Een waarheidsvooroordeel bij je personage

De waarheid van je personage serieus nemen is een essentiële vaardigheid om een personage goed te kunnen portretteren. Als je daarmee hebt geoefend, lijkt het alsof daarmee nooit meer in de fout kan gaan. Maar je moet altijd scherp blijven, want je hebt nog altijd lezers. En die zijn minder genadig naar personages als er in de uitwerking van een persoonlijke waarheid iets mist.

Wat is de waarheid van je personage?

De waarheid van je personage houdt in dat je personage op een bepaalde manier naar de wereld kijkt en dat jij als de schrijver van het verhaal dat beeld serieus moet nemen. Als je personage door alles en iedereen gemeen wordt behandeld, dan zal het waarschijnlijk zeggen dat de wereld één grote, gemene plek is. Als je dat betwijfeld omdat je overtuiging is dat de meeste mensen deugen of omdat je zelf meestal aardig wordt behandeld, moet je je eigen overtuigingen tijdelijk uit het raam gooien, om zo je personage goed te kunnen portretteren. Dat afzetten van je eigen bril is even oefenen, maar meestal is het daarna niet al te moeilijk. Behalve dan zodra je beseft dat er perspectieven bestaan waar je gewoon niet aan gedacht hebt.

Casus: wat is er vervelend aan knap of lelijk zijn?

Een goed voorbeeld is om een uitzonderlijk knap en een erg lelijk personage met elkaar te vergelijken. Ze melden allebei wat er naar is aan hun ‘status’ betreffende hun uiterlijk. Hoe denken zij dat anderen hen behandelen aan de hand daarvan?

Mooi personage Lelijk personage
Andere mensen denken soms dat ik geen problemen kan hebben: “Maar je bent zo mooi!”Als ik doodnormaal introvert ben, heb ik meteen geen leven en kwijn ik waarschijnlijk weg, omdat ik ‘geen vrienden heb’.
Om geen Mary Sue te lijken moet ik continu positieve aspecten van mijn persoonlijkheid ‘verbergen’, dat is doodvermoeiend. Ik mag geen make-up dragen, “want jij blijft toch lelijk”.
Mensen willen je daten om je uiterlijk, als een soort trofee. Wie je verder als persoon bent, is niet belangrijk meer. Als ik een complimentje geef, moet ik bang zijn voor een melding van seksueel overschrijdend gedrag. Een knap persoon ‘flirt’ dan gewoon.
Ik kan niet ‘gewoon’ aardig zijn, want dan ben ik meteen aan het flirten. Als ik een doodgewoon complimentje geef, word ik afgewezen alsof dat automatisch een vraag om een date is. of: “Uit jouw mond zegt dat niks.” Alsof mijn lelijkheid zo erg is dat jouw sociale status zou zakken als je complimentjes van (alleen) mij zou krijgen.
Ik ben eenzaam. Het andere geslacht wil alleen maar seks. Hetzelfde geslacht is bang dat ik hun partners afpak. Nu is er niemand meer over. Als ik zeg dat schoonheid van binnen zit: “Natuurlijk zeg je dat, want jouw buitenkant wil toch niemand.”
Als je kijkt naar de vraag van de casus: dan bestaat de kans dat je een paar van je eigen vooroordelen in deze tabel terug ziet. Dat is vervelend, maar niet erg, zodra er tijdig achter komt. Want dan kun je proberen je blik te verruimen. Belangrijker voor deze schrijfoefening is: valt het je op dat beide personages met soms hetzelfde eindresultaat ervaren voor vrijwel dezelfde reden, hetzij vanwege de tegenoverstelde reden?
Gewoon aardig zijn gaat niet, er wordt meteen gedacht dat je wil daten. Vanuit schoonheid is dat waarschijnlijk omdat het een soort wishful thinking is: jij bént aan het flirten, want ik wil zo’n prachtig persoon daten. Bij lelijkheid is het ‘voordat je ideeën krijgt, zo’n lelijk iemand als jij wil ik niet daten’.

Wat speelt er bij een waarheidvooroordeel?

Je ziet waarschijnlijk dat het soms nodig is om de waarheid van je personage niet alleen serieus moet nemen, maar ook rekening houden met in hoeverre de maatschappij/ de gemiddelde lezer die gaat geloven. De meeste mensen zullen denken dat het lelijke personage het van de twee het het lastigst heeft, met alle vooroordelen die bij lelijkheid komen kijken. Want als je lelijk bent, heb je veel dat je tegenwerkt. En dat is tot op zekere hoogte misschien ook zo. Maar dat wil niet zeggen dat de belevenissen van de mooie persoon niet gerechtvaardigd zijn. En toch zal het niet de eerste keer zijn dat een mooi persoon te horen krijgt: ‘Wees blij dat je niet lelijk bent, die mensen hebben het pas moeilijk.’

Er zijn dus momenten waarop je weet dat de meeste mensen je personage niet zullen geloven of een waarheid bagatelliseren, maar waarbij je je personage dus wel serieus moet nemen. Dan heb je wat ik noem een waarheidsvooroordeel. Dan moet je dus als het ware vooroordelen de echte wereld insturen. Want je kan er niet omheen dat er overeen bepaalde opvatting vooroordelen ontstaan, maar je mag omwille van het verhaal dat niet afraffelen, meegaan in het cliché of op een andere manier de lezers ‘zomaar gelijk geven’.

Aandachtspunten bij een waarheidsvooroordeel

Goed schrijven lukt je niet door alleen een checklistje na te lopen , zeker niet bij iets als dit waarin zoveel dingen tegelijk spelen. Daarom zijn deze punten niet compleet, maar ze zouden je al een eind op weg moeten helpen.

  • Maak het waarheidsvooroordeel waarmee je personage worstelt groot óf laat het weg uit je verhaal. Als je het niet serieus aanpakt, wordt het of niet serieus genomen. Het is dus minstens een subplot, zo niet het centrale conflict.
  • Neem het willen en nodig hebben rondom dit probleem mee.
  • Je kan ook het probleem overromantiseren in je opschrijfboekje. Dan weet je waar je personage zo mee in de knel zit door wat het steeds van anderen hoort. Dat helpt je ook om te bepalen wat je personage kan doen of moet leren om dit probleem te overwinnen. Maar in hemelsnaam: houd die overgeromantiseerde uitwerking ook echt in je opschrijfboekje!
  • Kijk extra goed of je personage en Harry Potter onder de Harry’s wordt. Met andere woorden: controleer of je met de basisprincipes werkt die empathie voor je personage teweeg brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In dialoog met je personage: voice dialogue

Voice dialogue is het principe dat iedereen innerlijke stemmen heeft met een bepaald karakter. Spreek je jezelf streng toe? Dan is dat de stem van Politieagent. Heb je een stem die zegt dat je goed bezig bent? Dan is dat de stem van Lieve Juf. Gebruik dit principe om de heldenreis goed af te stemmen en levendig te maken.

Wie staat er aan het roer in je hoofd?

De innerlijke stem die zegt dat je geweldig, een watje, of te perfectionistisch bent. Of die zegt dat je je klein moet houden, wat meer op je grote mond moet letten… Je gedachten schieten soms alle kanten op. Het kan helpen om die gedachten te groeperen en daar personages van te maken. Dat is het globale idee van Voice dialogue. Zo kan je makkelijker naar een/ je groeiproces kijken. Merk je dat de strenge stem die je Politieagent hebt genoemd wel erg vaak aan het woord is? Besluit dan dat Lieve Juf Politie van de preekstoel haalt. Dan hoor je weer even een aanmoedigend woord van jezelf.

Voice Dialoguepersonages maken

Kijk eens of je al voice dialoguepersonages hebt. Die vind je in gedachten als:
* Ik zeg vaak tegen mezelf dat…
* Inwendig heb ik vaak gedachten die vinden dat ik ….. ben/moet zijn
* Soms kom ik over als een … Dat is op momenten wanneer ik…

Gedachteovertuiging/ innerlijke stem mogelijke naam voice dialoguepersonage
Ik ben lui….. dus ik moet meer sportenTrainer Loopband
Ik doe mijn best…… en dat is goed genoeg Coach Pieter
Ik ben af en toe wel erg filosofisch…… dan ik lijk wel dertig jaar ouder Oma Sofie
Ik ben niet goed genoeg…en hoor daarom nergens echt bij Siem

Merk op aan de namen van deze personages dat je daarmee iedere kant op kan. Je kan je een bijna cartooneske naam geven, de naam associëren met die van iemand anders, woordspelingen gebruiken of ‘gewoon’ een naam verzinnen. Alles mag als het voor jouw beleving klopt.

Het is handig om dit principe eerst bij jezelf uit te proberen om iets bekender te raken met het idee. Je kan het oppervlakkig houden, maar je kan ook diep psychologisch graven. Ook hierbij geldt: kijk wat je lukt, wat voor je werkt en wat nog houdbaar is. Probeer het dan uit voor je personages.

Aandeelhoudersvergadering

Als je de voice dialoguepersonages voor je held hebt bedacht, kan je een aandeelhoudersvergadering gaan houden met hen. Niet in de economische zin, maar iets letterlijker: wie van deze personages heeft het grootste aandeel in het leven/ hoofd van je held? Iemand die erg onzeker is, zal vaker bezoek krijgen van Trainer Loopband en Siem. Waarschijnlijk zijn die vooral aanwezig in het begin: onzekerheid is in boeken vaak een mooi thema om in te kunnen groeien, om als comfortzone te verlaten. Je zou dan kunnen zeggen dat het personage als doel kan hebben om Coach Pieter de overhand te laten krijgen. Maar als dat het gewenste resultaat is, wie kan daar dan bij helpen? Oma Sofie? Misschien: filosofisch zijn kan zorgen voor een goede introspectie. Maar als je personage zich daardoor oud en versleten voelt, kan Siem met haar in discussie gaan. Dan heeft hij misschien daarin te veel de overhand. Mis je misschien nog een personage? Wat dacht je van Stan? Hij twijfelt continu. Niet zozeer aan zichzelf, maar wat de beste oplossing of manier van handelen, of überhaupt waar is. Hij kan dus vertegenwoordigen hoe je held zot wordt van dat continue heen en weer van Coach Pieter naar Trainer Loopband.

Hoe vind je de voice dialoguepersonages?

Als je in de fase bent beland dat je personage al levensecht is geworden voor je geestesoog, dan kan je je personage vragen wie er allemaal in het hoofd aan het kletsen is. Ben je nog niet zover, lees de personagebiografie dan nog eens door. Tussen de regels door kan je waarschijnlijk wel wat personages vinden.

Is je personage onzeker, kritisch en gevoelig voor groepsdruk? Dan is de kans groot dat Scarlett regelmatig opduikt en je heldin vertelt dat ze toch echt meer aandacht aan haar uiterlijk moet besteden, voordat ze als enige in haar klas vol zestienjarigen straks geen vriendje heeft die haar mee naar het schoolfeest vraagt.

Heb je al bedacht dat het je personage wraak gaat nemen? Dat is nogal heftig. Ergens zit daar waarschijnlijk een niet genezen psychologische wond. Wat is dat? Verdriet, woede, schaamte? Je kan dit onzichtbare, weggestopte deel van je ook een naam (Onno) geven. Dat kan helpen om dit belangrijke deel niet vergeten mee te nemen. Als je in je opschrijft in je opschrijfboekje ‘Onno moet nog een keer in een scène voorkomen’ is dat concreter en makkelijker uit te werken en onthoud je dat beter dan ‘Ooit moet Geert nog eens zijn verleden onder ogen zien.’

Balans in voice dialogue, balans in je plot

Als je de aandeelhoudersvergadering hebt, kan het handig zijn om te noteren hoe vaak ieder voice dialoguepersonage grofweg aan het woord komt, of waarvan je denkt die vaak in het verhaal terug moet komen. Turven kan hierbij erg overzichtelijk zijn. Zo voorkom je dat je alsnog met je plot afdwaalt, of van het hoofdplot een subplot maakt, of andersom.
Als je personage ernaartoe moet groeien dat coach Pieter het meest aan het woord is, dan zullen Siem en trainer Loopband het vaak met elkaar eens zijn. Toch maakt het voor het centraal conflict veel uit wie van de twee het is. Als je personage vooral van de bank af komen, heb je meer scènes nodig waarin Trainer Loopband aan het roer staat. Siem kan namelijk ook een veel breder of zelfs een ander verhaal met zich meebrengen, zoals onzekerheid over het sociale voorkomen. Verdeel op die manier de rollen en het aandeel van de voice dialoguepersonages over je plot en dan krijgt dat een stevige basis. Hoewel deze interne personages niet zichtbaar aan het woord hoeven te komen, kunnen ze je achter de schermen enorm helpen om je held levendiger te laten lezen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo koppel je in een verhaal: eerst samen, dan alleen

Een stelletje in een verhaal: het is lastig om een boek zónder te vinden. Volgens een ongeschreven regel lijkt er altijd wel iemand verliefd te moeten worden. Dat uitgangspunt kan een verhaal ontzettend schaden, omdat het vaak zo geforceerd gaat. Maar hoe koppel je dan op een manier die wel prettig leest?

Schrijver als geforceerde Cupido

Romanceverhalen zijn ontzettend populair: het genre beslaat een groot deel van de fictiemarkt. Maar je hoeft niet eens een zwijmelverhaal te schrijven om personages te ‘moeten’ koppelen. Worden ze achtervolgd door een T-rex? Dan kunnen ze elkaar tussendoor nog wel even diep in de ogen kijken. Einde van de wereld? Ach, gun ze dan nog een laatste pleziertje. Oorlog op komst? De soldaat heeft nog wel een liefje nodig om naar te schrijven voor hij zijn leven op het spel zet en de lezer de granaten in het rond ziet vliegen.
Als een liefdesrelatie je enige manier is om de sfeer te verlichten, de inzet te verhogen of empathie te kweken bij de lezer dan gaat het mis. Die doorziet al snel dat je het dáár om doet en ziet jou als schrijver dan vooral optreden als een geforceerde Cupido.

Romance in een verhaal: een checklist

Om te voorkomen dat je koppelt omwille van het koppelen, denk je eerst goed na over waarom je uitgesproken (over) een romance wil schrijven. Onderstaande tabel heeft je handvaten om te bedenken of een romance geschikt is voor een verhaal en hoe die betrekking heeft op de betreffende trope.

Voorbeeld van een plotDit is het uitgangspunt van de romancePast de romance dan in je boek zonder cliché te worden?Waarom?
Verliefde tienersHormonennee(!)Hormonen gaan over lust, niet over liefde. Je moet liefde aanwakkeren voor je boek.
Verliefde tieners die eenzelfde probleem meemakenSteun vinden bij elkaarjaSteun vinden is een fijn uitgangspunt voor een groeiproces, dus ook voor een heldenreis
Het achtergebleven liefje van SoldaatHoop houden in tijden van oorlog. Voor iemand willen vechten. neeJe kan het cliché vermijden en Liefje vervangen door een broertje, oma, een dorp, principes (Niet alleen liefjes hebben brievenbussen…)
Het achtergebleven liefje van SoldaatHet liefje moedigt Soldaat aan, zorgt ervoor dat die zijn eigen normen en waarden niet vergeet . (Lees: liefje schrijft meer dan de tekst: ‘Ik mis je zo!”) Ja (Dorothy uit Hacksaw Ridge is een mooi voorbeeld hiervan)De lezer leert via Liefje de soldaat beter kennen op een natuurlijke manier.

Twee is een plus een

Een plus een is twee: twee individuen maken een koppel. Dat is het uitgangspunt van de meeste koppelpogingen in fictie. Een koppel dat vervolgens samen verliefd kan zijn, groeien, elkaar kan aanvullen en zo het plot kunnen vullen. Maar draai het eens om: Twee is een plus een. Oftewel: je hebt twee individuen die op zichzelf al een verhaal in zich hebben, voordat ze een koppel zijn. Neem als uitgangspunt dat de personages elk hun eigen heldenreis hebben, en laat op geen enkele manier uit het plot blijken dat het doel lijkt om de personages te koppelen. In plaats daarvan zaai je details als zaadjes om later te kunnen zeggen: als het toch zo uitkomt, dan kan de lezer daar alsnog een romance of flirt in zien. Zo gebruik je ‘daar’ bijna zoals een puzzelstukje van een plottwist. Daarmee kan je dan alsnog koppelen.

Casus: Mulan en Shang

In de 1998 film Mulan gaat Mulan het leger in, vermomd als man. Wordt ze ontmaskerd als vrouw, dan wacht haar de doodstraf. Shang is de kapitein van haar troepen. Uiteindelijk worden ze een koppel, maar pas in de wrap-up, als Mulan China al heeft gered. Het plot helpt: er is geen tijd voor romance, want er dreigt een invasie van de vijand. Mulan is veel te druk bezig om niet als vrouw ontmaskerd te worden en te leren hoe ze zich als man moet gedragen en Shang moet zijn troepen trainen. Anders gezegd: er wordt simpelweg geen tijd of gelegenheid gegeven om de personages te laten voelen of nadenken over een mogelijke romance met de ander. Dat wil niet zeggen dat dat onder de oppervlakte niet sluimert: velen zien Shang als biseksueel die Mulan (al) ziet zitten als ze vermomd is en Mulan kijkt toch wel met enige verwondering naar Shang als ze zijn gespierde, blote bovenlijf ziet.
Maar daar gaat de film niet al te veel op in, want die weet dat dat een complete ommezwaai van het plot zou betekenen als de focus naar de romance zou verschuiven. Gaan we ter plekke beslissen of deze (eventuele) liefde verboden is als we ieder moment vermoord kunnen worden? Eh, dat is niet echt handig…
In plaats daarvan geeft de film zowel Mulan als Shang alle ruimte om als individu/ personage te groeien. Om dan vervolgens, als alles veilig is en de personages gegroeid zijn te concluderen dat ze goed bij elkaar passen. Dan is het heimelijke momentje van Mulan (Wauw, dat is wat ik noem een wásbordje!) en de gevoelens van Shang voor zowel Mulan als Ping (haar schuilnaam) een resultaat van zaaien en oogsten

Wat ‘Mulan’ heel goed begrijpt is dit:

In een niet-romantisch verhaal zou geen enkele plotlijn, klein of groot, moeten veranderen door de aan- of afwezigheid van een romance

Wil je een koppel niet forceren, dan moet je beseffen dat een geloofwaardige liefdesrelatie ruimte nodig heeft om uitgewerkt te worden, vanuit de wil of de groei van de personages en/of het plot. Dat maakt een romance dus onderdeel van het (sub)plot, geen simpel gegeven dat de lezer maar ‘gewoon moet geloven’. Behandel een liefdesrelatie in je boek serieus. Geef het een aanloop, een reden en laat het ook bij je personages passen. Bedenk: als het echte mensen waren, dan zou je ze zowat uithuwelijken als het ‘moet’. Je ziet toch liever een liefdevol huwelijk tussen mensen/ personages die je respecteert dan een doodongelukkig koppel dat kan wachten om het uit te maken zodra de laatste bladzijde van het boek door de lezer is dichtgeslagen?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo by Alex Harmuth on Unsplash

Een dialoog schrijven: start de ruzie

Een van de duidelijkste momenten dat je het verschil ziet tussen echte personen en personages is tijdens een gesprek. Houd je een dialoog waarheidsgetrouw, dan komt alles in je boek tot stilstand. Een dialoog moet juist een element zijn waar er heel veel informatie duidelijk wordt, zodat alles weer vooruit kan, of er dingen ontdekt kunnen worden. En dat bereik je met ruzie.

Het nut van een dialoog vanuit schrijversperspectief

Een lezer kijkt mee in een fictieve wereld door de ogen van personages. Dus als die gedachten verwoorden, is dat een uitstekende manier om meer te weten te komen over hun beleving van de wereld, of om de voortgang van het plot of een verhaalthema verder te kunnen uitdiepen. Ook kun je met een dialoog in het hoofd van je personage duiken en daarmee verborgen motieven blootleggen. Daarmee kan het centraal conflict ook duidelijker worden.

Het nut van een gesprek vanuit personageperspectief

Je personage is een sociaal wezen, net als echte mensen. Daarom zal het met anderen willen praten. Maar bij een dialoog is een grijs gebied te vinden tussen personen en personages. Dat grijze gebied kan je goed onthouden met het zinnetje:

Ik heb iets te vertellen

In het geval van mensen moet je dat letterlijk zien: “ik wil je vertellen over mijn werkdag, hoe vreselijk ik het weer vind, waarom ik dit een geweldig boek vind…”
Bij een personage is dat eerder figuurlijk, zo niet schrijftechnisch: ik heb iets te vertellen over het plot, het verhaalthema, onderlinge relaties tussen personages, enzovoorts.

Daarom kan een mens eindeloos doorkeuvelen over het weer en is dat nooit – of pas na heel lang- vervelend, maar irriteert het bij personages vrijwel onmiddellijk als het om iets eenvoudigs gaat. Het sluit niet aan bij het achterliggende doel van de schrijver om in een dialoog altijd iets meer uit te diepen dan er daadwerkelijk wordt gezegd.

Achterliggende doel van een dialoog: ruziemaken

Een conflict is in een verhaal niet hetzelfde als ruziemaken. Een conflict is waar je held van groeit, een ruzie is die eindeloze: ‘ja maar (jij)…’ in een verbaal gevecht.
Maar op eenzelfde manier is een dialoog ook altijd een ruzie, zonder dat er meteen vazen sneuvelen of stemmen verheven worden.

In een dialoog betekent ruzie dat er altijd sprake is van aanvallen (‘ja, en [wat ik zeg klopt ook] ..’) of verdedigen ‘nee, want…[hier heb jij niet aan gedacht]’. Net als bij het verschil tussen ruzie en conflict in de narratieve zin is aanvallen en verdedigen en de bijbehorende ‘ja maar’ en ‘nee want’ niet letterlijk. Zie het meer als een ‘aanvulling’ op hetgeen wat de ander net heeft gezegd. En ja, soms is dat inderdaad ruziën of discussiëren, maar het kan net zo goed een lieflijk gesprek tussen een moeder en kind zijn:
“Wat was het leuk in de dierentuin vandaag!”
“De leeuw had zulke grote tanden, hè, mama?” (Ja, het was leuk en [de leeuw was het indrukwekkendst])
“Daar kon hij een zebra mee opeten!”
“De leeuw zat zo mooi op de rots te brullen” (Nee de leeuw eet geen zebra op, want [de leeuw was te druk met brullen op de rots])” Wat ook kan: (“Ja en [ik kon bij het brullen zijn grote tanden zien waarmee hij die zebra op kon eten]).

Afhankelijk van hoe moeder dit interpreteert, kan dit gesprek verdergaan:

Hoort ze vooral de nee, dan zegt ze misschien: “Hoe hard denk je dat een leeuw kan brullen?” Hoort ze de ja, dan vraagt ze: “Zou je dat zielig vinden, als de leeuw de zebra op zou eten?” om het gesprek verder op gang te houden.

Een echte discussie in een dialoog

Natuurlijk wordt er ook wel eens echt gediscussieerd in een dialoog. Dan is het zaak dat je binnen de regel van ‘ja en’ ‘nee, want’ uiteenzet waarom personages vinden wat ze vinden. In een echte discussie is er niets zo vervelend als het argument: omdat ik dat vind. In een boek is die irritatie nog drie keer groter, omdat het verder geen inzicht geeft in wat personages denken, waarom ze dat denken en het het verdere plot ook niet vooruit helpt. Dialogen zijn bij uitstek momenten waarop je kan zaaien en oogsten. Denk aan de echtelijke ruzie over de afwas. Dat gaat echt niet meer over de vuile vaat als het argument valt: ik doe het hele huishouden altijd, en jij doet nooit wat (nee, ik ben geen nutteloze partner [want ik ben hier degene die altijd alles regelt]) (Ja, jij bent wel de schuldige [en jij bent degene die alles fout doet])

Altijd meer zeggen dan er gezegd wordt

Op die manier moet er in een dialoog altijd meer bedoeld worden dan er eigenlijk gezegd wordt. Zodat je later in het plot kan zeggen: en daarom ging Karin vreemd met Gerard, omdat híj wel eens iets regelde in het huishouden. Een belangrijk plotpunt, waar het hele verhaal naartoe liep door middel van een goede expositie in een dialoog verstopt. Terug naar het idee dat:
“Lekker weertje!’
” Ja, lekker weertje, hè?
in een boek zelden tot nooit werkt in een dialoog. De oorzaak daarvan is dat er niet meer wordt bedoeld dan de ‘mededeling’ dat het lekker weer is. Het geeft geen verdere inkijk in het hoofd van het personage, het is geen zaaien en oogsten in een plot. dat tot uiting kan komen.. Dat wil niet zeggen dat je daar niets mee kán.
Soms is het zo simpel als veranderen naar: “alweer die stomme regen, nu kan ik alweer niet gaan fietsen…” [nee, ik ben hier niet blij mee, want nu zie ik mijn fietsmaatjes alweer niet…]

Als je er dan nog voor zorgt dat je wat kleine, persoonlijke maniertjes van personages en algehele sfeeromschrijving aan toevoegt is je dialoog al snel vlot en levendig. Voeg daarbij nog de regel van actie en reactie toe en je dialoog spat van de pagina’s af.

Foto door Daniel Lonn on Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching. Meer weten over het schrijven van een dialoog? Je kan ook mijn cursus volgen.

Een anekdote interessant schrijven: de duimpjesjager

Soms heb je geen compleet verhaal, maar slechts een leuke anekdote om te schrijven. Hoe doe je dat zonder je verhaal compleet op te blazen?

Internetforum Readers

Welkom op Readers, het fictieve internetforum van verhaalentaal.blog! Op dit forum delen mensen hun persoonlijke verhalen naar aanleiding van een vraag, zoals: Obers: wat is het gekste gesprek dat je hoorde terwijl je mensen bediende?
Mensen kunnen op elkaars posts reageren, en elkaar duimpjes omhoog en omlaag geven. Bij honderd duimpjes omhoog krijgt de schrijver een sterretje en een speciale melding: hoera, je post is populair!
Niet iedereen houdt zich aan de waarheid, maar soms krijg je alsnog gekke verhalen, want soms klopt het cliché: dit moet waargebeurd zijn, want dit krijg je niet verzonnen. De opdracht voor jou, nieuw forumlid: zorg dat je veel duimpjes of de felbegeerde ster krijgt, zonder het verhaal aan te dikken.

Start met de setting van het verhaal

Er is een reden dat ‘Er was eens, in een land hier ver vandaan…’ al eeuwenlang werkt als verhaalintroductie. Je weet over wie het gaat en waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Als je dat overslaat, kan je de verbeeldingskracht van de lezer niet aan de slag gaan en blijft je verhaal een opsomming van feiten.
Beginnen met: ik werkte in een all-you-can-eat sushirestaurant en er kwamen twee graatmagere klanten binnen is al voldoende. De verbeelding kan nu invullen dat er sushi op de borden van de klanten ligt, en geen nachos. Ook geef je al aan dat het over magere klanten gaat die kunnen eten zoveel ze willen. Gaan ze zich dan inderdaad volproppen? Of zijn deze mensen die zo te zien weinig eten al verzadigd na zes stukjes sushi en blijven ze de rest van de avond kletsen? Het kan allebei. Hoeveel iemand eet op zichzelf is niet echt interessant, maar iets is beter dan niets en het helpt de verbeelding of fantasie mee aan het werk te zetten.

Wat valt op?

Je brein pikt eindeloos veel informatie op een dag op. Slechts een deel daarvan bereikt je bewustzijn. Zo merk je bijvoorbeeld niet hoe je brein opdracht geeft aan je bloedbaan om te blijven stromen. En sluit je ook je oren vanzelf af voor vertrouwd, eenzijdig omgevingsgeluid. Dan blijven er nog de indrukken achter die je wel opmerkt, maar die je negeert. Als je door de winkelstraat loopt, ga je niet ieder gezicht onthouden of uitgebreid bestuderen.
Als er dus iets echt opvalt, is dat een aanleiding dat daar je anekdote over kan gaan. Schrijf dus ook waarom het zo opvalt. Twee magere klanten in een restaurant? Nou en? Op dit punt is de vraag: ‘veel of weinig eetlust’ niet genoeg: je moet toewerken van feit naar verhaal. Maar je hebt wel genoemd dat deze klanten mager zijn, dus dan verwacht de lezer dat dáár iets geks mee gebeurd. Werk dus net iets meer uit waarom het postuur van deze mensen zo opvalt, als je als ober talloze mensen met een soortgelijk postuur op een dag ziet. Deze klanten waren graatmager en grauw in het gezicht, alsof ze al tijden niet goed gegeten hadden en elk moment konden flauwvallen van de honger.

Het personage als getuige

Het personage dat de anekdote ziet gebeuren, heeft op dit moment verwachtingen of een zekere hoop. Dat is het moment in een anekdote waar je in het hoofd van het personage duikt en echt mee gaat leven. Dit vormt het kloppend hart van ieder verhaal: het moment waar je empathie op kan roepen. Dat is de eerste aanzet voor de rest van je anekdote. Als je empathie opgeroepen hebt, heb je de lezer te pakken.
Vooral de langste van de twee leek echt ondervoed. Ik had echt de neiging om meteen wat gefrituurde kip op tafel neer te zetten, zodat ze wat konden aansterken.
Je hebt nu personages die iets noemenswaardigs gaan beleven – anders waren ze niet opgemerkt of genoemd- en een personage en daarmee een lezer die op een zekere afloop hopen. Dan is het tijd voor de ‘ en toen en toen’ test.

Van het ene denkwaardige moment naar het andere

Met de ‘en toen en toen’- test kan je de rest van een anekdote vullen, zonder dat die gaat vervelen. Het spreek meestal wel voor zich wat voor gebeurtenissen zich lenen voor de invulling van de anedokte. Het is sowieso datgene wat de gebeurtenis opmerkelijk maakte, en dat staat zelden op zichzelf. Momenten vallen niet uit de lucht: er is altijd een actie-reactie. Als iemand een huwelijksaanzoek in het openbaar doet, dan gaat diegene zelden meteen op de knieën: er zal misschien nog een bepaalde aankleding komen, of een zichtbare reactie. Denk aan restaurantpersoneel dat een taartje met een bruidspaarfoto erop naar de tafel brengt, de aanzoeker die nog even zenuwachtig met de voeten schuifelt voor hij op de knieën gaat… Zo kan je het hele verhaal van de anekdote uitwerken. Wissel gebeurtenissen af met de gedachten van je personage en houdt het geleerde in het achterhoofd, dan krijg je iets als:

Dat hoefde niet; voordat ik naar de tafel kon lopen, werd er al door de zaak geschreeuwd: “geef maar gewoon veel, verras ons!” Ik wist niet of ik zomaar wat op tafel mocht zetten, dus ik ging naar ze toe. Een potje iene-miene-mutte later koos het paar blind meteen tien gerechten per persoon uit. Ik vond het apart dat ze inderdaad zoveel wilden eten als ik dacht dat ze moesten doen. Maar ze aten alles op en bestelden nog eens vijf kleine porties.

Sluit af met een conclusie

Een anekdote werkt goed als je afsluit met een conclusie die verklaart waarom je het de moeite vond om deze anekdote te vertellen. Ik heb nog nooit iemand met zo veel gemak zo veel zien eten. Het personeel noemde hen die dag dan ook de sushismakkers.

Dit zou je de basis moeten geven voor het behalen van de felbegeerde Readersster ;). Wil je oefenen met het schrijven van een anekdote, gebruik dan gerust de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door John Schnobrich verkregen via Unsplash.




Empathie verdienen van de lezer: de praktijk

Om een boek mooi te schrijven heb je een goed verhaal nodig. Dat krijg je niet voor elkaar als je geen empathie bij de lezer kan opwekken. Vorige week las je al een inleiding, in deze blogpost kijken we wat je kan toepassen om de empathie van de lezer echt te vangen.

Welke elementen zijn er nodig voor empathie voor een verhaal?

Empathie bij een lezer wekken is lastig en vergt maatwerk. Het is heel anders om empathie te voelen voor een soldaat in een oorlog dan het is om helemaal mee op te kunnen gaan in de blijdschap van een kind. Maar een aantal zaken gelden altijd:

  • De held is altijd moedig: die kan vallen en weer opstaan.
  • Een valse held roept geen empathie, maar antipathie op. .
  • De held is om wat voor reden dan ook de Harry Potter onder de Harry’s.
  • De held laat menselijkheid zien.
  • De verbeeldingskracht van de lezer moet de ruimte krijgen.
  • Het plot mag nooit helemaal stilstaan.

Sommige punten spreken voor zich, andere hebben wat meer uitleg nodig.

De menselijkheid van de held

Om niet zomaar als een personage, maar als echt mens over te komen, moet je personage tekortkomingen en menselijke trekjes en voorkeuren hebben. Dat houdt niet op bij Mary Sue-af zijn of het hebben van iets als een lievelingskostje. Zie het in dit geval eerder als: je personage reageert ook als een mens. Met de actie-reactieregel van een plot, kan je in de val trappen dat je personage altijd meteen met het plot meegaat. Tenzij je personage dom is, want dan is langzamer reageren daar een show don’t tell van. Merk op dat de beredenering van deze laatste zin heel kort door de bocht kan zijn. Het kan inderdaad een show don’t tell betreffen, maar ook een manier om van een personage cartoonesk te maken. Je personages krijgen menselijkheid als ze ook eens aarzelen, iets niet snappen, vastlopen of anderszins afwachtend zijn ten behoeve van een sfeeromschrijving in plaats van een show don’t tell van hun karakter of de voortgang van het plot.

Bedenk ook dat het doel om je personage ‘menselijk’ te maken te ver kan doorslaan in het principe dat het levensecht moet zijn volgens het principe van own voice, of als een representant van een groep – minderheden, mensen uit een ander tijdperk of een bepaalde klasse…. Als het gaat om empathie opwekken moet je niet uitgaan van een personage dat echt lijkt, maar eerder erop mikken dat het echt voelt. Anders gezegd: zoek de gemene deler die we als mensen allemaal hebben en stel kernemotiesliever centraal dan de vraag of je personage realistisch overkomt.

Verbeeldingskracht moet de ruimte krijgen

Als de verbeeldingskracht van de lezer wordt aangesproken, wordt die helemaal in het verhaal meegezogen. Dan leest die gevoelsmatig niet meer, maar ziet die voor het geestesoog een film afspelen en ben jij als schrijver onzichtbaar. Als je empathie wil opwekken, moet je voorkomen dat je door infodump, slechte expositie of geforceerde dialogen alsnog je schrijversgezicht laat zien. Vertrouw erop dat de verbeeldingskracht van je lezer de belangrijkste ‘gaten’ kan vullen.

Vaart in het plot

Je plot heeft gedurende het boek verschillende snelheden. Tijdens een actiescène is die hoog, vlak daarna ligt het tempo lager, om de lezer wat ademruimte te geven. Het is dus niet erg als je plot even wat trager is, maar je lezer moet wel altijd weten wat er op het spel staat. Ook al is het maar in het volgende hoofdstuk. Het is moeilijk duimen voor een verhaal waarin het lijkt alsof de ridder de draak al verslagen heeft en er ook geen tweede draak gaat komen.

Wanneer is er empathie voor je verhaal?

Je kan pas echt empathie bereiken bij de lezer als die helemaal in het verhaal gezogen is of wordt. Daarvoor moet de lezer een glashelder beeld hebben van het personage, centraal conflict, het plot, de wereld waarin het verhaal zich afspeelt, een uitzonderlijke situatie waarin actie-reactie onvermijdelijk is.. Kortom: er is geen enkel element wat op zichzelf gegarandeerd empathie opwekt bij de lezer. Het ligt heel erg aan het verhaal dat je schrijft. De ene keer kan je met een perfecte openingszin al empathie opwekken, waar je dat andere keren gedurende het verhaal, na enkele pagina’s of met een flitsende scène bij de lezer opwekt, om dat niet meer te verliezen. Maar als je een credo wil hebben om in te schatten of je op de goede weg zit, dan is dat dit:

Als je empathie bij de lezer wil opwekken, moet je zorgen dat je pakkend schrijft.

Met ‘pakkend schrijven’ bedoel ik hier niet wat men vaak bedoelt in cursussen zakelijk schrijven: kort en krachtig en met een duidelijke indeling van alinea’s. Met ‘pakken’ bedoel ik hier: zorg dat de lezer iets heeft -een mooie wereld, een interessant personage, een wijze levensles, een vlot plot…- dat maakt dat je lezer het boek (weer) wil pakken en verder willen lezen, of dat willen blijven doen. Zorg voor een en-toen?! -element in je plot, maak je personage interessant genoeg om het verlangen naar een nog verdere kennismaking aan te wakkeren of maak je verhaal(element) zodanig uniek dat de uitwerking an sich al voldoende is om nieuwsgierig naar te blijven. Verwar dit niet meteen met een pageturner, dan maak je het misschien groter dan het hoeft te zijn. Het gaat er bij empathie opwekken bij de lezer niet om dat alles en iedereen in je boek continu vlot en super interessant is. Het is meer zo dat er altijd überhaupt íets interessants moet zijn.
Denk aan het principe van onbekend maakt onbemind. Het omgekeerde daarvan is ook waar. Als er iets bekends is, raak je daar als vanzelf al meer bij betrokken. Tenzij je (heel) slecht schrijft, volgt de empathie van de lezer dan vaak ook.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Christin Hume verkregen via Unsplash.

Empathie verdienen van de lezer — inleiding

Je lezer gaat pas echt meeleven met het verhaal als je empathie voor een personage voelt. Dat gebeurt op het moment dat alles levensecht wordt. Dat is geen einddoel: het moet eerder in het verhaal gebeuren. Grote, spannende plotpunten hebben pas effect als er empathie is verdiend. Hoe krijg je dat voor elkaar en hoe zorg je ervoor dat je niet te snel op empathie rekent?

Het gaat om déze held — Harry Potter onder de Harry’s

De theorie voor empathie opwekken bij je lezer is simpel: maak het personage/het verhaal zodanig uniek dat het levensecht wordt. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je ervoor zorgen dat je personage/verhaal zich onderscheid van alle anderen. Harry is een goed voorbeeld. Het is een veelvoorkomende, op zichzelf vrij nietszeggende naam. Maar zeg Harry Potter en je hebt miljoenen fans: het gaat om Harry Pótter, niet over Harry Haringhandelaar wiens verhaal je na twee dagen alweer vergeten was omdat het niet bijzonder genoeg was om te onthouden.

Stel je voor dat een alien de aarde bezoekt en bij thuiskomst vertelt over de aardbewoners. “Zeven op de tien mannen leken Harry te heten, dus ik kon ze nauwelijks nog uit elkaar houden. Maar Harry Pótter zal ik niet snel vergeten. Die kon zoveel vertellen. Over magie, zijn doodsvijand, interessante vrienden, de waarde van moed en liefde… Over hem raak ik niet uitgepraat.”

Zorg ervoor dat jouw personage de Harry Potter onder de Harry’s wordt. Je hoeft geen multimiljardair te worden met je nieuwe boek, maar je hebt wel die grote globale ingrediënten nodig die in ieder goed verhaal te vinden zijn: een rijk plot, prettige personages, mooie thema’s, enzovoorts. Als je personage niet aan die basisvoorwaarde voldoet en de alien het überhaupt niet de moeite zou vinden om thuis op de andere planeet over jouw personage te vertellen, of het alweer vergeten zou zijn na een ruimtereis, dan wordt het oproepen van empathie voor je verhaal of personage erg moeilijk, zo niet onmogelijk.

Onmisbaar opschrijfboekje

Het is onmogelijk om Harry Haringhandelaar te transformeren naar Harry Potter zonder een goed uitgewerkte personagebiografie. Of een ‘worldbuildingbiografie’ of al het andere aan verzamelde aantekeningen dat voor jou als schrijver duidelijk maakt waarom jouw wereld, plot, personage of… het verhaal uniek en interessant maken. Pak dus je opschrijfboekje erbij en schrijf tot je vijf pennen compleet hebt leeggeschreven. De ‘extra’ informatie die jij als schrijver hebt, maar niet met je lezer deelt is onmisbaar: het geeft je de mogelijkheid om via een soort show don’t tell je verhaal vorm te geven die daadwerkelijk tot de verbeelding – of in dit geval empathie- spreekt.

Je kan namelijk niet zomaar zeggen dat je personage moedig is. Of letterlijk schrijven: in deze wereld was alles vreugde en liefde. Niet alleen omdat dat te recht voor zijn raap is, vooral omdat het niet geloofwaardig is. Je kan show don’t tell in dit geval zien als een kwestie van: je moet het meerdere keren laten zien voor de lezer je gelooft. Die wil zeker weten dat iets echt zo is, in plaats van dat het toevallig een keer gebeurt.

Neem de koene ridder. Een draak verslaan is niet niks, maar zou hij het nog een keer doen? Misschien deed hij het wel omdat hij het in zijn broek deed bij de gedachte uit zijn dorp verbannen te worden. Dan krijgt die moed een beetje een laffe bijsmaak die niet past bij een dappere held. Dus zet je de ridder aan het werk. Eerst verslaat hij een zwarte draak. Dan een rode. Vervolgens een gele. En een groene. Dat is zoveel van hetzelfde dat het eerder lijkt dat de schrijver de lezer ergens van wil overtuigen, in plaats van iets wil bewijzen. Maar dat werkt alleen maar averechts.

Dat is waar je van Harry Haringhandelaar naar Harry Potter kan gaan. Vraag jezelf af: wat doet (of is, of kan, of weet…) de ene Harry wel en de andere Harry niet? Dat onderscheid is waar het begin van een uniek personage ontstaat. Beide Harry’s zijn bijvoorbeeld dapper, maar Harry Haringhandelaar denkt na voor hij zich in de actie stort, waar Harry Potter erg impulsief is. Impulsiviteit is niet vaak een karaktertrek van een personage waar een centraal conflict van valt of staat. Voor het grote geheel is het dus misschien een detail, maar tegelijkertijd is het groot genoeg om op te vallen. Je gaat Harry Haringhandelaar niet onthouden omdat hij blond haar heeft en daarmee scheelt van Harry Potter met zijn zwarte haren. Maar je onthoudt wel hoe Harry Haringhandelaar eerst dagenlang piekert over hoe hij een probleem aan moet pakken, terwijl Harry Potter zo impulsief handelt dat hij zich in levensgevaar brengt, terwijl dat absoluut niet nodig was. Voor mensen die Harry Potter in meer detail kennen: naar het departement van mystificatie gaan om Sirius te redden, terwijl hij hem in de tweewegspiegel kon roepen om te kijken waar hij was? Niet echt doordacht… Als Harry toen wat minder impulsief had gereageerd, had zijn peetvader nog geleefd.

Je kan ook duidelijk maken dat Harry Haringhandelaar gehecht is aan zijn rode zakdoek en altijd controleert of hij die zich bij zich heeft als hij het huis verlaat. Soms zijn het niet eens (opvallend) grote dingen die de omstandigheden maken tot iets wat aan kan spreken. Details of de net iets grotere dingen die meer opvallen, maar waar je normaliter niet zomaar bij stilstaat moet je gaan gebruiken om empathie op te wekken. En die verzin je niet zomaar. Of juist wel, maar dan onthoud je er niet genoeg of je onthoud je niet lang genoeg om van al die feitjes een plot of personage te kunnen maken dat uiteindelijk leidt tot empathie.

Je kan deze factoren niet pas verzinnen als je aan het schrijven bent. Zie het ‘gereedschappen smeden voor empathie’ als een afzonderlijke, voor te bereiden klus, net zoals het (globaal) uitschrijven van je plot of het maken van de personagebiografieën. Volgende week meer over dat smeden en de samenhang met andere zaken van je boek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aarón Blanco Tejedor via Unsplash.

Verklaren, niet goedpraten: de schrijftechniek ‘blindstaren’

Van echt verdorven slechteriken moet je de acties niet goedpraten met een tragisch achtergrondverhaal, maar moet je die verklaren. Het vergt maatwerk om dat goed te doen, maar het uitgangspunt van blindstaren helpt je een eind op weg.

Tragisch achtergrondverhaal

Je moet van een antagonist of een echt verdorven personage kunnen verklaren waarom die zo ontzettend slecht is, anders komt het verhaal cartoonesk of ongeloofwaardig over. Maar dat verklaren moet geen goedpraten worden, want dan krijg je het tragische achtergrondverhaal: omdat iemand vroeger is mishandeld, mag dat ook bij diens kind gebeuren. Natuurlijk niet! Maar als dat wel oorzaak en gevolg is, dan kan je dat ook niet helemaal wegstoppen. Anders ontdekt de lezer nooit een belangrijk feit van deze mishandelende ouder. Om dat alsnog goed te laten verlopen, kan je onthouden dat deze ouder zich moet blindstaren.

Casus: Die Wannsee Konferenz

Die Wannsee Konferenz is een film gebaseerd op de vergadering in de Tweede Wereldoorlog waarin werd besloten dat voor de genocide van de joden gas moest worden ingezet. Het is dan 1942, dus de propaganda van de SS heeft al duidelijk effect gehad. Van de officieren die hier een vinger in de pap hebben, hoef je geen spatje humaniteit te verwachten. Tenminste, dat verwacht je. Het misselijkmakende is dat alles wat in die vergadering besproken wordt – hoe en hoe snel joden gedeporteerd moeten worden, hoe ze vermoord moeten worden, welke rechten ze hoe lang nog mogen houden- vanuit het oogpunt van de SS oprechte humaniteit betreft. Uiteraard gold dat alleen voor Arische mensen, maar daar zit de perverse crux.
De Duitse soldaten raakten getraumatiseerd of aan de drank vanwege het zien van de de torenhoge stapels lijken, het doodschieten van kinderen en het gegil en de doodsangst van degenen die ze doden moesten. Daarom was vergassen een uitkomst, omdat zo ieder menselijk contact werd weggenomen en dus ook de oorzaak van de trauma’s. Dus was de SS er niet op uit om met vergassen gemeen te zijn, maar juist efficiënt en humaan.

Ik word misselijk van het typen van die laatste regels. Niet prettig, maar dat is wel een teken van verklaren versus goedpraten. Bij verklaren word je als schrijver niet goed van je eigen tekst, maar zie je de feiten onder ogen, ook al wilde je dat het anders was. Merk je dat je iets schrijft in een stijl die empathie of medelijden opwekt of dat moet doen, dan gaat je tekst al richting goedpraten. Dat doen de mannen zelf uiteindelijk wel, als het besluit is genomen: “Als dit de bloedbaden van het schieten wegneemt en onze mannen worden gespaard dan is dat een grote opluchting. Te weten dat we alles gedaan hebben dat menselijkerwijs nodig is.”

(Dit is een goede, maar géén prettige film…)

In een andere scène wordt er besproken welke joden voor de eerste deporaties in aanmerking komen. Zijn dat naast volbloed joden ook halfjoden, kwartjoden…? Dan komt een casus ter sprake:

“Een halfjood heeft een duitse vrouw en kinderen en wordt niet geëvacueerd, maar zijn broer zonder vrouw en kinderen volgens dit voorstel wel. Hoe legt u dat aan de familie uit? Aan de árische familie, de árische schoonzus, begrijpt u mij, collega? We kunnen niet kwartjoden als duitsers behandelen, maar tegelijk hun half joodse familie evacueren.”
“Begrijp ik u nu goed? Heeft u medelijden met joden?”
“Zeer zeker niet! Maar dit zou voor onrust zorgen en de Führer heeft overduidelijk gezegd dat dat koste wat kost vermeden moet worden.”

Waar je even een sprankje hoop kón hebben dat er nog iets humaans te bespeuren was bij een van deze mannen, blijkt het gewoon om ‘Befehl ist Befehl’ te gaan. Niets verzachtends, maar de keiharde waarheid. Daarover later meer.

Blindstaren als schrijftechniek: blind & staren

Ter verduidelijking van de verdere uitleg wat ontleding:
Blind zijn: je ziet iets gewoonweg niet meer, ook al speelt het zich voor je neus af, of is er bewijs te over voor een tegenargument.
Staren: naar iets kijken en alleen dáár naar kijken: een hyperfocus op een ding, waardoor al het andere geen aandacht meer krijgt.
Blindstaren: iets niets meer beseffen, omdat je een specifiek iets niet meer opmerkt of wegwuift én het andere alle mogelijke aandacht krijgt, terwijl die juist (óók) ergens anders naartoe hoort te gaan.

In het voorbeeld van Die Wannsee Konferenz is men dus blind voor (de gruwel van) genocide, omdat er gestaard wordt naar het probleem van getraumatiseerde Duitse soldaten. Het resultaat: blindstaren op het feit dat genocide hoe dan ook inhumaan en afschuwelijk is.
Het sommetje van blind + staren = blindstaren is een handig middel om na te gaan hoe iets heeft kunnen gebeuren. Het helpt ook om af te bakenen waar de oorzaken echt liggen en wanneer je richting goedpraten gaat. .
Zo zegt een van de officieren: “Het moet ook efficiënter omdat elf miljoen kogels veel te kostbaar zijn in oorlogstijd.” Vanuit de gestoorde waarheid van de SS gezien klopt dat wel, maar dat is alweer goedpraten. Als je het op het kogeltekort gaat gooien, heb je het over de militaire strategie. Dat laatste is een voorbeeld van blindheid die tot blindstaren leidt. Want het probleem is natuurlijk niet dat er te veel joden zíjn, het probleem is dat de SS ze dood wil hebben.

Als je wil verklaren, niet goedpraten, moet je het juist hebben over datgene wat zoveel pijn doet om üperhaupt te benoemen. Goedpraten is in wezen dus eigenlijk om de hete, pijnlijke brei heen draaien om de pijn die bij iets gruwelijks komt kijken, niet onder ogen te hoeven zien. Merk je dat je (te) graag wil dat :
– er verzachtende omstandigheden in het spel zijn
– de lezer wordt gespaard
– iets afschuwelijks een hoger of beter doel dient
– het verdorven gegeven een ‘aanloop’ is naar iets waardoor het uiteindelijk nog goedkomt

vul de som blind+ staren = blindstaren dan nog eens in met jouw verhaalelementen. Dan zie waarschijnlijk dat het kiezen of delen is als je een tragisch achtergrondverhaal wil voorkomen als er een zeer pijnlijke geschiedenis speelt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Karsten Winegeart via Unsplash.

Uiterlijke kenmerken in een tekst verweven

Uiterlijke kenmerken van een personage zijn belangrijk om in een verhaal te noemen. Maar als je daarvoor de tekst moet afremmen, komt dat erg geforceerd over. Je kan er beter voor zorgen dat het beschrijven van het uiterlijk als een onderdeel van de scène voelt. Hoe krijg je dat voor elkaar?

Welke uiterlijke kenmerken beschrijf je?

Als je uiterlijke kenmerken van je personage beschrijft, doe dat dan met zorg. Voor je het weet, heb je een infodump te pakken. Het is niet alleen veel informatie om alles te delen over het uiterlijk van je personage, je moet er ook voor zorgen dat je nog iets aan de verbeelding van de lezer kan overlaten. Dat is een eerste stap om te beslissen welke uiterlijke kenmerken je met je lezer deelt: wat moet die echt weten? Als je personage zwart haar en blauwe ogen heeft, kan je schrijven dat hij zwarte haren heeft als dat belangrijk is. Als de oogkleur dan bruin wordt in de verbeelding van de lezer, dat is dan maar zo.

Bedenk wel dat haar- en oogkleur zo’n beetje de meest standaard dingen zijn om over een uiterlijk te delen. Ook zeggen die vrij weinig over het totale plaatje van het uiterlijk. Kijk maar eens hoe verschillend deze vrouwen zijn, hoewel haar- en oogkleur hetzelfde zijn:

Foto door Good Faces verkregen via Unsplash

AI- gegenereerde afbeelding, verkregen via Pixabay.

Om deze vrouwen van elkaar te onderscheiden, zouden huidskleur, kapsel, de aan-/ afwezigheid van sproeten en hoogte van de jukbeenderen veel effectiever zijn. Onderschat daarbij ook schoonheidsidealen niet. Blond haar en blauwe ogen worden normaliter als aantrekkelijk beschouwd, maar als ogen waterig en fletsblauw van kleur zijn, in plaats van het helderblauw dat je voor je ziet… En als diegene dan ook nog eens vele littekens in het gezicht heeft, gemeen uit de ogen kijkt en ook nog eens krijst in plaats van praat, is er van dat beeld van het perfecte, lieve model weinig over…

In plaats daarvan kies je liever voor iets dat ook een verschil gaat maken in het plot. Of dat nu lengte, lichaamsbouw, ras, kledingstijl, neus-of gezichtsvorm of toch haarkleur is, scheelt per verhaal en per personage. Je personagebiografie kan je helpen hierin beslissingen te nemen.

Wat is er in de scène (aan de hand)?

Als je weet welke uiterlijke kenmerken van een personage je wil delen, kijk je naar de scène waarin je hen introduceert. Doe dat vrij letterlijk: kijk bijvoorbeeld of het buiten onweert. Een bliksemflits die oplicht kan duidelijk licht werpen op de forse neus van je personage. Of het felle licht van de zon kan het glanzende haar van je personage nog meer doen opvallen. Of is er misschien een lange trap? Dan kan je personage hijgend aan komen rennen, buiten adem omdat de korte beentjes een uitdaging hebben aan die trap.

Je kan ook kijken wie er in de scène nog meer aanwezig zijn en/ of wat die personages op dat moment doen of denken. De relatie die je personage met de ander(en) heeft, kan ook een aanleiding zijn om iets van het uiterlijk of een karaktertrek te delen.

Denk aan iets als: de gerimpelde handen met de ouderdomsvlekken van opa waren zo vertrouwd, dat ik ze stuk voor stuk kende. Het was alsof ik een kaart had waarvan ik de route uit mijn hoofd wist. Die grote vlek vlak voor de middelvinger en de kleine, in de ruimte tussen duim en wijsvinger. Het was als een veilige thuishaven, nu de rest van mijn leven op zijn kop stond, zo vlak na de vechtscheiding. Met mijn blik op die handen gericht, voelde ik mijn hartslag dalen.
Zo deel je niet alleen uiterlijkheden, maar geef je ook meteen mee dat opa:
– vanwege de ouderdomsvlekken hoogstwaarschijnlijk ouder is dan zestig
– een goede band heeft met het kleinkind: details van handen onthoud je niet als je elkaar uit de weg gaat of niet vaak ziet.

Wanneer deel je uiterlijke kenmerken?

Het is handig om een of twee uiterlijke kenmerken over een personage meteen te delen, zodat de lezer meteen een beeld daarvan kan vormen. Pas daarbij wel op dat je niet dezelfde afweging maakt als bij het beschrijven van een figurant. Waar die een typerend sweatshirt kan dragen ten behoeve van (tijdelijke) symboliek, is het voor een personage belangrijk dat die ‘blijvende kenmerken’ heeft, die dus niet van het moment afhankelijk zijn. Anders komt dat al gauw cliché over. Gebruik dat eerste moment van beschrijven voor een goede kennismaking met je personage.
Als je personage uiterlijke kenmerken heeft waar later een plottwist van komt (denk aan de groene ogen van Harry Potter en de relatie die Sneep met zijn moeder had) of waar een groot deel van het plot op verdergaat, geef het dan niet te veel nadruk: dat komt geforceerd over. Het is echter wel handig om te benoemen, anders komt het later weer uit de lucht vallen.

Wees je ook bewust van het feit dat je lezer eerst moet investeren in een personage, voordat er daadwerkelijk meegeleefd wordt met diens verhaal. Stel dat iemand met uitzonderlijk veel rimpels zegt dat iedere rimpel is verdiend, val dan niet met de deur in huis met iets als: tantes gezicht zat vol rimpels, maar wat wil je ook? Ze was het ouderlijk huis uit gevlucht in haar tienerjaren, had een kind verloren en jarenlang in armoede geleefd. Met andere woorden: waak voor slechte expositie.

Als uiterlijkheden op zichzelf een verhaal vertellen in plaats van een simpel zichtbaar feit, overhaast dan niets en geef dat uiterlijke kenmerk dan ook het verhaal dat het verdient. Behandel het dan niet als een detail dat je ‘toevallig’ moet delen om de verbeelding van de lezer een zetje te geven. Zie de benoeming van dat kenmerk dan als een startsein voor een subplot, in plaats van iets dat je snel moet melden. Noem het wel meteen, maar schrijf het als het even kan niet in dezelfde zin of dezelfde situatie als iets wat wel als ‘visueel detail’ kan worden gezien.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Nadruk en kennis van een verhaal

In je enthousiasme kan je als schrijver je tekst nogal eens interessanter lezen dan hij eigenlijk is. Een gevolg daarvan is dat je met nadruk gaat schrijven, zonder dat dat nodig is. Maar soms is nadruk wel degelijk van toegevoegde waarde.

Waarom zou je met nadruk schrijven?

Je schrijft met nadruk omdat de lezer echt. Moet. Beseffen. Dat dit belangrijk is! Je sluit de mogelijkheid uit dat de lezer over dit gedeelte heen leest, door extra hoofdletters, punten, komma’s of cursieve of vetgedrukte woorden toe te voegen Onbedoeld of niet, als je schrijft met extra nadruk, denk je dat je lezer niet genoeg geïnvesteerd heeft in je verhaal. Bedenk maar eens: zou je drie keer achtereen een scène schrijven waarin er iemand wordt gemarteld als je niet héél duidelijk wilde maken dat deze slechterik echt verdorven is? Of drie keer in een hoofdstuk een seksscène toevoegen als het al overduidelijk is dat de vonken er van afspatten? Waarschijnlijk zou je verder gaan met het plot.
Als je als schrijver nadruk gaat leggen op iets in de tekst is er een van deze drie dingen gaande:
* De innerlijke voorlezers van jezelf en de lezer komen niet overeen.
* Je hebt gelijk: je lezer weet nog te weinig van je verhaal of personage om op het puntje van de stoel te zitten.
* Dit is het spannendste moment in het boek, wat extra context nodig heeft om die spanning écht te kunnen bevatten.

Over de innerlijke voorlezer schreef ik vorige week al uitgebreid, nu ga ik op de twee andere punten in.

Over wie gaat dit eigenlijk?

Voordat een lezer echt in het verhaal gezogen kan worden, moet die weten over wie het verhaal gaat. “Jantje de groenteboer’ is dan niet genoeg. Je moet weten wie Jantje als volwaardig persoon/ personage is. Anders gezegd: tenzij je lezer een redelijk beeld heeft van de personagebiografie van de held, kan het je lezer niet tot nauwelijks iets schelen wat die overkomt. Het is moeilijk meeleven met iemands problemen als je weet dat er honderden, zo niet duizenden anderen met soortgelijke problemen rondlopen. Daar zou je hoofd overvol van raken.
Maar zodra je een beeld of een gevoel hebt bij iemand, speelt het andere uiterste vrij snel mee. Denk aan je moeder die vroeger op de camping zei dat je dat lieve katje op de camping géén naam mocht geven, omdat je het anders niet meer zou kunnen ‘achterlaten’ in Zuid-Frankrijk. We nemen geen afscheid van een katje, maar van Blanche! Hetzelfde idee gaat op voor een personage, alleen is het proces van ‘een naam geven’ uitgebreider.

Het gaat over Blanche!

Als je het dan voor elkaar hebt gekregen dat je lezer met het campingkatje Blanche meeleeft, moet je goed inschatten (en ook zeker niet onderschatten!) hoe gehecht de lezer aan een personage raakt.
Lieve Blanche is niet zomaar een leuk katje, maar eentje die het verschil maakte tussen een vervelende en een fantastische vakantie. Want de trip was compleet verregend, maar Blanche kwam iedere dag naar de tent getrippeld om kopjes te geven en op schoot te komen zitten. Zo ongelooflijk schattig!

Dan breekt Blanche een poot en schrijf je: Het arme beest had een poot gebroken. Het liep er zielig bij. Echt heel zielig. Langzaam, langzaam kwijnde Blanche weg. Zoals dat pootje…

Dan gaat de lezer je onderbreken:
* Denk je dat ik geen empathie heb of zo?
* Het gaat over Blanche, de kopjeskampioenkat! Túúrlijk is dit zielig! In de tijd dat je benadrukte, had je de dierenarts moeten bellen!

Als je goed schrijft over een personage, is de empathie van een lezer onderschatten een manier om die snel en onherroepelijk te verliezen. Empathie opwekken doe je in de loop van (de) scène(s), niet met nadruk met behulp van een aantal losse woorden of leestekens.

Nadruk op een groot moment

Hoewel je het zeker niet overdadig moet gebruiken, kan je nadruk gebruiken om te laten zien waarom er onder de oppervlakte nog meer speelde dan de lezer vermoedde. Dat doe je op een belangrijk moment. Zo gebruik je nadruk niet om de lezer iets door de strot te duwen, maar juist meer te ontdekken over iets waar niets meer te ontdekken leek.

De campingbaas vertelt dat Blanche ooit aan kwam lopen als verwaarloosd en gewond katje. Nu, een paar jaar later, laat ze zich graag knuffelen. Maar soms schrikt Blanche uit het niets als iemand op haar toe loopt. Wijd dan eens een scène waarin Blanche terugblikt op haar slechte ervaringen met mensen. Vertel dat ze bijzonder alert is op mensen die ze als boeren inschat. Ze woonde vroeger op een boerderij. Het is verstandig om die informatie prijs te geven in bijvoorbeeld hoofdstuk 3 (en nog een keertje terug te laten komen in hoofdstuk 6) op het moment dat het ‘grote moment’ in hoofdstuk 10 komt. Zo je informatie geven en spreiden geeft de lezer voldoende houvast, zonder dat je het risico loopt dat de nadruk erg geforceerd overkomt.

Blanche ontmoet een campinggast bij wie ze graag komt knuffelen. Maar dan draagt die ineens klompen. Stapje voor stapje komt de kat alsnog naar de campinggast toe:

Ik weet dat dit mens te vertrouwen is, maar toch sta ik te trillen op mijn poten. Dat typische geluid van dat vreselijke schoeisel blijft gewoon doodeng. Langzaam strekt de hand zich naar me uit en aait me voorzichtig en liefdevol over mijn rug. Het doet geen pijn. De gast droeg klompen. Klompen. En toch durfde ik mezelf te laten aaien.

De lezer wist nog niet dat het geluid van klompen Blanche op scherp zet. Wat blijkt nu? Niet het ‘bredere begrip’ boeren, maar ‘klompen’ associeerde Blanche met gevaar. Nu weet de lezer een belangrijk detail dat de basis vormt van de ellende die al duidelijk was, maar gruwelijker wordt omdat die daar nu een heel specifiek beeld bij heeft. Met een nadruk die als vanzelf ook een show don’t tell heeft dat er nu eindelijk een vervelend hoofdstuk in Blanches leven is afgesloten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Sandelin verkregen via Unsplash.