Het verschil tussen spannend en mysterieus schrijven

Als je een verhaal schrijft waarin plottwists of diepe thematiek voorkomt, is het belangrijk om redelijk mysterieus te schrijven. Maar dat betekent niet dat de lezer continu iets te raden moet hebben, wil het boek spannend zijn. In deze blogpost gaan we naar het verschil kijken en leer je hoe je de belans moet vinden.

Hoe schrijf je een mysterieus verhaal?

‘Mysterie’ als begrip mag je in deze blogpost ten behoeve van de uitleg zien als het idee dat de lezer in het duister tast, weet dat die informatie mist en er plezier uit haalt om uit die missende informatie een geheel te maken. Dat kan uiteindelijk een plottwist blijken te zijn, maar het kan ook een relatief simpel raadsel zijn, zoals: ‘Wat maakte in dat huis toch steeds zo’n raar geluid?’
Wil je je verhaal mysterieus maken, dan schrijf je dus met het idee dat er continu informatie mist die nog een conclusie krijgt. Bovendien moet de lezer alert blijven, om geen belangrijke hint te missen.

Hoe schrijf je een spannend verhaal?

Een spannend verhaal is niet per se mysterieus. In zekere opzichten is een spannende tekst een tegenpool van de mysterieuze tekst. Want bij een spannend verhaal zit de lezer op het puntje van de stoel. Gewoon omdat het verhaal zo gaaf is, er van alles gaande is en de actie-reactiewet goed wordt aangehouden. Het grote verschil met mysterie is dat het bij een spannend verhaal helemaal niet zo erg is als de lezer weet hoe het verhaal (grofweg) gaat verlopen. Sterker nog: soms kan een zekere mate van voorspelbaarheid de spanning verhogen.

Stel je voor dat je personage moet verhinderen dat dieven een bankoverval plegen. Je lezer weet inmiddels dat je held niet voor een gat te vangen is, en ook wijst de algemene toon van je verhaal er duidelijk op dat je bij dit verhaal een happy end kan verwachten. Het is dus niet echt de vraag of de bankovervallers worden gepakt. Maar dat is niet erg, want in dit geval haalt je lezer het leesplezier uit de ‘hoe’-vragen. Zoals:

  • Hoe probeert Held de dieven te vangen?
  • Hoe bereidt hij dat plan voor?
  • Hoe loopt dat plan in eerste instantie in de soep?
  • Hoe gaat hij zich herpakken?
  • Hoe lukt het alsnog om de bankovervallers alsnog gepakt?

Met andere woorden: een spannende tekst hoeft niet veel meer te doen dan een spanningsboog op peil houden. Om dat meer kleur te geven, sluit die goed aan op de heldenreis van je hoofdpersoon. Dat vormt de basis van ieder goed verhaal. Daar hoeft een verhaal niet mysterieus voor te zijn.

Wanneer moet je mysterieus schrijven?

Als je een verhaal hebt waar de lezer veel te ontrafelen heeft, schrijf je mysterieus. Zorg ervoor dat je continu iets geeft om te puzzelen en naar te raden. Denk aan personages wiens motieven niet altijd koosjer zijn: dan moet het duidelijk zijn dat er meer in het spel is, of dat deze gladjakker opeens van gedachten kan veranderen, als het hem beter uitkomt. Waak er wel voor dat je de lezer daarin niet te veel laat dwalen. Mysterie en kunnen raden is leuk, maar het is wel belangrijk dat je blijft weten wat je als lezer grofweg in de kuip hebt als het om personage of plot gaat. Een plot dat in eerste instantie gaat over een gelukkig gezin en dan dreigt te gaan over een verstoring van die orde en drie hoofdstukken daarna toch weer over het gelukkige gezinnetje werkt niet. Iemand ergens naar laten raden en op een ongefundeerd verkeerd been zetten zijn twee heel verschillende dingen.

Hoe zorg je ervoor de tekst spannend blijft?

In een tekst die spannend is, is er altijd iets gaande. Dat heeft niet zozeer met Formule 1 of superheldachtige actie te maken. Denk aan een actie-held die in plaats van als een figurant van diens eigen leven het plot ziet gebeuren, zelf dingen in gang zet om ervoor te zorgen dat het verhaal de gewenste kant op gaat. In dat opzicht kan actie soms haast saai zijn. Maar zolang je kan spreken van interessante vooruitgang, zit je over het algemeen goed als het om de spanningsboog gaat. Laten we die woorden iets genuanceerder opsplitsen:
Interessant: er is iets aan de hand dat leuk is om te blijven volgen.
Vooruitgang: het verhaal gaat verder, dóór: er is sprake van een personagegroei of een conflictontwikkeling, zoals een volgend obstakel.
En daarom is het mogelijk dat ook een ‘saai’ alledaags verhaal continu spannend blijft. Je hoeft verhalen niet met elkaar te vergelijken. Als voor joúw verhaal iets spannend is, dan hoef je dat niet uit te vergroten omdat er andere verhalen zijn die van zichzelf griezeliger, spectaculairder of spannender zijn.

Spannend en mysterieus schrijven combineren

Spanning en mysterie zijn goed te combineren en het een hoeft niet ten koste van het andere te gaan. Maar zoals je hebt kunnen lezen zijn het twee heel verschillende dingen. Het kan dus voorkomen dat je moet kiezen. Als je voor die keuze komt te staan, kies dan altijd voor spanning, niet voor mysterie. Lees: duidelijkheid en algemene structuur gaan altijd vóór het spelen met thema’s, symboliek of unieke plottwists of interessante narratieve conflicten.

Dat heeft te maken met mogelijke interpretatie en de vrijheid die je daar (niet) hebt. Iedereen moet de basis van een verhaal hetzelfde lezen. Bijvoorbeeld: als je hoofdpersonage lief moet zijn, mag niemand haar lezen als gemeen. Daar moet je als schrijver voor waken, maar dat kan je ook herschrijven.

Maar thema’s en symboliek kunnen per persoon heel anders worden geïnterpreteerd. Dat hebt je niet in de hand, maar dat is wel waar mysterie vaak op leunt. Ga je dus te veel uit van mysterie en te weinig van spanning, dan kan het gebeuren dat je lezer onbedoeld een heel ander boek lijkt te lezen dan jij denkt te schrijven. Wees niet te bang dat je boek niet spannend genoeg is: wees eerder te bang dat je boek iets te mysterieus is.

Wil je weten of je op de goede weg bent met je mysterieuze of spannende verhaal? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Foto door Sašo Tušar via Unsplash.

De perfecte plottwist: inzetten of niet?

‘En dan gebeurt er plotseling iets compleet anders! Dat had je niet gedacht hè?’
Wat je misschien ook niet had gedacht, is dat je voor een goede plottwist ook eerst goed moet nadenken voor je hem schrijft. Deze week kijken we of een plottwist in je verhaal past.

Wat moet een plottwist doen?

Na een plottwist gaat een verhaal een andere kant op, of wordt er een andere kant belicht van een thema of een motief van personages. Als een personage een dubbelspion blijkt te zijn, denkt de lezer wel even na over alles wat die dacht te weten over diens motieven. Waar er eerst nog werd geoordeeld, vraagt de lezer zich nu af of  die misschien wel dezelfde keuzes had gemaakt in een soortgelijke situatie. Een plottwist daagt de lezer dus uit om ergens vraagtekens bij te zetten. Bij het verhaalverloop, of over de thematiek van een verhaal.

Wat wil je zeggen met je plottwist?

De vraagtekens van een plottwist zijn een manier van de schrijver om te zeggen: “Heb je wel eens gedacht aan de mogelijkheid dat…?” Of het nu gaat om de uitvoering van de modus operandi van een moordenaar of de gedachtegang van een dubbelspion, als het antwoord bij lezers onderling een debat zou kunnen opleveren, kan je daar vaak een goede plottwist van maken. Is het waarschijnlijker dat het antwoord op de vraag: ‘hoe zou jij, lezer, in deze situatie denken of handelen?’ met één of twee zinnen beantwoord kan worden, dan is je plottwist waarschijnlijk te makkelijk om te ontcijferen, of thematisch te eenvoudig om de bijbehorende spanning achteraf te kunnen dragen.  

Niet moeilijk doen als het makkelijk kan

De plottwist wil vraagtekens zetten bij een bepaald gegeven. Maar soms zijn vraagtekens helemaal niet van meerwaarde, of niet waar het echt om gaat bij datgene waarover je schrijft. Om te bekijken of een plottwist passend is, kijk je goed naar de vraag die je plottwist moet oproepen.

Je schrijft over een vrouw die twijfelt met welke van twee goede mannen ze haar leven wil delen. De een geeft haar vooral zekerheid, de ander vooral avontuur. Als ze het hele verhaal de indruk geeft vooral avontuur te willen, dan is het geen goede plottwist om haar plotseling voor zekerheid te laten kiezen. ‘Wat zou jij kiezen, avontuur of zekerheid?’ is niet de vraag die centraal staat in het grotere geheel van het verhaal. ‘Hoe kies je voor/ in de liefde?’ past beter, omdat het meer thematisch is. Zo je wil: het is een diepere vraag en dat leent zich beter voor een plottwist.

Dan is het om het even welke van de mannen de gelukkige wordt. Het gaat immers om het om het hóe, niet om de wíe in dit liefdesverhaal. Een plottwist is hier dus niet op zijn plaats. De verkeerde vraag mist het doel en het wordt onnodig ingewikkeld om een spannende onthulling in elkaar te knutselen waarbij het gewenste verrassingseffect bovendien ook nog eens uit zal blijven.

Als  een ‘plottwist’  kan worden vervangen door een kortere  en simpele uitwerking in het plot (‘Ik ga met Rick verder, want ik wil nu eenmaal avontuur in mijn leven’), is die niet op zijn plaats.

Kijk naar de omstandigheden die een plottwist maken

De puzzelstukjes die optellen tot een plottwist moeten kloppen als een lezer in het boek gaat terugbladeren om te kijken welke hints er allemaal waren gegeven. Die hints zijn allemaal een samenloop van omstandigheden die uiteindelijk op een spannende manier samenkomen. Verandert er iets aan deze omstandigheden, dan is het geen (valse) hint meer, maar een detail in het verhaal.
  Denk bij omstandigheden aan dingen als:

  • De karaktertrekken of normen van een betrokken personage. Kun je die op meerdere manieren interpreteren? Komen die verschillende interpretaties ook allemaal aan bod? Als een personage zorgzaam is, is dat dan oprecht, of wordt het ook als een dekmantel gebruikt als het zo uitkomt?
  • Welke personages waren in de buurt toen er iets werd gestolen? Een personage was inderdaad in de buurt. Een ander personage zegt van niet, maar diegene is niet altijd even betrouwbaar.

Als je voldoende omstandigheden hebt die raadsels of vraagtekens oproepen, dan is een plottwist erg spannend.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door bruce mars verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een goede dystopie

De wereld zoals we die kennen is niet meer: er is alleen nog maar ellende over. In de vorm van extreme oorlogen, de dood van democratie of een alieninvasie. Wat de oorzaak ook is, in een dystopie is er ontontkoombare ellende in de wereld waarin je hoofdpersonen moeten zien te overleven of het tij proberen te keren. Maar een verhaal dat alleen op ellende loopt, heeft niet voldoende plot. En een dreiging die constant is, maar niet piekt, heeft dat ook niet. Hoe schrijf je dan een sterke dystopie?

Wat is er gebeurd in je fictieve wereld?

In je verhaal is de wereld of wat er nog van over is, zo goed als vergaan. Hoe kwam dat? Tenzij het een plotselinge alieninvasie was, is het waarschijnlijk iets dat zich in de loop der jaren heeft ontwikkelt: een regime wordt niet van de een op de andere dag geboren. Je moet grondig onderzoek doen naar hoe dit politieke systeem zo heeft kunnen groeien, of in welke stappen de robots die het nu overnemen hebben kunnen evalueren. Schrijf deze bevindingen op in je opschrijfboekje! Als je ze uit gaat schrijven in je verhaal, krijg je daar geheid een infodump van.
Vergeet ook niet dat je jouw worldbuilding gedurende het verhaal meeneemt. Als in hoofdstuk 1 blijkt dat veel voedsel radioactief is, dan is dat in hoofdstuk 8 waarschijnlijk nog zo: ook dan zullen je personages niet zomaar iets eten. Zoiets is onderdeel van je plot, niet alleen deel van de worldbuildinginformatie.

Wat is de ramp die de dystopie liet ontstaan?

Bedenkt wat de concrete aanzet is geweest voor je ramp, of wat er exact is gebeurd: er is een meteoor ingestort, een niet-reguliere mening uiten is bij wet verboden geworden, heeft slechts drie procent van de wereldbevolking nog fatsoenlijk te eten. Wat heeft dat voor gevolgen? Wordt er gevochten om het laatste eten? Zijn er geen ziekenhuizen meer en is er daardoor een toename van – al dan niet oprechte- kruidenvrouwtjes en gebedsgenzers?
Laat het daar niet bij. Bepaal hoe dat ook nu nog weerslag heeft op je helden.

Wat is er nu nog eng aan de dystopische wereld?

Mensen leren zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Soms willen ze dat niet en zullen ze gaan demonstreren of protesteren, maar met sommige zaken valt er weinig te sturen en moet je dus leren omgaan. Als je in oorlogsgebied woont, zal je doodsbang zijn voor bommen, maar naar verloop van tijd alsnog aan het idee gewend raken dat er ieder moment kan vallen. Je leert het misschien geluid van een aankomende bommenwerper herkennen of weet wat de gevaarlijkste uren zijn om op straat te komen.
Zo is de beginsituatie van een dystopie voor de lezer doodeng, maar voor de personages – hoe eng ook- inmiddels al normaal.

Waarom is dat eng voor jouw helden?

Kijk daarom goed wat er in het hier en nu – dus niet op het moment van de bomaanslag, invasie of val van het politieke systeem twintig jaar geleden- nog eng is voor de helden in je verhaal.
Kijk daarvoor goed naar hun karakter. Waar de een banger is aangelegd, trekt de ander de neus niet voor op voor gevaar of uitdagingen. Net als bij personages die rondlopen in ons tijdperk.
Ook de personagebiografie biedt hier een schat aan informatie. Wie zijn de geliefden die ze willen beschermen in deze nare wereld? Hoeveel en welke middelen hebben ze daarvoor? Staan ze misschien onderaan een sociaaleconomische pikorde waardoor ze niet bij machte zijn bepaalde doelen na te streven?

Vergeet ook zeker niet welke kernemotie je centraal wil stellen voor je afzonderlijke helden of je verhaal in het algemeen. Gezien de duistere setting van een dystopie is het maar al te verleidelijk om wanhoop, angst en verdriet centraal te stellen, om ‘heldhaftigheid’ vervolgens alles op te laten lossen. In een wereld waar alles op zijn kop staat, gaan je personages ook allerlei dingen voelen. Houdt het niet aan de oppervlakte: anders wordt de kans groot dat je dystopie onrealistisch en hysterisch leest, of je personages overkomen als Mary Sues of gewoon vreselijk eendimensionaal worden. Maak het persoonlijk. Dan weet je ook zeker dat je naar interessante clues en een goede climax toe kan werken.

Wat is de climax van de dystopie?

Als alles al complete ellende is op het moment dat het boek begint, hoe werk je dan naar een nog ellendigere climax toe? Aan het begin van een dystopie is de situatie lastig, maar niet uitzichtloos. Dat is waar je helden in actie komen, in een poginng om het tij te keren. Zij zoeken de gaatjes van de overgebleven mogelijkheden op.
Wil je een goede spanningsboog in een dystopie houden, zorg er dan voor dat je deze gaatjes langzaam maar zeker alsnog dicht. De tegenslagen of keermomenten mogen duidelijk zijn, maar aanloop ernaartoe moet wel geleidelijk aan gebeuren. Je lezer en de helden moeten het idee hebben dat datgene wat ze op dat moment in werking proberen te zetten, vooralsnog effect heeft. Laat ze ook zeker een keer een geniaal idee hebben dat laat lijken alsof ze ‘het systeem’ te slim af zijn.
Komt dan echt dat moment dat alles verloren is, wees dan ook niet bang om dat te laten merken zodra je je boek afsluit. De rillingen lopen de lezer over de rug als die denkt dat we echt met zijn allen dit einde over een aantal deccenia zullen zien gebeuren!

Wat is de boodschap van je dystopie?

Een dystopie heeft vaak een waarschuwingselement in zich over iets dat in de nabije toekomst kan gebeuren. Denk aan Orwells klassieker 1984: we worden onder totale surveilance geplaatst.
Maar wat wil je met jouw dystopie nog meer zeggen dan het oppervlakkige? “Bewaak democratie” ” Bescherm het milieu.” Staat genoteerd. Maar de lezer heeft net een compleet boek gelezen waarin je helden allerlei dingen moesten overleven en zich moesten aanpassen. Hoe deden ze dat? Hoe bewaakten ze hun normen en waarden, wat moesten ze daarvoor doen of laten? Verweef dat door je verhaal heen, om te voorkomen dat je als schrijver een moraalridder wordt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jeffrey Hemsworth verkregen via Unsplash

Zo kies je de juiste regieaanwijzing: het wachtwoord

Een regieaanwijzing kan een dialoog levendiger maken. Kijk goed of je regieaanwijzing groot of klein genoeg is om de sfeer van het moment of de scène goed weer te geven. Maar wat als het de vraag is niet hoe groot die moet zijn, maar welke regieaanwijzing je kan gebruiken, kan ‘het wachtwoord’ helpen.

Regieaanwijzing als emotie-aanduider

In een regieaanwijzing krijg je altijd een zekere mate van emotie mee. Zo zit er vrijwel zeker ofwel woede ofwel blijdschap in een schreeuw. Je zal dan niet snel denken aan twijfel. Zo vertelt een regieaanwijzing je ook bijna altijd tussen de regels door wat er aan de hand is. Je gaat niet sluipen als je je op je gemak voelt. Waarschijnlijk word je bijna betrapt of kom je in gevaar als je gezien of gehoord wordt. Daarom ga je niet stampvoetend door de gang lopen.

In een tekst zijn regieaanwijzingen geslaagd als ze deze emotie van de scène of het personage kunnen ondersteunen zonder overweldigend te worden. Er is niets zo vermoeiend als over iets of iemand te lezen die continu hoog in de emotie zit. Of dat nu blijdschap, woede, verdriet of… betreft. Daarom kan het lastig zijn om te bedenken welke regieaanwijzing je gebruikt. Laten we gaan kijken naar een casus: het wachtwoord.

Geef mij het wachtwoord

In deze casus betekent een wachtwoord dat van de Middeleeuwse, analoge soort. Achter de deur of poort waar een wachtwoord wordt gevraagd, bevindt zich iemand die jij graag wil spreken, die jou kan helpen, die je een medicijn aanbiedt, of die jou op het matje heeft geroepen. Een betoverde deurklopper vraagt je naar het wachtwoord en kan de deur laten openzwaaien als het wachtwoord juist is.

Mogelijke wachtwoorden zijn:
– Chocolademelk
– Duimschroeven
– Verlossing
– Doe open

Deze wachtwoorden staan symbool voor een gemoedstoestand van je personage of de toon van een scène. Stel je eens voor dat je naar de persoon achter de gesloten deur wil omdat er net iemand is vermoord. Daar kom je dan: “Help, moord, brand, CHOCOLADEMELK!”

.Nee toch?

Anders gezegd: als de wachtwoorden de regieaanwijzingen zijn, moet je niet alleen weten of je ze wel moet gebruiken, maar ook of het wel bij het grotere geheel past. In het geval van de moord ‘Doe open!’ omdat het aansluit bij je paniek of ‘duimschroeven’ om het lugubere thema wat meer kleur te geven.

Voorbeelden van regieaanwijzingen als wachtwoord

Kijk eens naar deze scenario’s.

Scenarioje personage voelt zichDe persoon achter de deurhet wachtwoord iseen passende regieaanwijzing zou zijn
een routineuze vergaderingverveeldis de net zo verveelde collegadoe openmompelen
een routineuze vergadering goed in zijn velis een bevriende collegachocolademelk zei hij opwekt.
Of gewoon:
‘chocolademelk!’
De deur ging open
een noodgevalangstigmoet worden geëvacueerddoe open
duimschroeven (als er oorlog is)
schreeuwen
een romantisch afspraakjeZenuwachtigmoet nog worden veroverdverlossing
( na het vinden van liefde, of van de zenuwen)
fluisteren
een romantisch afspraakjezelfverzekerdis er helemaal voor in doe openzei ze zangerig/ zwoel
een promotie is vol zelfvertrouwenheeft er zin in goed nieuws te brengendoe open
verlossing (een lekker groots woord)
de deur gaat open, zei ze zelfverzekerd
een geheim wordt gedeeldweet nog van niks en is nog op zijn hoedeweet dat er niets ernstigs aan de hand is chocolademelk ( alles komt goed) doe openzei hij aarzelend

Kijk goed naar je personage en hoe die iets uitspreekt. Daar zit een samenhang in. Ook zit er een samenhang met de situatie, het wachtwoord en de relatie tussen je held en het eventuele medepersonage. Anders gezegd: als je een regieaanwijzing weloverwogen inzet, kan het een complete sfeeromschrijving worden van een scène, de verhoudingen van je personage en anderen of het plot… Het kan zelfs een show don’t tell worden die je nergens anders kwijt kan.

Het belangrijke van deze bevindingen is dat je een regieaanwijzing zo wel veel meer gewicht kan geven dan hij eigenlijk dragen kan. Als je ervanuit gaat dat de regieaanwijzing een scène of dialoog aan moet vullen, maar niet de boventoon moet voeren of zelfs de toon moet zetten, dan zit je goed.

Een ‘wachtwoord’ of regieaanwijzing kiezen

We zetten de chocolademelk aan de kant: hoe kies je een passende of originele regieaanwijzing in de praktijk?
Het werkt bijna hetzelfde als in het schema, alleen moet je de chocolademelk naar iets concreets vertalen. Daar kan je een aantal vragen voor gebruiken:
– Wat is er precies aan de hand?
– Wat gaat er nu gebeuren (en weet mijn held dat ook?)
Deze vragen kan je samenvatten als de sfeer.

Maak dan een woordenweb van woorden die bij de sfeer passen in acties die je kan uitvoeren, emoties die je kan voelen of gedachten die je kan hebben. Als de sfeer ongemakkelijk is krijg je bijvoorbeeld:
ijsberen, blozen, gêne, ongeduld, verwarring ‘Oh help’ ‘Kan ik hier weg?’

Kijk vervolgens naar het plot en de doel van de scène: wat moet er tussen de regels door duidelijk worden?
– Moet er een relatie veranderen?
– Moet er iemand tot actie worden aangezet?
– Moeten de gedachten of motieven van de held duidelijk worden?
Kijk nogmaals in je woordenweb en vul het desnoods nog aan als er je iets te binnen schiet. Wat zijn woorden uit het web die hierbij passen? Schrijf omcirkel deze woorden in je web.

Kijk tot slot naar je held en het punt in de heldenreis waar die zich bevindt. Dan krijg je dingen als:

– Is je held iemand die van zichzelf passief is of meer actief? In het laatste geval vertaalt de regieaanwijzing zich eerder naar ijsberen – iets fysieks- dan in elkaar krimpen, een iets passievere actie.
– Moet je held nog leren van zijn zelfzuchtigheid los te komen? Die zelfzuchtigheid vertaalt zich eerder naar verbale zelfverdediging in de vorm van een ongeduldige snauw dan een zelfreflecterend gebloos. Dat komt pas als je personage daarin wat meer is gegroeid.

Hopelijk helpt deze post om creatiever regieaanwijzingen te kiezen en het gebruik ervan beter te begrijpen.

Foto verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De ‘Wat-vijand’: moraal overbrengen in je boek

Er zijn verhalen waarbij je een boodschap mee wil geven aan de lezer. Maar een boek dat vooral een moraalridder in plaats van een bron van vermaak of inspiratie wil zijn, leest niet fijn. Je kan dan beter de held van je verhaal tegen de wereld laten vechten op een manier die relatief onzichtbaar is.

De broodnodige vijand

Een held heeft in een verhaal een vijand nodig. Dat is belangrijk voor het verhaalthema: het geeft je boek een prettig kader voor wat er moet gebeuren: als je held het goede of het licht symboliseert, moet de vijand duisternis symboliseren om ervoor te zorgen dat de held niet al te fluitend door het leven gaat. Vaak is de vijand een ander personage: de machtswelluste dictator, de ouder die de verliefde tieners uit elkaar wil trekken…
Maar niet ieder verhaal heeft een ‘iemand’ als een verhaal nodig. Verhalen waarin een moraal centraal staat, doen het beter als je een ‘iets’ de vijand maakt.

Bepaal en behoud de ‘wat- vijand’

‘Een ‘wat-vijand’ zijn dingen als: maatschappelijk onrecht, armoede of een extreem gevoel van eenzaamheid. Dingen die groter zijn dat de persoonlijke wereld van je held alleen, of wat je held kan overkomen. Het zijn ook zaken die je als verhaalthema zou kunnen gebruiken. Maar daar zit een valkuil in verborgen als je met je verhaal ook een moraal mee wil geven over datzelfde thema: personificatie.

Zoals je kon lezen in de inleiding op deze blogpost, komt het zelden voor dat iemand letterlijk representeert wat je held dwarszit en wat die moet overwinnen. Dat leest namelijk vreselijk geforceerd. Als het probleem van jouw feministische heldin Felicia Feminist is dat er gemene mannen aan de bedrijfstop zitten, is het wel erg toevallig *kuch* dat zodra ze de man op de zesde verdieping wegjaagt, al haar problemen zijn opgelost. Daarmee vergeet je dat niet Co de CEO als eenzaam persoontje de vijand of het verhaalthema is, maar het feit dat je heldin niet door het glazen plafond kan breken. Co (wie?) mag in een moralistisch verhaal niet de vijand worden, dat moet dat glazen plafond blijven (wat?)

Wat zijn de (minder) zichtbare tegenslagen?

Denk eens aan iemand die je niet mag. Niet je ergste vijand, maar iemand waar je wel een onprettig gevoel bij hebt. Schrijf nu eens op waarom. Wat doet diegene of wat heeft diegene gezegd waarvan je denkt: Nou… nee.
Waarschijnlijk zijn dat maniertjes, uitspraken of overtuigingen waarvan je niet met recht kan zeggen dat deze persoon in-en in slecht is, maar die desondanks vaker terugkomen en je ongemakkelijk laten voelen. Bijvoorbeeld:
* Hij neemt net iets te vaak de leiding in een gesprek, waardoor ik vind dat hij niet zo goed luistert.
* Zij laat zodanig vaak een taak liggen, dat ik erop begin te rekenen dat ik haar taak moet overnemen.
* Hij gebruikt het woord ‘vrouwtje’ zodanig vaak en met zo’n intonatie dat ik niet zeker meer weet of hij dat liefhebbend of neerbuigend bedoelt.

Zie je de twijfel in deze formuleringen? Wat je ergert is er wel, maar niet genoeg om te zeggen dat deze persoon meteen een ongevoelige hork, waardeloze collega of vrouwenhater is. Zo’n zelfde nuance moeten je plotpunten, scènes en dialogen krijgen als je een verhaal wil schrijven waarin een moraal de ruimte krijgt, maar niet alles overheersend wordt.
In tegenstelling tot:
* Hij laat nooit iemand uitpraten, praat luid en over iedereen heen
* Zij voert geen donder uit en ik moet iedere taak van haar overnemen: ik heb nu een parttime baan erbij
* Hij zegt steevast bij binnenkomst: ‘Hé vrouwtje, nu lust ik wel een biertje. Ga dat eens halen!”

Felicia Feminist en Sterke Steffie

We gaan kijken hoe dit er in de praktijk uitziet. Felicia Feminist is de sterke vrouw van de doorgeslagen trope, Sterke Steffie is daadwerkelijk een sterke vrouw: een van wie je kan zeggen dat ze tegenslagen overwint, niet per se iemand neer hoeft te halen en dat ze herkenbaar is voor vrouwen met een ‘echt’ leven: inclusief het doodnormale gezinsleven, de dagelijkse sleur en menselijke gevoelens en worstelingen. Beide vrouwen worstelen met het glazen plafond: hun ‘wat-vijand’.

De ‘wat vijand’Felicias verhaal Steffies verhaal
Mannen hebben meer macht dan vrouwenFelicia wordt afgeblaft door Co CEO zodra ze maar door dezelfde gang lopenSteffie is een van de weinige vrouwen in het bedrijf en ze zit niet in de vergadercommissie.
De vrouw zit niet bij de pakken neerFelicia schrijft -zodra Co niet kijkt – een bedrijfsrapport over gendergelijkheid dat ze later met rechte rug en een trots knikje bij Co op zijn bureau neerkwakt.Steffie schrijft een marketingsvoorstel en legt dat voor aan een (mannelijke) collega, in goed overleg
De vrouw kan haar eigen boontjes doppenFelicia vraagt nooit een (mannelijke!) collega om hulpSteffie neemt feedback van collega’s mee en gaat daarmee verder.
De vrouw is capabelAchter haar rug om zijn de (mannelijke) collega’s bang voor Felicia’s vooruitgang en proberen die in de kiem te smoren.Tijdens een vergadering wordt Steffies marketingsvoorstel afgewezen. Het is wel goed, maar te duur om uit te voeren.
De vrouw is geen Mary SueFelicia barst op het toilet in snikken uit als Co weer eens tegen haar heeft geschreeuwdSteffie verliest een deel van haar concentratie en wordt minder scherp, als ze overuren draait om haar marketingsvoorstel te herschrijven en in de tussentijd haar huishouden en gezin draaiende probeert te houden.

Merk op dat Felicia’s verhaal geen echte plotlijnen heeft, maar slechts losse momenten. Bovendien heeft Steffie ruimte voor groei: Felicia moet alleen maar overwinnen. Alleen al daarom is Felicia ongeschikt als heldin met een centraal conflict. Bovendien is alles wat er in haar verhaal gebeurt heel groots, niet bepaald subtiel.
Steffies verhaal hoeft niet altijd ‘braaf‘ te zijn, maar waak ervoor dat wat haar overkomt niet buiten proporties raakt.
Kijk zo eens naar je moraal: zit daar nog een verhaal in, of lijkt dat maar zo op de oppervlakte, omdat diezelfde oppervlakte alle ruimte opzuigt?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Arièle Bonte verkregen via Unsplash.

Zo krijgen Romeo en Julia een echt lang en gelukkig

Zodra Romeo en Julia een aantal ruzies hebben gehad en als stelletje zijn gegroeid, zou je kunnen denken dat ze de eindstreep hebben gehaald en het perfecte koppel zijn. Maar dat is niet zo. Als ze echt samen oud willen worden, moeten ze nog een paar dingen doen.  

Leren leven met een rommelkont

Zodra je stelletje een ruzie heeft gehad en weer heeft bijgelegd, laat dat zien hun relatie tegen een stootje kan. Ze weten dat de ander niet alleen maar mooi en lief is, maar ook de neiging heeft om rommel te laten slingeren. Of wel eens vergeet te bellen, zonder dat de ander meteen denkt dat die bedrogen wordt. Dat is een stevige basis, maar daarmee worden Romeo en Julia niet samen oud in een verhaal.
De laatste manier waarop Romeo en Julia samen moeten groeien, is precies dat: blijven groeien. Accepteren dat jouw ware af en toe een rommelkont is en daarmee leren leven is een ding. Maar dat is niet de wrap-up, dat deel vlak vóór: ‘en ze leefden nog lang en gelukkig.’
Het is eerder de fase halverwege een verhaal. Nu je weet wat je aan elkaar hebt, moet je je liefdesverhaal aangaan met de nodige ontwikkelingen en obstakels. En die zijn na twee ruzies nog niet over.

Keer op keer weer groeien

Als je verhaal over een held gaat, moet die zich gedurende het verhaal blijven bewijzen. Zodra de zwakten van de held duidelijk zijn, komen er obstakels die een uitdaging vormen. Zodra die zijn opgelost, komen er volgende obstakels, dan volgt er nog een crisis… Kortom: je held wordt op verschillende manieren getest. Om de titel van de held waardig te blijven, moet die tot aan het einde van het boek blijven groeien en die obstakels blijven aan gaan.

In een fictieve (romantische) relatie geldt eigenlijk hetzelfde. Stel dat Romeo onze welbekende stoere alfaman is.  Dan is het waarschijnlijk een eitje voor hem om Julia uit een benarde situatie te redden waar ze wel een stoere man kan gebruiken. Maar is Romeo ook iemand die een stapje terug kan doen als Julia met een andere mannelijke vriend wil praten?  Waarschijnlijk is dat wat lastiger voor deze Romeo. Het hoeft niet onmogelijk te zijn, maar het gaat hem wel minder makkelijk af. En dus heeft dat meer tijd en groei nodig. Binnen de relatie, maar dus ook om dat goed, gezond en blijvend in de relatie te verankeren.

En zo moet de relatie van Romeo en Julia zich keer op keer bewijzen voor van alles en nog wat bestand te zijn. Niet alleen tegen een ruzie, maar, zo je wil, tegen het verhaal als geheel en alles wat dat op het stelletje afvuurt.

Is ‘lang en gelukkig’ wel mogelijk in een verhaal?  

Als Romeo en Julia zich steeds opnieuw moeten bewijzen, kan je je afvragen of een lang en gelukkig einde wel is weggelegd voor ons fictieve stelletje. Het antwoord is zowel een ja, als een nee.

Laten we beginnen met de nee.

Een goede romance zelf is altijd onderdeel of een invulling van de plot. Nooit de plot zelf. Dus is een verhaal nooit afgelopen als er binnen de eigenlijke romance obstakels zijn overwonnen of voldoende is gegroeid. Zolang het plot zelf nog niet zover, of ‘klaar’ is, is het ‘lang en gelukkig’ daar ook nog niet.  Je hebt dus nog geen lang en gelukkig zolang Romeo en/of Julia:

  • na hun emigratie nog geen stabiel leven in het thuisland hebben opgebouwd en kunnen houden
  • achterom kijken naar het verleden dat ze hebben moeten afsluiten
  • hun stalker nog op de loer ligt, of Romeo daar nog nachtmerries van heeft.
  • Julia nog steeds hechtingsproblemen ervaart, ook al heeft Romeo zich al honderd keer bewezen. Tenzij ze zich daarmee verzoenen. Als je daar nog een extra subplot van maakt, is het moment nog niet daar.

Maar zodra dit soort scenario’s uit de weg zijn en de romance er nog is, dan is ‘lang en gelukkig’ niet alleen mogelijk, maar zelfs al bereikt!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Esther Ann verkregen via Unsplash

De observerende schrijver: ik zie… twijfel

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… twijfel.     

Een ijsje of een stroopwafel? Soms kom je op het idee van een stroopwafelijsje, maar andere keren moet je kiezen tussen een aantal vaststaande mogelijkheden en kan de twijfel toeslaan.  Die twijfel kan van korte duur zijn; over een toetje denk je geen week na. Andere keren kan twijfel je een leven lang achtervolgen: ‘Wat als…’ ‘Had ik maar…’ ‘Zal ik toch maar?’  Kortom: twijfel is van korte of lange duur. En als je die goed observeert, kan je een soms tekenende karaktereigenschap van je personage goed neerzetten.

De truc voor de korte twijfel

Nog een keer naar de vraag: ‘Een ijsje of een stroopwafel?’ Voor dit soort kortere en onschuldige twijfels zijn er trucjes om makkelijker de knoop door te hakken.
Denk aan: de smaak in je mond alvast ‘voorproeven’ en zo bedenken waar je het meest zin in hebt. Of je denkt wat meer pragmatisch wat de goedkoopste optie is. Je had jezelf beloofd deze week op de uitgaven te letten.  Ook kan je kleine zusje naast je staan, die gek is op stroopwafels. Dan kies je daarvoor, zodat je makkelijker kan delen.

Bedenk eens of je personage ook zo’n manier heeft om makkelijker te beslissen. Of gaat het juist af op onderbuikgevoel, of tost het een munt?  Wat je ook te weten komt, het kan een aantal zaken over je personage verklappen. Hoe bijgelovig het is, intuïtief, sociaal of pragmatisch. Dat kan je helpen bepalen of, hoe, wanneer of in wat voor situaties je held in de spreekwoordelijk zeven sloten tegelijk loopt. Dat is een goede manier om het proces van vallen en opstaan invulling te geven en de spanningsboog te bepalen. Houd je ogen natuurlijk ook open als je nog een andere ‘twijfeltruc’ ziet.

Twijfel in de houding

Ongeacht wat de beslissing wordt, twijfel kan je ook aan lichaamstaal zien. Het gezicht raakt een beetje verwrongen. Dat is misschien wel het duidelijkste signaal. Maar let ook eens op kleine maniertjes als heen en weer wiegen of op de tafel tikken. Schrijf alles op wat je ziet, dan kan je later makkelijk een paar van deze maniertjes aan je personage meegeven en het zo uniek maken.  

De serieuze twijfel

Natuurlijk zijn er ook momenten waarop de twijfel langer aanhoudt. Dan is de beslissing belangrijker, bedenkt je personage eindeloze ja-maren of speelt er een duivels dilemma.  Op de momenten dat zo’n beslissing wordt genomen is het belangrijk om de eerdere maniertjes rondom twijfel die je personage heeft mee te nemen. Dat is een goede show, don’t tell.  Maar belangrijker is dat je voorwerk doet. Wat heeft het gedaan, doet het, of gaat het doen met het personage dat het zo twijfelt en/ of deze beslissing neemt? Dat heeft ongetwijfeld grote invloed op diens doen en laten, of het algehele plot.

Als er zo’n grote twijfel of beslissing in je verhaal voor gaat komen, wees dan niet bang om even de tijd te nemen om voor personagepsycholoog te spelen. Kijk in de personagebiografie van je personage wat er van invloed is. En spiek gerust een beetje bij mensen welke afwegingen die maken en welke moralen er dan meespelen. Of hoe zenuwachtig ze al dan niet worden als ze flink aan het twijfelen worden gebracht.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jonathan Cosens Photography verkregen via Unsplash.

Hoe groot kan de rol van een personage zijn in een boek?

De Olympische Spelen in Parijs zijn begonnen en wereldberoemde sporters strijden om de gouden plak. Iedereen kent wel een aantal namen van atleten, omdat sommige gedurende de jaren of door enkele uitzonderlijke prestaties naam hebben gemaakt. Maar als je niet om wat voor reden dan ook sport niet volgt, de radio niet aanhebt of geen reclames ziet waarin steratleten hun gezicht laten zien, dan kan het wel zijn dat ‘ de hele wereld’ de Spelen volgen, maar dat jij alsnog geen idee hebt wie Nadal, Hashimoto en Bol zijn, ook al heeft ‘iedereen’ het over hen. Dat principe van ‘wie is nou eigenlijk iedereen?’ en ‘wat maakt deze beroemdheid eigenlijk uit?’ is het uitgangspunt dit artikel. Het zal je helpen om het gewicht van bepaalde plotpunten en belang van bepaalde personages af te wegen.

De wereldberoemde beroemdheid – of toch niet?

Liefhebbers van atletiek wereldwijd kunnen hun hart ophalen met Femke Bol dit jaar. In Nederland heeft ze niet alleen faam gekregen vanwege haar topprestaties, maar praat men ook over haar vrolijke voorkomen en doorzettingsvermogen. Miljoenen mensen gaan over haar praten de komende tijd, in Nederland en ver daarbuiten: binnen de atletiekwereld heeft ze al bijna, zo niet helemaal een legendarische status. Femke is dus wereldberoemd. Maar, en dit is het punt: alleen voor mensen binnen Nederland met vaderlandse trots tijdens sport evenementen. Mensen die niets om atletiek of sport geven, of gewoon domweg de middelen niet hebben om (wereldwijde) sport te volgen, weten niets van Femke Bol.
“Ken jij Femke Ból niet? Maar iedereen kent haar!”
We gaan eerst uitzoeken wat er achter het antwoord “Wat maakt dat uit?” kan zitten voor een verhaalverloop.

Een wereld zonder beroemdheid

Stel dat ons personage Femke Bol niet kent. Dan zijn er twee mogelijkheden: het kiest min of meer voor Femke niet te kennen: het geeft niets om sport of de Spelen of atletiek en komt zo niet achter haar naam. Anders gezegd: het bemoeit zich er niet mee. Dan heb je nog het personage dat niet eens weet eens dat er zoiets als de Spelen bestaan en weet dus niet wat het mist. Denk aan een baby of een lid van een inheemse stam. Hoe dan ook: dat is een wereld zonder Femke Bol erin.
Als een personage ervoor kiest om zich niet in te laten met wat een beroemdheid doet, blijft ‘Femke’ vaak op de achtergrond. Ze mag wel een keer een onderwerp van gesprek worden, maar daar moet het dan bij blijven. Als ‘Femke’ min of meer een figurantenrol heeft, dan mag die dus niet gaan overheersen, omwille van een goedlopend plot.

In een iets meer alledaagse situatie is Femke Bol misschien het populairste meisje van de klas, of het succesvolle familielid dat door iedereen schouderklopjes krijgt, maar waar je personage niet zo’n klik mee heeft.
Uiteraard kan je dit sturen: is ‘Femke’ of dat succesvolle familielid zo’n groot onderwerp van gesprek dat je personage zich sociaal isoleert door daar niet over mee te praten? Dat kan interessant zijn voor het plot, het verhaalthema of om de relaties van personages onderling bloot te leggen.

Kent je personage ‘Femke’ gewoon niet? Dan komt ze gewoon niet in het verhaal voor, of gaat ze later een belangrijke rol vervullen in het verhaal. Wordt je personage bijvoorbeeld uiteindelijk bekend met Femke en laat het zich inspireren door haar? Dan moet je goed stilstaan bij:

  • Op welk moment komt ‘Femke’ in het plot voor? Het inciting indicent is een goed moment als ‘Femke’ de kathalysator van de heldenreis gaat zijn.
  • Als een personage een ander als een held ziet, moet je weten wat de relatie tussen hen is. In het geval van op afstand bewonderen, zoals bij Femke Bol, is zij waarschijnlijk eerder een symbool van iets dan een goede vriendin die om raad gevraagd kan worden. Dat bepaalt een groot deel van het plot: dat van een obsessieve fan gaat of op een bepaald moment vastlopen of wordt een thriller. Als je dat niet wil, waak er dan voor dat je over de heldenreis met vallen en opstaan van Kim blijft schrijven, en er geen carrièreverslag van Bol van maakt.

Een wereld met een beroemdheid: voer voor spiegeling

Als je personage de beroemdheid wel kent, dan is het evengoed zo dat ‘Femke’ een leuke figurantenrol kan vervullen of een show don’t tell kan vormen voor het feit dat je personage een sportfanaat is. Maar is ‘Femke’ een beroemdheid van het kaliber dat iemand aan je kan vragen of je onder een steen hebt geleefd als je haar niet kent, dan kan je nog iets anders interessants meenemen om plot en symboliek te combineren. Of het nu sporters, filmsterren, politici of sprekers zijn, wereldberoemde mensen hebben vaak zowel voor-als tegenstanders en zijn prooi voor de roddelpers. Voor je het weet, krijg je krantenkoppen of roddeluitspraken als: ‘ Tweede politicus in een maand pleegt fraude’. “Ik wist het, aan de kop van die vrouw kon je al weten dat ze onbetrouwbaar was.’ ‘Politici zijn nooit te vertrouwen.’ ‘We moeten de wetten aan gaan passen!’

Een enkele beroemdheid kan zo een symbool of afspiegeling worden van een groep mensen, tijdsgeest of beweging. Wat het ook is dat de beroemdheid (of de roddel over diegene) verandert in de wereld, wat voor invloed heeft dat op jouw personage? Helemaal niets? Veranderen de ideeën van je personage, komt het in actie? Hoe dan ook, kijk eens of je de beroemdheid dan als een afspiegeling of symbool kan gebruiken voor de grote plotpunten of thema’s in je verhaal zoals liefde, maatschappelijke onrust, of motivatie. Hoe meer de beroemdheid in het nieuws komt, hoe meer je personage ermee bezig zal zijn. (Want anders kan je je afvragen waarom je woorden besteed aan al die nieuwsberichten).

Kijk eens goed naar de rol en status die je personages in een verhaal hebben. Ze kunnen zomaar onverwachte en rijke aanvulling zijn voor zowel personagemotieven, symboliek, verhaalthema en plotlijnen. Of juist helemaal niet. Kijk goed wat je wil met personages met een zekere status.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto op de banner is afkomstig van runninglife.com.

Zo verminder je een cliché: van tien naar normaal

Afgelopen week probeerde ik AI te slim af te zijn en dat lukte 😉 Het resultaat is een blogpost waarin je leest hoe je van een extreem cliché weer richting ietwat normale tekst kan gaan. Want je kan wel weten waar het fout gaat met een cliché, die fouten moet je ook weer kunnen rechtzetten.

Klefste tekst ooit: een AI-experiment

Ik sprak met een (Engelssprekende) vriend over in hoeverre AI op dit moment emoties en gevoelens kan faken. Als wij al moeite hebben om goede definities te geven aan grote woorden als liefde en hoop, hoe doet een computer dat die die zaken niet kan voelen? Ik vermoedde dat AI getraind zou zijn op het herkennen van romance, niet zozeer op andere soorten liefde en dat wilde ik gaan testen. De prompt die wij gaven aan een AI-liedjesmaker was: ‘Ik mis mijn niet-romantische liefde’. Ziehier de vertaling.

Ik mis je lach elke dag
Jouw grappen verlichten mijn weg
Je bent mijn zonneschijn door het grijs
Zonder jou ben ik verdwaald

Geen bloemen geen zoete lijnen
Geen kaarsen geen witte wijn
Alleen wij en de leuke tijden
Samen verstrengelen we

[Refrein]
Ik mis mijn niet-romantische liefde
Je bent mijn beste vriend gezonden van boven
Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg
Ik mis mijn niet-romantische liefde

We praten de hele nacht door
Geen behoefte aan een liefdeslied
In elkaars leven horen we thuis
Onze band voor altijd sterk

Door dik en dun blijven we
In lachen pijn en spel
Je bent mijn rots mijn elke dag
Op een niet-romantische manier

[Refrein]

De titel die AI aan het lied gaf was erg simpel: ‘niet-romantische liefde’. Wij hadden al snel een passendere: ‘mensen in ontkenning van verliefdheid’. Want: ‘samen verstrengelen we’? Ja joh, platonisch als wat… Een andere vriendin zei: “Het slachtoffer lijkt in de friendzone te zitten. Ik heb er bijna medelijden mee.”

Hoe dan ook: de tekst is overduidelijk romantisch. (Daarom moet AI het glashard ontkennen om nog aan de prompt te voldoen, haha.) Want bijna ieder cliché over romantische liefde wordt er genoemd. Daarom is dit liedje duidelijk door AI gemaakt, concludeerden wij: een mens zou dit makkelijk als te veel van het goede bestempelen. Het werken met iets dat clichégevoelig is, vergt nu eenmaal afweging van wat je in de tekst laat en wat je wel degelijk kan of zelfs moet gebruiken. Dat moet dan weer aansluiten op je verhaalthema op een manier die gebalanceerd is…

Ik schreef al over hoe clichés vaak hyperbolen zijn, en dat je ze af moet zwakken. Maar nu gaan we kijken hoe je die afwegingen in de praktijk maakt, met het perfecte voorbeeld van het liedje over (niet-) romantische liefde als uitgangpunt.

Wat is het goede in ‘te veel van het goede?’

Als je een clichégevoelig element gaat schrijven, heb je voorbeelden te over om mee te werken. Je kan niet vermijden dat een aantal elementen die het cliché vormen moet gebruiken. Onthoud dat een cliché altijd een uit de hand gelopen trope is: met het element op zichzelf is niets mis: het is de manier waarop het wordt ingezet. Vaak heeft een trope een bepaalde symboliek of een betekenis die gewoon duidelijk is.

‘Ik mis je lach elke dag’ is duidelijk en daar zit niets achter. ‘Zonder jou ben ik verdwaald.’ is al iets meer figuurlijk: je partner geeft je hier geen stadsplattegrond, maar advies over wat je (nu) in je leven kan doen. En iets als ‘Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg’ is echt symbolisch, want dat zijn symbolieken van romantiek en liefde. In dat geval is het handig om te gaan bedenken waarom dat is, of kan zijn. Soms is dat een open deur. Schrijf het toch op, want het kan je helpen om tot de kern van je (symbolische) boodschap te komen. Het hart en de duif gaan we samen bekijken:

Hart: laat het bloed in je lijf rondpompen, en zorgt dat je leeft. Het gevoel dat je leeft, wordt versterkt als je diepe liefde ervaart. Spreekwoorden en gezegden met ‘hart’ erin, zijn vaak tekenen van liefde, of op zijn minst diepe vriendschap, blijdschap of empathie. ‘Mijn hart zwol op.’ ‘Dat gaat mij aan het hart.’ ‘Een hart van goud hebben’ ‘Het hart op de juiste plek hebben’, enzovoorts. Kortom: het hart staat voor alles wat goed is in een mens.

Duif: staat voor vrede, liefde, harmonie… Al die leuke dingen. Maar: hier wordt het leuk: symbolisch gezien is die duif altijd wit…

Deze duiven zijn nou niet echt de bron van romantiek, of wel? Flauw, maar wel een goed punt als je wil kijken hoe je iets moet bekijken als het onderdeel is van een cliché: weet je wel wat je zegt? Weet je wel waaróm iets cliché is?

Weet wat je zegt

Als je weet wat je zegt, kan je de elementen van een cliché makkelijker herkennen, maar ook rangschikken. Dat helpt je weer om te bedenken wat je kan behouden, of aanpassen. Uiteindelijk is dat wat romantiek romantisch in plaats van klef maakt, het dreigement echt eng in plaats van loos of ongeloofwaardig en het de blijdschap oprecht in plaats van hysterisch. Dan kan je gaan afwegen en gericht gaan selecteren. Zodat dat ene romantische gebaar of die lieve opmerking in je liefdesliedje ook daadwerkelijk gewicht krijgt. Natuurlijk is een kort liedje iets anders dan een compleet verhaal met plotontwikkeling, personagebiografieën en al dat soort zaken. Maar hetzelfde principe gaat op. Als je goed nagaat wat je schrijft en waar zich dat op de clichéschaal van 1 tot 10 bevindt.

Ik mis mijn niet-romantische liefde écht

Ik heb heb het eerder genoemde liedje herschreven op een manier waarop het daadwerkelijk een niet-romantische liefde is die wordt gemist. Ik heb de tekst niet als geheel bekeken, maar per zin alles heroverwogen en herschreven, om het overzicht van de theorie in deze blogpost duidelijk te kunnen houden. Per alinea heb ik gekeken of het nog een beetje een geheel vormt. Helemaal niet-romantisch is het niet: misschien vind je dit nog steeds een liefdesliedje. Maar daarmee heb je dan nog een kleine schrijfoefening over: ik heb een begin gemaakt, maak het zelf af ;). Veel plezier en succes!

Ik mis je lach de laatste tijd –> niet altijd
Omdat je mij aan het lachen maakt –> geen hyperbool van het ‘verlichten van iedere pijn’, gewoon feitelijk
Ik ben blij als je bij me bent
Omdat ik aan jou een goeie heb

Grote gebaren, daar hebben wij niets aan
Of misschien geen behoefte aan
Want wij hebben gewoon gezellig samen
Samen zijn we Jut en Jul

[Refrein]
Ik mis mijn allerbeste vriend
Zonder wie het leven saai zou zijn
Wij zijn twee handen op een buik
Ik mis je en dat doet pijn

We weten van elkaar wat we denken
En toch praten we heel veel
Ik heb met jou een sterke band
en een maatje in mijn leven

Maatjes door dik en dun
Die samen lachen en huilen
Wanneer dat kan of nodig is
Ik mis je nu dat niet gaat

[Refrein]

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De observerende schrijver: Ik zie iets ontstaan

Observeren is een belangrijke vaardigheid van schrijvers. Maar met alleen iets opmerken ben je er nog niet. Je moet ook weet hebben van associaties die bij je waarnemingen opkomen en hoe je daar een mooie verhaalopzet mee kan maken of clichés kan voorkomen. Deze week in de serie: ‘De observerende schrijver’: Ik zie… iets ontstaan.

Iets zien ontstaan klinkt vaak alsof je liefde ziet opbloeien, maar het kan veel meer betekenen. Wat het ook is, iets zien ontstaan kan zowel in een flits gebeuren als over langere tijd. Dat maakt het een lastig, maar interessant gegeven om te observeren. Want waar moet je op letten?

Wat zie je aankomen?

Voor een duidelijke afbakening van dit artikel: iets zien ontstaan is iets groters tussen mensen wat een nieuw plotpunt kan betekenen, of waardoor het plot verandert. Denk aan een nieuwe (liefdes)relatie, een ruzie of het plan om het roer om te gooien en in Canada tussen de grizzlyberen te gaan leven.
Iets zien gebeuren staat meer op zichzelf: je ziet gebeuren hoe iemand gaat botsen, of een woedeaanval of ingeving krijgt. Zelden heeft dat langetermijngevolgen. Als deze momenten uiteindelijk het plot moeten veranderen, let er dan op dat het vrij subtiele manieren blijven om te zaaien: het mag er niet te dik bovenop liggen.

Iets zien gebeuren

Iets zien gebeuren is dus van vrij korte duur, zowel letterlijk als figuurlijk. In enkele seconden observeer je hoe er een mentaal kwartje valt en zodra iemand dan om een mop kan lachen, is dat na enkele uren of zelfs minuten al niet belangrijk meer. Omdat het zo vliegensvlug gaat, is het dus ook moeilijk om te observeren: voor je het weet is het voorbij. Pak je opschrijfboekje en de afstandsbediening: films zijn een mooi middel om dit te oefenen. Je kan namelijk visueel zien hoe lichaamstaal eruit ziet, wanneer de mimiek verandert… En je kan onmiddellijk terugspoelen als je al dacht dat er iets ging gebeuren. Wat zag je dan? Je kan controleren of je eigen observaties kloppen. Let op dingen als:

  • mimiek en lichaamstaal van de personages
  • de muziek(soort) die wordt ingezet of juist stopt. In schrijven vertaalt dit zich naar sfeeromschrijvingen.
  • de camera: draait die weg of zoomt die in? Waarop? De schrijfvariant van een visuele camera is beslissen waar je in tekst de aandacht naartoe laat gaan.

Iets zien ontstaan

Als je iets ziet ontstaan, zie je in feite dat iets verandert. Je hebt als het ware een voor en na, waar je op dat moment tussenin zit. Je ziet twee van je vrienden verliefd worden op elkaar. Ze waren eerst vrienden (voor), straks zijn ze een stelletje (na). Iets zien ontstaan heeft dus een referentiekader nodig. Waarin verschilt wat was van wat gaat worden? Dat verschil, dat proces, is wat je kan observeren. In de strikte manier van observeren verschilt het niet zoveel met het observeren van wat je ziet gebeuren. Ook hier let je op lichaamstaal, mimiek, doen en laten, uitlatingen… Het grote verschil is dat je hier geen film voor zou hoeven kijken. Als het zo subtiel is dat je de terugspoelknop zou moeten gebruiken om er zeker van te zijn dat wat je observeert ook is gebeurd ook klopt, dan is het niet relevant genoeg om mee te nemen als waardevolle observatie. Als de schrijffase voor deze observaties aanbreekt, smeer je bevindingen dan uit over meerdere scènes en in grotere gebaren, zodat ze opvallen en het de lezer ook (op den duur) niet meer kan ontgaan dat er iets in gang is gezet.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Sandy Millar verkregen via Unsplash.