Wanneer voeg je geen subplots meer toe aan je boek?

Het hoofdplot van een verhaal is de verhaallijn waar mensen het over hebben als je ze boek samenvatten. Maar om het extra aan te kleden heb je subplots nodig: korte verhalen in het grote verhaal. Maar net als het hoofdplot van het verhaal moet een subplot een begin, midden en een eind hebben. Hoe klein een verhaallijn ook is, het stoort als die niet fatsoenlijk wordt afgerond. Daarom is er ook een moment waarop je moet stoppen met een subplot introduceren.

Eisen van aansluitende plotlijnen in een verhaal

Het hoofdplot bepaalt de grote lijnen van een verhaal. Een subplot mag daar niet te veel van afwijken, ander wordt je verhaal een rommeltje. Schrijf je in je hoofdplot over een maffiabende, dan valt een subplot over een vredig kinderdagverblijf wel erg uit de toon. Zorg er met andere woorden voor dat je in een boek grofweg dezelfde verhaalthema uitschrijft. Het fijne van verhaalthema’s is dat je de heel breed in kan zetten. Geluk zoeken kan bijvoorbeeld in de vorm van een gelukkig gezin willen stichten, maar ook in rijkdom. Zorg er wel voor dat die interpretaties van de thema’s als zodanig herkenbaar blijven voor de lezer. Wordt niet te abstract.

Wat is het doel van je verhaalthema en subplot?

Als je een schets maakt van je verhaal, wil je waarschijnlijk tot op zekere hoogte de verhaalthema’s met of voor je lezer te gaan uitpluizen. Dat roept dus vragen op als bijvoorbeeld: wat gebeurt er via materieel bezit in een gezinsleven je geluk probeert te zoeken? Aan jou de keuze. Maar die keuzes zijn niet binnen twee hoofdstukken uitgewerkt. Je zal moeten laten zien wat die verschillende keuzes of meningen zijn en hoe wat de personages die een deel van het (sub)plot dragen tot die keuzes komen.
Denk dan aan:
– Iemand die is opgevoed met het idee dat status het allerbelangrijkste is in het leven, zal eerder geluk zoeken in rijkdom dan in een ‘saai, onopvallend’ gezinsleven. In de personagebiografie zal je kunnen lezen of aanvullen dat dit personage tijdens de middelbareschooltijd altijd bij het coolste clubje hoorde. Of daarbij wilde horen, maar dat nooit lukte. Daarom probeert hij nu te overcompenseren door door status de onzekerheid die daar nog steeds achter schuilt, te verbergen.
Dan wordt het geluk najagen: gelukkig zijn (met of zonder status), maar zonder een masker te hoeven dragen.
– Iemand die juist heeft geleerd dat je als man aan het hoofd van het gezin moet staan, zal juist graag trouwen en een gezin willen stichten, waar hij voor kan zorgen. Hij moet bij een ontslag misschien leren dat (tijdelijk) werkloos zijn niet meteen een aantasting is op zijn hele man-zijn.

Heldenreis binnen het subthema

Als je op deze manier verschillende personages hebt die op een bepaalde manier allemaal een andere kant van dezelfde medaille uitwerkt, krijgt je per personage een aparte – hetzij kleinere- heldenreis. Dat betekent dus onder andere een comfortzone verlaten, meerdere obstakels overwinnen en ook een crisis beleven. Niet alle stappen van de drie-aktenstuctuur zullen even zichtbaar zijn in de uitwerking van je boek. Toch kan het helpen om die in je opschrijfboekje grotendeels uit te schrijven. Zo krijg je een beter overzicht van de belangrijkste punten van dit kleinere plot en de reis die dit subperspersonage af moet leggen.

Web van verhaallijnen

Ieder personage heeft een eigen moment waarin die in het verhaal wordt geïntroduceerd. Ook verschilt het hoe ‘ver’ de personages zijn met het leren van een bepaalde levensles. Wat ze moeten leren verschilt ook iedere keer. De afzonderlijke verhaallijnen en ontwikkelingen van je personages kunnen dus nooit helemaal parallel lopen. Maar ze kunnen elkaar wel kruisen. Als het thema overleven is en de personages samen gaan survivallen en verdwalen, zullen ze elk hun vaardigheden moeten laten zien en gebruiken. Op deze manier kan je de verhaallijnen van de personages vrij letterlijk uittekenen. Het kan ook helpen om deze lijnen uit later in gelijkmatige strookjes uit te knippen Trek een lijn en schrijf daarboven in volgorde wat er voor belangrijke punten gebeuren. Als je de strookjes van ieder personage dan naast elkaar legt kan je handig zien hoe ‘snel’ of wanneer er iets belangrijks in het (persoonlijke) verhaal gebeurt. Je krijgt daarmee een web van verhaallijnen.

Het overzicht houden bij subplots

Of je het web van verhaallijnen daadwerkelijk knutselt, tekent of gewoon bedenkt, zolang als je nog een overzicht kan houden van losse verhaallijnen of thema’s die een goede overlap hebben, zit je goed. Zodra verschillende verhaallijnen weer van elkaar gaan ‘af bewegen’, is dat een teken dat je te veel subplots hebt geïntroduceerd. Op het moment dat je grofweg in de tweede helft van de tweede akte zit, zal je merken dat je web vol gaat raken. Dan wel omdat je al veel andere subplots geïntroduceerd hebt, dan wel omdat er nu alle aandacht moet naar de spannende onthulling van de hoofdlijn van je verhaal. Voeg dus geen subplots meer toe als alle aandacht nu langzaam maar zeker naar de crisis of climax en de afronding gaat. Dan raakt de lezer het overzicht kwijt.

Zaaien en oogsten met subplots

Subplots zijn een handige manier om de ontwikkeling van verhaalthema zichtbaar, maar niet op de voorgrond zichtbaar te maken. En als iets zich ontwikkelt, is dat een proces van zaaien en oogsten. Wil je dat goed doen, dan moet je het eerst een stevige basis geven. Hoewel je dat – als je goed kan schrijven- ook snel kan doen, moet je een lezer ook de ademruimte geven om thema en verhaallijn op een natuurlijke manier in elkaar te laten overgaan. Als je merkt dat je met een subplot wel kan zaaien en oogsten, maar dat eerder als een soort laatste gedachte in het verhaal verwerkt, dan hoort dit subplot (hier) niet meer in je verhaal thuis.

Onthoud dat subplots altijd een onderdeel van het verhaal moeten zijn dat daar ook echt een plaats in heeft. Als het er alleen maar is om in neonletters een moraal te verkondigen, kan je het beter uit je verhaal verwijderen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Gabriele Tirelli verkregen via Unsplash.

Deze actie-held maakt ieder genre interessanter

Je hebt actiehelden die de wereld redden door tegen aliens te vechten terwijl de kogels in het rond vliegen. En dan is er de actieheld die niet veel meer doet dan zelf gebreide kleren verkopen op het internet. Het is de held die het heft in eigen handen neemt. Schrijf je over deze held, dan heeft je verhaal gegarandeerd de actie die het nodig heeft. Hoe spectaculair -of niet- die ook moet zijn.

Wat is goede actie in een boek?

Actie moet in ieder boek voorkomen, niet alleen in het actiegenre. Niet alleen personages bewapend met pistolen en enge bedreigingen zorgen voor actie. Sterker nog, zelfs personages die zo braaf lijken als maar kan – meisjes met vlechten en roze strikjes, kuise huismoeders…- kunnen voor actie zorgen. Actie in een boek betekent lang niet altijd dat de lezer vol spanning of bibberend de pagina’s omslaat. In de breedste zin van het woord hoeft actie alleen maar te betekenen dat het plot niet stilstaat. Er moet sprake zijn van actie-reactie. Een personage mag natuurlijk wel even om zich heen kijken ten behoeve van de sfeeromschrijving. Maar als het plot daarna weer verder gaat, is het belangrijk dat dat ergens naartoe gaat.

Wat is een goede held in een boek?

Een goede held is meestal een personage waarmee de lezer zich kan identificeren. Maar dat hoeft niet zo te zijn: soms is de held geen goedzak. Voor ieder personage moet de lezer empathie kunnen voelen. In dit geval betekent dat niet dat je de held ook daadwerkelijk een bewonderenswaardig iemand vindt. Je moet alleen snappen waarom de held doet wat die doet.
Of die nu goed of slecht is, of dicht bij de lezer staat of niet, spion of kleuterjuf is, iedere held moet wel ervoor zorgen dat het plot in gang kan blijven en dat er dus de nodige actie in het verhaal blijft zoals hierboven beschreven. Een goede held is dus altijd een actie-held.

Een goede actie-held

Een goede actie-held – als personage- is vrijwel hetzelfde als een levend persoon die niet bij de pakken neer gaat zitten. Zowel een levend mens als een personage weten niet precies wat de toekomst hen brengt. Maar ze komen allebei in actie op het moment dat er iets niet loopt zoals het moet lopen. Als ze niet tevreden zijn met de gang van zaken, zullen ze kijken wat nog te veranderen valt om alsnog de ‘verteller van diens eigen verhaal te zijn. Of, zo je wil, ze kijken allebei waar nog op gereageerd kan worden, in termen van actie-reactie.

Een goede actie-held in de praktijk

In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden van het verschil tussen een actie-held en een passieve held die dus alles maar laat gebeuren en maar ziet hoe het verhaal al dan niet verder loopt.

Situatieeen passieve held…een actie-held…
Held wordt afgewezen voor een droomstudiekwijnt weg van verdriet en gaat ‘dan maar’ achter de supermarktkassa werkengaat zich heroriënteren, of laat zich bij-of omscholen
Held staat in de file onderweg naar een noodgevalvloekt de hele auto bij elkaar slaat net zo lang op het stuur tot de file oplostbelt op zoveel mogelijk mensen of instanties op om van de vertraging te informeren, of het stokje waar mogelijk over te geven
In het land van Held breekt oorlog uitgaat de schuilkelder in en wacht bang af. Kijkt of vluchten mogelijk is, of probeert mensen om te kopen voor eten of broodnodige spullen
Held kan niet meer aan de goede ingrediënten komen voor het diner dat die geeft en waar de hele vriendengroep maanden naar heeft uitgekekengaat koken met een recept dat bij voorbaat gedoemd is te mislukken en duimt daarbij dat de vriendengroep niet al te kritisch is over het etenwisselt van menu, of belt iedereen op om de datum te verzetten.

Zie je dat de houding van de passieve held er vroeg of laat voor zorgt dat het plot ofwel saai wordt of niets meer voorstelt? Het is altijd maar duimen op een goede afloop. Deze held staat langs de zijlijn naar diens eigen verhaal te lijken. Als je held altijd een reden heeft om in actie te blijven en willen gaan, blijft je verhaal dynamisch.
De actie-held doet ook niet altijd dingen die moreel helemaal juist zijn. Of soms haalt de gedane actie alsnog niet veel nuttigs uit. Maar dat is niet belangrijk: het gaat om het proberen.

Het karakter van een actie-held onthuld

Een actieheld heeft nog een voordeel ten opzichte van de passieve held. Je leert een actie-held ook echt kennen als die dingen probeert die soms lukken, en soms ook niet. Een continu passieve held kan je aan het eind van het verhaal niet veel meer eigenschappen toekennen als afwachtend of – misschien wel- laf. Een actie-held kan van alles zijn: dapper, overmoedig, zorgzaam, gewiekst, vindingrijk, (on)betrouwbaar… Je leert steeds meer over de held, omdat er altijd wel iets nieuws gebeurt waar de held voor in de actie gaat.

Bovendien leer je vaak ook de zwaktes van een held kennen als die maar in actie over blijft gaan. Het kan lijken alsof de actie-held geen zwaktes heeft, door altijd de uitdaging aan te gaan. Maar vaak is dat de reden dat de held zich alsnog in de nesten werkt, of zijn minder sterke punten tegenkomt. En wel op zo’n manier die niet mogelijk zou zijn als die zich (wat meer) koest zou houden.
Een zorgzame ouder helpt het kind meteen en altijd met huiswerk, zodra het maar zegt: ‘ik snap het niet’. Dat lijkt behulpzaam, maar zo leert het kind bijvoorbeeld niet om een eigen leerproces aan te gaan door zelf dingen uit te zoeken. Later wordt Junior afhankelijk van de ouder. Zodanig dat die zich in de crisis wel even achter de oren moet krabben om te bepalen wat de grens is tussen behulpzaamheid en bemoeizuchtigheid. Yes, weer een nieuw element in het plot!
Kijk op deze manier naar het principe van actie en een ‘saaie held’ is verleden tijd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Dasha Yukhymyuk via Unsplash

Spoilers in je voordeel gebruiken tijdens het schrijven

Pas op, spoilers! Vingers in de oren als je nog niet zover in het verhaal bent… Alleen al het benoemen van het woord ´spoiler´ kan zowel lezer als schrijver de kriebels geven. Maar als je het ´verpestende´ effect van een spoiler in je voordeel gebruikt als je verhaal nog in de startblokken staat, kan het een manier zijn om je verhaal juist extra stevig in de steigers te zetten.

Als de lezer de afloop al kent

In deze blogpost weet je lezer toevallig van begin af aan hoe de vork in de steel zit. Die heeft toevallig bij het oppakken van het boek de pagina openslagen bij de bladzijde van de grote onthulling. Volgens de aanname dat je het verloop of het einde van een verhaal niet mag verklappen, is dat het ergste wat er kan gebeuren. Want:

  • Eventuele plottwists worden ‘opgelost’ voordat de lezer kan ‘puzzelen’
  • Het is niet spannend meer
  • Je ziet alles al aankomen

Deze punten zijn allemaal zowel waar als niet helemaal waar. Op de oppervlakte klopt dat om vanzelfsprekende redenen. Maar de bewering wordt een stuk minder waar als je advocaat van de duivel gaat spelen. Doe je dat op het moment dat je de grote lijnen nog aan het uitzetten bent, dan ben je vrijwel verzekerd van een goed verhaal. Daarvoor stel je jezelf vragen over de basis van een goed verhaal.

De basis van goede spanning in een verhaal

Stel jezelf de volgende vragen en je komt erachter wat ieder spanningsboog in de basis heeft en waarom.

  • Wat geeft het plezier van een plottwist? De goede oplossing vinden of de speurtocht naar de puzzelstukjes en vragen als:
    – vind ik die puzzelstukjes?
    – kan ik de juiste puzzelstukjes bij elkaar zoeken?
    – zijn de puzzelstukjes origineel of passend bij het verhaal?
  • Waarom is een scène spannend? Omdat je wil weten óf iemand kan ontsnappen, of omdat de manier waarop dat gebeurt zenuwslopend is?
  • Begin je aan een boek omdat je wil weten wie het gedaan heeft, of omdat je zin hebt in een verhaal vol bedrog en intriges die zich langzaam maar zeker ontvouwen?

Waarschijnlijk zie je wel dat zolang je de aanloop naar een onthulling niet uniek, spannend of interessant maakt, je ook geen onthulling hebt die spectaculair, belonend of passend aanvoelt. Leuk als je in je originaliteit de door aliens ontvoerde caféhouder de oude dame heeft vermoord met een op Pluto gemaakt lasergeweer dat de politie niet kan ontcijferen. Maar als die verhaallijn inhoudelijk maar weinig spanning of inhoud heeft, kan je alsnog beter de hondstrouwe James de boosdoener maken. Zeker als blijkt dat hij naast een butler ook ’s werelds meest gehaaide crimineel blijkt te zijn.

Een stevige basis voor spanning in jouw verhaal

Nu je weet hoe een algemeen verhaal aan een stevige basis komt, kan je dat naar je eigen verhaal gaan vertalen. Voor een goed voorbeeld blijft James in deze uitleg de boosdoener. Je lezer weet dus al voordat die het boek ooit heeft aangeraakt dat James de grote schurk is. Wat kan je dan doen om James en het verhaal als geheel nog aanlokkelijk te maken en te houden?

  1. Maak James uniek: misschien schrijf je inderdaad het honderdste of duizendste verhaal waarin de butler het gedaan heeft. Maar een trope blijft een trope: een bouwsteentje voor een verhaal, niet het verhaal zelf. Doe daar je voordeel mee.

2 Kijk vervolgens naar hoe James zo anders is dan anders en hoe je dat in globale lijnen invulling aan het plot kan geven. Vermoordt James I met een pistool en uit wraak? James II doodt uit hebzucht en met een knuppel. En James III is zo gewiekst dat hij weet te doden met een simpel potlood, en doet dat uit machtslust.

3 Deze butlers moorden dus op verschillende manieren en vanuit verschillende motieven. Daar krijg je als vanzelf andere verhaalthema’s van. James I zal naar de buitenwereld vooral willen verhullen dat hij een reden heeft om wraak te nemen. Dat zorgt voor een alibi. Het verhaal van James III zal tussen de regels door moeten laten doorschemeren dat hij zich lange tijd onbelangrijk en een niemand op de wereld heeft gevoeld. Nu vindt hij dat het tij mag keren.
Combineer dit verhaalthema met de bevindingen uit punt 2.

De schets voor je verhaal maken

Als je bovenstaande drie stappen hebt doorlopen, heb je een basis voor een verhaal dat nooit honderd procent te voorspellen is. Zelfs niet als je schrijft over James MCXXVIII. Met deze basis kan je subplots gaan bedenken, nieuwe personages verzinnen, de de details van de moord gaan plannen en de setting gaan bepalen. Als je maar genoeg verfrissende (nieuwe) elementen aan je verhaal toevoegt, kan het zelfs zijn dat James, ook al is hij de butler die het ‘altijd gedaan’ heeft als verdachte niet meer opvalt. Het cliché of de trope kan dan zelfs in incognito raken. Want zou jij het bekende ‘de butler heeft het gedaan’ nog herkennen – of misschien liever gezegd cliché vinden- in het verhaal dat zich afspeelt in het Venezuela van het jaar 2411? En niet in een landhuis, maar in een doodgewoon huis waar de robotbutler het huis schoonmaakt en de vrouw des huizes deze metalen James op de kast heeft gejaagd door hem niet op tijd van de nodige updates te voorzien? Nu is de arme stakker het lachertje van de robotstraat met zijn laatste update uit het jaar 2407…

Een voorspelbare spoiler?

Uiteindelijk wordt een spoiler storend vanwege, maar vooral ook áls het verloop datgene is die hem voorspelbaar maakt. Zolang je ervoor zorgt dat een lezer altijd een pageturner in de handen heeft en dus een wat, wie of waarom te ontrafelen heeft, is het niet zo erg dat de afloop al bekend is. Als je het belang van een verloop in je schrijfproces vooropstelt en in de gaten blijft houden, is de kans heel klein dat je lezers het verhaal niet spannend vinden. Zelfs niet als ze al menen(!) te weten hoe het afloopt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Alexa via Pixabay.

Schrijfoefening: test de stabiliteit van je plot

Een verhaal blijft spannend als er altijd iets op het spel staat. Dat kan iets heftigs zijn, zoals het leven van je held. Maar ook iets relatief kleins, zoals iets waar je personage zich op verheugt wat misschien niet doorgaat. Zo is je plot het liefst altijd met allerlei belangen gevuld. Maar de kans bestaat dat je omwille van een spanningsboog te veel van dit soort spannende dingen in je verhaal verwerkt. In deze schrijfoefening gaan we kijken of een bijzondere gebeurtenis inderdaad een plot kan dragen zoals je hoopt, of dat het eigenlijk gewoon onnodig gebruik van papier is.

Hoe kan een spanningsboog het plot vertragen?

Als je personage iets moet leren of de wereld waarin die leeft op zijn kop komt te staan, levert dat spanning op. Het is het bescheiden begin van een pageturnereffect. Ook kunnen het zaadjes zijn om een latere plottwist mee te maken. Een héél goede schrijver – iemand die wereldwijde gerenommeerde prijzen wint- doet dat relatief makkelijk op een manier waarbij al deze factoren min of meer hand in hand gaan. Ben je echter een beginnend of gemiddeld getalenteerde schrijver, dan is de kans groot dat je in je enthousiasme allerlei subplots of conflicten gaat bedenken die misschien wel aansluiten bij het thema en de heldenreis van je personage, maar het plot vertragen. Om dat te voorkomen kijk je nog eens goed naar de beats in je plot.

De functie van beats in een plot

Beats zijn de afzonderlijke punten in de drieaktenstructuur: de momenten die je kan gebruiken om te controleren waar je plot of je verhaal nu voornamelijk de focus op moet leggen. Moet er nu een conflict komen, of juist een moment van relatieve rust? Hoewel er vaak meer scènes zijn dan beats, is het voor nu wel handig om ze als losse scènes te behandelen. Een goede scène kan een miniverhaal op zichzelf zijn. Zo kan je voor deze oefening een beat ook zien om erachter te komen wanneer een spannend element eerder kwaad dan goed doet. Een aantal voorbeelden:

* In het eerste obstakel komt je personage erachter wat het kan en wat nog niet
* In de crisis moet de held erkennen dat zijn manier van handelen niet ideaal is geweest

Uiteraard kan je deze algemene benoemingen vertalen naar je unieke verhaal door er invulling aan te geven:
* In het eerste obstakel komt de arrogante bolleboos uit VWO 6 erachter dat het op de universiteit aanpoten is en dat hij niet zo alwetend is als hij eerst dacht.
* Bolleboos ontdekt in de crisis dat hij kennis als competitie heeft beschouwd en daarmee vijanden heeft gemaakt die met een betere of andere aanpak vrienden hadden kunnen zijn. Nu heeft Bolleboos helemaal geen vrienden.

Wat moet een beat vertellen?

Als het de bedoeling is dat Bolleboos tijdens het eerste obstakel achter zijn beperkingen komt, kan je dat gegeven verder aankleden door een klasgenoot – nog van de middelbare school of een medestudent van de universiteit- soortgelijke karaktertrekken of overtuigingen te geven. Dat kan diepgang geven en een zaadje zijn voor een later subplot. Je gaat echter de mist in als je omwille van die latere plotelementen of invulling van de spanningsboog de aandacht ook, zo niet voornamelijk vestigt op dingen als:
* Ik wil met Klasgenoot laten zien hoe arrogantie zich ook op een andere manier kan uiten, als aanvulling van die van Bolleboos.
* Bolleboos probeert in het eerste obstakel Klasgenoot af te troeven. Hij moet in plaats daarvan voornamelijk bang zijn voor zijn eigen ‘onkunde’.

Afdwalen in een spanningsboog voorkomen

Dit kan je doen om te voorkomen dat je te ver afdwaalt van datgene wat de aandacht hoort te krijgen.
* Controleer of je niet een ander verhaal schrijft dan je denkt.
* Schrijf al je plotlijnen op en rangschik ze naar relevantie. Je hoofdplot moet in zekere mate altijd in je verhaal zichtbaar zijn als de spreekwoordelijke rode draad.
* Ga na of je subplot niet ‘onzichtbaar diepgaand’ is.

Een onzichtbaar diepgaand subplot

Je verhaal als geheel en daarmee ook je subplots hebben een thema. Een van de manieren om die wat meer kleur en vorm te geven is door symboliek te gebruiken. Dan kan het gebeuren dat je symboliek in een poging tot meer diepgang een duidelijke verwijzing verliest.
Stel dat je schrijft over een slechterik die je als de spreekwoordelijke bloedzuiger weg wil zetten. Dan kan je hem fan maken van de legende van Dracula. Maar dat ligt er wel erg dik bovenop. Dus ga je verder denken. Dracula woont in Transsylvanië, in Roemenië. Dus wordt de slechterik een Roemeen die met zijn connecties in de onderwereld onschuldige burgers van hun geld berooft. O ja, en hij heeft natuurlijk als dekmantel een eigen slagerij, om bloed en slachting nog te symboliseren. Goed opgelost, toch? Wel in een verhaal dat al gaat over de onderwereld, of in een horrorverhaal waar alles en iedereen afgeslacht wordt. Niet als die eerdere bloedzuiger de vervelende oom is die elk kerstdiner zit te pochen over zijn succesvolle bedrijf waar hij schathemeltjerijk van is geworden, maar wel door zijn werknemers uit te buiten. Dan kan Oom toch beter fan zijn van Bram Stoker…
Dit voorbeeld is extreem, maar het laat wel zien dat als je een rijke fantasie en de wil om diepgaand te schrijven hebt, je nog niet eens zo heel veel sprongetjes nodig hebt om van goedgevonden diepe symboliek naar een warboel van onbegrijpelijke ideeën en verwijzingen te gaan. Heb je zo’n rijke fantasie? Je kan die in de hand houden door:

* een bewuste keuze te maken tussen symboliek en plot. Het is het een, of het ander…
* een proeflezer uit je doelgroep te vragen of die jouw gedachtengang bij kan houden.
* te controleren of eventuele persoonlijke symboliek al een voldoende basis heeft in je verhaal.

Als je al deze punten nagaat, heb je na wat oefenen en controleren een verhaal dat diepgaand en toch recht voor zijn raap blijft in het plotverloop. Iedere scène voegt iets toe en blijft spannend. Zei daar iemand pageturner? 🙂

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door charlesdeluvio verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: de ijkpersoon van iedereen

Als je een rijtje van de ‘juiste’ reclames kijkt, lijkt het wel alsof de kijkers volgens de bedrijven allemaal hetzelfde zijn, en heeft iedereen dezelfde zorgen en wensen. Natuurlijk herkennen veel mensen zich in een vrij algemeen beeld, maar dat neemt niet weg dat de ‘gemiddelde kijker’ alsnog niet meteen in dat hokje past. In deze schrijfoefening gaan we kijken wat je daar als schrijver mee kan en moet doen.

Ik stel u voor: iedereen

Als je de meest alledaagse reclames bekijkt, dan heeft de gemiddelde persoon die iedereen zou moeten voorstellen:

  • Een saaie kantoorbaan ‘(‘Stop met werken van 9 tot 5 op kantoor voor een baas en verdien geld met X’)
    • Een veel te druk leven (‘ Ook zo toe aan vakantie?’ ‘Waarom nog koken, als je je eten kan laten bezorgen met X?’)
    • Een gezin (‘Voor het hele gezin!’ ‘Drie keer per week een wasje draaien gaat makkelijk en snel met X’)
    • Een auto (autoreclames zie je regelmatig. En in de politiek hoor je relatief meer over de autobezitter dan over de treinreiziger)
    • Maatje slank, zie de modellen in de meeste reclames

En gemiddeld gezien kunnen de meeste mensen zich wel identificeren met een of meerdere kenmerken van deze zeer globale ijkpersoon. Maar zodra je per punt gaat kijken, dan vergeet je bijvoorbeeld de miljoenen mensen die:
* werken in de zorg, het onderwijs, de horeca, op een boerderij of in de culturele sector
* Wel werk en privé kunnen balanceren, of het juist heerlijk vinden om zelf te koken
* Single zijn, geen kinderen hebben of de pensionado’s wiens kinderen al het huis uit zijn
* fietsen, wandelen, met het openbaar vervoer gaan of een auto huren in plaats van hebben
* een maatje meer hebben

Zo heb jij als schrijver waarschijnlijk ook een beeld bij Jan met de pet. Misschien heeft hij een van deze kenmerken, misschien andere, of nog meer. Schrijf voor we verdergaan eerst eens alles op wat jij meteen associeert met Jan met de pet. Wat komt daar allemaal uit? Alles wat je bedenkt is nuttig voor de oefening: van hobby tot beroep, van leeftijd tot ras en zelfs of deze man (of vrouw) haar heeft of niet en zo ja, welk kapsel of gezichtsbeharing die dan heeft.

Jan met de pet en Sjan met de muts

Je hebt nu je ultieme gemiddelde ijkpersoon opgeschreven met deze Jan met de pet. Maar nu moeten we gaan kijken waar je lezer misschien wel Sjan met de muts is. Oftewel: iemand die misschien in zekere zin ‘gemiddeld genoeg’ is om binnen bepaalde kaders of je doelgroep te vallen, maar die op enkele punten daar toch buiten valt. En dan wel op een manier waar je niet meteen bij stilstaat.

Als Jan, de man jouw boek leest, leest die het waarschijnlijk anders als de vrouw Sjan zodra je over een man schrijft die vreemdgaat terwijl zijn vrouw zwanger is. Een rotstreek, daar zullen ze het allebei over eens zijn. Maar de kans is groter dat Jan ervaring heeft met moeite hebben met zwangerschapsperikelen van zijn/ een vrouw en daar moeite mee heeft. Sjan zal als vrouw eerder het argument hebben: draag jij maar eens verschillende kilo’s aan extra gewicht mee onder het ‘genot’ van een hormonenstorm…

Uiteindelijk zal dit plot van de vreemdganger vallen of staan bij hoe goed het plot, de personagebiografieën en de verhaalthtema’s zijn uitgewerkt. Als de zwangere vrouw niet alleen maar zwanger is, maar haar echtgenoot ook nog eens mishandelt en hij snakt naar wat genegenheid, dan zal ook Sjan niet zo snel haar oordeel klaar hebben.
Maar als je uitgaat van het oppervlakkige clichéscenario dat de vreemdganger gewoon pleziertjes buiten de deur zoekt, terwijl zijn vrouw zwanger is, dan kan je er gif op innemen dat hoe goed het verhaal verder ook is uitgewerkt, Jan en Sjan er andere interpretaties bij hebben door hun eigen persoonlijke bril.

En zo kan jouw ijkpersoon- van-iedereen soms dingen hebben, zijn of denken waarvan je niet beseft dat die helemaal niet zo vanzelfsprekend of gemiddeld zijn.

Jan met de pet onder de loep

Pak je beschrijving van Jan met de Pet er nog eens bij. Kijk nog eens goed naar wat je hebt opgeschreven en vraag je eens af waarom jouw Jan juist dertig jaar oud is in plaats van zestig. Of waarom hij inderdaad (of juist niet) een saaie kantoorbaan heeft. Je zal niet bij alles een ‘reden’ kunnen vinden; Jan kan ook gewoon ‘toevallig’ bruine haren hebben.
Maar zodra je denkt: tja, waarom eigenlijk? Is het de moeite om daar wat langer bij stil te staan. Dan kan je jezelf vragen gaan stellen.

Als Jan een saaie kantoorbaan heeft, reken je er dus in meer of mindere mate op dat iedereen weet hoe het is om ontevreden te zijn met diens baan. Nog los van het feit of dat zo is: wat wil je daarmee zeggen, of hoe kan je daarmee werken?
– Is dat een verhaalthema van ‘ongenoegen met een sleur?’ of juist ‘minderwaardigheidscomplex’? (“meer dan dit stomme baantje kan ik niet”)
– Als je lezer wel dolgelukkig is met diens (kantoor)baan, hoe kan je dan alsnog empathie kweken voor Jan? Worstelt Kantoor Katrien misschien wel met een bepaalde ontevredenheid van een gang van zaken op de school van haar kinderen? Dan zou een scène waarin op kantoor niet naar Jan geluisterd wordt, ook bij haar aan moeten slaan.
– Is Jan ongelukkig met zijn baan omdat hij denkt dat hij er te goed voor is? Het hoeft natuurlijk niet zo te zijn, maar als je doelgroep ook mensen omvat die überhaupt al blij zouden zijn met een baan, komt dat niet goed aan. Dan moet je iets meer aandacht besteden aan een gemene deler die ‘menselijker’ is dan alleen wat je aan de oppervlakte ziet.

Kijk op deze manier nog eens goed naar jouw aannamen van ze zeer algemene, dit-is-iedereen- ijkpersoon van Jan met de pet of Sjan met de muts. Dan zorg je ervoor dat je verhaal interessanter is opgebouwd en nog meer lezer aanspreekt.

Foto door Jonas Kakaroto verkregen via Unsplash.

Het inciting incident als kern voor je hele verhaal

Een goede start van je boek is essentieel om je lezer voor je te winnen en ook te houden. Vooral dat laatste is belangrijk. En het inciting incident kan daarin een grotere rol spelen dan je misschien denkt. Na een goede start van het verhaal kan je daarmee een basis leggen die het hele verhaal verder kan worden uitgewerkt en relevant blijft.

Wat zit er in een goede start van een verhaal?

Een goede introductie van een verhaal laat duidelijk merken wat de regels fictieve wereld zijn en schets een duidelijk beeld van je hoofdpersonage. Vooral in het begin is het belangrijk dat datgene wat je schrijft niet alleen een situatie schetst, maar ook later in het verhaal een gevolg kan hebben. Schrijf niet over een ochtendroutine of een dialoog over het weer, maar over hoe Bob boos is op de secretaresse omdat een bepaalde taak nog niet af is. Dat laat zien dat hij ongeduldig is en anderen makkelijk de schuld geeft. De casus Bob is hier uitgebreid terug te lezen, daar gaan we in deze post verder mee.

Nu gaat het echt beginnen: het inciting incident

In het allereerste begin heb je eigenlijk de lezer alleen maar kennis van een aantal zaken gegeven. Bob heeft een kantoorbaan, is snibbig en gevoelig voor status. Het inciting inncident is het punt waarop je echt aan het verhaal gaat beginnen. Het is het deel in het verhaal waar je held uit de comfortzone moet stappen, of die dat nu wil of niet. Er moet dus iets gebeuren wat de normale gang van zaken op zijn kop zet. Dat kun je interessant maken door middels een show don’t tell iets te laten gebeuren wat een personage tegenstaat. Het liefst maak je ook nog duidelijk waarom, want dan heb je de formule van een pageturner te pakken.

Bob krijgt te horen dat een promotie aan zijn neus voorbij gaat. Frans is de gelukkige. Bob kan dit niet uitstaan en geeft Sonja de secretaresse de schuld: als zij de laatste week sneller had gewerkt, had hij die aantekeningen beter door kunnen kijken en zich beter kunnen voorbereiden op die belangrijke opdracht.

Dat is het ‘wat’ waarmee het inciting incident én het verhaal verder gaan. Bob en zijn temperament kennende, gaat dit een hoop lawaai geven. En is dat niet zo, dan moet je dat ernaar maken. Wat je in het allereerste begin van het verhaal gegeven en aanloop van het verhaal aan de lezer schept bepaalde verwachtingen, waar je niet omheen kunt. Het is als Chekhov’s gun, maar dan voor je hele plot in plaats van voor een detail. Want waarom zou je een geweer in beeld brengen als in het hele verdere verhaal geen geweergeweld of jagers voorkomen?

Waarom is dit een verhaal waard?

Nu je het ‘wat’ hebt duidelijk hebt gemaakt, moet je het waarom nog meenemen. Het antwoord daarop heeft twee ‘lagen’ De eerste is de wat meer oppervlakkige vraag: ‘waarom reageert Bob zo woedend op dit nieuws?’ Op deze vraag heeft de lezer al een gedeeltelijk antwoord: je hebt eerder al een karakterschets van hem gegeven. Maar karakter is méér dan alleen een keer ergens op reageren, daar kan je veel meer mee. Iemand die vaak uit zijn slof schiet, kan nog heel wat vaker in benaderde situaties komen. Welke situaties dat dan (gaan) weet de lezer niet, en dat houd de nieuwsgierigheid naar het verdere verhaalverloop levend.

De meer diepgaande waaromvraag is: ‘Waarom belooft wat er in deze scènes gebeurt een compleet en interessant verhaal te worden en te blijven?’ We weten dat snibbige Bob een promotie heeft misgelopen, dat is op zichzelf nog steeds niet meer dan een gegeven, nog geen verhaal. Daarom moet je ervoor zorgen dat de wereld van Bob op zijn kop komt te staan en de lezer weet of aanvoelt dat je hier nog heel veel aan het zaaien bent en gaat in deze scènes. Doe dat dan ook en zorg voor zoveel mogelijk zaadjes. Je kan het karakter van Bob natuurlijk ook nog meer gaan verkennen met de lezer. Dus hij is snibbig en gevoelig voor status? Misschien is hij wel doodsbang om ergens mee door de mand te vallen. Zo heeft hij Sonja ooit zwijggeld toegestopt toen zij zag dat hij een geheimhoudingsverklaring had geschonden. Dat maakt hem als vanzelf alerter (op wat Sonja zegt en doet.) Maar ja, als hij snel uit zijn slof schiet…

Zo kan je kennismaking met je personage combineren met plotpunten en zo de wat- en waaromvraag combineren. Schrijf bijvoorbeeld een paar regels over hoe Bob wel erg achterdochtig naar Sonja kijkt op het moment dat hij haar een brief ziet lezen die Bob om wat voor reden dan ook verdacht of onbekend voorkomt.
Vergeet ook niet dat Sonja met dat zwijggeld een bepaalde machtspositie over Bob heeft. Als ze tenminste daar het karakter voor heeft. Misschien is ze juist veel te bang om haar mond nog tegen Bob open te trekken. Op deze manier kan je in het inciting indicent heel veel zaaien. Bijna alles tot alles wat vroeg of laat een grotere rol krijgt in het verhaal, kan hier zijn zaadje krijgen. Het is handig om eens goed te kijken hoe je de puzzelstukjes al vast kan plaatsen. In je plottwist, of gewoon in je verhaallijn met de bijbehorende subplots.

Het inciting incident, met de belofte van een comfortzone die verlaten wordt, is meer dan welk punt dan ook in het verhaal het punt dat veelbelovend is. Natuurlijk zijn er ook de clues, maar dan weet de lezer min of meer al wat er komen gaat. In dat opzicht is het inciting indicent dat heerlijke punt van avontuur: riemen vast, maar waarvoor… Daar moet de lezer nog heel eventjes op wachten. Maar als je het goed doet, klikt de lezer de riem vast met plezier, spanning en een glimlach op het gezicht.

Wil je een kennismaking met een boek goed laten verlopen, geef dan je inciting incident de nodige aandacht.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kiana Bosman verkregen via Unsplash.

Met deze aanloop blijft je hele verhaal stevig: introductie

Een verhaal heeft een introductie. Als die wankel is, is de rest van je verhaal dat ook. Tijd om daar eens goed naar te kijken, dus. Deze week beginnen we met de allereerste introductie van je boek en je held.

Hoe verloopt de introductie van een goed boek?

In de eerste fases van een boek heb je een aantal belangrijke dingen te doen. Je moet duidelijk maken wie de held is en waarom die de held is. Wie de held is, wordt helemaal aan het begin duidelijk. Is het een kantoormedewerker of een president? Een tovenaar of een medicijnman? Je vertelt daarbij ook wat deze held onderscheidt van alle andere kantoormedewerkers of tovenaars. Je laat zien hoe diens individuele wereld eruit ziet: je stelt de comfortzone vast. Dat doe je door te introduceren hoe het alledaagse leven van de held eruit ziet. Dat lijkt makkelijk, maar is een van de dingen die het vaakst misgaan. Introduceren is namelijk iets heel anders dan dat laten zien…

Infodump als snelle, vervelende start

‘Bob was een gewone kantoormedewerker en liefhebbende vader die verder niemand lastig viel. En toch stond daar plotseling een man voor zijn deur die een pistool op hem richtte en zijn kinderen ontvoerde.’
Dit klinkt erg spannend, maar in de praktijk is dit een grote valkuil bij beginnende schrijvers, omdat de uitwerking ervan makkelijk misloopt. De eerste pagina’s staan vol van Bobs o-zo-gewone uiterlijk, baan en leventje, vaak middels een infodump als: ‘Bob stond op en keek ontevreden naar zijn bruine piekhaar in de spiegel, voor hij onder de douche stapte en bedroefd naar zijn kippenborst keek. Zijn vrouw Margje en hij hadden de vorige avond naar een actiefilm gekeken. Margje had gezwijmeld bij de sixpack van de held. En dan was er Bob, met zijn Toyota Aygo voor de deur, naast hun keurig onderhouden tuintje.’ De volgende zaterdagavond staat er dan plotseling iemand met een pistool aan de voordeur.
Zie je hoe hier duidelijk sprake is van expositie? Zodra die zichtbaar wordt, gaat er iets mis. Je kan dit voorkomen door een snuffelstage te lopen bij je personage.

Snuffelstage lopen bij je personage

Bij een snuffelstage loop je maar een beetje achter de stagebegeleider aan. ‘Kijk en leer’ is daarbij het uitgangspunt. Daarom zal je begeleider niet al te veel moeite doen om de werkzaamheden stil te leggen om uit te leggen waar hij mee bezig is.
Tijdens een snuffelstage noteer je niet de details, maar bekijk je vanaf een afstandje wat het grote geheel is van het werk dat Bob doet of het leven dat hij heeft. Wat wil je over drie maanden nog weten van je stage(begeleider?) Welke auto hij rijdt of met wie Bob sprak over de invoer van het nieuwe administratiesysteem, waar jij later vast ook mee gaat werken? En was het interessantste koffieautomatengesprek dat waarin het weer werd besproken of waarin het duidelijk werd wat de de hiërarchie was binnen het bedrijf?
Schrijf bijvoorbeeld op hoe Bob tegen zijn baas praat, en hoe zijn baas terugpraat. Dan weet je ook hoe je later al dan niet in dit werkveld het kan maken om de baas een vriendschappelijke klap op de schouder te geven.
En de knappe secretaresse, wat is haar rol? Blijkt zij later de vrouw van de ontvoerder, laat haar dan een praatje maken met Bob, waarin duidelijk wordt dat er iets niet helemaal lekker zit. Of laat de onschuldige vrouw toevallig iets zeggen over belangrijke papieren, waarna Bob haar afwimpelt in een moment van stress. Kortom: ga zaaien. En als zij niets met het plot te maken heeft, laat haar dan weg. Dus ook als Bob haar aantrekkelijk vindt, maar daar verder niets mee doet.
Als Bob naar huis gaat, geldt hetzelfde uitgangspunt. Leg niet uit wat er speelt, maar kijk vanaf een afstandje mee. En noteer wat er belangrijk is, ook drie maanden na afloop van je stage, als de clues aan de beurt zijn.

De aantekeningen delen met de lezer: kijken van een afstand

Je snuffelstage is voorbij: op naar de tekentafel. ‘Bob kan snibbig zijn tegen zijn collega’s’. ‘Het administratiesysteem heeft kuren gehad.’ ‘Bob wil hogerop komen en kijkt met afgunst naar de dure auto van zijn baas.’ Hoe maak je die losse aantekeningen duidelijk voor je lezer?
Als je vanaf een afstandje kijkt, ga je dus niet in op de details, of expliciete uitleg geven. Net als bij een studie kan je de details van iets belangrijks later terugvinden in je studieboeken. Als je het grote geheel maar begrijpt.
Schrijf dus niet:
“Ik ga vandaag niet naast Bob zitten in de kantine,’ fluisterde Gerard tegen Frans. “Het administratiesysteem crashte, waardoor hij nog snibbiger is dan anders. Bovendien heeft hij een overleg met Baas. Hij zal wel willen hielenlikken.”
Maar liever iets als:
Bob liep statig de kantine in, ging naast Baas zitten en rechtte zijn rug. Hij keurde zijn collega’s Frans en Gerard geen blik waardig. Toen zij hem groetten, trok hij een geïrriteerde wenkbrauw op.
“Is het probleem met het administratiesysteem al opgelost?” vroeg Baas aan Bob.
Bob kreeg een kleur: “B-bijna, ik heb Sonja gevraagd ernaar te kijken.”
Verdomme, dacht hij. Als ze het straks nog niet opgelost heeft…

Een onderliggende boodschap recyclebaar maken

Leg niet de details, maar juist de onderliggende boodschap onder het vergrootglas. Dan worden er een aantal dingen duidelijk(er):
* Bob raakt snel geïrriteerd
* Bob is gevoelig voor status
Dat is voor het verhaalthema en het algemene plot tien keer belangrijker dan wat Frans en Gerard tegen elkaar zeggen. Deze twee observaties kan je namelijk ‘recyclen’: op talloze andere manieren kan je laten terugkomen dat Bob snel geïrriteerd raakt. Collega’s die niet met je willen eten in de kantine, is niet voor herhaling vatbaar, als je het verhaal interessant wil houden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Als je zo met een verhaal begint, kan een inciting incident, vlak na de start van je verhaal het al helemaal op zijn kop zetten! Daarover volgende week meer.

Wat geeft een goede basis voor zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Als je een verhaal wil schrijven dat zichzelf uitbetaalt, is zaaien en oogsten van het grootste belang. Het geeft de lezer een gevoel dat opletten in verhaal loont en dat er een cirkel rond is. Maar het werkt nog beter als je zaadjes hebt die zo krachtig zijn, dat een keer zaaien eindeloos oogsten oplevert en dat cirkeltje zich blijft herhalen.

De noodzaak van zaaien en oogsten

Zaaien en oogsten is belangrijk in een verhaal. Het laat zien dat het loont voor de held om uit de comfortzone te stappen, iets te leren of ergens voor te gaan. Ook maakt het plottwists mogelijk en het verhaal loopt er vlotter door: het geeft een gevoel dat alles past of klopt. Als je gedurende het verhaal kunt blijven zaaien en oogsten, weet je zeker dat de lezer zowel tevreden blijft met datgene wat al gelezen is, maar ook met datgene wat nog gaat komen. Zo kan je dus heel vaak zaaien en oogsten. Maar er is ook iets voor te zeggen om, met een goede samenhang van personagekarakteristieken, plotverloop en verhaalthema één keer heel goed te zaaien. Daarvoor moet je goed nadenken, goed tussen de regels door kunnen schrijven, met symboliek kunnen spelen en je verhaal goed kennen.

Wat is de basis van zaaien en oogsten?

Om een goede basis te krijgen voor zaaien en oogsten is empathie opwekken voor de hoofdpersoon het toverwoord. Allereerst is het zaak om ervoor te zorgen dat het de lezer iets kan schelen wat er met de held gebeurt. Een van de manieren om dat effectief te doen is door te laten zien waar het personage mee worstelt, of waar het naartoe kan groeien. Maak daar zo snel mogelijk een duidelijke schets van. Je hoeft niet per se met in medias res te beginnen, maar het spreekwoordelijke ‘er was eens…’ mag niet te lang duren. Voor sprookjes werkt het, maar die hebben dan ook maar zelden een format dat spannend wordt door het principe van zaaien en oogsten.

Koppel de heldenreis aan het verhaalthema voor de basis van empathie

Een heldenreis is relatief afgebakend. Die zegt: ´de held moet X leren, deze obstakels overwinnen, dit wordt de crisis en dat is het resultaat. Een verhaalthema daarentegen is een stuk breder en kan je op allerlei manieren invullen. Maak daar gebruik van. Is er een probleem dat je concreet kan laten zien van de eerste pagina´s van het verhaal? Dan kan dat probleem relatief snel worden aangevochten, maar het onderliggende probleem, het thema, kan het hele boek door met zaaien en oogsten de aandacht krijgen.

Casus: The last Samurai

The last Samuari heeft een van de beste manieren van zaaien en oogsten die ik ooit heb gezien. In de eerste paar minuten van de introductie van de held krijg je misschien wel tien zaadjes, die zich gedurende de film dan wel opnieuw zaaien, dan wel geoogst worden. Kijk eens naar die introductiescene. Ik kon vijftien show don’t tell’s/ zaadjes opmerken over hoe de heldenreis van Nathan Algren zich ging ontwikkelen, of hoe het thema vorm zou krijgen. De belangrijkste schrijf ik op. Kijk eens wat je zelf nog meer kan ontdekken.
* Op het exacte moment dat er wordt gezegd dat een ‘ware held’ op het podium komt, zie je hem naar de fles grijpen.
* Dat is überhaupt het eerste wat je Nathan ziet doen.
* Als hij wordt aangekondigd zijnde iemand die ‘wilden’ heeft verslagen, kijkt hij in de camera met een blik die zegt: ‘Donder toch op…’
* Als hij zijn toneelstuk op moet voeren, schakelt hij van het script naar improvisatie. In die improvisatie merk je dat hij het helemaal niet stoer vond om de ‘held’ te zijn die ‘wilden’ af moest schieten. Hij is er letterlijk ziek van.
* Hij schiet in op het publiek: zelfs stomdronken kan hij nog perfect richten. (Een overlevingstechniek die hij heeft geleerd, zo leer je later.)

In wat scènes verderop zie je dat Nathan leidt aan PTSS. Als hij dan nog iets later Japanse boerenpummels moet leren om met een geweer te schieten en een leger te vormen, krijg je deze scène.
“Schiet me verdomme neer!” Daarmee zegt hij (non-verbaal):
* “Als je onder druk staat, moet je heel snel kunnen schieten….”
* “… dat kan deze jongen nog niet, dus ik kan alleen maar bewijzen dat dit zogenaamde ‘leger’ nog helemaal niet getraind is.”
* Maar, misschien wel het belangrijkste punt -dat zie je in zijn blik- “Schiet me maar neer, want ik heb het gehad met dit leven. Al die angsten, het gevoel nutteloos te zijn…”

Dat laatste punt is het belangrijkste. Deze scène is op zichzelf al heftig, maar wordt nog veel erger door die sterke introductiescène en de scènes tussen deze twee momenten in. Er is al veel empathie geoogst. Het is van meet af aan duidelijk dat je met een gekwelde ziel te maken hebt. En niet lang daarna weet je ook dat hij letterlijk en figuurlijk zijn plaats in de wereld niet kent.
Als deze schietscène dan plaatsvindt in de eerste akte, dan weet de kijker er een goed uitgewerkt verhaal aankomt. Er is inmiddels al een cirkeltje van zaaien en oogsten geweest, nog voor het verhaal goed en wel van start is gegaan.

Een van de thema’s van de film is ‘thuiskomen’ en dat wordt op verschillende manieren vertaald. Maar ook heling is een belangrijk punt. In de eerste minuten lijkt dat heling van alcoholisme te zijn. En hoewel dat zeker ook terugkomt, trekt de film dat uiteindelijk thematisch veel breder naar ‘heling van de ziel’.

Probeer zo snel mogelijk empathie te winnen voor je held met de heldenreis en het thema als overkoepelende basis en uitganspunt en je kan een complete graanschuur aan oogst binnenhalen voor je verhaal. Als je een tipje van de sluier weet op te lichten van je verhaalthema en de heldenreis en die symboliek daarachter breed trekt, heb je eindeloze mogelijkheden voor zaaien en oogsten. En dat houdt de lezer aan de pagina’s vastgeplakt.

Foto door Susann Schuster verkregen via Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat doet de trope van een misverstand met het plot?

“Had dat dan gezégd!” Dat citaat is niet ongewoon, in het echte leven, maar ook in boeken. Want já, zeg één ding wel of niet, en het verloop van het plot kan er volledig door veranderen. Soms is dat erg, soms kan dat je verhaal juist erg interessant houden. Hoe vind je de balans tussen ‘de mond houden’ en juist wel iets zeggen als je een goede spanningsboog in het verhaal wil houden?

Het is een misverstand!

Misverstanden zijn er in allerlei soorten en maten. Voor verhalen zijn ze onmisbaar, omdat een miscommunicatie of gebrek aan informatie een ´gat´ vormt in het plot, wat de lezer de gelegenheid heeft om de puzzelstukjes bij elkaar te zoeken. Als je alles aan de lezers en de personages zou ´voeren´, is er niets meer aan. Er is geen spanningsboog meer, personages weten hoe ze rechtstreeks op hun doel af kunnen gaan, hoeven elkaar niet meer te leren kennen… Kortom: misverstanden vormen in zekere mate de eigenlijke bouwstenen van een plot. Om een goede start te maken, volgt hier een overzicht van misverstanden die je in je plot kan gebruiken:

  • Informatie wordt onvolledig gegeven of verkeerd begrepen waardoor een personage verkeerd gaat handelen
  • Personages menen onterecht hetzelfde te denken als de ander en gaan invullen voor de ander. Denk aan iemand die romantische signalen (uit valse hoop) verkeerd leest en daardoor denkt dat de liefde wederzijds is.
  • Het wereldbeeld van het personage bepaalt de bril zodanig dat er tussen de zender en ontvanger van de communicatie iets misgaat. Vaak heeft dit overlappen met moraal. Denk aan een ouder die het kind probeert te leren dat als je geld vindt op straat het juiste moet doen: hou het niet zelf, maar geef het aan de politie moet geven. En het kind dan zegt: ik zou het aan iemand geven die honger heeft, niet aan de politie. Het is toch het juiste om mensen in nood te helpen?
  • Personages vinden elkaar heel vervelend of juist helemaal geweldig en schatten de ander totaal verkeerd in, omdat ze op hen projecteren of omdat het andere personage een masker draagt.

Wat is het doel van je misverstand?

De manier waarop je de verschillende soorten misverstanden uit kan werken is haast eindeloos, omdat er zoveel verhalen bij te bedenken zijn. Liefdesverhalen, moordcomplotten, familiekronieken, wereldgeschiedenis en alles ertussenin kunnen een misverstand met zich meebrengen. Als je gaat beginnen aan een verhaal waar een misverstand een grote rol speelt, bedenk dan vooral wat het doel is, niet zozeer wat de gevolgen zijn. Dat maakt de structuur van je plot en je verhaalthema een stuk duidelijker. Het lijkt misschien niet meer dan een verschil in mindset, maar de uitwerking kan daarmee heel veel veranderen. Kijk maar eens:

gevolg als uitgangspuntvoorbeeldresultaatdoel als uitgangspuntvoorbeeldresultaat
een relatie eindigt“Het is niet wat je denkt”Het risico op een cliché is grooteen relatie eindigthet wordt duidelijk waarom een personage geen relatie kan behoudenJe krijgt een Harry Potter onder de Harry’s: je leert een personage echt kennen
de mentor wordt vermoordde held moet zelf zijn weg zoeken Dit is geen verhaal, maar een beat in een plotformatde mentor wordt vermoorder wordt duidelijk hoe gevaarlijk de vijand isDe spanningsboog loopt op
het kind leert opkomen voor het goedeer moet een enkele dramatische gebeurtenis aan vooraf gaanhet verhaal werkt toe naar een gebeurtenis, niet naar de reis van een personagehet kind leert opkomen voor het goedeHet kind leert moedig te zijnDe groei naar moed kan een pageturner worden

Wanneer gaat een misverstand in een verhaal te ver?

Een misverstand – hoe groot of klein ook- kan te ver gaan. Dat kan je vrij makkelijk herleiden: vraag jezelf af: was dit nou echt nodig? Je kan die zin benaderen vanuit het oogpunt van de lezer, maar ook vanuit het oogpunt van jou als schrijver.
Neem het voorbeeld van iemand die niet durft op te biechten verliefd te zijn en later in het verhaal dat zegt. Uiteindelijk wordt het toch gezegd omdat de ander gaat emigeren en wordt het ‘nu of nooit’.
“Had het dan gezegd! Als ik wist dat er iemand verliefd op me was, had ik me niet zodanig eenzaam gevoeld dat ik het gevoel te krijgen beter te kunnen emigreren…”

Een lezer kan bijvoorbeeld denken:
– Wat cliché, was dat hele verhaal nou echt nodig?
– Goed dat dit gebeurt, ik wilde graag dat ze bij elkaar kwamen en ik vond de aanloop spannend. Dat was nodig!
– Je had een vriend die aanbood Cupido te spelen: hoezo heb je dat niet gedaan? Dit misverstand was niet nodig.

Jij als schrijver moet denken: waaróm is dit misverstand nodig? Denk weer terug aan de doelen van een misverstand.

– Er moet een karaktertrek van het personage duidelijk worden
– Het personage moet iets leren
– Dit misverstand legt een thema of symboliek bloot
– Het is een grote schakel voor een plottwist
– Het is spannend voor de plotopbouw

Als je weet waarom dit misverstand er moet zijn, kan je beter aftasten hoe lang het misverstand een podium krijgt en hoe groot het moet zijn. Een karaktertrek laten zien behoeft geen misverstand van een compleet hoofdstuk, maar een belangrijke aanloop voor een plottwist moet dat misschien wel.

Vervolgens kun je proberen in te schatten waarom en hoeverre het misverstand voor de lezer zichtbaar is, zoals hierboven beschreven. Zou het kunnen dat je met dat misverstand een darling schrijft? Moet je het misverstand wat langer rekken of op andere manieren laten terugkomen als het een heel thema moet dragen? Hoe verhoudt dit misverstand zich in de schakels van een plottwists, enzovoorts.

Probeer misverstanden goed af te wegen. Tenzij verwarring een centraal thema in het verhaal is, kan je (grotere) misverstanden beter slechts af en toe inzetten. Anders krijg je met een hoop deus ex machina te maken. Maar als je die afweging goed maakt, zal je lezer altijd nieuwsgierig blijven naar de afloop van het verhaal en is succes bijna altijd gegarandeerd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jon Tyson via Unsplash

Scèneovergangen schrijven: deus ex sceana

Als een boek vlot wil lezen, moet het plot een bepaalde vaart hebben. Daarvoor heb je een vlotte scèneovergang nodig. Je kan op verschillende manieren ervoor zorgen dat je plot vlot blijft. Denk aan de actie-reactieregel. Maar die is vooral handig bij het schrijven van losse scènes. Als je een scène wil eindigen en met een andere wil beginnen, schrijf je met deus ex sceana.

Storyboard van een verhaal

Het is handig om een storyboard te maken van de scènes die je hebt bedacht. Dan zie je heel goed wat er in het verhaal gaat gebeuren. Ook verzandt je niet in details, maar houd je je aan de grote lijnen. Of je het nu tekent of uitschrijft hoe het in je hoofd zit, een storyboard mist de daadwerkelijke overgang van de ene scène naar de andere. En die is cruciaal voor een goedlopend verhaal. Anders krijg je een ‘en toen, en toen en toen’ zoals een kind uit groep 5 een boekbespreking houdt: ‘En toen gingen ze naar het pretpark, en toen gingen ze in de achtbaan, en toen werd Youssef misselijk en toen durfde hij niet mee in de volgende achtbaan.’

De randen van een storyboard

In het voorbeeld van die slechte boekbespreking is het ‘en toen’ de rand van het stripje in een storyboard. Idealiter zijn die randen voor de lezer niet meer zichtbaar. Het verhaal leest niet als losse scènes, maar als iets wat in elkaar verweven is. Je zou je pas (weer) moeten zien als je oefent met het save the cat schema. “O, kijk, deze scène is het inciting incident, en die daar op het einde, dat is nog niet het einde, maar de wrap-up.”
Let wel: dit geldt voor de lezer, niet voor jou als schrijver. Hoewel niet elke scène meteen een beat is van de drie-aktenstructuur, helpt het wel om het min of meer zo te zien:
* Deze scène zit nog in het inciting incident, dus het hoofdpersonage moet iets ongemakkelijks meemaken, en ook laten zien dat er iets anders kan (gebeuren) in diens wereld.
* In het laatste obstakel laat ik de geliefden bij elkaar komen, en ze terugkijken op wat ze hebben meegemaakt.

Dat helpt om te schakelen tussen dingen als: je dief is al langere tijd op de vlucht en dan komt er plotseling politie in de buurt, of de vriend besluit zijn makker te verraden.

Deus ex sceana

Anders dan bij actie-reactie is er bij de overgang naar een nieuwe scène niet altijd een aanwijsbare reden waarom dat dit exact op dat moment gebeurt. Waarom verraadt de vriend nu? Waarschijnlijk zijn de hints die je hebt gegeven, niet in dezelfde scène. Dat zou een slechte plotopbouw zijn. Dat zaadje is dus in scène`1 gepland. Maar als je inmiddels bij scène 4 bent, kan je niet ineens schrijven: ‘oké, terug naar scène 1’. Dat heeft twee redenen:

* Scène 1 is al geschreven, dit wordt hoe dan ook scène 5. Je lezer heeft al meer informatie, het plot zit in een ander punt in de spanningsboog, en de sfeer van de scène is ook anders, omdat er andere dingen gaande zijn.
* Je werkt anders een deus ex machina (god uit de machine) in de hand.

Zorg ervoor dat op een natuurlijke manier de aandacht van de scène naar iets anders wordt verschoven. Er gebeurt iets, of er komt iets in de scène die de sfeer compleet een andere kant op stuurt. Anders dan bij een Deus ex machina moet je mikken op wat je zou kunnen omdopen tot deus ex sceana: god van de scène. Dat is vaak een relatief abstract iets: een gevoel, een besef, een sfeer, een klein geluid… Iets dat wérkt als een Deus ex machina, maar niet zo voelt.

Waarin zie je een deus ex sceana terug?

De deus ex sceana zie je eigenlijk overal waar er iets verdergaat als er iets begonnen is, hoe klein ook:
* De welles-nietes ruzie is eerst verbaal, maar nu loopt iemand kwaad weg.
* Het moment dat je personage besluit om nu eindelijk eens een dag vrij neemt, na heel lang en hard werken.
* Het gaat regenen en je personages gaan schuilen.
* De les is afgelopen en de kinderen gaan spelen.
* Er worden knopen doorgehakt.

Bij het bepalen van een deus ex sceana is het belangrijk om te bedenken wat er in de volgende scène moet gaan gebeuren, zoals eerder in dit artikel geschreven. Denk aan Chekhov’s gun: je schrijft iets niet zomaar op. Perfectie daargelaten, waarom zou je schrijven over een tripje naar de supermarkt als daar niets interessants gebeurt? Jij schijft meteen over je personage dat gaat koken, om het vervolgens te gaan verprutsen. Dat verprutsen is belangrijker voor het grotere plot: vrienden komen langs en je personage wilde een goede indruk maken. Nu verliest het zelfvertrouwen.

In dit scenario zou de deus ex sceana kunnen zijn:

* Je personage komt thuis van het werk en is al moe. Dan doet het de koelkast open om iets te drinken te pakken en ziet het de ingrediënten voor het gerecht van vanavond. Paniek: dat was vandaag! Het besef na het zien van het ongekookte eten is de deus ex sceana

* Je personage gaat rustig aan de slag met koken, maar dan bedenkt het dat een van de vrienden hun nieuwe verloofde meeneemt. En je held mag die echt niet. De deus ex sceana die volgt is het is het bedenken van hoe de vrede bewaard kan worden, waarna bij gebrek aan concentratie het eten mislukt.

Vaak hoef je niet na te denken over het hoe en wat van een deus ex sceana: als je een beetje kan schrijven en save the cat in de gaten houdt, komt die wel vanzelf. Maar als je een keer vastzit bij een grensovergang, dan hoop ik dat deze tips helpen. Als je nog steeds worstelt, kijk dan eens naar je personagebiografie, verhaalthema, of de symboliek van je verhaal. Kijk naar het grote geheel en dan kan je het naar even goed nadenken vast wel wat concreter vertalen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings verkregen via Unsplash.