Doel en boodschap van je verhaal

Zodra je een verhaalthema voor je verhaal hebt bepaald, moet je gaan nadenken over het doel van je verhaal. Het zet de toon voor je boek en bepaalt in grote mate hoe de lezer het zal interpreteren.

Verhaalthema in je boek

Het verhaalthema is een belangrijke bouwsteen voor je verhaal. Het bepaalt in hoge mate het verhaalverloop, de wereld van je personages en soms zelfs het centrale conflict. Het thema draagt een duidelijke boodschap uit. Dan is het niet meer nodig om over het doel van je tekst na te denken, toch? Nou… Nee.

Doel van je tekst

Zoals je op school hebt geleerd, kan een tekst meerdere doelen hebben:
* vermaken;
* informeren;
* aanzetten tot handelen;
* overtuigen.

Het ligt voor de hand om te denken dat als je een verhaal schrijft, je wil vermaken. En dat zal bij een roman, in welk genre dan ook, ook het primaire doel blijven. Maar als je een verhaal schrijft, kun je er niet omheen dat je indirect vanwege je plot, thema, setting of personages ook de andere tekstdoelen ook meeneemt.

Informeren
Als je schrijft over slavernij, informeer je de lezer ook. Je moet schrijfonderzoek doen, als je wil dat je verhaal een beetje overeind blijft staan. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld te weten:
* hoe tot slaaf gemaakten werden behandeld;
* hoe een dag van een tot slaaf gemaakte eruit zag;
* hoe tot slaaf gemaakten werden verkocht en of ze zich al dan niet konden vrijkopen.

Als schrijver van een fictief verhaal is dit niet je doel, maar het zit toch in de tekst verweven. Hetzelfde geldt voor de andere overgebleven schrijfdoelen.

Aanzetten tot handelen
De film Avatar is hier een goed voorbeeld van. In de verre toekomst wordt er een nieuwe, prachtige planeet ontdekt. Er worden mensen naar de planeet gestuurd om contact te leggen met de inheemse bevolking, met het uiteindelijke doel bepaalde grondstoffen te delven. Als later blijkt dat daarvoor het complete ecosysteem verwoest moet worden, komen de hoofdpersonages in opstand.
De boodschap: ‘Ga zuinig om met onze prachtige planeet Aarde.’ (Stop met regenwouden omkappen enzovoorts).
Het is overduidelijk dat bij deze film vermaak op de eerste plaats staat, met de vele actiescènes en de uitgebreide ontdekkingsreis op de planeet Pandora. Maar alsnog is ´aanzetten tot handelen´ in deze film duidelijk zichtbaar.

Overtuigen
Je schrijft een dystopie met moord en doodslag als thema. In jouw fictieve rechtstaat is de doodstraf bij moord toegestaan. Dat op zichzelf zegt niet zo veel.
Als je personages ertegen in opstand komen, lijkt het erop dat je als schrijver het niet eens bent met de doodstraf.
In een andere versie wordt de doodstraf vaak en niet exclusief voor moord toepast. Je personages geven het oplossen van hongersnood voorrang, zonder over de doodstraf na te denken. Dan lijkt het er al meer op dat je de doodstraf niet per definitie afkeurt.

Je held en je slechterik zijn belangrijke aanwijzingen voor jouw mening.

‘Think what you write’ zou ik hier nog aan toevoegen 😉

Je personages als boodschappers van je waarden

Je hoofdpersonage en zijn tegenstander (of dat nu een persoon, een systeem, geloof of omstandigheid is) zijn vaak de uitdragers van jouw waarden. Je hoofdpersonage zal datgene belichamen dat je oké vindt, de tegenstander wat je slecht vindt (of op zijn minst waar je vraagtekens bij zet). Zij krijgen allebei een uitgebreid podium om hun normen en waarden uit te dragen, want samen vormen ze het centrale conflict. Let er dus goed op wat je deze personages laat zeggen, doen of uitdragen.

Onderschat de onderliggende boodschap niet!

Het verhaal dat je nu schrijft, wordt een wereldwijde bestseller. Wat wil je dat de mensen ervan meekrijgen?
Een optimistisch scenario, maar dit is mijn punt: weet je zeker dat datgene wat je onder jouw naam de wereld in stuurt iets is waar je achter kan staan? Kan je dat nog steeds als miljoenen mensen het boek lezen en jouw boodschap als zeer waardevol wordt gezien? Persoonlijk vind ik het je verantwoordelijkheid als schrijver om altijd de grenzen van een onderliggende boodschap te bewaken. Zodat als iemand je boek leest, het geen nare gedachten in hoofden kan prenten. Bij horror is de lezer erop ingesteld dat er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, maar bij andere genres ligt het er niet zo dik bovenop en kan het zeer schadelijk zijn.

De romantische engerd

Helaas is het romantische genre hier een voorbeeld van. Deze (Engelstalige) video legt dit op een sarcastische manier goed uit.
De alfaman is zo’n beetje hetzelfde als Joe Sixpack en die bijkomende problemen blijven. Merk ook op: extreem jaloers en dwingend gedrag wordt geromantiseerd.
Helaas is het niet zo dat mensen zwart-wit fictie en non-fictie van elkaar kunnen scheiden. Ze staan er niet altijd bij stil dat wat romantisch lijkt in een boek of film, zeer grote reden tot zorgen zou zijn in het echte leven. De romantische klassieker: ‘The notebook‘ heeft een paar duidelijke voorbeelden:

* Noah dreigt met zelfmoord als Allie niet met hem uit wil gaan;
* Noah stuurt Allie een jaar lang elke dag een brief en krijgt nooit antwoord. Dat zijn 365 brieven. Lees: dat is ronduit stalken. De kans is nihil dat dat gebrek aan antwoord komt doordat alle brieven onderschept worden, maar dat is precies wat er in de film gebeurt. Zo wordt het idee: ‘ze horen bij elkaar’ ten koste van alles goedgepraat. Ook al zouden die acties in het echte leven eng of gevaarlijk zijn.

En dames, willen jullie nog steeds met Noah uit? (Copyright: New Line Cinema)

Nog steeds zijn er miljoenen jonge meiden op de wereld die hun vriendjes verwijten niet als Noah te zijn. Ik heb medelijden met die jongens… Boeken en films als The notebook scheppen op grote schaal verkeerde verwachtingen van liefde bij tieners en soms ook nog bij volwassenen.

Je weet nooit wat voor draagvlak je boek gaat krijgen, of dat nu bij één persoon is of bij miljoenen mensen. Wees er dus zeker van dat je duidelijkste boodschap er een is waar je persoonlijk achter staat.

Komt de boodschap van je boek wel over zoals je wil? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik kijk met je mee.

Feedback van proeflezers verwerken

Wanneer je proeflezers inschakelt, moet je feedback verwerken. Dat is nog een hele klus. Als je het goed doet, wordt het verhaal net zo goed als je gehoopt had toen je begon met schrijven. Doe je het fout, dan wordt het zo slecht als je ooit vreesde.

Bekende valkuilen van feedback verwerken bij het schrijven van een boek

Feedback verwerken kan lastig zijn, zeker als je in bepaalde valkuilen trapt. De meest voorkomende zijn:
* Je hebt de verkeerde proeflezers uitgekozen.
* Je weigert iets te veranderen omdat je te dol bent op je eigen tekst.
* Je wilt het iedereen naar de zin maken.

Ik schreef daar hier uitgebreider over.

Je eigen hints en verwachtingen controleren

Je hebt een proeflezer gevonden die jouw genre leuk vindt en neutraal genoeg is om jou niet richting het einde te sturen dat hij zelf graag ziet. Top!
Dan zegt hij: “Ik snap niet waarom je personage duizend euro krijgt.”

Oorzaak 1: Je hebt te weinig hints gegeven.
Je personage heeft schulden en je hebt gehint dat hij een rijke vriend heeft. Dan is het handig als je middels show don’t tell al hebt laten merken dat die vriend de laatste tijd al veel aan goede doelen heeft geschonken of je personage heeft geholpen een financieel plan te te maken.
Een rijke vriend die iemand in geldnood helpt, is op zichzelf niet zo gek. Maar als je meer hints geeft, dan is de kans kleiner dat je proeflezer iets zegt als:
* dit is niet logisch;
* dit komt uit de lucht vallen;
* het komt geforceerd over.
Let erop dat zodra je hints gaat geven, je niet verzandt in expositie.

Oorzaak 2: Je hebt verkeerde verwachtingen geschept
Je personage heeft tienduizend euro schuld en de hele tijd roept zijn rijke vriend dat hij ervoor zorgt dat je personage van alle zorgen zal worden verlost.
Dan lijkt duizend euro ineens (hoe gul ook) erg karig. Je lezer voelt zich in het ootje genomen, omdat de verwachting niet strijkt met de belofte.

Als je verkeerde verwachtingen schept, is je lezer daar niet blij mee…

Misschien wil onze gulle gever ineens proberen de vrouw van zijn dromen te versieren. Hij wil van de overige negenduizend euro dure juwelen kopen. Is die vriend wel zo trouw als we denken? Dat hoeft niet, maar nu lijkt het er eerder op dat je in een val van een verkeerde plottwist bent gelopen. Lees daar hier meer over.

Zou mijn personage dit doen?

Zorg ervoor dat je personagebiografie in orde is. Dat helpt om je personage realistisch en duidelijk te houden wanneer iemand hem liever iets anders ziet doen.
Je schrijft over een verpleegster die in een ziekenhuis werkt en je proeflezer oppert dat ze in een verzorgingstehuis kan gaan werken.
Die wisseling van baan vergt afwegingen als:
* Wil ik een nieuwe uitdaging of ben ik tevreden waar ik nu ben in mijn carrière?
* Vind ik het leuker om met bejaarden te werken dan met de baby’s die ik nu verpleeg?
* Wil ik mijn hogere salaris inleveren om te kunnen werken met een leukere doelgroep?
Het uiteindelijke resultaat van die afwegingen bepaalt of je een suggestie kan doorvoeren of niet.

Je moet ook afwegingen maken als een suggestie een andere denkwijze van het personage vraagt: is het bereid (of zelfs in staat!) om na een jaar van werkloosheid een laaggeschoold baantje aan te nemen als het altijd gewend is om een belangrijke, hoge functies te bekleden?
“Nood breekt wet, want een schoorsteen moet roken” is niet per definitie een aanvaardbaar uitgangspunt. Als je personage uitzonderlijk trots is, zal hij liever zijn spaargeld tot op de laatste cent besteden. Als hij zo nog langer kan zoeken naar werk in zijn normale functie en dat verhindert dat iemand hem laaggeschoold werk ziet doen…

Blijft het centraal conflict hetzelfde?

Je schrijft over een eenzaam personage dat verliefd wordt en die liefde blijkt wederzijds. Als het moment daar is dat de vonk overslaat, dan komt die belangrijke vraag: kussen ze meteen?

Optie 1: Ja.
Die eerste kus is zo’n opluchting voor je personage dat hij eindelijk weer iemand heeft, dat het niet bij zoenen blijft: een zwangerschap volgt. Dit schrijf je vanwege het verhaalthema ‘onvoorwaardelijke liefde’. Is een ongeplande zwangerschap daartegen bestand? Daarvoor zal je het boek moeten uitlezen…

Optie 2: Nee
Vanwege de eenzaamheid is de eigenwaarde van je personage gekelderd en durft hij zich niet aan de liefde over te geven. Het verhaal gaat verder over hoe het personage zijn eigenwaarde terugvindt voordat er uiteindelijk gekust wordt.

Optie 1 heeft als centraal conflict ‘ongeplande zwangerschap’, optie 2 ‘zelfontplooiing’. Niet bepaald hetzelfde… En dat alles vanwege een beslissing over een kus.
Als je proeflezer zegt dat hij bepaalde gebeurtenis anders wil zien, bedenk dan of die aanpassing het centrale conflict zou veranderen. Welke verandering je ook aanbrengt, (uit eigen initiatief of vanwege een proeflezer): zorg ervoor dat de vraag: “Waarom gebeurt dit?” nooit wordt beantwoord met: “Omdat iemand dat graag wilde.”

Feedback zien als een avontuur

Feedback krijgen kan eng zijn: het kan blootleggen dat je een schrijftechniek die je dacht te beheersen nog meer moet oefenen. Je zal ‘Kill your darlings‘ niet kunnen negeren. Maar bekijk het zo: de afwegingen die je maakt kunnen een fantastische ontdekkingsreis zijn voor jou (en je proeflezers). Je kan de afwegingen of alternatieve scenario’s van een scène in je opschrijfboekje uitwerken.

Als je feedback verwerkt, kan je balen van een verdwaald gevoel, of het als avontuur zien.

Als je de zuster toch met bejaarden laat werken, kom je er plotseling achter dat ze heel sterk is, omdat ze met gemak een zware rolstoel optilt. Dat had je niet geweten als je haar nooit van de couveuseafdeling had gehaald.
Ook al blijft onze zuster in het boek bij de baby’s, je kan nu wel een interessante scène toevoegen waar haar fysieke kracht goed van pas komt.

Feedback verwerken vergt moed, maar als je het aandurft, zal je beloning groot zijn!

Vraag je je na een feedbackronde van je naasten nog steeds af of je wel goed bezig bent? Boek eens een feedbackronde met mij via mijn webshop.

Je doelgroep bepalen voor je boek: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zij?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?
* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Wil je eens sparren over voor wie je precies schrijft? Kijk eens in mijn webshop: daar staan diverse diensten die je kunnen helpen dat duidelijker te krijgen.

Proeflezers inschakelen voor je boek

Je schrijft een perfect boek, toch? Proeflezers zullen dat tegenspreken, maar juist als je hen inschakelt, kan je ervoor zorgen dat je boek inderdaad vrijwel perfect wordt.

Waarom heb je proeflezers nodig?

Als je schrijft, heb je altijd blinde vlekken: fouten of zwakke plekken die je zelf niet ziet. Dit kunnen grammaticale fouten zijn die je na eindeloze revisies niet meer ziet, maar ook darlings zijn voor schrijvers vaak onzichtbaar.
Daarnaast ga je er als schrijver vanuit dat lezers bepaalde verwijzingen, plotwendingen of motieven begrijpen. Een proeflezer kan nagaan of dat klopt en zeggen of je verhaal prettig leest.

Proeflezers om hulp vragen

Neem niet meer dan vijf proeflezers, anders verdrink je in veel verschillende visies en meningen.
De ideale proefpersoon:
* kan op grammatica en spelling controleren;
* behoort tot je doelgroep;
* weet hoe een goed boek in elkaar steekt: waarom werkt iets (niet)?
* is zakelijk: houdt geen kritiek voor zich om je gevoelens te sparen, maar maakt die kritiek ook niet persoonlijk.

Misschien ken je iemand die aan al deze criteria voldoet, maar je kan ook voor elk punt een ander persoon inschakelen. Alleen het laatste punt is essentieel voor iedere proeflezer.

Pas op met het kiezen van proeflezers!

Je kan niet zomaar iedereen je proeflezer maken. Daar is een aantal redenen voor.

* Vaak voldoet je partner, moeder of beste vriend niet aan dat laatste essentiële punt. Ze zeggen zelden dat je nog iets moet verbeteren en vinden alles aan je boek fantastisch. Omdat jij de auteur bent, hebben ze een roze bril op en/of zijn ze bang je te kwetsen. Als je geluk hebt, heb je naasten die dat niet doen. Je kunt de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen: Als deze persoon moet kiezen, gaat hij mijn gevoelens dan sparen/ mijn ego strelen of gaat hij of zij mij vooruit helpen?
* Als je een genre schrijft dat die persoon niet ligt, kan diegene niet volledig neutraal naar je tekst kijken. Het is prima om de proeflezer een uitstapje te laten maken naar een ander genre dan hij meestal leest; je kan een liefhebber van bouquet een futuristische utopie laten lezen. Maar als jij vervolgens een horror schrijft, kan het verhaal om verkeerde redenen worden afgekeurd. Iedereen heeft zo zijn bril die hij nooit volledig af kan zetten.

Proeflezers inschakelen: beter vroeg dan ooit

Schakel je proeflezers zo vroeg mogelijk in. Als je ‘ooit eens’ met proeflezers begint, moet je misschien je halve plot omgooien als je de opmerkingen van de proeflezers er nog in wilt verwerken. “Ik kan de motieven van je personage niet volgen,” wil je niet horen als je al op driekwart bent met schrijven, want zoiets als een motief moet niet verwarrend zijn. En als je dan al ver bent met je verhaal, moet je heel veel wijzigen aanbrengen om het uiteindelijk weer een kloppend geheel te maken.

Vragen voor je proeflezers

Als je bepaalde dingen wilt controleren, kun je bepaalde vragen meegeven die je bij elke nieuwe tekst die je laat proeflezen terug laat komen. Dit kunnen vragen zijn als:
* Is het verhaal nog interessant?
* Kun je de beweegredenen van de personages nog volgen?
* Wat verwacht je dat er gaat gebeuren?

Proeflezers geven je een kwalitatief uitstekende checklist!

Pas op dat je deze lijst niet te lang maakt, want dan kan proeflezen als een zware opgave voelen. Zorg er ook voor dat je proeflezers zelf met vragen of opmerkingen kunnen komen. Dus vraag ook (zo niet als eerst!) “Heb je zelf iets opgemerkt?” of “Wat is je eerste indruk?”. Juist de dingen waar je niet (meteen) aan denkt, heb je het hardst nodig, want dat zijn jouw persoonlijke blinde vlekken. Een voordeel dat proeflezers naast feedback geven nog meer hebben, is dat ze je op dingen kunnen wijzen die je zelf niet ziet.

De hamvraag voor je proeflezers: Waarom?

Met welke vraag jij ook komt of wat je proeflezer ook aandraagt, de belangrijkste vervolgvraag is altijd: waarom?
Waarom kan de lezer zich nog steeds inleven? Waarom is de spanning verdwenen? Waarom irriteert dit personage opeens? Zorg ervoor dat je dat antwoord helder hebt, zodat je waar nodig kan aanpassen en ook weet hoe je dat effectief doet.

Feedback van de proeflezer meenemen

Onthoud bij zowel feedback ontvangen als verwerken: niemands mening is hier heilig. De jouwe niet, maar ook niet die van je proeflezers. Houd je niet koste wat kost vast aan je eigen ideeën, want uiteindelijk moet je verhaal bij (proef)lezers die je boek gaan kopen in de smaak vallen. Als je vaak te horen krijgt dat iets niet fijn leest, moet je aanpassingen durven maken.
Maar waak er ook voor dat je jouw verhaal in handen legt van je proeflezers: ga ze niet onnodig en eindeloos lopen plezieren. Zij blijven een handvol individuen en jij blijft de schrijver.
Als je van een proeflezer te horen krijgt dat hij Fatima liever ziet eindigen met Hakkim dan met Abdul, kun je dat veranderen. Maar dat kan gevolgen hebben, want:
* andere lezers zien Fatima en Abdul misschien wèl als het ideale stel;
* plotwendingen hebben dan misschien geen bestaansrecht meer of verliezen hun kracht;
* het kan je thema of moraal schaden. Het maakt een groot verschil of Fatima eindigt met de maffiabaas Abdul of de bankdirecteur Hakkim.

Zowel jij als je proeflezer moet niet te veel worden verwend.

Zeker als aanpassingen maken betekent dat je je verhaalthema of moraal moet veranderen, moet je je goed afvragen of je proeflezer niet teveel in de watten legt. Je kiest je verhaalthema en moraal niet zomaar. Als je proeflezer dat liever anders ziet, dan moet hij voor zijn favoriete thema maar een ander boek gaan lezen. Let dus goed op de balans van aanpassen en behouden als je proeflezers inschakelt.

Op zoek naar een professionele proeflezer en manuscripredactrice? Schakel mij dan in via mijn webshop.

Kill your darlings: schrap wat je lief is

Kill your darlings: het schrappen van scènes, personages of verhaalelementen waar je trots op bent. Waarom zou je en hoe moet je dat doen?

Wat is kill your darlings?

Je schrijft wat er in je opkomt en later ga je schrappen. Na het wissen van onnodige opvullingen heb je soms nog steeds te veel tekst. Dan komt kill your darlings om de hoek kijken. Je zal zinnen, scènes of misschien zelfs complete personages of hoofdstukken waar je trots op bent, of waarvan je dacht dat ze goud waard waren, moeten weglaten .

Wat zijn jouw darlings?

Je vindt je darling door jezelf de volgende vragen te stellen:
* is er een personage/ scène enzovoorts waarvan ik mezelf ‘fan’ kan noemen?
* over welk personage of welke scène zou ik trots vertellen als iemand vraagt naar (de voortgang van) het verhaal?
Het antwoord op deze vragen is je darling. Je kunt ook bedenken: ‘kill your darling’ als term suggereert moord. Als het bijna als moord voelt als je een geliefd schrijfsel schrapt, heb je ook een darling te pakken.

Wat maakt je darling zo dierbaar?

‘Een schrijver schrijft wat hij kent‘, hoor je weleens. Je personages leven bijvoorbeeld in dezelfde omstandigheden als jij, of representeren iets wat jij belangrijk vindt, of waar je van houdt. Voorbeelden:
* Jouw personage is net als jij opgegroeid op het heerlijk rustige platteland: ‘Wie wil er nou in de lawaaiige stad wonen? Mijn personage gaat niet verhuizen!’
* ‘Nee, de oude dame is mijn lieve oma op papier. Zij blijft hoe dan ook in het verhaal, anders verraad ik mijn grootje!’

Jij ziet hier je lieve oma en hecht daar veel emotionele waarde aan. Je lezer ziet slechts een vriendelijke oude dame. Besef dat ook jij een bril ophebt als je schrijft.

Kijk kritisch naar wat jouw darling representeert en in hoeverre je eigen bril meespeelt. Je darling is je darling omdat die iets weerspiegelt wat jij graag leest of ziet. Dat mag natuurlijk, maar let erop dat je een darling niet koste wat kost behoudt. Als je het hele verhaal omgooit om je darling te behouden en het verhaal als geheel uit het oog verliest, gaat er iets mis.

Waak voor de preekstoel met je darling

Soms is je darling een ideaal of een moraal dat je wilt uitdragen. Dat kan zelfs de reden zijn dat je het verhaal schrijft. Je darling helemaal verwijderen is dan niet de bedoeling, maar let er wel op dat je niet gaat drammen met je standpunt. Geef de lezer jouw visie mee, maar overtuig met goede argumenten, niet door je moraal (lees: je darling) continu door de lezer zijn strot te duwen.

Waarom zou je jouw darling wissen?

Het is een zure appel waar je doorheen moet bijten, maar soms moet je (delen van) je darling schrappen. Die kan namelijk totaal onbelangrijk zijn voor het verhaal of bij een deel van een scène voor vertraging zorgen. Soms kan hij zelfs verwarring zaaien. Nogmaals: kijk kritisch naar je darling. Blijkt het geen pareltje, maar inderdaad een (nutteloze) darling, dan is de vraag: ‘Waarom zou ik mijn darling wissen?’ niet langer retorisch, maar heb je er een duidelijk antwoord op.

De noodzaak van je darling

De noodzaak van je darling bepalen is erg belangrijk. Ga eerst na waarom je darling überhaupt in het verhaal is:
* voor een themaverduidelijking?
* om spanning op te wekken?
* om een plottwist in gang te zetten?
* om verdieping in een scène te geven?
enz. enz.

Stel: een schattig meisje vertolkt het thema onschuld. Dat is een makkelijke trope, dus dat kun je in je voordeel gebruiken. Maak als blijkt dat ze je darling is, moet je een beetje aan haar schaven. Vraag jezelf dan af:

* Hoe kan ik het’ darling-gehalte’ verminderen?
Soms gebruik je metaforen die er (onbewust) duimendik bovenop liggen. Als je die uit je tekst haalt, vermijd je niet alleen mogelijke clichés, maar zal jouw darling (gelukkig!) ook een passend personage in je verhaal worden, in plaats van een geforceerde moraalridder. Als jouw darling der onschuld altijd kanten roze jurkjes aanheeft, haal die dan uit haar klerenkast.
* Kan ik de moraal van mijn darling verspreiden over andere scènes, omstandigheden of personages?
Als je het aan je darling overlaat om helemaal in haar eentje een moraal uit te dragen, dunt dat andere personages, scènes et cetera uit. Als je dat verspreidt, komt de boodschap sterker over én verdunnen andere elementen niet.
Je kan het thema onschuld volledig aan ons poppenmeisje overlaten. Laat de moeders op het schoolplein haar elke dag overladen met complimentjes over haar kanten roze jurkje. Alle spots staan en blijven zo op haar.
Of schrijf hoe haar vader vertederd toekijkt hoe ze zandtaartjes maakt in de zandbak met haar jongere zusje. Dan gaat het nog steeds over onschuld, maar het verplaatsen van de invalshoek doet wonderen in hoe het verhaalthema overkomt.

Inschakelen van proeflezers — remedie voor je blinde vlek

Proeflezers zijn onmisbaar voor het kill your darlingsproces. De kans is groot dat jouw darling niet hun darling is. Een proeflezer kan dus zeggen: ‘Dit lijkt geweldig, maar het komt niet goed over.’ Onthoud: Het zijn proeflezers. Uiteindelijk gaan ‘echte’ lezers je boek maken of kraken, dus als proeflezers feedback geven, moet je daar serieus naar kijken. Ga niet vanwege één mening alles aanpassen -smaken verschillen immers- maar als je van meerdere proeflezers hetzelfde te horen krijgt, doe je iets verkeerd.

Je proeflezer of een vreemde lezer? Je moet ze in ieder geval allebei even serieus nemen.

Een goede darling

Soms heb je met je darling inderdaad goud in handen! Zodra je proeflezers zeggen dat zij je darling prima vinden of zelfs ook lid willen worden van de kanten-roze-jurkjes-fanclub, ga dan als laatste controle nog na:
* Moet ik het totale woordenaantal of het aantal scènes die mijn darling betreft inkorten?
* Is de plaats in het verhaal goed, of komt mijn darling elders nog beter tot haar recht?

Vind je moorden van je personages nog te spannend? Ik kan je ermee helpen. Schakel me in voor manuscriptredactie.

Schrijven is schrappen, en zo doe je dat

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen in een personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je te veel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potterserie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe bepaal je een verhaalthema voor je boek?

Onvoorwaardelijke liefde, (on)trouw, verraad… Keuze genoeg voor verhaalthema’s. Maar hoe werk je ze goed uit? Een personagebiografie schrijven en schrijfonderzoek doen vormen een effectieve optelsom voor een goed geschreven verhaalthema.

Je verhaalthema uitwerken

Zorg dat verhaalthema logisch aansluit op je personage. Schrijf een bijbehorende personagebiografie. Onderzoek zijn leefwereld. Daarna kun je het verhaalthema bepalen. Wat zijn de normen en waarden van de maatschappij waarin je personage leeft? In hoeverre botsen die met die van je personage? Of heeft je personage daar juist zijn comfortzone en moet je het centraal conflict iets aanpassen?

Je schrijft over een vrouw die wil werken voor haar geld. Als ze in de Middeleeuwen leeft, is emancipatie vrijwel zeker een thema in je verhaal. Leeft zij in onze tijd, dan kan ze het hoofdpersonage zijn van elk denkbaar genre. Als ze voor emancipatie strijdt, dan moet ze meer doen dan alleen werken. Als je emancipatie je verhaalthema wil maken en nog geen personage hebt, kun je uitzoeken waar en wanneer emancipatie relevant en logisch is. Dan kun je een personage erbij verzinnen dat leeft in bijvoorbeeld de Middeleeuwen of in bepaalde niet-Westerse landen.

Onderzoek doen tijdens het schrijfproces

Je hebt je verhaalthema gekozen en de personagebiografie gemaakt. Nu is het tijd voor schrijfonderzoek. Naar de rechten van vrouwen in de Middeleeuwen, of de hedendaagse vrouwenbeweging. Maar wat als je een thema hebt dat niet aan tijd en plaats gebonden is, zoals liefde tussen moeder en kind, eenzaamheid of rouw?
Een thema heeft eindeloos veel mogelijke gezichten. Een tiener kan eenzaam zijn omdat hij door iedereen op sociale media wordt genegeerd. Een Amerikaanse oorlogsveteraan die door een mislukt re-integratietraject op straat belandt, ervaart eenzaamheid vanwege totaal andere redenen. Ook zal de mate van eenzaamheid verschillen. Ga goed na wat de oorzaak van je verhaalthema is en hoe dat je personage beïnvloedt. Onderzoek zo nodig eerst de effecten van sociale media bij tieners, of het beleid van de Amerikaanse regering betreft de opvang van veteranen. Ga vooral veel lezen als je je verhaalthema gaat bepalen.

Een schrijver moet veel lezen

“Je kunt geen schrijver zijn die niet leest.” Wat wordt daarmee bedoeld?
Als je veel leest, krijg je oog voor dingen die herhaaldelijk in verhalen terugkomen. Dan merk je wat goed werkt voor de leesbaarheid en waarom bepaalde dingen terugkomen. Sprookjes zijn een goed voorbeeld, met de regel van drieën. De held doet drie pogingen zijn doel te bereiken. De eerste keer mislukt het, de tweede keer mislukt het nogmaals, ondanks de nieuwe strategie. Pas de derde keer wordt het monster verslagen, de prinses gered… Repelsteeltjes naam wordt op de derde dag geraden, enzovoorts. Dit laat de moraal zien dat je met vallen en opstaan iets bereikt. Zoiets valt niet op als je maar één sprookje leest. Lees je er veel, dan wordt het uiteindelijk overduidelijk. Als je veel leest, zul je dus verhaalstructuren en schrijftechnieken gaan ontdekken.

Het pad naar goed schrijverschap is lezen. Veel lezen.

Hoe komt een verhaalthema tot stand?

Stel dat je leest over een vrouw die een scheiding aanvraagt als haar rijke man werkloos raakt. Dan kun je jezelf vragen stellen als:
* Wat zegt dit over de vrouw?
*Wat zegt dit over de man?
*Waarom werkt de vrouw niet?
*Waarom vindt de vrouw werkeloosheid een reden om de man te dumpen?
*Waarom schaamt de man zich als hij buiten zijn macht om ontslagen wordt?

Probeer deze vragen te beantwoorden, dan doe je al kleinschalig onderzoek. Met weinig moeite kom je een hoop te weten over de personages. Zo kom je meer te weten dan alleen een snelle aanname; de vrouw is een golddigger, de man is een zuiplap.

Achterliggende invulling van het verhaalthema

Ja, de man was alcoholist. Maar waarom drinkt hij? Als je erachter komt dat eenzaamheid de boosdoener is, dan is daar je verhaalthema. Was het vanwege een rotjeugd waar hij nooit overheen is gekomen? Dan is het verhaalthema trauma. De insteek van het verhaal verandert wanneer de man nooit drinkt en de vrouw de golddigger is. Zij brengt dan het verhaalthema hebzucht met zich mee. Maar als ze materiële zaken nodig heeft om bepaalde leegtes mee op te vullen, dan is het verhaalthema eenzaamheid. Die zaken komen niet uit de lucht vallen. Daarom is de personagebiografie nodig om het geheel rond te maken.

Betreft een biertje het verhaalthema genieten of alcoholisme? Dat ligt aan de biografie van je personage.

Persoonlijke invulling van het verhaalthema

Een verhaalthema kan veel invullingen hebben. Zo kan bedrog bijvoorbeeld slaan op vreemdgaan, landverraad of op een man die de bankrekening van een vriend leegrooft. Binnen deze subthema’s kunnen verschillende scenario’s voorkomen. Schrijf voor jezelf op wat je spannend of leuk vindt om te lezen en waar je je aan stoort. Dan weet je waar je zelf al dan niet mee wil gaan werken. Vervolgens kan je gaan spelen met elementen en bepalen wat je ombuigt, behoudt en hoe je je eigen verhaal uiteindelijk vormgeeft.

Boodschap van een verhaalthema

Onthoud dat bepaalde scenario’s onbedoelde of onbewuste boodschappen kunnen overbrengen.
Betrapt de vrouw haar man met zijn minnares op de keukentafel? Of vervangt hij de sloten als vrouwlief op shopweekend is met vriendinnen, zodat alleen hij en zijn minnares het huis nog binnen kunnen? Het eerste zal waarschijnlijk vanwege de sensatiefactor die alle verhalen in bepaalde mate moeten hebben, niet al te veel losmaken. Dat laatste kan de indruk wekken dat je beweert dat mannen harteloze, enkel op seks beluste en onbetrouwbare wezens zijn. (Nee, dan zijn niet alle mannen, je beschrijft nu Joe Sixpack.) Ongetwijfeld gaan sommige lezers zich daaraan storen en je boek wegleggen. Ook bij het uitwerken van je thema geldt: je lezer is niet dom.

Een goed uitgewerkt verhaalthema is heel belangrijk. Schakel mij in voor manuscriptredactie om te controlen of het goed tot zijn recht komt.

Schrijfonderzoek doen bij creatief schrijven

Je verhaal is ongeloofwaardig, vervelend en soms zelfs irritant als je geen onderzoek doet. Je lezer zal dan snel afhaken, dus het is heel belangrijk. In de post over schrijven over diversiteit geef ik er basisuitleg over.

Onderzoek je personagebiografie

Onderzoek je personagebiografie en ga goed na wat logisch is. Dat kan iets zijn wat je makkelijk kan bedenken. Een Drents plattelandsmeisje wil in New York gaan studeren en uiteindelijk in een vijfsterrenrestaurant gaan werken. Vanwege haar achtergrond heeft ze geen verstand van haute cuisine. Dan moet ze zich laten bijscholen of gaan stagelopen, anders krijgt ze die baan niet. Soms moet je ergens langer over brainstormen. Als je schrijft over een onderwerp dat je niet kent (cultuur, tijdperk, omgangsregels, wat dan ook) dan moet je meer onderzoek doen.

De belezen lezer

Je lijkt een schrijver van likmevestje als iets schrijft dat Wikipedia binnen twee minuten tegenspreekt. Stel dat je schrijft over Japan in 1700, waarin een Spanjaard naar Japan emigreert. Lees deze Wikipediapagina over de geschiedenis van Japan eens. Hoeveel minuten of zelfs seconden duurde het voordat je wist dat dat historisch gezien onmogelijk is? Niet iedere lezer weet dat. Maar een lezer die het wel weet, vergeeft je zulke luiheid niet. Reken er dan maar op dat je boek meteen wordt weggelegd, omdat je niet de moeite hebt gedaan om zelfs maar twee minuten feiten te controleren.

Duur van je schrijfonderzoek

Het kan weken, soms maanden duren om goed onderzoek te doen. Natuurlijk heb je binnen een halfuur nog niet voldoende gelezen over een (sub)cultuur of tijdperk. Als jouw personages daarin leven, moet je goed begrijpen welke gewoonten, wetten, sociale regels, enzovoorts er geld(d)en. Dat kan een enorm gevolg hebben voor een biografie van je personage en dus voor je verhaal. Onderzoek is dus niet zomaar gedaan.

Het belang van grondig schrijfonderzoek

Bepaalde feiten kunnen grote gevolgen hebben voor je personages. Denk aan een homoseksuele Arabier. Je moet uitgebreid onderzoek doen naar de wetten rondom homoseksualiteit in het Midden-Oosten om zijn verhaal geloofwaardig te houden. Zo kun je met ontwikkelingen en nuances spelen en een goed verhaal schrijven. Als je niets onderzoekt en alles verzint, gaat de lezer denken: “Ik weet niet waarom, maar dit klopt niet.” Daar hoeft hij zelf de regels niet (allemaal) voor te kennen. Je lezer is niet dom.

Doe je geen onderzoek? Hoe durf je! Je lezer kan protesteren door je boek weg te leggen.

Te veel informatie delen

Pas op voor de andere kant van de medaille: laat je personage niet alle regels en wetten vertellen aan een andere. Als je lezer daarover meer wilde weten, las hij wel een non-fictieboek. Expositie is een slecht vermomde infodump. Gebruik show don’t tell om belangrijke feiten duidelijk te maken. In een verhaal over de Europese middeleeuwen kun je beter schrijven: Jan lag doodziek en overdekt met rattenbeten op bed, terwijl een schuimbekkende rat wegschoot uit de woonkamer. In plaats van: “Er gaan geruchten dat iedereen sterft doordat de ratten ziekten met zich meebrengen. Zou dat waar zijn?”

Show don’t tell is belangrijk om de verbeelding van je lezer aan het werk te zetten. De rest komt dan vanzelf. Je lezer begrijpt echt wel dat een kamer vol met 24-karaats gouden kandelaren en Perzische tapijten toebehooren aan een rijke man. Als de beste man een rondleiding van zijn huis geeft, hoef je niet meer te schrijven: De man is steenrijk. Als je je feiten niet controleert of je lezer te veel voorkauwt, zal die zich bewust of onbewust als dom bestempeld voelen. Dan ben je hem kwijt en krijg je hem niet meer terug.

Hoi lezer, zo zie ik jou! Niet bepaald een goede manier om je lezer te behouden.

Personagegericht onderzoek

Onderzoek de leefwereld van je personages en zoek betrouwbare bronnen om meer informatie te verzamelen. Een paar voorbeelden. Als je schrijft over een:
advocaat:
* interview een advocaat;
* volg een cursus wetgeving voor beginners;
* zoek betrouwbare websites op over rechtspraak;

miljardair:
* kijk een documentaire die antwoord geeft op de vragen:
– hoe ziet zijn dagindeling eruit?
– welke schandalen treffen machtige en rijke mensen?
– hoeveel macht heeft een miljardair precies?

almachtig heerser
* zoek in de geschiedenisboeken op:
– wanneer en waar kwamen of komen ze voor?
– hoe kwamen ze aan hun macht?
– hoe hielden ze hun macht?
– hoe valt een dictatuur?

ziekte
* wat zijn de symptomen en gevolgen?
* hoe zien behandeling en revalidatie eruit?
* wat kan een ervaringsdeskundige vertellen?

Onderzoek bij het schrijven van fantasy

Omdat je bij fantasy letterlijk een hele wereld opbouwt, moet je daarvoor veel onderzoeken. Wat kan of mag er (niet) in je verhaal? Als je willekeurig met regels en magische wetten gaat strooien, is je verhaal niet meer te volgen. Je doet dus niet zozeer onderzoek, maar je schrijft eerder je eigen ‘wetboek.’ Dit heet ‘worldbuilding’.

Onderzoek voor een goede worldbuilding

Het kan handig zijn om onderzoek naar bepaalde mythologie te doen, zodat je daar inspiratie vandaan kunt halen. Zo is de steen der wijzen niet alleen iets uit Harry Potter. Dat voorwerp heeft een eeuwenlange geschiedenis. Eeuwenoude culturen schreven er al over. Als je je daarin verdiept, kom je meer over magie te weten, wat een stevige worldbuilding goed kan doen.

Terug de schoolbanken in?

Je mag alles verzinnen als je fantasy schrijft, maar hele vertrouwde natuurwetten (zoals fotosynthese) kun je maar beter laten voor wat ze zijn. Wil je er een beetje mee spelen, fris dan je biologie, natuur- aardrijks-of scheikunde op. Lees hier meer over schrijven met zelfbedachte elementen. Net zoals bij cultuur en geschiedenis, moet je de basis waar je over schrijft begrijpen. Zo weet je zeker dat je niet ongeloofwaardig overkomt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: je lezer is niet dom en legt je boek gewoon aan de kant als het niet goed is uitgewerkt.
Daarom is onderzoek doen misschien wel het belangrijkste aspect van het hele schrijfproces!

Wil je weten of je schijfonderzoek en de moeite die je hebt gedaan zichtbaar is in je boek? Schakel mij in voor manuscriptredactie en je komt erachter!