Schrijven over de geschiedenis in je boek

Je verhaal begint natuurlijk bij een begin. Maar een verhaal is niet het begin van alles. Er is al een wereld met een bepaalde geschiedenis, een familiekroniek duurt al jaren voort, een talent zit in de genen van je personage… Er zijn talloze manieren waarop jouw fictieve wereld wordt gevormd tot wat die is of gaat zijn. Als je deze geschiedenis bestudeert, kan je heel wat informatie over je wereld, personage en het plot ontdekken.

De familiekroniek

De familie van je personage geeft een schat aan informatie weer. Bedenk wat je personage erft, in de brede zin van het woord:
* geld
* normen en waarden
* bepaalde genen en talenten of aanleg voor ziekten als gevolg daarvan
* eventuele lusten en lasten die horen bij de familienaam. Als je personage kind is van een belangrijk historisch figuur, zal de rest van de wereld ergens geloven dat het kind dezelfde of soortgelijke overtuigingen heeft. Dat kan je personage als voordeel gebruiken om de comfortzone extra knus te maken, maar het kan ook een reden zijn om zich van de familie te willen distantiëren. Of het kind krijg een torenhoge lat van verwachtingen mee waar het nooit aan kan voldoen, met alle gevolgen van dien.

De optelsom van alles dat je personage kan erven, kan een groot deel van de personagebiografie bepalen.

Vergeet ook de verhoudingen tussen je personage en specifieke familieleden niet. Als er een engel van een oom aan vaderskant is, maar een tirantante aan moederskant, raad eens bij welke kant van de familie je personage dan liever op bezoek gaat? Zorgt die afstand met de familie aan moederskant voor een verwijdering? Wat heeft dat voor gevolgen?

Algemene geschiedenis in je boek

Natuurlijk zijn er ook gebeurtenissen waarmee je personage persoonlijk op geen enkele manier een verband mee heeft. Desondanks zou je personage niet leven (zoals het gewend is) als iets in de geschiedenis anders was gelopen, door toedoen van een bepaald persoon of moment.

* Hoe zou de hedendaagse wereld eruit hebben gezien als Alan Turing er niet was geweest? Deze man wist in de Tweede Wereldoorlog Enigma te kraken door de eerste versie van een computer te bouwen. Had de baan die jij nu hebt dan bestaan? Kun je je een wereld voorstellen zonder smartphone?
* Of nog heftiger: als Stanislav Petrov er niet was geweest, was jij er waarschijnlijk ook niet (meer). Hij schatte tijdens de Koude Oorlog goed in dat een melding van een nucleaire aanval van de VS vals alarm was en besloot die melding stil te houden. Had hij zijn meerderen geïnformeerd, dan was de nucleaire oorlog een feit geworden.

Dit zijn grote voorbeelden, maar dit butterfly-effect kan je ook kleiner inzetten; een onbekende heeft ooit de jurk ontworpen waar jij zelfvertrouwen van krijgt.

Waarvoor kan je deze geschiedenis gebruiken?

Van algemene (fictieve) geschiedenis kan je veel leren als je die in de context van je verhaalthema plaatst. Je moet hiervoor wel een beetje ‘achteruit denken.’ De heren Petrov en Turing moesten onder tijdsdruk enorme beslissingen nemen en hebben de geschiedenis bepaald. Dit zijn helden in de meest zuivere zin van het woord. Heeft jouw personage iets met deze mannen gemeen dat je kan gebruiken voor diens heldenreis? Jouw personage moet immers ook een held worden en een geschiedenis bepalen of maken, zij het in iets bescheidener zin.
Als jouw personage ook met computercodes werkt, doe je schrijfonderzoek naar coderen. Zoals we zagen bij Turing en Petrov kan presteren onder druk daar een onderdeel van zijn. Dan zou stressbestendigheid zomaar het verhaalthema kunnen vormen.

Kijk eens of er in de geschiedenis (van jouw verhaal) iemand is die wat betreft thema, karaktertrekken, vaardigheden of belangrijke elementen uit de personagebiografie overeenkomsten heeft met je personage. Dat kan helpen om jouw personage realistisch te portretteren en kan het op eerdere gebeurtenissen en ervaringen van anderen voortbouwen. Zo vindt een historisch personage een/het wiel uit, waardoor je personage kan bedenken dat je met dat wiel een kar kan maken. En daarmee schrijft je personage geschiedenis. Of liever gezegd: kan jij diens heldenreis schrijven.

Alternatieve geschiedenis

Alternatieve geschiedenis is de ‘Wat als?-versie’ van geschiedenis. Om de heldenreis, plottwisten en verhaalthema nog verder te kunnen verduidelijken voor jezelf kan je bepaalde keerpunten in de geschiedenis (van je verhaal) in je opschrijfboekje een alternatieve versie geven. Net als bij de echte geschiedenis kan het butterfly-effect dat de gang van zaken in de alternatieve geschiedenis verandert zowel groot als klein zijn. Ga eens graven en speuren en verander alles wat van waarde lijkt: karaktertrekken van personages, plotpunten zoals beslissingen of het niet nemen van een vervoersmiddel, het vertellen van een geheim…
Je zal merken dat je van sommige dingen te weten komt dat ze het hele verhaal bepalen, terwijl jij dacht dat het een detail was.

Tante Marietje is de zure, verbitterde oudtante van de familie die op feestjes altijd moppert. Hoeveel verschil kan dat maken? Nichtje Gerda krijgt daardoor nooit een liefdevolle levenspartner. Marietje was het oudste en meest gezaghebbende lid van de familie en is teleurgesteld in de liefde. Het cynisme over de liefde dat Marietje had is een familiethema geworden, waardoor Gerda aanleerde de partner in een relatie altijd te wantrouwen. Geef Marietje een wat meer open en vertrouwend karakter en de heldin van het verhaal, haar nichtje Gerda, eindigt wél met een blijvende, liefhebbende partner.

Of andersom. Je dacht dat het bovenstaande het geval was: alles rondom liefde was Groot en Dramatisch met hoofdletters. Maar nu laat je Gerda in een alternatieve geschiedenis die ene, schijnbaar onbelangrijke liefdesbrief die ze zowat voor de lol schreef, wel naar Olivier sturen. Ze eindigen als gelukkig getrouwd stel. Oudtante Marietje bleek niet de schakel die het verhaal liet (spaak)lopen… Juist een detail blijkt allesbepalend.

Je kan van grote en kleine dingen in de (fictieve) geschiedenis ontzettend veel leren en verborgen informatie vinden, zeker als je ermee durft te spelen of de spreekwoordelijke radartjes van de grote machine gaat (onder)zoeken.

Veel plezier en succes daarmee!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van 3209107 via Pixabay

Wanneer is iets belangrijk genoeg om op te schrijven in je boek?

Informatie geven in je verhaal kan lastig zijn. Welke informatie moet je delen en wanneer doe je dat? Waar het ene detail op een bepaald moment het hele verhaal bepaalt, kan iets wat in het verhaal als geheel zeer belangrijk lijkt, een irrelevant detail zijn. De vraag die je jezelf moet stellen is: ‘Wat is nu van belang in deze scène?’ In deze blogpost leer je hoe je die afweging maakt.

Is dit detail onbelangrijk in mijn boek?

Laten we beginnen met iets wat een open deur lijkt: een detail is iets kleins. Maar dat betekent niet altijd dat het onbelangrijk is. Het hangt van de context af. Soms kan iets kleins een groot verschil maken, of iets ‘groots’ helemaal niet van belang zijn. Dit is belangrijk om te weten als je een personagebiografie maakt. Zodra je het onderbuikgevoel krijgt dat iets belangrijk is, schrijf het dan op. Je zal ervan schrikken hoe vaak iets weten – al is het maar ‘voor het geval dat’- je later in het uitschrijven van je verhaal je verder kan helpen, zoals bij het beslissen hoe je een bepaalde relevantie bepaalt.

Voorbeeld: Japans spreken

Ik kan een beetje Japans spreken. Als ik niet dichtklap, spreek ik het goed genoeg voor een paar minuten redelijk vlotte smalltalk. Ik heb een aantal situaties in gedachten die ik verderop uitschrijf, om te laten zien wanneer iets inderdaad relevant is en wanneer niet.
Schrijf voordat je verder leest eens op wanneer je denkt dat dat nuttig is voor een lezer om te weten voor het verhaal en wanneer niet. Vooropgesteld: in jouw scène is mijn persona in Japan.

Kijk nu eens naar deze tabellen. Staan er dingen in vermeld die je niet verwacht had, of zelf(s) in de andere tabel had geplaatst?

Het is belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat
ze verdwaald is…dit nu eerder een probleem dan een conflict vormt: de taalbarrière is immers weg.
ze verdwaald is …de gemiddelde Japanner al verbaasd is als je meer dan ‘konichiwa’ kan zeggen. Je kan verwachten dat je heel wat vragen en een kort gesprekje krijgt als je een paar volzinnen Japans spreekt. Wie weet wat de wegwijzer Nadine nog allemaal vertelt. Wat ze in de omgeving kan doen, bijvoorbeeld. Daardoor kan Nadine besluiten om haar hele reisplan om te gooien.
ze in een restaurant zit …de lezer weet dat ze krijgt wat ze lekker vindt, niet verrast wordt met iets onverwachts. Dat soort informatie kan een spanningsboog bepalen of veranderen.
een reis alleen maakt …de hele reiservaring (lees: het verhaal) anders is als je een vreemde taal in een vreemd land al dan niet spreekt.
Het is niet belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat…
ze verdwaald is…Nadine in de middle of nowhere is. Dat ene hert dat ze tegenkomt, spreekt Nederlands noch Japans…
Ze in een in een restaurant zit …het gemiddelde Japanse restaurant het menu in plastic in de etalage heeft staan, of anders op hun papieren menu foto’s van alle gerechten zet. De kans is dus klein dat je ècht niet weet wat er op je bord komt, ook als je geen Japans spreekt.
Ze in een restaurant zit …ze aan het begin van de scène het eten al besteld heeft. En je mag niet praten met volle mond 😉
Ze een groepsreis maakt met een reisgids…voordat Nadine de kans krijgt om echt Japans te spreken, ze alweer achter het vlaggetje van de gids aan moet lopen.

Sommige voorbeelden zijn erg flauw, maar ik hoop dat je ziet welk punt ik wil maken. Iets wat essentieel lijkt, is al eerder duidelijk gemaakt, of totaal niet belangrijk op het moment zelf. Of is juist erg belangrijk op een moment of een manier die je in eerste instantie niet verwacht.

Het belang van een gegeven in het moment bepalen

Er zijn twee manieren om relatief makkelijk te bepalen wanneer iets relevant is om te noemen. Begin met jezelf de vragenreeks van 5W1H te stellen.
Wie? Wie speelt er in deze scène mee? Als er meer mensen zijn, bedenk dan wat hun onderlinge relatie is.
Wat? Wat is er aan de hand?
Wat? Wat wordt er in gang gezet? Als je plot een pageturner moet worden, moet het oorzaak en gevolg hebben.
Waar? Waar speelt de scène zich af?
Wanneer? Welke tijd van de dag is het? Welke dag van de week? Welke eeuw? Context van tijd kan een groot verschil maken.
Waarom? Waarom schrijf je deze scène überhaupt, wat wil je ermee duidelijk maken? En waarom schrijf je hem nu, en niet een alinea of hoofdstuk eerder of later?
Hoe? Hoe ziet de omgeving eruit waar de scène zich afspeelt? Besteed de nodige aandacht aan sfeeromschrijving. Dan kom je vanzelf te weten of het belangrijk is om de kleuren van het huis te benoemen, of juist niet.
Probeer de ruimte zo visueel mogelijk voor je te zien. Onderschat daarbij niet dat vooraf schrijfonderzoek doen erg belangrijk kan zijn. Je zou door de mand vallen als je een klein Japans restaurant hetzelfde zou omschrijven als een klein Nederlands eetcafé. Een klein restaurant betekent in Japan: iedereen eet aan de bar, met de neus op de kookpotten, en er is plaats voor net of nog geen tien mensen.

Nog iets over de ‘watten’. Probeer daarbij verder te kijken dan je neus lang is, verder dan alleen de scène die je schrijft. Dus niet alleen: Nadine zit te eten met een tafelgenoot waar ze indruk op probeert te maken. Dat kan namelijk van alles zijn en verschillende redenen hebben. Er komt hier nog een extra wat bij, zo je wil. Wat houdt die ‘wat’ in?
Wil mijn persona indruk op die man maken omdat ze daar wel een beschuitje mee zou willen eten, of is het een belangrijke zakenrelatie en staat er een belangrijk contract op het spel? ‘Indruk maken op’ heeft hier twee heel verschillende betekenissen. Als vanzelf zijn er dus andere dingen en details van belang om al dan niet mee te nemen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto banner door Falco Negenman op Unsplash.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners; aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Hier schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe kan je een cliché clichébestendig maken?

Een cliché clichéproof maken kan tot op zekere hoogte, want er zijn manieren om ervoor te zorgen dat cliché-achtige verhalen toch nog redelijk uniek worden. Hoe schrijf je een interessant verhaal, ondanks de aanwezigheid van een cliché van hier tot Tokio?

Een hopeloos achterhaald cliché

Voor iemand die nog nooit een detective heeft gelezen, is het geen cliché dat de butler het heeft gedaan. Maar als grofweg iedereen weet dat je trope te gebeuren staat, dan is de cliché hopeloos achterhaald. Oftewel: het cliché is geen persoonlijke interpretatie meer, maar wordt gewoon in het algemeen als zodanig aanvaard. Dan moet je je verhaal anders aanpakken, wil het nog aantrekkelijk zijn. Dat begint met moorden.

Darling van het cliché

Kill your darling stelt dat je als schrijver soms een te grote fan wordt van je eigen tekst. Dan moet je gaan schrappen, maar het gemene is: er is altijd wel een element van de darling dat diens bestaan rechtvaardigt. Een meisje met roze strikjes in de haren ìs ook gewoon schattig. Alleen een beetje té. Daar gaan de die-hard clichés de fout in. Als een bepaalde trope de darling vormt, is het alsof het kill your darlings proces niet is toegepast, maar alles zonder herziening in het boek is blijven staan. Je moet dus de algemene darling van een cliché vinden. Hoe doe je dat?

Ken de aantrekkingskracht van het cliché

In een cliché zit altijd een sterke, relatief eenvoudige narratieve aantrekkingskracht verstopt. Ga daarnaar op zoek. Enkele voorbeelden:

* De butler heeft het gedaan: als een trouwe dienaar je kan verraden, wie kan je dan nog vertrouwen? Hoe kan zo’n vertrouwensband zo beschadigd zijn geraakt of oprecht hebben geleken als dat nooit zo was?
* Een verboden liefde: iedereen zoekt naar liefde. (Let op: ik schrijf liefde, niet romance!) Het is dus erg herkenbaar. Maar liefde is niet zomaar te vinden of zomaar gewonnen: daar komt een verhaal bij kijken. En hoe moeilijker de strijd, hoe zoeter de overwinning. In zekere zin dus ook: hoe heftiger de strijd, hoe beter het verhaal. Daarom is er in ieder verhaal een centraal conflict en geen onmiddellijke overwinning.
* Een kind met kanker: het is vreselijk om een onschuldig kind te zien lijden, dus wil je weten of het kind de ziekte overleeft.

Personaliseer het cliché

Om een cliché toch nog uniek of interessant te maken, moet je het personaliseren. Als je een clichéverhaallijn hebt, zorg dan voor unieke personages. Geef je personage dus een centraal conflict, angsten, een goed uitgewerkte personagebiografie met het willen en nodig hebben en wellicht ook een grootste leugen.
Als dat klaar is, moet je gaan kijken wat clichés tot clichés maken, zodat je die kan ontwijken of zodat het in ieder geval een tandje lager kan .

Zet het cliché een tandje lager

Kijk eens naar deze voorbeelden. Is je dit al eerder opgevallen? Als het goed is, moet het in ieder geval een nu-je-het-zegt-momentje zijn ;).

* Het doodzieke kind is vol levenslust.
* De rijke vrouw is niet alleen onbereikbaar voor de arme sloeber, maar is ook nog eens bijna – zo niet helemaal- een Mary Sue.
* De sociaal onhandige puber heeft last van ernstige acne.

Deze eigenschappen benadrukken wat het personage moet representeren en ‘versterken’ het conflict.
Een kind verliezen is al erg genoeg, een uitzonderlijk levenslustig kind kwijtraken is nog droeviger. Uit de armoede komen is al fantastisch, maar als de oorzaak dan ook nog eens nagenoeg perfect is in uiterlijk en voorkomen… Medeleerlingen gaan al niet graag met je om en dan ben je óók nog eens minder aantrekkelijk. Dan moet er meer dan een ding veranderen als je personage populair moet worden

Zo heeft ieder cliché iets wat een bepaald gegeven extra onderstreept. Iets kan namelijk pas echt cliché worden als het er dik bovenop ligt. Anders valt een bepaalde herhaling niet (snel) op. Als je mij tien keer op straat ziet lopen, zal ik steeds een van de vele voorbijgangers zijn. Draag ik altijd een pimpelpaars broekpak met lichtgevende klavertjes erop, dan zal je mij na drie keer misschien wel herkennen. Iets aan mij moet extra opvallen, wil ik meer worden dan een zoveelste persoon in een mensenmassa.

Ga uit van intrinsieke motivatie

Clichés leunen te zwaar op dat onderstrepende element, daarom zijn ze storend en eendimensionaal. Het verhaal gaat er vooral over hoe erg het zou zijn om het levenslustige kind te verliezen, hoe fantastisch de relatie met de rijke, mooie vrouw zou zijn of hoe erg het is om impopulair te zijn. Daarmee doe je al je voorbereidende werk zoals een goed uitgewerkte personagebiografie teniet. Clichés melden de unieke eigenschappen van een personage tussen neus en lippen door en vergeten dat je deze informatie moet verzamelen omdat het belangrijk is voor het personage, niet alleen voor het verhaal.
Als de arme sloeber lid is van een drugsbende, vindt het cliché dat een blokkade voor de relatie. Lees: het verhaal. Je kan echter ook voornamelijk schrijven over hoe dat de andere geliefden van de man in gevaar brengt, wat dat met zijn mentale toestand doet… Om dan vervolgens in die hectiek alsnog over een romance te schrijven. Met de vraag: hoe gaat dat in zijn leven passen? Dan schrijf je vanuit de intrinsieke motivatie van een personage, in plaats van dat je iets schrijft omdat het verhaal moet lopen zoals het ‘hoort’.

Clichés zien ondersteunende elementen als een rode streep die je continu zichtbaar met een dikke verfkwast over het verhaal heen hoort te verven. Als je binnen een cliché iets wil laten werken, dan moet je datzelfde element zien als de rode draad die – relatief subtiel- door het hele verhaal heen is verweven.

Foto als geheugensteuntje

Deze foto bij heb ik genomen. Hij is gemaakt in Tokio bij het beroemde station van Shibuya, bij het extreem drukke kruispunt (achteraan in de foto).

Als we het toch hadden over:
– een cliché van hier tot Tokio 😛
– het voorbeeld van mijn opvallende kleding: vind maar eens een specifiek persoon in deze mensenmassa. Dat lichtgevende klavertjespak zou hier goed van pas komen. .
Als je een beetje visueel bent ingesteld, hoop ik dat deze foto een goed geheugensteuntje of samenvatting is voor bepaalde dingen uit deze blogpost.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don’t tell tip: de reiskoffer

Vakantie, tijd om de koffers te pakken en voor het aloude rijmpje: ik ga op reis en ik neem mee… Ja, wat neemt je personage eigenlijk mee? De reiskoffer en de inhoud kunnen je veel vertellen. Niet alleen over de reisbestemming, maar ook over je personage zelf. Zo maak je van de reiskoffer een mooie show don’t tell.

Waarin stopt je personage de bagage?

Heeft je personage de laatste designerkoffer, dezelfde koffer als dertig jaar geleden die nog steeds in topconditie is omdat hij maar eens in de vijftien jaar op reis gaat? Of is dezelfde geliefde rugzak die ieder jaar een ander continent ziet al zo versleten dat die hier en daar al aan elkaar is gestikt om niet uit elkaar te vallen?

Hoeveel stuks bagage?

Is een koffer(tje) genoeg of zit de hele auto vol met koffers? Waar heeft je personage al die koffers voor nodig? Zit het vol met alles waarover je hieronder nog meer kan lezen? Of zijn het lege koffers om lekker op de plaats van bestemming te kunnen shoppen?
Hoewel niet altijd, kan het een aantal dingen over je personage vertellen als er veel koffers in het spel zijn:
* Je personage is materialistisch
* Je personage is bang niet genoeg te hebben van X
* Je personage kiest voor gemak: dan maar een extra koffer kleren mee, als ik de komende twee weken maar niet hoef te wassen.
En als je personage vrijwel niets meeneemt:
* wil het licht reizen, dan wel omdat het minimalistisch is, dan wel vanwege het gemak van een klein koffertje (ga maar eens met drie koffers sjouwen als je drie weken de bergen in gaat hiken.)
* “Ik koop daar wel extra kleren of spullen als het nodig is.” Een andere vorm van praktisch, maar dat betekent ook dat je personage het dus niet erg vindt om een dagje sightseeing op te offeren voor een dagje (gezellig of plichtmatig) winkelen.

De inhoud van de reiskoffer

Kleding

Hoewel er zeker ook een middenweg is, kan je aan de hand van de kleren die je personage meeneemt het vaak in een van twee groepen onderverdelen. Dat zegt dan vaak ook meteen iets over het personage zelf.

Veel kleren in een kofferWeinig kleren in de koffer
een setje voor overdag en bij het uit eten gaan: dit personage is luxer of cultureler ingesteld. Het zal waarschijnlijk niet de bergen in gaan. drie setjes in totaal “Ik was wel wat vaker.” Avontuur is belangrijker dan een modieuze indruk achterlaten bij mensen die het personage tegenkomt.
is veel van plan: je hebt niet zomaar vijftien setjes nodig als je maar vijf dagen weg bent. Je gaat je niet zonder reden meerdere keren per dag verkleden. gaat relatief veel van hetzelfde doen: je hebt nou eenmaal andere kleren nodig voor een concert dan bij het survivallen.
Wil waarschijnlijk altijd netjes voor de dag komen. O help… ga alsjeblieft niet met die naaldhakken op kinderkopjes lopen….!Neemt praktisch soms iets te serieus: O help… laat de afritsbroek alsjeblieft thuis!

Vermaak

Neemt je personage veel boeken of een powerbank en veel opladers mee om eindeloos te kunnen Netflixen? Dat is een heel andere vakantie (waarschijnlijk lekker ontspannen in een resort) als iemand die aan één tijdschrift voor een maand genoeg heeft. Die vakantie staat waarschijnlijk bol van adrenaline, of je personage verstaat onder vermaak: gewoon de omgeving in zich opnemen.

Bestemmingsgerelateerd

Je gaat geen bikini inpakken voor een wintersportvakantie. Maar denk eens aan de dingen die je personage wel kan inpakken die meteen iets over de bestemming of het doel van de reis vertellen, zoals:
* zakwoordenboekjes;
* bepaalde kledij, om een moskee of boeddhistische tempel te mogen betreden;
* toegangskaartjes voor bezienswaardigheden;
* anti-kater middeltjes of condooms (hallo festivalganger!)

Of draai het om: als je weet waar je personage naartoe gaat, maar deze dingen juist thuislaat, wat zegt dat dan? Neem het Japanse zakwoordenboekje thuislaten. Dan is je personage:
* verstrooid: het is iets belangrijks vergeten;
* avontuurlijk: ik ga dat Japans zelf wel uitvogelen en ik zie wel waar het schip strandt. (Ganbate! 😉 )

Voor noodgevallen

Een aantal dingen voor noodgevallen voorbereiden is noodzakelijk. Kopieën maken van je paspoort, bijvoorbeeld. Of extra geld op de bank hebben voor als je net iets meer uitgeeft dan bedoeld. Maar er is een verschil tussen je voorbereiden en zes EHBO dozen, twintig noodnummers en de tien extra voor-het-geval-er-geen-wasmachine-is-onderbroeken meenemen. Of je personage bereidt zich helemaal niet voor op noodgevallen, tot op het punt dat het roekeloos wordt. Waar bevindt je personage zich op deze schaal?
Dat zegt iets over hoeveel het los kan laten, vertrouwt op zijn probleemoplossend vermogen en zijn realiteitszin. Als je personage zich of helemaal niet of overdreven veel op noodgevallen voorbereidt, heeft het niet in de gaten hoe realistisch het al dan niet is dat er iets ongewensts gebeurt op reis.

Hagelslag

Of iets anders van thuis waar je personage geen dag zonder kan ;). Dit kan je vertellen of je personage genot voorop stelt. Als het echt verzot is op hagelslag, waarom zou het dat dan thuislaten als dat de vakantie enorm kan veraangenamen? Het kan je echter ook vertellen dat je personage gevoelig is voor heimwee of, op een dieper niveau, moeite heeft met loslaten.

Extra’s

Natuurlijk kan je personage nog heel andere dingen meenemen die niet per se in een van deze categorieën vallen. Kijk daar eens goed naar. Meestal is het onmiddellijk duidelijk wat voor symboliek het laat zien of waarom het personage dit meeneemt. Maar dat neemt niet weg dat deze show don’t tell vaak redelijk uniek is voor je personage. Neem het dus zeker onder de loep om meer over je personage te leren.

Denk aan een notitieboekje: dat personage is waarschijnlijk een schrijver, journalist, of filosoof! Wat zegt dat over je personage? Een woordenweb maken kan je helpen handige associaties en verbanden te ontdekken.

Foto door Charles Eugene op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don´t tell schrijftip: het cadeau

Cadeaus geven wordt met enige regelmaat gedaan. Het gebeurt op verschillende momenten en er komen meerdere elementen bij kijken. Bij een aantal daarvan denk je niet of nauwelijks na. Kijk wat beter naar alles wat er bij cadeaus komt kijken en je leert heel wat meer over het karakter en de waarden van je personage.

Wat zegt een cadeau over je personage?

In deze blogpost komen verschillende aspecten van het geven van cadeaus voorbij. Het eigenlijke cadeau, de prijs, de verpakking, enzovoorts. Voor een duidelijke uitleg zijn de vergelijkingen die ik daarbij geef extreem of zwartwit. Het is aan jou de kunst om het grijze gebied daartussen te vinden dat bij je personage past.

Iemand die altijd dure cadeaus geeft en een ander het winkelen laat doen, is waarschijnlijk een arrogant rijkeluiskindje. Als je merkt dat je personage eendimensionaal lijkt te worden, kijk dan verder naar een ander element van het cadeau geven. Bijvoorbeeld hoe vaak het personage cadeaus geeft. Doet het dat als er echt iets te vieren valt, zodat het een cadeau ook echt een viering symboliseert?
Komt er na het bestuderen van andere invalshoeken nog steeds een stereotype personage uit? Dan moet je de personagebiografie misschien aanpassen of uitbreiden.

Het eigenlijke cadeau

Uit het eigenlijke cadeau kan je opmaken of je personage weet wat de ontvanger leuk vindt. Het kan ook zijn dat hij niet weet wát te geven -wat geef je iemand die alles al heeft wat hij wil?- Maar het maakt een verschil of hij weet waar hij de ander blij mee zou maken, of juist niet. Dat kan aangeven hoe goed hij de ander kent, of hoeveel moeite hij wil doen voor de ontvanger om het perfecte cadeau te vinden. Spendeert je personage uren om een cadeau helemaal passend te maken -letterlijk door te knutselen, of figuurlijk door uren door folders te bladeren-? Of is hij eigenlijk wel makkelijk: met een fles wijn zit je altijd wel goed, want die gaat op een feest toch wel op.

De prijs van het cadeau

De prijs van het cadeau kan grofweg drie dingen zeggen:

* hoe rijk je personage al dan niet is;
* hoeveel geld je personage ervoor overheeft om de ontvanger iets leuks te geven;
* of je personage dure cadeaus gebruikt om op te scheppen over zijn rijkdom, of om te hielenlikken.

De verpakking van het cadeau

Is het cadeau uitgebreid verpakt? Kan je zien dat er een hele verpakkingservice aan te pas is gekomen die de gever tien euro extra kost? Dat kan een teken zijn van aandacht, of juist van snoeverij.
Is het cadeau slordig of niet ingepakt? Dan is de gever gehaast, een slechte knutselaar, of het cadeau wat minder oprecht.
Is het cadeau handmatig en creatief ingepakt? Dan is er aandacht naar het cadeau gegaan en geeft de gever veel om de ontvanger. Waarschijnlijk heb je ook met een Crea Bea te maken 😉

Een verpakking kan veelzeggend zijn. Foto door Olivia Bollen op Unsplash.

De winkel waar het cadeau is gekocht

Een tas van de Hema of van Gucci? Een opschrijfboekje van de Action of van de vulpennenspeciaalzaak? Zodra de winkel wordt genoemd, (in verhalen in ieder geval) kun je er de donder op zeggen dat de gever opschept als hij bij Gucci is binnengestapt of zich schaamt als hij bij de Action cadeautjes heeft gekocht. De prijsklasse van de meeste winkels is wel bekend. Zodra je de noodzaak voelt om dat te benoemen, maak je van de prijs een ding. Waarom zou je personage dat doen? Zeg het maar 🙂

Een gekocht of besteld cadeau

Heeft je personage door winkels gestruind om een cadeau te zoeken of online iets besteld? Online bestellen is makkelijker, sneller en soms ook overzichtelijker dan fysiek winkelen. Als je personage daar de voorkeur aan geeft, is hij waarschijnlijk druk of gesteld op gemak. Dat kan iets zeggen over de relatie met de ontvanger, maar dat kan ook in het karakter van je personage zitten. Zo kan je personage wel een uur in de stad willen zoeken naar een cadeau voor zijn moeder, maar niet voor een vage kennis. Of het gewoon makkelijk vinden om op bol.com binnen vijf minuten alles geregeld te hebben.

Een gemaakt of gekocht cadeau

Het verschil een gemaakt of gekocht cadeau kan te maken hebben met het budget van je personage (zelfgemaakt kan goedkoper zijn), zijn creativiteit – de Crea Bea vindt dat gewoon leuk om te doen- of de aandacht die naar een cadeau gaat: zelf iets maken kost doorgaans meer tijd dan iets kopen.

Hoe vaak geef je een cadeau?

Meent je personage dat het voor het minste of geringste cadeaus moet ontvangen? Dan is de ontvanger vaak verwend of materialistisch ingesteld. Als de ontvanger cadeaus wil krijgen voor elk van de volgende gebeurtenissen:
* verkering krijgen
* een halfjaar samen zijn met een partner – die al dan niet de gever is-
* samenwonen
* verloven
* bruiloft
* huwelijksreis
* zwanger zijn
* de eerste echo
* genderreveal
* de volgende echo
* geboorte
* eenjarig huwelijksjubileum
* kraamvisite
* doop van het kind

En de gever vindt het alleen nodig – of kan het zich alleen veroorloven- om voor twee van deze gebeurtenissen een cadeau te geven, dan is dat een goede show don’t tell dat er waarschijnlijk een onuitgesproken ruzie speelt tussen die twee. Of op zijn minst dat ze niet weten wat ze van elkaar (mogen) verwachten. Dat zal interessante gevolgen hebben voor de relatie.
Als je personage cadeaus koopt of blijft kopen, ondanks dat het dat niet wil, of niet kan betalen, zegt dat iets over hoe gevoelig hij is voor sociale druk, Misschien heeft dit personage een gebrek aan assertiviteit, of is het een pleaser.

Wanneer geef je een cadeau?

Bedenk wanneer je personage een cadeau geeft. Dat zegt iets over wanneer een cadeau verwacht wordt. Wat is de cultuur van je personage? Cadeautjes geven na Ramadan is heel gewoon, maar iemand die niet vast, doet daar dus niet aan.
Wanneer je personage uit eigen beweging een cadeautje koopt, zegt dat iets over wat hij belangrijk vindt.
Geeft niemand anders een cadeau als de ontvanger zijn eerste schilderij heeft afgemaakt? Dan is het voor de gever waarschijnlijk belangrijk om uitingen en voltooiingen van creativiteit van de ontvanger te vieren.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Sfeeromschrijvingen: van iets simpels iets moois schrijven

Waar denk je aan bij een interessante fictieve scène? Knallende actie? Heerlijk gezwijmel? Een ontroerende hereniging? Hoewel een verhaal deze interessante scènes nodig heeft om een narratief geheel te vormen, kan je scènes die narratief gezien relatief weinig voeten in de aarde hebben, ook heel interessant schrijven. Daar is een aantal trucjes voor, die ik in in deze blogpost samenvat onder het parapluutje sfeeromschrijving.

Zintuigen

Het belangrijkste om te onthouden is dat een mens – in het echte leven of op papier- de wereld om zich heen alleen kan ontdekken en registerteren door middel van zintuigen. Zelfs je gedachten hebben daar hun oorzaak. Je ziet een blauwe lucht en voelt zonneschijn op je huid waardoor je denkt: het is lekker weer vandaag. Daarom is een sfeeromschrijving zonder enige vorm van zintuigelijke waarneming vaak aan de magere kant. Zintuigelijk schrijven is daarom erg belangrijk. Bedenk: reuk en smaak zijn goudmijntjes, zien en voelen zeggen meestal relatief weinig.

Omgeving

Zet mij in een Japanse tuin en ik blijf daar met plezier de hele dag. Maar ik voel me niet op mijn gemak als mensen mij ‘overdreven netjes’ dienen te benaderen. Ik kan niet veel met situaties waarin statusverschillen tussen mensen opvallend groot zijn. Ook al vind ik het decor van sjieke hotels meestal wel erg indrukwekkend en mooi, ik verblijf dan liever in een hostel waar een receptionist zich niet bezwaard voelt om gezellig met mij te kletsen. Zo heeft je personage ook zijn eigen associaties bij bepaalde omgevingen. Kijk ook eens naar een/ zijn huis. Dat kan ook veelzeggend zijn.

Een omgeving als deze spreekt toch te veel tot de verbeelding om links te laten liggen?
Foto door Thor Alvis op Unsplash

Uiteraard zijn er ook plaatsen die ongeacht een persoonlijke voorkeur bepaalde associaties of gevoelens oproepen. Als je Auschwitz bezoekt, zal je niet het gevoel krijgen dat dat een gezellige plaats is voor een picknick. En als mensen op een plein zomaar bloemen uitdelen aan vreemden, zal je minder snel denken dat de wereld een en al verdorven is.

Laat je personage de omgeving ook eens opmerken: voelt je personage zich daar op zijn gemak? Kondigt een gebeurtenis in die ruimte misschien iets interessants aan? Zoals een plotseling juichende menigte de komst van een artiest aankondigt die je personage al jaren live wil zien optreden?

Interactie en gedachten

Dialoog of interactie kan ook veel doen voor de sfeer. Als de gesprekspartner plotseling op scherp staat, denkt je personage waarschijnlijk: hier klopt iets niet. Zo kan je ook met een relatief klein aantal woorden heel veel zeggen. Denk aan lichaamstaal, mimiek, verandering in stem…. Waar het eerst nog reuzegezellig was, is de sfeer nu om te snijden…
Op eenzelfde manier kan je personage dingen denken die de sfeer helemaal kunnen laten omslaan. Beschrijf een plotseling onaangenaam besef, laat het personage het zijne denken over een bekende die hij plotseling ziet passeren… De mogelijkheden met gedachten zijn eindeloos.
Ken je het principe dat alles en iedereen lief en leuk lijkt op het moment dat je vrolijk bent? Maar óók dat iedereen massaal op een citroen lijkt te zuigen op het moment dat jij je dag niet hebt?
Als je gedachten of iets dat je personage zegt of wat tegen hem gezegd wordt goed uitwerkt, kan je de sfeer van een verhaal goed onderstrepen of een plotselinge ommezwaai geven.

Symboliek

Symboliek is zowel een schatkist voor een schrijver als iets waarmee die zorgvuldig dient om te gaan. Maar je kan het gebruiken om de sfeer luister bij te zetten. Sterker nog, soms moet het. Denk aan een romantische setting. Hoe ga je die creëren als je moet afblijven van kaarsjes, lieve woorden, fijne muziek én bloemen? Dat gaat hem niet worden. Je zal zeker moeten kiezen om het niet te veel van het goede te maken, maar als je symboliek helemaal laat liggen, kan de sfeer er saai en sloom van worden.
Gebruik de vertrouwde symboliek die je kent van bepaalde tropes, of gebruik persoonlijke symboliek. Een voorbeeld van persoonlijke symboliek zou kunnen zijn:
Iedereen denk bij het zien van een Christelijk kruis aan het Christelijk geloof. Niet zo gek, natuurlijk.
Maar nu heeft je agnostische personage een goede en gelovige vriendin die stervende is. Zij geeft haar kruisje aan haar vriendin in bewaring, als aandenken van hun levenslange vriendschap. Dan is het kruisje geen algemeen, maar een persoonlijk symbool (voor vriendschap) geworden.

Mix and match

Zoals altijd met schrijftechnieken moet je weten waarom je ze volgt en moet je ze soms ook negeren. Je hoeft dus ook niet al het bovenstaande sfeeromschrijvingen allemáál mee te nemen in een scène. Dan wordt het te veel van het goede. Maar als je een beetje mixt en matcht met deze sfeeromschrijvingen, heb je wel een belangrijk verschil in de uitwerking van je verhaal. Het is het verschil tussen ‘je moet de schrijver maar geloven als die zegt dat dat zo is’, en ‘de lezer ziet alles voor zich ontvouwen en hoeft dus niets meer verteld te worden.’ Zo je wil is het een verschil tussen tell en show, alleen dan over een hele scène of het gehele verhaal.

Een voorbeeldje voor jou om zelf mee aan de slag te gaan 🙂

Joshua draaide zenuwachtig met zijn voeten toen hij voor de deur stond. Het was zijn eerste stagedag. Hij dacht terug aan hoe hij uit schaamte deze stage bijna had laten lopen. Wie wilde anno 2022 nog bakker worden? Maar toen hij de geur van versgebakken brood opsnoof , stroopte hij zijn mouwen op, popelend om te beginnen.

Met deze scène kan je enigszins met de zenuwen en opwinding van Joshua meevoelen, maar er is veel meer uit te halen. Die schaamte waar hij aan denkt, bijvoorbeeld. Wat is die schaamte? Het met handen willen werken? Omdat hij ouderwets zou zijn?
En die geur van versgebakken brood: heerlijk natuurlijk, maar voor Joshua die zich over schaamte heen heeft gezet, moet die geur nog veel meer bij hem losmaken. Herinneringen, doelen, ambities… Stel je eens voor hoe gigantisch en prachtig de omgeving van de bakkerij er voor hem uit gaat zien…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De autobiografie en je eigen beleving

In een autobiografie schrijf je je eigen levensverhaal. Daardoor kan het lijken alsof je alles over je leven op mag of op moet schrijven voordat het interessant is. Dat is niet zo: je moet een goed verhaal hebben. Hoe werkt dat met een autobiografie?

Het onderwerp van je autobiografie

Ik schreef in deze blogpost al dat je bij een autobiografie je onderwerp moet kiezen. In zekere zin is iedereen namelijk meerdere mensen tegelijk. Je bent bijvoorbeeld niet alleen een leraar, maar ook een broer, echtgenoot en een immigrant. Zodra je over je leven als leraar gaat schrijven, geeft dat heel andere dingen om over te schrijven dan wanneer je schrijft over je ervaringen met migreren. Bepaal je hoofdonderwerp dus voordat je begint met schrijven.

Jouw waarheid of jouw beleving?

Als je autobiografisch schrijft, doe je dat vanuit jouw beleving. Je schrijft hoe jij iets hebt meegemaakt, of hoe het is om zijnde X in het leven te staan. Bedenk vooraf of jij voornamelijk je ervaringen wil delen met de wereld, of ook (subtiel) wil laten doorschemeren dat jij iets weet wat anderen niet weten. Dat hoeft niet meteen iets te zijn als: “Ik weet hoe ik een bedrijf moet runnen, in mijn levenswerk zet ik mijn werkwijze uiteen.” Soms kan het zo subtiel zijn dat je het zelf niet eens beseft. Je kan de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen:
Is de volgende stelling op mijn autobiografie van toepassing?


Ik heb X meegemaakt, dus ik weet hoe het is om….

Zo nodig kan je ‘meemaken’ vervangen door ‘zijn’ of ‘hebben’. Je krijgt dan voorbeelden als:

* Ik heb de oorlog meegemaakt, dus ik weet hoe het is om honger te lijden;
* Ik heb een universiteitsdiploma, dus ik weet wat hoe het is om hard te studeren;
* Ik ben gehandicapt, dus ik weet hoe het is om lichamelijk zwak te zijn.

Als je deze stellingen afzonderlijk leest, dan neem je waarschijnlijk aan dat dat wel moet kloppen. Maar hoe zit het dan met:
* de hoge pief die vanuit zijn ivoren toren de oorlog gade kan slaan, zonder ooit op voedselbonnen over te hoeven gaan?
* een uitzonderlijke studiebol zoals Stephen Hawking, die zelfs een zeer ingewikkelde studie met twee vingers in de neus kon volgen?
* de gemiddelde paralympiër?

Ja, dit zijn eerder uitzonderingen dan de regel. Maar je moet wel beseffen dat je altijd van de waarheid van je personage uit moet gaan, en niet van een algemene aanname. Zeker niet bij een autobiografie. Je kan beter deze stelling nastreven:

Ik heb X meegemaakt. Zo is dat voor mij (geweest).

Je staat niet onder ede, dus je hoeft ook niet dé waarheid te verkondigen.

De risico’s van waarheid als uitgangspunt

Als je je persoonlijke ervaringen als de zuivere waarheid beschouwt kan je arrogant gevonden worden. Maar wat vanuit schrijversperspectief misschien nog wel belangrijker is: je verhaal wordt er vreselijk saai van. Of beter gezegd: dan heb je geen verhaal. Tenzij je iemand als Elon Musk of Jeff Bezos bent, zullen je lezers je niet geloven als je beweert dat je dé waarheid in pacht hebt als je schrijft over het runnen van een succesvol bedrijf. Ze zullen je waarschijnlijk arrogant vinden. (En zelfs als je Musk of Bezos bent, is dat laatste niet uitgesloten…)

Ik heb geen boeken over deze mannen gelezen, ook al weet ik dat ze er zijn. Maar ik kan me voorstellen wat er in die boeken staat, om ze interessant te maken:
* een deel van de jeugd;
* hoe de liefde voor uitvinden / zakendoen is ontstaan;
* de eerste stappen van het bedrijf;
* de tegenslagen die zijn doorstaan (het centraal conflict).

Deze elementen moeten betrekking hebben op de persoonlijke omstandigheden of belevingen van Musk of Bezos.
Anders hou je het bij feiten en dan heb je geen boek, maar eerder een artikel met een titel als: ‘Met deze tien stappen bouwde Bezos zijn Amazonimperium.’ of een zakelijk rapport.

Een boek wordt niet interessanter door de hoofdpersoon zelf, maar vanwege de belevenissen die de hoofdpersoon meemaakt. Dáárom wordt om het even welk boek waarin een persoon/personage centraal staat (met plezier) gelezen.

Je hoeft niet hier geen imperium van te hebben voordat je iets interessants te melden hebt.

Waarom lezen we?

Lezen over een ander persoon geeft een kijkje in een andere wereld. Je kan met een persoon meeleven, emoties voelen en in spanning zitten, zonder dat jou iets overkomt. Zo ga je met ridder mee op avontuur om een draak te verslaan. Je voelt dezelfde adrenaline vóór het gevecht en dezelfde trots als de draak is verslagen. Maar je loopt niet het risico om geroosterd te worden. Lezen is dus eigenlijk emoties beleven zonder fysieke of doorlopende risico’s. Maar om die emoties te voelen, moet je wel met een personage mee kunnen leven. En daarvoor moet je hem eerst leren kennen. En dat lees je altijd in een goede (auto)biografie. Want daarin zitten altijd:

* belangrijke elementen van de personagebiografie;
* een centraal conflict, en het verlaten van een comfortzone;
* het wordt duidelijk wat de angst is van je personage

enzovoorts.

Zo kan je met een persoon mee gaan leven en wordt iemand als Musk in plaats van een soort onsterfelijke God plotseling ook weer een gewoon mens. Dan gaan lezers zich meer identificeren met mensen die mijlenver van hen en hun manier van leven afstaan. Precies zoals je ook al voorkomt dat je hoofdpersonage een Mary Sue wordt. Zo wordt een biografie over Jeff Bezos veel meer en veel interessanter dan dat eerder genoemde korte artikel. En daarom worden dat soort (auto)biografiën ook daadwerkelijke bestsellers. Mensen weten diep vanbinnen best dat het lezen van zo’n (auto)biografie je niet meteen een handleiding voor absurd rijk worden geeft. Nee, ze willen de spanning en sensatie van een verháál.

Dat betekent dus ook dat je geen Bezos of Musk hoeft te zijn om genoeg materiaal te hebben voor een autobiografie. (Gelukkig maar 😉 ) Je moet er alleen voor zorgen dat je lezers met jouw persoonlijke beleving gaan meeleven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Werken met stereotype kenmerken: deel 2

Je ontkomt er niet aan dat je personage soms bepaalde stereotype kenmerken heeft. Je kan dan in paniek raken aan de tekentafel, of je gebruikt dat in je voordeel om je personage heel erg origineel te maken.

De beginselen van werken met stereotype kenmerken

Lees voorafgaand aan deze blogpost deze voor een goede inleiding en een beter begrip van alles wat volgt. Bedenk bovendien:
* alleen omdat jouw personage iets is of doet, oordeel je daar niet meteen mee;
* dat je nu in de tekentafelfase zit. Niemand krijgt je personage zo op papier te zien.

Als je schrijft over een slim personage wil dat nog niet zeggen dat jij of dat personage neerkijkt op personages die minder slim zijn of meteen denkt dat die dom en sullig zijn. Als dat toch zo voelt, bedenk dan dat je personage meer wordt dan alleen deze wat ongemakkelijke eigenschap.

Dit kan ongemakkelijk worden, maar dit is niet de tijd om weg te kijken.
Foto van Shoaib SR op Unsplash

Kijk naar je verhaalthema

Het is even schrikken als je personage ineens erg cliché (b)lijkt. Je verhaalthema helpt je weer de goede weg op. Bepaal dat nu als je dat nog niet gedaan had. Het is namelijk een goede manier om te ontdekken wat je personage als drijvende emotie, kracht, zwakte of drijfveer heeft. Denk aan rouw, doorzettingsvermogen, zelfzuchtigheid of romantiek. Het maakt een enorm verschil door welke van deze dingen je personage en/of plot gedreven wordt.
Vergelijk zelfzuchtigheid met romantiek. In het ene verhaal zal je personage makkelijker iemand geweld aandoen, terwijl een romanticus dat absoluut niet doet. Dat is zo, of je hoofdpersonage nou een (cliché) bankdirecteur, politicus, huisvrouw of influencer is.

Bestudeer de personagebiografie

Kijk in de personagebiografie wat je al weet over je personage. Schrijf alles op dat op wat voor manier dan ook met een storend cliché te maken heeft. Schrijf er ook bij waarom dit zo storend is en/of welke onderliggende (maatschappelijke associaties) dit cliché voeden of in stand houden.

Schrijf de kern van je personage op

Je hebt een personage in je hoofd. In een vroege fase van diens ontwikkeling zal je nog het een en ander aan hem kunnen veranderen. De kledingstijl bijvoorbeeld, dat maakt voor het algemene plot vaak niet zo veel uit. Andere dingen zijn onlosmakelijk verbonden met je personage. Als je die zou schrappen of veranderen, zou je personage meteen een heel ander personage zijn. Denk aan de grootste angst. Dit vormt de kern van je personage. Schrijf deze kernelementen ook op en noteer waarom ze dat zijn.
Deze elementen ga je niet aan je personage veranderen. Pas wel op: wees waakzaam op het verschil tussen iets essentieels en een darling in deze ‘fase’ van de tekentafel.

Vergelijk kernelementen en clichés

Met de twee lijstjes van kernelementen en clichés en het waarom, krijg je een idee wat je moet schrappen of aan moet passen. Kijk maar eens naar deze tabel:

Wat is het?Vormt het een kern van je personagebiografie, plot of thema?Behouden, aanscherpen of schrappen?
een algemeen clichégevoelig elementneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortneeschrappen
een clichégevoelig element wat bij je personage of plot hoortjaaanscherpen of schrappen
een clichégevoelig themajabehouden én aanscherpen

Hiermee schrap je al wat je verhaal niet dient of en/of het verhaal tot een (over)duidelijk storend cliché maakt. Dan begint het maatwerk om de laatste clichés weg te werken. Om je op weg te helpen, volgt hier een korte casusuitwerking van hoe het volledige proces van cliché naar levendig personage tot stand kan komen.

Casus: Ricky de verlegen tiener

Verhaalthema: eenzaamheid.
Ricky is een extreem verlegen tiener, waardoor hij geen vrienden heeft. Dat maakt hem eenzaam. Ricky heeft een goed stel hersens: daardoor zit hij veel met zijn neus in de boeken en haalt hij goede cijfers. Zo heeft hij nog het gevoel iets goed te doen. Bovendien leiden die vele uren studie hem af van het feit dat hij eenzaam is.

Dit is Ricky zoals hij is. De clichés die op de loer liggen zijn onder andere:
* Ricky is goed in exacte vakken;
* Ricky is gek op strips;
* Ricky heeft een bril, acne, een bloempotkapsel en een slungelig lijf;
* Ricky is een houten klaas en vreselijk in sport.

In dit geval kan je deze cliché-elementen kan samenvatten in het begrip ‘nerd’. In films, boeken -en helaas ook in het echte leven- worden dat soort mensen vaak afgeschilderd als watje of sufferd. De clichés worden vaak aangewezen als mogelijk onderliggende oorzaak van de eenzaamheid.

Van deze clichés kunnen twee dingen daadwerkelijk tot eenzaamheid leiden: het uiterlijk en mindere sportieve vaardigheden. Van ergens goed in zijn en een bepaalde hobby hebben, word je niet verlegen. Je kan er een zogenaamde nerd van worden, maar dat maakt je niet meteen verlegen. Je kan wél verlegen worden doordat je bang bent lelijk te zijn, of om niet genoeg als mens te zijn omdat je niet over een kwaliteit beschikt die over het algemeen zeer gewaard wordt.
Hierom schrap ik Ricky’s hobby en zijn talent voor de bètavakken uit zijn biografie.

Kies vervolgens wat de grootste oorzaak is van Ricky’s verlegenheid. Het beste is om geen van de clichés te kiezen, maar omwille van een duidelijke uitleg van de uitwerking doe ik dat nu wel: Ricky vindt zijn uiterlijke kenmerken zo vreselijk dat hij denkt geen vriendschap waard te zijn. Kan ik zijn uiterlijk anders maken dan dat van een cliché nerd? Zeker: Ricky’s gezicht is ernstig verbrand. Dat kan je later vast nog in je verhaal gebruiken: ongetwijfeld heeft Ricky daar een trauma aan overgehouden.

De verlegen clichénerd Ricky is nu een tiener die nog steeds eenzaam, verlegen en hongerig naar kennis is, maar dan vooral op het gebied van Frans, psychologie en muziektheorie. Hij kan goed sporten en heeft geen bril. Zie jij de clichématige nerd hier nog in terug? Het ronde personage Ricky is echter wel ontstaan door eerst goed stereotypen en clichés onder de loep te nemen die passen bij zijn omstandigheden en het verhaalthema.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo gebruik je show don´t tell om je personage interessant te maken

Als je al even schrijft, weet je dat show don’t tell een belangrijke schrijftechniek is. Maar als je het te eenvoudig toepast, is de techniek alsnog niet al te effectief. Probeer daarom de techniek zo toe te passen dat je je personages er beter door leert kennen.

Show don’t tell in het kort: matigheid op de loer

In het kort betekent show don’t tell dat je iets laat zien in plaats van dat je ronduit schrijft wat er gaande is. Tell is: ‘hij huilt.’ Show is: ‘er biggelen tranen over zijn wangen.’ Over het algemeen is show een vlottere schrijftechniek dan tell. Maar je kan ook show schrijven zonder dat het echt tot de verbeelding spreekt. Neem bovenstaand voorbeeld. Als je tranen over wangen ziet lopen, spreekt dat meer tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat er iemand huilt. Maar zijn die tranen over de wangen nou echt zo bijzonder? Niet echt: het is de meest standaard manier van huilen beschrijven die je zo ongeveer kan bedenken. Als je dus te standaard bent met je shows, kan er alsnog een matige tekst ontstaan.

Verboden woord: voelen

Als je over gevoelens schrijft, is het woord ‘voelen’ een taboe, omdat het een tell in de hand werkt:
* Ik voel me verdrietig versus: de tranen prikken achter mijn ogen.
* Ik voel me duizelig versus: de wereld om me heen begint te tollen.

Maar ook bij een show ligt ‘voelen’ eerder op de loer dan je misschien denkt.
* Ik voel het bloed in mijn oren bonken.
* Ik voelde mijn hart als een razende tekeer gaan.

Herschrijf de zin zonder ‘voelen’ of probeer een ‘als(of)-zin’ te schrijven:
* Het bloed bonkte in mijn oren.
* Mijn hart ging tekeer als een op hol geslagen pauk.
* Door de spanning was het alsof er een kolonie mieren door mijn bloedbaan racete.

Leer het karakter van je personage kennen

Je hebt nu een aantal manieren gelezen om een standaard manier van show te voorkomen. Als je een show ook echt levendig wil maken, kijk dan ook eens naar wie jouw personage als persoon is. Bij de onderstaande tabel met mogelijke shows horen bepaalde emoties:

Vrolijkheid VerdrietWoede
In de handen klappen van plezierTranen flink de loop laten Een schop tegen de tafelpoot geven
Een vreugdedansje doenNiets (meer) zeggen en in een hoekje kruipenEen woedende kreet slaken
GlimlachenWeglopen van gezelschapMet een rood hoofd zwijgend voor je uit staren
Mogelijke shows bij een aantal basisemoties

Geen van deze voorbeelden is goed of fout. Maar zodra je beter naar je personage kijkt, zou je daar wel van kunnen spreken. Een makkelijk voorbeeld is om een extravert en een introvert personage met elkaar te vergelijken.
Het extraverte personage zal waarschijnlijk een vreugdedansje doen, flink huilen en een schop tegen de tafelpoot geven. De introverte tegenhanger glimlacht, kruipt in een hoekje en staart zwijgend voor zich uit terwijl de woede vanbinnen als een malle door het lijf gaat.
Natuurlijk kan een introvert ook ooit schreeuwen en de extravert rustig glimlachen. Maar als je deze afwegingen maakt in het schrijven van je shows, zal je niet makkelijk meer middelmatig schrijven. Ook al wijk je dan een keer uit naar iets standaards als tranen die over de wangen lopen.

Omstandigheden en medepersonages

Je personage zal net als echte mensen ook anders zal reageren naarmate er andere medepersonages of omstandigheden aan de orde zijn.
Uma heeft liefdesverdriet en huilt de ogen uit haar hoofd. Ze belt haar vriendin Sarah op om te vragen of het aan haar lag dat ze is gedumpt. Had ze zich misschien toch wat vaker sexyer moeten kleden voor deze mooie man, of schatte Hans haar gewoon niet op waarde? Sarah is nog niet zo lang geleden zelf afgewezen en kan zich dus goed in Uma verplaatsten: “Nee, meid, Hans was gewoon een botterik.” Een ideale vriendin, toch?
Maar dan overlijdt Uma’s favoriete tante in een auto-ongeluk. Nu hoeft ze niet te twijfelen of zij wel aantrekkelijk genoeg was om dit verdriet te voorkomen. Dit is domme pech en ze krijgt haar tante nooit meer terug. Uma kan niet terecht bij Sarah, want zij is doodsbang om te praten over alles wat met overlijden en rouw te maken heeft.
In plaats van tranen met tuiten te huilen bij een vriendin, kruipt Uma nu een aantal dagen in een hoekje. Ze durft niet te huilen, uit angst dat ze er nooit meer mee kan stoppen als ze daarmee begint.
Je kan erachter komen wat (op welk moment) goed bij je personage past door de personagebiografie nog eens goed te lezen en daaruit bepaalde conclusies te trekken.

Schreeuwt ze van verdriet achter haar handen of snikt ze zachtjes? Ze is in ieder geval verdrietig, maar welke van de twee opties je kiest, zal afhangen van haar karakter en de omstandigheden.

Spreid de show

Een valkuil van show don’t tell is dat je te veel op zinsniveau gaat denken. Mag je wel ronduit zeggen dat iemand verdrietig kijkt? Natuurlijk: soms is tell nodig voor een fijne tekst. Het gaat er vooral om dat jouw shows in het geheel van het verhaal de overhand hebben.
Als Uma verdriet heeft, kan je een prachtige show-oneliner over haar verdriet bedenken, maar als je het daarbij laat, schiet dat alsnog weinig op. Het kan net zo goed, zo niet beter werken om een heel hoofdstuk aan dat verdriet te wijden. Daarin kan je dan beschrijven hoe ze haar bed niet uitkomt, hoe haar ogen droevig staan als ze tegen iemand praat en haar stem door het verdriet een half octaaf lager lijkt te klinken. Voeg bijvoorbeeld een eetscène toe waarin je laat zien dat Uma niet eet, met haar eten speelt of minder praat dan anders. Zo’n scène schrijf je niet in de enkele zin: Uma had geen eetlust.
Wees niet bang om een show wat langer uit te smeren. Daardoor leer je een personage beter kennen en hoef je ook niet krampachtig op zinsniveau de meest beeldende shows te gaan verzinnen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.