geld in het spel waarvan de origine achterhaald moet worden.

De tweede akte in de achterflaptekst

De heldenreis/ het centrale conflict is niet alleen een uitdaging, maar ook een hindernis voor je protagonist die hij daadwerkelijk moet aangaan. Kijk voor een uitgebreide uitleg in het schema van save the cat: de tweede clue in de tweede akte is vaak handig om toe te voegen. Sprookjes geven duidelijke voorbeelden hiervan.

In het voorbeeld van Shanti:

…haar beste vriend lijkt meer over het voorval te weten. Shanti zal hun vriendschap moeten riskeren om te weten te komen of hij wel is wie hij altijd gezegd heeft te zijn.

Shanti zal moeten afwegen of ze voor het geld of voor haar vriendschap kiest. En niet alleen dat: ze vermoedt al dat haar vriend iets achterhoudt. Ze zal hoe dan ook opnieuw over de vriendschap na gaan denken. Dat belooft conflict, drama; een (boeiend) verhaal.

De cliffhanger op de achterflaptekst van een boek

De cliffhanger: “Wat gaat er hierna gebeuren? Spannend!”
“O nee! Nu gaat de drama pas echt beginnen.”
De DUM DUM DUMMM-jingle aan het einde van een soapaflevering.
Je kent het principe wel.

Moet er een cliffhanger op een achterflaptekst? Het korte antwoord is nee. Het uitgebreide antwoord is: nee, omdat je de achterflaptekst als één grote cliffhanger kan zien. Hij moet aanzetten tot het lezen van het boek. Hij heeft net genoeg informatie gegeven aan de lezer om hem nieuwsgierig te maken.

Een verhaal heeft, hoe uniek ook, raakvlakken met het gros van de verhalen van hetzelfde genre. Dat maakt je verhaal niet onmiddellijk cliché, maar wel tot op zekere hoogte voorspelbaar. Dat werkt (desondanks) in je voordeel: als je lezer een spannend verhaal zoekt, vindt hij je makkelijk tussen de andere thrillers. Als je het uitzonderlijk uniek en onvoorspelbaar maakt, past het nergens in een bepaalde kast van een boekhandel. Zo wordt het dus nooit gevonden.

Dit is een tafel met een bepaald onderwerp. Zo zullen horrorverhalen niet bij de streekromans liggen. Je boek zal altijd op een bepaalde tafel thuis of kast moeten horen en dus enigszins voorspelbaar moeten zijn.

Forceer geen cliffhanger op de achterflaptekst

Als je de verwachting rondom het genre of het centrale conflict gaat benadrukken, werkt een zin met een cliffhangertoon op de achterflaptekst averechts.
Zal dit romantische stel van arm en rijk de kloof van hun status kunnen overwinnen?
Phoe, goeie vraag! Het gebeurt misschien een op de duizend keer níet. En dat ene boek ligt dan waarschijnlijk bij de dramaboeken op tafel. Ik vond dit verhaal gewoon in de kast met zwijmelverhalen. Dus voor de grap gok ik erop dat dat wel lukt.

Hier komt over een paar tellen geen zoen, maar een krokodillenaanval! Logisch toch, in een romantisch verhaal? Daarmee fop je niemand. In plaats van die zoen kan je je beter concentreren op de manier waarop de relatie opbloeit of in gevaar komt. Iets wat binnen genres of verhalen wél het verschil uitmaakt tussen het ene verhaal en het andere.

De invulling van de cliffhanger open houden

Je kan wel een cliffhanger gebruiken voor de achterflap, maar dan kan je het beste:
*geen vraag stellen: Gaat het lukken om…? Hoe gaan ze…? Wat zal er gebeuren als…?
Dat ligt de cliffhangertoon er te dik bovenop.

*niet aansturen op iets dat op één van twee scenario’s uitloopt:
Nu moet het kersverse stel hun relatie zien te redden (De relatie strandt of houdt stand.) Je kan dan beter schrijven: zodra er een krokodillenaanval komt, moet de man bewijzen hoeveel hij voor zijn vriendin overheeft. Dat gaat de relatie het evengoed al dan niet overleven. Maar nu heb je er nog een extra vraagstuk bij: hoeveel heeft hij voor zijn wederhelft over? Niks? Een gebroken been? Zijn leven?

Maak ik nou een grapje met al die krokodillen of niet? Om daar achter te komen, moet je mijn fictieve boek lezen. Nieuwsgierigheid naar je verhaal is essentieel voor een goede achterflaptekst.

Je hebt maar weinig woorden voor de achterflaptekst. Het wordt dus puzzelen, maar met deze puzzelstukjes kom je daar wel uit. Zo niet: ik kan je helpen met de achterflaptekst en algemene manuscriptedactie. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden voor je boek

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn. Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug. Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien. Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller-misdaadroman. Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :
* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek (moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is. Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal die er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

Wil je goed voorbereid naar een uitgever stappen en eerst nog een professionele redactieronde laten doen? Dat kan: kijk in mijn webshop.

Hoe schrijf je logisch over fictieve werelden, wezens en personages?

Realistisch schrijven is essentieel voor een boeiend verhaal. Hoe krijg je dat niet alleen voor een losse scène of voor een specifiek genre, maar altijd voor elkaar?

Het toverwoord voor realistisch schrijven: logisch

Of je nu over een nieuw personage in een alledaagse wereld, een mythe schrijft of met worldbuilding aan de slag gaat: alles kan, zo lang het maar logisch te verklaren is. “Logisch” moet je hier als een breed begrip zien dat op veel dingen kan slaan:

* anatomie;
* biologie;
* geschiedenis;
* psychologie;
* maatschappelijke ontwikkelingen;
* spiritualiteit;
* wetenschap;
* (culturele) overtuigingen

enzovoorts. Als je kunt zeggen: “Dit is X logisch” dan komt je verhaal realistisch over. Bijvoorbeeld: Het is anatomisch logisch dat….Een voorbeeld dat laat zien hoe het niet moet:

De Huppeldepuffervis: als iets onlogisch is

Mijn zelfbedachte Huppeldepuffervis heeft vinnen, drie ogen en een bek op een van de twee hoorns die uit zijn hoofd groeien. Hij zal nooit fans vergaren. Vanwege die rare naam, maar ook omdat hij anatomisch nooit kan kloppen. Zijn bek moet uitmonden in een slokdarm en een maag, anders kan hij niet eten en sterft hij. De substantie van een hoorn sluit niet aan op die van een slokdarm: in een hoorn zitten geen spieren.
Zo is de Huppeldepuffervis dus anatomisch onlogisch.
Als de hoorns uit zijn vinnen of schubben groeien en de bek op de normale plaats zit, kan hij eten en overleven en is hij dus (anatomisch) logisch. Nog altijd niet-bestaand, maar wel logisch. De absolute basis klopt. Als het absolute beginsel van je idee onlogisch is, gaat het ook niet werken in een verhaal.

“Ik snap maar niet hoe dit ooit gaat werken….” Logisch, als dat ook niet kàn.

Een logisch verhaal

Natuurlijk kost een zwijmelverhaal relatief weinig schrijfonderzoek; je gaat geen nieuwe planeten creëren. Toch moet je voor elk verhaal dingen onderzoeken om erachter te komen wat ‘logisch’ is, om zo je verhaal sterker te maken.

Fictieve werelden, culturen of maatschappijen logisch maken

De manier waarop mensen leven, wordt sterk bepaald door hun cultuur.
Wat doen, geloven, kunnen, vinden en willen ze?
Aan welke dingen denk je als ik zeg ‘Cultuur (van land) X?’ Het antwoord geeft belangrijke culturele aspecten weer.
Amerika, bijvoorbeeld. Stel dat je denkt aan:
* het Vrijheidsbeeld –> De Amerikaanse cultuur hecht belang aan vrijheid;
* studiebeurzen voor topsporters –> sport is belangrijk in Amerika;
* grote porties –> eten komt terug in de cultuur van de VS.

Als je je eigen maatschappij maakt, bedenk dan goed hoe de cultuur tot stand komt en hoe zich dat logisch uit. Een ideaal hulpmiddel hiervoor zijn de culturele dimensies van Geert Hofstede.
In deze dimensies worden verschillende culturele aspecten naast elkaar gelegd. Vervolgens wordt verklaard waarom de ene cultuur anders reageert op een situatie dan een andere cultuur.
Deze dimensies zijn: machtsafstand, individualisme vs. collectivisme, masculiniteit vs. femininiteit onzekerheidsvermijding en lange termijn- vs. korte termijn oriëntatie.

Neem individualisme vs collectivisme.
In een individualistisch land is het gedachtegoed: eigenbelang gaat voor dat van de groep, in een collectivistisch land is dat andersom.
Amerika scoort hoog op de individualistische schaal; kijk maar naar de american dream: Ik jaag mijn eigen succes na, ik ben daarvoor zelf verantwoordelijk en ik doe wat mij het beste lijkt. Aziatische landen daarentegen zijn over het algemeen collectivistisch: daar is het groepsgevoel groter en zal je dus niet zo snel iets doen waar anderen het mee oneens zijn of wat de familienaam schaadt. Maar mensen zullen je eerder helpen, omdat het “een voor allen, allen voor een” is, waar een Amerikaan er eerder alles zelf moet rooien.
Als je de dimensies invult tijdens het creëren van je maatschappij, zal je merken dat zaken als het waarom van politieke overtuigingen, gemeenschapszin en het economisch stelsel, zich bijna als vanzelf gaan verklaren of ontvouwen. De uitwerking van je wereld -al komt het leeuwendeel daarvan nooit verder dan je persoonlijke opschrijfboekje– wordt dan geloofwaardig, ook al is het misschien niet vergelijkbaar met een bestaande cultuur.

Historisch logisch

Bedenk wat er in een bepaald tijdperk aanvaardbaar of zelfs maar voorstelbaar (lees: logisch) was.
Kiesrecht was er niet voor Jan-met-de-pet tijdens de Middeleeuwen. Besef dat sommige dingen zo normaal waren dat niemand er zelfs maar vraagtekens bij zette, laat staan ertegen in opstand kwam. Net zoals wij het normaal vinden dat je belastingen betaalt (ik heb het niet over de hoeveelheid belastingen, hè? 😉 ). Misschien krijgen we ooit een totaal ander betaalsysteem dat geld en belastingen een lachertje laat lijken… Praten met iemand die ver weg is? Dat konden de Romeinen zich niet eens voorstellen. Wij vinden videobellen inmiddels doodgewoon.

Als je over een gebeurtenis schrijft die zich in de geschiedenis herhaalt (oorlogen, bepaalde bestuursvormen…) kijk dan goed wat steeds terugkomt in deze scenario’s:
* Een absolute monarchie verliest vroeg of laat de macht vanwege protest van het volk, of het verlies aan materieel dat nodig is het volk in toom te houden;
* Een dictator wint vertrouwen bij het volk door de vijand af te schilderen als minder dan menselijk;
Wijk je van die dingen af, dan voelt het verhaal minder logisch aan.

Psychologisch of sociaal logisch

Een kind dat zijn leven lang is mishandeld, rent niet vrolijk in de armen van zijn nieuwe adoptieouders. Hij zal tijd en therapie nodig hebben om zijn nieuwe verzorgers te leren vertrouwen. Een herstellend alcoholist vindt een verjaardag waarop veel wijn wordt geschonken ongemakkelijk.
Ga je personagebiografie na om te zien wat er psychologisch/sociaal logisch is voor je personage.

Verdrink niet in logica

Op jouw fictieve planeet is de zwaartekracht zes keer zo sterk als hier. Natuurlijk moet je weten wat voor gevolgen dat heeft en wat er vervolgens (niet) kan. Maar je hoeft niet te weten volgens welke formule van de algemene relativiteit de manen van jouw planeet zich bewegen.

“Het is prima als je mijn geliefde in elkaar slaat,” is gewoon raar. Je hoeft geen psycholoog te zijn om dat onlogisch te vinden. Doe onderzoek tot je een basiskennis hebt die logisch is en bepaalde verbanden duidelijk maakt en geniet dan van je nieuwe creaties!

Dreig je alsnog te verdrinken in allerlei ideeën bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met medeschrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).
Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ´infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over,” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt, omdat er gaten zitten in het schema van save the cat. Als je alert bent op dat soort dingen, leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen gaat niet vanzelf

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur naar schrijftechnieken kijken

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan. Als clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een manuscriptredacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen in een boek

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hieraan ziet een uitgever dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of schrijftechnieken in je boek

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Het gebruik van symboliek in verhalen

Symboliek kan helpen om een verhaal beeldend en diepzinnig te maken. Maar een verkeerd gebruik van symbolen kan je verhaal weer dramatisch maken. Hoe vind je een goed evenwicht in het gebruik van symbolen?

Symbolen en symboliek in verhalen

Symbolen zijn er bijna altijd in verhalen. Soms liggen ze er duimendik bovenop. Dan bestaat het risico dat je in clichés verzandt. Maar als je een boek hebt waarin de symboliek subtiel en diepgaand is, dan is het verhaal zeer waarschijnlijk van goede kwaliteit. Helaas is er geen kant en klaar recept om symboliek te gebruiken. Niets is zwart-wit. Aha, zwart-wit, dat is een veelgebruikt symboliek. Laten we dat eens gebruiken om te zien wat er allemaal fout kan gaan.

Te makkelijke symboliek in verhalen

Zwart en wit zijn elkaars tegenpolen. In kleuren, maar nog meer in symboliek. Wit staat dan meestal voor datgene wat positief is, zwart voor het negatieve. Denk aan:
* goed – kwaad;
* licht – donker;
* onschuld – schuld;
* hemel – aarde (of hel);

Deze tegenpolen zijn prima te gebruiken; ze helpen je lezer een stapje op weg naar wat je tussen de regels door aan hem duidelijk wilt maken. Het nadeel is alleen dat als je een cliché krijgt als je tegenstellingen houdt zoals ze zijn en daar niet dieper op ingaat.

Romantici en weerwolven: jullie weten wat jullie te doen staat, toch? 😉

Bijvoorbeeld: als je je held in (maagdelijk) wit gekleed laat gaan, golvend blond haar en een engelachtige, loepzuivere stem geeft en de vijand in het zwart rondloopt en donker haar en een rokershoestje heeft… Dan wordt de boodschap niet zozeer overgebracht, maar eerder door de strot van de lezer geduwd. Te veel tegenstellingen laten je lezer met de ogen rollen.

Nog een andere valkuil met symboliek en tegenpolen is dat je de symboliek als verklaring gaat gebruiken waar dat niet gepast is.
“Dit personage kan die moord nooit gepleegd hebben. Ze is mooi, maagd en draagt altijd wit.”
Zeker weten? Ik weet toevallig dat ze vorige week nog tegen haar vader schreeuwde dat ze hem en zijn minnares zou vermoorden als ze kon bewijzen dat hij haar moeder bedroog. Waarom zou ze nu anders zo’n haast hebben om haar voetstappen in de sneeuw richting van het huis van de minnares uit te wissen?

Soms is een mes geen symboliek voor goede kookkunsten, eerder van slagerskunsten…

Vergeet niet dat je personage altijd gedreven wordt door omstandigheden en motieven, niet door hoe ze eruit zien. Zelfs de gebochelde van de Notre Dame wordt niet gedreven door zijn lelijkheid. Het zijn de omstandigheden en hoe hij en anderen met dat uiterlijk omgaan die de drijfveer en het verloop van het verhaal bepalen.

Als je ervoor kiest voor symboliek en karaktereigenschappen te combineren in plaats van symboliek en uiterlijkheden, gaan dezelfde regels nog steeds op. Neem de moordenares. Misschien is ze normaal gesproken wel lief en al het andere wat bij symbolische onschuld past. Maar als de omstandigheden juist (of in dit geval ongunstig) zijn, bijvoorbeeld vanwege een serie traumatische gebeurtenissen, dan kan dat haar alsnog uit haar karakter halen.
Een topfitte, actieve sporter wil ook wel eens een avondje niksen op de bank. Gewoon eens lekker lui, de tegenpool van actief. Zo is het met karaktereigenschappen ook. Niets is volledig zwart-wit.

Is het je ooit opgevallen dat Mary Sue bol staat van de symboliek (mooi, jong, lief, zacht, onschuldig, moederfiguur)? Dat is een van de redenen waarom ze zo’n slecht uitgewerkt personage is: ze is te symbolisch. Ze is een hyperbool van het symbolisch vrouwelijke. Zo is Joe Sixpack ook een hyperbool, maar dan van symbolische masculiniteit (sterk, machtig, dominant).

Goede, diepgaande symboliek in verhalen

Goede symboliek zit hem in subtiliteit en tussen de regels door lezen. En in spelen met woorden. Als je wil weten wat voor symboliek bij je verhaal past, dan vind je een mogelijk antwoord in je verhaalthema. Een mindmap kan daarbij helpen. Stel je thema centraal en ga de vakjes invullen.
Laten we ‘geboorte’ als voorbeeld nemen.
De eerste dingen die in je opkomen zijn waarschijnlijk: baby, moeder, kind, zwangerschap, verloskundige, enzovoorts. Je kan je hoofdpersonage dan een verloskundige maken. Maar je kan ook een stapje verder denken. Waarvoor staan geboorte en zwangerschap mogelijk nog meer symbool voor?
* een nieuw begin
* iets creëren
* groei (fysiek of van vaardigheden)

Met deze elementen kan je over een uitvindster schrijven. Eerst moet zij studeren (de groei van kennis), dan iets creëren (de uitvinding maken) en vervolgens is de uitvinding zo succesvol dat het de wereld verandert en er een nieuw tijdperk begint. Om de overkoepelende symboliek te verduidelijken, laat je haar een moeilijke zwangerschap doormaken. Of misschien is de vriendin die af en toe inzichten aandraagt wel de voorgenoemde verloskundige.

Het cirkeltje rondmaken in verhalen met behulp van symboliek

“En ze leefden nog lang en gelukkig” past bij sprookjes en kan ook in de figuurlijke zin een mooi einde van het verhaal aangeven. Dat is een lineair einde. Met de symboliek die je hebt gebruikt kan je ook een mooi rondje maken: “Nu is de cirkel rond”. Laat de dochter van de uitvindster later gynaecologie studeren. Dan kan zij weer helpen de kleindochter van de inspirerende verloskundige ter wereld helpen. Natuurlijk ligt het cliché hier ook weer op de loer. Of op zijn minst het risico dat je verhaal suikerzoet en klef wordt. Als je de heldenreis van je personage in de gaten houdt, is dat risico kleiner. Ga na welke obstakels er overwonnen zijn en welke offers daarvoor zijn gemaakt. Dan is het einde al gauw een oprecht passende beloning voor je held. Als je held echt iets heeft verdiend, is dat einde veel bevredigender dan wanneer al zijn wensen op de valreep op een gouden bordje worden gepresenteerd.

Hoe dan ook is het toverwoord voor het gebruik van symboliek: subtiliteit. Zolang als je subtiel bent in het gebruik van symbolen, zal je vast een mooie onderliggende boodschap kunnen meegeven. Bijkomend voordeel is dat het symbool dan ook die boodschap op een prachtige manier kan onderstrepen!

Wil je weten of jouw symboliek effectief is? Schakel mij in voor manuscriptredactie.