Wanneer en waarom moet je schrijfregels negeren

Als je een verhaal schrijft kan je talloze kanten op. Van horror tot romantische verhalen en alles daartussenin. Welk genre, verhaalthema of inhoudelijke invulling je ook aan een verhaal geeft, ieder verhaal moet aan bepaalde randwaarden voldoen. Dat maakt het schrijven van een verhaal soms erg lastig. Als je in je hoofd alleen maar af aan het vinken bent of je verhaal aan eisen voldoet, kom je volledig vast te zitten. Daarom moet je schrijfregels soms helemaal laten voor wat ze zijn.

Ken de schrijfregels

Ik schreef al eerder over welke regels handig zijn om te kennen, waarom en hoe een redacteur vervolgens naar jouw manuscript kan kijken. Het is hoe dan ook verstandig om de basisregels van het schrijven te kennen. Al is het maar om te begrijpen wat je precies doet. Als je dan beseft dat je ergens vastloopt, kan je gericht kijken naar wat je moet behouden of juist los moet laten om verder te kunnen schrijven. Zomaar iets doen is nooit echt verstandig.

De schrijfregels loslaten

Je moet schrijfregels los durven laten zodra je ergens (steevast) tegenaan botst. Dat is namelijk een teken dat jouw idee niet past in de traditionele manier van vertellen en het een andere aanpak nodig heeft. Neem het eenvoudige, maar duidelijke voorbeeld van een sprookje. Dat loopt volgens een zeer vast stramien of heeft zeer kenmerkende elementen, waaronder:
* een centraal conflict waarin de derde poging slaagt;
* een fantastisch element;
* een moraal.

Ik besluit dat mijn sprookje gaat over een beer die moet leren jagen, maar door de andere beren wordt uitgelachen omdat hem dat niet lukt. Beer probeert een zelfbedachte jaagtactiek uit, maar die mislukt. Hij wordt door iedereen uitgelachen en kruipt daardoor in zijn schulp. Maar dan komt zijn vriend Wolf hem oppeppen en probeert Beer het nog eens. Nu kan hij wel als de beste jagen.

Uiteindelijk wordt Beer alsnog stoer 🙂

Volgens de traditionele schrijfregels is dit geen sterk verhaal/ sprookje, want die stellen dat Beer twee keer zou moeten falen voordat hij uiteindelijk een goede jager wordt. Maar als ik ervoor zorg dat Wolf niet alleen Beer kan motiveren, maar de lezer ook kan inspireren met een heel interessante levenswijze of filosofie, dan leest de tekst nog steeds fijn. Beer moet nog steeds zijn comfortzone verlaten en er is nog steeds een moraal over. Een bepaald standaardelement mist dus wel, maar als je op andere fronten goed en doordacht blijft schrijven, compenseert dat meestal wel.

Waarom zou je schrijfregels overtreden?

Soms breek je met de schrijfregels omdat je met je verhaal vastloopt. Maar je kan de regels ook aan je laars lappen omdat die jouw verhaal niet dienen en/of omdat je een uniek verhaal wil schrijven. Denk aan het verschil tussen clichés en tropes. Tropes zijn bouwstenen voor een verhaal, en worden cliché op het moment dat die zo vaak gebruikt worden dat ze de lezer uit het verhaal halen omdat ze zo algemeen bekend zijn.
Een verhaalthema of genre kan zich ook in een grijs gebied daartussen bevinden. Neem de verboden liefde. Die is zo cliché als wat, maar als je goed of origineel kan schrijven, kan je de trope zodanig invullen dat die niet storend is, of nog wel een verrassend randje heeft. Dat maakt het geen cliché meer (het is niet meer storend), maar ergens weet of verwacht de lezer nog steeds dat het stel met elkaar eindigt. Of dat dat niet lukt met als gevolg dat de personages de rest van hun leven miserabel zijn omdat er toch een stokje voor de relatie werd gestoken. Dat is een ongeschreven regel: een verboden liefde heeft een gelukkig of een somber einde.

Maar nu zeg jij: ik laat die liefde volledig opbloeien, tot een moment waarop de personages beseffen dat de kloof gewoon te groot is. Ze trouwen uiteindelijk met iemand anders, zijn gelukkig in dat huwelijk, maar hun oude vlam blijft wel voor de rest van hun leven hun beste vriend(in). In welk romantisch zwijmelverhaal blijft de ex de beste vriend en werkt dat ook nog eens voor alle betrokkenen? Nou, in het jouwe dus. Breek lekker met de regel van hoe dit verhaal moet verlopen!
Als je niet met (ongeschreven) schrijfregels durft te breken, laat je je soms onnodig veel beperken. Daardoor kan je pareltjes van verhaalideeën negeren of je unieke schrijversstem ongehoord laten.

Laat je niet te snel het zwijgen opleggen door schrijfregels.

Welke schrijfregel moet je breken?

Er is geen vuistregel die zegt welke schrijfregel je wanneer moet breken voor een bepaald effect. Er is echter wel een aantal afwegingen die je helpen bepalen met welke regel je moet breken of wat je kan meenemen in je beslissing. Bijvoorbeeld:

* Wie is mijn doelgroep?
Als je schrijft voor een doorgewinterd leespubliek dat al eindeloos veel boeken heeft gelezen, kan je makkelijker bepaalde ongeschreven regels of verwachtingen doorbreken, om de lezer op scherp te houden. Schrijf je voor nieuwkomers binnen een genre, dan is wat meer houvast aan de thematische structuur geboden.

* Wat is mijn doel?
Als je een lezer uit wil dagen, kun je met het breken van schrijfregels je lezer geïnteresseerd houden. Als je slechts wil vermaken, kunnen schrijfregels de houvast bieden die een verhaal lekker weg laten lezen. Of laat ze juist los: schrijf je een kort verhaal of gedicht als aardigheidje, laat je dan vooral leiden door je creativiteit. Wil je oefenen met schrijftechnieken, hou je er dan vooral aan.

* Wat is mijn boodschap?
Boodschap en context vaak gaan hand in hand. Je kan tieners beter geen bouquetroman geven als je ze wil leren dat seks fijn is. Ja, daarin is de seks fantastisch, maar ook onrealistisch en het schept verkeerde verwachtingen. Breek dan vooral met de ongeschreven regels van romantische verhalen als je een realistisch beeld wil schetsen.

* Hoe kan ik mijn creativiteit kwijt?
Deze vraag kan jij alleen beantwoorden. Kijk zelf goed naar wat je wil uitproberen wat betreft schrijfregels en je merkt vanzelf welke je aan moet houden of juist los moet laten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat is het verschil tussen clichés en tropes?

Rollende ogen en geïrriteerde zuchten van herkenning bij een lezer zijn een nachtmerrie voor een schrijver. Een cliché is een bekend fenomeen, maar het is minder bekend hoe het ontstaat. Maar om goed te kunnen schrijven, moet je dat wel weten. Daarom leer je in dit artikel het verschil tussen clichés en tropes.

Trope: het onmisbare bouwsteentje

Een trope is een bouwsteentje van een verhaal. Het gegeven van dit bouwsteentje is waar de rest van het verhaal op voortborduurt of waarmee het verder wordt verduidelijkt. Zie het als een basiskader waardoor het verhaal logisch blijft voor de lezer. Enkele voorbeelden:
* een wijze oude vrouw;
* een relatie tussen een rijk meisje en een arme jongen;
* een dictator grijpt de macht;
* een groot huis.

Een trope is dus een heel uiteenlopend gegeven. Het kan een voorwerp zijn, een feit, een relatie, karaktertrek, een hele volksgeschiedenis… Waar het bij een trope om gaat is dat je iets schetst waaraan de lezer een min of meer vanzelfsprekend gevolg aan kan koppelen. Een wijze oude vrouw heeft veel levenservaring, een inkomenskloof gaat voor spanningen in de relatie zorgen, een dictatuur zorgt voor ellende en in een groot huis wonen mensen die het goed voor elkaar hebben. 

Je kan geen verhaal schrijven zonder een trope, want dan schrijf je letterlijk een verhaal zonder inhoud.

Cliché: een storend steentje

Een cliché is eigenlijk niets meer of minder dan een storende trope. En wel om de reden dat het de lezer uit het verhaal haalt en de schrijver aan het werk ziet: ‘Dit heb ik al zo vaak gelezen, dit boeit me niet meer….’ ‘O, ik kan echt níet bedenken -ahum- wat er nu weer gaat gebeuren…’ Het is dus niet per se een saai stuk, maar iets wat de lezer al zo vaak heeft gelezen dat hij de afloop kan voorspellen en daardoor eerder het verhaal gaat analyseren dan beleven. Negen van de tien keer verpest dat het leesplezier, wat de bekende rollende ogen oplevert als je een cliché tegenkomt. 

Cliché of niet?

Het lastige van clichés is dat ze persoonlijk zijn. Waar jij misschien heerlijk zit te zwijmelen (en daarmee het verhaal induikt) bij een jongen die met zijn meisje in het openbaar gaat dansen, kan een ander dat irriteren en uit het verhaal halen, waardoor het een cliché wordt. Er zijn echter wel een aantal tropes die zo vaak voorkomen dat ze als algemeen cliché worden beschouwd. Er zullen echt wel mensen zijn die zich er niet aan storen, maar het algemene publiek zal wel denken: “Daar gaan we weer, dertien in een dozijn…” Denk bijvoorbeeld aan de eerdergenoemde kloof tussen arme en rijke tortelduifjes of ‘De butler heeft het gedaan’. 

Clichés voorkomen is tropes begrijpen

Met uitzondering van algemene clichés kan je clichés nooit helemaal voorkomen vanwege de persoonlijke aard ervan. Maar je kan het risico erop wel verkleinen. Daarvoor moet je kijken naar wat het cliché storend maakt. Soms is dat een storend vooroordeel, maar het is hoe dan ook de verwachting dat het bouwsteentje volgens een specifiek patroon verloopt. Als je de invulling van die verwachtingen verandert, is de kans heel klein dat je trope nog als cliché wordt gezien. 

Een voorbeeld: De homoseksuele beste vriend. Een man en vrouw zijn boezemvrienden, maar de man is homoseksueel. Dat is de trope: dat zijn de eigenlijke feiten. Deze trope is clichégevoelig, omdat de man zich daarin vaak zeer vrouwelijk gedraagt of traditioneel vrouwelijke interesses heeft: hij is kapper en dol op mode en make-up. Als deze homoseksuele beste vriend een racefanaat met spierballen is, valt hij nog steeds op mannen, is hij nog steeds bevriend met de vrouw, maar dan zet je de verwachtingen die het cliché vormen buitenspel. De trope blijft intact, het cliché niet. Om een cliché te voorkomen, moet je dus vooral weten hoe een trope (te) vaak wordt geïnterpreteerd en dat specifieke element veranderen of een unieke draai geven, zodat je verhaal origineel blijft. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don’t tell schrijftip: het huis van je personage

Met show don’t tell kan je je verhaal levendig maken en zo meer over je personage vertellen. Dat kan door zintuiglijk te schrijven, maar je kan ook naar zijn huis kijken.

Show don’t tell in een notendop

Lees onderstaand citaat eens.

Als je tegen grote mensen zegt: ´Ik heb een prachtig huis gezien van roze baksteen, met geraniums voor de ramen en duiven op het dak… ‘dan kunnen ze zich dat huis niet voorstellen. Je moet zeggen: ‘Ik heb een huis van een half miljoen euro gezien. – Dan roepen ze ‘Wat mooi!’

De kleine prins — Antoine de Saint-Exupéry

Zou het toeval zijn dat De kleine Prins volwassenen als mensen zonder fantasie neerzet en zij juist daarom de voorkeur geven aan een typische tell techniek, in plaats van show waar de verbeelding het werk moet doen en iets levendig en mooi maakt? Vrijwel het hele boek geeft af op volwassenen zonder fantasie en een bepaald observatievermogen en het is het op twee na best verkochte fictieboek in de geschiedenis. Dus tja… 😉 Als je het effect van show don’t tell in een notendop wil onthouden, is dit citaat een mooi voorbeeld.

Wat een huis je kan vertellen

Een huis van een half miljoen (of een ‘duur huis’ of een ‘villa’) zegt helemaal niks over hoe het eruit ziet. Kun je je de controversie rondom het huis van Guus Meeuwis nog herinneren? Nog los van of het jouw smaak is of niet: het feit dat veel mensen het eerder een bunker dan een huis vonden, zegt voldoende. Als je wil weten hoe mooi een huis echt is, moet je het omschrijven. En dan ontkom je er niet aan dat je iets over de persoon die erin woont te weten komt, of daar in ieder geval bepaalde aannames over kan maken:
* Het huis van Guus Meeuwis had vrij weinig tot geen ramen. Als bekende zanger is dat vanwege privacy misschien belangrijk voor hem.
* Het huis van de kleine prins wordt omschreven met dieren en bloemen en een zachte kleur. Dat past bij iemand die van rust en de natuur houdt. Dat kan heel goed kloppen, want het prinsje is verzot op een roos en zegt liever in drieënvijftig minuten rustig naar een bron te lopen om te drinken dan een dorstlessende pil te slikken.

De grootte van een huis

De grootte van een huis kan ook wat vertellen over je personage en zijn omstandigheden. Denk aan:

Een groot huisEen klein huis
Je personage woont met een groot gezin in een huis.Je personage woont alleen.
Je personage is rijk.Je personage is arm.
Je personage houdt van luxe.Je personage houdt van eenvoud.

Dit zijn natuurlijk slechts tropes; zoals altijd geldt dat tropes slechts de bouwstenen zijn waar je een begin mee maakt om er vervolgens je eigen draai aan te geven.

De inrichting van het huis

Als het huis is ingericht volgens de laatste woontrends, is je personage iemand die graag meegaat met de mode of iets wil kunnen laten zien. Waarschijnlijk is het banksaldo ook niet onaardig. Steeds opnieuw inrichten kost aardig wat. Oude, versleten meubels kunnen zowel een zekere armoe dan wel een knusse sfeer geven. Een personage dat felle kleuren laat terugkomen, is misschien wat expressief ingesteld. Als er weinig spullen in huis staan, kan dat betekenen dat je personage veel onderweg is: als je huis eerder een hotel is, waarom zou je dan uitgebreide moeite doen voor de inrichting? En als je huis barstensvol hebbedingetjes staat, heeft je personage misschien wel moeite met dingen weggooien (lees: loslaten).

De zuiverheid van het huis

Is je huis een ruimte waar geleefd wordt en het gezellig rommelig is? Of is dat een excuus voor het feit dat je personage te lui is om schoon te maken? Anderzijds: is die spic en spanne ruimte netjes omdat iemand een huis leefbaar wil houden of is dat wellicht een teken van smetvrees of controledwang?

De decoratie in een huis

Kijk eens wat je personage voor decoratie in huis heeft. Meestal weerspiegelt dat waar hij veel (emotionele) waarde aan hecht. Zijn dat vooral foto’s van geliefden? Dan woont er een familiemens. Zie je veel souvenirs? Hallo wereldreiziger! Staat er veel dure kunst? Dan kan je personage van kunst houden of in hoge kringen verkeren. Zie je overal schaalmodellen van sportauto’s? Dan is dit het huis van een racefanaat.

De koelkast

De inhoud van de koelkast is een show don’t tell goudmijntje!
* Geen vlees voor mij, als vegetariër doe ik geen dieren kwaad;
* Vol met magetronmaaltijden: sorry, maar ik heb gewoon geen tijd om te koken…
* Alleen biologische producten: we moeten aan het milieu denken;
* Gevuld met suikervrije, zoutarme en vetvrije producten: ik wil gezond leven/ ik ben op dieet;
* Gepureerde fruithapjes? Hier woont een baby!
* Een karige inhoud wijst erop dat er geen tijd of geen geld is om de koelkast tijdig aan te vullen.

Een verstreken houdbaarheidsdatum

Een verstreken houdbaarheidsdatum kan ook veel dingen zeggen over je personage:
* Hij is niet zo van het opruimen;
* Hij eet wat hij die dag wil eten, niet wat praktisch is qua houdbaarheid (lees: plezier voor efficiëntie);
* Hij is zeker niet arm: als je ieder dubbeltje moet omdraaien, ga je niet zo laks met een eerste levensbehoefte als eten om.
Mix en match met dingen in de koelkast voor een kort en veelzeggend beeld van je personage.

Achter deze deur ligt een schat aan informatie 🙂

Het geheime laatje

Bijna ieder personage heeft wel een geheim. Heeft je personage bepaalde geheimen die hij in een laatje kan verbergen? Zo ja, bedenk dan ook waarom die spullen worden weggemoffeld, want dat kan veelzeggend zijn. Een jong stel dat nog niet aan kinderen wil beginnen zal de condooms binnen handbereik van het bed houden. Een streng gereformeerd opgevoede tienerjongen die nieuwsgierig en verliefd is, zal ze toch echt verstoppen…

Je ziet hoeveel een huis over je personage kan zeggen. Laat je gedachten er eens over gaan. Waarschijnlijk kan je deze blogpost daarna met nog heel wat eigen bevindingen aanvullen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De trope met een valse start

Alles wat je maar kan bedenken, kan in een verhaal worden verwerkt. Maar soms is het wat lastiger om bepaalde elementen in een verhaal te verwerken, omdat je lezer een totaal ander beeld bij jouw trope heeft. Dan moet je meer moeite doen om je lezer geïnteresseerd te houden. Wat moet je doen als je weet dat je tegen algemene verwachtingen in gaat schrijven?

Het nut van een algemene trope

Een trope is een bouwsteentje van je verhaal, personage of ander element uit je boek. Het is niets meer of minder dan een gegeven waar je lezer verder op voort kan bouwen. Dat is belangrijk om een beeld bij het verhaal te krijgen. Dat heeft een lezer altijd, maar welk beeld dat precies is verschilt per lezer:

TropeDe lezer denkt aan
Een groot huis* een vakantievilla in Frankrijk;
* een langdradige rijkeluisfamilie;
* een inkijkje in een wereld vol glamour.
Een verliefd stelletje* een heerlijk zwijmelverhaal;
* het zoveelste kleffe stel;
* een gelukkig en alleraardigst jong gezin.

Zo kan je nog meer dingen bedenken, maar deze eerste associaties zijn redelijk standaard. Dat is handig, omdat je geen talloze pagina’s nodig hebt om iets te beschrijven dat min of meer voor zich spreekt. Als je over het verliefde stelletje schrijft, wordt er gezoend en geknuffeld en in het grote huis zal men er warmpjes bij zitten, met alle bijbehorende gemakken. Het is dan aan jou als schrijver om de lezer vervolgens jouw richting in te sturen. Als de familie uit het grote huis inderdaad langdradig en stijf is, zal de lezer daar makkelijk in meegaan, ook al is zijn eerste associatie bij de trope misschien de vakantievilla. Omdat de tropes ongeveer in hetzelfde ‘bekende straatje’ blijven, is dat voor de lezer niet al te moeilijk schakelen.

De onverwachte trope

Maar nu schrijf je over een trope die helemaal niet in de lijn der verwachtingen ligt, of daar zelfs haaks tegenover staat:
* De geniale wiskundige stapt uit de wereld van getallen en gaat Frans leren, net nu hij op het punt staat zijn doctoraal te behalen in zijn exacte vak;
* de succesvolle componist wordt ineens computerprogrammeur;
* een soldaat meldt zich aan voor het leger, maar weigert een geweer te dragen, laat staan het te gebruiken.

Met deze tropes op zichzelf is niets mis. Een trope is namelijk niets meer of minder dan een gegeven dat er gewoon is. De uitwerking (en de logica daarvan) kunnen echter wel verkeerd gaan. Bij onverwachte tropes moet je veel (!) meer moeite doen om de lezer ‘jouw kant op te sturen’: je moet hem helpen te begrijpen hoe jij de trope wil invullen en je zal meer tijd nodig hebben om aan je lezer duidelijk te kunnen maken waarom de trope alsnog ‘klopt’. Zo krijgt je trope een ‘valse start’. In plaats van dat je verhaal vanaf de start te volgen is, moet je wat meer tekst en uitleg geven.

Je zal heel wat zaken ethisch of neutraal moeten bekijken en afwegen bij een trope met een valse start.

Normen en waarden achter een trope

Zonder dat je het je misschien beseft, heb je vaak bepaalde normen en waarden bij een trope. Neem het grote huis. Misschien heb je een bepaalde afkeer van mensen met veel geld, dan zal je ze eerder als vervelende rijkelui zien. Ben jij zelf iemand met een prettig banksaldo, dan is de kans groot dat jij eerder aan een Franse vakantievilla denkt. Zo heeft iedereen zijn eigen associaties, maar er zijn ook een heleboel tropes die vanwege een algemeen (maatschappelijk) gedachtegoed aan hun eerste associatie komen. (‘De goede moeder’ is er zo eentje. De eerste algemene associatie is dat ze alles voor haar kinderen overheeft.)
In zo’n geval moet je heel goed nagaan hoe het komt dat de meeste mensen die/ een dergelijke eerste associatie hebben. Neem de bijbehorende waarden dan eens onder de loep. Zodra je weet wat die zijn, kijk je wat het is dat die waarden tegenspreekt. Vervolgens zet je ze in een zodanig daglicht dat de waarden die de trope eerst leek te verstoren, uiteindelijk slechts anders worden ingevuld.

Hacksaw ridge: valse start, prachtige uitwerking

Het eerder genoemde voorbeeld van de soldaat is het plot van de film Hacksaw ridge. Soldaat Doss wil dienen in het leger, maar alleen als hospik: hij weigert een geweer te dragen. Dat is een valse start: het is niet logisch dat iemand het leger in wil, maar absoluut niet wil verwonden of doden. Je zou zeggen: dat hoort nou eenmaal bij het vak. Maar Doss weigert zich daarbij neer te leggen, met alle gevolgen van dien. Hij is nou niet bepaald een Joe Sixpack in zijn doen en laten. Hij schept niet op over zijn spierkracht, ‘de harde mannenwereld’ (waarbij ik doel op het belang van spierkracht, de overtuiging niet kwetsbaar te mogen zijn en waar goed kunnen vechten hoog in aanzien staat) bevalt hem-uiteraard- helemaal niet. De soldaten die met hem in training zijn, verafschuwen hem daarom: ze slaan hem in elkaar en maken hem meerdere malen uit voor een enorme lafaard.
Het moge duidelijk zijn: de algemene eerste associatie waardoor Doss’ trope een valse start krijgt, is omdat hij niet mannelijk genoeg zou zijn. Het duidelijkste voorbeeld is dat hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Het ontbreekt hem aan (‘mannelijke’) moed. Maar uiteindelijk riskeert Doss als hospik zijn leven en rent hij maar liefst vijfenzeventig keer terug de vuurlinie in om gewonde soldaten, zowel vriend als vijand, het leven te redden. Als dat geen moed mag heten…
Doss laat dus wel degelijk de ‘nodige’ of ‘verwachte’ mannelijkheid zien, alleen komt het uit een onverwachte hoek.
Als je een trope hebt met een valse start, zoek dan die onverwachte hoek. Zo strookt de trope alsnog met de (algemene) verwachting die een lezer kan plaatsen. Bovendien wordt je trope zo erg stevig: het is sowieso geen cliché, en je werkt je trope buitengewoon goed uit. Je zalhem alleen meer moeten uitwerken om de onverwachte hoek te kunnen verklaren.

Wil je weten of jouw trope goed van start is gegaan? Schakel mijn in voor manuscriptredactie.

Zo leest een tekst heel natuurlijk

Als schrijver ben je een god van je eigen geschapen wereld. Je kan dus schrijven wat je wil, totdat je je plot en je lezer in de gaten moet gaan houden.

Je hebt geen eindeloze ruimte voor speling

Als schrijver ben je de baas over hoe het verhaal verloopt. Daarin lijk je dus alles over het verhaal te kunnen bepalen. Hoe het verhaal loopt, hoe de personages zich ontwikkelen… Maar dat heeft zijn grenzen. Je moet denken aan wat past binnen de resultaten van je schrijfonderzoek en je personagebiografieën. Daarbij moet je ook rekening houden met wat natuurlijk overkomt. Een van de dingen waar een verhaal op stuk kan lopen, is dat de gebeurtenissen uit de lucht komen vallen: ineens zijn mensen vrienden, verliefd of woedend op elkaar.

Als dit in een tekst gebeurt, ligt de oorzaak vaak bij de schrijver. Die is al zo in het verhaal verdiept, dat hij vergeet om dingen uit te werken: ‘Leon en Jos moeten verliefd worden.’ Prima, maar hoe komt die verliefdheid tot stand? Je kan niet schrijven: Jos viel in katzwijm, Leon glimlachte een keer terug en nu hebben we de romance van de eeuw. Die kerels hebben elkaar net één keer aangekeken.
Stel je voor dat je een potentiële liefdesrelatie hebt met iedere voorbijganger die je in het voorbijgaan vriendelijk groet. Dat is niet vol te houden! Je zal ofwel voortaan steevast met een chagrijnig hoofd rond moeten rondlopen om je potentiële vrijers op afstand te houden, of je bent de rest van je leven bezig om al je liefjes (lees: voorbijgangers) te versieren.
‘Dit is zo omdat ik als schrijver wil dat het zo is,’ is een uitgangspunt waardoor de logica uit je tekst verdwijnt. Je moet erop kunnen vertrouwen dat de lezer bepaalde signalen kan oppikken, anders resulteert dat in een infodump. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat die signalen wel genoeg opvallen.

Unieke en terugkerende details

Hoe zorg je ervoor dat belangrijke details in een verhaal opvallen, bijblijven en vlot leesbaar zijn? Zorg voor een combinatie van uniekheid en herhaling.

* herhaling: zorg ervoor dat de details zich herhalen. Laat Leon vaker dan eens naar Jos teruglachen, of andere subtiele seintjes van flirten vertonen.

* uniekheid: de details moeten uniek zijn. Dat kun je op twee manieren opvatten:
– Varieer in de details, zodat niet steeds hetzelfde gebeurt. Als Leon tien keer flirt, laat hem dan geen tien keer glimlachen. Zorg ervoor dat hij ook een keer knipoogt, Jos een complimentje maakt, bloost als hij hem ziet…
– Maak de details zo min mogelijk clichégevoelig. Kijk of er een mogelijkheid is om een detail passend te maken bij je unieke personages of je specifieke plot. Iedereen kan de hand van de ander pakken als gebaar van affectie. Maar als Jos weet dat Leon dol is op een bepaald kledingmerk, laat hem dan een trui van dat merk dragen als ze op date gaan. Dat maakt het gebaar extra speciaal, en zo voelen Jos en Leon aan als een passend koppel.

Suus gaat reizen en is doodsbang om iets te vergeten. Herhaal dat Suus iedere keer opnieuw haar koffer op de inhoud controleert. Iedere keer ziet zij dat een ander voorwerp is ingepakt. De ene keer ziet zij dat haar gelukssokken gelukkig op de kofferbodem liggen, de volgende keer is ze in de stress omdat haar paspoort misschien wel is verlopen -o nee, toch niet- en weer een andere keer is ze haar reisgids misschien vergeten. Hoe weet Suus dan wat ze op vakantie kan eten? Kortom: gebruik show don’t tell.

“Hoe weet je zonder je reisgidsje of dit spul veilig is om te eten?” Als Suus inktvisjes op een stokje ziet, heeft ze haar bedenkingen…

Show don’t tell bij het schrijven van details

Show don’t tell is belangrijk om relevante details op te laten vallen. Als je ze herhaalt, blijft datgene wat je als geheel duidelijk wil maken in het achterhoofd van je lezer. Varieer je ook nog in de details, dan kan je meer informatie duidelijk maken met een en hetzelfde voorbeeld. Zo komt alle informatie nog duidelijker, én minder geforceerd over.
Neem die inktvisjes op een stokje. Suus controleert eindeloos de inhoud van haar koffer, omdat ze bang is dat ze iets vergeet. Dat geeft aan dat ze zenuwachtig is. Maar als ze uitgerekend bang is haar reisgids te vergeten omdat ze bang is voedselvergiftiging op te lopen, kan dat ook een (eerste) aanwijzing zijn dat ze niet zo avontuurlijk is ingesteld. Iemand die dat wel is, stopt die inktvis gewoon in de mond. Diegene kan zich vervolgens kapot lachen bij de nieuwe ontdekking dat er een kwartelei in het hoofd van zo’n inktvis zit. Suus zou dat misschien al gelezen hebben in haar reisgids, waarna ze denkt: “Ieuw! Ammenooitniet eet ik een inktvis met een ei in zijn kop!” Een avonturier ziet daar juist de lol van in of wordt nieuwsgierig: “Avontuur zit in het onbekende.” of “Avontuur betekent proberen.”

Stel dat hoofdstuk 1 van Suus’ verhaal het inpakken van haar koffer betreft. Dan duurt het waarschijnlijk nog een aantal hoofdstukken voordat Suus aankomt bij de markt waar ze deze lekkernij ziet liggen. Maar als deze scène zes hoofdstukken later komt, wordt er relatief subtiel verwezen naar Suus’ behoefte aan controle. Dat leest over het geheel al minder geforceerd dan dat Suus in hoofdstuk 1 of 2 ook nog eens vijf uur voor vertrek op het vliegveld aankomt.

Hé Suus, dit is jouw vertrekkende vliegtuig… Over drie-en-een-half uur. Waarom ben je nu al bij je boarding gate?

Dan ligt alles er te dik bovenop en kan de karaktertrek cartoonesk overkomen. Kom je daar in hoofdstuk 7 weer (subtiel) op terug, dan is de lezer hoofdstuk 1 alweer enigszins vergeten. Dan denkt de lezer waarschijnlijk iets als: “O ja, Suus wil graag controle houden. Maar dat past bij haar. De een is nu eenmaal relaxed, de ander wat meer zenuwachtig.’

Kortom: als je details herhaalt, ermee varieert en ze showt komt je tekst al gauw natuurlijk over.

Hulp nodig bij het schrijven van je tekst? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe vermijd je Deus ex machina in een boek?

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van een Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien wel voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede over hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina schrijven voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Ik kan een Deus ex machina voor je opsporen: schakel mij daarvoor in via mijn webshop.

Wanneer gebruik je de ‘tell’ van de show don’t tell schrijftechniek?

Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”

Dit is de show don’t tell schrijftechniek

Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatstgenoemde blogpost over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.

Gebruik tell bij een tell-effect

Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens:
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show)
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).

Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen…
Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.

Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.

Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême

Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over.
Je personage is te laat voor zijn werk:
Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit.
werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.

Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.

Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor!
Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje.
Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.

Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉

Tell bij snelle observaties

Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak.
Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: Iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer.
Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest.
Ook de tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Wees niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!

Dit is geen schoonmakersuniform…

Tell bij een cliffhanger

Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:

* Toen viel hij dood neer;
* In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting;
* Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak.

Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde. Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.

Show don’t tell balanceren

Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden. Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.

Toch nog je twijfels bij het gebruik van tell? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe kan je show don´t tell optimaal benutten?

Show don’t tell is een van de basistechnieken van schrijven. Het is de makkelijkste manier om een verhaal levendig te maken. Als je weet wat het is, ben je er nog niet. Hoe haal je het meeste uit deze schrijftechniek?

Een korte definitie van show don’t tell

In het kort betekent show don’t tell dat je in plaats van iets simpelweg opschrijft, je omschrijft wat er gebeurt, te zien is of wat de emoties van een personage zijn. Bijvoorbeeld de tranen liepen over mijn wangen in plaats van Ik huilde. Of De ketting van de fiets rammelde, de bel was verroest en er zat een deuk in het wiel in plaats van de fiets viel van ellende uit elkaar. Lees hier mijn uitgebreide introductie van show don’t tell.

Show don’t tell als sfeermaker

Over het algemeen kun je show don’t tell zien als de sfeermaker van een scène. Ga maar na:
* Je beschrijft de meubels in een kamer om duidelijk te maken of die modern of ouderwets is.
* Aan de hand van gezichtsuitdrukkingen wordt de sfeer van een gesprek duidelijk. Worden wenkbrauwen gefronst en tanden geknarst? Dan zijn de mensen niet gezellig hun weekendplannen aan het bespreken.
* Als iemand smakkend van genot aan de eettafel zit, is dat waarschijnlijk meer dan een gemiddelde avondmaaltijd. Grote kans dat er uitgebreid gekookt is om iets speciaals te vieren en er dus een feestelijke sfeer hangt.
* Een scène wordt spannend van toon als de lezer merkt dat iemand stiekem een wapen heeft gekocht. Wat zou hij daarmee van plan zijn? Heeft hij vijanden? Zit hij in de illegale wapenhandel?
Een ‘tell’ zou dit meteen verpesten: Sjaak heeft Rafael net uit het niets neergeschoten met zijn nieuwe geweer. Dan blijkt wel dat Sjaak Rafael niet mocht… Maar sfeeropbouw geeft het niet, want Rafael is al dood voor je merkt dat er iets spannends gaat gebeuren.

Als Sjaak onmiddellijk de hoek om komt stormen, is dat geen sfeermaker, maar een sfeerbreker. Show don’t tell is een subtiele manier van sfeeropbouw, waar tell eerder iets meteen duidelijk wil maken.

Als je show don’t tell gebruikt, bedenk dan wat voor sfeer je wil benadrukken. Dan komt de techniek het beste tot zijn recht.

Het ‘tell-effect’ bij overdadige show

Een nadeel van show ten opzichte van tell is dat het een groter woordenaantal heeft. Daardoor kan een teveel aan show verzanden in bloemig taalgebruik. Dat kan tegenstrijdig voelen. Show don’t tell is immers bedoeld om de lezer iets te laten beleven en bloemig taalgebruik haalt de lezer door eindeloos gebabbel uit het verhaal.
Maar als je een verhitte discussie omschrijft door te zeggen dat de één een kloppende ader bij de slaap heeft, de ander een rood aangelopen hoofd heeft, een derde zit te knarsetanden en de vierde persoon de vuisten heeft gebald, dan hoop ik als lezer dat er geen twintig mensen in die vergaderzaal zitten…
Teveel gebruik van show kan een ‘tell- effect’ opleveren. Je show is dan misschien geen echte tell, maar het effect blijft hetzelfde. De verbeelding van de lezer wordt niet aangesproken.
Bij een echte tell gebeurt dat omdat het niet nodig is: Ik huil laat weinig aan verbeelding over. Maar als de lezer van al die heethoofden op de vergadering bij moet houden hoe ze hun frustratie uiten, wordt hij ook uit het verhaal gehaald. Hij is nu boze reacties aan het ontleden en tellen, niet meer die vergadering aan het beleven.
Als je show eerder een optellsom wordt (zie je de woordspeling? 🙂 ) dan heb je een ‘tell-effect’.

Zo kan je het tell-effect voorkomen

Je kan het tell-effect voorkomen zonder meteen toevlucht te zoeken tot tell. De heethoofdenvergadering hoeft niet meteen beschreven te worden als: iedereen was laaiend. Combineer show daarvoor met regieaanwijzingen. Vergelijk
“Dat is niet waar,” zei hij met “Dat is niet waar,” schreeuwde hij. Die man is niet in zijn hum. Dan hoef je niet langer een (uitgebreide) beschrijving van zijn gezichtsuitdrukking te geven. Hoe dan ook, als je de lezer wil laten beleven, blijf dan als vuistregel aanhouden: beleving is belangrijker dan omschrijving/ beschrijving. Óók bij show.

Of iemand nu rood aanloopt of schreeuwt, een van deze dingen maakt al duidelijk dat diegene boos is.

Zintuigen gebruiken bij het schrijven van show don’t tell

Zintuigen zijn een gemeen dingetje bij het gebruik van show don’t tell. Over het algemeen kan je zeggen:
* Proeven en ruiken zijn goudmijntjes.
In het dagelijks leven sta je relatief weinig stil bij deze zintuigen. Als je ze omschrijft werkt dat heel beeldend. Pas op dat je niet letterlijk schrijft ik ruik of ik proef dan wordt het alsnog een tell.
De geur van bijtend plastic brandde in mijn neus of De zoete appeltaart leek op mijn tong te dansen werkt dan beter.
* Zien en voelen zijn gevaarlijk.
Ik zie een mooie stoel in de kamer staan. Ruud zag dat Freddy blij was. Dit zijn duidelijke voorbeelden van tell. Als je veilig wil zitten, gebruik dan Ik zie dat…. en ga dan omschrijven: Ruud zag (dat) Freddy’s ogen straalden.
Maar dit voorbeeld is al redelijk grijs gebied. Ga heel goed na wat voor meerwaarde het heeft om het visuele zintuig expliciet te vermelden.

Hetzelfde geldt voor voelen. Ik voel me misselijk leest vlotter als je schrijft ik proefde braaksel in mijn mond.
Ik voel me verdrietig, kun je vervangen door: ik kon wel in huilen uitbarsten en Ik ben duizelig wordt Mijn hoofd begon te tollen.
Als je personage intern iets voelt, zoals hierboven, is ik voel vrijwel altijd een tell. Als er een externe factor het personage iets laat voelen (Harry voelde de hond tegen zijn benen springen of Piet voelde de wind door zijn haar waaien) dan kom je in hetzelfde grijze gebied zoals beschreven bij ‘zien’.

Je moet afwegen wanneer je deze grijze gebieden al dan niet gebruikt voor een goede balans tussen show en tell. Want hoe belangrijk show ook is, tell is niet altijd de grote boosdoener. Hij kan zelfs soms ontzettend nuttig zijn. Lees daar hier meer over.

Wil je controleren of je show don’t tell goed hrbt toegepast? Kijk in mijn webshop en schakel mij in als redactrice.

Zo smult je lezer van je cliffhanger, en jij als schrijver ook

De cliffhanger: de zinnen aan het eind van een stuk waarvan de lezer denkt: wow, wat gebeurt hier nou? Dat meen je niet! Of: hoe gaat het verhaal nu verder?
De zinnen waardoor de lezer spijt krijgt dat hij naar zijn werk moet vertrekken of dat net nu de baby honger krijgt.
De zinnen waarvan jij als schrijver denkt: yes! Ik heb het goed gedaan, want mijn lezer blijft geïnteresseerd. Iedereen weet wat cliffhangers zijn, maar hoe schrijf je ze?

Verschillende soorten cliffhangers

Cliffhangers komen altijd op ‘het einde’: het einde van een paragraaf, hoofdstuk, boek of de achterflaptekst. Het doel is om de lezer duidelijk te maken: blijf lezen, er komt iets veelbelovends aan. Een cliffhanger kan verschillende tonen hebben en op verschillende manieren worden uitgewerkt. Als je de goede cliffhanger uitkiest, gaat het verhaal goed verder. Laten we kijken naar de vier soorten cliffhangers die er zijn.

De ‘volgend hoofdstuk’ cliffhanger

Bij deze cliffhanger eindigt het hoofdstuk met een zin waarvan de lezer aanvoelt dat hij (vrij) letterlijk in de eerste zin(nen) van het volgende hoofdstuk het antwoord op een belangrijke vraag krijgt.
Een voorbeeld uit Harry Potter en de steen der wijzen, waarin Harry erachter komt wie hem het hele boek heeft dwarsgezeten:
… en toen was hij aan de andere kant, in de laatste kamer. Er was al iemand – maar niet Sneep. Het was zelfs Voldemort niet.

Maar wie is het dan? Vertel het me!
We zijn aan het eind van een hoofdstuk. Dus lees het volgende hoofdstuk maar…
De eerste zin van het volgende hoofdstuk is: Het was Krinkel.

Dit soort cliffhanger hoeft niet zó letterlijk een onthulling te geven, maar de vuistregel is de belofte aan je lezer: lees een zin/ hoofdstuk verder en ik beloon je voor het feit dat je zo lang bent blijven lezen.
Deze cliffhanger kan je gebruiken als inzet voor de laatste onthulling, zoals in de climax van akte drie van het save the cat schema. Nu gaan we langzaam maar zeker afronden, maar we doen het wel spectaculair!

De sfeercliffhanger

Deze cliffhanger onderstreept de sfeer van datgene wat net is gebeurd. Je kan hem herkennen aan de show don’t tell. Iemand wordt gedumpt: De deur sloeg met een klap achter me dicht. Het gejank van de zieke hond van de buren was door te muren heen te horen. Dat geluid hield me de hele nacht wakker.

Iemand slaagt voor een opleiding: Ze keek de zaal in. Haar ouders grijnsden van oor tot oor. Terwijl de eerste zonnestralen in een week door de ramen kropen, wist Rebecca dat de wereld op haar stond te wachten.

Rebeccas gevoelens kunnen een prima cliffhanger zijn als je ze goed omschrijft.

Zoals je misschien merkt, zijn deze cliffhangers gevoelig voor clichès of klef taalgebruik. Let goed op je gebruik van symboliek, om te voorkomen dat de cliffhanger niet veelbelovend, maar irritant wordt. Zoek een passende balans.
Deze cliffhanger kun je vrijwel altijd gebruiken.

De serieuze cliffhanger

De serieuze cliffhanger hangt vaak samen met een ziekte of de dood van een geliefd personage. Zodra dat personage de slechte prognose krijgt of (in de armen van een geliefde) sterft, wordt het menens.
Onze helden zijn op een gevaarlijke missie. Er zijn al wat gevechten geweest of dagen met een lege maag. Maar de groep had er altijd vertrouwen in dat het goed zou komen. Want ze hadden een wijze mentor bij zich die altijd een oplossing had. Of een spierbundel die de fysieke blokkades weg kon halen.
Maar dan breekt de spierbundel zijn beide armen. Nu wordt de missie moeilijker, want er is nu niemand meer die met gevaarlijke wolven durft te worstelen. Of de mentor sterft. Wat moeten ze nu zonder zijn wijsheid?
Met zijn laatste krachten duwde de tovenaar het magische amulet in de hand van zijn leerling. “Denk eraan,” zei hij met trillende stem. “Je moet het schoonspoelen in de Pure Fontein om de vloek weg te wassen.” Toen ademde hij niet meer. Terwijl de tranen van de leerling op het gezicht van de tovenaar vielen, hoorde het reisgezelschap in de verte het geluid van het aanstormende leger van de vijand.

De serieuze cliffhanger is dat moment waarop zowel je personages als je lezer beseffen: Ai… Het was al ingewikkeld, maar nu wordt pas echt verdrietig, gevaarlijk of eenzaam. Deze cliffhanger is ideaal toe te passen bij de stap van obstakel of ramp in het schema van save the cat.
Je kan deze cliffhanger aanvullen met een sfeercliffhanger. Al kun je ook stoppen bij het moment dat het kwaad geschied is, zoals het moment dat de mentor sterft.

De soapcliffhanger

“Ik weet dat jij hem hebt vermoord!”
“Richard is betrapt op het bezit van harddrugs…”
“De DNA-test wijst uit dat jij mijn vader helemaal niet bent.”

Een soapcliffhanger is als een glimp opvangen van het volgende grote (film)drama

De soapcliffhanger: de goeie ouwe DUM DUM DUMMM-cliffhanger die je in soaps ziet. Hij komt -verrassing- vooral voor in soaps en zijn kenmerken vormen ook een S.O.A.P.:
Spectaculair;
Ongenuanceerd;
Aanwezige;
Plottwist.

Zoals je in S.O.A.P. kan zien, zijn deze cliffhangers ideaal voor een plottwist. Let extra goed op de O: ongenuanceerd. Een televisiesoap kan daadwerkelijk ongenuanceerd zijn, omdat de kijker op ongenuanceerde dingen is voorbereid, of ze zelfs verwacht. Zoals mijn oma vaak zegt: “Die acteur stopt met Goede Tijden Slechte Tijden, maar als hij de serie weer in wil, wordt zijn vermoorde personage gewoon weer tot leven gewekt. Zo gaat dat in soaps.”
Dus dan is: “Ik heb vandaag je doodverklaarde moeder in de stad gezien,” niet eens zo raar en heerlijk ongenuanceerd.

Maar in verhalen kom je daar niet zo makkelijk mee weg. Een romanlezer verwacht meer realisme en subtiliteit dan een soapkijker. Voor een handreiking over hoe (on)genuanceerd de O in je S.O.A.P. moet zijn: lees hier over regieaanwijzingen en hoe je bepaalt hoe spectaculair je iets kan, moet of niet hoeft te maken.

Veel plezier met het schrijven van je cliffhangers!

Wil je controleren of je cliffhangers goed aanslaan? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Hoe moet je logisch schrijven over fictieve werelden, wezens en personages?

Realistisch schrijven is essentieel voor een boeiend verhaal. Hoe krijg je dat niet alleen voor een losse scène of voor een specifiek genre, maar altijd voor elkaar?

Het toverwoord voor realistisch schrijven: logisch

Of je nu over een nieuw personage in een alledaagse wereld, een mythe schrijft of met worldbuilding aan de slag gaat: alles kan, zo lang het maar logisch te verklaren is. “Logisch” moet je hier als een breed begrip zien dat op veel dingen kan slaan:

* anatomie;
* biologie;
* geschiedenis;
* psychologie;
* maatschappelijke ontwikkelingen;
* spiritualiteit;
* wetenschap;
* (culturele) overtuigingen

enzovoorts. Als je kunt zeggen: “Dit is X logisch” dan komt je verhaal realistisch over. Bijvoorbeeld: Het is anatomisch logisch dat….Een voorbeeld dat laat zien hoe het niet moet:

De Huppeldepuffervis: als iets onlogisch is

Mijn zelfbedachte Huppeldepuffervis heeft vinnen, drie ogen en een bek op een van de twee hoorns die uit zijn hoofd groeien. Hij zal nooit fans vergaren. Vanwege die rare naam, maar ook omdat hij anatomisch nooit kan kloppen. Zijn bek moet uitmonden in een slokdarm en een maag, anders kan hij niet eten en sterft hij. De substantie van een hoorn sluit niet aan op die van een slokdarm: in een hoorn zitten geen spieren.
Zo is de Huppeldepuffervis dus anatomisch onlogisch.
Als de hoorns uit zijn vinnen of schubben groeien en de bek op de normale plaats zit, kan hij eten en overleven en is hij dus (anatomisch) logisch. Nog altijd niet-bestaand, maar wel logisch. De absolute basis klopt. Als het absolute beginsel van je idee onlogisch is, gaat het ook niet werken in een verhaal.

“Ik snap maar niet hoe dit ooit gaat werken….” Logisch, als dat ook niet kàn.

Een logisch verhaal

Natuurlijk kost een zwijmelverhaal relatief weinig schrijfonderzoek; je gaat geen nieuwe planeten creëren. Toch moet je voor elk verhaal dingen onderzoeken om erachter te komen wat ‘logisch’ is, om zo je verhaal sterker te maken.

Fictieve werelden, culturen of maatschappijen logisch maken

De manier waarop mensen leven, wordt sterk bepaald door hun cultuur.
Wat doen, geloven, kunnen, vinden en willen ze?
Aan welke dingen denk je als ik zeg ‘Cultuur (van land) X?’ Het antwoord geeft belangrijke culturele aspecten weer.
Amerika, bijvoorbeeld. Stel dat je denkt aan:
* het Vrijheidsbeeld –> De Amerikaanse cultuur hecht belang aan vrijheid;
* studiebeurzen voor topsporters –> sport is belangrijk in Amerika;
* grote porties –> eten komt terug in de cultuur van de VS.

Als je je eigen maatschappij maakt, bedenk dan goed hoe de cultuur tot stand komt en hoe zich dat logisch uit. Een ideaal hulpmiddel hiervoor zijn de culturele dimensies van Geert Hofstede.
In deze dimensies worden verschillende culturele aspecten naast elkaar gelegd. Vervolgens wordt verklaard waarom de ene cultuur anders reageert op een situatie dan een andere cultuur.
Deze dimensies zijn: machtsafstand, individualisme vs. collectivisme, masculiniteit vs. femininiteit onzekerheidsvermijding en lange termijn- vs. korte termijn oriëntatie.

Neem individualisme vs collectivisme.
In een individualistisch land is het gedachtegoed: eigenbelang gaat voor dat van de groep, in een collectivistisch land is dat andersom.
Amerika scoort hoog op de individualistische schaal; kijk maar naar de american dream: Ik jaag mijn eigen succes na, ik ben daarvoor zelf verantwoordelijk en ik doe wat mij het beste lijkt. Aziatische landen daarentegen zijn over het algemeen collectivistisch: daar is het groepsgevoel groter en zal je dus niet zo snel iets doen waar anderen het mee oneens zijn of wat de familienaam schaadt. Maar mensen zullen je eerder helpen, omdat het “een voor allen, allen voor een” is, waar een Amerikaan er eerder alles zelf moet rooien.
Als je de dimensies invult tijdens het creëren van je maatschappij, zal je merken dat zaken als het waarom van politieke overtuigingen, gemeenschapszin en het economisch stelsel, zich bijna als vanzelf gaan verklaren of ontvouwen. De uitwerking van je wereld -al komt het leeuwendeel daarvan nooit verder dan je persoonlijke opschrijfboekje– wordt dan geloofwaardig, ook al is het misschien niet vergelijkbaar met een bestaande cultuur.

Historisch logisch

Bedenk wat er in een bepaald tijdperk aanvaardbaar of zelfs maar voorstelbaar (lees: logisch) was.
Kiesrecht was er niet voor Jan-met-de-pet tijdens de Middeleeuwen. Besef dat sommige dingen zo normaal waren dat niemand er zelfs maar vraagtekens bij zette, laat staan ertegen in opstand kwam. Net zoals wij het normaal vinden dat je belastingen betaalt (ik heb het niet over de hoeveelheid belastingen, hè? 😉 ). Misschien krijgen we ooit een totaal ander betaalsysteem dat geld en belastingen een lachertje laat lijken… Praten met iemand die ver weg is? Dat konden de Romeinen zich niet eens voorstellen. Wij vinden videobellen inmiddels doodgewoon.

Als je over een gebeurtenis schrijft die zich in de geschiedenis herhaalt (oorlogen, bepaalde bestuursvormen…) kijk dan goed wat steeds terugkomt in deze scenario’s:
* Een absolute monarchie verliest vroeg of laat de macht vanwege protest van het volk, of het verlies aan materieel dat nodig is het volk in toom te houden;
* Een dictator wint vertrouwen bij het volk door de vijand af te schilderen als minder dan menselijk;
Wijk je van die dingen af, dan voelt het verhaal minder logisch aan.

Psychologisch of sociaal logisch

Een kind dat zijn leven lang is mishandeld, rent niet vrolijk in de armen van zijn nieuwe adoptieouders. Hij zal tijd en therapie nodig hebben om zijn nieuwe verzorgers te leren vertrouwen. Een herstellend alcoholist vindt een verjaardag waarop veel wijn wordt geschonken ongemakkelijk.
Ga je personagebiografie na om te zien wat er psychologisch/sociaal logisch is voor je personage.

Verdrink niet in logica

Op jouw fictieve planeet is de zwaartekracht zes keer zo sterk als hier. Natuurlijk moet je weten wat voor gevolgen dat heeft en wat er vervolgens (niet) kan. Maar je hoeft niet te weten volgens welke formule van de algemene relativiteit de manen van jouw planeet zich bewegen.

“Het is prima als je mijn geliefde in elkaar slaat,” is gewoon raar. Je hoeft geen psycholoog te zijn om dat onlogisch te vinden. Doe onderzoek tot je een basiskennis hebt die logisch is en bepaalde verbanden duidelijk maakt en geniet dan van je nieuwe creaties!

Dreig je alsnog te verdrinken in allerlei ideeën bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.